Bijlage Gebiedsvisie -interactief.pdf
Tekst van het document
bevordert een goede omgevingskwaliteit met een veilige en gezonde leefomgeving; b. bevordert zorgvuldig ruimtegebruik, waaronder de transformatie van verouderde stedelijke gebieden; c. geeft optimaal invulling aan de mogelijkheden voor productie en gebruik van duurzame energie;
Terug naar bijlagen
d. houdt rekening met klimaatverandering, waaronder het tegengaan van hittestress en voldoende ruimte voor de opvang van water; e. geeft optimaal invulling aan de mogelijkheden voor duurzame mobiliteit; f. draagt bij aan een duurzame, concurrerende economie. Nationaal programma Leefbaarheid en Veiligheid Westrand Roosendaal is één van de focusgebieden in het nationaal programma Leefbaarheid en Veiligheid. Dit programma heeft als doel om de negatieve spiraal van stapeling van diverse grootstedelijke problemen te doorbreken door middel van een gebiedsgerichte inzet. In aanvulling op het generieke beleid op het terrein van wonen, werken, inkomen, onderwijs, veiligheid en gezondheid vindt het Rijk een gebiedsgerichte inzet nodig voor het verbeteren van de kwaliteit van de woningvoorraad en de leefomgeving, en zijn extra inspanningen nodig voor het stimuleren van scholing en participatie op de arbeidsmarkt. Om tot een structurele verbetering van de leefbaarheid in wijken te komen, ziet het Rijk uitkomsten door in het fysieke domein te investeren en dit te verbinden met een sociaaleconomische aanpak en met een aanpak op veiligheid; een samenspel tussen fysieke en sociale ingrepen, aangevuld met een aanpak van normstelling en handhaving. Het nationaal programma heeft drie doelstellingen; 1.
Het verbeteren van de fysieke leefomgeving; het doel is het realiseren van meer kwalitatief goede woningen in een gemengde wijk waar het veilig en leefbaar wonen is; 2. Het bieden van een beter perspectief en 3. Het vergroten van de veiligheid. In het programma staat een aantal maatregelen die kunnen helpen in de opgave in de Westrand: Meer ruimte creëren voor experimenten en maatwerk; waar relevant kan de Wet bijzondere maatregelen grootstedelijke problematiek worden aangevuld. Het Rijk onderzoekt of Rijksmiddelen meer ontschot en gebiedsgericht kunnen worden ingezet. De markttoets wordt opgeschort voor deze kabinetsperiode om woningcorporaties te stimuleren middenhuurwoningen te bouwen. De inzet is om de middelen van de corporatiesector optimaal in te zetten voor de volkshuisvestelijke opgave om zo wijken leefbaarder te maken. Waar nodig krijgen corporaties projectsteun. De woningcorporaties moeten deze steun met elkaar opbrengen, op basis van de waarde van hun woningbezit. Als onderdeel van het programma Een (t)huis voor iedereen wordt toegewerkt naar meer balans in de woningvoorraad, met een streven naar 30% sociale huurwoningen in iedere gemeente. Daar waar het toegroeien naar 30% evident niet logisch of haalbaar is, wordt gekeken hoe het mogelijk is om woningen toe te voegen voor huishoudens met een middeninkomen.
Opgaven kunnen financieel en juridisch ondersteund worden door het rijk middels het Volkshuisvestingsfonds (met name voor verduurzaming van de particuliere voorraad), de Woningbouwimpuls (met name voor verdichtingsopgaven in stedelijk gebied), en het nationaal Isolatieprogramma. De Huisvestingswet wordt aangepast, zodat meer sturing ontstaat voor gemeenten om de woningen ten goede te laten komen aan mensen met een economische, maatschappelijke of lokale binding. Het betreft zowel woonruimteverdeling (‘wie krijgt
Terug naar bijlagen
voorrang op welke woning?’) en woonruimtevoorraadbeheer (‘wat mag je doen met een woning?’). Programma Een thuis voor iedereen Ook in het programma ‘Een thuis voor iedereen’ (onderwerp uit de Nationale Woon- en Bouwagenda) ligt een directe relatie met de ambities van het Nationaal Programma Leefbaarheid en Veiligheid. In kwetsbare wijken is nu vaak sprake van een sterke concentratie van aandachtsgroepen. Met de programmering van nieuwbouw voor aandachtsgroepen moet verlichting voor deze wijken het uitgangspunt zijn. Daarnaast kan de toevoeging van nieuwbouw in kwetsbare wijken helpen om te komen tot een meer gebalanceerde mix van woningen en huishoudens. Programma Woningbouw Ook het Programma Woningbouw is een onderdeel van de Nationale Woon- en Bouwagenda. Het programma is er op gericht om te zorgen voor meer passende woningen op de juiste plek. Het bouwen van voldoende woningen is een gezamenlijke uitdaging voor overheden, corporaties en marktpartijen. Veelal kunnen knelpunten alleen samen worden opgelost. Om aan te sluiten bij de grote behoefte aan betaalbare woningen, wil het Rijk dat ten minste twee derde (600.000 woningen) van de nieuwe woningen betaalbare 1 huur- en koopwoningen zijn, waarvan de helft door corporaties wordt gebouwd. Het streven naar ten minste twee derde betaalbare huur- en koopwoningen geldt op regionale schaal en is vanaf 2025 bedoeld als norm.
Het kabinet heeft in 2023 eveneens een wetsvoorstel betaalbare huur voorgesteld voor regulering van de middenhuur. Eén van de punten is dat de grens van de huurprijsbescherming op basis van het woningwaarderingsstelsel (WWS) komt te liggen bij 187 punten. En een ander punt is dat het energielabel zwaarder meetelt in de maximale huurprijs. De Raad van State heeft eind november 2023 advies op het wetsvoorstel uitgebracht. Het Rijk ondersteunt haar inzet met subsidies, waarvan de twee meest relevante in dit kader zijn: De Woningbouwimpuls gericht op het versnellen van de bouw, het vergroten van het aantal nieuwbouwwoningen in een project of het vergroten van de betaalbaarheid van die woningen voor starters en mensen met een middeninkomen. De zesde tranche gaat eind 2023 open. Het Volkshuisvestingsfonds is bedoeld voor herstructurering van de woningvoorraad in de meest kwetsbare gebieden met als doel om de leefbaarheid en veiligheid aldaar te verbeteren. Een aanvraag mag bestaan uit woningverbetering (renovatie en verduurzaming), transformatie naar wonen, sloop/nieuwbouw en inponding (voor herstructurering). Eind 2023 is bekend geworden dat Roosendaal een Rijksbijdrage krijgt voor bijna € 15 miljoen. Woondeal Stedelijk Brabant De woondeal West-Brabant West beschrijft de woonopgave tot en met 2030.
De gemeente Betaalbare huurwoningen zijn woningen met een huur van 1000 euro per maand of minder; betaalbare koopwoningen zijn woningen tot aan de NHG-grens (355.000 euro in 2022)
1
Terug naar bijlagen
Roosendaal heeft hierin afspraken met buurgemeenten, corporaties, de provincie en het Rijk vastgelegd over beschikbaarheid, betaalbaarheid en kwaliteit van woningen. Van de 130.600 woningen dienen er (minimaal) 8.630 woningen netto te worden gerealiseerd in West-Brabant west. Deze opgave is gebaseerd op de taakstelling van het Rijk waarbij een uitsplitsing is gemaakt op basis van de (provinciale) bevolkingsprognose. De Brabantse Agenda wonen is in overeenstemming met de woondeal. In deze agenda zijn de belangrijkste doelen: versnelling van de woningbouwproductie, vernieuwing en verduurzaming van de bestaande woningvoorraad en het ombouwen van leegstaand vastgoed naar woonruimte. Beleidskader wonen en werken Het beleidskader wonen en werken is een actualisatie van het Brabantse verstedelijkingsbeleid. Het is een uitwerking van het beleid uit de Omgevingsvisie voor wonen en werken. Bijzondere aandacht krijgen de vraag naar voldoende, passende woningen en de verduurzaming van werklocaties waarbij ‘het juiste bedrijf op de juiste plek’ het uitgangspunt is. Voor wonen is de verwachting dat de bevolking blijft groeien, zij het de komende decennia in een afnemend tempo tot 2040. De groei wordt de laatste jaren vooral bepaald door de (sterk) toegenomen buitenlandse migratie en de verwachting is dat dit blijft.
Tegelijkertijd ziet de provincie in toenemende mate vergrijzing, en daarmee samenhangend een groei in het aantal éénpersoonshuishoudens. Bouwen voor de doorstroming ziet de provincie dan ook als belangrijk onderdeel voor een passende woning voor iedereen in de toekomst. Dit heeft niet alleen effect op de woningbouw, maar ook op onder andere de economie, arbeidsmarkt, gezondheidszorg en voorzieningen. Er blijft ook een ruimtevraag naar andere functies/activiteiten zoals bedrijventerreinen. De ruimte moet daarom goed worden benut. De mogelijkheden voor woningbouw in het bestaand stedelijk gebied, waaronder de ombouw naar woningtypen voor één- en tweepersoonshuishoudens in bestaande wijken, moeten optimaal worden benut. Verdichting binnen de steden en dorpen draagt bij aan het behoud van voorzieningen en verbetert daarmee ook de leefbaarheid, het vestigingsklimaat en de aantrekkelijkheid van Brabant als plek om te wonen en werken. Naast de kwantiteiten (‘hoeveel te bouwen’) zijn de kwaliteiten belangrijk (‘voor wie en wat te bouwen’). Met name de vraag naar betaalbare huur- en koopwoningen is groot. Bovendien gaat het niet alleen om het voorzien in de behoefte van huishoudens aan voldoende en geschikte woonruimte.
Meer en meer gaat het, zo stelt de provincie, ook om de meerwaarde van het wonen als een van de drijvende krachten achter tal van sociaal-maatschappelijke en ruimtelijkkwalitatieve (transitie)opgaven. Voor werken geldt dat waar mogelijk gebruik wordt gemaakt van bestaande locaties en terreinen. Toch is ook uitbreiding nodig, onder andere ingegeven door de energietransitie, circulaire economie en de groei van bestaande bedrijvigheid die extra ruimte vragen. Functiemenging in gebieden waar dit vanuit milieu-impact mogelijk is, draagt bij aan aantrekkelijkheid en levendigheid van steden en dorpen, behoud van werkgelegenheid, behoud van ruimte op bedrijventerreinen en het verminderen van automobiliteit. In centrumgebieden is er een transformatieopgave om deze gebieden toekomstbestendig(er) te maken, zodat ze hun (ontmoetings-)functie ook in de toekomst behouden. Het aantal panden dat in gebruik is voor
Terug naar bijlagen
retail neemt jaarlijks nog steeds af. Dit betekent dat er aandacht nodig is voor de centrumgebieden om langdurige leegstand te voorkomen en deze gebieden tegelijkertijd aantrekkelijk te houden. De provincie geeft daarom aan dat het belangrijk is terughoudend om te gaan met uitbreiding van retailfuncties. Zowel de economische als sociale functie van de centra zal in de transformatieopgaven moeten worden meegenomen. Juist de samenhang tussen (uitbreidings)wijken, de afstand tot voorzieningen zal in de ruimtelijke afwegingen moeten worden meegenomen. Contouren Programma Werklocaties Het Rijk wil dat het huidig ruimtebeslag van 2,5% in Nederland bestemd is voor economische activiteiten (exclusief landbouw). Voor wonen is dit overigens 7%. Van de verschillende prioriteiten is voor de thema’s wonen, werken en voorzieningen in dit kader relevant: ‘behouden van een goed vestigingsklimaat voor het mkb’. De contouren zijn vertaald in een Programma ‘Ruimte voor Economie’. Dit programma heeft vier doelen, die het Rijk samen met gemeenten en provincies wil uitvoeren om de beschikbare ruimte optimaal te gebruiken. Deze doelen zijn: 1) zorgen voor meer balans in vraag en aanbod van werklocaties, 2) cluster van bedrijven versterken, 3) bestaande bedrijventerreinen beter benutten en 4) bedrijven helpen bij hun bijdrage aan het klimaatakkoord.
Detailhandel en centrumontwikkeling De provincie ziet dat centrumgebieden onder druk staan, door de opkomst van internetwinkelen en de gevolgen van de coronacrisis. De provincie ziet ‘winkelen’ meer en meer als een combinatie van kopen, ontmoeten, beleven en ontspannen. De provincie heeft 11 richtinggevende principes meegegeven voor het maken van regionale afspraken over detailhandel in gemeenten. De relevante principes zijn: - voeg per saldo géén winkelmeters toe en streef naar vermindering van het totaal aantal winkelmeters - benoem perspectiefrijke en perspectiefarme winkelgebieden - investeer in en creëer sociale meerwaarde in perspectiefrijke gebieden en biedt alternatieven voor perspectiefarme gebieden (andere functies den detailhandel) - nieuwe detailhandelsontwikkelingen alleen in of aansluitend aan perspectiefrijke winkelgebieden - speel in op ruimtelijke effecten van internetwinkel: bestem afhaalpunten van internetwinkels zo veel mogelijk in of aansluitend aan winkelgebieden - verwijder onbenutte en vrijkomende detailhandelsbestemmingen op ongewenste locaties uit bestemmingsplannen
Terug naar bijlagen
3. Roosendaals beleid op wonen, werken en voorzieningen Ook op lokaal niveau zijn beleidswensen en ambities op gebied van wonen, werken en voorzieningen aanwezig. Soms zijn deze al concreet vertaald naar de Westrand. Hieronder volgt hiervan een overzicht. Omgevingsvisie De gemeente Roosendaal wil tot 2030 een ‘verbonden’ stad zijn; met elkaar, met de wijken en dorpen, met de stad en met de regio. De gemeente wil van ‘de menselijke maat’ zijn en met mens en natuur in balans zijn. Concreet betekent dit dat wijken ruim van opzet zijn, met veel ruimte voor ontmoeten en bewegen. Nieuwe woningbouwplannen worden zo ontworpen dat elkaar ontmoeten vanzelfsprekend is. Bij nieuwbouw in de stad kiest de gemeente vaker voor hoogbouw, om zo ruimte te maken voor meer groen in de wijk en meer groene verbindingen binnen de stad. De gemeente wil verder ook ruimte bieden aan talent en ondernemerschap door ruimte te bieden aan bedrijven, opleidingen en studenten. Daarnaast wil de gemeente de jeugd perspectief bieden, ondermijning aanpakken, zorgen voor genoeg betaalbare woningen, investeren in (zorg)voorzieningen in elke wijk en zorgen voor een veilige leefomgeving. Woonagenda De Woonagenda heeft als doel te komen tot een aantrekkelijke woningmarkt voor elke Roosendaler.
Dit betekent dat er voldoende (betaalbare) woningen beschikbaar moeten zijn, maar ook een woonomgeving met goede voorzieningen, een aantrekkelijke openbare ruimte en een veilige leefomgeving. Daarom wordt tot 2025 ingezet op differentiatie, doorstroming en duurzaamheid. De gemeente gaat zich richten op meer differentiatie in de wijken en dorpen. Dit betekent bijvoorbeeld, dat samen met de woningcorporaties wordt gekeken naar de bouw van nieuwe sociale huurwoningen, die bij voorkeur zoveel mogelijk worden gebouwd in wijken waar dit soort woningen nu relatief weinig aanwezig zijn. Uit het woningmarktonderzoek 2019 blijkt dat er in Roosendaal veel behoefte is aan appartementen, vooral door de toename van 1- en 2 persoonshuishoudens. De bouw van appartementen zal een positief effect hebben op een doorstroming, die noodzakelijk is voor een evenwichtige woningmarkt. Bij de woonagenda hoort de woningbouwprogrammering. Deze wordt elk jaar geactualiseerd. In 2023 komt er een nieuwe provinciale raming beschikbaar. Deze wordt in een volgende actualisatie verwerkt. Nu voorziet Roosendaal voor de periode 2023-2030 een groei van op te leveren woningen 5.175 woningen en voor 2030-2040 een groei van 5.320 woningen. Bij een gemiddelde productie van 200 woningen per jaar is dit een zeer forse versnelling.
De woonagenda is vervolgens vertaald in een uitvoeringsprogramma, het zogenaamde Woonconvenant Roosendaal 2022-2025. Samen met corporaties is uitvoering gegeven aan het gemeentelijk beleid. Differentiatie en doorstroming zijn hoofddoelen hierin. Differentiatie: • Uitgangspunt is een verdeling van 30% sociale huur en 70% koop/middeldure huur op wijk-/ dorpsniveau. • Sturing door nieuwbouw, transformatie, sloop, verkoop, aankoop en aanpassing van de bestaande voorraad.
Terug naar bijlagen
Leefbaarheid, veiligheid en draagkracht van de buurt als uitgangspunt bij nieuwbouw en/of transformatie. Doorstroming: • Versnelling nieuwbouw: toevoegen van woningen. • Bestaande woningvoorraad aanpassen aan vraag. • Actieve sturing vanuit de gemeente. • Stimuleren verhuisbewegingen. •
Detailhandelsnota In de detailhandelsnota (2015) wordt aangegeven dat de omvang van het aanbod van de dagelijkse sector wat minder is dan in de referentiegemeenten en in de niet-dagelijkse sector wat hoger. De focus ligt op behoud van dagelijkse voorzieningen, waarbij nabijheid belangrijk wordt geacht. De gemeente streeft een fijnmazige structuur na. De Rembrandtgalerij (Westrand) wordt specifiek benoemd. Het centrum heeft de uitstraling van een buurtcentrum en kent een maat van 1.516 m2 wvo. Het kent zowel dagelijkse, als nietdagelijkse voorzieningen. Ruimtelijk gezien is het centrum sterk verouderd en introvert. Gesteld kan worden het centrum toe is aan zowel een ruimtelijke als functionele impuls. In de omgeving van het centrum is een huisartsenpraktijk en wijkcentrum gevestigd. Aangegeven is dat het buurtcentrum kan doorontwikkelen tot een klein wijkwinkelcentrum met een omvang van ca. 3.000 m2 wvo in de dagelijkse sector (waarvan minimaal twee complementaire (verplaatsende) supermarkten) en 1.000 m2 wvo in de niet-dagelijkse sector. e 3. Vertaling naar de Westrand
Terug naar bijlagen
N
4. Vertaling naar de Westrand
Figuur 1. Grenzen Westrand
Redenerend vanuit het beleid zou het logisch zijn voor de Westrand uit te gaan van verdichting met aandacht voor klimaatslimme oplossingen. Nieuwe woningbouwplannen worden zo ontworpen dat elkaar ontmoeten vanzelfsprekend is. Bij nieuwbouw wordt in de Westrand vaker gekozen voor hoogbouw, om aan de woningbehoefte te voldoen en om zo ruimte te maken voor klimaatadaptatie en meer groene verbindingen binnen de stad. Met het nieuwbouwprogramma kunnen kansen worden gecreëerd voor doorstroming en het kan de Westrand helpen om te komen tot een meer gebalanceerde mix van woningen en huishoudens. Er is in Roosendaal met name behoefte aan appartementen. Voor heel Roosendaal wordt een groei in het aantal op te leveren woningen voorzien van 5.175 woningen voor de periode 20232030 en een groei van 5.320 woningen voor 2030-2040, met een verdeling van 30% sociale huur en 70% koop/middeldure huur op wijk-/ dorpsniveau. De markttoets is in 2022 voor 3 jaar opgeschort om woningcorporaties te stimuleren middenhuurwoningen te bouwen. De inzet is om de middelen van de corporatiesector optimaal in te zetten voor de volkshuisvestelijke opgave om zo wijken leefbaarder te maken.
In de rapportage van Stec Groep Woningschaarste in Roosendaal? wordt aangegeven dat zij verwachten dat het aantal huishoudens met een midden- en laag inkomen relatief en absoluut zal groeien richting 2033, waarbij de hogere inkomensgroepen in aandeel zullen afnemen. In de praktijk kan het echter betekenen dat door een groeiende groep oudere huishoudens met een laag inkomen de sociale huurvoorraad niet direct naar rato moet groeien. In de praktijk heeft een deel van deze huishoudens voldoende vermogen (al dan niet in een overwaarde in de huidige woning) om door te stromen naar een koop- of middenhuurwoning. Voor de Rembrandtgalerij wordt aangegeven dat het buurtcentrum kan doorontwikkelen tot een klein wijkwinkelcentrum met een omvang van ca. 3.000 m2 wvo in de dagelijkse sector (waarvan minimaal twee complementaire (verplaatsende) supermarkten) en 1.000 m2 wvo in de niet-dagelijkse sector. Dit past bij het beleidsdoel om een goed vestigingsklimaat voor het mkb te behouden.
Terug naar bijlagen
Referentienormen In veel gemeenten wordt gewerkt met referentienormen om te komen tot een eerste SPvE. Een referentienorm is vaak ook een handvat voor ruimtereserveringen in gebiedsontwikkelingen. Daar waar geen beleid is vastgesteld op wat er aan ambities en wensen is voor een bepaalde functie, kan een referentienorm helpen om te komen tot een eerste inschatting van een mogelijk programma. Gemeenten hebben deze soms op het gebied van maatschappelijke voorzieningen. En soms ook voor spelen, groen en stadsverzorgende bedrijvigheid. Vaak worden deze referentienormen per type wijk opgezet of per type gemeente. In dit geval is een vergelijking gemaakt met de wijken die het meest passen bij de Westrand. Voor Amsterdam en Den Haag gaat het om groen/blauw (en dus niet naar centrumstedelijk, gemengd of de stadsbrede voorzieningen). Elk woonmilieu heeft een eigen karakter met bijbehorende unieke behoeften en gemiddelde huishoudensgrootte en ook referentienormen. Deze groen/blauwe wijken worden door Amsterdam benoemd als “woonbuurten die hun kwaliteit en aantrekkelijkheid halen uit het groene en/of waterrijke karakter en uit het feit dat ze rustig zijn. Het aandeel niet-woonprogramma is relatief laag.” En in Den Haag gaat het om woonwijken, met “veel sociale huurwoningen en in de laatste jaren toegevoegde eengezinswoningen met basisvoorzieningen in de wijk aanwezig”.
In Rotterdam betreft het “de uitbreidingswijken waarin ervan uitgegaan is dat bouwprojecten zorgvuldig omgaan met de bestaande context, het karakter van de wijk versterken of de wijk voorzien van een kwalitatieve verbijzondering.” Gemeente Delft heeft specifiek gekeken naar de referentienormen voor het werken, in vergelijking met het gemiddelde van vier voor hen vergelijkbare gemeenten. In dit geval is gekeken naar een referentienorm voor de stadsverzorgende bedrijvigheid. Deze referentienormen zijn, vanwege het vergelijkbare karakter van de onderliggende wijken, een eerste handvat voor ruimtereserveringen in gebiedsontwikkelingen. Dit betekent dat deze referentienormen voor de Westrand beschikbaar en bruikbaar zijn voor het bieden van een eerste handvat vooruitlopend op het definitieve programma. In de tabel is enkel ingevuld wat bekend en bruikbaar is, omdat niet elke gemeente op een zelfde manier invulling geeft aan de referentienormen.
Primair onderwijs (incl. BSO en kdv) Voortgezet onderwijs Speciaal onderwijs Kinderdagverblijf Jeugdhulp
Amsterdam
Rotterdam
Den Haag
1 school van 3.770 m2 bvo per 1.140 woningen 1 school van 7.180 m2 bvo per 4.100 woningen In primair onderwijs In primair onderwijs 0.012 m2 bvo per woning
1.57 m2 bvo per woning
1 school van 4.400 m2 bvo per 1.165 woningen 1 school van 6.140 m2 per 3.660 woningen In primair onderwijs In primair onderwijs 70 m2 per 1000 woningen
1.05 m2 bvo per woning 0.25 m2 bvo per woning 0.47 m2 bvo per woning
Gemiddelde Delft en 4 referentiegemeenten
Terug naar bijlagen
Behandel/woonlocatie Praktijkruimte Apotheek Opvanglocatie Dagbestedingsloc atie Hospice Jongerencentrum Huis van de wijk Wijkvoorzieningen (bibliotheek etc) Binnensport Buitensport (veldoppervlak) Gebruiksgroen Eco systeem groen Spelen
Stadsverzorgende bedrijvigheid, onderdeel dienstverlenend exclusief retail
0.009 m2 bvo per woning 0.31 m2 bvo per woning 0.05 m2 bvo per woning
0.12 m2 bvo per woning 0.31 m2 per woning 0.05 m2 bvo per woning
365 m2 per 1.000 woningen
0.5 m2 bvo per woning 0.03 m2 bvo per woning 0.008 m2 bvo per woning 0.04 m2 bvo per woning 0.126 m2 bvo per woning 0.25 m2 bvo per woning
0.10 m2 bvo per woning 0.14 m2 bvo per woning
125 m2 per 1.000 woningen 45 m2 per 1.000 woningen
0.25 m2 bvo per woning 7.93 m2 per woning
3.000 m2 per 22.000 inwoners 1 m2 per woning (minimaal 1000 m2) 24 m2 per woning
0.24 m2 bvo per woning 9 m2 per woning 24 m2 per w woning 4 m2 per woning Plek van 150 m2 per 300 woningen + Veld van 1000 m2 per 1000 woningen
1 apotheek van 150 m2 per 6.600 inwoners
4.950 m2 per 1.000 woningen
1.146 m2 per 1.000 woningen Waarvan: financieel/juridische diensten 417 m2, Horeca 513 m2, Overig 93 m2, Persoonlijke verzorging 100 m2, Reparatieretail 23 m2.
Conclusie
Terug naar bijlagen
Westrand heeft in 2022 7.095 bewoners, verdeeld over 3.705 huishoudens; dat betreft ongeveer 9% van het gemeentelijk aantal inwoners. Er is een groei voorzien in de Westrand naar zo’n 9.300 inwoners (naar zo’n in 2033 4510 woningen en in 2043 zo’n 4600 woningen 2). Uitgaande van bovenstaande cijfers op basis van beleid, referentienormen en gegevens over de Westrand is een eerste inschatting van een programma te maken; een SPvE. Hierbij is geen rekening gehouden (/correctie doorgevoerd) met aanwezigheid van andere functies in omliggende wijken. Indien in omliggende wijken veel van de beoogde toe te voegen functies aanwezig zijn, kan een afweging zijn om van de voorzieningen in de naastgelegen wijk gebruik te maken (bijvoorbeeld voor een huisarts of winkelcentrum). In eerste instantie is uitgegaan van het vastgestelde beleid. Daar waar geen (concreet genoeg) beleid is, is uitgegaan van een referentienorm van 4.600 woningen aan de onderkant van de bandbreedte (dat wil zeggen dat de laagste referentienorm is toegepast). Stadsverzorgende bedrijvigheid betreft productiebedrijven (als de loodgieter, aannemer of elektricien) en dienstverlenende bedrijven (als kleine kantoren, kappers, winkels en horeca). Hier is gekeken naar de dienstverlenende bedrijven, omdat deze passen bij een wijk als de Westrand.
Voortgezet onderwijs is vanwege het type wijk en de grens van de referentienorm buiten beschouwing gelaten. Zorg is een opgetelde norm voor jeugdhulp tot en met hospice. Voor wijkvoorzieningen is uitgegaan van een ‘huis van de wijk’ of de mogelijkheid van een bibliotheek of dat soort type voorzieningen. Buitensport en spelen liggen in gebruik dicht bij elkaar. Er is nu uitgegaan voor de m2 van buitensport, dit kan worden aangevuld met speelplekken. Ook gebruiksgroen en eco-groen is ter informatie als referentienorm weergegeven. In de Westrand is al in een aantal ontwikkelingen voorzien. Deze zijn, omdat ze administratief in Westrand liggen, wel beschouwd. Dit gaat om het plan Stadsoevers en de ontwikkeling op de oude brandweerkazerne. Het programma op deze locatie is nog onbekend. In het bestemmingsplan Stadsoevers worden een maximaal aantal m2 mogelijk gemaakt voor wonen en niet-wonen, en een minimum voor 360 woningen en minimum van 3.750 m2 leerbedrijf: Bestemming
Metrages
Woningen
680 maximaal (excl. wonen in Gemengd 5), geen onderscheid in types. Aanname: 10% sociale woningen (lees: 68)
Horeca
1600 m2
Kantoor (deels met baliefunctie)
1200 m2
Detailhandel of dienstverlening, gerelateerd aan watersport
400 m2
Detailhandel of dienstverlening
1600 m2 Aanname: 400 m2 stadsverzorgende economie en 400 m2 niet-dagelijks en 800 m2 dagelijkse voorzieningen
2
Detailhandelsnota en rapportage Woningschaarste in Roosendaal
Terug naar bijlagen
Sport
1600 m2 Aanname: 100% binnensport
Voorzieningen, gerelateerd aan jachthaven
500 m2
Onderwijs (maatschappelijk)
14.500 m2
Leerbedrijf
Minimaal 3.750 m2
Activiteiten gelieerd aan onderwijs
3.000 m2
Activiteiten gelieerd aan bijzondere woonvormen
1.000 m2
Maatschappelijk
2.000 m2
Zorg
800 m2
Het programma dat in Stadsoevers mogelijk wordt gemaakt is grotendeels zonder voorwaarden. Wel is er een minimum aantal woningen opgenomen en een leerbedrijf. Het is daarom van belang te weten welke metrages uiteindelijk gerealiseerd gaan worden. Deze metrages corrigeren namelijk de metrages die nog nodig zijn in de Westrand. Specifieke activiteiten (gelieerd aan of gerelateerd aan) zijn hierin niet meegenomen. Resterend voor de gebiedsvisie Westrand: Bovenstaande resulteert in een volgend SPvE voor de Westrand (gebaseerd op de verwachte bevolkingsgroei, gecorrigeerd op de bestemmingsplanruimte van Stadsoevers):
Toevoeging Wonen (toevoeging)
o.b.v. beleid
o.b.v. referentienormen
30% sociaal en 70% middelduur, tenzij..
Huidig aandeel sociale woningen in de Westrand is 37%. Bij een toevoeging van 1.295 woningen (-stadsoevers), zouden er 54 sociale woningen bij moeten komen en 561 middelduur. Vervanging danwel behoud Op basis van bevolkingsgroei, gecorrigeerd voor het programma Stadsoevers, zou er in de Westrand een mogelijkheid zijn voor onderstaande ruimte voor werken en voorzieningen. Dit moet gecorrigeerd worden voor het aantal aanwezige m2 dat behouden blijft. Werken ca. 1.900 m2, uitgaande van dienstverlenende stadsverzorgende economie * waarvan: financieel/juridische diensten 300 m2, Horeca 700 m2, Overig 430 m2,
Terug naar bijlagen
Voorzieningen, winkels *
Voorzieningen, maatschappelijk
2.200 m2 wvo dagelijkse sector (o.a. levensmiddelen en drogisterij) * 600 m2 wvo niet-dagelijkse sector (huishoudelijke artikelen, bloemist etc) *
Persoonlijke verzorging 460 m2, Reparatieretail 105 m2.
Primair onderwijs à ca 7.200 m2 Zorg à ca 1.200 m2 Wijkvoorzieningen à ca 780 m2 Buitensport à 4.600 m2
* hierin kan enige overlap zitten met werken. Werken is zo veel mogelijk weergegeven exclusief retail. Nadrukkelijk zijn onderzoeken vanuit markt- en milieutechnisch oogpunt nog wel nodig voordat er een concreet plan of uitwerking (in deelgebieden) kan worden ontwikkeld. Op dat moment is het ook van belang om te bekijken in hoeverre de bestemmingsplanruimte in Stadsoevers benut is of ingevuld zal worden. Ontwikkelingen in omliggende wijken of de binnenstad zijn, bijvoorbeeld op het gebied van detailhandel en middelbare scholen, van belang om het uiteindelijke (marktconforme) programma te bepalen.
Terug naar bijlagen
Bronnen - Urban Synergy, 2023, Wijkvisie Westrand van Urban Synergy
- Decisio, 2022, Impactanalyse wijkprogramma Westrand
- 2020. Nationale Omgevingsvisie - 2023. Ontwikkelperspectief Stedelijk Brabant 2040
- 2018. Omgevingsvisie De kwaliteit van Noord-Brabant, visie op de Brabantse leefomgeving
- 2022. Nationaal programma Leefbaarheid en Veiligheid
- 2022. Programma Een thuis voor iedereen
- 2022. Programma Woningbouw
- 2023. Woondeal Stedelijk Brabant - 2021. Brabantse Agenda wonen
- 2022. Beleidskader wonen en werken
- Kamerbrief 2022. Contouren Programma Werklocaties. o.v.v. DGBI / 22475176
- 2023. Provincie Noord-Brabant. Richtinggevende principe detailhandel
- 2022. Omgevingsvisie Rooosendaal
- 2021. Woonagenda Roosendaal 2021-2025
- 2015. Actualisering Detailhandelsbeleid Roosendaal 2015 - Stec Groep. 2023. Woningschaarste in Roosendaal?
- 2021. Vuistregels bouwen in de uitbreidingswijken en kleine kernen van Rotterdam, update - Referentiewaarden maatschappelijke voorzieningen 2021
- Rekenmodel maatschappelijke voorzieningen 2020 | Tableau Public
- 2018. Amsterdamse referentienorm voor maatschappelijke voorzieningen, groen en spelen - 2021. Haagse referentienormen maatschappelijke voorzieningen Den Haag
- 2022. Gemeente Delft. Stadsverzorgende economie
- Wijk West (gemeente Roosendaal) in cijfers en grafieken (bijgewerkt 2023!) | AlleCijfers.nl - 2023 JLL artikel stadszaken ‘Elke nieuwe woning vraagt zeker 20m2 bedrijvigheid’
- https://www.raadvanstate.nl/adviezen/@138079/w04-23-00151/
Terug naar bijlagen
BIJLAGE 1 – beeld uit wijkvisie Urban Synergy
Terug naar bijlagen
BIJLAGE 2 – programma Stadsoevers In het bestemmingsplan Stadsoevers worden een maximaal aantal m2 mogelijk gemaakt voor wonen en niet-wonen, en een minimum voor 360 woningen en minimum van 3.750 m2 leerbedrijf: Woningen (excl. wonen in Gemengd 5)
Maximaal 680
Horeca
1600 m2
Kantoor (deels met baliefunctie)
1200 m2
Detailhandel of dienstverlening, gerelateerd aan watersport
400 m2
Detailhandel of dienstverlening
1600 m2
Sport
1600 m2
Voorzieningen, gerelateerd aan jachthaven
500 m2
Onderwijs (maatschappelijk)
14.500 m2
leerbedrijf
Minimaal 3.750 m2
Activiteiten gelieerd aan onderwijs
3.000 m2
Activiteiten gelieerd aan bijzondere woonvormen
1.000 m2
Maatschappelijk
2.000 m2
Zorg
800 m2
Dit is opgebouwd vanuit de volgende bestemmingen: GD – Stadsoevers 1 400 m2 detailhandel of dienstverlening, watersport gerelateerd
50 woningen
400 m2 kantoor (met baliefunctie)
2500 m2 niet woonprogramma
400 m2 horeca
800 m2 sport (400 m2 per vestiging, max 2 toegestaan) 50 woningen
500 m2 jachthaven gerelateerde activiteiten
GD – Stadsoevers 2 400 m2 detailhandel of dienstverlening 400 m2 horeca
14.500 m2 onderwijs (maatschappelijk)
Tenminste 3750 m2 leerbedrijf (uitgaande van de ‘onderwijsachtergrond’ is het maatschappelijk, maar dienstverlening zou wellicht ook nog kunnen)
3000 m2 activiteiten ‘gelieerd’ aan de onderwijsvoorziening
18.300 m2 niet woonprogramma, aangevuld met tenminste 3750 m2 leerbedrijf (NB leerbedrijf is zonder maximum, echter begrensd in omvang door plaatsvinden in huidige gebouw c.q. omvang bouwvlak).
Terug naar bijlagen
GD – Stadsoevers 3 400 m2 detailhandel of dienstverlening 400 m2 horeca
400 m2 kantoor
70 woningen
70 woningen
2700 m2 niet woonprogramma
1.000 m2 maatschappelijk m2 500 m2 activiteiten ‘gelieerd’ aan de bijzondere woonvorm
GD – Stadsoevers 4 800 m2 detailhandel of dienstverlening 400 m2 horeca
400 m2 kantoor
60 woningen
800 m2 sport
4700 m2 niet woonprogramma
1.000 m2 maatschappelijk m2 + 800 m2 zorg 60 woningen
500 m2 activiteiten ‘gelieerd’ aan de bijzondere woonvorm
Woongebied – Stadsoevers 1 Min 150 – max 210 woningen, gestapeld max 50 5 woonwagens
210 woningen
Wijzigingsbevoegdheid op woonwagen (omzetten + verhogen aantal woningen zodat woningen gelijkmatig in een rechthoek over kavel verspreid worden).
Geen specifiek niet woonprogramma gedefinieerd, wel via woonwerkwoningen bedrijvigheid mogelijk
Woonwerkkavels (noordelijk woonblok nabij Jan Vermeerlaan)
Woongebied – Stadsoevers 2 Min 210 – max 250 woningen
250 woningen
Woongebied – Stadsoevers 3 Max 40 woningen, grondgebonden
40 woningen
Gemengd - 5 Vertaling van een huidige kavel. Alleen functies vastgelegd, geen metrages: Detailhandel (begane grond)
Dienstverlening (begane grond) Horeca (begane grond)
Kantoren, Maatschappelijk en wonen
Terug naar bijlagen
Bijlage 3: Participatieverslag Gebiedsvisie Westrand
Participatieverslag Gebiedsvisie Westrand oktober ‘23 Op dinsdag 10 en donderdag 12 oktober 2023 is het projectteam Westrand van 12.00-19.00 de wijk ingegaan met de “Weetkeet” (Afbeelding 1). Het doel van de “Weetkeet” is de gebiedsvisie zoals deze nu in conceptversie is, te presenteren aan de bewoners uit de wijk en deze te betreken bij het tot stand komen van de Gebiedsvisie Westrand, en daarmee input te verzamelen van de bewoners. Wat vinden zij van de plannen? Wat willen zij graag zien in de wijk? Zijn er klachten uit de buurt? Op beiden dagen zijn wij met de projectmanager van de gebiedsvisie, projectassistenten en vertegenwoordigers voor de socialeruimtelijke én duurzaamheidspijler bij de Weetkeet aanwezig geweest om de conceptvisie toe te lichten en vragen van geïnteresseerden te kunnen beantwoorden en opmerkingen en ideeën te noteren.
Uitnodigingen
Afbeelding 1: de Weetkeet
Hoe zijn de bewoners op de hoogte gebracht van de komst van de “Weetkeet”? Er is een uitnodiging gemaakt ter grootte van een ansichtkaart (afbeelding 2 en 3) en deze is verzonden naar ca. 4000 adressen. Het adressenbestand bestond uit alle adressen in het gebied waar de gebiedsvisie zich op focust. In de wijk Westrand wonen mensen met verschillende nationaliteiten en daarom is er op de ansichtkaart een QR-code geplaatst. Door deze QR-code te scannen was de informatie op de ansichtkaart te lezen in het Engels, Pools en Arabisch. Daarnaast is er een filmpje gedeeld op sociale mediakanalen van de Gemeente Roosendaal, waarin betrokken collega’s de mensen uit de wijk vertellen wat we precies komen doen in de wijk en ze uitnodigen om eens te komen praten over hun visie voor de wijk.
Afbeelding 2: Voorkant Ansichtkaart
Afbeelding 3: Achterkant Ansichtkaart
1/5
Terug naar bijlagen
Sociale media Dit filmpje is gedeeld op de sociale mediakanalen van de gemeente Roosendaal. LinkedIn:
https://www.linkedin.com/posts/gemeente-roosendaal_hoe-ziet-de-westrand-er-in-2040-uit-datactivity-7116014271624265728-Jho6?utm_source=share&utm_medium=member_android Instagram:
https://www.instagram.com/reel/CyDg6U2CRmW/?igshid=MWxiazdsOXlxdjNl Facebook:
https://fb.watch/ocKHpHli8Z/ Opkomst Zowel dinsdag 10 als donderdag 12 oktober zijn beide locaties goed bezocht door de bewoners, ondernemers en bewonerscomité en onderwijsinstellingen, met een schatting van in totaal 150 geïnteresseerden. We hebben een gemêleerde mix van bewoners gesproken onder andere bewoners die voor zowel een korte- en langere tijd in de Westrand wonen. Mensen hebben vooral aangegeven waar zij tegenaan lopen in de wijk en waar zij graag veranderingen zien. Dit richtte zich voornamelijk op verkeersveiligheid, overlast en afval. Waar mensen tegenaan lopen in de wijk, de dingen die zij graag zien veranderen, en verdere (positieve) opmerkingen zijn genoteerd tijdens deze twee dagen. Deze notities zijn onderverdeeld in de meest voorkomende besproken concepten: wonen, verkeersveiligheid, voorzieningen, leefbaarheid en veiligheid, en (creatieve) initiatieven.
Wonen In de concept-gebiedsvisie zijn drie ontwikkellocaties meegenomen als optie voor woningen (Permekeplein, BDO-locatie en Liebaulocatie). Hierop zijn alleen maar positieve reacties geweest. Mensen geven aan dat zij het prettig vinden dat er na jaren verloedering, wat met deze locaties gaat gebeuren. Aan deze mensen is de vraag gesteld wat hun voorkeur heeft qua type woningen en waarvan zij denken dat er in de wijk vraag naar is. Over het algemeen geven oudere bewoners aan dat zij kleiner willen wonen en hiermee ruimte willen geven aan starters en gezinnen in hun huidige woningen. Hiermee is de vraag naar ouderenwoningen en levensloopbestendige woningen groot. Mensen willen dat de doorstroming bevordert. Het tekort van starterswoningen is volgens bewoners niet alleen het gevolg van gebrekkige doorstroming van ouderen maar er bestaat ook angst voor het meer opkopen van koopwoningen door huisjesmelkers t.b.v. huisvesting arbeidsmigranten. Men wil daarbij ook meer aandacht voor huistoewijzing, waarbij rekening wordt gehouden met meer spreiding door de wijk. Daarnaast is er aangegeven dat er behoefte is aan betaalbare woningen en sociale huurwoningen. Ook hier ligt de focus op de huizen voor jongeren en senioren. Vooral de ontwikkellocatie Permekeplein, wordt bij dit onderwerp veel benoemd. Men is overweldigend positief over de ontwikkellocatie Permekeplein.
Bewoners benoemen wel behoefte te hebben aan garageboxen en een huisvestigingsbeleid. Ook hebben zij liever niet al te hoge torens.
2/5
Terug naar bijlagen
Wanneer het gaat om de Liebeaulocatie geven mensen aan dat zij een combinatie van laag- en hoogbouw voor zich zien op deze plek. Bij voorkeur ook hier wat kleinere en levensloopbestendige woningen, waarbij men wel beschikking heeft tot een tuin. Ook de Rembrandtgallerij wordt meerdere malen benoemd als verloederde plek, waar de gebouwen en panden toe zijn aan opwaardering en verandering. Voor de woningen die hier omheen staan, wordt benoemd dat men de kwaliteit van de voortuinen slecht vindt, er speeltuinen missen en de verkeersveiligheid binnen de buurt slecht is. Daarentegen wordt door bewoners aangegeven dat in de media de buurt of wijk slecht naar voren komt, maar dat men over het algemeen tevreden is met de buurt. Over het algemeen kan gesteld worden dat iedereen fijn woont en leeft in de wijk, mede omdat er betaalbare huizen zijn. Als er betaalbare nieuwbouw zou zijn hebben met name senioren de behoefte om te verhuizen. Het aanbod van met name appartementen in Roosendaal is klein. Als laatste wordt het onderhoudt van de woningen ook meerdere malen genoemd. Men wil een beter aanzicht in de wijk. Iemand stelt voor dat als er onderhoudt gepleegd wordt aan de huurwoningen (vanuit Alwel), ook de koopwoningen meegenomen kunnen worden tegen een kleine vergoeding. ‘Het slechte onderhoud komt het verduurzamen van de woningen niet ten goede omdat het allemaal oudere woningen zijn’
Verkeersveiligheid en parkeren Verkeersveiligheid is een veel terugkerend onderwerp tijdens de twee dagen. De Burgemeester Freijterslaan, de Jan Vermeerlaan, het Sint Lucasplein, de Wouwseweg, Wethouder Lanenstraat, Anthonie van Dijkstraat, Antonie van Leeuwenhoek en de Frans Halslaan zijn genoemd als wegen waar te hard wordt gereden, te veel vrachtverkeer is en slecht oversteekbaar is. De turborotonde wordt gezien als een onveilig element. De verkeersveiligheid is een grote ergernis en een bron van zorg en angst voor ongelukken. Men benoemt maatregelen als stoplichten, zebrapaden, verrijdbare bloembakken en drempels om de snelheid van weggebruikers op deze wegen te verminderen. Zo wordt het zebrapad in de Jan Vermeerlaan genoemd, dat het oversteken een stuk veiliger maakt en daarmee als prettig ervaren wordt. Men wil wel meer handhaving in 30 km/zones. Meerdere mensen daarentegen benoemen dat maatregelen als zebrapaden en verrijdbare bloembakken niet zullen helpen en toch liever enkel stoplichten hebben om het verkeer te reguleren. Uit gesprekken blijkt dat de nieuwbouwwijk Stadsoevers en de ontwikkeling van het aangrenzende industrieterrein, de verkeersdruk in de Westrand heeft verhoogd. Zo staat er veel file en stilstaand verkeer op de Jan Vermeerlaan, in de ochtend en avondspits.
Er heeft zelf een telling plaatsgevonden op een doordeweekse dag tussen 16:30 en 17:00 uur en meer dan 400 voertuigen geteld. Veel voorkomende vragen waren: “waarom mag het vrachtverkeer over de Jan Vermeerlaan” en “kunnen mensen niet via de afrit rechtstreeks naar het Industrieterrein”. Ook voor fietsers zien bewoners graag meer mogelijkheden en aandacht. De ingetekende snelfietsroute in de concept-gebiedsvisie wordt daarom ook positief ontvangen. ‘Een fietspad door de wijk, naar het centrum, aansluitend op de snelfietsroute, mooi!’ Uit gesprekken blijkt ook dat de parkeerdruk in de wijk te hoog is. Er wordt volgens bewoners te veel geparkeerd op deze plekken omdat het hier nog gratis parkeren is voor mensen die niet uit de wijk komen. Ook parkeren mensen, door de genoemde parkeerdruk, op plekken waar zij niet mogen parkeren, zoals het grasveld bij de Gerard Daustraat en op stoepen.
3/5
Terug naar bijlagen
Over het algemeen is er behoefte aan meer parkeerplaatsen, in de wijken, maar ook bij de scholen. Hierbij hoort ook de behoefte voor meer parkeerplaatsen die dienen voor elektrische auto’s.
Voorzieningen Tijdens de twee dagen is het met bewoners meerdere malen gegaan over de voorzieningen in de wijk. Men klaagt vooral over het hebben van maar één supermarkt. Er is meerdere malen benoemd dat er behoefte is aan een tweede supermarkt, met een andere prijsklasse (bijv. Aldi, Dirk, Lidl). Ook het hebben van een divers winkelaanbod is meermaals benoemd. Daarnaast is opgemerkt dat het huidige winkelcentrum druk bezocht wordt, met name de apotheek en de Jumbo Supermarkt, die door bewoners als te klein wordt ervaren. Wanneer het gaat om ontmoeting en samenkomen met buurtbewoners hebben bewoners behoefte aan nieuwe mogelijkheden. Het buurthuis ziet men graag in een nieuw jasje of op een andere plek in bijvoorbeeld de plint van een van de ontwikkellocaties. Ook stelt men voor om meer reclame te maken voor verenigingen. Zo wordt de drempel lager voor bewoners om deel te nemen aan activiteiten en kennismaking. Het gevoel voor ‘community’ vorming is aanwezig bij meerdere mensen waarvoor zij graag voorzieningen of initiatieven zien die dit versterken of creëren. Het is meerdere malen ter sprake gekomen dat er een bepaalde mate van sociale controle is en buren elkaar helpen en opzoeken. Onder andere het nieuwe gedeelte, waar ook SPOT te vinden is, is een fijn gedeelte in de wijk waar jong en oud samen kunnen komen. Sommige voorzieningen staan haaks op de leefbaarheid in de wijk.
Een mevrouw gaf aan dat er voor mensen die slecht ter been zijn en niet in het bezit zijn van een auto, een slechte OV en busverbinding is voor mensen uit de wijk. Hierdoor is men weer meer aangewezen op de voorzieningen in de wijk die ook karig blijken te zijn.
Leefbaarheid en veiligheid Behoefte aan verbetering van de leefbaarheid en veiligheid in de wijk is ook ter sprake gekomen in gesprekken met de bewoners. Men heeft over het algemeen behoefte aan meer en goed onderhouden groen in de wijk. De huidige groenstrook tussen Rembrandtgalerij en het Permekeplein wordt echt wel gewaardeerd. De spel- en speelvoorzieningen, voorzien in duidelijke behoefte. De ingetekende groenstroken en parken worden daardoor positief ontvangen. Het onderhoudt is hierbij dus een belangrijk aandachtspunt. Ook het verschuiven van straattegels door wortels van bomen wordt benoemd als een irritatiepunt (brandgangen Wiessenbruchtstraat). ‘Er is weinig groen in de wijk, en wat groen is, is slecht onderhouden en overwoekerd’ Goede wateropvang en het verbeteren van biodiversiteit in de wijk is daarmee ook een vaker besproken onderwerp. Voor de wateropvang wordt positief gereageerd op de ingetekende wadi’s in de concept-gebiedsvisie. Ook regentonnen, waterspeelplekken en insectenhuisjes worden genoemd als initiatieven om de wateropvang en biodiversiteit in de wijk de verbeteren. Dit wordt gewaardeerd bij een van de structuren. Een ander veel besproken onderwerp is vuilnis in de wijk. Er wordt veel overlast ervaren van zwerfafval op straat en rondom flats (Burgemeester Freijterslaan).
Onderaan de flats gooien veel mensen hun afval op straat of dumpen dit bij de liften in de flats. Wat onder andere ook overlast van ongedierte veroorzaakt. Daarnaast wordt er last ervaren van zwerfafval dat op de straat gegooid wordt door auto’s met Belgische kentekens. Voorstellen die door mensen zijn gedaan bestaan uit meer
4/5
Terug naar bijlagen
ondergrondse containers in de buurt van de flats, dichte/afgesloten prullenbakken op straat en meer prullenbakken bij speeltuinen en hondenuitlaat plekken. Een bewoner benoemde dat het een goed idee kon zijn bij mensen een brief door de bus te doen, in meerdere talen, met uitleg over het vuilnis weggooien. Soms verblijven arbeidsmigranten zo kort in de woningen dat ze het ophaalmoment missen, dit geeft veel overlast in de wijk. Arbeidsmigranten worden meerdere malen als ‘reden’ voor overlast benoemd. Zij zouden onvoldoende op de hoogte zijn van de regels met betrekking tot afval en openbaar alcoholgebruik. Ook is er parkeeroverlast omdat zij volgens andere bewoners met veel auto’s in de straten parkeren. Verder speelt een bepaalde mate van een onveilig gevoel een rol bij de bewoners. Men zou last hebben van arbeidsmigranten, vuurwerkoverlast, drugsdeals en alcohol- en drugsgebruik. Vooral bij de Rembrandtgallerij ervaren mensen een onveilig gevoel. Specifiek de Poolse winkel wordt benoemd als bron van overlast. Men geeft aan dat zij weinig overlast ervaren van hangjeugd. Dat was een aantal jaren geleden wel anders maar nu is het rustig. Daarnaast is er veel diefstal van fietsen, ook uit gesloten ruimtes, waardoor mensen het nodig achten hun fietsen mee hun woning te nemen.
Verdere toevoegingen die men graag ziet aan de openbare ruimte zijn meer bankjes en picknicktafels (met voorkeur bij de Vliet) en leuningen rondom de Vliet voor veiligheid. De BuitenBeter-app is een app die gebruikt kan worden om meldingen van overlast te maken. Men heeft geklaagd dat, wanneer zij een melding maken, hier niks mee gedaan wordt. Hier moet dus concreter op geanticipeerd worden.
Creativiteit en initiatieven Men is over het algemeen positief over hun wijk en de bewoners voelen hier een verbinding mee. In gesprekken komt naar voren dat mensen open staan voor nieuwe ontwikkelingen in de wijk die de kwaliteit van de wijk verbeteren. In de gesprekken kwamen vanuit sommige bewoners eigen initiatieven die zij willen opzetten voor hun mede-Westranders. Zo zijn er meerdere aanvragen gekomen voor speeltuinen en speelplekken voor kinderen uit de wijk. Bij bijvoorbeeld de Frans Halslaan en Petrus Dondersstraat blijkt er behoefte te zijn aan speeltuinen. In het kader van groen en community vorming worden ideeën geopperd voor groentetuintjes en/of een link te leggen tussen kinderen/jongeren en het groen. Dit voorstel centreerde zich vooral rondom de Jan Vermeerlaan. Ook is er een voorstel gedaan voor schoonmaakacties met bewoners om de overlast van zwerfafval rondom de Jan Vermeerlaan te verminderen en mensen bewuster te maken van hun afvalgebruik. Als laatste is er door bewoner benoemd dat als de ‘loods met graffiti’ weg gaat, deze een nieuwe plek moet krijgen. Volgens deze bewoner moeten de jongeren een plek hebben waar zij hun creativiteit kwijt kunnen.
Conclusie Over het algemeen waren er veel positieve reacties op de conceptversie van de gebiedsvisie. Bewoners hebben aangegeven het fijn te vinden dat er wordt nagedacht over de wijk en dat zij graag veranderingen in de wijk zien. Opvallend was dat de bewoners overwegend positief waren over de wijk Westrand en hiermee een grote verbinding voelen. Zij zijn dan ook geneigd hier te blijven wonen. De onderwijsinstellingen kwamen verhaal halen en waren positief verbaasd over het campus idee. Ze hebben gevraagd om een gesprek met de gemeente zodat we de Gebiedsvisie kunnen toelichten.
5/5
Terug naar bijlagen
Tot slot, de geïnteresseerden die we hebben gesproken waren blij verrast over de plannen en ideeën en ze willen dat er wat gebeurt in de wijk!
6/5
Terug naar bijlagen
WESTRAND 2030
OP NAAR EEN KANSRIJK EN COMPLEET WESTRAND
Terug naar bijlagen
B C
84