CConstaterende datRoosendaal
Koppel je AI →
Document · PDF

Overdrachtsdocument gemeenteraad.pdf

Gemeenteraad 29 maart 2022, gemeente RoosendaalBij agendapunt: 3a.: Voorstel 19 - Overdrachtsdocument gemeenteraad Roosendaal 2018-20227.385 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

In het vooruitzicht van de vernieuwing Overdrachtsdocument gemeenteraad Roosendaal

De enquête

Pagina 1 van 28

Deze rapportage werd opgesteld door het Periklesinstituut in opdracht van de gemeenteraad van Roosendaal

© Periklesinstituut / Gemeente Roosendaal 2022

In het vooruitzicht van de vernieuwing Overdrachtsdocument van de oude naar de nieuwe raad

Inleiding

5

De enquête

6

Opzet van de enquête

6

Samenvatting

7

Aanbevelingen

7

De resultaten

8

De raadsbijeenkomst

10

Bestuurlijke verhoudingen

10

Tevredenheid

13

Gebruik van raadsinstrumenten

18

Thema’s voor de volgende periode

20

Aanbevelingen

22

Inleiding ‘Het leven is wat je overkomt waneer je andere plannen maakt,’ zong John Lennon eens. Vrij naar hem: politiek bedrijven is wat je overkomt wanneer je met elkaar de gemeente bestuurt. Raden, maar ook de dagelijks bestuurders van de gemeente in het college zijn goeddeels vooral met ‘de inhoud’ van beleid bezig. En toch weet iedereen dat het verstandig is, om af-en-toe ook eens stil te staan bij hoe dat beleid tot stand komt. Hoe bedrijf je politiek? Met deze rapportage wordt een antwoord gezocht op die vraag. In opdracht van de gemeenteraad enquêteerde het Periklesinstituut de raadsleden over de afgelopen bestuursperiode: hoe hebben zij deze ervaren? Middels een schriftelijke enquête verzamelden we opinies over de inrichting van het besluitvormingsproces en de manier waarop die vergaderstructuur en de raadsinstrumenten zijn gebruikt. Dat gaat over hoe men met elkaar omgaat, wederzijdse verwachtingen in het gemeentebestuur en de (ervaren) kwaliteit van de politieke besluitvorming. In deze rapportage zijn de ervaringen daartoe gebundeld. De resultaten zijn aan 11 leden gepresenteerd en met hen besproken op de raadsbijeenkomst van 11 februari 2022. Daarnaast hebben de leden deze vertaald in aanbevelingen voor de nieuwe raad.

Daarmee zijn de ervaringen de basis geweest voor dit overdrachtsdocument en de aanbevelingen aan de na de gemeenteraadsverkiezingen van 2022 intredende raad. Deze adviezen zijn bestemd voor de rechtsopvolger van de huidige raad: de nieuwe raad, die na de gemeenteraadsverkiezingen van 16 maart 2022 door de kiesgerechtigden inwoners van Roosendaal wordt aangewezen. Het is de verwachting van de gemeenteraad en de opstellers van deze rapportage dat de aanbevelingen in dit rapport hen helpt een voortvarende start te maken van een vruchtbare bestuursperiode. De samenstelling van de enquête, het programmeren van de raadsbijeenkomst en de totstandkoming van deze rapportage zijn uitgevoerd in samenwerking met de raadsgrif e van Roosendaal.

Leeswijzer In deze rapportage leest u eerst over de de opbouw en de totstandkoming van de enquête. Daarna volgt een samenvatting van de resultaten en de duiding die door de raadsleden is gegeven tijdens de bijeenkomst op 11 februari 2022. De samenvatting bevat een opsomming van de aanbevelingen. In het hoofdstuk daarna worden alle enquêteresultaten gegeven, inclusief een korte toelichting. Het laatste deel van deze rapportage bevat de aanbevelingen.

Pagina 5 van 28

fi

Inleiding

De enquête Voor de enquête is gebruik gemaakt van verschillende vraagtechnieken. Korte open vragen, meerkeuze-vragen en stellingen werden toegepast. Bij sommige vragensets kwamen meerdere thema’s aan bod, en bij anderen lag de focus juist op één thema. De volgende onderwerpen of thema’s kwamen erin aan bod: • Kwaliteit van de politieke besluitvorming • Bestuurscultuur • Werkdruk • Spreektijden • Raadsinstrumenten

Opzet van de enquête Bij de verschillende vragensets is gekeken naar de gemiddelde uitkomst. Daarnaast bestudeerden we de afwijkingsgemiddelden tussen de antwoorden om te zien waar de verschillen liggen. Daarnaast hebben we verschillende ‘controlevragen’ ingebouwd, om te zien of de gegeven antwoorden consistent zijn, of een consistent beeld geven van de punten waarop men van mening verschilt.

Respondenten Aan de enquête deden 32 deelnemers mee, 28 raadsleden en vier burgerraadsleden. Van alle enquêtes zijn er vier niet volledig ingevuld. Deze zijn niet meegeteld in de eindresultaten. Het is niet met zekerheid te zeggen of de afgebroken enquêtes bijvoorbeeld eerdere pogingen zijn van mensen die later de enquête alsnog hebben ingevuld. Daarnaast moeten sommige resultaten in samenhang worden beschouwd. Deze antwoorden meewegen bij de eindconclusie, vertekent het beeld.

De bijeenkomst Na het verzamelen en bestuderen van de resultaten, organiseerden we in samenwerking met de grif e een bijeenkomst op 11 februari waar alle raadsleden voor waren uitgenodigd. Elf raadsleden waren aanwezig, evenals de (interim)grif er, de raadsadviseur en de burgemeester als raadsvoorzitter. Tijdens de bijeenkomst werden aan de deelnemers die resultaten gepresenteerd, die door het Periklesinstituut als meest opvallend waren bevonden. Deze zijn met hen besproken en waar zij het nodig achten geduid. Men trok er – gezamenlijk – conclusies uit. Na het bespreken van de resultaten is de deelnemers gevraagd na te denken over welke aanbevelingen ze wilden formuleren. Deze zijn tijdens de bijeenkomst door de deelnemers toegelicht en waar het kon gebundeld. De aanbevelingen staan opgesomd op de pagina 7 en woorden vanaf pagina 22 toelicht.

Pagina 6 van 28

fi

fi

Inleiding

Samenvatting De raadsleden van Roosendaal hebben voor deel deze bestuursperiode als beperkend ervaren. In veel van de resultaten komt naar voren dat men het gevoel had dat de scheiding tussen ‘coalitie’ en ‘oppositie’ het open debat in de weg zat. Het levert bij de enquêteresultaten een ‘gespleten’ beeld op. De ene helft van de gemeenteraad geeft aan redelijk tevreden te zijn over deze bestuursperiode, de ander is ontevreden geweest. De raadsleden voelen een grote verantwoordelijkheid, ze zijn immers het hoogste bestuursorgaan van de gemeente. Toch vindt niet ieder raadslid het makkelijk om verantwoording af te leggen over de uitkomst van debatten en stemmingen. Stemverhoudingen, zegt men, worden daarvoor te veel beïnvloed door coalitie-oppositieverhoudingen. Mede hierdoor heeft de raad het gevoel ‘geleefd’ te zijn en minder goed zelf in staat te zijn de (politieke) agenda te bepalen. Met teleurstelling kijkt men terug op het feitelijk mislukken van de raadsagenda. Met deze agenda wilde de raad zelf sturing geven aan inhoudelijke debatten over onderwerpen waar de raadsfracties juist onderling over van mening verschilden; het moest leiden tot inhoudelijke debatten in de raad. Er is in de afgelopen bestuursperiode slechts één van deze onderwerpen behandeld.

Daarnaast denkt de raad scherper te kunnen worden in het gebruik van raadsinstrumenten zoals de verschillende soorten moties en amendementen. Men hoopt bij de volgende bestuursperiode op een meer ontspannen sfeer. Het elkaar vaak niet lijfelijk kunnen ontmoeten als gevolg van de corona-maatregelen, tijdens maar vooral vóór en ná vergaderingen, heeft het samen politiek kunnen bedrijven geen goed gedaan. Dit is natuurlijk een logisch gevolg van de maatregelen om besmetting met het corona-virus tegen te gaan, en derhalve onontkoombaar geweest. Dat verandert er niets aan dat de volgende bestuursperiode de goede verstandhouding en zelfs humor in het debat de politieke oordeelen besluitvorming zullen helpen en het vergaderen zullen vergemakkelijken.

Aanbevelingen 1. Investeer in de onderlinge verhoudingen 2. Debatteer in open en ontspannen sfeer waar humor ook gepast is 3. Evalueer ook het besluitvormingsproces 4. Coach voorzitters 5. Luister naar elkaar, reageer respectvol 6. Coach elkaar, investeer in kennis van de raadsinstrumenten en het gebruik van spreektijden 7. Stel een inhoudelijke agenda op en let op de vergaderdrukte 8. Organiseer effectiever thema- en beeldvormende bijeenkomsten 9. Zorg voor goede ondersteuning 10. Blijf als één raad opereren, schep verwachtingen bij het college en houdt contact met de samenleving

De resultaten Drie open vragen, achtendertig stellingen over de bestuurscultuur. Een selectievraag over inhoudelijke thema’s en deelvragen over spreektijden en raadsinstrumenten. In dit deel worden alle resultaten van de gehouden schriftelijke enquête gepresenteerd en toegelicht. Voor de enquête is gebruik gemaakt van verschillende vraagtechnieken. Korte open vragen, meerkeuze-vragen en stellingen werden toegepast. Bij sommige vragensets kwamen meerdere thema’s aan bod, en bij anderen lag de focus juist op één thema. Voorafgaand aan het opstellen van dit verslag, selecteerde de onderzoekers van het Periklesinstituut de meest opvallende resultaten. Zij maakte deze selectie op basis van drie uitgangspunten.

• Stellingen met een hoog afwijkingsgemiddelde • Opvallende uitkomsten in vergelijking met andere opgaven in de enquête • Opvallende uitkomsten in vergelijking met dezelfde of vergelijkbare opgaven uit enquêtes bij andere gemeenten

Hoog afwijkingsgemiddelde Bij de stellingen werd de deelnemers gevraagd deze te beoordelen op een schaal van -5 tot +5, waarbij -5 staat voor volledig oneens met de stelling en +5 voor volledig eens met de stelling. De uitkomsten geven samen een gemiddelde. Daarnaast berekenden we met het afwijkingsgemiddelde in hoeverre de individuele beoordelingen uiteen liggen, de zogeheten standaarddeviatie. Hoe hoger dit cijfer is, hoe meer de deelnemers het oneens zijn over de stelling. Immers als het gemiddelde ‘1’ is, kan dat betekenen dat twee mensen een 1 hebben gegeven, de afwijking is in dat geval 0. Echter, als één iemand een vijf heeft gegeven en de ander een -3, is het gemiddelde óók ‘1’. De afwijking is hier dan echter ‘2’, men is het dan dus totaal niet eens met elkaar over de beoordeling van de stelling. Bij de selectie van de resultaten wogen hoge afwijkingsgemiddelden, bijvoorbeeld hoger dan 2, mee.

Interne uitschieters De resultaten geven in de regel een globaal beeld van hoe de enquête is ingevuld. Het komt voor dat resultaten uitschieten boven de andere vragen in de enquête. Bijvoorbeeld stellingen met een extreem hoog of extreem laag gemiddelde. Dit is een aanwijzing dat de stelling bij de raad als geheel wat losmaakte, bijvoorbeeld omdat met het een belangrijk thema acht. Ook het afwijkingsgemiddelde kan opvallend scoren. Bijzonder hoge afwijkingsgemiddelden, zoals hierboven beschreven hebben de aandacht van de onderzoekers. Maar ook relatief lage afwijkingsgemiddelden – dus in verhouding met de andere afwijkingsgemiddelden – zijn meestal onderwerp voor een raadsbijeenkomst.

De resultaten

Pagina 8 van 28

Vergelijkingen met andere enquêtes Het Periklesinstituut voert tijdens een bestuursperiode tientallen raadstevredenheidsonderzoeken uit. Hierdoor zijn we ook in staat resultaten bij dezelfde stellingen of bij vergelijkbare thema's onderling te vergelijken. Bij het bestuderen van de enquête resultaten legt de onderzoeker de resultaten naast resultaten van andere gemeenteraden. Opvallende afwijkingen kunnen worden opgenomen bij de opzet van een raadsbijeenkomst. Daar wordt de afwijking aan de raad voorgelegd en besproken om verschillen met andere gemeenten te onderzoeken of te duiden. In deze rapportage wordt een dergelijke vergelijking overigens niet opgenomen.

De resultaten

Pagina 9 van 28

fi

De raadsbijeenkomst Het plannen van de raadsbijeenkomst bleek een opgave, de agenda’s lopen door campagneactiviteiten en voorbereidingen op de verkiezingen snel vol. Uiteindelijk vond de bijeenkomst plaats op 11 februari 2022, een vrijdagmiddag om 13:30. Meerdere raadsleden moesten, helaas, verstek laten gaan. Hoewel een grotere participatie zeker had uitgemaakt, verwachten de aanwezigen dat de aanbevelingen nuttig zijn.

Bestuurlijke verhoudingen De enquête startte met drie open vragen. De deelnemers werd verzocht deze in één woord of één term te beantwoorden. Deze antwoorden leiden tot een zogeheten woordwolk. In deze guratieve weergave zijn alle genoemde woorden en termen opgenomen. Woorden of termen die meermaals worden genoemd, worden bij elkaar geteld en zo met een grotere letter weergegeven. Hoe groter het lettergebruik, hoe vaker het woord of de term is genoemd.

Vraag1: Hoe zou je de vergaderingen van de raad in één woord omschrijven?

De resultaten

Pagina 10 van 28

Een duidelijke tweedeling in de antwoorden tekent zich al af. Lang en langdradig staan tegenover constructief, zakelijk en gestroomlijnd. Oppervlakkig staat tegenover prima. Inhoudelijk tegenover tactisch. Het is duidelijk dat er in twee groepen verschillend naar de raadsvergaderingen wordt gekeken. De focus in de vergaderingen lijkt te liggen op inhoudelijke uitwisselingen van standpunten, niet op het onderling debat. De typering die deelnemers aan de vergaderingen geven, is dan sterk afhankelijk van demping over de uitkomst. Raadsleden of fracties die zich door de uitslag in het gelijk gesteld zien, zullen tevreden zijn. De leden of fracties die de uitkomst anders hadden gezien zullen het debat en de afweging hebben gemist.

Vraag 2: Omschrijf in één woord de werkrelatie tussen raad en college Voldoende is de meest voorkomende term. Gesteund door goed en constructief als op-een-na meest genoemde termen en zakelijk op de derde plaats. Daar waar de gemeenteraad twee beelden er op na houdt voor de (raad)vergaderingen, is men eenduidiger over de relatie met het college. Het mag, naast enkele opvallende uitschieters, zelfs positief worden geduid.

De in de eerste woordwolk benoemde verschillende beelden komen in deze vraag dus niet terug. Het leidt naar de conclusie dat de ervaren sfeer in de raadsvergadering onafhankelijk van de opstelling van het college ontstaat. Juist in de interactie tussen fracties moet dan het ongedeelde sfeerbeeld ontstaan.

De resultaten

Pagina 11 van 28

Vraag 3: Omschrijf in één woord de werkrelatie tussen raad en de samenleving De term ‘afstandelijk’ is hier veruit het meest genoemd. Gevolgd door ‘afstand’ wat de deelnemers dezelfde betekenis geven. Ook de termen ‘onwerkelijk’, ‘nalatend’, ‘onvolwaardig’ en de meer oordelende begrippen onvolwaardig en onvoldoende schetsen een raad die duidelijk ontevreden is over de interactie met de samenleving. Positieve duidingen zoals ‘toegankelijk’ en ‘luisterend' duiden op enkele goede pogingen zoals de Zeepkist, maar als geheel vindt men de relatie met de samenleving verbeterbaar.

De resultaten kunnen niet los worden gezien van de zogeheten ‘corona-maatregelen’. Deze maatregelen, nodig om besmettingen met het corona-virus te voorkomen, hebben de helft van deze bestuursperiode er toe geleid dat publieksbijeenkomsten niet of nauwelijks konden worden georganiseerd. Veel bestaande (zoals Samen stellen we de kaders) of geplande initiatieven konden niet worden uitgevoerd. Ook zonder de corona-maatregelen beoordelen de raadsleden de relatie met de inwoners als beperkt. De raad neemt graag meer initiatieven, het is ook een aanbeveling voor de volgende bestuursperiode, maar de respons blijft naar het oordel van de leden laag.

De resultaten

Pagina 12 van 28

Tevredenheid De tweede vraag betrof 38 stellingen over verschillende thema’s, waarbij de deelnemers op een schaal van -5 tot +5 moesten aangeven in hoeverre ze het met de stelling eens of oneens zijn. Waarbij -5 staat voor volledig mee oneens en + 5 voor volledig mee eens. Van elke stelling wordt aangegeven wat de gemiddelde score is. Daarmee geven de deelnemers als het ware een cijfer. Naast het gemiddelde wordt ook de afwijking (standaarddeviatie) weergegeven. Hoe hoger dit cijfer is, hoe meer de deelnemers het oneens zijn over de stelling.

Gemiddelde Score

Deviatie

5,0 3,8 2,5 1,3 0,0 -1,3 -2,5 -3,8 -5,0

1

3

5

7

9

11

13

15

17

19

21

23

25

27

29

31

33

35

37

Stelling De resultaten zijn in de gra ek hierboven weergegeven. De verticale kolommen laten de gemiddelde waarde per stelling zien, de goudkleurige stip duidt het afwijkingsgemiddelde aan. De nummers op de x-as corresponderen met de nummers voor de stellingen in de tabel over de gra ek. Voor de overzichtelijkheid zijn de gemiddelde waarde en het afwijkingsgemiddelde per stelling daar ook in weergegeven.

fi

fi

De resultaten

Pagina 13 van 28

Stelling

Gemiddelde

Afwijking

1

Ik ben tevreden over de kwaliteit van onze raadsvergaderingen

0,2

2,1

2

Ik voel me verantwoordelijk voor de besluiten van de raad

2,5

1,8

3

Aan het eind van een raadsbesluit heb ik het gevoel goed op andere fracties te hebben kunnen reageren

1,4

1,6

4

De huidige vergader-/werkdruk is acceptabel

-2,1

1,8

5

De interactie tussen fracties is voldoende

0,6

1,9

6

Als de raad een besluit geeft genomen, kan ik die afweging uitleggen aan anderen

1,6

1,6

7

We moeten vaker op de hoofdlijnen blijven tijdens de vergaderingen

2,5

1,5

8

Wanneer ik iets inbreng tijdens een raadsvergadering weet ik zeker dat ik daar niet persoonlijk op afgerekend word

0,1

2,5

9

De uitkomst van onze debatten ligt meestal vooraf al vast

2,3

1,7

10

Alleen wanneer de verhoudingen onderling in de raad goed zijn, kan de raad gezamenlijk optreden en daarmee besluiten nemen

2,7

1,9

11

De voorzitters moeten beter handhaven op de regels

1,5

2,0

12

De voorzitters worden door de vergaderdeelnemers goed in staat gesteld de orde van de vergadering te bewaken Ik volg altijd het standpunt van mijn fractie, ook al heb ik een afwijkende mening Wij – de raad – beschikken op tijd over kennis/informatie om tot politieke besluiten te komen

0,9

1,9

1,7

2,2

-0,6

1,8

15

Ik ga liever met mijn fractie dan met andere raadsleden op werkbezoek

-1,0

1,7

16

Werkgroepen en raadscommissies zijn van meerwaarde voor besluiten van de raad

0,9

1,7

17

Informatie verkrijgen is vooral een taak van fracties en individuele leden

-0,4

2,1

18

Het is duidelijk op welke wijze ik aan informatie kan komen of vragen beantwoord kan krijgen

0,8

2,0

19

Themabijeenkomsten zijn een goed instrument om kennis op te doen

1,8

1,8

20

De raad is goed in staat zijn eigen agenda te bepalen

-1,0

2,2

21

De raad heeft voldoende instrumenten om zijn eigen agenda te bepalen

-0,7

1,8

22

Technische vragen moeten altijd voorafgaand aan een vergadering zijn beantwoord

3,4

1,4

23

Het is mij duidelijk welke raadsinstrumenten voor welk doel beschikbaar zijn

1,7

2,2

24

Het is voor andere raadsleden duidelijk welke raadsinstrumenten voor welk doel beschikbaar zijn Moties en amendementen worden tijdig van te voren rondgestuurd naar andere fracties

-0,3

2,0

0,1

2,5

13 14

25 26

Een ‘eigenstandige motie’ is een goede manier om iets op de agenda te krijgen

2,2

1,2

27

De gemeenteraad zit aan de knoppen bij politieke besluiten

-0,2

2,0

28

Als de gemeenteraad vergadert is het duidelijk dat het hoogste orgaan spreekt

-0,3

2,3

29

Als raad kunnen wij goed duidelijk maken wat wij van het college willen

0,8

1,7

30

De kwaliteit van het debat is sterk afhankelijk van de opstelling van het college

0,2

2,1

De resultaten

Pagina 14 van 28

31

Gemeenteraadsleden en collegeleden zijn respectvol naar elkaar toe

1,7

2,0

32

Het college heeft een té prominente rol tijdens de raadsvergaderingen

0,3

1,9

33

Onze inwoners zijn niet geïnteresseerd in de gemeentepolitiek

1,8

1,6

34

Onze inwoners snappen onze raadsbesluiten

-2,1

1,2

35

Als de raad een besluit heeft genomen, kan ik uitleggen of toelichten hoe dat tot stand is gekomen Als ik uitleg of toelicht hoe een besluit tot stand is gekomen, begrijpen mensen die uitleg

2,2

1,4

0,7

1,7

36 37

De betrokkenheid bij politieke besluiten is in onze gemeente groot

-1,8

1,6

38

Inwoners hebben voldoende invloed op het politieke proces

-0,5

1,8

Voor de raadsbijeenkomst op 11 februari selecteerden de onderzoekers twaalf stellingen met naar hun idee een opvallende uitkomst. Ze worden in dit verslag, net als tijdens de bijeenkomst geclusterd, besproken. Daarnaast is er nog stil gestaan bij stellingen over de werkdruk.

De uitkomst van politieke processen Bij stelling 1 geven de deelnemers aan niet tevreden of ontevreden te zijn over de raadsvergaderingen. Het gemiddelde is 0,2. De standaarddeviatie is echter hoog. De sterke meningsverschillen passen bij de opmerkingen van de eerste woordwolk waar de raadsleden twee contrasterende duidingen geven. Ook stelling 2 (Ik voel me verantwoordelijk voor de besluiten van de raad) en stelling 28 (Als de gemeenteraad vergadert is het duidelijk dat het hoogste orgaan spreekt) resulteren in hoge afwijkingsgemiddelden. De stelling De uitkomst van debatten ligt al van te voren vast (stelling 9) krijgt een hoog gemiddelde en een – relatief – lager afwijkingsgemiddelde. De uitkomsten van deze stellingen kunnen worden verklaard door verminderde politieke argumentatie in het politieke proces. Met andere woorden: fracties gaan te weinig op elkaar in. Hierdoor ontstaat het gevoel geen echte gezamenlijke afweging te hebben gemaakt. Raadsbesluiten kunnen dan meer worden verklaard door de stemverhoudingen in plaats van de argumenten in het debat. Het duidt op een gebrek aan politiek dualisme. Deze kant van het dualisme gaat niet over de verhoudingen tussen raad en college. Het formeel dualisme beschrijft een wederzijds afhankelijke positie van raad en college, maar elk met eigenstandige verantwoordelijkheden.

Het politiek dualisme beschrijft de verhoudingen in de raad en in hoeverre coalitiefracties en oppositiefracties het (inhoudelijk) debat met elkaar aangaan. De tijdens de raadsbijeenkomst aanwezige raadsleden bevestigen het gevoel politiek dualisme te missen. Twee resultaten vullen die perceptie aan. Stelling 8 (Wanneer ik iets inbreng tijdens een raadsvergadering weet ik zeker dat ik daar niet persoonlijk op afgerekend word) krijgt absoluut en relatief een hoog afwijkingsgemiddelde. Blijkbaar is er bij veel raadsleden het

De resultaten

Pagina 15 van 28

gevoel wél persoonlijk te worden aangekeken op stemgedrag en/of bijdragen. Tijdens de bijeenkomst legt één van de deelnemers uit dat het ‘afrekenen’ door verschillende groepen kan: collega-raadsleden maar ook inwoners. Bij de stelling Ik volg altijd het standpunt van mijn fractie, ook al heb ik een afwijkende mening (stelling 13) geven raadsleden aan toch vaker ‘maar met de fractie mee te stemmen’, al is ook het afwijkingsgemiddelde hier hoog. Naast formeel en politiek dualisme herkent het Periklesinstituut ook het fractiedualisme. Dit beschrijft in hoeverre coalitiefracties het debat onderling aandurven of elkaar ‘sparen’ uit vrees het samenwerkingsverband in gevaar te brengen. Fractiedualisme komt ook tussen oppositiefracties voor. Tijdens de raadsbijeenkomst is niet in het bijzonder bij het bestaan van of het gebrek aan fractiedualisme stil gestaan. De relatief lage opkomst bij de bijeenkomst maakte het niet mogelijk dit onderwerp goed te adresseren, maar het thema kan niet worden uitgesloten. De resultaten van stelling 13 wijzen er op dat het belangrijk is het thema bespreekbaar te houden, ook binnen fracties.

Interactie met de samenleving Uit de door de deelnemers ingevulde woordwolk is al de conclusie te trekken dat men de interactie als onvoldoende beschouwt. De stellingen over dit thema bevestigen dat. Men heeft het idee dat het publiek onvoldoende interesse toont (stelling 33). De betrokkenheid van de inwoners acht men laag (stelling 37). Ondanks dat raadsleden het idee hebben zelf goed uit te kunnen leggen hoe raadsbesluiten zijn onderbouwd of tot stand gekomen (stelling 35) hebben de leden tóch het idee dat die uitleg niet goed aankomt (stelling 34 en 36). Ondanks deze geringe belangstelling stelt de raad dat inwoners onvoldoende mogelijkheden hebben om het gemeentelijk beleid mede te bepalen (stelling 38, Inwoners hebben voldoende invloed op het politieke proces). Tijdens de raadsbijeenkomst stellen de deelnemers dat middelen om de samenleving bij beleidsvorming te betrekken weer ‘terug’ moeten komen; door de corona-maatregelen is er de afgelopen twee jaar veel niet mogelijk geweest. De ambitie van de raad om wel weer gebruik te maken van een participatieve agenda is in ieder geval niet verminderd.

Werkdruk Raadsleden achten de werkdruk (te) hoog. De stelling De huidige vergader-/werkdruk is acceptabel scoort een onvoldoende (-2,1). Het afwijkingsgemiddelde laat zien dat er ook wisselend over gedacht kan worden. De deviatie van 1,8 bevestigd dat. De cijfers over de werkdruk wijken niet af van een landelijk beeld, waar raadsleden ook in landelijk onderzoek zoals van de Raad voor het Openbaar Bestuur, het Nationaal Raadsledenonderzoek en enquêtes van de Nederlandse Vereniging voor Raadsleden aangeven dat de werkdruk is toegenomen. Ook bij de raadstevredenheidsonderzoeken van het Periklesinstituut is de (hoge) werkdruk steevast een prominent item.

De resultaten

Pagina 16 van 28

Spreektijden Deze bestuursperiode heeft de raad een nieuwe spreektijdenregeling ingevoerd. In de enquête is gevraagd naar de tevredenheid met de huidige regeling. De raad is positief over de mate waarin de spreektijdenregeling bijdraagt aan de effectiviteit van de vergadering en kwaliteit van de besluitvorming. Het effect op de kwaliteit van de besluitvorming wordt als voldoende omschreven. Over het effect van de laatste aanpassing is men gematigd positief. Wel acht men het zinvol te blijven kijken naar de vaardigheden die behoren bij het kort (en vooral bondig) spreken.

100% 75% 50% 25% 0%

Effectiever

Eens

De resultaten

Betere besluiten

Effect Aanpassing

Oneens

Pagina 17 van 28

Gebruik van raadsinstrumenten De raad acht zich te weinig bedreven in de inzet van raadsinstrumenten. De stelling De raad heeft voldoende instrumenten om zijn eigen agenda te bepalen (stelling 21) scoort een voldoende maar wederom met een hoog afwijkingsgemiddelde. Ook over de duidelijkheid van het begrip van de instrumenten (stelling 23) resulteert in een hoge standaarddeviatie. Men verschilt er fors over van mening of moties en amendementen tijdig worden rondgestuurd. Deze meningsverschillen kunnen voortvloeien uit de verschillende strategieën voor het indienen van moties. Ruwweg zijn deze strategieën in te delen op een as van electoraal effect en bestuurlijk effect. Beide aspecten zijn overigens legitiem. Het valt op dat de stelling Als raad kunnen wij goed duidelijk maken wat wij van het college willen (stelling 29) relatief laag scoort. Het is de aanbeveling de volgende periode aandacht te besteden aan de wederzijdse verwachtingen tussen raad en college — en daarmee het samenspel in het gemeentebestuur te organiseren. Over de inzet van instrumenten valt op dat men oordeelt over het aantal ingediende moties. Het zijn er te veel of veel te veel, zegt 55 procent. Het getal wordt overtroffen door het percentage van respondenten wat zegt dat schriftelijke vragen veel of veel te veel wordt ingediend: 71 procent.

Moties Amendementen Initiatiefvoorstellen Schriftelijke vragen (art. 37) Technische vragen Eigenstandige motie

0 veel te weinig

te weinig

8 prima zo

16

24 te veel

32

40

veel te veel

Beide cijfers duiden wellicht op twee in deze geobserveerde effecten: de motie is voor veel raadsleden het meest toegankelijke raadsinstrument. Er wordt betrekkelijk veel gebruik van gemaakt als de strategie niet helemaal helder is.

De resultaten

Pagina 18 van 28

Hetzelfde geldt voor schriftelijke vragen, waarbij kan worden opgemerkt dat deze ook relatief vaak kunnen worden gesteld door raadsleden (of fracties) die door coalitie-oppositie het gevoel hebben grip op de beleidsvorming te verliezen. Daarnaast leidt een dergelijke bestuurscultuur vaak tot verzwaring van de focus op het controlerende aspect van het raadswerk. Schriftelijke vragen zijn een uitgelezen middel voor de controlerende taak. Men geeft wel aan het gevoel te hebben dat moties worden ingezet om beleid veranderd te krijgen.

Beleid Agenda Samenleving Electoraat Idealen Fouten college Strategie Scoren 1

De resultaten

2

3

4

5

6

7

8

Pagina 19 van 28

Thema’s voor de volgende periode De komende bestuursperiode staat de raad voor nieuwe inhoudelijke én procedurele opgaven. Met de enquête inventariseerden de huidige raadsleden welke thema’s zij denken hun rechtsopvolgers te wachten staat. De gezamenlijke raadsagenda waarmee de raad startte is niet helemaal goed uit de verf gekomen. Als oorzaken noemt de raad als eerste dat er met een te bestuurlijk complex onderwerp is aangevangen. Daarnaast is de raad zelf ook grip op deze procedure kwijt geraakt. Wellicht speelt ook mee dat het vormgeven en uitvoering geven aan de raadsagenda zich te veel parallel heeft afgespeeld naast de beleidsontwikkeling en besluitvoorbereiding door het college. En zoals bij veel zaken: de pandemie en de maatregelen hebben de prioriteiten van elke politieke agenda veranderd. Ook die van de Roosendaalse raad.

In de enquête konden bij de vraag ‘Welke opgave(n) moet de nieuwe raad de komende bestuursperiode in ieder geval oppakken?’ de deelnemers aangeven welke opgaven zij voor de nieuw aantredende raad zien. Het is weergeven als open vraag, dus alle thema’s zijn spontaan genoemd. In totaal hebben er 26 respondenten deze vraag ingevuld. Een aantal deelnemers benoemde meerdere thema’s, waardoor er in totaal 41 thema’s zijn genoemd.

De resultaten

Pagina 20 van 28

De vraag werd door een deel van de respondenten met inhoudelijke thema’s beantwoord. Anderen gaven juist procedurele punten, of thema’s over de bestuurscultuur. In dit overzicht worden deze gescheiden gegeven. Bij de inhoudelijke thema’s valt op hoe vaak woningbouw wordt genoemd. Negen keer – dus ruim eenvijfde keer – komt de term (soms met variatie woontekort of woonopgave) voor. Ook de invoering van de Omgevingswet wordt meermaals genoemd, drie deelnemers noemden deze. Jeugd valt drie keer: twee keer als onderdeel van nazorg voor jongeren na de coronamaatrdegelen en eenmaal met betrekking tot de jeugdzorg. Tot twee maal wordt leefklimaat in stad en dorpen of leefomgeving genoemd. Ook het thema duurzaamheid wordt tweemaal genoemd (circulariteit, duurzaamheid). Hoofdthema’s: • Woningbouw • Omgevingswet • Jeugd • Leefklimaat/-omgeving • Duurzaamheid De volgende termen zijn elk éénmaal genoemd: • Bureaucratie verminderen • Kansengelijkheid en armoede • Mobiliteit • Arbeidsmigranten • Werkgelegenheid • Criminaliteit • Overlast arbeidsmigranten • Ontwikkelingen Bravis Bij de meer procedurele of organisatorische thema’s valt op dat er 7 maal wordt gerefereerd aan de rol van de raad en de agendavorming (niet laten leiden door werkgroepen, verbeteren vergadercultuur, kaders maken).

In een meer uitgebreide beschrijving wordt expliciet genoemd dat de coalitiefracties zich minder afhankelijk op moeten stellen. Een van deze termen verwijst direct naar de werkdruk (bewaken van de drukke agenda). Verder valt participatie of beleidsvorming met bewoners op. 6 keer valt het woord participatie of een term die hier naar verwijst (luisteren naar de burgers, correctie, beter en meer contact met bewoners). Een deelnemer noemt de term bestuurlijke vernieuwing. De belangrijkste hier genoemde thema’s worden opgenomen bij de aanbevelingen (zie pagina 25).

De resultaten

Pagina 21 van 28

Aanbevelingen

Schatkist

• Borrel na raad • Borrel na commissie • Goed luisteren • Humor (2x) • Gedragscode • Meer open debat • Respect voor elkaar • Coaching voorzitters

Gereedschapskist

• Themabijeenkomst • Beeldvormende

Prullenbak

• Tweedeling

raadsbijeenkomst vooraf

• Beter gebruik

instrumenten

• Eindtijd • Aanpassen RvO voor commissie

• Zeepkist • Motie-beleids lter

1. Investeer in de onderlinge verhoudingen Debatteren in de corona-crisis heeft z’n wissel getrokken op het vergaderen. Men miste de informaliteit voor en na de vergaderingen en de activiteiten om het vergaderschema heen. Deze informaliteit heeft in meerdere gemeenten verharding van het politieke debat veroorzaakt. Vergaderingen boden verminderd of zelfs geen ruimte meer aan factoren die van wezenlijk belang zijn voor politieke besluitvorming, zoals persoonlijke overtuigingskracht, gunnen en emotioneel gewicht aan argumenten. Belangrijker is dat de gemeenteraad zich gedurende deze bestuursperiode heeft ingegraven in oppositie- en coalitie-verhoudingen. Hoewel begonnen met de verve van een raadsbrede agenda, is gaandeweg blok-politiek ontstaan. Informeel contact en goede verstandhoudingen kunnen helpen dit te voorkomen. Door aan de start een goede kennismaking te organiseren, ontstaat het groepsgevoel dat nodig is om als één bestuursorgaan te kunnen opereren. Daarnaast maakt het elkaar kennen politiek bedrijven makkelijker en meer ontspannen. Het is eenvoudiger van een politieke opponent iets aan te nemen wanneer je hem als mens beter ‘snapt’. Belangrijker is, dat goede verhoudingen helpen om als raad evaluatief te kunnen werken. Bij politieke besluitvorming hoort immers ook dat de raad niet alleen de inhoud maar ook het proces evalueert.

Was de beraadslaging scherp genoeg? Heeft iedereen voldoende kunnen bijdragen? Heeft de politieke interactie het raadsbesluit beter gemaakt (of beter gelegitimeerd)?

fi

Aanbevelingen

Pagina 22 van 28

Wanneer de gezondheidsmaatregelen het toelaten, verdienen informele momenten het weer om terug te keren. Kof e voorafgaand aan de vergadering, een borrel of fris na a oop. Dit geldt voor raads- maar ook voor commissievergaderingen. Ook tussentijds is een investering in de verhoudingen in de raad gepast en nodig. Bijvoorbeeld bij de opening (of sluiting) van het politieke seizoen. Gezamenlijke werkbezoeken, bijeenkomsten of evenementen om de reguliere besluitvorming heen kunnen de onderlinge band versterken. Gezamenlijke activiteiten zoals Samen stellen we de kaders, de Zeepkist of participatieve trajecten verstevigen de mogelijkheid om het op de inhoud beter met elkaar oneens te zijn. Ook wanneer gezondheidsmaatregelen geen ruimte biedt voor deze activiteiten zal de raad er aan moeten denken te investeren in onderling contact, binnen de marges van maatregelen die dan gelden.

• Organiseer en plan activiteiten en bijeenkomsten en neem deze tijdig en actief op in de planning van de komende bestuursperiode.

2. Debatteer in open en ontspannen sfeer waar humor ook gepast is 3. Evalueer ook het besluitvormingsproces Versterkte informele verhoudingen zorgen voor een meer ontspannen sfeer, ook tijdens de vergaderingen. Door het virtueel vergaderen zijn de vergaderingen naast verhard ook verzakelijkt. Dit is niet uniek voor Roosendaal, in vele gemeenten voelt men de weerslag van het vergaderen vanaf achter een scherm. Toch kent de raad een langere geschiedenis van vergaderingen die pittiger verlopen. De bestuursperiode 2014-2018 was harder; op de man spelen was geen uitzondering. Deze bestuursperiode was anders, maar kende ook momenten waarop het debat als niet prettig werd ervaren. Dat moet anders, het zal het debat en daarmee de inhoud ten goede komen. Een goed politiek debat vraagt respect voor de persoon en scherpte op de inhoud. Humor, zoals een relativerend grapje, een geestige vergelijking helpen de inhoud scherper te bekijken. Nu is ‘gebruik humor’ een net zo’n onmogelijk uit voeren aanbeveling als ‘wees spontaan’. Het allerbelangrijkste is, dat de vergadersfeer het toestaat een grapje te maken. Het vraagt aandacht van iedere vergaderdeelnemer. Wanneer de sfeer te stevig wordt, kan een raads- of commissielid daar aandacht voor vragen. Rechtstreeks, maar ook door in zijn of haar bijdrage zelf bij te dragen aan een positiever omgeving.

Een compliment maken of het spreek tempo verlagen dragen al snel bij. Ook de voorzitters kunnen deze technieken gebruiken om te investeren in een constructieve vergadersfeer (zie ook aanbeveling 4). Om hier blijvend aandacht voor te hebben, is het van belang de commissie- en raadsvergaderingen geregeld te evalueren. Dat kan op een lichte methode, waar de voorzitter en (commissie) grif er na a oop van de vergadering met enkele deelnemers terugblikt op de vergadering. Het is aan te raden enkele malen per jaar de vergaderingen wat zwaarder te

Pagina 23 van 28

fl

fl

fi

fi

Aanbevelingen

evalueren, bijvoorbeeld door een evaluatieformulier te verspreiden. Dit formulier moet ingaan op de effectiviteit van de vergadering alsook de ervaren vergadersfeer. Ook voorzitters kunnen tussentijds met elkaar evalueren in een voorzittersoverleg (zie aanbeveling 4); net als het presidium. Deze manier van werken schept een soort Roosendaalse mores voor het raadsdebat en politieke deliberaties.

• Verstuur minstens één keer per jaar evaluatieformulieren voor commissie- en raadsvergaderingen • Train debatvaardigheden

4. Coach voorzitters Het voorzitten van politieke vergaderingen is misschien wel het moeilijkste van het politieke handwerk. De voorzitter wordt gevraagd als technisch voorzitter zijn eigen mening te parkeren en de het vergaderproces te begeleiden. De voorzitter bewaakt de vergaderdoelstelling en de orde, en spreekt deelnemers erop aan wanneer zij van deze afwijken. Overigens hebben deelnemers in de vergadering ook een eigen verantwoordelijkheid voor een goede vergaderorde. Daarnaast kan de voorzitter een belangrijke bijdrage leveren aan de vergadersfeer. Al bij het begin van de vergadering helpt de voorzitter door de vergadering ‘neer te zetten’ en de doelstelling van de agendapunten helder te maken. Een samenvatting van de uitwisseling verhoogt de overdraagbaarheid van de vergadering en verbetert daarmee de kwaliteit van de besluitvorming. De raad van Roosendaal erkent de zwaarte van de taak. Het is de aanbeveling dat voorzitters worden geholpen met training maar ook met onderlinge coaching. Het helpt de voorzitters wanneer zij gestructureerde feedback ontvangen. Dit kan samengaan met het evalueren van vergaderingen, zoals al bij aanbeveling 3 is beschreven. De evaluatieprocedures kunnen worden uitgebreid met aandacht voor het voorzitterschap en de bijdrage van de voorzitter om de doelmatigheid, de dynamiek en de duidelijkheid van de vergadering te begeleiden.

De voorzitters ontvangen zo feedback van de eigen vergaderdeelnemers. Naast deze feedback kunnen voorzitters ook elkaar coachen. Voorzitten is speci ek werk, en vraagt onder meer een eigen voorzittersstijl. Regelmatig elkaar begeleiden helpt deze eigen aanpak ontwikkelen zodat iedere voorzitter op zijn eigen manier effectief wordt.

Pagina 24 van 28

fi

Aanbevelingen

Hiervoor kan de Agendacommissie een periodiek (informeel) voorzittersoverleg organiseren waarin speci ek de verschillende componenten van het voorzitten wordt besproken (agendapunt neerzetten, openen, interveniëren, omgaan met insprekers, samenvatten enzovoorts) om van elkaar te leren. Dit bevordert ook de eenduidigheid van het voorzitten en het interpreteren van de geschreven én ongeschreven regels van de Roosendaalse vergadercultuur. Hierom is het van belang dat ook de raadsvoorzitter bij dit overleg aanwezig is.

• Organiseer periodiek een intervisie overleg voor de Agendacommissie.

5. Luister naar elkaar, reageer respectvol 6. Coach elkaar, investeer in kennis van de raadsinstrumenten en het gebruik van spreektijden In ons democratisch systeem staat toegang tot het raadswerk voor iedereen open. Het is ‘lekenbestuur’, bedoelt om juist vanuit de samenleving de hoofdlijnen van beleid te formuleren (en de uitwerking daarvan te controleren). Dat neemt niet weg dat bij het raadswerk verschillende vaardigheden horen: krachtig spreken, argumenteren en ingaan op standpunten van anderen maar ook het toepassen van vergaderregels, het kennen van de bestuurlijke ruimte en het gebruik van de raadsinstrumenten. Hoe de techniek ook vaardigheden en inzicht vraagt, de grootste uitdaging van het raadswerk is toch wel het vergaderen zelf. Raadswerk, het zijn van een gemeenteraad, is in essentie zo goed mogelijk met elkaar van mening verschillen, om zo gezamenlijk tot een gezaghebbende afweging te komen. En juist ‘zo goed mogelijk met elkaar van mening verschillen’ is voorwaar niet eenvoudig. De komende bestuursperiode kan de raad hier beter in worden. Door in een vroeg stadium van het beleids- of het besluitvormingsproces goed naar elkaar te luisteren en op elkaars standpunten in te gaan. Dit vraagt ontwikkeling van vaardigheden (bijvoorbeeld in een startprogramma, maar ook continu leren.

Evaluaties (zoals genoemd bij aanbeveling 3) kunnen ingaan op de mate van (argumentatieve) interactie, de inzichtelijkheid van de gemaakte afweging en de kwaliteit van het vergaderproces. Het presidium (als seniorenconvent) kan hier bij helpen door op gezette tijden het beleidsvormingsproces te evalueren, bijvoorbeeld door een raadsbehandeling. Daarnaast moet de raad blijven investeren in een goede verstandhouding om elkaar ook aan te kunnen spreken, op ongedwongen wijze met elkaar bespreken hoe vergadervaardigheden het besluitvormingsproces beter kunnen maken. Dit geldt in zekere mate ook voor het gebruik van de spreektijdregeling. De effecten van de nieuwe regeling zijn positief, maar moeilijk. De vaardigheden kort en bondig te spreken kunnen worden aangescherpt. Niet alleen bij betogen maar ook bij het plaatsen en beantwoorden van interrupties.

fi

Aanbevelingen

Pagina 25 van 28

Dit geldt niet alleen voor het organiseren van de interactie, maar ook de inzet van raadsinstrumenten en het gebruik maken van spreektijd. Beide vragen net zo goed specialistische vaardigheden. En hoewel het bij het raadslidmaatschap hoort inhoudelijk met elkaar met elkaar van mening te verschillen, kan dat beter wanneer raadsleden elkaar steunen hier de vaardigheden en technieken voor te ontwikkelen.

• Spreek elkaar aan, met de intentie de vaardigheden en technieken van het raadswerk te ontwikkelen.

7. Stel een inhoudelijke agenda op en let op de vergaderdrukte De huidige raad ziet nieuwe opgaven voor de gemeente én voor het gemeentebestuur. Door deze op te stellen in een agenda voor de raad, houdt de raad er zelf grip op. De thema’s zouden in ieder geval moeten bevatten: • Woningbouw • Invoering en implementatie van de Omgevingswet • Participatie

Daarnaast moet de raad goed blijven letten op de eigen rol en de vergaderdrukte. De afgelopen periode is er veel vergaderd. Voor een deel hoort dit bij het landelijk beeld; de agenda van alle gemeenteraden is te vol. Door speci ek te kiezen welke onderwerpen de raad zelf de leiding in de beleidsvorming wil nemen (en daarmee ook te zeggen op welke onderwerpen niet) kan de agenda meer behapbaar blijven. Daarnaast kan het herzien van de rolverdeling tussen werkgroepen, themabijeenkomsten en commissievergaderingen de vergaderdrukte doen afnemen (zie ook de aanbeveling bij 8).

• Stel een eigen inhoudelijke agenda op. • Onderzoek de wenselijkheid en mogelijkheden om externen of oud-raadsleden al voorzitter voor werkgroepen of themabijeenkomsten in te zetten.

8. Organiseer effectiever thema- en beeldvormende bijeenkomsten Het merendeel en het meest zichtbare deel van het raadswerk. Deze voorstellen zijn gebaseerd op de kaders die de raad er eerder voor heeft gegeven. Met de herinnering aan het enthousiasme van de start met een raadsbrede agenda, beveelt de huidige raad aan ruimhartiger te investeren op beeldvorming en thematische verkenningen. Om een betere invulling te geven aan de rol als politiek opdrachtgever, moet de raad eerder in het beleidsvormingsproces betrokken worden. Een plan hiertoe kan worden uitgewerkt door de grif e, via de agendacommissie in samenspraak met de raad. In deze planning staan verschillende themabijeenkomst, op onderwerpen waar de raad prioriteit aan geeft. Beeldvormende bijeenkomsten plant de grif e wanneer de raad aangeeft een grotere mater van politiek opdrachtgeverschap wenst.

fi

fi

Pagina 26 van 28

fi

Aanbevelingen

Het spreekt voor zich dat deze planning in de eerste maanden na de installatie van de nieuwe raad parallel loopt aan de collegevorming. De rol die de raad wenst te nemen in de inhoudelijke beleidsvorming vraagt immers een goede afstemming in het gemeentebestuur. Daarnaast heeft het college de verantwoordelijkheid de raad te ondersteunen bij het verstrekken van informatie voor het ontwerpen van de bijeenkomsten. Bij de start van dat proces kan de raad de namens de raadsfracties onderhandelende personen hier rekening mee te houden.

• Stel een startnotitie op voor het komen tot een planning voor beeldvormende en themabijeenkomsten. Deze startnotie omvat de uitvraag bij de raad over de inhoud van de te plannen bijeenkomsten.

9. Zorg voor goede ondersteuning De raad wordt op verschillende manieren bijgestaan in het werk. In de eerste plaats door de grif e, die de raad bijstaat in procesmanagement, uitleg van regelgeving maar ook in gebruik van raadsinstrumenten. De raad voelt zich hier de afgelopen periode goed in ondersteund en ziet twee mogelijkheden waarop de grif e de raad verder zou kunnen helpen in het verbeteren van de effectiviteit. Ten eerste kan de grif er helpen door mee te kijken naar de toepasbaarheid van moties door deze (te helpen) te spiegelen aan bestaand beleid. Het voorkomt moties die al snel het predicaat ‘overbodig’ krijgen — ook wanneer dit niet de intentie van de motie is. Daarbij kan de grif e ook advies en feedback geven over de inzet van moties en de andere raadsinstrumenten. Een begin kan hiervoor worden gemaakt door in het startprogramma van de raad aandacht te besteden aan de technische én strategische toepassing van raadsinstrumenten. Daarnaast lijkt er onduidelijkheid in de relatie tussen commissievergaderingen, werkgroepen en de uiteindelijke (besluitvormende) raadsvergadering. Een vernieuwde omschrijving van de functie van de commissievergaderingen en werkgroepen kan doublures én lacunes voorkomen. Wellicht resulteert het tot minder werkgroepen, wat de transparantie van beleidsvorming en participatie van alle raadsfracties ten goede komt.

Hiertoe kan de grif e het reglement of de commissieverordening nog eens toetsen naar helderheid. Waar nodig kan het worden aangepast. De vorm en precieze doelstelling van de werkgroepen (en bijvoorbeeld de themabijeenkomsten) wordt hiermee ook aangepast. Zie ook de aanbevelingen bij 8.

De raad vraagt de grif e:

• in het grif eplan rekening te houden met advisering en toetsing van in te zetten raadsinstrumenten

• een inventarisatie te maken of er aanleiding is het commissiereglement of de commissieverordening te herzien. En in het verlengde een voorstel te doen voor de doelstellingen van themabijeenkomsten en werkgroepen en hoe deze zich verhouden tot het vergadermodel en het besluitvormingsproces.

fi

Pagina 27 van 28

fi

fi

fi

fi

fi

fi

Aanbevelingen

10. Blijf als één raad opereren, schep verwachtingen bij het college en houdt contact met de samenleving De verdeling oppositie-coalitie mag in de prullenbak. Zoals de Grondwet stelt, is de raad als geheel het hoogste orgaan. De afgelopen periode zagen te veel raadsleden die gezamenlijkheid niet terug. Dat heeft het werkplezier maar ook de kwaliteit en zichtbaarheid van de politieke afweging geen goed gedaan. De komende raad kan dit voorkomen door zelf scherp te blijven op een gezamenlijke agenda voor de raad, ook al heeft dit een andere vorm of status dan de raadsagenda aan de start van de bestuursperiode 2018-2022. Meer nog dan structuur is het voorkomen van blokpolitiek een culturele aangelegenheid. Het vraagt van raadsleden (of hun vertegenwoordigers in commissies) dat ze op elkaars standpunten en argumenten in gaan en delibereren over voorgenomen besluiten. Om die gezamenlijkheid van de gehele raad te bevorderen, is het de aanbeveling bij de start van het college de wederzijdse verwachtingen duidelijk te maken. Wat verwacht de raad van het college in het proces van beleidsvorming en wat mag het college van de raad verwachten? Dit vergroot het samenspel in en de slagkracht van het gemeentebestuur. Een tweede gezamenlijke verantwoordelijkheid is naar de samenleving. De coronamaatregelen hebben het te deze periode moeilijk gemaakt ontmoetingen te organiseren.

De urgentie om de samenleving te betrekken is er echter niet minder om. Het is een grote uitdaging de komende periode inwoners op te zoeken en met hen in gesprek te gaan, het maatschappelijke debat aan te moedigen en ze zo te betrekken bij de beleids- en besluitvorming. Met de Zeepkist, Samen stellen we de kaders en andere activiteiten heeft de raad al ervaring, daar zouden nieuwe ervaringen aan kunnen worden toegevoegd. Met deze aanbevelingen, onderlinge waakzaamheid én een parlementaire cultuur waar men elkaar open aan kan spreken moet dat lukken.

• Maak bij de start van het college de wederzijdse verwachtingen duidelijk • Zoek inwoners op, ga in gesprek en betrek ze bij beleid- en besluitvorming

Aanbevelingen

Pagina 28 van 28

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://raad.roosendaal.nl/api/v1/meetings/1269/documents/33535