NL.IMRO.1674.1236GASTELSEWG245-0301 Ruimtelijke Onderbouwing.pdf
Tekst van het document
Conclusie Voor verschillende spoor- en autowegen ligt het plangebied binnen de geldende letaliteitsafstand waarvoor er een aanspraak wordt gedaan op de zelfredzaamheid van mensen. Hiervoor is een notitie zelfredzaamheid en bestrijdbaarheid opgesteld. Er gelden geen verdere belemmeringen voor de haalbaarheid van het plan.
4.11
M.E.R-BEOORDELING
Toetsingskader Bepaalde activiteiten kunnen belangrijke nadelige gevolgen hebben voor het milieu, waardoor het opstellen van een milieueffectrapportage (m.e.r.) of het verrichten van een m.e.r.-beoordeling noodzakelijk is. In het Besluit milieueffectrapportage is vastgelegd welke activiteiten het betreft. In onderdeel C van de bijlage bij het Besluit milieueffectrapportage zijn de activiteiten, plannen en besluiten opgenomen ten aanzien waarvan het maken van een milieueffectrapportage (m.e.r.) verplicht is. In onderdeel D van de bijlage zijn de activiteiten, plannen en besluiten opgenomen waarvoor een m.e.r.-beoordeling verplicht is als deze de daarin genoemde grenswaarde overschrijden. Voor activiteiten beneden de gestelde grenswaarden geldt een m.e.r.beoordelingsplicht. De m.e.r.-beoordelingsplicht is van toepassing zodra: • De activiteit onder één van de categorieën van activiteiten in kolom 1 van onderdeel D van de bijlage valt, ongeacht de omvang van de activiteit en • Sprake is van een aangewezen besluit in kolom 4 van onderdeel D
Beoordeling en conclusie In bijlage C en D Besluit milieueffectrapportage wordt vermeld wanneer een m.e.r. (beoordelings)procedure nodig is. Het plan om een beheerunit om te zetten naar een kantoor wordt gezien de aard en omvang niet opgemerkt als een activiteit waarvoor een milieueffectrapportage verplicht is. Het gebouw heeft in totaal 90,2 m2 waarbij de uitbreiding in vergelijking met de eerdere plannen enkel 18,2 m2 bedraagt. Daarnaast wordt de beheerunit enkele meters verplaatst en krijgt het een nieuwe functie als kantoor. Deze wijzigingen zijn niet van dien aard dat hiervoor een milieueffectrapportage nodig is. Het maken van een milieueffectrapport of een (vormvrije) m.e.r.beoordeling is dan ook niet nodig.
5.0
UITVOERBAARHEID
5.7
ECONOMISCHE UITVOERBAARHEID
Wanneer sprake is van een bij algemene maatregel van bestuur aangewezen bouwplan (zoals gedefinieerd in artikel 6.2.1 Besluit ruimtelijke ordening) dient hierbij conform artikel 6.12 Wet ruimtelijke ordening een exploitatieplan te worden opgesteld. Deze eis is echter niet van toepassing wanneer het kostenverhaal anderszins is verzekerd. De gronden zijn in eigendom van de opdrachtgever. De voorbereidings- en uitvoeringskosten komen voor rekening van de initiatiefnemer. Tussen de gemeente Roosendaal en de initiatiefnemer is bovendien een anterieure overeenkomst gesloten. Het plan is voor de gemeente derhalve een kostenneutrale ontwikkeling. Het opstellen van een exploitatieplan kan hiermee achterwege blijven en de financiële uitvoerbaarheid is gewaarborgd.
5.8
MAATSCHAPPELIJKE UITVOERBAARHEID
Voorliggende ruimtelijke onderbouwing is opgesteld ten behoeve van een afwijking van het bestemmingsplan, conform artikel 2.12 lid 1 sub a onder 2 van de Wet algemene bepaling omgevingsrecht (Wabo). De vergunning doorloopt de reguliere voorbereidingsprocedure zoals opgenomen in hoofdstuk 3 van de Wabo. Het ontwerpbesluit wordt gedurende zes weken ter inzage gelegd. Binnen deze termijn wordt eenieder in de gelegenheid gesteld schriftelijk en/of mondeling een zienswijze op het plan in te dienen. Daarnaast is op grond van het bepaalde in artikel 3.1.1 van het Besluit ruimtelijke ordening jo artikel 3.6 van de Algemene wet bestuursrecht over dit initiatief vooroverleg gevoerd met het bestuur van het betrokken waterschap en met die diensten van provincie en Rijk die betrokken zijn bij de zorg voor de ruimtelijke ordening of belast met de behartiging van belangen welke in het plan in het geding zijn.
Omgevingsdialoog Naast de wettelijke procedures, besteedt de initiatiefnemer nadrukkelijk aandacht aan de communicatie met de omgeving. Voor dit initiatief wordt aangesloten bij de omgevingsdialoog welke heeft plaatsgevonden voor het realiseren van de logiesfuncties voor arbeidsmigranten met bijbehorende voorzieningen. Deze gesprekken hebben plaatsgevonden tussen september en begin november 202. De bouwfase van deze ontwikkeling is inmiddels gestart.
Bijlagen Bijlage 1: Stikstof onderzoek, Stantec B.V., 31-01-2024 Bijlage 2: Bodemonderzoek, Wematech, 25-02-2022 Bijlage 3: Quickscan Flora en Fauna, Veldbiologische Werken, 07-02-2022 Bijlage 4: Standaard Verantwoording Groepsrisico 2019, Omgevingsdienst Midden- en WestBrabant, juli 2019.