Bijlage 3 - 2024-0427 Ecologisch werkprotocol Bergsestraat 76, Wouw V2.1 (geanonimiseerd).pdf
Tekst van het document
Ecologisch Werkprotocol Bergsestraat 76
,
Wouw
Ecologisch Werkprotocol Bergsestraat 76, Wouw Projectnummer:
2024-0427
Datum:
18-12-2024
Versie
1.0
Opdrachtgever:
Kubiek
(geanonimiseerd)
(geanonimiseerd)
Adviseur
Adviseur
Ecologie
(geanonimiseerd)
Ecologie
(geanonimiseerd)
Inhoudsopgave 1. Inleiding . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 4 2. De ontwikkeling . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 5 2. 1. 2. 2. 2. 3. 2. 4.
Projectlocatie Voorgenomen activiteiten Onderzoeksgebied Planning
.... ... .... ... .... ... .... .... ... .... ... .... ... .... ... .... .... ... .... ... .... ... .... .... ... .... ... .... ... .... .... ... .... ... .... ... .... ... .... .... ... .... . ... ... .... .... ... .... ... .... ... .... .... ... .... ... .... ... .... .... ... .... ... .... ... .... .... ... .... ... .... ... .... .... ... .... ... .... .
.. ... .... ... .... .... ... .... ... .... ... .... ... .... .... ... .... ... .... ... .... .... ... .... ... .... ... .... .... ... .... ... .... ... .... .... ... .... ... .... .
... ... .... .... ... .... ... .... ... .... ... .... .... ... .... ... .... ... .... .... ... .... ... .... ... .... .... ... .... ... .... ... .... .... ... .... ... .... ... .... .... ... .... ... .... .
5 6 6 7
3. Natuurwetgeving en -beleid . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 8 3. 1. Soortenbescherming
. .... ... .... ... .... .... ... .... ... .... ... .... .... ... .... ... .... ... .... .... ... .... ... .... ... .... .... ... .... ... .... ... .... .... ... .... ... .... .
8
4. Coördinatie . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 11 4. 1. Toezicht en handhaving 4. 2. Instructie medewerker en/of opdrachtgever
.. .... ... .... .... ... .... ... .... ... .... .... ... .... ... .... ... .... .... ... .... ... .... ... .... .... ... .... ... .... ... .... .... ... .... ... ... .... ... .... ... .... ... .... .... ... .... ... .... ... .... .... ... .... ... .... ... .... .... ... .... ... ...
11 11
5. Potentieel aanwezige soorten . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 12 5. 1. Vleermuizen
... .... ... .... ... .... ... .... .... ... .... ... .... ... .... ... .... .... ... .... ... .... ... .... .... ... .... ... .... ... .... .... ... .... ... .... ... .... .... ... .... ... ...
12
6. Mitigerende maatregelen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 13 6. 1. Algemene maatregelen in kader van zorgplicht 6. 2. Specifieke maatregelen vleermuizen
.. .... ... .... ... .... .... ... .... ... .... ... .... .... ... .... ... .... ... .... .... ... .... ... ...
... .... ... .... .... ... .... ... .... ... .... .... ... .... ... .... ... .... .... ... .... ... .... ... .... .... ... .... ... ...
13 13
Bijlagen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 14 Bijlage 1: Toelichting Wet natuurbescherming Bijlage 2: Ecologisch logboek
.. .... .... ... .... ... .... ... .... .... ... .... ... .... ... .... .... ... .... ... .... ... .... .... ... .... ... ...
.. .... ... .... .... ... .... ... .... ... .... .... ... .... ... .... ... .... .... ... .... ... .... ... .... .... ... .... ... .... ... .... .... ... .... ... ...
3
Ecologisch Werkprotocol Bergsestraat 49 Wouw ,
18-12-2024
15 20
1.
Inleiding
Er zijn concrete plannen voor de realisatie van één woning aan de Bergsestraat 76 te Wouw gemeente Roosendaal (provincie Noord-Brabant) op perceelnummer 2300. De woning zal worden gerealiseerd op het verruigde perceel en er dient een boom te worden gekapt. Als gevolg van deze werkzaamheden kan mogelijk een vleermuis verstoord worden. Uit de quickscan kwam naar voren dat (streng) beschermde soorten uitgesloten zijn binnen het plangebied. Echter kan in de omliggende bebouwing de aanwezigheid van vaste rust- of/of verblijfplaatsen van vleermuizen niet uitgesloten worden. Door de geplande werkzaamheden kunnen deze mogelijk worden verstoord en dienen er tijdelijke mitigerende maatregelen getroffen te worden. Door bij de uitvoering van de werkzaamheden te werken conform een ecologisch werkprotocol worden negatieve effecten op flora en fauna tot een minimum beperkt wordt overtreding van de Omgevingswet voorkomen en wordt gewerkt conform de zorgplicht. ,
,
,
Onderliggend ecologisch werkprotocol is opgesteld om mitigerende maatregelen te borgen ten behoeve van het verstoren en dus tijdelijk ongeschikt raken van mogelijk aanwezige verblijfplaatsen in de omliggende bebouwing. Het gaat hier specifiek om de overtreding van verbodsbepalingen van artikel 11. 46 ten aanzien van vleermuizen: Lid b: Het is verboden dieren opzettelijk te verstoren. Het protocol gaat in op mitigerende maatregelen die getroffen moeten worden ten behoeve van de voorgenomen werkzaamheden en wat te doen in geval van calamiteiten. Dit werkprotocol is bedoeld voor zowel de aannemer als voor de opdrachtnemer. In hoofdstuk 2 wordt de ontwikkeling beschreven. Hier wordt ingegaan op de ligging en beschrijving van de projectlocatie de voorgenomen activiteiten en de planning. In hoofdstuk 3 komt het wettelijk kader aan bod. In hoofdstuk 4 wordt de coördinatie van de werkzaamheden beschreven. Hoofdstuk 5 bevat de ecologie van de potentieel aanwezige soorten. In hoofdstuk 6 komen de mitigerende maatregelen aan bod. In de bijlage is aanvullende informatie en het ecologisch logboek te vinden. ,
4
Ecologisch Werkprotocol Bergsestraat 49 Wouw ,
18-12-2024
2.
De ontwikkeling
2. 1.
Projectlocatie
Situering Het plangebied is gesitueerd aan Bergsestraat 76 te Wouw. De locatie ligt in de aan de rand ten zuidwesten van de woonkern Wouw en wordt omgeven door stedelijk gebied. In figuur 2. 1 wordt de globale ligging van de projectlocatie weergegeven.
Figuur 2. 1: Globale ligging van de projectlocatie
Beschrijving van de projectlocatie Het plangebied bestaat uit een gemaaid en met gif bespoten grasveld een gedeelte verharding en een jonge es (Fraxinus sp. ). Het perceel is ingesloten in een woonwijk en omgeven door andere woningen en de straat. Verder is er een klein muurtje aanwezig een beukenhaag en leilindes. Ten westen van het perceel staat het huis van de eigenaar en een klein tuinhuisje. In figuur 2. 2 wordt de begrenzing van het plangebied ,
,
weergegeven.
5
Ecologisch Werkprotocol Bergsestraat 49 Wouw ,
18-12-2024
Figuur 2. 2: Begrenzing van de projectlocatie
2. 2.
Voorgenomen activiteiten
Initiatiefnemer is voornemens om één woning te realiseren aan de Bergsestraat 76 te Wouw op perceelnummer 2300. De woning zal worden gerealiseerd op het huidige grasveld en er dient een boom te worden gekapt. De bebouwing en het tuinhuisje blijven onaangetast. Als gevolg van deze voorgenomen activiteiten kan overtreding van de Omgevingswet en provinciaal beleid op voorhand niet uitgesloten worden. Een verbeelding van het wenselijke eindbeeld ontbreekt.
2. 3.
Onderzoeksgebied
Om de effecten van de voorgenomen activiteiten goed in beeld te kunnen brengen is het van belang ook buiten het plangebied te kijken. In voorliggend geval grenst het plangebied aan omliggende bebouwing en openbare ruimte. Mogelijk worden diersoorten verstoord buiten het plangebied als gevolg van voorgenomen activiteiten. Als buffer wordt de beplanting en bebouwing binnen tien meter buiten het plangebied toegepast. Indien in het vervolg gesproken wordt over onderzoeksgebied dan wordt het plangebied inclusief buffer bedoelt (zie figuur 2. 3). ,
6
Ecologisch Werkprotocol Bergsestraat 49 Wouw ,
18-12-2024
Figuur 2. 3: Begrenzing van het plangebied en het onderzoeksgebied
2. 4.
Planning
De start van uitvoering wordt in het laatste kwartaal van 2025 verwacht. Voor de realisatie van de woning dient het plangebied bouwrijp gemaakt te worden waarna de woning gerealiseerd zal worden. Ten behoeve van de realisatie dient de boom gekapt te worden. De totale duur van deze werkzaamheden bedragen ca. 15 jaar. ,
,
7
Ecologisch Werkprotocol Bergsestraat 49 Wouw ,
18-12-2024
3.
Natuurwetgeving
3. 1.
Soortenbescherming
-beleid
en
In de Omgevingswet is de soortenbescherming in Nederland geregeld. In de wet wordt onderscheid gemaakt tussen drie verschillende beschermingsregimes waaraan verschillende verbodsbepalingen zijn gekoppeld. Onderstaand is enkel de habitatrichtlijn weergegeven het beschermingsregime van toepassing voor deze rapportage. Daarnaast zijn ook algemene zorgplicht specifieke zorgplicht en algemeen verbod weergegeven. ,
,
Artikel 11. 46 Habitatrichtlijn Voor flora- en fauna-activiteiten met gevolgen voor dieren en planten van de Habitatrichtlijn en internationale verdragen kan een vergunningplicht gelden. Er kunnen ook vrijstellingen gelden. Vergunningplicht Sommige dieren en planten zijn internationaal strikt beschermd in de Europese Unie. Het gaat om beschermde dieren en planten die staan in de Habitatrichtlijn. Ze kunnen ook staan in het Verdrag van Bern of het Verdrag van Bonn. Voor die soorten geldt een vergunningplicht bij: Schadelijke handelingen Bezit Gebruik van bepaalde middelen bij het vangen Er kunnen ook vrijstellingen gelden. Schadelijke handelingen bij dieren De bedoelde diersoorten zijn in het wild levende soorten (geen vogels) van: Bijlage IVa bij de Habitatrichtlijn Bijlage II bij het Verdrag van Bern Bijlage I bij het Verdrag van Bonn Onder schadelijke handelingen bij dieren zijn de volgende handelingen in hun natuurlijke verspreidingsgebied aan de orde: Lid 1a opzettelijk doden of opzettelijk vangen; Lid 1c opzettelijk hun eieren vernielen of rapen in de natuur; Lid 1b opzettelijk verstoren; Lid 1d hun voortplantingsplaatsen of rustplaatsen beschadigen of vernielen. Ook als zo’n handeling plaatsvindt tijdens onderzoek dan valt dat onder ‘schadelijke handeling’.
Schadelijke handelingen met planten De bedoelde plantensoorten zijn soorten in het wild van: Bijlage IVb bij de Habitatrichtlijn Bijlage I bij het Verdrag van Bern Onder schadelijke handelingen bij planten zijn de volgende handelingen in hun natuurlijke verspreidingsgebied aan de orde: Lid e het is voerboden plantensoorten in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen af te snijden te ontwortelen of te vernielen. ,
8
,
Ecologisch Werkprotocol Bergsestraat 49 Wouw ,
18-12-2024
Algemene zorgplicht De Omgevingswet bevat een algemene zorgplicht. Dit houdt in dat overheden bedrijven én burgers verantwoordelijk zijn voor een veilige en gezonde leefomgeving. Dus niet alleen de overheid. Deze algemene zorgplicht is vooral een vangnet voor het geval er geen specifieke decentrale of rijksregels zijn. Als deze specifieke decentrale of rijksregels er wel zijn geldt de algemene zorgplicht niet meer. ,
,
Specifieke zorgplicht Flora- en fauna-activiteiten kunnen nadelig zijn voor bijvoorbeeld natuurbescherming. Iemand die dat weet of kan weten moet zich altijd houden aan de specifieke zorgplicht bij het verrichten van de activiteit (artikel 11.27 Bal). De specifieke zorgplicht geldt bij alle dier- en plantensoorten dus bij (inter)nationaal beschermde soorten én bij andere soorten. ,
,
,
Specifieke zorgplichten borduren voort op de algemene zorgplicht maar zijn concreter. Een specifieke zorgplicht geldt voor specifieke activiteiten voor concreet genoemde belangen. In het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) en in het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl) staan specifieke zorgplichten. Deze specifieke zorgplichten maken duidelijk wat er wel en niet moet gebeuren. Bijvoorbeeld dat degene die verantwoordelijk is voor een activiteit de beste beschikbare technieken (BBT) gebruikt. ,
,
De specifieke zorgplichten zijn algemene regels. Deze regels gelden direct voor burgers en bedrijven. Naast het Rijk kunnen andere overheden specifieke zorgplichten opnemen in hun verordeningen of omgevingsplannen. Een handeling valt onder een specifieke zorgplicht als degene die de activiteit verricht weet of redelijkerwijs kan vermoeden dat die handeling nadelige gevolgen kan hebben voor de fysieke leefomgeving. Ook iets nalaten kan onder de specifieke zorgplicht vallen. Bij het artikel in het Bal (artikel 11. 27) over een specifieke zorgplicht staat meestal een verplichting in drie stappen. Hieronder staan drie stappen weergegeven waarbij de stappen is voorkeursvolgorde zijn genoteerd. Degene die een activiteit verricht is verplicht volgens artikel 11. 27 lid 1: 1. (a) alle maatregelen te nemen die redelijkerwijs van diegene kunnen worden gevraagd om die gevolgen te voorkomen. 2. (b) voor zover die gevolgen niet kunnen worden voorkomen: die gevolgen zoveel mogelijk te beperken of ongedaan te maken. 3. (c) als die gevolgen onvoldoende kunnen worden beperkt: die activiteit achterwege te laten voor zover dat redelijkerwijs van diegene kan worden gevraagd. Voor flora- en fauna-activiteiten houdt deze plicht conform artikel 11. 27 lid 2 in ieder geval in dat: a.
Voorafgaand aan het verrichten van de activiteit wordt nagegaan of er aanwijzingen zijn van de aanwezigheid op de locatie waar de activiteit wordt verricht of in de directe nabijheid van die locatie van
1°. Van nature in Nederland in het wild levende vogels van soorten genoemd in bijlage I bij de vogelrichtlijn en niet in die bijlage genoemde geregeld in Nederland voorkomende trekvogelsoorten als bedoeld in artikel 4 tweede lid van die richtlijn; 2°. Van nature in Nederland in het wild levende dieren of planten van soorten genoemd in de bijlagen II IV en V bij de habitatrichtlijn; 3°. Dieren of planten van soorten genoemd in bijlage IX of in de rode lijsten bedoeld in artikel 2.19 vijfde lid onder a onder 3 van de wet; en ,
,
,
,
,
,
,
,
,
9
,
,
,
Ecologisch Werkprotocol Bergsestraat 49 Wouw ,
18-12-2024
,
4°. Voor die soorten belangrijke leefgebieden of natuurlijke habitats; b. Als deze aanwijzingen er zijn: wordt vastgesteld of op voorhand op grond van objectieve gegevens nadelige gevolgen kunnen worden uitgesloten voor dieren van die soorten hun nesten hun foerageerplaatsen hun voortplantingsplaatsen hun rustplaatsen en hun eieren of voor planten van die soorten; c. Als die gevolgen niet kunnen worden uitgesloten: wordt nagegaan welke gevolgen de activiteit kan hebben voor dieren van die soorten hun nesten hun foerageerplaatsen hun voortplantingsplaatsen hun rustplaatsen en hun eieren of voor planten van die soorten; d. Alle passende preventieve maatregelen worden getroffen om die nadelige gevolgen te voorkomen; Tijdens en na het verrichten van de activiteit wordt nagegaan of de getroffen maatregelen de e. beoogde effecten hebben; en f. Het verrichten van de activiteit wordt gestaakt als de nadelige gevolgen toch niet worden voorkomen of als staken van de activiteit redelijkerwijs niet meer mogelijk is passende herstelmaatregelen worden getroffen. ,
,
,
,
,
,
,
,
,
,
,
,
,
Algemeen verbod Naast de algemene zorgplicht is in de Omgevingswet ook een algemeen verbod opgenomen (artikel 1. 7a Omgevingswet). Het is verboden om een activiteit te verrichten of na te laten als daardoor aanzienlijke nadelige gevolgen voor de fysieke leefomgeving (dreigen te) ontstaan. Het gaat niet om het verrichten of nalaten van activiteiten met beperkte gevolgen voor de fysieke leefomgeving. In artikel 1. 3 van het Omgevingsbesluit staat wanneer sprake is van een aanzienlijk gevolg en voor welke gevallen het verbod geldt. Dit verbod is ook een vangnet voor het geval er geen specifieke decentrale of rijksregels zijn. Als deze specifieke decentrale of rijksregels er wél zijn geldt het algemeen verbod niet meer. Bijvoorbeeld als een specifieke zorgplicht of andere algemene regel geldt of een vergunningvoorschrift. Het algemeen verbod is strafrechtelijk handhaafbaar. ,
10
Ecologisch Werkprotocol Bergsestraat 49 Wouw ,
18-12-2024
4.
Coördinatie
Toezicht en handhaving Wanneer tijdens de werkzaamheden twijfel bestaat over de uitvoering beschermde soorten op een onverwachte plaats worden aangetroffen of wanneer volgens de betrokken ecoloog de werkzaamheden op een locatie in conflict zijn moet het advies als bindend worden gezien en moet direct actie worden ondernomen. Bij calamiteiten kan contact opgenomen worden met de ecologen benoemt op het voorblad van dit document. 4. 1.
,
,
Het werkprotocol dient tijdens de werkzaamheden aanwezig te zijn op de locatie. Op verzoek moeten deze en andere relevante stukken kunnen worden getoond aan de daartoe bevoegde toezichthouders of opsporingsambtenaren. Om effecten op beschermde soorten conform dit protocol tijdens de werkzaamheden te beperken is een goede samenwerking afstemming en coördinatie vereist. Wijzigingen in planning fasering uitvoermethode of geheel nieuwe activiteiten in afwijking van het ecologisch werkprotocol dienen vooraf getoetst te worden door de ecoloog. Ecologische onderzoeken en te treffen maatregelen zijn gebonden aan specifieke perioden voor uitvoering. Om ongewenste uitloop te voorkomen is het noodzakelijk om wijzigingen zo vroeg mogelijk in beeld te brengen en te communiceren met een ecoloog. ,
,
,
,
,
,
,
4. 2.
Instructie medewerker en/of opdrachtgever
Voorafgaand aan de start van de werkzaamheden wordt het projectteam en de aannemer op de hoogte gesteld van de maatregelen die getroffen dienen te worden en welke zijn uitgewerkt in het ecologisch werkprotocol. De medewerkers worden door de verantwoordelijk ecoloog ingelicht over de manier waarop de werkzaamheden uitgevoerd dienen te worden. Voorafgaand wordt besproken waar er rekening moet worden gehouden met beschermde soorten. Centraal hierbij staat het voorliggende ecologisch werkprotocol. In hoofdstuk 6 staat in detail beschreven welke maatregelen getroffen dienen te worden en (indien relevant) op welke wijze deze uitgevoerd dienen te worden.
11
Ecologisch Werkprotocol Bergsestraat 49 Wouw ,
18-12-2024
5.
Potentieel aanwezige soorten
5. 1.
Vleermuizen
Er zijn verschillende soorten vleermuizen welke gebouw bewonend zijn de meest voorkomende is de gewone dwergvleermuis (Pipistrellus pipistrellus). De gewone dwergvleermuis is de meest voorkomende vleermuis in Nederland. Ook is de gewone dwergvleermuis één van de kleinste vleermuissoorten van Nederland. Het is een vleermuis die vaak al aan het begin van de schemering buiten jagend te zien is. De vlucht is redelijk snel en onregelmatig. De gewone dwergvleermuis weegt 35 tot 8 gram en heeft een spanwijdte van 18 tot 24 centimeter. Kenmerkend is de combinatie van het kleine formaat de roodbruine vacht en de zwarte oren en gezicht. De oren zijn kort en rond het oorklepje (of tragus) heeft een stompe punt. De vleugels zijn in verhouding lang en smal. De soort kan verward worden met de ruige en de kleine dwergvleermuis. Het grootste verschil tussen de drie soorten is dat de gewone dwergvleermuis iets kleiner is dan de ruige dwergvleermuis en iets groter is dan de kleine dwergvleermuis. De gewone dwergvleermuis wordt gemiddeld 4 jaar en maximaal 16 jaar. ,
,
,
,
De gewone dwergvleermuis is oorspronkelijk een rotswandbewoner en leeft in heel Europa met uitzondering van het overgrote deel van Scandinavië. Deze vleermuizen leven vooral in groepen en hebben allerlei typen gebouwen en bouwwerken als verblijfplaats. Grotere gebouwen kunnen verschillende soorten verblijfplaatsen voor de gewone dwergvleermuis herbergen. De vleermuizen verhuizen zeer regelmatig tussen de voor hen bekende woonplekken in een netwerk aan verblijfplaatsen (Bij12 2024). ,
,
12
,
Ecologisch Werkprotocol Bergsestraat 49 Wouw ,
18-12-2024
Mitigerende maatregelen
6. 6. 1.
Algemene maatregelen in kader van zorgplicht Voorafgaand aan de start van de werkzaamheden wordt het projectteam en de aannemer op de hoogte gesteld van de maatregelen die getroffen dienen te worden; Werk altijd één kant op zodat dieren niet ingesloten raken; Wees alert op dieren in de werklocatie vooral in de ontgravingsput. Wacht tot dieren zelfstandig de werklocatie hebben verlaten zorg voor ontsnappingsroutes of zet dieren handmatig over; Het terrein wordt enkel verlicht in het kader van de veiligheid. Waar dit noodzakelijk is wordt de verlichting naar beneden gericht en uitstraling naar de omgeving en boven wordt voorkomen middels armaturen; Er wordt een ecologisch logboek opgesteld (zie bijlage 2) en bijgehouden door de uitvoerder op het werk. In het logboek wordt aangegeven wanneer ecologische maatregelen zijn genomen en welke soorten er zijn aangetroffen op de werklocatie. ,
,
,
6. 2.
Specifieke maatregelen vleermuizen
Er wordt bij voorkeur enkel gewerkt met daglicht. Dus na zonsopkomst en voor zonsondergang hierdoor wordt het gebruik van kunstlicht en daarmee verstoring van vleermuizen vermeden. Mocht er toch gewerkt worden met kunstlicht dan dient dit naar de grond te schijnen en niet naar de hemel; Er worden drie tijdelijke zomerverblijf vleermuiskasten opgehangen bij de aangrenzende woning; De kasten dienen in de periode april – eind oktober opgehangen te worden rekening houdend met een gewenningsperiode van drie maanden. Als de kasten dus begin april worden opgehangen kunnen de werkzaamheden starten begin juli exact drie maanden later; De kasten blijven ongestoord aanwezig tot minimaal het eind van de werkzaamheden; Bij het kiezen van locaties dient er rekening gehouden te worden met dat bij voorkeur de kasten op gevels op verschillende windrichtingen geplaatst worden; De kasten dienen vlak onder de dakrand van de woning opgehangen te worden; De aanvliegroute en de voorziening zijn vrij van obstakels kunstlicht en verstoring en buiten bereik van predatoren; De nieuwe voorzieningen mogen niet worden verstoord door de werkzaamheden; De invliegopening is op minimaal drie meter hoogte; Voor plaatsen van de kasten dienen de locaties goedgekeurd te worden door de begeleidend ecoloog. ,
,
,
,
,
,
13
Ecologisch Werkprotocol Bergsestraat 49 Wouw ,
18-12-2024
Bijlagen
Bijlage 1: Toelichting Wet natuurbescherming Drie beschermingsregimes De Omgevingswet kent een apart beschermingsregime voor soorten van de Vogelrichtlijn een apart beschermingsregime voor soorten van de Habitatrichtlijn (het Verdrag van Bern en het Verdrag van Bonn) en een apart beschermingsregime voor andere soorten die vanuit nationaal oogpunt beschermd worden. Elk van deze beschermingsregimes kent zijn eigen verbodsbepalingen en vereisten voor vrijstelling of ontheffing van de verboden. Alle vogels (ruim 700 soorten) zijn beschermd. Daarnaast worden ongeveer 230 overige Europese en nationale soorten beschermd. ,
,
,
Om af te mogen wijken van de verbodsbepalingen via een ontheffing of vrijstelling moet aan drie criteria zijn voldaan: Ten eerste mag alleen van de verbodsbepaling afgeweken worden als er geen andere bevredigende oplossing voor de handeling mogelijk is. Ten tweede moet tegenover de afwijking van het verbod een in de wet genoemd belang staan. De wet geeft voor de verschillende beschermingsregimes aan wat die belangen zijn zoals volksgezondheid of openbare veiligheid. Tenslotte mag de ingreep geen afbreuk doen aan de staat van instandhouding van de soort. Als aan deze drie vereisten voldaan is kan een ontheffing worden verleend. Voor een aantal handelingen zijn bovendien vrijstellingen mogelijk bijvoorbeeld in de vorm van een provinciale verordening of een gedragscode. ,
,
Soortenbescherming en het ‘ja , mits’ principe De verbodsbepalingen voor vogels en Habitatrichtlijnsoorten in de Omgevingswet sluiten vrijwel één op één aan bij de bepalingen uit de Vogelrichtlijn en de Habitatrichtlijn. De verbodsbepalingen zijn gericht op de bescherming van individuen van soorten. Ook voor de andere soorten die niet op grond van de Vogel- of Habitatrichtlijn maar vanuit nationaal oogpunt beschermd worden geldt dat de verbodsbepalingen zien op het individu maar of ontheffing verleend kan worden wordt afgewogen tegen het effect van de ingreep op het populatieniveau van de soort. ,
,
,
,
(Specifieke) zorgplicht voor dieren en planten Of dier- en plantensoorten nu wettelijk beschermd zijn of niet iedereen moet voldoende rekening houden met in het wild levende dieren en planten en hun directe leefomgeving. De wet erkent daarmee de intrinsieke waarde van in het wild levende soorten. De Memorie van Toelichting zegt het zo: “De zorgplicht houdt in dat eenieder voldoende zorg in acht moet nemen voor de in het wild levende dieren en planten alsmede voor hun directe leefomgeving. ,
,
Vrijstelling regelgeving Onder de Omgevingswet is niet altijd een ontheffing nodig bij handelingen met gevolgen voor beschermde plant- en diersoorten. In (veel) gevallen kunt u gebruik maken van een vrijstelling. Een vrijstelling is een uitzondering op een wettelijk verbod die wordt vastgesteld voor een van tevoren bepaalde categorie van gevallen. Er zijn verschillende vrijstellingen van de verboden voor beschermde soorten mogelijk. Een bekende en reeds in de praktijk toegepaste vorm van vrijstelling is die van de gedragscode. In de Omgevingswet zijn voor beschermde soorten ook andere vormen van vrijstelling geïntroduceerd zoals door middel van een Programmatische Aanpak of via een provinciale verordening. Overigens is ook een vrijstelling in de vorm van een ministeriële regeling mogelijk. ,
,
Provinciale staten kunnen vrijstelling van de verbodsbepalingen verlenen. Dit moet worden geregeld in een provinciale verordening. Gedragscodes die zijn opgesteld onder de Flora- en faunawet en Wet natuurbescherming kunnen worden uitgebreid ten aanzien van soorten die op grond van de Omgevingswet beschermd worden maar dat op grond van de Flora- en faunawet en Wet natuurbescherming nog niet waren. Goedkeuring van een gedragscode op grond van de Flora- en faunawet en Wet natuurbescherming blijft ook onder de Omgevingswet geldig voor de duur van de goedkeuring. Daarna dient de gedragscode voor goedkeuring getoetst te worden aan de Omgevingswet. Vervolgens wordt de gedragscode aangewezen als onderdeel van de Omgevingsregeling. Deze aanwijzing geldt vanaf 1 januari 2025. ,
Welke soorten zijn beschermd? De Omgevingswet kent drie categorieën beschermde soorten: Ten eerste worden alle van nature in Nederland in het wild levende vogels beschermd volgens het beschermingsregime van de Vogelrichtlijn; Ten tweede worden soorten beschermd op grond van de Habitatrichtlijn het Verdrag van Bern en het Verdrag van Bonn; Tenslotte is er een beschermingsregime voor ‘andere soorten’ waaronder soorten vallen die vanuit nationaal oogpunt bescherming behoeven. ,
Tabel B2. 1: Verbodsbepalingen Omgevingswet
Beschermingsregime soorten Vogelrichtlijn §11. 2. 2 Art. 11. 37 lid 1a Het is verboden in het wild levende vogels opzettelijk te doden of te vangen
Art. 11. 37 lid 1b Het is verboden opzettelijk nesten rustplaatsen en eieren van vogels opzettelijk te vernielen of te beschadigen of nesten van vogels
,
Beschermingsregime soorten Habitatrichtlijn §11. 2. 3
Beschermingsregime andere soorten §11. 2. 4
Art. 11. 46 lid 1a Het is verboden soorten in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te doden of te vangen Art. 11. 46 lid 1d Het is verboden de voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren te beschadigen of vernielen
Art. 11. 54 lid 1a Het is verboden soorten opzettelijk te doden of te vangen
Art. 11. 46 lid c Het is verboden eieren van dieren in de natuur opzettelijk te vernielen of te rapen Art. 11. 46 lid b
Niet van toepassing
Art. 11. 54 lid 1b Het is verboden de vaste voortplantingsplaatsen , rustplaatsen of eieren van dieren opzettelijk te beschadigen of vernielen
weg te nemen
Art. 11. 37 lid 1c Het is verboden eieren te rapen en deze onder zich te hebben Art. 11. 37 lid 1d
Niet van toepassing
Het is verboden vogels opzettelijk te storen tenzij de storing niet van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding van de desbetreffende vogelsoort Niet van toepassing ,
Het is verboden dieren opzettelijk te verstoren
Art. 11. 46 lid e Het is verboden plantensoorten in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen , af te snijden , te ontwortelen of te vernielen
Art. 11. 54 lid 1c Het is verboden plantensoorten in hun natuurlijke verspreidingsgebied te plukken en te verzamelen , af te snijden , te ontwortelen of te vernielen
Begrippen Onderstaand zijn enkele begrippen weergegeven vanuit bovenstaande verbodsbepalingen. Verstoren De mate van ‘storen’ hangt per soort af van: • Intensiteit van de verstoring • Duur van de verstoring • Frequentie van de verstoring • Het effect van de verstoring op de staat van instandhouding
de soort
van
Vangen Niet al het vangen valt gelijk onder de vergunningplicht. Het doel van de vergunningplicht voor het vangen is om soorten te beschermen. Om te beoordelen of sprake is van vergunningplicht is niet alleen dat doel maar ook het doel van het vangen aan de orde. Neem bijvoorbeeld het vangen van amfibieën tijdens de voorjaarstrek om ze over de weg te zetten. Het vangen heeft als doel om overrijden te voorkomen. Dat vangen is niet vergunningplichtig. Opzettelijk Onder ‘opzettelijk’ valt ook ‘voorwaardelijke opzet’. Daarvan is sprake als iemand een handeling verricht en daarbij bewust de aanmerkelijke kans aanvaardt dat zijn gedragingen schadelijke gevolgen hebben voor een dier of een plant. Zoals de vangst of de dood van dieren of het vertrappen of ontwortelen van planten.
Vrijgestelde soorten In afwijking van de verboden in artikel 11. 54 lid 1a van de Omgevingswet is het toegestaan de onderstaande soorten weg te vangen (om doden te voorkomen) en de vaste voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van deze soorten opzettelijk te beschadigen of te vernielen wanneer er geen andere bevredigende oplossing bestaat. ,
De vrijstelling is van kracht wanneer de handeling verband houdt met de volgende activiteiten: De ruimtelijke inrichting of ontwikkeling van gebieden daaronder begrepen het daaropvolgende gebruik van het ingerichte of ontwikkelde gebied; Het bestendig beheer of onderhoud aan vaarwegen watergangen waterkeringen waterstaatswerken oevers vliegvelden wegen spoorwegen of bermen of in het kader van natuurbeheer. ,
,
,
,
,
,
,
,
,
Tabel B2. 2: Lijst met soorten waarvoor een vrijstelling van de verbodsbepalingen geldt als gevolg van handelingen die in het kader van een ruimtelijke ontwikkeling worden uitgevoerd
Nederlandse naam
Wetenschappelijke naam
tn e
dn
er
v le
ht n
Grondgebonden zoogdieren
D
l ao
dn
dn
a
l ar e lde
n e gn in or
x
x
F
l as ier F
x
x
x
x
G
G
gr
bra
B-
dn
ll a o H-
le s
x
x
x
x
x
x
N
x
N
O
x
x
x
o
x
x
jisr
o
U
dn
dro
iL
l ae e Z
th c e tr
dro
V N . tr
ll a o Hidu Z
ev
bm
u
dn
ier tes in i
ML
Bv M (A
a
N
Aardmuis
Microtus agretis
Bosmuis*
Apodemus sylvaticus
x
Bunzing
Mustena putorius
x
x
x
Dwergmuis
Micromys minutes
x
x
X
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
Dwergspitsmuis
Sorex minutus
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
Egel
Erinaceus europaeus
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
Eekhoorn
Sciurus vulgaris
Gewone bosspitsmuis
Sorex
ananeus
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
Haas
Lepus europeus
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
Hermelijn
Mustela erminea
x
x
x
x
Huisspitsmuis*
Crocidura russula
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
Konijn
Oryctolagus cuniculus
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
Molmuis
Arvicola scherman
Ondergrondse woelmuis
Pitymys subterraneus
x
x
x
x
x
x
x
x
Ree
Capreolus capreolus
x
x
x
x
x
x
x
x
Rosse woelmuis
Clethrionomys glareolus
x
x
x
x
x
x
x
Steenmarter
Martes fiona
Tweekleurige bosspitsmuis
Sorex coronatus
x
x
x
x
x
x
Veldmuis*
Microtus arvalis
x
x
x
x
x
Vos
Vulpes vulpes
x
x
x
x
Wezel
Mustela nivalis
x
Wild zwijn
Sus scrofa
Woelrat
Arvicola terrestris
x
x
x
x
x
x
x
x
x
R3
x1
x
x
x x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x2
x
x
x
x
Amfibieën en reptielen
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
DR
FL
FR
GD
GR
LB
NB
NH
OV
UT
ZL
ZH
MLNV
Bruine kikker
Rana temporaria
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
Gewone pad
Bufo bufo
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
Hazelworm
Anguis fragilis
Kleine watersalamander
Triturus vulgaris
x
x
x
x
x
x
x
Levendbarende hagedis
Zootoca vivipara
Meerkikker Middelste groene kikker / Bastaardkikker
x3 x
x
x
x
x
x
Pelophylax ridibundus
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
Pelophylax esculentus
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x4
klepton
)1
3.
* voor deze soorten daarnaast algemene vrijstelling in/op gebouwen en bijbehorende erven of roerende zaken (Omgevingswet art. 11. 54 lid 2a) x1 = vrijstelling geldt in de periode maart-april en juli tot en met november x2 = vrijstelling geldt in de periode 15 augustus tot en met februari x3 = vrijstelling geldt in de periode juli , augustus en september x4 = vrijstelling geldt in de periode 15 augustus tot en met 15 oktober Opmerking bij Friesland: Er gelden allerlei aanvullende voorschriften aan de vrijstelling mbt doden , vangen , vrijlaten en beschadigen of vernielen van verblijfplaatsen. In de stukken wordt ook vrijstelling gegeven voor de mol , maar deze is niet beschermd onder de Omgevingswet. Deze omissie wordt rechtgezet bij de inwerkingtreding van de Omgevingsverordening 2022.
Bijlage 2: Ecologisch logboek
Datum
Bezocht/contact door
Actie/aanbeveling
Afspraak