Bijlage 33-2023 Financiële aanpassingen kredieten beheerkalender.pdf
Tekst van het document
Raadsmededeling
Datum:
27 juni 2023
Zaaknummer: 737310
Van:
het college van burgemeester en wethouders, portefeuillehouder Wethouder Van Gestel
Aan:
de raad van de gemeente Roosendaal
Steller:
Dongen, Kees van
Kopie aan:
Herwin Janssen
Onderwerp: Financiële aanpassingen kredieten beheerkalender Bijlage:
n.v.t.
Kennisnemen van In deze brief informeert het college uw raad over drie onderwerpen: 1) De financiële effecten van de indexatie van de lopende projecten uit de beheerkalender. 2) De effecten van de uitgangspunten in Roosendaal Natuurstad op een aantal lopende projecten. 3) Komende heroriëntatie op de bestemmingsreserve Beheerkalender Kapitaallasten. Inleiding Eind 2022 nam uw raad de motie ‘Vinger aan de pols bij financiële afwijkingen’ aan. Met deze motie draagt u het college op uw raad actief te informeren bij financiële afwijkingen bij investeringen groter dan € 250.000. In aanloop naar de Voorjaarsbrief hebben wij de gevolgen van de sterk gestegen inflatie en bouwkostenstijging op de verschillende projecten in de beheerkalender inzichtelijk gemaakt. We zien hierbij dat een aantal projecten als gevolg van de uitgangspunten in Roosendaal Natuurstad worden omgezet van groot onderhoud naar reconstructie en daarom duurder uitpakken. De afwijkingen op de kredieten zijn groter dan € 250.000. Daarom informeert het college u voorafgaand aan de Voorjaarsbrief actief over deze afwijkingen.
Informatie/kernboodschap 1 De stijging van bouwkosten en inflatie maken het noodzakelijk om de projecten beheerkalender te verhogen 1.1 Het college maakt voor de indexatie gebruik van de GWW-index Door de sterk toegenomen bouwkosten en hogere inflatie is het noodzakelijk om de investeringskredieten op de verschillende projecten uit de beheerkalender indexeren. Anders is het niet mogelijk om binnen de vastgelegde kaders en eisen de werken in de markt te zetten. Bij de berekeningen hielden wij rekening met de, voor de projecten uit de Beheerkalender meest relevante, GWW-index (grond-, weg- en waterbouw). Dit maakt de berekening zo objectiviteit mogelijk. Dit uitgangspunt is toegepast op de Beheerkalenders 2023 tot en met 2026 en op die projecten die nog niet in de fase van aanbesteding zitten. De toegepaste indexen variëren van (maximaal) 35% op de Beheerkalender 2023 tot (minimaal) 26% op de Beheerkalender 2026. 1.2. De indexatie leidt in 2023 tot € 6,7 miljoen aan hogere investeringen Als gevolg van de aangegeven indexatie neemt het totale investerings-/kredietvolume toe met in totaal € 21,1 miljoen over de aangegeven jaren. Hiervan heeft € 6,7 miljoen betrekking op jaarschijf 2023.
In de Voorjaarsbrief maken wij inzichtelijk wat de effecten van bovengenoemde wijzigingen op de individuele kredieten zijn.Omdat deze investeringen/kredieten en/of de lasten hiervan verschillende dekkingsbronnen hebben zijn de budgettaire gevolgen dan ook verschillend; deze worden hieronder verder toegelicht. 1) Hogere onderhoudslasten ten laste van voorziening De aanpassingen leiden tot jaarlijks hogere onderhoudslasten. Voor de onderhoudslasten uit de beheerkalender hanteren we een voorziening, om de lasten over de jaren heen te egaliseren. Nu staat de voorziening nog positief. Als gevolg van de indexatie komt deze voorziening in 2025 negatief te staan. Negatieve voorzieningen zijn niet toegestaan en een incidentele aanvullende dotatie is niet toegestaan; de storting dient structureel te worden verhoogd. Hiervoor is vanaf 2023 jaarlijks een hogere storting nodig. De ophoging bedraagt circa € 800.000. Daarvoor dient structurele dekking te worden gevonden. Zie voor de dekking hiervan verderop deze brief.
2) Hogere afschrijvingslasten ten laste van reserve Beheerkalender kapitaallasten Door het verhogen van de investeringskredieten stijgen de jaarlijkse kapitaallasten, op basis van de investeringen in 2023 met € 87.000. Als we ook de projecten meenemen die in latere jaren worden afgerond en dus afgeschreven, nemen de lasten jaarlijks toe met € 150.000. Dit heeft echter geen direct effect op het begrotingssaldo. Namelijk, sinds 2017 dekken we nieuwe investeringen uit de beheerkalender door de (structurele) storting in de reserve beheerkalender kapitaallasten met hetzelfde bedrag te verlagen. Zie voor een technische toelichting op het gebruik van deze reserve de tekst helemaal aan het eind van deze brief. 3) Hogere investeringen riolering ten laste van de voorziening rioleringsinvesteringen Voor riolering werken we met een zogeheten ‘gesloten systeem’. De lasten voor vervanging en onderhoud van riolen en kolken worden gedekt door het rioolrecht dat onze inwoners en bedrijven betalen. Hogere of lagere kosten worden verrekend in het rioolrecht en hebben dus geen effect hebben op het begrotingssaldo. We verrekenen dat over langere periode en werken hiervoor met een voorziening. De indexering heeft een negatief effect op de onttrekking aan de voorziening.
Verdere beschouwing over deze voorziening blijft hier nu achterwege; bij het nieuwe VGRP wordt de meest actuele stand van deze voorziening uiteraard meegenomen in het daarbij op te stellen dekkingsplan. 1.3. De indexatie heeft geen nadelig effect op de begroting door dekking uit reserve beheerkalender Als gevolg van de indexatie is een verhoging van de jaarlijkse storting in voorziening onderhoud noodzakelijk (punt 1 hierboven). De meest voor de hand liggende oplossing voor de noodzakelijke structurele verhoging met € 800.000 ligt bij de (structurele) ruimte die zit in de structurele storting in de Bestemmingsreserve Beheerkalender Kapitaallasten. Tot en met 2025 zit hier nog voldoende ruimte in. 2. Door de uitgangspunten in Roosendaal Natuurstad wijzigt een aantal projecten van opzet en daarmee het benodigde budget Het college stelde het toetsingskader Roosendaal Natuurstad medio 2021 vast en heeft de raad hierover geïnformeerd middels een raadsmededeling. In het kader gingen we ervanuit dat de kosten voor reconstructies in de traditionele uitvoering en klimaatbestendige uitvoering nagenoeg gelijk zijn. Dit op basis van het doorrekenen van een drietal reconstructies uit de beheerkalender. In de beheerkalender zijn daarom geen aanpassingen gedaan in de financiën van projecten. We zien nu dat er op een aantal projecten sprake is van veranderingen.
Soms vallen projecten duurder uit door andere invulling of materiaalgebruik, soms wijzigt de scope en blijkt dat groot-onderhoudsprojecten wijzigen naar reconstructies. Vooral als er sprake is van verdroging in stedelijk gebied. Voor een aantal reconstructies, zoals de Admiraal de Ruijterstraat, zien we dat de kosten aanzienlijk hoger liggen dan begroot. Voor de kredieten waarvan we nu weten dat ze overschrijden nemen we dat nu mee in de voorjaarsbrief, aanvullend op de indexatie. Vanaf de Beheerkalender 2027 (start uitvoering van deze projecten ligt dikwijls in 2025) is bij het bepalen van de benodigde hoogte van de kredieten al rekening gehouden met Roosendaal Natuurstad. Dat houdt in dat vanaf 2025 deze posten er in principe inzitten. Voor de kredieten in 2023 en 2024 geldt dat nog niet. We voorzien dat de kosten voor die projecten mogelijk ook nog wijzigen. Welke projecten gaan overschrijden en met hoeveel is op voorhand lastig te voorspellen. We onderzoeken per locatie welke maatregelen we kunnen uitvoeren; we leveren maatwerk. Zo is het mogelijk dat voor bepaalde kredieten de uitvoering goedkoper gaat zijn. We informeren uw raad hierover via de planning & control-documenten. Het college streeft ernaar om voor de Najaarsbrief 2023 en Begroting 2024 duidelijkheid te hebben over de andere projecten en hoeveel geld hiervoor extra benodigd is door Roosendaal Natuurstad.
De uitkomsten verwerken we in die documenten. Qua dekking kijken we naar de reserve beheerkalender (zie ook volgende punt). 3. Het college komt naar u met een advies omtrent heroriëntatie Reserve beheerkalender Zoals eerder toegelicht zit er nog ruimte in de storting in de Reserve (kapitaallasten) beheerkalender. Een deel van deze storting – waar nu feitelijk nog geen besteding onder lag – kunnen we inzetten ter dekking van de nu bekende hogere lasten. Daarna resteert er mogelijk nog een deel. In aanloop naar de komende p&cdocumenten zoeken we dit nader uit en komt het college er bij uw raad op terug. Bij de Voorjaarsbrief stellen we voor € 3 miljoen van de in het verleden opgebouwde reserve (zie technische toelichting verderop) vrij te laten vallen in de Algemene Reserve. Onder dit bedrag ligt namelijk nog geen besteding. Mogelijk volgt er bij de Najaarsbrief nog een gedeeltelijke vrijval. Aanleiding voor de heroriëntatie is onder andere scherper beleid van onze toezichthouder, de provincie. In de handreiking van de provincies staat dat gemeenten structurele lasten niet mogen dekken met reserves (incidenteel geld). We namen onze reserves daarom onder de loep. We passen in de voorjaarsbrief al het
gebruik van de Bestemmingsreserve Onderwijshuisvestering aan. Voor de reserve kapitaallasten beheerkalender geldt in principe dat deze voldoet aan de handreiking. Tegelijkertijd is het gebruik van de reserve een complexe handelswijze, die meer capaciteit vraagt en minder inzichtelijk is dan de reguliere manier (kapitaallasten ‘gewoon’ in de begroting opnemen). Vervolg(procedure) We verwerken de consequenties van de indexering in het Investeringsplan (IP) en de Voorjaarsbrief 2023, waarvan deze brief een bijlage is. De effecten van de komende heroriëntatie Reserve beheerkalender verwerken we in de Najaarsbrief 2023 en Begroting 2024. Bijlagen Geen Afsluiting en ondertekening Wij vertrouwen erop U hiermede voldoende te hebben geïnformeerd. Hoogachtend, Burgemeester en wethouders van Roosendaal, De secretaris, De burgemeester,
Technische toelichting op het gebruik van deze Reserve Beheerkalender kapitaallasten In 2017 wijzigde de regelgeving in het Besluit Begroten en Verantwoorden (BBV). Vanaf dat moment was het niet langer toegestaan kosten voor investeringen met maatschappelijk nut (onder andere wegen) in ‘één keer te betalen’. Gemeenten moeten deze activeren en over de looptijd van gebruik afschrijven. Eenmalige middelen (zoals reserves) mochten alleen maar worden ingezet ter verzekering van de dekking van de structurele afschrijvingslasten van investeringen, een zogenaamde beklemde reserve. In die tijd is ervoor gekozen om de op dat moment lopende “OOR-projecten” (de voorganger van de huidige Beheerkalender) vanaf 1-1-2017 te gaan activeren en de daarvoor benodigde toekomstige cumulatieve afschrijvingslasten (=boekwaarde) te oormerken (“beklemmen”) in deze reserve. Naast deze oormerking t.b.v. de oude “OOR-projecten” is er destijds voor gekozen de meerjarige lasten voor het beheer van de openbare ruimte gelijk te houden aan de jaren ervoor. Vanaf het moment dat er een Beheerkalender werd opgesteld (vanaf 2017) werden de nieuwe structurele afschrijvingslasten die voortvloeiden uit daarin opgenomen investeringen structureel gedekt door een gelijke verlaging van de structurele storting. Stapsgewijs loopt de storting dus terug naar 0.
Voor die tijd belandt er ‘extra’ geld in de reserve, dit is in principe nog vrij besteedbaar.