CConstaterende datRoosendaal
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 9 Archeologie PvE Proefsleuvenonderzoek (Geanonimiseerd)

Gemeenteraad 24 september 2026, gemeente RoosendaalBij agendapunt: 5i: Raadsvoorstel Vaststelling wijziging omgevingsplan Wouwse Weide16.424 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

In het rapport dienen minimaal volgende kaarten/foto’s opgenomen te worden: Ligging van het plangebied en overzicht van de aangelegde proefsleuven Overzichtskaart(en) met aanduiding van sporen , structuren en grootschalige verstoringen (indien noodzakelijk ook detailkaarten) Een allesporenkaart wordt opgenomen als bijlage (minimaal schaal 1:500 of kleiner) , waar nodig en relevant uitgesplitst naar periode/vindplaats Alle waargenomen structuren en complexen worden op een overzichtskaart gelokaliseerd en aangeduid Structuren en complexen (bijv. individuele plattegronden of erven) worden in detail afgebeeld 21 ARTEFACT PVE 195 Alle tekeningen worden voorzien van NAP-hoogten en spoornummers Profielfoto’s- en tekeningen Overzicht en detailfoto’s van (belangrijke) sporen en structuren Objectfoto’s sleutelvondsten Advieskaart Alle afbeeldingen worden weergegeven op een conventionele , goed leesbare schaal. BULKSTRAAT WOUW 22 ARTEFACT PVE 195 BULKSTRAAT WOUW (DE)SELECTIE EN CONSERVERING 8 8. 1 Selectie materiaal tijdens veldwerk Conform KNA 4. 2 protocol OS13 vindt tijdens en na het veldwerk op verscheidene momenten selectie plaats. Tijdens het veldwerk wordt het uitvoeren van de selectie conform de richtlijnen (de)selectie (PS06 , Tabel 1 – zie onderstaande tabel) overgelaten aan een KNA-archeoloog Ma en de betrokken specialisten.

23 ARTEFACT PVE 195 BULKSTRAAT WOUW In bovenstaande tabel kan afgelezen worden of , en zo ja hoeveel , materiaal uit het veld meegenomen dient te worden , en of al dan niet overleg met de depothouder (/ eigenaar vondsten) verplicht is. Dit is afhankelijk van context , materiaalsoort en periode. Met betrekking tot natuursteen dient te worden opgemerkt dat selectie van monsters geldt per onderscheiden soort natuursteen , met uitzondering van natuurstenen artefacten (deze worden allemaal verzameld). Toelichting op selectie in het veld: 1. Ten aanzien van de selectie in het veld is het niet de intentie van de depothouders (/ eigenaren vondsten) om zich actief te mengen in de verzamelwijze(n). Wel is het verplicht een overleg te initiëren wanneer er sprake is van onvoorziene vondsten (hoeveelheden , soorten materialen , soorten objecten en/of dateringen en conservering). 2. Wanneer er twijfel is over aard/wetenschappelijke betekenis van de vondsten , dan dienen deze altijd meegenomen te worden en door een specialist onderzocht te worden. Op basis van zijn/haar advies kan het materiaal behouden worden (i. e. deponeren) of voorgedragen voor deselectie tijdens de evaluatie. 3. Verontreinigde materialen en explosief (door EOD verwijderd) materiaal hoeven nooit aangeleverd te worden. 8.

2 Selectie materiaal voor uitwerking Het Inventariserend Veldonderzoek door middel van Proefsleuven heeft als doel het aanvullen en toetsen van de archeologische verwachting en het opsporen , begrenzen en waarderen van eventueel aanwezige vindplaatsen. Daartoe is het van belang dat monsters worden gewaardeerd en vondsten globaal worden gedetermineerd en gedateerd. Een grondige uitwerking of analyse is niet noodzakelijk om tot een goede waardering van eventueel aanwezige vindplaatsen te komen. Indien de uitvoerder van mening is dat bepaalde vondsten toch moeten worden uitgewerkt en/of gefotografeerd of getekend dan doet deze daartoe via mail een onderbouwd voorstel aan het bevoegd gezag en de opdrachtgever. Nadere uitwerking of analyse kan enkel na overleg met en goedkeuring door het bevoegd gezag en de opdrachtgever geschieden. 8. 3 Selectie materiaal voor deponering en verwijdering Aangezien bodemvondsten krachtens de wet eigendom zijn van de staat , provincie of gemeente , valt een beslissing over definitieve verwijdering onder de verantwoordelijkheid van de minister , respectievelijk Gedeputeerde Staten of de burgemeester. Roosendaal betreft dit het Provinciaal Depot voor Bodemvondsten Noord-Brabant. Alle tijdens het proefsleuvenonderzoek verzamelde vondsten worden aangeleverd aan het depot.

Indien dat niet mogelijk/wenselijk is dan wordt na het veldwerk daartoe een selectierapport opgesteld en ter beoordeling aan het depot aangeboden. Het selectievoorstel geschiedt conform onderstaande tabellen. Vondsten en monsters die niet worden gedeponeerd kunnen (enkel na goedkeuring door de depothouder) worden vernietigd door de opdrachtnemer tenzij de depothouder anders besluit. Bij wet is immers de depothouder aangewezen als instantie die de vondsten na overdracht mag vernietigen. Kwetsbaar vondstmateriaal dient in tussentijd zodanig bewaard te worden opdat de toestand stabiel blijft. Tijdsduur reactie depot: voor het afhandelen van het selectieverzoek maximaal 15 werkdagen. Bij het uitblijven van een reactie binnen de gestelde termijn kan het werk zonder goedkeuring voortgezet worden. Voor de procesafspraken met betrekking tot (de)selectie in de verschillende stadia van het onderzoek wordt verwezen naar KNA 4. 4 en eventuele aanvullende eisen van het depot. 24 ARTEFACT PVE 195 BULKSTRAAT WOUW 25 ARTEFACT PVE 195 BULKSTRAAT WOUW 8. 4 Selectie materiaal voor conservering Tot het moment waarop de selectie is gebeurd en goedgekeurd wordt het materiaal zo stabiel mogelijk opgeslagen cf. de daartoe geldende richtlijnen. Het bevoegd gezag neemt , op basis van het voorstel in het evaluatie- en selectierapport , een besluit over de te conserveren vondsten.

Geselecteerde objecten die onderhevig zijn aan degradatie dienen geconserveerd te worden opdat ze bij het depot aangeleverd kunnen worden. Conservering gebeurt conform de , in de betreffende beroepsgroep geldende , normen en richtlijnen. Conservering geschiedt door daartoe gekwalificeerde personen. Voor elke materiaalcategorie wordt een conserveringsrapport voorgelegd. Nadere voorstellen worden uitgewerkt in het selectierapport. Conform dienen OS16 , onderzoeksspecificatie opgraven , protocol Landbodems , KNA vigerende de conserveringsrapporten altijd voorafgaand aan de deponering ter goedkeuring te worden voorgelegd aan de depothouder. De depothouder heeft de gelegenheid om binnen 15 werkdagen na indienen van het verzoek tot goedkeuring hierop te reageren. Bij het uitblijven van een reactie binnen de gestelde termijn kan het werk zonder goedkeuring voortgezet worden.

26 ARTEFACT PVE 195 BULKSTRAAT WOUW g DEPONERING 9.1 Eisen betreffende depot De documentatie en het vondstmateriaal van het onderzoek dient te worden gedeponeerd bij: Provinciaal Depot Bodemvondsten Noord-Brabant Waterstraat 16 5211 JD ‘s-Hertogenbosch Contactpersoon: | Te: nn E-mail: Mo -abant.nl (geanonimiseerd)(geanonimiseerd)(geanonimiseerd)(geanonimiseerd) (geanonimiseerd)(geanonimiseerd) (geanonimiseerd)(geanonimiseerd) (geanonimiseerd)(geanonimiseerd) Het deponeren van de vondsten en de documentatie dient plaats te vinden conform de daarvoor opgestelde eisen van aanlevering. Bij de voorbereiding van het onderzoek neemt de opdrachtnemer contact op met de depotbeheerder van het depot omtrent de eisen van aanlevering van de vondsten, vondstdocumentatie en opgravingsdocumentatie. Het PVE wordt voor de start van de werkzaamheden door de opdrachtnemer ter kennisgeving gemaild aan archeologie @brabant.nl. Deponering van vondsten en documentatie vindt plaats na afronding van het eindrapport. Voor het deponeren van de vondsten en documentatie dient een afspraak gemaakt te worden met de depotbeheerder op bovenvermelde contactgegevens. Bij de overdracht van vondsten en documentatie aan het depot dient een bewijs van overdracht afgegeven te worden door het depot aan de opdrachtnemer conform KNA 4.2 DSo3.

9.2 Te leveren product Het opstellen van een evaluatierapport wordt in het KNA-protocol 4003 niet voorzien bij het uitvoeren van een proefsleuvenonderzoek. Het opstellen van een dergelijk rapport wordt dan ook niet standaard voorzien. Indien naar aanleiding van de aangetroffen resten en dergelijk rapport zinvol wordt geacht kan alsnog een dergelijk rapport worden opgesteld voorafgaand aan de definitieve uitwerking. De beslissing om een evaluatierapport op te stellen kan enkel na overleg en met toestemming van de opdrachtgever en bevoegde overheid. Het evaluatierapport wordt ter goedkeuring voorgelegd aan het bevoegd gezag en opdrachtgever. Binnen drie weken na afronding van het onderzoek worden de voorlopige resultaten in een einde veldwerkmail kort omschreven. Deze mail omvat de voorlopige bevindingen (bijzonderheden tijdens het veldwerk, voorlopige aard en datering van de vindplaats, algemene indruk van het vondstmateriaal/monsters (incl aantallen), etc.) en er worden een voorlopige ASK (hoeft nog niet bewerkt te zijn) en enkele foto’s toegevoegd. Selectierapport: wordt enkel opgesteld indien de geborgen vondsten en monsters hiertoe aanleiding geven en er met andere woorden een noodzaak is tot selectie en conservering. Het selectierapport wordt ter goedkeuring voorgelegd aan de depotbeheerder. Het depot kan binnen 15 werkdagen een reactie hierop sturen.

Indien een evaluatierapport wordt opgesteld dient het selectierapport in dit evaluatierapport opgenomen te worden. Eindrapport: de inhoudelijke eisen, die zijn ondergebracht in het handboek KNA versie 4.2, het voorliggend PVE en de Regionale Richtlijnen Archeologie, vormen hiervoor de leidraad. Het onderzoeksrapport wordt vitgegeven door het uitvoerend bedrijf (opdrachtnemer). De opdrachtnemer verstrekt het conceptrapport aan (de adviseur van) de opdrachtgever, deze bezorgt het rapport aan het bevoegd gezag. Na 27 ARTEFACT PVE 195 BULKSTRAAT WOUW beoordeling door de opdrachtgever en het bevoegd gezag wordt eventuele commentaar verwerkt in het definitieve rapport en verstrekt aan de opdrachtgever. Tevens worden digitale exemplaren verzonden aan het archeologisch depot , de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE) (via Archis) en het e-depot (via archeodepot. nl). Conserveringsrapport: Deponering van vondsten en documentatie vindt plaats na afronding van het eindrapport. De conserveringsrapporten dienen altijd voorafgaand aan de deponering ter goedkeuring te worden voorgelegd aan de depothouder (zie ook paragraaf 8. 3). Het bewijs van overdracht van monsters , onderzoeksdocumentatie en vondstmateriaal bij het Provinciaal Depot Bodemvondsten Noord-Brabant 28 ARTEFACT PVE 195 BULKSTRAAT WOUW RANDVOORWAARDEN EN AANVULLENDE EISEN 10 10.

1 Overlegmomenten Startoverleg: voor aanvang van het veldonderzoek , tenzij anders overeengekomen met opdrachtgever. Aanwezig: opdrachtgever , opdrachtnemer. Indien er relevante archeologische sporen/vondsten worden aangetroffen zijn eventueel ook de volgende overlegmomenten van toepassing: Overleg tijdens veldwerk (bij bijzondere of buiten verwachting omvangrijke complexen , bij bijzondere omstandigheden , bij verwachting tot uitloop). Aanwezig: opdrachtgever , opdrachtnemer , bevoegde overheid. Belangrijke archeologische ontdekkingen dienen terstond aan de opdrachtgever , het bevoegd gezag gemeld. Hetzelfde geldt bij het aantreffen van zaken die niet in dit PVE werden voorzien of bij belangrijke afwijkingen op dit PVE (zie hoofdstuk 11). Indien daartoe door één van de partijen aanleiding voor gezien wordt vindt overleg tijdens het veldwerk plaats (op de onderzoekslocatie). Aanwezig: (de adviseur van) de opdrachtgever , het bevoegd gezag , de opdrachtnemer (projectleider). Het einde van het veldwerk wordt via mail gemeld aan de opdrachtgever en het bevoegd gezag. Hierin worden ook de voorlopige resultaten in een einde veldwerkmail kort omschreven. Deze mail omvat de voorlopige bevindingen (bijzonderheden tijdens het veldwerk , voorlopige aard en datering van de vindplaats , algemene indruk van het vondstmateriaal/monsters (incl aantallen) , etc.

) en er worden een voorlopige ASK (hoeft nog niet bewerkt te zijn) en enkele foto’s toegevoegd. Van de bovenstaande overleggen dienen geen uitgebreide notulen te worden gemaakt maar alle afspraken worden wel vastgelegd. Dit gebeurt op de volgende manier: Startoverleg: alle afspraken worden vastgelegd in het draaiboek of plan van aanpak en voorgelegd aan de betrokken partijen. Overleg tijdens veldwerk: alle afspraken worden vastgelegd in het dagrapport en voorgelegd aan de betrokken partijen. Belangrijke archeologische ontdekkingen (of tussentijdse overlegmomenten): afspraken worden vastgelegd in het dagrapport en voorgelegd aan de betrokken partijen. Eventuele afspraken , voortvloeiend uit bovenstaande overleggen , die van belang zijn voor/effect hebben op de uitwerking van het onderzoek worden in het eindrapport vermeld. 10. 2 Personele randvoorwaarden De omvang en samenstelling van het veldteam wordt bepaald door de uitvoerende partij zo lang alle voorbehouden handelingen worden uitgevoerd door de daartoe in protocol 4003 (IVO-P) van de KNA 4. 2 aangewezen actoren en de voortgang van het onderzoek gewaarborgd blijft. De aanwezigheid van (minimaal) één KNA-archeoloog MA in het veld is verplicht tijdens de gehele duur van het veldwerk.

De wetenschappelijke leiding berust bij een Senior KNA archeoloog met ervaring in , en kennis van , het Brabants Zandgebied Deze is minimaal op alle noodzakelijke controlemomenten aanwezig. De inzet van een fysisch geograaf is niet verplicht. Inzet van amateurarcheologen of vrijwilligers is mogelijk , maar kan enkel wanneer de opdrachtnemer en amateur- archeologen tot een gezamenlijk contract zijn gekomen (zie ook KNA 4. 1 PS03). De inzet van vrijwilligers geschiedt op verantwoordelijkheid van de opdrachtnemer. De inzet van overige materiaalspecialisten in het veld is niet noodzakelijk tenzij daar door de aangetroffen fenomenen aanleiding toe zou bestaan. De materiaalanalyses worden uitgevoerd door specialisten met aantoonbare ervaring op 29 ARTEFACT PVE 195 BULKSTRAAT WOUW het gebied van materiële cultuur dan wel botanische en/of archeozoölogische resten uit de middeleeuwen en nieuwe tijd (zie lijst met specialisten in bijlage 6). De Erfgoedinspectie kan de werkzaamheden inspecteren. 10. 3 Kwaliteitsbewaking , toezicht , overleg en evaluatie Het archeologisch onderzoek dient te worden verricht door een archeologisch bedrijf , dat beschikt over een geldig certificaat conform BRL4000SIKB voor protocol 4003. Het onderzoek dient plaats te vinden conform de KNA , versie 4.2 , de eisen in voorliggend Programma van Eisen en de voorschriften in de Regionale Richtlijnen Archeologie.

De leidinggevende Senior KNA archeoloog is verantwoordelijk voor de archeologische kwaliteit van het onderzoek. Het bevoegd gezag (en/of diens adviseur) toetst de opgeleverde producten aan de hand van de KNA4. 2 en voorliggend PVE. Belangrijke archeologische ontdekkingen dienen terstond aan de opdrachtgever en het bevoegd gezag gemeld te worden. Bij het aantreffen van zaken die niet in dit PvE werden voorzien of bij belangrijke afwijkingen op dit PvE dient een overleg tussen de betrokken partijen plaats te vinden. Indien overleg niet ter plaatse mogelijk is , dienen de mondelinge afspraken uit het telefonisch onderhoud schriftelijk vastgelegd te worden en aan de betrokken partijen ter akkoordverklaring overlegd te worden en zijn weerslag te vinden in een Nota van Wijziging of dagrapport. Het conceptrapport wordt beoordeeld door het bevoegd gezag. Het commentaar wordt op afdoende wijze verwerkt in het eindrapport. De mogelijkheid bestaat dat door specialistisch onderzoek de termijnen voor rapportage uitlopen. Indien dit het geval blijkt te zijn , dient de opdrachtnemer de opdrachtgever en bevoegde overheid te informeren en dienen hierover nieuwe afspraken te worden gemaakt tussen opdrachtnemer , opdrachtgever en het bevoegd gezag. Het eindrapport dient altijd binnen twee jaar na afronding van de Archeologische Begeleiding opgeleverd te worden.

Eventuele communicatie met de pers verloopt altijd via de opdrachtgever , tenzij deze uitdrukkelijk anders heeft bepaald. Daarbij wordt de gemeente als bevoegde overheid steeds op voorhand geïnformeerd. Omwonenden kunnen door de archeologen te woord worden gestaan tenzij de opdrachtgever daartegen bezwaar maakt. 10. 4 Overige randvoorwaarden en aanvullende eisen In onderstaande schema worden de uitvoeringsplanning en/of oplevertermijnen benoemd: Voorbereiding: start direct na gunning Veldwerk: start in overleg met de opdrachtgever te bepalen. De start van het veldwerk wordt voor aanvang van het veldwerk gemeld bij alle betrokken partijen. Mail einde veldwerk: binnen drie weken na einde veldwerk. Concept eindrapport: binnen 3 maanden na einde veldwerk Definitief eindrapport: binnen 1 maand na ontvangst beoordeling concept eindrapport. Het eindrapport dient altijd binnen twee jaar na afronding van het veldwerk opgeleverd te worden. De mogelijkheid bestaat echter dat door specialistisch onderzoek en conservering de gestelde termijnen uitlopen. Indien dit het geval blijkt te zijn , dient de opdrachtnemer de opdrachtgever en het bevoegd gezag te informeren en dienen hierover nieuwe afspraken te worden gemaakt. De opdrachtgever draagt er zorg voor dat de opdrachtnemer tijdig voor de start verwittigd wordt omtrent de startdatum van de werkzaamheden.

De opdrachtgever zorgt voor de betreding en toegankelijkheid van het plangebied. Het onderzoeksterrein betreft privéterrein. Het afzetten van het gehele terrein met bouwhekken is niet noodzakelijk , de aan te leggen proefsleuven reiken immers niet diep en de locatie is niet vrij toegankelijk. Diepe werkputten die aan het einde van de dag open 30 ARTEFACT PVE 195 BULKSTRAAT WOUW blijven liggen worden door de opdrachtnemer wel afgezet om ongelukken te voorkomen. Dit kan bijvoorbeeld door gevarenlint en geschiedt onder verantwoordelijkheid van de opdrachtnemer. Daarnaast dienen maatregelen genomen worden ter voorkoming van schatgraverij. Potentiële vondstenrijke sporen worden afgedekt. Dit kan middels het afdekken door grond maar ook rijplaten e. d. kunnen hiertoe gebruikt worden. De opdrachtnemer zorgt ervoor dat er voorafgaand aan het veldwerk een KLIC-melding wordt verricht. Voorafgaand aan het veldonderzoek wordt een Plan van Aanpak opgesteld. De werkzaamheden worden uitgevoerd onder het Veiligheids-en Gezondheidsplan van de civiele aannemer. De tijdens het onderzoek betrokken archeologen dienen hiervan kennis te hebben genomen , en zich hiernaar te gedragen. Het onderzoek dient voor aanvang van het veldwerk te worden aangemeld bij de RCE , overeenkomstig artikel 5. 6 van de Erfgoedwet. Hierop wordt door de RCE een zaaknummer toegekend , dat in het draaiboek wordt toegevoegd.

De start van het veldwerk wordt voor aanvang van het veldwerk aangemeld bij het bevoegd gezag. Een lijst met aantallen dient conform KNA-protocol Programma van Eisen specificatie PS07 enkel te worden toegevoegd bij protocol Opgraven , een dergelijke lijst is dan ook niet opgenomen in het voorliggend PVE. In plaats hiervan dient in de offerte een stelpost van 1. 000 euro te worden opgenomen voor het conserveren of het analyseren van vondsten. In alle gevallen waarin dit PVE niet voorziet zijn de specificaties van de KNA 4. 2 van toepassing. 31 ARTEFACT PVE 195 BULKSTRAAT WOUW WIJZIGINGEN TEN OPZICHTE VAN VASTGESTELDE PVE 11 11. 1 Wijzigingen tijdens het veldwerk Indien er archeologische vondsten of fenomenen worden aangetroffen die niet in dit PVE zijn voorzien , wordt dit gecommuniceerd (via mail) met de opdrachtgever en het bevoegd gezag. Indien substantieel van het PVE dient te worden afgeweken dienen de redenen hiertoe en de voorgestelde wijzigingen schriftelijk (via mail) te worden gecommuniceerd de opdrachtgever en het bevoegd gezag. Het bevoegd gezag neemt een besluit en bevestigt dit schriftelijk (via mail) aan alle betrokkenen. De wijzigingen en het besluit worden in het dag- of weekrapport opgenomen en dienen ook in het eindrapport te worden vermeld.

Indien het aanzienlijke wijzigingen zijn die van invloed zijn op de inhoudelijke kant , de duur , de omvang en/of financiële kant van het onderzoek dient een Nota van Wijziging te worden opgesteld en aan de betrokken partijen ter akkoordverklaring (ondertekening) te worden voorgelegd. 11. 2 Belangrijke wijzigingen Belangrijke wijzigingen kunnen alleen plaatsvinden na overleg met , en goedkeuring door de opdrachtgever en het bevoegd gezag. Afspraken dienen altijd schriftelijk te worden vastgelegd , hetzij in het dag- of weekrapport , hetzij in een Nota van Wijziging , en altijd naar alle betrokken partijen te worden gemaild. Te denken valt aan (niet limitatief): aanzienlijke afwijkingen ten opzichte van de archeologische verwachting wijzigingen van de voorgeschreven onderzoeksmethoden wijzigingen van fysieke aard waardoor niet aan de verplichtingen uit het PVE kan worden voldaan aanzienlijke afwijkingen ten opzichte van de aantallen verwacht vondstmateriaal/monsters of de aard daarvan. 11. 3 Procedure van wijziging na de evaluatiefase van het veldwerk Belangrijke wijzigingen kunnen alleen plaatsvinden na overleg met , en goedkeuring door de opdrachtgever en het bevoegd gezag. Afspraken dienen altijd schriftelijk te worden vastgelegd. Indien de wijzigingen betrekking hebben op het proces van (de-)selectie en/of conservering dan wordt ook het depot geïnformeerd. 11.

4 Procedure van wijziging tijdens uitwerking en conservering Belangrijke wijzigingen kunnen alleen plaatsvinden na overleg met , en goedkeuring door de opdrachtgever en het bevoegd gezag. Afspraken dienen altijd schriftelijk te worden vastgelegd. Indien de wijzigingen tijdens betrekking hebben op het proces van (de-)selectie en/of conservering dan wordt ook het depot geïnformeerd. De opdrachtnemer informeert schriftelijk alle partijen indien afgesproken termijnen uitlopen met vermelding van de reden(en). 32 ARTEFACT | PVE | 195 | BULKSTRAAT | WOUW Literatuur Literatuur van | Blankenstein | , | E. , 2006. | Defensie- | en | oorlogsschade | in | kaart | gebracht | (1939-1945). | Rijksdienst | voor | de Monumentenzorg | , Zeist. Bles , B. J. en B. H. Steeghs | , 1974. | Ruilverkavelingsgebied | Kruisland-Wouw. | Stiboka | , Wageningen. van | den | Bosch | , J. E. en | J. Ras | , 2017. | Archeologisch | Bureauonderzoek | ‘Plangebied | De | Hoogt’ | , Bulkstraat | – Plantagebaan , Wouw | , Gemeente | Roosendaal. | SOB | research | , Heinenoord. Borsboom | , | A. J. | en | J. W. H. P. | Verhagen | , | 2009. | KNA | Leidraad | Inventariserend | Veldonderzoek | Deel: Proefsleuvenonderzoek | (IVO-P). van | Ham | , W.A. | , 1980. | Wouw | in de | Middeleeuwen | , In: Delahaye | , A. , W. | A. van | Hame | en | J. H. F.

Bos | , Woide…die | Wouda | , Opstellen | over | de | geschiedenis | van | Wouw. | Gemeentebestuur | Wouw | , pp. | 41-151. Van | Ham | , W. A. en | J. H. F. Bos | , 1980. | Geschiedenis | van | de | St .Lambertus-Kerk | , in: Delahaye | , A. , W. A. van | Hame | en | J. H. F. Bos , Woide…die | Wouda | , Opstellen | over | de | geschiedenis | van | Wouw. | Gemeentebestuur | Wouw | , pp. | 265-351. Kwaliteitsnorm | Nederlandse | Archeologie | (KNA) | , 2022: | versie | 4.2 , Stichting | Infrastructuur | en | Kwaliteitsborging Bodembeheer | , Gouda. Leenders | , K.A.H.W. | , 1996 | Van | Turnhoutervoorde | tot | Strienemonde. | Ontginnings- | en | nederzettingsgeschiedenis | van het | noordwesten | van | het | Maas | - Schelde | - Demergebied | 400-1350. | Een | poging | tot | synthese. | Dissertatie | Universiteit van | Amsterdam/ | Walburg | pers | , Zutphen. Leenders | , K.A.H.W. | , 2013. | Verdwenen | venen. | Een | onderzoek | naar | de ligging | en exploitatie | van | thans | verdwenen | venen in het | gebied | tussen | Antwerpen | , Turnhout | , Geertruidenberg | en | Willemstad | , 1250 | - 1750. | Actualisatie | 2013. | Pictures Publishers | , Woudrichem. van | Oosten | , M.F. | , 1975. | Invloed | van | de | bodemgesteldheid | en | de | waterhuishouding | op | het | agrarische | landschap rondom | Wouw. | Siboka | , Wageningen. Tejero | y Cedillo | , K. , 2025.

| Bureauonderzoek | PIMS | Kom | Wouw | - Heirweg | 21 | Roosendaal. | Antea | group | Archeologie 2024/526 | , Oosterhout. Verboom-Jansen | , M. , 2020. | Wouw | , ’t Loopje. | Gemeente | Roosendaal | (NB). | Een | Archeologisch | Bureauonderzoek | (BO). Transect-rapport | 2671 | , Nieuwegein. 33 ARTEFACT PVE 195 BULKSTRAAT WOUW Bijlage 1 Bureauonderzoek Bij het opstellen van het bureauonderzoek zijn de processtappen 1. 1 t/m 1. 9 zoals opgenomen in protocol 4002 van de KNA 4. 2 gevolgd. 1. 1 Afbakenen plan/onderzoeksgebied ; vaststellen consequenties toekomstig gebruik De initiatiefnemer heeft het voornemen om nieuwe wooneenheden te realiseren ten zuidoosten van de kern van Wouw , ten zuiden van de Bulkstraat en ten oosten van De Hoogt. In dit gebied worden 250 tot 300 nieuw woning voorzien (grondgebonden woningen twee lagen met kap en één laag met kap , alsook appartementen met maximaal 4 bouwlagen). In het zuiden wordt , langs de spoorweg , een strook met bedrijven voorzien (mogelijk gecombineerd met bedrijfswoningen). Tevens wordt een nieuwe rondweg gerealiseerd , die het verkeer uit de Hoogt en Bulkstraat verplaats naar de randen van het huidig plangebied.

In de nieuwe wijk worden tevens toegangswegen , parkeervoorzieningen en groen (verspreid) voorzien en wordt de waterhuishouding aangepast door het verleggen van de bestaande en realiseren van aanvullende watergangen en waterpartijen. Er is een stedenbouwkundig schetsontwerp opgesteld maar nog geen concrete plannen , het is dan ook onbekend waar en tot welke diepte er concreet graafwerkzaamheden zullen uitgevoerd worden met het realisten van de plannen. In bijlage 4 zijn de plannen opgenomen. Ligging in Nederland. Bron: Esri Nederland , Community Map Contributors 2024. 34 ARTEFACT | PVE | 195 | BULKSTRAAT | WOUW 1. 2 | Vermelden | (en | toepassen) | overheidsbeleid In het | tijdelijke | deel | van | het | omgevingsplan | bevindt | het | plangebied | zich | ter | plaatse | van | drie | bestemmingsplannen | , Buitengebied | Wouw | (2020) | , Bulkstraat | (2016 | , partiële | herziening | 2025) | en Buitengebied | (1989). | Het | plangebied | heeft in het | plan | Buiengebied | Wouw | deels | een | dubbelbestemming | Waarde | - Archeologie | 2 (500 | men 2 | 05 , m -mv) | en | in het plan | Bulkstraat | deels | een | dubbelbestemming | Waarde | – Archeologie | 1 (50 | men 2 | 05 , m | -mv). | In het | bestemmingsplan Buitengebied | (1989) | is geen | dubbelbestemming | inzake | archeologie | opgenomen.

| Het | plangebied | valt | binnen | de gemeentelijke | archeologische | beleidskaart | grotendeels | binnen | een | gebied | met | lage | verwachtingswaarde | met vrijstellingen | tot | 1 hectare. | Centraal | en | langs | de | westelijke | rand | bevindt | zich | een | zone | met | een | hoge | verwachting (vrijstelling | tot | 50 | m). 2 | Het | grootste | deel | van | het | plangebied | is echter | gelegen | binnen | een | gebied | waarbinnen | een gekende | verstoring | door | ontgronding | heeft | plaatsgevonden. Ligging | van | het | plangebied | op | de | gemeentelijke | archeologische | beleidskaart | en | zones | met | een | dubbelbestemming archeologie. 1. 3 | Beschrijven | huidig | gebruik Het | plangebied | is heden | grotendeels | in gebruik | als akker-/ | weiland. | In het | zuiden | bevinden | zich | deels | de | terreinen | van de machinehandel | van | der Veldt. | Hier | is verharding | aanwezig | en | is langs | de noordelijke | rand | van | het | perceel | een | aarden wal | gelegen. 35 ARTEFACT | PVE | 195 | BULKSTRAAT | WOUW Ligging | van | het | plangebied. | Bron: | Esri | Nederland | , Community | Map | Contributors | 2024. 1. | 4 | Beschrijven | historische | situatie | en | mogelijke | verstoringen De | omgeving | van | het | latere | Wouw | is | voorafgaand | aan | de | middeleeuwse | ontginning | hoofdzakelijk | begroeid | met bossen.

| 2 De | nederzetting | Wouw | (Woide) | wordt | al | vermeld | in | de | 13 | e eeuw | , in | 1232 | , al | moet | er | reeds | voordien | in | de omgeving | van | het | dorp | een | hof | hebben | gelegen. | 3 Wouw | wordt | voor | het | eerst | als | parochie | vermeld | in | 1277 | , op | dat tijdstip | gaat | het | patronaatsrecht | van | de | tienden | van | deze | parochie | over | van | de | heren | van | Breda | naar | de | Sint- Bernaardsabdij | (in | Hemiksem). | 4 Het | gebied | bracht | echter | al | tienden | op | vanaf | ten | laatste | 1263. | 5 De | kerk | zelf | is vermoedelijk | in | de | 13 e eeuw | gebouwd. | 6 In 1271 | is er | ook | al | een | klooster | (St. | Catharinadal) | gesticht | en | omstreeks | 1289 zijn | er | in | het | grondgebied | reeds | twee | molens | aanwezig | en | in | de | 13 e eeuw | wordt | ten | noordwesten | van | het | dorp | een kasteel | gebouwd. Op | een | Figuratieve | kaart | van | West-Brabant | , midden | 16e | eeuw | (circa | 1545-1550) | worden | Wouw | (hier | Woude) | en | het | Slot van | Woude | aangegeven. | Woude | is afgebeeld | in de | vorm | van | de | kerk | en | bijhorende | kerkterrein | (ring) | , het | slot | ligt | in water | en | toegankelijk | via | een | brug. | Tussen | Woude | en | Roosendaal | worden | verschillende | gebouwtjes | aangegeven.

| Het betreft | hier | een | figuratieve | kaart | , een | projectie | van | het | plangebied | op | deze | kaart | is niet | mogelijk | , het | is te situeren | in de | zone | tussen | Woude | en | Roosendaal. | Of | er | in | de | 16 | e eeuw | bebouwing | aanwezig | is binnen | het | plangebied | is dan | ook niet | te | bepalen. | Het | gebied | is in | elke | geval | reeds | in | de | 14 e eeuw | ontgonnen. | 7 2 De | benaming | Woud | is volgens | van | Oosten | een | verwijzing | naar | laag | gelegen | , moerassig | en | moeilijk | toegankelijk | bos | . Dit | betreft | een | elzenbroekbos | of iets | gelijkaardigs | , een | bostype | dat | tevens | op | basis | van | de | aanwezige | bodems | te verwachting | is. Van | Oosten | , 1975. 3 Van | Ham | , 1980. 4 Leenders | , 1996. 5 Van | Ham | , 1980. 6 Leenders | , 1996. 7 Van | Oosten | , 1975. 36 ARTEFACT | PVE | 195 | BULKSTRAAT | WOUW Uitsnede | van | de | Figuratieve | kaart | van | West-Brabant | , midden | 16e | eeuw | (ca. | 1545-1550). | De | kaart | is oost | georiënteerd. | Bron: boz | - 0001 | Kaarten | Raad | en Rekenkamer | Bergen | op | Zoom | , ARR | inv. nr. | 599 | (Hingman | nr. 1476). In de | oktobermaand | van | 1581 | wordt | Wouw | door | Spaanse | troepen | verwoest | , hierbij | gaat | niet | allen | de | kerk | maar | ook meerdere | huizen | in de | vlammen | op.

| De | bewoners | die | na | deze | verwoesting | nog | waren | teruggekeerd | vluchten | twee | jaar later | opnieuw | voor | , ditmaal | Staatse | , brandschattende | troepen. | Het | duurt | uiteindelijk | tot | de | periode | 1590-1593 | voor | er opnieuw | sprake | was | van | een | bewoning | in het | dorp. | De | kerk | is pas | in het | begin | van | de | 17 e eeuw | hersteld. | 8 Tijdens | de | Oostenrijkse | Successieoorlog | trekken | Franse | troepen | het | gebied | binnen | en | belegeren | in | 1747 | Bergen | op Zoom. | Tijdens | dit beleg | richten | de | France | troepen | in | het | hinterland | ook | tal | van | steunpunten | en | versterkingen | in. Een van | de | ingerichte | werken | is een | versterking | (retranchement) | die | rondom | Wouw | wordt | aangelegd. | Van | deze | werken | is in 1747 | een | plattegrond | gemaakt | welke | in | meerder | kopieën | bewaard | is gebleven. | 9 Het | geheel | komt | ook | voor | op | het Plan | des | Environs | de | la Ville | et des | Forts | de Berg-op-Zoom | avec | les | Villages | de | Wouw | et | d'Halteren | , waarop | de | posities | en het | aanvalsplan | van | de | Franse | troepen | voor | de | belegering | van | Bergen | op | Zoom | zijn | aangegeven. | Deze | kaart | laat | ook het | omliggende | gebied | zien | en | is bruikbaar | om | het | toenmalig | landschap | te illustreren.

| Rondom | het | van | versterkingen voorziene | Wouu | zijn | meerdere | kleine | akkertjes/moestuinen | ingetekende | , verder | van | de | kern | betreft | dit | door houtkanten | gescheiden | grotere | akkerpercelen | met | plaatselijk | weiland. | Op | basis | van | een | vergelijking | met | de | latere kaarten | kunnen | ten | zuiden | van | Wouw | enkele | wegen | (met | enige | terughoudendheid) | geïdentificeerd | worden. | Zo | lijken de | Bulkstraat | , Oostelaarse | straat | (heden | Plantagestraat) | en | Kloosterstraat | op | deze | kaart | ingetekend | (de | tekening | is niet | geheel | schaalvast). | Langs | de | Bulkstraat | bevinden | zich | meerdere | erven | en | kleine | akkers/ | moestuinen. | Op | basis | van de | ligging | ten | opzichte | van | de | hier | voornoemde | wegen | is een | globale | projectie | van | het | huidig | plangebied | mogelijk (met | het | nodige | voorbehoud) | en | bevindt | zich | in | het | noordwesten | van | het | huidig | plangebied | op | dit | tijdstip | een | bebouwd erf. 8 Van | Ham | en | Bos | , 1980. 9 Zo | is er een | kopie | door | Hattinga | welke | zich | in de | Collectie | kaarten | en tekeningen | in het | Rijksarchief | van | Noord-Brabant | bevindt en een | kopie | door | Hoffman | die te | vinden | is in de Universitietsbibliotheek | van | Leiden.

37 ARTEFACT PVE 195 BULKSTRAAT WOUW Detail uit het Plan des Environs de la Ville et des Forts de Berg-op-Zoom avec les Villages de Wouw et d'Halteren/ Levé Géométriquement par M. *** aprés l'Assaut donné par l'Armée du Roy le 16 7bre 1747. De projectie van het plangebied (rode lijn) is met het nodige voorbehoud te nemen. Bron: Collectie kaarten en tekeningen van het Rijksarchief in Noord-Brabant , ca. 1500 - ca. 2000 , inv. nr. 343-000126. e Op de in de op het einde van de 18 eeuw door Adan opgetekende kaarten van het grondgebied van Wouw komen de versterkingen al niet meer voor , deze moeten dus al vrij snel na het einde van de vijandelijkheden verdwenen zijn. Het plangebied maakt op de door Adan opgemaakte detailkaarten van de Heerlijkheid van Wouw deel uit van de 7 e hoek. Deze kaart laat alle aanwezige percelen zien en is dan ook bruikbaar om het plangebied bij benadering te projecteren. Het plangebied is onbebouwd , het erf dat op de kaart uit 1747 staat aangegeven is niet langer aanwezig (wat laat vermoeden dat dit nooit het geval is geweest). Het plangebied maakt deel uit van meerdere percelen. Verschillende van deze percelen worden gescheiden door een houtkanten of struiken. In het westen wordt het plangebied doorsneden door een beekje. Langs dit beekje , diagonaal hierop en in het uiterste oosten van het plangebied , komen kleine lokale wegen voor.

10 10 Dat er wel degelijk versterkingen zijn uitgevoerd en dit niet alleen bij plannen is gebleven lijkt te worden bevestigd in documenten uit die tijd (onder andere de Dagverhalen van het beleg van Bergen-op-Zoom door J. A. Folkers) waarin sprake is van een versterkte en beschanste dorpskern. 38 ARTEFACT | PVE | 195 | BULKSTRAAT | WOUW Uitsnede | van | de | kaart | van | de 'VIIn | hoeck | Iste | deel | van | de | oostsyde | van | Oostelaar | Hayinck | &' | uit | 1748. | Het | plangebied | is met een | rode | lijn aangegeven. | Bron: | NL-BozWBA-roo-0390: | Dorpsbestuur | Wouw | , 1483-1810 | , inv. | nr. 1073 Ook | het | minuutplan | van | de | kadastrale | kaart | uit | de | periode | 1811-1832 | (Gemeente | Wouw | , Sectie | E , Oostlaar | , 1 e Blad) laat | een | vrij | nauwkeurige | projectie | toe. | Ook | deze | kaart | laat | de | verschilleden | aanwezige | perceelsgrenzen | zien | maar | , anders | dan | dit | het | geval | is | bij | de | kaart | door | Adan | , | worden | de | fysieke | kenmerken | van | deze | grenzen | (greppel | , houtkant…) | , | niet | aangegeven. | Het | plangebied | is onbebouwd. | In | het | westen | wordt | het | doorsneden | door | de | watergang. De | verschillen | lokale | wegen | uit | de | 18 e -eeuwse | kaart | komen | nog | slechts | deels | voor.

| Het | belastbaar | grondgebruik | van de | percelen | die | zich | (deels) | binnen | het | plangebied | bevinden | bestaat | hoofdzakelijk | ut | bouwland. | Enkele | percelen | zijn in gebruik | als | weiland | (nr. | 196 | , 213 | , 214 | , 226 | en | 232) | en | een | tweetal | percelen | als hakhout | (nr. | 227 | en | 229). 39 ARTEFACT | PVE | 195 | BULKSTRAAT | WOUW Uitsnede | van | het | minuutplan | van | Gemeente | Wouw | , Sectie | E , Oostlaar | , 1 e Blad. | Het | plangebied | is met | en | rode | lijn aangegeven. Bron: | beeldbank | RCE. In 1944 | wordt | de | toren | van | de | kerk | van | Wouw | door | de | Duitse | troepen | opgeblazen | en | enkele | dagen | nadien | laat | men ook | de | overige | delen | van | de | kerk | volledig | uitbranden. | Wouw | wordt | op | 28 | oktober | 1944 | bevrijd. | Voorafgaand | hieraan vinden | gevechtshandelingen | plaats | tussen | de | Duitsers | en | de | Britse-Canadese | troepen. | Ook | de | dorpskern | van | Wouw wordt | tijdens | de | gevechten | beschoten | door | de | geallieerde | artillerie. | Na | de | bevrijding | is het | leed | nog | niet | volledig geleden | , op | 27 | februari | 1945 | valt | er namelijk | een | V1 | op | Wouw | en | richt | er een | ravage | aan. | Na | het | einde | van | de | oorlog zijn | er van | de | oorspronkelijk | 1158 | vooroorlogse | woningen | 111 | volledig | vernield.

| 11 De | Indicatieve | Kaart | Militair | Erfgoed (IKME) | geeft | een | overzicht | van | de | (verwachte) | ligging | van | resten | van | ondergronds | en | bovengronds | militair | erfgoed (vooralsnog | enkel | uit de | Tweede | Wereldoorlog). | Raadpleging | van | de | kaart | leert | dat | binnen | , of direct | grenzend | aan | , het plangebied | geen | militaire | relicten | worden | weergegeven. | Op | de | risicokaart-conventionele-explosieven-tweede- wereldoorlog | 12 is het | plangebied | gelegen | in | een | gebied | dat | verdacht | is op | geschutsmunitie. In | de | volgende | figuur | kan | de | verdere | evolutie | in de | omgeving | tussen | circa | 1850 | en | 2005 | gevolgd | worden. | Het plangebied | is | onbebouwd | gebleven. | Aan | het | begin | van | de | 20eeuw e | is ten | zuidoosten | van | het | plangebied | een steenfabriek | ontstaan | , het | is voor | deze | fabriek | dat | ook | ontgronding | zal | plaatsvinden. | Tussen | 1935 | en | 1950 | verdwijnen de | houtkanten | tussen | de | percelen | , tegen | 1968 | is ook | de | perceelstructuur | grotendeels | verdwenen. | In 1968 | word | binnen het | plangebied | een | maaiveldhoogte | van | 61 , | m | +NAP | aangegeven | , in 1985 | is dit 58 , | m. | Het | maaiveld | lijkt | dan | ook | met 30 | m | verlaagd.

| De | huidige | situatie | gaat | terug | tot | het | begin | van | de | 21 e eeuw. 11 Van | Blankenstein | , 2006. 12 https://www. | roosendaal. | nl/risicokaart-conventionele-explosieven-tweede-wereldoorlog 40 ARTEFACT PVE 195 BULKSTRAAT WOUW Uitsneden van de topografische (militaire) kaarten uit 1850 tot 2005. Bron: Topotijdreis. 41 ARTEFACT PVE 195 BULKSTRAAT WOUW 13 In de Omgevingsdienst Zuidoost-Brabant worden de bodemkwaliteit en de status/voortgang van eventueel uitgevoerde onderzoeken weergegeven. Raadpleging van het bodemloket leert dat het plangebied in het zuiden deels overlapt met één historisch onderzoek dat is uitgevoerd voor de Plantagestraat 57 (terreinen machinehandel van der Veldt en voormalige steenfabriek). Hieruit blijkt onder andere dat delen van dit terrein in het verleden door de gemeente gebruikt zijn als stortplaats (zie verder) , in het gebied is ook een beperkte sanering uitgevoerd buiten de contouren van het huidig plangebied. 14 Op de kaart Ontgrondingen in de Bodematlas van de Provincie Noord-Brabant maakt een groot deel van het plangebied deel uit van een zone waar in 1972 ontgronding heeft plaatsgevonden.

De exacte omvang (en diepte) van deze ontgronding is echter niet gekend , bij het opstellen van de geldende bestemmingsplannen zijn deze zones met ontgronding in elk geval meegewogen en heeft dit geresulteerd in het niet toekennen van een dubbelbestemming inzake archeologe. In het zuidoosten is een voormalige stortplaats gelegen. Hier is tussen 1964 en 1966 huishoudelijk , bouw- en sloopafval en bedrijfsafval gestort. De diepte van het stort is circa 4-5 m -mv (na voorafgaande ontgronding , mogelijk in functie van de voormalige steenfabriek). 15 Overzicht van de ontgrondingslocaties en voormalige stortplaats. Bron: Kaartenbak Brabant. 16 De verstoringbronnenkaart van de RCE heeft geen aanvullende gegevens. De oudste gekende maaiveldhoogtes die in deze kaart zijn opgenomen dateren van 1974 , dus na de eventuele ontgronding. 13 14 15 16 https://noord-brabant. nazca4u. nl/rapportage/viewerLookUp/Geolocator. aspx. kaartbank. brabant. nl/viewer/app/bodematlas. Informatie: https://noord-brabant. maps. arcgis. com/apps/webappviewer. https://www. cultureelerfgoed. nl/onderwerpen/bronnen-en-kaarten/overzicht/verstoringsbronnenkaart. 42 ARTEFACT | PVE | 195 | BULKSTRAAT | WOUW 1.

5Beschrijven | mogelijke | aanwezigheid | bouwhistorische | waarden | ondergrond Om | vast | te stellen | of binnen | , of direct | grenzend | aan | , het plangebied | waardevolle | bouwhistorische | of cultuurhistorische elementen | voorkomen | , is de | Cultuurhistorische | Waardenkaart | (herziening | 2024) | van | de | provincie | Noord-Brabant geraadpleegd. | De | Bulkstraat | wordt | op | deze | kaart | aangegeven | als | een | lijn van | redelijk | hoge | waarde. Op | de | West | Brabant | Cultuurhistorische | Landschapstypologie | (1900) | door | Renes | uit 1983 | wordt | in de | omgeving | van | het plangebied | op | bijlage | 2 | een | inrichting/ | grondgebruik | aangegeven | dat | (deels) | van | vóór | 1500 | stamt. | Dit | betreft | een gebruik | als bouw- | en | grasland. | Volgens | de | relictenkaart | (bijlage | 3) bevindt | het | plangebied | zich | in een | zone | met | een geheel | of gedeeltelijk | middeleeuwse | inrichting. In het | kader | van | dit onderzoek | zijn meerdere | luchtfoto’s | geraadpleegd: | 1943-1947 | (Wageningen | University | & Research en | het | West-Brabants | Archief) | , | beeldbank | defensie | (nimh.nl) | , | en | 2006-2023 | (raadpleegbaar | via https://luchtfototijdreis. | nl). | In het | WUR-portaal | , nimh | en | het | West-Brabants | Archief | zijn | geen | historische | luchtfoto’s van | het | plangebied | beschikbaar.

| De | luchtbeelden | uit de | luchtfototijdreis | geven | allen | de | huidige | situatie | weer | en | laten binnen | het | plangebied | geen | soil- | of cropmarks | zien. 1. 6 | Beschrijven | bekende | archeologische | en | aardwetenschappelijke | kenmerken Wouw | is gelegen | op | het | Kempisch | hoog | 17 , een | gebied | dat | ten | gevolge | van | tektonische | activiteit | omhoog | is gestuwd (ook | wel | als | een | horst | benoemd). | In de | ondergrond | bevinden | zich | de | afzettingen | van | de | Formatie | van | Waalre. | De Formatie | van | Waalre | betreft | fluviatiele | afzettingen | uit | het | laat-Plioceen | tot | vroeg-Pleistoceen. | In het | gebied | ten noorden | en | oosten | van | Wouw | en | Roosendaal | worden | deze | afzettingen | afgedekt | door | de | deels | eolische | en | deels fluviatiele | afzettingen | van | de | Formatie | van | Stramproy | , welke | vanaf | het | vroeg-Pleistoceen | zijn gevormd | onder | invloed van | de | Maas | en | Schelde. De | afzettingen | van | Waalre | en | Stramproy | worden | vanaf | het | Weichselien | (circa | 116. | 000 | tot | 11. 500 | jaar | geleden) afgedekt | met | eolische | zandafzettingen | van | de | Formatie | van | Boxtel. | Hierin | zijn | twee | pakketten | te onderscheiden | , die vroeger | gewoonlijk | met | de | termen | ‘Oud | Dekzand’ | en | ‘Jong | Dekzand’ | werden | aangeduid.

| Het | zogenoemde | ‘Oud Dekzand’ | is gevormd | in de | koudste | periode | van | het | Weichselien | , het | Pleniglaciaal | (circa | 73. 000 | tot 14. 650 | jaar | gelden). Het | dekzand | dat | toen | is gevormd | bestaat | vooral | uit | matig | fijn zand. | In het | zand | komen | vaak | dunnere | of | dikkere leemlagen | voor. | De | uitgestrekte | leemlagen | die | in delen | van | Noord-Brabant | voorkomen | worden | ook | wel | ‘Brabantse leem’ | genoemd. | In de | laatste | fase | van | het | Pleniglaciaal | snijden | zich | verschillende | stroomdalen | van | beekjes | met | een vlechtende | verloop | in dit | dekzand | in. Het | zogenoemde | ‘Jong | Dekzand’ | betreft | verstoven | en | opnieuw | gesedimenteerde afzettingen | van | vooral | Oud | Dekzand. | Het | Jong | dekzand | wordt | gerekend | tot | het | Laagpakket | van | Wierden | van | de Formatie | van | Boxtel. | Deze | zanden | dateren | uit | het | Laat-Glaciaal | (circa | 14. 650 | tot | 11. 650 | jaar | geleden) | en | zijn gevormd in de | koude | perioden | daarin.

| Gedurende | de | warmere | perioden | voorafgaand | aan | het | Oude | Dryas | (het | Bølling- interstadiaal) | en | tussen | het | Oude | en | Jonge | Dryas | (het | Allerød-interstadiaal) | verdiepen | zich | meanderende | rivieren | in de | reeds | aanwezige | pleniglaciale | dalvlaktes | , waardoor | ook | deze | dalen | deels | verder | verdiept | worden. | De | gedurende deze | periode | gevormde | beekdalafzettingen | worden | eveneens | tot | de Formatie | van | Boxtel | gerekend | en vormen | binnen deze | formatie | het | Laagpakket | van | Singraven. | Op | de | paleogeografische | kaart | die | de | situatie | omstreeks | 9000 | v. Chr. laat | zien | komt | er | een | beekdal | voor | in een | groot | deel | van | het | plangebied. | Op | basis | van | de | beschikbare | data | (zie onder andere | DINO-boringen) | hebben | zich | hierin | evenwel | geen | afzettingen | van | het | Laagpakket | van | Singraven | gevormd. 17 Tebbens | en Leenders | , 2016. 43 ARTEFACT PVE 195 BULKSTRAAT WOUW Paleogeografische kaart met de situatie omstreeks 9000 v. Chr. Bron: services. rce. geovoorziening.

nl 18 Op de Geologische Overzichtskaart van Nederland ligt het plangebied binnen een zone met code Sy1 , hetgeen betekent dat hier het Formatie van Stramproy aanwezig is , afgedekt met een dek van de Formatie van Boxtel daarentegen geeft aan dat de ondergrond in (rivierzand en -grind met een zanddek). De digitale geologische kaart het plangebied bestaat uit afzettingen van de Formatie van Waalre (WA1). De in de omgeving aanwezige Bx2 betreft beekdalen met afzettingen van Singraven (Formatie van Boxtel) op deze kaart worden de op de paleogegrafische kaart aangegeven vertakkende beekdalen vereenvoudigd weergegeven (zonder vertakkingen) , waardoor deze niet binnen het plangebied zijn aangegeven. De op de kaart aangegeven Bx4 betreft afzettingen van de Formatie van Boxtel – Laagpakket van Wierden en Sy betreft de Formatie van Stramproy . 19 18 19 TNO 2010 , naar De Mulder et al. 2003. TNO , beschikbaar via https://data.overheid.nl/datasets , geraadpleegd op 12-05-2025. 44 ARTEFACT | PVE | 195 | BULKSTRAAT | WOUW Projectie | van | het | plangebied | (in | rood) | en | de | hieronder | beschreven | DINO-boringen | (zwarte | stippen) | op | een | uitsnede | van | de Geologische | Kaart | van | Nederland. | Bron: | data. | overheid. | nl en | Dino-loket | , dd. | 12-05-2025.

Raadpleging | van | de | ondergrondgegevens | in | het | DINO-loket | 20 leert | dat | binnen | het | plangebied | drie | boringen | bekend zijn. | Deze | boorprofielen | bestaat | uit: - | 1: B49E0249: | tot | 05 , | m | -mv | (59 , | m | +NAP) | opgebrachte | en | omgewerkte | zanden | , op | zandafzettingen | van | de Formatie | van | Boxtel | (tot | 1 m | -mv/ | 54 , | m | +NAP) | op | afzettingen | van | de | Formatie | van | Waalre. - | 2: B49E0751: | tot | 07 , m | -mv | (57 , m | +NAP) | een | opgebracht | plaggendek | , op | zandafzettingen | van | de | Formatie van | Boxtel | (tot | 16 , m | -mv/ | 48 , m | +NAP) | op | afzettingen | van | de | Formatie | van | Waalre. - | 3: B49E0752: | tot | 2 m | -mv | (45 , | m | +NAP) | zandafzettingen | van | de | Formatie | van | Boxtel | op | afzettingen | van | de Formatie | van | Waalre. Duidelijk | mag | zijn | dat | er | binnen | het | plangebied | dagzomende | afzettingen | van | de | Formatie | van | Boxtel | aanwezig | zijn | die de | afzettingen | van | de | Formatie | van | Waalre | afdekken | (en | dat | deze | laatste | dus | niet | dagzomen | , zoals | op | basis | van | de geologische | kaart | kan | worden | verwacht).

| De | afzettingen | van | de | Formatie | van | Boxtel | worden | in het | zuiden | van | het plangebied | afgedekt | door | een | antropogeen | opgebracht | pakket | (plaggendek) | , centraal | lijkt | dit | dek | te | ontbreken (vermoedelijk | door | ontgronding). | Wat | de | situatie | is elders | in het | plangebied | is niet | te bepalen | op | basis | van | de | DINO- data. Op | de | Bodemkaart | van | Nederland | 21 ligt | het | plangebied | grotendeels | in | een | zone | met | hoge | zwarte | enkeerdgronden bestaande | uit lemig | fijn zand | (code | zEZ23t). | In het | noorden | en | oosten | betreft | dit laarpodzolgronden | in lemig | fijn zand (code | cHn23). | Deze | gronden | hebben | een | grondwatertrap | V-VI. | Dit | houdt | in | dat | de | gemiddeld | hoogste grondwaterstand | rond | 40 | cm | beneden | maaiveld | gelegen | is en | de | gemiddeld | laagste | grondwaterstand | op | meer | dan 20 www.dinoloket.nl | , geraadpleegd | op | 12-0-2025. 21 Digitale | versie | geraadpleegd | via | bodemdata.nl | , dd. | 09-01-2025. 45 ARTEFACT PVE 195 BULKSTRAAT WOUW 120 cm beneden maaiveld. De gronden zijn hierdoor goed tot zeer goed ontwaterd. In de ten westen en oosten van Wouw gelegen beekdalen bestaat de bodem uit beekeerdgronden (code pZg23 en aanverwanten).

De oudere Bodemkaart Ruilverkaveling Kruisland-Wouw , gepubliceerd door Bles en Steeghs in 1974 , laat een vrijwel gelijkaardig beeld zien. Volgens deze kaart komen in het grootste deel van het plangebied enkeerdgronden met een humushoudende bovenlaag van meer dan 50 cm voor (sterk en eer sterk lemige bovengrond , code EZ36). In het noordoosten betreft dit laarpodzolgrodnen (humushoudende bovengrond tussen 03 , en 05 , m dik , code Chn36). Uitsnede van de Bodemkaart Ruilverkaveling Kruisland-Wouw. Bron: Bles en Steeghs , 1974. Op de in 1975 door van Oosten gepubliceerdeGedetailleerde overzichtskaart van de Wouwse zandgronden worden binnen het plangebied dikke en matig dikke eerdgronden aangegeven. De dikke eerdgronden betreffen ‘hoog’ zonder roest in de donkere bovengrond (sterk lemig fijn zand , Ez43 ; zeer sterk lemig fijn zand , Ez54) en ‘hoog’ zonder roest in de lichtgekleurde bovengrond (zeer sterk lemig fijn zand , Eb44). De matig dikke eergronden bestaan uit (humus) podzolgronden met een matig dikke lichtgekleurde bovengrond (zeer sterk lemig fijn zand , cHb54) en (humus) podzolgronden met een matig dikke donkere bovengrond (zeer sterk lemig fijn zand , cHz54 en sterk lemig fijn zand , cHz53). In het zuidoosten maakt het plangebied deel uit van een leemgroeve (deze is later als stortplaats gebruikt) , is de bodem dan ook ontgraven.

46 ARTEFACT PVE 195 Uitsnede van de Gedetailleerde overzichtskaart van de Wouwse zandgronden. Bron: van Oosten , 1975. Uitsnede van de geomorfologische kaart. Bron: PDOK. BULKSTRAAT WOUW 47 ARTEFACT PVE 195 BULKSTRAAT WOUW 22 Op de Geomorfologische Kaart van Nederland ligt het plangebied in een gebied met terrasafzettingswelvingen (L41). Dit betreft fluviatiele afzettingen die afgedekt worden door dekzand. In het oosten bevindt zich een dekzandrug (B53) , al dan niet met een oud-bouwlanddek. Langs de westelijk rand van het plangebied ligt een dalvormige laagte (ontstaan onder periglaciale omstandigheden)(R23). In het zuidoosten bevindt zich een antropogene bodem , bestaand uit storthopen met grind (L91). Analyse van het AHN (zie bijlage 3) leert dat het plangebied zich op de noordelijke uitlopers van het Kempisch hoog bevindt (maaiveld op circa 10-15 m +NAP , ter plaatse van het plangebied circa 6-7 m +NAP). In het poldergebied ten noorden van het Kempisch hoog ligt het maaiveld een stuk lager (1 m – NAP en lager). Het Kempisch hoog wordt van zuid naar noord doorsneden door meerdere beekdalen. Detailbeelden van het AHN tonen aan dat het maaiveld in de omgeving van het plangebied een golvend verloop kent. Binnen het plangebied bedraagt de maaiveldhoogte circa 65 , tot 7 m +NAP in het zuiden en zuidoosten en 5 tot 55 , m +NAP in het noorden , noordoosten en westen.

Verder geeft het gedetailleerd beeld van de hoogtekaart geen specifieke aanwijzingen voor eventuele archeologische vindplaatsen in of rond het plangebied. Op de terreinen van de groothandel is een recente aarden wal (rode lijn) aanwezig. Projectie van het plangebied (in zwart) op bewerkte uitsnede Actueel Hoogtebestand Nederland. Bron: www. pdok. nl (AHN4 05 , meter raster DTM). 22 Digitale versie geraadpleegd via het pdok , dd. 13-05-2025. 48 ARTEFACT | PVE | 195 | BULKSTRAAT | WOUW Projectie | van | het | plangebied | (in zwart) | op | bewerkte | uitsnede | Actueel | Hoogtebestand | Nederland. | Bron: | www. | pdok. | nl (AHN4 05 , meter | raster | DTM). De | Archeologische | Monumentenkaart | (AMK) | is een | digitaal | bestand | waarin | de | archeologische | monumententerreinen | , waaronder | de | wettelijk | beschermde | monumenten | , werden | bijgehouden. | Sinds | 2014 | wordt | dit | bestand | echter | niet meer | bijgewerkt | , waardoor | het | als statisch | bestand | kan | worden | beschouwd. | Het | plangebied | is niet | gelegen | binnen | een archeologisch | monument | en | ook | in de | omgeving | van | het | plangebied | bevinden | zich | geen | monumenten. Het | plangebied | is gelegen | binnen | een | voormalig | onderzoeksgebied | uit | 2009 | (nr.

| 1 in | de | tabel) | , dit | betreft | een gemeente-dekkend | bureauonderzoek | uitgevoerd | bij het | opstellen | van | de | gemeentelijke | erfgoedkaart. | De | noordelijke rand | van | het | plangebied | overlapt | met | een | onderzoeksgebied | waarvoor | in 2020 | een | bureauonderzoek | is uitgevoerd | (nr. 2 in de | tabel). | Voor | die | delen | die | overlappen | met | het | huidig | plangebied | is in dit | bureauonderzoek | langs | de | Bulkstraat een | middelhoge | verwachting | voor | het | midden-paleolithicum | tot | vroege | middeleeuwen | bepaald (terrasafzettingwelvingen | met | dekzand) | met | die | kanttekening | dat | het | hier | mogelijk | ook | een | beekdal | betreft | en | dat | in dat | geval | slechts | een | lage | verwachting | geldt. | Voor | het | noordwesten | is een | lage | verwachting | bepaald | voor | nederzetting (beekdal). | 23 De | Bulkstraat | maakt | tevens | deel | uit van | het | onderzoeksgebied | van | een | in 2024-2025 | uitgevoerd | bureauonderzoek | (nr. 3 in de | tabel) | dat | opgesteld | is in het | kader | van | de | geplande | aanleg | van | nieuwe | kabels. | Het | traject | in de Bulkstraat | zal hierbij | middels | gestuurde | boringen | gebeuren | , hier | is dan | ook | geen | vervolgonderzoek | aanbevolen. | 24 23 Verboom-Jansen | , 2020. 24 Tejero | y Cedillo | , 2025.

49 ARTEFACT | PVE | 195 | BULKSTRAAT | WOUW Verwachtingskaart | uit het | bureauonderzoek | van | 2020. | Het | huidig | plangebied | is met | een | rode | lijn aangegeven. | Bron: | Verboom- Jansen | , 2020. Direct | grenzend | aan | het | westen | van | het | plangebied | is in het | verleden | een | bureauonderzoek | , proefsleuvenonderzoek en opgraving | uitgevoerd | in het | kader | van | de | ontwikkeling | van | de | heden | aanwezige | woonwijk | (nr. 4 , 5 en | 6 in de | tabel). Op | basis | van | het | bureauonderzoek | gold | er | een | verwachting | voor | resten | uit | het | laat-paleolithicum | tot | de | nieuwe | tijd. Er | werd | dan | ook | een | vervolgonderzoek | aanbevolen. | 25 | Tijdens | het | eveneens | in | 2017 | uitgevoerde proefsleuvenonderzoek | zijn volgens | de | eerste | bevindingen | meerdere | perceelsgreppels | uit de | nieuwe | tijd aangetroffen. Ter | plaatse | van | proefsleuven | 9 , 10 | , 11 , 14 , 18 , 19 | en | 22 | zijn | in totaal | een | 60-tal | (paal)kuilen | aangetroffen | die | op | basis van | gevonden | aardewerk | uit | de | ijzertijd | stammen. | Deze | sporen | vormen | een | deel | van | 1 | of | meerdere (boerderij)plattegronden | en | bijgebouw(en). | Verder | naar | het | zuiden | zijn | er ook | 2 spiekers | vastgesteld.

| Het | onderzoek is niet | in een | afzonderlijk | rapport | verwerkt | en | wordt | samen | met | de | resultaten | van | de | hierna | uitgevoerde | opgraving uitgewerkt. | Tijdens | de | in | 2018-2019 | uitgevoerde | opgraving | zijn | volgens | de | eerste | bevindingen | vermoedelijk | twee erven | en | aangrenzende | akkers | uit | de | late | ijzertijd | aangetroffen. | Hierbij | dient | rekening | gehouden | te | worden | dat | de structuren | niet | noodzakelijk | gelijktijdig | zijn. | In totaal | zijn | er 8 gebouwen | van | het | type | Oss-Ussen | 4B | of 5A | , meer | dan 26 | 4- | of 6-palige | spiekers | en | 2 waterputten | vastgesteld. | Eén | van | deze | waterputten | bevatte | onderin | nog | een | halve boomstam. | Deze | waterput | is | verder | tot | drie | keer | toe | heraangelegd/ | hersteld. | Onderin | de | put | konden | namelijk | drie aparte | ingravingen | onderscheiden | worden. | Er | is ook | een | erf | uit de | late | middeleeuwen | (1000-1250 | n. Chr. | ) aangetroffen. Aan | deze | periode | kunnen | drie | waterkuilen | , één | boomstamput | , één | (bij)gebouw | en | spiekers | verbonden | worden. | Verder zijn | er ook | indicaties | van | metaalproductie | (metaalslakken | en | twee | wolven) | en | spinnen | (twee | spinklosjes) | vastgesteld. Het | meest | voorkomende | aardewerk | is kogelpot | en | Pingsdorf.

| Ook | deze | opgraving | is niet | afzonderlijk | uitgewerkt | , er diende | namelijk | een | tweede | fase | opgegraven | worden | ten | westen | hiervan | (nr. | 7 in de | tabel) | , welke | voorzien | werd | voor 2023. | Tijdens | deze | in | 2023 | uitgevoerde | tweede | fase | van | de | opgraving | zijn | nog | meer | sporen | uit | de | late | ijzertijd aangetroffen | en | groot | deel | van | een | erf uit | de | late | middeleeuwen | met | een | bootvormige | boerderijplattegrond | , enkele 25 Van | den | Bosch | en | Ras | , 2017. 50 ARTEFACT PVE 195 BULKSTRAAT WOUW bijgebouwen en waterkuilen/putten (dit erf is reeds deels bij de voorgaande fase vastgesteld). De rapportage van dit en de voorgaande onderzoeken is lopende en zou moeten klaar zijn in 2026. Onderzoeken in de omgeving van het plangebied(straal 500 m). Gegevens ontleend aan Archis 3. Bron: Esri Nederland , Community Map Contributors 2024. Binnen een straal van 500 mvan het plangebied zijnnog verschillende archeologische onderzoeken uitgevoerd , deze zijn eveneens in de onderstaande tabel opgenomen. Er bevinden zich binnen 500 m van het plangebied geen vondstlocaties. Nr. Onderzoek nummer Uitvoerder Aard en resultaten onderzoek 1 2247315100 Oranjewoud Bureauonderzoek (2009) bij het opstellen van de Erfgoedkaart gemeente Roosendaal.

Bureauonderzoek (2020) in het kader van een geplande de realisatie van een retentiebekken en het verbreden van een aantal watergangen in het gebied tussen de Roosendaalsebaan en de Bulkstraat. Op basis van het onderzoek is door het bevoegd gezag besloten dat ter plaatse van het geplande retentiebekken een proefsleuvenonderzoek noodzakelijk is. De uit te graven waterberging valt op de overgang van een dekzandrug naar een beekdal , waarbij de dekzandrug noordwaarts van de geplande waterberging ligt. Op een dergelijk overgangsterrein is iets westwaarts langs de Roosendaalsebaan in het verleden een vindplaats uit de Romeinse tijd aangetroffen. 2 4807401100 Transect 51 ARTEFACT | PVE | 195 | BULKSTRAAT | WOUW Nr. | Onderzoek | nummer | Uitvoerder | Aard | en | resultaten | onderzoek 3 | 567103110 | Antea | Bureauonderzoek | (2025) | vervolgonderzoek | geadviseerd | in | die zones | waar | de | kabels | in een | open | ontgraving | worden | gerealiseerd en er | nog | geen | gekende | verstoring | aanwezig | is. 4 | 4574754100 | SOB | Research | Bureauonderzoek | (2017) | , er | is een | vervolgonderzoek | aanbevolen voor | het | volledige | onderzochte | gebied. 5 | 4576155100 | SOB | Research | Poefsleuvenonderzoek | (2017). | Sporen | uit de | nieuwe | tijd en | ijzertijd aangetroffen. | Er is vervolgonderzoek | noodzakelijk.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.roosendaal.nl/api/v1/meetings/1948/documents/54671