CConstaterende datRoosendaal
Koppel je AI →
Document · PDF

Toelichting rvs Rekenkameronderzoek burgerparticipatie

Gemeenteraad 9 juli 2026, gemeente RoosendaalBij agendapunt: 3d: Voorstel 58 - Rekenkameronderzoek naar inwoners- en overheidsparticipatie in Roosendaal897 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Toelichting raadsvoorstel aan de raad van de gemeente Roosendaal

Samenvatting De Rekenkamer West-Brabant heeft op 28 mei 2026 het eindrapport ‘Een onderzoek naar inwonersen overheidsparticipatie in Roosendaal’ aangeboden aan de gemeenteraad. Het onderzoek, uitgevoerd door Partners+Pröpper, evalueert de effectiviteit van het inwoners- en overheidsparticipatiebeleid in de huidige en voorgaande bestuursperiode en blikt terug op de opvolging van aanbevelingen uit 2012. Hoewel Roosendaal een duidelijke kwaliteitssprong heeft gemaakt met de Roosendaalse participatievisie en participatiebrug (eind 2023), signaleert de rekenkamer enkele knelpunten in de praktijk. Onderzoek Centrale onderzoeksvraag van het onderzoek is: Hoe geeft de gemeente Roosendaal in de praktijk vorm aan participatiebeleid, wat zijn daarvan de resultaten en wat kan daarvan geleerd worden? De centrale vraag is onderverdeeld in vier hoofdvragen en deelvragen: 

Wat is het beleidskader voor participatie in Roosendaal? Deelvraag 1: Welke uitgangspunten, kaders en regelingen of andere typen verwachtingen hebben raad en college met elkaar afgesproken en/of worden ambtelijk toegepast ten aanzien van inwoners- en overheidsparticipatie? Deelvraag 2: Wie heeft een rol gehad bij het tot stand komen van beleid en wat was deze rol? Deelvraag 3: In hoeverre speelt de gemeente met het beleid in op de nieuwe Omgevingswet, die per 1 januari 2024 in werking is getreden?

Hoe is de uitvoering van participatie in de praktijk? Deelvraag 4: Hoe wordt inwoners- en overheidsparticipatie concreet ingezet en wat is de kwaliteit? (In de gedetailleerde bijlagen is dit specifiek uitgesplitst naar welke voorbeelden, methoden, instrumenten en de representativiteit van participanten zijn ingezet). Deelvraag 5: Welke permanente vormen van participatie worden ingezet en wat is het resultaat? Deelvraag 6: Op welke wijze is participatie geborgd in de beleids- en uitvoeringsprocessen van de ambtelijke organisatie? Deelvraag 7: Wat is de rolverdeling tussen raad, college en ambtelijke organisatie en werkt dat naar tevredenheid?

Wat zijn de resultaten van participatie? Deelvraag 8: In hoeverre is het beleid en de uitvoering van de gemeente ten aanzien van inwoners- en overheidsparticipatie doeltreffend? Deelvraag 9: Worden participatietrajecten tussentijds en achteraf geëvalueerd en zo ja, wat zijn de uitkomsten en wat is daarmee gedaan?

Hoe wordt de raad betrokken? Deelvraag 10: Hoe vult de raad zijn kaderstellende en controlerende rol in?

Toelichting raadsvoorstel aan de raad van de gemeente Roosendaal

Aanbevelingen Het rekenkamerrapport doet op basis van de onderzoeksresultaten vier centrale aanbevelingen aan de gemeenteraad, het college en de ambtelijke organisatie van Roosendaal. Hieronder staan de vier aanbevelingen uit het rapport samengevat. 

Aanbeveling 1: Bouw voort op hetgeen in gang is gezet en leer vooral van praktijkvoorbeelden Roosendaal heeft beleidsmatig al een grote kwaliteitssprong gemaakt (onder andere met de participatievisie en -brug en de participatieverordening). Om dit nu breder te laten renderen, moeten de raad, het college en de ambtelijke organisatie samen een strategisch gesprek voeren over hoe de representatieve democratie (de rol van de raad) en de participatieve democratie (de rol van de inwoners) zich tot elkaar verhouden. Dit gesprek moet worden gevoerd aan de hand van drie concrete vragen: - Waar staan we nu? - Wat is het gewenste ambitieniveau voor participatie? - Wat betekent dat voor de rol van de raad, het college en de ambtelijke organisatie?

Aanbeveling 2: Maak vooraf verwachtingen helder en evalueer tussentijds en achteraf of deze ook worden waargemaakt Uit het onderzoek blijkt dat inwoners bij de start van een traject vaak niet weten waarom de gemeente wel of niet voor participatie kiest, waar de participatie precies over gaat en hoeveel invloed ze daadwerkelijk kunnen uitoefenen. Voor grote, ingrijpende ('majeure') projecten moeten de raad en het college vooraf de kaders afstemmen en vastleggen in een participatieplan. De raad moet hierin vooraf minimaal bepalen: - Waarom er wel of niet voor participatie is gekozen. - Wat het exacte doel van de participatie is. - Waar belanghebbenden wel of geen invloed op hebben. - Waar de raad uiteindelijk zelf wel of geen besluit over wil nemen Het college kan dit plan vervolgens uitwerken. Na afloop legt het college aan de hand van ditzelfde participatieplan op hoofdlijnen verantwoording af aan de raad, bij voorkeur via de participatieparagraaf in het raadsvoorstel.

Aanbeveling 3: Richt een hulpstructuur in dat leren mogelijk maakt Veel goede instrumenten zijn nog niet tot wasdom gekomen. De gemeente moet de reeds in gang gezette ontwikkelingen versnellen en gemeentebreed uitrollen en de voortgang bewaken middels: - Voor iedereen zichtbaar maken van participatietrajecten - Ervaringen en lessen met elkaar te delen - Gedeelde werkwijze en taal ontwikkelen over hoe participatietrajecten worden beoordeeld op resultaat en kwaliteit - Maak participatietrajecten zichtbaar door alle informatie te centraliseren in het (digitaal) participatie-eiland en voorkom daarmee versnippering van informatie

Toelichting raadsvoorstel aan de raad van de gemeente Roosendaal

-

Maak hiermee stelselmatige evaluatie van participatietrajecten mogelijk en doe dit vervolgens ook

Aanbeveling 4: houd de aanbevelingen uit het eerdere rekenkameronderzoek in het oog. Door aanbevelingen 1 t/m 3 uit te voeren worden in principe alle aanbevelingen uit het eerdere rekenkameronderzoek van 2012 uitgevoerd. Bewaak dit door deze eerdere aanbevelingen ook tegen het licht te houden wanneer aanbevelingen 1 t/m 3 worden uitgevoerd.

Financiën Er zijn aan het voorliggende rapport geen directe financiële risico’s of consequenties verbonden. Communicatie Er zijn aan het onderschrijven van de conclusies en het overnemen van de aanbevelingen van het voorliggende eindrapport geen directe financiële risico’s of consequenties verbonden Op 4 juni heeft de rekenkamer aan de gemeenteraad een toelichting gegeven op het eindrapport. Bijlagen: 1. Aanbiedingsbrief Rekenkamer West-Brabant 2. Rekenkamerrapport ‘Een onderzoek naar inwoners- en overheidsparticipatie in Roosendaal’ 3. Concept-besluit

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.roosendaal.nl/api/v1/meetings/1931/documents/54506