CConstaterende datRoosendaal
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 7 - Ingediende zienswijzen ZP Vroenhout_Geredigeerd.pdf

Gemeenteraad 8 juli 2021, gemeente RoosendaalBij agendapunt: 6e: Raadsvoorstel 36 Afgifte definitieve verklaring van geen bedenkingen zonnepark Vroenhout8.946 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

T.a.v. de Registratienummer 1135847, zaaknummer 2019WB0137. Roosendaal, 13 november 2020 Betreft: Zienswijze met betrekking tot het ontwerpbesluit tot verlening van een omgevingsvergunning voor de activiteiten ‘Het bouwen van een bouwwerk’, ‘Het uitvoeren van werk of werkzaamheden’ en ‘Handelen in strijd met de regels van de Ruimtelijke Ordening’ ten behoeve van het realiseren van zonnepark “’Vroenhoutseweg’ Geacht College van Burgemeester en Wethouders, Met referentie aan • een eerder gesprek met wethouder K. Koenraad op 15 juli 2020 met een gespreksverslag verstuurd op 19 juli 2020, • inspraak op 27 augustus 2020 waarvan de tekst verstuurd is op 29 augustus 2020, en • diverse correspondentie/zienswijzen waarbij het laatste stuk een aanvullende zienswijze is d.d. 19 september 2020 t.b.v. de raadsvergadering op 24 september, waarbij de gebrekkige aanpak van deze aanvraag herhaaldelijk ter discussie is gesteld en er een aantal manco’s zijn aangekaart over landschappelijke inpassing en ruimtelijke ordening wil ik u wederom informeren dat ik tegen de realisatie van zonnepark Vroenhoutseweg ben en u verzoeken de aangevraagde omgevingsvergunning niet te verlenen. Mijn zienswijze is onder nader toegelicht.

Om vergissingen uit te sluiten, het betreft hier het voorgestelde zonnepark ruwweg begrensd door Heirweg, Vroenhoutseweg en Wouwbaan, meer specifiek percelen P268 en P656, in de gemeente Roosendaal. Op zich ben ik vóór gebruik van zonnepanelen, mijn vorige en huidige woning hebben zonnepanelen, maar dan wel zonder afbreuk te doen aan de leefomgeving van omwonenden, flora en fauna. Het gebruik of toepassen van alternatieve energiebronnen mag immers niet ten koste gaan van andere belangrijke waarden in de leefomgeving. Het voorgestelde zonnepark Vroenhoutseweg doet wel serieus afbreuk aan de leefomgeving, vandaar deze zienswijze. In juni/juli 2020 hebben 4 vrijwilligers alle 60 woonhuizen in een radius van circa 700 meter vanaf het zonnepark bezocht. Deze 700m is gebaseerd op de radius die de initiatiefnemer heeft gebruikt in zijn rapportage/aanvraag. Ik herhaal de conclusie uit de eerder ingediende aanvullende zienswijze d.d. 19 september 2020, deze zienswijze is overigens niet weerlegd: 2.0 Brede maatschappelijke basis voor een goede ruimtelijke ordening en landschappelijk inpassingsplan. Zoals bekend is 75% van de omwonenden de mening toegedaan dat het Roosendaals landschap verrommelt door de komst van onder andere zonnepanelen en dat waardevolle landbouwgrond wordt bebouwd met zonnepanelen, staal en glas. Dit in strijd met het agrarisch bestemmingsplan van dit gebied.

Deze 75% wonen allen binnen een omgeving van 700m (154ha, samen meer als de wijken Vrouwenhof, Burgerhout, Villapark, Fatimawijk en Centrum – oost) van het voorgestelde plan. Het aanbrengen van struweelhagen van ca. 4m hoogte vernielt het open landschap waar de omwonenden nu van genieten inclusief de vrije blik op de flora en fauna gedurende de verschillende seizoenen. Kortom: geen brede maatschappelijke basis, geen goede ruimtelijke ordening en een landschappelijk inpassingsplan wat het open landschap compleet vernielt.

75% van de omwonenden, 45 gezinnen, is meer dan de wethouder toelichtte aan de raad tijdens het debat op 24 september 2020 met haar uitspraak dat er maar 3 personen zijn die protesteren. Al deze omwonenden zijn tegen de komst van ‘zonnepark Vroenhoutseweg’.

Interim Omgevingsverordening Brabant november 2019 Ik refereer aan de Interim Omgevingsverordening Brabant van november 2019, artikel 3.41, pagina 56, en de in de bijlagen gepubliceerde toelichting, overwegingen enzovoorts op pagina 198 en 199. Ter volledigheid heb ik desbetreffende teksten als bijlage volledig aan deze brief toegevoegd. Ik concludeer het volgende uit de genoemde verordening: 3.41 Lid 1a : uit onderzoek moet blijken dat de capaciteit voor het opwekken van duurzame energie in stedelijk gebied, op bestaande bouwpercelen en rekening houdend met de ontwikkelingsmogelijkheden van windenergie onvoldoende is.

Er is niet middels onderzoek aangetoond dat er onvoldoende capaciteit beschikbaar is op andere locaties in de gemeente, er zijn slechts arbitraire aannames gedaan over de hoeveelheid panelen die men denkt dat op daken van burgerwoningen worden gerealiseerd. Er zijn geen onderzoekscijfers gepresenteerd die aantonen wat wel of niet gerealiseerd kan worden per gebied, kortom er is geen afdoende onderzoek geweest waaruit de noodzaak van ‘zon op agrarisch land’ blijkt en hoeveel dit dan zou moeten zijn. Dit leidt tot de gebezigde “gelegenheidsplanologie” die volgens de Provincie Noord-Brabant juist voorkomen moet worden omdat ruimte schaars is. 3.41 Lid 1b. de nieuwvestiging past in het onderzoek naar geschikte locaties voor zelfstandige opstellingen van zonnepanelen, gelet op zorgvuldig ruimtegebruik en omgevingskwaliteit;

Er heeft geen onderzoek plaats gevonden naar geschikte locaties, er is niet gelet op zorgvuldig ruimtegebruik en omgevingskwaliteit. De aanvraag schiet op dit punt ernstig tekort en 75% van de omwonenden beamen dit. 3.41 Lid 1d. de ontwikkeling een maatschappelijke meerwaarde geeft;

Er is geen maatschappelijke meerwaarde voor de omwonenden. Zelfs lokale ondernemers die gevraagd zijn te assisteren bij het beheer van het zonnepark geven aan het zonnepark liever niet gerealiseerd te zien, ondanks de door initiatiefnemer aangegeven vermeende “meerwaarde” voor hen. Zie verder onder bij 3.41 Lid 2. 3.41 Lid 1e. de ontwikkeling op regionaal niveau is afgestemd met omliggende gemeenten en de netwerkbeheerder, gelet op de ontwikkeling van overige duurzame energie initiatieven in de omgeving

De gemeenten Steenbergen en Halderberge hebben besloten zon op land oplossingen voorlopig te parkeren vanwege de grote impact op de omgeving. Wel zijn daar succesvolle ‘zon op dak’ alternatieven ontwikkeld, collectiviteit ontwikkeld, en werkt men aan meer van dat soort projecten. In Etten-Leur zijn zonnepanelen langs de A58 geplaatst, in Roosendaal niets van dergelijke oplossingen. Er is dus geen of onvoldoende afstemming geweest op regionaal niveau waarbij de gemeente Roosendaal of de initiatiefnemer(s) een voorbeeld had kunnen nemen aan “meervoudig ruimtegebruik’ zoals anderen in de omgeving die ‘zon op agrarisch land’ als slechtste optie op de zonneladder vermijden als oplossingsscenario. 3.41 Lid 2 De maatschappelijke meerwaarde wordt onderbouwd vanuit de volgende criteria: a. de mate van meervoudig ruimtegebruik; b. de maatregelen die getroffen worden om de impact op de omgeving te beperken; c. de bijdrage die wordt geleverd aan andere maatschappelijke doelen.

Meervoudig ruimtegebruik zoals bedoeld door de Provinciale in de Afwegingen is niet toegepast door gemeente of initiatiefnemer: Bij de afweging van locaties vragen wij specifiek aandacht voor transformatie en meervoudig gebruik van locaties zoals op vliegvelden, langs snelwegen, stortplaatsen, zuiveringsinstallaties, grond- en slibdepots, gunstig gelegen vrijkomende locaties in het buitengebied etc.

Het laten grazen van schapen onder de panelen, zoals voorgesteld door initiatiefnemer, heeft niets te maken met meervoudig ruimtegebruik maar is een goedkope en simpele onderhoudsmaatregel.

Overigens is nog maar de vraag of dit na een aantal jaar nog mogelijk is vanwege de schade aan bodem en fauna, zie ‘Bodemgesteldheid en biodiversiteit’ onder. De maatregelen voorgesteld door de initiatiefnemer in verband met lid2b zijn beperkt tot het aanbrengen van een struweelhaag van 4m hoogte waardoor het open landschap volledig teniet gedaan wordt, dit zeer tot frustratie van de omwonenden. Weglaten van de struweelhaag is ook geen optie, vol uitzicht op het staal en glas van de panelen is ook niet passend in het landschap. De bijdrage aan andere maatschappelijke doelen, lid 2c, die door initiatiefnemer wordt aangeboden aan lokale ondernemers, eventuele participatie van omwonenden en/of een bijdrage aan een goed of maatschappelijk doel is niet meer dan een financiële geste, niet interessant en geeft geen maatschappelijke meerwaarde. Ik refereer aan de Provinciale toelichting onder Maatschappelijk Meerwaarde waar in het voorstel van initiatiefnemer niet aan voldaan wordt: Naarmate de inbreuk op de basisregels groter is, verwachten wij een grotere inspanning op het gebied van een bijdrage aan maatschappelijke doelen. Bijvoorbeeld als er in afwijking van de reguliere omvang van 5000 m² voor niet-agrarische functies een zonnepark gerealiseerd wordt van 10 hectare dat dit bijdraagt aan sloop van vrijkomende opstallen elders.

Maatschappelijke meerwaarde is ook gericht op de betrokkenheid van inwoners bijvoorbeeld doordat inwoners kunnen participeren in het project of doordat de ontwikkeling bijdraagt aan maatschappelijke cohesie of (financiële) bijdragen aan maatschappelijke opgaven. Het enkele gegeven dat het project duurzame energie oplevert is niet voldoende. Een goede invulling van deze voorwaarde garandeert tevens betrokkenheid van de inwoners door meespraak bij het project

Zonnepark Vroenhoutseweg beslaat bijna 12 hectare, initiatiefnemer heeft geen of zo iu wilt onvoldoende invulling gegeven aan deze uitleg of eis van de Provincie. Fauna Zoals eerder opgemerkt in de ingediende aanvullende zienswijze is de rapportage van Royal HaskoningDHV niet correct op ecologisch vlak. De aanvullende zienswijze van 19 september is niet weerlegd en dus nogmaals de tekst: 3.

Ecologie, beschermde soorten In tegenstelling tot de aangeleverde rapportage van Royal HaskoningDHV (RHDHV) waarin staat vermeld dat er geen bedreigde diersoorten voorkomen in het plangebied komen er wel degelijk bedreigde diersoorten voor. De volgende vogelsoorten van de rode lijst van Sovon rapport 2017/34 zijn waargenomen in het plangebied: torenvalk, steenuil, ransuil, lijsters, patrijs, koekoek, mus, boerenzwaluw, kwikstaartje, kuifleeuwerik, kievit en daarnaast vleermuizen. Verder zien omwonenden vaak (roof)vogels jagen op muizen, duiven etcetera. Misschien niet allemaal op de rode lijst, maar toch, ziet de omgeving vele andere vogels in dit gebied zoals buizerd, sperwer, groenling, vinken, sijsjes, winterkoning, merel, bonte en groene specht, vlaamse gaai, kauw, kraai, koolmees, pimpelmees, roodborstje, duiven, fazanten, dodaars en andere watervogels. RHDHV stelt daarnaast dat bij een persoonlijk onderzoek op 19 februari geen vogelnesten in de bomen naast de Heirweg zijn aangetroffen. Ons verbaast dat niet want het broedseizoen begint pas ruim 4 weken later en in de herfst en winter waait alles uit die kale eiken. Daarnaast zullen vogels niet altijd nestelen aan de Heirweg maar ook bij boerderijen en woonhuizen in de omgeving en het plangebied gebruiken voor hun voedselvoorziening. Wij concluderen dat dit een onzorgvuldige en onjuiste conclusie is van RHDHV.

En dan de paragraaf Natuuroever met riet en lisdodde die moet bijdragen aan de biodiversiteit voor insecten, kikkers, padden, vissen etcetera. Jammer alleen dat de sloten daar droogvallen en dat vissen en amfibieën daar niet kunnen overleven. Weer een misser van RHHDHV. Kortom, op ecologisch gebied klopt de rapportage niet met de werkelijkheid en wordt een goede Ruimtelijke Ordening en Inpassing geweld aan gedaan.

Het bovenstaande blijft onverkort van toepassing op de huidige situatie. Op basis van het niet mogen verstoren van de habitat van beschermde vogels moet de aanvraag op deze grond worden afgewezen, er heeft immers geen afdoende onderzoek en analyse plaatsgevonden.

BIJLAGEN Interim Omgevingsvergunning Brabant november 2019. Artikel 3.41 Zonne-parken in Landelijk gebied Lid 1 Binnen Landelijk gebied is nieuwvestiging mogelijk van zelfstandige opstellingen van zonnepanelen om te kunnen voldoen aan de doelstellingen voor het opwekken van duurzame energie als: a. uit onderzoek blijkt dat de capaciteit voor het opwekken van duurzame energie in Stedelijk gebied, op bestaande bouwpercelen en rekening houdend met de ontwikkelingsmogelijkheden van windenergie onvoldoende is; b. de nieuwvestiging past in het onderzoek naar geschikte locaties voor zelfstandige opstellingen van zonnepanelen, gelet op zorgvuldig ruimtegebruik en omgevingskwaliteit; c. de ontwikkeling qua omvang inpasbaar is in de omgeving; d. de ontwikkeling een maatschappelijke meerwaarde geeft; e. de ontwikkeling op regionaal niveau is afgestemd met omliggende gemeenten en de netwerkbeheerder, gelet op de ontwikkeling van overige duurzame energie initiatieven in de omgeving. Lid 2 De maatschappelijke meerwaarde wordt onderbouwd vanuit de volgende criteria: a. de mate van meervoudig ruimtegebruik; b. de maatregelen die getroffen worden om de impact op de omgeving te beperken; c. de bijdrage die wordt geleverd aan andere maatschappelijke doelen.

Lid 3 Er kan uitsluitend toepassing gegeven worden aan het eerste lid met een omgevingsvergunning waarbij door toepassing te geven aan artikel 2.12, eerste lid, onderdeel a, onder 2 of 3, Wet algemene bepalingen omgevingsrecht wordt afgeweken van een bestemmingsplan, waarbij aan de omgevingsvergunning in ieder geval de volgende voorwaarden worden verbonden: a. de omgevingsvergunning geldt voor een bepaalde termijn, die ten hoogste 25 jaar bedraagt; b. na het verstrijken van de termijn wordt de vóór de verlening van de omgevingsvergunning bestaande toestand hersteld en wordt de opstelling voor zonne-energie verwijderd; c. voor het gestelde onder b. wordt financiële zekerheid gesteld.

En de toelichting op pagina 198/199: Artikel 3.41 Zonne-parken in Landelijk gebied In toenemende mate worden er initiatieven ontwikkeld voor het opwekken van zonne-energie. Hiervoor bestaan mogelijkheden op daken. Daarnaast zijn er mogelijkheden voor grondgebonden zonneparken in stedelijk gebied, in zoekgebieden verstedelijking en op bestaande bebouwde locaties in het landelijk gebied zoals rioolzuiveringsinstallaties, stortplaatsen maar ook op vrijkomende agrarische locaties tot een omvang van 5000 m2 . Vanuit het beleid bestaat er een voorkeur voor plaatsing van zonnepanelen op daken of op braakliggende gronden in of aansluitend op stedelijk gebied. Dat heeft het voordeel dat ze dicht bij de gebruiker en energiesystemen worden geplaatst wat bijdraagt aan zorgvuldig ruimtegebruik en effectief is vanuit kostenminimalisatie. De verwachting is dat dit onvoldoende blijkt om in de behoefte te voorzien. Daarom is er ook een mogelijkheid om onder voorwaarden zelfstandige opstellingen van zonne-energie te ontwikkelen in landelijk gebied. Afwegingskader Belangrijke voorwaarde is dat de noodzaak van de ontwikkeling volgt uit een onderzoek waaruit blijkt dat de mogelijkheden voor de opwekking van duurzame energie binnen Stedelijk gebied en op daken onvoldoende is. Hierbij ligt uiteraard ook een relatie met de mogelijkheden van duurzame energie door wind.

Vervolgens is onderzocht waar de ontwikkeling van een zonnepark dan het beste kan plaatsvinden. Het onderzoek biedt dus een gedegen ruimtelijke onderbouwing van de behoefte aan duurzame energie en een afweging van locaties en gaat in op aspecten als: - Wat is de energiebehoefte op langere termijn?; - Hoe kan daarin worden voorzien (wind, zon, geothermie)? - Waar kan dat het beste gerealiseerd worden? Welke randvoorwaarden zijn er vanuit omgevingskwaliteit / zorgvuldig ruimtegebruik? Bij de afweging van locaties vragen wij specifiek aandacht voor transformatie en meervoudig gebruik van locaties zoals op vliegvelden, langs snelwegen,

stortplaatsen, zuiveringsinstallaties, grond- en slibdepots, gunstig gelegen vrijkomende locaties in het buitengebied etc. Een vervolgstap is dat de uitkomsten van dit onderzoek ook regionaal worden afgestemd en worden afgestemd met de netwerkbeheerder. Afstemming Vanuit een zorgvuldig gebruik van de open ruimte, afstemming van duurzame energieprojecten in een gebied en de in sommige gebieden beperkte capaciteit van het netwerk, geldt als randvoorwaarde dat projecten zijn afgestemd met omliggende gemeenten en de netwerkbeheerder. Bij de afweging spelen diverse aspecten een rol, zoals een efficiënte aansluiting op het energienet in samenspraak met de netwerkbeheerders, de kosten die gemoeid zijn met het aanleggen van energie-infrastructuur maar ook aspecten rondom zorgvuldig ruimtegebruik en omgevingskwaliteit. Deze aanpak past ook bij de regionale energie strategieën die vanuit het Rijk worden gevraagd. Maatschappelijke meerwaarde Vanuit het nu voorgestelde kader worden er op voorhand geen beperkingen gesteld aan de locatie waar zonneparken ontwikkeld kunnen worden of aan de omvang daarvan. Dat betekent dat er ook mogelijkheden voor nieuwvestiging zijn of een ruimere omvang dan 5000 m² op een vrijkomende locatie. Daarom is in de voorwaarden een bepaling opgenomen rondom maatschappelijke meerwaarde.

Naarmate de inbreuk op de basisregels groter is, verwachten wij een grotere inspanning op het gebied van een bijdrage aan maatschappelijke doelen. Bijvoorbeeld als er in afwijking van de reguliere omvang van 5000 m² voor niet-agrarische functies een zonnepark gerealiseerd wordt van 10 hectare dat dit bijdraagt aan sloop van vrijkomende opstallen elders. Maatschappelijke meerwaarde is ook gericht op de betrokkenheid van inwoners bijvoorbeeld doordat inwoners kunnen participeren in het project of doordat de ontwikkeling bijdraagt aan maatschappelijke cohesie of (financiële) bijdragen aan maatschappelijke opgaven. Het enkele gegeven dat het project duurzame energie oplevert is niet voldoende. Een goede invulling van deze voorwaarde garandeert tevens betrokkenheid van de inwoners door meespraak bij het project. Tijdelijkheid In beginsel gaan wij er vanuit dat de realisatie van zonneparken voorziet in een tijdelijke behoefte. De technologische ontwikkeling voor het opwekken van zonne-energie gaat steeds verder waardoor er steeds meer mogelijkheden ontstaan voor meervoudig ruimtegebruik zoals op daken (op het noorden), op muren, geïntegreerd in ruiten, op wegen enzovoorts. Het is daarom goed al bij het toelaten na te denken over hoe de sanering wordt veiliggesteld.

Vanwege dit tijdelijke karakter van zelfstandige opstellingen voor zonne-energie is de ontwikkeling daarom uitsluitend mogelijk met de toepassing van een omgevingsvergunning inhoudende afwijking van het bestemmingsplan. Aan een dergelijke vergunning kan een termijn worden verbonden en de voorwaarde dat na afloop van de termijn de situatie van voor de vergunningverlening wordt hersteld. Het vereiste van een omgevingsvergunning is efficiënt vanuit het terugdringen van bestuurslasten omdat er geen bestemmingsplanprocedures doorlopen hoeven te worden bij aanvang en bij afloop van het gebruik. Bovendien ontstaan er met een dergelijke procedure geen planologische rechten die op termijn kunnen leiden tot andere gebruiksfuncties of planschade claims. De vestiging van zelfstandige opstellingen groter dan 5000 m² of de nieuwvestiging van zelfstandige opstellingen buiten zoekgebieden voor verstedelijking is dus niet mogelijk met een herziening van een bestemmingsplan. Wij verwachten van de gemeente dat zij een overzicht bijhouden van verstrekte tijdelijke omgevingsvergunningen dat ook openbaar is, zodat het voor eenieder duidelijk is wanneer de gunningstermijn is afgelopen. Uiteraard geldt vanuit het vereiste van tijdelijkheid ook dat de gemeente na afloop van de periode toeziet op de sanering van het zonne-park.

Hortipoint

Grote zonneparken slecht voor bodem en het bodemleven Door Peter Bennink 25 januari 2020 Zonneparken dekken grote stukken bodem af. Dit houdt licht tegen en maakt de bodem lokaal droger. De toplaag onder de zonnepanelen wordt droger en compacter en de groei van de vegetatie neemt af. Daardoor is er minder voedsel voor bodemorganismen en verminderde vorming van bodemorganische stof. Dat blijkt onderzoek door studenten van Wageningen Universiteit bij vier zonneparken, meldt de Atlas Natuurlijk Kapitaal. De studenten onderzochten de gezondheid van de bodem semi-kwantitatief. Met behulp van indicatoren voor de chemische, fysische en biologische condities van de bodem. Deze indicatoren waren de zuurgraad (pH-waarde) en bodemkleur voor de chemie, de bodemtextuur en -structuur voor de fysica, en de aantallen en typen regenwormen en de bodemademhaling door bacteriën voor de biologie. Een verandering in een van deze componenten kunnen effecten van zonnepanelen op de bodemgezondheid aan het licht brengen. Microklimaat De observaties laten zien dat het introduceren van zonnepanelen zichtbaar leidt tot het ontstaan van een microklimaat onder de zonnepanelen, doordat de zonnepanelen licht en water tegenhouden. Hierdoor is er minder dichte vegetatie aanwezig onder de zonnepanelen. Daarbij treedt er een verschuiving op in het type vegetatie.

Van zonminnende vegetatie met veel grassen, naar vegetatie die wel kan gedijen in de verminderde licht- en watercondities. Onder de zonnepanelen komen minder regenwormen voor, en is de bodemademhaling verminderd. Opvallend was juist een verhoogde bodemademhaling aan de zuidkant. Dit is misschien te verklaren doordat de bodem, door extra vocht, gunstige condities heeft voor de planten en de bodemademhaling. Door het plaatsen van zonnepanelen is er minder licht en water onder het paneel beschikbaar en is de toplaag onder het zonnepaneel vaak droger en compacter. Dit leidt tot minder vegetatie en dus ook minder plantenwortels, hetgeen vervolgens leidt tot een afname van het bodemleven.

Belang gezond bodemleven Het bodemleven heeft belangrijke taken bij onder andere klimaatmitigatie, adaptatie, waterregulatie, reinigend vermogen en het herstellen en versterken van de biodiversiteit. Zo zorgen de bodemorganismen voor het vastleggen van koolstof en het reguleren van wateroverschotten en -tekorten, en voor de nutriëntenkringlopen. Alleen een onafgedekte bodem kan ecologisch goed functioneren.

Mogelijke oplossingen Een oplossing om dit tegen te gaan is volgens de onderzoekers wellicht het inpassen van zonnepanelen op een manier die de licht- en watercondities zo min mogelijk beïnvloedt. Bijvoorbeeld extra ruimte tussen de zonnepanelen en een hoge opstelling. Ook is het inzaaien van vegetatie die beter gedijt in de schaduw een mogelijke oplossing om de afname van bodemleven en de bodemgezondheid te beperken. Het onderzoek betreft zonneparken die, gezien de totale levensduur van 25 tot 30 jaar, relatief jong zijn. De onderzoekers verwachten dat de effecten van zonnepanelen hun negatieve trend doorzetten. De bodemorganische stof in de bodem blijft immers afnemen. De bodemgezondheid neemt hierdoor continu af, ook in de toekomst. Het is volgens de onderzoekers aan te bevelen om zorgvuldig om te gaan met het plaatsen van zonneparken op landbouwgrond, totdat alle – lange termijn – effecten bekend zijn. Verdiepend onderzoek en monitoren van

grondgebonden zonneparken moet licht werpen op de langdurige effecten van grondgebonden zonneparken op de levende bodem. Meer onderzoek Eerder onderzoek wees overigens uit dat zonneparken beter zijn voor de biodiversiteit dan landbouwgrond.

DNWG Infra B.V. POSTADRES Postbus 399 4460 AT Goes

Gemeente Roosendaal T.a.v. het college van burgemeester en wethouders Postbus 5000 4700 KA Roosendaal

ADRESSEN A. Fokkerstraat 8 4462 ET Goes Stationspark 28 4462 DZ Goes

onze referentie behandeld door telefoon e-mail publicatie bijlage

onderwerp

2020-347 OM/ LE

Telefoon www.DNWG.nl info@dnwg.nl

Gemeenteblad nummer 252888 d.d. 2-10-2020 • Mail berichten (gemeente en initiatiefnemer) • Algemene voorwaarden voor het werken in de nabijheid van de waterleidingen van toepassing (versie 2014), Zienswijze ontwerp omgevingsvergunning 2019WB0137 Ontwerpbesluit Uitgebreide voorbereidingsprocedure/ zonnepark ‘Vroenhoutseweg’ (Roosendaal, sectie P, perceelnummer 268 en 65)

Goes, 17-11-2020 Geachte heer of mevrouw, Uw gemeente heeft via bovenvermelde publicatie in het gemeenteblad bekend gemaakt dat de Ontwerpbesluit Uitgebreide voorbereidingsprocedure ‘voor het realiseren van een zonnepark nabij de Vroenhoutseweg en Heirweg in Roosendaal ter inzage ligt. Belanghebbenden worden in de gelegenheid gesteld hierop te reageren. Na bestudering van het plan merken wij op dat in het plangebied diverse ondergrondse infrastructuur is gelegen. Deze waarneming is de aanleiding tot het indienen van de onderhavige inspraakreactie. DNWG Infra B.V. beheert en onderhoudt in opdracht van Evides N.V. (hierna: Evides) de waterleidingen. Evides levert drinkwater in het zuidwesten van Zuid-Holland, Zeeland en de Brabantse Wal en draagt zorg voor een betrouwbare en veilige levering van water. Namens Evides brengen wij u het volgende onder de aandacht. In en/of in de nabijheid van het plangebied van het beoogde zonnepark bevinden zich meerdere water (transport) buisleidingen van Evides. A) Zoals bij u bekend kunnen buisleidingen en elektrische systemen elkaar wederzijds beïnvloeden door verschillende mechanismen. Onzes inziens zijn de gevolgen voor de buisleidingen van het voorgenomen plan volgens, in overeenstemming met de huidige (Nederlandse en Europese) normen vooralsnog op basis van de beschikbare informatie niet volledig in te schatten.

Bij eventuele gevolgen valt te denken aan, een beperking op uit te voeren werkzaamheden in de nabijheid van de buisleidingen, het risico van wisselstroomcorrosie, waardoor de faalkansen van de buisleidingen (lekkage) significant kunnen worden verhoogd.

BANK BIC: RABONL2U NL36 RABO 0308 5684 35 KvK nr. 22052034 BTW nr. NL811563285B01

DNWG Infra B.V.

Onzes inziens kan bij zonneparken sprake zijn van elektrische beïnvloeding (w.o. elektromagnetische comptabiliteit) op ondergrondse geleiders (metalen buisleidingen) door zowel gelijkspanningssystemen (DC) als wisselspanningssystemen (AC). Waardoor dat kan leiden tot onaanvaardbare risico’s. Er zijn duidelijke richtlijnen en normen voor opgesteld, zoals ten behoeve van: • hoogspanningssystemen (AC) geldt dat bij aanleg/wijzigingen van elektrische hoogspanningssystemen en/of buisleidingen rekening dient te worden gehouden met wederzijdse beïnvloeding. Vooraf aan de werkzaamheden dient door middel van de NEN 3654 vastgesteld te worden of de optredende beïnvloedingen niet tot onaanvaardbare risico’s kan leiden. • gelijkstroomsystemen (DC) geldt dat de metalen buisleidingen en de werking van kathodische bescherming systemen niet mogen worden beïnvloed door interferentie en/of zwerfstromen uit gelijkspanningssystemen. De aangegeven criteria in de NEN-EN 50162 en de NEN-EN 12954 dienen gehandhaafd te worden.

Zoals aangegeven kunnen wij uit de stukken niet opmaken of op de hierboven genoemde normen/ criteria is getoetst danwel verder wordt onderzocht? Vervolgens is dan de vraag worden de normen overschreven en/of zijn er mitigerende maatregelen mogelijk? Tenslotte is dan de vraag worden deze door de leidingbeheerder acceptabel geacht (past het binnen het risicobeheermanagementsysteem van de betreffende netbeheerder). Wij kunnen daarom niet uitsluiten of de benodigde activiteiten danwel de bouwwerken zoals de zonnepanelen en de bijbehorende objecten (bijv. transformatoren) of de (aan te leggen) aansluitkabel (levering aan het ‘net’) de alhier gelegen leidingen gaat beïnvloeden. B) Echter hoe dat verder zit met de bodemtemperatuur en de veranderingen van de weersomstandigheden (bijv. lange periodes van droogte) of te wel ondergronds in de omgeving van zonnevelden, om die reden kunnen wij niet zomaar uitsluiten dat er geen gevolgen zijn voor de ondergrondse buisleiding (ongeacht van het soort materiaal) danwel dat er mogelijk knelpunten kunnen gaan ontstaan. C) Vervolgens hebben wij al in 2019 aan de gemeente en aan de initiatiefnemers onze zorgen al geuit. Helaas kunnen wij uit de stukken niet opmaken dat er aandacht is voor de ondergronds infrastructuur en of mogelijk elektromagnetische interreferrentie.

D) Wij kunnen daarom nog niet uitsluiten of en welke mogelijk knelpunten zijn te verwachten ten aanzien van bijvoorbeeld de wettelijke maximale drinkwatertemperatuur (door de elektrische objecten met name de kabel). De kwaliteit van drinkwater kan door thermische beïnvloeding en/of de stijging van de bodemtemperatuur worden beïnvloed. Onzes inziens dienen de noodzakelijke maatregelen dan daarvoor getroffen te worden (bijvoorbeeld plaatsing van monitoring van temperatuurmetingen). De hieruit voortvloeiende kosten dienen door de eigenaar/ initiatiefnemer/exploitant vergoed te worden. E) Wij verzoeken u daarom de onderstaande voorwaarden op te nemen in de vergunning. Het voorstel was als volgt:

DNWG Infra B.V.

a. Alvorens wordt gestart met de bouw- en aanlegwerkzaamheden van het project/plan, wordt door initiatiefnemers een beïnvloedingsstudie uitgevoerd conform de daartoe geldende NEN-normen, waaruit blijkt dat al dan niet na het treffen van passende mitigerende maatregelen, geen onaanvaardbare invloed plaatsvindt op de ondergrondse infrastructuur ter plaatse van de leiding. Dit onderzoek wordt ter goedkeuring voorgelegd aan de leidingbeheerder(s) van de betreffende leiding(en). b. Alvorens wordt gestart met de bouw- en aanlegwerkzaamheden van het project/plan, overlegt initiatiefnemer de benodigde informatie met betrekking tot werkroutes en/of -terreinen, voor zover deze routes en/of terreinen gelegen zijn nabij de ondergrondse infrastructuur van de leidingeigenaren. Zo nodig stellen initiatiefnemers een werkplan op die wordt afgestemd met de netbeheerders, waaruit de bereikbaarheid van de ondergrondse infrastructuur gedurende de bouw- en aanlegfase van het zonnepark blijkt. c. Grondbewerkingen ter plaatse van (de beschermingszone van) de leiding zijn niet toegestaan zonder dat is aangetoond dat de betreffende werkzaamheden noodzakelijk zijn en zij geen (nadelige) invloed hebben op de ondergrondse infrastructuur ter plaatse. Voor het uitvoeren van dergelijke werkzaamheden dient vooraf expliciete (schriftelijke) goedkeuring van en namens de leidingeigenaar te zijn ontvangen.

d) Voor werkzaamheden in de nabijheid van de leidingen zijn de Algemene voorwaarden voor het werken in de nabijheid van de waterleidingen van toepassing (versie 2014), zie bijlage. e) De ondergrondse infrastructuur dient te allen tijde vrij toegankelijk te zijn, zowel tijdens als na de werkzaamheden. En voldoende ruimte blijft om eventuele werkzaamheden aan de leiding uit te voeren bijvoorbeeld voor onderzoek. f) Voorafgaand aan de (grond)werkzaamheden dient de initiatoefnemer/ontwikkelaar een plan van aanpak te overleggen aan de gemeente dat bovengenoemde punten geborgd zijn. Onzes inziens dient met de netbeheerder voortijdig afgestemd te worden in hoeverre de (risico’s) en/of de eventueel te nemen mitigerende maatregelen acceptabel zijn danwel passen binnen het veiligheidsbeheerssysteem. Een en ander kan wellicht gevolgen hebben voor de planning en mogelijk leiden tot financiële consequenties. Gelet op de mogelijke aanpassingen danwel het treffen van andere (mitigerende) maatregelen aan de buisleidingen, alsmede in het kader van de leveringszekerheid, is het voor ons van het grootste belang om tijdig inzichtelijk te krijgen welke werkzaamheden en/of aanpassingen waar en wanneer zijn beoogd en/of uitgevoerd zullen gaan worden.

Tenslotte achten wij het daarom redelijk en billijk dat de kosten voor de maatregelen, die genomen moeten worden, door u dan wel de initiatiefnemer(s) worden gedragen.

(Mail met gemeente) Van: Verzonden: donderdag 5 september 2019 16:01 Aan: Onderwerp: FW: Vroenhoutseweg in Roosendaal (nabij (gemeente Roosendaal, sectie P, nummer 268 en 656 9(deels)- zonnepark (2019-322) Urgentie: Hoog Geachte heer

,

Bedankt voor de stukken. Uit de stukken maken wij het volgende op: 1. Uit de ruimtelijke onderbouwing maken wij op dat er wel aandacht is voor de buisleidingstraat en ook in het kader van Externe Veiligheid. Wel op vallend is dat er een conclusie getrokken wordt : “Aan de oostzijde van de locatie loopt een buisleidingtracé. De leidingen en de veiligheidszone vallen buiten het plangebied. Er zijn geen effecten te verwachten met betrekking tot de externe veiligheid“. Dat is van toepassing weliswaar voor de planologische bestemmingen (figuur 3-2 pagina 11) voor wat betreft de bestemde gebieden, maar dat staat los van het invloedsgebied. Het park komt namelijk wél in de invloedgebieden van de buisleidingen, er wordt ook naar een figuur (4-3 pagina 16) van het risicokaart verwezen, daarop is namelijk te zien dat het over het gebied valt ( zie onderstaande afbeelding 1) . Uit de aanvraag maken we ook op dat perceel Roosendaal, P, 659 geen deel uitmaakt van het park, dat is het perceel dat precies naast de buisleidingenstraat is gelegen. Kortom, gelet op de soort activiteit (een zonnepark) en afstand (buisleidingstraat tot aan perceelgrensnummer: 656 bedraagt ca. 200 m.), is het voor wat betreft de EMCbeïnvloeding van de panelen op de leidingen gelegen in de buisleidingstraat geen invloed én omdat er geen sprake is van een kwetsbaar object is het verder niet relevant. . 2.

Echter, we maken ons zorgen over: a. De afbeelding detail E Grid Distance (onderin afbeelding 2) waarbij het er op lijkt dat de aansluitkabel (lees: opgewekte stroom wordt geleverd aan het landelijke dan wel regionale ‘net’) over danwel kruist het de buisleidingstraat? Om die reden zet in de contactpersoon van Lsned in de cc als beheerder van de buisleidingenstraat? Wij horen graag of dit bij hun bekend is dan wel überhaupt gewenst is? b. Verder staat in het bestemmingsplan ‘Buitengebied Roosendaal Nispen’ het volgende aangegeven: 25.6.3 Advies Alvorens te beslissen op een aanvraag om een omgevingsvergunning, als bedoeld in 25.1 winnen burgemeester en wethouders schriftelijk advies in bij de beheerder van de buisleidingenstraat omtrent de vraag of door de voorgenomen werken en/of werkzaamheden de belangen van de leiding niet onevenredig worden geschaad en welke voorwaarden gesteld dienen te worden om eventuele schade te voorkomen. Hieruit maak ik op dat als er werkzaamheden in de bestemming ‘buisleidingstraat’ is beoogd, dat er aan deze regels wordt getoetst, toch? c. Mocht dit het geval zijn, dan ontvangen wij graag de Elektromagnetische Compatibiliteit beïnvloedingsrapport(en)? Zodat bepaald kan worden of er sprake is van beïnvloeding en/of er mitigerende maatregelen voor moeten worden getrioffen dan wel of deze acceptabel is voor de betreffende netbeheerder(s).

Daarbij is het vanzelfsprekend dat alle kosten dan voor de initiatiefnemers zijn. Wij verzoeken u daarom vriendelijk de bovengenoemde punten verder als bezwaar op te pakken.

Zover wij kunnen beoordelen liggen de genoemde percelen in nabijheid van de buisleidingen van Zebra Gasnetwerk BV, Zeeland Refinery en Evides (gelegen in de buisleidingenstraat). En valt binnen de invloed gebieden van de buisleidingen die onder het regime van beluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb) vallen. Graag vragen wij u al in dit stadium aandacht voor het volgende: 1) Mogelijk sprake van Elektromagnetische Compatibiliteit (EMC) en/of sprake van andere soort interferentie met de in de buurt gelegen stalen buisleidingen; o door de panelen danwel o door de aan te leggen kabel (op welke afstand van de BSL wordt deze gelegd? is dit ook onderzocht? Zoja dan ontvangen wij graag de resultaten. Zo niet, dan horen wij graag de reden. 2) Wij vragen ons ook af in hoeverre de beheerder van de buisleidingstraat ook vooraf om advies is gevraagd? Zoja, dan horen wij graag hun advies in deze. Zo niet dan horen wij graag de reden. 3) Daarbij valt een dele van het te realiseren zonnepark in het perceel Roosendaal, P, 659, waarbij een bestemming vrijwaring zone buisleiding van toepassing is. Wij willen attenderen dat bepaalde activiteiten, naast beperkt kwetsbaar danwel kwetsbaar object, ook impact kan hebben op de buisleidingen.

Wij verzoeken u vriendelijk om de stukken op te sturen, zodat wij kunnen beoordelen in hoeverre de activiteiten mogelijk invloed kan hebben op de integriteit van de in de nabijheid gelegen buisleidingen. Alvast bedankt voor de reactie en mochten er nog vragen zijn laat het weten. Link: https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2019-193819.html

Afbeeldingen:

Met vriendelijke groet,

DNWG Infra B.V. | KvK 22052034 www.DNWG.nl

Voorwaarden bij werkzaamheden in de nabijheid van waterleidingen van Evides Het werken in de nabijheid van waterleidingen kan gepaard gaan met grote risico's. De leidingen kunnen (onder andere door graven, bronnering, plaatsen damwanden, heiwerkzaamheden of door grondaanvullingen) gaan schuiven waardoor grote wateroverlast en andere schade kan ontstaan. De waterleiding staat immers onder druk waardoor elke verandering of verstoring in de omgeving ernstige gevolgen kan hebben. Ook directe mechanische beschadiging kan dergelijke gevolgen met zich meebrengen. Het is daarom noodzakelijk de onderstaande voorwaarden stipt na te leven. Definities 1. Het bedrijf: Evides N.V., Postbus 4472, 3006 AL Rotterdam, hierna: Evides. 2. Leiding(en): Een of meerdere (drink)waterleidingen van Evides. 3. Vooroverleg: het overleg tussen opdrachtgever en/of aannemer van de (graaf)werkzaamheden en Evides, waarbij specifiek afspraken worden gemaakt ten aanzien van de te nemen voorzorgsmaatregelen ter bescherming van de leidingen. 4. KLIC: Kabels- en Leidingen Informatie Centrum. Dit is een centrale instantie waarbij (vrijwel) alle leidingbeheerders zijn aangesloten. De aanvrager meldt een werk bij het KLIC waarna door het KLIC alle aangesloten nutsbedrijven worden benaderd. De betrokken nutsbedrijven sturen dan leidinginformatie naar de aanvrager. 5.

KLIC-aanvraag: KLIC aanvragen kunnen worden onderscheiden in een oriëntatieaanvraag tijdens de voorbereidende fase van een werk en een KLIC-aanvraag minimaal drie werkdagen voor de daadwerkelijke uitvoering van een werk. Vooroverleg, oriëntatieaanvraag en KLIC-aanvraag 6. Bij ieder werk dient zorgvuldig te worden nagegaan of deze gevolgen zou kunnen hebben voor de stabiliteit van de in de nabijheid gelegen waterleiding(en). Bij enige twijfel is vroegtijdig overleg (het zgn. vooroverleg) met een vertegenwoordiger van Evides noodzakelijk. Vroegtijdig overleg, d.w.z. minimaal één maand vóór de start van de werkzaamheden, is noodzakelijk om de nodige voorzorgsmaatregelen te kunnen inplannen. Informatie over de ligging van leidingen kunnen in deze voorbereidende fase worden opgevraagd door middel van een oriëntatieaanvraag of rechtstreeks bij Evides. 7. Het initiatief voor het vooroverleg ligt bij de opdrachtgever en/of aannemer van de (graaf)werkzaamheden. 8. Minimaal 3 werkdagen van tevoren dient een KLIC-aanvraag te worden verricht. Let wel: deze laatste KLIC-aanvraag is geen vervanging van het vooroverleg. Deze KLIC-aanvraag

augustus 2004

Pagina 1 van 4

is een laatste check of de leidingligging tussen het vooroverleg c.q. oriëntatieaanvraag en de daadwerkelijke uitvoering niet is gewijzigd. 9. Gegevens over (huis) aansluitingen dienen bij de KLIC-aanvraag specifiek te worden aangevraagd. De ligging wordt (meestal) aangegeven door middel van coördinaten ten opzichte van een referentiepunt. Bij interpretatiemoeilijkheden contact opnemen met Evides. Rekening moet worden gehouden met het feit dat het leidinggedeelte tussen twee coördinaten niet in rechte lijn hoeft te liggen. In verband met grondzakkingen komen ook lussen in de aansluitleiding voor. Om deze redenen is machinaal graven niet toegestaan. 10. Indien de gegevens over (huis)aansluitingen niet specifiek zijn aangevraagd worden deze ook niet verstrekt. 11. Ten aanzien van de verstrekte (leiding)tekeningen dient rekening te worden gehouden met maatafwijkingen en op de eventuele aanwezigheid van (huis)aansluitingen. 12. In verband met eventuele wijzigingen in het leidingnet hebben de maten op de tekeningen een beperkte geldigheidsduur. 13. In de nabijheid van de waterleiding mag zonder toestemming van Evides niet worden gewerkt. Toezending van (gevraagde) leidinginformatie houdt geen toestemming voor de werkzaamheden in. 14. Op een KLIC-aanvraag wordt in principe altijd binnen de gestelde tijd gereageerd door Evides, ongeacht of er wel of geen leidingen liggen.

Wordt om één of andere reden (onder andere stagnerende of foutieve postbezorging) geen reactie ontvangen dan betekent dit niet dat er geen leidingen liggen. De aanvrager dient in een dergelijk geval altijd contact op te nemen met Evides. 15. In de volgende gevallen is altijd overeenstemming c.q. overleg nodig met Evides over de uitvoeringswijze en de te nemen voorzorgsmaatregelen: • bij vrijhanging of kruising van waterleidingen, onder andere in verband met de ondersteuning, niveauverschillen van het maaiveld bij ingravingen, bescherming van langsliggende leidingen/kabels en ter voorkoming van doorbuiging of zijdelingse uitwijking; • bij werkzaamheden nabij afsluiterkooien, kasten, KB.-palen of andere eigendommen van Evides • bij het vrijkomen of vrijgraven van een gelede leiding (AC, beton, GVK, PVC, GIJ) • bij het plaatsen van een damwand. • het graven in langsrichting van een leiding (zie ook art. 23, 24 en 25) 16. Bij de (voorbereiding van de) werkzaamheden dient men rekening te houden met brandkranen en andere appendages (denk aan egalisatiewerkzaamheden). Het ontbreken van aanwijsbordjes is geen garantie dat er geen brandkraan of appendage aanwezig is.

Het al of niet plaatsen van een aanwijsbordje is afhankelijk van afspraken tussen de brandweer en Evides (in sommige regio's worden geen aanwijsbordjes geplaatst), bovendien zijn aanwijsbordjes alleen bestemd voor de brandweer. Voor indicatie van de ligging van

augustus 2004

Pagina 2 van 4

brandkranen en appendages is een actuele leidingtekening de aangewezen informatiebron. Uitvoering van (graaf)werkzaamheden 17. Voordat met de uitvoering van het werk wordt begonnen, dient de opdrachtgever en aannemer er op toe te zien dat het uitvoerend en bedienend personeel de nodige instructies wordt gegeven ter voorkoming van schade aan de leidingen. Ook stelt hij hen op de hoogte van de risico's die aan een beschadiging zijn verbonden. 18. De aanwijzingen die door de vertegenwoordiger van Evides tijdens de uitvoering gegeven worden, dienen strikt opgevolgd te worden. 19. Bij het plaatsen van een damwand in de nabijheid van een waterleiding dient de opdrachtgever of de aannemer aan te tonen, nog voordat met het aanbrengen van de damwand wordt begonnen, dat door zijn/haar werkzaamheden geen ontoelaatbare verplaatsingen optreden van de Evides-waterleiding. 20. Bij de verstrekte leidinginformatie dient u rekening te houden met maatafwijkingen. De exacte ligging van de leidingen dient te worden bepaald aan de hand van proefgaten en/of proefsleuven. Het lokaliseren door middel van 'aanprikken' is verboden. Bij transportleidingen en in onbebouwd gebied dient men rekening te houden met een mogelijke maatafwijking van ca. 2 meter. In bebouwd gebied bedraagt de mogelijke maatafwijking 0,5 meter.

Wordt binnen deze maatafwijking geen leiding aangetroffen dan dient men contact op te nemen met Evides teneinde de juiste ligging te kunnen achterhalen. 21. In de nabijheid van leidingen mag nooit mechanisch gegraven worden. Is de exacte ligging van de leiding bekend (door middel van proefgaten) dan mag, na toestemming en met inachtneming van de overige bepalingen uit deze Voorwaarden, tot 0,50 m afstand van de leiding mechanisch gegraven worden. De graafbak dient echter zonder tanden te zijn. Eveneens mag binnen genoemde afstand van 0,50 m nooit mechanisch gegraven worden langs of haaks op de leiding. 22. Bij blootlegging van de leiding dient deze, in overleg met een vertegenwoordiger van Evides, te worden beschermd tegen weersinvloeden en beschadigingen zoals met isolatie tegen vorst en/of met latten tegen mechanische beschadigingen. 23. Bij het graven langs de leiding over een lengte van meer dan 1,5 meter evenwijdig aan de leiding dient de leiding te worden beschermd tegen (horizontale) verschuiving. Een gevolg van verschuiving is dat de leiding uit de (mof)verbindingen schiet. Beschermende maatregelen dienen in overleg met Evides te worden genomen. Grondverzakkingen dienen ten alle tijde te worden voorkomen. 24. Bij het graven in nabijheid van bochten dienen altijd voorzorgsmaatregelen te worden genomen tegen verplaatsing c.q. losschuiven van bochtstukken.

De gronddruk achter eventueel aanwezige stempelpalen mag niet worden verminderd. Let op: veel leidingen zijn niet trekvast uitgevoerd!

augustus 2004

Pagina 3 van 4

25. Alle leidingen staan onder druk en kunnen in principe niet buiten dienst genomen worden. Het drukloos zetten van de leidingen vindt alleen plaats indien er gevaar bestaat voor verplaatsing van de leiding en dit gevaar niet op andere wijze kan worden opgeheven. Het drukloos zetten vindt uitsluitend plaats door personeel van Evides. Aansprakelijkheid en schade 26. De opdrachtgever van het bedoelde werk zal aansprakelijk zijn voor alle schade toegebracht door welke oorzaak ook, aan personen of zaken waaronder begrepen medewerkers respectievelijk eigendommen van Evides, tengevolge van of in verband met de aanleg c.q. aanwezigheid van het betrokken werk ter plaatse. Voorts vrijwaart de opdrachtgever Evides voor alle (vermeende) aanspraken van derden in verband met enige schade als boven bedoeld. 27. Alle schades dienen direct aan Evides te worden gemeld. Schades aan de leidingen en andere eigendommen van Evides dienen door of namens Evides voor rekening van de veroorzaker te worden gerepareerd. Na de uitvoering 28. In gevallen waarin Evides dit verlangt dient de opdrachtgever of aannemer, zo spoedig mogelijk nadat het werk is uitgevoerd, een "as built" tekening van het uitgevoerde werk aan Evides te doen toekomen, waarop alle relevante gegevens staan aangaande het uitgevoerde werk, één en ander per werk te bepalen

augustus 2004

Pagina 4 van 4

DNWG Infra B.V. POSTADRES Postbus 399 4460 AT Goes

Gemeente Roosendaal T.a.v. het college van burgemeester en wethouders Postbus 5000 4700 KA Roosendaal

ADRESSEN A. Fokkerstraat 8 4462 ET Goes Stationspark 28 4462 DZ Goes

onze referentie behandeld door

publicatie bijlage onderwerp

2020-347 OM/ LE

Telefoon www.DNWG.nl info@dnwg.nl

Gemeenteblad nummer 252888 d.d. 2-10-2020 E-mail (gemeente en initiatiefnemer) Zienswijze ontwerp omgevingsvergunning 2019WB0137 Ontwerpbesluit Uitgebreide voorbereidingsprocedure/ zonnepark ‘Vroenhoutseweg’ (Roosendaal, sectie P, perceelnummer 268 en 65)

Goes, 17-11-2020 Geachte heer of mevrouw, Uw gemeente heeft via bovenvermelde publicatie in het gemeenteblad bekend gemaakt dat de Ontwerpbesluit Uitgebreide voorbereidingsprocedure ‘voor het realiseren van een zonnepark nabij de Vroenhoutseweg en Heirweg in Roosendaal ter inzage ligt. Belanghebbenden worden in de gelegenheid gesteld hierop te reageren. Na bestudering van het plan merken wij op dat in het plangebied diverse ondergrondse infrastructuur is gelegen. Deze waarneming is de aanleiding tot het indienen van de onderhavige reactie. DNWG Infra B.V. voert in opdracht van namens ZEBRA Gasnetwerk B.V. (verder: ZEBRA) het omgevingsbeheer uit. De ZEBRA-buisleiding is bedoeld voor het transport van hoge druk aardgas en wordt bedreven onder een maximale bedrijfsdruk van 80 bar. De buisleiding valt daarmee onder het wettelijke regime van het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb). U dient deze reactie dan ook te beschouwen als een reactie van ZEBRA. In en/of in de nabijheid van het plangebied van het beoogde zonnepark bevinden zich de ZEBRA leiding (A503N), welke gelegen is in de buisleidingenstraat. Buisleidingen en elektrische systemen kunnen elkaar wederzijds beïnvloeden door verschillende mechanismen.

Ons inziens zijn de gevolgen voor de buisleidingen van het voorgenomen plan conform de huidige (Nederlandse en Europese) normen vooralsnog op basis van de beschikbare informatie niet volledig in te schatten. Bij eventuele gevolgen valt te denken aan, een beperking op uit te voeren werkzaamheden in de nabijheid van de buisleidingen, het risico van wisselstroomcorrosie, waardoor de faalkansen van de buisleidingen (lekkage) significant kunnen worden verhoogd.

BANK BIC: RABONL2U NL36 RABO 0308 5684 35 KvK nr. 22052034 BTW nr. NL811563285B01

DNWG Infra B.V.

Onzes inziens kan bij zonneparken sprake zijn van elektrische beïnvloeding (w.o. elektromagnetische comptabiliteit) op ondergrondse geleiders (metalen buisleidingen) door zowel gelijkspanningssystemen (DC) als wisselspanningssystemen (AC). Waardoor dat kan leiden tot onaanvaardbare risico’s. Hiervoor zijn duidelijke richtlijnen en normen voor opgesteld, zoals ten behoeve van: • hoogspanningssystemen (AC) geldt dat bij aanleg/wijzigingen van elektrische hoogspanningssystemen en/of buisleidingen rekening dient te worden gehouden met wederzijdse beïnvloeding. Vooraf aan de werkzaamheden dient door middel van de NEN 3654 vastgesteld te worden of de optredende beïnvloedingen niet tot onaanvaardbare risico’s kan leiden. • gelijkstroomsystemen (DC) geldt dat de metalen buisleidingen en de werking van kathodische bescherming systemen niet mogen worden beïnvloed door interferentie en/of zwerfstromen uit gelijkspanningssystemen. De aangegeven criteria in de NEN-EN 50162 en de NEN-EN 12954 dienen gehandhaafd te worden.

Zoals aangegeven kunnen wij uit de stukken niet opmaken of op de hierboven genoemde normen/ criteria is getoetst danwel verder wordt onderzocht? Vervolgens is dan de vraag worden de normen overschreven en/of zijn er mitigerende maatregelen mogelijk? Tenslotte is dan de vraag worden deze door de leidingbeheerder acceptabel geacht (past het binnen het risicobeheermanagementsysteem van de betreffende netbeheerder). Wij kunnen daarom niet uitsluiten of de benodigde activiteiten danwel de bouwwerken zoals de zonnepanelen en de bijbehorende objecten (bv transformatoren) of de (aan te leggen) aansluitkabel de alhier gelegen leidingen gaat beïnvloeden. Een en ander kan wellicht gevolgen hebben voor de planning en mogelijk leiden tot financiële consequenties. Gelet op de mogelijke aanpassingen danwel het treffen van andere (mitigerende) maatregelen aan de buisleidingen, alsmede in het kader van de leveringszekerheid, is het voor ons van het grootste belang om tijdig inzichtelijk te krijgen welke werkzaamheden en/of aanpassingen waar en wanneer zijn beoogd en/of uitgevoerd zullen gaan worden. Ons inziens dient met de netbeheerder voortijdig afgestemd te worden in hoeverre de (risico’s) en/of de eventueel te nemen mitigerende maatregelen acceptabel zijn danwel passen binnen het veiligheidsbeheerssysteem.

Vervolgens hebben wij al in 2019 aan de gemeente en aan de initiatiefnemers onze zorgen al geuit. Helaas kunnen wij uit de stukken niet opmaken dat er aandacht is voor de ondergronds infrastructuur en of mogelijk elektromagnetische interreferrentie. Wij verzoeken u daarom de onderstaande voorwaarden op te nemen in de vergunning. Het voorstel was als volgt: a. Alvorens wordt gestart met de bouw- en aanlegwerkzaamheden van het project/plan, wordt door initiatiefnemers een beïnvloedingsstudie uitgevoerd conform de daartoe geldende NEN-normen, waaruit blijkt dat al dan niet na het treffen van passende mitigerende maatregelen, geen onaanvaardbare invloed plaatsvindt op de ondergrondse infrastructuur ter plaatse van de

(Mail met gemeente) Van: Verzonden: donderdag 5 september 2019 16:01

Onderwerp: FW: Vroenhoutseweg in Roosendaal (nabij (gemeente Roosendaal, sectie P, nummer 268 en 656 9(deels)- zonnepark (2019-322) Urgentie: Hoog Geachte heer Bedankt voor de stukken. Uit de stukken maken wij het volgende op: 1. Uit de ruimtelijke onderbouwing maken wij op dat er wel aandacht is voor de buisleidingstraat en ook in het kader van Externe Veiligheid. Wel op vallend is dat er een conclusie getrokken wordt : “Aan de oostzijde van de locatie loopt een buisleidingtracé. De leidingen en de veiligheidszone vallen buiten het plangebied. Er zijn geen effecten te verwachten met betrekking tot de externe veiligheid“. Dat is van toepassing weliswaar voor de planologische bestemmingen (figuur 3-2 pagina 11) voor wat betreft de bestemde gebieden, maar dat staat los van het invloedsgebied. Het park komt namelijk wél in de invloedgebieden van de buisleidingen, er wordt ook naar een figuur (4-3 pagina 16) van het risicokaart verwezen, daarop is namelijk te zien dat het over het gebied valt ( zie onderstaande afbeelding 1) . Uit de aanvraag maken we ook op dat perceel Roosendaal, P, 659 geen deel uitmaakt van het park, dat is het perceel dat precies naast de buisleidingenstraat is gelegen. Kortom, gelet op de soort activiteit (een zonnepark) en afstand (buisleidingstraat tot aan perceelgrensnummer: 656 bedraagt ca.

200 m.), is het voor wat betreft de EMCbeïnvloeding van de panelen op de leidingen gelegen in de buisleidingstraat geen invloed én omdat er geen sprake is van een kwetsbaar object is het verder niet relevant. . 2. Echter, we maken ons zorgen over: a. De afbeelding detail E Grid Distance (onderin afbeelding 2) waarbij het er op lijkt dat de aansluitkabel (lees: opgewekte stroom wordt geleverd aan het landelijke dan wel regionale ‘net’) over danwel kruist het de buisleidingstraat? Om die reden zet in de contactpersoon van Lsned in de cc als beheerder van de buisleidingenstraat? Wij horen graag of dit bij hun bekend is dan wel überhaupt gewenst is? b. Verder staat in het bestemmingsplan ‘Buitengebied Roosendaal Nispen’ het volgende aangegeven: 25.6.3 Advies Alvorens te beslissen op een aanvraag om een omgevingsvergunning, als bedoeld in 25.1 winnen burgemeester en wethouders schriftelijk advies in bij de beheerder van de buisleidingenstraat omtrent de vraag of door de voorgenomen werken en/of werkzaamheden de belangen van de leiding niet onevenredig worden geschaad en welke voorwaarden gesteld dienen te worden om eventuele schade te voorkomen. Hieruit maak ik op dat als er werkzaamheden in de bestemming ‘buisleidingstraat’ is beoogd, dat er aan deze regels wordt getoetst, toch? c.

Mocht dit het geval zijn, dan ontvangen wij graag de Elektromagnetische Compatibiliteit beïnvloedingsrapport(en)? Zodat bepaald kan worden of er sprake is van beïnvloeding en/of er mitigerende maatregelen voor moeten worden getrioffen dan wel of deze acceptabel is voor de betreffende netbeheerder(s). Daarbij is het vanzelfsprekend dat alle kosten dan voor de initiatiefnemers zijn. Wij verzoeken u daarom vriendelijk de bovengenoemde punten verder als bezwaar op te pakken.

Mochten er vragen dan wel opmerkingen zijn dan horen wij het graag, neem dan gerust contact op. Afbeelding 1:

Afbeelding 2 Detail E Grid Distance:

Met vriendelijke groet,

DNWG Infra B.V. | KvK 22052034 www.DNWG.nl

Van: Verzonden: donderdag 5 september 2019 14:21

Aan: (nabij (gemeente Roosendaal, sectie P, nummer 268 en 656 9(deels)- zonnepark (2019-

Dank voor uw reactie. Momenteel is de aanvraag om omgevingsvergunning ambtelijk in behandeling bij ons. Bijgaand tref je de aanvraag aan met ruimtelijke onderbouwing, tekening en andere bijlagen. Wat betreft je vragen, onderstaand onze reactie: 1. Vraag 1 is dermate technisch dat wij deze bij de aanvrager zullen neerleggen; 2. Er is geen advies gevraagd aan de beheerder/beheerders van de leidingenstraat. Het zonnepark is gesitueerd buiten de dubbelbestemming inzake de leidingstraat; Graag zien wij uw beoordeling tegemoet. Alvast een fijn weekend!

Met vriendelijke groeten,

Regisseur Wabo Gemeente Roosendaal | Team Vergunningen | 14 0165 | | www.roosendaal.nl

Van: Verzonden: woensdag 4 september 2019 14:45 Aan: Onderwerp: Vroenhoutseweg in Roosendaal (nabij (gemeente Roosendaal, sectie P, nummer 268 en 656 9(deels)- zonnepark (2019Urgentie: Hoog T.a.v. de afdeling Vergunningen, Geachte heer of mevrouw, DNWG infra BV scant voor diverse netbeheerders publicaties. Uit de publicatie smaken wij op dat er een zonnepark gerealiseerd gaat worden aan de Vroenhoutseweg in Roosendaal (nabij (gemeente Roosendaal, sectie P, nummer 268 en 656 9(deels)).

Zover wij kunnen beoordelen liggen de genoemde percelen in nabijheid van de buisleidingen van Zebra Gasnetwerk BV, Zeeland Refinery en Evides (gelegen in de buisleidingenstraat). En valt binnen de invloed gebieden van de buisleidingen die onder het regime van beluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb) vallen. Graag vragen wij u al in dit stadium aandacht voor het volgende: 1) Mogelijk sprake van Elektromagnetische Compatibiliteit (EMC) en/of sprake van andere soort interferentie met de in de buurt gelegen stalen buisleidingen; o door de panelen danwel o door de aan te leggen kabel (op welke afstand van de BSL wordt deze gelegd? is dit ook onderzocht? Zoja dan ontvangen wij graag de resultaten. Zo niet, dan horen wij graag de reden. 2) Wij vragen ons ook af in hoeverre de beheerder van de buisleidingstraat ook vooraf om advies is gevraagd? Zoja, dan horen wij graag hun advies in deze. Zo niet dan horen wij graag de reden. 3) Daarbij valt een dele van het te realiseren zonnepark in het perceel Roosendaal, P, 659, waarbij een bestemming vrijwaring zone buisleiding van toepassing is. Wij willen attenderen dat bepaalde activiteiten, naast beperkt kwetsbaar danwel kwetsbaar object, ook impact kan hebben op de buisleidingen.

Wij verzoeken u vriendelijk om de stukken op te sturen, zodat wij kunnen beoordelen in hoeverre de activiteiten mogelijk invloed kan hebben op de integriteit van de in de nabijheid gelegen buisleidingen. Alvast bedankt voor de reactie en mochten er nog vragen zijn laat het weten. Link: https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2019-193819.html

Afbeeldingen:

Met vriendelijke groet,

DNWG Infra B.V. | KvK 22052034 www.DNWG.nl

(Mail met initiatiefnemer) 2020 16:55

Onderwerp: FW: Ontwikkeling Zonnepark - Vroenhoutseweg in Roosendaal.(2019-323 en 2020097) (reactie aan initiatiefnemers) Geachte Via de medewerkers van de buisleidingenstraat hebben wij begrepen dat aanstaande op 17 maart 2020 een informatiebijeenkomst wordt gehouden, zie bijgevoegde brief. (mogelijk dat het i.v.m. de corona virus niet doorgaat?) DNWG Infra BV voert het omgevingsbeheer uit namens EVIDES N.V. (hierna: Evides)en Zebragasnetwerk BV (ZEBRA). Evides levert drinkwater in het zuidwesten van Zuid-Holland, Zeeland en de Brabantse Wal en draagt zorg voor een betrouwbare en veilige levering van water. ZEBRA is de aangewezen exploitant zoals bedoeld in het Besluit externe veiligheid buisleidingen (hierna: Bevb) en draagt zorg voor de veilige bedrijfsvoering van de hoge druk gas leiding. Graag willen u in deze fase u al op het volgende attenderen: Buisleidingen en elektrische systemen kunnen elkaar wederzijds beïnvloeden door verschillende mechanismen. Door onder ander gelijkstroom- en wisselstroom kunnen ondergrondse metalen buisleidingen worden beïnvloedt en wat kan leiden tot onaanvaardbare risico’s leiden. Bij zonneparken kunnen we te maken krijgen met elektrische beïnvloeding op ondergrondse geleiders (metalen buisleidingen) door zowel gelijkspanningssystemen (DC) als wisselspanningssystemen (AC).

Hiervoor gelden bepaalde richtlijnen en normen voor, onder andere: • Buisleidingen en elektrische systemen kunnen elkaar wederzijds beïnvloeden door verschillende mechanismen. Bij aanleg/wijzigingen van elektrische hoogspanningssystemen en/of buisleidingen dient rekening te worden gehouden met wederzijdse beïnvloeding (AC). Vooraf aan de werkzaamheden dient door middel van de NEN 3654 (AC wisselstroomsysteem)vastgesteld te worden of de optredende beïnvloedingen niet tot onaanvaardbare risico’s kan leiden. Danwel dat de voorgestelde maatregeleden door de netbeheerder acceptabel wordt bevonden danwel past binnen het risco-managementsysteem. • De metalen buisleidingen en de werking van kathodische bescherming systemen mogen niet worden beïnvloed door interferentie en/of zwerfstromen uit gelijkspanningssystemen (DC). De aangeven criteria in de NEN-EN 50162 en de NEN-EN 12954 dienen gehandhaafd te worden. Graag willen wij u als beheerder danwel ontwikkeling van het zonnepark al in dit stadium hierop attenderen. De “aansluit-” kabel (hoogstwaarschijnlijk wisselstroom) komt mogelijk nog niet in dit stadium danwel fase van het project aan de orde komt danwel mogelijk door een andere partij die het gaat leggen, waarbij uiteindelijk de opgewekte stroom aan het “net” geleverd gaat worden. Volgens ons kunnen wij een zonnepark niet los zien van de aansluitkabel.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.roosendaal.nl/api/v1/meetings/1179/documents/29219