Bijlage Beleidsplan integrale schuldhulpverlening 2021-2025.pdf
Tekst van het document
Beleidsplan integrale schuldhulpverlening 2021 - 2025
Schuldenzorgvrij participeren in de samenleving
Inhoudsopgave 1. Inleiding .................................................................................................03 1.1 Kaders........................................................................................................03 1.1.1 Wettelijke kaders.................................................................................03
1.1.2 Regionale en lokale kaders................................................... 04
2. Huidige situatie............................................................................................05 2.1 Omvang problematiek........................................................................05 2.2 Schulden voorkomen..........................................................................06
2.2.1 Versterken financiële zelfredzaamheid............................06
2.2.2 Vroegsignalering........................................................................06
2.3 Schuldhulpverlening............................................................................07 2.4 Beschermingsbewind.........................................................................08 3. Wat willen we bereiken?...........................................................................10 3.1 Missie........................................................................................................10 3.2 Visie...........................................................................................................10 3.3 Doelstellingen........................................................................................10
3.3.1 Meetbare doelstellingen...........................................................1 1
4. Wat gaan we doen?......................................................................................13 4.1 Schulden voorkomen.........................................................................13
4.1.1 Versterken financiële zelfredzaamheid..............................13
4.1.2 Vroegsignalering.........................................................................14
4.2 Schulden aanpakken ...........................................................................15
4.2.1 Aanmelding en intake .............................................................15
4.2.2 Beschikking en plan van aanpak.......................................16
4.2.3 Gegevensuitwisseling...............................................................16
4.2.4 Doelgroepen................................................................................17
4.2.5 Het stabiliseren en oplossen van schulden....................18
4.3 Schulden duurzaam oplossen........................................................21 4.4 Kwaliteitsborging, monitoring en evaluatie...............................21
4.4.1 Kwaliteitsborging........................................................................21
4.4.2 Monitoring en evaluatie.........................................................22
4.5 Samenwerken in de gemeente Roosendaal................................22 5. Speerpunten uitvoeringsagenda..........................................................24 6. Financiën.........................................................................................................25
1. Inleiding Voor u ligt het Beleidsplan integrale schuldhulpverlening 2021-2025 van de gemeente Roosendaal. De wetswijzigingen ‘verbinden en versterken schuldendomein’ zijn een eerste aanleiding voor een geactualiseerd beleidsplan. Daarnaast verplicht de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening (Wgs) gemeenten om minstens elke vier jaar een beleidsplan te laten vaststellen door de gemeenteraad.
1.1 Kaders Bij het opstellen van het beleidsplan zijn landelijke, regionale en lokale kaders in acht genomen.
1.1.1 Wettelijke kaders In 2018 is landelijk de Brede Schuldenaanpak geïntroduceerd waar alle betrokken partijen, vanuit een gedeeld beeld en dezelfde uitgangspunten, het schuldenbeleid invullen en uitvoeren (VNG, 2020). In die brede aanpak staan als belangrijkste doelen gedefinieerd: 1. Preventie en vroegsignalering: het voorkomen van problematische schulden en het treffen van maatregelen om problematische schulden terug te dringen; 2. Effectieve schuldhulpverlening: afspraken om inwoners met schulden effectiever te helpen; 3. Sociale incasso: het bevorderen van een zorgvuldige en maatschappelijk verantwoorde incasso. Om deze doelstellingen te realiseren zijn vanaf 1 januari 2021 verschillende wetten gewijzigd en in het leven geroepen: Wijziging Wet gemeentelijke schuldhulpverlening (Wgs) De wijziging van de Wgs faciliteert enerzijds de gegevensuitwisseling tussen de gemeente en schuldeisers met als doel vroegsignalering van schulden. Anderzijds creëert de wijziging een grondslag voor de gegevensuitwisseling met betrekking tot het besluit over de toegang tot het plan van aanpak voor schuldhulpverlening (verhoging van de effectiviteit van schuldhulpverlening). De gewijzigde Wgs heeft vergaande gevolgen voor de gemeentelijke processen en vormt de basis voor de inhoud van het beleidsplan (zie hoofdstuk 4).
Wet vereenvoudiging beslagvrije voet (Wvbvv) De beslagvrije voet wordt onder de huidige regelgeving door diverse redenen vaak te laag vastgesteld, waardoor inwoners in (grotere) financiële problemen terechtkomen. Dankzij deze wet wordt een eenduidige manier van het berekenen van de beslagvrije voet gehanteerd (ondersteund met een rekentool) en wordt een vaste beslagvolgorde en coördinerend deurwaarder geïntroduceerd. Daarnaast worden wijzigingen aangebracht in het proces van beslagleggen, om beslagen zoveel mogelijk te concentreren en daardoor beter te coördineren. Wet stroomlijning keten voor derdenbeslag (Verbreding van het Beslagregister) Vanaf 2022 wordt ook de Wet stroomlijning voor derdenbeslag gefaseerd ingevoerd. Deze wet verbetert de gegevensuitwisseling tussen beslagleggende partijen in geval van samenloop van derdenbeslagen en verrekeningen. Wanneer er meerdere schuldeisers of crediteuren zijn die tegelijkertijd gebruikmaken van hun incassobevoegdheden, is de
3
kans groot dat de schuldenaar wordt geconfronteerd met een te laag vastgestelde beslagvrije voet en dus een te laag inkomen om van te leven. Daarnaast worden er door onwetendheid omtrent de beslagpositie van de schuldenaar, proces- en executiekosten gemaakt. Dit heeft een schulden ophogend effect tot gevolg. De Wet stroomlijning keten voor derdenbeslag hangt vooral samen met de Wet vereenvoudiging beslagvrije voet. Adviesrecht gemeenten bij schuldenbewind (Ags) Op dit moment zijn gemeenten vaak niet op de hoogte als de rechter wordt verzocht om schuldenbewind in te stellen, terwijl ze wel verantwoordelijk zijn voor de juiste ondersteuning van inwoners die schulden hebben. Om instroom inzichtelijker te maken, kunnen gemeenten een adviesrecht krijgen nadat er schuldenbewind is uitgesproken. Het adviesrecht kan gemeenten beter in staat stellen hun regierol bij schuldhulpverlening te vervullen. De Ags regelt dat de gemeente, drie maanden nadat schuldenbewind is ingesteld, de rechter mag adviseren of een inwoner het beste kan worden geholpen met voortzetting van het bewind of door een lichtere vorm van gemeentelijke ondersteuning.
1.1.2 Regionale en lokale kaders Regionaal gedeelde speerpunten van de D6-gemeenten De D6-gemeenten voeren ieder lokaal armoede- en schuldenbeleid. Sinds de drie decentralisaties en de oprichting van het Werkplein Hart van West-Brabant wordt er door de D6-gemeenten veel nauwer samengewerkt aan regionale speerpunten. Door deze samenwerking kan armoede en schuldenproblematiek steviger worden aangepakt. Het uitgangspunt is dat er wordt samengewerkt op de punten waarop dat meerwaarde biedt. Eén van de speerpunten is gezamenlijk inzetten op vroegsignalering en preventie. Met de regionale aanpak ‘Vroeg Eropaf’ wordt daar onder andere invulling aangegeven. Integraal armoedebeleid Roosendaal Eind 2017 stelde de gemeenteraad het Integraal armoedebeleid vast. Het Integraal armoedebeleid focust zich op armoedepreventie en armoedebestrijding en gaat over meer dan alleen geld. Armoede veroorzaakt sociale uitsluiting op verschillende levensdomeinen, die sterk met elkaar verweven zijn. Zoals onderwijs, werk, vrijetijdsbesteding, zorg, huisvestiging en gezondheid. Schuldenproblematiek staat in nauw verband met het verkeren in armoede. De uitgangspunten van dit beleidsplan sluiten daarom aan op de uitgangspunten van het integraal armoedebeleid van de gemeente Roosendaal.
Dit beleidsplan gaat dieper in op schuldenproblematiek, het voorkomen en vroegsignaleren van schulden, integrale schuldhulpverlening en nazorg. Transformatieagenda sociaal domein 2019-2022 De Transformatieagenda sociaal domein 2019-2022 heeft het fundament gelegd voor de ingezette koers richting een sociaal sterke en gezonde stad, waarin iedereen meedoet en de jeugd perspectief heeft op een fijne toekomst. De menselijke maat blijft daarbij het uitgangspunt, want iedereen is anders en iedere situatie vraagt om een andere aanpak of een andere oplossing. We investeren in een sterke sociale basis die toegankelijk is voor iedereen, een samenhangende aanpak op preventie en integrale ondersteuning vanuit het perspectief van de inwoner. Eén van de beoogde maatschappelijke effecten is veerkrachtige en betrokken volwassenen die goed kunnen rondkomen, (financieel) zelfredzaam zijn, zich onderdeel van een netwerk voelen en zich inzetten voor hun omgeving. Dit beleidsplan draagt bij aan het bereiken van dit maatschappelijke effect.
4
2. 2. Huidige situatie In dit hoofdstuk wordt de huidige situatie omtrent schuldhulpverlening omschreven.
2.1 Omvang problematiek Naar schatting heeft bijna één op de vijf huishoudens in Nederland (17,4%-18,8%) te maken met risicovolle schulden, problematische schulden of een schuldhulpverleningstraject (VNG, 2020). Het grootste deel van deze huishoudens (15,7%) behoort tot de onzichtbare schuldenaren: huishoudens met risicovolle schulden of problematische schulden die geen gebruik maken van formele schuldhulpverlening. Schuldensituaties kunnen ontstaan door een combinatie van het ‘onderwater staan’ van huizen, life-events en intrinsieke factoren (zoals een verslaving, psychiatrische problemen en de gevolgen van langere tijd in armoede leven). De meest recente cijfers van CBS (2018) laten zien dat gemiddeld 8,3% 1 van alle Nederlandse huishoudens geregistreerde problematische schulden hebben. Dit zijn 650.700 huishoudens. De gemeente Roosendaal zit boven dit gemiddelde met 9,2%. Dit zijn 3200 huishoudens.
FIGUUR 1: Huishoudens met geregistreerde schulden in Roosendaal op 1 januari 2018
1
https://dashboards.cbs.nl/v2/SchuldenproblematiekInBeeld/
5
2.2 Schulden voorkomen De schuldenaanpak, zoals omschreven in het Integraal armoedebeleid, is gericht op curatieve en preventieve maatregelen op de volgende leefgebieden: financiën, werk, onderwijs, wonen, gezondheid en vrije tijd. De maatregelen worden naar aanleiding van de wetswijzingen uitgebreid op het gebied van schuldhulpverlening (hoofdstuk 4). In deze paragraaf wordt ingegaan op de preventieve maatregelen.
2.2.1 Versterken financiële zelfredzaamheid Binnen de gemeente Roosendaal worden verschillende preventieve maatregelen genomen om de financiële zelfredzaamheid van inwoners te versterken. Daarmee beoogt de gemeente te voorkomen dat inwoners te maken krijgen met geldzorgen. Dit zijn onder andere de volgende maatregelen: • Lesprogramma MoneyWays: armoede- en schuldenpreventie programma voor jongeren op het middelbaar- en voortgezet onderwijs. Het lesprogramma maakt jongeren bewust van hun dagelijkse financiële gedrag. Het maakt geldzaken en financiële problematiek bespreekbaar. • Get a Grip en een financieel spreekuur van Humanitas: gericht op het begeleiden van jongeren om overzicht te krijgen over hun administratie of bij beginnende schulden. Het doel is om jongeren financieel zelfredzaam te maken en te voorkomen dat ze schulden krijgen. • Maatschappelijk werk: de inzet van maatschappelijk werk voorkomt schulden of voorkomt dat schulden oplopen door middel van financiële begeleiding. • Thuisadministratie Roosendaal: hulp voor inwoners om hun financiën/ administratie op orde te krijgen. • Bureau Sociale Raadslieden: de plek waar inwoners terecht kunnen met al hun vragen over uitkeringen, belastingen, toeslagen, energierekeningen, etc. • Hulp bij inburgering: Statushouders worden door Vluchtelingenwerk ondersteund bij het op orde krijgen van hun financiële zaken.
2.2.2 Vroegsignalering De wijziging van de Wgs faciliteert de wettelijke grondslag voor gegevensuitwisseling tussen de gemeente en schuldeisers met als doel vroegsignalering van schulden. Op 20 maart 2020 startte het gezamenlijke project Vroeg Eropaf van de D6-gemeenten. Leidende gedachte achter dit project is, dat grote financiële problemen kunnen worden voorkomen door de problemen aan te pakken als ze nog klein zijn. De gemeente ontvangt maandelijks meldingen van betalingsachterstanden van woningcorporaties, zorgverzekeraars, het waterbedrijf en energieleveranciers. Alleen de zwaarste signalen (meerdere achterstanden op één adres of een enkele achterstand van een hoog bedrag) werden tot 1 januari 2021 opgevolgd met een hulpaanbod. Met de gewijzigde Wgs dient elk signaal opgevolgd te worden. Tussen maart 2020 en maart 2021 werden 385 inwoners bereikt met een hulpaanbod. 68 inwoners accepteerden het hulpaanbod. In de gemeente Roosendaal wordt Vroeg Eropaf uitgevoerd door een schuldhulpverlener en een maatschappelijk werker. Als een inwoner wordt bereikt, bespreekt de hulpverlener met de inwoner wat er speelt en wat er nodig is om de problemen op te lossen. De Vroeg Eropaf interventie duurt hooguit vier weken en kan leiden tot vier eindresultaten (zie figuur 2 Tussenevaluatie Vroeg Eropaf D6-gemeenten najaar 2020).
6
FIGUUR 2: Tussenevaluatie Vroeg Eropaf D6-gemeenten najaar 2020
2.3 Schuldhulpverlening In deze paragraaf wordt ingegaan op de curatieve maatregelen (schuldhulpverlening). Schuldhulpverlening is een belangrijk instrument in het armoede- en minimabeleid, met als hoofddoel het vergroten van de maatschappelijke participatie en het streven naar financiële zelfredzaamheid van schuldenaren. Er wordt gedurende het traject gestreefd naar een schuldenvrije toekomst. In 2020 hebben zich 120 inwoners gemeld voor schuldhulpverlening. Zoals in paragraaf 2.1 benoemd, waren er in 2018 3200 huishoudens met geregistreerde problematische schulden in de gemeente Roosendaal. Het daadwerkelijke aantal ligt nog hoger. Dit bevestigt dat het grootste deel van de huishoudens met problematische schulden behoort tot de zogenoemde onzichtbare schuldenaren. Dit is zorgwekkend, want dat betekent dat een hele hoop inwoners niet de ondersteuning krijgen waar zij recht op hebben. Figuur 3: Verloop aanvragen schuldhulpverlening januari 2020 - maart 2021 gemeente Roosendaal
Aanvragen schuldhulpverlening 2020-2021
7
De gemiddelde schuld waarmee inwoners zich hebben aangemeld bij schuldhulpverlening bedroeg in de gemeente Roosendaal in 2020 € 47.403,47. Dit ligt boven het landelijk gemiddelde dat in 2020 €43.513 bedroeg (NVVK, 2020). Door in te zetten op vroegsignalering van schulden en een brede, laagdrempelige toegang beoogt de gemeente Roosendaal een daling van de gemiddelde schuld waarmee inwoners zich melden bij schuldhulpverlening 2. In 2020 zijn er 86 schuldhulpverleningstrajecten (schuldbemiddeling, saneringskredieten en Wet schuldsanering natuurlijke personen) gestart. Daarnaast is bij 51 inwoners budgetbeheer opgestart. Het percentage recidive dat zich heeft gemeld lag in 2020 op 4,1%. Deze inwoners zijn in de voorgaande vijf jaar schuldenvrij uitgestroomd bij schuldhulpverlening en melden zich nu met nieuwe schulden.
Figuur 4: Verhouding tussen preventieve maatregelen, vroegsignalering en curatieve maatregelen (schuldhulpverlening)
2.4 Beschermingsbewind Beschermingsbewind is één van de manieren waarop mensen met problematische schulden kunnen worden geholpen om grip te krijgen op hun financiële situatie. Het is een ingrijpende maatregel: de inkomsten en uitgaven worden beheerd door een bewindvoerder. De beschermingsbewindvoerder richt zich primair op het stabiliseren van de situatie en het zeker stellen van basisvoorzieningen zoals huur, water, elektra en zorgverzekering. De bewindvoerder heeft daarbij meer bevoegdheden dan de schuldhulpverlener. Beschermingsbewind kan door diverse personen en organisaties worden aangevraagd, zoals familie van de betrokkene en schuldhulpverleners. De kantonrechter beslist of het vermogen onder bewind wordt gesteld. De beschermingsbewindvoerder wordt betaald met bijzondere bijstand wanneer sprake is van een laag inkomen. De kosten van beschermingsbewind stijgen jaarlijks en leggen een groot beslag op de uitgaven van
2
https://www.nvvk.nl/page/1439/2020/06/23/Amsterdam-meldt-spectaculair-lager-gemiddeldschuldbedrag-dankzij-Vroegsignalering
8
de bijzondere bijstand(zie tabel 1 en 2). Dit is geen wenselijke ontwikkeling aangezien bijzondere bijstand bestemd is als vangnet om inwoners met een laag inkomen te ondersteunen. De stijging van deze kosten is een landelijke trend. Ondanks dat de kosten een groot beslag leggen op de bijzondere bijstand, zijn we als gemeente vaak niet op de hoogte als de rechter wordt verzocht om bewind in te stellen. Daarnaast wordt beschermingsbewind veelal uitgevoerd door commerciële bewindvoerders en varieert de kwaliteit enorm. Gezien het voor een inwoner zo’n ingrijpende maatregel is, is dat niet de gewenste situatie. Als gemeente zijn we verantwoordelijk voor juiste en passende ondersteuning voor inwoners met schulden. De D6-gemeenten onderschrijven dat de kwaliteit van bewindvoering beter moet worden gemonitord en er meer grip moet komen op de in- en uitstroom tot bewindvoering. Het ingevoerde adviesrecht (Ags) kan gemeenten beter in staat stellen hun regierol bij schuldhulpverlening in te vullen.
Tabel 1: Overzicht kosten beschermingsbewind D6-gemeenten Jaar
Bedrag
Huishoudens
2017
€ 1.700.000 (34,5% van bijzondere bijstand)
1270
2018
€ 1.800.000 (38% van bijzondere bijstand)
1346
2019
€ 1.900.000 (41% van bijzondere bijstand)
1419
2020
€ 2.090.000 (44% van bijzondere bijstand)
1518
Tabel 2: Overzicht kosten beschermingsbewind gemeente Roosendaal Jaar
Bedrag
2017
€ 857.556 (41,6% van bijzondere bijstand)
Huishoudens
2018
€ 892.367 (42,7 van bijzondere bijstand)
657
2019
€ 927.824 (42,8% van bijzondere bijstand)
673
2020
€ 993.590 (44% van bijzondere bijstand)
719
630
9
3. Wat willen we bereiken? In hoofdstuk 3 komen de missie, visie en doelstellingen aan bod. In het Integraal armoedebeleid stellen we dat armoede niet alleen een geldprobleem is. Dat geldt in hoge mate ook voor de schuldenproblematiek. Zelden hebben mensen die zich melden voor schuldhulpverlening uitsluitend een financieel probleem. Dat betekent dat schuldhulpverlening meer moet zijn dan het bieden van een schuldregeling. De oorzaken, die gelegen zijn in de persoon of omstandigheden, moeten ook worden aangepakt om te voorkomen dat na een schuldregeling opnieuw schulden ontstaan. We noemen dit integrale schuldhulpverlening.
3.1 Missie “We helpen elke inwoner met financiële zorgen.” Als gemeente streven we naar en dragen we bij aan de financiële zelfredzaamheid van onze inwoners. Financieel zelfredzame inwoners hebben hun financiële administratie op orde, hebben goed zicht op inkomsten en uitgaven en laten zich niet verleiden tot onverantwoorde aankopen of leningen. Daarbij nemen we wel in acht dat (financiële) zelfredzaamheid geen vanzelfsprekendheid is. Wanneer inwoners toch te maken krijgen met problematische schulden werken we samen met ketenpartners aan een brede, laagdrempelige toegang tot integrale schuldhulpverlening. De gemeente heeft in deze samenwerking de regie. Er wordt gekeken hoe de inwoner ook op de andere leefgebieden (werk, onderwijs, wonen, gezondheid en vrije tijd) kan worden ondersteund.
3.2 Visie “We gaan inwoners met financiële zorgen beter, eerder en sneller helpen. Dit doen we door in te zetten op het voorkomen, effectief en efficiënt aanpakken en duurzaam oplossen van schulden. Gedurende het traject creëren we een schuldenzorgvrije situatie, zodat inwoners weer kunnen participeren in de samenleving.” Om mee te kunnen doen in de samenleving is een financieel stabiele situatie een voorwaarde. Daarmee bedoelen we zowel het kunnen voldoen aan de primaire levensbehoeften als het ervaren van financiële rust, zelfs tijdens een schuldregeling. De laatste jaren heeft wetenschappelijk onderzoek aangetoond dat schuldenstress de arbeidsdeelname negatief beïnvloedt3 . Enkel het ervaren van deze stress maakt mensen al minder productief en minder in staat tot het behouden van werk. In de eerste plaats blijft dit de verantwoordelijkheid van de inwoner zelf. Zijn of haar eigen kracht staat centraal en moet volledig benut worden. We houden daarbij rekening met het denk- en doenvermogen van inwoners. Het ervaren van een schuldenzorgvrije situatie zorgt ervoor dat mensen weer kunnen participeren. Om een schuldenzorgvrije situatie te bereiken zetten we preventieve, tijdige en passende ondersteuning in, zodat inwoners de ruimte ervaren om te kunnen participeren.
3.3 Doelstellingen Het beoogde maatschappelijk effect van het Beleidsplan integrale schuldhulpverlening 2021 - 2025 is dat inwoners goed kunnen rondkomen en financieel zelfredzaam zijn. Dit doen we door in te zetten op het voorkomen, effectief en efficiënt aanpakken en duurzaam oplossen van schulden.
3
Jungmann, N, Wesdorp, P. & Madern, T. (2020) Stress-sensitief werken in het sociaal domein. Houten, Nederland: Bohn Stafleu van Loghum.
10
Aansluitend op bovenstaande beoogt de gemeente Roosendaal met dit beleidsplan de volgende doelstellingen te behalen: 1. Schulden voorkomen (preventie): We zetten in op het voorkomen van problematische schulden. Dit doen we door middel van preventie en vroegsignalering. We versterken de financiële zelfredzaamheid van inwoners. Het project Vroeg Eropaf wordt uitgebreid en doorontwikkeld. 2. Schulden aanpakken (stabiliseren en oplossen van schulden): Wanneer inwoners toch te maken krijgen met problematische schulden, werken we samen met ketenpartners aan een brede, laagdrempelige toegang tot schuldhulpverlening. Er wordt gewerkt aan het verbeteren van de effectiviteit en efficiëntie van schuldhulpverlening. Hierin staat een schuldenzorgvrije situatie en het bieden van passende ondersteuning (op meerdere leefgebieden) centraal. 3. Schulden duurzaam oplossen (nazorg): Er wordt ingezet op een duurzame schuldenaanpak, waarbij we ernaar streven dat inwoners financieel redzaam blijven. Hiermee willen we voorkomen dat inwoners in de toekomst nogmaals in de financiële problemen terecht komen.
3.3.1 Meetbare doelstellingen De doelstellingen vertalen we naar meetbare doelstellingen die te vinden zijn in tabel 3. Tabel 3: Meetbare doelstellingen Meetbare doelstellingen
2021
2022
2023
2024
Doelstelling 1: schulden voorkomen 1.
We bereiken meer mensen met
vroegsignalering 4 2.
400
435
470
505
75
80
85
90
Meer mensen accepteren hulp in het kader van vroegsignalering 5
Doelstelling 2: schulden aanpakken 3.
Meer inwoners weten de toegang tot
schuldhulpverlening te vinden 6
4.
De gemiddelde schuld waarmee
inwoners zich melden voor schuldhulp-
verlening daalt 7
5. 6.
135
140
€45.000 €42.000 €39.000 €36.000
een gesprek waarin de hulpvraag wordt 2 weken 2 weken 2 weken 2 weken
Bij een crisisaanmelding vindt binnen 3 werkdagen een intake plaats 9
7.
De gemeente verstrekt binnen 8 weken
na het eerste gesprek een beschikking
en plan van aanpak 10
8.
130
Na aanmelding volgt binnen 4 weken
vastgesteld 8
125
3 dagen
3 dagen
3 dagen
3 dagen
8 weken 6 weken 5 weken 4 weken
De intake wordt vaker positief afgerond 11 88%
89%
90%
91%
18%
20%
25%
30%
63%
66%
69%
72%
44%
42%
40%
38%
10. Er wordt vaker een saneringskrediet verstrekt 12 11. Het slagingspercentrage van
schuldbemiddeling stijg 13
12. De kosten van beschermingsbewind
dalen t.o.v. de bijzondere bijstand
Doelstelling 3: schulden duurzaam oplossen 13. Afname aantal recidive 14
4%
3,5%
3%
2,5% 11
4
Tussen maart 2020 en maart 2021 bereikte vroegsignalering 385 huishoudens.
5
Tussen maart 2020 en maart 2021 accepteerde 68 inwoners hulp bij vroegsignalering
6
In 2020 waren er 120 aanmeldingen voor schuldhulpverlening. We beogen een toename, omdat we ernaar streven meer onzichtbare schuldenaren te bereiken.
7
Het landelijke gemiddelde in 2020 bedroeg € 43.513 (NVVK 2020). In de gemeente Roosendaal betrof dit € 47.403,47.
8
In de Wgs (art 2 lid 2 sub d) staat dat de gemeenteraad het maximaal aantal weken vaststelt dat de gemeente nastreeft met betrekking tot de wachttijd. Deze periode is wettelijk gemaximeerd op 4 weken. In de huidige praktijk vindt dit gesprek vrijwel altijd binnen één of twee weken plaats.
9
Bij een crisisaanmelding wordt binnen 3 dagen actie ondernomen.
10
Gemeenten moeten vanaf 1 januari 2021 in een verordening vastleggen binnen welke termijn zij de beschikking voor schuldhulp afgeven. Deze termijn is conform de Algemene wet bestuursrecht gemaximeerd op 8 weken. Gestreefd wordt naar een kortere termijn. Vanaf 1 januari 2021 moet bij de toelatingsbeschikking een plan van aanpak worden gevoegd.
11
In 2020 werd bij 13,3% van de intakes de aanvraag afgewezen.
12
In 2020 werden 21 saneringskredieten verstrekt (17,5% van de aanvragen).
13
In 2020 was het slagingspercentage van schuldbemiddelingen 62%.
14
In 2020 waren er 4,1% recidive.
12
4. Wat gaan we doen? In hoofdstuk 4 komt aan bod welke stappen de gemeente Roosendaal de komende periode zet. De gewijzigde Wgs heeft vergaande gevolgen voor de gemeentelijke processen schuldhulpverlening en vormt de basis voor de inhoud van het beleidsplan (artikel 2 lid 4 Wgs). Zoals eerder benoemd staan er drie pijlers centraal waarop de uitvoering van de schuldhulpverlening is gebaseerd: het voorkomen van schulden, het aanpakken van schulden en het duurzaam oplossen van schulden.
4.1 Schulden voorkomen 4.1.1 Versterken financiële zelfredzaamheid Om schulden te voorkomen zet de gemeente Roosendaal de huidige activiteiten voort om de financiële zelfredzaamheid van inwoners versterken: • Lesprogramma MoneyWays: armoede- en schuldenpreventie programma voor jongeren op het middelbaar beroeps- en voortgezet onderwijs. Het lesprogramma maakt jongeren bewust van hun dagelijkse financiële gedrag. Het draagt bij aan het doorbreken van het taboe om over geldzaken te praten door het uitwisselen van ervaringen. • Get a Grip en een financieel spreekuur van Humanitas: gericht op het begeleiden van jongeren om overzicht te krijgen over hun administratie of bij beginnende schulden. Het doel is om jongeren financieel zelfredzaam te maken en te voorkomen dat ze schulden krijgen. • Maatschappelijk werk: de inzet van maatschappelijk werk voorkomt schulden of voorkomt dat schulden oplopen door middel van financiële begeleiding. • Thuisadministratie Roosendaal: hulp voor inwoners om hun financiën/administratie op orde te krijgen. • Bureau Sociale Raadslieden: de plek waar inwoners terecht kunnen met al hun vragen over uitkeringen, belastingen, toeslagen, energierekeningen, etc. • Hulp bij inburgering: Statushouders worden door Vluchtelingenwerk ondersteund bij het op orde krijgen van hun financiële zaken.
Wat gaan we nog meer doen? • Uitbreiding en doorontwikkeling preventie activiteiten: De gemeente Roosendaal streeft naar uitbreiding en doorontwikkeling van de bestaande preventie activiteiten. Daarbij wordt ook naar verschillende doelgroepen gekeken. Samenwerking tussen initiatieven, zoals MoneyWays en Get a Grip, wordt hierbij gestimuleerd. • Regionaal preventieplan “hulp bij schulden” D6-gemeenten: Samen met de D6- gemeenten wordt steeds meer samengewerkt om regionaal hetzelfde aanbod te kunnen doen aan inwoners en dit aanbod door te ontwikkelen. • Voorlichting aan ketenpartners en het bedrijfsleven: Hulp- en dienstverleners en het bedrijfsleven worden periodiek geïnformeerd over schuldhulpverlening, financiële regelingen en manieren om financiële problemen te signaleren en bespreekbaar te maken. Daarnaast is in 2020 gestart met het vroegsignaleren van schulden. Vroegsignalering is een krachtig instrument om schulden te voorkomen (zie paragraaf 4.1.2).
13
4.1.2 Vroegsignalering Binnen de schuldhulpverlening houdt vroegsignalering het volgende in: het in een zo vroeg mogelijk stadium in beeld brengen van mensen met financiële problemen. Samen met de D6-gemeenten voert de gemeente Roosendaal het project Vroeg Eropaf uit (verdere toelichting is terug te vinden in paragraaf 2.2.2). Met de gewijzigde Wgs is vroegsignalering per 1 januari 2021 een wettelijke taak voor de gemeente. Om vroegsignalering te kunnen uitvoeren heeft de gemeente conform artikel 2 lid 4c van de Wgs afspraken gemaakt met schuldeisers over welke signalen zij aan de gemeente leveren. Deze afspraken zijn vastgelegd in het Landelijk Convenant Vroegsignalering 15 , welke is ondertekend door alle brancheorganisaties van vaste lasten crediteuren, de NVVK en de VNG. De gemeente Roosendaal is samen met de D6gemeenten ook aangesloten bij dit convenant. In het convenant staan voorwaarden van sociale incasso waaraan de signalen minimaal moeten voldoen: schuldeisers sturen ten minste één schriftelijke betalingsherinnering, spannen zich in om in persoonlijk contact te treden met de klant (telefonisch, aan de deur of aan de balie) en wijzen klanten met betalingsachterstanden de weg naar gemeentelijke schuldhulpverlening. Zie figuur 5 voor een visualisatie van de termijnen en bijbehorende stappen.
Figuur 5: Termijnen en opvragen gegevens bij start hulpverlening Wgs
15
https://www.nvvk.nl/page/1441/2021/04/04/Landelijk-Convenant-Vroegsignalering
14
4.1.2.1 Aanpak Vroeg Eropaf: ‘Drietrapsraket-aanpak’ Per 1 januari 2021 is het verplicht om op elk ontvangen signaal van een beginnende betalingsachterstand een hulpaanbod te doen. Zowel een enkelvoudig signaal als meervoudige signalen op één adres zijn aanleiding om een aanbod tot een gesprek te doen. De wet biedt de ruimte voor een lokale aanpak. In de gemeente Roosendaal wordt gewerkt met de ‘Drietrapsraket-aanpak’: 1. Huisbezoek met hulpaanbod: Voor de adressen met meervoudige signalen geldt de standaardprocedure: het sturen van een brief met een aankondiging van het huisbezoek en vervolgens het huisbezoek met hulpaanbod. 2. Telefonische benadering met hulpaanbod: Een tweede groep inwoners krijgt eerst een brief, waarna er door de uitvoerders actief telefonisch contact wordt gezocht. De groep die in aanmerking komt voor een telefonische benadering wordt bepaald door de gehanteerde criteria: per leverancier wordt er een grensbedrag gehanteerd. Boven een bepaald grensbedrag valt een inwoner dan binnen de bepaalde doelgroep. In de toekomst kan een tweede stap het uitlichten van verschillende doelgroepen zijn. Dit kan naar aanleiding van de trends in het voorliggend veld en resultaten uit de armoedemonitor. Hierbij valt te denken aan een specifieke doelgroep zoals jongeren, maar ook aan het uitlichten van bepaalde wijken. 3.
Brieven met hulpaanbod: De groep inwoners die niet onder bovenstaande categorieën valt, ontvangt een brief met daarin de gegevens van de uitvoerders en het aanbod. Deze inwoners kunnen zelf contact opnemen.
4.2 Schulden aanpakken Als er ondanks onze preventieactiviteiten problematische schulden ontstaan, zetten we alles op alles om samen met de inwoner de schulden op te lossen. Bij voorkeur door een regeling te treffen met de schuldeisers. Als dat niet lukt, bijvoorbeeld door weigerachtige schuldeisers, maken we de schulden beheersbaar, zodat de inwoner in ieder geval noodzakelijke uitgaven kan doen. In deze paragraaf komt het gehele schuldhulpverleningsproces aan bod: van de aanmelding tot en met nazorg. 4.2.1 Aanmelding en intake Schuldhulpverlening is onderdeel van Inwonersondersteuning Roosendaal (IOR) 16. IOR is er voor elke vraag die een inwoner heeft. Indien een inwoner zich meldt met geldzorgen bij IOR dan wordt samen met de inwoner gekeken naar welke ondersteuning hij of zij nodig heeft op de verschillende leefgebieden. Zo kan het zijn dat naast ondersteuning bij geldzorgen er ook ondersteuning nodig is op andere leefgebieden. In dat geval wordt de ondersteuning integraal vormgegeven. Inwoners komen daarnaast in beeld door een aanmelding via Vroeg Eropaf, Bureau Sociale Raadslieden, jeugdprofessionals, Wmoprofessionals, Werkplein Hart van West-Brabant en andere partners. Na het ontvangen van de aanmelding doen de schuldhulpverleners de inwoner een aanbod tot een eerste gesprek (zie figuur 5). Conform de gewijzigde Wgs vindt het eerste gesprek binnen vier weken plaats.
Bij een bedreigende situatie wordt een termijn van drie werkdagen gehanteerd. Onder een bedreigende situatie wordt verstaan: gedwongen woningontruiming, beëindiging van de levering van gas, elektriciteit, stadsverwarming of water, of opzegging dan wel ontbinding van de zorgverzekering.
16
https://inwonersondersteuningroosendaal.nl/
15
Maatschappelijk werk, vrijwilligers of bewindvoerders ondersteunen inwoners bij het aanleveren van de benodigde stukken en het schuldenoverzicht indien nodig. Als een klant niet verschijnt op de intake dan doet de schuldhulpverlener een poging om in contact te komen via de bewindvoerder, maatschappelijk werker of een bekende uit het netwerk. Indien gewenst wordt het Eropaf Af-team ingeschakeld om bij de inwoner langs te gaan. Als inwoners na de intake niet meer reageren, dan worden zij op dezelfde wijze benaderd om ongewenste voortijdige uitval te voorkomen. 4.2.1.1 Uitsluitingsgronden De Wgs gaat uit van een brede toegang tot schuldhulpverlening. Om die reden is er slechts één absolute weigeringsgrond opgenomen, namelijk wanneer aanvragers geen geldige verblijfstatus in Nederland hebben. De gemeente Roosendaal kiest er voor om aanvullend geen uitsluitingsgronden op te nemen voor schuldhulpverlening. Elke inwoner verdient een tweede kans. Tijdens de aanvraag beoordelen de schuldhulpverleners naar aanleiding van de huidige situatie of een inwoner voldoende gemotiveerd is voor een traject. 4.2.2 Beschikking en plan van aanpak Binnen acht weken nadat de inwoner zich (schriftelijk of mondeling) heeft gemeld, moet een beschikking worden afgegeven waarmee de inwoner wordt toegelaten tot schuldhulpverlening.
De termijn van acht weken waarbinnen de beschikking wordt afgegeven, is vastgelegd in de Verordening beslistermijn schuldhulpverlening gemeente Roosendaal 2021. We streven ernaar deze termijn zo kort mogelijk te maken (zie paragraaf 3.3.1 meetbare doelstellingen). Conform artikel 17 van de Wgs informeert de gemeente gerechtsdeurwaarders, verstrekkers van signalen, schuldeisers, bewindvoerders en kredietverstrekkers op het moment dat de inwoner een toelatingsbeschikking tot schuldhulpverlening heeft ontvangen. De gerechtsdeurwaarders en bewindvoerders ontvangen de gegevens ter uitoefening van hun wettelijke taak. Naast de toelatingsbeschikking wordt ook een plan van aanpak opgesteld. In dit plan van aanpak wordt aangegeven welke hulp wordt aangeboden en welke voorwaarden gelden voor het recht op schuldhulpverlening. Het plan van aanpak kan bestaan uit onder meer de instrumenten budgetbegeleiding, betalingsregeling, budgetbeheer, schuldregeling en beschermingsbewind (zie paragraaf 4.2.5.1 en 4.2.5.2 voor een toelichting over de instrumenten). In het plan van aanpak wordt ook de Wet vereenvoudiging beslagvrije voet (Wvbvv) in acht genomen voor de berekening van de beslagvrije voet.
De beslagvrije voet is een belangrijk onderdeel van de inkomensinformatie die nodig is voor schuldhulpverlening, zodat altijd ten minste 5% van het inkomen gebruikt kan worden voor aflossing van schulden. Een minimale afloscapaciteit is noodzakelijk om schuldeisers mee te laten werken aan een schuldregeling. 4.2.3 Gegevensuitwisseling Door de wetswijziging wordt het voor schuldhulpverleners onder andere mogelijk om binnen de gemeente informatie op te vragen over hulpverlening die de inwoner eventueel op andere leefgebieden ontvangt. Daarnaast wordt een grondslag gecreëerd om deze gegevens, indien noodzakelijk, in te zetten voor schuldhulpverlening. Op deze wijze wordt een integrale aanpak mogelijk gemaakt en worden inwoners ontzorgd.
16
De rol van de inwoner gaat van een informerende naar een controlerende rol Landelijk wordt een ICT-voorziening ontwikkeld waarin BRP-gegevens en gegevens omtrent inkomen en vermogen zichtbaar zijn voor de schuldhulpverleners. Inwoners houden bij bovenstaande gegevensuitwisseling hun privacyrechten, zoals het recht op informatie, inzage, rectificatie, gegevensuitwissing en het recht van bezwaar. Juridische grondslag voor gegevensdeling bij multiproblematiek Er wordt gewerkt aan het wetsvoorstel “Aanpak meervoudige problematiek”. De wet treedt naar verwachting per 1 januari 2022 in werking. Dit wetsvoorstel biedt gemeenten de juridische grondslag om bij multiproblematiek de noodzakelijke persoonsgegevens domeinoverstijgend te delen, verzamelen en verwerken. 4.2.4 Doelgroepen Aan een aantal doelgroepen wordt conform de Wgs specifieke aandacht besteed. Gezinnen met minderjarige kinderen Het controleren of er minderjarige kinderen aanwezig zijn in een gezin is vast onderdeel van het intakeproces. Als er sprake is van inwonende minderjarige kinderen en ernstige schuldenproblematiek, wordt altijd gekeken hoe dit gezin zo snel en zo goed mogelijk geholpen kan worden om verergering van de (schulden)situatie te voorkomen. Dit betekent altijd maatwerk.
Er is daarbij altijd contact met de hulpverleningsketen (bewindvoerder, algemeen maatschappelijk werk of jeugdprofessionals) om tot een oplossing te komen. Kinderen mogen nooit het slachtoffer worden van schulden in het gezin waarin zij opgroeien. Armoede kan hen belemmeren in hun ontwikkeling op school, maar ook in hun sociaal-emotionele ontwikkeling met als risico dat zij hun hele jeugd op achterstand staan en misschien wel met een bijna onoverbrugbare achterstand aan hun volwassen leven beginnen. Om te zorgen dat kinderen niet worden belemmerd in hun ontwikkeling in het geval van schuldenproblematiek in het gezin, wordt in 2021 kindgericht armoedebeleid ontwikkeld. Niet-westerse migratieachtergrond Statushouders worden financieel wegwijs gemaakt in Nederland. Dit gebeurt vanuit Vluchtelingenwerk. De gemeente moet bijstandsgerechtigde statushouders in het kader van de nieuwe Wet inburgering een half jaar lang ‘ontzorgen’. Deze termijn kan worden verlengd als dat op basis van individuele omstandigheden noodzakelijk is. Dat betekent dat de gemeente de vaste lasten betaalt vanuit de uitkering. Het Werkplein Hart van WestBrabant voert de Wet inburgering uit. De komende periode zal onderzocht worden welke tools ingezet kunnen worden om statushouders te ondersteunen bij het op orde krijgen van hun financiële zaken.
Daarnaast is in de gemeente Roosendaal sprake van een stijging van het aantal arbeidsmigranten met financiële problematiek. Dit wordt meegenomen als aandachtspunt voor het te ontwikkelen arbeidsmigrantenbeleid.
17
Zzp’ers, ondernemers en flexwerkers Zzp’ers en ondernemers krijgen toegang tot schuldhulpverlening. Met de infographic ‘Hulp en regelingen voor ondernemers met geldzorgen’ is de dienstverlening in beeld gebracht (zie figuur 6). De dienstverlening richting zzp’ers en ondernemers is uitbesteed aan externe partners. Indien een zzp’er of ondernemer bij schuldhulpverlening binnenkomt, worden zij eerst warm doorverwezen naar Stichting Over Rood. Stichting Over Rood begeleidt de ondernemers dan richting het meest passende loket. Door flexibilisering van de arbeidsmarkt groeit het aandeel werkende armen. De doelgroep flexwerkers wordt opgenomen in de Arbeidsmarktagenda XL.
Figuur 6: Infographic ‘Hulp en regelingen voor ondernemers met geldzorgen’
4.2.5 Het stabiliseren en oplossen van schulden Zodra een aanvrager toegang tot de schuldhulpverlening wordt verleend, wordt hem een passend aanbod gedaan in de vorm van een plan van aanpak. Dit aanbod is echter niet vrijblijvend. Van de inwoner wordt een actieve deelname verwacht aan het traject. De inwoner heeft een inlichtingenplicht en een plicht tot medewerking. Komt de inwoner deze verplichtingen niet na, dan werkt dit belemmerend en zijn er mogelijk consequenties aan verbonden. Een mogelijke consequentie is het stopzetten van een traject. In deze paragraaf worden de mogelijke trajecten toegelicht. Deze zijn onder te verdelen in de stabilisatiefase en schuldregelingsfase: 1. Stabilisatiefase (fase 1): In deze fase dienen alle zaken op orde te worden gebracht om de kans van slagen van het schuldhulpverleningstraject te vergroten. In deze fase vindt de aanmelding en de intake plaats. Tijdens de intake wordt de zelfredzaamheid getoetst van de klant en wordt het probleem vastgesteld om een plan van aanpak te kunnen ontwikkelen.
18
2. Schuldregelingsfase (fase 2): de schuldhulpverlenende organisatie treedt op als tussenpersoon van de schuldenaar en schuldeisers, waarbij de belangen van alle partijen zo goed mogelijk worden behartigd. Gedurende de verschillende fasen worden ook ketenpartners betrokken, zoals verslavingszorg, GGZ, maatschappelijke opvang, woningcorporaties, schuldeisers, enzovoort. 4.2.5.1 Stabilisatiefase Bij ieder schuldhulpverleningstraject hoort een stabilisatiefase. In de stabilisatiefase brengt de schuldhulpverlener de uitgaven en inkomsten verder in kaart en zet de schuldhulpverlener de eerste stappen in de stabilisatie van de financiële situatie. Er wordt in deze fase gekeken of er mogelijkheden zijn om het inkomen te verhogen door bijvoorbeeld meer uren te werken of gebruik te maken van inkomensondersteunende regelingen, zoals belastingtoeslagen en bijzondere bijstand. Het doel van deze fase is een situatie van rust creëren, van waaruit de aflossing van de schulden kan worden opgestart. De situatie rond bijvoorbeeld een echtscheiding, woningverkoop, afbouw van een onderneming, verslaving of baanverlies moet voldoende stabiel zijn om een schuldregeling te kunnen treffen. De duur van deze fase is afhankelijk van de situatie van de inwoner.
In deze fase kunnen de volgende instrumenten worden ingezet: • Betalingsregeling: Een betalingsregeling wordt getroffen met één of enkele schuldeisers wanneer de schulden nog niet problematisch zijn. Het uitgangspunt is dat 100% van de schulden wordt afbetaald. • Budgetcoaching: Budgetcoaching wordt ingezet om een duurzame verandering van gedrag en vaardigheden te bereiken, zodat inwoners uit de schulden blijven en financieel zelfredzamer worden. • Budgetbeheer: Het inkomen wordt beheerd door een budgetbeheerder. De budgetbeheerder ziet erop toe dat bijvoorbeeld de vaste lasten worden betaald en dat de schulden worden afgelost. Een andere vorm van budgetbeheer is de doorbetaling van de vaste lasten vanuit de bijstandsuitkering. • Beschermingsbewind: Net als bij budgetbeheer worden inkomsten en uitgaven beheerd. De bewindvoerder heeft daarbij meer bevoegdheden dan de schuldhulpverlener. Het wordt opgelegd door de rechter en wordt vaak uitgevoerd door commerciële partijen. Voor minima moet de gemeente de kosten vergoeden vanuit de bijzondere bijstand. Zoals benoemd in paragraaf 2.2.5, heeft de gemeente op dit moment weinig grip op de instroom, kwaliteit en kosten van bewindvoering. Gezien het voor een inwoner zo’n ingrijpende maatregel is, is dat niet de gewenste situatie. Als gemeente zijn we verantwoordelijk voor juiste en passende ondersteuning voor inwoners met schulden.
De D6-gemeenten onderschrijven dat de kwaliteit van bewindvoering beter moet worden gemonitord en er meer grip moet komen op de in- en uitstroom tot bewindvoering. De wijze waarop dit kan, wordt in regionaal verband onderzocht. In 2021 wordt onderzoek gedaan naar welke mogelijkheden de D6-gemeenten hebben en hoe deze verbeterslag gerealiseerd kan worden. De Ags speelt hier mogelijk een rol in. Het wetsvoorstel regelt dat de gemeente, drie maanden nadat bewindvoering is ingesteld, de rechter mag adviseren of een inwoner het beste kan worden geholpen met voortzetting van het bewind of door een lichtere vorm van gemeentelijke ondersteuning.
19
4.2.5.2 Schuldregelingsfase Nadat de schuldensituatie stabiel is, gaat de gemeente over naar de fase van het schuldregelen. Schuldregeling is het meest cruciale onderdeel van schuldhulpverlening: in deze fase worden de schulden opgelost. Na drie jaar is een inwoner schuldenvrij bij succesvol afronden van het traject. Een schuldregeling is er in twee vormen: 1. Schuldbemiddeling: De schuldenaar spaart maandelijks geld voor de schuldeisers. Periodiek wordt het gespaarde geld overgemaakt naar de schuldeisers. Na drie jaar wordt het restant van de schulden kwijtgescholden. Bij wisselende inkomsten is van tevoren niet duidelijk hoeveel de schuldeisers uiteindelijk betaald krijgen. 2. Saneringskrediet: Met een saneringskrediet wordt een deel van de schulden direct afgekocht. De rest wordt door de schuldeisers kwijtgescholden. De schuldenaar betaalt in drie jaar het saneringskrediet terug. Het saneringskrediet heeft voordelen voor zowel de schuldenaar, schuldeisers als de gemeente. De schuldenaar heeft nog maar één schuldeiser, mag bijverdienen en weet precies hoeveel hij of zij drie jaar lang moet betalen. Dat geeft veel rust. Schuldeisers krijgen direct geld en kunnen de boeken sluiten. De gemeente bespaart op de uitvoeringskosten.
In 2021 onderzoekt de gemeente Roosendaal gezamenlijk met de D6-gemeenten of een deel van de lopende schuldbemiddelingen omgezet kan worden naar saneringskredieten. Daarnaast wordt vanaf 2021 meer gestuurd op een toename van het aantal saneringskredieten. In de schuldregelingsfase kunnen naast schuldhulpbemiddeling en een saneringskrediet de volgende instrumenten worden ingezet: • Wet schuldsanering natuurlijke personen (Wsnp): Als een schuldregeling niet mogelijk blijkt, wordt verwezen naar de Wsnp. Gedurende drie jaar wordt door de inwoner gespaard op een boedelrekening. Hiervan wordt de Wsnp-bewindvoerder betaald en de rest wordt naar rato verdeeld over de schuldeisers. Na 3 jaar is een inwoner schuldenvrij bij succesvol afronden van het traject. • Voorlopige voorziening: De voorlopige voorziening is bedoeld om tijdens de behandeling van de aanvraag Wsnp een crisis te voorkomen. Dit geldt bijvoorbeeld voor een acuut dreigende huisuitzetting. • Aflospauze: Klanten in een schuldhulpverleningstraject worden actief gewezen op de mogelijkheid van een aflospauze van maximaal twee maanden. Dit betekent echter wel dat de aflosperiode met twee maanden wordt verlengd. De aflospauze kan alleen ingezet worden in overeenstemming met de schuldeisers. • Moratorium: Via de rechter kan worden afgedwongen dat schuldeisers een half jaar geen incassomaatregelen mogen nemen.
Schuldhulpverleners kunnen in deze periode een schuldregeling voorbereiden. • Dwangakkoord: Wanneer een enkele schuldeiser niet meewerkt aan de schuldregeling – terwijl andere schuldeisers wel bereid zijn mee te werken – kan de gemeente de rechter verzoeken om de betreffende schuldeiser te dwingen om mee te werken. • Heronderzoek schuldhulpbemiddeling: Bij het heronderzoek krijgt de schuldhulpverlening te maken met de Wvbvv. In artikel 4a lid 4 van de Wgs staat opgenomen dat de schuldhulpverlener bij het opstellen van het plan van aanpak de beslagvrije voet in acht moet nemen. Bij heronderzoek wordt bij een lopende schuldhulpbemiddeling de afloscapaciteit aangepast naar de nieuwe beslagvrije voet.
20
Aanvullend is het voor inwoners in een minder goede financiële positie, bijvoorbeeld als zij gebruik maken van de bijzondere bijstand, mogelijk om aanspraak te maken op een consumptief krediet (maximaal €5.000). De aanvraag wordt gedaan bij Werkplein Hart van West-Brabant en wordt vervolgens doorgestuurd naar de uitvoerende partij van fase 2 (zie paragraaf 4.6).
4.3 Schulden duurzaam oplossen Naast het oplossen van de schulden moet worden bereikt dat de inwoner zelf kan zorgen voor een gezonde financiële toekomst. In andere woorden: we willen dat inwoners financieel zelfredzaam worden, zijn en blijven. De komende periode wordt onderzocht hoe we nazorg een vast onderdeel van het schuldhulpverleningstraject kunnen maken. Met als doelstelling dat de inwoner financieel zelfredzaam wordt en blijft. We willen niet dat een inwoner opnieuw in de schulden raakt als de financiële problemen zijn opgelost. Daarom houdt de schuldhulpverlening na het afronden van het traject een vinger aan de pols. De zwaarte en frequentie van nazorg is maatwerk. Wanneer gedurende een traject blijkt dat een hoger risico bestaat op terugval, kan er uitgebreidere nazorg worden geboden. Bijvoorbeeld via vrijwilligers die ondersteunen bij het op orde houden van de financiële administratie via het Thuisadministratieloket Roosendaal. Daarnaast wordt de komende periode onderzoek gedaan naar een gepast registratiesysteem. Een registratiesysteem maakt het mogelijk om met elke klant een jaar na uitstroom contact op te nemen met de vraag of er nog behoefte is aan ondersteuning. Daarnaast wordt nazorg al in een eerder stadium geboden bij het project ‘Vroeg Eropaf’.
Inwoners die aangeven er zelf aan uit te komen, worden na verloop van tijd nogmaals gebeld om te vragen of het gelukt is met de betaling van de achterstanden (als zij daarvoor toestemming hebben gegeven).
4.4 Kwaliteitsborging, monitoring en evaluatie Artikel 2 lid 4 sub b in de Wgs vereist dat het beleidsplan aangeeft welke maatregelen de gemeenteraad en het college nemen om de kwaliteit te borgen van de wijze waarop de integrale schuldhulpverlening wordt uitgevoerd. Monitoring is geen wettelijke vereiste binnen de Wgs. Wel is in artikel 2 lid 4 sub a bepaald dat het beleidsplan omschrijft welke resultaten de gemeente wil bereiken in de bestreken periode van het beleidsplan. 4.4.1 Kwaliteitsborging De gemeente moet kwaliteitseisen stellen, niet alleen aan zichzelf, maar ook aan de ketenpartners en eventuele uitvoerders van de integrale schuldhulpverlening. Zo wordt fase 1 in de gemeente Roosendaal uitgevoerd door schuldhulpverleners die NEN 8048 / KIWA gecertificeerd zijn. De uitvoerders van schuldhulpverlening fase 2 en uitvoerders van schuldhulpverlening aan ondernemers dienen NVVK-gecertificeerd te zijn. Dit betekent dat zij voldoen aan alle kwaliteitseisen die de branchevereniging voor schuldhulpverlening aan haar leden stelt. De NVVK (Vereniging voor schuldhulpverlening en sociaal bankieren) is de
21
koepelorganisatie van schuldhulpverlenende instanties in Nederland. De NVVK heeft gedragscodes ontwikkeld, waarin richtlijnen voor goede schuldhulpverlening opgenomen zijn. Door te werken volgens deze gedragscodes is de kwaliteit van de schuldhulpverlening geborgd 4.4.2 Monitoring en evaluatie De gestelde doelen zoals beschreven in paragraaf 3.3 worden gemonitord om te kunnen vaststellen of de beoogde resultaten worden behaald. De monitoring van de gestelde doelen vindt jaarlijks plaats. Monitoring vindt plaats door middel van de registratie van de uitvoerende partijen. De gemeenteraad wordt hier jaarlijks over geïnformeerd. Daarnaast wordt onderzocht of een regionale armoedemonitor wenselijk is voor het meten van de effecten. Na het verstrijken van de betreffende periode wordt het beleidsplan in zijn geheel geëvalueerd.
4.5 Samenwerken in de gemeente Roosendaal Bij bestrijding van schulden werkt de gemeente samen met maatschappelijke partners. Met sommige partners heeft de gemeente een subsidie- of inkooprelatie. De partners richten zich op het vergroten van de financiële zelfredzaamheid, het voorkomen van schulden, het aanpakken van schulden en het (duurzaam) oplossen van schulden. De organisaties bieden laagdrempelige ondersteuning. Zij brengen de gemeentelijke regelingen onder de aandacht van hun doelgroep en dragen zo bij aan vergroting van het bereik van de regelingen. In tabel 4 is een groot deel van onze samenwerkingspartners bij de aanpak van schulden terug te vinden. Deze lijst is niet uitputtend. Daarnaast is de lijst met samenwerkingspartners een momentopname van de huidige situatie (april 2021).
22
Tabel 4: Samenwerkingspartners bij het voorkomen en aanpakken van schulden Samenwerkingspartners
Omschrijving activiteiten
WijZijn Traverse Groep
• Uitvoering Vroeg Eropaf;
• Uitvoering schuldhulpverlening fase 1
(het college heeft WijZijn Traverse Groep gemandateerd voor de uitvoering); PLANgroep
• Algemeen maatschappelijk werk. Uitvoering schuldhulpverlening fase 2 (het
college heeft PLANgroep gemandateerd
voor de uitvoering van fase 2).
Werkplein Hart van West-Brabant
• Biedt ondersteuning aan zzp’ers en
ondernemers met financiële problemen; Samenwerkingsverband D6-gemeenten
• Uitvoering nieuwe Wet inburgering. Werkgroep armoede en schuldhulpverlening
met de gemeenten Roosendaal, Etten-Leur,
Moerdijk, Halderberge, Rucphen, Zundert en
het Werkplein Hart van West-Brabant.
Right & Bright Schuldhulpbemiddeling N.V. Uitvoering schuldhulpverlening aan zzp’ers Stichting Over Rood
en ondernemers. De deskundige vrijwilliger van Over Rood
helpt praktisch bij het op orde brengen van
de administratie van zzp’ers en ondernemers.
StartToGrow
Biedt hulp en advies aan ondernemers die
starten/doorstarten en ondernemers die hun
onderneming willen laten groeien.
Diversion Humanitas Thuisadministratieloket Roosendaal Inwonersondersteuning Roosendaal Bureau Sociale Raadslieden
Lesprogramma MoneyWays op middelbare scholen en het Curio over ‘omgaan met geld’. Biedt jongeren het programma ‘Get a Grip’ aan en een financieel spreekuur. Ondersteunt inwoners bij het op orde brengen van hun administratie. Voor alle vragen van inwoners uit de gemeente Roosendaal. De plek waar inwoners terecht kunnen met
al hun vragen over uitkeringen, belastingen,
toeslagen, energierekeningen, etc.
Vluchtelingenwerk
Statushouders worden door
Vluchtelingenwerk ondersteund bij het op
orde krijgen van hun financiële zaken.
23
5. Speerpunten uitvoeringsagenda De gestelde kaders in dit Beleidsplan integrale schuldhulpverlening 2021-2025 leiden tot speerpunten voor de uitvoeringsagenda 2021-2022. Voor de periode 2023-2025 wordt de uitvoeringsagenda geactualiseerd. In de komende periode (2021-2025) wordt ingezet op:
1. Uitbreiding en doorontwikkeling preventie • Uitbreiding en doorontwikkeling Vroeg Eropaf; • Uitbreiding en doorontwikkeling preventie activiteiten; • Uitbreiding voorlichtingen aan hulp- en dienstverleners en werkgevers; • Onderzoek naar tools die kunnen worden ingezet bij het financieel wegwijs maken van statushouders; • Ontwikkeling Regionaal preventieplan “hulp bij schulden”.
2. Sociale incasso • Onderzoeken wat de gemeente lokaal kan doen om sociale incasso (=voorkomen dat mensen met problematische schulden verder in de problemen komen) te bevorderen. Bijvoorbeeld als de gemeente zelf schuldeiser is; • Mogelijkheid onderzoeken naar het (landelijk of regionaal) maken van afspraken met gerechtsdeurwaarders; • Regionaal onderzoek naar collectief schuldregelen en het schuldenknooppunt 17 .
3. Professionalisering schuldhulpverlening: efficiënter en effectiever • Ontwikkelingen wetswijzigingen volgen en implementeren: gemeentelijke processen worden aangepast conform de wet; • Het volgen van en mogelijk experimenteren met landelijke trends; • Doorontwikkeling van een brede, laagdrempelige integrale toegang; • Onderzoeken mogelijkheden inzet ervaringsdeskundigheid bij schuldhulpverlening; • Nazorg een vast onderdeel van het schuldhulpverleningstraject maken; • Regionale sturing op afspraken uitvoering schuldhulpverlening fase 2, onder andere over beoogde stijging saneringskredieten; • Regionale samenwerking dienstverlening ondernemers met schulden.
4. Meer grip op bewindvoering • Regionaal onderzoek naar mogelijkheden om meer grip te krijgen op de instroom, kwaliteit en kosten van bewindvoering; • Onderzoeken inzet Adviesrecht gemeenten bij schuldenbewind (Ags); • Het realiseren van een verbeterslag naar juiste en passende ondersteuning voor inwoners.
17
https://www.nvvk.nl/thema/collectief-schuldregelen
24
6. Financiën In dit hoofdstuk wordt de (geschatte) begroting weergegeven. Tabel 5: Begroting
2021
2022
2023
2024
2025
Beschikbaar budget Structureel budget schuldhulpverlening Incidentele middelen Rijk
€ 251.077 18
€ 256.455
€ 261.943 € 267.943 € 273.259
€ 141.918
Middelen programma 5 (uitvoering schuldhulpverlening en vroegsignalering)
€ 235.000 € 235.000 € 235.000 €235.000 €235.000
Totaal
€ 527.995 € 391.455
€ 396.943 €402.943 €418.259
Uitgaven Schulden voorkomen Versterken financiële zelfredzaamheid
€ 115.000 € 115.000
€ 115.000
Uitvoering vroegsignalering
€ 150.000 € 150.000
€ 150.000 € 150.000 € 150.000
€ 115.000 € 115.000
Schulden aanpakken Uitvoering schuldhulpverlening fase 1
€135.000
€150.000
€ 165.000 € 180.000 € 195.000
schuldhulpverlening fase 2
€ 50.000
€ 65.000
€ 80.000
€ 95.000
€ 110.000
Steunfonds huisuitzettingen
€ 35.000
€ 35.000
€ 35.000
€ 35.000
€ 35.000
€ 7.500
€ 8.500
€ 9.500
€ 10.000
€ 10.000
€ 35.000
€ 35.000
€ 35.000
€35.000
€35.000
(Kredietbank West-Brabant)
€ 14.350
€10.000
€ 5.000
€ 1.000
€ 1.000
Totaal
€ 276.850 € 303.500
€ 329.500
€ 356.000 € 386.000
€ 166.145 € 87.955
€ 67.443
€ 46.943
Uitvoering
Ondersteuning ondernemers administratie Uitvoering schuldhulpverlening ondernemers Afwikkeling oude dossiers schuldhulpverlening
Beschikbare ruimte uitvoeringsagenda 19
€ 32.259
De gemeente Roosendaal ontvangt incidenteel € 141.918 voor de implementatie van de wetswijzigingen ‘verbinden en versterken schulden domein’. 19 De uitvoeringsagenda bevat een toelichting van de kosten van de uitvoering van de speerpunten van het beleidsplan. 18
25