Inhoudelijke toelichting op programma 8-12-21.pdf
Tekst van het document
Inhoudelijke toelichting op programma voor de richtinggevende raadsbijeenkomst (8-12-21) Doel: informatie van de raad krijgen ten aanzien van de richting die de raad inhoudelijk op wil gaan bij drie raadsbesluiten die rondom de Omgevingswet genomen moeten worden, te weten: 1. Adviesrecht van de raad bij de buitenplanse omgevingsplanactiviteiten 2. Het aanwijzen van gevallen van buitenplanse omgevingsplanactiviteiten waarbij participatie verplicht wordt 3. Richtinggevende kaders voor de nieuwe legesverordening 1. Adviesrecht raad bij buitenplanse omgevingsplanactiviteiten De raad mag aangeven óf de gemeenteraad wil adviseren over buitenplanse omgevingsplanactiviteiten (bopa) en zo ja: in welke gevallen. De bopa omvat een breed scala aan onderwerpen. Om tot een goed voorstel te komen is het nodig dat de raad zo concreet mogelijk aangeeft in welke gevallen de raad van het adviesrecht gebruik wil maken. Als voorbeeld: Wanneer de raad gebruik wil maken van adviesrecht in geval van: “woningen”, dan zou dat betekenen dat dit bij álle bouwprojecten die niet in het omgevingsplan passen zou gaan gelden, dus ook bij verbouwingen van bijv. schuurtjes. Het kan daarom zinvol zijn om dit nader af te bakenen, door bijvoorbeeld aan te geven dat de raad bij bepaalde hoeveelheden woningen adviesrecht wil, of bij woningen in bepaalde gebieden, of alleen bij een bepaalde soort woning (bijv.
appartementen), enz., enz. Nog een voorbeeld: Wanneer de raad gebruik wil maken van adviesrecht in geval van: “alles rondom energietransitie”, dan betekent dit ook hier weer: adviesrecht bij élk geval dat niet in het omgevingsplan past. Dit zou kunnen betekenen dat dit dan ook geldt, in het geval van het na-isoleren van woningen. Ook hier is het dus zinvol om te kijken of dit nader kan worden afgebakend. In één van de gemeenten waarvan een voorbeeld in de notitie is meegestuurd na de informatiesessie, is er bijvoorbeeld voor gekozen om het adviesrecht van de raad niet te laten gelden als er al sprake is van een vastgesteld beleidskader. Welke richting ziet de raad hierin voor zichzelf? Het doel is om dit zo concreet/specifiek mogelijk inzichtelijk te krijgen op 8 december, zodat duidelijk is waar de raad toegevoegde waarde ziet qua adviesrol. De richting die de raad kiest, is ook bepalend voor de workload: van de raad zelf en van de gemeentelijke organisatie. Aan de hand van de gekozen richting kan dan vervolgens een inschatting van die workload gemaakt worden.
2. Het aanwijzen van gevallen van buitenplanse omgevingsplanactiviteiten waarbij participatie verplicht wordt De raad mag aangeven in welke gevallen zij participatie verplicht stelt bij de procedure rond de buitenplanse omgevingsplanactiviteit (bopa). Van belang om te melden is, dat het bij een bopa altijd gaat om een vergunningprocedure. Op grond van de Omgevingswet moet een initiatiefnemer ook aangeven of er een omgevingsdialoog is gevoerd en wat de resultaten daarvan zijn. De participatieplicht komt daar dus bovenop.
Het doel is om tijdens de bijeenkomst op 8 december zo concreet mogelijk een antwoord te krijgen op de vraag in welke gevallen de raad vindt dat er een participatieplicht moet zijn. Gelet op het brede spectrum aan plannen dat onder de bopa kan vallen (zie ook de themabijeenkomst van 18 november jl.), is het nodig dat de raad hier nadere richting aangeeft t.b.v. het verder kunnen uitwerken van een raadsvoorstel. Als voorbeelden: Een bopa kan nodig zijn omdat een bouwwerk net buiten het bouwvlak wordt gebouwd of enkele centimeters te hoog is. Een bopa kan ook nodig zijn om in afwijking van het omgevingsplan bijvoorbeeld een zonnepark of appartementen te realiseren.
Bij wat voor categorieën gevallen ziet de raad toegevoegde waarde in het verplichten van participatie? Ook hier geldt: hoe specifieker de lijn kan zijn die de raad op 8 december formuleert, hoe gerichter een en ander in het raadsvoorstel kan worden opgenomen.
3. Richtinggevende kaders voor de nieuwe legesverordening In de notitie die is verzonden na de informatiesessie is aangegeven op welke vragen een antwoord wordt gevraagd om de kaders voor de nieuwe legesverordening vorm te kunnen geven: Het meest in het oog springend hierbij is de mogelijkheid om weer milieuleges te mogen heffen. Dat betekent dat de kosten die door de Omgevingsdienst gemaakt worden voor het behandelen van aanvragen legesdekking kunnen krijgen. Het is aan de gemeente zelf of zij hiervan gebruik wil maken. De modelverordening (werkversie) van de VNG is in te zien onderaan de pagina die u via deze link vindt: https://vng.nl/nieuws/werkmodel-verordening-leges-2022-omgevingswet De vraag is dus welke uitgangspunten de raad mee wil geven bij het voorbereiden van een nieuwe legesverordening. Naast de vraag of de raad milieuleges wil heffen, is van belang hoe de gemeenteraad naar de volgende uitgangspunten kijkt: 1. Wil de raad de kostendekkende tarieven over de gehele linie van de legesverordening (Titel I, II en III)? 2. Wil de raad kostendekkende tarieven in Titel II (Omgevingswet)? 3.
In welke mate mag kruissubsidiëring plaatsvinden voor wat betreft de belastbare feiten in Titel II (Omgevingswet)? Als voorbeelden: Vooroverleg goedkoop en definitieve aanvraag iets duurder? Of de kleinere bouwwerken qua bouwsom iets goedkoper en de grotere bouwwerken qua bouwsom wat duurder?
De vraag aan de raad hierbij is om antwoorden te formuleren, al dan niet voorzien van een nadere toelichting, zodat een raadsvoorstel voor de kaders opgesteld kan worden ten behoeve van de nieuwe legesverordening.