Bijlage Kadernota_2022.pdf
Tekst van het document
28
Met dit wetsvoorstel krijgen gemeenten de taak een prenataal huisbezoek aan te bieden aan zwangere vrouwen en/of hun gezinnen in een kwetsbare situatie. Roosendaal ontvangt hiervoor in 2022 € 24.000. De GGD zal deze taak voor onze gemeente uitvoeren. •
Wet Open Overheid: Op 26 januari 2021 heeft de Tweede Kamer de (Wijzigingswet) Wet open overheid (Woo) aangenomen. Het betreft een initiatiefwet uit de Tweede Kamer die beoogt de gehele overheid transparanter en toegankelijker te maken. Met dit wetsvoorstel geven de initiatiefnemers zowel de actieve als de passieve openbaarmaking van overheidsinformatie een nieuwe basis, verankeren zij het recht op toegang tot informatie wettelijk en beogen zij de informatievoorziening en informatiehuishouding van het Rijk en decentrale overheden te verbeteren. De Eerste Kamer dient nog een besluit te nemen over de Woo. Bij instemming van de Eerste Kamer zal de wet een half jaar later in werking treden. Dit zal waarschijnlijk in het eerste kwartaal van 2022 zijn. De huidige Wet openbaarheid van bestuur (Wob) word ingetrokken bij de inwerkingtreding van de Woo. Vooruitlopend op de besluitvorming in de Eerste Kamer heeft het kabinet bij de kabinetsreactie op het rapport ´Ongekend Onrecht´ van de Parlementaire ondervragingscommissie Kinderopvangtoeslag (POK) financiële middelen vrijgemaakt. Met de beschikbaarstelling van deze financiële middelen ondersteunt het Rijk gemeenten bij de implementatie en uitvoering van de Woo. De financiële middelen bestaan uit zowel incidentele als structurele middelen.
De incidentele middelen (voor de periode 2022 tot en met 2026) zijn bestemd voor het verbeteren van systemen, het opleiden van medewerkers en het aanpassen van processen en de organisatie. De structurele middelen zijn bedoeld voor de actieve openbaarmaking van de informatiecategorieën zoals genoemd in de Woo, het aanwijzen van een contactfunctionaris en het beheer en onderhoud van systemen.
•
DU Armoedebestrijding onder kinderen: Met ingang van 2017 ontvangen gemeenten structureel middelen voor de bestrijding van de gevolgen van armoede onder kinderen. Jaarlijks vindt in de meicirculaire actualisatie plaats van deze middelen voor het jaar t+1 en verder. De middelen worden verdeeld op basis van door het CBS ontwikkelde gegevens over kinderen met een kans op armoede. Als gevolg van de actualisatie ontvangt Roosendaal vanaf 2022 € 14.000 minder.
•
DU Heroriëntatie zelfstandigen: Bij de aankondiging van het tweede steun- en herstelpakket in 2020 is aangegeven dat gemeenten vanaf 1 januari 2021 ondersteuning bieden aan zelfstandig ondernemers die zich willen heroriënteren Hiervoor zijn extra middelen beschikbaar voor gemeenten. Roosendaal ontvangt een bedrag van € 23.000 in 2021.
•
DU Jeugd aan Zet: Op verzoek van het Veiligheidsberaad is het gemeentelijk programma Jeugd aan Zet in Crisistijd verlengd met een wintereditie. Het programma beoogt jongeren te ondersteunen die geraakt worden door de effecten van de coronacrisis. Roosendaal ontvangt hiervoor € 10.000 in 2021.
29
Ontwikkelingen met betrekking tot de algemene uitkering •
Herijking verdeling Gemeentefonds Op 2 februari hebben de fondsbeheerders de Raad voor het Openbaar Bestuur (ROB) advies gevraagd over het voorlopige voorstel voor de nieuwe verdeling van het Gemeentefonds. De adviesaanvraag en de achterliggende berekeningen van de voorlopige uitkomsten zijn gepubliceerd op de website van de rijksoverheid. De ROB heeft in een tussenbericht om meer toelichting op de keuzes en effecten gevraagd Ook heeft de ROB enkele kritische kanttekeningen geplaatst bij de uitlegbaarheid van de uitkomsten, met name in het sociaal domein. De Tweede Kamer heeft naar aanleiding van de adviesaanvraag eveneens vragen gesteld. Op dit moment zijn de fondsbeheerders bezig met een analyse waarin de reacties van de ROB en de Tweede Kamer worden betrokken. Met de ROB is afgesproken dat het nieuwe verdeelstelsel, zodra het gereed is, gedeeld wordt met de ROB, zodat de ROB tot een eindadvies kan komen. Het aangepaste verdeelvoorstel zal naar verwachting begin juni 2021 gereed zijn en, samen met de geactualiseerde voorlopige uitkomsten per gemeente, op de website van de gemeente Roosendaal gepubliceerd worden. Ook zal dan de VNG om advies gevraagd worden. Besluitvorming over de invoering van een nieuwe verdeling - voorzien per 1 januari 2023 - is aan het nieuwe kabinet.
•
Extra incidentele middelen jeugd In het Bestuurlijk Overleg van 2 juni jl. hebben het kabinet en de VNG de uitspraak van de arbitragecommissie (Commissie van Wijzen (CvW)) besproken. Naar aanleiding daarvan verwerkt het Rijk in de Miljoenennota 2022 een bedrag van € 1,3 miljard voor het jaar 2022. In de septembercirculaire 2021 worden de middelen verdeeld over de gemeenten. Het oordeel van de Commissie van Wijzen (CvW) is verzonden aan de Tweede Kamer, waarmee het ook als inbreng voor de kabinetsformatie dient. Het oordeel onderstreept de grote, gezamenlijke opgave om het jeugdstelsel beter te beheersen en te verbeteren.
Integratie-uitkeringen Participatie en Voogdij / 18+ Met ingang van 2019 bestaat de integratie uitkering sociaal domein (IUSD) niet meer. Het grootste deel van de IUSD is overgeheveld naar de algemene uitkering. Daarmee maken deze onderdelen ook deel uit van de trap op / trap af-systematiek. Niet alle onderdelen van de IUSD konden echter opgenomen worden in de verdeelsystematiek van de algemene uitkering. Deze onderdelen zijn vanaf 2019 omgezet naar een integratie-uitkering. Voor Roosendaal betekent dit dat er twee nieuwe integratieuitkeringen voor terug zijn komen: de IU Participatie en de IU Voogdij / 18+.
30
Integratie-uitkering Participatie In deze integratie-uitkering zijn middelen opgenomen ten behoeve van Wajong, Begeleid werken en Wsw. De verwachting is dat de onderdelen Wajong en regulier werk (onderdeel van Begeleid werken) in de toekomst overgaan naar de algemene uitkering. De onderdelen Wsw en Beschut werk (onderdeel van Begeleid werken) kunnen niet geïntegreerd worden met de algemene uitkering. Deze onderdelen zullen op het moment dat de onderdelen Wajong en regulier werk worden overgeheveld naar de algemene uitkering worden omgezet in een decentralisatie-uitkering. De IU Participatie laat de volgende ontwikkeling zien:
IU Participatie (Bedragen * € 1.000)
2021
2022
2023
2024
2025
Meicirculaire 2021
14.758
14.443
14.128
13.856
13.554
Decembercirculaire 2020
14.401
14.108
13.807
13.522
13.237
357
336
321
334
317
Verschil
De IU Participatie is voor alle jaren gestegen ten opzichte van de raming bij de decembercirculaire 2020. Dit wordt veroorzaakt door de indexatie van de uitkering. Integratie-uitkering Voogdij / 18+ Het grootste deel van het jeugdhulpbudget wordt verdeeld over gemeenten op basis van een objectief verdeelmodel. Voor jeugdigen met een voogdijmaatregel óf van 18 jaar en ouder wordt het budget verdeeld op basis van het zorggebruik in eerdere jaren. Het budget voor voogdij en 18+ kan niet worden overgeheveld naar de algemene uitkering zolang het historisch wordt verdeeld. Daarom blijft dit als de integratie-uitkering Voogdij/18+ bestaan. Er wordt onderzocht of deze middelen objectief verdeeld kunnen worden nadat het woonplaatsbeginsel is aangepast. Als overtuigend wordt aangetoond dat dat kan, worden deze budgetten overgeheveld naar de algemene uitkering.
IU Voogdij / 18+ (Bedragen * € 1.000)
2021
2022
2023
2024
2025
Meicirculaire 2021
2.220
2.677
2.677
2.677
2.677
Decembercirculaire 2020
2.175
2.175
2.175
2.175
2.175
45
502
502
502
502
Verschil
De IU Voogdij / 18+ kent een systematiek waarbij op basis van historisch zorggebruik (T-2) per gemeente de gemiddelde dagprijzen worden vermenigvuldigd met het aantal zorgdagen. Voor 2021 zijn de bedragen per gemeente opgehoogd met de toevoeging van loon- en prijsbijstelling 2021. Voor 2022 zijn nieuwe gegevens over het jaar 2020 bekend die gebruikt zijn voor de verdeling van de bedragen. Daarbij is het budget 2022 verdeeld op basis van het nieuwe woonplaatsbeginsel. Deze mutaties zorgen ervoor dat Roosendaal met ingang van 2022 € 502.000 meer ontvangt.
31
5. Bijlage: Vorming en werking egalisatiereserve Participatie Volgens de begroting 2022 van het Werkplein lopen de lasten van het Werkplein de komende jaren fors op. Dit is te verklaren door de verwachte stijging van het aantal bijstandsklanten (conform de ramingen van het CPB). Daarnaast is er natuurlijk nog steeds sprake van grote onzekerheden vanwege Corona. Het nadeel voor Roosendaal voor de komende jaren is in onderstaande tabel weergegeven:
Werk & Participatie
Inkomen
Inkomensondersteuning
Bedrijfsvoering
Totaal
2022
€ 109.481 V
€ 2.823.705 N
€ 19.349 V
€ 197.227 N
€ 2.892.102 N
2023
€ 85.099 V
€ 4.366.825 N
€ 24.195 V
€ 233.387 N
€ 4.490.918 N
2024
€ 58.790 V
€ 5.248.670 N
€ 29.134 V
€ 281.817 N
€ 5.442.563 N
2025
€ 58.062 N
€ 6.151.752 N
€ 34.391 N
€ 398.700 N
€ 6.642.905 N
Tegenover de hogere lasten van het Werkplein staan ook baten. Gemeenten krijgen rijksmiddelen voor het verstrekken van bijstandsuitkeringen en loonkostensubsidies (het BUIG-budget). Op dit moment hebben we in onze begroting een hele voorzichtige raming van deze baten opgenomen, om op deze manier tegenvallers op te kunnen vangen. Deze voorzichtige schatting is nu echter niet meer voldoende om de tekorten op de langere termijn te dekken. De noodzaak is ontstaan om ook de batenkant van de bijstand realistisch te ramen en deze tegenover de lasten te zetten in onze begroting. Op die manier ontstaat meer evenwicht. Het macrobudget van de BUIG-middelen zijn meerjarig te vinden in de begroting van het ministerie van SZW. Vervolgens is op gemeenteniveau te ramen welk aandeel we hebben in het macrobudget (het budgetaandeel). Het budgetaandeel van Roosendaal heeft zich in de afgelopen jaren bewogen tussen 0,49% en 0,51%. Met deze bandbreedte in het achterhoofd gaan we voor de komende jaren uit van een voorzichtige schatting van het budgetaandeel van Roosendaal van 0,49%. In onderstaande tabel is weergegeven hoe het macrobudget zich de komende jaren ontwikkelt. Daarbij is ook aangegeven welk bedrag daarvan voor Roosendaal is, uitgaande van een budgetaandeel van 0,49%.
32
Jaar
Macrobudget BUIG
BUIG-budget Roosendaal
Budgetaandeel Roosendaal
2022
€ 7.229,7 miljoen
€ 35.425.727
0,4900%
2023
€ 7.161,3 miljoen
€ 35.090.215
0,4900%
2024
€ 7.085,8 miljoen
€ 34.720.505
0,4900%
2025
€ 7.013,4 miljoen
€ 34.365.615
0,4900%
In onze begroting zijn we meerjarig uitgegaan van een voorzichtige schatting van het BUIG-budget van € 30.026.977. Dit betekent dat er forse voordelen ontstaan als we de bedragen uit de gemeentebegroting afzetten tegen de raming van de BUIG-budgetten.
Jaar
BUIG-budget in gemeentebegroting
Geraamde BUIG-ontvangsten Roosendaal
Voordeel
2022
€ 30.016.977
€ 35.425.727
€ 5.408.750
2023
€ 30.016.977
€ 35.090.215
€ 5.073.238
2024
€ 30.016.977
€ 34.720.505
€ 4.703.528
2025
€ 30.016.977
€ 34.365.615
€ 4.348.638
Kanttekening bij de bovenstaande bedragen is nog wel dat er in de Rijksbegroting 2022 nieuwe ramingen door het ministerie van SZW gepubliceerd worden met betrekking tot de BUIG-budgetten. Dat betekent dus dat de bovenstaande bedragen op dat moment weer aangepast zullen worden. Zodra de nieuwe ramingen er zijn, zullen we de berekeningen daarop aanpassen. Nu zowel de lasten als de baten bekend zijn, kunnen de voor- en nadelen tegen elkaar worden afgezet:
Jaar
Nadeel lasten Werkplein
Voordeel baten BUIG
Saldo Voordeel (V)/Nadeel (N)
2022
€ 2.892.102 N
€ 5.408.750 V
€ 2.516.648 V
2023
€ 4.490.918 N
€ 5.073.238 V
€ 582.320 V
2024
€ 5.442.563 N
€ 4.703.528 V
€ 739.035 N
2025
€ 6.642.905 N
€ 4.348.638 V
€ 2.294.267 N
Hieruit blijkt dat de voordelen op de BUIG-middelen in de eerste twee jaren voldoende zijn om de nadelen van de hogere lasten te dekken. Vanaf 2024 geldt dit echter niet meer. Om de voordelen uit de eerste jaren aan te kunnen wenden om de nadelen in de laatste twee jaren te kunnen dekken, is een egalisatiereserve nodig. In 2022 en 2023 worden de voordelen dan gestort in de egalisatiereserve en in 2024 en 2025 worden de nadelen gedekt uit de reserve. Bij de jaarrekening 2020 is voorgesteld om het voordeel op het Werkplein in 2020 over te hevelen naar 2021; dit betrof een bedrag van € 1,9 miljoen. De redenering daarbij was dat het nog erg onzeker was hoe de situatie rondom Corona zich zou gaan ontwikkelen. Het is nog steeds onduidelijk wat er gebeurt als de steunmaatregelen vanuit het Rijk worden stopgezet. Vanuit die onzekerheid is voorgesteld om het voordeel over te hevelen, zodat eventuele klappen die nog zouden komen opgevangen kunnen worden.
33
Op dit moment lijkt het erop dat de instroom in de bijstand in 2021 alleszins meevalt ten opzichte van de ramingen in de vastgestelde begroting 2021. Dit betekent dat de grote lastenstijging vanwege een groter aantal bijstandsuitkeringen lager is dan was geraamd in de begroting 2021 van het Werkplein. De overgehevelde middelen zijn daarom op dit moment niet nodig om eventuele nadelen op te vangen. Om deze middelen toch beschikbaar te houden voor participatie stellen we voor om deze middelen in de egalisatiereserve te storten als extra buffer. Op basis van alle bovenstaande cijfers ziet het verloop van de reserve voor de komende jaren er dan als volgt uit:
Saldo 1-1 Stortingen: - Overgehevelde middelen 2020
2021
2022
2023
2024
2025
€0
€ 1.961.000
€ 4.477.648
€ 5.059.968
€ 4.320.933
€ 2.516.648
€ 582.320 € 739.035
€ 2.294.267
€ 4.320.933
€ 2.026.666
€ 1.961.000
- Verwacht voordeel BUIG Onttrekkingen: - Hogere lasten bijstand Saldo 31-12
€ 1.961.000
€ 4.477.648
€ 5.059.968
Over twee jaar willen we de werkwijze zoals hierboven beschreven evalueren. Deze evaluatie moet een antwoord geven op: •
Helpt de reserve om de gemeentebegroting niet of minder gevoelig te maken voor de lasten van de bijstand?
•
Loopt het saldo van de reserve niet te veel op? Is een plafond wenselijk?
•
Kan de reikwijdte van de reserve uitgebreid worden voor participatie in brede zin? Dan zouden bijvoorbeeld ook de voor- en nadelen op de WVS hierin opgenomen kunnen worden.
Deze evaluatie zal plaatsvinden in het voorjaar van 2023. Op dat moment werken we twee jaar met deze systematiek. We hebben tegen die tijd meer gevoel bij de onderliggende ramingen (in hoeverre komen deze uit?). In 2024 ligt ook het omslagpunt, dus is het van belang om dan te kunnen beoordelen of de systematiek werkt en ook echt nodig is. In het voorjaar van 2023 wordt ook de eerste Kadernota van een nieuw college opgesteld. Een nieuw college kan er dan ook nog voor kiezen om een andere werkwijze te hanteren.
34
35
Bezoekadres Stadserf 1 T 14 0165 info@roosendaal.nl Postadres Postbus 5000 4700 KA Roosendaal roosendaal.nl