CConstaterende datRoosendaal
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 5 Ecodat Quickscan Philipslaan 63, Roosendaal_01.pdf

Commissie Ruimte 30 november 2023, gemeente RoosendaalBij agendapunt: 4a: Raadsvoorstel vaststellen bestemmingsplan Philipslaan 635.278 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Quickscan Quickscan Philipslaan 63, Roosendaal In het kader van de Wet natuurbescherming

Tekst, foto's en samenstelling

E.W.A. Michels

Collegiale toetsing

K.T. Berger

In opdracht van

Alwel

Ter attentie van

Dhr. B. de Regt

Rapportnummer

2022_130114_13_01

Status rapport

definitief

Datum oplevering rapport

05-05-2022

Aantal pagina's Wijze van citeren

30 Michels, E.W.A., Quickscan Philipslaan 63, Roosendaal, in het kader van de Wet natuurbescherming. Rapport 2022_13011413_01, Ecodat Landschap & Ecologie, Etten-Leur

I NHO UD 1.1 Aanleiding.......................................................................................................................... 3 1.2 Doel ................................................................................................................................... 3 2. Beschrijving van het projectgebied................................................................................... 4 2.1 Ligging en omgeving.......................................................................................................... 4 2.2 Huidige situatie ................................................................................................................. 4 3. Wettelijk kader.................................................................................................................. 7 4. Werkwijze en onderzoeksinspanning. ............................................................................ 10 Werkwijze ........................................................................................................................ 10 4.1 Zoogdieren ...................................................................................................................... 11 4.2 Vogels ..............................................................................................................................

14 4.3 Vaatplanten ..................................................................................................................... 16 4.4 Reptielen ......................................................................................................................... 17 4.5 Amfibieën ........................................................................................................................ 18 4.6 Vissen .............................................................................................................................. 19 4.7 Insecten ........................................................................................................................... 20 5. Houtopstanden ............................................................................................................... 21 6. Conclusies en aanbevelingen .......................................................................................... 22 Geraadpleegde bronnen ........................................................................................................ 25 Bijlage 1 Quickscanhulp ......................................................................................................... 26 Bijlage 2 foto’s........................................................................................................................ 28

Ecodat Landschap & Ecologie

Quickscan Philipslaan 63, Roosendaal

2

1. I NL EI DI NG EN DO EL 1.1 Aanleiding Alwel (hierna initiatiefnemer) is voornemens om het pand, als gelegen in het plangebied Philipslaan 63 te Roosendaal, te slopen en hier nieuwbouw voor in de plaats te bouwen. Volgens nationale en internationale regelgeving is het verplicht om, voordat een ingreep plaatsvindt, onderzoek te doen naar het eventueel voorkomen van beschermde flora en fauna.

1.2 Doel Met behulp van dit onderzoek worden de volgende vragen beantwoord: • Welke beschermde soorten flora en fauna komen mogelijk voor in het projectgebied? • Welke functies heeft het projectgebied voor deze mogelijk aanwezige beschermde soorten? • Leidt de ingreep mogelijk tot overtreding van de verbodsbepalingen uit de Wet natuurbescherming?

Ecodat Landschap & Ecologie

Quickscan Philipslaan 63, Roosendaal

3

2. B ESCH RIJVI NG VAN H ET PRO JECTGEBI ED 2.1 Ligging en omgeving De quickscan is ten behoeve van het plangebied Philipslaan 63 te Roosendaal.

Figuur 1: projectgebied Philipslaan 63 Roosendaal, met rood omkaderd.

2.2 H UIDIGE SITUATIE Pande n •

In het projectgebied bevindt zich een winkel.

Groen elemen ten •

Binnen het projectgebied zijn geen groenelementen. In de directe omgeving zijn tuinen en een park aanwezig.

Ecodat Landschap & Ecologie

Quickscan Philipslaan 63, Roosendaal

4

Ecolog ische po ten ties Het projectgebied bestaat uit het winkelpand. De aanwezige bebouwing is opgetrokken uit baksteen en voorzien van een leien dak. Het aanbod aan biotopen (leefgebieden) in het plangebied is beperkt. Er is geschikt leefgebied aanwezig voor gebouwbewonende vleermuizen. Gebiedsbes cher ming Europese Natura 2000-gebieden Het plangebied bevindt zich niet in de directe nabijheid van gebieden die zijn aangewezen als Europees Natura 2000-gebied. Eventueel verstorende factoren t.a.v. een dergelijk gebied, zoals oppervlakteverlies, versnippering, verdroging en verstoring door trilling, licht en geluid zijn met de voorgenomen planontwikkeling en werkwijze niet aanwezig. Gelet op de aard van de ingreep en de afstand tot het meest naastgelegen Natura2000- gebied, is ook een stikstofdepositieberekening niet noodzakelijk.

Figuur 02: Natura2000 -kaart provincie Noord-Brabant.

Ecodat Landschap & Ecologie

Quickscan Philipslaan 63, Roosendaal

5

Natuurnetwerken (o.a. NNN, NNB) Het plangebied maakt geen onderdeel uit van het Nationaal NatuurNetwerk, het NatuurNetwerk Brabant of een ander gelijkwaardig netwerk. De ligging van gebieden die onderdeel uitmaken van deze netwerken zijn in de figuur hieronder weergegeven. Met de voorgenomen planontwikkeling is er geen sprake van directe vernietiging van deze netwerken. Van negatieve uitstralingseffecten door geluid, licht en verdroging op een NatuurNetwerk zal geen sprake zijn.

Figuur 03: NatuurNetwerk-kaart provincie Noord-Brabant.

Ecodat Landschap & Ecologie

Quickscan Philipslaan 63, Roosendaal

6

3. W ETTELI JK KA DER De Wet natuurbescherming bevat de voormalige wetten: de Natuurbeschermingswet 1998, de Boswet en de Wet Natuurbescherming. De Wet natuurbescherming beschermt in beginsel soorten. Activiteiten waarbij schade gedaan wordt aan beschermde dieren of planten zijn verboden, tenzij dit uitdrukkelijk is toegestaan (het “nee, tenzij”-principe). Het is dan ook altijd zaak dat, waar mogelijk, activiteiten zonder schade aan beschermde dieren en planten uitgevoerd worden. De wet erkent de intrinsieke waarde van in het wild levende diersoorten. In de wet is dan ook een zorgplicht opgenomen: iedereen moet 'voldoende zorg' in acht nemen voor alle in het wild voorkomende dieren en planten en hun leefomgeving (dus niet alleen de beschermde). Via de Wet natuurbescherming (Wnb) is de bescherming van diverse planten en dieren in Nederland vastgelegd. Naast de algemeen geldende zorgplicht voor alle in het wild levende planten en dieren (artikel 1.11 van de Wnb) geldt voor een aantal soorten een aanvullend beschermingsregime. Deze aanvullend beschermde soorten zijn onderverdeeld in drie groepen, namelijk: • • •

vogels (artikel 3.1, alle soorten uit de Europese Vogelrichtlijn); overige strikt beschermde soorten, waaronder soorten uit de Europese Habitatrichtlijn (artikel 3.5, dit betreffen o.a. vleermuizen); nationaal beschermde soorten, waaronder soorten uit de Rode Lijst (artikel 3.10).

Het is volgens de Wet natuurbescherming niet toegestaan om (het leefgebied van) beschermde soorten aan te tasten. Dit is vastgelegd middels verbodsbepalingen: activiteiten die schadelijk zijn voor beschermde dier- en plantensoorten zijn verboden. Vrijstelling binnen provincie Noord-Brabant Provincies hebben de bevoegdheid om middels een provinciale verordening vrijstelling te verlenen voor nationaal beschermde soorten in het kader van bestendig beheer en onderhoud en ruimtelijke ontwikkeling. In het geval van de provincie Noord-Brabant worden de volgende nationaal beschermde soorten vrijgesteld: bruine kikker, gewone pad, kleine watersalamander, meerkikker, middelste groene kikker, aardmuis, bosmuis, bunzing, dwergmuis, dwergspitsmuis, egel, gewone bosspitsmuis, haas, huisspitsmuis, konijn, ondergrondse woelmuis, ree, rosse woelmuis, tweekleurige bosspitsmuis, veldmuis, vos, wezel, wild zwijn en woelrat. Deze soorten worden daarom in voorliggende rapportage buiten beschouwing gelaten. Voorzorgsmaatregelen Een overtreding van de verbodsbepalingen uit de Wet natuurbescherming is veelal te voorkomen door (voorafgaand aan de werkzaamheden) voorzorgsmaatregelen te Ecodat Landschap & Ecologie

Quickscan Philipslaan 63, Roosendaal

7

treffen. Deze voorzorgsmaatregelen zijn gericht op het behoud van de functionaliteit van de groeiplaats van flora en de voortplanting- en/of vaste rust- en verblijfplaats van fauna. Daarnaast voorkomen de voorzorgsmaatregelen de negatieve gevolgen van een activiteit op individuen (o.a. doding en verwonding). Ontheffingsplicht Een ontheffingsplicht (artikel 3.3, 3.8 en 3.10 uit de Wnb) is van toepassing als een overtreding van de verbodsbepalingen uit de Wet natuurbescherming niet kan worden voorkomen door het nemen van voorzorgsmaatregelen. Het is mogelijk om met een goed onderbouwd projectplan een ontheffing aan te vragen bij de desbetreffende provincie (Noord-Brabant). De provincie toetst de aanvraag vervolgens aan drie criteria: • • •

Dient het planvoornemen in één van de in de wet genoemde belangen (bv.in het belang van de instandhouding van natuurlijke habitats)? Is er een andere ‘bevredigende’ oplossing mogelijk? Doet de ontheffing afbreuk aan de gunstige staat van instandhouding van de soort?

Gebiedsbescherming Via de Wet natuurbescherming is tevens de bescherming van gebieden vastgelegd (voormalige Natuurbeschermingswet 1998). De gebiedsbescherming houdt samengevat in dat een ingreep, in of nabij Natura 2000-gebieden, geen dusdanig negatieve effecten op de kwalificerende habitats en/of soorten mag hebben dat deze zich op de lange termijn niet kunnen handhaven. Voor projecten die een (significant) negatief effect kunnen hebben op de instandhoudingsdoelen van het betreffende Natura 2000-gebied is een vergunningaanvraag noodzakelijk. Naast de bescherming van Natura 2000-gebieden via de Wet natuurbescherming kunnen gebieden via de ruimtelijke kaders beschermd worden middels het NatuurNetwerk Nederland (NNN, voorheen was dit de EHS). Algemene zorgplicht ter bescherming van de natuur Iedereen moet zich volgens artikel 1.11 van de Wnb voldoende zorgvuldig gedragen om beschadiging van Natura 2000-gebieden, bijzondere nationale natuurgebieden of in het wild levende dieren en planten en hun directe leefomgeving te vermijden of, als dat niet mogelijk is, zo veel mogelijk te beperken. Houtopstanden De bescherming van houtopstanden conform hoofdstuk 4 van de Wet natuurbescherming heeft als doel om het aanwezige areaal bos in Nederland te behouden.

Onder houtopstanden vallen alle zelfstandige eenheden van bomen, boomvormers of struiken van een oppervlakte van tien are of meer of rijbeplanting die Ecodat Landschap & Ecologie

Quickscan Philipslaan 63, Roosendaal

8

meer dan twintig bomen omvat. In bijlage 1 (tabel V) worden de regels nader toegelicht. Wanneer houtopstanden geveld worden, niet vallende onder artikel 4.1 van de Wet natuurbescherming, geldt een meldingsplicht bij Gedeputeerde Staten van desbetreffende provincie (artikel 4.2 Wnb). Op basis van deze melding wordt door de provincie beoordeeld of de voorgenomen velling aanvaardbaar is in het kader van natuur- en landschapswaarden. Indien er geen bezwaar is om de houtopstanden te kappen, verplicht artikel 4.2 van de Wet natuurbescherming om binnen 3 jaar na het vellen of tenietgaan van de houtopstand op dezelfde grond houtopstanden opnieuw aan te planten. Er geldt een algehele vrijstelling van de herplantplicht voor houtopstanden die gekapt worden in het kader van natuurbeheer en natuurbehoud. Indien bij de voorgenomen ontwikkeling herplantplicht geldt, maar niet voldaan kan worden aan de herplantplicht op de projectlocatie zelf, dan dient een ontheffing aangevraagd te worden met betrekking tot de herplantplicht bij de desbetreffende provincie. De provincie toetst vervolgens of voldaan wordt aan de bij de provinciale verordening gestelde regels voor herbeplanting op andere perceelgronden. Deze regels hebben onder andere betrekking op de kwaliteit, oppervlakte en locatie van de andere grond en de natuurwaarde van de te vellen houtopstand.

Tevens kan ontheffing verleend worden voor herplantplicht ter plaatse, indien gewerkt wordt via een door het ministerie goedgekeurde gedragscode, die gebruikt mag worden door een van de betrokken partijen voor een wijze van vellen en een wijze van herplanten.

Ecodat Landschap & Ecologie

Quickscan Philipslaan 63, Roosendaal

9

4. W ER KWI JZE EN O NDER ZO EKSI NSPA NNI NG . Werkwij ze Het onderzoek is uitgevoerd middels het verrichten van een veldbezoek en een bureauonderzoek. Op deze wijze is inzicht verkregen in de aanwezigheid van geschikt habitat en de daarbij te verwachten beschermde soorten, gesitueerd op of nabij de onderzoekslocatie. Het veldbezoek is afgelegd op 25 april 2022. Tijdens dit veldbezoek is de gehele onderzoekslocatie, alsmede de directe omgeving, beoordeeld. Gedurende het veldbezoek is gelet op de mogelijke aanwezigheid van beschermde en bedreigde soorten op basis van de aanwezige habitat. Verder is aan de hand van verspreidingsatlassen, andere standaardwerken en op basis van “expert judgement” nagegaan welke bijzondere planten- en diersoorten er voor kunnen komen op de onderzoekslocatie en zijn omtrent gebiedsbescherming gegevens van de provincie Noord-Brabant geraadpleegd. Actuele verspreidingsgegevens van flora en fauna zijn uit de Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF) opgevraagd. De quickscan flora en fauna is een toets van de ecologische potenties van de onderzoekslocatie en betreft geen volwaardig soort(en) specifiek onderzoek. Er zijn in het onderhavige onderzoek geen inventarisaties uitgevoerd van soorten en soortgroepen. Een ecologische inventarisatie beslaat meerdere veldbezoeken gedurende de voor de soortgroep meest gunstige periode van het jaar.

Het voorkomen van planten- en diersoorten in een gebied wordt mede bepaald door de aanwezigheid van geschikt leefgebied. Een soort kan in zijn leefgebied gebruik maken van verschillende plekken om te verblijven. Al deze plekken (biotopen) kunnen een bepaalde functie voor de soort vervullen. In dit hoofdstuk wordt op basis van de aanwezige habitat / verblijfsmogelijkheden samen met verspreidingsgegevens beschreven welke beschermde soorten binnen de onderzoekslocatie kunnen voorkomen. Afhankelijk van de soort wordt ingegaan op de potentiële aanwezigheid van vaste rust- en verblijfplaatsen, foerageergebied en verbindingsroutes. Tevens wordt beoordeeld of de voorgenomen plannen een negatief effect kunnen hebben op de mogelijk aanwezige beschermde soorten. Tevens wordt beschreven welke juridische implicaties dit voor het project heeft.

Ecodat Landschap & Ecologie

Quickscan Philipslaan 63, Roosendaal

10

4.1

Z OO GDI E R E N

Burea ust udi e In de Quickscanhulp worden alle soorten uit categorie 1 en 2 benoemd, dus ook de soorten waarvoor door de provincie Noord-Brabant vrijstelling is verleend. Deze soorten waarvoor vrijstelling is verleend, betreffen onder andere de bosmuis, dwergmuis, egel, haas, huisspitsmuis, konijn, ree en vos. Volgens de Quickscanhulp komen de volgende soorten voor op korte afstand van het projectgebied waarvoor geen provinciale vrijstelling is verleend: • • •

Boommarter Bunzing Wezel

•

Eekhoorn

• • • • • • • • • • •

Baardvleermuis Bosvleermuis Franjestaart Gewone dwergvleermuis Gewone grootoorvleermuis Kleine dwergvleermuis Laatvlieger Meervleermuis Rosse vleermuis Ruige dwergvleermuis Watervleermuis

Voor alle soorten geldt dat zij binnen een afstand van 1 tot 5 km (vleermuizen tot 10 km) waargenomen zijn. Hierbij is niet bekend wat de activiteit van de soort was (passerend, foeragerend, verblijvend in een verblijfplaats, sporen, etc.). Gedurende het veldbezoek is gezocht naar sporen zoals uitwerpselen en vraatsporen, afgebeten veren of loopsporen van bijvoorbeeld marterachtigen. Deze zijn niet aangetroffen. Er wordt verwacht dat enkele soorten, waarvoor door de provincie Noord- Brabant vrijstelling is verleend (zoals een aantal muizensoorten), in het plangebied aanwezig zijn.

Ecodat Landschap & Ecologie

Quickscan Philipslaan 63, Roosendaal

11

Marterachtigen De beschermde boommarter, bunzing wezel komen voor in het NDFF. Het leefgebied van deze marterachtigen hangt zeer sterk samen met de aanwezigheid van voldoende prooidieren en dekking (Murphy & Dowding, 1994; Alterio 1998). Over het algemeen hebben ze voorkeur voor kleinschalige, structuurrijke, extensief beheerde, agrarische cultuurlandschappen met voldoende verbindende lijnvormige landschapselementen, dekking en de aanwezigheid van verblijfplaatsen en prooidieren (Criel, 1990; Klemola, et al., 1999; Červinka, et al., 2013; Magrini, et al., 2009; Rozema et al. 2017; Twisk, et al., 2010). Boommarter (Martes martes) Bij de boommarter wordt al gauw gedacht aan oud (loof)bos. In Nederland klopt dat beeld in ieder geval niet; de boommarter komt hier in allerlei typen en leeftijden bos voor. Boommarters leven bijvoorbeeld ook in de jonge bossen van de Flevopolders en in moerasbossen in Overijssel en Utrecht. Bunzing (Mustela putorius) De bunzing komt voor in allerlei verschillende landschapstypen, maar zijn voorkeur gaat uit naar een kleinschalig landschap met voldoende schuilmogelijkheden en water in de buurt. Dit kunnen oeverbegroeiingen, droge sloten, heggen, houtwallen, bosranden en akkerranden zijn, maar ook meer waterrijke gebieden zoals rietvelden of moerasgebieden. Daarnaast komt hij ook voor in vrij open terreinen, zoals weidegebieden met sloten.

Vooral in de winter komt de bunzing ook wel in de buurt van boerderijen voor: daar kunnen ze tussen strobalen en op hooizolders warm blijven, en muizen en ratten bemachtigen. Wezel (Mustela nivalis) De wezel is een woelmuisspecialist en in Noordwest-Europa zijn veldmuis en rosse woelmuis de voornaamste prooien. Daarom heeft hij in vergelijking met hermelijn en bunzing een grotere voorkeur voor drogere en kleinschalige agrarische habitats, overeenkomstig met veldmuis. Ook op erven en groene delen van dorpen en steden komt de wezel voor. Veldw er k Gedurende het veldbezoek is grondig gezocht naar sporen zoals uitwerpselen, vraatsporen zoals afgebeten veren of loopsporen van bijvoorbeeld marterachtigen. Deze zijn niet aangetroffen. Gelet op de aard van het gebouw in het plangebied zijn marterachtigen niet te verwachten in de winkel binnen het plangebied. Het (in de directe omgeving) (openbaar) groen zal hoogst zelden (onwaarschijnlijk) bezocht worden door marterachtigen, doch zal zeer zeker geen essentieel onderdeel zijn van hun leefgebied.

Ecodat Landschap & Ecologie

Quickscan Philipslaan 63, Roosendaal

12

Overige grondgebonden zoogdieren Eekhoorn (Sciurus vulgaris) Het verspreidingsgebied van de eekhoorn strekt zich uit over heel Europa en NoordAzië. Eekhoorns leven tot op een hoogte van 2000 meter. De eekhoorn komt in grote delen van Nederland voor; vooral in Drenthe, Overijssel, Utrecht, Noord Brabant, Noord-Brabant en Limburg. Eekhoorns komen voor in loofbos, naaldbos of gemengd bos maar ook in tuinen, parken en houtwallen in de buurt van bos. Mits er voldoende voedsel beschikbaar is komen ze ook voor in bebouwd gebied. Hun voorkeur gaat uit naar ouder bos (naaldbomen ouder dan 20 jaar en loofbomen ouder dan 40-80 jaar), omdat daar meer voedsel en nestgelegenheid is. Gelet op het feit dat het plangebied uit een winkelpand bestaat, is de eekhoorn uit te sluiten. Bij het veldbezoek zijn geen eekhoornnesten, noch sporen die de aanwezigheid van eekhoorns aanduiden, aangetroffen. Algemene grondgebonden zoogdieren Voor de te verwachten soorten geldt dat de werkzaamheden mogelijk verstorend kunnen werken. Als gevolg van kap van de bomen en het wegnemen van de houtwal, alsmede door de graafwerkzaamheden, kunnen dieren verwond of gedood worden en holen kunnen worden verwijderd. Dit houdt een overtreding van artikel 3.10 van de Wet natuurbescherming in.

Voor de te verwachten soorten geldt, op grond van het provinciale soortenbeleid, bij ruimtelijke ontwikkelingen echter een vrijstelling, waardoor geen ontheffing hoeft te worden aangevraagd. Het is echter in het kader van de zorgplicht wel noodzakelijk om voldoende zorg te dragen voor de aanwezige individuen en al het redelijkerwijs mogelijke dient gedaan te worden om het doden van individuen te voorkomen. Het doden of verwonden kan plaatsvinden indien schuil- of voortplantingslocaties worden beschadigd. Dit kan door (bv) het verwijderen van stenenstapels, takkenhopen, bladeren en andere materialen die door langdurige opslag of aanwezigheid schuilplaatsen bieden. Het verwijderen van de materialen dient daarom buiten de gevoelige periode van voortplanting of winterrust plaats te vinden. Aanwezige dieren moeten de gelegenheid krijgen om veilig weg te komen. Vleermuizen Vleermuizen kennen verschillende soorten gebiedsfuncties (wijze waarop het plangebied gebruikt kan worden). Het gebiedsgebruik van een vleermuis(soort) wordt daarbij onderverdeeld in verblijfplaatsen, vliegroutes en foerageergebieden. Het veldwerk bestond uit het, ter plaatse, inschatten of er potentiële verblijfplaatsen, foerageergelegenheid en/of vliegroutes aanwezig zijn. Er is een winkelpand aanwezig in het plangebied. Deze kent diverse mogelijkheden voor vleermuizen om een verblijf te creëren.

(zie hiervoor de foto’s in de bijlage). Ecodat Landschap & Ecologie

Quickscan Philipslaan 63, Roosendaal

13

De bomen, tuinen en het openbaar groen dat in de omgeving ligt, zijn geen onderdeel van de ingreep en liggen op afdoende afstand, zodat er geen sprake van verstoring zal zijn. De foerageermogelijkheid voor vleermuizen zal niet worden aangetast. Er zijn geen lijnvormige elementen in het plangebied zelf aanwezig die duiden op de aanwezigheid van een vliegroute. Door zich te houden aan de zorgplicht (geen verlichting aan tijdens nachtelijke uren), zal er geen verstoring optreden en blijven de vliegroutes gehandhaafd. T.a.v. zoogdieren kan gesteld worden dat er nader onderzoek naar eventuele verblijfplaatsen van vleermuizen in de winkel noodzakelijk is. Verder is het in acht nemen van de zorgplicht afdoende voor de overige soorten.

4.2

V OGELS

(Jaar ron d) be sch ermd e so orte n Het onderzoek naar vogels heeft zich gericht op soorten van de Vogelrichtlijn, de habitatrichtlijn en de mogelijke aanwezigheid van nesten van vogels waarvan het nest jaarrond beschermd is. Burea ust udi e Alvorens het onderzoek ter plaatse op te starten is er vooronderzoek gedaan om vast te stellen van welke soorten de aanwezigheid bekend is in de omgeving van het projectgebied. Hierbij is gebruik gemaakt van verspreidingsatlassen en waarneming.nl. Volgens de Quickscanhulp komen de volgende soorten voor op korte afstand van het projectgebied: • • • • • • • • • • • • • •

Boomvalk Buizerd Gierzwaluw Grote gele kwikstaart Havik Huismus Kerkuil Ooievaar Ransuil Roek Slechtvalk Sperwer Steenuil Wespendief

Ecodat Landschap & Ecologie

Quickscan Philipslaan 63, Roosendaal

14

Hierbij is niet bekend wat de activiteit van de soort was (passerend, foeragerend, verblijvend in een verblijfplaats, sporen, etc.). Veldw er k Broedvogels (nesten jaarrond beschermd): Het veldwerk bestond uit het, ter plaatse, inschatten of er (potentiële) nestplaatsen van vogels (vallende onder de verschillende beschermingsregimes van de Wet natuurbescherming) in het plangebied aanwezig zijn. In het winkelpand zijn geen mogelijkheden tot nestgelegenheid voor broedvogels met een jaarrond beschermde status (w.o. huismussen en/of gierzwaluwen). Er is geen vervolgonderzoek noodzakelijk. Er kan volstaan worden met de algemene zorgplicht (zie hoofdstuk 3). Overige broedvogels: De beplanting in de buurt van de onderzoekslocatie kan onderdak bieden aan algemene broedvogelsoorten. De nesten van deze soorten zijn alleen beschermd op het moment dat ze als zodanig in gebruik zijn. Overtredingen van verbodsbepalingen uit de Wet natuurbescherming zijn te voorkomen. Er kan volstaan worden met de algemene zorgplicht (hoofdstuk 3), alsmede met artikel 3.1 van de Wet natuurbescherming (Het is verboden nesten te beschadigen, te vernielen of weg te nemen). De nesten mogen echter wel worden weggenomen wanneer deze op dat moment niet in gebruik zijn. In de Wet natuurbescherming wordt geen vaste periode gehanteerd voor het broedseizoen.

Globaal kan voor het broedseizoen de periode maart tot half september worden aangehouden. Geldend is echter de aanwezigheid van een broedgeval op het moment van ingrijpen.

Ecodat Landschap & Ecologie

Quickscan Philipslaan 63, Roosendaal

15

4.3

V AATPLANTEN

Burea ust udi e Alvorens het onderzoek ter plaatse op te starten, is er vooronderzoek gedaan om vast te stellen van welke soorten de aanwezigheid bekend is in de omgeving van het projectgebied. Hierbij is gebruik gemaakt van verspreidingsatlassen en waarneming.nl. Volgens de Quickscanhulp komt de volgende soort voor op korte afstand van het projectgebied: •

Ruw parelzaad

•

Smalle raai

•

Wilde ridderspoor

•

Wilde weit

Veldw er k Onder de Wnb beschermde planten komen voornamelijk voor in voedselarme biotopen met specifieke standplaatscondities. Dit soort locaties worden voornamelijk gevonden in de duingebieden langs de Noordzeekust en in de provincie Limburg. Op basis van de ligging en de aard van de locatie is het onwaarschijnlijk dat er binnen het plangebied beschermde vaatplantsoorten voorkomen. Het veldwerk bestond uit het, ter plaatse, inschatten of er potentiële groeiplaatsen voor beschermde flora in het plangebied aanwezig zijn. Concl usi e en aa nbe ve lin ge n Geen van de beschermde soorten is aangetroffen, noch geschikt biotoop dat bewijs zou leveren dat deze soort(en) er aanwezig zouden kunnen zijn. Er is geen vervolgonderzoek noodzakelijk. Er kan volstaan worden met de algemene zorgplicht (zie hoofdstuk 3).

Ecodat Landschap & Ecologie

Quickscan Philipslaan 63, Roosendaal

16

4.4

R EPTIELEN

Burea ust udi e Alvorens het onderzoek ter plaatse op te starten is er vooronderzoek gedaan om vast te stellen van welke soorten de aanwezigheid bekend is in de omgeving van het plangebied. Hierbij is gebruik gemaakt van verspreidingsatlassen en waarneming.nl. Volgens de Quickscanhulp komt de volgende soort voor op korte afstand van het plangebied: •

Levendbarende hagedis

Hierbij is niet bekend wat de activiteit van de soort was (passerend, foeragerend, verblijvend in een verblijfplaats, sporen, etc.). Veldw er k In het terrein is gekeken naar de geschiktheid van de biotoop voor beschermde reptielen. Concl usi e en aa nbe ve lin ge n Geen van de beschermde soorten (w.o. de levendbarende hagedis) is aangetroffen, noch geschikt biotoop dat bewijs zou leveren dat deze soort(en) er aanwezig zouden kunnen zijn. Er is geen vervolgonderzoek noodzakelijk. Er kan volstaan worden met de algemene zorgplicht (zie hoofdstuk 3).

Ecodat Landschap & Ecologie

Quickscan Philipslaan 63, Roosendaal

17

4.5

A MFIBIEËN

Burea ust udi e In de Quickscanhulp worden alle soorten uit categorie 2 benoemd, dus ook de soorten waarvoor door de provincie Noord- Brabant vrijstelling is verleend. Deze soorten waarvoor vrijstelling is verleend, betreffen onder andere de bruine kikker, gewone pad en kleine watersalamander. De volgende soort, welke voorkomt op een afstand van 0 tot 1 km van het plangebied, waarvoor geen vrijstelling is verleend, is volgens de quickscanhulp aanwezig: •

Alpenwatersalamander

Hierbij is niet bekend wat de activiteit van de soort was (passerend, foeragerend, verblijvend in een verblijfplaats, sporen, etc.). Veldw er k In het terrein is gekeken naar de geschiktheid van de biotoop. Concl usi e en aa nbe ve lin ge n Het plangebied is ongeschikt als leefomgeving voor beschermde amfibieën (w.o. Alpenwatersalamander). Aangezien er geen geschikt biotoop aanwezig is, kan volstaan worden met de algemene zorgplicht (zie hoofdstuk 3). De onderzoekslocatie vormt ook geen geschikt landhabitat en voortplantingshabitat voor algemene amfibiesoorten als bruine kikker en gewone pad. De voorgenomen werkzaamheden zullen derhalve geen negatieve gevolgen voor individuen van algemene soorten hebben. Toch dient altijd rekening te worden gehouden met de algemene zorgplicht (zie hoofdstuk 3).

Ecodat Landschap & Ecologie

Quickscan Philipslaan 63, Roosendaal

18

4.6

V ISS EN

Burea ust udi e Volgens de Quickscanhulp komen er geen beschermde vissen voor op korte afstand van het plangebied. Veldw er k In het terrein is gekeken naar de geschiktheid van de biotoop. Aangezien er geen oppervlaktewater aanwezig is, kan volstaan worden met de algemene zorgplicht (zie hoofdstuk 3).

Ecodat Landschap & Ecologie

Quickscan Philipslaan 63, Roosendaal

19

4.7

I NSECTEN

Burea ust udi e Alvorens het onderzoek ter plaatse op te starten is er vooronderzoek gedaan om vast te stellen van welke soorten de aanwezigheid bekend is in de omgeving van het projectgebied. Hierbij is gebruik gemaakt van verspreidingsatlassen en waarneming.nl. Volgens de Quickscanhulp komen de volgende soorten voor op korte afstand van het projectgebied: • •

Bruine eikenpage Grote vos

•

Teunisbloempijlstraat

Hierbij is niet bekend wat de activiteit van de soort was (passerend, foeragerend, verblijvend in een verblijfplaats, sporen, etc.). Veldw er k In het terrein is gekeken naar de geschiktheid van de biotoop. Concl usi e en aa nbe ve lin ge n Het gebied, bestaande uit een winkelpand, is ongeschikt als leefomgeving voor de hiervoor genoemde beschermde soorten. Aangezien er geen geschikt biotoop aanwezig is, kan volstaan worden met de algemene zorgplicht (zie hoofdstuk 3).

Ecodat Landschap & Ecologie

Quickscan Philipslaan 63, Roosendaal

20

5. H O UTO PSTA NDEN In algemene zin is het mogelijk dat bij een voorgenomen ontwikkeling sprake is van het verloren gaan van houtopstanden die beschermd zijn conform artikel 4 van de Wet natuurbescherming. In een dergelijk geval kan er sprake zijn van een meldingsplicht en herplantplicht. In dit hoofdstuk wordt beschreven of bij de voorgenomen ontwikkeling mogelijk sprake is van een meldingsplicht en herplantplicht conform artikel 4.3 van de Wet natuurbescherming. Verder wordt beschreven of vervolgstappen nodig zijn in het kader van beschermde houtopstanden en of een ontheffingsaanvraag in het kader van de herplantplicht noodzakelijk is. Op de locatie zijn geen houtopstanden aanwezig die vallen onder artikel 4.3 van de Wet natuurbescherming.

Ecodat Landschap & Ecologie

Quickscan Philipslaan 63, Roosendaal

21

6. C O NCL USIES EN AA NB EVELI NGEN Ecodat heeft in opdracht van Alwel een quickscan flora en fauna uitgevoerd ten behoeve van het plangebied Philipslaan 63 te Roosendaal. De quickscan flora en fauna is uitgevoerd in het kader van de sloop van een winkelpand aan de Philipslaan 63 te Roosendaal en heeft als doel in te schatten of er op de onderzoekslocatie planten- en/of diersoorten aanwezig of te verwachten zijn, die volgens de Wet natuurbescherming een beschermde status hebben en die mogelijk negatieve invloed kunnen ondervinden van de voorgenomen ingreep. Tevens is beoordeeld of de voorgenomen ingreep invloed kan hebben op Natura 2000-gebieden, houtopstanden die middels de Wet natuurbescherming zijn beschermd, of op gebieden die deel uitmaken van een beschermd NatuurNetwerk. De aanwezigheid van geschikt habitat op de onderzoekslocatie voor de verschillende soorten en soortgroepen is weergegeven in tabel 1. In de tabel is samengevat of de voorgenomen ingreep mogelijk verstorend kan werken en wat de consequenties zijn voor eventuele vervolgstappen, zoals soortgericht nader onderzoek of vergunningstrajecten. In de tabel is weergegeven of maatregelen noodzakelijk zijn om overtreding van de Wet natuurbescherming voor bepaalde soortgroepen te voorkomen.

Ecodat Landschap & Ecologie

Quickscan Philipslaan 63, Roosendaal

22

Tabel 1: Overzicht geschiktheid onderzoekslocatie voor soortgroepen en te nemen vervolgstappen Soortgroep Algemene soorten Broedvogels Jaarrond beschermde status

Geschikt Ingreep Nader OntheffingsBijzonderheden / opmerkingen habitat verstorend onderzoek aanvraag nee

nee

nee

nee

-

nee

nee

nee

nee

Verblijfplaatsen

ja

mogelijk

ja

mogelijk

Foerageergebied

nee

nee

nee

nee

-

Vliegroutes

nee

nee

nee

nee

-

boommarter

nee

nee

nee

nee

-

bunzing

nee

nee

nee

nee

-

wezel

nee

nee

nee

nee

-

eekhoorn

nee

nee

nee

nee

-

Vleermuizen

Grondgebonden zoogdieren

Nader onderzoek zal moeten uitwijzen of het pand vleermuisverblijven huisvest

minimaal

mogelijk

nee

nee

aandacht voor zorgplicht ten aanzien van alle voorkomende grondgebonden zoogdieren zoals egels, konijnen, hazen, mollen, diverse muizensoorten, reeën, vossen, etc.

Beschermde soorten

nee

nee

nee

nee

-

Algemene soorten

nee

nee

nee

nee

-

nee

nee

nee

nee

-

nee

nee

nee

nee

-

nee

nee

nee

nee

-

Insecten

nee

nee

nee

nee

-

Vaatplanten

nee

nee

nee

nee

-

Algemene soorten

Amfibieën

Beschermde soorten Beschermde soorten

Reptielen

Vissen

Algemene soorten

Gebiedsbescherming

Gebied Ingreep Nader VergunningBijzonderheden / opmerkingen aanwezig verstorend onderzoek plicht

Natura 200

nee

nee

nee

nee

NatuurNetwerk Nederland / NatuurNetwerk Brabant

nee

nee

nee

nee

Houtopstanden

nee

nee

nee

nee

Ecodat Landschap & Ecologie

Quickscan Philipslaan 63, Roosendaal

23

C ONCLUSIE Op basis van onderhavige quickscan flora en fauna kan gesteld worden dat de geplande ingreep mogelijk negatieve invloed zal hebben op wettelijk beschermde soorten. Er is nader onderzoek noodzakelijk naar het voorkomen van en het gebruik van het plangebied door de volgende soorten: •

Gebouwgebonden vleermuizen: o gewone- en ruige dwergvleermuis o andere soorten zijn niet te verwachten, gegeven de opbouw en bouwjaar van de panden. o Onderzoek naar de aan-/afwezigheid van: zie onderstaand tabel ▪ Kraamverblijven ▪ Zomerverblijven ▪ Paarverblijven

Overtredingen ten aanzien van algemene broedvogels (zoals spreeuwen) kunnen worden voorkomen middels het opstellen van een ecologisch werkprotocol. Daarnaast dient bij werkzaamheden te allen tijde de zorgplicht in acht te worden genomen ten aanzien van onder andere algemene grondgebonden zoogdieren. De onderzoekslocatie is niet gelegen binnen een NatuurNetwerk, waarvan de wezenlijke kenmerken en waarden van het gebied niet negatief beïnvloed mogen worden. Bij de realisatie van de voorgenomen plannen zal dit niet het geval zijn. Ook met betrekking tot natura 2000-gebieden en houtopstanden worden geen bezwaren verwacht.

Ecodat Landschap & Ecologie

Quickscan Philipslaan 63, Roosendaal

24

G ERA AD PLEEGD E BRO NNEN * Bronnen waarnaar in de rapportage niet specifiek is verwezen *

Twisk et al, KNNV uitgeverij; veldgids europese zoogdieren

*

Stumpel et al, KNNV uitgeverij; veldgids amfibieën en reptielen

*

Hartman et al, Tirion uitgeverij, zoetwatervissen van Europa

*

Bellman et al, ANWB uitgeverij, ANWB insectengids

*

Svensonn et al, ANWB uitgeverij, , ANWB vogelgids

*

Vleermuisvakberaad Netwerk Groene Bureaus, Zoogdiervereniging en Gegevensautoriteit Natuur, Vleermuisprotocol 2017.

*

www.gegevensautoriteitnatuur.nl en www.netwerkgroenebureaus.

*

www.vleermuis.net. Het netwerk voor informatie over vleermuizen in Nederland. Vleermuiswerkgroep Nederland (VLEN) van de Zoogdiervereniging VZZ, Arnhem.

*

Floron, 2011. Atlas van de Nederlandse flora, KNNV Uitgeverij, Utrecht.

*

http://www.verspreidingsatlas.nl

*

www.waarneming.nl

Ecodat Landschap & Ecologie

Quickscan Philipslaan 63, Roosendaal

25

B IJLA GE 1 Q UI CK SCA NH ULP Naam Alpenwatersalamander Bastaardkikker Bruine eikenpage Grote vos Teunisbloempijlstaart Levendbarende hagedis Akkerogentroost Dreps Glad biggenkruid Groot spiegelklokje Kluwenklokje Korensla Ruw parelzaad Smalle raai Wilde ridderspoor Wilde weit Boomvalk Buizerd Gierzwaluw Grote gele kwikstaart Havik Huismus Kerkuil Ooievaar Ransuil Roek Slechtvalk Sperwer Steenuil Wespendief Boommarter Bunzing Wezel Eekhoorn Egel Haas Konijn Rosse woelmuis Baardvleermuis Bosvleermuis Franjestaart Gewone dwergvleermuis Gewone grootoorvleermuis Kleine dwergvleermuis Laatvlieger Meervleermuis Rosse vleermuis Ruige dwergvleermuis Watervleermuis

Groep Amfibieën Amfibieën Dagvlinders Dagvlinders Nachtvlinders Reptielen Vaatplanten Vaatplanten Vaatplanten Vaatplanten Vaatplanten Vaatplanten Vaatplanten Vaatplanten Vaatplanten Vaatplanten Vogels Vogels Vogels Vogels Vogels Vogels Vogels Vogels Vogels Vogels Vogels Vogels Vogels Vogels Zoogdieren Zoogdieren Zoogdieren Zoogdieren Zoogdieren Zoogdieren Zoogdieren Zoogdieren Zoogdieren Zoogdieren Zoogdieren Zoogdieren Zoogdieren Zoogdieren Zoogdieren Zoogdieren Zoogdieren Zoogdieren Zoogdieren

Ecodat Landschap & Ecologie

Beschermingsregime Afstand 0 - 1 km 1 - 5 km 1 - 5 km 1 - 5 km wnb-hrl 1 - 5 km 1 - 5 km 1 - 5 km 1 - 5 km 1 - 5 km 1 - 5 km 0 - 1 km 1 - 5 km 1 - 5 km 1 - 5 km 1 - 5 km 1 - 5 km wnb-vrl 1 - 5 km wnb-vrl 0 - 1 km wnb-vrl 0 - 1 km wnb-vrl 0 - 1 km wnb-vrl 0 - 1 km wnb-vrl 0 - 1 km wnb-vrl 1 - 5 km wnb-vrl 1 - 5 km wnb-vrl 1 - 5 km wnb-vrl 1 - 5 km wnb-vrl 0 - 1 km wnb-vrl 0 - 1 km wnb-vrl 1 - 5 km wnb-vrl 1 - 5 km 1 - 5 km 0 - 1 km 1 - 5 km 0 - 1 km 0 - 1 km 1 - 5 km 0 - 1 km 0 - 1 km wnb-hrl 1 - 5 km wnb-hrl 1 - 5 km wnb-hrl 1 - 5 km wnb-hrl 0 - 1 km wnb-hrl 5 - 10 km wnb-hrl 1 - 5 km wnb-hrl 0 - 1 km wnb-hrl 1 - 5 km wnb-hrl 0 - 1 km wnb-hrl 0 - 1 km wnb-hrl 0 - 1 km Quickscan Philipslaan 63, Roosendaal

26

provinciale vrijstelling geen geschikt habitat geschikt habitat

Ecodat Landschap & Ecologie

Quickscan Philipslaan 63, Roosendaal

27

B IJLA GE 2 FO TO ’ S

de ruimte tussen de gevelbetimmering kan vleermuisverblijven herbergen Ecodat Landschap & Ecologie

Quickscan Philipslaan 63, Roosendaal

28

de ruimte tussen de gevelbetimmering kan vleermuisverblijven herbergen

de ruimte tussen de gevelbetimmering kan vleermuisverblijven herbergen

De open stootvoegen kunnen vleermuisverblijven herbergen

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.roosendaal.nl/api/v1/meetings/1452/documents/40106