CConstaterende datRoosendaal
Koppel je AI →
Document · PDF

BPtb_4 Ecodat_Aanvullend_onderzoek_Josephwijk_Roosendaal.pdf

Gemeenteraad 9 december 2021, gemeente RoosendaalBij agendapunt: 4g: Raadsvoorstel 65 Vaststelling bestemmingsplan St. Josephbuurt2.151 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Aanvullend ecologisch onderzoek Project Josephwijk Roosendaal In het kader van de wet Natuurbescherming

Tekst, foto's en samenstelling

E.W.A. Michels

In opdracht van

Alwel

Naam opdrachtgever

Dhr. W. Elema

Rapportnummer

2018_130122-05_02

Status rapport

Definitief

Datum oplevering rapport

20-09-2018

Aantal pagina's Wijze van citeren

14 Michels, E.W.A., 2018, Aanvullend onderzoek. Alwel, project Joesphwijk, Roosendaal. In het kader van de Wet natuurbescherming. Rapport 2018_130122-05-01, Ecodat BV ecologisch adviesbureau, Etten-Leur

Inhoud 1

Inleiding ......................................................................................................................................... 3 1.1

Aanleiding .............................................................................................................................. 3

1.2

Doelstelling ............................................................................................................................ 3

2

Projectgebied en omgeving .......................................................................................................... 4

3

Wettelijk kader .............................................................................................................................. 5

4.

Kaders- en uitgangspunten ........................................................................................................... 7 4.1

Het studiegebied ................................................................................................................... 7

4.2

Onderzoeksmethodiek .......................................................................................................... 7

4.3

Soorten .................................................................................................................................. 8

4.3.1 4.4 5

Volledigheid van het onderzoek ........................................................................................... 8

Resultaten ..................................................................................................................................... 9 5.1

6

Vleermuizen ................................................................................................................. 8

Vleermuizen .......................................................................................................................... 9

Effecten en conclusie .................................................................................................................. 10 6.1 Vleermuizen ............................................................................................................................ 10

7

Conclusie ..................................................................................................................................... 10

8.

Gegevensbronnen ....................................................................................................................... 11

Ecodat BV Aanvullend onderzoek, Wet natuurbescherming, Alwel, Josephwijk te Roosendaal. 2

1 Inleiding 1.1 Aanleiding Woonstichting Alwel is voornemens om woningen aan in de Josephwijk te Roosendaal te slopen en ter plaatse nieuwbouw te realiseren. Volgens nationale en internationale regelgeving is het verplicht om voordat een ingreep plaatsvindt onderzoek te doen naar het eventuele voorkomen van beschermde flora en fauna. In december 2017 heeft Ecodat BV een quickscan-rapportage opgeleverd met haar bevindingen. Onderhavige rapportage is een voortzetting van dit onderzoek. Deze rapportage moet dan ook gelezen worden in samenspraak en als vervolg op dat onderzoek. (Michels, E.W.A., 2017, Quickscan Woonstichting, project Josephwijk, Roosendaal. In het kader van de Wet natuurbescherming. Rapport 2017_130122-04-01, Ecodat BV ecologisch adviesbureau, Etten-Leur)

1.2

Doelstelling

Met behulp van dit onderzoek worden de volgende vragen beantwoord: • Welke soorten beschermde flora en fauna komen er voor in het projectgebied? • Welke soorten vleermuizen komen voor in het projectgebied? • Welke functies heeft het projectgebied voor de aanwezige beschermde soorten? • Leidt de ingreep (mogelijk) tot overtreding van de verbodsbepalingen uit de Wet Natuurbescherming? Bij aanwezigheid van beschermde soorten wordt ingeschat wat mogelijke nadelige effecten zijn bij uitvoering van de plannen en hoe deze voorkomen of verkleind kunnen worden. Hierbij worden ook eventuele wettelijke verplichtingen bepaald. Kan volstaan worden met het vermijden/beperken van negatieve effecten of is een ontheffing op de Wet natuurbescherming nodig? De aanpak van het beperken van negatieve effecten en/of de mitigatieopgave wordt ook in onderhavig rapport besproken.

Ecodat BV Aanvullend onderzoek, Wet natuurbescherming, Alwel, Josephwijk te Roosendaal. 3

2 Projectgebied en omgeving Het aanvullend onderzoek is ten behoeve van drie deelgebieden in de Josephwijk te Roosendaal. Onderstaand een kaart van het plangebied, met rood omkaderd de woningen die gesloopt gaan worden:

Figuur 1: projectgebied.

Ecodat BV Aanvullend onderzoek, Wet natuurbescherming, Alwel, Josephwijk te Roosendaal. 4

3 Wettelijk kader De Wet Natuurbescherming bevat de voormalige wetten: de Natuurbeschermingswet 1998, de Boswet en de Flora- en faunawet. De Wet Natuurbescherming beschermt in beginsel soorten. Activiteiten waarbij schade gedaan wordt aan beschermde dieren of planten zijn verboden. Tenzij dit uitdrukkelijk is toegestaan (het “nee, tenzij”-principe). Het is dan ook altijd zaak dat, waar mogelijk, activiteiten zonder schade aan beschermde dieren en planten uitgevoerd worden. De wet erkent de intrinsieke waarde van in het wild levende diersoorten. In de wet is dan ook een zorgplicht opgenomen: iedereen moet 'voldoende zorg' in acht nemen voor alle in het wild voorkomende dieren en planten en hun leefomgeving (dus niet alleen de beschermde). Via de Wet natuurbescherming (Wnb) is de bescherming van diverse planten en dieren in Nederland vastgelegd. Naast de algemeen geldende zorgplicht voor alle in het wild levende planten en dieren (artikel 1.11 van de Wnb) geldt voor een aantal soorten een aanvullend beschermingsregime. Deze aanvullend beschermde soorten zijn onderverdeeld in drie groepen, namelijk: • • •

vogels (artikel 3.1, alle soorten uit de Europese Vogelrichtlijn); overige strikt beschermde soorten, waaronder soorten uit de Europese Habitatrichtlijn (artikel 3.5, dit betreffen o.a. vleermuizen); nationaal beschermde soorten, waaronder soorten uit de Rode Lijst (artikel 3.10).

Het is volgens de Wet natuurbescherming niet toegestaan om (het leefgebied van) beschermde soorten aan te tasten. Dit is vastgelegd middels verbodsbepalingen: activiteiten die schadelijk zijn voor beschermde dier- en plantsoorten zijn verboden. Vrijstelling binnen provincie Noord-Brabant Provincies hebben de bevoegdheid om middels een provinciale verordening vrijstelling te verlenen voor nationaal beschermde soorten in het kader van bestendig beheer en onderhoud en ruimtelijke ontwikkeling. In het geval van de provincie Noord-Brabant worden de volgende nationaal beschermde soorten vrijgesteld: bruine kikker, gewone pad, kleine watersalamander, meerkikker, middelste groene kikker, aardmuis, bosmuis, dwergmuis, dwergspitsmuis, egel, gewone bosspitsmuis, haas, huisspitsmuis, konijn, ondergrondse woelmuis, ree, rosse woelmuis, tweekleurige bosspitsmuis, veldmuis, vos en woelrat. Deze soorten worden daarom in voorliggende rapportage buiten beschouwing gelaten. Voorzorgsmaatregelen Een overtreding van de verbodsbepalingen uit de Wet natuurbescherming is veelal te voorkomen door (voorafgaand aan de werkzaamheden) voorzorgsmaatregelen te treffen. Deze voorzorgsmaatregelen zijn gericht op het behoud van de functionaliteit van de groeiplaats van flora en de voortplanting- en/of vaste rust- en verblijfplaats van fauna.

Daarnaast voorkomen de voorzorgsmaatregelen de negatieve gevolgen van een activiteit op individuen (o.a. doding en verwonding).

Ecodat BV Aanvullend onderzoek, Wet natuurbescherming, Alwel, Josephwijk te Roosendaal. 5

Ontheffingsplicht Een ontheffingsplicht (artikel 3.3, 3.8 en 3.10 uit de Wnb) is van toepassing als een overtreding van de verbodsbepalingen uit de Wet natuurbescherming niet kan worden voorkomen door het nemen van voorzorgsmaatregelen. Het is mogelijk om met een goed onderbouwd projectplan een ontheffing aan te vragen bij de desbetreffende provincie (Noord-Brabant). De provincie toetst de aanvraag vervolgens aan drie criteria: • • •

Dient het planvoornemen in één van de in de wet genoemde belangen (bv.in het belang van de instandhouding van natuurlijke habitats)? Is er een andere ‘bevredigende’ oplossing mogelijk? Doet de ontheffing afbreuk aan de gunstige staat van instandhouding van de soort?

Gebiedsbescherming Via de Wet natuurbescherming is tevens de bescherming van gebieden vastgelegd (voormalige Natuurbeschermingswet 1998). De gebiedsbescherming houdt samengevat in dat een ingreep in of nabij Natura 2000-gebieden geen dusdanig negatieve effecten op de kwalificerende habitats en/of soorten mag hebben, dat deze zich op de lange termijn niet kunnen handhaven. Voor projecten die een (significant) negatief effect kunnen hebben op de instandhoudingsdoelen van het betreffende Natura 2000-gebied is een vergunningaanvraag noodzakelijk. Naast de bescherming van Natura 2000-gebieden via de Wet natuurbescherming kunnen gebieden via de ruimtelijke kaders beschermd worden middels het Natuurnetwerk Nederland (NNN, voorheen was dit de EHS).

Ecodat BV Aanvullend onderzoek, Wet natuurbescherming, Alwel, Josephwijk te Roosendaal. 6

4. Kaders- en uitgangspunten 4.1 Het studiegebied Het plangebied is aan alle zijden begrensd door woonwijken. Er is amper sprake van openbaar groen in het onderzoeksgebied.

Figuur 02: begrenzing plangebied

4.2 Onderzoeksmethodiek Onderstaande tabel geeft een compleet overzicht van de uitgevoerde veldbezoeken. Datum

tijdstip

type onderzoek

weersomstandigheden

6-6-2018 ochtend

vleermuizen

12 ºC, half bewolkt, droog, 3,4 m/s

7-6-2018 ochtend

vleermuizen

14 ºC, bewolkt, droog, 2,0 m/s

6-7-2018

nacht

vleermuizen

19 ºC, zonnig, droog, 3,6 m/s

11-7-2018

nacht

vleermuizen

18 ºC, zonnig, droog, 1,6 m/s

27-8-2018

nacht

vleermuizen

16 ºC, zonnig, droog, 3,3 m/s

28-8-2018

nacht

vleermuizen

16 ºC, bewolkt, droog, 3,0 m/s

18-9-2018

nacht

vleermuizen

16 ºC, zonnig, droog, 3,3 m/s

19-9-2018

nacht

vleermuizen

17 ºC, bewolkt, droog, 1,8 m/s

Tabel 1. Datum en tijdstip van en weersomstandigheden tijdens de inventarisaties. (de plaatsing van vallen voor overige zoogdieren zijn niet meegenomen in de bovenstaande tabel, daar dit niet relevant is)

Ecodat BV Aanvullend onderzoek, Wet natuurbescherming, Alwel, Josephwijk te Roosendaal. 7

4.3 Soorten 4.3.1

Vleermuizen

De inventarisatie is zoveel mogelijk uitgevoerd volgens geldende protocollen en richtlijnen. Voor de onderzoeksmethode van vleermuizen is het vleermuisprotocol aangehouden (versie 2017). Dit is een door het Netwerk Groene Bureaus (NGB), de Zoogdiervereniging en het bevoegd gezag goedgekeurde methodiek voor vleermuisonderzoek. Het vleermuisonderzoek is uitgevoerd met behulp van een batdetector (type Petersson D100/D240x). Een batdetector zet de voor mensen onhoorbare ultrasone geluiden van vleermuizen om in hoorbare geluiden. Aan de hand van de frequentie, het ritme en de toonkwaliteit van de geluiden in combinatie met vliegbeeld, silhouet en biotoop is het mogelijk om de vleermuissoorten te onderscheiden. Indien nodig worden opnames gemaakt om het geluid van moeilijk te determineren soorten achteraf te analyseren met behulp van het programma Batsound of Batexplorer. Het vleermuisonderzoek geeft inzicht in de functie van de bebouwing (verblijfplaatsen) en de groenzones in het (vlieg- en/of foerageergebied). Vleermuizen kunnen op meerdere manieren gebruik maken van de bebouwing in verschillende perioden van het jaar. Er zijn daarom meerdere bezoekronden uitgevoerd in de actieve periode van vleermuizen tussen april en september.

De volgende bezoekronden zijn uitgevoerd: • Twee bezoeken (waarvan één voor zonsopkomst en één na zonsondergang) in de periode 15 mei t/m 15 juli om kraam- en zomerverblijfplaatsen en vlieg- en foerageergebieden te onderzoeken met een tussenliggende periode van minimaal 30 dagen. • Twee avondbezoeken (rond middernacht) in de periode 15 augustus t/m eind september om paar- en winterverblijfplaatsen en vlieg- en foerageergebieden te onderzoeken met een tussenliggende periode van minimaal 20 dagen.

4.4

Volledigheid van het onderzoek

Het onderzoek is uitgevoerd m.b.v. de voor de verschillende soorten beschikbare informatie. De inventarisatie blijft echter een steekproef. Het is mogelijk dat soorten en functies niet waargenomen zijn tijdens de veldbezoeken en dat ze op een ander tijdstip wel zichtbaar of aanwezig zijn. De steekproef is volgens de richtlijnen acceptabel; de Wet natuurbescherming vraagt een initiatiefnemer om alles te doen wat redelijkerwijs van hem verwacht kan worden. Met de gekozen onderzoeksmethode en de inspanning is hieraan ruimschoots invulling gegeven.

Ecodat BV Aanvullend onderzoek, Wet natuurbescherming, Alwel, Josephwijk te Roosendaal. 8

5 Resultaten 5.1

Vleermuizen

Tijdens de onderzoeken zijn in het projectgebied alleen foeragerende vleermuizen aangetroffen. Hieronder worden de resultaten per functie behandeld. F O E R A G E E RG E B I ED In het projectgebied werden slechts af en toe foeragerende gewone vleermuizen (Pipistrellus pipistrellus) aangetroffen; Andere soorten zijn niet aangetroffen.

Afbeelding 3: foerageerplaatsen vleermuizen met een stip aangegeven en met een ster aangeduid zijn paarverblijven.

VLIEGROUTES Tijdens de veldbezoeken zijn geen vliegroutes aangetroffen. V E R B L I J F PL A AT S E N Tijdens de veldbezoeken zijn geen vleermuisverblijven in het projectgebied aangetroffen. Wel liggen er direct aangrenzend aan het projectgebied een tweetal paarverblijven van gewone dwergvleermuizen (Pipistrellus pipistrellus).

Ecodat BV Aanvullend onderzoek, Wet natuurbescherming, Alwel, Josephwijk te Roosendaal. 9

6 Effecten en conclusie 6.1

Vleermuizen

In het projectgebied zijn geen verblijven, vliegroutes nog verblijven aangetroffen. De gezonde staat van instandhouding van alle soorten vleermuizen zullen niet in gevaar komen bij doorgang van de geplande ingreep.

7 Conclusie De initiatiefnemer is van plan om de woningen, als gelegen in het projectgebied Josephwijk te Roosendaal, te slopen en ter plaatse nieuwbouw te realiseren. Onderzoek wijst uit dat er geen negatieve effecten voor beschermde flora en/of fauna te verwachten zijn. Wel dient de algemene zorgplicht, als beschreven in de wet natuurbescherming, Wnb art. 1.11, ten aller tijden in acht genomen te worden. Of het nu wel of niet om beschermde soorten gaat en of er nu wel of geen ontheffing nodig is of vrijstelling geldt. De zorgplicht houdt in dat eenieder die kan vermoeden dat er een negatief effect op soorten (en individuen) is, maatregelen neemt om effecten te voorkomen of te minimaliseren.

Ecodat BV Aanvullend onderzoek, Wet natuurbescherming, Alwel, Josephwijk te Roosendaal. 10

8.

Gegevensbronnen

Dietz, C., O. von Helversen & D. Nill, 2011. Vleermuizen. Alle soorten van Europa en Noord-West Afrika. Tirion Natuur. Gegevensautoriteit Natuur, 2013. Vleermuisprotocol. [http://www.netwerkgroenebureaus.nl/werken- aankwaliteit/vleermuisprotocol. (28-4-2017)]. Heusden, W.R.M. & S.J. Vreugdenhil, 2006. Handreiking Flora- en faunawet. Voor werkzaamheden en activiteiten in het kader van bestendig gebruik, bestendig beheer en onderhoud en ruimtelijke inrichting en ontwikkeling. Dienst Landelijk Gebied, Utrecht. Middleton, N., A. Froud & K. French. (2014) Social Calls of the Bats of Britain and Ireland. Pelagic Publishing, Exeter. Ministerie van EL&I, 2010. Buiten aan het Werk. Houd tijdig rekening met beschermde planten en dieren! Brochure. [http://www.rijksoverheid.nl/documenten-enpublicaties/brochures/2010/03/01/buiten-aan-het-werk-houd-tijdig-rekeningmet-beschermde-dieren- en-planten.html (28-4-2017)]. Pfalzer, G., 2002. Inter- und intraspezifische Variabilität der Soziallaute heimischer Fledermausarten. Fachbereich Biologie der Universität Kaiserslautern. Sachteleben, J. & O. von Helversen, 2006. Songflight behaviour and mating system of the pipistrelle bat (pipistrellus pipistrellus) in an urban habitat. In: Acta Chiropterologica 8(2): 391-401.

Kennisdocument Gewone dwergvleermuis, versie 1.0, BIJ12 Juli 2017 Kennisdocument Huismus, versie 1.0, BIJ12 Juli 2017 Kennisdocument Gierzwaluw, versie 1.0, BIJ12 Juli 2017

www.batecho.eu www.vleermuis.net www.waarneming.nl www.verspreidingsatlas.nl

Ecodat BV Aanvullend onderzoek, Wet natuurbescherming, Alwel, Josephwijk te Roosendaal. 11

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.roosendaal.nl/api/v1/meetings/1157/documents/31363