CConstaterende datRoosendaal
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage statutenwijziging Stichting Citymarketingbureau Roosendaal.pdf

Commissie 11 september 2025, gemeente RoosendaalBij agendapunt: 4: Raadsvoorstel Deelname gemeente Roosendaal in Stichting Roosendaal Citymarketing5.173 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

-1-

ONTWERP 21 mei 2025 Indien er onjuistheden in uw personalia of elders in de tekst voorkomen, verzoeken wij u vriendelijk tijdig voor het passeren van de akte contact met ons op te nemen.

STATUTENWIJZIGING STICHTING

Zaaknummer: 2025LJ250158CNP Vandaag, *, verscheen voor mij, mr. Lambertus Henricus Antonius Maria Jongenelen, notaris in de gemeente Roosendaal: * handelend als schriftelijke gemachtigde van de Raad van Toezicht van de stichting: Stichting Citymarketingbureau Roosendaal, statutair gevestigd in de gemeente Roosendaal, met adres te 4701 PE Roosendaal, Markt 6, ingeschreven in het Handelsregister van de Kamer van Koophandel onder dossiernummer 73021393, hierna te noemen: ‘de Stichting’. De verschenen persoon heeft mij, notaris, het volgende verklaard: INLEIDING 1. De Stichting is opgericht bij notariële akte op vijf november tweeduizend achttien voor mr. drs. M.J.G. Geleijns, notaris te Roosendaal verleden. 2. De statuten van de Stichting zijn daarna niet gewijzigd. 3. De Raad van Toezicht van de Stichting heeft conform het bepaalde in artikel 13 van de statuten van de Stichting op * besloten de statuten te wijzigen. De verschenen persoon is door de Raad van Toezicht gemachtigd om deze statutenwijziging bij notariële akte vast te leggen. Het stuk waaruit dit blijkt, is aan deze akte vastgemaakt. STATUTENWIJZIGING Als gevolg van het besluit tot statutenwijziging luiden de statuten met onmiddellijke ingang als volgt: Artikel 1 DEFINITIES In de statuten wordt verstaan onder. a.

bestuursverslag: jaarlijks verslag omtrent de werkzaamheden van de stichting op te stellen door het bestuur, b. college van B&W: het college van burgemeester en wethouders van Gemeente Roosendaal, een publiekrechtelijk rechtspersoon, met adres: Stadserf 1, 4701 NK Roosendaal, ingeschreven in het handelsregister onder nummer 20164788,

-2-

c.

gemeente: Gemeente Roosendaal, een publiekrechtelijk rechtspersoon, met adres: Stadserf 1, 4701 NK Roosendaal, ingeschreven in het handelsregister onder nummer 20164788 , d. jaarrekening: de jaarlijkse balans en de jaarlijkse staat van — baten en lasten op te stellen door het bestuur; e. schriftelijk: bij brief, telefax of e-mail, of bij boodschap die via een ander gangbaar communicatiemiddel wordt overgebracht en op schrift kan worden ontvangen, mits de identiteit van de verzender met afdoende zekerheid kan worden vastgesteld, f. tegenstrijdig belang: een direct of indirect persoonlijk belang dat tegenstrijdig is met het belang van de stichting. Ingeval een lid van het bestuur of de raad van toezicht in de hoedanigheid van bestuurslid of lid van de raad van toezicht namens twee (2) rechtspersonen optreedt en daarbij geen persoonlijk belang heeft, dan is er sprake van een kwalitatief tegenstrijdig belang. Dit kwalitatief tegenstrijdig belang valt nadrukkelijk niet onder de reikwijdte van de definitie 'tegenstrijdig belang' in deze statuten. ARTIKEL 2 NAAM EN STATUTAIRE ZETEL 1. De stichting draagt de naam: Stichting Roosendaal Citymarketing. 2. De stichting heeft haar zetel in de gemeente Roosendaal. ARTIKEL 3 DOEL 1. De stichting heeft ten doel: a.

het vermarkten en promoten van de gemeente Roosendaal in de meest brede zin des woords, met als doel het bevorderen en versterken in de gemeente Roosendaal van de vrijetijdsmogelijkheden, het toerisme, de lokale economie, het vestigingsklimaat voor ondernemers en de leefbaarheid voor inwoners; b. het verrichten van alle verdere handelingen, die met het vorenstaande in de ruimste zin verband houden of daartoe bevorderlijk kunnen zijn. 2. De stichting heeft geen winstoogmerk. 3. De stichting tracht haar doel onder meer te bereiken door het ontwikkelen en beheren van het merk Roosendaal, het initiëren en uitvoeren van marketing- en promotieactiviteiten en het bevorderen en regisseren van marketing- en communicatie afstemming en samenwerking, alles in de ruimste zin des woords. 4. De stichting tracht haar doel te verwezenlijken door alle wettige middelen. ARTIKEL 4 ORGANEN De stichting kent de volgende organen. a. een bestuur; en b. een raad van toezicht. ARTIKEL 5 VERMOGEN 1. Het vermogen van de stichting wordt gevormd door. a. hetgeen wordt verkregen van de gemeente; b. opbrengsten uit activiteiten van de stichting; c. alle andere wettelijke verkrijgingen en baten.

-3-

2.

Noch een natuurlijk persoon, noch een rechtspersoon kan over (een deel van) het vermogen en inkomsten van de stichting beschikken als ware het zijn of haar eigen vermogen en inkomsten. ARTIKEL 6 BESTUUR: SAMENSTELLING, BENOEMING, DEFUNGEREN 1. Het bestuur van de stichting bestaat uit een door de raad van toezicht vast te stellen aantal van een (1) of meer natuurlijke personen of rechtspersonen. Aan één bestuurder kan door de raad van toezicht de titel directeur worden toegekend. 2. Binnen het bestuur en de raad van toezicht en tussen bestuursleden en leden van de raad van toezicht mogen geen nauwe familie- of vergelijkbare relaties bestaan, met inbegrip van maar niet beperkt tot het huwelijk, geregistreerd partnerschap of ongehuwd samenwonen. 3. Bestuursleden worden benoemd door de raad van toezicht. In ontstane vacatures wordt zo spoedig mogelijk voorzien. 4. Indien het bestuur uit meer dan één persoon bestaat kiest het bestuur uit zijn midden een secretaris en een penningmeester. De functies van secretaris en penningmeester kunnen door één persoon worden vervuld. 5. Bestuursleden worden geschorst door de raad van toezicht.

Indien de raad van toezicht een bestuurslid heeft geschorst, dient de raad van toezicht binnen drie (3) maanden na ingang van de schorsing te besluiten hetzij tot ontslag hetzij tot opheffing of handhaving van de schorsing; bij gebreke daarvan vervalt de schorsing. Een besluit tot handhaving van de schorsing kan slechts eenmaal worden genomen en de schorsing kan daarbij ten hoogste worden gehandhaafd voor drie (3) maanden, ingaande op de dag waarop het besluit tot handhaving is genomen. Indien de raad van toezicht niet binnen de voor de handhaving bepaalde termijn tot ontslag of tot opheffing van de schorsing heeft besloten, vervalt de schorsing. 6. De raad van toezicht stelt het aantal leden van het bestuur vast. In het geval het bestuur uit meer dan een (1) persoon bestaat, benoemt de raad van toezicht een bestuurslid tot voorzitter van het bestuur. 7. Een bestuurslid defungeert: a. door zijn overlijden, indien het een natuurlijk persoon betreft, of door haar ontbinding indien het een rechtspersoon betreft; b. door zijn vrijwillig aftreden; c. doordat hij failliet wordt verklaard, surséance van betaling aanvraagt of verzoekt om toepassing van de schuldsaneringsregeling; d. door zijn ondercuratelestelling, of door een rechterlijke beslissing waarbij een bewind over een (1) of meer van zijn goederen wordt ingesteld; e.

door zijn ontslag verleend door de rechtbank in de gevallen in de wet voorzien; f. door zijn ontslag verleend door de raad van toezicht; g. door zijn toetreding tot de raad van toezicht. 8. In geval van ontstentenis of belet van een lid van het bestuur zijn de overblijvende bestuursleden of is het overblijvende bestuurslid tijdelijk met het besturen van de stichting belast. In geval van ontstentenis of belet van alle bestuursleden wordt de

-4-

stichting tijdelijk bestuurd door een (1) of meer personen die daartoe door de raad van toezicht zal worden benoemd. ARTIKEL 7 BESTUUR: TAAK EN BEVOEGDHEDEN 1. Het bestuur is belast met het besturen van de stichting. 2. Het bestuur heeft een actieve informatieplicht naar zowel de raad van toezicht als het college van B&W over belangrijke ontwikkelingen betreffende de Stichting in het licht van de specifieke verantwoordelijkheden van het bestuur. 3. Het bestuur is bevoegd te besluiten tot het aangaan van overeenkomsten tot verkrijging, vervreemding en bezwaring van registergoederen en tot het aangaan van overeenkomsten waarbij de stichting zich als borg of hoofdelijk medeschuldenaar verbindt, zich voor een derde sterk maakt of zich tot zekerheidstelling voor een schuld van een ander verbindt, mits voorafgaande schriftelijke goedkeuring van de raad van toezicht is verkregen. Wanneer echter vorenbedoelde (rechts-)handeling(en) een waarde van vijftigduizend euro (€ 50.000,00) te boven gaan, dan dient daartoe door het bestuur, in afwijking van het bepaalde in de vorige volzin, voorafgaande schriftelijke goedkeuring van het college van B&W te worden verkregen, in plaats van de goedkeuring van de raad van toezicht. 4.

Het bestuur stelt jaarlijks voor een november van enig jaar een jaarplan en een exploitatiebegroting met toelichting op voor het komende jaar en de meerjarenbegroting voor de drie (3) daaropvolgende jaren. Het bestuur legt deze documenten aan de raad van toezicht en het college van B&W ter goedkeuring voor. 5. Het bestuur zal zich gedragen naar de door de raad van toezicht gegeven aanwijzingen betreffende de algemene lijnen van het te volgen financiële, economische en sociale beleid en het personeelsbeleid in de onderneming van de stichting. ARTIKEL 8 BESTUUR: VERTEGENWOORDIGING 1. Tot vertegenwoordiging van de stichting zijn bevoegd: het gehele bestuur samen; twee bestuurders gezamenlijk handelend; iedere bestuurder met de titel directeur. Een individuele bestuurder kan de stichting niet vertegenwoordigen, tenzij het bestuur uit één bestuurder bestaat of de bestuurder de titel directeur heeft. 2. Het bestuur kan besluiten tot het verlenen van volmacht aan een (1) of meer personen, om de stichting binnen de grenzen van die volmacht te vertegenwoordigen. ARTIKEL 9 BESTUUR: BESLUITVORMING 1. Bestuursvergaderingen worden gehouden zo dikwijls een bestuurslid een bestuursvergadering bijeenroept, doch ten minste twee (2) maal per jaar. 2.

Tot bijeenroeping van een bestuursvergadering is ieder bestuurslid bevoegd en wel schriftelijk onder opgaaf van de te behandelen onderwerpen, op een termijn van ten minste zeven (7) dagen. Indien de bijeenroeping niet schriftelijk is geschied, of onderwerpen aan de orde komen die niet bij de oproeping werden vermeld, dan wel de bijeenroeping is geschied op een termijn korter dan zeven (7) dagen, is

-5-

besluitvorming niettemin mogelijk, mits de vergadering voltallig is en geen van de bestuursleden zich alsdan tegen besluitvorming verzet. 3. Bestuursvergaderingen worden gehouden ter plaatse te bepalen door degene die de vergadering bijeenroept. 4. Toegang tot de vergaderingen hebben de bestuursleden alsmede zij die door de ter vergadering aanwezige bestuursleden worden toegelaten. Een bestuurslid kan zich door een schriftelijk door hem daartoe gevolmachtigd medebestuurslid ter vergadering doen vertegenwoordigen. Een bestuurslid kan ten hoogste een (1) medebestuurslid ter vergadering vertegenwoordigen. 5. De vergaderingen worden geleid door de voorzitter; bij diens afwezigheid voorziet de vergadering zelf in haar leiding. Tot dat ogenblik wordt het voorzitterschap waargenomen door het in leeftijd oudste ter vergadering aanwezige bestuurslid. 6. leder bestuurslid heeft een (1) stem. Alle besluiten waaromtrent bij deze statuten niet anders is bepaald worden genomen met volstrekte meerderheid van de uitgebrachte stemmen. Blanco stemmen en ongeldige stemmen gelden als niet uitgebracht. Staken de stemmen bij verkiezing van personen dan beslist het lot; staken de stemmen bij een andere stemming, dan is het voorstel verworpen. 7. Alle stemmingen geschieden mondeling. Echter kan de voorzitter bepalen dat de stemmen schriftelijk worden uitgebracht.

Indien het betreft een verkiezing van personen kan ook een aanwezige stemgerechtigde verlangen dat de stemmen schriftelijk worden uitgebracht. Schriftelijke stemming geschiedt door middel van ongetekende stembriefjes. 8. Het ter vergadering uitgesproken oordeel van de voorzitter van de vergadering omtrent de uitslag van een stemming is beslissend. Hetzelfde geldt voor de inhoud van een genomen besluit voor zover gestemd werd over een niet schriftelijk vastgelegd voorstel. Wordt echter onmiddellijk na het uitspreken van dat oordeel de juistheid daarvan betwist, dan vindt een nieuwe stemming plaats wanneer de meerderheid van de ter vergadering aanwezige leden van het bestuur, of indien de oorspronkelijke stemming niet hoofdelijk of schriftelijk geschiedde, een ter vergadering aanwezig bestuurslid dit verlangt. Door deze nieuwe stemming vervallen de rechtsgevolgen van de oorspronkelijke stemming. 9. Van het verhandelde in de vergadering worden door de secretaris of een daartoe door de voorzitter van de vergadering aangewezen persoon notulen opgemaakt, welke in dezelfde of de eerstvolgende vergadering worden vastgesteld en ten blijke daarvan door de voorzitter en de notulist ondertekend. 10. Aan de goedkeuring van de raad van toezicht zijn onderworpen besluiten van het bestuur omtrent: a. statutenwijziging; b. fusie of splitsing; c. ontbinding; d.

de vaststelling van de jaarrekening; e. de vaststelling en de wijziging van het jaarplan, de exploitatiebegroting en de meerjarenbegroting;

-6-

f.

de duurzame, rechtstreekse of middellijke samenwerking met andere rechtspersonen, alsmede verbreking van een zodanige samenwerking indien deze samenwerking of verbreking van ingrijpende betekenis is; g. de aanvraag van faillissement of surseance van betaling van de stichting; h. de beëindiging van de dienstbetrekking van een aanmerkelijk aantal werknemers tegelijkertijd of binnen een kort tijdsbestek; i. een ingrijpende wijziging in de arbeidsomstandigheden van een aanmerkelijk aantal werknemers; j. het aangaan van overeenkomsten tot verkrijging, vervreemding en bezwaring van registergoederen; k. het aangaan van geldleningen boven een door de raad van toezicht vast te stellen limiet binnen een bepaalde periode; I. het voeren van processen, niet zijnde incasso-processen of processen in kort geding, noch ontslagprocedures van individuele werknemers, noch verweerprocessen; m. het verlenen en wijzigen van procuratie en het toekennen van een doorlopende vertegenwoordigingsbevoegdheid; n. investeringen en/of uitgaven, welke niet vallen binnen de door de raad van toezicht goedgekeurde begroting. 11. Voorts zijn, na de raad van toezicht te hebben gehoord in die gevallen niet ook genoemd in lid 10 aan de goedkeuring van het college van B&W onderworpen, besluiten van het bestuur tot: a. het wijzigen van de statuten van de stichting; b. ontbinding van de stichting; c.

aanvragen van faillissement en surseance van betaling; d. het oprichten van, het rechtstreeks of middellijk deelnemen aan in het kapitaal van een andere onderneming, het beëindigen of het wijzigen van de omvang van de deelneming; e. het deelnemen in en/of het voeren van het bestuur over andere ondernemingen casu quo vennootschappen, alsmede het afstoten of liquideren van dan wel beëindigen van het management over zodanige ondernemingen/vennootschappen; f. het uitbreiden van de werkzaamheden van de stichting met een nieuwe categorie van activiteiten en het afstoten of beëindigen van een categorie activiteiten; g. het aangaan van overeenkomsten met ondernemingen en organisaties welke een of meer leden van het bestuur of raad van toezicht direct of indirect op enigerlei wijze financieel belanghebbende is dan wel zijn; h. de vaststelling en wijziging van het jaarplan, waarvan de begroting voor het komende jaar deel uitmaakt, alsmede het meerjarenplan. 12. De raad van toezicht kan in zijn daartoe strekkend besluit duidelijk te omschrijven andere besluiten van het bestuur aan zijn goedkeuring onderwerpen. De raad van toezicht deelt een dergelijk besluit onverwijld schriftelijk aan het bestuur mede. 13.

Het bestuur kan telefonisch of door middel van videoconferentie vergaderen, mits ieder bestuurslid dat aan zodanige vergadering deelneemt steeds de andere aan die vergadering deelnemende bestuursleden verstaat en ook door hen verstaan wordt.

-7-

Zodanig bestuurslid zal geacht worden op zodanige vergadering aanwezig te zijn en aan die vergadering deel te nemen en stem kunnen uitbrengen alsof hij op zodanige vergadering in persoon aanwezig was. 14. Besluiten van het bestuur kunnen ook buiten vergadering worden genomen, schriftelijk of op andere wijze, mits het desbetreffende voorstel aan alle in functie zijnde bestuursleden is voorgelegd en geen van hen zich tegen de desbetreffende wijze van besluitvorming verzet. Van een besluit buiten vergadering dat niet schriftelijk is genomen wordt door de voorzitter van het bestuur of een door hem aangewezen bestuurslid een verslag opgemaakt dat door de voorzitter, alsmede een (1) van de overige bestuursleden wordt ondertekend. Schriftelijke besluitvorming geschiedt door middel van schriftelijke verklaringen van alle in functie zijnde bestuursleden. 15. Indien een bestuurslid een mogelijk tegenstrijdig belang heeft, doet hij daarvan onverwijld mededeling aan de raad van toezicht. Een bestuurslid neemt niet deel aan de beraadslaging en besluitvorming indien er sprake is van een tegenstrijdig belang. Wanneer hierdoor geen bestuursbesluit kan worden genomen, wordt het besluit genomen door de raad van toezicht.

BESTUUR: VERGOEDINGEN AAN BESTUURSLEDEN ARTIKEL 10 De vaststelling van een onkostenvergoeding, vacatiegeld en honorarium voor bestuursleden geschiedt door de raad van toezicht, met inachtneming van dan wel overeenkomstige toepassing van het bepaalde in de Wet normering bezoldiging topfunctionarissen publieke en semipublieke sector of een daarvoor in de plaats komende regeling. RAAD VAN TOEZICHT: SAMENSTELLING, BENOEMING, DEFUNGEREN ARTIKEL 11 1. De raad van toezicht van de stichting bestaat uit drie (3) of meer natuurlijke personen. Een lid van de raad van toezicht moet voldoen aan de volgende vereisten: a. een lid van de raad van toezicht is een natuurlijke persoon; b. een lid van de raad van toezicht heeft het vrije beheer over zijn vermogen; c. een lid van de raad van toezicht is geen directeur van de Stichting; d. een lid van de raad van toezicht is geen werknemer van de Stichting geweest; e. een lid van de raad van toezicht is in de laatste vijf jaar niet door de rechtbank ontslagen als bestuurder van de Stichting of andere rechtspersoon; f. een lid van de raad van toezicht is niet eerder als lid ontslagen door de Raad van Toezicht; g. een lid van de raad van toezicht kan geen lid zijn van het college van burgemeester en wethouders of de gemeenteraad van de gemeente Roosendaal; h.

een lid van de raad van toezicht kan, behoudens ontheffing door de raad van toezicht, geen directielid of bestuurslid zijn van of het lidmaatschap van een toezichthoudend orgaan bekleden van een instelling die eenzelfde of een gelijksoortig doel heeft als de Stichting, zulks ter uitsluitende beoordeling van de raad van toezicht; i. een lid van de raad van toezicht kan geen verlener zijn van betaalde diensten in het kader van citymarketing in Roosendaal, zulks ter uitsluitende beoordeling van de raad van toezicht.

-8-

2.

Binnen de raad van toezicht en het bestuur en tussen leden van de raad van toezicht en bestuursleden mogen geen nauwe familie- of vergelijkbare relaties bestaan, met inbegrip van maar niet beperkt tot het huwelijk, geregistreerd partnerschap of ongehuwd samenwonen. 3. De leden van de raad van toezicht worden met inachtneming van het bepaalde in dit artikel benoemd en geschorst door het college van B&W. In onstane vacatures wordt zo spoedig mogelijk voorzien. 4. De leden van de raad van toezicht worden benoemd voor een periode van ten hoogste vier jaar en kunnen na afloop hiervan onbeperkt worden herbenoemd voor telkens een periode van nog eens maximaal vier jaar. 5. Indien het college van B&W een door haar of hem benoemd lid heeft geschorst, dient het college van B&W binnen drie (3) maanden na ingang van de schorsing te besluiten hetzij tot ontslag hetzij tot opheffing of handhaving van de schorsing; bij gebreke daarvan vervalt de schorsing. Een besluit tot handhaving van de schorsing kan slechts eenmaal worden genomen en de schorsing kan daarbij ten hoogste worden gehandhaafd voor drie (3) maanden, ingaande op de dag waarop het besluit tot handhaving is genomen. Indien het college van B&W niet binnen de voor de handhaving bepaalde termijn tot ontslag of tot opheffing van de schorsing heeft besloten, vervalt de schorsing. 6.

Het college van B&W benoemt steeds een van de leden van de raad van toezicht tot voorzitter. 7. Een lid van de raad van toezicht defungeert: a. door zijn overlijden; b. door zijn vrijwillig aftreden; c. doordat hij failliet wordt verklaard, surseance van betaling aanvraagt of verzoekt om toelating tot de schuldsaneringsregeling; d. door zijn ondercuratelestelling, of door een rechterlijke beslissing waarbij een bewind over een (1) of meer van zijn goederen wordt ingesteld; e. door zijn ontslag verleend door de rechtbank in de gevallen in de wet voorzien; f. door zijn ontslag verleend door het college van B&W; g. door het niet langer voldoen aan de vereisten gesteld in lid 1 van dit artikel. 8. Een niet voltallige raad van toezicht behoudt zijn bevoegdheden. 9. In geval van ontstentenis of belet van alle leden van de raad van toezicht benoemt het college van B&W een waarnemend toezichthouder. RAAD VAN TOEZICHT: TAAK EN BEVOEGDHEDEN ARTIKEL 12 1. De raad van toezicht heeft tot taak toezicht te houden op het beleid en de strategie van het bestuur en op de algemene gang van zaken in de stichting. De raad van toezicht staat het bestuur met raad terzijde. Bij de vervulling van deze taken richten de leden van de raad van toezicht zich naar het belang van de stichting. 2.

Het bestuur verschaft de raad van toezicht tijdig de nodige informatie voor de uitvoering van zijn taken en bevoegdheden, waaronder begrepen maar niet beperkt tot de notulen van de vergaderingen van het bestuur. Voorts verschaft het bestuur desgevraagd elk lid van de raad van toezicht alle informatie die betrekking heeft op de aangelegenheden van de stichting.

-9-

3.

De raad van toezicht is bevoegd inzage te nemen in de boeken, bescheiden en andere gegevensdragers van de stichting. 4. De raad van toezicht kan een reglement vaststellen. In dit reglement wordt nadere invulling gegeven aan de taken, bevoegdheden en de wijze waarop de raad toezicht dient te houden. Voorts worden in dit reglement profielschetsen opgenomen voor de leden van de raad van toezicht. 5. leder lid van de raad van toezicht heeft toegang tot alle gebouwen en gronden in gebruik bij de stichting. 6. De raad van toezicht kan zich bij de uitoefening van zijn taak voor rekening van de stichting laten bijstaan door deskundigen. 7. De raad van toezicht stelt jaarlijks een document op waarin hij op hoofdlijnen verantwoording aflegt over het door hem uitgevoerde toezicht. RAAD VAN TOEZICHT: BESLUITVORMING ARTIKEL 13 1. De raad van toezicht komt minimaal eenmaal per kwartaal bijeen en en verder zo vaak als ten minste twee van de leden van de raad van toezicht of de directeur dat wenst/wensen. 2. Tot bijeenroeping van een vergadering van de raad van toezicht is ieder lid van de raad van toezicht of de directeur bevoegd en wel schriftelijk onder opgaaf van de te behandelen onderwerpen, op een termijn van ten minste zeven (7) dagen.

Indien de bijeenroeping niet schriftelijk is geschied, of onderwerpen aan de orde komen die niet bij de oproeping werden vermeld, dan wel de bijeenroeping is geschied op een termijn korter dan zeven (7) dagen, is besluitvorming niettemin mogelijk, mits de vergadering voltallig is en geen van de leden van de raad van toezicht zich alsdan tegen besluitvorming verzet. 3. Vergaderingen van de raad van toezicht worden gehouden ter plaatse te bepalen door degene die de vergadering bijeenroept. 4. Toegang tot de vergaderingen hebben de leden van de raad van toezicht alsmede zij die door de ter vergadering aanwezige leden van de raad van toezicht worden toegelaten. Een lid van de raad van toezicht kan zich door een schriftelijk door hem daartoe gevolmachtigd medelid ter vergadering doen vertegenwoordigen. Een lid van de raad van toezicht kan ten hoogste een (1) medelid ter vergadering vertegenwoordigen. 5. De vergaderingen worden geleid door de voorzitter. Als de voorzitter niet aanwezig is, dan bepalen de aanwezige leden van de raad van toezicht wie op zal treden als voorzitter van de vergadering. 6. leder lid van de raad van toezicht heeft een (1) stem.

Alle besluiten waaromtrent bij deze statuten niet anders is bepaald worden genomen met volstrekte meerderheid van de uitgebrachte stemmen in een vergadering waarin ten minste zestig procent (60%) van de leden van de raad van toezicht aanwezig of vertegenwoordigd is. Blanco stemmen en ongeldige stemmen gelden als niet uitgebracht. Staken de stemmen bij verkiezing van personen dan beslist het lot; staken de stemmen bij een andere stemming, dan is het voorstel verworpen. 7. Alle stemmingen geschieden mondeling. Echter kan de voorzitter bepalen dat de stemmen schriftelijk worden uitgebracht. Indien het betreft een verkiezing van

-10-

personen kan ook een aanwezige stemgerechtigde verlangen dat de stemmen schriftelijk worden uitgebracht. Schriftelijke stemming geschiedt door middel van ongetekende stembriefjes. 8. Het ter vergadering uitgesproken oordeel van de voorzitter van de vergadering omtrent de uitslag van een stemming is beslissend. Hetzelfde geldt voor de inhoud van een genomen besluit voor zover gestemd werd over een niet schriftelijk vastgelegd voorstel. Wordt echter onmiddellijk na het uitspreken van dat oordeel de juistheid daarvan betwist, dan vindt een nieuwe stemming plaats wanneer de meerderheid van de ter vergadering aanwezige leden van de raad van toezicht, of indien de oorspronkelijke stemming niet hoofdelijk of schriftelijk geschiedde, een ter vergadering aanwezig lid van de raad van toezicht dit verlangt. Door deze nieuwe stemming vervallen de rechtsgevolgen van de oorspronkelijke stemming. 9. Van het verhandelde in de vergadering worden door een daartoe door de voorzitter van de vergadering aangewezen persoon notulen opgemaakt, welke in dezelfde of de eerstvolgende vergadering worden vastgesteld en ten blijke daarvan door de voorzitter en de notulist ondertekend. 10.

De raad van toezicht kan telefonisch of door middel van videoconferentie vergaderen, mits ieder lid van de raad van toezicht dat aan zodanige vergadering deelneemt steeds de andere aan die vergadering deelnemende leden verstaat en ook door hen verstaan wordt. Zodanig lid zal geacht worden op zodanige vergadering aanwezig te zijn en aan die vergadering deel te nemen en stem kunnen uitbrengen alsof hij op zodanige vergadering in persoon aanwezig was. 11. Besluiten van de raad van toezicht kunnen ook buiten vergadering worden genomen, schriftelijk of op andere wijze, mits het desbetreffende voorstel aan alle leden van de raad van toezicht is voorgelegd en geen van hen zich tegen de besluitvorming buiten vergadering verzet. Van een besluit buiten vergadering dat niet schriftelijk is genomen wordt door de voorzitter van de raad van toezicht of een door hem aangewezen lid een verslag opgemaakt dat door de voorzitter, alsmede een van de overige leden wordt ondertekend. 12. Indien een lid van de raad van toezicht een mogelijk tegenstrijdig belang heeft, doet hij daarvan onverwijld mededeling aan de overige leden van de raad van toezicht. Een lid van de raad van toezicht neemt niet deel aan de beraadslaging en besluitvorming indien er sprake is van een tegenstrijdig belang. GEMEENSCHAPPELIJKE VERGADERING VAN HET BESTUUR EN DE RAAD VAN TOEZICHT ARTIKEL 14 1.

Ten minste éénmaal per jaar komen het bestuur en de raad van toezicht in gemeenschappelijke vergadering bijeen ter bespreking van de algemene lijnen van het gevoerde en in de toekomst te voeren beleid. 2. Tot de bijeenroeping van een gemeenschappelijke vergadering zijn het bestuur en de raad van toezicht gelijkelijk bevoegd. 3. De gemeenschappelijke vergaderingen worden geleid door de voorzitter van de raad van toezicht. Indien deze afwezig is voorzien de aanwezige bestuurders en leden van de raad van toezicht in de leiding van de vergadering. Tot dat moment wordt de vergadering geleid door het in leeftijd oudste aanwezige lid van de raad van toezicht.

-11-

RAAD VAN TOEZICHT: VERGOEDINGEN AAN LEDEN ARTIKEL 15 1. De vaststelling van een redelijke en niet bovenmatige onkostenvergoeding en vacatiegeld voor leden van de raad van toezicht geschiedt door de raad van toezicht, met inachtneming van dan wel overeenkomstige toepassing van het bepaalde in de Wet normering bezoldiging topfunctionarissen publieke en semipublieke sector of een daarvoor in de plaats komende regeling. 2. Voor het overige ontvangen de leden van de raad van toezicht geen vergoedingen. BOEKJAAR EN JAARSTUKKEN ARTIKEL 16 1. Het boekjaar van de stichting valt samen met het kalenderjaar. 2. Het bestuur is verplicht van de vermogenstoestand van de stichting en van alles betreffende de werkzaamheden van de stichting naar de eisen die voortvloeien uit deze werkzaamheden, op zodanige wijze een administratie te voeren en de daartoe behorende boeken, bescheiden en andere gegevensdragers op zodanige wijze te bewaren, dat te allen tijde de rechten en verplichtingen van de stichting kunnen worden gekend. 3. Het bestuur zal jaarlijks voor één april van enig jaar een jaarrekening van de stichting en een bestuursverslag maken en op papier te stellen. 4. De raad van toezicht zal, voordat hij goedkeuring verleent aan de jaarrekening zoals opgesteld door het bestuur, het bestuur dit stuk laten onderzoeken door een registeraccountant of een andere deskundige.

De raad van toezicht is bevoegd tot het benoemen van de registeraccountant of de andere deskundige. 5. De deskundige als bedoeld in het vorige lid brengt omtrent zijn onderzoek verslag uit aan de raad van toezicht en geeft zijn bevindingen weer in een verklaring die aangeeft of de jaarrekening een eerlijk en getrouw beeld geeft. Hij presenteert zijn verslag aan het bestuur. 6. Het bestuur stelt na goedkeuring van de raad van toezicht de jaarrekening vast. 7. De raad van toezicht is bevoegd de bestuurders decharge te verlenen voor hun bestuur voor zover daarvan uit de vastgestelde stukken blijkt of anderszins aan hem bekend is gemaakt. 8. Het bestuur is verplicht de hiervoor in dit artikel 14 bedoelde boeken, bescheiden en andere gegevensdragers gedurende zeven (7) jaren te bewaren, onverminderd het bepaalde in het volgende lid. 9. De op een gegevensdrager aangebrachte gegevens, uitgezonderd de op papier gestelde jaarrekening, kunnen op een andere gegevensdrager worden overgebracht en bewaard, mits de overbrenging geschiedt met juiste en volledige weergave van de gegevens en deze gegevens gedurende de volledige bewaartijd beschikbaar zijn en binnen redelijke tijd leesbaar kunnen worden gemaakt. REGLEMENT ARTIKEL 17 1. Het bestuur is bevoegd een reglement vast te stellen waarin de onderwerpen worden geregeld, die naar het oordeel van het bestuur (nadere) regeling behoeven. 2.

Het reglement behoeft voorafgaande goedkeuring van de raad van toezicht en mag niet met de wet of deze statuten in strijd zijn.

-12-

3. 4.

Het bestuur is bevoegd het reglement te wijzigen of te beëindigen. Op de vaststelling, wijziging en beëindiging van het reglement is het bepaalde in artikel 17 lid 2 van overeenkomstige toepassing. STATUTENWIJZIGING ARTIKEL 18 1. Het bestuur is bevoegd de statuten te wijzigen. 2. Een besluit van het bestuur tot statutenwijziging is, gelet op het bepaalde in artikel 9 leden 10 en 11 van deze statuten, voorafgaand onderworpen aan de goedkeuring van de raad van toezicht en instemming van het college van B&W. Het besluit tot goedkeuring van de raad van toezicht behoeft een meerderheid van ten minste zestig procent (60%) van de stemmen, uitgebracht in een voltallige vergadering. 3. Bij de oproeping tot de vergadering waarin een statutenwijziging zal worden voorgesteld, dient een afschrift van het voorstel, bevattende de woordelijke tekst van de voorgestelde wijziging, te worden gevoegd. 4. Een statutenwijziging treedt eerst in werking nadat daarvan een notariële akte is opgemaakt. Tot het doen verlijden van die akte is ieder bestuurslid bevoegd. ONTBINDING ARTIKEL 19 1. Het bestuur is bevoegd de stichting te ontbinden. 2. Op het besluit van het bestuur tot ontbinding is het bepaalde in artikel 9 leden 10 en 11 van deze statuten van overeenkomstige toepassing. 3. Hetgeen na voldoening van de schulden is overgebleven, wordt uitgekeerd aan de gemeente. 4.

Na de ontbinding geschiedt de vereffening door de bestuursleden. Het bestuur kan besluiten andere personen tot vereffenaar te benoemen. 5. Na afloop van de vereffening blijven de boeken, bescheiden en andere gegevensdragers van de ontbonden stichting gedurende de bij de wet voorgeschreven termijn onder berusting van de door de vereffenaars aangewezen persoon. 6. Op de vereffening zijn overigens de bepalingen van Titel 2.1 van het Burgerlijk Wetboek van toepassing. BIJLAGEN Aan deze akte is het volgende stuk vastgemaakt: notulen vergadering raad van toezicht. SLOT De verschenen persoon is mij, notaris, bekend. WAARVAN AKTE is verleden te Roosendaal op de datum in het hoofd van deze akte vermeld. Na zakelijke opgave van de inhoud van deze akte aan de verschenen persoon en het geven van een toelichting op de inhoud van deze akte, heeft deze verklaard een ontwerp van de akte te hebben ontvangen, van de inhoud van deze akte te hebben kennis genomen en op volledige voorlezing daarvan geen prijs te stellen. Vervolgens is deze akte na beperkte voorlezing door de verschenen persoon en mij, notaris, ondertekend.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.roosendaal.nl/api/v1/meetings/1775/documents/50239