Boek 7 Het Vervolg (spreads).pdf
Tekst van het document
7
Vervolg Het
Het vervolg
Inhoud 7.1
Maatschappelijke effecten
Wat bereiken we met de Kwaliteitssprong? Doel en positionering
Maatschappelijke effectenanalyse, methode en resultaten Methodologie maatschappelijke effectenanalyse Resultaten maatschappelijke effectenanalyse, per bouwsteen Bouwsteen Natuur & Water Bouwsteen Sociaal Bouwsteen Economie & Onderwijs Bouwsteen Mobiliteit Bouwsteen Energie & Circulariteit Bouwsteen Wonen Sleutelproject Spoorzone Sleutelproject A58 Sleutelproject Nieuwe Bravis Conclusies en aanbevelingen
7.2 Faseringsstrategie
Doel, methode en principes Fasering per bouwsteen Bouwsteen Natuur & Water Bouwsteen Sociaal Bouwsteen Economie & Onderwijs Bouwsteen Mobiliteit Bouwsteen Energie & Circulariteit Bouwsteen Wonen Principes voor fasering Fasering van de Sleutelprojecten Proces Colofon
4
7
Het Vervolg
5
Leeswijzer
Nota bene: in dit boek zijn citaten opgenomen van de inwoners van Roosendaal, die we hebben opgehaald in ‘Het Gesprek’. Deze zijn onverkort weergegeven en niet geredigeerd.
6
7
Het Vervolg
Voor u ligt boek 8 Het Vervolg, onderdeel van het Ruimtelijk ontwikkelkader voor Roosendaal 2040 (RSD40). Het beschrijft de ambities voor de gemeente in haar verschillende verschijningsvormen: het stedelijk gebied, de dorpen, de buurtschappen en ons landschap – alle elementen die samenkomen in een bijzonder mozaïek. Naast deze overkoepelende visie worden in Roosendaal 2040 uitspraken gedaan voor de verschillende deelgebieden. De strategische visie legt de basis voor de uitwerking in concrete plannen en ontwerpen, in de fasen van ontwikkeling en realisatie. Waar nodig vindt hier nog nader onderzoek voor plaats. En uiteraard kunnen bij die uitwerking tal van belanghebbende partijen meedenken: initiatiefnemers, omwonenden, ontwerpers, maatschappelijke organisaties en overige betrokkenen. Roosendaal 2040 benoemt de hoofdlijnen voor de ontwikkeling van Roosendaal in de komende jaren, met de bijpassende kwalitatieve streefwaarden. Met andere woorden: hoe hoog leggen we met elkaar de lat voor Roosendaal, om het mozaïek te versterken en uit te breiden? Er worden ook wel aantallen en hoeveelheden genoemd (bijvoorbeeld voor de woningbouw), maar die moeten als indicatie en richting worden opgevat – met de nodige marges naar boven of beneden. Zo laten we bewust ruimte voor nieuwe ontwikkelingen en inzichten.
Op dezelfde manier bieden de beelden en de kaarten in deze visie een indicatief en inspirerend beeld van de beoogde ruimtelijke ontwikkeling van Roosendaal. Ze zijn bedoeld om grofmazig aan te geven wat de strategische visie is vanuit de gemeente, met de uitnodiging aan andere partijen om
hier verder over mee te denken en hier invulling aan te geven. We hebben Roosendaal 2040 in verschillende ‘boeken’ opgebouwd, die onafhan- kelijk van elkaar te lezen zijn: Boek 1 / Het Toekomstbeeld: de visie voor RSD40 één beeld samengebracht Boek 2 / De Visie: samenvatting van alle onderdelen op een rij gezet Boek 3 / De Opgave: aanleiding en analyse, de groei van Roosendaal, met een blik terug en vooruit Boek 4 / Het Gesprek: samen Roosendaal maken, de inzichten die de Roosendalers hebben gedeeld Boek 5 / De Strategie: hoe gaan we de groei van Roosendaal in goede banen leiden Boek 6 / De Gebiedspaspoorten: de uitgangspunten voor de aanpak van de verschillende gebieden (bestaand en nieuw) en hun bijdrage aan het mozaïek Boek 7 / Het Vervolg: financiering, organisatie en monitoring, over geld, mensen en het bijhouden van de effecten In dit zevende en laatste boek gaan we in op de uitvoering van de ambities voor Roosendaal 2040 en wat daarbij komt kijken. We staan stil bij de effecten van de beoogde ingrepen, de fasering en het proces.
7
7.1 Maatschappelijke effectenanalyse; Wat kunnen we bereiken met de kwaliteitssprong?
“Zorg ervoor dat de bewoners uitgenodigd worden om het initiatief te nemen. Overheid en bedrijfsleven faciliteert en begeleidt. Creëren draagvlak bij bewoners. Mogelijk ook voor enkele onderdelen beheer bij bewoners.”
Doel en positionering
Er is een relatie tussen de fysieke omgeving waarin mensen wonen, werken, leven en hun gezondheid en welzijn. Een verbetering van de fysieke omgeving draagt bij aan de gezondheid van onze inwoners. De context waarin mensen leven, heeft een grote invloed op hoe gezond zij zijn en hoe gezond zij zich voelen, mits hiernaast een passend flankerend beleid wordt ontwikkeld. De beschikbaarheid van programma’s speelt daarin mee, alsook de kwaliteit van de geboden ondersteuning en de mate waarin deze vindbaar en toegankelijk is, ook voor kwetsbare groepen in de Roosendaalse samenleving. Om de Kwaliteitssprong te laten slagen, zetten we in op een gebiedsgerichte aanpak waarin ‘sociaal’ en ‘ruimtelijk’ hand in hand gaan.
De uitwerking van de analyse past bij het huidige uitwerkingsniveau van de Kwaliteitssprong. En ze draagt ook bij aan de faseringsstrategie en organisatie strategie, die tevens in dit boek 7 worden behandeld. Nota bene: de Kwaliteitssprong speelt zich af in de gemeente Roosendaal. Om die reden omvat dit hoofdstuk enkel de effecten binnen de gemeentegrens. Eventuele effecten die buiten de gemeente neerslaan, bijvoorbeeld elders in Nederland, laten we hier buiten beschouwing.
Zicht op de hoofdlijnen van de inzet voor en de globale effecten van de Kwaliteitssprong helpt daarbij. Daartoe is in dit boek een maatschappelijke effectenanalyse opgenomen. Deze maatschappelijke effectenanalyse laat een bredere duiding zien van de te verwachten effecten van de Kwaliteitssprong, met daarbij aandacht voor zowel de fysieke als de nonfysieke interventies. Deze aanpak helpt om nader overwogen keuzes te maken.
Bron: Het Gesprek
8
7
Het Vervolg
9
De maatschappelijke effectenanalyse In de maatschappelijke effectenanalyse brengen we de verwachte maatschappelijke effecten van de Kwaliteitssprong in bredere zin in beeld. We kijken naar de effecten voor de verschillende bouwstenen.
Te beantwoorden vraag Hoe kunnen we slim de nodige interventies kiezen?
Hier baseren we ons op (wetenschappelijk) onderzoek en ervaringen met (deels) vergelijkbare projecten en ontwikkelingen, zoals eerder ontwikkelde stationsgebieden.
Interventies als onderdeel van de kwaliteitssprong Fysieke interventies
Non-fysieke interventies
Positionering bekostigingsstrategie als onderdeel van Roosendaal 2040
Kwalitatief
Investeringsanalyse: inschatting van omvang investeringsopgave en mogelijke investeringsvormen van fysieke en non-fysieke interventies
Kwantitatief
Impactanalyse: benchmark van Roosendaal na fysieke interventies - verandering gezondheid, wonen en samenleven Maatschappelijke effectanalyse: bredere duiding van mogelijke maatschappelijke effecten van fysieke en non-fysieke interventies op basis van eerder onderzoek
Hoe kunnen we de investering bekostigen?
Methode
“Altijd in overleg met de bewoners van het dorp doen!” Bron: Het Gesprek
10
7
Het Vervolg
11
Kwaliteitssprong RSD40
INTERVENTIE
12
7
Het Vervolg
BOUWSTENEN
MECHANISME
Natuur & Water
Verhoogde woningwaarde, klimaatadaptief
Sociaal
Programma’s, projecten o.b.v. Sociale Visie
OUTPUT (tijdens)
Meer en beter groen en beweegruimte
EFFECTEN (na)
Betere gezondheid Meer woongenot
Meer gebruik wetten Minder schulden Minder criminaliteit
Economie & Onderwijs
Maakstad, Zorgstad, Leisurestad
Mobiliteit
Maatregelen snel, langzaam verkeer
Betere verbinding
Energie & Circulariteit
Maatregelen publiek en privaat
Isolatie, opwekking, minder gebruik
Wonen
Nieuwbouw woningen
Nieuwe woningen
Meer en passendere tijdsbesteding
DISTRIBUTIE EFFECTEN
Inwoners Roosendaal
Hogere woningwaarde
Betere gezondheid
Meer bewegen, meer interactie
KWANTIFICERING
Hogere arbeidsparticipatie
Hogere kosten
Minder uitkeringen
Private partijen & corporaties Biodiversiteit en klimaat
Meer schooldeelname
Zorgverzekeraars
Hogere arbeidsparticipatie
Werkgevers
Betere gezondheid
Hoger inkomen
Betere gezondheid Meer woongenot Minder parkeren Betere energieprestatie Minder CO -uitstoot
Minder kosten Minder hittestress
Minder energievraag
Minder netbelasting
Meer inwoners Meer woongenot
Hogere inkomsten
Meer levensloopbestendig wonen
Lagere kosten Wmo, Wlz
OV-bedrijven
Netbeheerders Gemeente
13
Maatschappelijke effectenanalyse: methodologie en resultaten In deze effectenanalyse geven we een overzicht van de mogelijke, verwachte effecten van de Kwaliteitssprong Roosendaal. We doen dat op basis van de volgende uitgangspunten: · We gaan uit van de zes bouwstenen en de interventies per bouwsteen en van de drie sleutelprojecten. · We gaan uit van een tijdsspanne tot 2040. · We beschrijven de maatregelen en effecten op het niveau van Roosendaal als gemeente. Belangrijk daarbij is dat de wijken en dorpen uiteraard onderling verschillen. Het effect kan dus ook verschillen per wijk en dorp. Dit moet op dit niveau nader worden gemonitord. · We maken onderscheid in fysieke en non-fysieke interventies. Van de non-fysieke interventies is de scope in ontwikkeling: er zijn richtingen aangegeven, maar nog geen keuzes gemaakt in toepassing en omvang. We duiden deze effecten op kwalitatieve wijze. Voor de fysieke interventies geven we waar mogelijk een kwantitatieve omschrijving. Dit doen we op basis van: P (onderbouwde prijs, onderzocht kental) Q (omvang interventie, bijvoorbeeld aantal nieuwe woningen). De interventies, verdeeld over zes bouwstenen en de drie zogenaamde sleutelprojecten, zijn geduid in de vorm van een kwalitatieve en kwantitatieve analyse van het bereik en de effecten
14
7
Het Vervolg
van desbetreffende maatregelen. Deze analyse heeft nadrukkelijk niet als doel om alle genoemde maatregelen kwantitatief te duiden, zoals bijvoorbeeld gebeurt bij uitgebreide maatschappelijke kosten-/batenanalyses (MKBA’s). In plaats daarvan worden waar mogelijk – en op basis van bestaande bronnen – de verwachte kwantitatieve effecten geduid. Die effecten zijn bovendien niet 1-op-1 te vertalen in investeringsruimte. Een kwantitatief effect van 10 miljoen euro is niet hetzelfde als een toerekenbare opbrengst, op basis waarvan 1 (of meer) partij(en) dan een investering van 10 miljoen kan doen. Het is alleen een indicatie van het relatieve belang van de doorgerekende set maatregelen. Dat maakt het mogelijk in de besluitvorming verschillende sets van maatregelen tegen elkaar af te wegen.
We beschrijven de effecten aan de hand van de volgende elemen-
Interventie
·
Wat is de scope van de interventie?
·
Hoe werkt de interventie? Mechanismen zijn elementen uit de werkwijze die ervoor zorgen dat effecten optreden.
Output (tijdens de interventie)
·
Welk direct gevolg heeft de interventie? Bijvoorbeeld: woningbouw.
Effect (na de interventie)
·
Welk effect sorteert de interventie? Bijvoorbeeld: een hogere WOZ-waarde.
Kwantificering effecten
·
Indien mogelijk: hoe kunnen we dit effect kwantificeren en/of monetariseren?
Distributie
·
Bij wie landt het effect? Inwoners, de gemeente, elders?
Mechanismen
Nota bene: onder de resultaten liggen aannames. Deze aannames gaan bijvoorbeeld over de gehanteerde prijzen en kentallen en/of over de omvang c.q. het bereik van bepaalde interventies. Daarbij geldt ook dat, hoe verder in detail de interventie is uitgewerkt, hoe meer het mogelijk is vooraf al een uitspraak te doen over de mogelijke, te verwachten effecten. Andersom geldt dit net zo: als er geen kentallen zijn en/of een omvang van de interventie bekend is, dan is de omvang van het effect niet in te schatten. We lichten dit per bouwsteen en effect nader toe.
15
Maatschappelijke effectenanalyse: methodologie en resultaten
Maatschappelijke effectenanalyse: methodologie en resultaten
Resultaten maatschappelijke effectenanalyse, per bouwsteen
Bouwsteen Natuur & Water
NB: zie boek 5, 6 en 7 voor de uitgebreide beschrijving van De Strategie (5), De Projecten (6) en De
Gebiedspaspoorten (7). De maatregelen per bouwsteen zoals hieronder beschreven, zijn kort samengevat.
De maatregelen 1. Groen toevoegen: toevoegen van nieuwe bossen en natuur, met nieuwe economische dragers. Versterking en aanleg van de ‘Groene voegen’, die zorgen voor het verbinden van groen in de stad en in het buitengebied en tussen beide. 2. Natuur en water toevoegen: Roosendaal ‘sponsstad’, met het beter vasthouden van water. Verdroging op zandgrond tegengaan (infiltratie in plaats van het water zo snel mogelijk afvoeren). Beekdalen hermeanderen, meer natte natuur. 3. Parken toevoegen en verbeteren: inzet op de Roosendaalse parken en (klooster-)tuinen. Dit is een unieke kwaliteit van Roosendaal die meer
tot zijn recht moet komen. Verbinden, verbeteren van toegankelijkheid, kwaliteitsimpulsen. Groei van de stad vraagt om nieuwe parken, zowel in de bestaande wijken als in de nieuwe gebieden. 4. Kwaliteitsslag buurtgroen: we gaan van kwantiteit naar kwaliteit. Daarnaast kijken waar we strategisch meer ruimte kunnen maken voor meer groen in de buurt (bijvoorbeeld door parkeerplaatsen op te offeren). De effecten 1. Hogere WOZ-waarde 2. Betere fysieke gezondheid 3. Passend(er) wonen 4. Betere luchtkwaliteit
Interventie
Mechanismen
Output (tijdens de interventie)
Effect (na de interventie)
Kwantificering effect
Distributie
Meer (nabij) groen
Groen verhoogt WOZ-waarde
+ groen
Hogere WOZwaarde
WOZ, OZB en aantal woningen
Inwoners Roosendaal
Hogere onroerend zaakbelasting
Kwantificering effect
Gemeente Roosendaal
10.810 * � 257.600 * 1,02 * 0,0814% = � � 2.312.044 per jaar
Effect 1: Hogere WOZ-waarde Uit diverse onderzoeken blijkt dat meer hoogwaardig groen in de buurt van woningen de WOZ-waarde verhoogt. Dit effect wordt (conservatief) geschat op 2 procent van de woningwaarde.
16
7
Het Vervolg
17
Maatschappelijke effectenanalyse: methodologie en resultaten Interventie
Mechanismen
+ groen
Meer naar buiten
Output (tijdens de interventie)
Effect (na de interventie)
Meer bewegen
Betere fysieke gezondheid
Kwantificering effect
Distributie
nee
Inwoners Roosendaal
Effect 2: Betere fysieke gezondheid Daarnaast heeft een groene omgeving een positief effect op onze fysieke en mentale gezondheid. Groen nodigt mensen uit tot bewegen en recreëren en draagt bij aan sociale cohesie en een veilig gevoel. De Kwaliteitssprong investeert in groen, een aantrekkelijker buitenruimte en voorzieningen. Onze verwachting is dat inwoners daardoor vaker naar buiten gaan en meer bewegen.
Interventie
Mechanismen
Output (tijdens de interventie)
Effect (na de interventie)
Kwantificering effect
Distributie
+ groen
Meer woongenot
Meer groen
Meer woongenot
nee
Inwoners Roosendaal
Effect 3: Passender wonen Het toevoegen van groen zorgt voor meer woongenot in brede zin, zo blijkt uit onderzoek.
Interventie
Mechanismen
Output (tijdens de interventie)
Effect (na de interventie)
Kwantificering effect
Distributie
+ groen
Meer woongenot
Meer groen
Meer woongenot
nee
Inwoners Roosendaal
Bouwsteen Sociaal De maatregelen 1. Bewegen: zet zowel fysiek als sociaal in op meer bewegen. Hierbij worden initiatieven en programma’s ondersteund die bewoners aanmoedigen tot fysieke activiteiten, zoals sportevenementen en wandelgroepen, en ook sociale activiteiten die interactie bevorderen, zoals gezamenlijke groepsactiviteiten en community events. 2. Ontmoeten: stimuleer ontmoeting en samen meedoen in plaats van afhaken. Het creëren van mogelijkheden voor bewoners om elkaar te ontmoeten en samen te werken versterkt de sociale cohesie en helpt bij het opbouwen van veerkracht. Voorbeelden zijn buurtbijeenkomsten, sociale clubs en gezamenlijke projecten. Kortom: ontmoeting in je eigen buurt draagt bij aan mentale weerbaarheid.
3. Mee (kunnen) doen: zorg ervoor dat iedereen kan meedoen door te investeren in leer-, woon- en werkgelegenheden, en door gelijke kansen te creëren. Dit omvat educatieve programma’s, betaalbare huisvesting, en werkgelegenheidsinitiatieven die inclusiviteit bevorderen. De effecten 1. Betere fysieke gezondheid 2. Betere mentale gezondheid 3. Hogere participatie 4. Hoger veiligheidsgevoel 5. Hogere Sociaal-Economische Status (SES) 6. Beter bereik van ondersteuning en daarmee veranderende vraag
Effect 4: Betere luchtkwaliteit Ook de luchtkwaliteit wordt beter door deze interventie. Meer groen zorgt voor extra afvang van CO2 en fijnstof.
18
7
Het Vervolg
19
Maatschappelijke effectenanalyse: methodologie en resultaten Bouwsteen Economie & Onderwijs De maatregelen 1. Roosendaal Maakstad: Roosendaal is een maakstad en dat willen we verder versterken. Focus op beroepsonderwijs. Circulaire economie, innovatie en verduurzaming. Kansen voor biobased (ver) bouwen, als impuls ook voor de ondernemers in het landelijk gebied. 2. Roosendaal Zorgstad: realisatie van een nieuw regionaal ziekenhuis, koppeling met onderwijs en ondernemerschap. 3. Roosendaal Leisurestad: Bezoekers van het Leisurepark verleiden om
meer van Roosendaal te zien en langer te blijven. We zetten in op doorontwikkeling van het centrum van place to buy naar place to be. Meer cultuur, horeca. Het landelijk gebied perspectief bieden door grotere focus op recreatie. De effecten 1. Hogere arbeidsparticipatie 2. Beter mentaal welzijn 3. Minder vroegtijdig schoolverlaters
Interventie
Mechanismen
Output (tijdens de interventie)
Effect (na de interventie)
Kwantificering effect
Distributie
Economisch progamma
Activatie
Meer banen en passend werk
Hogere arbeidsparticipatie
Minder uitkeringen
Gemeente Roosendaal
Hoger inkomen
Inwoners Roosendaal
Interventie
Mechanismen
Output (tijdens de interventie)
Effect (na de interventie)
Kwantificering effect
Distributie
Sociaal programma
Bijdrage aan mentaal welzijn
Deelname aan programma
Beter mentaal welzijn
nee
Inwoners Roosendaal
Effect 2: Beter mentaal welzijn Meer participeren door onderwijs en werk draagt bij aan het mentale welzijn in alle leeftijdsgroepen, zo blijkt uit diverse onderzoeken. Het economisch programma focust – met name door de inzet op vrijetijdseconomie en de aansluiting tussen onderwijs en arbeidsmarkt – op een werk- en leefklimaat waar bewegen, ontmoeten en mee (kunnen) doen gestimuleerd wordt. Door mogelijkheden tot in- én ontspanning te creëren binnen de gemeente, is Roosendaal een aantrekkelijke plek om te wonen, werken en recreëren.
Interventie
Mechanismen
Output (tijdens de interventie)
Effect (na de interventie)
Kwantificering effect
Distributie
Sociaal progamma
Investeren in schooldeelname (in kansrijke sectoren)
Deelname aan programma
Meer schooldeelname en werkgelegenheid
Meer startgekwalificeerden
Inwoners Roosendaal
Effect 3: Minder vroegtijdig schoolverlaters Uit onderzoek blijkt dat interventies gericht op het behalen van een startkwalificatie van groot belang is voor een duurzame inzet van mensen op de arbeidsmarkt en voor continue talentonwikkeling. Samen met het bedrijfsleven en onderwijs- en kennisinstellingen zorgen we voor een goede verbinding tussen arbeidsmarkt en onderwijs, zodat er voldoende aantrekkelijke banen zijn, de arbeidsparticipatie in Roosendaal toeneemt en de krapte op de arbeidsmarkt afneemt. Het zwaartepunt ligt daarbij op het beroepsonderwijs in Roosendaal (MBO en Associate Degree) en hoger onderwijs in de regio: de slimme doeners van de toekomst.
Effect 1: Hogere arbeidsparticipatie Als onderdeel van de Kwaliteitssprong wordt een uitgebreid economisch programma uitgevoerd. Een deel van de interventies in dit programma betreft interventies gericht op meer banen, een deel richt zich op (aangepaste) participatie. Het is aannemelijk dat de Kwaliteitssprong een bijdrage zal leveren aan een hogere arbeidsparticipatie.
20
7
Het Vervolg
21
Maatschappelijke effectenanalyse: methodologie en resultaten Bouwsteen Mobiliteit De maatregelen 1. Voetganger komt op één: we maken aantrekkelijke en veilige looproutes. 2. Roosendaal fietsstad: we verbeteren het fietsnetwerk met comfortabele en aantrekkelijke routes, zowel voor de verbinding tussen de wijken, het station als en het buitengebied. Een groot deel van Roosendaal is in 15 minuten per fiets bereikbaar. 3. Knooppuntontwikkeling: we bouwen het merendeel van de woningen op plaatsen die goed bereikbaar zijn met openbaar vervoer. Focuspunt is de verstedelijking rondom het NS-station. 4. Roosendaalse Ring: de stad en de wijken blijven goed bereikbaar met de auto, maar de auto staat niet centraal. De A58, A17 en regionale wegen gaan meer fungeren als de stedelijke ring. Met ‘inprikkers’ vanaf de hoofdwegenstructuur garanderen we goede bereikbaarheid van alle wijken en bedrijventerreinen. De on-
Interventie
derbouwing van de mobiliteitstransitie staat toegelicht in Bijlage I en II van Boek 5 De Strategie. 5. Mobiliteitshubs: we vergroten het aanbod van deelmobiliteit (deeltweewielers, deelauto’s) én OV-voorzieningen. De locaties van mobiliteitshubs zijn gekoppeld aan hoofdnetwerken fiets, openbaar vervoer en auto. 6. Slimmer ruimtegebruik: door (auto-) mobiliteit op een andere manier in te richten, ontstaat ruimte voor bijvoorbeeld woningen of groen. 7. Barrières slechten: infrastructurele barrières nemen we weg of verminderen we. De effecten 1. Hogere arbeidsparticipatie 2. Passend(er) wonen 3. Hogere inkomsten openbaar vervoerbedrijven
Effect 1: Hogere arbeidsparticipatie Uit onderzoek en recente gebiedsontwikkelingsstudies blijkt dat kansengelijkheid sterk samenhangt met een goede bereikbaarheid van onderwijs, voorzieningen en arbeidsplaatsen. Als we die verbindingen dus (letterlijk) weten te maken, organiseren we (ook letterlijk) minder afstand tot de arbeidsmarkt en passende banen. Dat zorgt voor onze samenleving als geheel dat de kosten van werkloosheid, bijstand en inactiviteit (zorg, criminaliteit) afnemen. De hoogte van dit positieve effect is nader in te schatten, want zeer afhankelijk van de precieze ingrepen.
22
7
Het Vervolg
Mobiliteitsmaatregelen
Mechanismen
Output (tijdens de interventie)
Effect (na de interventie)
Betere verbinding Meer beweging Meer woongenot en OV en bereikbaarheid
Kwantificering effect
Distributie
nee
Inwoners Roosendaal
Effect 2: Passend(er) wonen Uit onderzoek blijkt dat woningen die beter zijn verbonden met de voorzieningen, voor een hoger woongenot zorgen.
Interventie
Mechanismen
Output (tijdens de interventie)
Effect (na de interventie)
Kwantificering effect
Distributie
Investering in het OV
Meer gebruik van het OV
Meer gebruik van het OV
Hogere inkomsten OV
Hogere inkomsten OV
OV-bedrijven
Effect 3: Hogere inkomsten OV-bedrijven Investeringen in het openbaar vervoer in en rondom Roosendaal zorgen naar verwachting voor hogere inkomsten van de betrokken bedrijven. De hoogte daarvan is nog niet in te schatten, omdat die zeer afhankelijk is van de precieze ingrepen, die nu nog niet bekend zijn.
Interventie
Mechanismen
Output (tijdens de interventie)
Effect (na de interventie)
Kwantificering effect
Distributie
Mobiliteitsmaatregelen
Mogelijkheden tot actieve mobiliteit
Meer actieve mobiliteit
Beter welzijn van inwoners
Lagere uitstoot, uiteindelijk minder zorgkosten
Inwoners Roosendaal
Effect 4: Beter welzijn Investeringen in de mobiliteit die de voetganger en fietser op één zetten, zorgen voor meer mogelijkheden voor en gebruik van actieve mobiliteit. Dit zorgt voor minder ruimtebeslag per weggebruiker, fittere inwoners, minder uitstoot en mogelijk ook lagere kosten voor mobiliteit.
23
Maatschappelijke effectenanalyse: methodologie en resultaten Bouwsteen Energie & Circulariteit De maatregelen 1. Nieuwbouw energieneutraal en Paris Proof: woningen worden Nul-op-de-Meter (hoogste niveau energiezuinigheid). Alle nieuwe woningen worden minimaal Paris Proof. We hanteren voor nieuwe ontwikkelingen Het Nieuwe Normaal: we leggen de lat hoger dan het Bouwbesluit. 2. Bestaande bouw energiezuinig: we zetten erop in dat alle bestaande woningen van voor het jaar 2000 worden geïsoleerd volgens norm ‘De Standaard’. 3. Bestaande bouw aardgasvrij: we zetten in op drie strategieën: warmtenet, groen gas en all-electric. We zetten daarvoor in op uitbreiding van het warmtenet van DER in wijken met appartementen en een hogere dichtheid. De bestaande gasinfra wordt benut voor groen gas. Een deel van de woningen wordt all-electric. 4. Opwekking hernieuwbare energie: we vermijden de plaatsing van zonnepanelen op land. We gebruiken de bestaande ruimte slimmer door vooral in te zetten op zon op daken.
24
7
Het Vervolg
5. Niet slopen maar aanpassen: door zoveel mogelijk bestaande gebouwen te transformeren, splitsen, renoveren, op te toppen of aan te bouwen kunnen we slim meer woningen toevoegen en besparen we CO2. 6. Biobased en secundaire materialen: we maximaliseren het aandeel biobased en secundaire bouwmaterialen voor nieuwbouw, transformatie en renovatie. Daarnaast wordt er zoveel mogelijk natuurinclusief gebouwd. De effecten 1. Betere energieprestatie woningvoorraad 2. Minder CO2-uitstoot 3. Minder hittestress 4. Lagere belasting van het energienetwerk
Interventie
Mobiliteitsmaatregelen
Mechanismen
Output (tijdens de interventie)
Effect (na de interventie)
Betere verbinding Meer beweging Meer woongenot en OV en bereikbaarheid
Kwantificering effect
Distributie
nee
Inwoners Roosendaal
Effect 1: Betere energieprestatie woningvoorraad Een (breed) scala aan renovatie- en verduurzamingsmaatregelen zorgt voor een betere energieprestatie van de Roosendaalse woningvoorraad. Dit leidt tot minder energiekosten voor de inwoners van Roosendaal en tot een hogere WOZ-waarde. De omvang van dit effect is nog niet in te schatten, aangezien dit zeer afhankelijk is van de uiteindelijke scope en schaal van de nader uit te werken maatregelen op dit gebied.
Interventie
Mechanismen
Output (tijdens de interventie)
Effect (na de interventie)
Kwantificering effect
Distributie
Verduurzaming
Minder energieverbruik
Minder CO2
Minder CO2 uitstoot
nee
Inwoners Roosendaal
Effect 2: Minder CO2-uitstoot Een (breed) scala aan renovatie- en verduurzamingsmaatregelen zorgt voor minder CO2-uitstoot van de Roosendaalse woningen. De omvang van dit effect hangt af van de uiteindelijke scope en schaal van de nader uit te werken maatregelen op dit gebied.
25
Interventie
Mechanismen
Output (tijdens de interventie)
Effect (na de interventie)
Kwantificering effect
Distributie
Verduurzaming
Minder energieverbruik
Minder CO2
Minder CO2 uitstoot
nee
Inwoners Roosendaal
Effect 3: Minder hittestress Een (breed) scala aan renovatie- en verduurzamingsmaatregelen zorgt voor minder hittestress in Roosendaal. De omvang van dit effect volgt uit de uiteindelijke scope en schaal van de nader uit te werken maatregelen op dit gebied.
Interventie
Mechanismen
Output (tijdens de interventie)
Effect (na de interventie)
Kwantificering effect
Distributie
Verduurzaming
Energiezuiniger huizen (NOM)
Minder vraag naar gas en elektriciteit
Minder belasting energienetwerk
nee
Netbeheerders
Effect 4: Lagere belasting energienetwerk Er is een tekort aan capaciteit op het hoofdelektriciteitsnet. Dat leidt (bijna) overal in Nederland tot vertraging van de energietransitie, de overgang naar een fossielvrije samenleving én de woningbouw. Ook in West-Brabant speelt deze problematiek. Met behulp van decentrale(re) oplossingen kunnen we deze problemen dichter bij een oplossing brengen. Investeringen in decentrale netten besparen kostbare uitbreidingen van het hoofdnet. Met een (meer) lokaal gesloten energiesysteem waarvan de ondernemers en woningbezitters (meer) zelf eigenaren zijn, kan de kostbare verdere uitbreiding van het hoofdelektriciteitsnet worden ingeperkt. Zo draagt de Kwaliteitssprong bij aan het beperken van (verdere) netcongestie.
26
7
Het Vervolg
27
Maatschappelijke effectenanalyse: methodologie en resultaten Bouwsteen Wonen De maatregelen 1. Meer en passende woningbouw: inhaalslag voor Roosendalers zelf en voor nieuwe inwoners. Nieuwe woningen voor Roosendalers die nu moeilijk een (geschikte) woning kunnen vinden, zoals jongeren en ouderen. Groei naar 100.000 inwoners, toevoeging van circa 15.000 nieuwe woningen. 2. Verdichten in de stad: de nieuwe woningen bouwen we voornamelijk in de bestaande stad door verdichting op verschillende niveaus. De grootste concentraties komen op locaties die uitstekend bereikbaar zijn met openbaar vervoer, fiets (en auto). Verdichting zetten we ook in als middel voor bijvoorbeeld meer draagvlak voor voorzieningen en het openbaar vervoer. De rest van de stad profiteert hiervan mee.
3. Bijzonder wonen in het buitengebied: als middel om nieuwe natuur te creëren, voor de omschakeling naar circulaire landbouw, recreatief gebruik en het draagvlak van voorzieningen. 4. Renoveren, transformeren, optoppen: we verbeteren de kwaliteit van de bestaande woningen, met meer diversiteit in woningtypes en het slim meer woningen toevoegen op dezelfde schaarse ruimte.
Interventie
Mechanismen
Output (tijdens de interventie)
Effect (na de interventie)
Kwantificering effect
Distributie
+ 15.000 woningen
Woningbouw
+ 30.000 inwoners
Hogere inkomsten gemeentefonds
Hogere inkomsten gemeentefonds
Gemeente Roosendaal
Kwantificering effect
� 2.028 * 30.000 inwoners = �60.840.000
Effect 1: Hogere inkomsten gemeentefonds en hogere lasten voor Roosendaal De bouw van 15.000 woningen zorgt voor meer inwoners in Roosendaal. De schatting van het aantal extra inwoners in 2040 is 30.000. De inkomsten voor het gemeentefonds bedroegen in 2022 € 2.028 per inwoner/jaar. Deze inkomsten kunnen ingezet worden om de hogere lasten te dekken in bv zorg en beheer van de openbare ruimte, die ontstaan als gevolg van meer inwoners.
De effecten 1. Hogere inkomsten gemeentefonds 2. Passend(er) wonen Interventie
Mechanismen
Output (tijdens de interventie)
Effect (na de interventie)
+ 15.000 woningen
Woningbouw
+ 15.000 woningen met betere kwaliteit
Meer woongenot
Levensloopbestendig(er) wonen
Kwantificering effect
Distributie
Inwoners Roosendaal
Lagere kosten Wmo, Wiz
Gemeente Roosendaal
Zorgverzekeraars
Effect 2: Passend(er) wonen De bouw van woningen die inspelen op de demografische ontwikkelingen (van eenpersoonswoningen tot gezinswoningen tot levensloopbestendige woningen) zorgt voor meer en beter passend wonen voor alle inwoners van Roosendaal. Voor een deel van deze inwoners kan dit leiden tot toegenomen geluk en eventueel ook lagere zorgkosten onder de Wmo en Wlz (doordat het mogelijk wordt om langer thuis te wonen).
28
7
Het Vervolg
29
Sleutelproject Spoorzone
De maatregelen In de Spoorzone geldt dat de bestaande plannen van ProRail/NS/ Ministerie van I&W voor vernieuwing en uitbreiding van het emplacement ten koste kunnen gaan van de ambities vanuit Roosendaal. Het deels uitplaatsen van het emplacement en aanverwante voorzieningen wordt in goede samenspraak met de betrokken partijen verder onderzocht. De eerste inzichten zijn dat er een zeer kansrijk perspectief ligt. Een integraal project zoals de Spoorzone wordt vooral een succes als het ook een katalyserend (vliegwiel-) effect heeft op de aantrekkelijkheid als vestigingsplaats. Een publieke investering kan leiden tot een zelfversterkend dynamisch proces waarbij bedrijven en huishoudens worden aangetrokken door een hogere kwaliteit van een stad. Dat is dan ook de inzet van dat Sleutelproject Spoorzone.
30
7
Het Vervolg
De volgende maatregelen worden voorzien in de maximale variant: 1. 5.300 woningen 2. 300.000 m2 overig gebouwd programma 3. Eén nieuw stadspark 4. Ontwikkeling en intensivering van alle deelgebieden: Spoor C Het Stationskwartier ‘t Zoet (Cloettaterrein) Het Makersdistrict De effecten 1. Hogere WOZ-waarde 2. Hogere leefbaarheid
Effect 1: Hogere WOZ-waarde Leefbaarheidsbaten vormen een post die van grote invloed kan zijn bij de kostenbatenafweging van infrastructurele inpassingsprojecten in de stad. Het verwijderen of het compenseren van stedelijke barrières geldt voor beleidsmakers als inzet omdat deze vaak de oorzaak zijn van allerlei maatschappelijke problemen (bijvoorbeeld Spoorzone Delft, A2 Maastricht en Zuidelijke Ringweg Groningen). Effect 2: Hogere leefbaarheid Tot slot wijst onderzoek ook op het optreden van het ‘vliegwieleffect’. Dit is een zelfversterkend proces waarin een investering in de publieke ruimte bijvoorbeeld leidt tot een verhoging in de aantrekkelijkheid voor bepaalde huishoudens of bedrijven om zich te vestigen in de betreffende stad. Door de aanwezigheid van deze huishoudens of bedrijven wordt het vervolgens weer aantrekkelijker voor andere huishoudens en bedrijven om zich daar ook te vestigen, wat op zijn beurt weer het draagvlak kan vergroten voor additionele investeringen in de publieke ruimte. In dit verband zijn er vier functies die stedelijke ‘iconen’ vervullen: een symbool- en ansichtkaartwaarde (het icoon geeft de stad een gezicht), sacralisering (het icoon kan worden ‘vereerd’ door aanschouwers), publieke trots en identiteitsvorming en als laatste de katalysator voor de ontwikkeling van het omliggende gebied.
31
Sleutelproject A58
De maatregelen 1. A58 gedeeltelijk overkluizen, ter plaatse van oude Bravis en KCT-terrein 2. Bouw van meer woningen mogelijk 3. Verbeteren van verbindingen tussen wijken 4. Nieuwe groene openbare ruimte met bijvoorbeeld sportfuncties
Sleutelproject Nieuwe Bravis
Overzicht effecten 1. Hogere WOZ-waarde (+ woningbouw) 2. Meer groen (+ op effecten groen) 3. Minder overlast (geluidshinder) en betere luchtkwaliteit
De maatregelen 1. Huisvesting nieuwe ziekenhuis 2. Campusontwikkeling De effecten 1. Toename werkgelegenheid 2. Relaties met onderwijs en ondernemers (triple helix-verband tussen overheid, onderwijs en ondernemers) Het Bravis ziekenhuis voegt haar locaties in Bergen op Zoom en Roosendaal samen op de locatie De Bulkenaar. Op
Effect 1: Hogere WOZ-waarde Binnenstedelijke infrastructuurprojecten kennen niet alleen reistijdbaten maar ook leefbaarheidsbaten. Vooral in stedelijke gebieden kunnen die groot zijn, zo blijkt uit onderzoek van het CPB. Effect 2: Meer groen Dit effect nemen we niet apart mee in de kwantificering, om overschatting van de effecten te voorkomen Effect 3: Minder overlast (geluidshinder) en betere luchtkwaliteit Uit literatuur blijkt dat de effecten van minder geluidsoverlast en een betere luchtkwaliteit vooral binnen één kilometer optreden.
32
7
Het Vervolg
deze locatie kan het nieuwe Bravis ziekenhuis het vliegwiel op gang brengen voor een cluster voor toegepaste innovaties in de zorg waarin onderwijs, bedrijfsleven en de zorg- en welzijnssector samen op praktische wijze vorm geven aan de zorg van morgen. Voorafgaand aan deze ontwikkeling is bijvoorbeeld nagedacht over de toegevoegde waarde voor de bouwsteen Economie & Onderwijs, welke een flinke stimulans krijgen bij deze ruimtelijke ontwikkeling.
Effect 1: Toename werkgelegenheid De ontwikkeling van het nieuwe Bravis ziekenhuis heeft een direct positief effect op de werkgelegenheid, nu en in de toekomst. Door het gebied vanuit een campusgedachte door te ontwikkelen kan op termijn het zorglandschap worden uitgebreid, waarmee meer werkgelegenheid op de lange termijn wordt gecreëerd. Effect 2: Versterkte relaties met onderwijs en ondernemers De nieuwe ziekenhuiscampus versterkt de samenwerking tussen overheid, onderwijs en ondernemers, wat bekend staat als het triple helix-model. Onderwijsinstellingen kunnen praktijkgerichte stages en onderzoek bieden, terwijl ondernemers profiteren van toegang tot nieuwe kennis en technologie. Dit leidt tot innovaties in zorg en een versterkte regionale economie.
33
Conclusies en aanbevelingen
In dit eerste deel van boek 7, hebben we een eerste inzicht geboden in de mogelijke effecten van de kwaliteitssprong. De Kwaliteitssprong leidt naar verwachting tot een breed scala aan positieve effecten die maatschappelijke meerwaarde opleveren, waarvan enkele ook (kunnen) leiden tot financiële meerwaarde (op macro-niveau). Bij deze effecten geldt een aantal belangrijke aandachtspunten en aanbevelingen. Het is essentieel om te benoemen dat verschillende effecten met elkaar samenhangen en/of elkaar kunnen beïnvloeden. Deze afhankelijkheden zijn dynamisch en in de praktijk nog weinig onderzocht. Daarom is het belangrijk om de samenhang en integraliteit te bevorderen tussen de gemeentelijke domeinen in de verdere uitwerking. Dit geldt zowel voor de fysieke als de non-fysieke interventies die onderdeel worden van de Kwaliteitssprong. Belangrijk is de samenhang en integraliteit tussen beleid en programma’s op de sociale, sociaal-economische en ruimtelijke domeinen. Hiermee versterken de ruimtelijke en sociaalmaatschappelijke ontwikkelingen elkaar.
34
7
Het Vervolg
Daarbij heeft het doorontwikkelen van een monitoringssysteem, in samenwerking met ons Datalab en inhoudelijk verantwoordelijke afdelingen, meerwaarde. Het gaat dan met name om het volgen van en waar mogelijk bijsturen op de ontwikkeling van de verschillende parameters. Ook hierbij dient integraal, vanuit zowel het sociale en het ruimtelijke domein geopereerd te worden. Tot slot benadrukken we dat deze effectenanalyse een voorzichtige voorspelling is en blijft van een ongewisse en vaak weerbarstige toekomst. De Kwaliteitssprong zet in op een grote instroom aan –vooral ook jonge –aanstaande Roosendalers. Roosendaal is echter niet de enige stad die inzet op een groei. Het is daarom des te belangrijker om samen te werken aan het bereiken en monitoren van de gewenste maatschappelijke effecten voor Roosendaal.
35
7.2 Faseringsstrategie De ingrepen uitgezet in tijd
36
7
Het Vervolg
Doel, methodologie en principes
De strategische visie Roosendaal 2040 beslaat de periode tot 2040. Niet alle ingrepen vinden logischerwijs direct plaats. Daarom heeft de gemeente een allereerste aanzet tot een ‘faseringsstrategie’ opgesteld. Deze biedt een eerste inzicht in de mogelijke fasering van de projecten die deel uitmaken van de kwaliteitssprong.
In deze faseringsstrategie hanteren we de volgende hoofdvragen: • Wat bepaalt de fasering? • Waar hebben we zelf invloed op? • Waar hebben we andere partijen voor nodig? • Wat betekent dit voor de gemeentelijke organisatie? We maken daarbij onderscheid tussen de volgende fasen: • Nog op te starten • (haalbaarheids)Onderzoek • Voorbereiding • In ontwikkeling
37
Fasering per bouwsteen
Fasering per bouwsteen
Bouwsteen Natuur & Water
Bouwsteen Sociaal
Voor de bouwsteen Natuur & Water geldt dat de passende fasering vooral afhankelijk is van de schaal van de interventie. Daarnaast is van belang welke andere interventies in hetzelfde gebied plaatsvinden, met name rondom woningbouw en mobiliteit. Door hun aard en omvang hebben deze vaak een grote invloed op de gebiedsaanpak.
38
7
Het Vervolg
Kleinschalige interventies zoals het toevoegen van groen op straatniveau zijn niet bepalend voor de fasering van de Kwaliteitssprong. Bij grotere interventies, zoals het toevoegen van een park of het aanpassen van de beekdalen, is het cruciaal dat zij integraal worden meegenomen in één overkoepelende integrale fasering voor het gebied (waarin dus ook de andere bouwstenen worden meegenomen).
Programma’s en projecten op het gebied van het sociaal domein en gezondheid kennen doorgaans een (veel) kortere uitwerk- en voorbereidingsperiode dan fysieke interventies. De bouwsteen zal bij aanvang van de planvorming meegenomen en ingetekend worden. Afhankelijk van de mensen die er komen te wonen en de mensen die er wonen, zorgen we dat de sociaal-maatschappelijke voorzieningen en projecten mee kunnen groeien met de mensen die er
(komen te) wonen. Het is van groot belang om deze bouwsteen vanaf de start mee te nemen in het uitwerken van gebiedsontwikkeling en hierbij expliciet rekening te houden met al lopende programma’s (met het Nationaal Programma Roosendaal voorop). Intensieve afstemming levert de juiste aansluiting tussen fysieke en nonfysieke interventies op en daarmee de grootste maatschappelijke impact voor onze inwoners.
39
40
Fasering per bouwsteen
Fasering per bouwsteen
Bouwsteen Economie & Onderwijs
Bouwsteen Mobiliteit
Ook hier geldt dat de programma’s en projecten doorgaans een (veel) kortere uitwerk- en voorbereidingsperiode kennen dan de fysieke interventies. Deze bouwsteen is daarom evenmin leidend in het bepalen van de fasering. Niettemin nemen we deze bouwsteen vanaf de start mee in het uitwerken van
Net als voor de bouwsteen Natuur & Water geldt dat de passende fasering vooral afhankelijk is van de schaal van de interventie op mobiliteitsgebied. Daarnaast vindt nauwkeurige afstemming plaats met de andere interventies (woningbouw en in mindere mate groen) die in hetzelfde gebied plaatsvinden.
7
Het Vervolg
gebiedsontwikkelingen. We houden hierbij expliciet rekening met al lopende programma’s en projecten, vanuit de ruimtelijke behoeften die deze kunnen hebben. De Makerscampus, maar ook het Nieuwe Bravis, zijn hier bij uitstek voorbeelden van.
Mobiliteit kan namelijk voorwaardelijk zijn voor het realiseren van woningbouw of bijvoorbeeld werkgelegenheid. Daarom vormen we voorafgaand aan iedere gebiedsontwikkeling een duidelijk beeld van de impact op mobiliteit en de gevolgen daarvan voor fasering voor het palet aan interventies.
41
Fasering per bouwsteen Bouwsteen Energie & Circulariteit De interventies die onderdeel zijn van deze bouwsteen zijn zeer divers: ze gaan van het klimaatneutraal bouwen van nieuwe woningen tot het plaatsen van zonnedaken bij bestaande woningen. De fasering van deze bouwsteen volgt met name op die van de woningbouw. Voor de bedrijfsterreinen is lokale opwek en verbruik door middel van energiehubs urgent.
42
7
Het Vervolg
43
Fasering per bouwsteen Bouwsteen Wonen Faseringsprincipes Voor woningbouw geldt dat de doorlooptijd vanaf voorbereiding tot eerste oplevering vaak 5 tot 10 jaar bedraagt. Daarnaast geldt dat woningbouw een zeer centrale rol inneemt in de projectontwikkeling van de gemeente, gezien de urgentie en omvang van woningbouwprojecten. Onze gemeente werkt beleidsmatig en projectmatig aan woningbouw. Beleid en projecten worden integraal benaderd. Deze integrale benadering is essentieel voor het uitvoeren van de interventies van de verschillende bouwstenen van de kwaliteitssprong. Een integrale blik op het te ontwikkelen gebied helpt in het bepalen van de optimale fasering, waarbij de woningbouw vaak de basis vormt.
44
7
Het Vervolg
45
Fasering van de Sleutelprojecten
De projecten Spoorzone (Spoor C, Het Stationskwartier, ‘t Zoet (Cloettaterrein) en Het Makersdistrict), Zorglandschap de Bulkenaar (Nieuwe Bravis) en de overkluizing van de A58 zijn projecten met een bijzondere status, de zogenoemde Sleutelprojecten. De eerste ontwerpen voor deze Sleutelprojecten
46
7
Het Vervolg
zijn uitgewerkt in de Boeken 5 en 6. Of deze sleutelprojecten tot realisatie komen en hoe ze gefaseerd worden, hangt af van de individuele uitvoerbaarheid, het ambitieniveau en de nader aan te brengen focus.
47
Proces
Hieronder schetsen we op hoofdlijnen het mogelijke vervolgproces voor de uitwerking en uitvoering van de Kwaliteitssprong:
1. Kwaliteitssprong als ontwikkelkader
Na vaststelling van de Kwaliteitssprong hebben we een ontwikkelkader dat kaderstellend en richtinggevend is voor de verdere ontwikkeling van de gemeente Roosendaal. Aan inwoners en ondernemers, toekomstige inwoners en ondernemers, maatschappelijke partners, mede-overheden, investeerders, financiers en andere marktpartijen maken we daarmee duidelijk wat onze ambities voor de toekomst zijn.
2. Programmatisch en projectmatig uitwerken
De Kwaliteitssprong is een zeer omvangrijke opgave en we zullen een flink aantal jaren nodig hebben om deze te realiseren. Dit realiseren doen we stap voor stap. We knippen de opgave op in integraal samenhangende programma’s, en die programma’s knippen we weer op in behapbare projecten.
48
7
Het Vervolg
3. Focus aanbrengen
4. Organiseren
De focus die we aanbrengen sluit ook aan bij de keuzes die in de meerjarenbegroting 2025-2028 zijn gemaakt, namelijk dat we primair inzetten op het Nationaal Programma Roosendaal, op de Westrand en op de Spoorzone. Deze drie programma’s zijn leidend voor de fasering die we kiezen in het overkoepelende en kaderstellende Kwaliteitssprongprogramma.
5. Investeren, exploiteren, faciliteren
Door het opknippen van de Kwaliteitssprong in integraal samenhangende programma’s, die we vervolgens weer uitwerken in verschillende projecten, brengen we focus aan. We kiezen die projecten waarmee we zo snel mogelijk zichtbare en aansprekende resultaten kunnen laten zien die een vliegwieleffect op het vervolg genereren.
We organiseren ons programmatisch en projectmatig. Er worden integraal werkende en multidisciplinair samengestelde projectgroepen gevormd die de projecten ter hand nemen. De samenstelling van de projectgroepen kan variëren en wordt afgestemd op de opgave. In verband met de integraliteit en samenhang, wordt er programmatisch afgestemd.
6. Samenwerking
De kwaliteitssprong is een omvangrijke opgave, een aantal aspecten zullen we alleen in gezamenlijkheid van de grond kunnen krijgen. Samenwerking met het rijk, de provincie, de regio, maatschappelijke partners, marktpartijen, nutsbedrijven woningscorporaties en andere partijen zal nodig zijn om onze ambities waar te kunnen maken. Per programma/ project zal hier invulling aan gegeven worden.
Per project wordt een businesscase gemaakt en ter besluitvorming voorgelegd. De businesscase bevat tevens een risicoanalyse en een bekostigingsopzet. Afhankelijk van de aard van het project kan het gaan om investeringen, een grondexploitatie en of vastgoedexploitatie of anderszins. De rol van de gemeente kan actief zelf exploiterend zijn, maar ook faciliterend of kaderstellend. Er zullen samenwerkingen met marktpartijen aangegaan kunnen worden en ook met maatschappelijke partners en mede-overheden.
49
Colofon
Redactie Hoofdredactie: Gemeente Roosendaal Redactie en tekst: MVRDV, Rebel Group, Transitie Focus en Kees de Graaf. Ontwerp en Vormgeving Grafisch ontwerp: MVRDV Illustraties en beeld: MVRDV, Rebel Group, Sterke Zaak, Jochem Coenen, West-Brabants Archief en Gemeente Roosendaal. Aan deze visie hebben meegewerkt: Gemeente Roosendaal Anouk van Agtmael, Paul de Beer, Mark Buijs, Jesper Cuperus, Nicky Eemsing, Erwin van Egmond, Ronald Ehlen, Najib El- Allouchi, Arwen van Gestel, René van Ginderen, Rob Groen, Robin Heij, Helga Hermans, Marco Herrmann, Liesbeth Heymans, Jil d’Hulst - van den Ende, Gabriel Jas, Klaar Koenraad, Philip van Lookeren Campagne, Han van Midden, Hans Mulder, Anton van Osta, Roy Pesman, Michiel Philippart, Evelien van der Star, Nanda Sweres, Kees Swinkels, Pascal Vermeulen, Sanneke Vermeulen, Remko Vermunt, Derek Westerveld en Wouter Wille. MRDV Winy Maas, Stephan Boon, Dirco Kok, Chun Hoi Hui, Olivier Sobels, Margaux Caboch.
REBEL Group Chrétienne Hoek, Willemijn Jonkheer, Wouter van Doorn. TransitieFocus Harry te Riele, Esther van der Valk
Speciale dank Dank aan alle deelnemers van Het Gesprek en in het bijzonder:
Goudappel Chris Bartman, Danny Walraven
Adriaan, Anouk, Bart, Bert, Bert, Brigitte, Ellen,Ernst, Evelyne, Galina, Jack, Jamy, Jan-Leendert, Jeroen, John, Karin, Manon, Marielle, Michiel, Mohamed, Rafke, Sandhya, Saskia, Stefan, Stephane, Sylvia, Ton, Toos en Trudy.
SpringCo Gert Jan Hagen, Cyril Crutz
Dank aan alle collega’s van gemeente Roosendaal en in het bijzonder:
Merosch Menno Schokker, Robbert van Rijswijk
Ad, Anne, Annemarie, Annemarie, Anniek Anouk, Anton, Arjan, Arno, Aäron, Bart, Bartele, Bas, Chantal, Charlotte, Chris, Claudia, Constantijn, Demi, Dennis, Desireé, Erik, Erwin, Frans, Gerben, Hans, Hans, Harold, Helga, Henk, Irene, Jeffrey, Jeffrey, Jeroen, Jesper, Jimmy, Joachim, Jolanda, Jolanda, Kees, Laura, Levien, Liesbeth, Louis, Louise, Mailo, Marcel, Marcel, Marga, Marij, Marion, Mark, Mark, Marlon, Martijn, Maud, Max, Michiel, Miriam, Mirjam, Mitchel, Najib, Nanda, Nicky, Okke, Pascal, Pascal, Patricia, Patrick, Perry, Peter, Petra, Philip, Ramon, Remko, Rene, Rob, Ronald, Roy, Rozemarie, Sabina, Sanne, Thom, Tobias, Wessel, Willemijn, Willemijne, Wouter en Wouter.
Joost van Faassen Stedelijke Strategie & Advies Joost van Faassen
Wing Inge Kersten, Liesa van de Wolde Sterke Zaak Marc Vermeule, Wessel van Hooff Jochem Coenen illustratie & ontwerp Jochem Coenen Bord & Stift Theresa Hartgers Circlelytics Maurik Dippel Epic Youth Thomas Vermeij Institus Morphologique Michiel Huisman Straat-o-loog Pim van den Berg
Contact en Vermeldingen Uitgeverij: Website: www.roosendaal.nl Emailadres: 2040@roosendaal.nl ISBN: [ISBN-Nummer] Copyright Copyright © gemeente Roosendaal 2025. Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze publicatie mag worden verveelvoudigd of openbaar gemaakt zonder voorafgaande schriftelijke toestemming.
Fabio Andres Sander Heideveld
50
7
Het Vervolg
51