Toelichting raadsvoorstel wijziging APV.pdf
Tekst van het document
Toelichting raadsvoorstel aan de raad van de gemeente Roosendaal
Aanleiding
De laatste wijziging van de APV dateert van juni 2020. Inmiddels zijn er nieuwe ontwikkelingen die vragen om een aanpassing van deze verordening. Naast dit voorstel tot wijziging van de APV hebben wij besloten de beleidsregel toetsing van meldingen voor uitwegen te wijzigen, het besluit waarbij wegen en plaatsen worden aangewezen waar het verboden is te bedelen uit te breiden met een aantal nieuwe locaties, willen we plaatsen aanwijzen waar lachgasgebruik te allen tijde verboden is.
Beoogd effect
Onze samenleving verandert snel. Internationale en nationale ontwikkelingen noodzaken tot het voortdurend aanpassen van onze nationale en lokale wet- en regelgeving. Dat geldt in het bijzonder voor wetten en regels op gebied van openbare en veiligheid. De APV is dé lokale verordening waarin in het kader van die openbare en veiligheid regels van velerlei aard zijn opgenomen. Die regels mogen niet in strijd zijn met landelijke wet- en regelgeving. Het is van groot belang die regels continue aan te passen aan de nieuwe ontwikkelingen (o.a. de aanpak van ondermijnende criminaliteit) en ook nieuwe (juridische) eisen vanuit europese en landelijke wetgeving en jurisprudentie. Daarom wordt nu een jaar na de laatste wijziging van de APV opnieuw voorgesteld de APV te wijzigen. Argumenten
1.1.In de APV wordt een nieuwe bepaling opgenomen die het expliciet mogelijk maakt op te treden tegen de verkoop en het gebruik van lachgas in de openbare ruimte. De verkoop en het gebruik van lachgas leiden in toenemende mate tot overlast en zelfs tot gevaarlijke situaties voor gebruikers en anderen (denk aan gebruik van lachgas in het verkeer).Tot op heden hebben wij in navolging van de VNG geen redenen gezien om het gebruik van lachgas in het openbaar gebied verder te beperken (behoudens het opnemen van voorwaarden aan evenementvergunningen). De verwachting was immers dat er eind 2020 een landelijke aanpassing van de opiumwetgeving zou plaatsvinden door lachgas aan lijst II bij de Opiumwet toe te voegen en de eigenlijke (normale) toepassingen van lachgas van het Opiumwetverbod uit te zonderen. Bovendien liet de VNG eerder weten dat artikel 2:74a van de APV voldoende mogelijkheden zou bieden om tegen het gebruik van lachgas in het openbaar gebied op te treden. Het wetgevingsproces duurt echter langer dan voorzien. Vanwege de demissionaire status van het kabinet zal het besluit over het tot stand brengen van regelgeving op het gebied van het voorgenomen lachgasverbod worden overgelaten aan een nieuw kabinet. Dit betekent dat de verwachting vanuit het rijk vooralsnog is dat er geen aangepaste regelgeving zal worden ingevoerd voor het voorjaar van 2022.
De laatste stand van zaken is nu dat de VNG adviseert om naast artikel 2:74a in de ModelAPV ook een nieuwe modelbepaling op te nemen (artikel 2:48a). Beide artikelen zijn inmiddels voorzien van een feitcode (artikel 2:48a per 1 november 2021) zodat daarmede
Toelichting raadsvoorstel aan de raad van de gemeente Roosendaal
effectiever kan worden opgetreden door politie en justitie. Wij stellen voor dit advies over te nemen.. Het nieuwe artikel 248a lid 1 biedt de mogelijkheid om op te treden tegen het gebruik van lachgas als kan worden aangetoond dat dit leidt tot overlast. Het 2e lid geeft de mogelijkheid om een gebied aan te wijzen waar het gebruik te allen tijde verboden is. De politie hoeft in die gevallen bij het opmaken van proces-verbaal niet meer te constateren dat daadwerkelijk sprake is van overlast. De politie constateert in haar acties dat in een aantal gebieden regelmatig sprake is van overlast als gevolg van lachgas gebruik en adviseert ons college gebruik te maken van het 2e lid en deze gebieden aan te wijzen als gebieden waar lachgasgebruik te allen tijde verboden is. Dit advies nemen we over. Daarnaast stellen wij voor de huidige artikelen 2:74 t/m 274d die betrekking hebben op drugsoverlast maar op enkele kleine onderdelen afwijken van de modelverordening van de VNG te harmoniseren naar het model van de VNG. 1.2.Er wordt een nieuwe bepaling opgenomen in de APV die het mogelijk maakt op te treden tegen clubkleding van OMG’s ( Outlaw Motorcycle Gangs) In het kader van de aanpak van ondermijnende criminaliteit heeft het Openbaar Ministerie bij de rechter civiele verboden gevraagd en gekregen tegen enkele motorclubs.
Maar wat te doen wanneer een lid van een verboden club het bij die club horende jasje, ook wel ‘colors’ genoemd, in het openbaar blijft dragen? In de fase dat de verbodenverklaring onherroepelijk is geworden, kan een (dreigende) overtreding van de strafbepaling (vrees voor) een verstoring van de openbare orde opleveren. Gelet hierop kan de burgemeester in beginsel gebruik maken van zijn orderechtelijke bevoegdheden. Te denken valt aan de handhaving op clublocaties, bij evenementen en ‘ride outs’, noodbevelen, gebiedsontzeggingen of cameratoezicht). Veel gemeenten hebben in aanvulling hierop in de APV een bepaling opgenomen dat uiterlijke kenmerken van verboden organisaties niet zijn toegestaan in de openbare ruimte. Het Landelijk Strategisch Overleg integrale aanpak OMG’s (LSO) juicht deze initiatieven toe omdat in geval van een overtreding de politie dan direct kan optreden. Op advies van de VNG en de politie-eenheid Zeeland-West-Brabant wordt nu voorgesteld artikel 2:26 van de APV dat betrekking heeft op ordeverstoring bij evenementen aan te vullen met een voorschrift dat het verbiedt om bij evenementen zichtbaar kleding te dragen met beeldkenmerken van een organisatie die door de rechter is verboden. Daarnaast wordt een nieuw artikel 2:50a toegevoegd dat hetzelfde regelt voor het in het openbaar gebied of in een publieke ruimte dragen van dergelijke kleding.
1.3 De APV wordt aangepast aan verschillende updates van de VNG modelverordening. Het betreft hoofdzakelijk aanpassingen van technische-juridische en redactionele aard, die deels al waren verwerkt in onze huidige APV.
Toelichting raadsvoorstel aan de raad van de gemeente Roosendaal
Inhoudelijk vermeldenswaard is dat ook het crossen op crossterreinen buiten wedstrijdverband wordt verboden. Crossen mag alleen op terreinen die daartoe door het college zijn aangewezen. Verwezen wordt naar het concept-wijzigingsbesluit APV opgenomen in de bijlagen. 1.4. De APV wordt aangepast in verband met de inwerkingtreding van de nieuwe Alcoholwet per 1 juli jl. Met ingang van 1 juli jl is de Drank-Horecawet vervangen door de Alcoholwet. Bijgevoegd is is een notitie van de VNG waarin de belangrijkste wijzigingen zijn toegelicht. In verband met die wijziging dient ook de APV op enkele punten redactioneel te worden aangepast. Vanwege de nieuwe wettelijke regel dat met prijsacties voor alcoholhoudende drank maximaal 25 % korting mag worden gegeven op de reguliere prijs mag ook bij zogenaamde “happy hours”” maar een maximale korting worden gegeven van 25%. Ook dit wordt aangepast in de APV. Over invoering van deze wet heeft inmiddels afstemming plaatsgevonden met KHN- afdeling Roosendaal. 2.1. De spelregels voor het maken van een uitweg worden aangepast. In de APV is bepaald dat alvorens een uitweg te realiseren dit gemeld moet worden. Als daartoe vanuit openbare orde en (verkeersveiligheid) aanleiding toe bestaat kan de uitweg worden verboden of kunnen daaraan voorwaarden worden gesteld. Het toetsingskader is vastgelegd in beleidsregels.
Om diverse redenen is het gewenst deze beleidsregels voor de toetsing van de melding voor een uitweg aan te passen. De belangrijkste wijziging is dat uitwegen - behoudens bijzondere situaties - voor woningen niet breder mogen zijn dan 4 meter en voor bedrijven 15 meter. Verder wordt nog explicieter in de beleidsregel tot uitdrukking gebracht dat alle kosten die de gemeente moet maken i.v.m. de uitweg in rekening worden gebracht. Voor de aanleg van een uitweg t.b.v. een woning worden vaste tarieven in rekening gebracht (te vinden op de website). Tenslotte wordt de toetsing van meldingen aangescherpt met name ter bescherming van openbaar groen en de aanwezigheid van openbare verlichting. Daarbij wordt ook verwezen naar het in het kader van de klimaatverandering vastgestelde beleidskader Roosendaal Natuurstad. 3.1. Het besluit van het college waarin is geregeld waar het verboden is te bedelen wordt uitgebreid met een aantal nieuwe locaties. In het nu geldende aanwijzingsbesluit is het centrum als locatie aangewezen waar niet mag worden gebedeld. Toezichthouders en politie treffen de laatste tijd regelmatig bedelaars aan die buiten dit gebied staan te bedelen. Hierop kunnen zij niet handhaven. Op advies van politie en boa’s hebben wij besloten een aantal nieuwe locaties toe voegen waar het niet langer wordt toegestaan om te bedelen.
Het betreft gebieden rondom de wijkwinkelcentra, Rosada en rond de supermarkt in Wouw. Financiën
Toelichting raadsvoorstel aan de raad van de gemeente Roosendaal
De wijziging van de APV brengt geen extra kosten met zich mee. Toezicht, handhaving en vergunningverlening vindt plaats binnen de reguliere budgetten. Wel zullen enkele accentverschuivingen optreden o.a. omdat sommige toezicht- en handhavingstaken rond de uitvoering van de nieuwe Alcoholwet over worden gedragen aan de NVWA, maar dat zal niet leiden tot een vermindering van toezichtstaken door Toezicht en Handhaving. Communicatie De wijzigingen van de APV en de beleidsregels zullen worden gecommuniceerd met een persbericht. Daarnaast worden burgers en bedrijven op maat (na besluitvorming door de raad) via de website op de hoogte worden gebracht van de voor hen belangrijkste wijzigingen. Dit is maatwerk omdat met de inwerkingtreding van de Alcoholwet tal van producten een aanvraagformulieren op onze website moeten worden aangepast. Met KHNAfdeling Roosendaal zijn daarnaast afspraken gemaakt over de communicatie en informatie naar horecaondernemingen. Met de politie is vooraf overleg gepleegd over deze voorstellen.