CConstaterende datRoosendaal
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 9 Archeologie PvE Proefsleuvenonderzoek (Geanonimiseerd)

Commissie 17 september 2026, gemeente RoosendaalBij agendapunt: 6: Raadsvoorstel Vaststelling wijziging omgevingsplan Wouwse Weide16.424 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

6 | 4581971100 | SOB | Research | Opgraving | 2018-2019. | Erven | uit | de | late | ijzertijd | en | late middeleeuwen | aangetroffen. | Er is nog | een | tweede | fase | ten | westen van | deze | onderzoekslocatie | noodzakelijk. 7 | 5317629100 | SOB | Research | Opgraving | 2023 | , tweede | fase | van | voorgaand | onderzoek. | Er zijn | nog meer | sporen | van | erven | uit | de | late | ijzertijd | en | late | middeleeuwen aangetroffen. 8 | 5336404100 | BAAC | Booronderzoek | (2023). | Onder | bouwzand | is nog | een | restant | van een | plaggendekaanwezig. | In één | boring | is nog | een | B-horizont aanwezig | , in de | overige | boringen | betreft | het | een | AC-profiel. | Er is een | vervolgonderzoek | aanbevolen. 9 | 5739048100 | BAAC | Archeologische | begeleiding | (in vervolg | op bovenstaand onderzoek | , 2025) | , volgens | de | eerste | bevindingen | is een | gracht aangesneden | die | rondom | een | omgrachte | terrein | heeft | gelopen. Verder | zijn ook | een | smallere | greppel | , een | aantal | moesbedden | , een paalspoor | en twee | granaatinslagen | uit de | WOII | (Britse | 5. 5 inch granaatscherven) | aangetroffen. 10 | 4763054100 | Aeres | Booronderzoek | (2020). | Hieruit | blijkt | dat | de | bodemopbouw | binnen het | plangebied | niet | meer | intact | is.

Er | is sprake | van | een | AC-profiel | , waarbij | de | A een | recent | geroerd | pakket | betreft. | Enkel | in boring | 6 kan | nog | gesproken | worden | van | een | plaggendek | maar | ook | hier | is de oorspronkelijke | (podzol) | bodem | niet | meer | aanwezig. | Door | de aftopping | van | de | bodem | is de | archeologische | verwachting bijgesteld | naar | laag | en is er | geen | vervolgonderzoek | aanbevolen. 11 | 2136531100 | Becker | en | Van | Booronderzoek | (2006). | Er is een | grote | mate | van | verstoring | in het de Graaf | plangebied | vastgesteld | , de verwachting | is dan | ook | dat | er geen archeologische | resten | in situ | meer | aanwezig | zullen | zijn. Er | is geen vervolgonderzoek | aanbevolen. 12 | 5309091100 | BAAC | Bureauonderzoek | (2022) | voor | een | lang | lineair | traject | gevormd door | de | bestaande | spoorlijnen | tussen | Kijfhoek | en | de Belgische grens | (met | enkel | vertakkingen). | Hierbij | is slechts | een | globale verwachting | opgesteld. 13 | 2150796100 | RAAP | Bureauonderzoek | (2007) | voor | een | grootschalig | lineair | traject tussen | globaal | Papendrecht | en | Sas | van | gent. | Geen | verdere informatie | beschikbaar | in Archis. 14 | 4632928100 | Arcadis | Bureauonderzoek | (2018) | voor | een | lineair | traject | tussen | Rilland | en Tilburg | (TenneT | Zuid | West | 380 | Oost).

| Het | in Archis | opgenomen rapport | betreft | uitsluitend | een | kleine | zone | bij Rilland. 15 | 5083466100 | Arcadis | Bureauonderzoek | (2021) | voor | hetzelfde | traject | (TenneT | Zuid | West 380 | KV). | Hierbij | is slechts | een | zeer | algemene | verwachting opgesteld | (laag | tot hoog | voor | het | dekzand | voor | resten | uit de prehistorie | tot | nieuwe | tijd | voor | het | grondgebied | van | de | Gemeente Roosendaal). 16 | 509255100 | RAAP | Booronderzoek | (2021) | op | 49 | assetlocates | , in vervolg | op bovenstaand | onderzoek. | Geen | van | de | onderzochte | locaties | is gelegen | binnen | 500 | m van | het | huidig | plangebied. 17 | 5107700100 | Arcadis | Bureauonderzoek | (2021). | Op | basis | van | het | onderzoek | geldt | voor nagenoeg | het | gehele | toenmalige | plangebied | een | verwachting | op resten | vanaf | het | laat-paleolithicum. | Historisch | kaartmateriaal 52 ARTEFACT PVE 195 BULKSTRAAT WOUW Nr. Onderzoek nummer Uitvoerder Aard en resultaten onderzoek toont aan dat er zich verschillende historische erven binnen het onderzoeksgebied bevinden. Uit de periode Tweede Wereldoorlog kunnen resten van stellingen , wapenuitrusting en niet gesprongen explosieven worden aangetroffen. Er is een vervolgonderzoek (booronderzoek) aanbevolen.

Booronderzoek (2021) in een lineair traject (aanleg middenspanningskabel in de Gemeente Roosendaal). Hierbij zijn ook een aantal boringen uitgevoerd op net iets meer dan 500 m ten zuiden van het huidig plangebied (in de berm langs de Plantagestraat). Hier is de bodem telkens verstoord tot in de C- horizont. Voor deze zone is dan ook geen vervolgonderzoek aanbevolen. . 18 5030312100 Antea 1. 7Opstellen gespecificeerde verwachting en formuleren onderzoeksstrategie Op basis van de hierboven beschreven informatie over de huidige situatie , de aardwetenschappelijke , de historische situatie en bekende archeologische waarden kan een specifieke archeologische verwachting worden opgesteld voor het plangebied. Op basis van de verzamelde aardwetenschappelijke gegevens valt in het plangebied waarschijnlijk pleistoceen dekzand (Formatie van Boxtel) in de ondergrond te verwachten met hierop een plaggendek. Onder de Formatie van Boxtel bevinden zich afzettingen van de Formatie van Waalre. Langs de westelijke rand bevindt zich een dalvormige laagte die over gaat op een dekzandrug (in het westen). Op de top van het dekzand kunnen zich oppervlaktevindplaatsen uit het paleolithicum tot neolithicum bevinden , voor de periode vanaf het mesolithicum kunnen ook vindplaatsen met grondsporen aangetroffen worden.

Voorwaarde voor in-situ vondsten van oppervlaktevindplaatsen uit het paleolithicum tot neolithicum is dat het dekzand intact bewaard is gebleven (er een intact podzolprofiel wordt vastgesteld). Waar het dekzand bovenin aangetast is of opgenomen in een plaggendek , zoals dit naar verwachting het geval is binnen het plangebied , zullen deze oppervlaktevindplaatsen verdwenen zijn , wel kunnen in het aanwezige plaggendek vondsten aangetroffen worden die zich niet meer in-situ bevinden. In de top van het dekzand kunnen verder ook nog restanten van grondsporen uit het mesolithicum en neolithicum worden vastgesteld. Vindplaatsen uit de bronstijd tot vroege middeleeuwen zijn eveneens te verwachten bovenin het dekzand. Dergelijke vindplaatsen kenmerken zich hoofdzakelijk door de aanwezigheid van tal van grondsporen en kunnen dan ook aangetroffen worden waar het podzoprofiel onder het plaggendek niet intact bewaard is gebleven. Eerder uitgevoerd onderzoek onmiddellijk ten westen van het plangebied heeft dan ook een vindplaats uit de late ijzertijd aan het licht gebracht. In en op het plaggendek kunnen verder ook vindplaatsen worden verwacht vanaf de late middeleeuwen , deze sporen kunnen door lopen tot onder het plaggendek. Zo is onmiddellijk ten westen van het plangebied reeds een e vindplaats uit de late middeleeuwen vastgesteld.

Er zijn anders dan de een twijfelachtige cartografische bron uit de 18 eeuw geen aanwijzingen voor bewoning in het gebied in de nieuwe tijd. Datering Paleolithicum Complextype Kampementen – losse mobilia. Soort vindplaats Mogelijk vondststrooiing ; off-site vindplaatsen. Omvang 5 tot 10 m². 53 ARTEFACT PVE 195 BULKSTRAAT WOUW Uiterlijke kenmerken De archeologische resten zullen zich kenmerken door vuurstenen (werktuigen en afslagen). Tevens bestaat de mogelijkheid dat ondiepe grondsporen (haardplaatsen) kunnen worden aangetroffen , deze kunnen zich kenmerken door de aanwezigheid van houtskool. Datering Mesolithicum – middeleeuwen. Complextype Mesolithicum -neolithicum: kampementen –losse mobilia. Bronstijd-middeleeuwen: algemeen – niet gespecificeerd: bewoning , begraving , agrarische productie en voedselvoorziening. Mogelijk vondststrooiing ; off-site vindplaatsen ; vindplaatsen met grondsporen. Soort vindplaats Omvang 500 tot 2. 000 m². Uiterlijke kenmerken Mesolithicum-neolithicum: Voorkomen van archeologische indicatoren zoals aardewerk , verbrand bot , vuursteen , verbrande botanische resten. Maar ook indicatoren die niet met zekerheid als antropogeen kunnen bestempeld worden: onbewerkt natuursteen , onverbrand bot , onverbrand botanisch materiaal.

Bronstijd-middeleeuwen: De archeologische resten zullen zich kenmerken door bewerkt natuursteen (zoals maalstenen) , bewerkt organische resten (hout , bot) en aardewerk en bouwkeramiek. Tevens bestaat de mogelijkheid dat er houtskool wordt aangetroffen. Nederzettingsterreinen kunnen zich ook vertalen in een zwak heterogene leeflaag. Voor het plangebied geldt op basis van de gemeentelijke archeologische beleidskaart deels een lage verwachting (centrale deel met terrasafzettingswelvingen) en deels een hoge verwachting (dekzandrug in het oosten en dalvormige laagte die over gaat op een dekzandrug in het westen). Echter , het grootse deel van het plangebied is gelegen in een zone waar ontgronding heeft plaatsgevonden. Naar verwachting is het potentieel archeologisch niveau dan ook verstoord binnen grote delen van het plangebied en mag aangenomen worden dat de archeologische verwachting hier komt te vervallen. In de gemeentelijke beleidsstukken geldt voor het plangebied dan ook grotendeels geen dubbelbestemming inzake archeologie. Er zijn binnen het plangebied slechts twee zones waarvoor een dubbelbestemming van kracht is: - In het oosten is dit ter plaatse van de dekzandrug.

Hier geldt op basis van het hierboven omschreven verwachtingsmodel grotendeels een lage verwachting voor oppervlaktevindplaatsen uit het paleolithicum tot neolithicum , een middelhoge verwachting voor vindplaatsen met grondsporen uit het mesolithicum en neolithicum en een hoge verwachting voor vindplaatsen met grondsporen vanaf de bronstijd tot late middeleeuwen. - In het noordwesten is deze zone deels ter plaatse van de overgang van de dalvormige laagte naar de ten westen hiervan gelegen dekzandrug. Hier geldt op basis van het hierboven omschreven verwachtingsmodel een lage verwachting voor oppervlaktevindplaatsen uit het paleolithicum tot neolithicum , een middelhoge verwachting voor vindplaatsen met grondsporen uit het mesolithicum en neolithicum en een hoge verwachting voor vindplaatsen met grondsporen vanaf de bronstijd tot late middeleeuwen. Mogelijk bevindt zich hier het vervolg van de vindplaatsen uit de late ijzertijd en late middeleeuwen die bij eerde onderzoek onmiddellijk westelijk van het plangebied zijn aangetroffen.

In het oosten van deze zone met een dubbelbestemming inzake archeologie is op de gemeentelijke archeologische beleidskaart een lage verwachting opgenomen , echter gelet op de nabijheid van vindplaatsen uit de late ijzertijd en late middeleeuwen en de ligging onmiddellijk grenzend aan de dalvormige laagte wordt deze verwachting deels naar boven bijgesteld. Hier geldt vooralsnog een lage verwachting voor oppervlaktevindplaatsen uit het 54 ARTEFACT PVE 195 BULKSTRAAT WOUW paleolithicum tot neolithicum en een middelhoge verwachting voor vindplaatsen met grondsporen uit het mesolithicum tot en met late middeleeuwen. Verwachtingskaart voor die zones waarvoor een dubbelbestemming inzake archeologie van kracht is. Bron: Bron: Esri Nederland , Community Map Contributors 2024. Advies (enonderzoeksstrategie) In bovenstaande hoofdstukken wordt het grote archeologisch potentieel binnen het plangebied geïllustreerd. Uit het bureauonderzoek blijkt dat in die delen van het plangebied waarvoor een dubbelbestemming inzake archeologie van kracht is een lage verwachting geldt voor oppervlaktevindplaatsen uit het paleolithicum tot neolithicum , een middelhoge verwachting voor vindplaatsen met grondsporen uit het mesolithicum en neolithicum en een (middel)hoge verwachting voor vindplaatsen met grondsporen vanaf de bronstijd tot late middeleeuwen.

Op basis van de hierboven geschetste archeologische verwachting wordt de kans reëel geacht dat er zich binnen het plangebied archeologische vindplaatsen bevinden. De kans dat eventuele vindplaatsen verstoord zullen worden door de toekomstige bodemingrepen is aldus groot. Het plangebied is dan ook nog niet voldoende onderzocht , een vervolgonderzoek wordt noodzakelijk geacht. Conform de regels die openomen zijn in de Regionale Richtlijnen Archeologie (versie 1 , mei 2024) dient dit vervolgonderzoek de vorm aan te nemen van een proefsleuvenonderzoek. Dit advies is voorgelegd aan en beoordeeld door het bevoegd gezag. Bij deze beoordeling is gebleken dat het al-dan- niet toekennen van een dubbelbestemming zoals deze heden geldt voor het Bestemmingsplan Wouw Buitengebied met het opstellen van een nieuw waardenkaart in 2024 , welke evenwel nog niet vastgesteld is , in vraag wordt gesteld. De ontgronding waarvoor in 1972 een vergunning is verleend lijkt namelijk zeer waarschijnlijk nooit uitgevoerd. Op basis van de nieuwe waardenkaart geldt dan ook voor de volledige dekzandrug nog een archeologische verwachting.

In overleg tussen de opdrachtgever en het bevoegd gezag is dan ook besloten om bij de uitvoering van het proefsleuvenonderzoek af te wijken van het vigerende bestemmingsplan en om ook onderzoek uit te laten voeren in 55 ARTEFACT PVE 195 BULKSTRAAT WOUW delen waarvoor heden geen dubbelbestemming van kracht is (en elders geen onderzoek uit te voeren waar wel een dubbelbestemming geldt). 56 ARTEFACT PVE 195 Bijlage 2 BULKSTRAAT WOUW Plangebied Ligging van het plangebied op een uitsnede van de Topografische Kaart. Bron ondergrond: Esri Nederland , Community Map Contributors. 57 ARTEFACT PVE 195 Bijlage 3 BULKSTRAAT WOUW Planvorming 58

ARTEFACT PVE 195 Bijlage 4 BULKSTRAAT WOUW Puttenplan 59

ARTEFACT PVE 195 BULKSTRAAT WOUW Bijlage 5 Te raadplegen specialisten/specialismen Vondstcategorie In PvE voorschrijven “Raadplegen bij PvA” In PvE voorschrijven “Raadplegen bij veldwerk” In PvE voorschrijven “Raadplegen bij uitwerking” Aardewerk Bouwmateriaal Metaal (ferro) Metaal (non-ferro) Slakmateriaal Vuursteen Overig natuursteen Glas Menselijk botmateriaal onverbrand Menselijk botmateriaal verbrand Dierlijk botmateriaal onverbrand Dierlijk botmateriaal verbrand Visresten Schelpen Hout Houtskool(monsters) Textiel Leer Submoderne materialen Monstername Algemeen biologisch monster (ABM) Algemeen zeefmonster (AZM) Pollen , diatomeeën en andere Monsters voor anorganisch chemisch Monsters voor micromorfologisch Monsters voor luminescentiedatering (OSL) 14 Monsters voor koolstofdatering (C) nee nee nee nee nee nee nee nee nee nee nee nee nee nee nee nee nee nee nee nee nee nee nee nee nee nee nee nee nee nee nee nee nee nee nee nee nee nee Ja* Ja* Ja* Ja* Ja* Ja* Ja* Ja* Ja* Ja* Ja* Ja* Ja* Ja* Ja* Ja* Ja* Ja* nee nee nee nee nee nee nee nee nee nee nee nee nee Ja Ja Ja Ja Ja Ja nee nee nee nee nee nee Ja Ja Ja DNA Dendrochronologisch monster Ja* maar enkel voor eventuele nadere analyse. (Globale) determinatie van het materiaal kan ook geschieden door de (Senior) KNA Archeoloog (MA). 60 ARTEFACT PVE 195 BULKSTRAAT WOUW 61

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.roosendaal.nl/api/v1/meetings/1964/documents/54671