CConstaterende datRoosendaal
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlagen_Bijlage 2 Archeologie toets.pdf

Gemeenteraad 5 maart 2026, gemeente RoosendaalBij agendapunt: 5m: Raadsvoorstel Vaststelling wijziging omgevingsplan Wouwseweg 186725 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Plangebied Wouwseweg 180 Roosendaal

Archeologie

Het plangebied is gesitueerd in het bestemmingsplan Westrand en heeft op de gemeentelijke archeologische waardenkaart een middelhoge verwachting, die is vertaald in een dubbelbestemming waarde-archeologie. Grondwerken dieper dan 50 cm én groter dan 100 m2 zijn alleen mogelijk als de archeologische waarde voldoende is gewaardborg, hetzij door behoud in situ, hetzij door opgraving. Het plangebied ligt in een landschap van dekzanden (Formatie van Boxtel) aan de rand van een beekdal (Rissebeek). Het zand vormt een rug die ingeklemd wordt door de Rissebeek aan de west- en noordzijde en door de Roosendalse beek aan de oostzijde. De bodem is niet gekarteerd (vanwege bebouwing) maar kan door extrapolatie van de omgeving gerekend worden tot de eerdgronden of tot de laarpodzolgronden, afhankelijk van de dikte van de humeuze laag op het dekzand. Deze humeuze laag is het resultaat van bemesten en bewerken van de ondergond gedurende eeuwen. Vanaf circa 8000 jaar v.Chr. werd het landschap steeds natter waardoor zich veen begon te vormen. Het veen groeide vanuit de beekdal hoger op het zand en bereikte een dikte van maximaal enige meters. Vanaf de 13de eeuw werd het veen afgegraven voor turfwinning. Het is niet duidelijk of het plangebied ooit met veen bedekt was.

De veenbedekking maakte een gebruik als woongrond tót de 13de eeuw vrijwel onmogelijk, maar uit eerder onderzoek is wel gebleken dat de randen van het veen geschikt waren als akkerland, met name in periode 1100-1250. Na de ontginning bleven natte zandgronden over, die slechts bruikbaar waren als weide. Het plangebied ligt precies bij de aansluiting van twee oude landwegen: de weg zuidwaarts naar Hulsdonk (nu Heerma van Vossstraat/Mauvestraat) en de Heirweg van Wouw naar Roosendaal. Beide wegen sloten op elkaar aan in de bocht van de Mauvestraat. De Wouwseweg is een jongere aanleg uit de 19de eeuw die de Heirweg verving. Eerder zijn ter hoogte van Heerma van Vossstraat 38 twee waterputten uit de late 13de eeuw opgegraven. Het gehucht Hulsdonk bestond al in de 13de eeuw en was waarschijnlijk een lintbebouwing aan de genoemde straat. Het is nog niet duidelijk of de gehuchten van waaruit later Roosendaal is ontstaan, ooit centra van veenontginningen waren, of oudere agrarische nederzettingen. Daar is nog te weinig onderzoek naar gedaan. Het plangebied is vanaf de middeleeuwen tot ver in de 20ste eeuw open agrarisch in gebruik geweest in de vorm van akkerland en weiland. In 1948 werd een carosseriebedrijf opgericht. Dit kende enige uitbreiding waarbij aan de zuidzijde ook woningen verschenen. In de jaren ’50 kwam het terrein vlak langs de A17 te liggen.

In 1998 stopte het bedrijf en werden de opstallen gesloopt. Wematech heeft in 2023 een milieukundig onderzoek uitgevoerd in de vorm van grondboringen. Hieruit blijkt dat de bovengrond hier en daar tot 1 meter is verspit, waarschijnlijk door de bouw en sloop van de fabriek en omringende opstallen. De diepere boringen geven echter geen aanwijzingen voor het voorkomen van dekzand, maar eerder voor ophogingen. Volgens de AHN ligt het gebied op 3,30-3,40 meter boven NAP en dat is aanmerkelijk hoger dan het terrein ten oosten van de

Mauvestraat (2,70-2,90 m +NAP). Van nature zou het terrein eigenlijk westwaarts, naar het beekdal, moeten aflopen. Enkele diepere boringen lijken dekzand te hebben geraakt, namelijk op meer dan 1,50 meter diepte. Mogelijk werd het terrein in de jaren ’50 opgehoogd in het kader van de aanleg van de A17. In het plangebied is in principe kans op het aantreffen van sporen van bewoning uit alle cultuurperioden, met de nadruk op de late middeleeuwen, gerelateerd aan bewoning op de randen van het veen nabij een splitsing van landwegen. Bewoningssporen kunnen zich aftekenen als vlekken en structuren op de scheiding van het dekzand en de bovenliggende humeuze laag. De kans om sporen te vinden is echter ook afhankelijk van de gaafheid van de bodem en het al of niet aanwezig zijn van ophogingen en/of verstoringen. Dit is nu nog onduidelijk en dient nader onderzocht te worden. Een archeologisch onderzoek voorafgaande aan de herinrichting van het plangebied is zeker nodig. Dit onderzoek kan het beste bestaan uit een verkennend booronderzoek om de structuur en eventuele verstoring van de ondergrond in beeld te brengen, eventueel gevolgd door een onderzoek met mechanisch aangelegde proefsleuven.

(M.Vermunt, adviseur archeologie voor de gemeente Roosendaal, 8/12/2023).

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.roosendaal.nl/api/v1/meetings/1903/documents/52560