Bijlage Ruimtelijke_onderbouwing_Zonneweide_Paapenbosch.pdf
Tekst van het document
RUIMTELIJKE ONDERBOUWING
ZONNEWEIDE PAAPENBOSCH Wouw, gemeente Roosendaal 28 december 2023
1/59
DATUM KENMERK
28 december 2023 20230921/103179/RVer
PROJECT PROJECTLEIDER
RO zonneweide Paapenbosch RV
OPDRACHTGEVER Zonneweide LS 6 B.V. PROJECTNUMMER 20230921 AUTEUR STATUS
2/59
Definitief V1.0
Inhoudsopgave Hoofdstuk 1
Inleiding
4
1.1
Aanleiding
4
1.2
Doel
5
1.3
Procedure en benodigde vergunningen
5
1.4
Leeswijzer
5
Hoofdstuk 2
Projectbeschrijving
6
2.1
Geldend bestemmingsplan
6
2.2
Huidige situatie
7
2.3
Beoogde situatie
11
Hoofdstuk 3
Beleidskader
14
3.1
Rijksbeleid
14
3.2
Provinciaal beleid
17
3.3
Regionaal beleid
23
3.4
Gemeentelijk beleid
23
3.4
Conclusie beleidskader
28
Hoofdstuk 4
Sectorale aspecten
29
4.1
Bodem
29
4.2
Archeologie en cultuurhistorie
30
4.3
Water
33
4.4
Ecologie
35
4.5
Kabels en leidingen
40
4.6
Bedrijven en milieuzonering
41
4.7
Elektromagnetische velden
42
4.8
Lichtreflectie
41
4.9
Overige sectorale aspecten
44
4.10
M.e.r.-beoordelingsplicht
45
Hoofdstuk 5
Uitvoerbaarheid
46
5.1
Economische uitvoerbaarheid
46
5.2
Maatschappelijke uitvoerbaarheid / meerwaarde
44
Hoofdstuk 6
Conclusie
49
Bijlagen Bijlage 1: Landschappelijk inpassingsplan Bijlage 2: Stroomschema Beleidsvisie zonne-energie Roosendaal Bijlage 3: Milieuhygiënisch vooronderzoek bodem Bijlage 4: Archeologisch bureauonderzoek Bijlage 5: Advies gemeentelijk archeoloog Bijlage 6: Stikstofdepositieonderzoek incl. aerius-berekeningen Bijlage 7: Quickscan flora en fauna + kritische beschouwing rugstreeppad Bijlage 8: Reflectieonderzoek
3/59
HOOFDSTUK 1 INLEIDING 1.1
Aanleiding
Lightsource BP (hierna initiatiefnemer) is voornemens om ter plaatse van de Akkerstraat in Wouw een zonneweide met een energie-opslagsysteem en bijbehorende installaties te realiseren. De beoogde zonneweide is bekend onder de naam Paapenbosch. Initiatiefnemer is een wereldwijde leider in het ontwikkelen, financieren en het op lange termijn exploiteren van PV projecten en werkt daarmee aan grootschalige oplossingen voor duurzame energie. De zonneweide wordt, conform gemeentelijk beleid, gerealiseerd voor een periode van maximaal 25 jaar vanaf de start van de ingebruikname. Het projectgebied is gelegen nabij de Akkerstraat in Wouw en is circa 10 hectare groot. Ter plaatse geldt het bestemmingsplan 'Buitengebied Wouw', zoals vastgesteld op 21 juli 2022. Op basis van het ter plaatse geldende bestemmingsplan zijn de gronden bestemd voor de uitoefening van grondgebonden agrarische bedrijvigheid. Om de ontwikkeling mogelijk te maken zal gebruik worden gemaakt van de mogelijkheid om met een omgevingsvergunning af te wijken van het bestemmingsplan. Als onderbouwing voor deze afwijkingsprocedure is voorliggende ruimtelijke onderbouwing opgesteld. Figuur 1.1 geeft de ligging van de beoogde projectlocatie indicatief weer. Op de figuur is te zien dat de noordkant van de projectlocatie grenst aan de Rijksweg 58 (A58).
Figuur 1.1 - Beoogde projectlocatie (bron: Google Earth; bewerking Rho)
4/59
1.2
Doel
Doel van deze ruimtelijke onderbouwing is toetsen of de ontwikkeling van de beoogde zonneweide met een energieopslagsysteem en bijbehorende installaties planologisch toelaatbaar is. Onderbouwd wordt waarom de realisatie van de zonneweide met een energie-opslagsysteem en bijbehorende installaties voldoet aan de eisen van een goede ruimtelijke ordening. Deze ruimtelijke onderbouwing vormt de basis voor het verlenen van de omgevingsvergunning voor afwijking van het gebruik door het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Roosendaal. De gemeente Roosendaal heeft een positieve grondhouding als het gaat om de ontwikkeling van zonneweides en hanteert daarbij een 'ja, mits' benadering. Dat betekent dat zonneweides in principe mogelijk zijn, mits voldaan wordt aan de zonneschijf en de randvoorwaarden zoals geformuleerd in de visie op zonne-energie. De meest recente versie van deze visie is december 2018, zie ook paragraaf 3.3.3.. Voor grondgebonden opstellingen in het buitengebied geldt dat dit soort initiatieven goed landschappelijk ingepast dienen te worden en er dient eveneens betrokkenheid en een breed maatschappelijk draagvlak te zijn vanuit de directe omgeving. Op deze manier leveren zonneweides een bijdrage aan het versterken van de kwaliteit van het landschap.
De zonneweide wordt, conform gemeentelijk beleid, gerealiseerd voor een periode van maximaal 25 jaar vanaf de start van de ingebruikname.
1.3
Procedure en benodigde vergunningen
Procedure Omdat sprake is van een activiteit die is aangewezen in artikel 3.10 lid 1 sub a van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo), dient voor het verlenen van een 'omgevingsvergunning voor afwijking van het bestemmingsplan' de uitgebreide voorbereidingsprocedure uit de Wabo worden te gevolgd. Dit betekent dat een ontwerp van de omgevingsvergunning met de bijbehorende documenten ter inzage wordt gelegd op basis waarvan eenieder een zienswijze kan indienen. Na de periode van terinzagelegging van het ontwerp van de omgevingsvergunning neemt het college van burgemeester en wethouders een besluit over vergunningverlening. Bovendien bepaalt artikel 2.27 van de Wabo in combinatie met artikel 6.5 van het Besluit omgevingsrecht (Bor) dat voor het verlenen van een omgevingsvergunning voor afwijken van het bestemmingsplan eerst een verklaring van geen bedenkingen (vvgb) moet worden aangevraagd bij de gemeenteraad. De gemeenteraad kan categorieën aangeven van gevallen waarbij een vvgb niet vereist is. De realisatie van de zonneweide met een energie-opslagsysteem en bijbehorende installaties valt niet in één van deze categorieën. Het college zal de gemeenteraad vragen om een verklaring van geen bedenkingen (hierna: VVGB) af te geven, zodat het college de omgevingsvergunning kan verlenen.
Zodra deze verklaring VVGB is afgegeven zal dat in deze ruimtelijke onderbouwing worden verwerkt. Vergunningen Een omgevingsvergunning voor afwijken van het bestemmingsplan is benodigd en deze ruimtelijke onderbouwing is opgesteld ter onderbouwing van de aanvraag van deze vergunning. Daarnaast is tevens een omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen nodig. De vergunningaanvragen voor zowel afwijken van het bestemmingsplan als voor het bouwen worden gelijktijdig ingediend.
1.4
Leeswijzer
In hoofdstuk 2 wordt een beschrijving van de bestaande situatie in het projectgebied en van het project gegeven. In hoofdstuk 3 wordt de ontwikkeling van de zonneweide met een energie-opslagsysteem en bijbehorende installaties getoetst aan het relevante beleidskader op de verschillende schaalniveaus. In hoofdstuk 4 worden de milieu- en omgevingsaspecten van het initiatief getoetst. Hoofdstuk 5 behandelt de economische en maatschappelijke uitvoerbaarheid van het plan. Tot slot wordt in hoofdstuk 6 samenvattend geconcludeerd waarom de beoogde ontwikkeling van de zonneweide met een energie-opslagsysteem en bijbehorende installaties planologisch toelaatbaar is.
5/59
Hoofdstuk 2
2.1
Projectbeschrijving
Geldend bestemmingsplan
De gronden waarop de zonneweide met een energie-opslagsysteem en bijbehorende installaties is beoogd, zijn juridischplanologisch geregeld in het bestemmingsplan 'Buitengebied Wouw', zoals vastgesteld door de gemeenteraad op 21 juli 2022 en met identificatie NL.IMRO.1674.2100BUITENGEBIEDW-0401. Het projectgebied heeft de bestemming ‘Agrarisch’. Op deze gronden zijn - naast agrarisch gebruik - agrarische bedrijven, niet zijnde een veehouderij, intensieve veehouderij, glastuinbouw of paardenhouderij toelaatbaar. De zonneweide met het energie-opslagsysteem en de bijbehorende installaties past op deze locatie derhalve niet in de geldende bestemmingsregeling. In figuur 2.1 is een uitsnede van het geldend bestemmingsplan weergegeven.
Figuur 2.1 - Weergave van projectgebied in geldend bestemmingsplan (www.ruimtelijkeplannen.nl)
6/59
Verder heeft het projectgebied de dubbelbestemming ‘Waarde - Archeologie 1” en ‘Leiding’. Ter plaatse van de dubbelbestemming archeologie dient bij grondverstoringen groter dan 500m2 en dieper dan 0,5 meter beneden maaiveld een archeologisch onderzoek worden uitgevoerd voor het behoud van eventuele archeologische waarden. De gronden ter plaatse van de bestemming ‘Leiding’ zijn mede bestemd voor diverse leidingen. Verder bevinden zich in het plangebied de volgende gebiedsaanduidingen: Veiligheidszone – leiding; binnen deze zone zijn geen nieuwe beperkt kwetsbare objecten en kwetsbare objecten toegestaan Vrijwaringszone – weg; binnen deze zone mag geen bebouwing worden opgericht Vrijwaringszone – radar 06; deze gebiedsaanduiding is niets over in de regels opgenomen. In hoofdstuk 4 wordt nader ingegaan op de aspecten archeologie en externe veiligheid waarbij de invloed van het planvoornemen op archeologie en de leidingen wordt getoetst.
2.2
Huidige situatie
De beoogde locatie van de zonneweide met het energie-opslagsysteem en de bijbehorende installaties is gesitueerd ten zuiden van de kern van Wouw en ten zuidwesten van Roosendaal en betreft het kadastraal perceel (gedeeltelijk): WOU00 - O – 269. Het projectgebied heeft een totaaloppervlakte van circa 10 hectare. Figuur 2.2 geeft een weergave van het perceel waarop het projectgebied gesitueerd is .
Figuur 2.2 - Projectlocatie (bron: kadastralekaart.com) Bij de begrenzing van de percelen is rekening gehouden met de aanwezige woningen (geel aangeduid op figuur 2.2) aan de Akkerstraat (oranje aangeduid op figuur 2.2.) en de in het zuiden gelegen buisleidingenstraat, zie paragraaf 4.5 voor de afstand tot deze leidingen en de invloed daarvan op het planvoornemen. De beoogde projectgronden worden momenteel gebruikt als agrarische grond. De noordzijde van het projectgebied grenst aan de Rijksweg (A58). De oostzijde van het projectgebied grenst aan een perceel met de bestemmingen Bedrijf (paars aangeduid op figuur 2.2) en Groen. De zuidzijde grenst aan agrarische gronden en de westzijde grenst ook aan agrarische gronden en op iets grotere afstand de eerder genoemde woonbestemmingen. De afstand tussen deze woningen en de zonneweide bedraagt minimaal 100 meter (zie ook figuur 2.9).
7/59
Figuur 2.3 geeft een weergave van het plangebied met daarop de locaties waar de foto's in de figuren 2.4 t/m 2.8 zichtbaar zijn.
Figuur 2.3 Locatie van foto's in figuren 2.4 t/m 2.11.
Figuur 2.4 – Foto 1 - Noordwest richting
8/59
Figuur 2.5 - Foto 2 – Noordelijke richting met zicht op beide woonlocaties
Foto 2.6 - Foto 3 – Oostelijke richting met zicht op beide woonlocaties
9/59
Figuur 2.7 – Foto 4 – Noordelijke richting ten oosten van de oostelijk gelegen woonlocaties
Figuur 2.8 – Foto 5 – Oostelijke richting met zicht op 150 kv high voltage connection welke op termijn komt te vervallen
10/59
2.3
Beoogde situatie
2.3.1. Inleiding De beoogde ontwikkeling voorziet in het grootschalig opwekken van zonne-energie. Het grootschalig opwekken van zonneenergie heeft voordelen ten opzichte van het decentraal en kleinschalig opwekken van zonne-energie zoals dat nu in Nederland nog veel gebeurt. Grootschalig opwekken levert een belangrijk efficiencyvoordeel en levert een grotere jaarproductie aan elektriciteit op dan een groter aantal kleine parken. Hierdoor kan de elektriciteit op een hoger spanningsniveau worden aangeboden op het landelijke hoogspanningsnetwerk waardoor minder transportverlies optreedt. De initiatiefnemer is voornemens gebruik te maken van een intensieve opstelling van de zonnepanelen met behoud van het karakter van het landschap en met veel aandacht voor de nabij gelegen woonfuncties. Daarnaast worden de panelen landschappelijk ingepast. Hiervoor is een landschappelijk inpassingsplan opgesteld. Dit landschappelijk inpassingsplan is opgenomen in bijlage 1. Tevens wordt verderop in deze paragraaf ingegaan op de landschappelijk inpassing. 2.3.2 Landschappelijke inpassing In het kader van de landschappelijke inpassing van de zonneweide met het energie-opslagsysteem en de bijbehorende installaties is een landschappelijk inpassingsplan gemaakt. Dit landschappelijk inpassingsplan is opgenomen in bijlage 1 bij deze ruimtelijke onderbouwing.
Anterieur is tussen de gemeente en initiatiefnemer overeengekomen dat de landschappelijke inpassing volledig moet zijn gerealiseerd uiterlijk binnen het eerste plantseizoen nadat de inkennisstelling vóór de feitelijke aanvang van enige bouwwerkzaamheid is gedaan. Indien voornoemde inkennisstelling vier (4) maanden of korter voorafgaand aan de start van het Plantseizoen wordt gedaan, dient de landschappelijke inpassing in het eerste daaropvolgende plantseizoen volledig gerealiseerd te zijn. In het landschappelijk inpassingsplan is eerst de projectlocatie beschreven en is een analyse gemaakt. De landschappelijke inrichting van de zonneweide met het energie-opslagsysteem en de bijbehorende installaties is gebaseerd op deze analyse en de voorwaarden die volgen uit het gemeentelijk en provinciaal beleid. De inpassing betreft een groene buffer rondom de zonneweide. Dit is een 8 meter brede struweelrand met de volgende soorten: Ligustrum vulgare, Crataegus laevigata, Sorbus aucuparia, Viburnum opulus, Corylus avellana, Rosa canina, Salix cinerea, Salix pentandra, Salix purpurea en Salix viminalis. Deze soorten worden toegepast omdat ze niet diep wortelen en de bodem daarom minder aantasten. Deze soorten zijn tevens geverifieerd door de Gasunie, hier passen we de soorten zelfs toe bovenop hun gasleidingen.
Aan de binnenzijde van het hekwerk loopt een brede strook van bloemrijk grasland welke dient als onderhoudspad. Het bloemrijk grasland loopt ook door onder de panelen. Aan de west-zijde van het projectgebied bevindt zich een woning, hier zal 100 meter afstand van worden gehouden. op deze plek is de struweelrand extra breed (15 meter) om de panelen zo goed mogelijk aan het zicht te onttrekken. In het midden van het gebied wordt in eerste instantie een zone vrijgehouden wegens een nieuwe verbinding voor leidingen en hoogspanning. Deze verbinding zal zowel ondergronds als bovengronds komen. Nadat de nieuwe verbindingen zijn gerealiseerd zullen de zonnepanelen in het midden van het gebied geplaatst worden. Tot die tijd zal het ingezaaid worden met bloemrijk grasland. Door de inpassing te enten op de huidige verkaveling en deze extra aan de zetten met groenstroken, komt de karakteristieke structuur nog beter naar voren wat de leesbaarheid van dit landschap vergroot. De toegepaste groenelementen / vlakken leveren een grote bijdrage aan de biodiversiteit en ecologisch functioneren van dit landschap en vormen een netwerk door het landschap. Diverse soorten flora en fauna zullen hiervan profiteren, zoals insecten, akkervogels, amfibieën en kleine zoogdieren.
11/59
Figuur 2.9 Landschappelijke inpassing 2.3.3 De fysieke en technische aspecten Het is van belang dat het beoogde plangebied geschikt is voor realisatie van de beoogde ontwikkeling. Daarnaast is het van belang dat de locatie en de beoogde ontwikkeling voldoen aan beleidsmatige en ruimtelijke criteria. Bovendien zijn technische aspecten van de locatie van belang, zoals schaduwvrije omgeving, duurzaam ruimtegebruik, voldoende fysieke ruimte en capaciteit van het net. De beleidsmatige en ruimtelijke criteria worden getoetst in de hoofdstukken 3 en 4. De fysieke en technische aspecten vormen geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling, omdat: er geen objecten binnen en in de nabijheid van het plangebied zijn gelegen die zorgen voor schaduwhinder; er voldoende fysieke ruimte beschikbaar is voor de realisatie van de zonneweide met het energie-opslagsysteem en de bijbehorende installaties; er rekening wordt gehouden met duurzaam ruimtegebruik door behoud van het open landschappelijke karakter. Bovendien is er geen sprake van wijziging van de waterhuishouding en er wordt rekening gehouden met brede zichtlijnen langs de watergangen; de capaciteit van het net waarop de zonneweide met het energie-opslagsysteem en de bijbehorende installaties wordt aangesloten is toereikend.
Het aansluitadres van de zonneweide met het energie-opslagsysteem en de bijbehorende installaties is Akkerstraat 18 te Wouwse Plantage en wordt aangesloten op het middenspanningstation van Enexis. De tracélengte is circa 9.200 meter. Vanwege de omvang van de zonneweide is deze aansluiting financieel uitvoerbaar. Ten aanzien van de inrichting van het plangebied geldt dat de intensieve opstelling betreft; een opstelling van de zonnepanelen op een hoogte van 0,4 meter (onderkant zonnepaneel) tot maximaal 2,3 meter (bovenkant zonnepaneel) op stalen frames met gangpaden. De zonneweide zal bestaan uit montageframes waarop zonnepanelen worden geplaatst. De zonnepanelen worden geplaatst in een oost-west opstelling, hiermee wordt aangesloten op de andere zonneweide aan de noordzijde van de A58. De kabels ten behoeve van de zonnepanelen komen boven grondwaterpeil te liggen en de percelen zullen worden afgerasterd met een houten hekwerk met draad van 2 meter hoog uit het oogpunt van veiligheid. Tot slot worden ten behoeve van de zonneweide een energie-opslagsysteem en de bijbehorende installaties geplaatst op de beoogde projectlocatie.
12/59
De technische tekeningen en datasheets van de onderdelen die worden toegepast bij de realisatie van de voorgenomen ontwikkeling zijn te vinden als bijlage bij de aanvraag voor de omgevingsvergunning voor bouwen.
13/59
Hoofdstuk 3
Beleidskader
In dit hoofdstuk wordt het initiatief getoetst aan de verschillende geldende beleidskaders, te weten het Rijksbeleid, provinciaal en regionaal beleid, en gemeentelijk beleid.
3.1
Rijksbeleid
3.1.1 Nationale Omgevingsvisie (NOVI) De Nationale Omgevingsvisie, kortweg NOVI, loopt vooruit op de inwerkingtreding van de Omgevingswet en vervangt op rijksniveau de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte. Uitgangspunt in de nieuwe aanpak is dat ingrepen in de leefomgeving niet los van elkaar plaatsvinden, maar in samenhang. Zo kunnen in gebieden betere, meer geïntegreerde keuzes worden gemaakt. Aan de hand van een toekomstperspectief op 2050 brengt de NOVI de langetermijnvisie van het Rijk in beeld. In wat voor Nederland willen we graag leven in 2050 Als we alle wensen naast elkaar leggen, ontstaat het volgende beeld. We willen een land: dat gezond en klimaatbestendig is, met schone lucht, schoon water en een schone bodem en veel ruimte voor groen en water; met een uitstekend functionerende economie, die duurzaam en circulair is. Nauw verbonden met onze buurlanden en de rest van de wereld, als onderdeel van de internationale gemeenschap; waar het goed wonen en werken is. Met aangename en vitale steden en dorpen, en een productief en aantrekkelijk platteland; met uitstekende bereikbaarheid, waar iedereen snel en gemakkelijk van A naar B komt, met zo min mogelijk schadelijke uitstoot en overlast; waar we voldoende ruimte hebben om te kunnen bewegen, ontspannen en tot onszelf te komen; zowel in de stad als daarbuiten.
dat veilig is en ons beschermt tegen overstromingen en andere gevaren; waar een goede balans is tussen gebouwde omgeving en open landschap, tussen natuur en cultuur, tussen land en water; dat openstaat voor verandering, en waar de kracht van zijn traditie, cultuur en identiteit wordt weerspiegeld in de inrichting van de leefomgeving. Nationale belangen Gemeenten, waterschappen, provincies en het Rijk zijn samen verantwoordelijk voor de fysieke leefomgeving. Sommige belangen en opgaven overstijgen het lokale, regionale en provinciale niveau en vragen om nationale aandacht. Dit noemen we 'nationale belangen'. Het Rijk heeft voor alle nationale belangen een zogenaamde systeem-verantwoordelijkheid. Voor een aantal belangen is het Rijk zelf eindverantwoordelijk. Maar voor een groot aantal nationale belangen zijn dat de medeoverheden. De NOVI richt zich op die ontwikkelingen waarin meerdere nationale belangen bij elkaar komen, en keuzes in samenhang moeten worden gemaakt tussen die nationale belangen. Voor dit project relevante nationale belangen zijn: 1.
Bevorderen van een duurzame ontwikkeling van Nederland als geheel en van alle onderdelen van de fysieke leefomgeving;
2. Realiseren van een goede leefomgevingskwaliteit; Realiseren van een betrouwbare, betaalbare en veilige energievoorziening, die in 2050 CO 2-arm is, en de daarbij benodigde
14/59
hoofdinfrastructuur. Doorwerking plangebied Het ruimtelijk rijksbeleid voor duurzame energie beperkt zich enkel tot grootschalige energieprojecten op land en op zee, gelet op de grote invloed op de omgeving en de omvang van deze opgave. Het is primair de taak van provincies en gemeenten om voldoende ruimte te bieden voor duurzame energievoorziening zoals zonne-energie en biomassa. Voor andere energiefuncties is geen nationaal ruimtelijk beleid nodig naast het faciliteren van ontwikkelingen door het aanpassen van wet- en regelgeving en het delen en ontwikkelen van kennis. 3.1.2
Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro)
Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) stelt regels omtrent de 14 aangewezen nationale belangen zoals genoemd in de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte. Deze 14 nationale belangen zijn: 1. Rijksvaarwegen; 2. Project Mainportontwikkeling Rotterdam; 3. Kustfundament; 4. Grote rivieren; 5. Waddenzee en waddengebied; 6. Defensie; 7. Hoofdwegen en landelijke spoorwegen; 8. Elektriciteitsvoorziening; 9. Buisleidingen van nationaal belang voor het vervoer van gevaarlijke stoffen; 10. Natuurnetwerk Nederland (voorheen Ecologische Hoofdstructuur); 11. Primaire waterkeringen buiten het kustfundament; 12. IJsselmeergebied (uitbreidingsruimte); 13. Erfgoederen van uitzonderlijke universele waarde; 14. Ruimtereservering parallele Kaagbaan. Het Barro bevat alleen die regels die voortkomen uit het eerdere ontwerp van de AMvB Ruimte (d.d. 2 juni 2009) en die tevens terugkomen in de SVIR. Het gaat dan om regels ter bescherming van de belangen inzake Project Mainportontwikkeling Rotterdam, Kustfundament, Grote rivieren, Waddenzee en Waddengebied, Defensie en Erfgoederen van uitzonderlijke universele waarde.
Doorwerking projectgebied Het projectgebied ligt niet in een van de zones waarin de regels omtrent de 14 nationale belangen in de Barro op van toepassing zijn. 3.1.3
Besluit ruimtelijke ordening (Bro), ladder voor duurzame verstedelijking
Ieder plan dat nieuwe stedelijke ontwikkelingen mogelijk maakt, moet een verantwoording bevatten van de ladder voor duurzame verstedelijking (art. 3.1.6. lid 2 Bro). Het doel van de Ladder is zorgvuldig en duurzaam ruimtegebruik, met oog voor de toekomstige ruimtebehoefte en ontwikkelingen in de omgeving. De Ladder geeft daarmee invulling aan het nationaal ruimtelijk belang gericht op een zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming bij ruimtelijke besluiten. Dit belang staat beschreven in de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte binnen een breder kader van een goede ruimtelijke ordening. Doorwerking projectgebied Met de beoogde ontwikkeling wordt een zonneweide in een projectgebied van circa 10 hectare.
15/59
Wel of geen stedelijke ontwikkeling Functies die, volgend uit jurisprudentie gevormd onder de Ladder, niet als nieuwe stedelijke ontwikkeling worden beschouwd zijn onder andere zonneweides. De beoogde zonneweide wordt hiermee niet gezien als een nieuwe stedelijke ontwikkeling. 3.1.4 Klimaatakkoord (2019) Het klimaatakkoord is het Nederlandse akkoord om te voldoen aan het Klimaatakkoord van Parijs uit 2015 waarin afgesproken is om de opwarming van de aarde te beperken tot 2 graden Celsius ten opzichte van het pre-industriële tijdperk. Het kabinet heeft met het nationale Klimaatakkoord een centraal doel: het terugdringen van de uitstoot van broeikasgassen in Nederland met 49% in 2030 ten opzichte van 1990. Om dit te behalen zijn in een groot aantal verschillende sectoren afspraken gemaakt. Ten aanzien van de elektriciteitssector wordt er nationaal ten aanzien van de energieproductie ingezet op de opwekking van grootschalige energieproductie op land (installaties > 15 kW) van ten minste 35 TWh in 2030. Momenteel bedraagt de totale energieproductie op land (wind en zon, inclusief installaties < 15 kW) 15 TWh. De toekomstige zonneweide levert daarom een belangrijke bijdrage aan de doelstelling van het rijk om te komen tot de productie van ten minste 35 TWh duurzaam opgewekte energie op land in het totale Nederlandse energieverbruik in 2023.
Het project past zodoende in het energiebeleid van het Rijk zoals dat is neergelegd in het Klimaatakkoord. 3.1.5 Conclusie rijksbeleid Geconcludeerd kan worden dat het voornemen van de ontwikkeling van een zonneweide met het energie-opslagsysteem en de bijbehorende installaties past binnen de nationale ambities om te komen tot een meer duurzame vorm van energievoorziening. Er is derhalve geen sprake van strijdigheid met het Europees of Rijksbeleid.
16/59
3.2
Provinciaal en regionaal beleid
3.2.1 Energieagenda 2019-2030 In de Energieagenda 2019-2030 (hierna: Energieagenda) wordt door de provincie Noord-Brabant de koers uitgestippeld in de energietransitie en wordt met enkele leidende principes een leidraad gevormd voor het handelen van de provincie. Dit met het doel om in 2050 in Brabant 100% duurzame energie en een reductie van 90% van de CO 2-uitstoot ten opzichte van 1990 te bereiken. Zie ook figuur 3.1. Om de ambities waar te kunnen maken is, ook op weg naar 2030, een wezenlijke verandering noodzakelijk. De Energieagenda 2030 brengt Brabant in beweging, van individu tot de samenleving en is dan ook veel meer dan een onderwerp van beleidsmakers. De provincie maakt met de Energieagenda inzichtelijk wat de - provinciale - ambities, principes en strategieën zijn.
Figuur 3.1: Provinciale ambities duurzame energie en CO 2-reductie. In de Energieagenda zijn de volgende transitiepaden uitgelicht: 1. Transitiepaden Elektriciteit 2. Transitiepaden Industrie 3. Transitiepad Gebouwde Omgeving 4. Transitiepad Mobiliteit 5. Transitiepad Landbouw Voor de ontwikkeling van zonneweide zijn de transitiepaden Elektriciteit van belang. toepassing. Hieronder wordt verstaan de transitie naar een CO2-vrij elektriciteitssysteem met duurzame opwekkingsmethoden van elektriciteit, transport en opslag. In het energiesysteem moeten verschillende bronnen, functies en locaties zo slim mogelijk gecombineerd worden. Dit vraagt om een elektriciteitsinfrastructuur die daarbij aansluit. Er zijn vele Brabantse initiatieven, bijvoorbeeld gericht op duurzame energie-opwekking. De keerzijde van meer duurzaam opgewekte elektriciteit, is onder meer een groter ruimtebeslag, meer zichtbaarheid in de dagelijkse leefomgeving en soms ook (geluid)hinder. Bij de RES'en wordt dan ook aandacht besteed aan acceptatie en draagvlak. Het opwekken van elektriciteit kan gecombineerd worden met tal van andere functies en daarmee een extra inkomstenbron vormen in bijvoorbeeld de landbouw. Ook het transitiepad Landbouw is van toepassing op onderhavig initiatief. Het landbouwgebied is van betekenis voor de opwekking van energie.
Opwekking van duurzame energie op agrarische daken en landbouwgronden kan een interessante nieuwe inkomstenbron vormen voor de agrarische sector. Dit biedt bovendien kansen om verbindingen te leggen met burger en consument. Particulieren kunnen bijvoorbeeld energie afnemen, maar agrarische bedrijven kunnen opbrengsten ook investeren in kwaliteitsverbetering van het bedrijf en de directe omgeving. Het inzetten van landbouwgronden vraagt om zorgvuldige afweging van belangen (vruchtbare landbouwgrond, hoogwaardig gebruik van biomassa en natuur- en landschapswaarden). Het planvoornemen voorziet in de realisatie van een zonneweide van circa 10 hectare en draagt daarmee bij aan de ambities van de provincie. In deze ruimtelijke onderbouwing wordt aangetoond dat alle belangen zorgvuldig zijn afgewogen. Zo wordt de zonneweide bijvoorbeeld landschappelijk ingepast en wordt voorzien in voldoende afstand tussen de zonneweide en woningen in de omgeving.
17/59
De Energieagenda wordt door de provincie verder geconcretiseerd in Uitvoeringsagenda’s. In paragraaf 3.2.2 wordt nader ingegaan op de meest recente uitvoeringsagenda. 3.2.2 Uitvoeringsagenda 2022-2023 De Uitvoeringsagenda 2022-2023 (hierna: Uitvoeringsagenda) hangt onder de Energieagenda en beschrijft voor de jaren 20212023 de uitvoering door de provincie. Met de meest recente Uitvoeringsagenda draagt de provincie Noord-Brabant bij aan het verminderen van de klimaatverandering en de afhankelijkheid van fossiele energiebronnen. Tevens vormt de Energieagenda, met de daarin opgenomen ambities, principes en strategieën, de leidraad voor het handelen van de provincie binnen de Brabantse energietransitie. De Uitvoeringsagenda 2022-2023 geeft richting aan de uitvoering tot en met 2023 en een doorkijk naar 2030. De provincie kiest hoofdlijnen waarbinnen zij flexibel kunnen inspelen op wat veranderende omstandigheden en partners vragen. De Uitvoeringsagenda is uitdrukkelijk geen blauwdruk, maar een uitnodiging aan partners om samen met de provincie (verder) vorm te geven aan de Brabantse Energietransitie. De provincie ziet het als een uitdaging om samen met partners, op een innovatieve en adaptieve manier, uitvoering te geven aan de opgaven die de Brabantse energietransitie met zich meebrengt.
In figuur 3.1 zijn de provinciale doelstellingen en ambities voor duurzame energie en CO2-reductie weergegeven, zoals vastgelegd in de provinciale Omgevingsvisie en de Energieagenda. Deze beleidsstukken zijn gekoppeld aan de landelijke doelstellingen uit de nationale Klimaatwet, te weten het terugdringen van broeikasgassen met 49% in 2030 en 95% in 2050 ten opzichte van 1990, en het streven naar een volledige CO2-neutrale elektriciteitsproductie in 2050. De energieopgave voor 2030 die voortkomt uit de provinciale doelstellingen is drieledig: ten eerste het besparen van 40 Petajoule aan energiegebruik, ten tweede het verduurzamen van 120 Petajoule aan energie, en ten derde een reductie van de CO2-uitstoot als gevolg van energiegebruik tot 10,5 Megaton. De provincie ondersteund gemeenten met kennis en ontwikkeling bij de ontwikkeling van onder andere grondgebonden zonneenergieprojecten. Verzoeken van gemeenten en/of initiatiefnemers om bij concrete projecten samen op te trekken en/ of voor het doorlopen van ruimtelijke (vergunnings) procedures, worden beoordeeld op basis van de criteria zoals vastgelegd in de Governance Uitvoering RES (Regionale Energie Strategie) 1.0. In paragraaf 3.3 wordt nader ingegaan op de RES en de wijze waarop het planvoornemen daaraan voldoet.
Het planvoornemen voorziet in de realisatie van een zonneweide met een energie-opslagsysteem en bijbehorende installaties. Daarmee wordt voorzien in de realisatie van een energielandschap dat bijdraagt de vergroting van aan het opwekken van duurzame energie. 3.2.3 Omgevingsvisie Noord-Brabant In de Omgevingsvisie Noord-Brabant (december 2018) is het provinciaal beleid ten aanzien van de ruimtelijke ontwikkelingen in de provincie Noord-Brabant op hoofdlijnen uiteengezet voor de periode tot 2050. Naast een beeld van het Noord-Brabant van nu is een beeld geschetst van het welvarend, verbonden, klimaatproof en vernieuwend Noord-Brabant van 2050. De provincie heeft de volgende kernwaarden geformuleerd die leidend zijn:
we gaan voor meerwaarde-creatie;
we gaan voor technische én sociale innovatie;
we gaan voor kwaliteit boven kwantiteit;
we gaan voor steeds beter;
we gaan voor proactief en preventief boven gevolgbeperking en herstel.
Naast de basisopgave, werken aan veiligheid, gezondheid en omgevingskwaliteit, worden vier hoofdopgaven onderscheiden die nauw met elkaar samenhangen:
Werken aan de Brabantse energietransitie;
Werken aan een klimaatproof Brabant;
Werken aan de slimme netwerkstad;
18/59
Werken aan een concurrerende, duurzame economie.
Samen met andere partijen zoals gemeenten en bedrijven wil de provincie uitvoering geven aan projecten die passen binnen deze opgaven. Van belang is dat het in de toekomst ook goed wonen, werken en verblijven blijft. Werken aan een goede omgevingskwaliteit zowel in de bebouwde als in de onbebouwde omgeving is het uitgangspunt. Toetsing
Het realiseren van een zonnepark draagt direct bij aan de Brabantse energietransitie, doordat er duurzame zonne-energie opgewekt wordt. 3.2.4 Interim omgevingsverordening Noord-Brabant De Interim omgevingsverordening is vastgesteld door Provinciale Staten op 25 oktober 2019 (de regels zijn op 15 april 2022 geconsolideerd) en vervangt een aantal provinciale verordeningen:
provinciale milieuverordening
verordening natuurbescherming
verordening ontgrondingen
verordening ruimte
verordening water
verordening wegen
Om straks klaar te zijn als de Omgevingswet in werking treedt, heeft de provincie eerst een Interim omgevingsverordening vastgesteld. Het is een ‘Interim’ omgevingsverordening om zo te benadrukken dat dit een tussenstap is naar de ‘definitieve’ omgevingsverordening gebaseerd op de Omgevingswet. De Interim omgevingsverordening is gebaseerd op de huidige wetgeving en moet aan de wettelijke bepalingen van die wetgeving voldoen. Dat betekent dat nieuwe mogelijkheden uit de Omgevingswet nog niet zijn verwerkt. Er is wel zo veel als mogelijk aansluiting gezocht bij de Omgevingswet en de voorwaarden voor een omgevingsverordening (bijvoorbeeld bij de opbouw en de digitale vormgeving). Deze Interim omgevingsverordening voegt de bestaande regels over de fysieke leefomgeving zoveel mogelijk samen in één verordening en is beleidsneutraal. Alleen aanpassingen die nodig zijn vanwege de samenvoeging of vanwege al vastgesteld beleid, zoals de omgevingsvisie, worden meegenomen. In de Interim omgevingsverordening staan regels voor:
Burgers en bedrijven: dit zijn zogenaamde rechtstreeks werkende regels voor activiteiten. Deze regels bevatten voorwaarden om zo’n activiteit te verrichten en geven ook aan of je bijvoorbeeld eerst een melding moet doen voordat je mag beginnen.
Bestuursorganen van de overheid: dit zijn zogenaamde instructieregels. Met deze regels kan de provincie een opdracht geven aan gemeenten over onderwerpen die zij in het bestemmingsplan moeten opnemen of aan het waterschap over de manier waarop ze hun taken uitvoeren.
Rechtstreeks werkende regels voor burgers en bedrijven Het gaat hier om regels die naast een eventuele vergunningplicht gelden. Er zijn in de Interim Omgevingsverordening voor de volgende thema’s rechtstreekse regels opgenomen: grondwaterbescherming, grondwateronttrekking, bodemsanering, stortplaatsen, ontgrondingen, varend ontgassen, stiltegebied, wegen, natuur en landbouw. De meeste van deze regels waren eerst opgenomen in de Provinciale milieuverordening, de Verordening wegen, de Verordening ontgrondingen en de Verordening natuurbescherming. Het projectgebied ligt binnen de werkingsgebied 'Landelijk gebied' (figuur 3.2). Aangezien een zonnepark geen stedelijke ontwikkeling is, wordt niet getoetst aan de regels voor 'verstedelijking afweegbaar'.
19/59
Figuur 3.2: Uitsnede Interim omgevingsverordening kaart 6 basiskaart Landelijk gebied (Bron: ruimtelijkeplannen.nl)
Binnen het projectgebied zijn de volgende artikelen van toepassing:
Artikel 3.9 Kwaliteitsverbetering landschap; Artikel 3.41 Zonne-parken in Landelijk gebied.
Afdeling 3.1 Algemeen Artikel 3.9 Kwaliteitsverbetering landschap Lid 1 Een bestemmingsplan dat een ruimtelijke ontwikkeling mogelijk maakt in Landelijk Gebied bepaalt dat die ruimtelijke ontwikkeling gepaard gaat met een fysieke verbetering van de landschappelijke kwaliteit van het gebied of de omgeving. Lid 2 Het bestemmingsplan motiveert dat de verbetering past binnen de gewenste ontwikkeling van het gebied én op welke wijze de uitvoering is geborgd door dat: a.
dit financieel, juridisch en feitelijk is geborgd in het plan; of
b.
de afspraken uit het regionaal overleg, bedoeld in afdeling 5.4 Regionaal samenwerken, worden nagekomen.
Lid 3 Een verbetering van de landschappelijke kwaliteit kan mede de volgende aspecten omvatten: a.
de op grond van deze verordening verplichte landschappelijke inpassing;
20/59
b.
het toevoegen, versterken of herstellen van landschapselementen die een bijdrage leveren aan de versterking van de landschapsstructuur of de relatie stad-land;
c.
het behoud of herstel van cultuurhistorisch waardevolle bebouwing of terreinen;
d.
het wegnemen van verharding;
e.
het slopen van bebouwing;
f.
de realisering van het Natuur Netwerk Brabant en ecologische verbindingszones;
g.
het aanleggen van extensieve recreatieve mogelijkheden.
Afdeling 3.4 Duurzame energie Artikel 3.41 Zonneparken in Landelijk gebied Lid 1 Binnen Landelijk gebied is nieuwvestiging mogelijk van zelfstandige opstellingen van zonnepanelen om te kunnen voldoen aan de doelstellingen voor het opwekken van duurzame energie als: a.
uit onderzoek blijkt dat de aanleg van het zonnepark noodzakelijk is omdat in onvoldoende mate voorzien kan worden in de behoefte voor duurzame energie:
b.
1.
door de ontwikkeling van andere vormen van duurzame energie;
2.
binnen Stedelijk gebied;
3.
door meervoudig ruimtegebruik in Landelijk gebied of binnen bestaand ruimtebeslag op bouwpercelen; en
4.
op gronden aansluitend op Stedelijk gebied.
de nieuwvestiging past in het onderzoek naar geschikte locaties voor zelfstandige opstellingen van zonnepanelen, gelet op zorgvuldig ruimtegebruik en omgevingskwaliteit ;
c.
de ontwikkeling qua omvang inpasbaar is in de omgeving;
d.
de ontwikkeling een maatschappelijke meerwaarde geeft;
e.
de ontwikkeling op regionaal niveau is afgestemd met omliggende gemeenten en de netwerkbeheerder, gelet op de ontwikkeling van overige duurzame energie initiatieven in de omgeving.
Lid 2 De maatschappelijke meerwaarde wordt onderbouwd vanuit de volgende criteria: a.
de mate van meervoudig ruimtegebruik;
b.
de maatregelen die getroffen worden om de impact op de omgeving te beperken;
c.
de bijdrage die wordt geleverd aan andere maatschappelijke doelen.
Lid 3 Er kan uitsluitend toepassing gegeven worden aan het eerste lid met een omgevingsvergunning waarbij door toepassing te geven aan artikel 2.12, eerste lid, onderdeel a, onder 2 of 3, Wet algemene bepalingen omgevingsrecht wordt afgeweken van een bestemmingsplan, waarbij aan de omgevingsvergunning in ieder geval de volgende voorwaarden worden verbonden: a.
de omgevingsvergunning geldt voor een bepaalde termijn, die ten hoogste 25 jaar bedraagt;
b.
na het verstrijken van de termijn wordt de vóór de verlening van de omgevingsvergunning bestaande toestand hersteld en wordt de opstelling voor zonne-energie verwijderd;
c.
voor het gestelde onder b. wordt financiële zekerheid gesteld.
Beoordeling Kwaliteitsverbetering landschap De opwek van groene stroom door de zonneweide draagt bij aan de regionale afspraken in de RES. De kwaliteit van het landschap wordt verbeterd door de aanleg landschappelijke inpassing. Het zicht op het gehele zonneweide wordt hierdoor op sommige plekken beperkt. Zie Hoofdstuk 2 voor een uitgebreide beschrijving van de kwaliteitsverbetering die het planvoornemen brengt.
21/59
Zonneparken in Landelijk gebied Hier gaan we per lid van de interim omgevingsverordening in op de inpasbaarheid en noodzaak van voorliggend zonneweide. Lid 1. Binnen Landelijk gebied is nieuwvestiging mogelijk van zelfstandige opstellingen van zonnepanelen om te kunnen voldoen aan de doelstellingen voor het opwekken van duurzame energie als a. uit onderzoek blijkt dat de aanleg van het zonnepark noodzakelijk is omdat in onvoldoende mate voorzien kan worden in de behoefte voor duurzame energie: De gemeente Roosendaal heeft in het kader van de beleidsnotitie 'Visie op zonne-energie' d.d. december 2018 een analyse gemaakt van de benodigde hoeveelheid duurzame energie om in 2050 volledig energieneutraal te zijn. De totale gemeentelijke elektrische energiebehoefte in kaart gebracht, verminderd met de potentiële opbrengst van gebouwgebonden installaties. De resterende behoefte is vertaald naar het aantal hectare grondgebonden zonneparken dat nodig is om als gemeente energieneutraal te worden, Omdat de gemeente niet de volledige behoefte door zonneparken wil opvangen is er tot en met 2023 een maximum ingesteld van 75 ha zonneparken. Met het gestelde maximum wordt ruimte bewaard voor ontwikkelingsmogelijkheden van alternatieve duurzame energieopwekking.
Tevens is er door de gemeente een Visie op zonne enerige opgesteld waarin ingegaan wordt op de potentie van zon-op-dak en de noodzaak van zon-op-land. Zeker gezien de recent uitgebrachte cijfers van BPL waarin er fors meer electrificatie nodig zal zijn dan verwacht zal zon-op-dak niet voldoende zijn aan de behoefte te voorzien. Het opgestelde vermogen aan zonnepanelen op daken is wel sterk gegroeid: van 11,3 MW eind 2017 naar 126 MW in 2023. Hoewel dit een sterke toename is, blijft zon-op-land noodzakelijk. De huidige opwek van zon-op-dak is ca. 340 TJ wat gelijk staat aan ca. 8% van het energieverbruik (exl verkeer en vervoer) van 4.445 TJ. (hierbij niet uitgaande van uitbreidingen van bedrijventerreinen en 2% energiebesparing per jaar, nog zonder rekening te houden met een groeiende elektriciteitsbehoefte door elektrisch rijden, warmtepompen e.d.). Voor de komende jaren wordt ongeveer een gelijke mate van groei verwacht van het opgestelde zonnepaneelvermogen op daken. Zonneweide Paapenbosch heeft een omvang van ca. 9.2 hectare netto zonnepark-oppervlak, valt ook binnen de in de visie genoemde 75 hectare en zal naar verwachting vanaf 2025 ca. 40 TJ/j aan hernieuwbare elektriciteit leveren.Geconcludeerd kan worden dat de behoefte en noodzaak aan grondgebonden zonneparken blijft om de doelstellingen te behalen.
Dit sluit volgens betrokkenen aan bij de bevindingen uit onderzoeken die in regionaal verband in het kader van de ontwikkeling van een Regionale Energie Strategie (RES) hebben plaatsgevonden. Uit deze onderzoeken komt naar voren dat én besparen, én opwekken in bebouwd gebied, en zon-op-veld/wind nodig is. Voorliggend initiatief valt ook binnen de door de gemeente in het verleden opengesteld 75 ha welke is opgenomen in haar doelstellingen. b.
de nieuwvestiging past in het onderzoek naar geschikte locaties voor zelfstandige opstellingen van zonnepanelen, gelet op zorgvuldig ruimtegebruik en omgevingskwaliteit; De beleidsnotitie 'visie op zonne-energie'd.d. december 2018 heeft op basis van een gemeentelijke analyse geschikte en minder geschikte locaties aangewezen voor de realisatie van zelfstandige opstellingen van zonnepanelen (cq. zonneparken). Dit is weergegeven in bijlage 1 van de genoemde visie. Het plangebied van zonneweide Paapenbosch ligt in het agrarisch werklandschap waar zonneweide mogelijk is onder voorwaarden. Daarnaast ligt het deels in het aandachtsgebied leidingen. Het project kenmerkt zich verder door verschillende uitgangspunten vanuit de zonneladder. Zo is het project gelegen grenzend aan de A58 (snelweg) en zal het project deels onder de hoogspanningskabels worden geplaatst, waardoor er sprake is van dubbel ruimtegebruik. Bij het ontwerp is ingezet om een optimale inpassing met behoud en waar mogelijk versterking van de omgevingskwaliteit. c. de ontwikkeling qua omvang inpasbaar is in de omgeving; De landschappelijke inpasbaarheid van het planvoornemen wordt behandeld in 2.3.2. d. de ontwikkeling een maatschappelijke meerwaarde geeft; De maatschappelijke meerwaarde wordt behandeld in 5.2 Maatschappelijke uitvoerbaarheid / meerwaarde. e.
de ontwikkeling op regionaal niveau is afgestemd met omliggende gemeenten en de netwerkbeheerder, gelet op de ontwikkeling van overige duurzame energie initiatieven in de omgeving. Het planvoornemen is in een vroegtijdig stadium besproken, zowel door de gemeente Roosendaal (o.a. in RES-verband) als door de initiatiefnemer zelf.
22/59
Netwerkbeheerder Enexis is eveneens in een vroegtijdig stadium op de hoogte gebracht van het planvoornemen. Initiatiefnemer heeft bij Enexis de offerte aangevraagd en wordt naar verwachting Q1/Q2 2024 uitgebracht, waarnaar de kan worden ondertekend. Lid 2 De maatschappelijke meerwaarde wordt onderbouwd vanuit de volgende criteria: a. de mate van meervoudig ruimtegebruik; b. de maatregelen die getroffen worden om de impact op de omgeving te beperken; c. de bijdrage die wordt geleverd aan andere maatschappelijke doelen. Artikel 3.41, lid 2 wordt behandeld in 5.2 Maatschappelijke uitvoerbaarheid / meerwaarde. Lid 3 Er kan uitsluitend toepassing gegeven worden aan het eerste lid met een omgevingsvergunning waarbij door toepassing te geven aan artikel 2.12, eerste lid, onderdeel a, onder 2 of 3, Wet algemene bepalingen omgevingsrecht wordt afgeweken van een bestemmingsplan, waarbij aan de omgevingsvergunning in ieder geval de volgende voorwaarden worden verbonden: a. de omgevingsvergunning geldt voor een bepaalde termijn, die ten hoogste 25 jaar bedraagt; b. na het verstrijken van de termijn wordt de vóór de verlening van de omgevingsvergunning bestaande toestand hersteld en wordt de opstelling voor zonne-energie verwijderd; c. voor het gestelde onder b. wordt financiële zekerheid gesteld.
Voorliggende ruimtelijke onderbouwing dient ter onderbouwing van een omgevingsvergunning als bedoeld in Lid 3. Door middel van een anterieure overeenkomst tussen initiatiefnemer en de gemeente worden afspraken in lijn met Lid 3 onder a t/m c vastgelegd Voorliggend ruimtelijke onderbouwing alsmede bijbehorende bijlagen zal in kader van de WABO dienen als aanvraag voor de vergunningsaanvraag. Een anterieure overeenkomst tussen initiatiefnemer en gemeente, welke is ondertekend alvorens aanvraag is ingediend en daarna worden de afspraken in lijn met Lid 3 onder a t/m c vastgelegd. 3.2.5 Conclusie provinciaal beleid De beoogde ontwikkeling van een zonneweide met het energie-opslagsysteem en de bijbehorende installaties ten zuiden van de kern van Wouw past binnen het beleid van provincie Noord-Brabant. De provincie Noord-Brabant heeft de ambitie om in 2050 energieneutraal te zijn. De realisatie van de voorgenomen zonneweide met het energie-opslagsysteem en de bijbehorende installaties past daarmee in het beleid.
3.3
Regionaal beleid
3.3.1 RES West-Brabant 1.0 Rijk, provincies, waterschappen en gemeenten hebben afgesproken om samen 35 TWh duurzame elektriciteit op land op te wekken. In dat kader is de Regionale Energie Stategie voor West-Brabant opgesteld. Hierin zijn al goede stappen gezet in het verduurzamen van de energievoorziening. Binnen enkele jaren komt 1,4 TWh van het elektriciteitsgebruik uit zonne- en windenergie. Dat is 20% van de verwachte vraag naar elektriciteit in 2050. In 2030 wil de regio 2,0 TWh duurzaam opwekken met grootschalige wind- en zonne-energie en 0,2 TWh met innovatieve technieken. De regio draagt dan substantieel meer bij aan de landelijke opgave van 35 TWh in 2030 dan wat mag worden verwacht o.b.v. het regionale elektriciteitsverbruik (1,8 TWh). De extra elektriciteit wil de regio opwekken met de onderstaande aanpak: Stimuleren van een groei van 0,4 TWh kleinschalige opwek van elektriciteit, van 0,1 nu naar 0,5 TWh in 2030 (zonnepanelen op de helft van het geschikte oppervlak aan kleine daken; Extra grootschalige elektriciteitsopwekking van 1,0 TWh door: Initiëren en faciliteren van de groei van zonne-energie tot op 25% van de grote daken. Aanwijzen van zoekgebieden voor het opwekken van 0,2 TWh extra windenergie. Opwekken van 0,3 TWh elektriciteit met extra zonneparken, te ontwikkelen in combinatie met bijvoorbeeld natuur, waterberging en/of landbouw (circa 300 hectare).
De beoogde ontwikkeling betreft een zonnepark van circa 10 hectare, dit past ruim binnen de 300 hectare aan zonneparken die nog gerealiseerd moeten worden volgens de RES West Brabant 1.0. De ontwikkeling is in overeenstemming en draagt bij aan de opgave in de RES West Brabant 1.0.
23/59
3.4
Gemeentelijk beleid
3.4.1 Omgevingsvisie Roosendaal Roosendaal heeft de ambitie om zich voor de komende 10 tot 15 jaar verder te ontwikkelen als een ‘verbonden stad‘. Daaronder verstaan we een gemeente waarbinnen stad en dorpen met elkaar verbonden zijn. Een gemeente waar inwoners zich verbonden voelen met elkaar en met hun leefomgeving. De ambities, de leidende principes en de opgaven heeft de gemeente vertaald naar de deelopgaven: Ruimte, Natuur en milieu, Sociaal, en Verkeer en mobiliteit. Op die manier wordt duidelijk hoe de hoofdlijnen van beleid doorwerken in deze thema’s die een directe invloed hebben op de fysieke leefomgeving. De thema’s gelden in principe voor geheel Roosendaal, voor zowel de stad, de dorpen als het buitengebied. Om meer sturing te geven aan de concrete opgaven zijn deze daarna vertaald in een koers per deelgebied. Als deelgebieden zijn daarbij te onderscheiden: de (sterke) stad, de stadrandzones en het vitale platteland (de dorpen en het buitengebied). Bij de thema’s en de deelgebieden wordt concreet wat we willen bereiken met deze omgevingsvisie. De projectlocatie is gelegen in het buitengebied. In de Omgevingsvisie is specifiek benoemd dat dit buitengebied ruimte biedt voor opwekking van duurzame energie. De gemeente heeft hierin al keuzes gemaakt en visie en beleid ontwikkeld (Visie zonneenergie, 2018, zie paragraaf 3.4.2).
Roosendaal wekt extra duurzame energie op door de bestaande drie windturbines en door in totaal 75 ha zonneparken, waarvoor op verschillende plekken in het buitengebied locaties zijn aangewezen (zie figuur 3.3 in paragraaf 3.4.2). Zonneparken krijgen een vergunning die maximaal 25 jaar geldig is; na deze periode dient de locatie weer in oorspronkelijke staat te worden opgeleverd. Daarbij streeft de gemeente naar 50% lokale participatie (= deelname van lokale bedrijven en inwoners) en een goede benutting van de elektriciteits-infrastructuur; voor zonnevelden in de omgeving van de bestaande windturbines worden de kabels en leidingen zoveel mogelijk benut om zowel de zonnevelden als de windturbines aan te koppelen (‘cable pooling’). Conclusie Het planvoornemen voorziet in de realisatie van een zonneweide in het buitengebied van Roosendaal. De zonneweide is voorzien op een plek die daarvoor specifiek is aangewezen en draagt met de opwekking van duurzame energie bij aan de ambities van de gemeente Roosendaal. 3.4.2 Visie op zonne-energie De door gemeente Roosendaal opgestelde visie op zonne-energie (meest recente versie december 2018) is een samenhangend afwegingskader dat zowel de gemeente als initiatiefnemers inzicht geeft in de ruimtelijke haalbaarheid van ontwikkelingen op het gebied van zonne-energie.
Hiermee wordt tevens invulling gegeven aan de vereisten vanuit de provinciale verordening. Daarnaast geeft deze beleidsnotitie aan welke gebieden binnen de gemeente kansrijk zijn voor de grootschalige opwekking van zonne-energie in de vorm van zonneweides. Via randvoorwaarden en aandachtspunten in deze beleidsnotitie wordt vervolgens sturing gegeven aan initiatiefnemers om te komen tot een kwalitatief hoogwaardige zonneweide, dat op zorgvuldige wijze wordt ingepast in het landschap. Binnen de kaders van deze visie hanteert de gemeente in principe een positieve grondhouding ('ja, mits'). Uit figuur 3.3 blijkt dat het plangebied deels is gelegen in het gebied 'Agrarisch werklandschap: zonneparken onder voorwaarden mogelijk' en deels in een 'Aandachtsgebied leidingen'.
24/59
Figuur 3.3 Kaart visie op zonne-energie gemeente Roosendaal. Zonneweides binnen het agrarisch werklandschap Binnen de aanduiding 'Agrarisch werklandschap: zonneparken onder voorwaarden mogelijk' zijn naast kleinschalige zonneweides ook grootschalige zonneweides van meer dan 8 hectare onder voorwaarden mogelijk. De relatief grootschalige opzet van deze gronden maakt het gebied geschikt voor grootschalige zonneweides, mits deze op zorgvuldige wijze worden ingepast in het landschap. De openheid en bestaande landschappelijke structuur zijn belangrijke kwaliteiten, die zoveel mogelijk gehandhaafd moeten blijven. Om de kwaliteit van de zonneweide te waarborgen is een aantal randvoorwaarden en aandachtspunten van belang waaraan moet worden voldaan. De landschappelijke inpassing kan op verschillende manieren vorm krijgen: de aanleg van een natuuroever met riet, bestaande uit een plas- of drasberm waarvan de vegetatie hoofdzakelijk uit riet en/of lisdodde bestaat; de aanleg van een inheemse struweelhaag en/of knip- en scheerhaag, met overwegend doornachtige struiken (o.a. meidoorn, sleedoorn); de aanleg van een bomenrij met inheemse bomen (o.a. hazelaar, berk en eik), mits passend in de landschappelijke structuur.
Afhankelijk van de exacte locatie en de reeds aanwezige landschapskenmerken- en structuren kan gekozen worden voor één of meerdere van de voorgenoemde wijzen van landschappelijke inpassing. Daarnaast is belangrijk dat de hoogte van de zonnepanelen beperkt wordt tot 2,5 meter boven maaiveld om zo de grootschalige openheid van het agrarisch werklandschap te behouden. Het planvoornemen voorziet in de landschappelijke inpassing van de zonneweide. Zie daarvoor ook bijlage 1 bij deze ruimtelijke onderbouwing.
25/59
Zonneweides binnen aandachtsgebieden Op de beleidskaart zijn de belangrijkste (voorkeurstracés voor) hoofdaardgastransportleidingen en hoogspanningsverbindingen aangegeven. In de zuidrand van het plangebied ligt een bovengrondse hoogspanningsverbinding. Ten zuiden van het plangebied loopt een buisleidingstraat en binnen de vrijwaringszone mogen geen nieuwe (beperkt) kwetsbare objecten worden gebouwd. Zonneweides zijn hier uitsluitend mogelijk indien de betreffende leidingbeheerder een positief advies heeft afgegeven. Het plangebied ligt deels in de vrijwaringszone van de buisleidingenstraat. Daarom heeft op 28 maart 2019 overleg plaatsgevonden over de relatie met de hoogspanningsverbinding en de vrijwaringszone met de leidingbeheerder TenneT. De resultaten van het overleg worden behandeld in paragraaf 4.5. Zonneschijf De beoordeling van een concreet initiatief is sterk afhankelijk van de gekozen locatie: matcht het initiatief met de eigenschappen en kwaliteiten van de specifieke plek? De beoordeling van een concreet initiatief is daarom altijd maatwerk. De gemeente legt de bal bij initiatiefnemers, zij moeten een passend voorstel presenteren. De beleidsnotitie biedt hiervoor de nodige handvatten. Bij het toepassen van de voorgenoemde benadering beoordeelt de gemeente eerst waar een initiatief thuis hoort in de Zonneschijf.
De Zonneschijf maakt onderscheid in vijf zones: Zone 1: Gebouwgebonden zonnepanelen (op daken en gevels): Niet van toepassing bij deze ontwikkeling; Zone 2: Grondgebonden zonnepanelen binnen bestaand stedelijk gebied: Niet van toepassing bij deze ontwikkeling; Zone 3: Grondgebonden zonnepanelen direct grenzend aan bestaand stedelijk gebied, waaronder zoekgebied voor stedelijke ontwikkeling: Niet van toepassing bij deze ontwikkeling; Zone 4: Grondgebonden zonnepanelen in het agrarisch werklandschap: Van toepassing; Zone 5: Grondgebonden zonnepanelen in De Brabantse Wal, het park- en coulissenlandschap: Niet van toepassing bij deze ontwikkeling. De beoogde zonneweide met het energie-opslagsysteem en de bijbehorende installaties ligt in zone 4, grondgebonden zonnepanelen in het agrarisch werklandschap, zie ook figuur 3.3. Een belangrijke voorwaarde voor grondgebonden opstellingen van zonnepanelen in het agrarisch werklandschap is dat ze goed landschappelijk ingepast moeten worden en dat de directe omgeving intensief wordt betrokken bij het planvoornemen; er dient een breed maatschappelijk draagvlak te ontstaan. Daarnaast vragen initiatieven in het buitengebied om een landschappelijke kwaliteitsverbetering. Dit is een extra inspanningsverplichting ten opzichte van zone 3 om een positieve bijdrage te leveren aan de versterking van de kwaliteit van het landschap.
Naast een landschappelijke inpassing moet de initiatiefnemer tevens voorzien in een (landschappelijke) kwaliteitsverbetering. Ten aanzien van een goede landschappelijke inpassing geldt dat iedere ontwikkeling van een zonneweide moet voorzien in een landschappelijk inpassingsplan als voorwaardelijke verplichting aan de verkrijging van de omgevingsvergunning. Een landschappelijk inpassingsplan betreft een maatwerkplan en moet aansluiten bij de schaal en het karakter van het landschapstype ter plaatse. Ten aanzien van kwaliteitsverbetering geldt dat afhankelijk van de locatie van de zonneweide een bijdrage geleverd moet worden aan dit aspect. Omdat de voorgenomen ontwikkeling valt binnen het agrarisch werklandschap geldt dat minimaal 5% van de oppervlakte van de zonneweide aangewend moet worden voor landschappelijke kwaliteitsverbetering conform de Stikarichtlijnen (Groen Blauw Stimuleringskader van provincie Noord-Brabant). Het landschappelijk inpassingsplan zoals opgenomen als bijlage 1 bij deze ruimtelijke onderbouwing, voldoet aan die voorwaarden. Stroomschema Uit het stroomschema uit de beleidsvisie zonne-energie van gemeente Roosendaal zoals opgenomen in bijlage 2 van deze ruimtelijke onderbouwing blijkt dat ter plaatse een grootschalig zonnepark mag worden opgericht, mits: 1.
voldaan wordt aan de randvoorwaarden en aandachtspunten zoals opgenomen in hoofdstuk 4 van de Visie op zonne-energie zoals opgesteld door gemeente Roosendaal; 2. voorzien is in een landschappelijk inpassingsplan; 3. voorzien is in landschappelijke kwaliteitsverbetering (5%). Ad 1. Randvoorwaarden en aandachtspunten Aan de voorwaarden zoals genoemd in hoofdstuk 4 van de visie wordt voldaan. Zo zijn de eisen omtrent de landschappelijke inpassing en kwaliteitsverbetering van het landschap uit de gemeentelijke visie toegepast en is het landschapsontwerp
26/59
afgestemd met de gemeentelijke landschapsadviseur. In het kader van de landschappelijke inpassing en kwaliteitsverbetering is nagegaan of en hoe er combinatiemogelijkheden kunnen worden gemaakt met andere beleidsdoelen/projecten, zoals EVZ, uitbreiding NNB, of waterberging. Ad 2. Landschappelijk inpassingsplan Een goede ruimtelijke en landschappelijke inpassing is van groot belang voor de ontwikkeling van zonneparken, afgestemd op enerzijds de kenmerken van het landschap en de kwaliteiten van de omgeving en anderzijds de opstelling. Het toetsingskader voor het aspect landschap voor dit project is omschreven in de visie op zonne-energie zoals opgesteld door gemeente Roosendaal. Bij de realisatie van zonprojecten is het volgende van belang: behoud van omgevingskwaliteit, zorgvuldig ruimtegebruik en behoud van de agrarische functie van gronden in het buitengebied. De provincie heeft aangegeven dat zonprojecten ook toegestaan zijn in combinatie met windenergieprojecten, in combinatie met infrastructuur zoals dijken, (vaaren spoor)wegen en nutsvoorzieningen, op stortplaatsen en locaties voor glastuinbouw. Wat betreft de landschappelijke inpassing is het dus belangrijk dat de omgevingskwaliteit wordt behouden en daarom het perceel zo goed mogelijk landschappelijk wordt ingepast in de directe omgeving.
De landschappelijke inpassing is afgestemd op de kenmerken van het landschap en de kwaliteiten van de omgeving door eerst een uitgebreide gebiedsanalyse te maken. Hierna is een landschappelijke ontwerp gemaakt met het doel het versterken van de omgevingskwaliteit. Hoe we dit gedaan hebben wordt nader toegelicht in het landschappelijk inpassingsplan in bijlage 1. Ad 3. Landschappelijke kwaliteitsverbetering In de landschappelijke inpassingsmodellen is tevens inzichtelijk gemaakt hoe de kwaliteitsverbetering van het landschap wordt vormgegeven. In de visie op zonne-energie is als eis opgenomen dat ten minste 5% van de oppervlakte van de zonneweide voor kwaliteitsverbetering van het landschap wordt aangewend indien de beoogde zonneweide in het agrarisch werklandschap ligt. Het beoogde plangebied beslaat een oppervlakte van 9,7 hectare. Dit betekent dat 4.850 m2 (0,485 hectare) voor kwaliteitsverbetering van het landschap moet worden aangewend. Deze oppervlakte is meegenomen in de landschappelijke inpassingsmodellen. Geconcludeerd kan worden dat wordt voldaan aan de verplichting ten aanzien van landschappelijke kwaliteitsverbetering. 3.3.4 Collegeprogramma 2022-2026, Zij aan Zij voor Roosendaal Op 6 oktober 2022, presenteerde het college van burgemeester en wethouders van Roosendaal het collegeprogramma.
Een belangrijk speerpunt met betrekking tot dit project is prioriteit 10: ‘Versnellen van de energietransitie en klimaatadaptatie’. In Roosendaal wordt hard gewerkt aan een duurzame, veilige leefomgeving die haalbaar en betaalbaar is voor iedereen. De gemeente wordt een plek waar men energiezuinig en klimaatadaptief woont, in een aantrekkelijke, groene omgeving waarin men minder afhankelijk is van gas. n 2050 een energieneutrale en klimaatadaptieve gemeente te zijn. In 2030 moet deze doelstelling voor de helft bereikt zijn. Dit wil de gemeente bereiken door meer schone stroom op te wekken en te gebruiken. Het planvoornemen voorziet daarin. Toetsing De ontwikkeling van het zonnepark Den Akker past hiermee binnen de doelstellingen van het Collegeprogramma 2022-2026. Het zonnepark wordt conform bijlage 1 bij deze ruimtelijke onderbouwing landschappelijk ingepast, zodat het tevens bijdraagt aan de gewenste landschappelijke kwaliteit. 3.4.3 Conclusie gemeentelijk beleid De beoogde realisatie van de zonneweide met het energie-opslagsysteem en de bijbehorende installaties past binnen het gemeentelijk beleid. Het projectgebied ligt, op basis van de visie op zonne-energie, in een zone waar grootschalige zonneparken (> 8,0 hectare) zijn toegestaan.