Bijlage 9 - Nota van zienswijzen Zonnepark Vroenhout.pdf
Tekst van het document
NOTA VAN INGEKOMEN ZIENSWIJZEN ONTWERPBESLUIT OMGEVINGSVERGUNNING 2019WB0137 Wij, het college van burgemeester en wethouders van Roosendaal (‘het college’), hebben op 12 februari 2019 een (herziene) aanvraag ontvangen om een omgevingsvergunning voor de realisatie van een zonnepark op percelen aan en nabij de Vroenhoutseweg in Roosendaal, kadastraal bekend gemeente Roosendaal en Nispen, sectie P, nummers 268 en 656 gedeeltelijk. Deze aanvraag is gepubliceerd in het gemeenteblad van Roosendaal in de editie van 22 februari 2019 (2019, 42946). Met betrekking tot de aangevraagde activiteiten heeft de gemeenteraad van Roosendaal (‘de raad’) op 3 september 2020 een ontwerpverklaring van geen bedenkingen gegeven. Op 2 oktober 2020 hebben wij een ontwerpbesluit genomen, strekkende tot het verlenen van de aangevraagde vergunning. Dit ontwerpbesluit en de ontwerpverklaring van geen bedenkingen hebben vanaf 5 oktober 2020 gedurende een periode van zes weken ter inzage gelegen. Hiervan is middels een gemeentelijke publicatie mededeling gedaan in het Gemeenteblad (Gemeenteblad 2020, 251647) en daarnaast in de Staatscourant (2020, 51292). Op grond van artikel 3.12, vijfde lid, van de Wabo was het tijdens de periode van terinzagelegging voor eenieder mogelijk om een zienswijze naar voren te brengen tegen het ontwerpbesluit en de ontwerpverklaring van geen bedenkingen.
Gedurende de termijn van terinzagelegging zijn schriftelijke zienswijzen ingediend door: 1. (ingekomen op 1 november 2020); 2. (ingekomen op 9 november 2020); 3. (ingekomen op 9 november 2020); 4. (ingekomen op 11 november 2020); 5. (ingekomen op 13 november 2020); 6. DNWG Infra B.V. namens Evides N.V. (ingekomen op 17 november 2020); 7. DNWG Infra B.V. namens ZEBRA Gasnetwerk B.V. (ingekomen op 17 november 2020);
20322973v1
perkt. Door beplanting – die past binnen het bestaande landschap (een bomenrij met inheemse bomen) – zullen de panelen en het hekwerk aan het zicht worden onttrokken. De huidige verkavelingsstructuren blijven met het zonnepark intact, waardoor het zonnepark zich voegt naar de bestaande omgeving. B
C
D
De hele structuur om de zonnepanelen op vier meter boven maaiveld te krijgen vraagt meer energie, grondstoffen en zonnepanelen dan de zonnepanelen de eerste jaren kunnen leveren. De zonnepanelen nemen op vier meter boven maaiveld dusdanig veel zonlicht weg dat het beoogde gras eronder niet zal kunnen worden begraasd door schapen.
De panelen worden aangebracht op een hoogte van maximaal 2,4 meter boven maaiveld. Het gestelde wordt voor kennisgeving aangenomen.
Geen wijziging.
De panelen worden aangebracht op een hoogte van maximaal 2,4 meter boven maaiveld. Het zonnepark is daardoor geschikt voor agrarisch dubbelgebruik door een periodieke begrazing met kleinvee, zoals schapen. Dit is door de initiatiefnemer verder toegelicht op pagina 12 van de ruimtelijke onderbouwing.
Geen wijziging.
Reclamanten stellen dat de waarde van hun onroerend goed zal dalen met circa 10% als gevolg van het zonnepark. Concreet komt dit volgens reclamanten neer op een waardevermindering van circa € 35.000,-.
Reclamanten maken niet aannemelijk waarom sprake zou zijn van waardedaling van hun onroerend goed met circa 10%. Desgewenst kunnen reclamanten een verzoek om planschade indienen bij de gemeente. Het college acht het niet op voorhand aannemelijk dat eventuele planschade zo hoog zal uitvallen dat het gehele project niet langer financieel uitvoerbaar is.
Geen wijziging.
E
De inspraak heeft zich beperkt tot de mogelijkheid tot het geven van een mening.
In het kader van het co-creatieproces heeft de initiatiefnemer verschillende overleggen/bijeenkomsten georganiseerd voor omwonenden. De verslagen daarvan zijn in het participatieplan weergegeven. Uit het participatieplan blijkt dat de initiatiefnemer diverse aanpassingen heeft aangebracht naar aanleiding van de wensen van omwonenden.
F
De panelen moeten op hoogte worden geplaatst, terwijl volgens reclamanten bekend is dat juist een lage positie van de panelen ten goede komt aan de biodiversiteit.
De panelen worden aangebracht op een hoogte van maximaal 2.4 meter boven maaiveld. De gemeente volgt de redenering van reclamant niet. Er is geen aanleiding dat panelen op hoogte mogelijk nadelige gevolgen hebben voor biodiversiteit. Onder zonnepanelen op hoogte is de lichtreductie minder dan bij zonnepanelen dicht op het maaiveld. Het extra zonlicht komt ten goede aan de biodiversiteit. Dit blijkt ook uit onderzoek van de universiteit Wageningen (Wageningen Environmental Research Rapport 2945). Uit het landschappelijk inpassingsplan (bijlage 1 bij de ruimtelijke onderbouwing) blijkt dat tussen en rondom de panelen bloemrijk grasland wordt inge-
Geen wijziging.
zaaid en beheerd voor versterking van de biodiversiteit. Volgens de gemeente is het aannemelijk dat het plaatsen van zonnepanelen op hoogte een positief effect heeft op de ontwikkeling van het bloemrijk grasland.
2.
A
Zienswijze
Reactie
Wijziging
Het voorgenomen zonnepark is gesitueerd tegenover de woning en het bedrijf van reclamant. Reclamant vreest dat zijn uitzicht over de zuidzijde van zijn woonperceel afneemt als gevolg van de landschappelijke inpassing van het zonnepark. Daarbij merkt reclamant op dat een deel van zijn uitzicht reeds is afgenomen door de aanleg van een grondwal.
Hoewel het zonnepark zal leiden tot een veranderd uitzicht voor omwonenden, zal de aantasting van het woon- en leefklimaat voor omwonenden volgens het college niet zodanig zijn dat de gemeente geen voorrang kan verlenen aan het belang van het toestaan van een zonnepark boven het belang van omwonenden op een ongewijzigd uitzicht. De omstandigheid dat een grondwal een gedeelte van het uitzicht van reclamant ontneemt, doet hier niets aan af.
Geen wijziging.
Hierbij geldt dat het zicht op het zonnepark door de aanleg van een landschappelijke inpassing wordt beperkt. Door beplanting – die past binnen het bestaande landschap (een bomenrij met inheemse bomen) – zullen de panelen en het hekwerk aan het
zicht worden onttrokken. De huidige verkavelingsstructuren blijven met het zonnepark intact, waardoor het zonnepark zich voegt naar de bestaande omgeving. B
Volgens reclamant zal de aanleg van het zonnepark leiden tot waardedaling van zijn woning en bedrijf. In verband daarmee legt reclamant aan de gemeente de vraag voor om eventuele waardedaling te compenseren.
Reclamant maakt niet aannemelijk waarom sprake zou zijn van waardedaling van zijn bedrijf en/of woning. Desgewenst kan reclamant een verzoek om planschade indienen bij de gemeente. Het college acht het niet op voorhand aannemelijk dat eventuele planschade zo hoog zal uitvallen dat het gehele project niet langer financieel uitvoerbaar is.
C
Reclamant stelt dat de landschappelijke inpassing van het zonnepark leidt tot een vermindering van daglicht ter plaatse van de Heirweg. Hierdoor bestaat er kans op toename van criminaliteit.
De Heirweg ligt ten noorden van het zonnepark en wordt gekenmerkt door de bomenrij aan weerskanten van de rijbaan. Zonder de landschappelijke inpassing van het zonnepark is dus reeds sprake van een beperkte vermindering van het daglicht ter plaatse van de Heirweg. Uit het landschappelijk inpassingsplan (bijlage 1 bij de ruimtelijke onderbouwing) blijkt dat de nieuwe landschappelijke inpassing van het zonnepark geen invloed heeft op het daglicht ter plaatse van de Heirweg. De voorziene struweelhaag is gesitueerd op een afstand van ongeveer 8 meter van de weg en is vol-
Geen wijziging.
groeid ongeveer 2,5 meter hoog. In het landschappelijk inpassingsplan is – op pagina 21 – inzichtelijk gemaakt dat het zonlicht geenszins door de struweelhaag wordt belemmerd. Het open karakter van het gebied rond en naast de Heirweg blijft geborgd. Van een mogelijke invloed op de kans op criminaliteit is geen sprake.
3.
A
Zienswijze Reclamant refereert naar de ladder voor duurzame verstedelijking en artikel 3.41 van de Interim omgevingsverordening. Volgens reclamant is ontoereikend gemotiveerd dat er behoefte is aan het zonnepark. In dat kader stelt reclamant dat er geen onderzoek is verricht naar de vraag of de capaciteit voor het opwekken van duurzame energie in bestaand stedelijk gebied, op bestaande bouwpercelen en rekening houdend met de ontwikkelingsmogelijkheden van windenergie, onvoldoende is.
Reactie De gemeente heeft de ambitie om in 2050 energieneutraal te zijn. Uiteindelijk kan de gemeente die ambitie alleen behalen door een totaalpakket aan maatregelen, waaronder het faciliteren van grondgebonden zonnepanelen in het buitengebied. Dit volgt ook uit de gemeentelijke Beleidsvisie zonne-energie 2019, die de raad op 8 januari 2019 heeft vastgesteld. Voor de goede orde merkt het college op dat de ladder voor duurzame verstedelijking niet van toepassing is op het zonnepar (zie ook een uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van 23 januari 2019, ECLI:NL:RVS:2019:178.
Wijziging Geen wijziging.
B
Volgens reclamant leidt het zonnepark tot geen of onvoldoende maatschappelijke meerwaarde. Daardoor zou het zonnepark niet passen binnen artikel 3.41, eerste lid, onder c, van de Interim omgevingsverordening.
In de ruimtelijke onderbouwing heeft de initiatiefnemer – op pagina 12 – toegelicht op welke manier het zonnepark maatschappelijke meerwaarde geeft. De maatschappelijke meerwaarde van het zonnepark is voldoende om te voldoen aan de voorwaarde uit artikel 3.41, eerste lid, onder c, van de Interim omgevingsverordening (en uitgangspunten van de Beleidsvisie zonne-energie 2019, die de raad op 8 januari 2019 heeft vastgesteld). De maatschappelijke meerwaarde wordt volgens artikel 3.41 van de Interim-omgevingsverordening, die nader is uitgewerkt in de Beleidsvisie zonne-energie 2019, beoordeeld op basis van drie aspecten: (i) meervoudig ruimtegebruik, (ii) maatregelen om impact op de omgeving te beperken en (iii) bijdrage aan maatschappelijke doelen. Per voornoemd aspect zal hieronder – kort – worden aangegeven onderbouwd op welke manier het zonnepark een maatschappelijke meerwaarde geeft. Meervoudig ruimtegebruik (i): Het zonnepark wordt landschappelijk ingepast. Onder meer wordt onder en rondom de zonnepanelen bloemrijk grasland gerealiseerd en beheerd voor ver-
Geen wijziging.
sterking van de biodiversiteit. Het zonnepark is tevens geschikt voor agrarisch dubbelgebruik door begrazing met kleinvee, zoals schapen. Maatregelen om impact op de omgeving te beperken (ii): Het zonnepark wordt aan het zicht onttrokken door landschappelijke inpassing. De landschappelijke elementen van hagen, struwelen en bomenrijen versterken het huidige landschap, waardoor de omgeving interessant blijft als fietsroute.
Bijdrage aan maatschappelijke doelen (iii): De initiatiefnemer biedt omwonenden de mogelijkheid om financieel te participeren in het zonnepark, bijvoorbeeld via obligaties. Daarnaast wordt de aanleg, het onderhoud en het beheer van het zonnepark en de landschappelijke elementen in samenwerking met lokale/regionale bedrijven ingevuld. De initiatiefnemer gaat daarnaast voor het zonnepark een samenwerking aan met Wageningen Universiteit om de biodiversiteit van het zonnepark te monitoren. Tot op heden is er weinig onderzoek gedaan naar de bijdrage van natuurlijk ingerichte zonneparken aan de biodiversiteit. De resultaten van het onderzoek van Wageningen Universiteit worden voor nieuw op te
richten zonneparken in afweging meegenomen, zodat zonneparken naast levering van elektriciteit ook een bijdrage kunnen leveren aan het maatschappelijk belang tot herstel van biodiversiteit. C
Reclamant stelt dat het zonnepark zorgt voor een verslechtering van de landschappelijke kwaliteit. Het zonnepark zou niet passen binnen artikel 3.9 van de Interim omgevingsverordening.
Bij het zonnepark is sprake van een fysieke verbetering van de landschappelijke kwaliteit van de omgeving. In het landschappelijk inpassingsplan (bijlage 1 bij de ruimtelijke onderbouwing) is een uitvoerige beschrijving opgenomen van de huidige landschappelijke waarden, de wijze waarop dit zonnepark landschappelijk wordt ingepast en hoe met natuurlijke elementen extra kwaliteit wordt geleverd aan het landschap en ter bevordering van de biodiversiteit.
Geen wijziging.
D
Het nut en de noodzaak van het zonnepark zou niet zijn aangetoond.
Het zonnepark zorgt voor de productie van duurzame energie. Hierdoor behoeft minder “grijze energie” te worden opgewekt. Opwekking van grijze energie gaat gepaard met een zekere CO2-emissie. Zonneenergie is een effectieve wijze om duurzame energie te produceren.
Geen wijziging.
E
De aanvraag geeft volgens reclamant een onjuist beeld van de flora en fauna.
Er bestaat geen aanleiding om op voorhand aan te nemen dat er negatieve effecten zullen optreden voor beschermde diersoorten die de uitvoerbaarheid van het zonnepark in de weg staan. In dat kader is het van belang dat een onderzoek is uitgevoerd naar
Geen wijziging.
de ecologische waarden waaruit dat volgt (bijlage 5 bij de ruimtelijke onderbouwing). Reclamant heeft niet aannemelijk gemaakt dat aan de uitkomsten hiervan moet worden getwijfeld, bijvoorbeeld door middel van een tegenonderzoek.
4. De heer
A
Zienswijze Reclamanten stellen dat hun woongenot wordt aangetast als gevolg van het zonnepark. De aanvraag zou daarnaast onvoldoende motiveren waarom een zonneweide passend is in de omgeving.
Reactie Het zicht op het zonnepark wordt door de aanleg van de landschappelijke inpassing beperkt. Door beplanting – die past binnen het bestaande landschap (een bomenrij met inheemse bomen) – zullen de panelen en het hekwerk aan het zicht worden onttrokken. De huidige verkavelingsstructuren blijven met het zonnepark intact, waardoor het zonnepark zich voegt naar de bestaande omgeving. De aantasting van het woonklimaat voor reclamanten zal niet zodanig zijn dat de gemeente niet kan instemmen met het zonnepark. Het belang van opwekking van duurzame energie weegt de gemeente in dit geval zwaarder dan het belang van een ongestoord woongenot van omwonenden.
Wijziging Geen wijziging.
B
Reclamanten vrezen voor geluidsoverlast en wijzen erop dat een akoestisch onderzoek ontbreekt.
De initiatiefnemer heeft door Royal Haskoning DHV onderzoek laten verrichten naar de geluidsgevolgen van de aanleg en ingebruikname van het zonnepark. In de ruimtelijke onderbouwing zijn – op pagina’s 16 tot en met 18 – de resultaten weergegeven van dit geluidsonderzoek. Niet is gebleken dat enige wettelijke geluidsnorm wordt overschreden door de activiteiten van het zonnepark.
Geen wijziging.
C
Reclamanten stellen dat de initiatiefnemer heeft nagelaten te onderzoeken of het geluid van de A17 wordt versterkt door het zonnepark.
In de ruimtelijke onderbouwing heeft de initiatiefnemer – op pagina 18 – gemotiveerd toegelicht dat er geen geluidsreflectie zal optreden. De zonnepanelen zullen zo ver zijn gekanteld, dat van (directe) reflectie van geluid van omliggende geluidsbronnen – waaronder de A17 – naar woningen, geen sprake zal zijn. Niet is gebleken dat enige wettelijke geluidsnorm wordt overschreden door de activiteiten van het zonnepark.
Geen wijziging.
D
Het vrije uitzicht van reclamanten zou worden aangetast door het zonnepark. Reclamanten stellen voor om de zonnepanelen op een lagere hoogte te realiseren. Verder wensen reclamanten dat de landschappelijke inpassing wordt gewijzigd.
Hoewel het zonnepark zal leiden tot een veranderd uitzicht voor omwonenden, zal de aantasting van het woon- en leefklimaat voor omwonenden niet zodanig zijn dat de gemeente geen voorrang kan verlenen aan het belang van het toestaan van een zonnepark boven het belang van omwonenden op een ongewijzigd uitzicht. Er bestaat geen recht op een vrij uitzicht.
Geen wijziging.
E
Het landschap wordt volgens reclamanten onnodig aangetast door het zonnepark.
Het zonnepark past in de omgeving. Het zonnepark is gesitueerd in een gebied dat zich kenmerkt als een grootschalig open landschap. De landschappelijke structuren lenen zich voor grootschalige zelfstandige opstellen van zonnepanelen. De huidige verkavelingsstructuren blijven met het zonnepark intact, waardoor het zonnepark zich voegt naar de bestaande omgeving.
Geen wijziging.
F
De realisatie van het zonnepark zou niet passen binnen de uitgangspunten van de zogeheten ‘zonneladder’.
Het initiatief past binnen de gemeentelijke “zonneschijf”, als bedoeld in paragraaf 3.1 van de Beleidsvisie zonne-energie 2019, die de raad op 8 januari 2019 heeft vastgesteld.
Geen wijziging.
G
Het zonnepark zou in strijd zijn met de Nationale Omgevingsvisie (‘NOVI’).
De Nationale Omgevingsvisie is geen vastgesteld beleidsstuk waarmee rekening moet worden gehouden bij de beoordeling van het zonnepark. Het aangevoerde ziet dus niet op een onderdeel van het ontwerpbesluit of de ontwerpverklaring van geen bedenkingen. Om die reden kan de zienswijze niet leiden tot wijziging van het voorgenomen besluit. Het college volgt overigens niet waarom het zonnepark niet zou passen binnen de afwegingsprincipes van de Nationale Omgevingsvisie.
H
Reclamanten menen dat de bodem in ernstige mate wordt aangetast door de realisatie van het zonnepark.
In de ruimtelijke onderbouwing heeft de initiatiefnemer – op pagina’s 16 en 17 – gemotiveerd toegelicht dat het zonnepark geen blijvende bodemschade veroorzaakt. Het gaat hier om een noord-zuidgeoriënteerd zonnepark met een ecologische inrichting. Dit betekent dat het zonnepark kansen biedt voor verbetering van de bodemkwaliteit. In samenwerking met Wageningen Universiteit gaat de initiatiefnemer bij het zonnepark de biodiversiteit monitoren om te onderzoeken wat de daadwerkelijke bijdrage van een natuurlijke inrichting van een zonnepark aan de biodiversiteit is.
Geen wijziging.
De initiatiefnemer heeft de verplichting om het terrein in oorspronkelijke staat op te leveren na ommekomst van de vergunningstermijn. De naleving van die verplichting is gewaarborgd door middel van vergunningvoorschriften. I
Een maatschappelijk draagvlak voor het zonnepark zou volgens reclamanten ontbreken.
De omstandigheid dat niet iedere omwonende van het zonnepark tevreden wordt gesteld, betekent niet dat er onvoldoende draagvlak in de omgeving is. Bij projecten zoals dit zonnepark moet de gemeente een afweging maken tussen het belang van een duurzame energievoorziening in het kader van de energietransitie en de belangen van omwonenden. Het ontbreken van draagvlak bij direct omwonenden is in
Geen wijziging.
die belangenafweging niet zonder meer het meest zwaarwegend. J
Onvoldoende zou zijn onderzocht of de uitvoering van het zonnepark financieel haalbaar is.
Op voorhand valt niet in te zien waarom het zonnepark niet kan worden uitgevoerd. Het zonnepark betreft een particulier initiatief op gronden die in particuliere eigendom zijn. De initiatiefnemer kan vrij beschikken over de gronden. De gemeente acht het aannemelijk dat voor de exploitatie van het zonnepark een subsidie wordt verleend. Dit betreft de subsidie Stimulering Duurzame Energie (SDE++).
Geen wijziging.
K
Reclamanten stellen dat de waarde van hun woning zal dalen als gevolg van het zonnepark.
Reclamanten maken niet aannemelijk waarom sprake zou zijn van waardedaling van hun woning. Desgewenst kunnen reclamanten een verzoek om planschade indienen bij de gemeente. De gemeente acht het niet op voorhand aannemelijk dat eventuele planschade zo hoog zal uitvallen dat het gehele project niet langer financieel uitvoerbaar is.
Geen wijziging.
L
Volgens reclamanten zijn er alternatieve locaties voor het opwekken van duurzame elektriciteit.
Het voorliggende initiatief heeft betrekking op de locatie ‘Vroenhoutseweg’. De vraag die beantwoord moet worden is of dit initiatief in overeenstemming is met een goede ruimtelijke ordening. Niet is gebleken van alternatieven die tot een gelijkwaardig resultaat leiden met aanmerkelijk minder bezwaren.
Geen wijziging.
B
Het zonnepark zou niet voldoen aan de voorwaarde van artikel 3.41, eerste lid, onder b, van de Interim omgevingsverordening. Volgens reclamant heeft geen onderzoek plaatsgevonden naar geschikte locaties en is bij het ontwerp van het zonnepark niet gelet op zorgvuldig ruimtegebruik en omgevingskwaliteit.
Op gemeentelijk niveau is afgewogen welke locaties binnen de gemeente geschikt zijn voor zonneparken, gelet op aspecten van zorgvuldig ruimtegebruik en ruimtelijke kwaliteit. Dit is verder toegelicht in paragraaf 3.2 van de Beleidsvisie zonne-energie 2019, die de raad op 8 januari 2019 heeft vastgesteld. Het zonnepark betreft een geschikte locatie.
Geen wijziging.
C
Het zonnepark zou niet voldoen aan de voorwaarde van artikel 3.41, eerste lid, onder c, en tweede lid, van de Interim omgevingsverordening. Volgens reclamant geeft het zonnepark geen maatschappelijke meerwaarde.
In de ruimtelijke onderbouwing heeft de initiatiefnemer – op pagina 12 – toegelicht op welke manier het zonnepark maatschappelijke meerwaarde geeft. De maatschappelijke meerwaarde van het zonnepark is voldoende om te voldoen aan de voorwaarde uit artikel 3.41, eerste lid, onder c, van de Interim omgevingsverordening (en uitgangspunten van de Beleidsvisie zonne-energie 2019, die de raad op 8 januari 2019 heeft vastgesteld).
Geen wijziging.
De maatschappelijke meerwaarde wordt volgens de Beleidsvisie zonne-energie 2019 beoordeeld op basis van drie aspecten: (i) meervoudig ruimtegebruik, (ii) maatregelen om impact op de omgeving te beperken en (iii) bijdrage aan maatschappelijke doelen. Per voornoemd aspect zal hieronder – kort – worden aangegeven op welke manier het zonnepark een maatschappelijke meerwaarde geeft.
Meervoudig ruimtegebruik (i): Het zonnepark wordt landschappelijk ingepast. Onder meer wordt onder en rondom de zonnepanelen bloemrijk grasland gerealiseerd en beheerd voor versterking van de biodiversiteit. Het zonnepark is tevens geschikt voor agrarisch dubbelgebruik door begrazing met kleinvee, zoals schapen. Maatregelen om impact op de omgeving te beperken (ii): Het zonnepark wordt aan het zicht onttrokken door landschappelijke inpassing. De landschappelijke elementen van hagen, struwelen en bomenrijen versterken het huidige landschap, waardoor de omgeving interessant blijft als fietsroute. Bijdrage aan maatschappelijke doelen (iii): De initiatiefnemer biedt omwonenden de mogelijkheid om financieel te participeren in het zonnepark, bijvoorbeeld via obligaties. Daarnaast wordt de aanleg, het onderhoud en het beheer van het zonnepark en de landschappelijke elementen in samenwerking met lokale/regionale bedrijven ingevuld. De initiatiefnemer gaat daarnaast voor het zonnepark een samenwerking aan met Wageningen Universiteit om de biodiversiteit van het zonnepark te monitoren. Tot op
heden is er weinig onderzoek gedaan naar de bijdrage van natuurlijk ingerichte zonneparken aan de biodiversiteit. De resultaten van het onderzoek van Wageningen Universiteit worden voor nieuw op te richten zonneparken in afweging meegenomen, zodat zonneparken naast levering van elektriciteit ook een bijdrage kunnen leveren aan het maatschappelijk belang tot herstel van biodiversiteit. D
Het zonnepark zou niet voldoen aan de voorwaarde van artikel 3.41, eerste lid, onder e, van de Interim omgevingsverordening. Volgens reclamant heeft er geen of onvoldoende afstemming plaatsgevonden op regionaal niveau.
Het zonnepark is afgestemd met de omliggende gemeenten. Het zonnepark zal bijdragen aan de regionale ambities, die zijn vastgelegd in de Regionale Energie Strategie (RES). Het project valt onder de “extra” plannen zoals in de RES omschreven en draagt bij aan de daarin voor Roosendaal vastgelegde doelstelling van het realiseren van 68 GwH “zon-op-land”.
Geen wijziging.
E
Reclamant stelt dat het zonnepark leidt tot verstoring van habitat van beschermde vogelsoorten. Hierbij verwijst reclamant naar zijn eerdere reactie van 19 september.
Er bestaat geen aanleiding om op voorhand aan te nemen dat er negatieve effecten zullen optreden voor beschermde vogelsoorten, die de uitvoerbaarheid van het zonnepark in de weg staan. In dat kader is het van belang dat een onderzoek is uitgevoerd naar de ecologische waarden waaruit dat volgt (bijlage 5 bij de ruimtelijke onderbouwing). Reclamant heeft niet aannemelijk gemaakt dat aan de uitkomsten hiervan moet worden getwijfeld, bijvoorbeeld
Geen wijziging.
door middel van een tegenonderzoek. F
De initiatiefnemer zou onvoldoende onderzoek hebben verricht naar de gevolgen van het zonnepark voor de bodemgesteldheid.
In de ruimtelijke onderbouwing heeft de initiatiefnemer – op pagina’s 16 en 17 – gemotiveerd toegelicht dat het zonnepark geen blijvende bodemschade veroorzaakt. Het gaat hier om een noord-zuidgeoriënteerd zonnepark met een ecologische inrichting. Dit betekent dat het zonnepark kansen biedt voor verbetering van de bodemkwaliteit. In samenwerking met Wageningen Universiteit gaat de initiatiefnemer bij het zonnepark de biodiversiteit monitoren om te onderzoeken wat de daadwerkelijke bijdrage van een natuurlijke inrichting van een zonnepark aan de biodiversiteit is.
Geen wijziging.
De initiatiefnemer heeft de verplichting om het terrein in oorspronkelijke staat op te leveren na ommekomst van de vergunningstermijn. De naleving van die verplichting is gewaarborgd door middel van vergunningvoorschriften.
6. Evides N.V. en 7. ZEBRA Gasnetwerk B.V. Zienswijze
Reactie
Wijziging
A
Volgens reclamanten kunnen buisleidingen en elektrische systemen elkaar wederzijds beïnvloeden door verschillende mechanismen. Niet is duidelijk of wordt voldaan aan de normen voor hoogspanningsystemen (AC) en gelijkstroomsystemen (DC).
Het ontwerp van het zonnepark is conform de richtlijnen voor afstand tot buisleidingen en voldoet aan de normen voor hoogspanningssystemen en gelijkstroomsystemen (onder andere de IEC-norm). Tot slot bevat het zonnepark de ruimte voor het kunnen verschaffen van toegang aan de bevoegde aannemers, indien dat noodzakelijk is.
Geen.
Het ontwerp van de omvormers van het zonnepark voorkomt lekstroom van de gelijkspanningsstroom, waardoor de kathodische bescherming van de gasleidingen niet wordt beïnvloed. B
Wederzijdse beïnvloeding zou wellicht gevolgen kunnen hebben voor de planning en mogelijk leiden tot financiële consequenties. Volgens reclamanten is het redelijk en billijk dat de kosten voor eventuele maatregelen, die genomen moeten worden, door de gemeente of initiatiefnemer worden gedragen.
C
Met de netbeheerder moet voortijdig zijn afgestemd in hoeverre de (risico’s) op wederzijdse beïnvloeding bestaat en/of de eventueel te nemen mitigerende maatregelen acceptabel zijn en passen binnen het
Bij het ontwerp van het zonnepark is met de in de nabijheid gelegen hogedruk gasbuizen rekening gehouden. Hierdoor voldoet het zonnepark aan de richtlijnen en is schade door wederzijdse beïnvloeding uitgesloten.
Geen.
De zienswijze en de aanwezigheid van de buisleidingen geven geen reden om te twijfelen aan de uitvoerbaarheid van het zonnepark. De gemeente acht deze afstemming niet noodzakelijk. De gemeente verwijst in dit kader naar de beantwoording van de zienswijze onder 6D.
Geen.
veiligheidsbeheerssysteem. D
Reclamanten menen dat het college de belangen van reclamanten moet zekerstellen door voorschriften te verbinden aan een omgevingsvergunning.
Naar aanleiding van de zienswijze is een aanvullend voorschrift verbonden aan de omgevingsvergunning. Daarmee is zeker gesteld dat het zonnepark geen gevolgen kan hebben op het leidingensysteem van reclamanten.
Het volgende voorschrift is (aanvullend) verbonden aan de activiteit “afwijken van het bestemmingsplan”: De realisatie van het zonnepark mag geen negatieve invloed hebben op nabijgelegen leidingsystemen. Om die reden moet (i) de locatie van elektrische systemen van het zonnepark en de afstand tussen de elektrische systemen van het zonnepark en (ii) nabijgelegen gasbuisleidingen voldoen aan de voorschriften van de ISO-norm 15589-1 en VELIN Richtlijn nr. 2017/6. Omvormers moeten voldoen aan de IEC62109-2.