Bijlage Kadernota 2025.pdf
Tekst van het document
KADERNOTA 2025
INHOUDSOPGAVE 1. Inleiding
5
2. Financieel Beeld
9
2.1 Financiële positie
9
2.2 Structureel begrotingssaldo
14
2.3 Ontwikkelingen Gemeentefonds
17
3. Proces richting de Programmabegroting 2025
23
INHOUD KADERNOTA 2025 KADERNOTA 2025
2
3
INLEIDING
1
KADERNOTA 2025 Voor u ligt de Kadernota 2025. In 2022 zijn wij deze bestuursperiode met veel ambitie gestart. Onze plannen en ambities hebben wij vastgelegd in ons Collegeprogramma ‘Zij aan Zij in een gemeente met ambitie’. In de Programmabegroting 2023, de Kadernota 2024 en de Programmabegroting 2024 hebben wij veel van onze ambities financieel vertaald. Daarnaast zijn wij uiteraard volop bezig met het uitvoeren van onze plannen voor Roosendaal. In onze midterm-review, die we na het zomerreces naar uw raad zullen sturen, geven we een overzicht van alle activiteiten die we reeds hebben uitgevoerd en de activiteiten die we de komende jaren nog gaan oppakken. Gemeenten krijgen vanaf 2025 fors minder middelen uit het gemeentefonds, zonder dat hiervoor concrete taken zijn weggehaald bij gemeenten. We moeten dus hetzelfde (en in sommige gevallen zelfs meer) doen met minder geld. Landelijk is hier de afgelopen jaren veel aandacht voor. De VNG voert veelvuldig gesprekken hierover met het Rijk. Op dit moment is er echter nog geen structurele oplossing. De impact hiervan is in de Kadernota 2024 en de Programmabegroting 2024 voor de jaarschijven 2026 en 2027 reeds zichtbaar gemaakt. Voor deze jaarschijven hebben we een begrotingstekort. In de Voorjaarsnota 2024 van het Rijk, die in april jl.
gepubliceerd is, lezen we dat het Rijk nu ook in 2025 een korting doorvoert in het Gemeentefonds. We krijgen daardoor ook in 2025 minder geld van het Rijk. Het gevolg is dat we ook in 2025 al een begrotingstekort hebben.
INLEIDING KADERNOTA 2025
4
5
1
In de afgelopen twee jaar hebben we veel plannen gemaakt, nieuw beleid ontwikkeld en zijn we begonnen met de uitvoering van het beleid. We zetten de komende periode ook vol in op de verdere uitvoering van dat beleid. In deze Kadernota doen we daarom geen nieuwe beleidsvoorstellen. Net als veel andere gemeenten staan we nu wel voor de opgave om ons begrotingstekort weg te werken. Naast onze ambities uit het Collegeprogramma vinden we een gezonde financiële positie ook belangrijk. Onze doelstelling is om uw raad in oktober een structureel en reëel sluitende meerjarenbegroting 2025-2028 voor te leggen. Deze kadernota geeft daarom slechts een financieel beeld van de huidige situatie. Hierin zijn nog geen keuzes of voorstellen opgenomen om ons begrotingstekort te dichten. Bij het doen van voorstellen willen wij zoveel mogelijk vasthouden aan de uitvoering van onze plannen uit het Collegeprogramma. Daarnaast vinden wij het belangrijk om ook de meningen binnen uw raad op te halen. Dit helpt ons om de juiste afwegingen te kunnen maken om onze doelstelling met betrekking tot een sluitende begroting te realiseren. In deze Kadernota nemen we uw raad mee in onze financiële positie en hoe deze tot stand komt. De meicirculaire hebben we dit jaar wederom verwerkt in de financiële positie.
Omdat het Gemeentefonds een grote invloed heeft op onze (huidige en toekomstige) financiële positie besteden we aandacht aan alle ontwikkelingen die hieromtrent spelen. Tot slot nemen we u mee in het proces dat wij voor ogen hebben om in oktober een structureel en reëel sluitende begroting aan uw raad voor te kunnen leggen. Momenteel lopen er nog gesprekken tussen de VNG en het Rijk over de financiering van gemeenten. Om alle taken uit te voeren die door het Rijk bij gemeenten zijn weggelegd zijn meer financiële middelen nodig. Op dit moment is het nog onduidelijk of het Rijk gemeenten hierin tegemoet gaat komen. Daarom werkt de VNG momenteel ook aan een plan B. Dit plan omvat een escalatiestrategie met acties die we als gemeenten kunnen ondernemen om taken en middelen meer in balans te krijgen.
6
7
FINANCIEEL BEELD
2
2.1 | FINANCIËLE POSITIE In de onderstaande tabel treft u een samenvattend overzicht van onze financiële positie. Onder de tabel lichten we de onderdelen A t/m D verder toe. Financiële Positie Begrotingssaldi Programmabegroting 2024 (A) Gemeentefonds (B)
2025
2026
2027
2028
+ 1.566.000
-/- 3.378.000
-/- 764.000
+ 3.073.000
+ 417.000
+ 3.196.000
+ 2.644.000
+ 2.907.000
Autonome ontwikkelingen (C)
-/- 6.222.000
-/- 6.997.000
-/- 7.338.000
-/- 8.592.000
Reeds genomen besluiten (D)
+ 811.000
+ 790.000
+ 790.000
+ 790.000
-/- 3.428.000
-/- 6.390.000
-/- 4.669.000
-/- 1.823.000
Totaal Saldo
De onderdelen A t/m D geven het financiële kader weer voor de komende jaren. Om te beginnen wordt dit bepaald door de begrotingssaldi uit de Programmabegroting 2024 (A in bovenstaande tabel). Vervolgens zijn ook de middelen die we van het Rijk ontvangen via de algemene uitkering uit het Gemeentefonds van belang (B). In december 2023 is de decembercirculaire verschenen. De effecten hiervan nemen we mee. Daarnaast is in mei 2024 de meicirculaire gepubliceerd. Ook de ramingen die voortkomen uit de meicirculaire nemen we mee. Anderzijds hebben we ook te maken met autonome ontwikkelingen (C) en reeds genomen besluiten (D), die een deel van deze middelen weer innemen. Uit de tabel is af te lezen dat we voor alle jaren een tekort hebben. Voor de jaren vanaf 2026 hadden we dit al geconstateerd in de Kadernota 2024 en de Programma begroting 2024. We hebben toen besloten om dit tekort zichtbaar te maken, omdat we daarmee een signaal wilden afgeven aan het kabinet. Dit was destijds ook het advies van de VNG. Op 15 april is de Voorjaarsnota 2024 van het Rijk gepubliceerd. Daarin is opgenomen dat het demissionaire kabinet heeft besloten om in 2025 de omvang van het Gemeentefonds lager vast te stellen. Dat betekent dat gemeenten minder geld ontvangen via de algemene uitkering. Voor Roosendaal houdt dit vervolgens in dat we ook in 2025 een negatief begrotingssaldo hebben.
Dit was eerder nog niet het geval. In paragraaf 2.3 besteden we aandacht aan de belangrijkste ontwikkelingen met betrekking tot het Gemeentefonds. Hierin nemen we ook de meest recente ontwikkelingen uit de meicirculaire mee.
FINANCIEEL BEELD KADERNOTA 2025
8
9
2
Toelichting op de autonome ontwikkelingen:
Hieronder lichten we de onderdelen A t/m D van het financieel beeld verder toe.
a. Begrotingen Gemeenschappelijke Regelingen:
A. Begrotingssaldi Programmabegroting 2024
Op 15 april jl. hebben de gemeenschappelijke regelingen hun begrotingen voor 2025
In november 2023 heeft uw raad de Programmabegroting 2024 vastgesteld. De begroting
naar de deelnemende gemeenten gestuurd. Ook gemeenschappelijke regelingen
liet voor het jaar 2025 een overschot zien. Voor de jaren 2026 en 2027 was juist sprake
hebben te maken met forse kostenstijgingen als gevolg van inflatie en een nieuwe CAO.
van begrotingstekorten. Voor 2028 is het saldo weer positief.
De begrotingen worden in juni in de gemeenteraad behandeld. b. Werking BR Participatiewet (Bijstand):
B. Gemeentefonds
Bij de Kadernota 2022 hebben wij de Bestemmingsreserve Participatiewet in het leven
Na de vaststelling van de begroting zijn de decembercirculaire 2023 en de meicirculaire
geroepen. Via deze reserve kunnen we de baten en lasten van het Werkplein (bijstand)
2024 verschenen. De effecten daarvan nemen we ook mee in de bepaling van onze
verevenen. In de afgelopen jaren waren de baten hoger dan de lasten. Hierdoor is
beschikbare financiële middelen.
de reserve gevoed en hebben we nadelen die zijn ontstaan kunnen dekken. De komende jaren nemen de lasten echter fors toe. Hierdoor is het opgebouwde saldo 2025
2026
2027
2028
in de reserve niet meer toereikend om de hogere lasten te dekken. Het is zelfs zo dat
Decembercirculaire 2023
+ 345.000
+ 438.000
+ 357.000
+ 433.000
de reserve met de huidige inzichten negatief wordt. Omdat dit niet mag, moeten we
Meicirculaire 2024
+ 72.000
+ 2.758.000
+ 2.287.000
+ 2.474.000
bijstorten in deze reserve.
Totaal Gemeentefonds
+ 417.000
+ 3.196.000
+ 2.644.000
+ 2.907.000
Het nadeel dat in regel b genoemd wordt, bestaat uit de verhoging van de deelnemers
B. Gemeentefonds
bijdrage aan het Werkplein, de verhoging van het BUIG-budget en de stortingen die we Over de effecten van de decembercirculaire 2023 bent u via een raadsmededeling
moeten doen in de reserve om een negatief saldo te voorkomen.
geïnformeerd (zaaknummer 819295).
c. Hogere energielasten gemeentelijke gebouwen:
De analyse en effecten van de meicirculaire 2024 worden in een aparte raadsmededeling
Als gevolg van de gestegen energieprijzen zijn de energielasten in de begroting 2024
verwerkt. In paragraaf 2.3 gaan we wel dieper in op de algemene ontwikkelingen rondom
te laag opgenomen. De verwachting is wel dat deze hogere lasten in de toekomst
het Gemeentefonds.
weer zullen dalen. d. H ogere uitvoeringlasten Parkeer UitvoeringsPlan (PUP):
C. Autonome ontwikkelingen
De uitvoeringslasten voor het parkeer uitvoeringsplan zijn in het verleden niet
Het totaal van de autonome ontwikkelingen bedraagt in 2025 € 6,2 miljoen. Dit betreft
geïndexeerd. Omdat de lasten wel stijgen moeten deze in de begroting ook
ontwikkelingen waar we als gemeente geen of nauwelijks invloed op hebben of het
geïndexeerd worden. Voor 2025 tot en met 2028 is hiervoor € 140.000 euro
betreft aanpassingen van ingezet beleid, waarvan de financiële consequenties structureel
opgenomen.
doorwerken. In onderstaande tabel zijn de autonome ontwikkelingen weergegeven.
e. CAO:
Onder de tabel worden de afzonderlijke posten toegelicht.
Begin 2024 is overeenstemming bereikt over een nieuwe CAO voor ambtenaren. De nieuwe CAO is met terugwerkende kracht ingegaan per 1 januari 2024.
C. Autonome ontwikkelingen
2025
2026
2027
2028
-/- 411.000
-/- 572.000
-/- 800.000
-/- 1.242.000
b. Werking BR Participatiewet (Bijstand)
-/- 2.490.000
-/- 3.015.000
-/- 3.260.000
-/- 3.910.000
c. Hogere energielasten gemeentelijke gebouwen
-/- 334.000
-/- 196.000
+ 16.000
+ 3.000
d. H ogere uitvoeringlasten Parkeer Uitvoerings Plan (PUP)
-/- 140.000
-/- 140.000
-/- 140.000
-/- 140.000
e. CAO
-/- 647.000
-/- 674.000
-/- 654.000
-/- 703.000
f. Indexering
-/- 2.200.000
-/- 2.400.000
-/- 2.500.000
-/- 2.600.000
Totaal Autonome Ontwikkelingen (C)
-/- 6.222.000
-/- 6.997.000
-/- 7.338.000
-/- 8.592.000
a. Begrotingen Gemeenschappelijke Regelingen
10
Door de nieuwe CAO nemen de loonkosten voor de gemeente fors toe. f. Indexering: Conform het Spoorboekje indexeren wij onze begroting met het 3-jaarsgemiddelde van de inflatie. Hiervoor hanteren wij het consumenten prijsindexcijfer (CPI) van het CBS. Op basis van de meest recent gepubliceerde cijfers komt het indexpercentage uit op 5,7%. Dit zou betekenen dat onze lasten in de begroting 2025 per saldo met ca. € 2,2 miljoen toenemen. Bij de begroting zullen we beoordelen of we dit percentage realistisch vinden, gezien de ontwikkeling van de inflatie op dit moment.
11
2
D. Reeds genomen besluiten
Conclusie
Tot slot hebben we nog te maken met reeds genomen besluiten, waarvan de financiële
Zoals aan het begin van deze paragraaf zichtbaar is gemaakt,
consequenties nog niet meegenomen zijn in onze begroting. Deze besluiten met
hebben we voor de komende jaren begrotingstekorten:
financiële consequenties zijn hieronder in de tabel opgenomen. D. Reeds genomen besluiten
2025
2026
2027
2028
Geraamd begrotingssaldo
2025
2026
2027
2028
-/- 3.428.000
-/- 6.390.000
-/- 4.669.000
-/- 1.823.000
g. Verbindingsweg Tolberg
+ 500.000
+ 480.000
+ 480.000
+ 480.000
h. SOK Brabantstad - Mobiliteit
-/- 120.000
-/- 120.000
-/- 120.000
-/- 120.000
Omdat een gezonde financiële positie noodzakelijk is om te kunnen blijven investeren
i. Hogere opbrengst straatparkeren
+ 130.000
+ 130.000
+ 130.000
+ 130.000
in onze gemeente, hebben we op dit moment een behoorlijke opgave om het tekort weg
j. Verruiming venstertijden parkeren
+ 300.000
+ 300.000
+ 300.000
+ 300.000
te werken.
Totaal Reeds genomen besluiten (D)
+ 810.000
+ 790.000
+ 790.000
+ 790.000
Echter, de gepresenteerde begrotingstekorten in de bovenstaande tabel vertellen nog niet
Toelichting op reeds genomen besluiten:
het hele verhaal. We moeten namelijk ook naar het zogenaamde ‘structurele saldo’ kijken.
g. Verbindingsweg Tolberg:
Onze toezichthouder, de provincie Noord-Brabant, beoordeelt onze begroting namelijk
In de begroting is rekening gehouden met de start van de aanleg van de verbindings
op het structurele saldo. Maar wij vinden het zelf ook heel belangrijk dat ons structurele
weg Tolberg. Op basis van de actuele ontwikkelingen schuift dit project op in de tijd.
saldo op orde is. Wat het structurele saldo precies inhoudt, en waarom dit belangrijk is,
Het moment van afschrijven schuift daardoor ook op. Dit leidt tot voordelen in de jaren
leest u in de volgende paragraaf.
2025 tot en met 2028, van € 500.000 in 2025 tot € 480.000 in 2028. Zie voor meer informatie het raadsvoorstel met zaaknummer 776788. h. S OK Brabantstad - Mobiliteit: Wij hebben een samenwerkingsovereenkomst afgesloten met Brabantstad. Ten aanzien van mobiliteit moeten we hiervoor een bijdrage doen van € 120.000. Door de structurele samenwerking en overlegvormen trekken we samen op met de provincie, de grootste gemeenten van Noord-Brabant en andere partijen. We komen daarmee beter in beeld voor inhoudelijke en/of financiële bijdragen voor onze ambities. i. Hogere opbrengst straatparkeren: In december 2023 heeft uw raad besloten om de tarieven voor het straatparkeren te verhogen met € 0,15 per uur (zaaknummer 774245). Als gevolg hiervan ontvangen we meer opbrengsten uit het straatparkeren. Zie hiervoor ook de raadsmededeling met zaaknummer 782186. j. Verruiming venstertijden parkeren: Het college heeft besloten om de verruiming van de venstertijden voor het straatparkeren structureel te maken. Eerder was dit nog een pilot. Dat betekent dat betaald parkeren in de avonduren tot 20 uur van kracht blijft. Hierdoor ontvangen we ook structureel meer opbrengsten. Zie hiervoor ook de raadsmededeling met zaaknummer 840146.
12
13
FINANCIEEL BEELD
2
2.2 | STRUCTUREEL BEGROTINGSSALDO Onze begroting bevat zowel incidentele als structurele baten en lasten. Incidentele baten en lasten komen slechts éénmalig (of maximaal 3 jaar) voor.
Een voorbeeld van een incidentele last zijn kosten voor onderzoek. Een incidentele baat kan een Specifieke Uitkering zijn die we eenmalig ontvangen van het Rijk voor een specifiek doel. Structurele baten en lasten zijn de baten en lasten die jaarlijks terugkeren in
de begroting en meerjarenraming. Voorbeelden van structurele baten zijn de algemene uitkering uit het gemeentefonds en de inkomsten uit de OZB. Voorbeelden van structurele lasten zijn de personeelslasten van de vaste formatie en de reguliere onderhoudskosten van de kapitaalgoederen. De structurele baten en lasten kunnen wel per jaar in omvang variëren. Onze toezichthouder, de provincie, toetst voor elke jaarschijf van onze (meerjaren) begroting of er sprake is van een structureel sluitende (meerjaren)begroting. Dat betekent dat alle structurele lasten gedekt moeten zijn door structurele baten. Als dat niet zo is, dan is er geen sprake van een structureel sluitende begroting. Als er sprake is van een structureel tekort, houdt dat in dat de jaarlijks terugkerende baten niet voldoende zijn om de jaarlijks terugkerende lasten te dekken. Omdat het tekort wel gedekt moet worden, gaat dat ten laste van het eigen vermogen (de reserves van een gemeente). De reserves vormen in principe de ‘spaarpot’ van de gemeente. Als er jaarlijks steeds geld uit de spaarpot gaat om het tekort te dichten, raakt de spaarpot echter ook een keer leeg. Bovendien ontstaat dan de situatie dat er uiteindelijk onvoldoende weerstandsvermogen is om risico’s en tegenvallers op te vangen. Zo ontstaat een financieel onhoudbare situatie.
Dat is de reden dat de toezichthouder toetst of onze structurele lasten wel gedekt worden door structurele baten. Een jaarlijks terugkerend tekort (structureel begrotingstekort) kan en mag niet incidenteel gedekt worden (uit een reserve dus).
FINANCIEEL BEELD KADERNOTA 2025
14
15
FINANCIEEL BEELD
2
In paragraaf 2.1 is het totale begrotingssaldo opgenomen. Dat is het begrotingssaldo
2.3 | ONTWIKKELINGEN GEMEENTEFONDS
waarin zowel de incidentele als structurele baten en lasten verwerkt zijn. Zoals in bovenstaande alinea wordt toegelicht kijkt de provincie naar het structurele
2.3.1 Inleiding
begrotingssaldo.
Uit het Gemeentefonds ontvangen we als gemeente een algemene uitkering. Dit is voor onze gemeente de belangrijkste inkomstenbron. De minister van BZK is samen met de
In onderstaande tabel is het structurele saldo opgenomen. Dat is dus het saldo dat
staatssecretaris van Financiën de fondsbeheerder van het Gemeentefonds. Momenteel
ontstaat door het verschil tussen de structurele baten en de structurele lasten.
spelen er veel zaken rondom het Gemeentefonds. Termen als accres, ravijnjaar en opschalingskorting zijn aan de orde van de dag. In dit hoofdstuk geven we daarom een
Structureel begrotingssaldo
2025
2026
2027
2028
+ 4.148.000
-/- 10.519.000
-/- 1.197.000
+ 1.400.000
Mutaties Gemeentefonds
+ 417.000
+ 3.196.000
+ 2.644.000
+ 2.907.000
Autonome ontwikkelingen
-/- 6.222.000
-/- 6.997.000
-/- 7.338.000
-/- 8.592.000
Reeds genomen besluiten
+ 811.000
+ 790.000
+ 790.000
+ 790.000
Geraamd structureel saldo
-/- 846.000
-/- 13.530.000
-/- 5.101.000
-/- 3.495.000
Structureel saldo begroting 2024
overzicht van alle ontwikkelingen die momenteel spelen. Deze ontwikkelingen hebben een grote impact op onze financiële positie.
2.3.2 Accres Gemeentefonds Jaarlijks zijn er wijzigingen in de omvang van de algemene uitkering. De jaarlijkse toeof afname van het Gemeentefonds noemen we het accres. Het accres bestaat uit twee onderdelen:
Bij de Programmabegroting maken wij altijd een berekening van het structurele saldo. In de Programmabegroting 2024 is deze te vinden in bijlage 1 uit het Bijlagenboek. De saldi die zijn opgenomen op de regel ‘Structureel saldo begroting 2024’ zijn terug te vinden op p. 12/13 van het Bijlagenboek.
Accres voor LPO (loon- en prijsontwikkelingen): dit wordt toegevoegd om de stijging
van prijzen en lonen op te vangen. Volume-accres: dit wordt toegevoegd vanwege een groeiende bevolking en groeiende
welvaart.
De autonome ontwikkelingen en reeds genomen besluiten die in paragraaf 2.1 zijn
Oude normeringssystematiek: trap op/trap af-systematiek
opgenomen betreffen allemaal structurele baten en lasten. Daarom hebben we deze ook
De afgelopen jaren was het volume-accres gekoppeld aan de rijksuitgaven via
in de tabel opgenomen.
de zogenaamde ‘trap op/trap af-systematiek’. Dat betekent dat het Gemeentefonds evenredig meegroeit met de uitgaven van het Rijk. Als het Rijk dus meer uitgaf, dan nam
Conclusie
ook het Gemeentefonds toe. Aan de andere kant was het ook zo dat het Gemeentefonds
Deze tabel laat zien dat er op dit moment voor geen enkele jaarschijf sprake is van
juist kleiner werd als het Rijk minder uitgaf. Dit zorgde voor veel schommelingen in
een structureel sluitende begroting. Vooral in 2026 is ons structurele saldo fors negatief.
het Gemeentefonds. Omdat gemeenten ver vooruit moeten kijken, zijn wij juist gebaat
We hebben dus een opgave om een structureel tekort van zo’n € 14 miljoen op te lossen.
bij stabiliteit. De wens voor een stabieler Gemeentefonds bestaat daarom al langer.
In hoofdstuk 3 geven wij aan hoe we dit willen aanpakken, zodat we in oktober een structureel sluitende begroting kunnen presenteren aan uw raad.
In het coalitieakkoord van het huidige demissionaire kabinet uit 2021 is opgenomen dat een onderzoek plaats moet vinden naar een nieuwe normeringssystematiek, die voor
Het forse negatieve structurele saldo wordt vooral veroorzaakt door de ontwikkelingen
meer stabiliteit zorgt. De bestaande trap op/trap af-systematiek is doorgetrokken tot en
binnen het Gemeentefonds. In de volgende paragraaf gaan we hier wat dieper op in.
met 2025. Daarna is de normeringssystematiek buiten werking gesteld, zonder dat daar een alternatief voor in de plaats kwam. In 2026 en verder was daarom in de Rijksbegroting geen volume-accres opgenomen voor het Gemeentefonds. Dit betekent dat het Gemeentefonds vanaf 2026 niet meegroeit met de welvaart en demografische ontwikkelingen. De algemene uitkering daalt hierdoor. Bij de septembercirculaire 2022 heeft het Rijk in 2026 nog wel € 1 miljard toegevoegd aan het Gemeentefonds. Dit zorgt voor enige compensatie, maar er is op macroniveau nog steeds sprake van een achterblijvend accres van zo’n € 2,3 miljard. Dat betekent dat als de trap op/trap af-systematiek door zou zijn gezet, het Gemeentefonds in 2026 circa € 2,3 miljard hoger zou zijn dan het nu is. Het effect voor Roosendaal is becijferd op circa € 13 miljoen. Daarom wordt 2026 vaak het ravijnjaar genoemd.
16
17
2 Nieuwe systematiek: koppeling aan bruto binnenlands product (bbp)
De opschalingskorting staat overigens los van de nieuwe normeringssystematiek.
In de Miljoenennota 2024 heeft het Rijk per 2027 de overstap naar een nieuwe methode
Ondanks het afschaffen van de opschalingskorting is er vanaf 2026 nog steeds sprake van
voor het vaststellen van het accres verwerkt. Deze methode is gebaseerd op het bruto
een gat van € 2,3 miljard.
binnenlands product (bbp). Ook in de nieuwe methode wordt onderscheid gemaakt naar accres voor het prijspeil en een accres voor het volume:
2.3.4 Korting op Gemeentefonds in 2025
De volumeontwikkeling van het Gemeentefonds wordt gebaseerd op een 8-jaars
In de Voorjaarsnota 2024 heeft het Rijk ook aangekondigd dat het Gemeentefonds
historisch gemiddelde (t-9 t/m t-2) van de ontwikkeling van het bbp,
in 2025 eenmalig gekort wordt met een bedrag van € 675 miljoen.
waardoor het Gemeentefonds minder schommelt.
Voor Roosendaal gaat het om een bedrag van ca. € 3 miljoen, dat we in 2025 minder
De indexatie voor inflatie volgt de prijs bbp van het lopende jaar,
krijgen dan was begroot. Door dit besluit heeft onze gemeente ook al in 2025 een tekort.
waardoor het Gemeentefonds reëel 'op niveau' blijft.
Hier was eerder geen sprake van.
Hoewel de uitname uit het Gemeentefonds eenmalig is, heeft dit wel een effect op ons In de Voorjaarsnota 2024 geeft het demissionaire kabinet aan dat de nieuwe systematiek,
structurele saldo (zie voor meer toelichting hierop paragraaf 2.2). Er vindt momenteel nog
waarbij het Gemeentefonds wordt geïndexeerd op basis van het bbp, al dit jaar ingevoerd
overleg plaats met het InterProvinciaal Overleg (IPO) als toezichthouder van gemeenten
wordt en niet dus pas in 2027. Dit zorgt echter niet voor een hogere algemene uitkering in
om te bekijken of we deze uitname als incidenteel mogen aanmerken.
2026. Hoewel deze nieuwe financieringssystematiek stabiliteit kan brengen, schiet ze tekort om
2.3.5 Ontwikkeling kosten WMO
de groei van de uitgaven voor zorgkosten door vergrijzing en infrastructuur (uitbreiding,
De nieuwe financieringssystematiek, die een koppeling maakt met de ontwikkeling
vernieuwing, renovatie, onderhoud en beheer) op te vangen. Vanwege deze bedenkingen
van het bbp, schiet tekort om de toekomstige kosten van de WMO te kunnen dekken.
loopt er nog een discussie tussen het Rijk en de VNG. Het Rijk heeft in de Voorjaarsnota
Vanwege de vergrijzing zullen de lasten van de WMO sterk oplopen.
2024 een eerste handreiking gedaan voor wat betreft de zorgkosten van de WMO
De opbrengsten van de gemeente, namelijk de algemene uitkering, wordt geïndexeerd
(zie 2.3.5).
met het 8 jaars gemiddelde van het bbp. Dit percentage ligt veel lager dan de verwachte
Het tekort zoals dat eerder is ontstaan vanwege het niet toekennen van volume-accres
kostenontwikkeling van de WMO.
is nog niet opgelost. Er bestaat nog steeds een ‘gat’ van € 2,3 miljard. Hier is door de VNG met het Rijk over gesproken. Afgesproken is dat in de toekomst
2.3.3 Opschalingskorting
(een nader te bepalen deel van de) WMO niet langer via de algemene uitkering van
De opschalingskorting werd in 2015 door het kabinet Rutte II ingevoerd als prikkel voor
het Gemeentefonds gaat, maar via aparte financiering. Afhankelijk van de gekozen
gemeenten om te fuseren. Het idee van het toenmalige kabinet was dat grotere
bekostigingsvorm wordt een passende objectieve indexering onderzocht, die rekening
gemeenten veel schaalvoordelen hebben, waardoor een korting op het gemeentefonds
houdt met de kostenontwikkeling en demografische ontwikkelingen. Vooruitlopend
gerechtvaardigd was. In die tijd wilde het Rijk nog toe naar een systeem met alleen maar
hierop heeft het Rijk al wel middelen gereserveerd om gemeenten tegemoet te komen
100.000-plus gemeenten.
in de hogere lasten van WMO. In 2026 is een bedrag van € 75 miljoen gereserveerd,
Er werd daarom jaarlijks een bedrag uit het Gemeentefonds gehaald, dat uiteindelijk zou
dit loopt op tot € 300 miljoen in 2029.
moeten oplopen tot een structurele korting van € 975 miljoen per jaar. Gemeenten ontvangen hierdoor dus een lagere algemene uitkering uit het Gemeentefonds.
2.3.6 Hervormingsagenda Jeugd
Hoewel de ambitie om te komen tot alleen maar 100.000-plus gemeenten inmiddels
De afgelopen jaren is er veel discussie geweest over de oplopende kosten van gemeenten
door het kabinet Rutte III weer is losgelaten, was de opschalingskorting nog steeds niet
voor de jeugdzorg. Omdat er veel discussie was tussen gemeenten en het Rijk is besloten
van tafel. Sinds 2020 is de opschalingskorting wel bevroren, maar vanaf 2026 zou deze
om een onafhankelijke Commissie van Wijzen in te stellen. Deze commissie moest
weer volledig terugkeren in het Gemeentefonds. Het Gemeentefonds zou met ingang van
beoordelen of de middelen die gemeenten ontvangen voldoende zijn voor de uitvoering
2026 daarom met zo’n € 675 miljoen gekort worden.
van de jeugdzorg. De conclusie van de Commissie van Wijzen was dat gemeenten te weinig middelen voor
18
Inmiddels heeft het demissionaire kabinet in de Voorjaarsnota 2024 de opschalingskorting
de jeugdzorg ontvangen. Maar ook is geconcludeerd dat er hervormingen plaats moeten
geschrapt. Dat houdt in dat vanaf 2026 het Gemeentefonds niet langer gekort gaat
vinden in de jeugdzorg, zodat de zorg ook in de toekomst betaalbaar blijft. Daarom is een
worden. De algemene uitkering wordt hierdoor met ingang van 2026 € 675 miljoen hoger.
Hervormingsagenda Jeugd opgesteld. Hierin zijn maatregelen opgenomen die moeten
Voor Roosendaal betekent dit dat we zo’n € 3,0 miljoen meer ontvangen.
zorgen voor een efficiëntere en betaalbare uitvoering.
19
2 Naar aanleiding van de conclusies van de Commissie van Wijzen heeft het Rijk
besproken moet worden. Op dit moment is het nog onzeker of een nieuw kabinet dit zal
de afgelopen jaren steeds incidenteel middelen aan gemeenten toegekend. Structureel is
repareren, zeker gezien de bezuinigingsopgave die het Rijk zelf heeft.
er echter nog steeds niets toegezegd.
Inzet vanuit de VNG blijft in ieder geval dat er sprake moet zijn van een evenwicht tussen
Naast de extra middelen die gemeenten zouden moeten ontvangen, zou het Rijk ook
taken en middelen en herstel van de financiële verhoudingen. We vormen samen één
zorgen voor maatregelen die de kosten van gemeenten voor de jeugdzorg zouden
overheid en we staan ook samen aan de lat voor grote maatschappelijke opgaven.
beperken. In het coalitieakkoord Rutte IV was een structurele besparing op de lasten van Jeugdzorg (voor zowel jeugdhulp, jeugdbescherming als jeugdreclassering) geraamd
2.3.9 Samenvatting
van € 500 miljoen in 2025. Deze besparing loopt op tot € 511 miljoen in 2027.
In deze paragraaf zijn de ontwikkelingen geschetst die momenteel spelen rondom
Afgesproken is dat het Rijk verantwoordelijk is voor de maatregelen die tot deze besparing
het Gemeentefonds. Samenvattend zijn dat de volgende:
bij gemeenten moet leiden. In de meicirculaire 2024 lezen we dat de maatregelen die
Bij de overgang van de oude naar de nieuwe normeringssystematiek is er
tot de besparing in 2025 moeten leiden nog niet gerealiseerd zijn. Om die reden voegt
voor gemeenten een terugval in inkomsten uit het Gemeentefonds ontstaan.
het Rijk in 2025 eenmalig € 500 miljoen toe aan de algemene uitkering van
Vanaf 2026 gaat het om een bedrag van € 2,3 miljard. Voor Roosendaal gaat het
het Gemeentefonds. Voor Roosendaal betekent dit dat we in 2025 eenmalig
om een bedrag van ca. € 13 miljoen.
een bedrag ontvangen van € 2,5 miljoen.
De VNG heeft hierover overleg met de formerende partijen, maar het is heel onzeker
Welke maatregelen een nieuw kabinet neemt om de besparingen te realiseren is niet duidelijk. Daarmee is het nog onzeker of de besparingen ook daadwerkelijk gerealiseerd kunnen worden.
of er nog reparatie plaatsvindt. In 2025 kort het demissionaire kabinet het Gemeentefonds met € 675 miljoen.
Hierdoor ontvangen gemeenten dus ook in 2025 al minder geld uit het Gemeentefonds. Roosendaal ontvangt ca. € 3 miljoen minder in 2025.
2.3.7 Specifieke uitkeringen (SPUK’s)
In 2025 stort het Rijk eenmalig een bedrag van € 500 miljoen in het Gemeentefonds
Specifieke uitkeringen zijn uitkeringen die het Rijk aan gemeenten verstrekt met
vanwege de Hervormingsagenda Jeugd. Afgesproken was dat het Rijk maatregelen
een specifiek doel. Gemeenten mogen deze middelen alleen voor het betreffende doel
zou doorvoeren die bij gemeenten tot besparingen op de lasten van jeugd moeten
inzetten en moeten hierover verantwoording afleggen aan het Rijk. Specifieke uitkeringen
leiden. Omdat deze maatregelen nog niet gerealiseerd zijn, en gemeenten dus geen
zijn geen onderdeel van het Gemeentefonds. De middelen die we als gemeente via het
lagere lasten hebben, stort het Rijk dit bedrag in het Gemeentefonds. Voor Roosendaal
Gemeentefonds ontvangen mogen we naar eigen inzicht inzetten. Daar hoeven we geen verantwoording over af te leggen aan het Rijk.
betekent dit dat we in 2025 eenmalig een bedrag ontvangen van € 2,5 miljoen. Met ingang van 2026 wordt de opschalingskorting afgeschaft. Hierdoor neemt
De afgelopen jaren is het aantal SPUK’s enorm gestegen. Dat betekent dat ook
het Gemeentefonds vanaf 2026 toe met een bedrag van € 675 miljoen. Gemeenten
de verantwoordings- en controlelasten voor gemeenten fors toegenomen zijn.
ontvangen vanaf 2026 daarom meer geld uit het Gemeentefonds. Roosendaal
Bovendien gaat het principe van een SPUK voorbij aan de autonomie van een gemeente.
ontvangt ca. € 3 miljoen meer. Dit staat los van het tekort dat is ontstaan door
De VNG en het Rijk waren al overeengekomen dat het aantal SPUK’s verminderd zou moeten worden. Bestaande SPUK’s moeten tegen het licht worden gehouden om te
de overgang naar een nieuwe normeringssystematiek. Het Rijk heeft toegezegd om passende, objectieve indexering te onderzoeken voor
beoordelen of zij op korte termijn kunnen worden overgeheveld naar het Gemeentefonds.
de WMO, die recht doet aan de kostenontwikkeling en demografische verwachtingen.
In de budgettaire bijlage van het Hoofdlijnenakkoord van de nieuwe coalitie is voorts te
Vooruitlopend hierop zijn al wel middelen gereserveerd. In 2026 gaat het om
lezen dat de SPUK’s met ingang van 2026 worden overgeheveld naar het Gemeentefonds.
een bedrag van € 75 miljoen. Dit bedrag loopt op tot € 300 miljoen in 2029.
Addertje onder het gras is wel dat dit gebeurt met een korting van 10%.
Op het moment dat deze middelen worden toegekend door het Rijk, ontvangen
Hoe dit zal uitpakken voor de gemeente Roosendaal is op dit moment niet te zeggen.
gemeenten extra middelen voor de WMO. Voor Roosendaal gaat het dan om
Onduidelijk is nog welke SPUK’s over zullen gaan. Daarnaast vallen ook verantwoordingsen controlelasten weg indien de SPUK’s overgaan naar het Gemeentefonds.
een bedrag van ca. € 300.000 in 2026, dat oploopt tot € 1,3 miljoen in 2029. Voor de jeugdzorg heeft het Rijk nog geen structurele middelen toegezegd.
Daarnaast zijn er nog geen maatregelen gerealiseerd die moeten zorgen voor een besparing van de lasten voor de jeugdzorg van gemeenten.
2.3.8 Onzekerheden voor de toekomst Op dit moment hebben gemeenten in heel Nederland te maken met minder inkomsten
De verantwoordelijkheid voor deze maatregelen ligt bij het Rijk. Tussen de VNG en het Rijk is afgesproken dat het aantal Specifieke Uitkeringen (SPUK’s)
uit de algemene uitkering voor de komende jaren. De VNG heeft hier de afgelopen
naar beneden moet. Dit is ook de intentie van de nieuwe coalitiepartijen in Den Haag.
periode intensief overleg over gevoerd met het demissionaire kabinet. Resultaat daarvan
In het Hoofdlijnenakkoord is opgenomen dat vanaf 2026 SPUK’s worden overgeheveld
is het afschaffen van de opschalingskorting en de aanvullende indexering voor de WMO.
naar het Gemeentefonds. Dit zal echter wel gebeuren met een korting op de middelen
Er is echter geen toezegging gedaan over het tekort van € 2,3 miljard als gevolg van
van 10%. Hoe dit voor Roosendaal zal uitpakken is nog niet duidelijk.
het niet toekennen van accres in 2026. Dit is een kwestie die met een nieuw kabinet
20
21
PROCES RICHTING DE PROGRAMMABEGROTING 2025
4 2 3 In het vorige hoofdstuk heeft u kunnen lezen dat we de komende jaren te maken hebben met een terugval van inkomsten uit het Gemeentefonds, met als gevolg structurele begrotingstekorten. Ons college blijft zich de komende periode richten op het uitvoeren van onze prioriteiten uit het Collegeprogramma. Wij vinden het belangrijk om onze plannen te realiseren. Daarom doen we in deze Kadernota geen nieuwe beleidsvoorstellen. De komende periode richten we ons ook op het voorbereiden van voorstellen die voor herstel van onze financiële positie moeten zorgen. Dit betekent dat we bezig zijn met het in kaart brengen van mogelijke bezuinigingsvoorstellen. Enerzijds kijken we hiervoor naar financieel-technische maatregelen, zoals het aanpassen van de manier waarop we ons indexeringspercentage bepalen, of het aanpassen van de fasering van onze investeringen. Omdat we niet verwachten dat we met deze financieel-technische maatregelen ons begrotingstekort helemaal kunnen wegwerken, kijken we anderzijds ook naar beleidsmatige bezuinigingsvoorstellen. Dit betreft het ombuigen van budgetten en het (waar mogelijk) verhogen van onze inkomsten. Dat houdt in dat we moeten beoordelen welke activiteiten we de komende jaren niet of minder gaan uitvoeren. Dit zijn lastige keuzes. We willen daarom graag weten hoe uw raad denkt over mogelijke bezuinigingsvoorstellen.
Op 11 september organiseren we een opiniërende themabijeenkomst met uw raad. We willen dan graag met uw raad spreken over mogelijke bezuinigingsvoorstellen. De input van deze opiniërende bijeenkomst kan ons college betrekken bij de afwegingen om tot een structureel sluitende Programmabegroting 2025 te komen. U ontvangt de Programmabegroting 2025 op 3 oktober, zodat besluitvorming over de begroting op 7 november door uw raad kan plaatsvinden. Onze begroting is daarmee tijdig vastgesteld zodat we voldoende tijd hebben om ons te kunnen voorbereiden op de uitvoering ervan. Bovendien voldoen we hiermee aan het Gemeenschappelijk Toezichtskader van de provincie voor wat betreft de aanlevering van onze begroting bij de toezichthouder.
PROCES RICHTING DE PROGRAMMABEGROTING 2025 KADERNOTA 2025
22
23
Bezoekadres Stadserf 1 T 14 0165 info@roosendaal.nl Postadres
Postbus 5000 4700 KA Roosendaal roosendaal.nl