CConstaterende datRoosendaal
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 3 Deel 3 Aanvulling OER Omgevingsvisie.pdf

Commissie 17 november 2022, gemeente RoosendaalBij agendapunt: 4: Raadsvoorstel Vaststelling omgevingsvisie Roosendaal De Verbonden Stad17.332 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Aanvulling OER n.a.v. Advies Commissie m.e.r. OER bij omgevingsvisie Roosendaal deel 3

projectnummer 0466308.100 definitief 21 september 2022

Aanvulling OER n.a.v. Advies Commissie m.e.r. OER bij omgevingsvisie Roosendaal deel 3

projectnummer 0466308.100 definitief 21 september 2022

Auteurs B. van Dijck R.J. Last

Opdrachtgever Gemeente Roosendaal Stadserf 1 4701 NK ROOSENDAAL

datum 21 september 2022

beschrijving definitief

vrijgave J.J. Verhoeven

Inhoudsopgave

Blz.

1

Inleiding

1

1.1 1.2 1.3 1.4

Aanleiding Advies van de Commissie m.e.r. Zienswijzen Leeswijzer

1 1 2 2

2

Aanvulling op het OER (deel 3 van het OER)

4

2.1 2.2 2.2.1 2.2.2 2.2.3 2.2.4 2.2.5 2.3 2.4 2.5

Proces OER als spiegel voor de omgevingsvisie Sterke stad: Rondje Roosendaal Sterke Stad: Overige: Woongebieden, Rosada / De Stok, Werkgebieden Stadsrandzones Vitaal Platteland en dorpen Resume: Roosendaal in het algemeen Passende beoordeling Monitoring Samenvatting

4 6 8 30 33 35 43 45 46 47

Bijlage 1: Overzicht van projecten waar al over is besloten en die of al worden uitgevoerd of zeker zullen worden uitgevoerd

Aanvulling OER n.a.v. Advies Commissie m.e.r. OER bij omgevingsvisie Roosendaal deel 3 projectnummer 0466308.100 21 september 2022 Gemeente Roosendaal

1

Inleiding

1.1

Aanleiding De gemeente Roosendaal stelt onder het motto “De Verbonden Stad” een omgevingsvisie op. Met deze visie bepaalt zij de koers voor de fysieke leefomgeving van de gemeente voor de periode tot in ieder geval 2030. De omgevingsvisie bepaalt op hoofdlijnen de omgevingskeuzes voor het ruimtelijk en fysieke domein. De omgevingsvisie wordt in de komende jaren verder uitgewerkt in onder meer (thema- of gebiedsgerichte) deelvisies, het omgevingsplan, programma’s en te verlenen omgevingsvergunningen. Bij de omgevingsvisie is een m.e.r.-procedure doorlopen (waarbij m.e.r. staat voor milieueffectrapportage) en een omgevingseffectrapport (OER) opgesteld. Het OER heeft samen met de ontwerp-omgevingsvisie van 7 februari t/m 21 maart ter inzage gelegen. Conform de wettelijke eisen heeft de gemeente Roosendaal de Commissie voor de milieueffectrapportage (Commissie m.e.r.), een onafhankelijke toetsende instantie, gevraagd om over dit OER een toetsingsadvies uit te brengen. In haar advies van 20 april 2022 adviseert de Commissie m.e.r. het OER op een aantal punten aan te vullen. De hier voorliggende aanvulling op het OER geeft een reactie op het advies van de Commissie m.e.r., geeft aan hoe met het advies van de Commissie m.e.r.

wordt omgegaan en biedt aanvullende informatie om tot een volwaardige afweging van het milieubelang te komen bij de besluitvorming rondom de omgevingsvisie van de gemeente Roosendaal. Hierbij zijn ook de zienswijzen op de ontwerp omgevingsvisie betrokken, voor zover ze een reactie op het OER betreffen. Hiermee is invulling gegeven aan artikel 7.14 lid 1 onder d van de Wet Milieubeheer. Na een samenvatting van de hoofdpunten van het toetsingsadvies is in deze rapportage per punt een reactie gegeven.

1.2

Advies van de Commissie m.e.r. Hieronder zijn de hoofdpunten van de adviestekst van de Commissie m.e.r. opgenomen: ‘De omgevingsvisie, waarvoor dit OER is opgesteld, geeft een helder en systematisch beeld van de opgaven en ambities van Roosendaal. Ook het OER zelf is systematisch en duidelijk opgezet. De Commissie heeft begrepen dat het opstellen van het OER een belangrijke rol heeft gespeeld bij het tot stand komen van de omgevingsvisie. Tegelijkertijd constateert de Commissie echter dat het OER in de huidige vorm te globaal en algemeen van aard is. Het benut daarmee niet de maximale mogelijkheden om de omgevingsvisie te onderbouwen, te voeden en een spiegel voor te houden. De Commissie signaleert bij de toetsing van het OER dat belangrijke informatie ontbreekt. Het aanvullen van die informatie is essentieel om het belang van de leefomgeving volwaardig mee te kunnen wegen bij het besluit over de omgevingsvisie. De Commissie adviseert het OER aan te vullen met de volgende informatie:  Waar staat de gemeente? Maak de beschrijving van de referentiesituatie (de ‘foto van de leefomgeving’) compleet. Analyseer en duid deze gegevens en maak concreet wat de huidige knelpunten in de leefomgeving zijn, die de gemeente op wil lossen.  Wat wil de gemeente bereiken? Maak voor het OER een selectie van de belangrijkste ambities en opgaven en werk die concreter uit.

Geef een beoordeling van de haalbaarheid ervan.

Blad 1/50

Aanvulling OER n.a.v. Advies Commissie m.e.r. OER bij omgevingsvisie Roosendaal deel 3 projectnummer 0466308.100 21 september 2022 Gemeente Roosendaal

 

Wat zijn mogelijke oplossingen voor de knelpunten en om de ambities waar te maken? Onderzoek in het OER verschillende oplossingen voor bijvoorbeeld de inrichting van deelgebieden en ook voor knelpunten in de leefbaarheid. Breng zo de consequenties van wezenlijke keuzes goed in beeld. Hoe worden de effecten voor de leefomgeving beoordeeld? Toets de milieueffecten aan duidelijke criteria. Criteria zijn in elk geval de mate waarin de ambities worden gehaald en de normen voor de leefomgeving. Een overzicht van het gevoerde proces. Geef aan hoe de keuzes in de omgevingsvisie tot stand zijn gekomen, welke (milieu)afwegingen zijn gemaakt en wie daarbij betrokken zijn geweest. Meer detail in de Passende beoordeling. De beschrijving biedt onvoldoende garantie dat niet alsnog belangrijke effecten op natuurgebieden zullen optreden. Er is meer inzicht nodig in de mogelijke omvang van de depositietoename in Natura-2000 gebieden.

De Commissie adviseert deze informatie in een aanvulling op het OER op te nemen en dan een besluit te nemen over de omgevingsvisie. De Commissie adviseert ook een nieuwe samenvatting op te stellen. Het advies daarbij is om de aanvulling vooral te focussen op de belangrijkste knelpunten, ambities, keuzes en alternatieven daarvoor. Zo wordt de omgevingsvisie optimaal onderbouwd en gevoed.’

1.3

Zienswijzen De ontwerp omgevingsvisie voor Roosendaal heeft 7 februari tot en met 21 maart ter inzage gelegen. Gedurende die termijn is eenieder in de gelegenheid gesteld om naar aanleiding van ontwerp omgevingsvisie en het bijbehorende OER naar keuze schriftelijk of mondeling een zienswijze bij de gemeenteraad naar voren te brengen. Deze zienswijzen zijn opgenomen en beantwoord in de Nota van Zienswijzen bij de omgevingsvisie. Daarin is beschreven hoe omgegaan is met de ingediende zienswijzen. In het algemeen kan gesteld worden dat de zienswijzen met name een reactie geven op de omgevingsvisie zelf en (in de meeste gevallen) niet op het OER. Een belangrijk onderwerp in de zienswijzen is hoe in de omgevingsvisie is omgegaan met de landbouwsector. Daarnaast is een aantal reacties gegeven op de zoekgebieden voor woningbouw en andere functies in de stadsrandzones en het buitengebied. In de Nota van Zienswijzen en de omgevingsvisie zelf is hierop ingegaan. Daar waar relevant geeft deze aanvulling op het OER aanvullende (milieu)informatie in de paragrafen over de stadsrandzones en het buitengebied. Zie hiervoor hoofdstuk 2.

1.4

Leeswijzer Deze aanvulling op het OER moet gelezen worden in samenhang met het OER. Het is geen vervanging van het oorspronkelijke OER, maar vormt een aanvulling en nadere toelichting daarop. Hoofdstuk 2 van deze aanvulling op het OER beschrijft de reactie op het advies van de Commissie m.e.r., hoe daarmee wordt omgegaan en geeft aanvullende informatie:  In paragraaf 2.1 is ingegaan op het doorlopen proces, de keuzes die ten aanzien van de werkwijze van het OER zijn gemaakt en de interactie tussen OER en omgevingsvisie.  In paragraaf 2.2 is de omgevingsvisie (nogmaals en aanvullend) gespiegeld vanuit OERoptiek: wat zijn knelpunten/opgaven/ambities vanuit de referentiesituatie, hoe wordt in

Blad 2/50

Aanvulling OER n.a.v. Advies Commissie m.e.r. OER bij omgevingsvisie Roosendaal deel 3 projectnummer 0466308.100 21 september 2022 Gemeente Roosendaal

   

de omgevingsvisie daaraan invulling gegeven, in hoeverre wordt hiermee aan doelstellingen voldaan, zijn doelstellingen samen te verwezenlijken en kunnen doelen elkaar versterken, of is er juist sprake van conflicterende belangen. Dit is gedaan per deelgebied. De deelgebieden zijn Sterke Stad (Rondje Roosendaal, woongebieden, werkgebieden, Rosada/De Stok), Stadsrandzones, Vitaal Platteland en Dorpen. Op twee aspecten is specifieker ingegaan: de mogelijkheden en aandachtspunten voor woningbouw in Rondje Roosendaal in relatie tot milieu (dit naar aanleiding van de woningbouwambitie van Roosendaal) en de mogelijkheden/aandachtspunten voor functies in het buitengebied in relatie tot de bestaande functies (dit naar aanleiding van zienswijzen). Paragraaf 2.3 gaat in op het advies van de Commissie m.e.r. ten aanzien van de passende beoordeling en stikstofberekening. Paragraaf 2.4 gaat in hoe het proces er verder uit ziet en hoe wordt omgegaan met monitoring. Paragraaf 2.5 gaat tot slot in op het advies ten aanzien van de samenvatting van het OER. Aanvullende achtergrondinformatie is opgenomen in bijlage 1.

Deze aanvulling op het OER volgt de structuur van het advies van de Commissie m.e.r. De adviezen van de Commissie m.e.r. zijn cursief in een tekstvak opgenomen. Naar het oordeel van de Commissie is het uitvoeren van de adviezen essentieel om het milieubelang volwaardig mee te wegen bij de besluitvorming door de gemeenteraad van de gemeente Roosendaal. In de tekst van het advies van de Commissie wordt naast de adviezen ook een aantal aanbevelingen gedaan. Deze zijn bedoeld om de kwaliteit van de besluitvorming, nu en in de toekomst, te verbeteren. Indien er aanbevelingen zijn gedaan wordt daar aandacht aan besteed in deze aanvulling op het OER.

Blad 3/50

Aanvulling OER n.a.v. Advies Commissie m.e.r. OER bij omgevingsvisie Roosendaal deel 3 projectnummer 0466308.100 21 september 2022 Gemeente Roosendaal

2

Aanvulling op het OER (deel 3 van het OER)

2.1

Proces Uit het advies van de Commissie m.e.r.: “De Commissie m.e.r. adviseert om het OER aan te vullen met een beschrijving van het gevoerde proces” “De Commissie m.e.r. stelt in haar advies dat de omgevingsvisie, waarvoor het OER is opgesteld, een helder en systematisch beeld van de opgaven en ambities van Roosendaal en ook dat het OER zelf systematisch en duidelijk is opgezet. De Commissie m.e.r. stelt dat ze heeft begrepen dat het opstellen van het OER een belangrijke rol heeft gespeeld bij het tot stand komen van de omgevingsvisie. Tegelijkertijd constateert de Commissie m.e.r. dat het OER echter te globaal en algemeen van aard is. De Commissie m.e.r. is van mening dat het daarmee niet de mogelijke meerwaarde benut en niet de spiegelfunctie vervult die de omgevingsvisie sterker zou kunnen maken.” Startfase omgevingsvisie en OER: welke rol krijgt het OER Het proces en traject om tot een omgevingsvisie te komen is gestart in 2019/2020. De gemeente heeft voor een omgevingsvisie gekozen die op hoofdlijnen het toekomstige beleid ten aanzien van de fysieke leefomgeving schetst. De omgevingsvisie is geen blauwdruk voor de toekomst, maar bepaalt wel de koers. De visie vormt daarmee de basis voor verder uit te werken (thema- of gebiedsgerichte) deelvisies, het omgevingsplan, programma’s en te verlenen omgevingsvergunningen.

Deze omgevingsvisie is in de optiek van de gemeente vooral bedoeld als een dynamisch document dat steeds verder uitgewerkt wordt voor wat betreft de keuzes in het fysieke domein. Omdat op dit moment nog veel onduidelijk is over bijvoorbeeld het aantal te bouwen woningen (regionaal beleid) en hoeveel woningen in stedelijk gebied gerealiseerd kunnen worden, is het een en ander in de omgevingsvisie nu nog niet verder uitgewerkt. Dit wordt verder uitgewerkt wanneer hier meer duidelijkheid over is. In 2020 is eerst gestart met een inventarisatie van waarden, knelpunten, opgaven en ambities. Dit is gedaan in de vorm van een Foto van Roosendaal (waarden, trends, knelpunten), het omgevingskader, de beleidsagenda (toets vigerend beleid) en samenspraak (participatie). Eind 2020 is een start gemaakt met het proces dat tot het OER heeft geleid. Bij aanvang is eerst met de gemeente besproken en besloten waarvoor de gemeente het OER wilde inzetten en welke vragen het OER zou kunnen beantwoorden om bij te dragen aan de omgevingsvisie. Het was de bedoeling dat op basis van de huidige stand van zaken en het huidige beleid een milieueffectanalyse gemaakt zou worden. Er is toen nadrukkelijk gekozen voor een pragmatisch en doelgericht OER.

Geen “traditioneel” OER waarin alle aspecten uitputtend worden onderzocht, maar een OER gericht op de meest wezenlijke vragen die de gemeente had: het in beeld brengen van aandachtspunten voor mogelijke ontwikkelingen in drie deelgebieden (Sterke Stad/Rondje Roosendaal, Stadsrandzones en Vitaal Platteland). Dit is verkennend/agenderend gedaan op basis van al beschikbare informatie en expert judgement. Dit is gedaan omdat de omgevingsvisie zelf vooral nog agenderend/verkennend (“uitzetten van een koers”) is en er nog geen (definitieve) keuzes in de omgevingsvisie gemaakt worden. Deze aanpak is in januari 2021 gepubliceerd in de Notitie Reikwijdte en Detailniveau.

Blad 4/50

Aanvulling OER n.a.v. Advies Commissie m.e.r. OER bij omgevingsvisie Roosendaal deel 3 projectnummer 0466308.100 21 september 2022 Gemeente Roosendaal

Deel 1 van het OER als start/basis voor de concept ontwerp omgevingsvisie Vooruitlopend op het opstellen van de concept ontwerp omgevingsvisie is in het eerste deel van het OER de referentiesituatie beschreven. Daarin zijn de aandachtspunten voor ontwikkelingen in de deelgebieden beschreven. Hierbij is de Foto van Roosendaal getoetst en verder aangevuld. Deel 1 van het OER heeft als directe input aan de basis gestaan van delen van de omgevingsvisie. Voorbeelden hiervan zijn de milieu-informatie in het Verhaal van Roosendaal (Hoofdstuk 2 van de Omgevingsvisie). De informatie komt uit de Foto van Roosendaal, de teksten komen deels uit het OER deel 1. Een ander voorbeeld is de beschrijving en karakterisering van de deelgebieden in de Omgevingsvisie. Deze teksten komen deels uit het OER deel 1. Beschrijvingen van waarden en aandachtspunten in de verschillende deelgebieden zijn vanuit het OER overgenomen in het eerste concept van de omgevingsvisie (zomer 2021). Deel 2 van het OER als spiegel/toets van de omgevingsvisie Vervolgens is de concept ontwerp omgevingsvisie verder uitgewerkt met ambities/opgaven en is een koers voor de toekomst bepaald. Dit is in het najaar van 2021 getoetst en gespiegeld in deel 2 van het OER. In deel 2 van het OER is vooral een analyse gemaakt van deze koers.

Voorbeelden van de spiegeling/toets zijn met name de conclusies voor de stadsrandzones en de aandachtspunten voor ontwikkeling van Rondje Roosendaal en Vitaal Platteland. De volgende aspecten uit het OER zijn relevant geweest voor de keuzes in de omgevingsvisie (zo ook al opgenomen in hoofdstuk 10 van het OER bij de ontwerp-omgevingsvisie):  De zuidelijke randzone is verkleind in verband met de natuurwaarde van Visdonk;  Bij ontwikkeling van de noordelijke randzone (Wig) is aandacht voor hoogteverschillen in het landschap;  De aandachtgebieden die onder de Omgevingswet inzichtelijk moeten worden gemaakt, zijn bij toekomstige ontwikkelingen grotendeels in beeld gebracht;  De aandachtspunten ten aanzien van het al dan niet verplaatsen van de huidige sportvelden zijn meegenomen;  De aandachtspunten voor de ontwikkeling van Rondje Roosendaal in het OER bevestigen de te verwachten uitdagingen en maken nieuwe uitdagingen in de omgevingsvisie kenbaar, waaronder het al dan niet verplaatsen van het spooremplacement. Deze analyse helpt de gemeenteraad om de koers verder uit te werken en op basis van deze analyse keuzes te maken of gebiedsvisies op te stellen. Het is de bedoeling om vanuit de huidige situatie de koers te bepalen en vervolgens de keuzes en de milieueffecten van deze keuzes weer verder uit te werken.

Het is een methode die op dit moment het beste past bij de situatie waarin de gemeente Roosendaal zich bevindt. Er zijn nog veel aspecten die nu nog niet duidelijk zijn die wel bepalend zijn voor de verdere uitwerking. Deze aspecten zijn ook afhankelijk van de politieke ambities van de nieuwe gemeenteraad. De ontwerp omgevingsvisie en het OER (deel 1 en 2) zijn in december 2021 afgerond en in februari/maart 2022 gepubliceerd en ter inzage gelegd. De omgevingsvisie is een dynamisch document. Op basis van de omgevingsvisie worden gebiedsvisies opgesteld en wordt sectoraal beleid verder uitgewerkt. Dit kan leiden tot kleine koerswijzigingen in de visie of scherpere keuzes in de visie. Met de gemeenteraad wordt afgesproken dat deze kleine koerswijzigingen naar aanleiding van de uitwerking in gebiedsvisies of sectoraal beleid in de omgevingsvisie worden verwerkt. Bovendien wordt de omgevingsvisie elke paar jaar opnieuw tegen het licht houden. Dit proces wordt, samen met de gemeenteraad, verder uitgewerkt. Conclusie: OER en omgevingsvisie interactief tot stand gekomen Het OER heeft een belangrijke rol gespeeld bij de totstandkoming van de omgevingsvisie.

Blad 5/50

Aanvulling OER n.a.v. Advies Commissie m.e.r. OER bij omgevingsvisie Roosendaal deel 3 projectnummer 0466308.100 21 september 2022 Gemeente Roosendaal

Geconcludeerd wordt dat het OER en de omgevingsvisie in onderlinge interactie tot stand zijn gekomen en dat het OER wel degelijk en wezenlijk heeft bijgedragen aan de omgevingsvisie. Deze interactie is wellicht onvoldoende duidelijk beschreven in het OER en de omgevingsvisie en in deze aanvulling toegelicht. Het OER heeft de spiegelfunctie, zoals de Commissie m.e.r. dit bedoeld, wel degelijk gehad. Het toetsen/spiegelen van de omgevingsvisie in het OER heeft, op verzoek van de gemeente, wel plaatsgevonden op een pragmatische doelgerichte wijze: agenderend/verkennend op basis van beschikbare informatie en expert judgement. Deze spiegelfunctie is in deze aanvulling op het OER nogmaals inhoudelijk (verder) uitgewerkt, zie hiervoor paragraaf 2.2. Hiermee heeft het OER de omgevingsvisie voldoende getoetst/ gespiegeld.

2.2

OER als spiegel voor de omgevingsvisie De Commissie m.e.r. stelt in haar advies dat het OER te globaal en algemeen van aard is. De Commissie m.e.r. is van mening dat het daarmee niet de mogelijke meerwaarde benut en niet de spiegelfunctie vervult die de omgevingsvisie sterker zou kunnen maken en geeft de volgende adviezen: Uit het advies van de Commissie m.e.r.: Referentiesituatie en knelpunten “De Commissie adviseert om, voorafgaand aan de besluitvorming, het OER aan te vullen met een concrete beschrijving van de referentiesituatie en van de autonome ontwikkeling. Daarbij hoort ook een duidelijke analyse van de huidige knelpunten voor de leefomgeving:  Een beschouwing over de draagkracht van de verschillende gebieden.  Een helder overzicht per gebied en per thema van de op te lossen knelpunten. Dit legt een basis voor het formuleren van de ambities en het ontwikkelen van mogelijke oplossingen.  Een schematisch overzicht van projecten waar al over is besloten en die of al worden uitgevoerd of zeker zullen worden uitgevoerd.” Uitwerking opgaven en ambities “De Commissie adviseert, op basis van de knelpunten, het OER aan te vullen met een concrete navolgbare en toetsbare beschrijving van de opgaven, ambities en prioriteiten voor de hele stad en per deelgebied.

Analyseer welke keuzes bepalend zijn voor het halen van de ambities voor de leefomgeving en natuur en landschap.” Ontwikkel alternatieven “De Commissie adviseert het OER aan te vullen met de volgende informatie:  Ga voor de ambities na welke oplossingsrichtingen mogelijk zijn. Geef inzicht in het oplossend vermogen van de alternatieven en waar deze botsen, heel goed samengaan of elkaar versterken. Geef inzicht hoe de ruimtelijke alternatieven zich verhouden tot de algemene ambities  Doe dit bijvoorbeeld voor de deelgebieden en de verschillende opgaven en ambities na te gaan welke alternatieven voor de inrichting, het beleid en leefomgeving alsnog kunnen worden onderzocht om een meerwaarde voor de besluitvorming te creëren.  Indien eerder in het proces alternatieven zijn onderzocht, onderbouw welke dit waren en wat de (milieu)afwegingen waren bij de keuzes tussen deze alternatieven”

Blad 6/50

Aanvulling OER n.a.v. Advies Commissie m.e.r. OER bij omgevingsvisie Roosendaal deel 3 projectnummer 0466308.100 21 september 2022 Gemeente Roosendaal

Uit het advies van de Commissie m.e.r.: Beoordeling van milieueffecten en ambities “De Commissie beveelt aan het OER aan te vullen met de volgende informatie:  Een precisering van het beoordelingskader met toetsbare ambities en criteria, waardoor een zinvolle vergelijking van alternatieven ontstaat dat kan dienen als kader voor de keuzes in de omgevingsvisie.  Een duidelijke vergelijking van de milieueffecten met de referentiesituatie met een helder onderscheid tussen autonome ontwikkelingen en de besluiten in de omgevingsvisie.  Een uitgesplitst overzicht van positieve en negatieve effecten en de samenhang ertussen.  Duidelijke conclusies welke opgaven in de omgevingsvisie landen en welke in een latere fase, bijvoorbeeld in programma’s of omgevingsplannen worden uitgewerkt.” Zoals in paragraaf 2.1 ook al is beschreven is bij de start van het OER-traject nadrukkelijk gekozen voor een pragmatisch en doelgericht OER, gericht op de meest wezenlijke vragen die de gemeente had: het in beeld brengen van aandachtspunten voor mogelijke ontwikkelingen in drie deelgebieden (Sterke Stad/Rondje Roosendaal, Stadsrandzones en Vitaal Platteland). Dit verkennend/agenderend op basis van al beschikbare informatie en expert judgement. Dat betekent dat voor het OER een andere werkwijze is gekozen dan een “traditionele” m.e.r.aanpak, zoals door de Commissie m.e.r. in haar advies voorgesteld.

Referentiesituatie en knelpunten In deel 1 van het OER is een uitgebreide beschrijving opgenomen van de referentiesituatie van Roosendaal. Dit is eerst voor de stad Roosendaal gedaan. Daarna is dit nader aangevuld voor het deelgebied Vitaal Platteland (buitengebied en dorpen). Het OER heeft de informatie uit de Foto van Roosendaal opgenomen en aangevuld met algemeen beschikbare informatie en informatie uit andere gemeentelijke documenten, zoals bijvoorbeeld de bestemmingsplannen en bijbehorende milieueffectrapportages voor het buitengebied. Aandachtspunten voor ruimtelijke ontwikkeling zijn benoemd. De vraag van de Commissie m.e.r. om een aanvullende concrete beschrijving van de referentiesituatie, autonome ontwikkeling en knelpunten voor de leefomgeving wordt dan ook niet begrepen. De gewenste analyse van de Commissie m.e.r. is van een ander detailniveau dan die waar de gemeente voor heeft gekozen. Sommige keuzen zijn nog van veel factoren afhankelijk en daarom is een globaal verkennende aanpak gekozen. Een meer gedetailleerdere uitwerking volgt als de ontwikkelingen concreter worden. In deze aanvulling op het OER is een uitwerking/aanvulling van de spiegelfunctie van het OER opgenomen. Dit is gedaan voor Roosendaal als geheel en voor de deelgebieden. Per deelgebied zijn de belangrijkste aandachtspunten en opgaven benoemd. De vraag van de Commissie m.e.r.

om een draagkrachtanalyse van de verschillende (deel)gebieden voert in de gekozen agenderende/verkennende aanpak voor het OER te ver. De gemeente wenst aandachtspunten voor ontwikkeling van een aantal specifieke gebieden. De Commissie m.e.r. vraagt tot slot om een overzicht van projecten waar al over is besloten en projecten die of al worden uitgevoerd of zeker zullen worden uitgevoerd. Voor de volledigheid is dit overzicht opgenomen in bijlage 1 van deze aanvulling op het OER. Uitwerking opgaven en ambities De vraag van de Commissie m.e.r. om uitwerking van de knelpunten in concrete navolgbare en toetsbare opgaven, ambities en prioriteiten voor de hele stad en per deelgebied, voert in de

Blad 7/50

Aanvulling OER n.a.v. Advies Commissie m.e.r. OER bij omgevingsvisie Roosendaal deel 3 projectnummer 0466308.100 21 september 2022 Gemeente Roosendaal

gekozen agenderende/verkennende aanpak voor het OER te ver. Bovendien is de gemeente in haar omgevingsvisie nog niet zover om al concrete navolgbare en toetsbare opgaven, ambities en prioriteiten te formuleren. De omgevingsvisie heeft daarom ook een agenderend/verkennend karakter. Concretisering vindt plaats in vervolgfasen: (thema- of gebiedsgerichte) deelvisies, het omgevingsplan, programma’s en te verlenen omgevingsvergunningen. Er is daarom bewust gekozen om de ambities algemeen en globaal, op het niveau van de visie, gezamenlijk en daarmee integraal in het OER te beschouwen op aandachtspunten. Ontwikkel alternatieven Ook de vraag van de Commissie m.e.r. om alternatievenonderzoek, voert in de gekozen agenderende/verkennende aanpak voor het OER op dit moment te ver. De gemeente is in haar omgevingsvisie nog niet zover om al alternatieven te formuleren. Beoordeling van milieueffecten en ambities De Commissie beveelt aan het OER aan te vullen met een uitgebreidere beoordeling van milieueffecten. Zoals eerder gesteld is het OER vooral agenderend/verkennend geweest en nog niet onderzoekend/toetsend. Dat kan ook pas als ambities verder uitgewerkt zijn in (thema- of gebiedsgerichte) deelvisies, het omgevingsplan, programma’s en te verlenen omgevingsvergunningen.

Het agenderend/verkennend onderzoek is uitgevoerd aan de hand van een uitgebreid beoordelingskader zoals opgenomen in figuur 2.1 en paragraaf 3.2.5 van het OER. Aspecten zijn, met name in de conclusie en samenvatting, geaggregeerd tot de vier hoofdomeinen Ruimte, Verkeer en mobiliteit, Natuur en Milieu, Sociaal. Het niet expliciet noemen van deelaspecten onder deze 4 hoofddomeinen wil niet zeggen dat ze niet zijn beschouwd. Verdere precisering van het beoordelingskader met toetsbare ambities en criteria voert, zoals eerder in deze paragraaf beschreven, op dit moment te ver voor de huidige OER en omgevingsvisie. Beschrijvingen en beoordelingen zijn kwalitatief/beschrijvend op basis van expert judgement. Dit geeft voldoende besluitinformatie voor het huidige agenderende/verkennende karakter van het OER en de omgevingsvisie. Wel kan begrepen worden dat in het totaal van het OER de conclusies over knelpunten, kansen en dergelijke met name de onderlinge interactie tussen ambities (elkaar versterkend of juist conflicterend) niet geheel duidelijk leesbaar zijn. In het vervolg van deze paragraaf is dit daarom voor Roosendaal als geheel en per deelgebied opnieuw beschreven en op bepaalde punten nader uitgewerkt. Welke opgaven in de omgevingsvisie landen en welke in een latere fase worden uitgewerkt is (nog) te bepalen door de gemeente(raad).

Vooralsnog heeft ook de omgevingsvisie een agenderend/verkennend karakter en worden (definitieve) keuzes later gemaakt in (thema- of gebiedsgerichte) deelvisies, het omgevingsplan, programma’s en te verlenen omgevingsvergunningen.

2.2.1

Sterke stad: Rondje Roosendaal Voor het Rondje Roosendaal worden als belangrijkste knelpunten/aandachtspunten voor ontwikkeling gezien:  Tekort aan geschikte woningen Daar wordt in de omgevingsvisie ruim aandacht aan gegeven. De ambitie is om veel nieuwe woningen te realiseren die passend zijn bij de veranderende woningvraag. Een groot deel van de woningbouwopgave zal gerealiseerd worden in het centrum/Rondje

Blad 8/50

Aanvulling OER n.a.v. Advies Commissie m.e.r. OER bij omgevingsvisie Roosendaal deel 3 projectnummer 0466308.100 21 september 2022 Gemeente Roosendaal

Roosendaal. Het belangrijkste aandachtspunt hierbij is de inpasbaarheid in de milieuhinder vanuit de omgeving (spoor, wegen en industrieterrein) en bereikbaarheid. Deze aspecten zijn verderop in deze paragraaf nader uitgewerkt. Bij de kleinere inbreidingsprojecten binnen Rondje Roosendaal is het effect op/van bereikbaarheid / hinder naar verwachting gering. Bij de grotere inbreidingsprojecten kunnen bereikbaarheid en hinder een belangrijk aandachtspunt zijn. Terugloop voorzieningen/detailhandel: leegstand Met de beoogde groei van het aantal woningen groeit ook het draagvlak voor voorzieningen en detailhandel. Wellicht kan hiermee een deel van de negatieve trend worden omgebogen. Als nieuwe voorzieningen worden gerealiseerd, is het effect op de bestaande voorzieningen een aandachtspunt. Een ander aandachtspunt is de bereikbaarheid en het voorkomen van hinder op de directe omgeving. Bij kleinere voorzieningen is het effect op bereikbaarheid/hinder naar verwachting gering. Bij grotere voorzieningen kunnen bereikbaarheid en hinder lokaal een aandachtspunt zijn. Bereikbaarheid Groei van woningen en/of voorzieningen in de woonwijken leidt tot toename van verkeersbewegingen en kan daarmee effecten hebben op de bereikbaarheid. Dit geldt voor alle ontwikkelingen in Roosendaal.

Een eerste globale analyse op basis van het verkeersmodel laat zien dat er in de nabije toekomst afwikkelingsproblemen kunnen ontstaan. Dit met name op de snelwegen en met name bij de Stok. Dit kan leiden tot “terugslag” op het onderliggend wegennet. Toename van verkeer door verdere toename van woningbouw in het Rondje Roosendaal leidt daarmee tot aandachtspunten ten aanzien van de bereikbaarheid (zie ook verder). In de nabije toekomst is de trend/ambitie om meer in te zetten op duurzame mobiliteit (minder gebruik auto, meer gebruik fiets/openbaar vervoer). Vooral in het centrum/Rondje Roosendaal is het beleid van de gemeente Roosendaal erop gericht om het autogebruik terug te dringen. De gemeente Roosendaal werkt aan een grote kwaliteitsimpuls om het openbaar vervoer en de fiets nog beter te ontsluiten en op diverse punten verder te verbeteren. Barrièrewerking spoor/spoorwegemplacement De omgevingsvisie doet niet direct iets aan de bestaande barrièrewerking door het spoor en het spoorwegemplacement. De ambitie om de barrièrewerking van het spoorwegemplacement te verminderen door deze te verplaatsen is er wel, maar dit is naar verwachting een opgave voor de lange termijn, waarbij heel veel partijen betrokken zijn en veel kosten gemoeid zijn.

Het verplaatsen van het spoorwegemplacement genereert fysieke en milieuruimte (wegvallen geluid en veiligheidsrisico’s) en daarmee kansen voor tal van ambities: woningbouw, leefbaarheid, groen en water, etc. Inpasbaarheid woningbouw in huidig milieuklimaat (geluid, externe veiligheid) Bij het toevoegen van extra woningen is de inpassing in het bestaande milieuklimaat een belangrijk aandachtspunt. Dit geldt met name voor Rondje Roosendaal dat gelegen is naast en nabij bronnen als het spoor, wegen en industrieterrein Borchwerf I. De huidige geluidbelasting in het gebied is hoog en er spelen diverse veiligheidsrisico’s. Om woningbouw in dit milieu mogelijk te maken is het nodig om kritisch te kijken naar de mogelijkheden om bestaande hinder te verminderen, bouwkundige of technische maatregelen om hinder te beperken, gemeentelijk beleid, afweging/acceptatie van veiligheidsrisico’s en hinder en de voorwaarden voor woningbouw. In deze aanvulling op het OER is dieper ingegaan op de milieuvraagstukken in rondje Roosendaal en wat nodig is om woningbouw hierbinnen mogelijk te maken. Dit is verderop in deze paragraaf opgenomen.

Blad 9/50

Aanvulling OER n.a.v. Advies Commissie m.e.r. OER bij omgevingsvisie Roosendaal deel 3 projectnummer 0466308.100 21 september 2022 Gemeente Roosendaal

Te weinig groen/water/klimaatadaptatie Het centrum is relatief “stenig” met relatief weinig groen en water. Dit geeft klimaatproblemen: hittestress en wateroverlast bij extreme buien. De gemeente zet daarom bij nieuwe ontwikkelingen in op vergroening. Meer groen geeft meer schaduw en meer ruimte voor water. Dit heeft ook een positief effect op de biodiversiteit en een goed woon- en leefklimaat. Bij nieuwe ontwikkelingen kan de gemeente eisen stellen aan verduurzaming en klimaatadaptatie. Bij herstructurering van bestaande delen van het centrum kan de gemeente zelf het initiatief nemen voor meer groen. Duurzame energieopgave Verduurzaming is voor alle gemeenten in Nederland een opgave en uitdaging. Bij bestaande functies kan de gemeente dit niet zelf actief doen. Ze kan wel verduurzaming stimuleren. Bij nieuwe ontwikkelingen kan de gemeente duurzaamheidseisen opleggen. Sociale veiligheid / Eenzaamheid Het toevoegen van nieuwe woningen en voorzieningen en herstructurering van het centrum, waarbij aandacht is voor meer groen en bewegingsruimte, heeft ook een positief effect op de sociale veiligheid in het centrum en eenzaamheid. Meer mensen, groen en voorzieningen nodigt uit tot buiten zijn en mensen ontmoeten. De gemeente kijkt bij nieuwe ontwikkelingen nadrukkelijk naar dit aspect.

Het sociale domein wordt betrokken ruimtelijke ontwikkelingen en bij (her)inrichting van de openbare ruimte gaat de gemeente in gesprek met bewoners. De gemeente streeft naar samen werken vanuit de leefwereld (“Roosendaal spreekt, Roosendaal doet”).

Geluid Vooraf: gebruikte informatie Hieronder is specifiek nader ingegaan op mogelijkheden en aandachtspunten vanuit geluid voor woningbouw binnen het Rondje Roosendaal. Dit wel nog steeds voornamelijk op basis van het bij de gemeente/omgevingsdienst beschikbare kaartmateriaal, zoals ook voor de eerste analyse in het OER gebruikt. Dit kaartmateriaal is niet (meer) actueel en niet toegespitst op specifiek geluidonderzoek. Er is voor alle bronnen (verkeer, industrie, spoor) dezelfde klasseindeling gehanteerd, zonder rekening te houden met de verschillende normstelling per bron. Voor een gedetailleerder geluidonderzoek wordt dan ook geadviseerd de gemeentelijke geluidkaarten te actualiseren en af te stemmen op het type geluidbron. Voor de Laan van Brabant is in het kader van de “pilot milieuregels” (begin 2022) wel meer gedetailleerde informatie over geluidbelasting beschikbaar. Deze informatie is in deze aanvulling OER gebruikt. Geluidbronnen en geluidnormen De gemeente Roosendaal heeft te maken met drie soorten geluid die vallen onder het regime van de Wet geluidhinder en de Wet milieubeheer. Dit is geluid van weg, spoor en industrie. In de wet- en regelgeving is bijvoorbeeld de toelaatbare geluidbelasting van de gevel vanwege wegverkeer en spoorverkeer opgenomen en zijn algemene regels voor inrichtingen opgenomen.

In deze aanvulling op het OER zijn de wettelijke normen gehanteerd om eventuele knelpunten inzichtelijk te maken. In tabel 2.1 zijn de grenswaarden voor nieuwe geluidgevoelige objecten (bijvoorbeeld woningen) langs een bestaande weg weergegeven.

Blad 10/50

Aanvulling OER n.a.v. Advies Commissie m.e.r. OER bij omgevingsvisie Roosendaal deel 3 projectnummer 0466308.100 21 september 2022 Gemeente Roosendaal

Tabel 2.1: Grenswaarden voor geluidgevoelige objecten langs een bestaande weg Status van het geluidgevoelige object

nieuw te bouwen *)

Ten hoogst toelaatbare geluidbelasting [dB]

Maximaal toegestane geluidbelasting [dB] Stedelijk

Buitenstedelijk*

63

53

48

Geluidgevoelige bestemmingen gelegen binnen de zone van een (auto)snelweg worden tot het buitenstedelijk gebied gerekend

De voorkeursgrenswaarde voor alle wegen bedraagt 48 dB. De maximaal toegestane geluidbelasting voor stedelijke wegen bedraagt 63 dB. De maximaal toegestane geluidbelasting van de A58 en de A17 op omliggende geluidgevoelige objecten betreft 53 dB. Indien bij nieuwe ontwikkelingen als nieuwbouw van woningen, aanleg van nieuwe wegen en/of reconstructie van wegen uit toetsing van de van de geluidbelasting blijkt dat de (voorkeurs-) grenswaarde wordt overschreden, dient beoordeeld te worden of maatregelen ter beperking van het geluid mogelijk zijn. Als maatregelen niet mogelijk en/of doelmatig zijn, dient een hogere waarde te worden vastgesteld door het college van burgemeester en wethouders. In tabel 2.2 zijn deze waarden (voorkeursgrenswaarde en de maximaal toelaatbare hogere grenswaarde) voor spoorverkeerlawaai opgenomen. Tabel 2.2: Grenswaarden voor geluidgevoelige objecten langs een bestaande spoorweg Geluidgevoelige bestemming

Voorkeursgrenswaarde [dB]

Maximale ontheffing [dB]

Geluidgevoelige objecten

55

68

De voorkeursgrenswaarde voor spoorwegen bedraagt 55 dB. De maximaal toegestane geluidbelasting voor spoorwegen bedraagt 68 dB. Ook beneden de wettelijke geluidnormen kunnen effecten optreden. De Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) heeft advieswaarden opgesteld (zie tabel 2.3). Deze advieswaarden hebben geen status in wet- en regelgeving bepaald, maar geven een indicatie boven welke waarden gezondheidseffecten kunnen optreden. Tabel 2.3: WHO advieswaarden Bron

Advieswaarde [dB] Lden

Wegverkeer

< 53

Spoorverkeer

< 54

In figuur 2.1 is zonegrens van het bedrijventerrein Borchwerf I weergegeven. Industrieterrein Borchwerf-Stationsgebied (verder: industrieterrein Borchwerf I) is een gezoneerd industrieterrein. De zonering van het industrieterrein maakt vestiging op het terrein van “grote lawaaimakers” mogelijk. Voor industrieterrein Borchwerf is op 6 augustus 1993 een zone vastgesteld (Koninklijk besluit met kenmerk 93.006365). Binnen de zone van het industrieterrein zijn 438 verschillende woningen gelegen waarvoor een MTG-waarde (Maximaal Toelaatbare

Blad 11/50

Aanvulling OER n.a.v. Advies Commissie m.e.r. OER bij omgevingsvisie Roosendaal deel 3 projectnummer 0466308.100 21 september 2022 Gemeente Roosendaal

Geluidbelasting) is vastgesteld (besluit met kenmerk MBG 98053331/882 d.d. 17 januari 2001). Daarnaast zijn er verschillende woningen binnen de zone gelegen waarvoor geen hogere waarde is vastgesteld. Ten slotte zijn, in het kader van het bestemmingsplan Spoorhaven 1e fase en later Stadsoevers, verschillende hogere waarden vastgesteld voor geluidgevoelige bestemmingen binnen de zone. Met het vaststellen van het bestemmingsplan Spoorhaven 1e fase is reeds een klein deel van het industrieterrein gedezoneerd. Het betreft hier de percelen rond het Atik stadion. Voor woningen binnen de geluidszone geldt een voorkeursgrenswaarde van maximaal 50 dB(A). De grens van het huidige gezoneerde deel van het industrieterrein en van de huidige zone rond het industrieterrein zijn vastgelegd in de betreffende bestemmingplannen. De grens van het industrieterrein en de buitenste zonegrens (de 50 dB(A)-contour) zijn weergegeven in figuur 2.1. De maximaal toegestane geluibelasting binnen de zonegrens is 55 dB(A). In deze figuur is ook het deel van het industrieterrein weergegeven wat nu gedezoneerd wordt in het kader van de ontwikkelingen binnen het Vlietpark.

Figuur 2.1: Vastgestelde geluidszone Borchwerf I (bruine lijn: plangrens bedrijventerrein, roze lijn: zone 50 dB(A) contour) (bron: bestemmingsplan Borchwerf I)

Naast toetsing aan geluidnormen voor geluidbronnen apart, wordt er volgens het principe van een goede ruimtelijke ordening (Wet ruimtelijke ordening) of een evenwichtige toedeling van functies en activiteiten aan een locatie (Omgevingswet) getoetst aan cumulatieve geluidbelasting: het gezamenlijk geluid van alle geluidbronnen samen. Hiervoor bestaan geen wettelijke normen, wel indicatieve waarden (de zogenaamde Miedema-klassen1).

1

Bron: Staatscourant 2010, 14303 | Overheid.nl > Officiële bekendmakingen (officielebekendmakingen.nl)

Blad 12/50

Aanvulling OER n.a.v. Advies Commissie m.e.r. OER bij omgevingsvisie Roosendaal deel 3 projectnummer 0466308.100 21 september 2022 Gemeente Roosendaal

Tabel 2.4 geeft weer wat voor classificering volgens de Miedema methode wordt gegeven aan de milieukwaliteit. Tabel 2.4: Richtlijn bij beoordeling cumulatieve geluidbelasting Gecumuleerde geluidbelasting

Beoordeling akoestisch klimaat

< 50 dB

Goed

50 – 55 dB

Redelijk

55 – 60 dB

Matig

60 – 65 dB

Tamelijk slecht

65 – 70 dB

Slecht

70 dB

Zeer slecht

Het is aan gemeenten zelf om af te wegen welke cumulatieve geluidbelasting zij acceptabel acht. De gemeente Roosendaal heeft geen geluidbeleid en daarmee geen eigen toetsingsnormen voor geluid. Geluid in de Omgevingswet Onder de Omgevingswet beoordeelt de gemeente het geluid bij toelaten van een geluidgevoelig object in het omgevingsplan. Bij het toelaten van een geluidgevoelig object in een geluidaandachtsgebied gelden instructieregels in het Bkl (Besluit kwaliteit leefomgeving). De volgende geluidbronsoorten hebben een aandachtsgebied: rijkswegen, provinciale wegen, gemeentewegen, waterschapswegen, hoofdspoorwegen, lokale spoorwegen en industrieterreinen (de industrieterreinen die onder de Wet geluidhinder een geluidzone hadden, zoals Borchwerf I). Geluidaandachtsgebieden worden opgenomen in het geluidregister. Er kan voor gekozen worden om (voor de duidelijkheid) de geluidaandachtsgebieden (ook) in het omgevingsplan vast te leggen. De gemeente houdt bij het toelaten van een geluidgevoelig object in een geluidaandachtsgebied altijd rekening met het belang van het beschermen van de gezondheid en het milieu. Hiervoor bevat het Bkl een systematiek met waarden en eisen waar binnen het bevoegd gezag de aanvaardbaarheid van geluid beoordeelt. Het Bkl bevat standaardwaarden en grenswaarden voor geluid door een geluidbronsoort op een geluidgevoelig object.

Deze waarden zijn van toepassing op het geluid door alle geluidbronnen van een geluidbronsoort. De waarden die bij het toelaten van een geluidgevoelig object voor de 7 geluidbronsoorten gelden staan in de volgende tabel.

Blad 13/50

Aanvulling OER n.a.v. Advies Commissie m.e.r. OER bij omgevingsvisie Roosendaal deel 3 projectnummer 0466308.100 21 september 2022 Gemeente Roosendaal

Voldoen aan de standaardwaarde is de hoofdregel. Als het geluid op een geluidgevoelig object voldoet aan de standaardwaarde is het geluid in ieder geval aanvaardbaar en de kans op gezondheidsschade zeer beperkt en daarmee acceptabel. Het bevoegd gezag mag meer geluid dan de standaardwaarde als aanvaardbaar beoordelen. Het besluit moet dan voldoen aan de eisen uit de instructieregels in het Bkl. De systematiek komt voor een belangrijk deel overeen met het afwegingskader uit de Wet geluidhinder en het gemeentelijke hogere waarde beleid. De huidige regelgeving voor geluid bij gezoneerde industrieterreinen verandert onder de Omgevingswet. De grootste wijziging is het veranderen van de toegepaste rekenmethode. Met de komst van de Omgevingswet en omgevingsplannen krijgt het zonebeheer een andere invulling en uitwerking. De zonegrens wordt samengesteld door verschillende geluidspunten: immissiepunten. Deze immissiepunten hebben een maximum aan hoeveel geluid ze mogen geven2. Hieronder is ingegaan op twee locaties waar mogelijk realisatie van nieuwe geluidgevoelige objecten zoals nieuwbouw van woningen beoogd is: Laan van Brabant en het stationsgebied e.o. 1. Woningbouw Laan van Brabant Tussen de Laan van Brabant en de Laan van Europa, en iets noordelijker ten zuiden van de Markttunnel, wordt op termijn gekeken of woningbouw mogelijk is.

Het gebied is gelegen in het stedelijk gebied en wordt aan de noord- en oostzijde omsloten door een ringweg. Aan de westzijde ligt het spoor en aan de zuidzijde ligt rijksweg A58. In 2003 zijn de Liga en de Vuurslag in dit gebied vertrokken en zijn die percelen ingevuld met woningbouw (bestemming wonen (geel), groen (felgroen), tuin (lichtgroen) en water (blauw) en de bestemming kantoren (meest noordelijke kantoor niet gerealiseerd) (figuur 2.2).

2

Bron: Geluidzone industrieterrein krijgt nieuwe rekenmethode - OD NHN

Blad 14/50

Aanvulling OER n.a.v. Advies Commissie m.e.r. OER bij omgevingsvisie Roosendaal deel 3 projectnummer 0466308.100 21 september 2022 Gemeente Roosendaal

Figuur 2.2: Huidig bestemmingsplan ter hoogte van gebied ‘woningbouw Laan van Brabant’

In de figuren 2.3 en 2.4 is de geluidbelasting van wegverkeerlawaai ter hoogte van de Laan van Brabant weergegeven. De conclusie is dat eventuele woningbouw niet onhaalbaar is op deze locatie als gekeken wordt naar de wettelijke normen voor geluid. Wel zijn er een aantal aandachtspunten, waaronder geluid van de A58. Deze zijn hieronder nader uitgewerkt. Het gebied ligt in de geluidzone van verschillende wegen, onder andere de A58, Laan van Brabant en Laan van Limburg. Binnen deze wettelijke geluidzones dient nader onderzocht te worden wat de geluidbelasting is op de gevel van eventuele nieuwe geluidgevoelige functies. Op basis van het kaartbeeld in figuur 2.3 dat niet wordt voldaan aan de voorkeursgrenswaarde van 48 dB en ook niet aan de WHO advieswaarde van <53 dB3. Uit het kaartbeeld is niet op te maken of overal wordt voldaan aan de maximaal toegestane geluidbelasting van 68 dB. Als de geluidbelasting van stedelijke wegen onder de 68 dB ligt, dan zijn nieuwe functies in te passen als geluidmaatregelen doelmatig worden bevonden.

3

De figuur geeft niet aan of de geluidbelastingen in- of excl aftrek ex artikel 110g Wgh zijn. Toetsing vindt plaats met deze aftrek. Verder geeft deze figuur de cumulatie van wegverkeer van gemeentelijk wegen aan. Bij plannen vindt toetsing per weg plaats. Cumulatie wordt doorgaans zonder aftrek getoond. Kortom, de geluidbelastingen zouden in werkelijkheid 5-10 dB lager kunnen liggen dan op deze figuur is aangegeven. Dit geldt voor alle figuren met geluidbelastingen in deze rapportage.

Blad 15/50

Aanvulling OER n.a.v. Advies Commissie m.e.r. OER bij omgevingsvisie Roosendaal deel 3 projectnummer 0466308.100 21 september 2022 Gemeente Roosendaal

Markttunnel

Laan van Brabant

Laan van Limburg

Figuur 2.3: Wegverkeerlawaai van gemeentelijke wegen ter hoogte van de Laan van Brabant (bron: pilot milieuregels Roosendaal)

Blad 16/50

Aanvulling OER n.a.v. Advies Commissie m.e.r. OER bij omgevingsvisie Roosendaal deel 3 projectnummer 0466308.100 21 september 2022 Gemeente Roosendaal

Langs de A58 geven eventuele nieuwe geluidgevoelige functies aandachtspunten vanuit geluid en zijn deze mogelijk minder kansrijk. In figuur 2.4 is de geluidbelasting van de A58 weergegeven. De maximaal toelaatbare geluidbelasting bedraagt 53 dB. Hier wordt in het zuidelijk deel van het plangebied niet aan voldaan. De verwachting is dat realisatie van nieuwe geluidgevoelige functies bemoeilijkt wordt door het geluid van de A58 en er voor nieuwbouw een minimale afstand van de A58 nodig is.

A58

Figuur 2.4: Wegverkeerlawaai van de A58 ter hoogte van de Laan van Brabant (bron:pilot milieuregels Roosendaal)

Blad 17/50

Aanvulling OER n.a.v. Advies Commissie m.e.r. OER bij omgevingsvisie Roosendaal deel 3 projectnummer 0466308.100 21 september 2022 Gemeente Roosendaal

In figuur 2.5 is de geluidbelasting van spoorverkeerlawaai ter hoogte van de Laan van Brabant weergegeven. Het spoorverkeerlawaai is afkomstig van de spoorlijn Roosendaal – Bergen op Zoom en Essen (België). Op de kaart in figuur 2.5 is te zien dat het spoorverkeerlawaai grotendeels op de voorkeursgrenswaarde van 55 dB ligt waar de nieuwbouw beoogd is. Hier wordt ook voldaan aan de WHO advieswaarde van <54 dB. Dit komt door afschermende werking van de bestaande bouw aan de Laan van Europa. Ter hoogte van de Markttunnel is deze afschermende werking niet aanwezig. Hier zijn doelmatige geluidmaatregelen nodig om woningbouw dicht bij het spoor mogelijk te kunnen maken.

Figuur 2.5: Spoorverkeerlawaai ter hoogte van de Laan van Brabant (bron: pilot milieuregels Roosendaal)

Ten noorden van het plangebied is in de nabijheid van het plangebied het ingevolge de Wet geluidhinder gezoneerde industrieterrein Borchwerf/Stationsgebied gelegen. In figuur 2.6 is de vastgestelde zonegrens (50 dB(A)-contour) van het gezoneerde industrieterrein ten opzichte van het plangebied grafisch weergegeven. Uit deze figuur blijkt dat het plangebied buiten de vastgestelde zonegrens is gelegen en dat deze dus geen belemmering vormt voor beoogde woningbouw langs de Laan van Brabant (bron: bestemmingsplan Ligaterrein, 2012). Hierbij dient wel opgemerkt te worden dat onder de Omgevingswet de systematiek van het gezoneerde industrieterrein zal veranderen (nieuwe berekeningssystematiek met zonepunten).

Blad 18/50

Aanvulling OER n.a.v. Advies Commissie m.e.r. OER bij omgevingsvisie Roosendaal deel 3 projectnummer 0466308.100 21 september 2022 Gemeente Roosendaal

Figuur 2.6: Zonegrens (50 dB(A)-contour) van het gezoneerde industrieterrein Borchwerf/ Stationsgebied ten opzichte van de beoogde woningbouw bij Laan van Brabant (bron: bestemmingsplan Ligaterrein, 2012)

Blad 19/50

Aanvulling OER n.a.v. Advies Commissie m.e.r. OER bij omgevingsvisie Roosendaal deel 3 projectnummer 0466308.100 21 september 2022 Gemeente Roosendaal

De gecumuleerde geluidbelasting (weg-, rail- en bedrijvenlawaai) ter hoogte van de Laan van Brabant wordt met name bepaald door het geluid van de weg en het spoor. Op veel plekken ligt deze boven de 60 dB (zie figuur 2.7).

Figuur 2.7: Gecumuleerde geluidbelasting ter hoogte van de Laan van Brabant (bron: pilot milieuregels Roosendaal

De milieukwaliteit wordt volgens de rekenmethode van Miedema beoordeeld als ‘tamelijk slecht’ bij een geluidniveau van 60 dB (excl. aftrek ex. Art. 110g Wgh). Er is geen gemeentelijk geluidbeleid waarin is opgenomen welke milieukwaliteit acceptabel wordt geacht. In het binnenstedelijk gebied wordt doorgaans een hogere gecumuleerde geluidbelasting geaccepteerd dan bijvoorbeeld in een rustige woonwijk of buitengebied. Daarnaast kan er met maatregelen, bijvoorbeeld met afschermende werking van gebouwen, gestreefd worden naar een lagere geluidbelasting.

Blad 20/50

Aanvulling OER n.a.v. Advies Commissie m.e.r. OER bij omgevingsvisie Roosendaal deel 3 projectnummer 0466308.100 21 september 2022 Gemeente Roosendaal

2. Woningbouw stationsgebied e.o. In figuur 2.8 is de geluidbelasting van wegverkeerlawaai ter hoogte van het stationsgebied en omgeving weergegeven. Woningbouw is beoogd langs de Spoorstraat, de Stationsstraat en mogelijk in de toekomst ook het spoorwegemplacement. Spoorweg emplacement

Spoorstraat

Stationsstraat

Figuur 2.8: Wegverkeerlawaai ter hoogte van het stationsgebied e.o. (bron: OMWB)

De conclusie is dat woningbouw niet onhaalbaar is op deze locaties als gekeken wordt naar de wettelijke normen voor geluid. De nieuwbouwlocaties liggen in de geluidzone van verschillende wegen, van onder andere de Stationsstraat en de Spoorstraat. Ten noorden van de Stationsstraat (langs het spoor) staan nog geen gebouwen. De geluidbelasting van de weg is hier hoog doordat er geen afschermende werking van gebouwen is. Aan de zuidzijde staat nu bestaande woningbouw. Deze woningbouw schermt het geluid van de weg af voor het achtergelegen gebied. Hetzelfde geldt voor de Spoorstraat. Op basis van het kaartbeeld in figuur 2.8 wordt niet overal voldaan aan de voorkeursgrenswaarde van 48 dB, en dus ook niet aan de WHO advieswaarde van <53 dB. Uit het kaartbeeld is niet op te maken of overal wordt voldaan aan de maximaal toegestane geluidbelasting van 68 dB. Als de geluidbelasting van stedelijke wegen onder de 68 dB ligt, dan valt woningbouw in te passen als geluidmaatregelen doelmatig worden bevonden. In figuur 2.9 is de geluidbelasting van spoorverkeerlawaai ter plaatse van het stationsgebied en omgeving weergegeven.

Blad 21/50

Aanvulling OER n.a.v. Advies Commissie m.e.r. OER bij omgevingsvisie Roosendaal deel 3 projectnummer 0466308.100 21 september 2022 Gemeente Roosendaal

Spoorweg emplacement

Spoorstraat

Stationsstraat

Figuur 2.9: Spoorverkeerlawaai ter hoogte van het stationsgebied e.o. (bron: OMWB)

Het spoorverkeerlawaai is afkomstig van de spoorlijn Dordrecht – Roosendaal – Bergen op Zoom en Essen (België). Op de kaart in figuur 2.9 is te zien dat het spoorverkeerlawaai ter plaatse van het stationsgebouw bij de Spoorstraat lager dan de voorkeursgrenswaarde van 55 dB ligt. Er wordt daarmee ook voldaan aan de WHO advieswaarde van <54 dB. Dit komt door de afschermende werking van het stationsgebouw. Ten noorden van het stationsgebouw is deze afschermende werking er niet. Dit wordt ook teruggezien in de geluidbelasting tussen de Spoorstraat en het spoor. Die is daar maximaal 63 dB. Ter hoogte van deze locatie aan de andere kant van de Spoorstraat wordt wel voldaan aan de voorkeursgrenswaarde. Dit komt door de bestaande woningbouw. Ter hoogte van de Stationsstraat is dit niet het geval. Hetzelfde geldt voor de geluidbelasting op het spoorwegemplacement. Hier zijn doelmatige geluidmaatregelen nodig om woningbouw dicht bij het spoor mogelijk te kunnen maken. De beoogde woningbouw is ten zuiden van het ingevolge de Wet geluidhinder gezoneerde industrieterrein Borchwerf/Stationsgebied gelegen. De beoogde woningbouw is gelegen in binnen de zonegrens van 50 dB(A). In figuur 2.10 is de geluidruimte van het industrieterrein en het stationsgebied weergegeven.

De rode kleur geeft het gebied aan waar de geluibelasting boven de 50 dB(A) is en de groene kleur geeft het gebied aan waar dit lager is dan 50 dB(A). In de gebieden met een rode kleur kunnen niet zomaar nieuwe woningen gerealiseerd worden. Binnen deze zone is een hogere waarde van maximaal 55 dB(A) toelaatbaar. In de groene gebieden kan dat milieutechnisch wel. De grens van het industrieterrein Borchwerf I is aangegeven met de blauwe lijn.

Blad 22/50

Aanvulling OER n.a.v. Advies Commissie m.e.r. OER bij omgevingsvisie Roosendaal deel 3 projectnummer 0466308.100 21 september 2022 Gemeente Roosendaal

Spoorweg emplacement

Spoorweg emplacement

Spoor- en Stationsstraat

Figuur 2.10: Huidige geluidruimte vanwege het industrieterrein Borchwerf I (links) en het gehele industrieterrein inclusief spoorwegemplacement in het stationsgebied (bron: bestemmingsplan Borchwerf I, 2012)

Uit figuur 2.10 blijkt dat de beoogde woningbouwlocaties langs de Spoorstraat en Stationsstraat binnen de 50 dB(A) contour gelegen zijn als het spoorwegemplacement gehandhaafd blijft. Bij handhaving van het spoorwegemplacement is woningbouw hier niet mogelijk. Als het spoorwegemplacement gesaneerd wordt, is woningbouw hier milieutechnisch wel mogelijk. De gronden waar deze woningen beoogd zijn liggen dan in gebied waar de geluidbelasting lager is dan 50 dB(A). Woningbouw ter plaatse van het emplacement is op veel locaties nog niet mogelijk in verband met de 50 dB(A) contour die overblijft na het saneren van het emplacement zelf. Dit heeft met name te maken met de nabije ligging van Borchwerf I. Dezonering van een (deel van) Borchwerf I en/of het spoorwegemplacement is nodig om hier woningbouw mogelijk te maken. In figuur 2.11 is de gecumuleerde geluidbelasting (het geluid van alle geluidbronnen bij elkaar opgeteld) weergegeven. Spoorweg emplacement

Spoorstraat

Stationsstraat

Figuur 2.11: Gecumuleerde geluidbelasting ter hoogte van het stationsgebied e.o. (bron: OMWB)

Blad 23/50

Aanvulling OER n.a.v. Advies Commissie m.e.r. OER bij omgevingsvisie Roosendaal deel 3 projectnummer 0466308.100 21 september 2022 Gemeente Roosendaal

De gecumuleerde geluidbelasting wordt in het stationsgebied e.o. met name veroorzaakt door weg- en spoorverkeer en industrie. Op veel plekken ligt deze boven de 63 dB. De milieukwaliteit volgens de rekenmethode van Miedema wordt beoordeeld als ‘tamelijk slecht’ bij een geluidniveau van 63 dB (excl. aftrek ex. Art. 110g Wgh). Er is geen gemeentelijk geluidbeleid waarin is opgenomen welke milieukwaliteit acceptabel wordt geacht. In het binnenstedelijk gebied wordt doorgaans een hogere gecumuleerde geluidbelasting geaccepteerd dan bijvoorbeeld in een rustige woonwijk of buitengebied. Daarnaast kan er met maatregelen, bijvoorbeeld met afschermende werking van gebouwen, gestreefd worden naar een lagere geluidbelasting. Conclusie en aanbeveling ten aanzien van geluid Geluidbelasting ten gevolge van weg- en spoorverkeer is in de meeste gevallen geen directe belemmering voor de realisatie van woningbouw bij Laan van Brabant en Stationsgebied e.o. als gekeken wordt naar de wettelijke normen voor geluid. De A58 vormt een aandachtspunt voor de Laan van Brabant doordat er veel verkeer overheen rijdt en er een strenger regime geldt voor deze weg. Industrielawaai daarentegen legt wel directe belemmeringen op voor woningbouw rondom de Spoorstraat en Stationsstraat bij het handhaven van het spoorwegemplacement.

Bij sanering of dezonering van het spoorwegemplacement is daar wel woningbouw mogelijk, maar ligt er nog wel een belemmering op de oude locatie van het spoorwegemplacement door bedrijventerrein Borchwerf I. Het bedrijventerrein dient mogelijk gedezoneerd te worden om hier woningbouw mogelijk te kunnen maken, zeker als het spoorwegemplacement blijft liggen. Er is een analyse gedaan op basis van de normen uit de vigerende wet- en regelgeving. Wet- en regelgeving stelt harde bovengrenzen voor de geluidbelasting van verschillende bronnen. Er is geen wet- en regelgeving ten aanzien van gecumuleerde geluidbelasting, maar dit bepaald wel in grote mate de kwaliteit van de leefomgeving. Er zijn wel richtlijnen. Op basis van deze richtlijnen is gesteld dat het geluidklimaat tamelijk slecht is op de locaties waar woningbouw beoogd is. Er is geen specifiek gemeentelijk geluidbeleid dat hier uitspraken over doet. Er wordt aanbevolen om dit beleid te maken en daarin te benoemen wat het wenselijk woon- en leefklimaat is ten aanzien van geluid. Ook kunnen er in dit beleid keuzes gemaakt worden wanneer wel of geen hogere waarden verleend worden. Op basis van dit beleid kan straks ook onder de Omgevingswet besloten worden of er op bepaalde locaties meer geluid dan de standaardwaarde uit het Bkl toegelaten mag worden en onder welke voorwaarden.

Externe veiligheid Voor de ontwikkellocaties Laan van Brabant en Stationsgebied e.o. zijn net als bij het thema geluid de (potentiële) knelpunten ten aanzien van het thema externe veiligheid nader bekeken. Beide locaties liggen in het invloedsgebied van het spoor. Stationsgebied e.o. ligt daarnaast ook in het invloedsgebied van een buisleiding met gevaarlijke stoffen, het spoorwegemplacement en bedrijven op Borchwerf I. Spoor en spoorwegemplacement Het vervoer van gevaarlijke stoffen over het spoor is de belangrijkste risicobron. Dit heeft de grootste impact op de ontwikkellocaties. Het invloedsgebied van het spoor ligt tot ver buiten de ontwikkellocaties. Onder de Omgevingswet wordt niet meer gewerkt met invloedsgebieden, maar het aandachtsgebieden. Er zijn straks drie aandachtsgebieden:  Een brandaandachtsgebied;  Een explosieaandachtsgebied;  Een gifwolk aandachtsgebied.

Blad 24/50

Aanvulling OER n.a.v. Advies Commissie m.e.r. OER bij omgevingsvisie Roosendaal deel 3 projectnummer 0466308.100 21 september 2022 Gemeente Roosendaal

De aandachtsgebieden worden gemeten vanaf het buitenste spoor. Het gifwolkaandachtsgebied is nog niet in de geconsolideerde versie van het Besluit kwaliteitseisen leefomgeving (oktober 2021) opgenomen, maar ambtelijk gezien al wel een gegeven. De aandachtsgebieden hebben een signaleringsfunctie: binnen deze aandachtsgebieden zijn mensen binnen een gebouw, zonder aanvullende maatregelen, onvoldoende beschermd tegen de gevaren die in de omgeving kunnen optreden. Het aandachtsgebied is een instrument voor een bedrijf, een bestuurder of een burger om het gesprek over veiligheid en bescherming te starten. Beleid is nodig om de afwegingen expliciet te maken en het gesprek te voeren. In beleid voor externe veiligheid kan een integrale afweging gemaakt worden ten aanzien van de veiligheid van de leefomgeving rondom risicobronnen. Ruimtelijke plannen kunnen hier in het vervolg aan getoetst worden. De blauwe lijn in figuur 2.12 geeft de begrenzing van het explosieaandachtsgebied. Dit aandachtsgebied heeft de grootste ruimtelijke impact4. Het explosieaandachtsgebied ligt over beide ontwikkellocaties heen. Ten aanzien van het spoor en het spoorwegemplacement zijn er de volgende aandachtspunten:  Onder de huidige wetgeving is het nodig binnen het invloedsgebied het groepsrisico te beschouwen en te verantwoorden in ruimtelijke besluiten.

 Het explosieaandachtsgebied geldt straks van rechtswege als de Omgevingswet in werking treedt. Voor het doorgaande spoor en het emplacement gaat een gecombineerd aandachtsgebied gelden. Het emplacement is in de Regeling externe veiligheid inrichtingen aangewezen als een risicovol emplacement. Binnen een brand- en explosieaandachtsgebied moet een gemeente bepalen hoe de veiligheid van de omgeving geoptimaliseerd kan worden. Ook moet bepaald worden of er voorschriftengebieden aangewezen moeten worden (als deze via ministeriële regelingen al niet verplicht aangewezen moeten worden). Als een voorschriftengebied van toepassing is, moeten er bij nieuwbouw verplicht aanvullende bouwkundige beschermingsmaatregelen worden getroffen.  Het effectief toepassen van aanvullende bouwkundige maatregelen is complex. Dit vereist dat een gemeente vooraf ontwerpuitgangspunten opstelt.  De gemeente heeft nog geen beleid op het gebied van externe veiligheid. Het is dus op dit moment niet duidelijk welk risiconiveau de gemeente aanvaardbaar vindt. Het is ook niet duidelijk op welke gronden de gemeente in de toekomst voorschriftgebieden wil/gaat aanwijzen. Dit is een planologische afweging die gebaseerd kan/moet worden op gemeentelijk externe veiligheidsbeleid.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.roosendaal.nl/api/v1/meetings/1358/documents/35856