CConstaterende datRoosendaal
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 7 Zienswijzenota

Gemeenteraad 24 september 2026, gemeente RoosendaalBij agendapunt: 5f: Raadsvoorstel Vaststelling TAM-omgevingsplanwijziging Heerma van Vossstraat 12a Roosendaal2.448 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Zienswijzenota Omgevingsplan wijziging “Heerma van Vossstraat 12 Roosendaal” Gemeente Roosendaal , juni 2026 1 1. INLEIDING EN DOEL Het doel van deze omgevingsplanwijziging is de realisatie van een nieuwbouwwoning en het wijzigen van de bedrijfswoning naar burgerwoning aan het adres Heerma van Vossstraat 12 te Roosendaal. Het is , op basis van de nu geldende planologische regels , niet mogelijk om de gewenste functie op deze locatie mogelijk te maken c. q. te waarborgen zonder een wijziging van het omgevingsplan. Het ontwerpomgevingsplan Heerma van Vossstraat 12 heeft met ingang van 8 december 2025 gedurende zes weken ter inzage gelegen. Tijdens deze periode heeft één belanghebbende een zienswijze tegen het ontwerpomgevingsplan ingebracht. In deze nota is de zienswijze samengevat en voorzien van een gemeentelijk antwoord. Opgemerkt wordt dat alle aspecten die wel in de zienswijzen zijn vermeld , maar wellicht niet in de samenvatting zijn weergegeven , mede in de beoordeling en overwegingen zijn betrokken. De samenvatting is alleen bestemd voor een zelfstandige leesbaarheid van de zienswijzenota. De reactie is gebaseerd op de originele zienswijze. Naar aanleiding van de zienswijze heeft een hoorzitting plaatsgevonden op 11 maart 2026. In deze rapportage zijn de NAW-gegevens (naam , adres , woonplaats) van de indieners van de reacties weggelaten.

Dit weglaten van de NAW-gegevens van indieners van reacties , de ‘anonimiseringsverplichting’ , vloeit voort uit de Algemene verordening persoonsgegevens (AVG). Daarin is bepaald dat NAW-gegevens van natuurlijke personen niet elektronisch beschikbaar mogen komen. Op rechtspersonen is dit niet van toepassing. De NAW- gegevens van de indieners zijn bekend bij de gemeente Roosendaal. 2. SAMENVATTING EN BEANTWOORDING ZIENSWIJZE Onderstaand zal eerst de zienswijze worden samengevat. Daarna volgt het gemeentelijk antwoord. 2. 1 Samenvatting zienswijze Indiener heeft ten opzichte van het ontwerp-omgevingsplan meerdere inhoudelijke punten ingediend. 2. 1. 1 Afstand van het bouwvlak Indiener geeft aan , mede naar aanleiding van een informeel gesprek van 7 januari jl. , dat onduidelijk is op welke minimale afstand de nieuwe woning zal worden gerealiseerd ten opzichte van de woning ten noorden van het plangebied. Op basis van de tekening en maatvoering zoals aangegeven wordt de nieuwe woning binnen 25 , m en mogelijk zelfs binnen 15 , m van de erfgrens te liggen. Op de tekening ontbreekt de afstand. De geringe afstand zal leiden tot vermindering van privacy , ten opzichte van de situatie in 2004 , en mogelijke inkijk in de tuin en woning ten opzichte van de woning ten noorden van het plangebied.

Doorgaans wordt een vrijstaande woning gerealiseerd op een afstand van ten minste 3 meter tot de zijdelingse perceelsgrens , op basis van het geldende bestemmingsplan. Het verzoek van indiener is om de maatvoering aan te passen en vast te leggen , zodat een afstand van 25 , m wordt gehouden. Bij voorkeur betreft dit een afstand van 3 m. 2 2. 1. 2 Privacy en geluidsoverlast De terreingrens aan de achterzijde van de woning van indiener loopt schuin weg. Hierdoor ontstaat vanuit de tuin van de nieuwbouwwoning inkijk in de woonkamer. Indiener acht dit een significante aantasting van de privacy. Indien een terras wordt gerealiseerd in de noordwesterhoek van de achtertuin van de nieuwe woning , wordt gevreesd voor geluidsoverlast voor de woning en het kantoor van indiener. Er is een voorstel gedaan door indiener bij de initiatiefnemers om de terreingrenzen aan te laten passen. Hier is niet op ingegaan door de initiatiefnemers. Indiener benadrukt de gevolgen van de planwijziging: Privacyverlies , verhoging van het geluidsoverlast en een ruimtelijke en sociale negatieve impact op het woongenot en leefkwaliteit. Indiener verzoekt de terreingrenzen te herzien middels grondruil/verkoop. Indien dit niet mogelijk is , verzoekt indiener om een beperking op de noordwesterhoek te vestigen om het plaatsen van een terras tegen te gaan.

Ook verzoeken zij om een verplichting voor een groene erfafscheiding. 2. 1. 3 Onvoldoende participatie Indiener geeft aan teleurgesteld te zijn over de mate van participatie. Ondanks herhaaldelijk verzoek is geen mondeling gesprek aangegaan met de initiatiefnemers. Indieners zijn onvoldoende geïnformeerd en hebben onvoldoende tijd gekregen om zorgen te uiten. Er is onvoldoende mogelijkheid gegeven om alvorens het publiceren van het ontwerpomgevingsplan , de belangen en bezwaren over te brengen. Indiener verzoekt om erkenning dat er onvoldoende participatie heeft plaatsgevonden. 2. 2 Samenvatting verslag hoorzitting Op 11 maart 2026 heeft een hoorzitting plaatsgevonden. Tijdens de hoorzitting is indiener in de mogelijkheid gesteld om diens zienswijze verder toe te lichten. Dit verslag is separaat naar de indiener gestuurd. De mondelinge toelichting is verwerkt in dit document. Tijdens de hoorzitting zijn eveneens vragen gesteld door de aanwezige raadsleden , die ter plaatse voorzien zijn van een ambtelijk antwoord. 2. 3 Beantwoording Per onderwerp is de zienswijze voorzien van een antwoord. De zienswijze heeft merendeels betrekking tot de nieuw te bouwen woning , toekomstig bekend als de Heerma van Vossstraat 12A te Roosendaal. In de beantwoording wordt dan ook met ‘nieuwe woning’ dit bouwvlak bedoeld. 2. 3.

1 Afstand van het bouwvlak De afstand wordt aangepast Indiener verzoekt om de afstand te vergroten naar in ieder geval 25 , meter , maar het liefst 3 meter vanaf de zijdelingse perceelsgrens. Dit verzoek wordt gehonoreerd. Het bouwvlak 3 wordt verschoven naar een afstand van 3 meter , gemeten vanaf de kortste afstand van de zijdelingse perceelsgrens. Voor zover kadastraal perceel met nummer 6494 ooit zou zijn aangekocht als buffer , dient te gelden dat de huidige planologie leidend is voor de planologische mogelijkheid om nu al op dit perceel gebouwen te realiseren. Deze beperking bestaat niet binnen dit kadastraal perceel. In de huidige planologie was het al planologisch mogelijk om bijgebouwen te realiseren. Afstand i. r. t. planregels Tijdens het aanpassen van het bouwvlak en tijdens de mondelinge toelichting van de zienswijze is gebleken dat de planregels betreffende de afstand tot de zijdelingse perceelsgrens voor hoofdgebouwen , zijnde artikel 9. 2 onder f en g , niet haalbaar is binnen het ontwerp. Naar aanleiding van intern stedenbouwkundig advies is het echter wel aanvaardbaar dat er een minimale afstand is van 2 meter van het hoofdgebouw van de nieuwe woning en de zijdelingse perceelsgrens richting de voormalige bedrijfswoning.

Omdat het binnen de planregels lastig is om deze differentie in te bouwen (aan de ene kant wel 3 meter , aan de andere kant 2 meter) worden deze planregels verwijderd. De ligging en afstand van het hoofdgebouw wordt daarmee gekoppeld aan het aangewezen bouwvlak. Belangenafweging & conclusie De belangen van indiener bij meer afstand zijn afgewogen tegen het belang van initiatiefnemers bij een uitvoerbaar bouwplan. Het verzoek om aan de noordzijde 3 meter aan te houden wordt gevolgd en het bouwvlak wordt daarop aangepast. Aan de zijde van de voormalige bedrijfswoning is een afstand van 2 meter ruimtelijk aanvaardbaar. Omdat deze differentiatie niet goed in de planregels kan worden vastgelegd , vervallen artikel 9.2 , onder f en g , en wordt de situering van het hoofdgebouw gekoppeld aan het bouwvlak. Het plan wordt op dit onderdeel aangepast. Er ontstaat een nieuw bouwvlak. Indiener geeft aan dat de maten zoals de afstand tussen de nieuwe woning en de zijdelingse perceelsgrens ontbreekt uit de verbeelding en de motivering. Het letterlijk opnemen van afstanden binnen de verbeelding is niet technisch mogelijk. Alle maatvoeringen , zoals de afstanden tot de perceelsgrens en de breedte en lengte van het bouwvlak zijn na te meten via de meettool van Regels op de Kaart (www. omgevingsloket. nl). 2. 3.

2 Privacy en geluidsoverlast De grondruil kan niet meegenomen worden Het is belangrijk om te benadrukken dat de gemeente niet bevoegd is om te sturen op grondruil of grondverkoop tussen particuliere eigenaren. Dat is een privaatrechtelijke aangelegenheid tussen betrokken partijen. De planprocedure kan daarin geen verplichtingen opleggen. De ontwikkelaar heeft aangegeven geen interesse te hebben , de gemeente kan hier verder geen rol in spelen. Plaatsen van een terras We begrijpen de zorg over mogelijke inkijk en geluid als er in de noordwesthoek van de achtertuin een terras komt. Echter , het realiseren van een terras of plaatsen van tuinmeubilair valt onder normaal gebruik. Planologisch gezien kan hier niet tot weinig op gestuurd worden. Hieronder wordt dit verder uitgelegd. 1. Terras in relatie tot vergunningsvrij bouwen Onder de Omgevingswet en het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl) zijn zaken zoals tuinmeubilair veelal vergunningvrij of zelfs geen omgevingsplanactiviteit. 4 Daarnaast heeft de Afdeling bestuursrechtspraak geoordeeld dat planregels vergunningvrije mogelijkheden niet mogen wegregelen , onder andere bij tuinmeubilair en vergelijkbare objecten (ECLI:NL:RVS:2020:1413). Dit bevestigt dat een omgevingsplan niet kan bepalen waar iemand in zijn tuin een terras of tuinmeubel mag hebben en hier dus ook geen beperking voor kan opleggen. Dit is in strijd met het Bbl.

2. Een terras is normaal gebruik bij de woning Binnen de functietoedeling van het perceel als functie wonen hoort het gebruik van de bijbehorende buitenruimte voor verblijf , zoals een terras , tuinset of looppad , tot het normaal gebruik van de woonfunctie. Het omgevingsplan stuurt op activiteiten die gevolgen hebben voor de fysieke leefomgeving , zoals bouwactiviteiten of planologisch relevant gebruik , maar niet op de exacte plek waar bewoners in hun tuin verblijven. Een verplicht aan te houden terrasvrije zone zou impliceren dat bewoners zich in dat deel van hun tuin niet mogen bevinden. Dit houdt in dat een deel van het perceel functioneel buiten de woonfunctie wordt geplaatst: het gebruik van de tuin voor reguliere verblijfsactiviteiten zou daar niet toelaatbaar zijn. Daarmee zou het omgevingsplan zeggen dat normaal verblijfsgebruik (zoals zitten in de tuin) daar niet aanvaardbaar is vanwege de ligging ten opzichte van naastgelegen erven. Dat past niet in de systematiek van de Omgevingswet , waarin het normaal gebruik van een perceel binnen de toegedeelde functie uitgangspunt is , tenzij er duidelijke en zwaarwegende redenen zijn om dat gebruik te beperken. Dat is alleen gerechtvaardigd wanneer dit noodzakelijk is voor een evenwichtige toedeling van functies aan locaties (ETFAL).

Uit de feiten en omstandigheden is niet gebleken dat er een dusdanige onrechtvaardige situatie ontstaat in deze hoek van het perceel wanneer deze de functie wonen toegewezen krijgt. De situatie dat terrassen van naastgelegen woningen dicht op elkaar liggen is binnen de stedelijke omgeving veel voorkomend. Hoewel dit zou kunnen leiden tot geluidsoverlast (zoals praatgeluid) , is dit niet in aard en omvang van dusdanige aard dat er een onaanvaardbare situatie ontstaat. Er is sprake van een ETFAL. Groene erfafscheiding Ook het verzoek om een verplichting voor een groene erfafscheiding over te nemen wordt niet gevolgd. Daarbij wordt ook aansluiting gezocht bij het bovenstaande , dat het inperken van vergunningsvrije mogelijkheden niet zomaar mogelijk is binnen het omgevingsplan. Dit zou alleen kunnen als daar gegronde redenen zijn vanuit een stedenbouwkundig opzicht , beeldkwaliteit of landschappelijke inpassing. In dit geval zijn er geen zwaarwegende redenen om deze beperking op te leggen. Wel is het zo dat er in de feitelijke situatie al een heg aanwezig is. Er is geen voornemen geuit door de initiatiefnemers om de heg te verwijderen. Voor de nieuwe woning is er ook een belang om inkijk zoveel mogelijk te verminderen , waar de bestaande heg aan bijdraagt.

We begrijpen dat de indiener zorgen heeft over privacy en mogelijke geluidsoverlast , maar vanuit ruimtelijk oogpunt zijn er geen gegronde redenen om de gevraagde wijzigingen door te voeren. Belangenafweging & conclusie Bij de beoordeling zijn de belangen van indiener bij het behoud van privacy , het voorkomen van geluidhinder en het behoud van het huidige woongenot afgewogen tegen de belangen van initiatiefnemers om het perceel overeenkomstig de toegedeelde woonfunctie te kunnen gebruiken en in te richten. Daarbij is ook het algemene belang betrokken van een doelmatige benutting en normaal gebruik van een woonperceel binnen bestaand stedelijk gebied. Het belang van indiener is begrijpelijk en is nadrukkelijk meegewogen. Tegelijkertijd geldt dat enige mate van inkijk en hinder als gevolg van normaal woongebruik in een 5 stedelijke woonomgeving niet volledig kan worden uitgesloten. Van een planologisch onaanvaardbare aantasting van het woon- en leefklimaat is in dit geval geen sprake. Daarbij is van belang dat reeds een heg aanwezig is die zichtlijnen beperkt , dat het gebruik van een tuin en terras behoort tot het normale gebruik van een woonperceel en dat niet is gebleken van bijzondere omstandigheden die een verdergaande planologische beperking noodzakelijk maken.

Alles afwegend bestaat daarom geen ruimtelijke noodzaak om een terrasvrije zone op te leggen of een groene erfafscheiding verplicht voor te schrijven. Dergelijke regels zouden een onevenredige beperking vormen van regulier woongebruik , zijn juridisch niet passend en voegen ruimtelijk onvoldoende toe. Het plan wordt op deze punten dan ook niet aangepast. 2. 3. 3 Participatie Voor dit initiatief is een vorm van participatie ingezet die past bij de schaal en impact van het plan. Er zijn twee contactmomenten geweest in de vorm van e-mails aan de omwonenden , waarin het plan is uitgelegd en is gevraagd om eventuele reacties. Binnen de Participatieverordening Roosendaal staat centraal dat belanghebbenden tijdig worden geïnformeerd en een kans krijgen om te reageren ; de verordening schrijft niet voor in welke vorm dit gebeurt of binnen een bepaald termijn. Het gaat erom dat mensen weten wat er speelt en dat hun input kan worden opgehaald op een manier die past bij de omvang van het project. Als we dit plaatsen op de participatieladder , dan past deze aanpak bij de trede “informeren” tot “raadplegen”. Dat betekent dat omwonenden de mogelijkheid krijgen om hun mening of zorgen te delen , maar dat het initiatief niet in samenspraak hoeft te worden opgesteld.

Die aanpak sluit aan bij wat ook landelijk onder de Omgevingswet (zoals benoemd in de uitspraak van de Rechtbank Gelderland ECLI:NL:RBGEL:2024:2126) wordt gezien als een reële en toereikende vorm van participatie voor kleinschalige ruimtelijke initiatieven. Dat een van de omwonenden graag persoonlijk in gesprek wilde met de initiatiefnemer maar daar geen gehoor op kreeg , is begrijpelijk vervelend. Maar dit maakt het proces nog niet onvoldoende. Daarnaast was het persoonlijk gesprek bedoeld voor een onderwerp die buiten de scope van de beoogde omgevingsplanwijziging en participatie lag. Binnen het kader van de participatieverordening gaat het er niet om of iedereen de gewenste vorm van contact heeft gekregen , maar of er een passende manier van betrokkenheid is geboden. Met twee momenten , waarvan de tweede meer in detail is getreden over de nieuwe woning is aan die eis voldaan. De tijd die is gegeven om te reageren , is gezien de kleinschalige aard van de wijziging en de hoeveelheid betrokkenen voldoende en redelijk. Er zijn meerdere reacties opgehaald , deze zijn verwerkt in het omgevingsdialoog en voorzien van een antwoord. Belangenafweging & conclusie De belangen van indiener bij meer en persoonlijker contact zijn afgewogen tegen de aard en omvang van dit kleinschalige initiatief.

Gelet op de twee contactmomenten , de geboden mogelijkheid om te reageren en de ruimte om aandachtspunten in te brengen , is de participatie voldoende zorgvuldig en passend uitgevoerd. 6 3. CONCLUSIE Het ontwerp omgevingsplanwijziging Heerma van Vossstraat 12(a) wordt aangepast. Een overzicht van de gemaakte aanpassingen t. o. v. het ontwerp is weergegeven in bijlage 1 bij deze zienswijzenota. Gemeente Roosendaal Ruimte Wonen Grond 4 juni 2026 7

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.roosendaal.nl/api/v1/meetings/1948/documents/54632