Toelichting rvs toepassing coördinatiegeling De Meeten 2.pdf
Tekst van het document
Toelichting raadsvoorstel aan de raad van de gemeente Roosendaal
1.
Aanleiding
Door Zoetwaren- en notenfabriek Cloetta is verzocht ten behoeve van het Project ASF (v/h Base) de coördinatieregeling op basis van artikel 3.30 van de Wet ruimtelijke ordening (hierna: Wro) van toepassing te verklaren. Dit project behelst de bouw van een nieuw productiebedrijf van Cloetta in het middengedeelte van het plangebied De Meeten 2, dat onderdeel uitmaakt van het bedrijventerrein Majoppeveld. Vooruitlopend op de ruimtelijke procedure willen wij u verzoeken in te stemmen met voornoemd verzoek van Cloetta. 2.
Beoogd resultaat
De coördinatieregeling is een instrument om verschillende procedures die noodzakelijk zijn voor vergunningverlening, gezamenlijk (gelijktijdig) te doorlopen. In artikel 3.30 Wro is de mogelijkheid opgenomen om na een besluit van uw raad de voorbereiding en bekendmaking van een bestemmingsplan te coördineren met de voorbereiding en bekendmaking van besluiten op aanvragen om diverse vergunningen. Omdat de gemeente niet beschikt over een coördinatieverordening, is voor het project Cloetta een specifiek coördinatiebesluit van uw raad nodig om gebruik te kunnen maken van de in de Wro geboden procedure. Dit betekent dat voor een project met gebruikmaking van de coördinatiebepaling alle relevante en benodigde besluiten kunnen worden gebundeld. Zo kan bijvoorbeeld de procedure voorafgaand aan het verlenen van een omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen, de kapvergunning en de vergunning in het kader van de Wet natuurbescherming gelijktijdig worden meegenomen in de bekendmaking van de procedure voor een daartoe benodigde bestemmingsplanherziening. Ook andere vergunningen kunnen met één en dezelfde procedure worden voorbereid. Een vergunning voor de activiteit milieu is niet aan de orde, omdat op basis van de huidige inzichten volstaan kan worden met een melding. Hierna worden onder 3. de voordelen van de coördinatieregeling toegelicht. 3.
Argumenten
1.1 Belanghebbenden hoeven zich slechts op één procedure te richten Voor bestemmingsplan en omgevingsvergunning is sprake van één voorbereidingsprocedure en één rechtsgang. Belanghebbenden hoeven zich slechts op één procedure te richten. Bovendien is er, indien beroep wordt ingesteld, sneller sprake van duidelijkheid voor belanghebbenden doordat bij één instantie (Raad van State) beroep ingesteld wordt en ook in één uitspraak wordt gedaan op alle gecoördineerde besluiten. Met de terinzagelegging van alle (ontwerp)besluiten en het ontwerpbestemmingsplan wordt de procedure derhalve overzichtelijker en transparanter. 1.2
De coördinatieregeling biedt meer inzicht in het te realiseren plan
Bij toepassing van de coördinatieregeling is direct duidelijk voor bijvoorbeeld omwonenden hoe het bouwplan dat met het nieuwe bestemmingsplan mogelijk wordt gemaakt, eruit ziet. In het bestemmingsplan ziet men de ruimtelijke kaders, in de omgevingsvergunning de concrete invulling daarvan. Het voordeel voor alle belanghebbenden is, dat de gevolgen van de (te nemen) besluiten in één oogopslag inzichtelijk worden. 1.3
Een gecoördineerde procedure biedt procesversnelling
De tijdwinst bij toepassing van de coördinatieregeling is vooral te behalen ten aanzien van de omgevingsvergunning. Normaal gesproken wordt een omgevingsvergunning om te bouwen pas aangevraagd en verleend op het moment dat het bestemmingsplan in werking is getreden. De
Toelichting raadsvoorstel aan de raad van de gemeente Roosendaal
omgevingsvergunning volgt dus na het bestemmingsplan. Bij de coördinatieregeling worden zowel bestemmingsplan als de ontwerpbesluiten voor de diverse omgevingsvergunningen gelijktijdig in procedure gebracht en wordt daar ook gelijktijdig over besloten. Er hoeft bij de omgevingsvergunning voor bouwen, de kapvergunning en de vergunning in het kader van de Wet natuurbescherming dus niet gewacht te worden totdat het nieuwe bestemmingsplan rechtskracht heeft gekregen. De gecoördineerde besluiten treden gelijktijdig in werking. 4.
Gevolgen
Aan toepassing van de coördinatie zijn ook enige gevolgen verbonden. Deze liggen vooral bij de initiatiefnemer. 1.1 Noodzaak tot een zorgvuldige afstemming De procedure van de coördinatieregeling vraagt om zorgvuldige afstemming tussen initiatiefnemer en gemeente. De stukken behorende bij de diverse (omgevings)vergunningen mogen niet tegenstrijdig zijn met de ruimtelijke kaders van het bestemmingsplan. Alles moet volledig uitgewerkt zijn bij start van de ruimtelijke procedure, die aanvangt op het moment dat het ontwerpbestemmingsplan ter inzage wordt gelegd. Alle stukken moeten derhalve compleet zijn bij het ontwerpbesluit. Het kan een uitdaging zijn om alles op tijd rond te hebben. Bijkomende factor is dat gedurende de procedure het bouwplan slechts op ondergeschikte punten kan worden gewijzigd. Dit vereist dus een goede en tijdige afstemming tussen de gemeente en de ontwikkelaar/initiatiefnemer over het indienen van de diverse vergunningsaanvragen. 1.2 Koppeling van procedures heeft rechtsgevolgen op alle gecoördineerde besluiten Nadeel van de coördinatieregeling is dat de koppeling van de procedures er toe leidt dat een toegewezen beroep op één van de besluiten rechtsgevolgen heeft op alle gecoördineerde besluiten. Met andere woorden: een toegewezen beroep op één besluit schort ook de andere bijbehorende (gecoördineerde) besluiten op. 5.
Bezwaar en beroep
Tegen het coördinatiebesluit kan geen bezwaar of beroep worden ingesteld, tenzij het besluit in strijd is met een wettelijk voorschrift dan wel in strijd is met een algemeen rechtsbeginsel. Het is aan de gemeenteraad om bij het besluit verschillende belangen tegen elkaar af te wegen. In de praktijk zal een coördinatiebesluit niet snel buiten toepassing worden gesteld. 6.
Financiële consequenties
N.v.t. 7.
Communicatie en verdere procedure
Na indiening van bestemmingsplan en omgevingsvergunning en interne toetsing daarvan worden het ontwerpbestemmingsplan en de ontwerp-omgevingsvergunningen gelijktijdig ter inzage gelegd en bekend gemaakt. De voorbereiding hiervan is een bevoegdheid van ons college. Uw raad blijft bevoegd het bestemmingsplan vast te stellen. Na vaststelling van het bestemmingsplan kan ons college de omgevingsvergunningen verlenen. Op grond van de Wet ruimtelijke ordening worden de gecoördineerde besluiten gelijktijdig bekend gemaakt en geldt één gezamenlijke beroepstermijn. Tegen de besluiten die met een gecoördineerde voorbereidingsprocedure tot stand zijn gekomen kan met het bestemmingsplan beroep worden ingesteld. Op basis van artikelen 8.2 en 8.3 Wro is er één beroepsprocedure bij de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State moet op grond van artikel 8.3, lid 2 binnen zes maanden na ontvangst van een verweerschrift op het beroep beslissen. Dit is overigens een termijn van orde.
Toelichting raadsvoorstel aan de raad van de gemeente Roosendaal
Bijlagen 1. Het hierop betrekking hebbende commissieadvies. Een ontwerpbesluit bieden wij u hierbij ter vaststelling aan. Burgemeester en wethouders van Roosendaal, De secretaris, De burgemeester, M.C.J. Franken.
J.M. van Midden.