CConstaterende datRoosendaal
Koppel je AI →
Document · PDF

Inspraakreactie Wergroep Biomineralen - Eigenstandige motie diverse fracties- geen grootschalige mestbewerking.pdf

Gemeenteraad 8 april 2021, gemeente RoosendaalBij agendapunt: 0.4: Eigenstandige motie diverse fracties - Geen grootschalige mestbewerking in gemeente Roosendaal1.350 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

p/a Strijmaden12 4703 RG Roosendaal

Aan: het college van Burgemeester en wethouders en de gemeenteraadsleden van de gemeente Roosendaal.

Inspraaknotitie d.d. 08-04-2021 Onderwerp: Eigenstandige motie diverse fracties- geen grootschalige mestbewerking in de gemeente Roosendaal, d.d. 18 maart2021 Ons kenmerk: WB06042021fkjk. Roosendaal, 6 april 2021 Geachte Dames en Heren, Wij zijn helaas niet in de gelegenheid om in te spreken op de inspraakbijeenkomst van 8 april om 19.30. Vandaar dat wij u allen deze inspraaknotitie toezenden met het verzoek deze notitie te willen beschouwen als onze ingebrachte inspraak met betrekking tot agendapunt 5 - Eigenstandige motie diverse fracties- geen grootschalige mestbewerking in de gemeente Roosendaal. Wij achten het haast hilarisch dat een bedrijf als de ZLTO de indieners van de motie verwijt het geplande maatschappelijke en bestuurlijke debat zijn beloop niet te willen laten hebben, terwijl ze zelf de deur platloopt bij de provincie Noord-Brabant om haar invloed te doen gelden op dat verloop en de uitkomst ervan. De Werkgroep ondersteunt uw motie ten volle en is juist blij dat u zich nu eens, zulks in het belang van de bewoners, niet op een veel te laat moment mengt in de materie. Wel vragen wij ons af waarom uw motie zich beperkt tot grootschalige mestbewerking en niet ziet op grootschalige mestverwerking. Wij zien dat graag verduidelijkt. Wij veronderstellen dat u onze standpunten met betrekking tot grootschalige mestbewerking en verwerking in de nabijheid (d.w.z.

binnen ruim 1000 m) van woonkernen kent. In de hele procedure rond de vestiging van mestfabriek aan de Potendreef hebben wij dit telkenmale mede namens 2410 inwoners en bedrijven onder de aandacht van zowel het college als wel van uw gemeenteraad gebracht. Er zijn vele redenen aan te voeren waarom grootschalige mestbewerking en mestverwerking geen oplossing is voor het ontstane probleem van het mestoverschot. Verbazingwekkend is dan ook dat de Provincie, in plaats van wat aan de oorzaken van dat mestoverschot te doen, blijft zoeken naar locaties voor grootschalige mestverwerking en mestbewerking. Zoals in Brabant duidelijk is geconstateerd, gebeurt dit vooral door de druk van de ZLTO en aan hen gelieerde bedrijven zoals banken, voerleveranciers, transporteurs, enzovoorts. Tegen beter weten in denkt de ZLTO de mestproblemen op te kunnen lossen door innovatieoplossingen. Dit, terwijl onderzoeken aantonen dat bijvoorbeeld de nieuwe milieuvriendelijke stalvloeren niet voldoen en de gaswassers lang niet dat effect hebben wat werd aangenomen en verwacht. Tevens blijkt dat in heel Nederland niet één mestverwerker of mestbewerker is te vinden die geen stankoverlast veroorzaakt. Interessant is in dit verband om bijvoorbeeld eens kennis te nemen van de antwoorden (d.d. 30-03-2021) van Minister van ’t Wout op vragen (d.d.

29-01-2021) van de Kamerleden van Raan en Wassenberg over -De onzin van subsidie slurpende mestfabrieken-, beginnend met de vraag: Kent u het bericht “Het sprookje van de mega-mestbewerking”? (Foodlog.nl, 12 januari 2021 'Het sprookje van de megamestbewerking’ (https://www.foodlog.nl/artikel/het-sprookje-van-de-mega-mestbewerking/)

WB 06042021fkjk

1

Het ligt niet in onze bedoeling in dit stadium al te diep in te gaan op de zogenaamde zoektochtstudie naar geschikte mestbewerkingslocaties van de Provincie Noord Brabant. Veel zal namelijk ook afhangen welke invulling deze Provincie zal willen geven aan het begrip kringlooplandbouw. Wij achten het voldoende bekend dat het mestoverschot een probleem is van Oost-Brabant en dat het niet de bedoeling kan zijn om regio’s die daar geen problemen mee hebben, alsnog van zo’n probleem te willen voorzien. Zoals we konden lezen in het ED van 27 maart 2021 in het artikel - Waar landen mestfabrieken die nodig zijn om het Brabantse strontoverschot weg te werken?- zouden, buiten het toepassen van mest als voedingsstof in de landbouw, naar verwachting tussen de zestig kleine en tien grote mestfabrieken extra nodig zijn om het huidige overschot aan mest weg te werken van zo’n 6 miljoen varkens en 600.000 runderen. Uitgaande van de intenties om te willen komen tot de kringlooplandbouw, hebben wij getracht inzicht te krijgen of en in welke mate het dan nodig zou zijn om in de periferie van Roosendaal een mestbewerkingslocatie te vestigen en hebben wij als voorbeeld een berekening uitgevoerd m.b.t. de aanwezige cultuurgrond en het aantal dieren per hectare. Jaarlijks verstrekken de landbouwondernemers aan de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) een Gecombineerde opgave.

Met de Gecombineerde opgave worden gegevens met betrekking tot de Landbouwtelling en onder andere de mestwetgeving aan RVO verstrekt. Elke landbouwer is op grond van de Landbouwwet verplicht een Gecombineerde opgave te verstrekken. Het opgegeven aantal dieren en grondgebruik wordt jaarlijks door het CBS gepubliceerd (zie Landbouw; gewassen, dieren en grondgebruik naar bedrijfstype, nationaal (cbs.nl). Op basis van de gepubliceerde informatie heeft de Werkgroep de landbouwtellingsgegevens 2020 opgehaald en verder geanalyseerd op basis van het aantal landbouwbedrijven, de opgegeven veestapel en de oppervlakte cultuurgrond (gemeten maat = beteelbare oppervlakte) in West-Brabant. Vervolgens is uitgegaan van het aantal Grootvee-eenheden (GVE) per diergroep op basis van de nieuwe Controleverordening. Op basis van de opgave van het aantal landbouwbedrijven in 2020 is met betrekking tot de opgave oppervlakte cultuurgrond en het aantal dieren het gemiddelde aantal Grootvee-eenheden (GVE) per hectare berekend. Voor de berekening van het aantal GVE per hectare is uitgegaan van de (huidige) norm 2,50 GVE per hectare. Is het aantal GVE in een bepaald gebied beneden de norm van 2,50 GVE per hectare, dan is er in principe geen overbezetting van aantallen dieren en kan de geproduceerde mest in het betreffende gebied worden afgezet.

Ligt het aantal GVE boven de norm van 2,50 GVE per hectare dan is er een overbezetting van dieren en zal de overtollige mest moeten worden afgevoerd. Er is een berekening gemaakt van het aantal GVE/per hectare van de volgende Gemeenten: 1. Gemeente Roosendaal: a. Betreft de plaatsen Roosendaal en Nispen, Wouw, Wouwse Plantage, Heerle en Moerstraten. 2. Gemeenten ten Noorden en Westen van Roosendaal: a. Bergen op Zoom (Bergen op Zoom, Halsteren). b. Halderberge (Hoeven, Oudenbosch, Oud-Gastel, Bosschenhoofd en Stampersgat). c. Moerdijk (Moerdijk, Klundert, Willemstad, Zevenbergen, Fijnaart en Heijningen, Standdaarbuiten). d. Steenbergen (Steenbergen, De Heen, Kruisland, Dinteloord, Nieuw-Vossemeer). e. Woensdrecht (Woensdrecht, Hoogerheide, Huijbergen, Ossendrecht, Putte). 3. Gemeenten ten Oosten/Zuidoosten van Roosendaal: a. Etten-Leur. b. Rucphen (Rucphen, Schijf [Rucphens deel], Sprundel, St. Willebrord, Zegge). c. Zundert (Zundert, Wernhout, Achtmaal, Schijf [Zunderts deel], Rijsbergen). 4. Geheel West-Brabant (alle gemeenten genoemd onder 1 t/m 3). Zie tabel volgende pagina. WB 06042021fkjk

2

GemeenteGebied

Opp. Cult. Grond – (ha)

Totaal aantal GVE

Aantal GVE per ha

1. 2. 3. 4

5.716 ha 30.940 ha 13.655 ha 50.311 ha

13.981 46.943 44.795 105.719

2,45 1,52 3,28 2,10

Boven/beneden de norm van 2,50 GVE/ha beneden beneden boven beneden

Uit de betreffende informatie blijkt dat op basis van officiële informatie de veebezettingsnorm in het gebied nr. 3 (Etten-Leur, Rucphen en Zundert) boven de norm van 2,50 GVE/per ha uitkomt en de Gemeenten Roosendaal, Bergen op Zoom, Halderberge, Moerdijk, Steenbergen en Woensdrecht (gebieden 1 en 2) beneden de veebezettingsnorm van 2,50 GVE/per ha blijft. Over het gehele gebied van West-Brabant blijft de veebezettingsruimte ruimschoots onder de norm van 2,50 GVE/per hectare (4). Dat betekent dat er in principe geen noodzaak is voor het opzetten van een mestbewerkingsinstallatie in West-Brabant omdat de geproduceerde mest op de gronden in West-Brabant kan worden aangewend. Indien de Provincie toch kiest voor een mestbewerkingslocatie dan zou deze, gelet op de overschrijding van de GVE-norm, ergens op de grens tussen de gemeenten Etten-Leur, Rucphen en Zundert geplaatst moeten worden. Bovenstaande berekening betekent niet dat er geen individuele bedrijven met een mestoverschot zijn. Voor West-Brabant is het een kwestie van vraag & aanbod op elkaar afstemmen. Daar kan de ZTLO in principe een rol in vervullen in plaats van alleen maar te focussen op mestbewerkingslocaties en het al of niet verwerken tot korrels en vervolgens transporteren naar het buitenland.

Vriendelijke groet, namens de Werkgroep Biomineralen

Will Vermeulen

WB 06042021fkjk

3

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.roosendaal.nl/api/v1/meetings/1080/documents/28336