CConstaterende datRoosendaal
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 7 Weging van waterbelang Wouwse Weide

Commissie 17 september 2026, gemeente RoosendaalBij agendapunt: 6: Raadsvoorstel Vaststelling wijziging omgevingsplan Wouwse Weide24.106 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

MEMO WEGING VAN HET WATERBELANG De Hoogt III Wouw 15 juni 2026 1/21 RHO ADVISEURS DATUM 15 juni 2026 KENMERK Memo weging van het waterbelang PROJECT De Hoogt III OPSTELLER ing. (geanonimiseerd)(geanonimiseerd) OPDRACHTGEVER Van Agtmaal Maas-Jacobs BV PROJECTNUMMER 20250313 STATUS Definitief INHOUD 1. Inleiding 4 2. Plaats en kenmerken van het project Plaats van het project Kenmerken van het project 5 5 5 2. 1 2. 2 3. Waterbeleid en regelgeving Rijksoverheid Provincie Noord-Brabant Waterschap Brabantse Delta Gemeente Roosendaal 7 7 7 8 10 3. 1 3. 2 3. 3 3. 4 4. (geo)hydrologische Omgevingsaspecten Hoogteligging Bodemopbouw Waterdoorlatendheid Hydrogeologie Grondwater Oppervlaktewater Veiligheid (waterkering) Ontwatering en drooglegging Riolering Waterberging 12 12 12 14 14 15 17 18 18 19 20 4. 1 4. 2 4. 3 4. 4 4. 5 4. 6 4. 7 4. 8 4. 9 4. 10 LIJST VAN TABELLEN Tabel 2. 1 Eisen waterberging gemeente Roosendaal Tabel 3. 1 Hydrogeologie Tabel 3. 2 Normen voor ontwateringsdiepte 11 14 19 BIJLAGEN Gegevens verkennend bodemonderzoek Gegevens doorlatendheidsonderzoek Peilbuisbladen grondwatermonitoring Memo Wateropgave en compensatie Wouwse Weide 1. 2. 3. 4. 3/21 1. INLEIDING Ruimtelijke ontwikkelingen kunnen van grote invloed zijn op de waterhuishouding in een gebied. Ze kunnen gevolgen heb- ben voor de waterkwantiteit , de waterkwaliteit en de waterveiligheid.

Een gemeente moet daarom in de ruimtelijk ontwik- keling rekening houden met de gevolgen voor het beheer van watersystemen. Sinds de inwerkingtreding van de Omgevingswet heeft het begrip ‘weging van het waterbelang‘ de watertoets vervangen. Het doel blijft hetzelfde , namelijk het rekening houden met de gevolgen voor het beheer van watersystemen. Bij de vast- stelling van het omgevingsplan moet de gemeente rekening houden met de weging van het waterbelang. Een ruimtelijke ontwikkeling of nieuwbouwplan moet ook worden getoetst aan de regels uit de waterschapsverordening en de provinciale omgevingsverordening. De waterbeheerder voor deze locatie is waterschap Brabantse Delta. De gemeente of initiatiefne- mer is echter verantwoordelijk voor het opstellen van de uitwerking , mogelijke effecten en de te nemen maatregelen om aan te tonen dat wordt voldaan aan de normen. Er gelden geen exacte regels voor hoe de gemeente de waterbeheerder hierbij betrekt. De gemeente is vrij om hieraan zelf invulling te geven. De gemeente kan strengere normen opnemen in het omgevingsplan. Dit is altijd maatwerk en gebiedsafhankelijk. Om de waterhuishoudkundige consequenties van het plan of omgevingsactiviteit in beeld te brengen en de waterbelangen te waarborgen c. q. te wegen is voor deze situatie navolgende memo opgesteld.

Deze memo vormt de basis voor het vast- leggen van het wateraspect en de weging van het waterbelang zoals dat in de Omgevingswet is opgenomen. In onderha- vige memo zijn de waterhuishoudkundige randvoorwaarden , uitgangspunten en ruimtelijke kenmerken voor het plan gege- ven. LEESWIJZER Deze rapportage: beschrijft in hoofdstuk 1 de plaats en omvang van het project ; gaat in hoofdstuk 2 in op het relevante waterbeleid en regelgeving ; geeft in hoofdstuk 3 een omschrijving van de huidige ruimtelijke kenmerken (omgevingsaspecten). ● ● ● 4/21 2. | PLAATS | EN | KENMERKEN | VAN | HET | PROJECT 2. 1 | Plaats | van | het | project Het | plangebied | (104 , | ha) | ligt | ten | zuidoosten | van | de | kern | van | Wouw | en | wordt | aan | de | noordijzde | begrend | door | de | Bulk- straat | , aan | de | westzijde | door | de | De | Hoogt | en | aan | de | zuidzijde | door | de | Plantagebaan | en | de | spoorlijn | de | Zeeuwse | lijn. | De locatie | is kadastraal | bekend | Wouw | , sectie | O , nummers | 140 | (ged.) | , 144 | , 145 | (ged.) | , 1003 | (ged. | ) en | 1038 | (ged. | ) en. | De | coör- dinaten | van | een | centraal | punt | zijn | X | = 86.258 | , Y = 392. | 470. | In figuur | 2. 1 is de | begrenzing | van | het | plangebied | weergegeven. Figuur | 2. 1 Plangebied | geel | omkaderd | (bron: | luchtfoto | PDOK) 2. 2 | Kenmerken | van | het | project 2. 2.

1 | Huidige | situatie Het | plangebied | heeft | overwegend | een | agrarische | functie | en | is met | uitzondering | van | een | deel | van | perceel | 1003 | dat | behoort tot | de | huidige | bedrijfsactiviteiten | van | Van | der | Veldt | volledig | onbebouwd | en | onverhard. | Perceel | 140 | , gelegen | in het | noord- westen | van | het | plangebied | , is in | gebruik | als siertuin | behorende | bij | het | woonperceel | van | Bulkstraat | 2a. | Perceel | 144 | en | 145 | , gelegen | ten | zuiden | en | zuidwesten | bestaat | uit | grasland | en | perceel | 1038 | betreft | een | perceel | voor | gewasverbouwing. | Door het | plangebied | lopen | meerdere | watergangen | (zie | paragraaf | 3. 6). | Een | deel | van | de | percelen | worden | begrensd | door | een | bo- menrij | (bosschage/struweel). 5/21 2. 2. 2 Beoogde ontwikkeling Het planvoornemen voorziet in de herbestemming van de desbetreffende gronden ten behoeve van de realisatie van wo- ningen in combinatie met de realisatie van de ontsluiting en de openbare ruimte. In figuur 2. 2 is een verbeelding van het planvoornemen weergegeven. Het perceel met bebouwing aan de zuidzijde maakt geen onderdeel uit van het plangebied. Figuur 2. 2 Planvoornemen (bron: Urban jazz) 6/21 3. | WATERBELEID | EN | REGELGEVING 3.

1 | Rijksoverheid Nationaal | Water | Programma | 2022 | - 2027 De | minister | van | Infrastructuur | en | Milieu | en | de | staatssecretaris | van | Economische | Zaken | hebben | in 2022 | het | Nationaal | Wa- ter programma | (NWP) | 2022 | – 2027 | vastgesteld. | Het | Nationaal | Waterprogramma | 2022-2027 | is de | opvolger | van | het | Natio- naal | Waterplan | 2016-2021 | en | vervangt | dit plan | én | de | partiële | herzieningen | hiervan. Het | NWP | beschrijft | de | hoofdlijnen | en | ambities | van | het | nationale | waterbeleid | en | het | beheer | van | de | Rijkswateren | en | Rijks- vaarwegen. | Voor | het | waterbeleid | is het | NWP | een | uitwerking | van | de | Nationale | Omgevingsvisie | (NOVI). Klimaatverandering | , milieuverontreiniging | en | ruimtedruk | vormen | de | komende | jaren | grote | uitdagingen. | Ook | moet | infra- structuur | zoals | bruggen | en sluizen | in stand | worden | gehouden | en | waar | nodig | vervangen | of gerenoveerd. | De | wateropgaven staan | niet | op | zichzelf | ; een | integrale | aanpak | met | andere | opgaven | in de fysieke | leefomgeving | zoals | de | energietransitie | , wo- ningbouw | en | de | landbouw | is noodzakelijk. | Het | NWP | beschrijft | hoe | we | hiermee | omgaan | en | hoe | we | zorgen | dat | water | een leidend | principe | is in de | ruimtelijke | inrichting | van | Nederland.

Deltaprogramma | Ruimtelijke | Adaptie De | relevante | beleidsontwikkelingen | op | het | gebied | van | water | worden | bij het | Rijk | opgenomen | in het | Deltaprogramma. Hierin | is voor | verschillende | thema’s | beschreven | wat | het | beleid | is en | hoe | het | Rijk | dat | in overleg | met | overige | partners | wil gaan | bereiken. | Het | Deltaprogramma | bestaat | uit verschillende | onderwerpen | op | het | gebied | van | water. | Voor | ruimtelijke | ont- wikkelingen | is het | Deltaprogramma | Ruimtelijke | adaptie | het | meest | relevant | , omdat | hierin | de | consequenties | van | de | klimaat- ontwikkelingen | voor | Nederland | zijn opgenomen | , evenals | de | maatregelen | die we | moeten | nemen | om | ‘klimaat | adaptief’ | te worden. | Een | deel | van | deze | maatregelen | zal ruimtelijke | impact | hebben. Met | klimaat | adaptief | wordt | bedoeld: | het | klimaat | veerkrachtig | en | robuust | inrichten | van | Nederland | , gegeven | de | klimaatont- wikkelingen | die | op | ons | afkomen. | Op | basis | van | de | internationale | en | nationale | klimaatmodellen | is de | verwachting | dat | het weer | in Nederland | extremer | gaat | worden. | Dat | betekent: | meer | hevige | regenbuien | (veel | neerslag | in korte | tijd) | en | langere periodes | met | droogte | en hitte.

| Dit heeft | consequenties | voor | de | leefbaarheid | in steden | en | dorpen | en | voor | bijna | alle | (econo- mische) | sectoren | in Nederland. | Met | het | nemen | van | klimaat | robuuste | maatregelen | wordt | ingespeeld | op | deze | veranderin- gen | waarmee | we | steden | en | dorpen | leefbaar | houden | en | (economische) | schade | door | wateroverlast | , droogte | en hitte | beper- ken. 3. 2 | Provincie | Noord-Brabant Regionaal | Water | en | Bodem | Programma Het | Regionaal | Water | en | Bodem | Programma | 2022-2027 | (RWP) | is de | opvolger | van | het | Provinciaal | Milieu | en | Waterplan. | Het is onderdeel | van | het | planstelsel | voor | de | wateropgaven | in Nederland | , samen | met | het | Nationaal | Water | Programma | en | de waterbeheerprogramma’s | van | de | waterschappen. | Het | RWP | is op | 22 | december | 2021 | in werking | getreden. Het | doel | van | het | RWP | is een | klimaat | adaptief | Brabant | met | veilig , schoon | en | voldoende | water | en | een | vitale | bodem. | Met | de ambitie | dat | Brabant | in 2050 | een | klimaatbestendig | en veerkrachtig | water- | en | bodemsysteem | heeft | , dat | bestand | is tegen extremen.

| Het | RWP | kent | vijf beleidsopgaven | met | bijbehorende | doelen: ● | Voldoende | water: | Niet | te weinig | diep | en | ondiep | grondwater | en | oppervlaktewater | met | optimale | zoetwaterbeschik baarheid | en | waterverdeling | in geval | van | extreme | droogte | , en niet | te veel | oppervlaktewater | om ernstige | regionale | wateroverlast | zo | veel | mogelijk | te voorkomen. ● | Schoon | water: | Schoon | grond- | en | oppervlaktewater | voor | onze | volksgezondheid | en | natuur | , conform | de | normen van | de | KRW | ; voorkomen | van | verontreiniging | en | het | beschermen | van | diepe | grondwatervoorraden. 7/21 e | Veilig | water: | Veiligheid | tegen | hoogwater | in het | hoofdwatersysteem | en | het | regionaal | watersysteem. © | _ Vitale | bodem: | Vergroten | van | de | vitaliteit, | sponswerking, | resistentie | tegen | ziekten | en | natuurlijk | productiever mogen | van | de | bodem | voor | duurzame | landbouw | en | biodiversiteit. e | _Klimaatadaptatie: | Aanpassen | aan | klimaatverandering | in alle | domeinen | van | het | provinciale | waterbeleid. Omgevingsverordening De | Omgevingsverordening | vervangt | onder | meer | de | Verordening | ruimte, | Verordening | water | en | Provinciale | milieuverorde- ning.

| In de | Omgevingsverordening | staan | regels | omtrent | waterwingebieden | en | grondwaterbeschermingsgebieden | en | zijn gebieden | aangewezen | als | reserveringsgebied | voor | waterberging. Deze | gebieden | worden | ingezet | om | wateroverlast | uit regionale | watersystemen | (beken, | waterlopen) | tegen | te gaan. | Voorts zijn | normen | opgenomen | voor | regionale | waterkeringen, | wateroverlast, | de | beoordeling | van | de | waterveiligheid, | afspraken over | het | beheer | van | wateren, | waterwegen | en | waterkeringen, | peilbesluiten | en | planvorming. | Ook | zijn | milieuregels | opgeno- men | die | het | drinkwater | moeten | beschermen. | Het | grondwater | rond | de | Brabantse | drinkwaterwinningen | worden | beschermd met | speciale | zones, | waarbinnen | bepaalde | activiteiten | beperkt | of niet | zijn toegestaan | zonder | vergunning. 3.3 | Waterschap | Brabantse | Delta Waterschap | Brabantse | Delta | is verantwoordelijk | voor | het | waterbeheer | in de | gemeente | op | basis | van | de | volgende | wettelijke kerntaken: | het | zuiveringsbeheer, | watersysteembeheer, | beheer | van | dijken | en | beheer | van | vaarwegen.

| Het | watersysteembe- (geanonimiseerd)(geanonimiseerd)-waaronder grondwater- heeft daarbij | twee | doelen: | zowel | de | zorg | voor | gezond | water | als | de | zorg | voor | voldoende | wa- | ter van | voldoende | kwaliteit. Waterbeheerprogramma | 2022-2027 Het | beleid | en | de | daarmee | samenhangende | doelen | van | het | waterschap | zijn | opgenomen | in het | waterbeheerprogramma 2022-2027 | (WBP5) | ‘Water | als | basis | voor | een | toekomstbestendige | leefomgeving’. | In het | Waterbeheerprogramma | staat | hoe het | waterschap | haar | taken | in die | periode | uitvoert. | Het | waterschap | bepaalt | hiermee | de | koers | voor | de | komende | zes | jaar. Met | het | Waterbeheerprogramma | 2022-2027 | start | Waterschap | Brabantse | Delta | met | de | ‘watertransitie’; | op | weg | naar | een toekomstbestendige | waterhuishouding. | Uiterlijk | dient | in 2050 | de | waterhuishouding | in het | hele | beheergebied | toekomstbe- stendig | te zijn. | Dit | betekent | een | waterhuishouding | die | in een | goede | waterkwaliteit | voorziet. | En | een | waterhuishouding | die robuust, | wendbaar | en | in balans | is met | de | omgeving. | Zowel | in | het | bebouwde | als het | landelijke | gebied | en | van | de | beekdalen tot | en | met | de | hoge | zandruggen.

| Het | grond- | en | oppervlaktewatersysteem | kan | de | grotere | weersextremen | opvangen | door maximaal | gebruik | te | maken | van | de | dempende | sponswerking | van | de | bodem/ondergrond | en | de | natuurlijke | hoogteverschil- len | voor | het | vasthouden | van | water. | Het | waterschap | hanteert | daarbij | drie | principes | die | inhoudelijke | sturing | geven | aan | de watertransitie: © | Elke | druppel | vasthouden | en | infiltreren | waar | deze | valt. e | Functies | passen | zich | aan | het | bodem- | en | watersysteem | aan. © | _ Wat | schoon | is moet | schoon | blijven. Hydrologisch | neutraal | ontwikkelen | (HNO) Bouw | of | uitbreiding | van | woningen, | bedrijven | of | wegen | veroorzaken | vaak | een | groei | in het | verharden | van | dak | en | erf. | Regen- water | dat | op | stenen | of | wegen | valt, | stroomt | meestal | snel | via een | riool | of | een | sloot | weg. | Hoe | meer | (tuinen | van) | steen, | hoe meer | regenwater | weg | stroomt. | Bij hevige | buien | kan | hierdoor | wateroverlast | ontstaan. | Bijvoorbeeld | water | vanuit | het | riool op | straat, | omdat | deze | het | regenwater | niet | aan | kan. | Of | overstroming | van | een | sloot | of | beek. | Dat | geeft | dan | weer | risico’s | voor de | gezondheid | en | kan | zorgen | voor | bijvoorbeeld | schade | in- en | rondom | huizen.

| Maar | ook | in droge | perioden | zorgt | al dat | af- voeren | voor | problemen. | Het | regenwater | krijgt | niet | meer | de | tijd om | weg | te | zakken | in de | bodem | en | het | grondwater | aan | te vullen. | In droge | zomers | hebben | landbouw | en | natuur | dan | water | te weinig. 8/21 Het | waterschap | hanteert | bij nieuwe | ontwikkelingen | het | principe | van | hydrologisch | neutraal | ontwikkelen | (HNO) | , waarbij gestreefd | wordt | naar | het | behoud | of | herstel | van | de | ‘natuurlijke’ | waterhuishoudkundige | situatie. | Voorkomen | moet | worden dat | regenwater | snel | verdwijnt | in het | riool | of in de | sloot. | Het | waterschap | gebruikt | daarvoor | de | voorkeursvolgorde | voor (schoon) | regenwater: 1. | Opnieuw | gebruiken | ; 2. | Vasthouden | / in laten | trekken | in de | grond | ; 3. | Water | bergen | ; 4. | Afvoeren | naar | sloten | of rivieren | ; 5. | Afvoeren | naar | een | riool. Waterschapsverordening De | waterschapsverordening | , voorheen | de | keur | , is een | verzameling | regels | die | het | waterschap | gebruikt | om | dammen | , dijken | , sloten | , beken | , rivieren | , gemalen | en | stuwen | te beschermen. | Bij werkzaamheden | in , met | of rondom | het | water | is wet- | en regelgeving | uit de | waterschapsverordening | van | toepassing.

In de | waterschapsverordening | van | het | waterschap | is opgenomen | dat | het | is in beginsel | verboden | is om | zonder | vergunning neerslag | door | toename | van | het | verhard | oppervlak | of door | afkoppelen | van | de | bestaande | oppervlakte | , tot | afvoer | naar | een oppervlaktewaterlichaam | te laten | komen | (Artikel | 2.2 , vijfde | lid: ‘Het | is verboden | zonder | omgevingsvergunning | water | te lozen | in of | te onttrekken | aan | een | oppervlaktewaterlichaam’). | De | technische | eisen | en | uitgangspunten | voor | het | ontwerp | van watersystemen | zijn opgenomen | in de | beleidsregel | ‘Hydrologische | uitgangspunten | bij de | regels | Waterschapsverordening voor | afvoeren | van | hemelwater | , Brabantse | waterschappen’. | Het | verbod | uit artikel | 2. 2 van | de | waterschapsverordening | is van | toepassing | tenzij: ● | Het | afkoppelen | van | het | bestaand | verhard | oppervlak | maximaal | 10. | 000 | m2 | is , of ; ● | de | toename | van | het | verhard | oppervlak | maximaal | 500 | m2 | is , of ; ● | de | toename | van | het | verhard | oppervlak | bestaat | uit | een | groen | dak. ● | De | toename | van | het | verhard | oppervlak | tussen | 500 | m2 | en | 10.

000 | m2 | is en | compenserende | maatregelen | zijn getroffen om | versnelde | afvoer | van | hemelwater | tegen | te gaan | , in de | vorm | van | een | voorziening | met | een | minimale | retentiecapaci- teit | conform | de | rekenregel. Benodigde | retentiecapaciteit | (in | m) 3 | = toename | verhard | oppervlak | (in | m) 2 x gevoeligheidsfactor | x 006. , Daarbij | dient | de | voorziening | te voldoen | aan | de | volgende | voorschriften: ● | De | bodem | van | de | voorziening | dient | boven | de | gemiddelde | hoogste | grondwaterstand | (GHG) | te | liggen | ; ● | Afvoer | mag | niet | meer | bedragen | dan | 2/l/s/ha | ; ● | De | afvoer | uit | de | voorziening | via een | functionele | bodempassage | naar | het | grondwater | en/of | via | een | functionele | afvoer- constructie | naar | het | oppervlaktewater | plaatsvindt. | Indien | een | afvoerconstructie | wordt | toegepast | , dient | deze | een | dia- meter | van | 4 cm | te hebben | ; ● | Daarnaast | moet | er altijd | een | overloopconstructie | zijn , om | uitspoeling | naar | de | sloot | te | voorkomen. Bij ontwikkelingen | waarbij | de | toename | van | het | verhard | oppervlak | 500 | m 2 of | groter | is , wordt | vanuit | het | waterschap | com- penserende | maatregelen | geëist. Wanneer | er sprake | is van | een | plan | met | een | toename | van | verhard | oppervlak | groter | dan | 10.

000 | m² | komt | men | in het | vergun- ningentraject | terecht | en | wordt | er samen | met | initiatiefnemer | en | de | gemeente | bekeken | hoe | er | compensatie | kan | plaatsvin- den. 9/21 3. 4 Gemeente Roosendaal Het Water- en Rioleringsprogramma 2024-2027 Roosendaal - Waterkring West (hierna: WRP) vormt de bouwsteen hoe de gemeente een robuust en toekomstbestendig riool- en watersysteem in zowel het bebouwde als landelijke gebied wil reali- seren. Naast uitvoeren van wettelijke watertaken is in het WRP beleid opgenomen rondom klimaatadaptatie. Hierin wor- den waterveiligheid , wateroverlast , hittestress en droogte in samenhang met elkaar beschouwd vanuit een brede gemeen- telijke ambitie en in relatie tot andere (hogere) beleidskaders. De gemeente heeft een wettelijke zorgplicht voor afvalwater , hemelwater en grondwater. Daarnaast heeft de gemeente ook een rol in de zorg voor oppervlaktewater en drinkwater. Het WRP houdt vast aan het planmatig en doelmatig invulling geven aan deze gemeentelijke kerntaken (de basisopgave). Door klimaatverandering moet meer rekening worden gehouden met extremen en in samenhang omgaan met waterover- last , droogte en de bodem. Extreme wolkbreuken komen vaker voor. Het huidige en toekomstige rioolstelsel is hier niet op berekend. Aanpassen van het rioolstelsel op klimaatextremen is zeer kostbaar.

Structurerende keuzes zijn hierin Voldoende water , Schoon en gezond water en Ruimte voor water. Bij ruimtelijke ontwikkelingen zet de gemeente in op water en bodem als sturend element zodat wordt gewerkt vanuit de randvoorwaarden die het water- en bodemsysteem stellen en niet wordt afgewenteld. Hemelwater Voor de zorgplichten voor hemelwater ligt de verantwoordelijkheid primair bij de perceel eigenaar. De gemeentelijke zorg- plicht treedt in werking als redelijkerwijs niet van de perceel eigenaar verwacht kan worden dat deze zelf het hemelwater verwerkt. De zorgplichten voor hemelwater betreft nadrukkelijk een inspanningsverplichting. Periodiek terugkerende plaat- selijke wateroverlast wordt zoveel mogelijk in het openbaar gebied tegengegaan. Afkoppelen moet een meerwaarde ople- veren voor het totale (stedelijke) watersysteem. Voor de omgang met hemelwater is het vertrekpunt dat we willen voorkomen dat hemelwater tot afstroming komt. Ver- volgens hanteren we de volgende voorkeursvolgorde: Hergebruik Hergebruik van regenwater , om zuiniger om te gaan met water en minder drinkwater te verspillen Bergen en infiltreren op eigen terrein Niet afwentelen van privaat naar publiek , tenzij een centrale voorziening in het werkgebied doelmatiger is. Tijdelijke opslag in openbaar gebied met uitloop naar groen Bij voorkeur bovengrondse opslag.

Uitloop naar groen om schadelijke neveneffecten zoveel als mogelijk te beper- ken. Afvoeren op bovengrondse hemelwatervoorziening Af te voeren water slim verdelen door waar het kan te lozen op bovengrondse hemelwatervoorziening (watergang , weg met afwateringsfunctie , etc. ) Afvoeren op een ondergrondse hemelwatervoorziening Afvoeren op een gemengd rioolstelsel richting RWZI 1. 2. 3. 4. 5. 6. Bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen wordt van de perceeleigenaar verlangd dat er ook hydrologisch neutraal gebouwd wordt en een (v)gs met retentievoorziening met gedoseerde afvoer wordt toegepast. Bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen is het doelmatig om op particulier terrein een waterberging aan te leggen van minimaal 60 mm , gerekend over het perceel- oppervlak. Deze berging kan vertraagd afvoeren binnen 24 uur. Bouwpeilen in nieuwbouwplannen liggen 030 m boven het , straatpeil. Op basis van de grootte van het oppervlak en/of de toename ervan wordt een onderscheid gemaakt en worden de in onderstaande tabel opgenomen bergingseisen gehanteerd. 10/21 Tabel 3.

1 Eisen waterberging gemeente Roosendaal Oppervlak 2 < 500 m Nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen Ontwikkelingen in bestaand bebouwd gebied 60 mm 10 mm 2 > 500 m 60 mm 60 mm Grondwater De grondwatervoorraad in Brabant staat al lange tijd onder druk , wat zich vertaalt in toenemende waterschaarste in droge tijden , afname van grondwaterstanden en diepte stijghoogten en droogvallende beeksystemen in de zomer. Binnen de ge- meente Roosendaal kunnen de grondwaterstanden binnen de gestelde randvoorwaarden natuurlijk fluctueren zonder dat hierdoor overlast wordt ervaren als gevolg van structureel te hoge of te lage grondwaterstanden. Alle woningen moeten voldoen aan de bouwkundige eisen om vocht- en gezondheidsproblemen binnenshuis te voorko- men. De verantwoordelijkheid voor het tegengaan van grondwateroverlast en/of -onderlast in stedelijke gebied ligt primair bij de perceeleigenaar. Het grondwaterbeleid is gericht op het zo min mogelijk verplaatsen van grondwater , ofwel een zo- genaamde hydrologisch neutrale inrichting. Het uitgangspunt voor nieuwbouw is dat er zo min mogelijk gebruik gemaakt wordt van ontwateringsmiddelen. Indien mogelijk verdient “ophogen” de voorkeur. Via het instrument van de watertoets (waterparagraaf in bestemmingsplan) en via het programma van eisen van de Open- bare Ruimte geeft de gemeente actief sturing aan het proces van bouwrijp maken.

De ontwikkelaar zorgt voor minimaal 1 jaar aan metingen van de grondwaterhuishouding (middels peilbuizen , minimaal 2 meetmomenten per maand) als input voor de waterparagraaf van een ontwikkeling. Indien grondwater toch wordt verplaatst verdient het de voorkeur dit niet af te voeren naar de rwzi , maar naar oppervlaktewater of op een geschikte locatie weer in de bodem te infiltreren. Structu- rele grondwaterproblemen op nieuwbouwlocaties moeten worden voorkomen door de wijze van bouwen en bouwrijp ma- ken. Afvalwater De inzameling en transport van (afval-)water is van belang voor een gezonde , veilige en comfortabele leefomgeving. Alle percelen en woonschepen op het gemeentelijk grondgebied waar afvalwater vrijkomt , moeten zijn voorzien van een aan- sluiting op de riolering , uitgezonderd bij specifieke situaties waar lokale behandeling doelmatiger is. Afvalwater wordt af- zonderlijk van regen- en grondwater ingezameld en afgevoerd naar een zuivering. Regen- en grondwater wordt bij voor- keur niet afgevoerd naar de RWZI. 11/21 4. | (GEO)HYDROLOGISCHE | OMGEVINGSASPECTEN In dit hoofdstuk | wordt | de | regionale | geohydrologische | situatie | van | het | plangebied | beschreven. | Hierbij | wordt | ingegaan | op aspecten | als bodemopbouw | , grondwater | , waterbeheer | (peilbeheer | en | aan- | en | afvoer | van | water) | , waterveiligheid | en | riole- ring. 4.

1 | Hoogteligging In opdracht | van | Maas-Jacobs | Vastgoed | B. V. | heeft | Coenradie | een | terreininmeting | uitgevoerd. | De | terreininmeting | geeft | een duidelijk | beeld | van | het | lokale | hoogteverloop | en | hoogteverschillen. | Uit | de | inmeting | en | analyse | blijkt | dat | het | maaiveld | wordt gekenmerkt | door | een | hoogteverloop | in | noordelijke | richting | van | gemiddeld | 660 , | à 670 , | m | +NAP | in het | zuiden | tot | 490 , | m +NAP | à 500 , | m | +NAP | in het | noorden. | De | Bulkstraat | ligt op | een | hoogte | van | ca , 525 , | m | +NAP. | Het | maaiveld | loopt | ook | af rich- ting | de | weg | De | Hoogt | in het | westen. | Het | maaiveld | parallel | aan | De | Hoogt | ligt op | ca. | 580 , | m | +NAP | in | het | zuiden | tot | 50 , | n +NAP | in het | noorden. | De | weg | De | Hoogt | zelf | ligt gemiddeld | op | 60 , | m | +NAP. | In | figuur | 4. 1 is een | uitsnede | van | het | AHN | weer- gegeven. | De | gegevens | uit het | AHN | komen | overeen | met | de | inmeting | van | Coenradie. Figuur | 4. 1 Uitsnede | Actueel | Hoogtebestand | van | Nederland | (Bron: | AHN_4) 4. 2 | Bodemopbouw Het | grootse | deel | van | het | plangebiedbestaat | , volgens | de | bodemkaart | van | Nederland | , uit | een | hoge | zwarte | enkeergdrond (zEZ23).

| Het | noordelijke | deel | van | het | plangebied | bestaat | uit | een | laarpodzolgrond | (cHn23). 12/21 Beide | gronden | zijn | volgens | de | Stichting | voor | Bodemkartering | voornamelijk | is opgebouwd | uit | lemig | fijn zand. | In | figuur | 3. 2 zijn de | bodemtypen | in en | rondom | het | plangebied | weergegeven. Figuur | 4. 2 Bodemtypen | in en rondom | het | plangebied | (bron: | bodemkaart | van | Nederland) Door | Aveco | de | Bondt | zijn | op | locatie | meerderen | bodemonderzoeken | uitgevoerd. | 1 Op | basis | van | de | uitgevoerde | onderzoeken en | zintuiglijk | beschreven | bodemopbouw | blijkt | de | bodem | lokaal | sterk | heterogeen | van | opbouw | te zijn. | De | bovengrond | be- staat | tot | ongeveer | 05 , à 08 , | meter | beneden | maaiveld | uit zeer | fijn tot | matig | fijn , zwak | siltig | zwak | tot | matig | humeus | zand. Daaronder | wordt | tot | 10 , à 20 , | meter | beneden | maaiveld | dan | wel | zeer | fijn zwak | tot | matig | siltig | zand | aangetroffen | of | sterk zandige | leem. | In de | aangetroffen | zandpakket | zijn | bovendien | brokken | klei | of | leem | sporen | aanwezig. | Onder | het | sterk | zan- dige | leem- | dan | wel | zandpakket | ligt tot | ca. | 30 , | à 35 , meter | beneden | maaiveld | een | matig | siltig | kleilaag.

| Deze | kleilaag | wordt op | verschillende | diepte | en | variërend | in dikte | lokaal | doorsneden | door | een | sterk | siltige | zeer | fijne | zandlaag. | Voor | meer | infor- matie | betreffende | de | bodemopbouw | en | de | zintuiglijke | waarnemingen | wordt | verwezen | naar | de | profielbeschrijvingen | in bijlage | 1. 1 Verkennend | bodemonderzoek | ‘Bulkstraat | te Wouw | (241406) | ; Verkennend | bodemonderzoek | ‘Tuin Bulkstraat | 2A te Wouw’ | (241754) | ; Verkennend | bodemonderzoek | ‘Plantagebaan | 59A | e. o. te Wouw | (241754). 13/21 4. 3 | Waterdoorlatendheid Om | inzicht | te krijgen | in de | bodemdoorlatendheid | , en | daarmee | in de | infiltratiemogelijkhedenzijn | door | Aveco | de | Bondt | enkele in-situ | infiltratieproeven | uitgevoerd2. | In totaal | zijn | ter | hoogte | van | de | percelen | O1038 | , O144 | , O1003 | , O145 | (gedeeltelijk) | en O140 | (gedeeltelijk) | zes | infiltratieproeven | uitgevoerd. | De | infiltratieproeven | zijn uitgevoerd | volgens | de | Falling-head | me- thode. | Voor | het | uitwerken | van | de | waterstandsmetingen | tot | een | berekende | doorlatendheid | is de | formule | van | Hvorslev | ge- bruikt.

| Daarnaast | zijn | zeefkrommen | opgesteld | met | bodemmonsters | van | het | zandpakket | waarin | de | proeven | zijn | uitgevoerd | , om | inzicht | te | verkrijgen | in de | korrelgrootteverdeling | en | het | organische | stofgehalte | van | het | zandpakket | ter plaatse | van | de proeven. | Alle | proeven | zijn | uitgevoerd | in de | bovenste | onverzadigde | zandlaag. | Tijdens | de | proeven | is de | verzadigde | bodem- doorlatendheid | vastgesteld. De | infiltratieproeven | zijn | deels | uitgevoerd | in de | zandige | toplaag | en | deels | in de | (sterk | zandige) | kleilaag. | De | doorlatendheid van | de | bovenste | zandlaag | varieert | tussen | < 01 , | m/d | en | 05 , | m/d. | Dat | valt | binnen | de | classificatie | slecht | tot | matig | doorlatend. Het | onderliggende | kleiige | pakket | bevat | een | hogere | zandfractie | , waardoor | de | doorlatendheid | van | deze | laag | varieert | tussen < 01 , m/d | en | 05 , m/d. | Dat | valt | ook | binnen | de | classificatie | slecht | tot | matig | doorlatend. De | relatief | grote | variatie | in de | gemeten | doorlatendheden | tussen | de | meetlocaties | en | binnen | de | vergelijkbare | bodempakket- ten | (zandige | toplaag | en | onderliggend | zandig | kleipakket) | laten | zien | dat | er | lokale | verschillen | zitten | in de | bodemdoorlatend- heid | binnen | het | plangebied.

| Er | kan | daarom | niet | zondermeer | van | worden | uitgegaan | dat | de | doorlatendheid | goed | is. De | lo- kale | infiltratiemogelijkheden | zullen | daardoor | (zeer) | beperkt | zijn. | Voor | meer | informatie | betreffende | het | onderzoek | en | de resultaten | wordt | verwezen | naar | de | rapportage | van | Aveco | de | Bondt | zoals | bijgevoegd | in bijlage | 2. 4. 4 | Hydrogeologie Om | inzicht | te | krijgen | in de | gelaagdheid | van | goed | doorlatende | en | slecht | doorlatende | lagen | (hydrogeologische | eenheden) van | de | (diepe) | bodem | is gebruik | gemaakt | van | het | REGIS | II v2. 2. 3 en | GeoTOP | v1. 6. 1 model | van | uit | het | BROloket. | Beide | mo- dellen | geven | op | een | schematische | wijze | inzicht | in de | hydrogeologische | opbouw | en | doorlatendheid | van | de | ondergrond | op een | regionale | schaal. | In tabel | 4. 1 en | figuur | 3. 3 is de | hydrogeologische | opbouw | van | de | ondergrond | op | schematische | wijze weergegeven. Tabel | 4.

1 Hydrogeologie Diepte | (m -mv) | Formatie | Typering | Bodem 0-05 , | Antropogeen | DKL | Zand | , zeer | fijn tot matig | grof 05-10 , , | Boxtel | DKL | Zand | , zeer | fijn tot matig | grof Laagpakket | van | Wierden | en | Kootwijk 10-15 , , | Boxtel | SDl | kleiig zand | , zandige | klei en leem 15-110 , , | Waalre | Klei en kleiig | zand | , zandige | klei en leem 110-620 , , | Peize-Waalre | WVL | Zand | , matig | fijn tot uiterst | grof 620 , | Maassluis | WVL | Zand | , matig | fijn tot uiterst | grof DKL | = deklaag | WVL | = watervoerende | laag | SDL | = slecht | doorlatende | laag 2 Grondwatermonitoring | en K-waarde | bepaling | Bulkstraat | te Wouw | (241915) 14/21 Figuur | 4. 3 Verticale | dwarsdoorsnede | BRO | REGIS | II v2. 2. 3 (bron: | Broloket) 4. 5 | Grondwater Veranderingen | in de | grondwaterstand | (stijghoogte) | worden | voornamelijk | veroorzaakt | door | neerslag | en | verdamping | , maar ook | door | ingrepen | in de | waterhuishouding. | De | stijghoogte | kan | daardoor | van | dag | tot | dag | verschillen. | Voor | beleid | , vergun- ningen | en | ontwateringsdieptes | is het | belangrijk | om | te | weten | wat | de | actuele | karakteristieken | zijn , zoals | de | GHG | en | de | GLG (Gemiddeld | Hoogste | Grondwaterstand | en | Gemiddelde | Laagste | Grondwaterstand).

Om | inzicht | te | krijgen | in de | lokale | grondwaterfluctuatie | zijn | door | Aveco | de | Bondt | op | locatie | in september | 2024 | zes | peilbui- zen | geplaatst | (peilbuizen | zijn | overeenkomende | met | de | locaties | van | de | infiltratieproeven | (zie paragraaf | 3. 3). De | grondwa- terstand | wordt | sinds | oktober | 2024 | gemeten | en | worden | daarbij | eenmaal | per | uur | geregistreerd. | Vooralsnog | wordt | het grondwater | gedurende | minimaal | 12 | maanden | gemonitord. De | peilbuisbladen | van | de | geplaatste | peilbuizen | zijn | opgenomen | in bijlage | 3. Voor | de | ontsluiting | en | presentatie | van | de meta- | en | meetdata | wordt | gebruik | gemaakt | van | het | Argus | waterdata | platform. | 3 | De | per | uur | geregistreerde | data | wordt | een- maal | per | zes | uur | naar | het | platform | verzonden. | In | figuur | 4. 4 is de | situering | van | de | grondwaterpeilputten | weergegeven. | Fi- guur | 3. 5 geeft | de | stijghoogte | metingen | weer | van | het | grondwater | zoals | gemeten | sinds | de | start | van | de | monitoring. | De grondwaterstromingsrichting | kan | lokaal | worden | beïnvloed | door | het | aanwezige | oppervlaktewater.

| Volgens | de | geraad- pleegde | bronnen | wordt | de | grondwaterstromingsrichting | van | het | eerste | watervoerend | pakket | gekenmerkt | door | een | stro- ming | in noord- | tot | noordoostelijke | richting. Op | basis | van | de | huidige | metingen | is sinds | de | start | van | de | metingen | een | grondwaterstand | gemeten | in de | bandbreedte | 440 , - 540 , | m | +NAP | (hoogst | gemeten) | en | 191 , | – 282 , | m | +NAP | (laagst | gemeten). | De | gemeten | grondwaterstanden | komen | overeen met | een | grondwaterstromingsrichting | (verhang) | in noordoostelijke | richting. | De | grondwaterstand | (stijghoogte) | zoals | geme- ten | in peilbuis | 125 | week | daarin | vanaf | de | start | van | de | monitoring | sterk | af | van | de | overige | stijghoogtemetingen | en | lag | ten zichtte | van | de | overige | metingen | meer | dan | 90 | cm | hoger. | Vanaf | 21 | mei | 2025 | is de | grondwaterstand | in | peilbuis | 125 | gedaald in de | bandbreedte | van | de | overige | grondwaterstanden. | Een | reden | voor | deze | afwijking | is vooralsnog | niet | bekend. | Volgens Aveco | de | Bondt | zijn er | voor | zover | bekend | geen | afwijkingen | in de | metadata | of instellingen. Op | basis | van | de | huidige | metingen | is waar | te | nemen | dat | de | grondwaterstand | lokaal | sterk | kan | regeren | op | neerslag.

| De | reac- tie is hierin | per | locatie | verschillend. | In periode | met | weinig | tot | geen | neerslag | kan | de | grondwaterstand | lokaal | sterk | uitzak- ken. | Met | name | bij peilbuis | 110 | en | 113 | is deze | trend | sterk | waarneembaar. | Mogelijk | dat | dit te | relateren | is aan | de | aanlig- gende | watergangen | (zie | paragraaf | 3. 6). 3 www. | arguswater. | nl. 15/21 Figuur 4. 4 Situering grondwaterpeilbuizen Figuur 4. 5 Stijghoogtemetingen grondwater 16/21 Op basis van de gegevens van de grondwatermonitoring tot nu toe alsmede de grondwaterstromingsrichting en het ver- hang is voor het plangebied ingeschat dat de Gemiddelde Hoogste Grondwaterstand (GHG) in het zuidwesten is gelegen op 550 m +NAP en in het noordoosten op 460 m +NAP. Hierbij wordt opgemerkt dat de GHG vooralsnog is ingeschat op basis , , van een zeer korte meetreeks. Een GHG kan normaliter pas worden bepaald op basis van langere meetperiode (ca. 8 jaar). Lopende de grondwatermonitoring zal de GHG op basis van de dan beschikbare gegevens nader worden vastgesteld. Wellicht is het mogelijk om na een langere meetperiode een zogenoemde Representatie Hoogste Grondwaterstand (RHG) te bepalen. Daarnaast kan aan de hand van een langere meetperiode beter de correlatie tussen de grondwaterstand en neerslag worden vastgelegd.

4 Ten tijde van het uitgevoerde verkennende bodemonderzoeken is in september 2024 een grondwaterstand gemeten tus- sen de 240 en 330 m -mv. In november 2024 is een grondwaterstand waargenomen tussen de 20 en 25 , m -mv. , , , Het plangebied ligt niet in een grondwaterbeschermings- , grondwaterwin- , attentiegebied of boringsvrijezone. 4. 6 Oppervlaktewater Voor het waterschap is de legger , samen met de waterschapsverordening , hèt instrument om te zorgen voor veilige dijken , droge voeten , voldoende en schoon water. De legger bestaat uit een set van kaarten. Daarop staat welke rivieren , beken , vennen en regenwaterbuffers , lijnvormige elementen , waterkeringen en kunstwerken (stuwen , sluisdeuren en kademuren) het waterschap in beheer heeft en waar ze liggen. De legger bevat ook een register waarin staat wie waar en waarvoor het onderhoud moet doen. Tot slot bevat de legger zones (zoneringen) voor toekomstige ontwikkelingen en bescherming van het watersysteem. Op de leggerkaart van waterschap Brabantse Delta zijn de in de directe omgeving van het plangebied gelegen oppervlakte- wateren weergegeven. Binnen het plangebied liggen meerdere B-watergangen. Aan de west- en noordzijde , langs de we- gen De Hoogt en de Bulkstraat , wordt het plangebied begrensd door twee A-watergangen. De begrenzing van een oppervlaktewaterlichaam wordt gevormd door de insteek.

De beschermingszone van een A-water- gang is aan weerszijden van het oppervlaktewaterlichaam 5 meter , gemeten uit de insteek. Water wordt in noordoostelijke richting afgevoerd. Het waterniveau in de watergangen wordt gereguleerd door stuw KST000006 met een minimale kruinhoogte op 278 m +NAP. In figuur 4. 6 is een uitsnede van de leggerkaart weergegeven. , Het is verboden zonder omgevingsvergunning in een a-water , in de beschermingszone bij een a-water en in een b-water: a) b) c) handelingen te verrichten ; werken te behouden ; of vaste substanties of voorwerpen te laten staan , liggen of drijven. Daarnaast is het ook verboden om zonder omgevingsvergunning water te lozen in of te onttrekken aan een oppervlaktewa- terlichaam. 4 Verkennend bodemonderzoek ‘Bulkstraat te Wouw (241406) ; Verkennend bodemonderzoek ‘Tuin Bulkstraat 2A te Wouw’ (241754) ; Verkennend bodemonderzoek ‘Plantagebaan 59A e. o. te Wouw (241754). 17/21 Figuur 4. 6 Uitsnede legger oppervlaktewater (bron: waterschap Brabantse Delta 4. 7 Veiligheid (waterkering) Het plangebied ligt niet in een kern- of beschermingszone van een waterkering. 4. 8 Ontwatering en drooglegging Om grondwateroverlast te voorkomen dient bij het ontwerp rekening gehouden te worden met minimale ontwaterings- diepten en droogleggingseisen.

Uitgangspunt hierbij is dat bij de inrichting van (nieuw) stedelijk gebied in principe wordt aangesloten bij de huidige grond- en oppervlaktewaterpeilen , en dat er ten gevolge van de inrichting van het betreffende gebied geen negatieve effecten op de omgeving ontstaan (verdroging of vernatting). Met andere woorden , hydrologisch neutraal ontwerpen. 18/21 Figuur 4. 7 Ontwatering en drooglegging 4. 8. 1 Ontwatering De ontwateringsdiepte is het verschil in hoogte tussen het maaiveld en de maximaal optredende grondwaterstand. De ont- wateringsdiepte zoals gehanteerd door de gemeente Roosendaal zijn opgenomen in tabel 4. 2. Tabel 4. 2 Normen voor ontwateringsdiepte Functie Secundaire wegen en hoofdstraten Hoofdwegen Woningen met kruipruimte Ontwateringsdiepte Maaiveld* 07 , m t. o. v. GHG** Maaiveld 10 , m t. o. v. GHG Vloerpeil 07 , m t. o. v. GHG Vloerpeil 03 , m t. o. v. GHG Maaiveld 05 , m t. o. v. GHG Woningen zonder kruipruimte Groenvoorzieningen *maaiveld is aardoppervlak ** GHG is gemiddeld hoogste grondwaterstand 4. 8. 2 Drooglegging De grondwaterstand (ontwateringsdiepte) wordt mede bepaald door de drooglegging van een gebied. Drooglegging is het verschil tussen het oppervlaktewaterpeil en de maaiveldhoogte. Doorgaans geldt voor het maaiveld een drooglegging van 070 , m , voor het straatpeil een drooglegging van 1 m en voor het bouwpeil een drooglegging van 13 , m. 4. 8.

3 Conclusie Op basis van bestaande maaiveldhoogtes , ingeschatte GHG en grondwater verhang wordt verwacht dat de GHG ter plaat- sen van de laagst gelegen terreindelen is gelegen rond de 50 centimeter beneden maaiveld. Op de hoger gelegen terrein- delen kan de GHG worden verwacht rond de 130 centimeter beneden maaiveld of dieper. De ontwatering zal daardoor ten aanzien van bestaand maaiveldniveau en de toekomstige woningen en wegen niet overal voldoende zijn. Lokaal zal het maaiveld opgehoogd moeten worden. Om instroming van hemelwater vanuit de omgeving te voorkomen wordt geadviseerd om de toekomstige bouwpeilen mi- nimaal 20 cm hoger aan te leggen dan het naastgelegen maaiveldniveau. 4. 9 Riolering In de weg De Hoogt ligt een gescheiden rioolstelsel (hemelwater en afvalwater). Tevens ligt in de weg De Hoogt een draina- gestelsel. In de Bulkstraat is geen riool gelegen. In de overige wegen in de kern van Wouw ligt een gemengd rioolstelsel. In figuur 3. 8 is de situering van het riool weergegeven. 19/21 Figuur | 4. 8 Situering | riolering | (bron: | PDOK) 4. 10Waterberging Ten | aanzien | van | het | planvoornemen | en | de | omgang | met | hemelwater | moet | in de | basis | worden | voldaan | aan | de | bergingseis van | 60 | mm | (60 | liter | berging | per | m | 2 oppervlak | conform | het | WRP | 2024-2027).

| De | totale | oppervlakte | van | het | plangebied | be- draagt | 103. | 854 | m. 2 Op | basis | van | het | gemeentelijk | beleid | betekent | dit | een | retentieopgave | van | 6. 231m. | 3 De | retentieopgave | op | basis | van | beleid | van | Waterschap | Brabantse | Delta | bedraagt: Benodigde | retentiecapaciteit | (in m) 3 = toename | verhard | oppervlak | (44. 593 | m) 2 | x gevoeligheidsfactor | (1) | x 006 , | = 2. 676 | m. 3 Om | inzicht | te | krijgen | in het | ruimtebeslag | dat | nodig | is om | te kunnen | voorzien | in de | waterbergingsopgave-/compensatieop- gave | , enkele | mogelijke | alternatieven | indicatief | uitgewerkt | in de | memo | ‘Wateropgave | en | compensatie | Wouwse | Weide’ | d. d. 15 | juli | 2025. | De | memo | is bijgevoegd | in bijlage | 4. | De | waterbergingsopgave | ten | tijde | van | de | vaststelling | van | het | TAM-plan Wouwse | Weide | is minder | groot | dan | in bijlage | 4 is berekend | , omdat | het | plangebied | kleiner | is geworden | ten | opzicht | van 2025. | Op | het | gedeelte | van | het | plangebied | dat | geen | onderdeel | meer | uitmaakt | van | dit | plan | was | met | name | bebouwing | voor- zien. Om | de | retentieopgave | binnen | de | grenzen | van | het | plangebied | op | te vangen | is veel | ruimte | nodig. | Dit | heeft | een | grote | impact op | het | plangebied.

| De | gemeente | heeft | aangegeven | dat | wanneer | uit | een | stresstest | blijkt | dat | bij hevige | regenval | geen | sprake is van | wateroverlast | op | het | plangebied | en | de | op | de | omgeving | in | afwijking | van | het | beleid | uit | het | WRP | 2024-2027 | er | kan | en mag | worden | voorzien | in een | lagere | bergingseis. 20/21 In de regels van het TAM-omgevingsplan voor de Wouwse Weide is vastgelegd dat er moet worden voldaan aan de ber- 2 gingseis van 60 mm (60 liter berging per m oppervlak conform het WRP 2024-2027). Er is ook vastgelegd dat in afwijking van deze eis een lagere bergingseis is toegestaan als wordt voldaan aan de volgende voorwaarden: Uit een stresstest blijkt dat bij hevige regenval geen sprake is van wateroverlast op het plangebied en de op de omgeving. Als uitgangspunten van de stresstesten in ieder geval en niet uitputtend rekening wordt gehouden met: Definitie stresstest Een stresstest is een test om te beoordelen hoe een systeem presteert onder extreme , niet ondenkbare , omstan- digheden tot het punt waarop het systeem het begeeft. Het doel is om kwetsbaarheden en de grenzen van het systeem te identificeren en inzicht te krijgen in de robuustheid onder zware belasting. Definitie hevige regenval De Deltawet waterveiligheid en zoetwatervoorziening uit 20212 vormt de juridische basis voor het Deltapro- gramma.

Deze richt zich op waterveiligheid , zoetwatervoorziening en ruimtelijke adaptatie. Klimaatadaptatie is hierin deels wettelijk vastgelegd. Het Deltaprogramma bestaat uit drie plannen: Deltaplan Waterveiligheid , het Deltaplan Zoetwater en het Deltaplan Ruimtelijke Adaptatie. In deze laatste is ondermeer opgenomen dat als uit- gangspunt voor de stresstest Wateroverlast een neerslaggebeurtenis met een lokale bui met 70 mm neerslag in 1 uur (T100-bui) wordt gehanteerd. Daarom wordt voor de stresstest wateroverlast voor de Wouwse Weide de neer- slaggebeurtenis met een lokale bui van 70 mm neerslag in 1 uur gehanteerd. Wateroverlast Er is sprake van wateroverlast wanneer: Regenwater de woningen binnenstroomt (meer 5 cm water tegen de gevels) ; Buurten niet meer bereikbaar zijn voor nood-en hulpdiensten (meer dan 15 cm water op straat) ; Vitale en kwetsbare schade oploopt , denk aan bijvoorbeeld verdeelstations en trafohuisjes (meer dan 30 cm water tegen vitale infrastructuur) ; Afvalwater in grote mate vanuit de riolering de straat oploopt ; De ontwikkeling van het plangebied geen negatief effect heeft op het omliggende watersysteem en mag het risico op wateroverlast bij een T100-bui niet vergroten. 1. 2. 3.

De definitieve systeemkeuze , positionering en technische uitwerking van het systeem wordt bij een latere uitwerkingsfase nader uitgewerkt en gedimensioneerd met aangegeven maatvoering en dwarsdoorsnede(s) met hoogtematen t. o. v. NAP. De diverse onderdelen van het hemel- , afvalwatersysteem worden vervolgens (civieltechnisch)uitgewerkt en getoetst. Daarnaast wordt de wijze van beheer en onderhoud en onderhoudsplichtige overlegd. 21/21 Bijlage 1 Gegevens verkennend bodemonderzoek

k k e r aZnL e e m , m a t i g z a n d i g , n e u t r a a l b r u i n , E d e l m a n b o o r n e u t r a a l g r i j s , - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - c h r j v n g - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - -B o r i n g : a n d z e r f i j n , z w a k s i l i g , m a t i g h u m e u s , o n k e r eb r u i n , E d e l m a n b to r a n d z e e r f i j n , z w a k s i l t i og , l i c h t b r u i n , l i c h t a n d z e e r f i j n , z w a k s i l t i

g , h u m e u s , e u t r a a l b r u i n , E d e l m a n b o o r e m , m a t i g z a n d i , s p o r e n r o e s t , Lg er i j s b r u i n , E d e l m a gn b o o r h u m e u s , s p o r e n r o e s t , l e i , z w KE d e l m a an kb o o r / 3 9 2 5 5 3 , 8 1 / 3 9 2 4 7 2 , 0 1 k k e r aZdZE d e l m a n b o o r E r m e r s E r m e r s 5 . 0 5 4 . 7 5 4 . 3 5 3 . 8 5 3 . 0 5 5 . 4 2 5 . 1 2 4 . 9 2 8 6 1 8 3 , 8 3 8 6 1 7 7 , 1 7 2 - 9 - 2 0 2 4 J . C . T . J . 2 - 9 - 2 0 2 4 J . C . T . J . 0 2 0 4 X / Y - c o ö r d i n a a t : X / Y - c o ö r d i n a a t : 1 2 3 4 5 1 2 a t u m : dv e l d w e r k e r : a t u m : dv e l d w e r k e r : B o r i n g : 0 . 0 0 0 . 5 0 1 . 0 0 1 . 5 0 2 . 0 0 0 . 0 0 0 .

5 0 z w a k z a n d i g , z w a k s i l t i g , n e u t r a a l g r i j s , l e i , KE d e l m a n b o o r z w a k z a n d i g , z w a k s i l t i g , n e u t r a a l g r i j s , l e i , KE d e l m a n b o o r z w a k z a d i g , z w a k s i t i g , s p o r e n r o e s t , l e i , Kn e u t r a a l g r i j s nb r u i n , E d e l m la n b o o r a n d z e e r f i j n , z a k s i l t i g , m a t i g h u m e u s , a n d z e e r f i j n , m a t i g h u m e u s , z w a k s i l t i g , a n d z e e r f i j n , m a t i g s i l t i g , n e u t r a a l g r i j s , ZE d e l m a n b o o r a n d z e e r f i j n , s t e r k s i l t i g , n e u t r a a l g r i j s , ZE d e l m a n b o o r a n d z e e r f i j n , z w a k s i l t i g , s p o r e n l e e m , E d e l m a n b o o r : B u l k s t r a a t t e W o u w k k e r aZn e u t r a a l b r u i n , E wd e l m a n b o o r k k e r aZn e u t r a a l b r u i n , E d e l m a n b o o r / 3 9 2 5 3 6 , 9 0 / 3 9 2 4 6 7 , 9 0 ( m e t e r ) Zl i c h t b r u i n , c l a s s i f i c a bt i e : sN E N 5 1 i0 4 , ie e n h e i d v e r t i c a a l : E r m e r s E r m e r s 5 . 1 5 4 . 6 5 6 . 0 0 5 . 3 0 4 . 7 0 4 . 0 0 3 . 5 0 3 . 0 0 2 . 5 0 2 . 0 2 8 6 1 4 3 , 1 7 8 6 2 4 1 , 8 1 2 - 9 - 2 0 2 4 J . C . T . J . 2 - 9 - 2 0 2 4 J . C . T . J .

P r o j e c t c o d e : 2 4 1 4 0 6 0 1 0 3 1 0 X / Y - c o ö r d i n a a t : X / Y - c o ö r d i n a a t : 1 1 2 3 4 5 6 7 8 9 a t u m : dv e l d w e r k e r : a t u m : dv e l d w e r k e r : -B o r i n g : B o r i n g : e 0 . 0 0 0 . 5 0 0 . 0 0 0 . 5 0 1 . 0 0 1 . 5 0 2 . 0 0 2 . 5 0 3 . 0 0 3 . 5 0 B o o r a n d m a t i g f i j n , z w a k s i l t i g , z w a k h u m e u s , b r u i n , - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - c h r j v n g - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - -

- - - - - - - - - - - - - -B o r i n g : r f i j n , z w a k s l i g , m a t i g h u m e u s , k k e r aZd o n k e r eb er u i n , E d e l m a n ib to o r / 3 9 2 5 8 5 , 4 0 / 3 9 2 5 8 0 , 0 6 k k e r aZE d e l m a n b o o r a n d z E r m e r s - 0 . 5 0 4 . 9 5 4 . 4 5 0 . 0 0 1 0 - 9 - 2 0 2 4 E w e l v a a r t 8 6 2 2 4 , 4 4 8 6 3 3 7 , 0 3 3 - 9 - 2 0 2 4 J . C . T . J . 0 6 0 8 X / Y - c o ö r d i n a a t : X / Y - c o ö r d i n a a t : 1 1 a t u m : dv e l d w e r k e r : a t u m : dv e l d w e r k e r : B o r i n g : 0 . 0 0 0 . 5 0 0 . 0 0 0 . 5 0 a n d z e e r f i j n , z w a k s i l t i g , m a t i g r o e s t h o u d e n d , E d e l m a n b o o r s , s p o r e n r o e s t , l e i , z w a k z a n d i g , z w a k u m Kn e u t r a a l g r i j s b r u i n , E d e l hm a n eb uo o r s t e r k z a n d i g , m a t i g s i l t i g , n e u t r a a l g r i j s , l e i , KE d e l m a n b o o r z w a k z a n d i g , z w a k s i l t i g , n e u t r a a l g r i j s , l e i , KE d e l m a n b o o r a n d z e e r f i j n , z w a k s i l t i g , m a t i g h u m e u s , a n d z e e r f i j n , m a t i g h u m e u s , z w a k s i l t i g , a n d z e e r f i j n , s t e r k s i l t i g , n e u t r a a l g r i j s , ZE d e l m a n b o o r : B u l k s t r a a t t e W o u w k k e r aZd o n k e r b r u i n , E d e l m a n b o o r k k e r aZd o n k e r b r u i n , E d e l m a n b o o r /

3 9 2 4 3 2 , 8 0 / 3 9 2 5 5 6 , 4 0 ( m e t e r ) Zl i c h t b r u i n , c l a s s i f i c a bt i e : sN E N 5 1 i0 4 , ie e n h e i d v e r t i c a a l : E r m e r s E r m e r s 6 . 2 8 5 . 7 8 4 . 9 8 4 . 2 8 3 . 7 8 3 . 2 8 2 . 2 9 5 . 6 4 5 . 1 4 8 6 2 0 3 , 6 6 8 6 2 4 1 , 6 7 2 - 9 - 2 0 2 4 J . C . T . J . 3 - 9 - 2 0 2 4 J . C . T . J . P r o j e c t c o d e : 2 4 1 4 0 6 0 5 0 7 X / Y - c o ö r d i n a a t : X / Y - c o ö r d i n a a t : 1 2 3 4 5 6 7 8 9 1 a t u m : dv e l d w e r k e r : a t u m : dv e l d w e r k e r : -B o r i n g : B o r i n g : e 0 . 0 0 0 . 5 0 1 . 0 0 1 . 5 0 2 . 0 0 2 . 5 0 3 . 0 0 3 . 5 0 0 . 0 0 0 .

5 0 B o o r a n d z e e r f i j n , z w a k s l t i g , m a t i g r o e s t h o u d e n d , E d e l m a n b o io r s p o r e n a n d z e e r f i j n , z w a k s i l t i g , s p o r e n l e e m , s p o r e n l i c h t b r u i n , E d e l m a n b o o r m a t i g z a n d i g , z w a k s i l t i g , n e u t r a a l g r i j s , l e i , KE d e l m a n b o o r z w a k z a n d i g , m a t i g s i l t i g , n e u t r a a l g r i j s , l e i , KE d e l m a n b o o r z w a k z a n d i g , z w a k s i l t i g , n e u t r a a l g r i j s , l e i , KE d e l m a n b o o r z w a k z a n d i g , z w a k s i l t i g , n e u t r a a l g r i j s , l e i , KE d e l m a n b o o r - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - c h r j v n g - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - -

- - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - -B o r i n g : a n d z e e r f i j n , m a t i g h u m e u s , z w a k s i l t i g , a n d z e e r f i j n , z w a k s i l t i g , m a t i g h u m e u s , a n d z e e r f i j n , s t e r k s i l t i g , n e u t r a a l g r i j s , ZE d e l m a n b o o r a n d z e e r i j n , m a t i g s i l t i g , b r o k k e n k l e i , Zr o e s t , n e u t fr a a l g r i j s b r u i n , E d e l m a n b o o r a n d z e e r f i j n , z w a k s i l t i g , l i c h t b r u i n , ZE d e l m a n b o o r k k e r aZd o n k e r b r u i n , E d e l m a n b o o r k k e r aZd o n k e r b r u i n , E d e l m a n b o o r / 3 9 2 6 0 5 , 1 0 / 3 9 2 5 3 1 , 8 0 Zl i c h t b r u i n , Zr o e s t , E r m e r s E r m e r s 4 . 9 7 4 . 4 7 3 . 9 7 3 . 4 7 2 . 9 7 2 . 4 7 1 . 9 7 1 . 4 3 5 . 9 9 5 . 4 9 4 . 9 9 4 . 4 9 3 . 9 9 8 6 2 4 8 , 0 9 8 6 2 5 5 , 6 5 3 - 9 - 2 0 2 4 J . C . T . J . 3 - 9 - 2 0 2 4 J . C . T . J . 1 0 1 2 X / Y - c o ö r d i n a a t : X / Y - c o ö r d i n a a t : 1 2 3 4 5 6 7 1 2 3 4 a t u m : dv e l d w e r k e r : a t u m : dv e l d w e r k e r : B o r i n g : 0 . 0 0 0 . 5 0 1 . 0 0 1 .

5 0 2 . 0 0 2 . 5 0 3 . 0 0 3 . 5 0 0 . 0 0 0 . 5 0 1 . 0 0 1 . 5 0 2 . 0 0 a n d z e e r f i j n , z a k s i l t i g , m a t i g h u m e u s , a n d z e e r f i j n , m a t i g g r i n d i g , z w a k s i l t i g , : B u l k s t r a a t t e W o u w k k e r aZn e u t r a a l b r u i n , E wd e l m a n b o o r k k e r aZn e u t r a a l b r u i n , E d e l m a n b o o r / 3 9 2 4 3 4 , 4 0 / 3 9 2 5 1 2 , 0 0 ( m e t e r ) c l a s s i f i c a bt i e : sN E N 5 1 i0 4 , ie e n h e i d v e r t i c a a l : E r m e r s E r m e r s 6 . 4 9 5 . 9 9 5 . 6 8 5 . 1 8 8 6 2 5 1 , 2 7 8 6 2 2 2 , 7 8 2 - 9 - 2 0 2 4 J . C . T . J . 2 - 9 - 2 0 2 4 J . C . T . J . P r o j e c t c o d e : 2 4 1 4 0 6 0 9 1 1 X / Y - c o ö r d i n a a t : X / Y - c o ö r d i n a a t : 1 1 a t u m : dv e l d w e r k e r : a t u m : dv e l d w e r k e r : -B o r i n g : B o r i n g : e 0 . 0 0 0 . 5 0 0 . 0 0 0 .

5 0 B o o r - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - c h r j v n g - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - -B o r i n g : a n d z e e r f i j n , z w a k s i l t i g , m a t i g h u m e u s , a n d z e e r f i j n , z w a k s i l t i g , m a t i g h u m e u s , a n d z e r f i j n , m a t i g h u m e u s , z w a k s i l t i g , k k e r aZn e u t r a a l eb r u i n , E d e l m a n b o o r k k e r aZd o n k e r b r u i n , E d e l m a n b o o r k k e r aZd o n k

e r b r u i n , E d e l m a n b o o r / 3 9 2 4 5 8 , 6 0 / 3 9 2 5 8 6 , 9 0 / 3 9 2 5 0 6 , 2 0 E r m e r s E r m e r s E r m e r s 6 . 4 3 5 . 9 3 5 . 1 0 4 . 6 0 5 . 8 9 5 . 3 9 8 6 2 9 9 , 6 5 8 6 2 8 3 , 7 3 8 6 3 3 6 , 4 2 3 - 9 - 2 0 2 4 J . C . T . J . 3 - 9 - 2 0 2 4 J . C . T . J . 3 - 9 - 2 0 2 4 J . C . T . J . 1 4 1 6 1 8 X / Y - c o ö r d i n a a t : X / Y - c o ö r d i n a a t : X / Y - c o ö r d i n a a t : 1 1 1 a t u m : dv e l d w e r k e r : a t u m : dv e l d w e r k e r : a t u m : dv e l d w e r k e r : B o r i n g : B o r i n g : 0 . 0 0 0 . 5 0 0 . 0 0 0 . 5 0 0 . 0 0 0 .

5 0 s t e r k z a n d i g , z w a k s i l t i g , s p o r e n r o e s t , l e i , Kn e u t r a a l g r i j s b r u i n , E d e l m a n b o o r z w a k z a n d i g , z w a k s i l t i g , n e u t r a a l g r i j s , l e i , KE d e l m a n b o o r z w a k z a n d i g , z w a k s i l t i g , n e u t r a a l g r i j s , l e i , KE d e l m a n b o o r s t e r k z a n d i g , z w a k s i l t i g , n e u t r a a l g r i j s , l e i , KE d e l m a n b o o r z w a k z a d i g , z w a k s i l t i g , s p o r e n r o e s t , l e i , Kn e u t r a a l g r i j s nb r u i n , E d e l m a n b o o r a n d z e e r f i j n , z w a k s i l t i g , m a t i g h u m e u s , a n d z e e r f i j n , m a t i g h u m e u s , z w a k s i l t i g , a n d z e e f j n , z w a k h u m e u s , z w a k s i l t i g , a n d z e e r f i j n , z w a k s i l t i g , s p o r e n r o e s t , E d e l m a n b o o r : B u l k s t r a a t t e W o u w k k e r aZn e u t r a a l b rr u ii n , E d e l m a n b o o r k k e r aZd o n k e r b r u i n , E d e l m a n b o o r k k e r aZd o n k e r b r u i n , E d e l m a n b o o r / 3 9 2 4 9 7 , 6 0 / 3 9 2 6 3 4 , 3 0 / 3 9 2 4 5 9 , 0 0 ( m e t e r ) Zl i c h t b r u i n , c l a s s i f i c a bt i e : sN E N 5 1 i0 4 , ie e n h e i d v e r t i c a a l : E r m e r s E r m e r s E r m e r s 5 . 8 9 5 . 3 9 4 . 8 9 4 . 3 9 3 . 8 9 2 . 8 9 2 . 3 9 1 . 7 5 5 . 0 2 4 . 5 2 6 .

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.roosendaal.nl/api/v1/meetings/1964/documents/54663