CConstaterende datRoosendaal
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 5 Mer beoordeling

Commissie 17 september 2026, gemeente RoosendaalBij agendapunt: 6: Raadsvoorstel Vaststelling wijziging omgevingsplan Wouwse Weide6.670 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

4 alinea's met “luchtkwaliteit”: 2 24 25 38

BIJLAGE 5 MER-BEOORDELING WOUWSE WEIDE Gemeente Roosendaal 11 juni 2026 RHO ADVISEURS RHO ADVISEURS DATUM 11 juni 2026 KENMERK 20250313/227076/ PROJECT Wouw - Bulkstraat - woningbouw PROJECTLEIDER Ür, (geanonimiseerd)(geanonimiseerd)(geanonimiseerd)(geanonimiseerd) OPDRACHTGEVER Ontwikkelingscombinatie Van Agtmaal Maas-Jacobs BV PROJECTNUMMER 20250313 AUTEUR STATUS Definitief (geanonimiseerd)(geanonimiseerd) DISCLAIMER © Rho Adviseurs B.V. Niets uit dit drukwerk mag door anderen dan de opdrachtgever worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt door middel van druk, fotokopie, microfilm of op welke andere wijze dan ook zonder voorafgaande toestemming van Rho Ad- viseurs B.V., behoudens voor zover dit drukwerk wettelijk een openbaar karakter heeft gekregen. Dit drukwerk mag zon- der genoemde toestemming niet worden gebruikt voor enig ander doel dan waarvoor het is vervaardigd. AVG Onze producten worden vrijgegeven conform het protocol en eisen uit het kwaliteitssysteem van Rho Adviseurs B.V. Daarbij wordt niet gewerkt met handtekeningen en/of parafen. In het kader van de AVG worden, voorafgaand aan publi- catie of bij uitlevering aan derden, persoonsgegevens van derden in onze producten geanonimiseerd.

In het belang van de advisering en herkenbaarheid worden bedrijfsgegevens van Rho Adviseurs B.V., namen, e-mailadres(sen) en telefoon- nummer(s) van adviseur(s), zijnde auteur(s) van het rapport of de projectleider van het onderhavige project, niet geano- nimiseerd. 3/21 INHOUD Inhoud 4/21 Inleiding 1.1 Aanleiding 1.2 Mer-beoordeling 1.3 Leeswijzer Plaats en kenmerken van het project 2.1 Plaats van het project 2.11 Huidige situatie en referentiestatus 2.1.2 Beschermde gebieden — Milieugevoelige gebieden 2.2 Kenmerken van het project 2.2.1 Beoogde ontwikkeling 2.2.2 Bijzondere kenmerken Kenmerken van de milieueffecten 3.1 Verkeeren parkeren 3.2 Geluid 3.3 Luchtkwaliteit 3.4 _Omgevingsveiligheid 3.5 Bodem 3.6 Water 3.7 Ecologie 3.8 Cultureel erfgoed 3.9 Geur 3.10 Trillingen 3.11 Gezondheid Conclusie 11 12 12 13 14 15 16 16 18 19 20 21 21 21 1. | INLEIDING 1.1 | Aanleiding Aan | de | zuidoostzijde | van | de | kern | Wouw | in | de | gemeente | Roosendaal | is initiatiefnemer | voornemens | om | een | woonwijk | te realiseren | met | 250 | tot | 300 | woningen. | Het | plan | heeft | de | naam | Wouwse | Weide | gekregen.

| Dit | plan | is een | verdere | uitwerking van | het | ontwikkelgebied | De | Hoogt | 3 en | het | onderzoeksgebied | ten | zuiden | van | De | Hoogt | 3 | dat | onderdeel | is van | de | op | 17 april | 2025 | vastgestelde | visie | ‘Wonen | in | & om | de | Dorpen’ | van | de | gemeente | Roosendaal. | De | focus | voor | het | nieuwe | woonge- bied | aan | de | rand | van | het | dorp | Wouw | ligt op | het | creëren | van | een | fijne | woonomgeving | met | een | mix | van | sociale | huurwonin- gen, | betaalbare | en | vrijesectorkoopwoningen | met | aandacht | voor | de | omgeving | en | de | natuur. De | gewenste | herontwikkeling | past | niet | binnen | het | tijdelijk | deel | van | het | omgevingsplan | van | de | gemeente | Roosendaal. | Om de | ontwikkeling | mogelijk | te | maken | is een | wijziging | van | het | omgevingsplan | opgesteld | doormiddel | van | het | TAM-IMRO | stan- daard. | In | het | Omgevingsbesluit | is in | kolom | 3 opgenomen | dat | de | aanleg, | wijziging | of uitbreiding | van | een | stedelijk | ontwikke- lingsproject | met | inbegrip | van | de | bouw | van | winkelcentra | en | parkeerterreinen | mer-beoordelingsplichtig | is (Omgevingsbe- sluit, | Bijlage | V, | categorie | J11). | Dit | betekent | dat | voor | het | omgevingsplan | een | mer-beoordeling | noodzakelijk. | Deze | aanmeld- notitie | bevat | deze | beoordeling.

1.2 | Mer-beoordeling In Bijlage | V van | het | Omgevingsbesluit | (Ob) | is aangegeven | welke | projecten | mer-plichtig | of | mer-beoordelingsplichtig | zijn. Projecten | die | zijn | genoemd | in kolom | 1 van | deze | bijlage | zijn | mer-beoordelingsplichtig | in | gevallen | als | genoemd | in kolom | 3 bij besluiten | genoemd | in | kolom | 4. Voor | deze | activiteiten | moet | worden | onderzocht | of deze | aanzienlijke | milieueffecten | kunnen hebben. | De | criteria | om | dit vast | te | stellen | zijn | genoemd | in art. | 11.10 | Ob. | Samengevat | zijn | dit | de | kenmerken | van | een | project, de | locatie | van | een | project | en | soort | en | kenmerken | van | de | verschillende | milieueffecten. | Daarbij | moet | het | bevoegd | gezag rekening | houden | met | de | omstandigheden | zoals | aangegeven | in bijlage | II van | de | EEG-richtlijn | milieueffectbeoordeling (zie | Figuur | 1). De | initiatiefnemer | van | een | in | Bijlage | V aangewezen | project | moet | daarvan | mededeling | doen | bij het | bevoegd | gezag, | door- gaans | het | college | van | B&W. | In die | mededeling | (vormvrij, | meestal | een | aanmeldingsnotitie) | is een | beschrijving | van | het | pro- ject | en | de | locatie | en | de | mogelijke | milieueffecten | opgenomen.

| Het | bevoegd | gezag | beslist | binnen | zes | weken | of | geen | sprake is van | aanzienlijke | milieueffecten | en | neemt | de | motivatie | van | dit | besluit | op | in de | motivering | van | het | wijzigingsbesluit/omge- vingsplan/ | de | vergunning. | Wanneer | uit de | mer-beoordeling | blijkt | dat | belangrijke | nadelige | milieugevolgen | kunnen | optre- den, | is een | volledige | mer-procedure | noodzakelijk. De | beoogde | ontwikkeling | betreft | in totaal | de | realisatie | van | 250 | tot | 300 | woningen. | Een | dergelijke | ontwikkeling | valt | onder categorie | J11 | ‘Stedelijk | ontwikkelingsproject | met | inbegrip | van | de | bouw | van | winkelcentra | en | parkeerterreinen’. | Hiervoor | is een | mer-beoordeling | noodzakelijk | bij de | wijziging | van | het | omgevingsplan. De | planontwikkeling | is op | grond | van | bovenstaande | mer-beoordelingsplichtig | bij het | wijzigen | van | het | omgevingsplan. | Deze aanmelingsnotitie | bevat | deze | mer-beoordeling.

5/21 Met de volgende criteria mest in de mer-beoordeling rekening warden gehouden: Kenmerken projecten Plaats projecten Kenmerken van het potentiële efect - Omvang project - Gebruik van natuurlijke hulpbrannen - Productie wan afvalstoffen - Verontreiniging en hinder - Risico van ongevallen - Cumulatis met andere projecten - Bestaand grondgebruik Rijkdam/kwalitzit/ regeneratievermogen van natuurlijke huipbrannen van het gebied Het opnamevermagen van het natuurijk millieu, met in het bijzonder aandacht vaar de typen gebieden zoals weergegeven in het anderstaande kader Bereik van het effect Grensoverschrijdende karakter van het zffect Orde/ grootte complexiteit effect Waarschijnlijkheid effect Duur, frequentie, anamkeerbaarthsid van het effect ; Kunnen deze omstandigheden leiden tot belangrijke nadelige milieugevalgen leiden die het opstellen van een MER noodzakelijk maken? worden overschreden; =k gebieden met een hoge bevolkingsdichtheid; g. landschappen van hitarisch, cultureel of archeologisch belang. Gebieden waarbij het opnamevermagen van het natuurlijk milieu in het bijzonder van belang is: z. wetlands; bi kustgebieden; E berg- en bosgebreden: d. reservaten en natuurparkengebieden die in de wetgeving van Nederland zijn zangeduid/door die wetgeving warden beschermd; specale beschermingszones in het kader van de Vogel- of Habnatichthijn: =.

gebieden waarin de bij communzutaire wetgeving vastgestelde normen inzake milieukwaltzit reeds Figuur 1-1: Criteria mer-beoordeling op basis van Bijlage 3 Richtlijn 2011/92/EU 1.3 Leeswijzer Deze aanmeldingsnotitie: © _ beschrijft in hoofdstuk 2 de plaats en omvang van het project; e licht in hoofdstuk 3 de verwachte effecten voor de verschillende milieuthema's toe; e geeft in hoofdstuk 4 de voorlopige conclusie weer voor de mer-beoordeling. 6/21 2. PLAATS EN KENMERKEN VAN HET PROJECT 2.1 Plaats van het project Het projectgebied ligt aan de zuidoostzijde van de kern Wouw. Het wordt begrensd door de Bulkstraat in het noorden en woongebied De Hoogt in het westen. In het zuiden grenst het projectgebied aan de Plantagebaan en het naastgelegen spoor en door het bedrijf J&Th vd Veldt BV. In het oosten wordt het projectgebied begrensd door agrarisch gebied. In on- derstaande figuur is de ligging van het projectgebied weergegeven. 2.11 Huidige situatie en referentiestatus Het projectgebied ligt aan de zuidoostkant van de kern Wouw. Op dit moment bestaat het projectgebied in het noordoos- ten uit landbouwgrond. In het zuidwestelijke deel is het projectgebied in gebruik als agrarisch grasland, omgeven door een houthakwal. In het noordwestelijke deel van het projectgebied is een boomgaard gelegen. Een deel van het projectgebied maakt nu nog onderdeel uit van het bedrijf J&Th vd Veldt BV.

Het perceel Bulkstraat 2A maakt geen onderdeel uit van het projectgebied. De Bulkstraat is een fietststraat en onderdeel van de snelfietsroute tussen Roosendaal en Bergen op Zoom. De referentiesituatie vormt het uitgangspunt voor de beoordeling van de milieueffecten. Deze bestaat uit de huidige feite- lijke situatie, aangevuld met autonome ontwikkelingen die zonder het voorgenomen project naar verwachting zullen plaatsvinden. Voor dit project is de referentiesituatie gelijk aan de huidige situatie, aangezien er geen reeds vergunde of vastgestelde ontwikkelingen in of direct rondom het projectgebied bekend zijn. 2.1.2 Beschermde gebieden — Milieugevoelige gebieden Het projectgebied maakt geen onderdeel uit van een Beschermd Natuurmonument of Natura 2000-gebied. Het pro- jectgebied ligt op 3,8 km afstand van het Natura 2000-gebied Brabantse Wal, zie onderstaande figuur.

7/21 %, mnsvernaar rr alsoweg Boetink Hazelaar Weihoek Wouw Vinkerbroek 3 Vjbszenderg Heerle ed Langdon ©) Bulkeraar é Tolberg Oostlaar aje Kruissurdat Vijfnoek Haiink Bofteidonk Wouwse Hil doek Zoover E Everland ë %, Â Peas, Wouwse Plantage Hoevesteen Legenda: _ HR : vR 8 Hokandsd __—— VR&HR 4 ED HR groeve Ä Figuur 2-2: Natura-2000 gebieden met ligging projectgebied (rode cirkel) (Bron: Atlas Leefomgeving, Ministerie van Economische Zaken, 2018) Het projectgebied valt niet binnen een Natuurnetwerk Nederland (NNN-gebied). Het dichtstbijzijnde NNN-gebied bevindt zich op ca. 850 meter afstand van de projectlocatie, zie onderstaande figuur. Ook is het projectgebied niet aangewezen als bijzonder (provinciaal of nationaal) natuurgebied of landschap. Daarnaast is het ook geen onderdeel van een grond- waterbeschermingsgebied en stiltegebied. Boëlink ygebaan groosenda waat n Orstraat Wouw Vinkenbroek Dl © & £ Pe Oostläar Akker Legenda: B Natuurnetwerk Nederland Figuur 2-3: Natuurnetwerk Nederland nabij projectgebied (rode cirkel) (Bron: Atlas Leefomgeving, IPO,2022) Het projectgebied ligt niet in grondwaterbeschermingsgebied of in een stiltegebied.

8/21 2.2 Kenmerken van het project 2.2.1 Beoogde ontwikkeling Het plan bestaat uit de realisatie van 250-300 woningen met een gedifferentieerd programma, nieuwe fiets- en wandelver- bindingen en veel water in combinatie met openbaar groen (zie onderstaande figuur). De inrichting van de Wouwse Weide wordt vormgegeven met oog voor een duurzame, klimaatbestendige en leefbare woonomgeving. De groencompensatie binnen de Wouwse Weide wordt niet gezien als een verplichting, maar als een kans om het dorpse en landschappelijke karakter van Wouw te behouden én te verrijken. Hiermee draagt de nieuwe buurt bij aan een aantrekkelijk en toekomstbe- stendig woon- en leefmilieu, in balans met de natuur en de identiteit van het dorp. Het noordelijke plandeel wordt, net zoals vroeger (19e eeuw) opgedeeld in mozaiken. Elk deel wordt als woonveld of als groene ruimte ingevuld. Het centrale park is relatief open en zorgt zo voor een zichtrelatie met het buitengebied aan de oostzijde van het projectgebied. Voor het zuidelijke deel zijn de houthakwallen leidend voor de stedenbouwkundige opzet. De groenstructuur wordt behouden waardoor kleinschalige en besloten woonmilieus ontstaan. De bestaande boomgaard in het westelijke deel van het projectgebied wordt behouden om zo een zachte overgang naar de Hoogt 2 te waarborgen.

De nieuwe bebouwing sluit in dit deel aan bij de maat en schaal van de woningen van de Hoogt. Ook de nieuwe woningen aan de Bulkstraat sluiten aan bij de bestaande korrel langs de Bulkstraat. Hier wordt voorzien in vrijstaande en twee-onder-een-kapwoningen. In tegenstelling tot de woningen aan de noordzijde van de Bulkstraat, waar de woningen van de weg zijn afgekeerd, worden de woningen in het projectgebied met hun voorkant naar de weg gekeerd. Wandelroutes worden op zoveel mogelijk plekken vanuit de omgeving doorgetrokken in het woongebied. Deze leiden naar het centrale park en overige routes door de Wouwse Weide. In het plan worden overwegend grondgebonden woningen gerealiseerd. Het grootste deel hiervan bestaat uit twee bouw- lagen met een kap. Aan de noordrand (Bulkstraat) en de westrand (De Hoogt), wordt qua typologie en hoogte aangesloten op de maat en schaal van woningen in de directe omgeving. Daarnaast wordt privacy en inkijk bij bestaande woningen zo- veel mogelijk beperkt door middel van een zorgvuldige positionering en oriëntatie van nieuwe woningen. Op enkele loca- ties in het plan zijn stedenbouwkundige accenten opgenomen in de vorm van appartementengebouwen. Zo kan er ook aan de behoefte van gestapelde woningbouw in Wouw tegemoet worden gekomen. Hierbij wordt uitgegaan van appartemen- tengebouwen van maximaal 4 bouwlagen (hoogte ca. 14 m).

Door deze appartementen te positioneren tussen de be- staande houthakwallen alsook in de zuidoosthoek van het projectgebied, zijn de bouwvolumes vanuit de omgeving niet of nauwelijks zichtbaar. 9/21 Figuur 2-4: Proefverkaveling Wouwse Weide (Bron: Ontwikkelvisie Wouse Weide, Urban Jazz) Groen en water De boomstructuren worden behouden en er worden ook nieuwe structuren toegevoegd. In het deelgebied Weide betref- fen dit incidentele boomrijen langs greppels in het park en in woonstraten, boomgroepen en solitaire bomen. Deze orde- ning van bomen wordt in de verdere planuitwerking uitgewerkt om onder andere afwisselende parkruimtes en schaduw- rijke plekken te creëren. In de Boskamers worden boomgroepen en solitaire bomen aangebracht. In de Boskamers worden nieuwe struweelranden gecombineerd met de bestaande houthakwallen. Zo ontstaat een gelaagde opbouw van beplanting en wordt de biodiversiteit verreikt als leefgebied voor planten en dieren. Het projectgebied wordt voorzien van een kruidenrijke en bloemrijke grasvegetatie. Een extensief beheer bevordert daarbij de ecologische waarde voor flora en fauna. De woonstraten in het deelgebied Weide krijgen een dorps karakter. In de boomplantvakken komen vaste planten voor de gewenste beeldkwaliteit en biodiversiteit.

Voor de ontwikkeling worden enkele doelsoorten uitgekozen zoals de huismus, gierzwaluw, verschillende vleermuizen, steenuil en kleine marterachtigen. Ten behoeve van deze doelsoorten worden diverse natuurinclusieve maatregelen opge- nomen. Vanuit het vroegere landgebruik waren slootpatronen aanwezig voor de benodigde drooglegging van de agrarische perce- len. Om deze historische verwijzing te visualiseren worden greppels aangelegd in het centrale park. Deze greppels omzo- men de verschillende delen van het park. De greppels zijn alleen waterbergend bij heftige regenbuien, evenals de ver- laagde parkdelen die fungeren als wadi's. Het droogdal, een voormalig drooggevallen beekdal, wordt wederom hersteld. Het droogdal doet tevens mee aan de waterbergingsopgave. Voor de kwalitatieve en kwantitatieve wateropgave wordt verwezen naar hoofdstuk 3.6. 10/21 Verkeer Er wordt een hoofdontsluiting aangelegd in het zuidwesten van het projectgebied, in het verlengde van de rijweg De Hoogt. Bij calamiteiten is voorzien in een tweede ontsluiting op de Bulkstraat, aan de noordoostzijde van het projectge- bied. De Bulkstraat is primair bestemd voor fiets- en bestemmingsverkeer. In het plan is een duidelijk onderscheid gemaakt tussen het gemotoriseerd verkeer en het langzaam verkeer. De voetpaden zijn vrij liggend, uitgezonderd in de randen van het centrale park.

Hier is sprake van shared space, de auto is te ‘gast’. De rijbaan parallel aan de Bulkstraat is het meest autoluwe deel van de hoofd ontsluitingsstructuur. Ook hier wordt gekozen voor shared space. De (semi) openbare parkeerplaatsen worden zoveel mogelijk geclusterd in parkeerkoffers. Parkeerkoffers worden achter de woningen geïntegreerd in de bouwvelden. Het totale parkeeraanbod voor het plan bedraagt 409 parkeerplaatsen. Voor verdere uitwerking van verkeer en parkeren wordt verwezen naar hoofdstuk 3.1. 2.2.2 Bijzondere kenmerken De voorgenomen activiteit kan kenmerken hebben die in het bijzonder in overweging genomen moeten worden. Onder- staand is per aspect weergegeven welke kenmerken de ontwikkeling heeft: Natuurlijke hulpbronnen van het gebied Er worden natuurlijke hulpbronnen gebruikt om de woningen te realiseren. Het gebied heeft geen natuurlijke hulpbronnen die eventueel gebruikt kunnen worden. Er zijn daarom geen bijzondere kenmerken over dit aspect. De productie van afvalstoffen De woningen worden gebouwd volgens de eisen van ‘Bijna Energieneutraal Gebouw’ (BENG), die sinds 2021 als norm gel- den. Risico van zware ongevallen of rampen, waaronder rampen door klimaatverandering en de risico's voor de menselijke ge- zondheid Er wordt geen gebruik gemaakt van gevaarlijke stoffen of technologieën voor de bouw of tijdens het gebruik van de wonin- gen.

Er zijn daarom geen bijzondere kenmerken over dit aspect. Wel worden woningen mogelijk gemaakt die kwetsbare objecten zijn. Daarom wordt dit aspect verder behandeld in de kenmerken van de milieueffecten (hoofdstuk 3). 11/21 3. | KENMERKEN | VAN | DE | MILIEUEFFECTEN In dit | hoofdstuk | worden | de | belangrijkste | milieueffecten | van | de | beoogde | ontwikkeling | beschreven | ten | opzichte | van | de | refe- rentiesituatie. | De | referentiesituatie | bestaat | uit | de | huidige | feitelijke, | legale | situatie | (dus | passend | binnen | het | planologisch kader) | en | autonome | ontwikkelingen | in en | rondom | het | projectgebied. | Autonome | ontwikkelingen | zijn ontwikkelingen | die zich | ook | voordoen | als het | planvoornemen | niet | wordt | uitgevoerd, | bijvoorbeeld | gevolgen | van | vastgesteld | beleid, | projecten waarover | al definitieve | besluitvorming | heeft | plaatsgevonden, | andere | redelijk | zekere | ontwikkelingen | en | bijvoorbeeld | de autonome | groei | van | het | verkeer. | De | effectbeoordeling | in dit | hoofdstuk | is gebaseerd | op | diverse | onderzoeksrapporten | en | de informatie | uit | de | wijziging | van | het | omgevingsplan | dat | voor | de | beoogde | ontwikkeling | is opgesteld.

3.1 | Verkeer | en | parkeren Verkeersgeneratie In het | kader | van | de | ontwikkeling | is een | onderzoek | uitgevoerd | naar | verkeer | en | parkeren!. | Bij de | berekening | van | de | ver- keersgeneratie | is gebruik | gemaakt | van | de | kencijfers | uit | CROW-publicatie | 744. | Hierbij | is uitgegaan | van | de | kencijfers | voor ‘rest | bebouwde | kom’ | van | een | ‘weinig | stedelijk’ | gebied. | Dit sluit | aan | bij de | adressendichtheid | van | de | woonplaats | Wouw | van 633 | (CBS | 2023). | Gezien | het | gemiddelde | autobezit | in de gemeente | Roosendaal | is het | midden | van | de | bandbreedte | is aange- houden. | Uit | deze | berekening | komt | voort | dat | de | woningen | zorgen | voor | een | verkeersgeneratie | van | 1.585 | motorvoertuigbe- wegingen | per | weekdagetmaal, | en | 1.759 | per | werkdagetmaal. Ontsluiting Uit | het | verkeersonderzoek | blijkt | dat | de | beoogde | ontwikkeling, | met | enige | aandachtspunten | goed | ontsloten | is per | fiets | en | te voet. | Ook | met | de | auto | is het | projectgebied | vlot | en | veilig | bereikbaar. | De | beoogde | ontwikkeling | veroorzaakt | geen | knelpun- ten | in de | verkeersafwikkeling | of verkeersveiligheid | op | de wegen | waarop | het | verkeer | van | en | naar | het | projectgebied | wordt afgewikkeld.

Parkeren Uit | het | verkeeronderzoek | blijkt | dat | voor | de | ontwikkeling | 413 | parkeerplaatsen | benodigd | zijn. | Er zijn | 386 | openbare | parkeer- plaatsen | beoogd, | en | 104 | private. | De | private | parkeerplaatsen | zijn | verdeeld | over | 2 enkele | opritten | en | 51 dubbele | opritten. De | Nota | Parkeernormen | staat | het | toe | om | een | enkele | oprit | als | volledige | parkeerplaats | mee | te tellen, | en | een | dubbele | oprit als 2 volledige | parkeerplaatsen. | Hiermee | bedraagt | het | totale | parkeeraanbod | 490 | parkeerplaatsen, | wat | ruim | voldoende | is voor | het | opvangen | van | de | parkeerbehoefte. Spoorwegen | risicoanalyse In het | kader | van | de | ontwikkeling | is een | spoorwegrisicoanalyse | uitgevoerd | om | in beeld | te | brengen | wat | de | toename | van | het verkeer | vanwege | het | plan | betekent | voor | de veiligheid | ter | plaatse | van | de | overweg | Plantagebaan.? | Uit | deze | analyse | blijkt | dat door | de | ontwikkeling | het | aanbod | gemotoriseerd | verkeer | op | de | overweg | toeneemt. Het | aanbod | fietsverkeer | neemt | beperkt | toe | door | de | ontwikkeling. | Beide | wijzigingen | zorgen | slechts | voor | een | beperkte | en acceptabele | toename | van | de | risico's | op | de | overweg.

| Het | aanbod | gemotoriseerd | verkeer | dat | vanaf | de | overweg | afslaat | rich- ting | De | Hoogt | toe | neemt | echter | ook | toe, | namelijk | met | ongeveer | 610 | motorvoertuigen | per | etmaal. | Daarmee | neemt | de | kans toe | dat | de | overweg | niet | tijdig | ontruimd | kan | worden, | wat | een | achteruitgang | in overwegveiligheid | is. Als compensatiemaat- regel | wordt | daarom | een | filebak | geplaatst | ten | zuiden | van | de | overweg | die | een | mogelijke | file ten | noorden | van | de | overweg detecteert. | Andere | maatregelen | om | zoveel | mogelijk | potentiële | ontruimingsproblemen | van | de | overweg | te voorkomen | zijn niet | haalbaar | of zijn | disproportioneel | in relatie | tot | de | afname | in overwegveiligheid | die | door | het | project | Wouwse | Weide wordt | veroorzaakt. — ‘Verkeer | en parkeren | notitie Rho adviseurs | (10-07-2025) | 20250313 ? | Wouwse | Weide | — Arcadis | (25-8-2025) Risicoanalyse | overwegen | Woningbouw | VPDPA6JAQMMT-1633547011-75:A 12/21 Conclusie De | beoogde | ontwikkeling | veroorzaakt | geen | knelpunten | in de | verkeersafwikkeling | of verkeersveiligheid | op | de | wegen waarop | het | verkeer | van | en | naar | het | plangebied | wordt | afgewikkeld. | Er worden | voldoende | parkeerplaatsen | gerealiseerd voor | de | parkeerbehoefte.

| Voor | het | aspect | verkeer | en | parkeren | zijn | belangrijke | nadelige | milieugevolgen | uitgesloten. 3.2 | Geluid Geluid | door | verkeer | (wegen, | spoorwegen) In het | kader | van | de | ontwikkeling | is een | akoestisch | onderzoek | uitgevoerd | naar | de | geluidsbelasting | van | weg- | en | spoorweg- verkeer? | Voor | wegverkeerslawaai | is het | plan | gelegen | binnen | het | geluidaandachtsgebied | van | de | Rijksweg | A58 | en | de | ge- meentewegen | Bulkstraat, | De | Hoogt, | Gierelaar, | Molensingel, | Neerakker, | Plantagebaan | en | Tiendevrij. | Voor | spoorweglawaai - is het | plan | gelegen | binnen | het | geluidaandachtsgebied | van | de | spoorweg | Bergen | op | Zoom | Roosendaal. Voor | de | rijkswegen | geldt | dat | het | geluid | op | de | gevels | van | de | nieuwe | woningen | en | appartementen | de | standaardwaarde | van 50 | dB | met | maximaal | 3 dB | overschrijdt. | De | grenswaarde | van | 60 | dB | wordt | nergens | overschreden. | Voor | de | gemeentewegen geldt | dat | het | geluid | op | de | gevels | van | de | nieuwe | woningen | en | appartementen | de | standaardwaarde | van | 53 | dB | met | maxi- maal | 1 dB | overschrijdt. | De | grenswaarde | van | 70 | dB | wordt | nergens | overschreden.

- Voor | de | spoorweg | Bergen | op | Zoom | Roosendaal | geldt | dat | de | standaardwaarde | voor | spoorweglawaai | van | 55 | dB | met | maxi- maal | 5 dB | overschrijdt. | De | grenswaarde | wordt | echter | niet | overschreden. Het | treffen | van | overdrachts- | en/of | bronmaatregelen | leidt | tot | bezwaren | van | stedenbouwkundige, | landschappelijke | en | fi- nanciële | aard | en | is daarom | niet | mogelijk. | Ook | het | vergroten | van | de | afstand | tussen | geluidbron | en | ontvanger | is niet | doeltref- fend. Uit | de | rekenresultaten | blijkt | dat | voor | alle | woningen | en | appartementen | geldt | dat | deze | de | beschikking | hebben | over | ten | min- ste | één | gevel | waarvoor | de | geluidbelasting | de | standaardwaarde | niet | overschrijdt. | Indien | iedere | woningen | en | appartement kan | beschikken | over | ten | minste | één | te openen | geluidluw | geveldeel, | wordt | voldaan | aan | de | eisen | conform | het | omgevings- plan | en | het | gemeentelijke | geluidbeleid. Geluid | door | activiteiten In het | kader | van | de | ontwikkeling | is een | akoestisch | onderzoek | uitgevoerd | naar | de | geluidsemissie | van | de | (milieubelastende) activiteiten | en | werkzaamheden | binnen | de | bedrijfslocatie | van | J. & | Th. | Van | der | Veldt | BV, | gelegen | aan | de | Plantagebaan | 57 | te Wouw’.

| Uit | het | onderzoek | blijkt | dat | de | geluidgevelbelasting | door | Van | der | Veldt | in de | dagperiode | ten | hoogste | 52 | dB(A) | be- draagt | voor | het | langtijdgemiddeld | beoordelingsniveau | en | ten | hoogste | 72 | dB(A) | voor | het | maximale | geluidsniveau. | De | karak- teristieke | geluidwering | moet | daarmee | 17 | dB | bedragen | om | aan | de | norm | voor | het | binnenniveau | te | kunnen | voldoen | conform het | omgevingsplan. | Een | karakteristieke | gevelwering | van | 20 | dB | is een | standaardeis | uit het | Besluit | bouwwerken | leefomge- — | — ving | (Bbl) | en | wordt | indien | er | mechanische | ventilatie | wordt | toegepast | in de | praktijk | eenvoudig | gehaald. | Daarom | kan gesteld | worden | dat | de | Van | der | Veldt | niet | belemmerd | wordt | in | haar | activiteiten. Met | betrekking | tot | het | langtijdgemiddelde | beoordelingsniveau | (LAr,LT) | kan | worden | gesteld | dat | er | op | de | meeste | toetspun- ten | kan | worden | voldaan | aan | de | geluidsvoorwaarden | uit het | omgevingsplan | gemeente | Roosendaal | en | de | instructieregels | uit het | Bkl | van | 50 | dB(A) | etmaalwaarde | in de | dagperiode. | Op | een | vijftal | toetspunten | kan | niet | worden | voldaan | en | vindt | er een overschrijding | plaats | van | ten | hoogste | 2 dB.

| Het | bevoegd | gezag | zal deze | overschrijding | van | de | waarde | van | het | omgevings- plan | onder | voorwaarden | moeten | toelaten. | Als | dit | het | geval | is, zijn | er voor | wat | betreft | het | aspect | geluid | door | activiteiten geen | belangrijke | nadelige | milieugevolgen. 3 Akoestisch | onderzoek | en | Bulkstraat | te Wouw- | Tritium | (18-08-2025) | 2500998MCL-01 wegverkeers- | spoorweglawaai 4 Akoestisch | onderzoek | Bulkstraat | te Wouw- | Tritium | (14 | 2025) | 2500998MCL-02 omgevingslawaai | augustus 13/21 Uit het onderzoek blijkt dat een veilige en gezonde fysieke leefomgeving is gewaarborgd, en dat de nieuw voorziene wonin- gen geen belemmering vormen voor de omliggende activiteiten. Gecumuleerd en gezamenlijk geluid De nieuwe woningen en appartementen worden beoogd in het geluidaandachtsgebied van de spoorwegen, gemeentewe- gen, rijkswegen en omliggende bedrijfsactiviteiten. Het gecumuleerd geluid op de gevels van de beoogde nieuwe woningen en appartementen bedraagt ten minste 44 dB en ten hoogste 58 dB. Conform de methode Miedema kan het gecumuleerd geluid worden gekwalificeerd als "zeer goed” tot "matig. Het bevoegd gezag zal beoordelen of het geluid op de nieuwe wo- ningen en appartementen aanvaardbaar is.

Als dit het geval is, zijn er voor wat betreft het aspect gecumuleerd en geza- menlijk geluid geen belangrijke nadelige milieugevolgen. Voor onderhavige woningen en appartementen bedraagt het gezamenlijk geluid maximaal 61 dB. Met een aanvullend on- derzoek ter bepaling van de geluidwering van de gevels zal worden aangetoond dat aan de voornoemde nieuwbouweis kan worden voldaan. Bij toepassing van de juiste geluidwerende materialen en maatregelen (conform een nader onderzoek) is vervolgens een aanvaardbaar geluidbinnenniveau gewaarborgd. Conclusie Met betrekking tot het langtijdgemiddelde beoordelingsniveau (LAr,LT) kan op een vijftal toetspunten niet worden voldaan en vindt er een overschrijding plaats van ten hoogste 2 dB. Het bevoegd gezag zal deze overschrijding van de waarde van het omgevingsplan onder voorwaarden moeten toelaten. Met een aanvullend onderzoek ter bepaling van de geluidwering van de gevels zal worden aangetoond dat aan de voor- noemde nieuwbouweis kan worden voldaan. Bij toepassing van de juiste geluidwerende materialen en maatregelen (con- form een nader onderzoek) is vervolgens een aanvaardbaar geluidbinnenniveau gewaarborgd. Het gecumuleerd geluid op de gevels van de beoogde nieuwe woningen en appartementen bedraagt ten minste 44 dB en ten hoogste 58 dB.

Het bevoegd gezag zal beoordelen of het geluid op de nieuwe woningen en appartementen aanvaard- baar is. Als bovenstaande overschrijdingen door het bevoegd gezag worden toegestaan en de aanvullende gevelweringsberekenin- gen aantonen dat aan de nieuwbouweisen wordt voldaan, zijn er voor wat betreft het aspect geluid geen belangrijke nade- lige milieugevolgen. 3.3 Luchtkwaliteit Het project voorziet in de realisatie van 250- 300 woningen. Het projectgebied bevindt zich niet in een aandachtsgebied aangewezen voor stikstofdioxide (NO») of fijnstof (PM1o en PMz.5). Daarnaast valt het aantal van maximaal 300 woningen onder de grens van 1.500 woningen, die is vrijgesteld aan toetsing aan de grenswaarden voor luchtkwaliteit. Het project draagt dan ook niet in betekenende mate bij aan de toename van de hoeveelheid stikstofdioxide en fijn stof in de lucht. Aan de hand van het Centraal Instrument Monitoring Luchtkwaliteit (CIMLK) is onderzocht wat de (indicatieve) luchtkwali- teit ter plaatse van de projectlocatie is. Ter plaatse van het projectgebied bevinden de toetswaarden voor luchtkwaliteit zich ruimschoots onder de omgevingswaarden voor de jaargemiddelde concentraties NO», PM1o en PMo,s. Conclusie Het plan draagt niet in betekenende mate bij aan de concentraties luchtverontreinigende stoffen. De luchtkwaliteit in de omgeving is bovendien aanvaardbaar voor de nieuwe functies.

Voor het aspect luchtkwaliteit zijn belangrijke nadelige mili- eugevolgen uitgesloten. 14/21 3.4 Omgevingsveiligheid Huidige situatie Met behulp van de kaart uit het Register Externe Veiligheid (REV) is in beeld gebracht welke risicobronnen zich in de omge- ving van het projectgebied bevinden (zie onderstaande figuur). Daarbij wordt gekeken naar risicovolle activiteiten, buislei- dingen voor het vervoer van gevaarlijke stoffen en transportroutes over land (wegen, spoorwegen en vaarwegen) waarover gevaarlijke stoffen worden vervoerd. Explosieaandachtsgebiede An (Quickscan) [U Eplosieaandschtsgebied Brandaandachtsgebieden (Basisnet) (3 Brandaandschtsgebied Gifwaolkaandachtsgebieden (Basisnet) __ Gifwolkaandachtsgebied Figuur 3-1: Aandachtsgebieden omgevingsveiligheid (Bron: Register Externe Veiligheid) Het projectgebied ligt in het: © _brandaandachtsgebied vanwege spoor en hoge druk aardgasleiding; © _explosieaandachtsgebied vanwege spoor; _gifwolkaandachtsgebied vanwege spoor. e @ De locatie ligt buiten alle PR 10-6 contouren van de risicobronnen. e @ Voorgenomen plan e @ Met dit plan wordt niet voorzien in een nieuwe risicovolle activiteit. Wel worden kwetsbare gebouwen (woonfunctie) mo- e @ gelijk gemaakt.

Het projectgebied bevindt zich binnen de hierboven genoemde aandachtsgebieden, daarom is hiervoor een e @ onderbouwing opgesteld waarin het stappenplan besluitvorming groepsrisico van het RIVM is doorlopen? Er wordt een e @ bufferzone gerealiseerd binnen het brandaandachtsgebied van het spoor waarbinnen geen (woon)bebouwing wordt gerea- e @ liseerd. Hiermee wordt gedeeltelijk tegemoetgekomen aan de stap afstand houden van het aandachtsgebied. Het aantal e @ aanwezige personen wordt zoveel als mogelijk beperkt door dicht bij de risicobronnen (zuidzijde) woon- werkkavels en vrij- e @ staande woningen te realiseren. In deze zone is de gemiddelde dichtheid per m° lager. De toekomstige bewoners worden e @ als zelfredzaam beschouwd. e @ $ Memo omgevingsveiligheid Bulkstraat te Wouw- Rhoadviseurs (24-09-2025) 20250313 e @ 15/21 e @ Uit de beoordeling blijkt dat aan de onderdelen van dit stappenplan wordt voldaan. De volgende bouwkundige maatrege- len, organisatorische maatregelen en maatregelen aan de bron worden daarbij genomen: © Een (mechanische) ventilatiesysteem in verband met een toxisch scenario; © _ Het plaatsen van een waarschuwingslint ter hoogte van de leiding wordt — na afstemming met de leidingbeheerder- in overweging genomen; © _Informatievoorziening over handelingsperspectief in geval van een incident met gevaarlijke stoffen.

Als deze maatregelen zijn toegepast, geldt voor het aspect omgevingsveiligheid dat er geen belangrijke nadelige milieuge- volgen optreden bij de ontwikkeling. Conclusie Het projectgebied bevindt zich in meerdere aandachtsgebieden. Als de hierboven genoemde maatregelen zijn toegepast kunnen belangrijke nadelige milieugevolgen worden uitgesloten voor het aspect omgevingsveiligheid. 3.5 Bodem De beoogde ontwikkeling maakt geen bodemvervuilende activiteiten mogelijk. In het kader van de ontwikkeling is zijn drie milieu hygiënische vooronderzoeken uitgevoerd®”®, Uit de onderzoeken blijkt dat twee deelgebieden altijd in gebruik zijn geweest voor agrarische doeleinden of tuin en als onverdacht worden beschouwd. Op deellocatie B2, ter plaatse van de stalling van trailers, is een halfverharding aanwezig. In de bodem onder de halfverharding zijn matig verhoogde gehalten aan zink en PAK aangetroffen. Er kan niet worden uitgesloten dat de bodem elders op het terreindeel verontreinigd is. Ook de grondwaterkwaliteit onder deze verharding is nog onbekend. Er wordt nader onderzoek gedaan om vast te stellen of er sprake is van een bodem- of grondwaterverontreiniging. Als uit dit onderzoek blijkt dat sanerende of beperkende maatre- gelen nodig zijn, zullen deze worden uitgevoerd. Als dit het geval is, zijn er voor wat betreft het aspect bodem geen belang- rijke nadelige milieugevolgen.

Conclusie Op de planlocatie zijn verhoogde gehaltes van zink en PAK aangetroffen. Maatregelen die uit het vervolgonderzoek naar voren komen zullen in acht genomen worden. Als dit het geval is, zijn er voor het aspect bodem geen belangrijke nadelige milieugevolgen. 3.6 Water Huidige situatie Het projectgebied is in de huidige situatie voornamelijk onverhard. Het projectgebied bevindt zich in Waterschap Bra- bantse Delta. Waterkwantiteit In het projectgebied liggen A-watergangen langs de Bulkstraat en De Hoogt. De B-watergangen zijn gelegen in en langs de randen van het gebied. Waterschap Brabantse Delta is verantwoordelijk voor het beheer van deze watergangen. Veiligheid en waterkeringen Er bevinden zich geen waterkeringen in of nabij de projectlocatie. 6 Verkennend bodemonderzoek tuin Bulkstraat 2A te Wouw- Aveco de Bondt BV (26-11-2024) 241754 7 Verkennend bodemonderzoek Bulkstraat te Wouw- Aveco de Bondt BV ( 26-09-2024) 241406 $ Verkennend bodemonderzoek Plantagebaan 59A e.o. te Wouw - Aveco de Bondt BV ( 26-09-2024) 241754 16/21 Watersysteem | en | ecologie Binnen | het | projectgebied | of in de | nabije | omgeving | liggen | geen | oppervlaktewaterlichamen | die | zijn aangewezen | vanuit | de Kaderrichtlijn | Water.

| Er | bevinden | zich | ook | geen | natte | ecologische | verbindingszone | zoals | opgenomen | in het | (provinciale) Natuurnetwerk | Nederland | binnen | of | in de | nabijheid | van | het | projectgebied | (zie | onderstaande | figuur). Figuur | 3-2: legger | waterschap | Brabantse | Delta | (geoportaal.brabantsedelta.nl/) Voorgenomenplan Met | de | ontwikkeling | worden | 250-300 | woningen | mogelijk | gemaakt. | Het | projectgebied | bevindt | zich | in Waterschap | Bra- bantse | Delta. | Er worden | greppels | aangelegd | in het | centrale | park. | Deze | greppels | omzomen | de | verschillende | delen | van | het park. | De | greppels | zijn alleen | waterbergend | bij | heftige | regenbuien, | evenals | de | verlaagde | parkdelen | die | fungeren | als wadi's. Het | droogdal, | een | voormalig | drooggevallen | beekdal, | wordt | wederom | hersteld. | Het | droogdal | doet | ook | mee | aan | de | water- bergingsopgave. Waterkwantiteit Ten | aanzien | van | het | planvoornemen | en | de | omgang | met | hemelwater | moet | in de | basis | worden | voldaan | aan | de | bergingseis van | 60 | mm | (60 | liter | berging | per | m2 | oppervlak | conform | het | WRP | 2024-2027). | De | totale | oppervlakte | van | het | plangebied bedraagt | 114.982 | m2. | Op | basis | van | het | gemeentelijk | beleid | betekent | dit een | retentieopgave | van | 6.900 | m?.

| Om | de | retentie- opgave | binnen | de | grenzen | van | het | plangebied | op | te | vangen | is veel | ruimte | nodig. | Dit | heeft | een | grote | impact | op | het | plange- bied. | In de | regels | bij het | TAM-plan | is vastgelegd | dat | voldaan | moet | worden | aan | de | gestelde | bergingseis, | maar | dat | daarvan kan | worden | afgeweken | als | uit | een | stresstest | blijkt | dat | bij hevige | regenval | geen | sprake | is van | wateroverlast | op | het | plange- bied | en | de | op | de | omgeving. Veiligheid | en | waterkeringen Aan | de | hand | van | de | legger | blijkt | dat | het | projectgebied | zich | niet | in een | beschermingszone | van | een | waterkering | bevindt. Watersysteemkwaliteit | en | ecologie Ter | voorkoming | van | diffuse | verontreinigingen | van | water | en | bodem | is het | van | belang | om | duurzame, | niet-uitloogbare | mate- rialen | te | gebruiken, | zowel | gedurende | de | bouw- | als | de | gebruiksfase. 17/21 Afvalwaterketen | en | riolering Conform | de | Leidraad | Riolering | en | vigerend | waterschapsbeleid | is het | voor | nieuwbouw | gewenst | een | gescheiden | riolerings- stelsel | aan | te leggen | zodat | schoon | hemelwater | niet | bij een | rioolzuiveringsinstallatie | terecht | komt. | Afvalwater | wordt | aange- sloten | op | de | bestaande | gemeentelijke | riolering.

| Voor | hemelwater | wordt | de | volgende | voorkeursvolgorde aangehouden: 1. hemelwater | vasthouden | voor | benutting; 2. (in-) filtratie | van | afstromend | hemelwater; 3. afstromend | hemelwater | afvoeren | naar | oppervlaktewater; 4. afstromend | hemelwater | afvoeren | naar | AWZI. Conclusie Met | betrekking | tot | waterberging | is vastgelegd | dat | voldaan | moet | worden | aan | de gestelde | bergingseis, | maar | dat | daarvan kan | worden | afgeweken | als uit | een | stresstest | blijkt | dat | bij hevige | regenval | geen | sprake | is van | wateroverlast | op | het | plange- bied | en | de | op | de | omgeving. 3.7 | Ecologie Gebiedsbescherming De | ligging | van | beschermde | gebieden | ten | opzichte | van | de | projectlocatie | is besproken | in paragraaf | 2.1.2. | Directe | significante effecten | zoals | areaalverlies | en | versnippering | kunnen | hierdoor | worden | uitgesloten. | Gezien | de | afstand | tot | natuurgebieden, de | locatie | van | het | projectgebied | en | omvang | van | de | ontwikkeling | kunnen | ook | verstoring | en | verandering | van | de | waterhuis- houding | worden | uitgesloten. Indirecte | effecten | door | stikstof | kunnen | echter | niet | op | voorhand | worden | uitgesloten.

| Daarom | is er | een | stikstofberekening uitgevoerd.° | In de | aanlegfase | komt | de | berekening | uit op | een | depositie | van | 0,02 | mol/ha/jr. | In de | gebruiksfase | is de | stikstof- depositie | 0,01 | mol/ha/jr. | De | stikstofdepositie | in de | aanlegfase | kan | verminderd | worden | door | de | werkzaamheden | beter | te spreiden | of elektrisch | materieel | in te zetten. | De | stikstofdepositie | in de | gebruiksfase | kan | worden | verminderd | door | de | ver- keersgeneratie | niet | worst | case, | maar | op | basis | van | het | definitieve | programma | te berekenen. | De | strategieën | worden | in een latere | fase | van | de | ontwikkeling | uitgewerkt. Bureau | Waardenburg | heeft | onderzocht | of de | stikstof, | die | bij de | realisatie | en | het | gebruik | van | het | project | vrijkomt, | signifi- - cante | gevolgen | kan | hebben | op | de | instandhoudingsdoelen | van | Natura | 2000 | gebieden.!° | Hiervoor | is de | stikstofbijdrage ecologisch | beoordeeld. | Uit | het | onderzoek | blijkt | dat | significant | nadelige | gevolgen | op | habitattypen | en | leefgebieden | in Na- - tura | 2000 | gebieden | zijn | uitgesloten. | Het | plan | leidt | niet | tot significant | negatieve | gevolgen | voor | het | behalen | van | de | instand- - houdingsdoelen | van | het | Natura | 2000 | gebied | Brabantse | Wal.

Soortenbescherming In mei | 2025 | is door | Tritium | een | QuickScan | flora | en | fauna | uitgevoerd!“ | Uit | dit onderzoek | blijkt | dat | voor | enkele | soortgroe- pen | nader | onderzoek | noodzakelijk | is: © | Grondgebonden | zoogdieren: | hermelijn, | bunzing | en | wezel. © | _ Vleermuizen: | gebouwbewonende | en | boombewonende | soorten; | nader | onderzoek | naar | verblijfplaatsen, | foerageerge- bied | en | vliegroutes. e | Vogels: | buizerd. © | Amfibieën: | alpenwatersalamander. 9 — Stikstofberekening | Wouwse | Weiden | Rho Adviseurs | (04-06-2026) 10 — Ecologische | beoordeling | stikstof Wouwse | Weide, | Wouw | Bureau | Waardenburg | (09-02-2026) H Quickscan | flora en fauna | Bulkstraat | te Wouw- | Tritium | (12-08-2025) | 2501438-01 18/21 Daarnaast moet in de werkwijze rekening worden gehouden met: © Uitvoering van werkzaamheden buiten de kwetsbare periode (half oktober — november) om verstoring van voortplan- tingsplaatsen van haas en vos te voorkomen. © Het projectgebied vóór aanvang van het broedseizoen (globaal vanaf 15 maart) ongeschikt maken als broedlocatie voor algemene broedvogels. © Het voorkomen van poeltjes en plassen binnen het projectgebied tijdens het voortplantingsseizoen van de rugstreep- pad (april — september).

e Vaststellen of aanwezige houtopstanden zich binnen of buiten de gemeentelijke bebouwingscontour bevinden, in ver- band met eventuele kap- en herplantplicht. Op basis van de resultaten van de aanvullende onderzoeken wordt vastgesteld of mitigerende maatregelen of een onthef- fing noodzakelijk zijn. Indien een ontheffing vereist is, wordt deze voorafgaand aan de uitvoering aangevraagd en worden de eventuele mitigerende maatregelen verplicht toegepast. Hiermee wordt geborgd dat het aspect soortenbescherming geen belangrijke nadelige milieugevolgen veroorzaakt. Conclusie Op basis van de uitgevoerde onderzoeken naar stikstof en de ecologische beoordeling ten aanzien van stikstofdepositie kan worden geconcludeerd dat significant nadelige gevolgen op habitattypen en leefgebieden in Natura 2000 - gebieden zijn uitgesloten. Het plan leidt niet tot significant negatieve gevolgen voor het behalen van de instandhoudingsdoelen van het Natura 2000 - gebied Brabantse Wal. Op basis van de uitgevoerde quickscan flora en fauna en de nog uit te voeren aanvullende onderzoeken wordt geconclu- deerd dat het aspect soortenbescherming geen belangrijke nadelige milieugevolgen veroorzaakt, mits de noodzakelijke mitigerende maatregelen worden uitgevoerd die voortkomen uit de aanvullende onderzoeken.

3.8 Cultureel erfgoed Cultuurhistorie Een groot deel van de gemeente Roosendaal bestaat uit dekzandgronden, met een overwegend agrarische functie. Dit agrarisch werklandschap, waarin het dorp Wouw is gelegen, wordt gekenmerkt door lichte glooiingen, beken en een grote mate van openheid, dat contrasteert met het meer besloten karakter van De Brabantse Wal en het park- en coulisseland- schap. Het losse patroon van verspreide erven en slingerende wegen, soms omzoomd met laanbeplanting, is karakteristiek voor een groot deel van het buitengebied. De beken, die op de hogere delen ontspringen, hebben zich in het dekzand ingesleten en vormen de structuurdragers van het landschap. Dit onderliggende landschap vormt de basis van de verschijningsvorm, groenstructuur en groeiomstandigheid van het te ontwikkelen projectgebied de Wouwse Weide. Het noordelijke plandeel wordt, net zoals vroeger (19e eeuw) opgedeeld in mozaiken. Op de provinciale Cultuurhistorische waardenkaart is de Bulkstraat aangemerkt als historische geografie. Omdat het ka- rakter van deze weg door de ontwikkeling niet wijzigt vormt dit geen belemmering voor de geplande ontwikkeling. Het pro- jectgebied ligt niet in een molenbiotopp, er zijn geen monumenten of beeldbepalende panden in het projectgebied aanwe- zig en het projectgebied is niet gelegen in een beschermd stads- of dorpsgezicht.

De ontwikkeling houdt voldoende reke- ning met de cultuurhistorische waarden in het gebied. Voor het aspect cultuurhistorie zijn belangrijke nadelige milieugevol- gen uitgesloten. Archeologie Ter plaatse van de planlocatie geld de waar 'Waarde — Archeologie 1' en ‘Waarde — Archeologie 2’ (zie onderstaande kaart). Daarom is in het kader van de ontwikkeling door artefact een Programma Van Eisen opgesteld. 19/21 3 ++ Ed Ht tete +++ tettert +++ nd +…+ Attttett+ A tete t kN Hettteter % bettttttt & Figuur 3-3: Archeologische beleidskaart gemeente Roosendaal (Bron: gemeente Roosendaal) Uit het Programma Van Eisen blijkt dat de kans dat eventuele vindplaatsen verstoord zullen worden door de toekomstige bodemingrepen groot is. Het projectgebied is dan ook nog niet voldoende onderzocht, een vervolgonderzoek wordt nood- zakelijk geacht. Conform de regels die openomen zijn in de Regionale Richtlijnen Archeologie (versie 1, mei 2024) dient dit vervolgonderzoek de vorm aan te nemen van een proefsleuvenonderzoek. Conclusie Op basis van het Programma van Eisen wordt een vervolgonderzoek naar archeologie uitgevoerd. 3.9 Geur Geurhinder industrie Er bevinden zich geen grote industriële bedrijven nabij het projectgebied die kunnen zorgen voor geurhinder. Veehouderijen/ agrarische bedrijven In de dichte nabijheid van het projectgebied zijn geen intensieve veehouderijen gevestigd.

Wel bevindt zich op 500 meter ten oosten van het projectgebied een veehouderij. Hier worden dieren gehouden zonder een geuremissiefactor. Er is vol- doende afstand tussen de planlocatie en de veehouderij. Met de ontwikkeling zelf worden geen geurhinderlijke activiteiten mogelijk gemaakt. Voor het aspect geur kunnen belang- rijke nadelige milieugevolgen worden uitgesloten. Conclusie Voor het aspect geur kunnen belangrijke nadelige milieugevolgen worden uitgesloten. 20/21 3.10 Trillingen Ten zuiden van de projectlocatie bevindt zich een spoorlijn. Daarom is in het kader van de ontwikkeling een trillingen on- derzoek uitgevoerd door Stantec!?. Doel van het onderzoek is het prognosticeren van de trillingsniveaus in de toekomstige gevoelige ruimten van het bouwplan ten gevolge van het railverkeer tussen Roosendaal en Bergen op Zoom die over het nabijgelegen spoortraject rijden. Deze trillingniveaus worden geprognosticeerd op basis van de resultaten van de trilling- metingen in de bestaande woning. Uit het onderzoek blijkt dat de gemeten trillingsniveaus niet voldoen aan de streefwaarde A, voor nieuwe situaties, maar wel aan de streefwaarden Az en A3. Volgens de SBR B richtlijn “Hinder voor personen in gebouwen” wordt daarmee vol- daan aan de richtlijn voor nieuwe woonsituaties. Er is weinig tot geen kans op trillinghinder gevolge van het rail-verkeer.

Conclusie Voor het aspect trillingen kunnen belangrijke nadelige milieugevolgen worden uitgesloten. 3.11 Gezondheid Uit toetsing van de verschillende milieuthema's op het gebied van leefomgevingskwaliteit blijkt dat de beoogde ontwikke- ling niet leidt tot een belangrijke toename van risico’s voor de menselijke gezondheid. Er wordt voldaan aan de normen voor geluid, bodem, externe veiligheid, luchtkwaliteit en trillingen. Een significant negatief effect op de risico’s voor de menselijke gezondheid is daarmee uitgesloten. Conclusie Voor het aspect gezondheid kunnen belangrijke nadelige milieugevolgen worden uitgesloten. 4. CONCLUSIE Uit de informatie in deze aanmeldingsnotitie blijkt dat het projectgebied niet is gelegen in kwetsbaar gebied en/of gebied met een beschermde status. Verder leiden de aard en omvang van het project niet tot aanzienlijke milieueffecten, mits de onderstaande maatregelen worden uitgevoerd. Op basis hiervan is er geen aanleiding voor het doorlopen van een volle- dige mer-procedure. Maatregelen: Geluid Toelating overschrijdingen: Voor de beperkte overschrijdingen van maximaal 2 dB wordt goedkeuring gevraagd aan het bevoegd gezag. Bodem Op de planlocatie zijn verhoogde gehaltes van zink en PAK aangetroffen. Als uit dit onderzoek blijkt dat sanerende of be- perkende maatregelen nodig zijn, zullen deze moeten worden uitgevoerd.

Water Er moet in principe worden voldaan aan de gestelde bergingseis, maar daarvan kan worden afgeweken als uit een stress- test blijkt dat bij hevige regenval geen sprake is van wateroverlast op het plangebied en de op de omgeving. Indien nodig moeten maatregelen worden getroffen om wateroverlast te voorkomen. 2 Bouwplan Wouwse Weide te Wouw Trillingen onderzoek- Stantec (06-10-2025) 21/21

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.roosendaal.nl/api/v1/meetings/1964/documents/54658