Toelichting rvs IHP 2025-2040.pdf
Tekst van het document
Toelichting raadsvoorstel aan de raad van de gemeente Roosendaal
Aanleiding De gemeente Roosendaal heeft de wettelijke zorgplicht voor huisvesting van onderwijs. Het gemeentelijke beleid hierop wordt momenteel geactualiseerd. Op 12 september 2024 heeft uw gemeenteraad hierover reeds het volgende besloten: 1. In te zetten op het vormen van duurzaam toekomstbestendige kindcentra in onze wijken en kernen als voorzieningen voor kinderen. 2. De ‘Visie en IHP Roosendaal 2025 - 2040, werkdocument’ vast te stellen. 3. In samenwerking met de schoolbesturen en kinderopvangorganisaties een realistisch uitvoeringsplan uit te werken in financiële zin en in tijdsplanning. Op basis van de kaders die uw gemeenteraad heeft vastgesteld en aandachtpunten die besproken zijn in de themabijeenkomsten over onderwijshuisvesting is de verdere uitwerking vormgegeven. Het resultaat hiervan ligt nu voor ter besluitvorming. Van Visie naar een realistisch uitvoeringsprogramma (scenario en fasering) Op basis van (demografische) ontwikkelingen en de vertaling van de op 12 september 2024 vastgestelde Visie is per wijk of kern een uitvoeringsscenario opgesteld tot en met 2040. De voorkeur voor spreiding en omvang van voorzieningen wordt daarmee inzichtelijk. Per onderwijslocatie is een maatregel1 bepaald voor huisvesting. Het scenario geeft een realistisch beeld van wat mogelijk is om in een wijk of kern duurzame en toekomstbestendige kindcentra te realiseren.
Urgentie, eerdere HPObesluiten, actuele knelpunten, realisme met betrekking tot de planning en erkenning van de complexiteit bij integraal (bouw)projecten vormen de basis voor een bijgesteld tijdspad voor de huisvestingsplannen. De 1e IHP-periode, de komende 4 jaar, staat overwegend in het teken van doorpakken op de projecten waarvoor al (gedeeltelijk) krediet is verstrekt. Tegelijkertijd worden in deze periode acute knelpunten efficiënt aangepakt en wordt gestart met het anticiperen op huisvestingplannen die in de opvolgende IHP-periode vanaf 2030 uitgevoerd worden. Impactvolle toekomstige ontwikkelingen vragen nog nader onderzoek In de gemeente staan meerdere impactvolle toekomstige ontwikkelingen op stapel die van invloed zijn op de toekomst van delen van de stad en de dorpen. Denk aan (her)ontwikkelingsplannen voor o.a. de wijk Westrand, Spoorzone gebied, Stadsoevers, Bravis-terrein en het Commandokazerne-terrein. Ook ontwikkelingen op het gebied van sportvoorzieningen en -accommodaties zijn relevant om scherper integraal te onderzoeken om ze goed te kunnen verbinden aan het IHP. Dit is nadrukkelijk erkend in het IHP. Daarom zijn in het IHP een tweetal onderzoeksopdrachten opgenomen. Een opdracht voor het gebied Westrand en Weihoek en een opdracht op het gebied van voorzieningen voor bewegingsonderwijs.
Samenwerking tussen partijen (afsprakenkader) bij IKC-vorming In het IHP is als visie voor een kindcentrum opgenomen dat het een plek is in de wijk/kern die inclusiever, thuisnabij, veilig, gezond, uitdagend en laagdrempelig is voor kinderen, jongeren, ouders en (eventueel) bewoners uit de omgeving. Waar dit het geval is wil de gemeente partners faciliteren binnen de financiële- en juridische mogelijkheden die de gemeente heeft. Dat partnerschap vraagt om goede afspraken over onder andere invulling van de samenwerking, (voor)financiering, eigendomsverhoudingen, huurafspraken en in een gelijkwaardig speelveld handelen op basis van een gezamenlijke maatschappelijke doelstelling. Om dat goed te borgen is een afsprakenkader uitgewerkt met betrekking tot de huisvesting maatschappelijke partners in kindcentra. Investeren in kwaliteit tegen kosten die de gemeente en partners verantwoord kunnen blijven dragen In het eerdere raadsbesluit is vastgelegd dat de gemeente met de schoolbesturen staat voor de kwaliteit van de onderwijshuisvesting. Tegelijkertijd is vastgelegd dat het IHP erop gericht is om de financiële druk op de gemeentelijke begroting niet te verhogen. Dit is uitgewerkt in financiële kaders en verantwoordelijkheden.
1
De vastgestelde maatregelen staan in de paragraaf 3.5 van het beleidsdocument ‘Visie en IHP Roosendaal 2025 -2040, -eindversie-.
Toelichting raadsvoorstel aan de raad van de gemeente Roosendaal
In het IHP zijn financiële kaders beschreven passend bij het nieuwe beleid, de voornaamste zijn: 1. De gemeentelijke investeringsbedragen (normbedrag per m2) worden bepaald op basis van de HEVO-kostenconfigurator, aansluitend op het kwaliteitskader van het IHP. 2. Duurzame, toekomstbestendige onderwijsvoorzieningen worden afgeschreven over een periode van maximaal 50 jaar (bij renovaties 25 of 50 jaar op basis van een businesscase). 3. Schoolbesturen maken voor voorzieningen een onderhoudsbegroting over een looptijd van minimaal 40 jaar. 4. Gemeente en schoolbesturen gaan vanaf circa het 30e exploitatiejaar de onderhoudsbegroting van de schoolbesturen verbinden aan een investeringsplan om de levensduur van voorzieningen efficiënt te verlengen tot ten minste 60 jaar en te sturen op waardebehoud. 5. Investeringen in kindcentra die de huisvesting van maatschappelijke partners mogelijk maakt, worden op basis van voorfinanciering mogelijk gemaakt, mits de kosten en risico’s voor de gemeente een neutraal effect hebben. 6. In kindcentra gevestigde maatschappelijke partners betalen een kostprijsdekkende huur voor het gebruik van de maatschappelijke m2. Eerdere HPO besluiten verwerkt in het IHP De raad heeft afgelopen jaren al besloten om voor meerdere HPO-aanvragen van schoolbesturen krediet beschikbaar te stellen.
Veelal is bouwkrediet verstrekt voor bouwplannen die nog ontwikkeld moeten worden. Dit is eerst verwerkt in de uitwerking en doorrekening van het IHP. Totaal is op dit moment € 78 miljoen daarvoor al in de begroting opgenomen. Om het totale programma uit te voeren en op projectniveau toereikend krediet beschikbaar te kunnen stellen zijn nog wel aanpassingen nodig. Die zijn eveneens verwerkt in de doorrekening van het nu voorliggende IHP. Beoogd effect Met de voorliggende uitwerking van de visie naar uitvoeringsprogramma zorgt de gemeente voor duidelijke strategische beleidskaders. Daarmee sturen we op een kwalitatieve verbetering van de onderwijshuisvesting in het primair en speciaal onderwijs. Waarin we naast het regelen van de basis (duurzame en toekomstbestendige gebouwen) ook door middel van aanvullend beleid (zoals IKCvorming en inclusie) onze maatschappelijke doelstelling vertalen naar tastbare en werkende onderwijsomgevingen. Hiermee draagt het bij aan de inhoudelijke visie op het onderwijs van Roosendaal: goed en passend toekomstgericht onderwijs voor iedereen dichtbij. Argumenten 1.1 Het IHP heeft een breed draagvlak. De Visie en het IHP zijn opgesteld met en omarmd door de partners in het onderwijsveld.
De schoolbesturen van het primair- en (voortgezet) speciaal onderwijs, kinderopvangpartners en het samenwerkingsverband (SWV) Roosendaal - Moerdijk hebben hun bijdrage geleverd en hebben zich verenigd met de uitwerking. 1.2 Dit beleid geeft strategische beleidskaders die voortkomen uit een breed gedragen visie. Nieuwe aanvragen voor het HuisvestingsProgramma Onderwijs (HPO) moeten beleidsmatig beoordeeld worden voordat deze in het uitvoeringsprogramma toegevoegd worden. De toekomstige huisvestingsbehoeften van scholen zijn voorspelbaar in kaart gebracht voor een langere periode. Hierdoor zijn we beter in staat om tijdig vanuit integrale afwegingen te anticiperen op veranderingen en ontwikkelingen. Het voorliggende beleid helpt de gemeente en schoolbesturen dan ook om te komen tot een goede afweging. 1.3 Het IHP vormt een samenhangend totaaloverzicht in plannen en planningen. Op basis van nu bekende ontwikkelingen in een gebied/kern en de vertaling van de visie zijn scenario’s geformuleerd en vastgelegd. Wijzigingen hierin worden onder regie van de gemeente in gezamenlijkheid onderbouwd, zodat de raad tot besluitvorming kan komen. Het gaat dan bijvoorbeeld over wijzigingen in relatie tot aanvullende woningbouwontwikkeling en de gevolgen voor de populatie in een wijk.
We hebben hiermee voor nu een integraal en duidelijk kader, maar houden bij de uitvoering oog voor de ontwikkelingen. Flexibiliteit blijft daarmee mogelijk. Het IHP actualiseren we in elk geval vierjaarlijks.
Toelichting raadsvoorstel aan de raad van de gemeente Roosendaal
1.4 We handelen vanuit de principes van duurzaam ondernemen in vastgoed. Het investeren en exploiteren van onderwijshuisvesting vraagt om een planmatige en doelmatige aanpak. Met schaarse middelen moeten verantwoorde keuzes gemaakt worden om gebouwen langdurig functioneel en waardevol te kunnen blijven gebruiken en hergebruiken. Door zowel de investerings- en exploitatieaanpak in het IHP vast te leggen kan gestuurd worden vanuit Total Cost of Ownership en het verkrijgen van inzicht in restwaarde. Doel daarbij is om te handelen vanuit de principes van duurzaam ondernemen in vastgoed. Op basis hiervan kan betere afstemming plaatsvinden over langdurige betaalbaarheid en kunnen realistische (financiële) keuzes worden gemaakt die transparant en verantwoord zijn. 1.5 Fasering en temporiseren maakt het realiseren van een omvangrijk en ambitieus programma beter behapbaar Van alle betrokken partijen vraagt de uitvoering van het programma een grote inspanning. Als basis is daarom aangehouden om met een tempo te plannen van 2 á 3 grote projecten per jaar. Daarbij is ook rekenschap gegeven aan de personele capaciteit die het IHP vraagt en de financiële uitdagingen die bij de gemeente aan de orde zijn. 1.6 Er is gerekend met een realistische kostennorm die toereikend en kaderstellend is.
In het verleden hanteerden we VNG-normbedragen voor het berekenen van budgetten voor onderwijshuisvesting. Deze bedragen blijken vaak ontoereikend. De rijksbijdrage sluit niet aan op de toenemende kosten waar gemeenten mee te maken hebben. Getuige ook de onlangs op de ledenvergadering van de VNG aangenomen motie ‘Compensatie Onderwijshuisvesting’. In het IHP is vastgelegd dat op basis van de HEVO-kostenconfigurator een financiële doorrekening wordt gemaakt om te komen tot een kaderstellend budget voor het schoolbestuur. De uitgangspunten voor de gehanteerde normkosten sluiten aan bij de beleidskaders die in de vastgestelde visie zijn vastgelegd. Daarmee is er een transparante en realistische kaderstelling voor huisvestingprojecten, waarvoor draagvlak is bij de schoolbesturen. 2.1 Het afsprakenkader biedt voor alle betrokken organisaties een goede basis. Kindcentra zijn geen bedrijfsverzamelgebouwen waar verschillende partijen onder hetzelfde dak gehuisvest zijn, Kindcentra ‘fuseert’ in wezen organisaties met elkaar. Partijen gaan langjarige afspraken met elkaar maken. Echter, wet- en regelgeving is gebaseerd op gescheiden stelsels voor onderwijs en kinderopvang. In de Wet Markt en Overheid zijn eveneens zaken vastgelegd waarmee rekening gehouden moet worden bij inzet van gemeentelijke middelen om de realisatie van kindcentra mogelijk te maken.
Het vastleggen van duidelijke afspraken in het afsprakenkader is voor de gemeente van belang om risico’s inzichtelijk en beheersbaar te maken. 3.1 Voorzieningen voor bewegingsonderwijs zijn niet los te zien van accommodatiebeleid voor sportvoorzieningen. Het is de verantwoordelijkheid van gemeenten om te voorzien in voldoende en goede voorzieningen voor bewegingsonderwijs. Meerdere oude gymzalen die los in de wijk staan of aan een schoollocatie verbonden zijn voldoen (op termijn) niet meer, kennen beperkingen qua bruikbaarheid of lenen zich minder goed voor zaalsport- en andere doeleinden. Medegebruik van gymzalen is daardoor veelal beperkt, terwijl dit wel wenselijk is vanwege de investeringskosten en exploitatielasten. Daarbij is er in Roosendaal een behoefte aan extra sporthalcapaciteit. Nader onderzoek is nodig om verantwoorde keuzes te maken over hoe, waar en wat nodig is om bewegingsonderwijs modern en inspirerend te faciliteren. Daarbij moeten ook (tijdelijke) oplossingen in acht genomen worden voor de actuele knelpunten die ontstaan. 4.1 Met het verhogen van de kwaliteit van onderwijshuisvesting leggen we een stevige basis voor een langere levensduur van voorzieningen. In het IHP zijn hoge eisen gesteld aan de kwaliteit van huisvestingsprojecten. Deze zetten in op duurzaam materiaalgebruik, een langere levensduur van voorzieningen en circulaire mogelijkheden.
Als uitgangspunt is gesteld dat voorzieningen 60 jaar functioneel bruikbaar moeten zijn voor onderwijs. Investeringen voor duurzame voorzieningen kunnen afgeschreven worden over een langere periode (50 jaar). Vanaf het 30e levensjaar wordt in samenwerking met
Toelichting raadsvoorstel aan de raad van de gemeente Roosendaal
schoolbesturen geanticipeerd op het nemen van technische maatregelen om de levensduur van minimaal 60 jaar te borgen. Het nemen van economische maatregelen om de levensduur efficiënt (nog verder) te verlengen worden daarin meegenomen. 4.2 De raad kan besluiten af te wijken van bepalingen in het afschrijvingsbeleid. Het afschrijvingsbeleid van de gemeente Roosendaal is vastgelegd in de Verordening financieel beleid, beheer en organisatie (artikel 212 Gemeentewet) Gemeente Roosendaal 2023. Daarin is nu opgenomen dat scholen in 40 jaar worden afgeschreven. Uw gemeenteraad kan besluiten hiervan af te wijken. De actualisatie van de financiële verordening is ambtelijk al in voorbereiding. Na het besluit over dit IHP wordt de nieuwe termijn daarin verwerkt. 5.1. Bij recent gerealiseerde bouwprojecten is al grotendeels rekening gehouden met duurzame- en circulaire uitgangspunten. De kwaliteit van de recent vernieuwde voorzieningen (vanaf 2018) wordt als voldoende duurzaam beoordeeld om over 50 jaar economisch af te schrijven. Daarnaast is bij meerdere voorzieningen al rekening gehouden met circulaire principes, aanpasbaarheid en mogelijkheden die levensduurverlenging eenvoudig(er) mogelijk maken. KPO kindcentrum De Stappen behoort op dit moment zelfs tot één van de meest duurzame (onderwijs)gebouwen in de regio. 5.2.
Het past bij de inhoudelijke inzet op levensduurverlenging en biedt financiële ruimte In het IHP is opgenomen dat het verlengen van de levensduur en het behouden van de primaire functie bij bestaande (onderwijs)gebouwen de aanvankelijke doelstellingen van schoolbesturen en gemeente zijn. In die lijn richten we ons ook bij reeds gerealiseerde scholen op levensduurverlenging. Het is daarom passend ook voor deze kwalitatief goede gebouwen een hogere levensduur aan te houden. Dit betekent dat de afschrijvingslasten over meer jaren worden uitgesmeerd en jaarlijks dus een lager bedrag wordt afgeschreven. Het voordeel van deze aanpassing is € 157.000 per jaar. 6.1 Op basis van het scenario is in 2025 en 2026 meer benodigd dan nu in de reserve zit Op basis van het scenario is voor diverse scholen de komende jaren tijdelijke huisvesting benodigd. In totaal gaat het om een bedrag van € 2,9 miljoen. In de Bestemmingsreserve Onderwijshuisvesting is hiervoor circa € 1,5 miljoen beschikbaar. Om die reden is bijstorting benodigd, zodat de kosten in eerste jaren gedekt zijn. 6.2 Op basis van de Begroting 2025 zit nog circa € 15 miljoen aan vrije ruimte in de Algemene Reserve De Algemene Reserve dient van voldoende omvang te zijn om de risico’s van de gemeente op te kunnen vangen. Daarom is circa € 10 miljoen niet vrij aanwendbaar.
Op basis van de Begroting 2025 is de omvang van de Algemene Reserve € 25 miljoen, en is dus € 15 miljoen aanwendbaar. 7.1 De komende jaren blijven incidentele middelen benodigd In het uitvoeringsprogramma wordt ingezet op slimme fasering, zodat tijdelijke huisvesting beperkt wordt. Deze is echter niet te voorkomen. In het scenario is in beeld gebracht op welke plekken de komende jaren een tijdelijke huisvestingsopgave ligt, hiervoor wordt bij het vorige beslispunt voorgesteld de Bestemmingsreserve op te hogen. Daarnaast geldt dat de bedragen voor eerste inrichting van nieuwe schoolgebouwen en diverse sloopkosten ook als incidentele kosten zijn aan te merken. Deze lasten dekken we ook uit de Bestemmingsreserve Onderwijshuisvesting. De verwachte uitgaven op basis van het scenario zijn groter dan de huidige omvang van de reserve. Dat betekent dat (stapsgewijs) bijstorting noodzakelijk is. Door deze werkwijze nemen de structurele lasten (structurele dotatie) niet toe en wordt gelijktijdig wel gespaard voor deze uitgaven. Binnen de P&C-cyclus wordt dit gemonitord. 7.2 Ondanks realistischere fasering bestaat de kans op uitloop van projecten Dat leidt dan tot – nu onvoorziene - incidentele voordelen bij een Bestuursrapportage of in de Jaarrekening.
Door deze bedragen op dat moment te reserveren binnen het beleidsveld is het effect op het rekeningresultaat beperkter en beter voorspelbaar. Zo blijven de toegekende middelen beschikbaar voor de opgave onderwijshuisvesting. Uw gemeenteraad behoudt het
Toelichting raadsvoorstel aan de raad van de gemeente Roosendaal
budgetrecht over de reserve en dient dus vooraf te besluiten over uitgaven die gedekt worden uit de reserve. 8.1 Binnen het scenario ontstaan de eerste jaren incidentele voordelen Binnen het scenario zijn de inschattingen voor de benodigde investeringen geactualiseerd, veelal opgehoogd. Daarnaast is de planning van verwachte ingebruikname ook voor enkele reeds verleende kredieten gewijzigd. In totaal leidt dat tot beperkte voordelen in 2025 en 2026 van respectievelijk € 1.000 en € 152.000. 9.1 In 2027 en 2028 leidt het IHP tot beperkt hogere lasten dan nu zijn begroot De hogere lasten van de nieuwe investeringen worden grotendeels opgevangen door de langere afschrijvingstermijn. Daarna resteert nog een beperkt tekort van circa € 125.000. In deze jaren sluit de Meerjarenbegroting 2025-2028 positief. 9.2 Op de langere termijn is de groei in kapitaallasten ook behapbaar en reëel. Over de gehele looptijd van het IHP bedragen de investeringen waaruit structurele afschrijvingslasten volgen (dus exclusief tijdelijke huisvesting) € 131,8 miljoen. Dat is circa € 54 miljoen meer dan waar nu al mee is gerekend in de meerjarenbegroting. Op termijn zou dat een bedrag van € 1 miljoen aan hogere afschrijvingslasten bedragen (gedeeld door 50 jaar). Daar tegenover staat dat in die jaren een aantal investeringen uit het verleden volledig zijn afgeschreven.
Dat dient als dekking beschouwt te worden. Na alle in dit voorstel genoemde maatregelen neemt de lastendruk na 2030 dan stapsgewijs op naar circa € 500.000 hogere lasten. 10.1 Voorfinanciering is meest passend Bij het vormen van kindcentra is het meest voorkomende scenario2 dat de gemeente investeert. De gemeente houdt op deze wijze het meest vast aan een regierol gebaseerd op de uitvoering van haar wettelijke taak met betrekking tot onderwijshuisvesting en sturing op haar eigen gemeentelijk beleid. In de verordening voorzieningen huisvesting onderwijs zal een regeling voor voorfinanciering verder uitgewerkt worden op basis van het voorliggende beleid. Schoolbesturen mogen vanuit wettelijke bestedingsbeperkingen niet alle lasten en risico’s hierbij voor hun rekening nemen. Dit vraagt wel om heldere en langlopende afspraken waarin de diverse verantwoordelijkheden passend bij de mogelijkheden en belangen zijn vastgelegd. Dit wordt meegenomen in de uitwerking van overeenkomsten en huurprijsbepaling. 11.1 Hiermee wijzigt uw gemeenteraad de begroting en sluit deze aan op het IHP Uw gemeenteraad heeft het budgetrecht. Daarom stelt uw gemeenteraad de begrotingswijziging vast. Daarmee worden financiële consequenties uit dit voorstel correct in de begroting verwerkt. 12.1 Bijlage 6 bevat financiële informatie die de aanbestedingsresultaten van bouwprojecten nadelig kan beïnvloeden.
Veelal is niet de gemeente bouwheer maar het schoolbestuur waaraan een beschikking wordt verstrekt. Om efficiënt de toegekende financiële middelen te besteden voeren schoolbesturen zelf hun inkoop- en aanbestedingsprocessen uit. Schoolbesturen kunnen niet optimaal gebruik maken van een prijs gedreven concurrentiestellingstrategie als een projectbegroting openbaar is voordat er contracten gesloten worden. Kanttekeningen 1.1 Schoolbesturen delen niet in alle scenario’s momenteel hetzelfde inzicht. Twee jaar intensief werken aan nieuw beleid heeft veel constructieve gesprekken opgeleverd. Ondanks dat er een brede gedeelde gezamenlijke basis ligt, is er op een aantal punten nog sprake van verschil in inzicht. Er zijn een aantal onderwerpen die om verdieping vragen. Vooral bij (gebieds-) ontwikkelingen is meer inzicht nodig om dilemma’s en verschillende opvattingen in 2
Zie voor alle andere mogelijke scenario’s voor investeren de handreiking ‘Gezamenlijke huisvesting onderwijs en kinderopvang juni 2022’.
Toelichting raadsvoorstel aan de raad van de gemeente Roosendaal
een breder perspectief te plaatsen en te komen tot integrale keuzes. Alle betrokken partijen delen dat hiervoor nog nader onderzoek dient plaats te vinden. Het gaat dan specifiek om het gebied Westrand-Weihoek en de voorzieningen voor bewegingsonderwijs, maar ook zal in gezamenlijkheid het kader voor huisvesting van maatschappelijke partners verder uitgewerkt en aangescherpt worden in uitvoeringsdocumenten. 1.2 € 131,8 miljoen investeren om toekomstbestendige voorzieningen te gaan realiseren leidt de komende jaren slechts tot een beperkt hogere begrotingsdruk. De gemeente en schoolbesturen staan voor een aanzienlijke opgave op onderwijshuisvesting. Op basis van de huidige kostenindicatoren is op prijspeil 2024 tot aan 2040 circa € 131,8 miljoen benodigd. Door toekomstbestendig te bouwen, te faseren en temporiseren is er een realistisch en betaalbaar plan uitgewerkt om de ambities waar te kunnen maken. 1.3 De bedragen zijn op basis van prijspeil 2024, de komende jaren zullen deze geïndexeerd worden De komende jaren zullen indexaties plaatsvinden op de benodigde kredieten. In het IHP is nu niet opgenomen hier alvast een inschatting van te maken en dat te reserveren. In de eerste plaats omdat dan alleen de hogere kosten opgenomen worden. Dat geeft een vertekend beeld.
De hogere baten voor deze indexatie vanuit het gemeentefonds worden pas bij de meicirculaires bekend en verwerkt in Kadernota’s. Op die momenten wordt gekeken naar de benodigde indexatie van kredieten. Daarnaast wordt via het IHP strakker gestuurd op doorlooptijden van kredieten. Schoolbesturen krijgen eerst een beperkt voorbereidingskrediet en pas op basis van nadere uitwerking een volledig krediet. Hierdoor wordt de tijd tussen aanvragen en uitvoeren een stuk korter en wordt het risico van meermaals indexeren verkleind. 1.4 Diverse kosten zijn nog niet meegenomen in de berekeningen. Denk hierbij aan kosten voor aankoop van grond, grondsanering, sloop, verhuiskosten en tijdelijke huisvesting. Gedeeltelijk zijn deze kosten incidenteel en te dekken uit de bestemmingsreserve of grondexploitatie (bij gebiedsontwikkeling). Enkele kosten zijn pas nauwkeurig in te schatten op basis van de individuele ontwerpen. Deze posten en dekking worden meegenomen bij de uitvoeringsplannen per schoolgebouw. Bij alle plannen is het streven deze kosten zo veel als mogelijk te beperken. 2.1 Het afsprakenkader vraagt om nadere uitwerking c.q. aanscherping. De gemeente heeft een wettelijke taak om scholen te voorzien in huisvesting. Die wettelijke taak heeft de gemeente niet ten aanzien van kinderopvang. Er worden steeds meer kindcentra gebouwd.
Dit is een stevige opgave voor gemeenten, scholen en kinderopvang. Er is (nog) geen landelijke regeling voor de gezamenlijke huisvesting. Het voorliggende afsprakenkader geeft hier wel richting aan. Het is geen dichtgetimmerd juridisch protocol met afdwingbare regels. Het is meer een hulpmiddel om gedurende de ontwikkelfase tot goede afspraken te komen. In het eerste kwartaal van 2025 en op basis van de ontwikkelingen bij IKC-vorming worden deze kaders verder uitgewerkt. 3.1 Voorzieningen voor bewegingsonderwijs, met name gymzalen die aan vervanging toe zijn, vallen nu buiten de uitvoeringsscope van het IHP. Het vervangen of nieuwbouwen van gymzalen, die los in een wijk staan, of bij een kindcentrum worden gebouwd vraagt om afwegingen in relatie tot nieuw accommodatiebeleid voor (zaal-) sportvoorzieningen. Dit is nog in ontwikkeling. Daarbij speelt een behoeftevraagstuk naar een nieuwe sporthal en plaatskeuze een belangrijke rol. Een sporthal is uitstekend inzetbaar om bewegingsonderwijs in te faciliteren, mits deze centraal gelegen is ten opzichte van meerdere onderwijsvoorzieningen. Er is een urgent knelpunt in het gebied Kroeven-Langdonk. Een onderzoeksopdracht wordt hiervoor opgepakt. Tegelijkertijd wordt in de denktank een vraag opgepakt om te onderzoeken wat nodig is om tot innovatiever, inclusiever en gezonder buitenbewegingsonderwijs te komen.
Op basis van nieuw accommodatiebeleid voor (zaal-) sportvoorzieningen en de uitkomst van de onderzoeksopdracht wordt een realistische financiële vertaalslag gemaakt. De financiële voorstellen hiervoor en ook de dekking ervan volgen dus op een later moment. Hier is in het IHP nu geen reservering voor gemaakt.
Toelichting raadsvoorstel aan de raad van de gemeente Roosendaal
4.1. Een langere verwachte levensduur vraagt dat het pand langer in stand wordt gehouden en leidt mogelijk tussentijds tot aanvullende kosten. Door toekomstbestendig en duurzaam te bouwen zetten gemeente en schoolbesturen in op verlenging van de levensduur naar minimaal 60 jaar. Daarom is in het IHP vastgelegd dat vanaf het 30e levensjaar overleg plaatsvindt over de uitvoering van onderhoudsplannen in relatie tot levensduur verlengende ingrepen (voor rekening van het schoolbestuur met een eventuele bijdrage van de gemeente). Wanneer een schoolgebouw eerder vervangen moet worden kan dat ertoe leiden dat er op dat moment nog boekwaardes resteren waarvoor dekking gevonden moet worden. 10.1 Voorfinanciering heeft een nadelig effect op de schuldquote Bij voorfinanciering van IKC-delen doet de gemeente de initiële investering. Deze krijgen we over de looptijd stapsgewijs terug. Voor die investering is er een kapitaalbehoefte. Als we veel vreemd vermogen moeten aantrekken, dan nemen de schulden en de bijbehorende rentelast toe. De hoogte van voorfinanciering voor IKC-delen hangt af van de nog uit te werken plannen van schoolbesturen en hun partners. Naar verwachting gaat het tot aan 2040 om een bandbreedte van circa 20 tot 30 miljoen euro.
10.2 De gemeente draagt het leegstandsrisico van IKC-delen In de visie van het IHP staat dat kinderopvang niet wijkt voor onderwijs, mits sprake is van een kostprijs dekkende huurafspraak. Het leegstandsrisico ligt bij de gemeente, zowel voor de kapitaallasten als de exploitatielasten van het kinderopvanggedeelte. Om dit risico te verkleinen wordt in de kostprijs dekkende huur een risico-opslag ingerekend. Ook dient goed toegezien te worden door de school op het naleven van de afspraken omtrent het dagelijks onderhoud. Deze en andere afspraken worden per school vastgelegd in de samenwerkingsovereenkomst en huurovereenkomst. Na vaststelling van het IHP worden hier modelovereenkomsten voor opgesteld. 10.3 De beleidskaders worden nog verwerkt in de Verordening Voorzieningen Onderwijshuisvesting Het afsprakenkader en de kaderstelling vanuit de Visie en IHP zijn nog niet verwerkt in de verordening. Na besluitvorming over voorliggend voorstel wordt de verordening beleidsrijk geactualiseerd, zodat deze weer actueel is. Dit voorkomt niet dat mogelijk discussies gaan plaatsvinden over bekostiging van IKC’s, tijdelijke huisvesting en dergelijke. Het is geen juridisch protocol met afdwingbare regels. Het is meer een hulpmiddel om gedurende de ontwikkelfase tot goede afspraken te komen.
Financiën 'Visie en IHP Roosendaal 2025 - 2040' omvat een totale investering van € 131,8 miljoen (op basis van prijspeil 2024). Hiervan is € 78 miljoen via eerdere besluitvorming in de meerjarenbegroting opgenomen binnen Programma 2 – B202 Onderwijshuisvesting. De overige investeringen tussen 2025 en 2040 nemen we in de komende jaren separaat op in het meerjarige investeringsplan dat voorgesteld wordt bij de behandeling van de programmabegroting. Om de begrotingsdruk door het IHP te beperken wordt in dit advies een aantal financiële maatregelen voorgesteld. Zo wordt vanuit kwalitatief en duurzaam bouwen voorgesteld om nieuwe investeringen, lopende investeringen en reeds gerealiseerde investeringen tussen 2018 en 2024 over 50 jaar af te schrijven. De tijdshorizon van het IHP rijkt verder dan de huidige meerjarenbegroting 2025 -2028. Het IHP maakt inzichtelijk welk investeringsvolume na die jaren te verwachten is. Tegelijkertijd komt er in die jaren ook financiële ruimte door vrijvallende kapitaallasten. Diverse eerder gedane investeringen zijn dan volledig afgeschreven. Per saldo stijgt de lastendruk – op basis van prijspeil 2024 – op lange termijn (na 2034) dan met circa € 500.000. Dit leidt tot de volgende financiële effecten op de exploitatie:
Toelichting raadsvoorstel aan de raad van de gemeente Roosendaal
Financiele effecten exploitatie IHP 2025 - 2040 (V = voordeel, N = nadeel) Omschrijving 2025 2026 2027 2028 Scenario (fasering) en afschrijvingstermijn V 182.000 V 461.000 V 183.000 V11.000 50 jaar afschrijven investeringen 2018-2024 V 157.000 V 157.000 V 157.000 V 157.000 Verwerken eerdere stelposten begroting N 338.000 N 466.000 N 465.000 N 278.000 Vrijvallende kapitaallasten na 2028 Totaal effect IHP V 1.000 V 152.000 N 125.000 N 110.000 Omschrijving 2029 2030 2031 2032 2033 2034 Scenario (fasering) en afschrijvingstermijn N 138.000 N 63.000 N 324.000 N 774.000 N 774.000 N 1.226.000 50 jaar afschrijven investeringen 2018-2024 V 157.000 V 157.000 V 157.000 V 157.000 V 157.000 V 157.000 Verwerken eerdere stelposten begroting Vrijvallende kapitaallasten na 2028 V 104.000 V 148.000 V 177.000 V 442.000 V 502.000 V 694.000 Totaal effect IHP V 123.000 V 242.000 V 9.000 N 175.000 N 115.000 N 375.000
Incidentele lasten en inzet bestemmingsreserve Aanvullend zijn in het IHP diverse incidentele uitgaven opgenomen, zie argument 8.1 Nu is doorgerekend dat tot en met 2026 circa € 3 miljoen benodigd is. Deze incidentele uitgaven zijn eerder niet opgenomen in de begroting. De kosten voor tijdelijke huisvesting na 2026 hangt sterk samen met de planvorming per schoolgebouw. Het beleid in onze gemeente is dat deze gedekt worden uit de Bestemmingsreserve Onderwijshuisvesting. Voorgesteld wordt om bij dit voorstel eenmalig € 1,5 miljoen bij te storten ter dekking van de nu berekende tijdelijke huisvesting tot en met 2026. Daarnaast wordt voorgesteld onvoorziene meevallers in komende jaren te storten in deze reserve, zodat de omvang voldoende blijft voor aanvullende verplichtingen. We monitoren de ontwikkelingen en doen in het vervolg, waar nodig, een passend voorstel. Uw gemeenteraad heeft het budgetrecht over reserves en dient dus vooraf te besluiten over uitgaven die gedekt worden uit de Bestemmingsreserve Onderwijshuisvesting. Voorfinanciering IKC In het afsprakenkader huisvesting maatschappelijke partners zijn de uitgangspunten vastgelegd hoe bij een IKC de aanvullende ruimten (naast onderwijsdeel) worden bekostigd. Bij de argumenten en kanttekeningen bij beslispunt 10 staat toegelicht dat tot aan 2040 een bedrag tussen de € 20 en € 30 miljoen voorfinanciering benodigd is.
Dit wordt via een kostprijsdekkende huur jaarlijks verrekend. Financiële doorrekening IHP op detailniveau In de geheime financiële bijlage treft u de financiële doorrekening van het scenario per schoolgebouw. Communicatie Communicatie over gemeentelijke besluitvorming is als agendapunt opgenomen bij overleggen met de bestuurders van de betrokkenen partners waarmee het ontwikkelen van dit beleid tot stand is gekomen. Nadat uw gemeenteraad de voorgelegde beleidsdocumenten heeft vastgesteld en heeft besloten over de financiële zaken in dit voorstel wordt in afstemming met de stuurgroep een persbericht verstuurd. Dit persbericht wordt voorbereid onder regie van portefeuillehouder. Participatie Het opstellen en uitwerking van dit beleid heeft in 2023 en 2024 plaatsgevonden door middel van een intensieve samenwerking met de schoolbesturen en kinderopvangorganisaties. Daarnaast zijn ook het Samenwerkingsverband PO, de Adviesraad Sociaal Domein en maatschappelijk partners op het gebied van jeugdzorg via participatie betrokken. Deze aanpak wordt verder voortgezet in 2025. De schoolbesturen van het Voortgezet Onderwijs en de Adviesraad Sociaal Domein Roosendaal zijn in reguliere periodieke (bestuurlijke) overleggen betrokken bij en geïnformeerd over de ontwikkeling van deze visie.
De Adviesraad heeft haar waardering uitgesproken over de beleidsrijke uitwerking van de visie en uitwerking van het uitgewerkte huisvestingsprogramma. Als nadrukkelijke aanbeveling is
Toelichting raadsvoorstel aan de raad van de gemeente Roosendaal
aangeven om voortvarend in de praktijk aan de slag te gaan met het implementeren van inclusiever onderwijs zodat kinderen al op (zeer) korte termijn mogelijkheden krijgen om thuisnabij naar school en opvang te kunnen gaan. Vervolg Op basis van het door de Raad vastgestelde beleidsdocumenten ‘Visie en IHP Roosendaal 2025 2040, eindversie, -afsprakenkader huisvesting maatschappelijke partners en -bewegingsonderwijs’, wordt de gemeentelijke verordening voorzieningen onderwijshuisvesting beleidsrijk geactualiseerd. Dit zal gebeuren op basis van de meest actuele VNG-modelverordening onderwijshuisvesting. Bij de actualisatie van de verordening financieel beleid, beheer en organisatie 2024 worden aanpassingen verwerkt waar deze betrekking hebben op de levensduur van onderwijsgebouwen. Het IHP maakt inzichtelijk dat de gemeente in de 1e en 2e IHP-periode voor de uitvoering van een omvangrijk programma staat. De komende jaren zullen achtereenvolgens meerdere projecten in voorbereiding en uitvoering zijn. Waarbij de complexiteit mede afhangt van de ontwikkelingen die er mee samenhangen in ruimtelijke- of maatschappelijke zin. De stuurgroep die ingericht is om te komen tot het ontwikkelen en uitwerken van de ‘Visie en IHP Roosendaal 2025 -2040’ wordt vooralsnog niet ontbonden.
Om bij de gemeentelijke organisatie voldoende personele capaciteit beschikbaar te maken en houden wordt vooralsnog rekening gehouden met een (tijdelijke) inzet van een projectleider die zicht specifiek richt op de gemeentelijke taken bij de uitvoering van het IHP. In de beleidsdocumenten zijn twee urgente onderzoeksvragen benoemd die voorbereid worden om in 2025 uitgevoerd te worden. Daarbij zal de stuurgroep die ingericht is om te komen tot het ontwikkelen en uitwerken van de ‘Visie en IHP Roosendaal 2025 -2040’ betrokken worden om de opdracht hiervoor nader te definiëren. Eveneens wordt, in samenhang met het actualiseren van de verordening onderwijshuisvesting invulling gegeven aan het uitwerken van (model)-overeenkomsten om afspraken tussen partijen onderling en gemeente en maatschappelijke partners consistent te kunnen vastleggen bij de vorming van kindcentra. Bijlagen Raadsvoorstel Bijlage 1: Visie kindcentra en IHP Roosendaal 2025 - 2040, -definitieve versieBijlage 2: Visie kindcentra en IHP Roosendaal 2025 - 2040, -afsprakenkader huisvesting maatschappelijke partners Bijlage 3: Visie kindcentra en IHP Roosendaal 2025 - 2040, -bewegingsonderwijsBijlage 4: Bijlagenboek, -factsheetsBijlage 5: Begrotingswijziging
Bijlage 6: Financiële doorrekening scenario’s en fasering IHP per onderwijslocatie (onder geheimhouding)