Concept ontwerp beschikking 9-10-24.pdf
Tekst van het document
Ontwerpbeschikking van Gedeputeerde Staten van Noord-Brabant
op de op 18 januari 2023 bij hen binnengekomen aanvraag van Renewi Nederland BV om vergunning krachtens de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, voor de inrichting aan de Boerenweg 8 te Heerle, gemeente Roosendaal.
Zaaknummer: 2023-004133
Ons kenmerk:
Ondertekening bij definitieve beschikking
D2024-00034067
Gedeputeerde Staten van Noord-Brabant,
Datum : 4-2-2025
Namens dezen,
Plaats: Tilburg
R. Ramsay Teammanager Omgevingsdienst Midden- en West-Brabant
Spoorlaan 181 5038 CB Tilburg Postbus 75 5000 AB Tilburg (013) 206 01 00 info@omwb.nl www.omwb.nl
1
BESLUIT OMGEVINGSVERGUNNING Onderwerp Op 18 januari 2023 is een aanvraag voor een omgevingsvergunning ontvangen van Renewi Nederland BV. Het betreft een aanvraag voor het bouwen van een nieuw kantoorgebouw en milieuneutraal veranderen van de inrichting. De aanvraag gaat over de Boerenweg 8 te Heerle. De aanvraag is geregistreerd in het Omgevings Loket Online (OLO) onder nummer 7523207 en intern onder zaaknummer 2023-004133. Concreet wordt verzocht om een vergunning voor de volgende activiteit/activiteiten:
ex artikel 2.1, lid 1, onder a Wabo (het bouwen van een bouwwerk);
ex artikel 2.1, lid 1, onder c Wabo (handelen in strijd met regels ruimtelijke ordening);
ex artikel 2.1, eerste lid, onder e Wabo juncto artikel 3.10, derde lid Wabo (milieuneutraal wijzigen).
Omgevingswet en overgangsrecht Op 1 januari 2024 is de Omgevingswet in werking getreden. Met het in werking treden van de Omgevingswet zijn de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht en de hierop betrekking hebbende uitvoeringsbesluiten- en regelingen, komen te vervallen. Op grond van artikel 4.3 van de Invoeringswet Omgevingswet blijft echter het oude recht van toepassing op aanvragen die zijn ingediend vóór 1 januari 2024 [met uitzondering van de vergunning van rechtswege]. Onderhavige aanvraag is dan ook conform de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht en aanverwante wet- en regelgeving beoordeeld en afgehandeld. Na het onherroepelijk worden van deze vergunning geldt deze als omgevingsvergunning op grond van de Omgevingswet voor zover het activiteiten betreft die als vergunningplichtig zijn aangewezen onder de Omgevingswet. Besluit Wij besluiten, gezien de overwegingen die zijn opgenomen in deze vergunning en gelet op de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo), de daarop betrekking hebbende uitvoeringsbesluiten en -regelingen aan Renewi Nederland BV een omgevingsvergunning te verlenen voor de volgende activiteit(en):
het bouwen van een bouwwerk op grond van artikel 2.1, eerste lid, onder a van de Wabo voor het bouwen van een nieuw kantoorgebouw; het gebruiken van gronden of bouwwerken in strijd met een bestemmingsplan op grond van artikel 2.1, eerste lid, onder c van de Wabo voor het bouwen van een nieuw kantoorgebouw zonder bouwvlak; het milieuneutraal veranderen van de inrichting op grond van artikel 2.1, eerste lid, onder e van de Wabo juncto artikel 3.10, derde lid Wabo voor het bouwen van een nieuw kantoorgebouw; aan deze vergunning voorschriften te verbinden; dat de volgende delen van de aanvraag onderdeel uit maken van deze vergunning, voor zover de voorschriften en de beperkingen van deze vergunning niet anders bepalen: o OLO-aanvraagformulier met OLO-nummer 7523207; o Bestektekening ‘plattegronden, gevels en doorsnede’ van buro Salt met kenmerk 22014, tekeningnummer DO-01, d.d. 9 januari 2023, ontvangen op 18 januari 2023;
2
o
o
o
o o
o o
o
o
o
o
o
o o
Bestektekening ‘details’ van buro Salt met kenmerk 22014, tekeningnummer DO-02, d.d. 28 oktober 2022, ontvangen op 18 januari 2023; Bestektekening ‘leidingoverzichten’ van buro Salt met kenmerk 22014, tekeningnummer DO-03, d.d. 9 januari 2023, ontvangen op 18 januari 2023; Bestektekening ‘situatie’ van buro Salt met kenmerk 22014, tekeningnummer DO-04, d.d. 28 oktober 2022, ontvangen op 18 januari 2023; Materiaal en kleurenstaat exterieur van buro Salt met kenmerk 22014, d.d. 3 oktober 2022, ontvangen op 18 januari 2023; Milieuprestatieberekening met kenmerk 22014_Nieuwbouw kantoor Renewi (7 pagina’s), d.d. 13 oktober 2022, ontvangen op 18 januari 2023; Toetsing Bouwbesluit (13 pagina’s) van buro Salt met kenmerk 22014, d.d. 18 maart 2023, ontvangen op 22 maart 2023; Constructieberekening van Goes Engineers met kenmerk 2022-012 RAP1.1 (100 pagina’s), d.d. 30 september 2022, ontvangen op 18 januari 2023; Constructietekening ‘fundering’ van Goes Engineers met kenmerk 2022032, tekeningnummer DOC-01, d.d. 28 oktober 2022, ontvangen op 18 januari 2023; Constructietekening ‘Constructie- plattegronden en aanzichten’ van Goes Engineers met kenmerk 2022-032, tekeningnummer DOC-02, d.d. 28 oktober 2022, ontvangen op 18 januari 2023; Constructietekening ‘Constructiedetails’ van Goes Engineers met kenmerk 2022-032, tekeningnummer DOC-03, d.d.
28 oktober 2022, ontvangen op 18 januari 2023; Rapport geotechnisch onderzoek van Inpijn Blokpoel met kenmerk 22ZP1231 (18 pagina’s), d.d. 27 september 2022, ontvangen op 18 januari 2023; Verkennend bodem- en asbestonderzoek van Anteagroup met kenmerk 0480859.100 (78 pagina’s), d.d. 14 november 2022, ontvangen op 18 januari 2023; Terreintekening van Renewi zonder kenmerk, tekeningnummer B.01, d.d. 02 januari 2023, ontvangen op 18 januari 2023; Terreintekening ‘deel terrein nieuw kantoor’ van Renewi zonder kenmerk, tekeningnummer B.02, d.d. 02 januari 2023, ontvangen op 18 januari 2023.
RECHTSMIDDELEN Zienswijzen Een ieder kan schriftelijk of mondeling zienswijzen indienen. Dit kan tot zes weken na de dag waarop dit ontwerpbesluit ter inzage wordt gelegd. In de schriftelijke zienswijzen moet u, naast uw inhoudelijke zienswijzen, het volgende opnemen: uw naam en adres, de datum en een omschrijving van het ontwerpbesluit. Uw zienswijzen kunt u richten aan: Gedeputeerde Staten van Noord-Brabant P/a Omgevingsdienst Midden- en West-Brabant Postbus 75 5000 AB Tilburg Als u liever uw zienswijzen digitaal indient, dan kunnen deze verzonden worden naar: info@omwb.nl
3
Wij verzoeken u om in de zienswijzen ons zaaknummer te vermelden.
4
INHOUDSOPGAVE BESLUIT OMGEVINGSVERGUNNING
2
ONDERWERP BESLUIT
2 2
RECHTSMIDDELEN
3
VOORSCHRIFTEN
6
PROCEDURELE ASPECTEN
8
1.
PROCEDURELE ASPECTEN
8
1.1. 1.2. 1.3. 1.4. 1.5. 1.6. 1.7. 1.8. 1.9. 1.10.
8 8 8 11 11 12 12 12 12 12
GEGEVENS AANVRAGER PROJECTBESCHRIJVING OMSCHRIJVING VAN DE AANVRAAG HUIDIGE VERGUNNINGSITUATIE VERGUNNINGPLICHT BEVOEGD GEZAG WET NATUURBESCHERMING BEOORDELING VAN DE AANVRAAG PROCEDURE ADVIES EN VERKLARING VAN GEEN BEDENKINGEN
INHOUDELIJKE OVERWEGINGEN
14
2.
HET (VER)BOUWEN VAN EEN BOUWWERK
14
2.1. 2.2. 2.3. 2.4.
14 14 15 15
3.
4.
INLEIDING TOETSING CONCLUSIE AANDACHTSPUNTEN
HANDELEN IN STRIJD MET BESTEMMINGSPLAN
16
3.1.
16
ALGEMEEN
TOETSINGSKADER MILIEU 4.1. 4.2. 4.3. 4.4.
17
INLEIDING 17 ACTIVITEITENBESLUIT MILIEUBEHEER EN BESLUIT ACTIVITEITEN LEEFOMGEVING 17 TOETSING 17 CONCLUSIE 18
BEGRIPPENLIJST
19
5
VOORSCHRIFTEN
Bouwen Het (ver)bouwen van een bouwwerk 1.1.
Algemeen
1.1.1.
De volgende gegevens en bescheiden moeten uiterlijk drie weken voor aanvang van de werkzaamheden ter beoordeling worden overgelegd aan het bevoegd gezag, via bouwen@omwb.nl: a.
definitieve constructieve uitvoeringstekeningen;
b.
de uitvoeringstekeningen en -berekeningen van alle (prefab) vloeren;
c.
de uitvoeringstekeningen (leverancier) van alle overige (prefab) betonnen en stalen constructieonderdelen.
1.1.2.
Voordat met bouwwerkzaamheden wordt begonnen, moet dit ten minste twee werkdagen (bij voorkeur één werkweek) van tevoren, conform artikel 7.7 lid 1 van het Besluit bouwwerken leefomgeving (hierna: Bbl), worden gemeld via https://www.omwb.nl/meldingenbouw/startmeldingbouw.
1.1.3.
Zodra de werkzaamheden zijn beëindigd, moet dit direct worden gemeld via https://www.omwb.nl/meldingenbouw/gereedmelding-bouw. Conform artikel 7.7 lid 2 van het Bbl, wordt een bouwwerk voor het bouwen waarvan een vergunning voor het bouwen is verleend, niet in gebruik gegeven of genomen indien niet voldaan is aan het bepaalde in het tweede lid van artikel 7.7 Bbl (gereedmelding).
1.1.4.
Nadat de kantoorkeet is gesloopt moet worden aangetoond dat geen vermenging van sloopmateriaal heeft plaatsgevonden met de bovengrond. Dat kan middels: a) het uitvoeren van bodemonderzoek conform NEN 5740:2023 naar de bovengrond (tot 1,0 m-mv), of b) door het aantonen dat de sloop plaatsvindt door een gecertificeerd bedrijf en het nemen van foto’s van het maaiveld tijdens en na de sloop. De resultaten hiervan moeten binnen één week na de sloop worden toegezonden aan het bevoegd gezag in de situatie b) en binnen twee maanden na de sloop worden toegezonden aan het bevoegd gezag in de situatie a).
1.1.5.
Wanneer na sloop van de kantoorkeet blijkt dat de bodem onder het gebouw verdacht is op bodemverontreiniging moet alsnog een bodemonderzoek worden uitgevoerd overeenkomstig NEN 5740:2023. De verdachtmaking kan bijvoorbeeld zijn het aantreffen van ongedefinieerd puin of andere zintuiglijke afwijkingen zoals kooldeeltjes, brandstofplekken e.d. De resultaten van een overeenkomstig dit voorschrift uitgevoerd bodemonderzoek moeten voorafgaande aan de bouw van het nieuwe kantoorpand ter goedkeuring aan het bevoegd gezag worden gezonden.
6
1.1.6.
Direct na het slopen van de kantoorkeet moet een nader asbest in grondonderzoek worden uitgevoerd op de plaats van het nieuwe kantoorpand. Dit onderzoek moet voldoen aan NEN 5707+C2:2017. De resultaten van dit onderzoek moeten ter beoordeling worden toegezonden aan het bevoegd gezag.
1.1.7.
Indien uit de resultaten van het onderzoek als genoemd in voorschrift 1.1.5 en 1.1.6 blijkt, dat de bodem naar het oordeel van het bevoegd gezag moet worden gesaneerd, moet bodemsanering eerst hebben plaatsgevonden en zijn afgerond volgens de daarvoor geldende wettelijke procedures voordat met de bouw van het nieuwe kantoorpand kan worden aangevangen.
7
PROCEDURELE ASPECTEN 1.
PROCEDURELE ASPECTEN
1.1. Gegevens aanvrager Op 18 januari 2023 is een aanvraag om een omgevingsvergunning als bedoeld in de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) ontvangen. Het betreft een verzoek van Renewi Nederland BV, Boerenweg 8 te Heerle.
1.2. Projectbeschrijving Het project waarvoor vergunning wordt gevraagd is als volgt te omschrijven: het bouwen van een nieuw kantoor en het milieuneutraal wijzigen van een inrichting. Een uitgebreide projectomschrijving is opgenomen in de aanvraag om vergunning. Gelet op bovenstaande omschrijving wordt vergunning gevraagd voor de volgende in de Wabo omschreven activiteiten: -
Het (ver)bouwen van een bouwwerk;
-
het milieuneutraal veranderen van een inrichting.
De ingediende aanvraag/het bouwen van het nieuwe kantoor is in strijd met het nieuwe vastgestelde bestemmingsplan (Buitengebied Wouw 2020). De aanvraag wordt daarom ook gezien als een aanvraag ‘Handelen in strijd met het bestemmingsplan’.
1.3. Omschrijving van de aanvraag De aanvraag bestaat uit de volgende delen: o
OLO-aanvraagformulier met OLO-nummer 7523207;
8
9
10
1.4. Huidige vergunningsituatie Voor de inrichting zijn eerder de onderstaande vergunningen verleend: Soort
Vergunning
Kenmerk
Onderwerp
17-05-2018
15050856
Revisievergunning
Ambtshalve wijziging
14-12-2018
18040529
Aanpassing aan LAP3
Wabo, milieu en
18-12-2018
18070858
Ambtshalve wijziging
22-01-2019
18051712
Wijziging opslaghoeveelheden: 4000 ton ongeshred Aen B-houtafval en maximaal 11.640 ton brandbaar bedrijfsafval. Tijdelijk bouwwerk. Het bouwwerk moet uiterlijk 1 januari 2024 verwijderd zijn. Energie
Omgevingsvergunning
11-07-2019
19070652
14-12-2019
18040529
datum Omgevingsvergunning (revisie)
bouwen
bouwen
Ambtshalve wijziging
een omgevingsvergunning voor de aanleg van een weegunit, een weegbrug, een doorgang in de overslaghal en de aanleg van een vloeistofdichte vloer actualisatie LAP3
Aanleggen opslagvakken en het bouwen en milieu (herplaatsen) van keerwanden. Op 1 januari 2024 is de Omgevingswet in werking getreden. Uit artikel 4.13, lid 1 van de Invoeringswet Omgevingswet volgt dat een omgevingsvergunning voor een activiteit waarop een verbodsbepaling als bedoeld in paragraaf 5.1.1 van de Omgevingswet van toepassing is en die onherroepelijk is, geldt als een omgevingsvergunning als bedoeld in afdeling 5.1 van de Omgevingswet. Dit is van toepassing op alle bovenvermelde omgevingsvergunningen en vergunningen die met een omgevingsvergunning zijn gelijkgesteld. Omgevingsvergunning
24-1-2022
19080031
1.5. Vergunningplicht Het betreft een inrichting waartoe een IPPC-installatie behoort genoemd in Bijlage I categorie 5.3bii en 5.5 van de Richtlijn industriële emissies. Om die reden is op grond van artikel 2.1 van het Bor sprake van een vergunningplichtige inrichting. 11
Uit artikel 4.3 Invoeringswet Omgevingswet volgt dat het oude, vóór 1 januari 2024, geldende recht van toepassing is op de onderhavige aanvraag om omgevingsvergunning.
1.6. Bevoegd gezag Wij zijn bevoegd gezag voor de inrichting. Dit volgt uit artikel 2.4 van de Wabo juncto artikel 3.3 eerste lid van het Bor, op grond van de activiteiten van de inrichting, genoemd in Bijlage I onderdeel C categorie 28.4 van het Bor.
1.7. Wet natuurbescherming In de Wet natuurbescherming (Wnb) is opgenomen dat het verboden is zonder vergunning van gedeputeerde staten een project te realiseren dat significante gevolgen kan hebben voor een Natura 2000-gebied (Wnb art, 2.7 lid 2) en/of zonder ontheffing beschermde dieren en/of planten opzettelijk te doden, vangen, verstoren, vernielen, beschadigen etc. (Wnb, art 3.1, 3.5 of 3.10 lid 1) In het Bor artikel 2.2aa is opgenomen dat een omgevingsvergunning voor het aspect natuur verkregen moet worden wanneer men: 1.
een project wil realiseren als bedoeld in artikel 2.7, tweede lid, van de Wet natuurbescherming,(handelingen met gevolgen voor beschermde natuurgebieden), en/of;
2.
een handeling wil verrichten als bedoeld in de artikelen 3.1, 3.5 of 3.10, lid 1 van de Wet natuurbescherming (handelingen met gevolgen voor beschermde plant- en diersoorten).
Een omgevingsvergunning natuur is niet nodig wanneer al toestemming op basis van de Wnb is verkregen of gevraagd. Verder is een omgevingsvergunning niet van toepassing wanneer voor het voorgenomen project geen vergunning en ontheffing op grond van de Wnb nodig is. De gevraagde veranderingen zijn geen project waarvoor op grond van de Wnb een vergunningplicht bestaat. De stikstofdepositie van de aanleg en de gebruiksfase van de inrichting is minder dan 0,00 mol/ha/jaar. Een omgevingsvergunning natuur voor Natura2000-activiteiten is daarom niet van toepassing.
1.8. Beoordeling van de aanvraag In verband met het ontbreken van een aantal gegevens hebben wij de aanvrager op 21 juni 2023 in de gelegenheid gesteld om de aanvraag uiterlijk op 24 juli 2023 aan te vullen. Wij hebben de aanvullende gegevens ontvangen op 25 juli 2023 en 3 augustus 2023. Na ontvangst van de aanvullende gegevens hebben wij de aanvraag getoetst op volledigheid. Wij zijn van oordeel dat de aanvraag voldoende informatie bevat voor een goede beoordeling van de gevolgen van de activiteit op de fysieke leefomgeving. De aanvraag is dan ook in behandeling genomen. De termijn voor het nemen van het besluit is 34 dagen opgeschort tot de dag waarop de aanvraag is aangevuld.
1.9. Procedure Deze beschikking is voorbereid met de uitgebreide voorbereidingsprocedure als beschreven in paragraaf 3.3 van de Wabo. Gelet hierop zijn wij niet verplicht om van de aanvraag kennis te geven op de in artikel 12 van de Bekendmakingswet bepaalde wijze, tenzij bij de voorbereiding van de beslissing op de aanvraag een milieueffectrapport (MER) moet worden gemaakt. Nu deze uitzonderingsgrond zich niet voordoet hebben wij geen kennisgegeven van de aanvraag op internet.
1.10.
Advies en verklaring van geen bedenkingen
12
In de Wabo en het Bor worden bestuursorganen vanwege hun specifieke deskundigheid of betrokkenheid aangewezen als adviseur. Gelet op het bepaalde in artikel 2.26 Wabo, alsmede de artikelen 6.1 tot en met 6.5 van het Bor, hebben wij de aanvraag ter advies aan de volgende instanties/bestuursorganen gezonden: -
Het college van burgemeester en wethouders van Roosendaal.
Zij hebben vervolgens het volgende advies uitgebracht: Het perceel is gelegen in het bestemmingsplan ‘Buitengebied Wouw 2020’, waarbinnen het de bestemming ‘Bedrijventerrein-6’ heeft. Hierin staat beschreven dat gebouwen uitsluitend ter plaatse van het als zodanig aangegeven bouwvlak zijn toegestaan en dat de afstand ten opzichte van de openbare weg 10 meter dient te bedragen. De aanvraag voldoet hier niet aan omdat er op dit perceel geen sprake is van een bouwvlak en de afstand ten opzichte van de openbare weg ongeveer 4 meter bedraagt. Op grond van artikel 2.12 lid 1 sub a onder 3 is het mogelijk om medewerking te verlenen aan de vergunning. Omdat sprake is van een perceel zonder bouwvlak is een verklaring van geen bedenkingen (vvgb) van de raad van de gemeente Roosendaal vereist. De aanvraag kan daarom niet als reguliere aanvraag worden afgehandeld. Op basis van het advies van de gemeente hebben wij verzocht om een ruimtelijke onderbouwing en hebben wij de gemeenteraad verzocht om een vvgb. Op grond van artikel 2.27 Wabo wijst het Bor of een bijzondere wet categorieën van gevallen aan waarvoor geldt dat een omgevingsvergunning niet wordt verleend dan nadat een daarbij aangewezen bestuursorgaan heeft verklaard dat het daartegen geen bedenkingen heeft.
Omdat het hier een geval betreft als vermeld in artikel 6.5 van het Bor, wordt de omgevingsvergunning niet verleend dan nadat de Gemeenteraad van Roosendaal heeft verklaard dat daartegen geen bedenkingen zijn. In dit kader hebben wij onverwijld na ontvangst van de aanvraag een exemplaar daarvan toegezonden aan de Gemeenteraad van Roosendaal met het verzoek om binnen 6 weken te reageren. Op [pm datum] hebben wij van de gemeenteraad van Roosendaal een (ontwerp) verklaring ontvangen waaruit blijkt dat er, gelet op het belang van <<betrokken belang>> , <keuze: geen> bedenkingen zijn tegen het verlenen van de gevraagde vergunning. Deze verklaring bestaat uit een considerans en voorschriften.
13
INHOUDELIJKE OVERWEGINGEN
Bouwen 2.
HET (VER)BOUWEN VAN EEN BOUWWERK
2.1. Inleiding Een aanvraag om omgevingsvergunning voor het bouwen van een bouwwerk als bedoeld in artikel 2.1 eerste lid onder a van de Wabo dient te worden verleend als geen sprake is van één van de weigeringsgronden zoals opgenomen in artikel 2.10 van de Wabo. Wij hebben beoordeeld of hiervan sprake is. 2.2.
Toetsing
Bouwbesluit De aanvraag en de daarbij overgelegde gegevens maken voldoende aannemelijk dat het bouwen waarop de aanvraag betrekking heeft, voldoet aan de voorschriften die zijn gegeven bij of krachtens het Bouwbesluit 2012 en het Besluit bouwwerken leefomgeving dat het Bouwbesluit 2012 per 1 januari 2024 vervangen heeft. Bouwverordening De aanvraag en de daarbij overgelegde gegevens maken voldoende aannemelijk dat het bouwen waarop de aanvraag betrekking heeft, voldoet aan de voorschriften die zijn gegeven in de gemeentelijke bouwverordening. Welstand Op 8 februari 2023 heeft de welstandscommissie van de gemeente Roosendaal ons geadviseerd over de aanvraag. Zij is van mening dat het bouwplan voldoet aan redelijke eisen van welstand. Wij kunnen met dit advies instemmen en hebben dit dan ook overgenomen. Bestemmingsplan Het perceel waarop gebouwd gaat worden valt binnen het bestemmingsplan ‘Buitengebied Wouw 2020’. Het perceel heeft volgens dit bestemmingsplan de bestemming ‘Bedrijventerrein - 6’. De aanvraag is getoetst aan de voorschriften van dit bestemmingsplan. Hieruit is gebleken dat de ingediende aanvraag niet past binnen de voorschriften van dit bestemmingsplan. Artikel 11.2.2 onder a van het bestemmingsplan bepaalt dat gebouwen uitsluitend ter plaatse van het als zodanig aangegeven bouwvlak zijn toegestaan.
De ingediende aanvraag gaat uit van een nieuw kantoor op een perceel waar niet in een bouwvlak is voorzien. Er is daarom sprake van strijd met het bestemmingsplan. De aanvraag past niet binnen de voorschriften van het bestemmingsplan. Daarom wordt de aanvraag, op grond van artikel 2.10 tweede lid van de Wabo, mede aangemerkt als een aanvraag om een vergunning voor een activiteit als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder c van de Wabo. De vergunning wordt in dat geval slechts geweigerd als vergunningverlening met toepassing van artikel 2.12 van de Wabo niet mogelijk is. Gebleken is dat toepassing kan worden gegeven aan artikel 2.12 zodat de vergunning voor het zogenaamde ‘planologisch strijdig gebruik’ kan worden verleend. Voor de overwegingen verwijs ik u naar het gestelde onder “het gebruik van gronden of bouwwerken….” in onderstaande overwegingen.
14
2.3. Conclusie Vanuit het toetsingskader dat betrekking heeft op het (ver)bouwen van een bouwwerk zijn wij van oordeel dat de gevraagde vergunning voor de activiteit het (ver)bouwen van een bouwwerk verleend kan worden. In deze beschikking zijn de voor deze activiteit relevante voorschriften opgenomen. 2.4. Aandachtspunten Het uitvoeren van de bouwwerkzaamheden moet geschieden overeenkomstig de bepalingen van de Bouwverordening en het Bouwbesluit 2012. Dit geldt ook voor vergunningvrije bouwactiviteiten. Vanaf 1 januari 2024 gelden de algemene regels uit het Besluit bouwwerken leefomgeving en het omgevingsplan van de gemeente Roosendaal.
Indien grond wordt afgegraven (bijvoorbeeld bij het bouwrijp maken en/of bouwwerkzaamheden) en van de locatie wordt afgevoerd, dient er rekening mee te worden gehouden dat deze grond elders niet zonder meer toepasbaar is. Met betrekking tot het elders hergebruiken van grond zijn de regels van het Besluit bodemkwaliteit van toepassing, die doorgaans een grotere onderzoeksinspanning vereisen.
Wijzigingen in het bouwplan dienen aan het bevoegd gezag te worden voorgelegd. Het is verboden zonder omgevingsvergunning een project uit te voeren voor onder andere het bouwen van een bouwwerk. De wijzigingen kunnen zodanig zijn, dat er nieuwe omgevingsvergunningen noodzakelijk zijn.
Voor het aansluiten op de gemeentelijke riolering dient u contact op te nemen met de gemeente waarin het bouwwerk is gelegen.
Indien u gebruik maakt van het terrein van derden (waaronder openbaar terrein) dan hebt u daarvoor toestemming nodig van de betreffende eigenaar.
Voor het onttrekken of afvoeren van grondwater (t.b.v. bronnering) is mogelijk toestemming, een melding of een vergunning nodig. Meer informatie is te vinden op de site https://www.infomil.nl/onderwerpen/lucht-water/handboekwater/activiteiten/oppervalktewater/bronbemaling-lozen/ Indien gebruik gemaakt wordt van de riolering voor het afvoeren van het grondwater heeft u daarnaast ook toestemming nodig van de beheerder van de riolering.
Indien er gesloopt wordt waarbij meer dan 10 m3 sloopafval of asbest vrijkomt, dient er conform artikel 7.10 van het Bbl een sloopmelding gedaan te worden, indien deze nog niet reeds is gedaan.
Bij de oplevering van het gebouw is een definitief energielabel verplicht. Het label dient afgegeven te zijn door een hiertoe erkend/gecertificeerd bedrijf.
15
Handelen in strijd met regels ruimtelijke ordening 3.
HANDELEN IN STRIJD MET BESTEMMINGSPLAN
3.1.
Algemeen
De aanvraag voorziet in het realiseren van een nieuw kantoorgebouw aan de Boerenweg 8-A te Heerle. Het perceel waarop de aanvraag betrekking heeft valt binnen het bestemmingsplan ‘Buitengebied Wouw 2020’ vastgesteld op 21 juli 2022. De aanvraag is getoetst aan de voorschriften van dit bestemmingsplan. Hieruit is gebleken dat de ingediende aanvraag niet past binnen de voorschriften van dit bestemmingsplan. Artikel 11.2.2 onder a van het bestemmingsplan bepaalt dat gebouwen uitsluitend ter plaatse van het als zodanig aangegeven bouwvlak zijn toegestaan. De ingediende aanvraag gaat uit van een nieuw kantoor op een perceel waar niet in een bouwvlak is voorzien. Er is daarom sprake van strijd met het bestemmingsplan. De aanvraag wordt slechts geweigerd als vergunningverlening met toepassing van artikel 2.12 Wabo niet mogelijk is. Wij hebben beoordeeld of het mogelijk is de vergunning met toepassing van artikel 2.12 Wabo te verlenen. 1.2. Toelichting De aanvraag voor een activiteit als bedoeld in artikel 2.1 lid 1 onder c kan, op grond van artikel 2.12 lid 1 onder a sub 3° Wabo, worden verleend als de activiteit in strijd is met het bestemmingsplan maar niet in strijd is met een goede ruimtelijke ordening en de motivering van het besluit een goede ruimtelijke onderbouwing bevat.
Bij de aanvraag is een ruimtelijke onderbouwing gevoegd (rapportage “Ruimtelijke Onderbouwing Renewi, Heerl, projectnummer 0485551.100, definitief revisie 2, d.d. 3 augustus 2023). Wij hebben deze beoordeeld en zijn van oordeel dat sprake is van een goed ruimtelijke ordening. Daarnaast mag de omgevingsvergunning waarbij toepassing wordt gegeven aan artikel 2.12 lid 1 onder a sub 3°, op grond van artikel 6.5 lid 1 Bor, niet worden verleend dan nadat de gemeenteraad verklaard heeft geen bedenkingen te hebben. De verklaring kan slechts worden geweigerd in het belang van een goede ruimtelijke ordening. De gemeenteraad van de gemeente Roosendaal heeft deze verklaring afgegeven en heeft daarin verklaard; 1.
Een ontwerpverklaring van geen bedenkingen af te geven voor het realiseren van een nieuw kantoorpand;
2.
Aan de ontwerpverklaring van geen bedenkingen geen /voorwaarden te verbinden, te weten..
Deze verklaring is als bijlage bij het besluit gevoegd. 1.3.
Conclusie
Op grond van bovenstaande overwegingen, zijn wij van oordeel dat de gevraagde vergunning voor het planologisch strijdig gebruik op grond van artikel 2.12 lid 1 onder a sub 3° Wabo (projectbesluit) kan worden verleend ten behoeve van de verwezenlijking van het in de aanvraag omschreven project, conform de bij het besluit behorende en als zodanig gewaarmerkte tekeningen.
16
Milieu 4.
TOETSINGSKADER MILIEU
4.1. Inleiding De aanvraag heeft betrekking op een milieu neutrale verandering van de inrichting of van de werking van de inrichting als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder e, 2° van de Wabo. De Wabo bepaalt in artikel 2.14, vijfde lid dat in afwijking van het eerste tot en met vierde lid de vergunning wordt verleend, wanneer wordt voldaan aan artikel 3.10, derde lid. Dat betekent dat een vergunning wordt verleend met de reguliere procedure, wanneer er sprake is van een verandering van de inrichting of van de werking van de inrichting die niet leidt 1. tot andere of grotere nadelige gevolgen voor het milieu dan volgens de geldende vergunning is toegestaan; 2. tot een verplichting tot het maken van een milieueffectrapport als bedoeld in hoofdstuk 7 van de Wet milieubeheer; 3. tot een andere inrichting dan waarvoor eerder een omgevingsvergunning is verleend. De aanvraag is getoetst aan deze criteria en wij komen tot de volgende afweging.
4.2.
Activiteitenbesluit milieubeheer en Besluit activiteiten leefomgeving In het Activiteitenbesluit milieubeheer (hierna: Activiteitenbesluit) waren voor een groot aantal activiteiten, die binnen inrichtingen plaats kunnen vinden, rechtstreeks werkende, algemene regels opgenomen. Met het in werking treden van de Omgevingswet is ook het Activiteitenbesluit komen te vervallen. Gelet op het overgangsrecht wordt de aanvraag, zoals hiervoor reeds benoemd, overeenkomstig het oude recht afgehandeld. Hierbij merken wij op dat per 1 januari 2024 algemene regels op basis van het Besluit activiteiten leefomgeving en het omgevingsplan van toepassing zijn. De inrichting waarvoor vergunning is aangevraagd, is aangemerkt als een inrichting waarvoor vergunningplicht geldt. De activiteiten waarvoor deze vergunning is aangevraagd vallen onder de werkingssfeer van het Besluit activiteiten leefomgeving. Echter dient hiervoor ook de omgevingsvergunning op aangepast te worden. 4.3.
Toetsing
Toetsing gevolgen voor milieu Naar aanleiding van de ingediende aanvraag en de daarbij overgelegde gegevens concluderen wij dat de aangevraagde verandering hieraan voldoet, omdat:
Geluid; Een toename van de geluid is door de aangevraagde activiteiten niet te verwachten; Lucht; Bij de aanvraag is een Aeriusberekening en stikstofdepositie notitie toegevoegd. Deze documenten hebben wij beoordeeld en akkoord bevonden. Hieruit blijkt, dat voor de emissies bij de verschilberekening in AERIUS ervan is uitgegaan dat de shredder 10% minder in bedrijf is en zijn het verkeer en de mobiele werktuigen voor het aanleggen van het nieuwe kantoorgebouw toegevoegd. Uit de verschilberekening komt naar voren dat er geen sprake is van een toename in stikstofdepositie. Afvalwater; Bij het kantoor komt alleen huishoudelijk afvalwater vrij dat geloosd wordt op de gemeentelijke riolering. Dit valt onder rechtstreeks werkende regels. Energie;
17
Het nieuwe kantoorgebouw zal voldoen aan de laatste energie-eisen. Ten opzichte van het oude kantoorgebouw zal de energie-efficiëntie daarom toenemen. Dit is een verbetering voor het milieu. De verandering leidt niet tot andere of grotere nadelige gevolgen voor het milieu. De aanvrager heeft voldoende aannemelijk gemaakt, dat er voor de overige milieuaspecten geen toename zal zijn voor de milieubelasting. Toetsing milieueffectrapportage Er hoeft bij deze aanvraag geen milieueffectrapport (MER) te worden ingediend. De reden hiervoor is dat de in de aanvraag beschreven voorgenomen verandering niet is vermeld in de eerste kolom van onderdeel C en/of onderdeel D van de bijlage bij het Besluit milieueffectrapportage (besluit m.e.r.). Toetsing andere inrichting Op basis van de in de aanvraag opgenomen beschrijving van de verandering is het aannemelijk, dat de verandering niet leidt tot een andere inrichting dan waarvoor eerder een vergunning is verleend.
4.4. Conclusie Vanuit het toetsingskader dat betrekking heeft op het milieuneutraal veranderen van de inrichting zijn er geen redenen om de omgevingsvergunning te weigeren.
18
BEGRIPPENLIJST Voor de begrippen die niet in deze lijst zijn opgenomen refereren wij aan de definities zoals die zijn opgenomen in de geldende wet- en regelgeving (zoals de Omgevingswet, het Besluit activiteiten leefomgeving, het Besluit kwaliteit leefomgeving, het Besluit bouwwerken leefomgeving, de Omgevingsregeling, de Wet veiligheidsregio’s, etc.)
Begrip
Definitie
Considerans Bevoegd gezag
Gedeputeerde Staten van Noord-Brabant, namens dezen de Omgevingsdienst Midden- en WestBrabant (OMWB)
BBT
Beste beschikbare technieken
IPLO
Informatiepunt Leefomgeving
IPPC
Integrated Pollution Prevention and Control
Onderneming
Een bedrijfseconomische definitie van een of meerdere vestigingen behorende tot een en dezelfde onderneming. Hoeft niet plaatsgebonden te zijn bij bijvoorbeeld een concern met een hoofdvestiging en een of meerdere nevenvestigingen
OP
Omgevingsplan
RVO
Rijksdienst voor Ondernemend Nederland is een uitvoerende dienst van het Nederlandse ministerie van Economische Zaken en Klimaat.
Afvalwater en waterbesparing Bedrijfsafvalwater
Afvalwater, niet zijnde huishoudelijk afvalwater, afstromend hemelwater of grondwater.
Bedrijfsriolering
Een stelsel van buizen, verbindingstukken en elementen zoals straat- en trottoirkolken, gootelementen, verzamelputten en installaties, zoals slibvangputten, olie-waterscheider en controleputten voor de opvang en afvoer van bedrijfsafvalwater.
Hemelwater
Alle neerslag, zoals regen, sneeuw of hagel.
Openbaar riool
Voorziening voor de inzameling en transport van afvalwater.
Riolering
Bedrijfsriolering of openbare riolering.
19