Bijlage Beleidskader Huishoudelijke Ondersteuning.pdf
Tekst van het document
BELEIDSKADER WMO-VOORZIENING HUISHOUDELIJKE ONDERSTEUNING
HUISHOUDELIJKE ONDERSTEUNING ZOALS DAT BEDOELD IS
MAART 2025
BELEIDSKADER WMO-VOORZIENING HUISHOUDELIJKE ONDERSTEUNING
HUISHOUDELIJKE ONDERSTEUNING ZOALS DAT BEDOELD IS
INHOUD
5 INLEIDING
2
9
UITDAGINGEN BINNEN DE HUISHOUDELIJKE ONDERSTEUNING
13
HUISHOUDELIJKE ONDERSTEUNING ZOALS DAT BEDOELD IS
17
21
23
BEOOGDE EFFECTEN
FINANCIËLE EFFECTEN
PARTICIPATIE
3
1. INLEIDING
1
INTRODUCTIE Sinds 2007 zijn gemeenten verantwoordelijk voor de inzet van huishoudelijke ondersteuning als onderdeel van de Wmo. Hoewel het één van de meest laagcomplexe gedecentraliseerde Wmo-voorziening betreft, is het in Roosendaal, net als in veel andere gemeenten een bewogen dossier. Het relatief hoge aantal kwetsbare inwoners dat afhankelijk is van deze vorm van ondersteuning, de dynamiek in de relatie met potentiële zorgaanbieders en de budgettaire omvang nodigt uit om kritisch te zijn op de inzet van Huishoudelijke ondersteuning. Relevante samenhang met andere beleidsterreinen Vanuit het landelijke beleid, zoals verankerd in het Programma Wonen, Ondersteuning en Zorg voor Ouderen (WOZO), wordt ingezet op een herinrichting van de thuiszorg. Dit programma benadrukt het vergroten van de samenredzaamheid van ouderen en het verminderen van de afhankelijkheid van formele zorg. Het Integraal Zorgakkoord (IZA) sluit hierbij aan, door op te roepen tot het waarborgen van toegankelijke, betaalbare en toekomstbestendige zorg, met aandacht voor de uitdagingen van een vergrijzende samenleving en een stijgende zorgvraag. Deze landelijke ontwikkelingen vormen een belangrijke basis voor het gemeentelijke beleid op het gebied van huishoudelijke ondersteuning.
Lokaal gezien sluit dit beleid aan bij het collegeprogramma ‘Zij aan Zij’, waarin het bevorderen van positieve gezondheid centraal staat. Onder prioriteit 9 is vastgelegd dat de gemeente, samen met haar regionale partners, de focus wil verleggen van een ziekte- en zorggerichte benadering naar het stimuleren van zelfregie, samenredzaamheid en participatie. Dit beleid richt zich erop inwoners te ondersteunen in het behouden van regie over hun leven, zodat ouderen langer zelfstandig thuis kunnen blijven wonen en actief blijven deelnemen aan de samenleving. Ter realisatie hiervan zet de gemeente in op het verbeteren van de mentale fitheid van kwetsbare inwoners en het stimuleren van een gezonde leefstijl. Hierbij wordt verder gekeken dan alleen zorg en welzijn, door ook de leef- en woonomgeving, de sociale context en het onderwijs te betrekken. Deze brede benadering raakt aan meerdere beleidsvelden, waaronder de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo), Gezondheid en Welzijn, en, Bestaanszekerheid en Leefbaarheid. Het nieuwe beleid voor huishoudelijke ondersteuning moet bijdragen aan de uitvoering van het collegeprogramma ‘Zij aan Zij’. Tegelijkertijd dient het in lijn te zijn met andere beleidskaders, zoals het beleidsplan ‘Oog voor Elkaar’, het Toetsingskader Gezond Leven, de vastgestelde woonzorgvisie en de uitwerking van het regionale Integraal Zorgakkoord (IZA).
Door deze samenhang wordt een integrale aanpak geborgd, waarin huishoudelijke ondersteuning niet alleen bijdraagt aan een schoon en leefbaar thuis, maar ook aansluit bij bredere doelstellingen zoals positieve gezondheid, samenredzaamheid en participatie.
4
5
Dit vraagt om een zorgvuldig afgestemd beleid dat zowel lokaal als regionaal de aansluiting maakt met zorg, welzijn, en aanpalende domeinen zoals wonen en onderwijs. Het doel is om, met de huishoudelijke ondersteuning als schakel, te zorgen voor een beleid dat toegankelijk, duurzaam en effectief is, waarbij inwoners daadwerkelijk in staat worden gesteld om langer zelfstandig thuis te blijven wonen en actief deel te nemen aan de samenleving.
6
7
2. UITDAGINGEN BINNEN DE HUISHOUDELIJKE ONDERSTEUNING
2
Sinds 2015 werkt de gemeente Roosendaal aan toegankelijke, gebiedsgerichte ondersteuning waarin de rol van de huishoudelijke hulp een belangrijk onderdeel vormde. In 2016 is huishoudelijke hulp gebiedsgericht ingekocht bij partners waarmee we huishoudelijke hulp hebben verbonden met andere voorliggende voorzieningen. Denk hierbij aan de onderlinge verbinding tussen inwoners, toegankelijke dagbeleving en de andere verbindende activiteiten van het welzijnswerk. Onder de titel ‘hbh plus’ is huishoudelijke ondersteuning vormgegeven op een manier die naadloos aansloot op deze beweging, maar waarvan de implementatie en de gebiedsgerichte bekostiging ook de nodige uitdagingen met zich mee heeft gebracht. Demografische ontwikkelingen (zoals de vergrijzing), de veranderende taakverdeling en rolopvatting binnen het sociaal domein (onder andere vastgelegd in het IZA), veranderende wet- en regelgeving (zoals de discussie rondom resultaatgericht financiering en de eigen bijdragensystematiek) nodigen de gemeente uit om kritisch te blijven op de rol en positie van de huishoudelijke hulp. Daarnaast brengt ook de krapte op de arbeidsmarkt grote uitdagingen met zich mee. De vraag zal hierbij steeds meer gericht zijn op het doelgericht verdelen van de beperkte arbeidsmarkt. We zien (en verwachten) dat ouderen langer zelfstandig thuis blijven wonen.
Dat is een mooie ontwikkeling, maar het brengt naast zorginhoudelijk ook de nodige sociale problematiek met zich mee. Eenzaamheid, gevaarlijke thuissituaties en een vervuild huishouden zijn mogelijke risico’s waardoor de situatie van kwetsbare ouderen snel kan verslechteren. De gemeente Roosendaal is van mening, dat we voor deze ouderen niet moeten wachten tot ze huishoudelijke hulp gaan aanvragen. Ook kunnen we vervolgens niet verwachten dat medewerkers voor al deze problemen een oplossing bieden. Hierdoor doen we niet alleen de mensen die huishoudelijk ondersteuning aanvragen te kort maar vooral de mensen die deze vorm van ondersteuning nog niet hebben aanvraagt. Daarnaast is het een illusie om te veronderstellen dat eenzaamheid, gevaarlijke situaties en een vervuild huishouden worden opgelost in de ongeveer 2 uur per week dat de huishoudelijke hulp komt. Deze problemen vragen om het inrichten en benutten van goede voorliggende basisvoorzieningen.
8
9
HOE DAN WEL?
2
Afgelopen jaren heeft de gemeente Roosendaal samen met haar maatschappelijk partners daarom flink geïnvesteerd in voorliggende voorzieningen en de wijze waarop het indicatieproces beter en sneller kan worden doorlopen. Met voorliggende voorzieningen bedoelen we plaatsen waar inwoners zonder indicatie vrij toegankelijk gebruik van kunnen maken. De stamtafels voorzien in indicatieloze dagbeleving. Er zijn maatjesprojecten en er wordt stevig geïnvesteerd het uitbreiden en versterken hiervan. Een rondje langs andere vooruitstrevende gemeenten leert ons dat we hierin voorlopen. De gemeente heeft net als de Scandinavische landen het gedachtegoed reablement omarmd. Dit gedachtegoed gaat uit van een persoonsgerichte aanpak waarin je ouderen helpt om zelfredzaam te zijn, deze manier van denken nodigt ons uit om op een andere manier om te gaan met de behoefte van inwoners. Hierin staat niet langer ons zorgaanbod, maar juist de situatie van de cliënt centraal en proberen we inwoners vanuit verschillende voorzieningen en wetten (WLZ, ZVW en Wmo) te helpen zonder dat ouderen iets merken van de overgang hierin.
10
11
3. HUISHOUDELIJKE ONDERSTEUNING ZOALS DAT BEDOELD IS
3
TOEGANKELIJK EN SNEL INDICATIEPROCES Om aanspraak te maken op de huishoudelijke hulp moet je een toegankelijk en snel proces kunnen doorlopen. Snel en adequaat bieden van ondersteuning is het uitgangspunt. Dit vraagt ons te vertrouwen op de expertise van andere (zorgprofessionals) en hier actief mee samen te werken. De rol van het gemeentelijk toegangsproces verschuift voor huishoudelijke hulp dan naar de achtergrond en wordt met name administratief.
INZET EN LOOPTIJD VAN INDICATIE SLUIT AAN OP DE HERSTELMOGELIJKHEDEN De huishoudelijk hulp vervult een cruciale rol bij inwoners die toenemend kwetsbaar zijn en/of aan het herstellen zijn. Dit onderscheid tussen deze groepen nodigt ook uit om er voor deze doelgroepen verschillend naar te kijken. Als er perspectief is op herstel dan moet daar de inzet naar uit gaan, dan moet de huishoudelijke ondersteuning tijdelijk worden ingezet en worden afgebouwd wanneer het beter gaat. Dit vereist nauw contact met bijvoorbeeld de revalidatiearts. De inzet en indicatie wordt afgebouwd zodra dat nodig is en mogen in ieder geval niet langer duren dan nodig is. Bij inwoners waar het ontwikkelperspectief beperkt is, moeten we vooral inzetten op het schoonhouden van het huishouden waarbij continuïteit en kwaliteit van de dienstverlening gewaarborgd is. De inzet is erop gericht om de inwoner zo lang mogelijk zo veel mogelijk zelf te laten doen om zodoende langer vitaal te blijven. De inzet van de huishoudelijke hulp moet efficiënt en effectief zijn, met een duidelijke focus op het schoonmaken. Voor de sociale problematiek zijn inmiddels verschillende voorzieningen voorhanden, die hier een beter antwoord op geven dan de huishoudelijke hulp. De rol van de huishoudelijke hulp is hierdoor gericht op het schoonmaken van de woning en signaleren wanneer het minder goed gaat.
GERICHTERE INZET De zorgaanbieders die huishoudelijk ondersteuning aanbieden, richten zich op het efficiënt en effectief schoonhouden van de woningen. Mensen/inwoners, die huishoudelijke hulp ontvangen, worden uitgenodigd om hieraan bij te dragen.
12
13
Alleen de taken die de inwoner of het netwerk niet meer zelfstandig kan oppakken, worden uitgevoerd door de huishoudelijke hulp. Hierdoor voert de huishoudelijke hulp
3
alleen de noodzakelijke taken uit, en kunnen mantelzorgers worden ontlast. Zo ontstaat er voor hen meer ruimte voor sociale ontzorging.’
WIJKGERICHTE ONDERSTEUNING De veronderstelling is dat huishoudelijke ondersteuning beter wijkgericht kan worden aangeboden om zo de reistijd te beperken en de krappe arbeidsmarkt efficiënter te benutten. Of dat wasverzorging beter collectief kan worden opgepakt is nog onderdeel van gesprek. Ook hiervoor laten we inwoners bij voorkeur een beroep doen op collectieve en voorliggende voorzieningen.
WIJZE VAN BEKOSTIGING Populatiegerichte bekostiging heeft de gemeente afgelopen jaren veel voordelen opgeleverd maar bracht ook onzekerheden met zich mee voor inwoners (hoeveel uren krijg ik?), voor zorgaanbieders kom ik wel uit met het budget?) en voor gemeenten (waarborgen we de toegankelijkheid en betaalbaarheid goed?). De wetgever heeft de resultaatgerichte wijze van bekostigen binnen de Wmo niet gemakkelijker gemaakt, en ook de afschaffing van het abonnementstarief brengt op dit vlak uitdagingen met zich mee. Vanuit de behoefte om inwoners en de gemeente vooraf beter inzicht te geven in de zorg die geleverd gaat worden, worden de voor- en nadelen van de verschillende bekostigingsvormen tegen elkaar afgezet. We willen kiezen voor een bekostigingsvorm die het beste in staat stelt om de gewenste beweging te realiseren.
BLIJVEN LEREN Al met al moeten we blijven evalueren en waar nodig aanpassingen doorvoeren, zodat de huishoudelijke hulp blijft aansluiten bij de actuele uitdagingen rondom de behoeften van inwoners en de veranderende omstandigheden binnen het sociaal domein. Maar ondanks deze veranderende omstandigheden en uitdagingen moeten we scherp blijven op wat de precieze kerntaak is van huishoudelijke hulp. We moeten eerlijk en realistisch zijn over wat we van huishoudelijke hulp mogen verwachten en goede alternatieven blijven bieden voor taken die we hier eerder impliciet of expliciet aan toeschreven. Laten we huishoudelijke ondersteuning vormgeven zoals het oorspronkelijk bedoeld is en blijven leren van de ontwikkelingen en ervaringen.
14
15
4. BEOOGDE EFFECTEN
4
We zetten in op een inhoudelijke beweging om de ondersteuningsbehoefte beter te laten aansluiten bij de individuele ondersteuningsbehoefte van inwoners. Het voorstel heeft als doel de huishoudelijke ondersteuning effectiever, efficiënter en doelgerichter in te richten, zodat deze optimaal blijft aansluiten bij de behoeften van inwoners en de veranderende omstandigheden binnen het sociaal domein. Hiermee wordt de huishoudelijke ondersteuning op duurzame wijze toekomstbestendig gemaakt. De ambities en doelen van het nieuwe beleidskaders worden onderstaand samengevat: • Ondersteuning is gericht op ontwikkeling van de ondersteuningsbehoefte van inwoners waarbij aansluiting met andere vormen van zorg en ondersteuning worden gewaarborgd. Hiermee bedoelen wij de achtereenvolgende ontwikkeling van de inwoner en bijbehorende ondersteuningsvragen. We gaan hierbij uit van één indicatiestelling die meebeweegt met voorgenoemde carrière (en is staat stelt om zorg op en af te schalen). • Onder prioriteit 9 is vastgelegd dat de gemeente, samen met haar regionale partners, de focus wil verleggen van een ziekte- en zorggerichte benadering naar het stimuleren van zelfregie, samenredzaamheid en participatie.
• Het administratieve proces (bijvoorbeeld het beschikkingsproces) wordt effectief ingericht en zoveel mogelijk naar de achtergrond verplaatst; • Binnen het sociaal domein ligt de focus op veerkracht en bewegen en wat minder op het bieden van ondersteuning (focus op herstel). De wijze waarop huishoudelijke hulp wordt vormgegeven sluit hier naadloos op aan. • We richten ons op het welzijn van inwoners en de aansluiting met andere vormen van ondersteuning, conform de uitgangspunten uit het collegeprogramma prioriteit 9 Gezondheid en Ontmoeten. • De gemiddelde leeftijd waarop inwoners voor het eerst in aanmerking komen voor HO willen we uitstellen. • Het gebruik en de kosten van HO moeten beheersbaar en voorspelbaar zijn. Hiervoor zetten we bij aanvang stevig in op datasturing en monitoring. Concreet betekent dit dat we de voorgestelde doelen (volgende alinea) actief gaan monitoren.
16
17
Op basis van onderstaande effecten zien we of het beleid effectief is:
4
• De inzet per 100 ouderen (70 plus) neemt af, van 15 gebruikers (2024) naar 12 gebruikers (per 100 inwoners) in 2030; • De gemiddelde leeftijd waarop inwoners voor het eerst huishoudelijke ondersteuning aanvragen neemt toe van gemiddeld 71.25 jaar (peildatum februari 2025), naar gemiddeld 75 jaar in 2030; • Bij inwoners waarbij ontwikkelperspectief mogelijk is, neemt de duur dat HO wordt ingezet af. • Het gebruik en de totale kostenstijging van HO neemt komende jaren (tot 2030) toe maar stijgt maximaal met 18%, In het huidige scenario stijgen de kosten in deze periode met 36%. Deze stijging betreft een ambitie en is geen rekenkundige uitkomst van voorgaande onderliggende doelstellingen. Er zijn immers ook verschillende externe onvoorziene factoren die het beroep op de HO en bijbehorende kosten beïnvloeden.
18
19
5. FINANCIËLE EFFECTEN VAN DE VOORGESTELDE INHOUDELIJKE BEWEGING
5
FINANCIËN Deze verwachte stijging zorgt niet alleen voor een forse druk op de financiële middelen maar ook op de steeds krapper wordende arbeidsmarkt. De arbeidsmarkt en de financiële situatie vragen daarom om een verandering in beleid waarop huishoudelijke hulp terug wordt gebracht naar de kerntaak: het schoonmaken van de woning. De veronderstelling is dat dat hiermee niet alleen het aantal gebruikers minder hard stijgt maar ook het gemiddeld aantal uur per week afneemt. Het daadwerkelijk gebruik zal daarnaast ook verband houden met ontwikkelingen in landelijk beleid en wet- en regelgeving. Hiermee wordt onder andere gedoeld op de landelijke afschaffingen van het abonnementstarief (voor de eigen bijdrage) per 2027. Voordat wij een toelichting geven op de financiële ambities willen wij graag opmerken dat het gebruik van de HO lastig te voorspellen valt. Er zijn immers verschillende externe en autonome ontwikkelingen, die de kosten en het gebruik beïnvloeden. Hierbij denken wij aan de ontwikkelingen binnen de CAO VVT, de afschaffing van het abonnementstarief en demografische ontwikkelingen. Hoewel het volgens ons onmogelijk is om een nauwkeurige en onderbouwde inschatting te geven van de financiële effecten van het voorgestelde beleid, willen wij ook duidelijk maken dat deze volgens ons zorgen voor een financiële impact.
Na recente (negatieve) bijstellingen is de huidige prognose dat de kosten van de HO bij ongewijzigd beleid stijgen van € 10.6 miljoen in 2025 naar € 14,4 miljoen in 2030 (+36%) op basis van prijspeil 2025. De inzet van dit beleid is om de groei van het aantal cliënten en de gemiddelde uren inzet per cliënten te remmen en daarmee de kostenstijging te beperken. De afgelopen jaren nam het aantal inwoners met een -indicatie voor huishoudelijke ondersteuning toe met gemiddeld 5,9% per jaar. Eind 2024 ontvingen 2.491 inwoners huishoudelijke ondersteuning. Op basis van de ontwikkelingen afgelopen jaren zouden jaarlijks (netto) circa 150 tot 200 inwoners instromen in huishoudelijke ondersteuning. Het bestand groeit dan naar ruim 3.400 cliënten begin 2030. Het streven is om deze groei af te vlakken met 50%, naar 2.950 cliënten. Dat zou betekenen dat de jaarlijkse kosten - op basis van prijspeil 2025 - stijgen naar € 12,8 miljoen in plaats van naar € 14,4 miljoen. Deze ontwikkelingen hebben uitsluitend betrekking op de inzet van huishoudelijke ondersteuning waarbij we er, om deze ontwikkeling mogelijk te maken, vanuit gaan dat de voorliggende voorzieningen niet versoberd worden. Bovenstaande betreft een ambitie op basis van het voorgestelde beleid. In praktijk gaan we actief monitoren in welke mate dit te realiseren valt.
20
21
6. PARTICIPATIE
6
Bij de totstandkoming van de uitgangspunten zijn verschillende stakeholders betrokken geweest. Intern zijn dit onder andere de gemeenteraad, de wethouder en het college, de directie, de afdelingen inkoop en juridische zaken, financiën, en de beleidsgroepen Meedoen en Ondersteunen, Welzijn en leefbaarheid, en Jeugdbeleid. Ook de Wmo-consulenten spelen een belangrijke rol. Extern zijn er diverse stakeholders betrokken, zoals potentiële zorgaanbieders van huishoudelijke ondersteuning. Daarnaast zijn ook verschillende partners betrokken, die het perspectief en belang van de inwoners hebben ingebracht, zoals KBO, Hart voor de Zorg en de Adviesraad Sociaal Domein. Daarnaast zijn welzijnsorganisaties zoals WijZijn en MEE, aanpalende zorgaanbieders belangrijke partners in dit traject. Deze participatieve aanpak zorgt ervoor dat alle relevante partijen hun input hebben kunnen geven, wat leidt tot meer draagvlak. Door de actieve betrokkenheid van zowel interne als externe stakeholders, kunnen we ervoor zorgen dat het nieuwe beleid en de inkoopstrategie voor huishoudelijke ondersteuning aansluiten bij de behoeften en verwachtingen van alle betrokkenen.
22
23