CConstaterende datRoosendaal
Koppel je AI →
Document · PDF

Bodemonderzoek Parabaan in Roosendaal.pdf

Commissie 24 november 2022, gemeente RoosendaalBij agendapunt: 4: Raadsvoorstel Vaststelling bestemmingsplan Commandoterrein22.344 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Postbus 75 4140 AB Leerdam Prins Mauritsstraat 17

VERKENNEND EN NADER BODEMONDERZOEK

4141 JC Leerdam T +31 88 99 04 800

PARABAAN IN ROOSENDAAL (49F02)

NL202006640-R20-357 1 mei 2020

www.rps.nl

Rijksvastgoedbedrijf Directie Vastgoedbeheer

RPS advies- en ingenieursbureau bv

Contactpersoon

mw. M. Jaspers-v. Dommelen

Projectleider

P.C.T. Moerman

Postbus 16169

Projectnummer

2500 BD Den Haag

Kenmerk

NL202006640 NL202006640-R20-357

Datum Versie

1 mei 2020 2.0 (definitief)

Adres

Handtekening

Handtekening

Akkoord P.C.T. Moerman

Akkoord F.J.E. van der Sterre

Projectleider/auteur

Controleur

Dit rapport is vertrouwelijk. Geen enkel deel van dit rapport mag aan derden openbaar worden gemaakt zonder schriftelijke toestemming van RPS advies- en ingenieursbureau bv of van de opdrachtgever.

rps.nl NL202006640-R20-357 | 1 mei 2020 Pagina 2 van 21

RPS advies- en ingenieursbureau bv in Leerdam RPS besteedt veel aandacht aan de uitvoering van zijn werkzaamheden en is hiervoor gecertificeerd volgens:

• • • •

NEN-EN-ISO 9001:2008 en ISO 14001:2004

2001 + 2002 + 2018

VGM Checklist Aannemers (VCA**) BRL SIKB 1000 (Monsterneming voor partijkeuringen grond; protocol 1001) BRL SIKB 2000 (Beoordelingsrichtlijn voor het SIKB-procescertificaat veldwerk bij milieuhygiënisch (water)bodemonderzoek; protocollen 2001, 2002, 2003 en 2018)

•

BRL SIKB 6000 (Beoordelingsrichtlijn milieukundige begeleiding en evaluatie (water)bodemsanering; protocollen 6001 en 6003)

RPS advies- en ingenieursbureau bv is een onafhankelijk adviesbureau. Uitbesteding van werkzaamheden en/of analyses vindt plaats bij gecertificeerde en/of geaccrediteerde bedrijven (ISO 9001:2008, ISO 14001:2004, RvA-Testen en BRL SIKB 1000, 2000, 6000).

rps.nl NL202006640-R20-357 | 1 mei 2020 Pagina 3 van 21

INHOUDSOPGAVE 1 1.1 1.2 1.3 1.4 1.5 2 2.1 2.2 2.3 2.4 2.5 2.6 2.7 2.8 3 3.1 3.2 4 4.1 4.2 4.3 4.4 5 5.1 5.2 5.2.1 5.2.2 5.2.3 5.2.4 5.2.5 5.3 6 6.1 6.2 6.3 6.4 7 7.1 7.2 7.3 7.4 7.5

INLEIDING ..................................................................................................................... 6 Algemeen ....................................................................................................................... 6 Aanleiding ...................................................................................................................... 6 Doelstelling..................................................................................................................... 6 Toegepaste normen ....................................................................................................... 6 Opbouw rapportage ....................................................................................................... 7 VOORONDERZOEK ..................................................................................................... 8 Ligging locatie en algemene gegevens ......................................................................... 8 Historische gegevens ..................................................................................................... 8 Eerder uitgevoerd bodemonderzoek en -sanering ........................................................ 9 Achtergrondwaarden ......................................................................................................

9 PFAS .............................................................................................................................. 9 Geologie en geohydrologie ............................................................................................ 9 Kabels en leidingen ...................................................................................................... 10 Conclusie vooronderzoek en hypothesestelling .......................................................... 10 ONDERZOEKSSTRATEGIE ....................................................................................... 11 Onderzoeksopzet veldwerk .......................................................................................... 11 Onderzoeksprogramma chemisch-analytisch onderzoek ............................................ 11 RESULTATEN VELDWERK ....................................................................................... 13 Veldwerk ...................................................................................................................... 13 Lokale bodemopbouw .................................................................................................. 13 Zintuiglijke waarnemingen ...........................................................................................

13 Meetresultaten grondwatermonsters ........................................................................... 13 CHEMISCH-ANALYTISCH ONDERZOEK ................................................................. 14 Samenstelling analysemonsters .................................................................................. 14 Toetsing analyseresultaten .......................................................................................... 14 Toetsingswaarden ........................................................................................................ 14 Toetsingskader asbest ................................................................................................. 15 Toetsingsresultaten grondmonsters ............................................................................ 15 Analyseresultaten asbest ............................................................................................. 16 Toetsingsresultaten grondwatermonster ..................................................................... 16 Interpretatie .................................................................................................................. 16 NADER AFPERKEND ONDERZOEK ......................................................................... 18 Conceptueel model en onderzoeksvragen ..................................................................

18 Onderzoeksopzet ......................................................................................................... 18 Veldwerk en zintuiglijke waarnemingen ....................................................................... 18 Analyseresultaten en interpretatie ............................................................................... 19 CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN ....................................................................... 20 Conclusies .................................................................................................................... 20 Toetsing hypothese ...................................................................................................... 20 Aanbevelingen ............................................................................................................. 21 Hergebruiksmogelijkheden van de grond .................................................................... 21 Kwaliteit ........................................................................................................................ 21

rps.nl NL202006640-R20-357 | 1 mei 2020 Pagina 4 van 21

BIJLAGEN 1. 2. 3. 4. 5. 6. 7.

Kaarten Boorprofielen Toetsingskader Analysecertificaten Getoetste analyseresultaten Foto’s van de onderzoekslocatie Omgevingsrapport

rps.nl NL202006640-R20-357 | 1 mei 2020 Pagina 5 van 21

1

INLEIDING

1.1

Algemeen

Dit rapport behandelt het verkennend en nader bodemonderzoek dat RPS advies- en ingenieursbureau bv (RPS) heeft verricht in opdracht van het Rijksvastgoedbedrijf. Het onderzoek is uitgevoerd aan de Parabaan in Roosendaal en staat bij RPS geregistreerd onder nummer NL202006640.

1.2

Aanleiding

Aanleiding voor het bodemonderzoek is de voorgenomen eigendomsoverdracht van de kadastrale percelen Roosendaal, sectie C, nummers 6792, 10218 en 11280 (allen gedeeltelijk) met een totale oppervlakte van 4.145 m². De weg en watergang op locatie vallen buiten de scope van het onderzoek.

1.3

Doelstelling

Het doel van het verkennend onderzoek is aan te tonen dat op de locatie redelijkerwijs gesproken geen verontreinigende stoffen aanwezig zijn in de grond of het freatisch grondwater, in gehalten boven de achtergrond- of streefwaarde, die een belemmering kunnen vormen voor de aankoop van de locatie en eventuele toekomstige ontwikkelingen op locatie.

1.4

Toegepaste normen

Het vooronderzoek is uitgevoerd conform de NEN 5725 (Nederlandse Norm: 'Bodem - Leidraad voor het uitvoeren van vooronderzoek bij verkennend, oriënterend en nader onderzoek', oktober 2017). Het vooronderzoek wordt uitgevoerd voorafgaand aan het feitelijk onderzoek van de bodem (= veld- en laboratoriumonderzoek). De bij het vooronderzoek verzamelde informatie is gebruikt voor het verkrijgen van een adequate invulling van het veld- en laboratoriumonderzoek en draagt bij aan de verklaring van de resultaten van het bodemonderzoek. Het bodemonderzoek is uitgevoerd conform de NEN 5740/A1 (Nederlandse Norm: ‘Bodem Landbodem - Strategie voor het uitvoeren van verkennend bodemonderzoek - Onderzoek naar de milieuhygiënische kwaliteit van bodem en grond’, april 2016). De veldwerkzaamheden zijn uitgevoerd conform de beoordelingsrichtlijn BRL 2000 (beoordelingsrichtlijn voor het SIKB proces-certificaat veldwerk bij milieuhygiënisch bodemonderzoek) met onderliggende protocollen 2001, 2002 en 2018.

rps.nl NL202006640-R20-357 | 1 mei 2020 Pagina 6 van 21

1.5 •

• • •

• •

Opbouw rapportage In hoofdstuk 2 is een beeld gegeven van de onderzoekslocatie. Aspecten als ligging, terreininrichting en grondgebruik zijn hierbij toegelicht. Tevens is in dit hoofdstuk duidelijk gemaakt welke bodem belastende activiteiten in het verleden hebben plaatsgevonden. Tot slot is op basis van het vooronderzoek een hypothese opgesteld. Hoofdstuk 3 beschrijft de onderzoeksstrategie en geeft een toelichting op het uitgevoerde veldonderzoek, de wijze van monstername en laboratoriumonderzoek. De resultaten van het veldonderzoek zijn weergegeven in hoofdstuk 4. Bodemopbouw, grondwaterstanden en zintuiglijke waarnemingen zijn in dit hoofdstuk behandeld. De samenstelling van de mengmonsters en de resultaten van het laboratoriumonderzoek zijn weergegeven in hoofdstuk 5. In dit hoofdstuk is tevens een interpretatie van deze resultaten gegeven. Het aanvullend uitgevoerde nader (afperkend) bodemonderzoek is weergegeven in hoofdstuk 6. In hoofdstuk 7 zijn vervolgens conclusies getrokken naar aanleiding van het veld- en laboratoriumonderzoek en zijn aanbevelingen gedaan.

rps.nl NL202006640-R20-357 | 1 mei 2020 Pagina 7 van 21

2

VOORONDERZOEK

2.1

Ligging locatie en algemene gegevens

De onderzoekslocatie aan de Parabaan ligt ten oosten van het centrum van Roosendaal. De locatie wordt in het noorden begrensd door de Burgemeester Schneiderlaan, in het oosten door de Parabaan, in het zuiden door de Engelbrecht van Nassaukazerne en in het westen door de Commandobaan. Dit onderzoek heeft alleen betrekking op het aan te kopen deel van de locatie met een oppervlakte van 4.145 m². In tabel 2.1 zijn de algemene gegevens van de onderzoekslocaties samengevat. tabel 2.1: algemene gegevens onderzoekslocatie algemene gegevens

informatiebron

adres

Parabaan

opdrachtgever

plaats/gemeente

Roosendaal

Kadaster

kadastrale aanduiding

gemeente Roosendaal en Nispen, sectie C, nummers 6792, 10218 en 11280 (allen gedeeltelijk)

Kadaster

x-, y-coördinaten (C11280)

92031-394036

Kadaster

huidige eigenaar

gemeente Roosendaal

Kadaster

oppervlakte onderzoekslocatie

4.145 m²

Kadaster

bebouwing op de locatie

geen

veldinspectie

verharding op de locatie

deels asfalt en stelcon

veldinspectie

In de bijlagen zijn de volgende tekeningen en kaarten opgenomen: Bijlage 1a - kadastrale kaart Bijlage 1b - gedetailleerde tekening van het perceel met de boorlocaties

2.2

Historische gegevens

Bij de Omgevingsdienst Noord-Brabant is navraag gedaan naar beschikbare gegevens over de bodemkwaliteit op de onderzoekslocatie en de naastgelegen percelen. De verkregen bodeminformatie is opgenomen als bijlage 7. (Bodembedreigende) activiteiten op de locatie Uit de beschikbare bodeminformatie van de Omgevingsdienst Noord-Brabant blijkt dat de onderzoekslocatie (deels) bekend is onder code AA167402026. Op locatie zijn een asbestzagerij, elektrisch onderstation (transformatorolie) en een wegfundatie met zinkassen bekend. In het verleden is op of nabij de locatie een benzine-service-station aanwezig geweest. Het zuidelijk buurtperceel (Commandobaan 4) is in gebruik als defensieterrein (Engelbrecht van Nassaukazerne). Luchtfoto’s en ander kaartmateriaal Op basis van de beschikbare oude luchtfoto’s en kaartmateriaal (via: www.topotijdreis.nl) valt af te leiden dat de locatie van 1960 tot 1967 (gedeeltelijk) bebouwd is geweest. Daarvoor en daarna is geen bebouwing aanwezig. Vanaf 1980 is min of meer sprake van de huidige situatie. De watergang die op het kadastrale perceel C 11280 aanwezig is, is vanaf 2015 te zien. Op de meest recente luchtfoto zijn geen verdachte deellocaties aan te merken.

rps.nl NL202006640-R20-357 | 1 mei 2020 Pagina 8 van 21

Locatie-inspectie Op dinsdag 17 maart 2020 heeft een medewerker van ons bureau (RPS), de heer M.J. van de Vliert, een locatie-inspectie uitgevoerd. Tijdens deze locatie-inspectie, voor de uitvoering van het veldwerk, zijn geen bodembedreigende situaties geconstateerd. Op de onderzoekslocatie zijn geen verdachte deellocaties zichtbaar. In bijlage 6 zijn foto’s van de onderzoekslocatie opgenomen.

2.3

Eerder uitgevoerd bodemonderzoek en -sanering

Voor zover bekend is aan de Parabaan in 2005 een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd (door RMD). Hierbij is een potentieel ernstige bodemverontreiniging naar voren gekomen. Aangegeven wordt dat er geen onderzoek heeft plaatsgevonden naar de aanwezigheid van asbest. In 2006 is ook door RMD een saneringsplan opgesteld. Omdat geen evaluatieverslag bekend is, is het onduidelijk of op locatie is gesaneerd. Zowel het verkennend bodemonderzoek als het saneringsplan zijn niet beschikbaar in het archief van de Omgevingsdienst Noord-Brabant.

2.4

Achtergrondwaarden

De regio West-Brabant waartoe ook de gemeente Roosendaal behoort, heeft een gezamenlijke bodemkwaliteitskaart. Hierdoor zijn gegevens over achtergrondwaarden opgenomen in het gebied voorkomen. Voor zowel de bovengrond tot 0,5 m-mv als de ondergrond van 0,5 m-mv tot maximaal 2,0 m-mv geldt dat deze hooguit licht is verontreinigd (klasse Wonen). Opgemerkt dient te worden dat ‘verdachte’ locaties, maar ook het defensieterrein uitgesloten zijn van de bodemkwaliteitskaart.

2.5

PFAS

Poly- en perfluoralkylstoffen (PFAS) zijn chemische stoffen die van nature niet in het milieu voorkomen. De stofgroep bestaat uit ruim 6.000 stoffen. Hiertoe behoren onder meer de stoffen perfluoroctaanzuur (PFOA), perfluoroctaansulfonaat (PFOS) en HFPO-DA (GenX). PFAS zijn stoffen die door mensen zijn gemaakt vanwege hun specifieke eigenschappen, zoals brandwerendheid en vuil- en waterafstotendheid. Ze worden toegepast in allerlei alledaagse toepassingen, zoals verf, blusschuim, pannen, kleding en cosmetica. Inmiddels worden er al meer dan vijftig jaar producten gemaakt en gebruikt waar PFAS in voorkomt. Door het wijdverbreide gebruik en door emissies en incidenten wordt PFAS in Nederland en breder in Europa, inmiddels niet alleen bij puntbronnen, maar diffuus verspreid in het milieu aangetroffen. In heel Nederland zijn de bovengrond en geroerde bodems verdacht op het (diffuus) voorkomen van PFAS. Bron: tijdelijk handelingskader voor hergebruik van PFAS-houdende grond en baggerspecie en website bodemplus FAQ PFAS.

2.6

Geologie en geohydrologie

Voor een beschrijving van de regionale bodemopbouw en geohydrologie is gebruikgemaakt van de Geologischekaart en Grondwaterkaart van Nederland (NITG-TNO) en de Bodemkaart van het Staringscentrum. Lokale bodemopbouw Voor de locatie bodemopbouw wordt verwezen naar paragraaf 4.2.

rps.nl NL202006640-R20-357 | 1 mei 2020 Pagina 9 van 21

Geohydrologie De deklaag tot NAP -19 m bestaat voornamelijk uit goed doorlatende zanden afgewisseld met kleilaagjes. Onder de deklaag begint het eerste watervoerend pakket dat bestaat uit uiterst grof tot middel grof zand. Het eerste watervoerend pakket heeft een dikte van circa 50 m. Grondwater De regionale grondwaterstroming is noordelijk gericht. Zeer lokaal kan de grondwaterstroming afwijken door verschillen in bodemopbouw of door humane bodemverstorende activiteiten. De onderzoekslocatie ligt niet in een grondwaterbeschermingsgebied. Ook vindt er in de directe nabijheid geen grondwateronttrekking plaats.

2.7

Kabels en leidingen

In verband met het uit te voeren bodemonderzoek op de locatie is bij het Kadaster Klic een graafmelding uitgevoerd. Er waren geen eisvoorzorgsmaatregelen van toepassing.

2.8

Conclusie vooronderzoek en hypothesestelling

Uit het vooronderzoek zijn concrete aanwijzingen naar voren gekomen dat de locatie of een deel ervan is verontreinigd met één of meer stoffen. De kritische parameters zijn asbest en minerale olie. De onderzoekshypothese luidt derhalve ‘verdachte niet lijnvormige locatie, diffuus belast, heterogeen verdeelde verontreiniging op schaal van monsterneming (VED-HE-NL)’ zoals beschreven in paragraaf 5.6 van de NEN 5740. Omdat vooralsnog geen herontwikkeling zal plaatsvinden is aanvullend onderzoek naar PFAS niet noodzakelijk.

rps.nl NL202006640-R20-357 | 1 mei 2020 Pagina 10 van 21

3

ONDERZOEKSSTRATEGIE

3.1

Onderzoeksopzet veldwerk

De conform de gekozen onderzoeksstrategie uit te voeren werkzaamheden zijn weergegeven in tabel 3.1. De werkzaamheden worden uitgevoerd conform de beoordelingsrichtlijn SIKB 2000 met onderliggende protocollen 2001, 2002 en 2018. tabel 3.1: overzicht veldwerkzaamheden locatie

oppervlakte

boringen

boringen

peilbuizen

boringen

(m2)

tot 0,5 m-mv

tot gws1)

tot 1,5 m-gws2)

totaal

4.145

14

3

1

18

Parabaan in Roosendaal (percelen 6792, 10218 en 11280 ged) gws: grondwaterstand (min. 1,0 m-mv) 1)

Indien de grondwaterstand zich ondieper bevindt dan 1,0 m-mv, geldt een boordiepte van 1,0 m-mv. Bevindt de grondwaterstand zich dieper dan 2,0 m-mv, dan geldt een boordiepte van 2,0 m-mv.

2)

Indien de grondwaterstand zich dieper dan 5,0 m-mv bevindt, wordt er geen peilbuis geplaatst.

In tabel 3.1 is de diepte van de boringen aangegeven in meters beneden het maaiveld (m-mv). De einddiepte van de peilbuis is circa 1,5 m onder de heersende grondwaterspiegel. De peilbuis wordt na plaatsing afgepompt. Het uitkomende bodemmateriaal wordt zintuiglijk beoordeeld op kleur en samenstelling en gedetailleerd weergegeven in profielbeschrijvingen. Grondmonsters worden genomen uit trajecten van maximaal 50 cm. Zintuiglijk verontreinigde bodemlagen worden apart bemonsterd, zodat gerichte analyse van deze lagen mogelijk is. Tijdens het uitvoeren van de veldwerkzaamheden wordt tevens aandacht besteed aan het voorkomen van asbest en asbestgelijkende materialen in de bodem. De peilbuis wordt een week na plaatsing nogmaals afgepompt en bemonsterd en in het veld onderzocht op troebelheid (NTU), pH (zuurgraad) en elektrische geleiding (EC).

3.2

Onderzoeksprogramma chemisch-analytisch onderzoek

Het conform de gekozen onderzoeksstrategie uit te voeren laboratoriumonderzoek is weergegeven in tabel 3.2. De analyses worden door een RvA-geaccrediteerd milieulaboratorium uitgevoerd Conform de geldende richtlijn. Voor analyses op grond en grondwater geldt het AS3000 (Accreditatieschema 3000). AS3000 beschrijft alle kwaliteitseisen vanaf het moment van monsteroverdracht aan het laboratorium tot en met de analyse en rapportage van het laboratorium. Van alle grond(meng)monsters wordt afzonderlijk het gehalte van organisch stof en lutum bepaald. De bovengrond tot 0,5 m-mv wordt aanvullend geanalyseerd op asbest in een RvA Testen geaccrediteerd laboratorium.

rps.nl NL202006640-R20-357 | 1 mei 2020 Pagina 11 van 21

tabel 3.2: laboratoriumonderzoek locatie Parabaan in Roosendaal (percelen 6792, 10218 en 11280 ged)

bovengrond (0,0-0,5 m-mv) 2

standaardpakket bodem* + asbest

ondergrond (0,5-2,0 m-mv) 1

standaardpakket bodem*

grondwater 1

standaardpakket grondwater**

*) droge stof, barium, cadmium, kobalt, koper, kwik, lood, molybdeen, nikkel en zink (zware metalen), PAK (10 VROM), minerale olie (GC), polychloorbifenylen (PCB’s - som 7). **) barium, cadmium, kobalt, koper, kwik, lood, molybdeen, nikkel en zink (zware metalen), vluchtige aromaten (benzeen, tolueen, ethylbenzeen, xylenen, naftaleen en styreen (BTEXNS), gechloreerde koolwaterstoffen en chloorbenzenen, bromoform en minerale olie (GC).

rps.nl NL202006640-R20-357 | 1 mei 2020 Pagina 12 van 21

4

RESULTATEN VELDWERK

4.1

Veldwerk

De boor- en bemonsteringswerkzaamheden zijn uitgevoerd op dinsdag 17 maart 2020 door de heren M.J. van de Vliert en J.T.E. Warring van RPS onder Kwalibo-erkenning (certificaat K40562).

4.2

Lokale bodemopbouw

De lokale bodemopbouw op beide deellocaties is als volgt gekarakteriseerd: • De bodem van 0,0 m-mv tot maximaal 1,0 m-mv bestaat overwegend uit matig grof, zwak tot matig siltig zand. • Plaatselijk is in de ondergrond een leemlaag aanwezig tussen 0,8 en 2,0 m-mv. Het freatisch grondwater is aangetroffen op een gemiddelde diepte van 1,7 m-mv. In bijlage 2 zijn de profielbeschrijvingen als boorstaten opgenomen.

4.3

Zintuiglijke waarnemingen

Tijdens de boor- en bemonsteringswerkzaamheden zijn zintuiglijke geen afwijkingen aan de grond geconstateerd. Er zijn op het maaiveld of in de bodem ook geen asbest en/of asbestgelijkende materialen waargenomen. De weersomstandigheden waren geen reden voor een verminderde visuele waarneming; er was geen neerslag, weinig wind en geen mist. De inspectie-efficiency van het maaiveld ten aanzien van de aanwezigheid van asbestverdacht materiaal wordt geschat op 0%. Het maaiveld was vochtig en sterk begroeid met gras en/of verhard met stelcon. Het bodemvochtgehalte was hoger dan 10% en daarom waren aanvullende veiligheidsmaatregelen niet noodzakelijk.

4.4

Meetresultaten grondwatermonsters

Tijdens de bemonstering van de peilbuis op 24 maart 2020 is het elektrisch geleidingsvermogen (EC), de troebelheid (NTU) en de zuurgraad (pH) van het grondwater vastgesteld met behulp van een geijkte troebelheid/pH/EC-meter. De bemonstering is uitgevoerd door de heer J.T.E. Warring van RPS onder Kwalibo-erkenning. Het EC wordt als maat gehanteerd voor de hoeveelheid opgeloste zouten in het water en wordt uitgedrukt in micro-Siemens per centimeter (µS/cm) of milli-Siemens per centimeter (mS/cm). In tabel 4.1 zijn de resultaten van deze metingen weergegeven. tabel 4.1: gegevens grondwatermonsters nummer

filterstelling

peilbuis

(m-mv)

09-1-1

2,2 - 3,2

pH

7,08

EC

troebelheid

gws tijdens plaatsing

gws tijdens

(µS/cm)

(NTU)

(m-mv)

bemonstering (m-mv)

856

19

1,70

1,62

De gemeten pH en EC kunnen als normale waarde worden beschouwd. Met betrekking tot troebelheid dient te worden gesteld dat wanneer de waarde hoger ligt dan 10 NTU, eventueel gemeten verontreinigingen in het grondwater met slecht oplosbare organische parameters (onder andere PAK en PCB), mede veroorzaakt kunnen zijn door gronddeeltjes.

rps.nl NL202006640-R20-357 | 1 mei 2020 Pagina 13 van 21

5

CHEMISCH-ANALYTISCH ONDERZOEK

5.1

Samenstelling analysemonsters

De samenstelling van de mengmonsters van de boven- en ondergrond heeft plaatsgevonden in het laboratorium van Synlab in Hoogvliet-Rotterdam. Hierbij is rekening gehouden met de geografische indeling van de onderzoekslocatie, de bodemtypen en informatie zoals weergegeven in hoofdstuk 4. In tabel 5.1 en 5.2 zijn respectievelijk de specificaties voor de grond- en grondwatermonsters aangegeven. Het is binnen de richtlijn niet toegestaan om grond van verschillende bodemtypes met elkaar te mengen. Door de aanwezigheid van zowel zand en leem in de ondergrond is ten opzichte van onderzoeksopzet één extra grond(meng)monster geanalyseerd. tabel 5.1: samenstelling grond(meng)monsters nummer nummer diepte (meng)monster boring min-max (m-mv) BG1(z) 01 t/m 09 0,0-0,5 BG2(z)

10 t/m 18

0,0-0,5

OG1(z)

0,5-2,0

OG2(l)

02, 06, 09, 14 en 15 02, 06 en 15

MM1

01 t/m 18

0,0-0,5

tabel 5.2: overzicht grondwatermonsters nummer nummer watermonster boring 09-1-1 09

0,8-2,0

filterstelling (m-mv) 2,2-3,2

5.2

Toetsing analyseresultaten

5.2.1

Toetsingswaarden

analysepakket incl. AS3000 standaardpakket bodem standaardpakket bodem standaardpakket bodem standaardpakket bodem asbest conform NEN5898

onderzoeksdoel

bepalen kwaliteit bovengrond (zand) bepalen kwaliteit bovengrond (zand) bepalen kwaliteit ondergrond (zand) bepalen kwaliteit ondergrond (leem) bepalen concentratie aan asbest

analysepakket Onderzoeksdoel incl. AS3000 standaardpakket bepalen kwaliteit grondwater grondwater

Toetsing van de analyseresultaten vindt plaats aan de toetsingswaarden zoals die op 1 juli 2013 van kracht zijn geworden (Circulaire Bodemsanering 2013, Staatscourant 16675, d.d. 27 juni 2013), zie ook ‘Toelichting op het Wbb’ in bijlage 3. De analyseresultaten zijn getoetst met BoToVa (Bodem Toets- en Validatieservice van SIKB-IHW) via de webapplicatie @MIS. Grond In de Wbb wordt onderscheid gemaakt tussen de AW2000-waarde (voorheen: ‘streefwaarde’) en de interventiewaarden. Als actiewaarde (triggerwaarde) voor nader onderzoek geldt ½ maal de interventie- plus de achtergrondwaarde ((AW+I) * ½). Hiervoor worden de navolgende coderingen gebruikt in dit rapport: AW2000 = achtergrondwaarde T = triggerwaarde voor nader onderzoek (voorheen tussenwaarde) I = interventiewaarde Dit leidt tot de volgende indeling: • gehalte < AW2000 - niet verontreinigd • gehalte > AW2000 en < T - licht verontreinigd • gehalte > T en < I - matig verontreinigd • gehalte > I - sterk verontreinigd rps.nl NL202006640-R20-357 | 1 mei 2020 Pagina 14 van 21

Alvorens de analyseresultaten te toetsen worden deze naar standaard bodem omgerekend (organische stof 10% en humus 25%). Voor barium geldt dat per 1 april 2009 wettelijk geen eis meer is vastgesteld. Grondwater In de Wbb wordt onderscheid gemaakt tussen streef- en interventiewaarden. Als actiewaarde voor nader onderzoek geldt ½ maal de interventie- plus de streefwaarde ((S+I) * ½). Hiervoor worden de navolgende coderingen gebruikt in dit rapport: S = streefwaarde T = triggerwaarde voor nader onderzoek (voorheen tussenwaarde) I = interventiewaarde Dit leidt tot de volgende indeling: • gehalte < S - niet verontreinigd • gehalte > S en < T - licht verontreinigd • gehalte > T en < I - matig verontreinigd • gehalte > I - sterk verontreinigd De toetsingswaarden voor grondwater zijn landelijk vastgesteld.

5.2.2

Toetsingskader asbest

Per 24 februari 2000 is asbest opgenomen in de “Circulaire streefwaarden en interventiewaarden bodemsanering”, opgesteld door het Ministerie van VROM. Door het opnemen van asbest in deze circulaire wordt de Wet Bodembescherming (WBB) van toepassing verklaard op een met asbestverontreinigde bodem. Per 1 januari 2003 is een interventiewaarde ingevoerd voor asbest-in-grond, baggerspecie en puin (granulaat). De interventiewaarde is gesteld op een gewogen concentratie van 100 mg/kg. Voor het berekenen van een gewogen concentratie wordt de concentratie aan serpentijne asbest opgeteld bij 10 maal de concentratie aan amfibole asbest. Voor asbest-in-grond, baggerspecie en puin(granulaat) is geen streefwaarde opgesteld. Per 1 maart 2003 is de restconcentratienorm voor toepassing en hergebruik van grond, baggerspecie en puin(granulaat) verontreinigd met asbest herzien. De restconcentratie is vastgesteld op een gewogen concentratie van 100 mg/kg. Tevens zijn de verpakkingseisen voor het vervoer van asbestbevattende bulkmaterialen, te weten grond en puin(granulaat), gewijzigd. Asbestbevattende bulkmaterialen mogen in afgesloten containerwagens, zonder verpakt te zijn in containerbags of big bags, worden getransporteerd mits de gemeten concentratie niet hoger is dan 1.000 mg/kg ds.

5.2.3

Toetsingsresultaten grondmonsters

In de geanalyseerde grond(meng)monsters zijn overschrijdingen van de toetsingswaarden conform de Wbb aangetoond. In tabel 5.3 zijn de monsters waarin overschrijdingen zijn aangetoond weergegeven en de verhoogde parameters aangegeven. Als voor een parameter geen verhoging is aangetoond, is deze niet in de tabel opgenomen. Voor de volledige toetsingsresultaten wordt verwezen naar bijlage 5.

rps.nl NL202006640-R20-357 | 1 mei 2020 Pagina 15 van 21

tabel 5.3: overzicht gemeten overschrijdingen in de grond(meng)monsters nummer kritische parameter(s) toetsing (meng)monster Wbb

indicatieve toetsing Bbk

BG1(z)

lood

> achtergrondwaarde

Altijd toepasbaar

BG2(z)

koper

> achtergrondwaarde

Industrie

OG1(z)

zink

> triggerwaarde

n.t.b.

koper en lood

> achtergrondwaarde

-

< achtergrondwaarde

OG1(v)

Altijd toepasbaar

Het aantreffen van een matig verhoogd gehalte aan zink in grond(meng)monster OG1 van de zandige ondergrond heeft aanleiding gegeven tot aanvullend laboratoriumonderzoek. Gekozen is om de deelmonsters separaat te analyseren op koper en zink. Deze analyseresultaten zijn weergegeven in tabel 5.4. tabel 5.4: resultaten aanvullend laboratoriumonderzoek nummer kritische parameter(s) deel)monster (diepte in m-mv))

toetsing Wbb

indicatieve toetsing Bbk

02-2 (0,5-0,9)

zink

< achtergrondwaarde

altijd toepasbaar

02-3 (0,9-1,0)

zink

< achtergrondwaarde

altijd toepasbaar

06-5 (1,8-2,0)

zink

< achtergrondwaarde

altijd toepasbaar

09-2 (0,5-1,0)

zink

> interventiewaarde

niet toepasbaar

09-3 (1,0-1,5)

zink

< achtergrondwaarde

altijd toepasbaar

09-5 (1,7-2,2)

zink

< achtergrondwaarde

altijd toepasbaar

14-3 (0,5-0,7)

zink

> interventiewaarde

niet toepasbaar

14-4 (0,7-1,2)

zink

> achtergrondwaarde

wonen

15-3 (0,5-0,8)

zink

< achtergrondwaarde

altijd toepasbaar

15-6 (1,5-2,0)

zink

< achtergrondwaarde

altijd toepasbaar

5.2.4

Analyseresultaten asbest

Uit de analyseresultaten van het grond(meng)monster MM1 blijkt dat in de bovengrond geen asbestvezels zijn aangetoond boven de detectielimiet van de analyseapparatuur (<2 mg/kg ds).

5.2.5

Toetsingsresultaten grondwatermonster

In het geanalyseerde grondwatermonster zijn overschrijdingen van de toetsingswaarden van de Wbb aangetoond. De overschrijdingen zijn opgenomen in tabel 5.5. Als voor een bepaalde component geen overschrijding is aangetoond, is deze component niet in de tabel opgenomen. Tabel 5.5: overzicht gemeten overschrijdingen in het grondwatermonster nummer kritische parameters watermonster

overschrijding

09-1-1

> streefwaarde

5.3

molybdeen en zink

Interpretatie

Verontreinigingssituatie grond Uit de analyseresultaten na uitsplitsing blijkt dat de zandige ondergrond lokaal (ter plaatse van boring 09 en 14; traject 0,5 tot 1,0 m-mv) sterk is verontreinigd met zink. Daarnaast zijn in grond(meng)monster OG1 licht verhoogde gehalten aan koper en lood gemeten.

rps.nl NL202006640-R20-357 | 1 mei 2020 Pagina 16 van 21

Het aantreffen van sterk verhoogde gehalten aan zink ter plaatse van de boringen 09 en 14 heeft aanleiding gegeven tot aanvullend uitvoeren van een nader (afperkend) onderzoek. De resultaten van dit nader afperkend onderzoek zijn opgenomen in hoofdstuk 6. In de grond(meng)monsters BG1 en BG2 van de zandige bovengrond zijn licht verhoogd gehalten gemeten aan respectievelijk lood en koper gemeten. De lemige ondergrond (OG2) is niet verontreinigd. In zowel de boven- als ondergrond is geen verontreiniging met minerale olie aangetoond. Opgemerkt dient te worden dat bij analyses van mengmonsters de gehalten in individuele deelmonsters zowel hoger als lager kunnen zijn dan het gemeten gehalte in het mengmonster. Er is vooralsnog geen aanleiding tot het instellen van vervolgonderzoek. Wanneer de analyseresultaten indicatief wordt getoetst aan het Besluit bodemkwaliteit (Bbk), ter bepaling van de hergebruiksmogelijkheden, dan voldoet de grond van BG2 aan klasse Industrie en derhalve slechts onder voorwaarden geschikt voor hergebruik. De grond van de mengmonster BG1 en OG2 zijn onbeperkt toepasbaar elders. Op basis van aanvullende analyse op asbest kan worden gesteld dat de locatie als niet asbesthoudend kan worden beschouwd. Verontreinigingssituatie grondwater Uit de analyseresultaten blijkt dat het grondwater licht verhoogde concentraties aan molybdeen en zink zijn aangetoond.

Geen van de overig geanalyseerde parameters overschrijden de streefwaarde. Het aantreffen van molybdeen en zink in het grondwater wordt beschouwd als regionaal verhoogde achtergrondconcentraties en geven geen aanleiding tot aanvullend onderzoek.

rps.nl NL202006640-R20-357 | 1 mei 2020 Pagina 17 van 21

6

NADER AFPERKEND ONDERZOEK

Het nader afperkend bodemonderzoek is uitgevoerd gebaseerd op de NTA 5755 (juli 2010).

6.1

Conceptueel model en onderzoeksvragen

Op de locatie is ter plaatse van boringen 09 en 14 een sterke verontreiniging met zink in de ondergrond vastgesteld. De verontreiniging is vermoedelijk ontstaan als gevolg van het toepassen (uitloging) van zinkassen als wegfundatie onder het asfalt van de Parabaan. In het kader van het onderzoeksdoel, aankoop van de locatie, wordt getracht de verontreinigingen volledig af te perken in horizontale richting. Op basis van het verkennend onderzoek kan worden gesteld dat de onderliggende bodemlaag vanaf 1,0 m-mv hooguit licht is verontreinigd met zink. Derhalve is de verontreiniging in verticale richting al afgeperkt. Er dient te worden vastgesteld of sprake is van een omvang groter dan 25 m3 waarmee een uitspraak kan worden gedaan of al dan niet sprake is van een geval van ernstige bodemverontreiniging. Op basis van de bekende informatie is de volgende onderzoeksvraag geformuleerd: • Is er sprake van een geval van ernstige bodemverontreiniging in de grond?

6.2

Onderzoeksopzet

Bij de uitvoering van het nader afperkend bodemonderzoek wordt uitgegaan van zeven boringen tot een diepte van 1,0 m-mv binnen een raster van circa 7 m¹ x 7 m¹. Het veldwerk en de bemonstering worden door ons uitgevoerd overeenkomstig de beoordelingsrichtlijn SIKB 2000 met onderliggend protocol 2001 onder Kwalibo-erkenning. De grondmonsters worden geconserveerd en ter analyse op koper aangeboden aan het RvA geaccrediteerd milieulaboratorium van Synlab in Hoogvliet-Rotterdam.

6.3

Veldwerk en zintuiglijke waarnemingen

De boor- en bemonsteringswerkzaamheden zijn uitgevoerd op dinsdag 31 maart 2020 door de heer J.T.E. Warring van ons bureau overeenkomstig de onderzoeksopzet in paragraaf 6.2. Er zijn rondom de boringen 09 en 14 zeven boringen tot 1,0 m-mv geplaatst (boornummers 100 t/m 106). Op vrijdag 17 april 2020 zijn (links van boring 100) nog twee extra boringen (107 en 108) geplaatst door de heer M.J. van de Vliert. Hierbij is eveneens een afstand tussen de boringen aangehouden van 5 m. De situering van de totaal negen geplaatste horizontaal afperkende boringen is weergegeven op de kaart van bijlage 1c. Het uitkomende bodemmateriaal is zintuiglijk beoordeeld op kleur en samenstelling en gedetailleerd weergegeven in profielbeschrijvingen (zie bijlage 2). Grondmonsters zijn genomen uit trajecten van maximaal 50 cm. Ter plaatse van de boringen 101 (traject 0,0-0,5 m-mv), 102 (traject 0,0-0,5 m-mv), 103 (traject 0,0-0,5 m-mv ) en 108 (traject 0,7 tot 1,4 m-mv) is zintuiglijk bijmenging van bodemvreemd materiaal (sporen puin tot zwak puinhoudend) waargenomen. In de overige boringen is geen bodemvreemd materiaal aangetroffen.

rps.nl NL202006640-R20-357 | 1 mei 2020 Pagina 18 van 21

6.4

Analyseresultaten en interpretatie

De analyseresultaten van het nader afperkend bodemonderzoek is weergegeven in tabel 6.1. Tabel 6.1: analyseresultaten nader afperkend bodemonderzoek nummer diepte (m-mv) kritische parameter monster

overschrijding

Fase 1 (31 maart 2020) 100-2

0,50-1,00

zink

> interventiewaarde

101-2

0,50-1,00

zink

> interventiewaarde

102-2

0,50-1,00

zink

> interventiewaarde

103-2

0,50-1,00

zink

> interventiewaarde

104-2

0,50-1,00

zink

> interventiewaarde

105-2

0,50-0,80

zink

> interventiewaarde

106-2

0,50-1,00

zink

> interventiewaarde

107-2

0,50-1,00

zink

> interventiewaarde

108-3

0,7-1,10

zink

> achtergrondwaarde

Fase 2 (17 april 2020)

Uit de analyseresultaten blijkt dat zink in acht afperkende boringen is aangetoond tot boven de interventiewaarde. Ter plaatse van boring 108 (traject 0,7 tot 1,0 m-mv) is voor zink slechts de achtergrondwaarde overschreden. Gesteld kan worden dat de verontreiniging horizontaal is afgeperkt tussen de boringen 15 (oostzijde), 108 (westzijde) en 02 (zuidzijde). In noordelijke richting is de verontreiniging niet afgeperkt. Formeel is de verontreiniging derhalve horizontaal nog niet volledig afgeperkt. Echter dit deel van de locatie zal niet worden aangekocht. De oppervlakte van de zinkverontreiniging op het aan te kopen deel van de locatie wordt geschat op circa 800 m². Uitgaande van een maximale laagdikte van 0,5 m-mv komt dit neer op een omvang van 400 mᴲ. In het kader van de Wbb is derhalve sprake van een geval van ernstige bodemverontreiniging. Er is sprake van een ernstig geval indien meer dan 25 mᴲ grond tot boven de interventiewaarde is verontreinigd. Wanneer herontwikkeling op locatie zal plaatsvinden zijn saneringsmaatregelen noodzakelijk.

rps.nl NL202006640-R20-357 | 1 mei 2020 Pagina 19 van 21

7

CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN

In dit hoofdstuk vindt de integratie plaats van de resultaten van het veld- en laboratoriumonderzoek. Op basis hiervan is de milieuhygiënische kwaliteit van de grond en het grondwater beschreven. Vervolgens vindt de toetsing plaats van de vooraf opgestelde hypothese.

7.1

Conclusies

De milieuhygiënische kwaliteit van de bodem ter plaatse van de aan te kopen kadastrale percelen C 6792, 10218 en 11280 (allen gedeeltelijk) aan de Parabaan in Roosendaal met een totale oppervlakte van 4.145 m² is door middel van dit bodemonderzoek in voldoende mate in beeld gebracht. Op basis van het veld- en laboratoriumonderzoek wordt geconcludeerd dat de zandige ondergrond van 0,5 tot 1,0 m-mv op het middenterrein van de locatie, rondom de boringen 09 en 14, sterk is verontreinigd met zink. Deze verontreiniging is vermoedelijk te relateren aan het toepassen van zinkassen als fundatiemateriaal onder de nabij (zuidelijk) gelegen asfaltweg (Parabaan). De zinkverontreiniging in de zandige ondergrond is alleen in noordelijke richting niet horizontaal afgeperkt. Dit deel zal echter niet worden aangekocht. Verticaal is de verontreiniging met zink wel afgeperkt (en begrensd op 1,0 m-mv). De omvang van de zink-verontreiniging wordt geschat op circa 400 mᴲ. Omdat meer dan 25 mᴲ grond tot boven de interventiewaarde is verontreinigd kan worden gesteld dat, in het kader van de Wet bodembescherming, sprake is van een geval van ernstige bodemverontreiniging. De zandige bovengrond is hooguit licht verontreinigd met koper en lood. De overige zandige en lemige ondergrond is niet verontreinigd.

Het in het grondwater gemeten molybdeen en zink worden als regionaal verhoogde achtergrondconcentraties beschouwd. Er zijn in de bovengrond tot 0,5 m-mv geen asbest(vezels) aangetoond en derhalve kan de locatie als niet asbesthoudend worden aangemerkt. Wanneer de grondresultaten indicatief worden getoetst aan het Bbk dan voldoet de zandige bovengrond aan klasse Industrie. De lemige voldoet aan klasse AW2000. De onderzoeksresultaten vormen geen belemmering voor de voorgenomen eigendomsoverdracht. De locatie is vooralsnog geschikt voor het huidige gebruik. Ten aanzien van eventuele herontwikkeling in de toekomst zijn er wel belemmeringen. In voorkomend geval dienen saneringsmaatregelen te worden genomen.

7.2

Toetsing hypothese

De onderzoekshypothese, zoals opgesteld in paragraaf 3.1, is vergeleken met de resultaten van dit bodemonderzoek. Een overzicht van de toetsing van de hypothese(n) is in tabel 7.1 opgenomen. tabel 7.1: toetsing onderzoekshypothese Locatie Parabaan in Roosendaal (percelen 6792, 10218 en 11280 ged)

hypothese onverdacht van bodemverontreiniging maar verdacht voor de aanwezigheid van asbest(vezels)

conclusie verworpen

rps.nl NL202006640-R20-357 | 1 mei 2020 Pagina 20 van 21

7.3

Aanbevelingen

Geadviseerd wordt om deze rapportage bij de koopacte te voegen. Indien herontwikkeling is voorzien, en in voorkomend geval een WABO-omgevingsvergunning dient te worden aangevraagd, wordt aanbevolen dit rapport ter beoordeling voor te leggen aan het bevoegd gezag, in deze de gemeente Roosendaal. Voorafgaand aan de sanering dient in het kader van de Wbb (artikel 27 en 28) een beschikking te worden aangevraagd. Een beschikking is een formele uitspraak dat ingestemd wordt met de voorgestelde werkzaamheden. Gezien de aard en omvang van de verontreiniging adviseren wij dit met de BUS-systematiek te doen. Het BUS bestaat uit gestandaardiseerde formulieren voor zowel de melding van de sanering als de evaluatie na uitvoering van de saneringswerkzaamheden. In voorkomend geval is de Omgevingsdienst Noord-Brabant het bevoegd gezag. De proceduretermijn bedraagt vijf werkweken.

7.4

Hergebruiksmogelijkheden van de grond

Bij eventuele graafwerkzaamheden dient rekening gehouden te worden met de aangetroffen matige en lichte bodemverontreiniging(en). Grond die tijdens graafwerkzaamheden binnen de onderzochte locatie vrijkomt, met uitzondering van de sterk met zink verontreinigde zandige ondergrond rondom boring 09 en 14, mag zonder verder onderzoek binnen de onderzoekslocatie teruggebracht worden. Het is echter niet de bedoeling dat de licht tot matig verontreinigde grond als aanvulling dient of wordt gemengd met schone(re) grond. Wanneer grond van de locatie of naar buiten de geldende bodemkwaliteitszone moet worden afgevoerd, geeft dit verkennend bodemonderzoek onvoldoende informatie over de hergebruiksmogelijkheden en wordt door de toepasser een partijkeuring (AP04) geëist. Werkzaamheden met grond dienen conform het CROW-publicatieblad 400 “Werken in of met verontreinigde bodem” worden uitgevoerd.

7.5

Kwaliteit

RPS heeft geen enkele relatie met de opdrachtgever en is door het ministerie van Infrastructuur en Milieu aangewezen als erkend monsternemer. Het procescertificaat en het hierbij behorende keurmerk zijn uitsluitend van toepassing op de monsterneming en de overdracht van de monsters aan een erkend laboratorium. Dit onderzoek betreft een momentopname. Naar gelang de tijd tussen onderzoek en toepassing groter is, dient voorzichtigheid betracht te worden bij het gebruik van de resultaten van dit onderzoek.

rps.nl NL202006640-R20-357 | 1 mei 2020 Pagina 21 van 21

BIJLAGE 1. Kaarten

Kadastrale kaart

Uw referentie: NL202006640

Deze kaart is noordgericht

12345 25

Schaal 1: 3100

Perceelnummer Huisnummer Vastgestelde kadastrale grens Voorlopige kadastrale grens Administratieve kadastrale grens

Kadastrale gemeente Sectie Perceel

Roosendaal en Nispen C 11280

Bebouwing Voor een eensluidend uittreksel, geleverd op 11 maart 2020 De bewaarder van het kadaster en de openbare registers

Aan dit uittreksel kunnen geen betrouwbare maten worden ontleend. De Dienst voor het kadaster en de openbare registers behoudt zich de intellectuele eigendomsrechten voor, waaronder het auteursrecht en het databankenrecht.

!

13 108

11

!

)

101 A 103 100 A 107 8 A A A³ 9 106 A 12 ! 14 ! A ! 105 10 ! 17 A 104A A!H15 ! 102 16

H !

!

2

!

18

7

H ! !

6

5

3

!

!

0 5 10

Maten in meters, tenzij anders vermeld Diameters in millimeters, tenzij anders vermeld Hoogtematen in meters t.o.v. N.A.P., tenzij anders vermeld Ligging bestaande kabels en leidingen ter indicatie ingetekend

Legenda

20

Project:

Type

Opdrachtgever:

Rijksvastgoedbedrijf

A Boring NO

Omschrijving:

Overzichtskaart met boorlocaties en verontreinigingscontour

)

A³ Boring met peilbuis ! Diepe boring H ! Ondiepe boring

pdf/print door: kamperdijke, 28-4-2020

40 Meters

NO Parabaan in Roosendaal

I-waarde contour

Onderzoekslocatie Bebouwing Perceel

30

4

Projectnummer:

NL202006640

Formaat:

Projectleider:

P. Moerman

Schaal:

E. Kamperdijk

Status:

Auteur:

Water en bodem

Prins Mauritsstraat 17, 4141 JC Leerdam Postbus 75, 4140 AB Leerdam T +31 88 - 99 04 800 W www.rps.nl

Regionale ligging

schaal

1:50.000

Veldwerk:

M.J. van de Vliert / J.T.E. Warring

Datum veldwerk: Blad: Nummer:

A4 1:1.000 Definitief 28-04-2020 1 van 1

NL202006640-001

Wijz:

© ondergrond:Esri Nederland, Kadaster ; Esri Nederland, Community Map Contributors

1

!

!

\\10.53.1.12\data\GGI\1 Projecten\NL202006640\3 Werkdossier\04 Tekeningen\2_MXD\tekening.mxd

BIJLAGE 2. Boorprofielen

Bijlage 2 - Boorprofielen

Boring:

01

Boring:

02

Datum: X: Y:

17-03-2020 91892,55 393868,80

Datum: X: Y: GWS:

17-03-2020 91933,27 393865,70 150

N.A.P. 0

0 1

N.A.P. gras Zand, matig grof, zwak siltig, zwak humeus, resten wortels, geen olie-water reactie, donker grijsbruin, Edelmanboor

-50

50

0

0 1

gras Zand, matig grof, zwak siltig, zwak humeus, resten wortels, geen olie-water reactie, donker grijsbruin, Edelmanboor

-50

50 2

-90

3

100

-100

4

Zand, matig grof, matig siltig, zwak grindhoudend, geen olie-water reactie, donker grijsbruin, Edelmanboor Zand, matig grof, zwak siltig, geen olie-water reactie, neutraal bruingrijs, Edelmanboor Leem, zwak zandig, geen olie-water reactie, neutraal blauwgrijs, Edelmanboor

150 5 -200

200

Boring:

03

Boring:

04

Datum: X: Y:

17-03-2020 91982,74 393852,80

Datum: X: Y:

17-03-2020 92015,27 393845,50

N.A.P. 0

0 1

N.A.P. gras Zand, matig grof, matig siltig, zwak humeus, resten wortels, geen olie-water reactie, donker grijsbruin, Edelmanboor

-50

50

0

0 1 50

gras Zand, matig grof, matig siltig, zwak humeus, resten wortels, geen olie-water reactie, donker grijsbruin, Edelmanboor

-50

Boormeester: M.J. van de Vliert & J.T.E. Warring

Projectnaam:

VO Parabaan in Roosendaal

Projectcode:

NL202006640M

Opdrachtgever: Rijksvastgoedbedrijf

Getekend volgens NEN 5104

Bijlage 2 - Boorprofielen

Boring:

05

Boring:

06

Datum: X: Y:

17-03-2020 92015,05 393857,60

Datum: X: Y: GWS:

17-03-2020 91998,80 393865,00 150

N.A.P. 0

0 1

-20

2 -50

50

N.A.P. gras Zand, matig grof, matig siltig, zwak humeus, resten wortels, geen olie-water reactie, donker grijsbruin, Edelmanboor Zand, matig grof, zwak siltig, geen olie-water reactie, neutraal geelbruin, Edelmanboor

0

0 1

gras Zand, matig grof, matig siltig, zwak humeus, resten wortels, geen olie-water reactie, donker grijsbruin, Edelmanboor

50 2 100 3 -130

150

Leem, sterk zandig, geen olie-water reactie, neutraal blauwgrijs, Edelmanboor

4 -180

5 -200

200

Boring:

07

Boring:

08

Datum: X: Y:

17-03-2020 91994,63 393876,34

Datum: X: Y:

17-03-2020 91973,97 393885,12

N.A.P. 0

0 1

N.A.P. gras Zand, matig grof, zwak siltig, zwak humeus, resten wortels, geen olie-water reactie, donker grijsbruin, Edelmanboor

-50

50

Zand, matig grof, zwak siltig, geen olie-water reactie, neutraal bruingrijs, Zuigerboor handmatig

0

0 1 50

gras Zand, matig grof, zwak siltig, zwak humeus, resten wortels, geen olie-water reactie, donker grijsbruin, Edelmanboor

-50

Boormeester: M.J. van de Vliert & J.T.E. Warring

Projectnaam:

VO Parabaan in Roosendaal

Projectcode:

NL202006640M

Opdrachtgever: Rijksvastgoedbedrijf

Getekend volgens NEN 5104

Bijlage 2 - Boorprofielen

Boring:

09

Boring:

10

Datum: X: Y: GWS:

17-03-2020 91944,26 393884,78 170

Datum: X: Y:

17-03-2020 91934,85 393876,50

N.A.P. 0

0 1

N.A.P. gras Zand, matig grof, matig siltig, zwak humeus, donker grijsbruin, Edelmanboor

-50

50

Zand, matig grof, matig siltig, matig grindhoudend, resten glas, brokken houtskool, donker bruingrijs, Edelmanboor

2

0

0 1

gras Zand, matig grof, zwak siltig, zwak humeus, resten wortels, geen olie-water reactie, donker grijsbruin, Edelmanboor

-50

50

-100

100

Zand, matig fijn, zwak siltig, neutraal grijsbruin, Edelmanboor 3

150 4 -170

Zand, zeer fijn, zwak siltig, licht beigegrijs, Edelmanboor 5

200

6

250

7

300

-320

Boring:

11

Boring:

12

Datum: X: Y:

17-03-2020 91927,30 393898,34

Datum: X: Y:

17-03-2020 91916,70 393885,84

N.A.P. 0

0 1

N.A.P. gras Zand, matig grof, zwak siltig, zwak humeus, resten wortels, geen olie-water reactie, donker grijsbruin, Edelmanboor

-50

50

0

0 1 50

gras Zand, matig grof, zwak siltig, zwak humeus, resten wortels, geen olie-water reactie, donker grijsbruin, Edelmanboor

-50

Boormeester: M.J. van de Vliert & J.T.E. Warring

Projectnaam:

VO Parabaan in Roosendaal

Projectcode:

NL202006640M

Opdrachtgever: Rijksvastgoedbedrijf

Getekend volgens NEN 5104

Bijlage 2 - Boorprofielen

Boring:

13

Boring:

14

Datum: X: Y:

17-03-2020 91914,22 393900,25

Datum: X: Y:

17-03-2020 91959,63 393881,06

N.A.P. 0

0 1

N.A.P. gras Zand, matig grof, zwak siltig, zwak humeus, resten wortels, geen olie-water reactie, donker grijsbruin, Edelmanboor

0

0

-15

1

-30

2 -50

50

50 3 -70

4

100

-120

Boring:

15

Boring:

16

Datum: X: Y: GWS:

17-03-2020 91968,76 393875,78 170

Datum: X: Y:

17-03-2020 91958,15 393872,60

N.A.P. 0

0

-15

1

-30

2 50 3 -80

100

stelcon Geen olie-water reactie, Betonboor, Stelcon Zand, matig grof, zwak siltig, geen olie-water reactie, licht grijsbruin, Edelmanboor Zand, matig grof, zwak siltig, resten glas, zwak grindhoudend, geen olie-water reactie, donker grijsbruin, Edelmanboor Zand, matig grof, zwak siltig, geen olie-water reactie, neutraal bruingrijs, Edelmanboor

N.A.P. stelcon Geen olie-water reactie, Betonboor, Stelcon

0

0

-15

Zand, matig grof, zwak siltig, geen olie-water reactie, licht grijsbruin, Edelmanboor

1 50

-50

stelcon Geen olie-water reactie, Betonboor, Stelcon Zand, matig grof, zwak siltig, geen olie-water reactie, licht grijsbruin, Edelmanboor

Zand, matig grof, matig siltig, geen olie-water reactie, donker grijsbruin, Edelmanboor Leem, sterk zandig, geen olie-water reactie, neutraal blauwgrijs, Edelmanboor

4

5 -150

150

Zand, matig grof, zwak siltig, sporen leem, geen olie-water reactie, neutraal blauwgrijs, Edelmanboor

6 -200

200

Boormeester: M.J. van de Vliert & J.T.E. Warring

Projectnaam:

VO Parabaan in Roosendaal

Projectcode:

NL202006640M

Opdrachtgever: Rijksvastgoedbedrijf

Getekend volgens NEN 5104

Bijlage 2 - Boorprofielen

Boring:

17

Boring:

18

Datum: X: Y:

17-03-2020 91976,98 393878,40

Datum: X: Y:

17-03-2020 91979,90 393867,30

N.A.P. 0

0

-15

1 -50

50

N.A.P. stelcon Geen olie-water reactie, Betonboor, Stelcon

0

0

-15

Zand, matig grof, zwak siltig, geen olie-water reactie, licht grijsbruin, Edelmanboor

1 50

-50

stelcon Geen olie-water reactie, Betonboor, Stelcon Zand, matig grof, zwak siltig, geen olie-water reactie, licht grijsbruin, Edelmanboor

Boormeester: M.J. van de Vliert & J.T.E. Warring

Projectnaam:

VO Parabaan in Roosendaal

Projectcode:

NL202006640M

Opdrachtgever: Rijksvastgoedbedrijf

Getekend volgens NEN 5104

Bijlage 2 - Boorprofielen

Boring:

100

Boring:

101

Datum: X: Y:

31-03-2020 91937,02 393887,00

Datum: X: Y:

31-03-2020 91946,33 393892,30

N.A.P. 0

0 1

N.A.P. gras Zand, matig fijn, zwak siltig, zwak humeus, resten wortels, donker beigebruin, Edelmanboor

-50

50

Zand, matig grof, zwak siltig, donker grijsbruin, Edelmanboor

1

-100

100

Boring:

102

Boring:

103

Datum: X: Y:

31-03-2020 91942,77 393878,75

Datum: X: Y:

31-03-2020 91961,44 393889,44

N.A.P. 0

0 1

N.A.P. gras Zand, matig fijn, zwak siltig, zwak humeus, resten wortels, zwak puinhoudend, donker beigebruin, Edelmanboor

-50

50

Zand, matig grof, zwak siltig, donker grijsbruin, Edelmanboor

0

0 1

Zand, matig grof, zwak siltig, resten wortels, donker grijsbruin, Edelmanboor

2 -100

100

gras Zand, matig fijn, zwak siltig, zwak humeus, resten wortels, zwak puinhoudend, donker beigebruin, Edelmanboor

-50

50

2 100

Zand, matig grof, zwak siltig, resten wortels, donker grijsbruin, Edelmanboor

2 -100

gras Zand, matig fijn, zwak siltig, zwak humeus, resten wortels, sporen puin, donker beigebruin, Edelmanboor

-50

50

2 100

0

0

-100

Boormeester: J.T.E. Warring

Projectnaam:

NO Parabaan in Roosendaal

Projectcode:

NL202006640

Opdrachtgever: Rijksvastgoedbedrijf

Getekend volgens NEN 5104

Bijlage 2 - Boorprofielen

Boring:

104

Boring:

105

Datum: X: Y:

31-03-2020 91958,59 393875,56

Datum: X: Y:

31-03-2020 91966,13 393880,22

N.A.P. 0

0

-12

1

-30

2 -50

50

N.A.P. beton Betonboor, Beton

-12

Zand, matig fijn, zwak siltig, licht beigegeel, Edelmanboor Zand, matig grof, zwak siltig, zwak grindhoudend, donker grijsbruin, Edelmanboor

100

-50

50 2

-80

100

beton Betonboor, Beton Zand, matig fijn, zwak siltig, licht beigegeel, Edelmanboor

1

Zand, matig fijn, zwak siltig, neutraal beigegrijs, Edelmanboor

3

0

0

Zand, matig grof, zwak siltig, zwak grindhoudend, donker grijsbruin, Edelmanboor Zand, matig fijn, zwak siltig, neutraal beigegrijs, Edelmanboor

3

4 -120

Boring:

106

Datum: X: Y:

31-03-2020 91952,17 393883,22

-120

N.A.P. 0

0 1

-15

2 -50

50

gras Zand, matig grof, zwak siltig, matig humeus, resten wortels, donker beigebruin, Edelmanboor Zand, matig fijn, zwak siltig, licht beigegeel, Edelmanboor Zand, matig grof, zwak siltig, donker grijsbruin, Edelmanboor

3 -100

100

Boormeester: J.T.E. Warring

Projectnaam:

NO Parabaan in Roosendaal

Projectcode:

NL202006640

Opdrachtgever: Rijksvastgoedbedrijf

Getekend volgens NEN 5104

Bijlage 2 - Boorprofielen

Boring:

107

Boring:

108

Datum:

17-04-2020

Datum:

17-04-2020

N.A.P. 0

0 1

N.A.P. groenstrook Zand, matig fijn, zwak siltig, zwak humeus, resten wortels, geen olie-water reactie, donker grijsbruin, Edelmanboor

50

0

0 1

groenstrook Zand, matig fijn, zwak siltig, zwak humeus, resten wortels, geen olie-water reactie, donker grijsbruin, Edelmanboor

50 2 -70

2

Zand, matig grof, zwak siltig, resten baksteen, geen olie-water reactie, donker grijsbruin, Edelmanboor

3 -100

100

100 4 -140

Zand, matig grof, zwak siltig, geen olie-water reactie, neutraal grijsbruin, Edelmanboor

150 5 -190

Boormeester: M.J. van de Vliert

Projectnaam:

NO Parabaan in Roosendaal

Projectcode:

NL202006640

Opdrachtgever: Rijksvastgoedbedrijf

Getekend volgens NEN 5104

BIJLAGE 3. Toetsingskader

BIJLAGE Toelichting WBB (TOETSINGSKADER LANDBODEMS) Voor het bepalen van de kwaliteit van het onderzochte bodemmateriaal worden (de) monsters getoetst aan toetsingswaarden van de Circulaire Bodemsanering 2013, Staatscourant 16675 d.d. 27 juni 2013. Wanneer uit onderzoek blijkt dat mogelijk sprake is van een ernstig geval van bodemverontreiniging treedt de Wet bodembescherming (Wbb) in werking. In de hiernavolgende paragrafen wordt nader uitleg gegeven over de toetsingswaarden van de genoemde circulaire en enkele zaken met betrekking tot de Wbb. Toetsingsnormen Bij toetsing van de analyseresultaten van het laboratoriumonderzoek wordt uitgegaan van een standaard bodem (25% lutum en 10% organische stof). Indien de percentages lutum en organische stof in het onderzochte materiaal hiervan afwijken, worden de in het laboratorium gemeten gehalten van de zware metalen, arseen en organische verbindingen omgerekend naar een standaardbodem. Doorgaans is dit van toepassing op alle onderzochte bodemmonsters. In de circulaire zijn twee waarden gegeven voor de beoordeling van de concentraties van de verschillende stoffen in de bodem en waaraan getoetst wordt: ▪ Achtergrondwaarde (AW2000-waarde): deze waarde geeft het kwaliteitsniveau aan waarbij de functionele eigenschappen voor mens, plant en dier zijn veiliggesteld. De AW2000-waarde komt overeen met het Verwaarloosbaar Risiconiveau (VR).

▪ Interventiewaarde (I-waarde): de interventiewaarde geeft de concentratie aan waarboven sprake is van een ernstige of dreigende ernstige vermindering van de functionele eigenschappen van mens, plant en dier. Bij een overschrijding van de interventiewaarde in meer dan 25 m3 bodemmateriaal is sprake van een ernstig geval van (water)bodemverontreiniging en dient sanering plaats te vinden. De urgentie van het geval wordt bepaald door middel van een risico-onderzoek, dat deel uitmaakt van het nader bodemonderzoek. Aanleiding voor het uitvoeren van een nader bodemonderzoek vormt onder andere een overschrijding van de tussenwaarde, die als volgt kan worden geformuleerd: de tussenwaarde is de helft van de interventiewaarde en geeft de concentratie aan waarboven nader bodemonderzoek moet worden uitgevoerd. Binnen het nader bodemonderzoek wordt de mate en omvang van de verontreiniging bepaald. Daarbij gaat het om het volume grond en/of grondwater met concentraties boven de interventiewaarde. Wet bodembescherming (Wbb) Er is sprake van een geval van ernstige bodemverontreiniging en urgentie van sanering wanneer in meer dan 25 m3 grond of in meer dan 100 m3 grondwater de concentratie van een verontreinigende stof hoger is dan de interventiewaarde. Van een ernstig geval van bodemverontreiniging moet melding worden gemaakt bij het bevoegd gezag, in de meeste gevallen de provincie.

Daarnaast zijn er enkele bevoegdgezaggemeenten (zie Besluit aanwijzing bevoegdgezaggemeenten Wbb, Stb. 2000, 591 – 21 december 2000) die gelijk worden gesteld met een provincie, waardoor een dergelijk geval binnen de

gemeentegrenzen bij de desbetreffende gemeente moet worden gemeld. Veelal wordt als gevolg van een melding in het kader van de Wbb een beschikking afgegeven. In het kader van de Wet bodembescherming is de meldingsplicht van toepassing wanneer handelingen worden verricht met: ▪ Een ernstig geval van bodemverontreiniging. Er is sprake van een ernstig geval indien meer dan 25m3 grond en/of 100 m3 grondwater sterk is verontreinigd. ▪ Meer dan 50 m3 licht tot matig verontreinigde grond of 1.000 m3 licht tot matig verontreinigd grondwater wordt verplaatst en er geen samenloop is met andere wettelijke kaders zoals de Woningwet (aanvraag bouwvergunning). Besluit bodemkwaliteit Per 1 juli 2008 zijn grond en baggerspecie uit het Bouwstoffenbesluit genomen en is het Besluit Bodemkwaliteit (Bbk) inwerking getreden. Het Bbk is gebaseerd op een risicobenadering met als uitgangspunt een directe relatie tussen (chemische) kwaliteit en het gebruik van de bodem. In de normstelling is gekozen voor een ‘altijd-‘ en een ‘nooit-grens’. De ‘altijd-grens’ bestaat uit de Achtergrondwaarden (AW2000). Deze zijn vastgesteld op basis van de gehalten aan stoffen zoals die voorkomen in de bodem van natuur- en landbouwgronden in Nederland die niet zijn belast door lokale verontreinigingsbronnen. Partijen grond en baggerspecie die voldoen aan de AW2000 zijn altijd vrij toepasbaar.

De ‘nooit-grens’ wordt bepaald met behulp van het Saneringscriterium. Dit is geen vaste norm, maar een methodiek om te bepalen of sprake is van een onaanvaardbaar risico. Tussen de ‘altijd-‘ en ‘nooit-grens’ liggen de Maximale Waarden. Deze waarden geven de bovengrens aan van de kwaliteit die nodig is om de bodem blijvend geschikt te maken voor de functie die de bodem heeft. Aan de bodemkwaliteitsklassen en de bodemfunctieklassen zijn dezelfde normen gekoppeld: de Maximale Waarden voor de klasse Wonen en de Maximale Waarden voor de klasse Industrie. Om een partij grond of baggerspecie te mogen toepassen moet zowel de bodemkwaliteitsklasse als de bodemfunctieklasse worden getoetst (dubbele toetsing). Grond en baggerspecie waarvan de kwaliteit de Maximale Waarden voor de klasse industrie overschrijdt mag in het generiek kader niet worden toegepast. Tabel: toepassen landbodem

kwaliteit functie

AW2000

WONEN

INDUSTRIE

AW

WO

IND

AW

WO

IND

AW

WO

IND

AW2000

✓

✓

✓

✓

WONEN

X

X

X

X

✓ ✓

✓ ✓

✓ ✓

✓ ✓

INDUSTRIE

X

X

X

X

X

X

X

X

✓ ✓ ✓

partij

Tabel: toepassen waterbodem bodem

toepassen waterbodem

kwaliteit

AW2000

A

B

partij A

✓

✓

✓

✓

✓

✓

B

X

X

X

X

X

X

✓ ✓

✓ ✓

✓ ✓

BIJLAGE 4. Analysecertificaten

SYNLAB Analytics & Services B.V. Correspondentieadres Steenhouwerstraat 15 · 3194 AG Rotterdam Tel.: +31 (0)10 231 47 00 · Fax: +31 (0)10 416 30 34 www.synlab.nl

Analyserapport

RPS advies- en ingenieursbureau B.V. Peter Moerman Prins Mauritsstraat 17 4141 JC LEERDAM

Uw projectnaam Uw projectnummer SYNLAB rapportnummer

Blad 1 van 9

: VO Parabaan in Roosendaal : NL202006640 : 13218984, versienummer: 1.

Rotterdam, 19-03-2020

Geachte heer/mevrouw, Hierbij ontvangt u de analyse resultaten van het laboratoriumonderzoek ten behoeve van uw project NL202006640. Het onderzoek werd uitgevoerd conform uw opdracht. De gerapporteerde resultaten hebben uitsluitend betrekking op de geteste monsters. De door u aangegeven omschrijvingen voor de monsters, het project en de monsternamedatum (indien aangeleverd) zijn overgenomen in dit analyserapport. SYNLAB is niet verantwoordelijk voor de gegevens verstrekt door de opdrachtgever. Het onderzoek is uitgevoerd door SYNLAB Analytics & Services B.V., gevestigd aan de Steenhouwerstraat 15 in Rotterdam (NL). Indien het onderzoek is uitgevoerd door derden of het SYNLAB laboratorium in Frankrijk (99-101 Avenue Louis Roche, Gennevilliers) is dit in het rapport aangegeven. Dit analyserapport bestaat inclusief bijlagen uit 9 pagina's. In geval van een versienummer van '2' of hoger vervallen de voorgaande versies. Alle bijlagen maken onlosmakelijk onderdeel uit van het rapport. Alleen vermenigvuldiging van het hele rapport is toegestaan. Mocht u vragen en/of opmerkingen hebben naar aanleiding van dit rapport, bijvoorbeeld als u nadere informatie nodig heeft over de meetonzekerheid van de analyseresultaten in dit rapport, dan verzoeken wij u vriendelijk contact op te nemen met de afdeling Customer Support. Wij vertrouwen er op u met deze informatie van dienst te zijn.

Hoogachtend,

Jaap-Willem Hutter Technical Director

SYNLAB Analytics & Services B.V. IS GEACCREDITEERD VOLGENS DE DOOR DE RAAD VOOR ACCREDITATIE GESTELDE CRITERIA VOOR TESTLABORATORIA CONFORM EN ISO/IEC 17025:2017 ONDER NR. L 028

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.roosendaal.nl/api/v1/meetings/1360/documents/35877