Boek 4 Het Gesprek (spreads).pdf
Tekst van het document
4
Gesprek Het
Hoe kijkt de Roosendaler naar de toekomst?
Roosendalers Hanneke, Iris, Milou, David, Sophia, Lonneke, Jens, Matthew, Adriana, Stephanie, Robin, Lisanne, Julie, Arjan, Evi, Liz, Gerardus, Nienke, Melanie, Judith, Wessel, Michiel, Susanne, Melissa, Mireille, Meike, Dani, Björn, Naomi, Danique, Monique, Patrick, Yvonne, Sylvia, Lois, Jamie, Antonius, Kim, Natasja, Mick, Martijn, Jasmijn, Lizzy, Laura, Wilhelmina, Joyce, Danny, Mark, Stefanie, Marjolein, Emma, Jordi, Rens, Debbie, Petrus, Carolina, Tessa, Jacoba, Jacobus, Marijke, Nathalie, Lorenzo, Angélique, Julian, Christian, Vera, Leonardus, Tygo, Niek, Sara, Wesley, Fenne, Antoinette, Annemieke, Sharon, Eefje, Hendrika, Ricky, Ruben, Joey, Jarno, Bas, Lynn, Rob, Loes, Paul, Christianus, Veerle, Christina, Sanne, Quinty, Josephina, Britt, Tom, Noud, Kristel, Thomas, Sarah, Carola, Levi, Ronaldus, Marcus, Daan, Helena, Sabrina, Floor, Anke, Priscilla, Joost, Roel, Martine, Esmée, Pauline, Cindy, Lydia, Daniëlla, Mohamed, Lara, Arthur, Rombout, Catharina, Astrid, Yasmina, Josepha, Joris, Erik, Vince, Lieve, Jennifer, Luca, Mitchel, Saskia, Koen, Sebastiaan, Daniel, Marina, Bo, Tim, Michael, Ludovicus, Tess, Ricardo, Debby, Matheus, Johanna, Karin, Bob, Raymond, Albertus, Emiel, Tijn, Steven, Mike, Amy, Anne, Nicolaas, Antonetta, Rik, Anita, Olaf, Bas, Jessica, Pieter, Robbert, Mats, Peter, Bart, Diana, Kelly, Lisa, Marit, Salma, Mitchell, Ghislaine, Alex, Benjamin,
Janneke, Noa, Isis, Inge, Noor, Zoe, Daphne, Demi, Lars, Jill, Romy, Ryan, Roos, Jeffrey, Kimberley, Willem, Jolanda, Thijmen, Mariska, Sabine, Jason, Geertruda, Susan, Elisabeth, Jan, Milan, Marco, Cas, Roland, Lina, Stephan, Noortje, Fay, Stijn, Johan, Max, Theodora, Charlotte, Aya, Noah, Sandra, Andreas, Leroy, Nicky, Feline, Isa, Pim, Mirjam, Petronella, Timo, Justin, Wouter, Hendricus, Daisy, Isabella, Babette, 4
4
Het Gesprek
Jesse, Ralph, Sjors, Joep, Barbara, Martina, Rudolf, Silvia, Martinus, Finn, Jasper, Quinten, Maurice, Marieke, Esmee, Lotte, Isabel, Anna, Edwin, Simone, Maud, Kyra, Henricus, Richard, Robert, Marc, Dennis, Nora, Jean-Paul, Floris, Casper, Eric, Angela, Hendrikus, Anouk, Bastiaan, Hermanus, Monica, Nina, Miranda, Roeland, Julia, Naoual, Lucas, Michel, Yvette, Melvin, Franciscus, Ruud, Carlo, Ilona, Arno, Samantha, Henrica, Thijs, Natascha, Fabian, René, Niels, Fleur, Ilse, Evelien, Paulina, Indy, Kirsten, Eduard, Lieke, Alexander, Dimphina, Cynthia, Jelle, Jayden, Remco, Ingrid, Roy, Nancy, Anouar, Petra, Jurgen, Bryan, Veronique, Kiki, Teun, Bram, Gabriel, Liv, Brigitte, Kyan, Maria, Guus, Renske, Paulus, Luuk, Francisca, Frank, Kevin, Ivo, Wendy, Josephus, Jean, Adrianus, Luna, Mathijs, Alexandra, Sam, Cornelia, Cora, Sven, Wilhelmus, Deborah, Megan, Robertus, Adriaan, Maartje, Elise, Marie, Roger, Femke, Edward, Mandy, Erwin, Guusje, Eden, Stan, Elizabeth, Luc, Dionysius, Mohammed, Ashley, Sofie, Dymphna, Pieternella, Amira, Denise, Manon, Hubertus, Rayan, Patricia, Evy, Adam, Ferry, Ronny, Pascal, Michelle, Fenna, Bianca, Chantal, Tamara, Anthony, Mika, Sjoerd, Job, Linda, Kayleigh, Marloes, Danielle, Jeroen, Mila, Kimberly, Christiaan, Mees, Sem, Jim, Merel, Saskia, Sophie, Esther, Johannes, Gino, Nick, Timothy, Ellen, Cornelius, Gijs, Robbie, Theodorus, Corina, Saar,
Youri, Arnoldus, Dimphna, Marinus, Sterre, Rick, Claudia, Sander, Amber, Colinda, Ingeborg, Agnes, Maaike, Daniëlle, Dominique, Ronald, Vanessa, Jacob, Nine, Matthijs, Bernardus, Jil, Maarten, Marleen, Antonia, Carmen, Damian, Bartholomeus, Stefan, Suzanne, Nikki, Daniël, Etienne, Hendrik, Margaretha, Jordy, Eveline, Werner, Amanda, Barry, Jacqueline, Vincent, Eva, Dylan, Zoë, Marcel, Nicole, Gerarda, Pepijn, Eline, Siem, Cornelis, Tara, Dirk, Dina, Sharona. 5
Inhoud 4.1 Inleiding
Leeswijzer De werkwijze: in gesprek met de inwoners Samenvatting per thema
4.2 Wat moeten we behouden? Welke kwaliteiten behouden? Wat maakt de dorpen en buurten uniek?
4.3 Wat moet verbeterd worden? Wat vind je belangrijk dat de gemeente oppakt? Welke kwaliteit ontwikkelen? Wat wordt gemist?
4.4 Hoe ziet de toekomst eruit? Roosendaal als woonstad? A58 ondergronds of verleggen? Het Roosendaal van morgen
4.6 Wie doet wat?
Wat is typisch een taak voor de gemeenschap? Rol in opvoeding en vorm jeugd? Hoe verdelen we investeringen in klimaatneutraal en duurzaam?
4.7 Wie namen er deel aan het gesprek? Gender Leeftijdscategorie Denk(werk) niveau Band met Roosendaal Betrokkenheid gebied
4.8 Welke lessen leerden wij van de werkwijze? Colofon
4.5 Waar liggen de prioriteiten? Wat is voor jou het belangrijkst? Woningen bouwen of….? Manieren om nieuwe woningen in te passen? Wat kan in het buitengebied? Waar parkeren we de auto? Wat kan in het buitengebied? Waar parkeren we de auto? Hoe verdeel je het geld? Verkeer en vervoer Hoe verdeel je het geld? Groen Eén keuze maken
6
4
Het Gesprek
7
Leeswijzer
Nota bene: in dit boek zijn citaten opgenomen van de inwoners van Roosendaal, die we hebben opgehaald in ‘Het Gesprek’. Deze zijn onverkort weergegeven en niet geredigeerd.
8
4
Het Gesprek
Voor u ligt boek 4 Het Gesprek, onderdeel van het Ruimtelijk ontwikkelkader voor Roosendaal 2040 (RSD40). Het beschrijft de ambities voor de gemeente in haar verschillende verschijningsvormen: het stedelijk gebied, de dorpen, de buurtschappen en ons landschap – alle elementen die samenkomen in een bijzonder mozaïek. Naast deze overkoepelende visie worden in Roosendaal 2040 uitspraken gedaan voor de verschillende deelgebieden. De strategische visie legt de basis voor de uitwerking in concrete plannen en ontwerpen, in de fasen van ontwikkeling en realisatie. Waar nodig vindt hier nog nader onderzoek voor plaats. En uiteraard denken bij die uitwerking tal van belanghebbende partijen mee: initiatiefnemers, omwonenden, ontwerpers, maatschappelijke organisaties en anderen.
hier verder over mee te denken en hier invulling aan te geven.
Roosendaal 2040 benoemt de hoofdlijnen voor de ontwikkeling van Roosendaal in de komende jaren, met de bijpassende kwalitatieve streefwaarden. Met andere woorden: hoe hoog leggen we met elkaar de lat voor Roosendaal, om het mozaïek te versterken en uit te breiden? Er worden ook wel aantallen en hoeveelheden genoemd (bijvoorbeeld voor de woningbouw), maar die moeten als indicatie en richting worden opgevat – met de nodige marges naar boven of beneden. Zo laten we bewust ruimte voor nieuwe ontwikkelingen en inzichten. Op dezelfde manier bieden de beelden en de kaarten in deze visie een indicatief en inspirerend beeld van de beoogde ruimtelijke ontwikkeling van Roosendaal. Ze zijn bedoeld om grofmazig aan te geven wat de strategische visie is vanuit de gemeente, met de uitnodiging aan andere partijen om
Boek 6 / De Gebiedspaspoorten: de uitgangspunten voor de aanpak van de verschillende gebieden (bestaand en nieuw) en hun bijdrage aan het mozaïek
We hebben Roosendaal 2040 in verschillende ‘boeken’ opgebouwd, die onafhankelijk van elkaar te lezen zijn: Boek 1 / Het Toekomstbeeld: de visie voor RSD40 één beeld samengebracht Boek 2 / De Visie: samenvatting van alle onderdelen op een rij gezet Boek 3 / De Opgave: aanleiding en analyse, de groei van Roosendaal, met een blik terug en vooruit Boek 4 / Het Gesprek: samen Roosendaal maken, de inzichten die de Roosendalers hebben gedeeld Boek 5 / De Strategie: hoe gaan we de groei van Roosendaal in goede banen leiden
Boek 7 / Het Vervolg: financiering, organisatie en monitoring, over geld, mensen en het bijhouden van de effecten In het vervolg van dit vierde boek gaan we in op de kijk van onze inwoners: onder andere wat moet behouden blijven en hoe moet de toekomst eruitzien? In dit boek bedoelen we met ‘inwoners’ alle deelnemers aan de online dialogen.
9
10
4
Het Gesprek
11
12
4
Het Gesprek
13
4.1 Inleiding In dit hoofdstuk maken we de overstap naar de toekomst van onze gemeente. De basis daarvoor is gelegd door onze inwoners te vragen hoe zij aankijken tegen de ontwikkeling Roosendaal in de komende jaren. In onze buurten en wijken, in de dorpen, in het buitengebied. Wat vinden zij belangrijk, wat is er al wel aanwezig in de stad en waar zijn toevoegingen noodzakelijk?
In dit boek gaan we verder niet in op het tijdschrift, maar nemen we je mee in de gesprekken die zijn gevoerd met Roosendalers. Wij willen namelijk bouwen aan de toekomst samen met de Roosendalers en vóór de Roosendalers. Om te laten zien dat we dit voor iedere inwoner doen, zijn alle namen van de inwoners van Roosendaal opgenomen in dit boek!
Hierbij focussen we ons ook op de kinderen en jongeren, want ook hun mening is belangrijk. Om te weten wat zij belangrijk vinden in gemeente Roosendaal, hebben 62 kinderen en jongeren een camera gekregen om foto’s te maken. Op deze manier kregen wij inzicht in wat zij vinden dat nodig is om gemeente Roosendaal tot een geweldige plek te maken. Benieuwd naar wat de Roosendaalse kinderen en jongeren graag terugzien in de toekomst? Lees dan het tijdschrift De toekomst van Roosendaal – Jongerenfotografen!
In dit boek bedoelen we met ‘inwoners’ alle deelnemers aan de online dialogen. Dus ook niet-inwoners die zich om andere redenen betrokken voelen bij de gemeente, bijvoorbeeld vanwege hun werk of vrije tijd.
“Het gesprek met inwoners van een wijk. Zij weten als geen ander wat de knelpunten in de wijk zijn.” “Rekening houden met alle bewoners, niet alleen die zich makkelijk uitspreken.” Bron: Het Gesprek
14
4
Het Gesprek
15
De werkwijze: in gesprek met de inwoners In de periode 2023/24 is een innovatief participatietraject uitgevoerd als onderdeel van het programma Kwaliteitssprong. Dit programma heeft invloed op alle inwoners, ondernemers en andere ‘gebruikers’ van Roosendaal en daarom is het goed aan hen te vragen hoe zij de toekomstige ontwikkeling zien. Zij zijn de ervaringsdeskundigen in onze lokale samenleving. Een breed scala aan onderwerpen kan daarbij de revue passeren in het gesprek, passend bij de brede opzet van het programma en het voorliggende Ruimtelijke ontwikkelkader. De werkwijze bestond uit vier sporen. Het eerste spoor bevatte drie online dialogen. Belanghebbenden hebben hieraan deelgenomen. Het tweede bestond uit de organisatie van een ‘reflectietafel’, waarbij 20 personen meerdere keren live samenkwamen om de uitkomsten uit de online dialogen van een reactie te voorzien. Het derde spoor omvatte een apart offline traject met jongeren onder de 18 jaar waarbij op speelse manier input is opgehaald bij deze groep. Als laatste vond er een set aan bijeenkomsten plaats met een mix van ondernemers en partnerorganisaties om ervoor te zorgen dat ook zij duidelijk gehoord werden in dit traject. In totaal hebben offline ongeveer 100 inwoners c.q. belanghebbenden deelgenomen.
16
4
Het Gesprek
Deze vier sporen hebben ervoor gezorgd dat een brede vertegenwoordiging van inwoners en andere belanghebbenden is betrokken bij het gesprek over de toekomst van onze gemeente. Dat was ook nadrukkelijk de doelstelling van dit traject. Er is veel aandacht besteed aan het bereiken van de brede vertegenwoordiging, onder meer door actief te adverteren (zowel op sociale media en kranten als via billboards en bioscoopreclames). Het is belangrijk te benoemen dat de online en offline participatie de vorm had van een werkelijk gesprek. Deelnemers kregen de ruimte vrij te reageren op de gestelde vragen én op elkaar. Het merendeel van de deelnemers aan de eerste online dialoog vond zo’n gesprek een goed idee. Het ging bij de participatie om het ophalen van een zo divers mogelijke verzameling van perspectieven, passend bij de doelstelling van het Ruimtelijk ontwikkelkader: een mozaïek. De uitkomsten geven richting en maken voorkeuren duidelijk. De conclusies moeten ook in dat licht worden geïnterpreteerd.
In dit boek leest u de resultaten van het eerste spoor, de drie online dialogen. Een groot aantal inwoners en andere belanghebbenden hebben hieraan deelgenomen. Dialoog 1 telde 320 unieke deelnemers, dialoog 2 bijna 1700 en dialoog 3 ongeveer 730. In hoofdstuk 7 wordt nader beschreven wie deelnamen aan de dialogen.
“Dat de gemeente niet alleen dit soort initiatieven opstart maar ook echt luistert en er iets mee doet. Geef ook de schreeuwers niet het grootste podium maar luister ook naar de stille krachten.” “Het geeft een breed beeld van ideeën. Wel direct een valkuil; je bereikt per definitie de mensen die bereikt. Logisch, maar houd rekening met een persona als ‘de typische figuur die aan dit soort zaken mee doet’.” “Luister naar de signalen die door de inwoners afgegeven wordt. Zij brengen in hun stad de meeste tijd door.“ “Praat niet over mensen, maar met mensen.” Bron: Het Gesprek
17
Interview
Met Esther van der Valk en Harry te Riele (TransitieFocus) Door Gabriel Jas Esther van der Valk (1963) richt zich op individu, organisatie én het systeem in diepgaande veranderingsprocessen. Zij kan als geen ander actuele vraagstukken van de organisatie & samenleving koppelen aan kwaliteiten van individuen. Daarmee stimuleert zij eigenwaarde, overzicht en handelingsperspectief. Zij heeft ervaring als (project)manager, organisatieadviseur en coach in uiteenlopende branches van bestuur, directie en werkvloer bij o.a.: Rijkswaterstaat, Nationale Nederlanden, Provincie Noord-Brabant, gemeente Boxtel en gemeente Tilburg. Harry te Riele (1960) “Vertel me je verhaal, ik heb interesse”. Maatschappelijk entrepreneur, onderzoeker, columnist en visualisator met transities als expertise. Hij richt zich op interventies en visievorming rond maatschappelijke systeemveranderingen en is één van de grondleggers van het transitiedenken in ons land. Afgestudeerd als industrieel ontwerper aan de TU Delft werkte hij eerder bij TNO Industrie, Twynstra Gudde en de Erasmus Universiteit Rotterdam. Werkt o.a. parttime bij ESHA en leidt het lokaal geldsysteem Dam | Rotterdams Geld. Gabriel: Ik was voor de uitwerking van de visie op zoek naar een partner met wie we samen de verbinding met onze inwoners konden versterken, we heb-
18
4
Het Gesprek
ben elkaar voor het eerst ontmoet in Rotterdam. Dat eerste gesprek gaf mij vertrouwen dat we dit samen zouden kunnen waarmaken. Hoe kijken jullie terug naar dat moment? Harry: Ja, dat herinner ik me goed. Het was op 26 januari 2023, een koude dag. In dat café stelde ik de vraag: “Willen we dit eigenlijk wel doen?” Die vraag kwam voort uit mijn ervaringen in Tilburg. Daar waren we bijna kopje onder gegaan door de omvang van het project. Roosendaal voelde aan als een nog grotere uitdaging, maar tegelijkertijd bood het de kans om echt impact te maken. Nu terugkijkend, zie ik dat het een essentieel moment was. Esther: Die vraag van Harry voelde voor mij heel reëel. In Tilburg zagen we al hoe belangrijk een goed team is, omdat zo’n project echt diep in een organisatie grijpt. Toch was er veel enthousiasme en dat gaf de doorslag om door te gaan. Gabriel: Hoe heeft die dynamiek zich verder ontwikkeld? Esther: Wat ik bijzonder vond, was hoe intens de contacten waren: met de communicatieafdeling, de burgerpanels en de deelnemers van Het Gesprek. Zowel digitaal als fysiek brachten zij met hun inzet scherpte, plezier en
uitdagingen, wat de samenwerking zeer waardevol maakte. Harry: We hebben echt geëxperimenteerd met nieuwe manieren van werken, maar dat bracht ook risico’s met zich mee. Ik zag hoe lastig het was om een breed draagvlak te creëren, hoewel de speerpunten goed functioneerden. Gabriel: Wat zijn volgens jullie de belangrijkste lessen uit het proces in Roosendaal? Esther: De kracht van de participatie lag in het contact met bewoners en partners. Eigenlijk in twee dingen: we hebben mensen bereikt die we normaal niet horen en door “Het Gesprek” hebben we ook zicht gekregen op wat de stille meerderheid ervan vond. Mensen voelden zich gezien en gehoord. Toch merkten we dat het lastig was om continuïteit te waarborgen, vooral na zo’n intensieve periode. Mijn grootste zorg is het afbreukrisico, verwachtingen die we gewekt hebben, moeten nu waargemaakt worden. Harry: Een andere belangrijke les is dat je een lange adem nodig hebt. Dit soort transities vraagt niet alleen om initiële energie, maar ook om een structuur die jarenlang standhoudt. En die moet je voortdurend monitoren en voeden.
Esther: Wat we hebben gedaan, is uniek. Het vroeg om lef, zowel van ons als van de organisatie. Maar het liet ook zien dat ambtenaren soms moeite hebben met het loslaten van controle. We hebben geoefend met een andere manier van communiceren en samenwerken, maar dat was niet altijd makkelijk. Harry: Ik vond de samenwerking met verschillende ambtenaren juist een hoogtepunt. Er was een duidelijke bereidheid om samen te werken en verantwoordelijkheid te delen. Maar we moeten blijven leren hoe we bureaucratie kunnen vereenvoudigen en participatie makkelijker kunnen maken. Gabriel: Wat zou je in de toekomst willen behouden of veranderen? Esther: Ik zou willen dat we aandacht besteden aan de continuïteit. Hoe zorgen we dat het niet alleen bij een project blijft, maar dat het onderdeel wordt van de cultuur. En hoe blijven we transparant naar de samenleving? Harry: We moeten de gespreksstructuur verder ontwikkelen. Een jaarlijkse monitoringsbijeenkomst, waarbij inwoners en specialisten samenkomen, kan helpen om prioriteiten te stellen en de participatie levend te houden.
Gabriel: Hoe hebben jullie de rol van de gemeente ervaren?
19
Samenvatting per thema
De uitkomsten zijn onder te verdelen in duidelijke thema’s en die worden hieronder per vraagstuk weergegeven. Wat er zeker behouden moet worden Veel Roosendalers zijn gehecht aan het groen, de mix van dorpen en een stad en het winkelaanbod. Een inwoner verwoordt het zo: ‘Groen is goed voor mens, dier en vooral voor de planeet. Draagt bij aan vreugde en gezondheid.’ Als de vraag gespecificeerd wordt over de eigen wijk, worden vooral de goede voorzieningen genoemd zoals sportmogelijkheden, scholen en winkelcentra maar ook de bereikbaarheid, rust en gemeenschapszin. Op wijkniveau speelt het groen (zoals parken) evenzeer een belangrijke rol.
Wat er verbeterd moet worden Roosendalers vinden het belangrijk dat de gemeente aan de slag gaat met de veiligheid en leefbaarheid. Met veiligheid wordt vaak gedoeld op overlast, (drugs) criminaliteit en verkeersveiligheid. Op de vraag wat er verbeterd moet worden, noemen inwoners naast leefbaarheid en veiligheid vooral te weinig groen, en het afglijden van het centrum/binnenstadgebied. Ook wordt gewezen op de slecht onderhouden buitenruimte en verdwenen cohesie. Een inwoner zegt het zo: ‘Ik vind dat de veiligheid meer ontwikkeld mag worden, die is de laatste jaren sterk achteruitgegaan’. Als woordwolk (de meest genoemde woordwolk begrippen) ziet dit alles er als volgt uit:
Welke kwaliteit mag Roosendaal wat jou betreft de komende jaren ontwikkelen? (Bron: Dialoog 2)
20
4
Het Gesprek
21
Verder komt ook een beter woningaanbod voor met name ouderen en jongeren naar voren. Veel inwoners wensen dat meer mensen met plezier in de stad kunnen wonen. Ook de verbetering van de mobiliteitsopties wordt genoemd, waaronder betere fiets- en wandelpaden. Hoe de toekomst van Roosendaal eruitziet Inwoners is gevraagd wat Roosendaal nog meer is dan alleen woonstad. Hierbij kwam het vaakst naar voren dat zij een woon- en zorgstad voor zich zien, met ziekenhuis en zorg in de wijk. Daarnaast is ook de toekomst van de A58 besproken. De grote meerderheid staat achter het idee van de A58 ondergronds laten lopen of verleggen. Daarbij wordt wel aangegeven dat het financieel haalbaar moet zijn, waar een aantal inwoners nog hun twijfels over hebben.
Waar de prioriteiten liggen Er werd aangegeven dat het belangrijk is dat de gemeente financieel gezond is en dat mensen op hun plek zijn in de samenleving. Maar het vaakst werd gezegd dat het cruciaal is dat mensen met plezier wonen. Inwoners snappen dat de bouw van extra woningen meer ruimte vergt. En dat hoogbouw een reële optie is omdat de ruimte eindig is. Als reactie stelt men wel opties voor zoals collectieve huizen en of hofjes voor ouderen en woningen in oude scholen/kerken/ winkelpanden. Tegelijkertijd vraagt men ook voldoende nieuwe woningen voor starters en jonge gezinnen. Het buitengebied moet (als het kan) gespaard worden, maar ook daar kunnen woningen (met mate) worden gebouwd. Dit levert de volgende woordwolk op:
Sommigen zijn bang dat meer bebouwing ten koste gaat van hun woonplezier, werkomgeving of anderszins. Klik hieronder voor onze denkrichtingen. Wat vind je ervan? Goed? Of juist beroerd? Morgen bouwen? (Bron: Dialoog 2)
Verder zien inwoners het liefst autovrije speelstraten, een kleurrijk sportpark en een Roosendaals Spoormuseum terug in de toekomst.
22
4
Het Gesprek
23
Als het dan de hoogte in moet, doe het dan iconisch (oftewel: met een bijzonder architectonische kwaliteit zodat de nieuwe hoge gebouwen bijdragen aan de identiteit en uitstraling van Roosendaal en de bewoners met trots vervullen). Verder ontstaat er een duidelijk beeld wanneer mensen worden gedwongen om één keuze te maken van wat ze écht veranderd willen zien: wonen, groen en veiligheid worden dan veruit het meeste genoemd. Maar ook een leuk centrum en goede zorg komen naar voren, blijkt uit de woordwolk. Daarnaast is ook besproken waar de auto in de toekomst geparkeerd moet worden. Verbetering van het openbaar vervoer gaat leiden tot meer gebruik denkt men. De bewoners vinden verder collectieve parkeervoorzieningen zoals buurtgarages en parkeerhubs aan de rand interessante opties. Toch blijft de voorkeur om voor de deur te kunnen parkeren. Men verwacht verder dat betere fietspaden tot minder autogebruik leiden.
24
4
Het Gesprek
Wie doet wat Tenslotte is de vraag gesteld wat typisch een taak van de gemeente is, versus de eigen taken van de inwoners. Op het bordje van de gemeente ligt de hulpverlening en veiligheid en in mindere mate gezondheid volgens de inwoners. Opvoeden vindt men vooral een taak van de samenleving zelf. Klimaatneutraal maken van de gemeente ziet men vooral als een taak voor bedrijven en in mindere mate voor gemeente en inwoners.
Als je één ding mocht vragen voor de inwoners van straks, wat is dat dan? Gebruik het tekstveld. (Bron: Dialoog 3)
25
26
4
Het Gesprek
27
28
4
Het Gesprek
29
4.2 Wat moeten we behouden?
Welke kwaliteiten behouden?
Een van de kwaliteiten die Roosendaal moet behouden volgens de gesprekken, is de dorpen. Hierbij wordt aangegeven dat de dorpen net zo belangrijk zijn als de stad, maar dat dit dorpse karakter wel behouden moet blijven. Om dit te kunnen doen, moet er geluisterd worden naar de dorpen en moeten de bestaande voorzieningen bewaard blijven. ‘Dorpen en buitengebieden erkennen en herkennen.’ ‘De leefbaarheid in de dorpen, bijvoorbeeld supermarkt, pinautomaat, zorg’ ‘Dat het dorpse in de dorpen blijft bestaan’
Veel inwoners zijn van mening dat het groen behouden moet worden in de gemeente. Dit zou goed zijn voor de leefbaarheid, gezondheid van de mens en de temperatuur in de stad. ‘Hoe meer groen hoe prettiger de temperatuur in de stad’ ‘Veel meer bomen in de wijken en minder gazon om te maaien. In plaats daarvan het zaaien van veldboeket of klaverblad als groen. In ieder geval veel minder maatwerk.’ Verder werd het behoud van de winkels ook veel benoemd zoals in de woordwolk te zien is.
“We moeten ervoor zorgen dat Roosendaal, Roosendaal blijft. Dat wordt steeds moeilijker met een steeds minder winkels in de binnenstad en leegstaande panden. De gemeente moet zorgen voor meer winkels in de binnenstad anders houdt Roosendaal op.” “Elke kern moet op redelijke afstand een huisarts en supermarkt hebben. Vooral voor ouderen erg belangrijk. Een buurtcentrum bevordert het sociale leven, waardoor hopelijk minder mensen eenzaam zullen zijn. Niet iedereen heeft kinderen / mantelzorg.” Bron: Het Gesprek
30
4
Het Gesprek
31
‘Zeker zorgen dat de winkels in de stad en dorpen openblijven!!!!’ ‘Gezelligheid, samenkomst met familie, belangrijke dingen bij elkaar, centrum = winkels’ Daarnaast werd veiligheid ook veel aangekaart, zoals in de woordwolk te zien is. Alleen werd dit niet per se benoemd om te behouden, maar eerder om te verbeteren. Hier wordt verderop in het boek meer op in gegaan.
Welke kwaliteiten van Roosendaal moeten volgens jou behouden blijven? (Dialoog 2)
32
4
Het Gesprek
33
Wat maakt de dorpen en buurten uniek? Op de vraag wat de dorpen en wijken uniek maken noemen inwoners vooral de voorzieningen (bijvoorbeeld wijkcentrum, school, sport), de bereikbaarheid en de rust. Deze eigenschappen worden telkens door een op de zes inwoners genoemd.
Voorzieningen: wijkcentrum, school, sport, winkels
16%
Bereikbaarheid
15%
Rust
15%
Groen: park, plein, mooie wegen
13%
Nabijheid van België
9%
Mensen: verenigingen, het sociale, gastvrijheid
8%
Restaurants of kroegen
5%
Historie
5%
Anders
4%
Dorpse
4%
Stadse
4%
Bijzondere gebouwen
3%
Sport - en spelfaciliteiten
0%
Reuring
0%
Mensen/bezoekers
0%
Wat maakt de dorpen en wijken uniek? Kies maximaal vier opties. (Bron: Dialoog 3. Deze vraag is gesteld om elk dorp en elke wijk in beeld te brengen. Deze grafiek brengt deze beelden samen, maar zegt niks over de gemeente als geheel.)
34
4
Het Gesprek
Antwoorden die men gaf als toelichting op hun gegeven antwoord op de vraag wat hun dorp of wijk uniek maakt. (Bron: Dialoog 3)
35
36
4
Het Gesprek
37
38
4
Het Gesprek
39
4.3 Wat moet verbeterd worden?
Wat vind je belangrijk dat de gemeente oppakt? De inwoners is gevraagd wat zij belangrijk vinden dat de gemeente oppakt. In de woordwolk is te zien dat veiligheid en leefbaarheid het vaakst zijn benoemd. Met veiligheid wordt vaak gedoeld op overlast en (drugs) criminaliteit aanpakken.
Daarnaast wordt ook de verkeersveiligheid een aantal keren expliciet benoemd. Dit geldt voor zowel de stad als de dorpen en wijken.
‘Overlast, criminaliteit, veiligheid in en om straten, saamhorigheidsgevoel.’
‘Veiligheid. Leefbaarheid in de dorpen, maar ook in de wijken.’
‘Drugscriminaliteit is een prioriteit, verkeersveiligheid ook.’
‘De veiligheid, criminaliteit en leefbaarheid (met in begrip van rondslingerend afval).’
Wat vind je belangrijk dat de gemeente oppakt bij het werken aan de toekomst? (Bron: Dialoog 1)
40
4
Het Gesprek
41
Welke kwaliteit ontwikkelen?
Op de vraag welke kwaliteiten Roosendaal de komende jaren zou mogen ontwikkelen, kwamen er veel verschillende antwoorden naar voren. Hierbij werd onder andere het groen en de veiligheid benoemd, maar ook de binnenstad en het centrum. Wat betreft de laatste twee, gaat het vaak over leegstand tegengaan en meer groen in deze gebieden.
‘Leegstand, verpaupering en overbewoning vooral in het centrum oplossen.’
‘De binnenstad kan meer van waarde zijn dan nu het geval is. bijv. door minder troosteloze plekken en meer levendigheid en groen.’
‘Veiligheid in verkeer en toegenomen criminele activiteiten aanpakken. Schonere straten, betere afvalregelingen en handhaven op te vroeg en illegaal op straat zetten van afval. Groenvoorziening beter onderhouden.’
Wanneer het over veiligheid gaat, wordt er vaak verkeersveiligheid en (drugs) criminaliteit benoemd. ‘Veiligheid en groen mag beter. Veel meer groen in de stad en meer controle op verdachten personen.’
“Ik vind het erg belangrijk dat er, kijkend naar de toekomst, een moderne en veilige leefomgeving wordt gecreëerd. Een stad waar kinderen veilig over straat kunnen.” “De gemeente moet meer aandacht gaan besteden aan de dorpen.” “Bestrijden criminaliteit, drugs en armoede.” “Woonomgeving voor mensen verbeteren. Ervoor zorgen dat er geen ‘enclaves’ ontstaan. Behoud het authentieke van Roosendaal, witwaspraktijken uit de stad houden en niet hele straten laten overnemen, waardoor voor velen een onveilig gevoel ontstaat.” “Veiligheid, helder en daadkrachtig optreden. Voor mij belangrijkst dat mensen op een fijne manier wonen en zich veilig voelen.” Bron: Het Gesprek
Welke kwaliteit mag Roosendaal wat jou betreft komende jaren ontwikkelen? (Bron: Dialoog 2) (Bron: Dialoog 1) 42
4
Het Gesprek
43
Wat wordt gemist?
Aan inwoners is gevraagd wat ze missen in het dorp of de wijk waarbij ze zich betrokken voelen. Een op de vijf inwoners noemt hierbij de aanpak om te komen tot een veilige leefomgeving. Ook veelgenoemd is dat het onderhoud van de buitenruimte en sociale cohesie gemist wordt.
“Wat meer verschil in woonbebouwing is welkom. (nieuwe woningen zijn ook beter nu). Vergeet niet dat sloop hier bij een hoop woningen zeer welkom is om meer verschillende type woningen binnen de wijk en dus ook bevolkingsgroepen te krijgen.”
In de onderstaande woordwolk staan de antwoorden die deelnemers bij ‘Anders’ hebben genoemd.
“Meer verbindende activiteiten EN meer jeugdbindende activiteiten, maar dit geldt voor heel Roosendaal. Veel jongeren ‘vluchten’ naar grotere plaatsen. Deze spreken meer en zijn aantrekkelijker.”
Aanpak veilige leefomgeving
21%
Onderhouden buitenruimte
16%
Sociale cohesie
“Het stadscentrum zelf ondergaat al verschillende veranderingen/ombou-
wingen. Ik zou zelf kijken naar het ombouwen van leegstaande winkelpanden naar woningen/appartementen. Daar mag wat mij betreft de nadruk op jongeren gelegd worden.” “Ik zou het heel fijn vinden wanneer er voldoende woningen komen, met kinderen in de twintig merk je hoe ingewikkeld het is om in Roosendaal de volgende stap naar zelfstandigheid te kunnen zetten.” “Sowieso is onderling elkaar aanspreken op gedrag iets wat ik steeds meer mis en waar vaker naar op gereageerd wordt.”
14%
Goede fiets - en voetpaden
10%
Aanpak leegstand
9%
Anders
9%
Cultureke activiteiten
6%
Speelplek kinderen
5%
Mooie mix van bewoners
3%
Betaalbaar parkeren
3%
Huiskamer van wijk/buurt
3%
School
0%
Actieve specifieke sport - en spelbeoefening
0%
Centrale entree
0%
Rechtstreekse verbinding met het centrum
0%
Wat mis jij écht in je dorp of wijk? Kies er maximaal vier. (Bron: Dialoog 3. Deze vraag is gesteld om elk dorp en elke wijk in beeld te brengen. Deze grafiek brengt deze beelden samen, maar zegt niks over de gemeente als geheel.)
Antwoorden die men gaf als toelichting op hun gegeven antwoord op de vraag wat zij missen in het dorp of de wijk. (Bron: Dialoog 3) 44
4
Het Gesprek
45
46
4
Het Gesprek
47
48
4
Het Gesprek
49
4.4 Hoe ziet de toekomst eruit?
Roosendaal als woonstad?
Aan inwoners is gevraagd wat Roosendaal, met de toekomst in gedachten, nog meer is naast een woonstad. Het meest gekozen hierbij is Roosendaal als woon- en zorgstad. Ruim een derde van de inwoners ziet Roosendaal als woonstad in combinatie met het ziekenhuis en met zorg in de wijk. Minder vaak
genoemd zijn Roosendaal als woon- en funstad, dat goed wonen is onderscheidend genoeg en Roosendaal als woonen werkstad. In de onderstaande woordwolk staan de antwoorden die deelnemers bij ‘Woon- en…’ hebben genoemd.
Woon - en zorgstad: met ziekenhuis & zorg in de wijk
36%
Woon - en funstad: met sport en recreatie in wijken, dorpen en buitengebied
22%
Goed wonen vind ik onderscheidend genoeg
18%
Woon - en werkstad: met nieuwe type (duurzame) bedrijven Woon - en ...
17% 8%
Wat is Roosendaal naast een woonstad nog meer? (Bron: Dialoog 3)
Antwoorden die men gaf bij antwoordoptie ‘Woon- en ...’ op de vraag wat Roosendaal nog meer is dan woonstad. (Bron: Dialoog 3)(Bron: Dialoog 1) 50
4
Het Gesprek
51
A58 ondergronds of verleggen?
Het Roosendaal van morgen
De grote meerderheid staat achter het idee van de A58 ondergronds laten lopen of verleggen. Daarbij wordt wel aangegeven dat het financieel haalbaar moet zijn, waar een aantal inwoners nog hun twijfels over hebben.
Aan inwoners zijn via een filmpje tien bijzondere beelden voorgelegd. Een deel van deze beelden bestaan al, terwijl andere impressies zijn. Vervolgens is inwoners gevraagd welke beelden ze graag zien in het Roosendaal van morgen.
‘Prima, als het maar niet te lang duurt door alle procedures.’
Verder wordt er aangegeven dat de nieuwe ruimte die vervolgens vrijkomt het beste gebruikt kan worden voor meer groen of woningen. ‘Volledige overkapping met daar bovenop mix van veel groen, woningen en leisure faciliteiten.’
De drie meest gekozen beelden zijn: de autovrije speelstraat, een kleurrijk sportpark voor ieder en een spoormuseum. Deze beelden zijn telkens door 14 tot 16 procent van de inwoners gekozen.
Autovrije speelstraat
16%
Kleurrijk sportpark voor ieder
15%
Spoormuseum Roosendaal
14%
Multifunctioneel daklandschap
11%
Markthal
10%
Glazen boerderij als buurthuis
10%
Nieuw verbonden daklandschap
8%
Kekke nieuwe scholen
8%
Kunst als publiekstrekker VanGogh-attractie buitengebied
Wat vind je ervan om de A58 ondergronds te laten lopen of verleggen? (Bron: Dialoog 2)
52
4
Het Gesprek
7%
3%
Welke beelden zie jij in het Roosendaal van morgen? (Bron: Dialoog 2)
53
54
4
Het Gesprek
55
56
4
Het Gesprek
57
4.5 Waar liggen de prioriteiten? “Prima om zoveel mogelijk open ruimtes benutten voor woningbouw maar dit moet niet ten koste gaan van het woongenot van anderen. Dus moet er ook genoeg groen blijven.” “Het risico met nieuwbouw is dat het in heel veel gevallen ten koste gaat van natuur of cultuur. Oude gebouwen worden gesloopt, of natuur wordt woonomgeving. Ik voel meer voor het herbruiken/ modificeren van oude gebouwen tot woonomgeving.” “Nieuwe woonvormen realiseren zoals woonboerderijen verbouwen tot kleine woonvormen. Dat zou ideaal zijn voor starters en ouderen.” “Buitengebied dient zoveel mogelijk buitengebied te blijven. Zeker geen industrie daar of velden vol zonnepanelen en torenhoge windmolens. Moet er toch iets gebeuren, dan in uitgebreid overleg over aangetoonde en bewezen behoeften.” Bron: Het Gesprek
Wat is voor jou het belangrijkst?
Er is aan de inwoners gevraagd wat zij het belangrijkst vinden. Hierbij hadden ze keuze uit vijf antwoordmogelijkheden waarvan ze er twee mochten kiezen. Hierbij heeft de meerderheid gekozen voor meer mensen die met plezier wonen, gevolgd door meer mensen die hun plek hebben in de samenleving en een gemeente die haar financiën op orde heeft. ‘Met plezier wonen en een fijne plek in de samenleving zijn voor mij voorwaarden om open te staan voor andere zaken. Zonder fijne plek, geen oog voor andere zaken.’
een veilige en gezellige buurt. Daar hebben we de gemeente bij nodig.’ Daartegenover werden meer mensen die gezond zijn en klimaatneutraal Roosendaal het minst vaak gekozen. ‘Als mensen ergens met plezier wonen dan komen de ander vakjes vanzelf wel.’ ‘Goede zorg voor de bewoners zodat zoveel mogelijk mensen er met plezier kunnen wonen. Financiele stabiliteit is hiervoor een voorwaarde voor de langere termijn.’
‘Ik vind het belangrijk om in een prettige buurt te wonen waar mensen naar elkaar omkijken zonder vooroordelen. Waar we elkaar helpen en zorgen voor
Woon- en zorgstad: met ziekenhuis & zorg in de wijk
36%
Woon- en funstad: met sport en recreatie in wijken, dorpen en buitengebied
22%
Goed wonen vind ik onderscheidend genoeg
18%
Woon- en werkstad: met nieuwe type (duurzame) bedrijven Woon- en …
17%
8%
Welke twee keuzes zijn voor jou de belangrijkste? (Bron: Dialoog 1) Deze vraag is alleen in ronde 1 gesteld. 58
4
Het Gesprek
59
Woningen bouwen of….?
Bewoners begrijpen dat er meer ruimte nodig is voor de bouw van extra woningen en dat hoogbouw een logische optie is vanwege de beperkte beschikbare ruimte. ‘Brede hoogbouw is efficiënt en de oplossing voor betaalbaar wonen’ Alleen zijn er ook inwoners die helemaal geen hoogbouw willen of niet op bepaalde plekken. ‘Hoogbouw in het stadsgedeelte vind ik nog wel passen, niet in de woonwijken eromheen.’
‘Wat betreft de hoogbouw zeker geen voorstander.’ Verder wordt er ook veel over het groen gesproken. Zo zou er geen groen, zoals parken, opgeofferd moeten worden voor de bouw van woningen. ‘Er moet geen groen worden opgeofferd voor nieuwbouw. Pak eerst de inefficiënte bedrijventerreinen maar eens aan.’ Als alternatief worden suggesties gedaan zoals collectieve woningen, hofjes voor ouderen, en het hergebruiken van oude scholen, kerken en winkelpanden als woonruimte.
‘Kantoren die nu leeg staan en die omtoveren tot fatsoenlijke woningbouw. Scholen die leeg staan of kerken die leeg staan ombouwen tot woningbouw, stallen die leeg staan maak er maar woningbouw van.’
‘[...] groen moet voorrang krijgen. Dus eerst vergroenen en dan pas gepast bouwen (hoogbouw, appartementen en kleine goedkope woningen voor jongeren en mensen met een kleine portemonnee).’
Daarnaast is er een sterke vraag naar voldoende nieuwe woningen voor starters en jonge gezinnen. Het buitengebied moet zoveel mogelijk behouden blijven, maar beperkte woningbouw in deze gebieden wordt ook overwogen.
Vraag 4: Inwoners kregen een filmpje met denkrichtingen ten aanzien van meer bebouwing. Vervolgens werd gevraagd: Wat vind je ervan? (Bron: Dialoog 2)
60
4
Het Gesprek
61
Wat zijn manieren om nieuwe woningen in te passen? Nieuwe woningen kunnen op verschillende manieren worden ingepast in bestaande dorpen en wijken. Deze mogelijkheden zijn aan inwoners voorgelegd waarvan ze er drie mochten kiezen. De doelgroep ouderen en jongeren en starters worden veel benoemd als punt van aandacht. ‘Meer woningen voor ouderen zodat de jongere kunnen doorstomen naar bestaande woningen’ Zo vindt een kwart van de inwoners het bouwen van collectieve huizen/hofjes voor ouderen een goed idee. Daarnaast worden ook andere woonmogelijkheden voor ouderen benoemd.
‘Met name gelijkvloerse seniorenwoningen zijn hard nodig’
dat zij liever oplossingen zien in het ombouwen van bestaande panden.
‘Meer hoogbouw met een gezamenlijke tuin.’
Rijwoningen met een tuin aan de rand voor starters en gezinnen wordt door een vijfde van de inwoners als goede manier gezien. Wat ook regelmatig benoemd wordt, is de mogelijkheid van tiny houses voor jongeren.
‘Ik zou zelf kijken naar het ombouwen van leegstaande winkelpanden naar woningen/appartementen. Daar mag wat mij betreft de nadruk op jongeren gelegd worden.’
Daarnaast wordt benadrukt door inwoners dat het belangrijk is dat deze woningen betaalbaar zijn, voor zowel starters als ouderen.
‘Tiny houses voor jeugd en ouderen in het groen’ Een even groot deel staat positief tegenover het transformeren van een oude kerk, school, winkel of fabriekspand naar woningen. Er wordt dan ook vaak aangegeven dat men niet te springen staat om nieuwbouw, maar
Collectieve huizen/hofjes voor ouderen
‘Geen woningen erbij. Eerst leegstand stad maar vullen.’ Verder geeft 13% aan voor torens te zijn met appartementen voor starters en ouderen.
‘Het ontbreekt hier aan betaalbare huurhuizen voor jong en oud, ouderen willen graag hun koophuis verruilen voor een kleiner huurhuis en hun woning verkopen aan jonge gezinnen, er zijn ook te weinig woningen voor 1-persoons huishoudens.’
‘Genoeg plekken voor hoogbouw maar niet al te groot. Met voorzieningen op de begane grond.’
25%
Rijwoningen voor starters en gezinnen met tuin aan de rand
21%
Woningen in een oude kerk, school, winkel of fabriekspand
21%
Torens met appartement voor starters en ouderen
13%
Tijdelijke en/of flexibiele woningen op leegstaande plekken
8%
Anders
6%
Bouwlaag extra op eigen woning
2%
Woongemeenschap op erf boerderij
2%
Wat vind jij een goede manier om de nieuwe huizen in jouw dorp of wijk in te passen? Kies er maximaal drie. (Bron: Dialoog 3. Deze vraag is gesteld om elk dorp en elke wijk in beeld te brengen. Deze grafiek brengt deze beelden samen, maar zegt niks over de gemeente als geheel.)
62
4
Het Gesprek
63
Wat kan in het buitengebied?
Aan inwoners is gevraagd wat er wel en niet kan in het buitengebied. De drie meest genoemde antwoorden zijn: wandelroutes en (snel)fietspaden, nieuwe woningen (met mate) en het deels omzetten van het buitengebied naar natuur. De meeste inwoners geven aan dat natuur de natuur moet blijven.
Als er al woningen worden gebouwd in het natuurgebied, zou dit niet voor de doelgroep arbeidsmigranten moeten zijn. ‘De natuurlijke rol van het buitengebied moet blijvend zijn. Geen woningen voor arbeidsmigranten of nieuwe woningen in het buitengebied.’
‘Laat het buitengebied groen blijven en laat boeren hun werk doen, zo goed en milieuvriendelijk als ze kunnen.’
In de onderstaande woordwolk staan de antwoorden die deelnemers bij ‘Anders’ hebben genoemd.
Wandelrouters, (snel)fietspaden
15%
Nieuwe woningen, met mate
14%
Deels omzetten in natuur
12%
Eerst overleg over dit alles
11%
Meer duurzaam boeren
8%
Perceelgrenzen met natuurhagen
7%
Samen ontwikkelen met België
6%
Versterken toeristische trekpleisters
6%
Duurzame energie (zon & wind)
5%
Meer functies op de boerderij
5%
Niets wijzigen in buitengebied
4%
Wonen arbeidsmigranten
4%
Meer passende bedrijvigheid Anders
3% 1%
Wat vind jij dat we wel/niet in ons buitengebied kunnen doen? Kies er maximaal vijf. (Bron: Dialoog 3)
64
4
Het Gesprek
Antwoorden die men gaf als toelichting op hun gegeven antwoord op de vraag wat we wel/niet in het buitengebied kunnen doen. (Bron: Dialoog 3)
65
Waar parkeren we de auto?
Veel inwoners geven aan dat goed functionerend openbaar vervoer kan bijdrage aan het eventuele parkeerprobleem. Alleen dan moet hier eerst wel aan gewerkt worden. ‘Een goed openbaar vervoer kan het aantal auto’s per huishouden verminderen.’ Daarnaast wordt de voorkeur uitgesproken door velen om de auto voor de deur kwijt kunnen. Enkelen zien in dit niet altijd te rijmen is met groenere wijken.
‘Auto voor de deur vindt iedereen prettig, ook voor mij. Maar als de auto wel dichtbij kan staan (onder de grond of in een buurtgarage) en daardoor wel meer groen, zou dat schelen. Ook een goed OV (is niet slecht in de stad, dorp oké) is belangrijk.’ In de onderstaande woordwolk staan de antwoorden die deelnemers bij ‘Anders’ hebben genoemd.
Goedwerkend openbaar vervoer
40%
Buurtgarage in de wijk
26%
Anders
16%
Parkeerhubs aan de rand van de stad
Aanbieden van deelauto’s
10%
8%
Wat zijn volgens jou haalbare oplossingen voor minder ruimtebeslag door auto’s? Kies er maximaal twee. (Bron: Dialoog 3)
66
4
Het Gesprek
‘Antwoorden die men gaf als toelichting op hun gegeven antwoord op de vraag wat zij een haalbare oplossing vinden voor minder ruimtebeslag door auto’s. Bron: Dialoog 3.
67
Hoe verdeel je het geld? Verkeer en vervoer Veilig verkeer, goed onderhouden fietspaden en een goede bereikbaarheid van het centrum worden vaak genoemd in dialoog 1 en 2 van Het Gesprek. Als inwoners het geld voor verkeer en vervoer mochten verdelen, dan zou dit vooral gaan naar beter en slimmer openbaar vervoer en een netwerk van snelle comfortabele fietspaden.
In de onderstaande woordwolk staan de antwoorden die deelnemers bij ‘Anders’ hebben genoemd.
Beter en slimmer openbaar vervoer
36%
Netwerk van snelle, comfortabele fietspaden
35%
Autovrije zones bij buurtcentra, scholen en speeltuinen
14%
Collectieve busdienst bijv. door bewoners gerund
7%
Anders
7%
Als jij het geld mocht verdelen, waar zou je dan op inzetten? Kies er maximaal twee. (Bron: Dialoog 3)
68
4
Het Gesprek
Antwoorden die men gaf als toelichting op hun gegeven antwoord op de vraag waarop ze zouden inzetten als ze het geld mochten verdelen. (Bron: Dialoog 3)
69
Hoe verdeel je het geld? Groen In de vorige hoofdstukken is duidelijk naar voren gekomen dat inwoners meer groen willen in hun dorp en wijk. Om te bepalen waar de gemeente het geld aan zou moeten uitgeven zijn mogelijkheden voorgelegd. Aan inwoners is gevraagd om maximaal drie mogelijkheden te kiezen. Een kwart van de inwoners kiest voor het verbeteren en beter verbinden van bestaande parken in de gemeente. Het benutten van natuurlijke beken met betere fiets- en wandelpaden is door een op de vijf inwoners gekozen.
Minder vaak genoemd, maar toch nog steeds door een op de tien inwoners of meer: rijkere natuur in de wijken, gebouwen met groene gevels en daken, nieuw bos en/of heidegebied in het buitengebied en nieuwe parken voor sport en evenementen. In de onderstaande woordwolk staan de antwoorden die deelnemers bij ‘Anders’ hebben genoemd.
Bestaande parken verbeteren en beter verbinden
25%
Benut natuurlijke beken met betere fiets- en wandelpaden
19%
Rijkere natuur in de wijken
14%
Gebouwen met groene gevels en daken
12%
Nieuw bos en/of heidegebied in buitengebied
10%
Nieuwe parken voor sport en evenementen (bijv. Spoorzone of op A58)
10%
Groenere bedrijfsterreinen met rijkere natuur Anders
8%
3%
Waar zou jij het geld aan uitgeven om te komen tot meer groen? Kies er maximaal drie. (Bron: Dialoog 3)
70
4
Het Gesprek
Antwoorden die men gaf als toelichting op hun gegeven antwoord op de vraag waaraan ze geld zouden uitgeven om te komen tot meer groen. (Bron: Dialoog 3)
71
Eén keuze maken
Inwoners moesten uiteindelijk één keuze maken wat zij het belangrijkste vinden voor de bewoners van Roosendaal van later. In de woordwolk is te zien dat wonen en groen veel zijn benoemd in de gesprekken.
Daarnaast zijn veiligheid, een leuk centrum en goede zorg ook vaak naar voren gekomen.
‘Wonen in verbinding met de natuur, onze basis.’
‘Een gezelliger centrum waar je met plezier naar toe gaat.’
‘Meer groen, meer veiligheid, veel sociale voorzieningen, veel cultuur, betaalbaar wonen.’
‘Goede zorg en voldoende woonruimte’
‘Een groene, veilige en gezonde omgeving.’
“Ik weet dat er woningtekort is en daarom ook dubbel. Natuur is ook erg belangrijk maar snap ook dat er woningen nodig zijn. Dus goed gecombineerd is het beste vind ik.” “Moderne architectuur om Roosendaal op de kaart te zetten zou geen prioriteit moeten hebben. Laten we de bestaande gebouwen (daken) gebruiken om de stad te vergroenen en verfraaien. Zo creëren we een fijne leefomgeving voor iedereen.” “Een boerenbedrijf dat leeg komt omvormen tot een woonkern van 5 a 6 huizen. Dit tast de buitenbeleving niet aan. Ga geen natuurgebieden creëren waar je niet mag komen. Houdt het open. Laat de bossen de bossen.” “Fatsoenlijke, tijdelijke en flexibele woningen voor arbeidsmigranten in de buurt van de industriegebieden (met sportveldjes, gezamenlijke ontspanningsruimte). Gefaciliteerd door de bedrijven.” Bron: Het Gesprek
Als je één ding mocht vragen voor de inwoners van straks, wat is dat dan? (Bron: Dialoog 3)
72
4
Het Gesprek
73
74
4
Het Gesprek
75
76
4
Het Gesprek
77
4.6 Wie doet wat?
Wat is typisch een taak voor de gemeenschap? Er is ook gevraagd welke taken typisch bij de gemeente horen en welke bij de inwoners zelf. Hulpverlening en veiligheid worden voornamelijk als verantwoordelijkheden van de gemeente gezien, terwijl gezondheid iets minder nadruk krijgt.
Opvoeding wordt vooral als een verantwoordelijkheid van de samenleving beschouwd. ‘Gezondheid, zorg en opvoeding zijn items die iedereen aangaan dus echt een gemeenschappelijke taak.’
‘Voor professionele hulpverlening moet de gemeente aanvullend zorgen.’ ‘Ik verwacht dat de gemeente voor veiligheid zorgt, behalve melding maken zou ik niet weten wat ik zou kunnen doen.’
Samenleven en hulpverlening
“‘Veel bewoners’ willen meer groen maar leggen hun eigen tuin vol met tegels. Begin bij jezelf voordat je verwijst naar anderen zoals de gemeente.” “Er dient veel meer aandacht te komen voor de eigen inzet van burger om verduurzaming maar juist ook vergroening van straten en percelen aan te pakken. Er mag meer druk worden gezet op de inwoners dit zelf op te pakken.”
33%
Veiligheid buiten en thuis
27%
Gezondheid, zorg en opvoeding
17%
Wonen en bereikbaarheid
15%
Werk
Onderwijs
6%
3%
Bron: Het Gesprek Wat is typisch een taak voor de gemeenschap? (Bron: Dialoog 2) Deze vraag is alleen in ronde 1 gesteld.
78
4
Het Gesprek
79
Rol in opvoeding en vorm jeugd?
Hoe verdelen we investeringen in klimaatneutraal en duurzaam?
Aan inwoners is gevraagd wie een rol speelt in de opvoeding en vorming van jongeren. Is dat alleen de taak van hun ouders en het onderwijs? Of zijn wij dat allemaal? Een kwart van de inwoners is van mening dat wij allemaal een rol hebben. Daartegenover staat dat een op de vijf inwoners van mening is dat ouders en onderwijs alleen die taak hebben. Het merendeel van de inwoners reageert genuanceerd op deze stelling en neemt geen stelling in.
Het klimaatneutraal maken van de gemeente wordt voornamelijk gezien als een verantwoordelijkheid van bedrijven, met een kleinere rol voor de gemeente en inwoners. ‘Bedrijven en grote vervuilers eerst aanpakken!! En niet de burgers.’
voorkeur uitgaat naar deze panelen te plaatsen op gebouwen en het groen, zoals weilanden, te behouden. Daken eerst vol met zonnepanelen voor dat weilanden vol worden gelegd.
Daarnaast kwamen de zonnepanelen ook vaak ter sprake tijdens het gesprek. Hierbij is vaak aangegeven dat de
1 - Wij allemaal
2
13%
3
17%
4
23%
5 - Ouders & onderwijs
20%
Wie heeft een rol in de opvoeding en vorming van onze jeugd. (Bron: Dialoog 2) Deze vraag is alleen in ronde 1 gesteld.
80
4
Het Gesprek
Hoe verdelen we de investeringen om Roosendaal klimaatneutraal en duurzaam te krijgen in 2040. (Bron: Dialoog 2)
81
82
4
Het Gesprek
83
84
4
Het Gesprek
85
4.7 Wie namen er deel aan het gesprek?
86
4
Het Gesprek
In elke dialoog zijn in de eerste ronde vragen gesteld om de deelnemers aan Het Gesprek beter te leren kennen. In dit hoofdstuk gaan we de verschillende kenmerken van de deelnemers langs. Niet alle kenmerken zijn altijd in alle dialogen uitgevraagd.
87
Gender
Leeftijdscategorie
Mannen waren zowel in dialoog 2 als 3 iets oververtegenwoordigd. In dialoog 1 is het gender van deelnemers niet uitgevraagd.
In dialoog 1 is meer dan de helft van de deelnemers (62%) in de leeftijd van 50 tot 70 jaar. Een vijfde is jonger dan 50 jaar en een vrijwel even groot deel is 70 jaar of ouder.
Tenslotte is in dialoog 3 een derde van de deelnemers jonger dan 50 jaar. De helft van de deelnemers is in de leeftijd van 50 tot 70 jaar en 15 procent van de deelnemers is 70 jaar of ouder.
Dialoog 2
30% 45%
1% 12% 7%
Dialoog 3
16% 9% 14%
1% 12% 7%
20%
11% 13% 14%
55%
30% 23% 26%
32% 26% 25%
Bij dialoog 2 is vier op de tien deelnemers jonger dan 50 jaar. Bijna de helft van de deelnemers is in de leeftijd van 50 tot 70 jaar en een op de tien deelnemers is 70 jaar of ouder.
10% 2% 1% 1%
45% 0% 0% 1%
54%
0% Vrouw Anders Man
16-19
19-29
30-39
40-49
50-59
60-69
70-79
80-90
Dialoog 1 Dialoog 2 Dialoog 3
Wat is je leeftijdscategorie? Deze vraag is alleen in ronde 1 gesteld.
88
4
Het Gesprek
Wat is je leeftijdscategorie? Deze vraag is alleen in ronde 1 gesteld.
89
Denk(werk) niveau
Band met Roosendaal
Iets meer dan de helft van de deelnemers (56 procent) geeft aan op HBO-niveau te werken en denken. Een vijfde van de deelnemers op WO-niveau en een vrijwel even groot deel op MBO-niveau.
De band van deelnemers met Roosendaal heeft veelal betrekking op het wonen, het hebben van familie en vrienden en het werken in Roosendaal. Daarnaast gaven bij ‘Anders’ deelnemers aan dat ze geboren en getogen zijn in Roosendaal.
40% Ik woon in de stad 39%
Ik heb hier veel familie/vrienden
18% 20%
Ik ben in loondienst
14% 14%
8% Ik heb vanuit vroeger veel met Roosendaal 9%
Anders 6% 3% Ik woon in één van de dorpen 6% 7% Ik kom hier shoppen 56%
20%
18%
6%
4% 4%
4% Ik ben hier ondernemer 4%
Ik ben toerist 0% 0%
Anders
Ik werk hier tijdelijk
Denk(werk) op WO-niveau Denk(werk) op MBO-niveau
0% 0%
Ik ben student 0% 0%
Denk(werk) op HBO-niveau
10%
20%
30%
40%
Dialoog 1 Dialoog 2
Waar zou jij jezelf plaatsen? Deze vraag is alleen in ronde 1 van dialoog 1 gesteld.
90
4
Het Gesprek
Wat is jouw band met Roosendaal? Je kunt er meerdere kiezen. Deze vraag is alleen in ronde 1 van dialogen 1 en 2 gesteld.
91
Betrokkenheid gebied
37%
Centrum 21%
18% 15%
Tolberg 21%
22%
Dialoog 1
Een ruime meerderheid van de deelnemers voelt zich verbonden met het centrum (37 procent). Daarnaast zien we dat uit alle delen van de gemeente deelnemers waren, waarbij de vertegenwoordiging van Nispen, het Leisurepark/Designer Outlet en Moerstraten zeer beperkt was.
Dialoog 2
Het Centrum en Tolberg zijn in de tweede dialoog sterk vertegenwoordigd. Bij beide gebieden voelt 21 procent van de deelnemers zich betrokken.
7%
Daarnaast zien we dat uit alle delen van de gemeente deelnemers waren, waarbij de vertegenwoordiging uit Moerstraten en Industriegebieden zeer beperkt was.
Dialoog 3
Tolberg en het Centrum zijn in de derde dialoog sterk vertegenwoordigd. Daarnaast zien we dat uit alle delen van de gemeente deelnemers waren, waarbij de vertegenwoordiging uit Moerstraten en Leisurepark/Designer Outlet zeer beperkt was.
Kortendijk 11%
13% 7%
Langdonk 6% 7%
Burgerhout
6% 7% 8% 6%
Westrand 4%
8% 5%
Wouw 6% 5%
4%
Kalsdonk 8%
6% 3%
Kroeven 4% 7%
2%
Heerle 3% 3% 0%
Industriegebieden 2% 1%
Wouwse Plantage
2% 3% 2%
Nispen
1% 3% 2%
Leisurepark/Designer Outlet
1% 0% 0%
Moerstraten
1% 1% 1%
Dialoog 1 Dialoog 2 Dialoog 3
10%
92
4
Het Gesprek
20%
30%
40%
93
94
4
Het Gesprek
95
96
4
Het Gesprek
97
4.8 Welke lessen leerden wij van de werkwijze?
In 2023 en 2024 hebben drie online dialogen met inwoners en andere belanghebbenden plaatsgevonden. Deze werkwijze was nieuw voor gemeente Roosendaal. In dit hoofdstuk nemen we geleerde lessen door. De vraagstellingen Sommige vragen zijn breed en open gesteld zoals ‘Roosendaal heeft vele kwaliteiten. Welke moeten volgens jou behouden blijven?’ en ‘Welke kwaliteit mag Roosendaal wat jou betreft komende jaren ontwikkelen?‘ Ze zijn daarom heel geschikt voor een analyse om te bepalen wat Roosendalers belangrijk vinden. Andere vragen zijn wat meer sturend zoals ‘Wat vind jij. Hebben we in Roosendaal allemaal een rol in de opvoeding en vorming van onze jeugd. Of is dit alleen de taak van hun ouders en het onderwijs?’ en ‘Hier zie je tien beelden. Welke zie jij in het Roosendaal van morgen?‘ (bijvoorbeeld spoorwegmuseum en markthal). In het vervolg zal kritischer naar de vraagstellingen worden gekeken. Het werken met een algoritme Dialoog 1 en 2 bestonden uit twee rondes. In de tweede ronde kregen deelnemers de antwoorden te zien op een deel van de vragen uit de eerste ronde. Aan deze deelnemers werd vervolgens gevraagd om elk antwoord te beoordelen door aan te geven in hoeverre ze het hiermee eens waren. De verdeling van de te beoordelen
98
4
Het Gesprek
antwoorden per deelnemer gebeurde met een algoritme. Een algoritme is een set van regels en instructies die het gebruikte softwareprogramma (Circlelytics) toepast. We hebben geen inzicht in hoe dit algoritme werkt. We willen kunnen uitsluiten dat fouten in dit algoritme van invloed zijn op de resultaten, maar dat is op dit moment niet mogelijk. Bij een volgend onderzoek dat uitbesteed wordt zal op voorhand gevraagd worden een dergelijk algoritme te delen. Het beoordelen van antwoorden Deelnemers beoordelen in de tweede ronde het gehele antwoord uit de eerste ronde. Als in één antwoord meerdere onderwerpen aan bod komen, dan weten we dus niet of de mening over de verschillende onderwerpen verschilt. Een voorbeeld: op de vraag ‘Roosendaal heeft vele kwaliteiten. Welke moeten volgens jou behouden blijven?’ antwoordt een respondent: Een groene omgeving, aandacht voor cultuur en sport, verenigingsleven, karakteristieke gebouwen voor Roosendaal behouden, herbestemming leegstaande panden”. In de volgende ronde geven 20 deelnemers aan dat ze het hiermee eens zijn. We weten echter niet of ze het met het gehele antwoord of met een deel van het antwoord (en welk deel) eens zijn. Indien deze methodiek opnieuw wordt ingezet, dan wordt gekeken of deze methodiek verfijnd kan worden.
99
De deelnemers Sommige groepen zijn ondervertegenwoordigd in Het Gesprek. Dit probleem speelt helaas breder bij schriftelijk en digitaal onderzoek. We hebben als gemeente daarom intensief ingezet op promotie. Toch zijn de deelnemers voornamelijk inwoners van 50 jaar of ouder zonder migratieachtergrond. In elke dialoog zijn alleen in de eerste ronde vragen gesteld om de deelnemers beter te leren kennen. We hebben daardoor geen zicht op de samenstelling van de deelnemers aan de tweede ronde van dialoog 1 en 2. Dit is iets wat we in de toekomst wel willen uitvragen. Het unieke aantal deelnemers Het is helaas niet te achterhalen hoeveel unieke deelnemers de online gesprekken hadden. Dit komt doordat we geen uniek nummer per deelnemer hebben. Hiervoor is gekozen omwille van het waarborgen van de anonimiteit van deelnemers. Daardoor is het ook niet mogelijk om combinaties van antwoorden op verschillende vragen te onderzoeken. In de toekomst zal opnieuw gekeken worden naar de mogelijkheden om te werken met unieke nummers in relatie tot anonimiteit.
Uit dialoog 2 – ronde 1
Uit dialoog 2 – ronde 2 (beoordelen van antwoorden)
Uitnodiging ronde 3
100
4
Het Gesprek
101
Colofon
Redactie Hoofdredactie: Gemeente Roosendaal Redactie en tekst: MVRDV, Rebel Group, Transitie Focus en Kees de Graaf. Ontwerp en Vormgeving Grafisch ontwerp: MVRDV Illustraties en beeld: MVRDV, Rebel Group, Sterke Zaak, Jochem Coenen, West-Brabants Archief en Gemeente Roosendaal. Aan deze visie hebben meegewerkt: Gemeente Roosendaal Anouk van Agtmael, Paul de Beer, Mark Buijs, Jesper Cuperus, Nicky Eemsing, Erwin van Egmond, Ronald Ehlen, Najib El- Allouchi, Arwen van Gestel, René van Ginderen, Rob Groen, Robin Heij, Helga Hermans, Marco Herrmann, Liesbeth Heymans, Jil d’Hulst - van den Ende, Gabriel Jas, Klaar Koenraad, Philip van Lookeren Campagne, Han van Midden, Hans Mulder, Anton van Osta, Roy Pesman, Michiel Philippart, Evelien van der Star, Nanda Sweres, Kees Swinkels, Pascal Vermeulen, Sanneke Vermeulen, Remko Vermunt, Derek Westerveld en Wouter Wille. MRDV Winy Maas, Stephan Boon, Dirco Kok, Chun Hoi Hui, Olivier Sobels, Margaux Caboch.
REBEL Group Chrétienne Hoek, Willemijn Jonkheer, Wouter van Doorn. TransitieFocus Harry te Riele, Esther van der Valk
Speciale dank Dank aan alle deelnemers van Het Gesprek en in het bijzonder:
Goudappel Chris Bartman, Danny Walraven
Adriaan, Anouk, Bart, Bert, Bert, Brigitte, Ellen,Ernst, Evelyne, Galina, Jack, Jamy, Jan-Leendert, Jeroen, John, Karin, Manon, Marielle, Michiel, Mohamed, Rafke, Sandhya, Saskia, Stefan, Stephane, Sylvia, Ton, Toos en Trudy.
SpringCo Gert Jan Hagen, Cyril Crutz
Dank aan alle collega’s van gemeente Roosendaal en in het bijzonder:
Merosch Menno Schokker, Robbert van Rijswijk
Ad, Anne, Annemarie, Annemarie, Anniek Anouk, Anton, Arjan, Arno, Aäron, Bart, Bartele, Bas, Chantal, Charlotte, Chris, Claudia, Constantijn, Demi, Dennis, Desireé, Erik, Erwin, Frans, Gerben, Hans, Hans, Harold, Helga, Henk, Irene, Jeffrey, Jeffrey, Jeroen, Jesper, Jimmy, Joachim, Jolanda, Jolanda, Kees, Laura, Levien, Liesbeth, Louis, Louise, Mailo, Marcel, Marcel, Marga, Marij, Marion, Mark, Mark, Marlon, Martijn, Maud, Max, Michiel, Miriam, Mirjam, Mitchel, Najib, Nanda, Nicky, Okke, Pascal, Pascal, Patricia, Patrick, Perry, Peter, Petra, Philip, Ramon, Remko, Rene, Rob, Ronald, Roy, Rozemarie, Sabina, Sanne, Thom, Tobias, Wessel, Willemijn, Willemijne, Wouter en Wouter.
Joost van Faassen Stedelijke Strategie & Advies Joost van Faassen
Wing Inge Kersten, Liesa van de Wolde Sterke Zaak Marc Vermeule, Wessel van Hooff Jochem Coenen illustratie & ontwerp Jochem Coenen Bord & Stift Theresa Hartgers Circlelytics Maurik Dippel Epic Youth Thomas Vermeij Institus Morphologique Michiel Huisman Straat-o-loog Pim van den Berg
Contact en Vermeldingen Uitgeverij: Website: www.roosendaal.nl Emailadres: 2040@roosendaal.nl ISBN: [ISBN-Nummer] Copyright Copyright © gemeente Roosendaal 2025. Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze publicatie mag worden verveelvoudigd of openbaar gemaakt zonder voorafgaande schriftelijke toestemming.
Fabio Andres Sander Heideveld
102
4
Het Gesprek
103