Bijlage_Bestemmingsplan Moerstraatseweg 16 20210412.pdf
Tekst van het document
5.2 Opzet van de nieuwe bestemmingsregeling 5.2.1 Uitgangspunten en doelstellingen Het centrale onderdeel van een bestemmingsplan is de bestemming. Ten behoeve van een goede ruimtelijke ordening worden aan de in het plan begrepen grond bestemmingen toegewezen met bijbehorende doeleinden. Aan de bestemmingen zijn regels gekoppeld over het gebruik van de in het plan begrepen grond en van de zich daar bevindende bouwwerken. Kenmerk van bestemmingen is dat het gehele plangebied ermee is bedekt. Elke bestemming is geometrisch bepaald. Een bestemmingsplan kan ook dubbelbestemmingen bevatten. Deze overlappen bestemmingen en geven eigen regels, waarbij sprake is van een rangorde tussen de bestemmingen en de dubbelbestemmingen. De dubbelbestemmingen hoeven het gehele plangebied niet te bedekken. Aanduidingen worden gebruikt om bepaalde zaken binnen een bestemming of dubbelbestemming nader of specifieker te regelen. Het gaat hierbij om specificaties met betrekking tot het gebruik of de bouwmogelijkheden. De aanduidingen hebben daardoor juridische betekenis en komen ook altijd in de regels van het bestemmingsplan voor. Verklaringen zijn de overige in de verbeelding van het bestemmingsplan voorkomende zaken. Verklaringen hebben geen juridische betekenis. Zij zijn bedoeld om nadere informatie te verschaffen of om de duidelijkheid en raadpleegbaarheid te bevorderen.
Omdat verklaringen geen juridische betekenis hebben, wordt hierop niet nader ingegaan. Het uitgangspunt bij het opstellen van het bestemmingsplan is dat de van kracht zijnde regelingen zodanig worden geactualiseerd dat samenhangende, op actuele beleidsinzichten en gebruikerswensen afgestemde bestemmingsregelingen ontstaan. Als doelstellingen en uitgangspunten kunnen daarbij worden onderscheiden: rechtszekerheid en klantgerichtheid, dat wil zeggen voor de burger een duidelijk, toegankelijk en op actuele behoeften en eisen afgestemd plan.
Hoofdstuk 5
26
makkelijke toepasbaarheid en hanteerbaarheid voor de gemeentelijke diensten; een plan waaraan bouwaanvragen op heldere wijze kunnen worden getoetst met als resultaat een minimale bestuurslast.
duidelijkheid en inzichtelijkheid van hetgeen is toegestaan, dit houdt in dat de bestemmingen met hun bouw- en gebruiksmogelijkheden zoveel als mogelijk is via de verbeelding zichtbaar worden gemaakt.
De aandacht richt zich in eerste instantie op de woonfunctie en de aard en de verschijningsvorm van de woonbebouwing in de plangebieden. Bij de opbouw van de regeling wordt uitgegaan van een collectieve doelstelling die van toepassing zal zijn bij alle woningen. Deze doelstelling is om enerzijds een goede regeling voor de uitbreidingsmogelijkheden van de woningen te bieden ten behoeve van een maximaal woongenot voor de bewoners en anderzijds de bestaande ruimtelijke kwaliteit in het plangebied te handhaven. 5.2.2 Opbouw regels De opbouw van de regels is gelijk aan Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen 2012. a. De opbouw van de regels is als volgt: betekenisafspraken (Hoofdstuk 1 Inleidende regels); de gebruiks- en bouwregels per bestemming (Hoofdstuk 2 Bestemmingsregels); algemene regels (Hoofdstuk 3 Algemene regels); overige regels (Hoofdstuk 4 Overgangs- en slotregels). b. Een bestemmingsartikel (Hoofdstuk 2 Bestemmingsregels) wordt uit de volgende leden in deze volgorde opgebouwd: bestemmingsomschrijving; bouwregels; nadere eisen; specifieke gebruiksregels; afwijken van de gebruiksregels; omgevingsvergunning; wijzigingsbevoegdheid. De specifieke nadere eisenregelingen, bevoegdheden om af te wijken van de regels en wijzigingsbevoegdheden en mogelijk aanlegvergunningregels zullen zoveel mogelijk per bestemming worden opgenomen.
Hierdoor wordt direct per bestemming inzicht geboden in de eventuele afwijkingsmogelijkheden en onnodig verwijzen naar andere artikelen voorkomen. Deze werkwijze bevordert de toegankelijkheid van het bestemmingsplan. Er wordt derhalve voor de volgorde van de regels een standaardindeling gehanteerd. 5.2.3 Flexibiliteitsregels Aan het bestemmingsplan kan flexibiliteit worden toegevoegd door met een omgevingsvergunning af te wijken van de regels, het stellen van nadere eisen of een wijzigingsbevoegdheid. Dit flexibiliteitinstrumentarium kent zekere begrenzingen. Het is niet mogelijk om met een omgevingsvergunning een bestemmingswijziging tot stand te brengen.
Hoofdstuk 5
27
Een nadere eis mag slechts worden gesteld per afzonderlijk geval en geen algemene regel inhouden. Bovendien moet het bestemmingsplan al een regel bevatten omtrent het punt ten aanzien waarvan een nadere eis wordt gesteld. Op basis van het vorenstaande wordt voor het opnemen van flexibiliteitsregels de volgende benadering gehanteerd:
flexibiliteitregels alleen gebruiken als van een wezenlijke belangenafweging sprake kan zijn, voor de onderbouwing waarvan de toelichting de noodzakelijke bouwstenen bevat.
bij het besluit tot het opnemen van flexibiliteit planschade risico meewegen.
nadere eisen alleen stellen als er als regels zijn opgenomen met betrekking tot hetzelfde onderwerp.
5.3 Regeling bestemmingen 5.3.1 Bedrijf – 3 Op de gronden met de bestemming Bedrijf - 3 zijn bedrijven toegestaan voor zover deze voorkomen in categorie 2 en 3.1 van de Staat van Bedrijfsactiviteiten. Binnen het plangebied is uitsluitend een waterwinbedrijf toegestaan ter plaatse van de aanduiding ‘specifieke vorm van bedrijf – waterwinbedrijf’. Ten aanzien van de planologische regeling komt deze overeen met de juridische regeling van het bestemmingsplan ‘Buitengebied’ (NL.IMRO.1674.2012BUITENGEBIEDW-0601), met dien verstande dat de maximale bouwhoogte is gewijzigd naar 18 meter. De bestemming biedt verder de mogelijkheid tot opwekking van duurzame energie (een zonneweide), grotendeels ten behoeve van het waterwinbedrijf. De maximale bouwhoogte van de zonneweide bedraagt 2,50 meter. 5.3.2
Waarde – Archeologie 2
Deze dubbelbestemming rust op de gronden met een middelhoge archeologische waarden. Conform het ontwerpbestemmingsplan ‘Buitengebied Wouw 2020’ geldt ter plaatse van het plangebied de dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie 2’. Om beide bestemmingsplannen op elkaar aan te laten sluiten is ervoor gekozen om de archeologische dubbelbestemming in dit bestemmingsplan op te nemen. Binnen deze gronden zijn werkzaamheden die een oppervlakte hebben groter dan 500 m 2 en dieper gaan dan 0,5 m beneden maaiveld vergunningsplichtig.
5.4 Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) Van Wro naar Wabo Op 1 oktober 2010 is de Wabo (Wet algemene bepalingen omgevingsrecht) in werking getreden. Hiermee is de Wet ruimtelijke ordening (Wro), die 1 juli 2008 in werking trad, deels vervallen en opgegaan in de Wabo. Dit geldt onder andere voor de verschillende ontheffingen en het projectbesluit. Daarnaast heeft de invoering van de Wabo ook gevolgen voor de juridische regelingen in bestemmingsplannen. In de omgevingsvergunning worden de verschillende vergunningen die tot nu toe nodig waren voor diverse locatiegebonden activiteiten (bv. bouwvergunning, kapvergunning, milieuvergunning
Hoofdstuk 5
28
etc.) samengevoegd tot één vergunning. Hiermee kan de Wabo procedures en processen voor de burgers makkelijker en vooral overzichtelijker maken. Eén vergunning, één procedure voor één project waarin meerdere toestemmingen voor locatiegebonden activiteiten benodigd zijn. In de Wro was een aantal ontheffingen geregeld. Namelijk de binnenplanse ontheffing (artikel 3.6, lid 1, sub c Wro), de buitenplanse “kruimel”-ontheffing (artikel 3.23 Wro) en de tijdelijke ontheffing (artikel 3.22 Wro). Deze ontheffingen vallen nu de Wabo is ingevoerd onder de noemer ‘Omgevingsvergunning’. Daarnaast is een aantal minder vaak voorkomende besluiten, zoals de aanlegvergunning, diverse ontheffingen van beheersplannen en projectbesluiten van provinciaal en nationaal belang en ook alle toestemmingsbesluiten die betrekking hebben op het bouwen, slopen, aanlegactiviteiten en het gebruik in strijd met het vigerende gemeentelijk, provinciaal of nationaal ruimtelijk besluit of plan komen te vallen onder de nieuwe regelgeving. Wabo en planregels in ruimtelijke plannen De invoering van de Wabo heeft ook gevolgen voor de inhoud van bestemmingsplannen en andere ruimtelijke planvormen en dan in het bijzonder voor de planregels. In de Wabo wordt niet meer gesproken over ontheffingen, vrijstellingen of wijzigingen, maar van toestemmingen.
Door middel van een omgevingsbesluit kan het college van burgemeester en wethouders toestemming verlenen om af te wijken van het bestemmingsplan. Het vervallen van artikel 7.10 Wro (strijdig gebruik) heeft tot gevolg dat deze weer terug in het bestemmingsplan is gekomen. De toevoeging van artikel 3.6a Wro heeft tot gevolg dat in het bestemmingsplan kan worden uitgesloten dat voor een bepaalde termijn kan worden afgeweken van dat bestemmingsplan door middel van een omgevingsvergunning. Dit ter bescherming van de daar voorkomende bestemming. De begripsbepalingen en de wijze van meten zijn aangepast aan de begrippen in de Wabo. Het meest ingrijpende is het vergunningsvrij bouwen, dat geregeld is in het Besluit omgevingsrecht (Bor). Hier kan onderscheid worden gemaakt tussen het vergunningsvrij bouwen passend binnen de bepalingen van het bestemmingsplan en het vergunningsvrij bouwen maar strijdig met het gebruik van het bestemmingsplan. In tweede instantie is daarom toch een omgevingsvergunning nodig, al is het slechts een reguliere. Om te vermijden dat onnodige procedures moeten worden doorlopen, heeft de gemeente ervoor gekozen om de bebouwingsregeling zo veel mogelijk af te stemmen op de Bor.
Hoofdstuk 5
29
6.
ECONOMISCHE UITVOERBAARHEID 6.1 Financiële uitvoerbaarheid De uitvoering van de ontwikkeling is in handen van Brabant Water N.V. Met deze partij heeft de gemeente een anterieure overeenkomst gesloten waarin het kostenverhaal is verzekerd met gemeente Roosendaal en Provincie Noord-Brabant. Daarmee is verzekerd dat alle projectgebonden kosten die de gemeente maakt, worden verhaald op de initiatiefnemer. Eventuele kosten voor de inrichting en overige voorzieningen zijn voor rekening van de initiatiefnemer.
Hoofdstuk 6
30
7.
OVERLEG EN INSPRAAK De procedures voor vaststelling van een bestemmingsplan zijn door de wetgever geregeld. Aangegeven is dat tussen gemeente en verschillende instanties waar nodig overleg over het plan moet worden gevoerd alvorens een ontwerpplan ter visie gelegd kan worden. Bovendien is het noodzakelijk dat belanghebbenden de gelegenheid hebben om hun visie omtrent het plan te kunnen geven. Pas daarna kan de wettelijke procedure met betrekking tot vaststelling van het bestemmingsplan van start gaan.
7.1 Overleg Het Besluit ruimtelijke ordening geeft aan dat burgemeester en wethouders bij de voorbereiding van een bestemmingsplan overleg plegen met de besturen van betrokken gemeenten en waterschappen en met die diensten van provincie en Rijk die betrokken zijn bij de zorg voor de ruimtelijke ordening of belast zijn met de behartiging van belangen welke in het plan in het geding zijn. De instanties, te weten Waterschap Brabantse Delta, de Brandweer en de Provincie Noord-Brabant, zijn in kennis gesteld van dit bestemmingsplan. Vanuit de provincie is een reactie binnengekomen dat het plan in overeenstemming is met de provinciale belangen. Naar aanleiding van het wettelijk vooroverleg zijn geen wijzigingen doorgevoerd in het bestemmingsplan.
7.2 Inspraak De Wro bevat geen procedurevoorschriften met betrekking tot de inspraak, en is in Wro zelf niet verplicht gesteld. Dat neemt niet weg dat het de gemeente vrij staat toch inspraak te verlenen bijvoorbeeld op grond van de gemeentelijke inspraakverordening. Overeenkomstig het bepaalde in de Gemeentelijke Inspraakverordening zijn de bevolking en in de gemeente belanghebbende natuurlijke en rechtspersonen betrokken bij de voorbereiding van dit bestemmingsplan. Gelijktijdig met het wettelijk vooroverleg heeft het voorontwerpbestemmingsplan voor een periode van 6 weken ter inzage gelegen. Gedurende deze termijn zijn geen inspraakreacties binnengekomen op het bestemmingsplan.
7.3 Zienswijzen Het ontwerpbestemmingsplan wordt conform artikel 3.6 Wro voor een periode van 6 weken ter visie gelegd. Gedurende deze periode heeft een ieder de mogelijkheid om een zienswijze in te dienen. Eventuele aanpassingen naar aanleiding van ingediende zienswijzen zullen in deze paragraaf worden beschreven.
Hoofdstuk 7
31
SEPARATE BIJLAGEN Bijlage 1: Quickscan Flora en fauna Bijlage 2: Vervolgonderzoek Flora en fauna Bijlage 3: Waterparagraaf Bijlage 4: Bodemonderzoek Bijlage 5: Vooroverlegreactie Provincie Noord-Brabant Bijlage 6: MER-besluit
Moerstraatseweg 16
Inhoudsopgave
Regels
3
Hoofdstuk 1
Inleidende regels
4
Artikel 1 Artikel 2
Begrippen Wijze van meten
4 8
Hoofdstuk 2
Bestemmingsregels
9
Artikel 3 Artikel 4
Bedrijf - 3 Waarde - Archeologie 2
9 12
Hoofdstuk 3
Algemene regels
14
Artikel 5 Artikel 6 Artikel 7 Artikel 8 Artikel 9
Anti-dubbeltelregel Algemene bouwregels Algemene aanduidingsregels Algemene afwijkingsregels Algemene wijzigingsregels
14 15 16 17 18
Hoofdstuk 4
Overgangs- en slotregels
19
Artikel 10 Artikel 11
Overgangsrecht Slotregel
19 21
2
Bestemmingsplan "Moerstraatseweg 16" (vastgesteld)
Regels
Hoofdstuk 1 Artikel 1
Inleidende regels
Begrippen
In deze regels wordt verstaan onder: 1.1
Plan
Het bestemmingsplan Moerstraatseweg 16 met identificatienummer NL.IMRO.1674.2119MOERSTRWEG16-0401 van de gemeente Roosendaal. 1.2
Bestemmingsplan
De geometrisch bepaalde planobjecten met de daarbij behorende regels en de daarbij behorende bijlagen. 1.3
Aanduiding
Een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden. 1.4
Aanduidingsgrens
De grens van een aanduiding indien het een vlak betreft. 1.5
Archeologisch advies
Advies door een organisatie die werkt conform de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie (KNA). 1.6
Archeologisch onderzoek
Inventariserend veldonderzoek uitgevoerd conform de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie (KNA). 1.7
Archeologische begeleiding
Begeleiding uitgevoerd conform de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie (KNA). 1.8
Archeologische opgraving
Opgraving uitgevoerd conform de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie (KNA) waarbij de aanwezige archeologische waarden worden veilig gesteld. 1.9
Archeologische waarde
De aan een gebied toegekende waarde in verband met de in dat gebied voorkomende overblijfselen uit oude tijden. 1.10
Bebouwing
Eén of meer gebouwen en/of bouwwerken, geen gebouwen zijnde.
4
Bestemmingsplan "Moerstraatseweg 16" (vastgesteld)
1.11
Bebouwingspercentage
Het percentage van een bouwperceel of gedeelte daarvan, dat ten hoogste mag worden bebouwd. 1.12
Bedrijfswoning
Een woning in of bij een gebouw of op een terrein, kennelijk bedoeld voor (het huishouden) van een persoon, wiens huisvesting daar gelet op de bestemming van het gebouw of het terrein noodzakelijk is. 1.13
Bestemmingsgrens
De grens van een bestemmingsvlak. 1.14
Bestemmingsvlak
Een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde bestemming. 1.15
Bouwen
Het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk, alsmede het geheel of gedeeltelijk oprichten vernieuwen of veranderen van een standplaats. 1.16
Bouwgrens
De grens van een bouwvlak. 1.17
Bouwlaag
Een doorlopend gedeelte van een gebouw dat door op gelijke of bij benadering gelijke hoogte liggende vloeren of balklagen is begrensd. 1.18
Bouwperceel
Een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge de regels een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten. 1.19
Bouwperceelgrens
De grens van een bouwperceel. 1.20
Bouwvlak
Een geometrisch bepaald vlak, waarmee de gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zijn toegelaten. 1.21
Bouwwerk
Elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, die hetzij direct of indirect met de grond is verbonden, hetzij direct of indirect steun vindt in of op de grond.
Bestemmingsplan "Moerstraatseweg 16" (vastgesteld)
5
1.22
Bijbehorend bouwwerk
Uitbreiding van een hoofdgebouw dan wel functioneel met een zich op hetzelfde perceel bevindend hoofdgebouw verbonden, daar al dan niet tegen aangebouwd en met de aarde verbonden bouwwerk met een dak. 1.23
Detailhandel
Het bedrijfsmatig te koop aanbieden, hieronder de uitstalling ten verkoop, verkopen en/of leveren van goederen aan diegenen, die goederen kopen voor eigen gebruik, verbruik of aanwending anders dan in de uitoefening van een beroeps- of bedrijfsactiviteit onder detailhandel wordt mede begrepen: een afhaalservice zonder de mogelijkheid om ter plaatse te consumeren. 1.24
Gebouw
Een bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt. 1.25
Hoofdgebouw
Een gebouw, dat op een bouwperceel door zijn aard, functie, constructie of afmetingen dan wel gelet op de bestemming, als belangrijkste gebouw valt aan te merken. 1.26
Kantoor
Een gebouw of een gedeelte van een gebouw, dat door zijn indeling en inrichting kennelijk bestemd is voor het verlenen van diensten en/of het uitvoeren c.q. verrichten van handelingen, die een administratief karakter hebben dan wel handelingen die een administratieve voorbereiding of uitwerking behoeven, al dan niet in rechtstreekse aanraking met het publiek. 1.27
maaiveld
Bovenkant van een terrein dat een bouwwerk omgeeft. 1.28
Peil
a. voor een bouwwerk op een perceel, waarvan de hoofdtoegang direct aan de weg grenst: - de hoogte van de weg ter plaatse van die hoofdtoegang; b. voor een bouwwerk op een perceel, waarvan de hoofdtoegang niet direct aan de weg grenst: - de hoogte van het terrein ter hoogte van die hoofdtoegang bij voltooiing van de bouw; c. indien in of op het water wordt gebouwd: - het Normaal Amsterdams Peil (of een ander plaatselijk aan te houden waterpeil); 1.29
Reinwaterkelder
Een (ondergronds) bouwwerk, geen gebouw zijnde, ten behoeve van het opslaan grondstoffen, water en/of ander materiaal ten behoeve van een waterwinbedrijf. 1.30
Silo
Een bouwwerk, geen gebouw zijnde, dat dient voor het opslaan van grondstoffen, water en/of ander materiaal ten behoeve van een waterwinbedrijf.
6
Bestemmingsplan "Moerstraatseweg 16" (vastgesteld)
1.31
Wonen
Het gehuisvest zijn in een woning/wooneenheid, zoals omschreven in onderhavige begripsbepalingen. 1.32
Woning/wooneenheid
Een (gedeelte van een) gebouw, dat dient voor de huisvesting van één afzonderlijke huishouding, niet zijnde een bijzondere woonvorm, en/of voor de huisvesting van maximaal drie personen naast de huishouding of voor de huisvesting van maximaal vier personen wanneer daarnaast geen huishouding in het gebouw is ondergebracht. 1.33
Zonnepark
Een zelfstandige, grondgebonden opstelling van zonnecollectoren bedoeld voor opwekking van zonne-energie.
Bestemmingsplan "Moerstraatseweg 16" (vastgesteld)
7
Artikel 2
Wijze van meten
Bij toepassing van deze regels wordt als volgt gemeten: 2.1
Afstand tot (zijdelingse) perceelsgrens
De kortste afstand van enig punt van een bouwwerk tot de (zijdelingse) perceelscheiding van het bouwperceel. 2.2
De bouwhoogte van een bouwwerk
Vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een bouwwerk, geen gebouw zijnde. 2.3
De breedte van een bouwwerk
Tussen de zijdelingse perceelgrenzen van het bouwperceel in de naar de zijde van de weg gekeerde bestemmingsgrens. 2.4
De dakhelling
Langs het dakvlak ten opzichte van het horizontale vlak. 2.5
De goothoogte van een bouwwerk
Vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot, c.q. de druiplijn, het boeibord, of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel. 2.6
De inhoud van een bouwwerk
Tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidingsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen. 2.7
De oppervlakte van een bouwwerk
Tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk. 2.8
Toepassing van maten
De in deze regels omtrent plaatsing, afstanden en maten zijn niet van toepassing op goot- en kroonlijsten, schoorstenen, gasafvoer- en ontluchtingskanalen, antennes, balkons, galerijen, noodtrappen, luifels, liftkokers, afvoerpijpen van hemelwater, gevellijsten, pilasters, plinten, stoeptreden, kozijnen, dorpels en dergelijke naar aard en omvang ondergeschikte bouwonderdelen.
8
Bestemmingsplan "Moerstraatseweg 16" (vastgesteld)
Hoofdstuk 2 Artikel 3 3.1
Bestemmingsregels
Bedrijf - 3
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Bedrijf - 3' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. bedrijven voor zover deze voorkomen in de categorie 2 en 3.1 van de Staat van Bedrijfsactiviteiten; b. ter plaatse van de aanduiding ''specifieke vorm van bedrijf - waterwinbedrijf'' is uitsluitend een waterwinbedrijf toegestaan; c. uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van bedrijf - zonnepark' een veld met zonnepanelen ten behoeve van opwekking van duurzame zonne-energie, grotendeels ten behoeve van het waterwinbedrijf zoals bedoeld in sub b; alsmede bijbehorende voorzieningen zoals ontsluitingswegen, parkeervoorzieningen, groen en water. 3.2
Bouwregels
3.2.1
Algemeen
Op deze gronden mogen uitsluitend worden gebouwd: 1. gebouwen; 2. bouwwerken, geen gebouwen zijnde. 3.2.2
Gebouwen
Voor het bouwen van gebouwen gelden de volgende regels: a. gebouwen moeten worden opgericht in het bestemmingsvlak; b. het maximale bebouwingsoppervlak aan gebouwen en overkappingen mag per bestemmingsvlak niet meer bedragen dan 3.400 m2; c. voor zover de gebouwen en overkappingen niet in de perceelsgrens worden gebouwd, dient binnen het bouwvlak de afstand tot de perceelsgrens ten minste 3,00 m te bedragen; d. de bouwhoogte van gebouwen mag ten hoogste 18 m bedragen: e. de afstand van gebouwen tot de as van de rijbaan dient ten minste 15 meter te bedragen; f. de inhoud van een bouwwerk wordt gemeten vanaf bovenkant begane grondvloer. 3.2.3
Zonnepark
Voor het bouwen van zonnepark ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van bedrijf - zonnepark' zoals bedoeld in lid 3.1 sub c, gelden de volgende regels: a. de bouwhoogte mag ten hoogste 2,50 m bedragen; b. de minimum afstand van het zonnepark tot bestaande woningen bedraagt ten minste 30 meter; c. bijbehorende voorzieningen zoals schakelcellen, algemene laagspanningsborden en transformatoren zijn uitsluitend toegestaan binnen de aanduiding 'specifieke vorm van bedrijf - zonnepark'. 3.2.4
Bouwwerken, geen gebouwen zijnde
Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende regels: a. de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag ten hoogste bedragen: 1. erfafscheidingen 2,50 m; Bestemmingsplan "Moerstraatseweg 16" (vastgesteld)
9
2. silo's en reinwaterkelders 15,00 m; 3. andere bouwwerken, geen gebouwen zijnde 5,00 m. 3.3
Afwijken van de bouwregels
3.3.1
Perceelsgrens
Burgemeester en wethouders kunnen door middel van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in 3.2.2 sub d voor de oprichting van gebouwen en overkappingen binnen 3 m van de perceelsgrens, mits aan de volgende voorwaarden wordt voldaan: a. de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden niet worden verminderd; b. de brandveiligheid van het gebouw en van de omgeving, waaronder mede wordt verstaan de toegankelijkheid van hulpdiensten, niet wordt aangetast. 3.3.2
Hoogte
Burgemeester en wethouders kunnen door middel van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in 3.2.4 voor het oprichten van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, waarbij de maximale (bouw)hoogte niet meer mag bedragen dan 15 meter.
3.3.3
Vergroting bebouwde oppervlakte
Burgemeester en wethouders kunnen door middel van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in 3.2.2 sub c maximale oppervlakte bedrijfsbebouwing van niet-agrarische bedrijven, mits aan de volgende voorwaarden wordt voldaan: a. de in 3.2.2 opgenomen bebouwde oppervlakte mag met maximaal 15% worden vergroot; b. de in 3.2.2 opgenomen bebouwde oppervlakte mag - eenmalig - met maximaal 25% worden vergroot indien sprake is van een agrarisch technisch hulpbedrijf of een agrarisch verwant bedrijf; c. de belangen van de omliggende (niet) agrarische bedrijven en andere functies worden niet onevenredig aangetast; d. er vindt geen toename van de milieubelasting plaats; e. er vindt geen opslag buiten de gebouwen plaats; f. er is sprake van een zorgvuldige landschappelijke inpassing; g. de verkeersaantrekkende werking dient te zijn afgestemd op de feitelijke ontsluitingssituatie; h. het woon- en leefklimaat mogen niet onevenredig worden aangetast. 3.3.4
Afstand bebouwing tot as rijbaan
Burgemeester en wethouders kunnen door middel van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in 3.2.2 voor het oprichten van bebouwing op minder dan 15 meter uit de as van de rijbaan, mits sprake blijft van voldoende verkeersveiligheid. 3.4
Specifieke gebruiksregels
Tot een strijdig gebruik van gronden en bouwwerken wordt in elk geval gerekend het gebruik voor: a. geluidszoneringsplichtige inrichtingen; b. Bevi-inrichtingen; c. inrichtingen ten aanzien waarvan op grond van onderdeel C en D van de bijlage van het Besluit milieueffectrapportage het opstellen van een milieueffectrapportage verplicht is of beoordeeld dient te worden of een milieueffectrapport opgesteld dient te worden; d. opslag van goederen met een totale stapelhoogte van meer dan 4,00 m; e. wonen; f. bijzondere woonvormen;
10
Bestemmingsplan "Moerstraatseweg 16" (vastgesteld)
g. zelfstandige kantoren; h. detailhandel, met uitzondering van detailhandel als opgenomen in de staat van bedrijfsinrichtingen dan wel detailhandel in ondergeschikte zin in ter plaatse vervaardigde of geproduceerde goederen.
Bestemmingsplan "Moerstraatseweg 16" (vastgesteld)
11
Artikel 4 4.1
Waarde - Archeologie 2
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Waarde - Archeologie 2' aangewezen gronden zijn, naast het bepaalde in de andere voor die gronden aangewezen bestemmingen, bestemd voor het behoud van middelhoge archeologische waarden.
4.2
Bouwregels
4.2.1
Algemeen
Voor het bouwen van bouwwerken, met een grotere oppervlakte dan 500 m2 en een grotere diepte dan 0,5 meter beneden maaiveld, waarvoor een omgevingsvergunning is vereist, geldt dat deze uitsluitend mogen worden gebouwd nadat de aanvrager een archeologisch rapport heeft overgelegd, waarin de archeologische waarde van het terrein dat blijkens de aanvraag zal worden verstoord naar het oordeel van burgemeester en wethouders in voldoende mate is vastgesteld. Indien archeologische waarden worden aangetroffen, dient een advies te worden ingewonnen ten aanzien van de voorgenomen werken bij een deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg.
4.2.2
Omgevingsvergunning voor bouwen
Burgemeester en wethouders kunnen met een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in 4.2.1 mits aan één van de volgende voorwaarden wordt voldaan: a. op basis van archeologisch onderzoek door een deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg is aangetoond dat er geen archeologische waarden (meer) aanwezig zijn; b. op basis van archeologisch onderzoek door een deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg is aangetoond dat de archeologische waarden door de bouwactiviteiten niet onevenredig worden geschaad; c. er worden technische maatregelen getroffen, waardoor archeologische resten in de bodem kunnen worden behouden; d. er wordt archeologisch onderzoek door middel van opgraving uitgevoerd; e. de bouw van het bouwwerk wordt begeleid door een deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg. 4.2.3
Voorwaarden voor afwijking
Indien burgemeester en wethouders voornemens zijn om aan de in 4.2.2 genoemde vergunning voorwaarden te verbinden wordt een deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg om advies gevraagd. 4.3 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 4.3.1
Verbod
Het is op of in de gronden met de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie 2' verboden om zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden de navolgende werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren: a. het verlagen, afgraven egaliseren van de bodem;
12
Bestemmingsplan "Moerstraatseweg 16" (vastgesteld)
b. het graven, verbreden en verdiepen van sloten, vijvers en andere wateren; c. het aanbrengen van diepwortelende beplantingen en bomen; d. het omzetten van gras- of akkerland in een teelt waarbij grond wordt afgevoerd, waartoe gerekend wordt boomteelt en graszodenteelt; e. het uitvoeren van grondwerkzaamheden, waartoe ook gerekend wordt diepwoelen, mengen van grond, diepploegen en ontginnen, dieper dan 0,5 m.; f. het aanbrengen van ondergrondse transportleidingen en de daarmee verband houdende constructies; g. het uitvoeren van werkzaamheden ter verlaging van de grondwaterstand; 4.3.2
Uitzonderingen
Het in 4.3.1 vervatte verbod geldt niet voor het uitvoeren van werken en/of werkzaamheden die: a. b. c. d.
het normale onderhoud en beheer betreffen, of: reeds in uitvoering zijn op het tijdstip waarop het plan rechtskracht verkrijgt, of: tot een oppervlakte kleiner dan 500 m2 en/of een diepte minder dan 0,5 m. beneden maaiveld, of: mogen worden uitgevoerd krachtens een reeds verleende vergunning.
4.3.3
Toelaatbaarheid
De werken en/of werkzaamheden als bedoeld in 4.3.1 zijn slechts toelaatbaar indien en voorzover door die werken of werkzaamheden dan wel door de daarvan hetzij direct, hetzij indirect te verwachten gevolgen geen onevenredige aantasting van de archeologische waarden ontstaat of kan ontstaan.
4.3.4
Opgraving
Indien het om zwaarwegende redenen niet mogelijk is de archeologische waarden geheel of gedeeltelijk te behouden, wordt aan de omgevingsvergunning de regel verbonden dat voorafgaand aan het uitvoeren van de werken en/of werkzaamheden een archeologische opgraving zal plaatsvinden.
4.3.5
Advies
Alvorens een omgevingsvergunning als bedoeld in 4.3.1 wordt verleend, wordt archeologisch advies ingewonnen bij een archeologische deskundige. 4.4
Wijzigingsbevoegdheid
Burgemeester en wethouders kunnen het plan wijzigen door de bestemming 'Waarde - Archeologie 2' van de verbeelding te verwijderen indien op basis van archeologisch onderzoek door een deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg is aangetoond dat ter plaatse geen archeologische waarden (meer) aanwezig zijn.
Bestemmingsplan "Moerstraatseweg 16" (vastgesteld)
13
Hoofdstuk 3 Artikel 5
Algemene regels
Anti-dubbeltelregel
Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.
14
Bestemmingsplan "Moerstraatseweg 16" (vastgesteld)
Artikel 6 6.1
Algemene bouwregels
Percentages
Een aangegeven percentage, geeft aan hoeveel van het bouwvlak van het desbetreffende bouwperceel ten hoogste mag worden bebouwd met gebouwen en overkappingen. Bij het ontbreken van een percentage mag het bouwvlak volledig worden bebouwd, tenzij in hoofdstuk 2 anders is bepaald. 6.2
Bestaande afstanden en andere maten
6.2.1
Maximale maatvoering
Indien afstanden tot, en bouwhoogten, inhoud, aantallen en/of oppervlakten van bestaande bouwwerken die gebouwd zijn met inachtneming van het bepaalde bij of krachtens de wetgeving, op het tijdstip van de terinzagelegging van het ontwerp van het plan meer bedragen dan ingevolge hoofdstuk 2 is voorgeschreven, mogen deze maten en hoeveelheden als maximaal toelaatbaar worden aangehouden.
6.2.2
Minimale maatvoering
In die gevallen dat afstanden tot, en bouwhoogten, inhoud, aantallen en/of oppervlakten van bestaande bouwwerken, die gebouwd zijn met inachtneming van het bepaalde bij of krachtens de wetgeving, op het tijdstip van de terinzagelegging van het ontwerp van het plan minder bedragen dan ingevolge hoofdstuk 2 is voorgeschreven, mogen deze maten en hoeveelheden als minimaal toelaatbaar worden aangehouden.
6.2.3
Heroprichting
In het geval van (her)oprichting van gebouwen is het bepaalde in 6.2.1 en 6.2.2 uitsluitend van toepassing indien het geschiedt op dezelfde plaats. 6.3
Overschrijding bouwgrenzen
De aangegeven bouwgrenzen/voorgevellijn mogen/mag uitsluitend worden overschreden door: a. tot gebouwen behorende stoepen, trappen c.q. lifthuizen, hellingbanen, funderingen, entreeportalen en veranda's mits de overschrijding niet meer dan 2,5 m bedraagt; b. andere ondergeschikte onderdelen van gebouwen, mits de overschrijding niet meer dan 1,5 m bedraagt.
Bestemmingsplan "Moerstraatseweg 16" (vastgesteld)
15
Artikel 7 7.1
Algemene aanduidingsregels
Milieuzone-grondwaterbeschermingsgebied
De voor ''Milieuzone-grondwaterbeschermingsgebied'' aangewezen gronden zijn, behalve voor de aldaar voorkomende onderliggende bestemming, mede bestemd voor de bescherming van de kwaliteit van de grondwaterkwaliteit ten behoeve van de openbare drinkvoorziening. Voor de grondwaterbescherming is de Provinciale Milieuverordening van toepassing. De verordening bevat regels ter bescherming van de kwaliteit van het grondwater met het oog op de waterwinning in bij de verordening aangewezen gebieden. 7.2
Milieuzone-waterwingebied
De voor ''Milieuzone-waterwingebied'' aangewezen gronden zijn, behalve voor de aldaar voorkomende onderliggende bestemming, mede bestemd voor grondwaterwinning in verband met de openbare drinkwatervoorziening.
16
Bestemmingsplan "Moerstraatseweg 16" (vastgesteld)
Artikel 8 8.1
Algemene afwijkingsregels
Afwijken algemeen
Burgemeester en wethouders kunnen, mits geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan het straat- en bebouwingsbeeld, de woon- en milieusituatie, de verkeersveiligheid, de sociale veiligheid en de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden, en tenzij daardoor belangen van derden niet onevenredig worden geschaad, met een omgevingsvergunning afwijken van het in dit plan bepaalde: a. ten aanzien van de plaats van de bebouwingsgrenzen, voor zover de afwijking van geringe aard is en ten aanzien van andere ondergeschikte punten, wanneer dit met het oog op de praktische uitvoering gerechtvaardigd is, respectievelijk indien de aanpassing aan de terreingesteldheid dit noodzakelijk maakt; b. van de in de artikel 3 genoemde maten resp. percentages, mits de afwijking niet meer bedraagt dan 10%; c. van enige bestemming van gronden uitsluitend ten behoeve van het bouwen van bouwwerken van openbaar nut, zoals transformatorhuisjes, telefooncellen en wachthuisjes, met dien verstande, dat de inhoud per op te richten bouwwerk niet meer dan 50 m3 zal bedragen en de goothoogte ervan niet meer dan 3 meter zal bedragen; d.
het oprichten van gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, ten behoeve van technische installaties, welke verband houden met openbare voorzieningen, zoals de gas- water- en energielevering, riolering en dergelijke, met dien verstande dat de oppervlakte van gebouwen niet meer mag bedragen dan 250 m2. en de hoogte van gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, niet meer mag bedragen dan 8 m.
Bestemmingsplan "Moerstraatseweg 16" (vastgesteld)
17
Artikel 9 9.1
Algemene wijzigingsregels
Wijzigen algemeen
Burgemeester en wethouders zijn bevoegd de in het bestemmingsplan opgenomen bestemmingen te wijzigen ten behoeve van overschrijding van bestemmingsgrenzen, voorzover dit van belang is voor een technisch betere realisering van bestemmingen of bouwwerken dan wel voorzover dit noodzakelijk is in verband met de werkelijke toestand van het terrein; de overschrijdingen mogen echter niet meer dan 3.00 m bedragen en het bestemmingsvlak mag met niet meer dan 10% worden vergroot. De aanwezige landschappelijke-, cultuurhistorische- en of natuurwaard in het betreffende gebied mogen niet onevenredig worden geschaad.
18
Bestemmingsplan "Moerstraatseweg 16" (vastgesteld)
Hoofdstuk 4 Artikel 10 10.1
Overgangs- en slotregels
Overgangsrecht
Overgangsrecht bouwwerken
Een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan aanwezig of in uitvoering is, dan wel gebouwd kan worden krachtens een omgevingsvergunning voor het bouwen, en afwijkt van het plan, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot; a. gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd; b. na het teniet gaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag van de omgevingsvergunning voor het bouwen wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk is teniet gegaan. 10.2
Omgevingsvergunning
Het bevoegd gezag kan eenmalig in afwijking van lid 10.1 een omgevingsvergunning verlenen voor het vergroten van de inhoud van een bouwwerk als bedoeld in lid 10.1 met maximaal 10%. 10.3
Uitzondering op het overgangsrecht bouwwerken
Lid 10.1 is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan, maar zijn gebouwd zonder vergunning en in strijd met het daarvoor geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepaling van dat plan. 10.4
Overgangsrecht gebruik
Het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet. 10.5
Strijdig gebruik
Het is verboden het met het bestemmingsplan strijdige gebruik, bedoeld in het bepaalde in lid 10.4 te veranderen of te laten veranderen in een ander met dat plan strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind. 10.6
Verboden gebruik
Indien het gebruik, bedoeld in lid 10.4, na het tijdstip van inwerkingtreding van het plan voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten. 10.7
Uitzondering op het overgangsrecht gebruik
Lid 10.4 is niet van toepassing op het gebruik, dat reeds in strijd was met het voorheen geldende bestemmingsplan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan.
Bestemmingsplan "Moerstraatseweg 16" (vastgesteld)
19
10.8
Hardheidsclausule
Voor zover toepassing van het overgangsrecht bouwwerken of gebruik leidt tot een onbillijkheid van overwegende aard jegens een of meer personen, kunnen burgemeester en wethouders ten behoeve van die persoon of personen dat overgangsrecht buiten toepassing laten.
20
Bestemmingsplan "Moerstraatseweg 16" (vastgesteld)
Artikel 11
Slotregel
Deze regels worden aangehaald als: Regels van het bestemmingsplan 'Moerstraatseweg 16'.
Bestemmingsplan "Moerstraatseweg 16" (vastgesteld)
21
Moerstraatseweg 16
Inhoudsopgave
Bijlagen bij regels
3
Bijlage 1
4
2
Staat van Bedrijfsactiviteiten
Bestemmingsplan "Moerstraatseweg 16" (vastgesteld)
Bijlagen bij regels
Bestemmingsplan "Moerstraatseweg 16" (vastgesteld)
3
Bijlage 1 Staat van Bedrijfsactiviteiten
4
Bestemmingsplan "Moerstraatseweg 16" (vastgesteld)
Inhoudsopgave I.
Indeling op grond van de bedrijfsactiviteiten
0 01
Landbouw, jacht en bosbouw Landbouw en dienstverlening t.b.v. de landbouw
1/2/3 05 15 16 17 18 19 20
34 35 36 37
Industrie Visserij- en visteeltbedrijven Vervaardiging van voedingsmiddelen en dranken Verwerking van tabak Vervaardiging van textiel Vervaardiging van kleding; bereiden en verven van bont Vervaardiging van leer en lederwaren (excl. kleding) Houtindustrie en vervaardiging van artikelen van hout, kurk, riet en vlechtwerk (excl. meubels) Vervaardiging van papier, karton en papier- en kartonwaren Uitgeverijen, drukkerijen en reproductie van opgenomen media Aardolie- en steenkoolverwerkende industrie Vervaardiging van chemische producten Vervaardiging van producten van rubber en kunststof Vervaardiging van glas, aardewerk, cement-, kalk- en gipsproducten Vervaardiging van metalen in primaire vorm Vervaardiging van producten van metaal Vervaardiging van machines en apparaten Vervaardiging van kantoormachines en computers Vervaardiging van overige elektrische machines, apparaten en benodigdheden Vervaardiging van audio-, video- en telecommunicatieapparatuur en -benodigdheden Vervaardiging van medische apparaten/instrumenten, orthopedische artikelen e.d., precisie- en optische instrumenten en uurwerken Vervaardiging van auto's, aanhangwagens en opleggers Vervaardiging van transportmiddelen (excl. auto's, aanhangwagens en opleggers) Vervaardiging van meubels en overige goederen n.e.g. Voorbereiding tot recycling
4 40 45
Bouwnijverheid Productie en distributie van stroom, aardgas, stoom en warm water Bouwnijverheid
5 50 51 52
Reparatie van consumentenartikelen en handel Handel in en reparatie van auto's en motorfietsen; benzineservicestations Groothandel (op- en overslag van goederen zonder verwerking, excl. auto's en motorfietsen) Detailhandel en reparatie t.b.v. particulieren
6 60 63 64
Vervoer, opslag en communicatie Vervoer over land Dienstverlening t.b.v. het vervoer Post en telecommunicatie
7 71 72 73
Verhuur van roerende goederen en zakelijke dienstverlening Verhuur van transportmiddelen, machines en overige roerende goederen Computerservice- en informatietechnologiebureaus e.d. Speur- en ontwikkelingswerk
21 22 23 24 25 26 27 28 29 30 31 32 33
74 75
Overige zakelijke dienstverlening Overheidsdiensten
9 90 93
Milieudienstverlening en overige dienstverlening Milieudienstverlening Overige dienstverlening
18 18
II.
Indeling op grond van het opgestelde vermogen
19
I.
Indeling op grond van de bedrijfsactiviteiten
SBI-code/ Bedrijfs(sub)groep of activiteit 01 01.1
01.4
05 05.1 05.2
15 15.1
15.2
15.3
LANDBOUW EN DIENSTVERLENING T.B.V. DE LANDBOUW Akker- en tuinbouw 01.12 Tuinbouw champignonkwekerijen (algemeen) champignonkwekerijen met mestfermentatie bloembollendroog- en prepareerbedrijven witlofkwekerijen (algemeen) Dienstverlening t.b.v. de landbouw algemeen (o.a. loonbedrijven) idem, indien het bedrijfsoppervlak minder dan 2.500 m² bedraagt idem, indien het bedrijfsoppervlak minder dan 500 m² bedraagt indien opslag bestrijdingsmiddelen: zie SBI-code 51.55 KI-stations plantsoenendiensten en hoveniersbedrijven algemeen idem, indien het bedrijfsoppervlak minder dan 500 m² bedraagt VISSERIJ- EN VISTEELTBEDRIJVEN Zeevisserijbedrijven Binnenvisserijbedrijven Vis- en schaaldierkwekerijen oester-, mossel- en schelpenteeltbedrijven visteeltbedrijven VERVAARDIGING VAN VOEDINGSMIDDELEN EN DRANKEN Slachterijen en vleesverwerking slachterijen, vervaardiging van vleeswaren en vleesconserven idem, indien het bedrijfsoppervlak minder dan 1.000 m² bedraagt idem, indien het bedrijfsoppervlak minder dan 200 m² bedraagt vetsmelterijen bewerking van darmen en verwerking van ander dierlijk afval vervaardiging van snacks met een bedrijfsoppervlak van minder dan 2.000 m² en vervaardiging van kant-en-klaarmaaltijden Visverwerking algemeen indien het bedrijfsoppervlak minder dan 1.000 m² bedraagt indien het bedrijfsoppervlak minder dan 300 m² bedraagt indien drogen indien roken Groente- en
fruitverwerking algemeen vervaardiging van aardappelproducten indien vervaardiging van snacks met een bedrijfsoppervlak van minder dan 2.000 m² verwerking van koolsoorten drogen van groente of fruit of fabricage van uienconserven
categorie
continu maatgevende 1) 2) milieuaspecten factor
2 3.2 2 2
G/Gr/R Gr G/Gr/S G/Gr/R
C C C C
3.2 3.1
G G
-
2
G
-
3.1 3.1 2
G/Gr G G
-
3.2 3.1
Gr/G Gr/G
C C
3.2 3.1
Gr/G Gr/G
C C
3.2
G/Gr
C
3.1
G/Gr
C
2
G/Gr
-
5 4.2 3.1
Gr Gr G/Gr
C C -
4.2 3.2 3.1 5 4.2
Gr Gr Gr Gr Gr
C C
3.2 4.2 3.1
G/Gr Gr G/Gr
C C -
4.1 4.2
Gr Gr
C C
SBI-code/ Bedrijfs(sub)groep of activiteit 15.4
15.5
15.6
15.7
15.8
(zoutinleggerij) Vervaardiging van plantaardige en dierlijke oliën en vetten algemeen indien de productiecapaciteit 250.000 ton/jaar of meer bedraagt Vervaardiging van zuivelproducten 15.51 Vervaardiging van zuivelproducten algemeen vervaardiging van consumptiemelk- en melkproducten indien de productiecapaciteit voor melk-, weipoeder of andere gedroogde zuivelproducten 1,5 ton/uur of meer bedraagt indien concentratie van melk of melkproducten door middel van indamping met een waterverdampingscapaciteit van 20 ton/uur of meer indien de melkverwerkingscapaciteit voor consumptiemelk of -producten en geëvaporiseerde melk of -producten 55.000 ton/jaar of meer bedraagt 15.52 Bereiding van consumptie-ijs algemeen indien het bedrijfsoppervlak minder dan 200 m² bedraagt Vervaardiging van meel algemeen indien het bedrijfsoppervlak minder dan 1.000 m² bedraagt indien vervaardiging van zetmeel of zetmeelderivaten met een capaciteit van 10 ton/uur of meer Vervaardiging van diervoeder mengvoeder algemeen indien de capaciteit voor het vervaardigen van veevoeder 100 ton/uur of meer bedraagt drogerijen indien de waterverdampingscapaciteit 10 ton/uur of meer bedraagt 3) veevoeder n.e.g.
Vervaardiging van overige voedingsmiddelen 15.81/ Brood, beschuit, banket, koek en biscuit 15.82 algemeen indien de verwerkingscapaciteit minder dan 2.500 kg meel/week bedraagt 15.83 Suiker algemeen vervaardiging van suiker uit suikerbieten met een capaciteit van 2.500 ton/dag of meer 15.84 Verwerking van cacaobonen en vervaardiging van chocolade en suikerwerk cacao en chocolade indien vervaardigen van chocoladewerken met een maximaal oppervlak van de bedrijfsbebouwing van 2.000 m² idem, met een maximaal oppervlak van de bedrijfsbebouwing van 200 m² suikerbranden
categorie
continu maatgevende 1) 2) milieuaspecten factor
4.1 4.2A
Gr G/Gr
C C
4.2 3.2
G G
C C
5A
G
C
5A
G
C
4.2A
G
C
3.2 2
G G
C -
4.1 3.1 4.2A
G G G
C C C
4.1 4.2A
G/Gr G/Gr
C C
4.2 5A
Gr G
C C
5
G/Gr
C
3.2 2
G/Gr G/Gr
C C
5 5A
Gr Gr
C C
5 3.2
Gr Gr
-
2
Gr
-
4.2
Gr
-
SBI-code/ Bedrijfs(sub)groep of activiteit -
15.9
suikerwerk idem, indien met een maximaal oppervlak van de bedrijfsbebouwing van 200 m² 15.85 Deegwaren 15.86 Overige voedingsmiddelen t/m algemeen 15.89 theepakkerijen en soep(aroma)fabrieken zonder poederdrogen soep(aroma)fabrieken met poederdrogen koffiebranderijen Vervaardiging van dranken 15.91 Distilleerderijen en likeurstokerijen 15.92 Vervaardiging van ethylalcohol door gisting algemeen indien de capaciteit voor het vervaardigen van gist 5.000 ton/jaar of meer bedraagt 15.93/ Vervaardiging van overige alcoholische dranken 15.94/ (exclusief bier) 15.95 15.96/ Bierbrouwerijen en mouterijen 15.97 15.98 Vervaardiging van mineraalwater en frisdranken
categorie
continu maatgevende 1) 2) milieuaspecten factor
3.2 2
Gr Gr
-
3.1
Gr
-
4.1 3.2
Gr Gr
-
4.2 5
Gr Gr
C
4.2
Gr
C
4.1 4.2A
G/Gr G/Gr
C
2
G
C
4.2
Gr
C
3.2
G
C
3.2 4.2A
G G
-
3.1
G/Gr
-
3.1 4.1 3.1
G G G
-
16
VERWERKING VAN TABAK
17 17.1/ 17.2
17.6/ 17.7
VERVAARDIGING VAN TEXTIEL Bewerken en spinnen van textielvezels en weven van textiel algemeen indien 50 of meer weefgetouwen met schietspoelen aanwezig zijn Textielveredeling Vervaardiging van textielwaren algemeen tapijten en vloerkleden Vervaardiging van gehaakte en gebreide stoffen en artikelen
18 18.1 18.2 18.3
VERVAARDIGING VAN KLEDING; BEREIDEN EN VERVEN VAN BONT Vervaardiging van kleding van leer 3.1 Vervaardiging van kleding en -toebehoren (excl. leer) 2 Bereiden, verven en vervaardigen van (artikelen van) bont 3.1
G G Gr
-
19 19.1 19.2 19.3
VERVAARDIGING VAN LEER EN LEDERWAREN (EXCL. KLEDING) Looien en bewerken van leer 4.2 Vervaardiging van lederwaren (excl. kleding en schoeisel) 3.1 Vervaardiging van schoeisel 3.1
Gr Gr G/Gr
-
20
HOUTINDUSTRIE EN VERVAARDIGING VAN ARTIKELEN VAN HOUT, KURK, RIET EN VLECHTWERK (EXCL. MEUBELS) Primaire houtbewerking houtzagerijen, -schaverijen e.d. 3.2 G houtverduurzaming met zoutoplossingen 3.1 G idem met creosoot of carbolineum 4.1 Gr Vervaardiging van fineer- en plaatmaterialen 3.2 G/Gr -
17.3 17.4/ 17.5
20.1
20.2
SBI-code/ Bedrijfs(sub)groep of activiteit
categorie
continu maatgevende 1) 2) milieuaspecten factor
20.3 20.4 20.5
3.2 3.2
G G/R/S
-
3.2 2
G/R/S G/S
-
21 21.1
21.2
22 22.1 22.2
22.3 23 23.1
23.2
24 24.1/
Vervaardiging van timmerwerk Vervaardiging van houten emballage Vervaardiging van overige artikelen van hout, kurk, riet en vlechtwerk overige artikelen van hout kurkwaren, riet en vlechtwerk
VERVAARDIGING VAN PAPIER, KARTON EN PAPIER- EN KARTONWAREN Vervaardiging van pulp, papier en karton pulp 4.1 G/Gr papier en karton algemeen 3.1 G/Gr/S indien de capaciteit voor het vervaardigen van papier of 4.1A G celstof 3 ton/uur tot 15 ton/uur bedraagt idem, indien de productiecapaciteit 15 ton/uur of meer 4.2A G bedraagt Vervaardiging van papier- en kartonwaren papierwaren, golfkarton en kartonnage 3.2 G indien de capaciteit voor het vervaardigen van papier of 4.1A G celstof 3 ton/uur of meer bedraagt UITGEVERIJEN, DRUKKERIJEN EN REPRODUCTIE VAN OPGENOMEN MEDIA Uitgeverijen 1 G Drukkerijen en aanverwante activiteiten dagbladdrukkerijen, offset-rotatiedrukkerijen met thermische 3.2 G drogerij en rotatie-diepdrukkerijen offset-drukkerijen zonder rotatiepersen, hoogdrukkerijen, 2 G/Gr 3) kopieerinrichtingen en vlakdrukkerijen n.e.g. 2 G/Gr chemigrafische en fotolithografische bedrijven, 3) zeefdrukkerijen, drukkerijen n.e.g.
en grafische afwerkingsbedrijven (binderij e.d.) loonzetterijen 2 Gr Reproductie van opgenomen media 1 G/Gr AARDOLIE- EN STEENKOOLVERWERKENDE INDUSTRIE Vervaardiging van cokesovenproducten algemeen productie van koolelektroden met een capaciteit van 50.000 ton/jaar of meer vergassing van steenkool, vervaardigen van cokes uit steenkool of breken, malen, zeven of drogen van steenkolen, of andere mineralen of derivaten daarvan met een capaciteit ten aanzien daarvan van 100.000 ton/jaar of meer Aardolieverwerking raffinaderij indien de capaciteit voor het raffineren, kraken of vergassen 6 van aardolie of aardoliefracties 10 ton/ jaar of meer bedraagt vervaardiging van smeeroliën en -vetten (niet verbonden aan aardolieraffinaderij) 3) aardolieverwerking n.e.g. VERVAARDIGING VAN CHEMISCHE PRODUCTEN Vervaardiging van basischemicaliën en farmaceutische
C C C C
C C -
5 6A
G/Gr Gr
C C
6A
G/Gr
C
6 6A
G/Gr/R G/Gr/R
C C
3.2
G
-
4.2
Gr
-
SBI-code/ Bedrijfs(sub)groep of activiteit 24.4
24.2
24.3 24.5 24.6
24.7 25 25.1
25.2
26 26.1
producten algemeen petrochemische producten of chemicaliën met een niet in een gebouw opgesteld motorisch vermogen van 1 MW of meer vervaardigen, bewerken of verwerken van methanol met een productiecapaciteit van minder dan 100.000 ton/jaar idem, met een productiecapaciteit van 100.000 ton/jaar of meer productie van vetzuren en alkanolen uit dierlijke en plantaardige oliën en vetten met een capaciteit van 50.000 ton/jaar of meer overige vetzuren- en alkanolen grondstoffen voor geneesmiddelen en fijnchemicaliën met een capaciteit van minder dan 1.000 ton/ jaar 3) anorganische en organische grondstoffen n.e.g. niet vallend onder de "post-Sevesorichtlijn" kleur- en verfstoffen idem, glazuren of emailles met een capaciteit van 5.000 ton/jaar of meer formulering en afvullen geneesmiddelen verbandmiddelen Vervaardiging van landbouwchemicaliën algemeen indien met een niet in een gebouw opgesteld motorisch vermogen van 1 MW of meer Vervaardiging van verf, lak, vernis, inkt en mastiek Vervaardiging van zeep, was-, reinigings- en onderhoudsmiddelen, parfums en cosmetica Vervaardiging van overige chemische producten algemeen lijm en plakmiddelen met gebruik van dierlijke grondstoffen munitie en springstoffen chemische kantoorbenodigdheden 3) chemische producten n.e.g. (24.66) Vervaardiging van synthetische en kunstmatige vezels
categorie
continu maatgevende 1) 2) milieuaspecten factor
5 5A
G/Gr/R/S G/Gr/R
C C
4.1
G
C
4.2A
G
C
5A
Gr
C
4.2 4.2
Gr R
C C
4.2
Gr/R
C
4.1 4.2A
G/Gr/R G/Gr/R
C C
3.1 2
G/R G
-
5 5A
R G/R
C C
4.2
Gr/R
C
4.2
Gr
C
3.2 5 5 3.1 4.1 4.2
Gr/R Gr R G/Gr/R Gr/R G/Gr
C C
G/Gr Gr Gr Gr
C -
Gr Gr G/Gr/R
-
VERVAARDIGING VAN PRODUCTEN VAN RUBBER EN KUNSTSTOF Vervaardiging van producten van rubber banden en rubberregeneratie 4.2 rubberproducten (excl. Banden) 3.2 vernieuwen van loopvlakken 4.1 idem, indien het bedrijfsoppervlak kleiner is dan 100 m² 3.1 Vervaardiging van producten van kunststof algemeen 4.1 indien met toepassing van fenolharsen 4.2 productie van verpakkingsmateriaal en assemblage van 3.1 kunststofbouwmaterialen
VERVAARDIGING VAN GLAS, AARDEWERK, CEMENT-, KALK- EN GIPSPRODUCTEN Vervaardiging van glas en glaswerk algemeen 3.2 G vervaardigen, bewerken of verwerken van glas of glazen 4.2A G voorwerpen met een capaciteit van 10 ton/uur of meer
C
SBI-code/ Bedrijfs(sub)groep of activiteit
categorie
continu maatgevende 1) 2) milieuaspecten factor
vervaardigen van glaswol of glasvezels met een productiecapaciteit van minder dan 5.000 ton/jaar idem, met een productiecapaciteit van 5.000 ton/jaar of meer glasbewerking glas-in-lood-zetterijen Vervaardiging van keramische producten
4.2
Gr
-
5 3.1 2 3.2
Gr G/S G G/S
C -
Vervaardiging van bakstenen, baksteenelementen en dakpannen Vervaardiging van cement, kalk en gips 26.51 Cement algemeen indien productie van cement en/of cementklinkers met een capaciteit van 100.000 ton/jaar of meer 26.52/ Kalk en gips 26.53 algemeen indien productiecapaciteit van 100.000 ton/jaar of meer indien breken, malen, zeven of drogen van kalk met een capaciteit van 100.000 ton/jaar of meer Vervaardiging van producten van beton, cement en gips 26.61 Beton- en cementwaren (voor de bouw) algemeen indien gebruik van persen, triltafels of bekistingstrillers met een productiecapaciteit van minder dan 100 ton/dag indien gebruik van persen, triltafels of bekistingstrillers met een productiecapaciteit van minder dan 100 ton/dag 26.61 Kalkzandsteen algemeen indien productiecapaciteit van 100.000 ton/jaar of meer indien breken, malen, zeven of drogen met een capaciteit van 100.000 ton/jaar of meer 26.62 Mineraalgebonden bouwplatenfabriek 26.63/ Beton- en cementmortel 26.64 algemeen vervaardigen van cement- of betonmortel met een capaciteit van 100 ton/uur of meer 26.65/ Producten van beton, (vezel)cement en gips (niet voor de bouw) 26.66 algemeen indien productiecapaciteit van 100 ton/dag of meer indien gebruik van persen, triltafels of bekistingstrillers met een productiecapaciteit van 100 ton/dag of meer Natuursteenbewerking algemeen indien het bedrijfsoppervlak minder dan
2.000 m² bedraagt indien breken, malen, zeven of drogen met een productiecapaciteit van minder dan 100.000 ton/jaar indien breken, malen, zeven of drogen met een productiecapaciteit van 100.000 ton/jaar of meer Vervaardiging van overige niet-metaalhoudende minerale producten
4.1
G/S
-
5 5A
G G
C C
4.1 5
G/S G
-
5A
G
-
4.1 4.2
G G
-
5A
G
-
3.2 4.2
G/S G/S
-
4.2A
G/S
-
3.2
G/S
-
3.2 4.2A
G/S G/S
-
3.2 4.2 4.2A
G/R/S G/R/S G/S
-
3.2 3.1 4.2
G G/S G
-
5A
G
-
-
26.2/ 26.3 26.4 26.5
26.6
26.7
26.8
SBI-code/ Bedrijfs(sub)groep of activiteit
categorie
continu maatgevende 1) 2) milieuaspecten factor
3.1
G/S
-
4.2 5A
Gr Gr
-
4.1 4.2A
Gr G
C C
3.2 4.1 4.2A
G/S G G
-
VERVAARDIGING VAN METALEN IN PRIMAIRE VORM ijzer en staalindustrie algemeen
5
G/Gr
-
-
4.2
G
-
4.2
G
-
5A
G/Gr
C
5A
G
-
6A
G/Gr
C
5A
G
-
5A
G
-
5A
G
-
5A
G
-
4.2
G
-
3.2 4.1
G G
-
5A
G
-
26.81 26.82
27
-
-
-
28 28.1
Schuur-, slijp- en polijstmiddelen Overige niet-metaalhoudende minerale producten bitumineuze materialen idem, met een productiecapaciteit van 100 ton/uur of meer isolatiematerialen (excl. glaswol) indien de productiecapaciteit voor steenwol 5.000 ton/jaar of meer bedraagt 3) minerale producten n.e.g. asfaltcentrales idem, indien de productiecapaciteit 100 ton/uur of meer bedraagt
non-ferro metaalindustrie algemeen (excl. ertsvoorbewerking) profielzetterijen en draadtrekkerijen met een productieoppervlakte kleiner dan 2.000 m² malen, roosten, pelletiseren, of doen sinteren van ertsen of derivaten daarvan met een capaciteit van 1.000 ton/jaar of meer indien de capaciteit voor de productie van primaire nonferrometalen 1.000 ton/jaar of meer bedraagt indien de capaciteit voor de productie van ruwijzer of ruw staal 1.000 ton/jaar of meer bedraagt indien productie van metalen buizen door middel van walsen, trekken of lassen met een productieoppervlakte van 2.000 m² of meer warmbandwalserijen en koudbandwalserijen voor het tot platen omvormen van metalen of hun legeringen waarvan het smeltpunt hoger is dan 800 K en waarvan de dikte van het aangevoerde materiaal groter is dan 1 mm, met een productieoppervlakte van 2.000 m² of meer walserijen of trekkerijen voor het tot profiel- en stafmateriaal omvormen van metalen of hun legeringen waarvan het smeltpunt hoger is dan 800 K, met een productieoppervlakte van 2.000 m² of meer smelterijen of gieterijen van metalen of hun legeringen met een productiecapaciteit van 4.000 ton/jaar of meer voorzover het smeltpunt van de metalen en hun legeringen hoger is dan 800 K gieterijen
VERVAARDIGING VAN PRODUCTEN VAN METAAL Vervaardiging van metaalconstructiewerken, ramen, deuren en kozijnen gesloten gebouw in een niet gesloten gebouw met een productieoppervlak kleiner dan 2.000 m² samenvoegen van plaat-, profiel-, staf- of buismaterialen door middel van smeden, klinken, lassen of monteren met een niet in een gesloten gebouw ondergebracht productieoppervlak van 2.000 m² of meer
SBI-code/ Bedrijfs(sub)groep of activiteit 28.2/ 28.3
28.4 28.5
28.6 28.7
29
Vervaardiging van tanks en reservoirs en van ketels en radiatoren voor centrale verwarming en van stoomketels 28.21/ Tanks, reservoirs en (stoom)ketels 28.3 algemeen produceren en renoveren van metalen ketels of tanks met een productieoppervlakte van 2.000 m² of meer 28.22 Producten voor centrale verwarming Smeden, persen, stampen en profielwalsen van metaal stamp-, pers-, dieptrek- en forceerbedrijven smederijen, lasinrichtingen, bankwerkerijen e.d. Oppervlaktebehandeling en overige metaalbewerking 28.51 Oppervlaktebehandeling galvaniseren (vernikkelen, verchromen, verzinken, verkoperen e.d.) algemeen, scoperen, mechanische oppervlaktebehandeling thermisch verzinken, thermisch vertinnen, anodiseren, eloxeren, chemische oppervlaktebehandeling, emailleren, metaalharden, lakspuiten en moffelen stralen 28.52 Overige metaalbewerkende industrie Vervaardiging van scharen en bestek, gereedschap en hang- en sluitwerk Vervaardiging van overige producten van metaal schroeven, massadraaiwerk, veren e.d.
(metaalwaren) metalen emballage-industrie produceren, renoveren of schoonmaken van metalen vaten met een productieoppervlakte van 2.000 m² of meer smederijen van ankers en kettingen met een productieoppervlakte van 2.000 m² of meer VERVAARDIGING VAN MACHINES EN APPARATEN met een productieoppervlak kleiner dan 2.000 m² met een productieoppervlak van 2.000 m² of meer beproeven van verbrandingsmotoren met voorzieningen of installaties voor het afremmen van een gezamenlijk motorisch vermogen van 1 MW of meer samenvoegen van plaat-, profiel-, staf- of buismaterialen door middel van smeden, klinken, lassen of monteren met een niet in een gesloten gebouw ondergebracht productieoppervlak van 2.000 m² of meer reparatie van machines en apparaten
categorie
continu maatgevende 1) 2) milieuaspecten factor
4.1 5A
G G
-
3.2
G/Gr/R
-
4.1 3.2
G G
-
2
G
-
3.1
G
-
3.2
G/Gr
-
4.1 3.2 3.2
G/S G G
-
3.2 3.2 4.2A
G G/Gr/R G/Gr
-
5A
G
-
3.2 4.1 4.2A
G G G
-
5A
G
-
3.1
G
-
3.1
G
-
30
VERVAARDIGING VAN KANTOORMACHINES EN COMPUTERS
31 31.1/ 31.2 31.3 31.4
VERVAARDIGING VAN OVERIGE ELEKTRISCHE MACHINES, APPARATEN EN BENODIGDHEDEN Vervaardiging van elektromotoren, generatoren, transfor4.1 Gr matoren, schakel- en verdeelinrichtingen Vervaardiging van geïsoleerde kabel en draad 4.1 G Vervaardiging van accumulatoren, elektrische elementen en 3.2 G/Gr batterijen Vervaardiging van elektrische lampen, buizen en 4.2 R -
31.5
SBI-code/ Bedrijfs(sub)groep of activiteit 31.6 32
verlichtingsbenodigdheden Vervaardiging van overige elektrotechnische benodigdheden 3) n.e.g.
categorie
continu maatgevende 1) 2) milieuaspecten factor
3.1
G
VERVAARDIGING VAN AUDIO-, VIDEO- EN TELECOMMUNICATIEAPPARATUUR EN -BENODIGDHEDEN 3.1 G/Gr
-
-
33
VERVAARDIGING VAN MEDISCHE APPARATEN/INSTRUMENTEN, ORTHOPEDISCHE ARTIKELEN E.D., PRECISIE- EN OPTISCHE INSTRUMENTEN EN UURWERKEN 2 G/Gr -
34 34.1
VERVAARDIGING VAN AUTO'S, AANHANGWAGENS EN OPLEGGERS Vervaardiging van auto's (incl. assemblage) algemeen 4.2 indien het productieoppervlak kleiner is dan 10.000 m² 4.1 beproeven van verbrandingsmotoren met voorzieningen of 4.2A installaties voor het afremmen van een gezamenlijk motorisch vermogen van 1 MW of meer Carrosseriebouw en vervaardiging van aanhangwagens en 4.1 opleggers Vervaardiging van auto-onderdelen en -accessoires 3.2
34.2 34.3 35 35.1
35.2
35.3
35.4 35.5
G G G
-
G
-
G
-
VERVAARDIGING VAN TRANSPORTMIDDELEN (EXCL. AUTO'S, AANHANGWAGENS EN OPLEGGERS) Scheepsbouw en scheepsreparatie houten schepen 3.1 G/S kunststof schepen 3.2 G/Gr metalen schepen algemeen 4.1 G 3.2 G/Gr/S indien onderhouden, repareren of behandelen van de oppervlakte van metalen schepen met een langs de waterlijn te meten lengte van minder dan 25 m en/of het incidenteel bouwen van dergelijke schepen G indien bouwen, onderhouden, repareren of behandelen van 5A de oppervlakte van metalen schepen met een langs de waterlijn te meten lengte van 25 m of meer en/of beproeven verbrandingsmotoren met voorzieningen of installatie voor het afremmen van een gezamenlijk motorisch vermogen van 1 MW of meer scheepsloperijen 5 G Vervaardiging van rollend spoor- en tramwegmaterieel algemeen 3.2 G beproeven van verbrandingsmotoren met voorzieningen of 4.2A G installaties voor het afremmen van een gezamenlijk motorisch vermogen van 1 MW of meer Vervaardiging van vlieg- en ruimtevaartuigen (incl. reparatie) algemeen 5 G zonder proefdraaien motoren 4.1 G beproeven van verbrandingsmotoren met voorzieningen of 5A G installaties voor het afremmen van een gezamenlijk motorisch vermogen van 1 MW of meer en/of straalmotoren of -turbines met een stuwkracht van 9 KN of meer Vervaardiging van rijwielen, motorrijwielen en invalidenwagens 3.2 G Vervaardiging van overige transportmiddelen 3.2 G