CConstaterende datRoosendaal
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage bij motivering 4 - Quickscan fysieke leefomgeving - natuur (Geanonimiseerd)

Commissie 17 september 2026, gemeente RoosendaalBij agendapunt: 5: Raadsvoorstel Omgevingsplanwijziging Bredaseweg 88 Roosendaal12.694 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Voorkom verstoring van de broedgevallen , neem daarin mee de aanvliegroute naar het nest , ook deze mag niet worden geblokkeerd of opzettelijk verstoord worden waardoor de vogels van het nest met eieren/jongen wegblijven Plaats geen materieel of materiaal tegen struweel waar broedende vogels in kunnen broeden zoals bijvoorbeeld: hagen en heggen. De gevels die tegen het plangebied aanstaan , houdt deze vrij. Voorkom afsluiting van nesten door bouwdoek of anders. Voor aanvang van de werkzaamheden dient een ecologische schouw / controle op (grond) broedende vogels plaats te vinden. • • • • 5. 4 Reptielen Brononderzoek Uit bron- en literatuuronderzoek blijkt dat er binnen een afstand van 0 – 1 km geen eerdere waarnemingen bekend zijn van beschermde reptielen. Veldonderzoek Reptielen zijn niet waargenomen in het plangebied tijdens het veldonderzoek. Het plangebied is omringd door stedelijk gebied wat migratie vermoeilijkt. Geschikt biotoop voor reptielen binnen het plangebied ontbreekt. Plangebied Reptielen Aangetroffen Uit te sluiten Soort Aanvullend onderzoek Roosendaal , Bredaseweg 88 Met de voorgenomen plannen , is aantasting van het leefgebied van beschermde reptielen uit te sluiten. De Omgevingswet / Omgevingsverordening Noord-Brabant , Omgevingsvisie Gemeente Roosendaal wordt ten aanzien van Reptielen niet overtreden. Nee Ja Nee • 5.

5 Vissen en Amfibieën Vissen Brononderzoek Uit bron- en literatuuronderzoek blijkt binnen een afstand van 0 – 1 km. geen eerdere waarnemingen gedaan zijn van vissen binnen en/of nabij het plangebied. Veldonderzoek Er is geen aquatisch biotoop aanwezig binnen het plangebied. Hierdoor is het uit te sluiten dat beschermde vissen schade oplopen door de voorgenomen werkzaamheden. Veldbiologische Werken / rapport VBW c 2024-180 r Quikscan Fysieke Leefomgeving – Natuur , Bredaseweg 88 , Roosendaal 25 van 47 Amfibieën Brononderzoek Uit literatuur- en bronnenonderzoek blijkt dat de op een afstand van 0 – 1 km. de volgende amfibieën voorkomen namelijk Alpenwatersalamander en Gewone pad. Vrijgestelde soorten voor ruimtelijke ordeningsprojecten of bestendig beheer en onderhoud binnen de Provincie Noord-Brabant zijn: Bastaardkikker , Bruine kikker , Gewone pad , Kleine watersalamander , Middelste groene kikker , Meerkikker. Voor deze soorten geldt de Zorgplicht. Alpenwatersalamander is een soort die vaak voorkomt nabij bos en/of houtwallen. De soort komt voornamelijk voor in beboste gebieden (zoals loofbos) of in kleinschalige landschappen met heggen en struwelen. De Alpenwatersalamander wordt ook regelmatig waargenomen in stedelijk gebied. Veldonderzoek Geschikt leefgebied voor amfibieën is binnen het plangebied niet aanwezig.

Aquatisch biotoop binnen het plangebied ontbreekt , tevens is aquatisch biotoop ook niet aanwezig in de omgeving van het plangebied. Zoals eerder vermeld is het plangebied omringd door stedelijk gebied. Dit maakt migratie van amfibieën vrijwel niet mogelijk. Het biotoop voor Alpenwatersalamander ontbreekt binnen het plangebied , aangezien het plangebied niet gelegen is in kleinschalig landschap en er geen bosschages/houtwallen aanwezig zijn binnen het plangebied. Met de voorgenomen plannen is aantasting van het leefgebied van beschermde amfibieën redelijkerwijs uit te sluiten. Vrijgestelde soorten kunnen mogelijk (incidenteel) aanwezig zijn. Voor deze soorten geldt Zorgplicht. Bij het aantreffen van een vrijgestelde soort dient het dier zelfstandig te kunnen vertrekken of mag worden afgevangen om te worden uitgezet in vergelijkbaar veilig leefgebied. Plangebied Amfibieën en vissen Aangetroffen Uit te sluiten Soort Aanvullend onderzoek Roosendaal , Bredaseweg 88 Nee Ja Vrijgestelde soorten Nee / Zorgplicht • De Omgevingswet , Omgevingsverordening Provincie Noord-Brabant en de Omgevingsplan van Gemeente Roosendaal wordt ten aanzien van beschermde amfibieën niet overtreden. Voor alle algemene amfibieën dient Zorgplicht te worden toegepast.

Treft u tijdens de werkzaamheden een amfibie aan , brengt u deze dan buiten de invloedsfeer van de werkzaamheden in veiligheid of laat het dier zelfstandig vertrekken. Voorkom tijdens de werkzaamheden dat er binnen het plangebied stagnatie van water plaatsvindt , voorkom plasvorming , amfibieën maken hiervan graag gebruik voor de voortplanting. • • 5. 6 Libellen en vlinders Brononderzoek Uit bron- en literatuuronderzoek zijn binnen een afstand van 0 – 1 km geen waarnemingen bekend van beschermde libellen. Uit bron- en literatuuronderzoek zijn binnen een afstand van 0 – 1 km geen waarnemingen bekend van beschermde dagvlinders. Uit bron- en literatuuronderzoek zijn binnen een afstand van 0 – 1 km geen waarnemingen bekend van beschermde nachtvlinders. Veldonderzoek Binnen het plangebied ontbreekt soort specifiek aquatisch biotoop voor beschermde libellen en beschermde vlinders. Van beschermde dag en nachtvlinders zijn geen eerdere waarnemingen binnen en in de omgeving van het plangebied.

Veldbiologische Werken / rapport VBW c 2024-180 r Quikscan Fysieke Leefomgeving – Natuur , Bredaseweg 88 , Roosendaal 26 van 47 Plangebied Libellen , dagvlinders , nachtvlinders Aangetroffen Uit te sluiten Soort Aanvullend onderzoek Roosendaal , Bredaseweg 88 Nee Ja Nee • De voorgenomen ingreep in het plangebied zal geen overtreding Omgevingswet dan wel Omgevingsverordening Provincie Noord-Brabant , Omgevingsplan Gemeente Roosendaal voor Libellen , Dagvlinders , Nachtvlinders veroorzaken. 5. 7 Overige ongewervelden Brononderzoek Uit bron- en literatuuronderzoek blijkt dat binnen een afstand van 0 – 1 km geen beschermde overige ongewervelden zijn waargenomen. Veldonderzoek Binnen het plangebied zijn geen geschikte biotopen aanwezig voor beschermde soorten overige ongewervelden. Plangebied Overige ongewervelden Aangetroffen Uit te sluiten Soort Aanvullend onderzoek Roosendaal , Bredaseweg 88 Nee Ja Nee • Met de voorgenomen plannen , is aantasting van het leefgebied van ‘Overige ongewervelden’ uit te sluiten. De Omgevingswet / Omgevingsverordening Provincie Noord-Brabant , Omgevingsplan Gemeente Roosendaal wordt ten aanzien van overige ongewervelden niet overtreden. 5. 8 Houtopstand , te kappen bomen , struweel Binnen het plangebied worden bomen gekapt. Binnen het plangebied staan geen waardevolle of monumentale bomen op de lijst van de Gemeente Roosendaal.

Kaart 8: Bomenkaart Gemeente Roosendaal , d. d. 16 juli 2024 Binnen het plangebied staan enkele bomen met een stamdiameter groter of gelijk aan 40 cm , namelijk Tsugacanadensis (1x) , Paardenkastanje (5x) , Robinia (1x). Op de website van de Gemeente Roosendaal is sprake van een kapvergunningaanvraag mits de boom op bovengenoemde bomenkaart voorkomt (kaart 8). Dit is voor de bomen binnen het plangebied niet het geval. Uit het omgevingsloket volgt het advies contact op te nemen met de Gemeente Roosendaal omtrent de kap van de bomen binnen het plangebied. Veldbiologische Werken / rapport VBW c 2024-180 r Quikscan Fysieke Leefomgeving – Natuur , Bredaseweg 88 , Roosendaal 27 van 47 5. 9 Exoten Er zijn binnen het plangebied geen waarnemingen gedaan van soorten die op de Unielijst van invasieve exoten staan of waarvoor een specifiek protocol geldt. Veldbiologische Werken / rapport VBW c 2024-180 r Quikscan Fysieke Leefomgeving – Natuur , Bredaseweg 88 , Roosendaal 28 van 47 6. | Gebiedsbescherming Natura | 2000 Het | plangebied | valt | buiten | de | begrenzing | van | een | Natura | 2000-gebied. | Op | een | afstand | van | ca. | 7 km | tot 19 km | van | het | plangebied | ligt het Natura | 2000-gebied.

Significante | negatieve | effecten | op | Natura-2000 | gebied | kunnen | zijn: oppervlakteverlies | , versnippering | , verontreiniging | , verdroging | , verstoring | door | geluid | , verstoring | door | trilling , optische | verstoring | , verstoring | door | mechanische | effecten | en | beschadiging | van | beschermde | flora | en | fauna. Afgaande | op de | inrichting | van | het | plangebied | en | de | binnen | het | plangebied | mogelijk | aan | te treffen | flora | en fauna | en | de | ligging | van | het | plangebied: | heeft | het | plangebied | vooralsnog | geen | kernwaarden | die aansluiten bij of ondersteunend | zijn | aan | de | (kern)waarden | van | Natura-2000 | gebieden. Nader | onderzoek | naar | de | effecten | van | de | werkzaamheden | binnen | beschermd | gebied | hoeft | niet | te worden uitgevoerd | omdat | het | plangebied | geen | onderdeel | uitmaakt | van | de Natura-2000 | gebieden | en | geen duidelijke | kernwaarden | heeft | voor | profielsoorten.

Een | Stikstof | berekening | dient | te worden | gemaakt | om | na | te gaan | welke | toename | van | stikstof | in het | gebied te verwachten | is ten | aanzien | van | Natura-2000 | (dit ondanks | de | afstand | kan | stikstof | toename | van | invloed zijn op | de | Natura-2000 | gebieden) | en hoe | de verplichte | reductie | van | emissie | bij bouw | zo minimaal | als mogelijk | kan | worden | gehouden. | (Emissiereductieplicht | Bkl). Brabants | NatuurNetwerk Nabij | het | plangebied | binnen | een | geschatte | afstand | van | 1. 700 | – 1. 800 | m | bevindt | zich | natuurbeheertypen van | (bijzondere) | deelgebieden | in het | Brabants | NatuurNetwerk | , deze | beheercodes | zijn: N12.02 | , N16.04 | , N04.02 | , N01.02 | , N16.03 | , N03.01 | , N15.02 | , N12. | 01. | Maar | ook | een | ecologische | verbindingszone | ligt binnen deze | afstand. Het | Brabants | Natuurnetwerk | kent | een | externe | werking | , daarmee | wordt | bedoeld | dat | ingrepen | in het plangebied | effect | kunnen | hebben | op | soorten | flora | en fauna | in het | Brabants | natuurnetwerk.

Gezien | de | aard | en | omvang | van | de voorgenomen | ingreep | binnen | het | plangebied | vallen | redelijkerwijs | geen effecten | te verwachten | die | van | invloed | zijn op | de | doelstellingen | van | de | Provinciale | omgevingsverordening of anderszins | Provinciaal | natuurbeleid | ten | aanzien | van | soortbescherming | binnen | het | Brabants Natuurnetwerk. Stikstof Er | dient | een | volledige | stikstofberekening | te worden | gemaakt | voor | de voorgenomen werkzaamheden/activiteiten/toekomstige | gebruik | binnen | het | plangebied | , inclusief | de | bouwfase. | Daarbij dient | een | reductie | emissieplan | voor | de | bouw | te worden | opgesteld. Veldbiologische | Werken | / rapport | VBW | c 2024-180 | r | Quikscan | Fysieke | Leefomgeving | – Natuur | , Bredaseweg | 88 , Roosendaal | 29 van | 47 7 Aanbevelingen 7. 1 Resultaten toetsing omgevingsloket Via het omgevingsloket. overheid. nl kan worden nagegaan of aan alle vereisten binnen het plangebied wordt voldaan ten aanzien van ecologie , daarvoor is het formulier Beschermde SoortenIndicator (BeSI) ingevuld. Dit formulier is toegevoegd aan deze rapportage. Let wel , de uitsnede is gebonden aan een maximaal formaat. Aandacht wordt geadviseerd voor broedende vogels , waarbij geadviseerd wordt om buiten de broedperiode de werkzaamheden uit te voeren.

De broedperiode is de periode van maart – juli/augustus. Voor Steenmarter wordt geadviseerd om buiten de kwetsbare periode de werkzaamheden uit te voeren , in verband met het grootbrengen van jongen. Deze kwetsbare periode loopt van maart – juli. 7. 2 Resultaten Gebiedsbescherming Natura 2000 Nadere toetsing in de vorm van een stikstofberekening is aan de orde. Brabants NatuurNetwerk Binnen het plangebied dient rekening te worden gehouden met het Omgevingsplan ‘Gemeente Roosendaal’ en de daarbij behorende kernkwaliteiten en soorten. Binnen het omgevingsplan Gemeente Roosendaal zijn geen bijzonderheden genoemd ten aanzien van beschermde soorten binnen het plangebied. 7. 3 Resultaten Soortenbescherming Uit de bevindingen van het veldonderzoek , het literatuur- en bronnenonderzoek en toetsing van de resultaten van dit onderzoek aan de Omgevingswet en de Omgevingsverordening Noord-Brabant , blijkt dat bij uitvoering van de voorgenomen ingrepen redelijkerwijs schade kan worden veroorzaakt aan beschermde soorten in de directe omgeving. Nader onderzoek is noodzakelijk naar de functionaliteit van het omliggende gebied ten opzichte van het plangebied voor de beschermde soorten: - Gierzwaluw Gebouwbewonende vleermuizen. - In algemene zin moet de Zorgplicht in acht worden genomen. Deze Zorgplicht geldt met name ten aanzien van broedgevallen van alle vogelsoorten.

Aangezien alle vogels tijdens het broeden zijn beschermd , kunnen werkzaamheden tijdens het broedseizoen leiden tot een overtreding van de Omgevingswet. Waarbij wordt opgemerkt dat er geen vaste periode in het jaar voor het broedseizoen kan worden aangegeven. Globaal genomen loopt het broedseizoen van maart t/m augustus. Voor de aanvang van de werkzaamheden dient het plangebied en de directe omgeving van het plangebied gecontroleerd te worden op aanwezigheid van broedende vogels. Ook tijdens de werkzaamheden dient regelmatige controle op aanwezigheid van broedende vogels plaats te vinden. Voorkom verstoring bij aan- en afvoer van materieel. Plaats geen materiaal tegen beplanting. De Zorgplicht geldt ook ten aanzien van algemene soorten amfibieën zoals Bruine kikker , Gewone pad en Kleine salamander. Bij aantreffen dienen deze soorten het plangebied zelfstandig te kunnen verlaten. U mag de dieren ook vangen en overplaatsen naar een geschikte veilige locatie buiten de werkzaamheden. Voorkomt u plasvorming binnen het plangebied in de actieve periode (maart – augustus) van amfibieën. Amfibieën kunnen gebruik maken van stagnerende waterplassen voor voortplanting. Het plangebied biedt door de gronddepots en rommelhoeken geschikt overwinteringsgebied voor algemene soorten Amfibieën. Ruimt u de gronddepots / rommelhoeken op in de periode maart – september.

Het gemeentelijke plantsoen ten oosten van het plangebied en de oeverzone ten zuiden van het plangebied biedt geschikt overwinteringsgebied voor algemene soorten Amfibieën , werk bij voorkeur buiten de periode van overwintering van amfibieën. Zorgplicht geldt ook voor soorten als alle vrijgestelde (spits)muizensoorten , Egel. Controleer voor aanvang van de werkzaamheden het plangebied op aanwezigheid van deze soort. Indien deze soort wordt aangetroffen dient Egel zich in veiligheid te kunnen brengen , voorkom vluchten richting waterpartijen en openbare weg. Veldbiologische Werken / rapport VBW c 2024-180 r Quikscan Fysieke Leefomgeving – Natuur , Bredaseweg 88 , Roosendaal 30 van 47 Op basis van het veldonderzoek en op basis van bronnen en literatuuronderzoek kan aanwezigheid van verblijfsplaatsen van boombewonende vleermuissoorten in het plangebied redelijkerwijs worden uitgesloten. Verblijfplaatsen van gebouwbewonende vleermuissoorten kunnen echter in nabijgelegen bebouwing aanwezig zijn (op een afstand van minimaal 10 meter). Voor verdiepend onderzoek uit naar gebouwbewonende vleermuizen nabij het plangebied om uitsluitsel te verkrijgen. Het plangebied biedt mogelijkheden als foerageergebied , maar vormt geen essentieel foerageergebied door het ontbreken van bijvoorbeeld waterpartijen.

De werkzaamheden dienen bij voorkeur bij daglicht plaats te vinden of , indien bouwverlichting noodzakelijk is (najaars-/winterperiode) , dient de te gebruiken bouwverlichting van de omliggende bebouwing en opgaand groen te zijn afgewend. Houdt van de omliggende gebouwen de gevels , dak en dakranden vrij van bouwdoek of materialen e. d. zodat er geen uitvliegopeningen worden geblokkeerd. Bouwverlichting kan alleen toegepast worden bij daadwerkelijke bouwactiviteit. Bewakingsverlichting dient voorzien te zijn van een bewegingssensor. Voor Gierzwaluw geldt dat deze soort gebruik kan maken van de omliggende gebouwen. Voorkom werkzaamheden in de broedperiode van Gierzwaluw (Juni-juli). Voorkom dat de uitvliegroutes uit dakranden en gevels van naburige woningen worden afgesloten met materieel of bouwdoek. Gierzwaluw heeft een ruime uitvliegmogelijkheid nodig omdat deze soort zich in feite uit het nest laat vallen. Om zicht te krijgen op de aanwezigheid van gierzwaluw dient verdiepend onderzoek plaats te vinden naar deze soort nabij het plangebied. 7. 4 Passende preventieve maatregelen Passende preventieve maatregelen zijn van toepassing , nl.

: ➢ ➢ De werkzaamheden dienen bij voorkeur bij daglicht plaats te vinden of , Indien bouwverlichting noodzakelijk is (najaars-/winterperiode) , dient te gebruiken bouwverlichting van de naburige woningen: gevels , dak , daklijsten te zijn afgewend. Bouwverlichting kan alleen toegepast worden tijdens werktijden van de bouwactiviteit. Bewakingsverlichting dient voorzien te zijn van een bewegingssensor. Plaats geen materialen tegen of direct nabij heggen , hagen of struikbeplanting. Plaats geen materialen tegen of voor naburige gevels of dakranden. Voorkom verstoring door overbodig geluid. ➢ ➢ ➢ ➢ ➢ ✓ Het toepassen van algemene zorgplicht ten aanzien van algemene / vrijgestelde soorten van amfibieën , bij het aantreffen van dieren dienen deze zichzelf in veiligheid te kunnen brengen. Voorkom plasvorming binnen het plangebied. Het toepassen van algemene zorgplicht ten aanzien van algemene / vrijgestelde soorten van zoogdieren bij het aantreffen van dieren dienen deze zichzelf in veiligheid te kunnen brengen. Niet werken in de broedperiode van algemene vogels: lukt dit niet dan controle uitvoeren voor aanvang van het werk op broedende vogels en gedurende de werkzaamheden deze controles herhalen. Bij het aantreffen van broedende vogels , deze niet met opzet verstoren. De resultaten worden vastgelegd in een logboek.

Het vrijhouden van dakranden , daklijsten en daken van naburige woningen ten behoeve van eventuele aanwezige broedende vogels. Voorkom opslag van bomen en struiken of rommelhoeken binnen het bouwterrein waarin in dieren kunnen gaan verblijven. Voor verdiepend onderzoek uit naar gebouwbewonende vleermuizen. Voor verdiepend onderzoek uit naar aanwezigheid van gierzwaluwen in omliggende gebouwen. ✓ ✓ ✓ ✓ ✓ ✓ ✓ Veldbiologische Werken / rapport VBW c 2024-180 r Quikscan Fysieke Leefomgeving – Natuur , Bredaseweg 88 , Roosendaal 31 van 47 8 Literatuur en bronnen 8. 1 Literatuur Bink , F. De Ecologische Atlas van de Dagvlinders van Noord-West-Europa , Schuyt & Co. 1992 Bos , F. , et al. , Veldgids Libellen , KNNV Uitgeverij , Utrecht , 2020 Broekhuizen , S. , et al. , Atlas van de Nederlandse Zoogdieren , KNNV , Utrecht , 1992. Diepenbeek , A. van , Veldgids diersporen , KNNV , Utrecht , 1999. Diepenbeek , A. van & J. van Delft , Het waarnemen van amfibieën en reptielen , RAVON , Nijmegen , 2006. Diepenbeek , A. van & R. Creemers , Herkenning amfibieën en reptielen , RAVON , Nijmegen , 2006. Dietz , C. , O. von Helversen & D. Nill , 2011. Vleermuizen. Alle soorten van Europa en Noord-West Afrika. Tirion Natuur. e Duistermaat , H. , Heukels’ Flora van Nederland , 24 druk , 2020 Floron , 2011. Nieuwe Atlas van de Nederlandse Flora. KNNV Uitgeverij , Zeist. Lenders , H. J. R. en C. C.

H. Marijnissen , Waarnemen en herkennen van amfibieën en reptielen in het veld , Stichting RAVON , Nijmegen , 1993. Limpens , H. , et al. , Atlas van de Nederlandse vleermuizen , KNNV , Utrecht , 1997. Limpens , H. , et al. , Vleermuizen en Planologie , 2010. Mebs , T. et al. , Uilen van Europa , Tirion , Baarn , 2004. Nauta , R. Het Prentenboek. Uitgegeven in eigen beheer. SOVON Vogelonderzoek Nederland , Atlas van de Nederlandse broedvogels ; verspreiding , aantallen , verandering - Nederlandse Fauna 5. Naturalis , KNNV Uitgeverij & EIS-Nederland , Leiden , 2002. SOVON Vogelatlas van Nederland. Stumpel , T. , Veldgids Amfibieën en reptielen , KNNV Uitgeverij , Zeist , 2006 Twisk , P. , et al. , Zoogdieren van de Benelux. Herkenning en onderzoek. ERLA. Amsterdam , 1986 Twisk , P. , et al. , Zoogdieren van West-Europa , KNNV , Utrecht , 1994. Weeda , E. J. et al. , Nederlandse Oecologische Flora , KNNV , Leiden , 1999. Wynhoff , I. , et al. , Veldgids Dagvlinders. KNNV Uitgeverij , Utrecht , 1999. Veldbiologische Werken / rapport VBW c 2024-180 r Quikscan Fysieke Leefomgeving – Natuur , Bredaseweg 88 , Roosendaal 32 van 47 8. 2 Bronnen BIJ12. nl roosendaal. nl Marterstichting. nl brabant. nl noord-brabant. maps. arcgis. com habitus. nl/externe werking kadastralekaart. com minlnv. nederlandsesoorten. nl natura2000. eea. europa. eu/ nederlandsesoorten.

nl NDFF Verspreidingsatlas NDFF geogrid Omgevingswet. overheid. nl Omgevingswet. overheid. nl/regels op de kaart PDOK. nl viewer quickscanhulp. nl ravon. nl ruimtelijkeplannen. nl sovon. nl telmee. nl (ndff) vleermuisprotocol. nl vlinderstichting. nl vogelbescherming. nl waarneming. nl zoogdiervereniging. nl bij12. nl/onderwerpen/natuur-en-landschap/natuurwetten-en-regelgeving/provinciale-verordeningen/wet- natuurbescherming Veldbiologische Werken / rapport VBW c 2024-180 r Quikscan Fysieke Leefomgeving – Natuur , Bredaseweg 88 , Roosendaal 33 van 47 Bijlage 1 - Wettelijk kader Omgevingswet Algemeen De Omgevingswet bundelt wetgeving en regels voor ruimte , wonen , infrastructuur , milieu , natuur en water. Daarmee vormt de wet de basis voor de samenhangende benadering van de fysieke leefomgeving. Vereenvoudiging en verbetering De Omgevingswet vereenvoudigt de wet- en regelgeving over de fysieke leefomgeving. Met het vernieuwen van het omgevingsrecht wil de wetgever 4 verbeteringen bereiken. 1. Inzichtelijk omgevingsrecht Door de bundeling van wetgeving zijn minder regels nodig. Het omgevingsrecht wordt duidelijk , voorspelbaar en gemakkelijk in het gebruik. De instrumenten van het stelsel Omgevingswet sluiten aan bij de fasen van de beleidscyclus . 2. Leefomgeving centraal De fysieke leefomgeving staat centraal in beleid , besluitvorming en regelgeving.

De fysieke leefomgeving gaat bijvoorbeeld over de samenhang tussen bouwwerken , infrastructuur , milieu en erfgoed. 3. Ruimte voor lokaal maatwerk De Omgevingswet biedt overheden meer keuzeruimte om doelen voor de leefomgeving te bereiken. De positie van decentrale overheden wordt versterkt volgens het principe Decentraal. Dit houdt in dat gemeenten bevoegd zijn om regels op te stellen , tenzij er een overkoepelend belang is. 4. Snellere besluitvorming Besluitvorming over projecten in de leefomgeving gaat onder de Omgevingswet sneller en beter. Dat vraagt om een integrale (samenhangende) werkwijze van overheden , burgers en bedrijven. Kernwoorden zijn: open , flexibel , uitnodigend , innovatief en vertrouwen. Voor de afhandeling van veel vergunningaanvragen gaat de reguliere procedure gelden met een beslistermijn van 8 weken. Initiatiefnemers weten daardoor sneller waar ze aan toe zijn. Rolverdeling Provincies en Rijk: Sinds 1 januari 2024 bepalen de Provincies voor hun gebied wat wel en niet mag in de natuur , dit is uitgewerkt in de Omgevingsverordening van de betreffende Provincie. De Rijksoverheid blijft verantwoordelijk voor het beleid welke is vastgelegd in de Omgevingswet en Besluit activiteit leefomgeving. Omgevingsverordening Provincie Noord-Brabant: In de omgevingsverordening Noord-Brabant staan alle regels voor de fysieke leefomgeving in Noord-Brabant.

Zowel voor Natura 2000-gebieden als in het wild levende dieren en bossen of andere houtopstanden. Vergunningen en ontheffingen aanvragen: Via het omgevingsloket wordt de vergunning / ontheffing Activiteit Flora en Fauna aangevraagd. Voor burgers en bedrijven is het belangrijk dat zij makkelijk en snel weten of een activiteit met mogelijke schade voor de natuur is toegestaan. En onder welke voorwaarden. Een aanvraag voor een omgevingsvergunning bij de gemeente wordt getoetst aan de Omgevingswet , Omgevingsplan van de gemeente of specifieke programma’s. Het is ook mogelijk om rechtstreeks bij de Provincie een vergunning of ontheffing natuur aan te vragen , waarbij de aanvraag wordt getoetst aan de Omgevingsverordening , Omgevingsvisie en Programma’s. Indien er voor een bepaalde activiteit een ontheffing wordt aangevraagd , dan zal deze ontheffingsaanvraag onder de nieuwe wet nog steeds worden getoetst aan drie criteria , namelijk de ADC - toets: 1. Alternatief. Is er een alternatief voor bijvoorbeeld locatie onderzocht? 2. Dwingende reden. Is er sprake van bepaalde , in de wet genoemde belangen: economisch of maatschappelijk belang? 3. Compensatie , welke compensatiemaatregelen neemt u ? 4.

Doet de ontheffing afbreuk aan de gunstige staat van instandhouding van de soort? Veldbiologische Werken / rapport VBW c 2024-180 r Quikscan Fysieke Leefomgeving – Natuur , Bredaseweg 88 , Roosendaal 34 van 47 Beschermde gebieden Met de inwerkingtreding van de nieuwe Omgevingswet blijft de bescherming van Natura 2000-gebieden nagenoeg hetzelfde. Is er sprake van een activiteit binnen een Natura-2000 gebied dan is bijna altijd sprake van een omgevingsvergunning aanvraag. Er sprake van specifieke zorgplicht en Ongewone voorvallen / Gelijkwaardige maatregel , Maatwerk is mogelijk maar gebonden aan voorschriften. Voor een activiteit in Natura-2000 gebied zonder nationaal belang dan is de Provincie bevoegd gezag. Bij een activiteit in Natura-2000 gebied met nationaal beland dan is de minister van LNV bevoegd gezag. Voor de Provincie Noord-Brabant geldt het Brabants NatuurNetwerk (BNN) en is onderdeel van het NatuurNetwerk Nederland (NNN). Het is een netwerk van deels bestaande en deels nieuwe natuurgebieden die door ecologische verbindingszones met elkaar verbonden zijn. Hierdoor kunnen dieren zich makkelijker verplaatsen tussen verschillende natuurgebieden. Zo wordt de biodiversiteit (het totaal aan planten en dieren) bevorderd.

Soortenbescherming In de Omgevingswet , Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) , Provinciale verordening en Gemeentelijk omgevingsplan staan (verbods)bepalingen. Zo zijn activiteiten die schadelijk zijn voor beschermde dier- en plantsoorten verboden. Ten opzichte van de voormalige Flora- en faunawet is dus nauwelijks sprake van een wijziging in verboden activiteiten. Let wel! Verstoren zonder voorafgaand goed onderzoek naar beschermde soorten , blijft strafbaar! Tenzij uitdrukkelijk is vermeld in de omgevingsverordening van de betreffende Provincie. De nieuwe Omgevingswet betekent wel dat lijst van beschermde soorten een wijziging ondergaat. De nieuwe Omgevingswet verdeelt beschermde soorten in drie groepen: 1. Strikt beschermde soorten met onder andere soorten uit de Vogel- en Habitatrichtlijn , Verdragen en bijlagen. 2. Andere zeldzame en bedreigde soorten , zoals soorten uit de Rode Lijst. 3. Exoten , waarvoor administratieplicht bestaat. In bijlage 4 t/m 6 van dit rapport is een overzicht opgenomen van beschermde soorten.

Bijlage 4 - NDFF-gegevens beschermde soorten binnen en nabij het plangebied Bijlage 5 - Lijst van beschermde soorten genoemde in bijlage IX van het Besluit activiteiten leefomgeving Bijlage 6 - Lijst van soorten waarvoor administratie plicht bestaat (exoten) , bijlage X Veldbiologische Werken / rapport VBW c 2024-180 r Quikscan Fysieke Leefomgeving – Natuur , Bredaseweg 88 , Roosendaal 35 van 47 Bijlage 2 – BeSI – formulier ten behoeve van vergunningaanvraag Veldbiologische Werken / rapport VBW c 2024-180 r Quikscan Fysieke Leefomgeving – Natuur , Bredaseweg 88 , Roosendaal 36 van 47 Veldbiologische Werken / rapport VBW c 2024-180 r Quikscan Fysieke Leefomgeving – Natuur , Bredaseweg 88 , Roosendaal 37 van 47 Veldbiologische Werken / rapport VBW c 2024-180 r Quikscan Fysieke Leefomgeving – Natuur , Bredaseweg 88 , Roosendaal 38 van 47 Veldbiologische Werken / rapport VBW c 2024-180 r Quikscan Fysieke Leefomgeving – Natuur , Bredaseweg 88 , Roosendaal 39 van 47 Veldbiologische Werken / rapport VBW c 2024-180 r Quikscan Fysieke Leefomgeving – Natuur , Bredaseweg 88 , Roosendaal 40 van 47 Veldbiologische Werken / rapport VBW c 2024-180 r Quikscan Fysieke Leefomgeving – Natuur , Bredaseweg 88 , Roosendaal 41 van 47 Bijlage 3 - Weerrapport De Bilt , 5 juli 2024 Veldbiologische Werken / rapport VBW c 2024-180 r Quikscan Fysieke Leefomgeving – Natuur , Bredaseweg 88 , Roosendaal 42

van 47 Bijlage 4 - NDFF-gegevens beschermde soorten binnen en nabij het plangebied Naam Aalscholver Akkerdistel Vaatplanten Beschermingsregiem VRL/HR VRL/HR Akkerkers Atlantische klimop Vaatplanten Vaatplanten VRL/HR VRL/HR Beuk Bezemkruiskruid Vaatplanten Vaatplanten VRL/HR VRL/HR Vaatplanten Vaatplanten VRL/HR VRL/HR Bijvoet Bleke klaproos Dauwbraam Californische Canadese fijnstraal cipres Vaatplanten Vaatplanten Vaatplanten Vaatplanten Vaatplanten Vaatplanten VRL/HR VRL/HR VRL/HR VRL/HR VRL/HR VRL/HR Dijkviltbraam Duinriet Duizendblad Echte kamille Ekster Es Vaatplanten Vogels Vaatplanten VRL/HR VRL/HR VRL/HR VRL/HR Fijn laddermos Blad- Levermossen en Fioringras Fluitenkruid Fuut Vaatplanten Vaatplanten Vogels VRL/HR VRL/HR VRL/HR VRL/HR Gedraaid knikmos Blad- Levermossen en Gewone / Glanzige Vaatplanten VRL/HR hoornbloem Gewone Gewone berenklauw esdoorn Vaatplanten Vaatplanten VRL/HR VRL/HR Gewone melkdistel Vaatplanten Vaatplanten VRL/HR VRL/HR Gewone vlier Gewoon biggenkruid Vaatplanten Vaatplanten VRL/HR VRL/HR Gewoon jakobskruiskruid Gewoon muisjesmos Blad- Levermossen en Gewoon Gewoon Gewoon speenkruid struisgras varkensgras Vaatplanten Vaatplanten Vaatplanten VRL/HR VRL/HR VRL/HR Glanshaver Grasmus Grauwe wilg s. l.

Greppelrus Groot laddermos Soort Vogels Rode lijst Afstand 0-5 km 0-5 km 0-5 km 0-5 km 0-5 km 0-5 km 0-5 km 0-5 km 0-5 km 0-5 km 0-5 km 0-5 km 0-5 km 0-5 km 0-5 km 0-5 km 0-5 km 0-5 km 0-5 km 0-5 km 0-5 km 0-5 km 0-5 km 0-5 km 0-5 km 0-5 km 0-5 km 0-5 km 0-5 km VRL/HR 0-5 km 0-5 km 0-5 km 0-5 km 0-5 km 0-5 km 0-5 km 0-5 km 0-5 km Vaatplanten Vogels VRL/HR VRL/HR Vaatplanten Vaatplanten VRL/HR VRL/HR VRL/HR Blad- Levermossen en Vaatplanten VRL/HR Grote / Getande weegbree Grote Grote brandnetel gele kwikstaart Vaatplanten Vogels VRL/HR VRL/HR Grote klit Grote vossenstaart Vaatplanten Vaatplanten Vaatplanten VRL/HR VRL/HR VRL/HR Haagwinde 0-5 km 0-5 km 0-5 km 0-5 km 0-5 km 0-5 km Veldbiologische Werken / rapport VBW c 2024-180 r Quikscan Fysieke Leefomgeving – Natuur , Bredaseweg 88 , Roosendaal 43 van 47 Naam Soort Vaatplanten Beschermingsregiem VRL/HR Rode lijst Afstand Herderstasje Hoge fijnstraal Vaatplanten Vaatplanten VRL/HR VRL/HR Hondsdraf Honingklaver (G) Vaatplanten Vaatplanten Vaatplanten VRL/HR VRL/HR VRL/HR Hopklaver Hopklaver Houtduif Houtduif Huiskat 0-5 km 0-5 km 0-5 km 0-5 km 0-5 km 0-5 km 0-5 km 0-5 km 0-5 km Vogels Vogels Zoogdieren , VRL/HR VRL/HR VRL/HR Overige zoogdieren Vogels Vaatplanten VRL/HR VRL/HR Vogels Vaatplanten Vogels Vaatplanten VRL/HR VRL/HR VRL/HR VRL/HR Kleine Kleine Klein streepzaad veldkers klaver Vaatplanten Vaatplanten Vaatplanten VRL/HR

VRL/HR VRL/HR Klimop Vaatplanten Vaatplanten Vaatplanten VRL/HR VRL/HR VRL/HR Kluwenhoornbloem Knobbelzwaan Knoopkruid Vaatplanten Vogels Vaatplanten VRL/HR VRL/HR VRL/HR Kokmeeuw Koningskaars Koolmees Vaatplanten Vogels Vogels VRL/HR VRL/HR VRL/HR Koolzaad Kroontjeskruid Kruipende boterbloem Vaatplanten Vaatplanten Vaatplanten VRL/HR VRL/HR VRL/HR Kuifeend Laurierkers Meerkoet Vogels Vaatplanten Vogels VRL/HR VRL/HR VRL/HR Melganzenvoet Paardenbloem Noorse Moerasrolklaver esdoorn Vaatplanten Vaatplanten Vaatplanten Vogels VRL/HR VRL/HR VRL/HR VRL/HR Parapluutjesmos Paarse dovenetel Vaatplanten Vaatplanten VRL/HR VRL/HR VRL/HR Blad- Levermossen Vogels en Reukeloze kamille Vaatplanten Vaatplanten VRL/HR VRL/HR VRL/HR Ridderzuring Rietgras Rietzwenkgras Ringelwikke Vaatplanten Vaatplanten Vaatplanten Vaatplanten Vaatplanten VRL/HR VRL/HR VRL/HR VRL/HR VRL/HR Robertskruid Huiszwaluw Hulst IJsvogel Katwilg Kauw Kleefkruid Klein Klein kruiskruid hoefblad RL 0-5 km 0-5 km 0-5 km 0-5 km 0-5 km 0-5 km 0-5 km 0-5 km 0-5 km 0-5 km 0-5 km 0-5 km 0-5 km 0-5 km 0-5 km 0-5 km 0-5 km 0-5 km 0-5 km 0-5 km 0-5 km 0-5 km 0-5 km 0-5 km 0-5 km 0-5 km 0-5 km 0-5 km 0-5 km 0-5 km 0-5 km Merel Pimpelmees Reigersbek 0-5 km 0-5 km 0-5 km 0-5 km 0-5 km 0-5 km 0-5 km 0-5 km Veldbiologische Werken / rapport VBW c 2024-180 r Quikscan Fysieke Leefomgeving – Natuur , Bredaseweg 88 , Roosendaal 44 van 47

Naam Soort Rode kornoelje Vaatplanten Beschermingsregiem VRL/HR Rode lijst Afstand 0-5 km 0-5 km 0-5 km 0-5 km 0-5 km 0-5 km 0-5 km 0-5 km 0-5 km 0-5 km Roek Roodborst VRL/HR VRL/HR Vogels Vogels Roos Ruw Ruige beemdgras (G) zegge Vaatplanten Vaatplanten Vaatplanten VRL/HR VRL/HR VRL/HR Schietwilg Voederwikke Smalle / Vergeten / Vaatplanten Vaatplanten Vaatplanten Vaatplanten VRL/HR VRL/HR VRL/HR VRL/HR Smalle weegbree Vaatplanten VRL/HR VRL/HR VRL/HR Soepeend Soepgans Vogels Vogels Speerdistel Tuinbingelkruid Teunisbloem onbekend Vaatplanten Vaatplanten Vaatplanten Vaatplanten Vaatplanten Vogels VRL/HR VRL/HR VRL/HR VRL/HR VRL/HR VRL/HR Tuinwolfsmelk Vijfvingerkruid Vaatplanten Vogels VRL/HR VRL/HR Vink Vlinderstruik Vogelwikke Vuurwants Schijfkamille Sint-Janskruid 0-5 km 0-5 km 0-5 km 0-5 km 0-5 km 0-5 km 0-5 km 0-5 km 0-5 km 0-5 km 0-5 km 0-5 km 0-5 km 0-5 km Stormmeeuw Tengere rus Vaatplanten Insecten Vogels Geleedpotigen Vaatplanten - VRL/HR VRL/HR VRL/HR VRL/HR VRL/HR Waterhoen Wilde eend Witgat Vogels Vogels Witte dovenetel Vaatplanten Vaatplanten VRL/HR VRL/HR VRL/HR Wouw Zachte Zandteunisbloem ooievaarsbek Vaatplanten Vaatplanten Vogels VRL/HR VRL/HR Zilvermeeuw Zilvermos 0-5 km 0-5 km 0-5 km 0-5 km 0-5 km 0-5 km 0-5 km 0-5 km 0-5 km VRL/HR VRL/HR Blad- Levermossen en Zoete kers Zwarte braam Vaatplanten Vaatplanten Vaatplanten Vaatplanten VRL/HR VRL/HR VRL/HR VRL/HR

Vogels Schimmels VRL/HR VRL/HR 0-5 km 0-5 km 0-5 km 0-5 km 0-5 km 0-5 km Zomereik Zwaluwtong Zwarte kraai Zwavelzwam Veldbiologische Werken / rapport VBW c 2024-180 r Quikscan Fysieke Leefomgeving – Natuur , Bredaseweg 88 , Roosendaal 45 van 47 Bijlage 5 – Lijst van beschermde soorten genoemde in bijlage IX a en b van het Besluit activiteiten leefomgeving A. Soorten zoogdieren , amfibieën , reptielen , vissen , dagvlinders , libellen en kevers als bedoeld in artikel 11.54 , eerste lid , onder a Zoogdieren Aardmuis Boommarter Bosmuis Bunzing Damhert Das Dwergmuis Hermelijn Huisspitsmuis Konijn Molmuis Ondergrondse woelmuis Ree Rosse woelmuis Steenmarter Tweekleurige bosspitsmuis Veldmuis Veldspitsmuis Vos Waterspitsmuis Wezel Wild zwijn Woelrat Amfibieën Alpenwatersalamander Bruine kikker Gewone pad Kleine watersalamander Meerkikker Middelste groene kikker Vinpootsalamander Dagvlinders Aardbeivlinder Bosparelmoervlinder Bruin dikkopje Bruine eikenpage Duinparelmoervlinder Gentiaanblauwtje Grote parelmoervlinder Libellen Beekrombout Bosbeekjuffer Donkere waterjuffer Gevlekte glanslibel Gewone bronlibel Hoogveenglanslibel Kempense heidelibel Kevers Vliegend hert Dwergspitsmuis Vuursalamander Grote vos Speerwaterjuffer Edelhert Eekhoorn Egel Eikelmuis Gewone bosspitsmuis Gewone zeehond Grote bosmuis Grijze zeehond Haas Reptielen Adder Hazelworm Levendbarende hagedis Ringslang

Vissen en kreeften Beekdonderpad Beekprik Elrits Europese rivierkreeft Gestippelde alver Grote modderkruiper Kwabaal Grote weerschijnvlinder Iepenpage Kleine heivlinder Kleine ijsvogelvlinder Kommavlinder Sleedoornpage Spiegeldikkopje Veenbesblauwtje Veenbesparelmoervlinder Veenhooibeestje Veldparelmoervlinder Zilveren maan Veldbiologische Werken / rapport VBW c 2024-180r Quickscan Fysieke Leefomgeving – Natuur , Bredaseweg 88 , Roosendaal 45 van 47 Bijlage 5 – Lijst van beschermde soorten genoemde in bijlage IX a en b van het Besluit activiteiten leefomgeving (vervolg) B. Soorten vaatplanten als bedoeld in artikel 11.54 , eerste lid , onder c Akkerboterbloem Akkerdoornzaad Akkerogentroost Beklierde ogentroost Berggamander Bergnachtorchis Blaasvaren Blauw guichelheil Bokkenorchis Bosboterbloem Bosdravik Brave hendrik Brede wolfsmelk Breed wollegras Bruinrode wespenorchis Dennenorchis Dreps Echte gamander Franjegentiaan Geelgroene wespenorchis Geplooide vrouwenmantel Getande veldsla Gevlekt zonneroosje Glad biggenkruid Gladde zegge Groene nachtorchis Groensteel Groot spiegelklokje Grote bosaardbei Grote leeuwenklauw Honingorchis Kalkboterbloem Kalketrip Karthuizeranjer Karwijselie Kleine ereprijs Kleine Schorseneer Kleine wolfsmelk Kluwenklokje Knollathyrus Knolspirea Korensla Kranskarwij Kruiptijm Lange zonnedauw Liggende ereprijs Moerasgamander Muurbloem Naakte lathyrus

Naaldenkervel Pijlscheefkelk Roggelelie Rood peperboompje Rozenkransje Ruw parelzaad Scherpkruid Schubvaren Schubzegge Smalle raai Spits havikskruid Steenbraam Stijve wolfsmelk Stofzaad Tengere distel Tengere veldmuur Trosgamander Veenbloembies Vliegenorchis Vroege ereprijs Wilde averuit Wilde ridderspoor Wilde weit Wolfskers Zandwolfsmelk Zinkviooltje Zweedse kornoelje Veldbiologische Werken / rapport VBW c 2024-180r Quickscan Fysieke Leefomgeving – Natuur , Bredaseweg 88 , Roosendaal 46 van 47 Bijlage 6 – Lijst van soorten biilage X waarvoor administratieplicht bestaat (exoten) Bijlage X. bij artikel 11.103 , eerste lid , onder c , onder 2° , van dit besluit (van administratieplicht uitgezonderde soorten) Lama guanicoe (Goeanaco) Rhea americana (Nandoe) Anas formosa (Baikaltaling) Coscoroba (Coscoroba) Dendrocygna arborea (Westindische fluiteend) Sarkidiornis melanotos (Knobbeleend) Argusianus argus (Argusfazant) Gallus sonneratii (Sonnerats hoen) Lophura erythrophthalma (Kuifloze vuurrugfazant) Lophura ignita (Gekuifde vuurrugfazant) Pavo muticus (Groene pauw) Polyplectron bicalcaratum (Spiegelpauw) Polyplectron germaini (Germains spiegelpauw) Polyplectron malacense (Maleise spiegelpauw) Gallicolumba luzonica (Luzondolksteekduif) Agapornis canus (Grijskopagapornis) Agapornis fischeri (Fischers agapornis) Agapornis lilianae (Nyasa-agapornis) Agapornis nigrigenis

(Zwartwangagapornis) Agapornis personatus (Zwartmaskeragapornis) Agapornis roseicollis (Perzikkopagapornis) Agapornis taranta (Zwartvleugelagapornis) Alisterus scapularis (Australische koningsparkiet) Amazona amazonica (Oranjevleugelamazone) Amazona farinosa (Gepoederde amazone) Aprosmictus erythropterus (Roodvleugelparkiet) Ara ararauna (Blauwgele ara) Aratinga acuticaudata (Blauwkopparkiet) Aratinga leucophthalmus (Witoogparkiet) Aratinga pertinax (Maisparkiet) Bolborhynchus lineola (Catharinaparkiet) Brotogeris chrysopterus (Oranjevleugelparkiet) Cyanoramphus auriceps (Geelvoorhoofdkakariki) Forpus coelestis (Blauwe muspapegaai) Forpus conspicillatus (Gebrilde muspapegaai) Forpus cyanopygius (Mexicaanse muspapegaai) Forpus passerinus (Groene muspapegaai) Forpus xanthops (Geelwangmuspapegaai) Forpus xanthopterygius (Spix» muspapegaai) Lathamus discolor (Zwaluwparkiet) Loriculus vernalis (Indische hangparkiet) Myiopsitta monachus (Monniksparkiet) Nandayus nenday (Nandayparkiet) Neophema chrysostoma (Blauwvleugelparkiet) Neophema elegans (Prachtparkiet) Neophema pulchella (Turkooisparkiet) Neophema splendida (Splendidparkiet) Neopsephotus bourkii (Bourke’s parkiet) Northiella haematogaster (Roodbuikparkiet) Pionites melanocephala (Zwartkopcaique) Pionus maximiliani (Maximiliaans papegaai) Pionus menstruus (Zwartoorpapegaai) Platycercus adelaidae (Adelaiderosella) , P.

elegans x P. flaveoleus Platycercus adscitus (Bleekkoprosella) Platycercus barnardi (Barnards rosella) Platycercus caledonicus (Geelbuikrosella) Platycercus elegans (Pennantrosella) Platycercus eximius (Prachtrosella) Platycercus flaveolus (Strogele rosella) Platycercus icterotis (Stanleyrosella) Platycercus venustus (Zwartkoprosella) Platycercus zonarius (Port Lincolnrosella) Polytelis alexandrae (Prinses van Walesparkiet) Polytelis anthopeplus (Regentparkiet) Polytelis swainsonii (Barrabandparkiet) Psephotus haematonotus (Roodrugparkiet) Psephotus varius (Regenboogparkiet) Psittacula alexandri (Roseborstparkiet) Psittacula cyanocephala (Pruimenkopparkiet) Psittacula derbiana (Lord Derby’s parkiet) Psittacula eupatria (Grote Alexanderparkiet) Psittacula roseata (Bloesemkopparkiet) Purpureicephalus spurius (Roodkapparkiet) Pyrrhura picta (Bonte parkiet) Poephila cincta (Gordelamadine) Iguana (Groene leguaan) Boa constrictor (met uitzondering van de Boa constrictor occidentalis) Corallus hortulanus (Tuinboa) Python molurus bivittatus Python regius (Koningspython) Python reticulatus (Netpython) Python sebae (Rotspython) Ambystoma mexicanum (Axolotl) Tridacna crocea Tridacna maxima ordo Antipatharia ordo Coenothecalia ordo Scleractinia familia Tubiporidae familia Milleporidae familia Stylasteridae Veldbiologische Werken / rapport VBW c 2024-180r Quickscan Fysieke Leefomgeving –

Natuur , Bredaseweg 88 , Roosendaal 47 van 47

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.roosendaal.nl/api/v1/meetings/1964/documents/54102