Bijlagen_Bijlage 13 Weging van waterbelangen.pdf
Tekst van het document
Notitie Onderwerp
: Watertoets Wijziging Omgevingsplan Wouwseweg in Roosendaal
Datum
: 27 november 2023
Opgesteld door : Ad Fens
Watertoets bestemmingsplan Wouwseweg. Huidige situatie Het plangebied heeft een oppervlakte van 12.037 m2 (1,2 ha.). Op basis van luchtfoto’s is het oppervlak van de verharding bepaald op ca. 11.757 m2, dit is 98% van het gebied.
Oppervlaktewater Het plangebied ligt in het beheergebied van het waterschap Brabantse Delta. Er ligt geen oppervlaktewater dat van belang is voor de omgeving en het ligt niet in kwetsbaar gebied. Buiten het plangebied ligt aan de west- en noordzijde een watergang welke, via duikers onder de Burgemeester Freijterslaan en A17, en watergangen langs De Stok, afvoert naar de Engebeek aan de westzijde van de kern Roosendaal.
Waterveiligheid In en in de directe nabijheid van het plangebied liggen geen waterkeringen. Deze leveren geen belemmering op voor dit bestemmingsplan.
Rioolstelsel Het plangebied ligt in rioleringsgebied A1, een gebied dat voor een groot deel is opgebouwd uit gemengde riolering. In het gebied zijn diverse locaties waar HWA-riolen liggen om het hemelwater rechtstreeks naar oppervlaktewater af te voeren. Het plangebied ligt niet in kwetsbaar gebied. Aan de zuidzijde van het plangebied ligt in de Wouwseweg een gescheiden rioolstelsel waarvan het HWA-riool nog is aangesloten op het gemengde riool. Het HWA-riool wordt aan de westzijde van de Wouwseweg, onder de verbindingsboog A58/A17, doorgetrokken naar het HWA-stelsel in de Wouwseweg. Dit stelsel loost in de buurt van de rotonde in de Wouwbaan op de Engebeek. Aan de oostzijde van de Wouwseweg is het HWA-riool aangesloten op het gemengde riool. Bij de aansluiting is een terugslagklep aangebracht om te voorkomen dat rioolwater terug kan stromen naar het HWA-
riool. Het HWA-riool wordt in de komende jaren aangesloten op een nieuw te leggen HWA-riool in de Burgemeester Freijterslaan. Via dit riool wordt het hemelwater dan geloosd op de Molenbeek. Aan de oostzijde ligt een gemengd rioolstelsel dat via de Mauvestraat afvoert naar het gemengde riool in de Mesdagstraat.
Grondwater Het plangebied ligt niet in een grondwaterbeschermingsgebied volgens de Interim Omgevingsverordening van de Provincie Noord-Brabant. Omdat het plangebied in stedelijk gebied ligt zijn er geen gegevens bekend over de grondwaterstanden op basis van de bodemkaart. Om deze reden heeft de gemeente een monitoringsnetwerk voor grondwater in stedelijk gebied. Op basis van de indicatieve ontwateringskaarten over de periode 2011-2016 is de gemiddelde ontwateringsdiepte in het plangebied 0,7 – 1,0 m onder maaiveld. Van het plangebied is niet aan te geven welke grondwatertrap van toepassing is omdat het plangebied in stedelijk gebied ligt. Op basis van de grondwatertrappenkaart uit de kaartenbank van de Provincie Noord-Brabant wordt het buitengebied ten westen van het plangebied ingedeeld in grondwatertrap VI.
Bodemopbouw De regionale opbouw van de diepere ondergrond ziet er op basis van het geohydrologisch model REGIS II versie 2.2.1 als volgt uit:
Diepte
Laagaanduiding
Lithologische omschrijving
Hydrogeologische eenheid
+3,00 tot -5,00
Deklaag
Zandige eenheid, voornamelijk bestaande uit middelmatig en fijn zand, een beetje zandige klei en grof zand en een spoor van klei, turf en grind.
Formatie van Boxtel
-5,00 tot -11,00
Eerste afsluitende laag
Kleiachtige eenheid, voornamelijk bestaande uit zandige klei, klei en middelzwaar zand, een beetje turf, fijn en grof zand en een spoor van grind.
Formatie van Waalre
-11,00 tot 59,00
Eerste watervoerend pakket
Zandige eenheid, voornamelijk bestaande uit middelmatig en grof zand, een beetje zandige klei, fijn zand en grind en een spoor van klei en turf.
Formatie van Peize en Waalre
(indicatief t.o.v. mNAP)
-59,00 tot 80,00
Eerste watervoerende pakket
Zandige eenheid, voornamelijk bestaande uit middelzwaar en grof zand, een beetje klei, zandige klei, fijn zand en schelpen en een spoor van bruinkool en grind.
Formatie Maassluis
-80,00 tot 85,00
Tweede afsluitende laag
Kleiachtige eenheid, voornamelijk bestaande uit zandige klei, middelzwaar zand en klei, een beetje fijn zand en een spoor van bruinkool, grof zand en schelpen.
Formatie Oosterhout
-85,00 tot 143,00
Tweede watervoerende pakket
Zandige eenheid, voornamelijk bestaande uit middelmatig en fijn zand en schelpen, een beetje kleiachtig zand en grof zand en een spoor van bruinkool, glauconietzand, grind en kalksteen.
Formatie van Oosterhout
-143,00 tot >200,00
Tweede watervoerende pakket
Zandige eenheid, voornamelijk bestaande uit middelmatig en fijn zand en kleizand, een beetje grof zand en glauconietzand en een spoor van klei, bruinkool, grind en schelpen.
Formatie van Breda
Omdat het plangebied in de bebouwde kom van Roosendaal ligt is de bodem op de Bodemkaart niet gekarteerd. In Dinoloket is een grondboring (B49E0894) opgenomen welke aan de westzijde van het plangebied is uitgevoerd. Uit het boormonsterprofiel is de opbouw voor de toplaag af te leidden:
Diepte
Laagaanduiding
(indicatief t.o.v. mv) 0,00 - 1,20
Zand, kleiig
1,20 – 2,00
Zand, matig fijn
2,00 - 2,10
Klei, matig zandig, matig siltig
2,10 - 4,00
Zand, zeer fijn
Mogelijkheden voor infiltratie dienen door aanvullend geohydrologisch onderzoek te worden vastgesteld.
Toekomstige situatie Het plangebied wordt omgevormd van een functie met bedrijfsmatige activiteiten naar een woonfunctie. Het bestaande verhard oppervlak wordt geheel opgebroken en het plangebied wordt opnieuw ingericht. Het verhard oppervlak in het toekomstige plangebied is opgebouwd uit: Functie
Verhard oppervlak in m2
Wonen
2.171
Particulier tuin (50% verhard)
1.794
Wegen
1.587
Parkeren
817
Voetpaden
866
Totale verhard oppervlak
7.235
Groenzones
4.802
Totaal oppervlak
12.037
Rioleringsstelsel Huishoudelijk afvalwater In het plangebied wordt een nieuw vuilwaterriool aangelegd om het huishoudelijk afvalwater van de woningen af te voeren. Het vuilwaterriool wordt aangesloten op het DWA-riool in de Wouwseweg of het gemengde riool in de Mauvestraat.
Hemelwater Het plangebied wordt gezien als een nieuwe ontwikkeling en dient te voldoen aan een bergingseis van 60 mm. Bij een perceeloppervlak van 12.037 m2 is er een bergingseis 722 m3 voor het gehele gebied. Groenzones en parkeerplaatsen zijn potentiële locaties om voorzieningen te realiseren voor berging van hemelwater. Afvoer van hemelwater vanuit de berging naar het HWA-riool dient gedoseerd te gescheiden. De minimale lozingstijd bedraagt 24 uur. Het hemelwater wordt met een nieuw aan te leggen hemelwaterriool afgevoerd naar het HWA-riool in de Wouwseweg waarbij de afvoer wordt afgestemd op de omvang van het plangebied.
Afvoer van het hemelwater via de watergang aan de westzijde is een alternatief. Hierbij dient onderzocht te worden of de capaciteit van de duikers en watergangen voldoende is om het hemelwater af te voeren.
Grondwater Door middel van geohydrologisch onderzoek dient onderzocht te worden of infiltratie van hemelwater mogelijk is. Groenzones en parkeerplaatsen bieden potentiële kansen om te infiltreren.
Randvoorwaarden naar aanleiding van de watertoets Op basis van de beschrijvingen van de bestaande en nieuwe situatie zijn onderstaande randvoorwaarden van toepassing voor het ontwikkelen van het plangebied: • •
• • •
• • • • •
•
Het plangebied dient hydrologisch neutraal ontwikkelt te worden. Ten aanzien van het materiaalgebruik dienen geen uitlogende bouwmaterialen zoals lood, koper, zink en zacht PVC te worden toegepast. Dit om verontreiniging van het hemelwater te voorkomen. Eén en ander dient langs privaatrechtelijke weg te worden geregeld. Het huishoudelijk afvalwater wordt gescheiden opgevangen en afgevoerd naar het DWAriool. Het regenwater van het dak- en terreinoppervlak op de percelen dient apart ingezameld te worden en afgevoerd naar het HWA-riool. Wanneer de toename van het verhard oppervlak als gevolg van de ontwikkeling met minder dan 500 m2 toeneemt, hoeft geen vergunning te worden aangevraagd bij waterschap Brabantse Delta voor de toename van het verhard oppervlak. Voor nieuwe ontwikkelingen wordt een berging voorgeschreven van 722 m3 (60 mm) welke in minimaal 24 uur mag worden geloosd. Afvoer van hemelwater via bovengrondse afvoer naar gebieden buiten het plangebied is niet toegestaan. Mogelijkheden voor het wel/niet toepassen van infiltratie van hemelwater en/of drainage dient met geohydrologisch onderzoek te worden onderbouwd. Een directe lozing van hemelwater op oppervlaktewater is toegestaan tot een hoeveelheid van maximaal 2,0 l/s/ha. Bij de herontwikkeling zijn er mogelijkheden voor klimaatbestendige maatregelen zoals groene daken en doorlatende verhardingen.
De mogelijkheden hiervoor zullen langs privaatrechtelijke weg met de ontwikkelaar worden bekeken. In verband met klimaatadaptatie moet het vloerpeil van de bebouwing 30 centimeter boven de kruin van de weg gerealiseerd worden.