Bijlage 2 RES achtergrondrapport.pdf
Tekst van het document
Vermindering CO2-uitstoot De regio zal met de verduurzaming van de elektriciteitsproductie elk jaar 0,2 Mton minder CO2 uitstoten. De CO2-kosteneffectiviteit geeft de kosten voor de overheid per ton bespaarde CO2 (zie tabel 9.1). Hiermee kan de kosteneffectiviteit van de verschillende maatregelen worden vergeleken. Dit is een gemiddeld beeld, want er is er ook sprake van regionale verschillen. Kleinschalige opwek vraagt relatief veel subsidie. Met windturbines kan naar verhouding met minder subsidie meer duurzame energie worden opgewekt.
De totale uitvoeringskosten voor de overheid (paragraaf 9.3) in de periode 2020 – 2030 worden in geschat op 57 miljoen euro: 64
Bijlagen en Begrippen Bijlagen 1. Uitgangspunten en aannames kostenberekeningen 2. Gemeentelijke communicatie-activiteiten 3. Posters Denklijnen 4. Inventarisatiekaarten 5. Factsheet grootschalige elektriciteitsopwekking per gemeente 6. Warmtemix 2040-2050 Begrippen
65
Bijlage 1. Uitgangspunten en aannames kostenberekening Projectkosten: investerings- en subsidiekosten Kleinschalige opwek zon op dak • 0,4 TWh opwek door 10 panelen van 300 Wpiek per dak, dit op 154.000 woningen (totale jaarproductie 2.600 kWh bij 870 vollasturen per dak) • Investeringskosten per woning €4700, na aftrek BTW €3940 (prijspeil maart 2019, Milieucentraal). Voor 154.000 woningen is dit in totaal 606 M€. • Subsidiekosten aanschaf: BTW teruggave gem. €760 per woning, is totaal 117M€ • ‘Subsidie’kosten teruglevering, betreft effect saldering: o Teruglevering 2/3 van de productie o Gemiddeld 16,5 €cts/kWh teruggeleverd uitgaande van 6 €cts/kWh terugleverprijs, markt en inkoopprijs 22,5 €cts/kWh o Op jaarbasis is dit 44,0 M€. Vanwege afbouw saldering vanaf 1 janauri 2023 naar 0 in 2031, is de verwachting gemiddeld 20 M€ per jaar.Over een periode van 15 jaar is dit 220 M€ • Totale subsidie over 15 jaar (de afschrijftermijn van zonPV) is 337 M€, gemiddeld 22,5 M€/jaar. • Vermeden C02 emissie bij netto emissiefactor 187 gr/kWh (bron SDE++ advies 2020) bedraagt 74,8 kton per jaar.
Grootschalige zon op dak • 0,5 TWh opwek door een opgesteld vermogen van 525 MWpiek • Investeringskosten 640 €/kWpiek (SDE++, 2020), totaal 336 M€ • Gemiddelde SDE++ subsidie 2,1 €cts/kWh (SDE ++ 2020) op basis van aannames: o 50% daken met vermogen boven 1 MWpiek en 50% daken met vermogen tot 1 MWpiek) (SDE ++ 2020) o 60% levering aan het net en 40% direct eigen verbruik • Subsidie per jaar komt dan uit op 10,50 M€, totaal over 15 jaar 158 M€ • Vermeden CO2 emissie bij netto emissiefactor 187 gr/kWh (bron SDE++ advies 2020) bedraagt 93,5 kton per jaar. • Niet meegenomen: netverzwaring per aansluiting Zonneparken • 0,3 TWh extra zon PV door een opgesteld vermogen van 320 MWpiek • Investeringskosten 580 €/kWpiek (SDE++, 2020), dit is in totaal 186 M€ • Subsidie gemiddeld 1,9 €cts/kWh, op basis van aannames:
• • •
o Projecten zijn groter dan 1 Mwpiek o 85% levering aan het net en 15% direct eigen verbruik Subsidie per jaar komt dan uit op 5,8 M€, totaal over 15 jaar 87M€ Vermeden CO2 emissie bij netto emissiefactor 187 gr/kWh (bron: SDE++ advies 2020) bedraagt 57 kton per jaar. Betreft investering inclusief netaansluitingskosten producent, exclusief netverzwaring
Windenergie • 0,2 TWh windenergie: voor de berekening is uitgegaan van circa 14 windturbines met een vermogen van circa 4,1 MW per stuk (zonder hoogtebeperking) en circa 8 windturbines met een vermogen van circa 3,3 MW per stuk (met hoogtebeperking). (N.B. De RES-opgave wordt in de praktijk voor een deel ingevuld door repowering van 25 windturbines, naast 9 a 12 nieuwe windturbines)) • De investeringskosten bedragen 1.140 €/kW (SDE++, 2020), dit is in totaal 95 M€. Er is nagenoeg geen verschil in investeringskosten met en zonder hoogtebeperking. • SDE++ subsidie van 0,7 €cts/kWh voor windturbines zonder beperkingen, dit is totaal 1,23 M€ per jaar. • SDE++ subsidie van 1,2 €cts/kWh voor windturbines met beperkingen, dit is totaal 0,86 M€ per jaar. • Totale SDE++ subidie is 2,1 M€ per jaar (1,23 + 0,86 M€ per jaar) • Vermeden CO2 emissie bij netto emissiefactor 187 gr/KWh bedraagt 32,8 kton voor de windturbines zonder beperkingen. • Vermeden CO2 emissie bij netto emissiefactor 187 gr/KWh bedraagt 13,5 kton voor de windturbines zonder beperkingen.
Besparen • 0,9 TWh energiebesparing door isoleren van 70.000 slecht geïsoleerde woningen (label E, F of G) • Gemiddelde besparing van 1.500 m3 per woning(equivalent) door spouwmuurisolatie, dakisolatie, vloerisolatie en HR++ glas (47 GJ per woning) • Gemiddelde investeringskosten op basis van Milieucentraal, uitgaande van 25% vrijstaande woningen, 25% hoek- of 2 onder 1 kapwoningen en 50% tussenwoningen. • 20% investeringssubsidie bij realiseren van twee of meer maatregelen 66
• • •
Investeringskosten per woning €12.425, na subsidie €9940. Voor 70.000 woningen is dit in totaal 696M€ netto investering. Totale subsidie 174 M€, gemiddeld 17,4 M€ / jaar over een periode van 10 jaar Vermeden CO2 emissie bij emissiefactor 56,7 kg/GJ bedraagt 188 kton per jaar
Uitvoeringskosten overheden Algemene kosten •
• • • •
De uitvoeringskosten voor vergunningverlening, projectbegeleiding en inpassing van ruimtelijke plannen zijn gemiddeld (AEF, p49) o 97 k€ tot 146 k€ per gemeente voor zonneparken o 57 k€ tot 107 k€ per gemeente voor windparken Dit is gemiddeld per gemeente 203,5 k€, totaal voor 16 gemeenten in West Brabant 3,2 M€. Dezelfde type kosten bedragen voor de provincie gemiddeld (AEF, p68): o 202 k€ tot 273 k€ per provincie voor zonneparken o 132 k€ tot 179 k€ per provincie voor windparken Verdeeld over 4 regio’s in Noord-Brabant komt dit uit op 98 k€ ofwel 0,1 M€ Voor kosten handhaving is een stelpost opgenomen van 0,2 M€ / jaar
Projectspecifiek kosten De projectspecifieke kosten zijn bepaald op basis van een percentage van de investering of subisidie uit tabel 9.1. • • • •
Duurzaamheidsleningen door gemeenten voor besparing en zon op dak: o Aanname dat 10% van de investering wordt geleend o Uitvoeringskosten 2% van het geleende bedrag Uitvoeringskosten Rijkssubsidieregeling energiebesparing: 5% van de subisidie Uitvoeringskosten BTW teruggave kleinschalige opwek: 5% van ‘BTW-subsidie’ Uitvoeringskosten SDE zonneparken en windenergie: 2% van de SDE subsidie
67
Bijlage 2. Communicatie activiteiten
Gemeente
A. Gemeentelijke activiteiten in 2020 Gemeente
Activiteiten
Betrokkenen
Etten-Leur
Sinds vorige rapportage geen extra specifieke activiteiten.
Scope / Onderdelen RES -
Betrokkenen
Scope / Onderdelen RES
ZLTO, Industriële kring Rucphen, Enexis
Deze bijlage geeft een globaal overzicht van de belangrijkste activiteiten die zijn uitgevoerd, om hun inwoners en bedrijven te betrekken bij klimaat- en energievraagstukken. Zaken die de regionale energiestrategie betreffen zijn soms expliciet en soms impliciet onderdeel geweest van de gesprekken. De regionale activiteiten in 2020 zijn reeds beschreven in hoofdstuk 3. Deze bijlage gaat in op de gemeentelijke activiteiten in 2020, de regionale activiteiten in 2019 en de gemeentelijke activiteiten in 2019.
Activiteiten
Zundert
RRE-regeling communicatie collectieve acties
Particuliere wooneigenaren
Besparen: Collectieve aankoop zonnepanelen, Buurtactie Energiezuinig wonen, Collectieve inkoop isolatie
Communicatiekalender
Algemeen
Algemeen
Energieloket
Inwoners
Bewustwordingsproces besparen
Zonnevisie
Alle belanghebbenden
Zonenergie
Integraal duurzaamheid com- Algemeen: Com- klimaatadaptatie, bespamunicatie municeren in sa- ren met LED-verlichting, menhang met an- Pilots. dere beleidsvelden
Concrete ontwikkelingen: Zonnepark A58 Bollendonk Windmolen Groene Dijk Energie besparen
Inwoners, EC, lo- Projecten kale stakeholders (boeren)
Geen activiteiten georganiseerd.
-
-
Geer Viertal ‘visiecafés’ waar de truidenberg RES en energietransitie zijn besproken aan speciale energietafels
Inwoners, EC, dorpsraden, wijkraden, bedrijven en maatschappelijke organisaties
Energiebesparen Zonenergie Windenergie Lokaal eigenaanschap
Oosterhout Aangeleverde tools vanuit de N.v.t. RES zijn gebruikt. Enquête onder inwoners en bedrijven energietransitie
Inwoners en bedrijven
Altena
Januari – maart: klimaattafels, RES is hier een onderdeel van geweest
Inwoners, EC, dorpsraden, Bedrijven, maatschappelijke organisaties
Besparen Zonenergie Windenergie Warmte Lokaal eigenaanschap
Algemene campagne: Wij doen het natuurlijk www.duurzaamoosterhout.nl
Inwoners, bedrij- Bewustwording rondom ven besparen en opwekken. Ook het portaal voor EC
Rucphen
Kiezen voor communicatie Algemeen over concrete projecten. RES en klimaatakkoord worden wel genoemd
Halderberge
Workshop Visie zonne- en windenergie
Projecten
Raadsleden, com- Zonenergie missieleden, Windenergie
Wind A16
Inwoners: Communicatietraject cultuur en duurzaam i.r.t. windenergie
Project
N.v.t. Urgentie energietransitie Besparen, Rol overheid Betrokkenheid
Duurzaam Oosterhout Week afgelast door Covid-19
-
Energiepark A59: Stakeholdergesprekken, energiecafé, veldexcursie, bijeenkomst georganiseerd door Eneco en Shell
Project: EnergieparkA59.nl
Alle informatie samenbracht voor belanghebbenden
68
Gemeente
Activiteiten
Betrokkenen
Scope / Onderdelen RES
Steen bergen
Beeldvormende gemeenteraadsvergadering Visie Energie en Ruimte
Inwoners en gemeenteraadsleden
Keuzes energieopwekking
Postcoderoosproject energiecoöperatie Duurzaam Steenbergen (zonneveld Nieuw- Vossemeer)
Inwoners
Financiële participatie: Promotie project (informatief)
Verduurzamen woningen particulieren
Particuliere wooneigenaren
Besparen: Informeren gemeentelijke stimuleringsregeling
RES West-Brabant
Alle betrokkenen Informeren over de concept RES via social media
Subsidies verduurzamen wo- Inwoners ning i.s.m. regionaal energieloket Breda
Lef en liefde: 26 oktober webinar stadsbrede klimaatbijeenkomst
Activiteiten
Inwoners, onder- Klimaat: Plannen en nemers en part- maatregelen realiseren ners
Scope / Onderdelen RES
Informatieavond rondom uit- Inwoners, maatnodigingskader voor zonne- schappelijke orenergie ganisaties en bedrijven (lokaal)
Besparen Zonenergie Windenergie
Online en traditionele media Algemeen
Informerend en activerend waren, en niet raadplegend
Roosendaal Klimaatreis
Besparen
Betrokkenen
Stakeholders
Klimaatadaptatie in de gemeente Roosendaal
Duurzaamheidsinterviews
Ondernemers en Inzicht in bedrijfsfootagrariërs print
Winst uit je woning
Inwoners: particuliere wooneigenaren
Besparing: grootschalig advies- en inkoopactie voor maatregelen
Waardebonnen voor energiebesparende maatregelen en LED verlichting
Inwoners: particuliere wooneigenaren
Besparing
Nispens Energie Collectief
Initiatief inwoners voor inwoners
Warmte: bedenken, ontwerpen en organiseren van een warmtenet.
Inkoopactie huiseigenaren
Particuliere wooneigenaren
Besparen: alle huiseigenaren zijn per brief geïnformeerd + inzet social media
Aandacht energietransitie via Algemeen regionale media
Energietransitie
Greenhopper (mobiel informatieloket)
Inwoners
Informeren besparen
Woonwijs: regionaal energie- Inwoners loket digitaal
Informeren besparen
Gasloze woningen door wooncorporaties
Acties van woningcorporaties
Warmte, Energieopwek Praktische ervaringen
Interview en persbericht wethouder klimaatweken
Pilot energie voor iedereen ‘zet de knop om’
Inwoners (zonder Mogelijkheden om huisinvesteringsmo- houdens met weinig ingelijkheden) vesteringsruimte bij energietransitie te betrekken.
Inwoners & loZonenergie kale stakeholders Besparen Windenergie Lokaal samenwerken
Lancering landingspagina
Inwoners & loZonenergie kale stakeholders Besparen Windenergie Lokaal samenwerken RES genoemd
Dashboard transitievisie warmte Woensdrecht
Gemeente
Overheden
Oktober 2019 een duurzaam- Inwoners, maatheidsavond schappelijke organisaties en bedrijven (lokaal)
Warmte
Moerdijk
Duurzaam Moerdijk
Besparen Zonenergie Windenergie
69
B. Gemeentelijke en regionale activiteiten in 2019 1.
2.
3.
Werkateliers De regio West-Brabant heeft in totaal drie werkateliers georganiseerd in 2019. Op deze bijeenkomsten is met circa 80 stakeholders gewerkt aan de Contourennotitie die er nu ligt. Hier waren onder andere ook bewonersvertegenwoordigers van Energiecoöperaties en belangenverenigingen aanwezig. - Kansen & uitdagingen Regionale Energiestrategie West-Brabant, 8 mei 2019 Op deze dag werd met behulp van energiepotentie-kaarten van de regio gewerkt aan kansen en uitdagen van de RES. Een korte sfeerimpressie is te zien via de volgende link: https://youtu.be/o6uXlMFQTzM - Keuzes & richting voor de Regionale Energiestrategie West-Brabant, 27 juni 2019 Tijdens het tweede werkatelier gingen aanwezigen aan de slag om de denklijnen verder te verkennen: Wat zijn de voor- en nadelen van deze energiestrategie? Wat betekent dit voor het landschap, de mate van duurzaamheid, kosten, maatschappelijke meerwaarde of flexibiliteit? En welke ruimtelijke inpassing is waar wel of niet passend voor West-Brabant? - Werkbijeenkomst Regionale Energiestrategie, 1 oktober 2019 De laatste bijeenkomst stond in het teken van de eerste contouren van de concept RES. Aanwezigen uit de regio hebben met elkaar gesproken over de zoekgebieden voor zon en wind in de regio. Een korte sfeerimpressie is te zien via de volgende link: https://youtu.be/YLkCLeebroA.
Energiesafari Vanuit de regio zijn er twee energiesafari’s georganiseerd voor inwoners op 16 en 17 november 2019. Tijdens deze safari’s hebben inwoners locaties bezocht van ReEnergy van SUEZ, Stichting Energietransitie Bergen op Zoom en windpark Oud-Dintel door Pure Energy. Het format kunnen gemeenten ook weer inzetten voor de lokale inwoners. Een korte sfeerimpressie is te vinden via onderstaande links: - http://www.zuidwestfm.nl/news/7080/116/Gemeenten-delen-duurzameideeen-op-energiesafari - RES West-Brabant: https://youtu.be/QF0YGxVo268 Ondersteuning van de regio In juni 2019 zijn maatwerkgesprekken afgerond die per gemeente een beeld geven van de kansen en uitdagingen voor inwonersparticipatie in het proces van de energietransitie. Uit deze gesprekken is ook duidelijk geworden hoe de regio
de gemeenten kan ondersteunen rondom inwonersparticipatie. Zo kunnen gemeenten nu gebruik maken van een format voor het opzetten van lokale energiecafés en is er een communicatie-toolbox ontwikkeld. Gemeenten kunnen hierdoor gebruik maken van beeldmateriaal, contentkalender en een key messagehouse. 4.
Keukentafelgesprekken Vanuit het programma Sociale Innovatie in Energie (SIE) zijn er 24 interviews gehouden met 30+ personen om te achterhalen hoe verschillende partijen – waaronder ook brancheverenigingen en energiecoöperaties – denken over het streven naar 50% eigendom van de productie van de lokale omgeving (burgers en bedrijven). Resultaten zijn te vinden via de volgende link: https://www.energiewerkplaatsbrabant.nl/werkgroepen/werkgroepen+sociale+innovatie+energietransitie2/50+participatie/handlerdownloadfiles.ashx?idnv=1479362
5.
Lokale media & social media Verschillende gemeenten benutten sociale media en lokale kranten om te publiceren over de RES. Hieronder een aantal voorbeelden van Moerdijk, Drimmelen en Etten-Leur: - Moerdijk: https://www.moerdijk.nl/Nieuws-Algemeen/Nieuws2020/Nieuws-februari-2020/Regio-West-Brabant-raadpleegt-gemeenteraden-over-Regionale-Energiestrategie.html - Drimmelen: https://drimmelen.nl/regionale-energiestrategie-2030 - Etten-Leur: https://etten-leur.nieuws.nl/gemeente/29364/16-gemeentenwest-brabant-gaan-regionale-energiestrategie-res-opstellen/ Gemeente Roosendaal is aan de slag gegaan met Bakkerij de Eenvoud om het gesprek aan te gaan met inwoners rondom duurzame energieopwekking. In onderstaand artikel ook aandacht voor een koppeling met de RES: - Bakkerij de Eenvoud: https://roosendaal.nieuws.nl/nieuws/60402/broodbakken-en-praten-over-energietransitie-in-westrand-tolbergcentrum-enwouw/ Ook wethouder Greetje Bos van gemeente Breda geeft een interview aan BN de Stem over de Regionale Energiestrategie West-Brabant: https://www.bndestem.nl/breda/west-brabant-in-voorhoede-met-groene-stroom-we-zijn-goedop-weg~aec0d485/
In onderstaande tabel zijn de gemeentelijke communicatie activiteiten rondom energie in 2019 benoemd. 70
Gemeente
Communicatie activiteiten 2019
Geertruidenberg
Etten-Leur
- Energie-enquête - Visie Café met een RES tafel - Enquête energietransitie Duurzaamheidsvisie - Informatieavonden Aardgasvrij - Enquête energietransitie Duurzaamheidsvisie - Informatieavonden Aardgasvrij - Lancering website/platform Duurzaambergenopzoom.nl - Start postcoderoos-regeling en bijeenkomsten - Warmtetafel met bedrijven - Doorlopend: Greenhopper door de gemeente - Kids Klimaattop - Voorbereiden Pilot 2 wijken van het gas af - Pilot Energie voor iedereen - Wijkdeals en PlanBreda - ‘Gele hesjes en energiecoöperatie’ (gesprekken met protestgroepen) - Sessies Drimmelse Energieagenda (i.h.k.v. Fonds Energie A16) - Gesprekken Toekomstvisie - Enquête Regionale Energiestrategie
Halderberge
- Enquête Regionale Energiestrategie
Moerdijk
- Enquête Energietransitie - Lokale Energieagenda’s A16 - Week van de duurzaamheid - Energiecafé met de raad met energy game - (Social) Media/ pers: energietransitie algemeen - Persgesprek / persbericht o.a. rondom duurzaamheidsbeleid - Enquête energietransitie - Campagne sociale media en huis aan huis blad - Gesprekken met inwoners met inzet van Bakkerij de Eenvoud - Klimaattop voor Jongeren - Lokale & regionale pers (gesprekken wethouder) - Bijeenkomsten met Raad & inwoners over duurzaamheidsagenda - In november 2019 aangesloten bij Regionaal energieloket - Enquête Regionale Energiestrategie - Berichten op social media, website over besparen, opwekken energie - Regionaal Energieloket - Dag van burgerparticipatie: met als onderwerp klimaat/energietransitie
Alphen-Chaam Baarle-Nassau Bergen op Zoom
Breda
Drimmelen
Oosterhout
Roosendaal
Rucphen Zundert
71
Begrippen en afkortingen Omrekeningsfactoren: Factoren 1 TWh = 1.000 GWh = 1 miljoen MWh = 1 miljard kWh 1 kWh = 3,6 MJ 1 PJ = 1.000 TJ = 1 miljoen GJ = 1 miljard MJ 1 MW = 1.000 kW = 1 miljoen W 1 m3 aardgas = 31,65 MJ 1 GJ = 31,6 m3 aardgas 1 TWh = 3,6 PJ = 114 miljoen m3 aardgas
Eenheid Energiehoeveelheid Energiehoeveelheid Energiehoeveelheid Vermogen Energiehoeveelheid Energiehoeveelheid
CO2 emissiefactoren West-Brabant (bron: Klimaatmonitor): • 0,45 kg fossiele CO2-emissie per kWh verbruikte elektriciteit, jaar 2017; • 1,79 kg fossiele CO2-emissie per m3 verbruikt aardgas, jaar 2018. Letter K M G T P
Betekenis kilo Mega Giga Tera Peta
Hoeveelheid 1 duizend 1 miljoen 1 miljard 1 biljoen 1 biljard
Letter e j p th
Betekenis elektrisch, heeft betrekking op elektriciteit jaar piek, piek- , maximaal of geïnstalleerd vermogen thermisch, heeft betrekking op warmte
Afkortingen • AVI: Afvalverbrandingsinstallatie • CV: Centrale verwarming • EC: Energiecoöperatie • DOL: Duurzaam op land, overzicht van initiatieven wind en zon in West-Brabant • PBL: Planbureau voor de Leefomgeving • RES: Regionale Energie Strategie • TEA: Thermische energie uit afvalwater, ook wel riothermie genoemd. • TEO: Thermische energie uit oppervlaktewater • WEQ: Woning equivalent, de warmtevraag van een gemiddelde woning • WKK: Warmtekrachtkoppeling • WKO: Warmte koudeopslag WP: Warmtepomp
Notatie 1 x 103 1 x 106 1 x 109 1 x 1012 1 x 1015
Gemiddeld energieverbruik huishouden Nederland (Milieucentraal) per jaar (2018): • 1.470 m3 aardgas (46,5 GJ) en 3.000 kWh elektriciteit. Waarden voor Noord-Brabant: • 1.410 m3 aardgas en 3.120 kWh elektriciteit (Klimaat monitor, 2018). Waarden voor West-Brabant: • 1.380 m3 aardgas en 3.100 kWh elektriciteit.
72
Regionale Energie Strategie 1.0 West-Brabant Bijlage 3 – Posters denklijnen
Onze nieuwe energie in 2030
Bijlage bij Achtergrondrapport behorende bij RES 1.0 Januari 2021
KERNWOORDEN: EIGENAARSCHAP, LOKALE BRONNEN & INITIATIEVEN, ZELFVOORZIENEND, STIMULANS LEEFBAARHEID LANDELIJKE GEBIED, STERKE KOPPELING VRAAG EN AANBOD
DENKLIJN 1:LOKALE GRIDS & IMPULS LEEFBAARHEID Lokaal eigenaarschap, dat is bij deze denklijn het belangrijkste uitgangspunt. Dit betekent dat de hernieuwbare energiebron en gebruiker zo dicht mogelijk bij elkaar zijn gepositioneerd, zodat er een sterke relatie is tussen de vraag en het aanbod: ruimtelijk, sociaal en/of economisch. Waar mogelijk, zijn de investeringen en opbrengsten van een lokale bron direct gekoppeld aan een lokale gemeenschap. Hierdoor is de zeggenschap groot, en kan met collectieve opbrengsten de leefbaarheid worden versterkt. Denk aan windturbines bij woonkernen in krimpgebieden, waarmee we een nieuwe economische impuls genereren. Het initiatief ligt zo veel mogelijk bij regionale bedrijven en bewoners. Dat wat niet lokaal kan worden opgelost, wordt aangevuld met grootschalige opwekking op regionale schaal.
ENERGIESYSTEEM Bij het energiesysteem staan de lokale initiatieven en bronnen voorop. Individuele of kleinschalige collectieve oplossingen gaan voor grootschalige collectieve oplossingen. Er wordt niet meer energie geproduceerd dan nodig is; de focus ligt op om zo zelfvoorzienend mogelijk te zijn. De oplossingen kunnen in schaal verschillen, afhankelijk van de potentie van een bepaalde lokale bron. In de plaats van grootschalige warmtenetten gevoed door een hoogtemperatuur bron, zijn er lokale grids gevoed door meerdere lokale bronnen: restwarmte, lokale biomassa. Lokale gasnetten (biogas, groen gas) zijn van belang voor de energiedistributie. De grootte is afhankelijk van de lokale bron(nen). Op termijn wordt de noodzaak van lokale energieopslag groter. Om voldoende energie te genereren, is er een sterke sociale organisatie nodig. RUIMTELIJKE ORGANISATIE Bij zowel warmte als elektriciteit hanteren we een ruimtelijke aanpak per landschapstype, op basis van de cultuurhistrorische ontwkkeling en sociale structuren. Westelijk zeekleigebied: Van oudsher zijn de gemeenschappen in het westelijk zeekleigebieden per afzonderlijke polder georganiseerd. In navolging hierop is het voorstel het eigenaarschap van de energie dan ook per polder te organiseren.
Agrariers en bewoners van woonkernen en buurtschappen in dezelfde polder organiseren samen welke inpassing het meest passend is in de ‘eigen’ polder. Zuidelijk zandgebied: In het zuidelijk gelegen zandgebied is de sociale structuur meer per woonkern of clusters van woonkernen en buurtschappen georganiseerd. Om hierbij aan te sluiten, is het voorstel voor de zandgronden om een meer gezamenlijke aanpak per woongemeenschap te bepleiten. Dat betekent dat per woongemeenschap de inrichting en beheer van de omgeving wordt georganiseerd. Oosterlijk rivierkleilandschap: In het oostelijk gelegen rivierkleilandschap is de collectieve gemeenschapszin groter van omvang dan in de hierboven benoemde gebieden. Om aan te sluiten bij deze sociale structuur, past in dit landschap meer een centrale organisatie van het eigenaarschap. Steden: Ook in de stad is lokale opwek mogelijk. Dit gebeurt vooral op buurtniveau, zodat bewoners en bedrijven een directe ruimtelijke relatie met de (output van) bronnen hebben. BOUWSTENEN ELEKTRICITEIT • Gebouwde omgeving: Extra inzet op daken (40% ipv 25%). Om zoveel mogelijk oppervlak te ‘winnen’ voor het benutten van zonne-energie, worden daken aangepast en nieuwbouw integraal ontworpen om PV panelen optimaal In te passen en alle parkeerterreinen overdekt met PV-panelen.
• In landelijk gebied: Bij elke woonkern een klein zonneveld (5 ha) of een dorpsmolen (Metafoor, de dorpsmolen hoeft niet bij het dorp zelf geplaatst te worden. Meerdere dorpsmolens kunnen worden geclusterd, zoals bij windpark A16).
BOUWSTENEN WARMTE • Warmtebron en warmtevraag liggen dichtbij elkaar (maximaal 1 kilometer). • De bouwstenen van warmte zijn hoge (boven de 70 grC) en lage temperatuur warmtebronnen (rond 40 grC), daar waar lokaal voorhanden: • Biogas op basis van lokaal beschikbare vergistbare biomassa, randvoorwaarde is lokaal beschikbaar zijn van natte biomassa • Houtachtige biomassa (pellets, houtsnippers) voor individuele en kleinschalige stookinstallaties • Individuele warmtepompconcepten passend bij ingrijpend gerenoveerde woningen t/m label B en nieuwbouwwoningen • Energie uit oppervlakte water TEO/TEA (inclusief warmtepomp) voor lage temperatuurtoepassing in nieuwbouw, randvoorwaarde voldoende oppervlaktewater in direct nabijheid en acquifer • WKO voor gebouwen met substantiële koudevraag, randvoorwaarde is beschikbaar zijn van geschikte acquifer • Hybride warmtepompen op basis van lucht/water warmtepomp en inzet van aardgas in pieksituaties en voor warm tapwater, aandeel aardgas < 50% • Zonthermie op daken als aanvullende warmtevoorziening voor productie warm tapwater (woningen, bedrijven) • Benutten restwarmte 10
BESPARINGSOPGAVE Grote nadruk op energiebesparing door middel van: • Bestaande bebouwing: Versneld renoveren. Uitgangspunt is aanpassing aan de gebouwde omgeving richting label A daar waar het kan. • Nieuwbouw: Passief bouwen zodat de energievraag zo laag mogelijk ligt. IMPACT INFRASTUCTUUR Voortbouwen op bestaande elektriciteitsnetwerk. De lokale oplossingen vragen wel om lokale verzwaring van het netwerk. Zeker als er veel PV-panelen worden ingezet. De noorzaak om lokaal elektriciteit op te slaan, neemt hierdoor toe. IMPACT (MAATSCHAPPELIJKE) KOSTEN De kosten zijn relatief hoog doordat veel kleinschalige oplossingen kostbaarder zijn dan een aantal grote oplossingen. Daarnaast moeten gebouwen vergaand aangepast worden op lage energievraag. Doordat lokale initiatieven leidend zijn, kan deze aanpak tot een zekere mate van socialisatie van kosten zorgen. MATE VAN DUURZAAMHEID Weinig energieverlies door transport, omdat aanbod dichtbij de vraag wordt gerealiseerd. maar de bron naast de deur is niet perse de meest energieefficiente oplossing. Er blijft energietoevoer nodig van elders om aan de vraag te voldoen. Denk aan een stad als Breda waar te weinig ruimte is om lokaal aan de vraag te kunnen voldoen. BIJZONDERHEDEN: • Bij grootschalige inzet van biowarmte is het risico groot dat emissies naar lucht toenemen.
Dit kan zeker in stedelijk gebied tot een te zware belasting (stof, NOx) leiden. • Onvoldoende lokale bronnen om aan elektriciteits-en warmtevraag te voldoen, met name in stedelijk gebied. Dus naast lokale netten zokm er ook nog grootschalige oplossingen nodig. • We zijn gewend aan een stabiel energiesysteem. Een energiesysteem dat afhangt van 1 lokale, kleinschalige bron is kwetsbaar.
10
8
8
6
6
4
4
2 2
0
Vraag
-2
WARMTE
-4
PRODUCTIE
Productie
Tekort
0
ELEKTRICITEIT
-2
PRODUCTIE
-4
-6
10 8 6 4 2 0 -2 -4 -6
KOSTEN
Tekort
-6
10
All-eletric nieuwbouw (0,3 TWh)
8
Dorpsmolens bij 50% van de woonkernen (0,3 TWh)
Zakelijke WKO koudevraag (0,6 TWh)
6
Zonnepanelen op 40% van de grote daken (0,3 TWh)
Zonthermie op woningen (0,3 TWh)
Productie
Productie
Biomassa lokaal benut (0,6 TWh)
TEO (0,8 TWh)
Vraag
Vraag
Vijf hectare bij 50% van de woonkernen (0,3 TWh)
4 2 0
Vraag
-2
Productie
Overschot
-4 -6
KOSTEN
€ 0,00
€ 500.000.000,00
€ 1.000.000.000,00
€ 1.500.000.000,00
Zonnepanelen op 40% van de grote daken (1,1 TWh) Bij 50% van de woonkernen dorpsmolens (0,3 TWh) Bij 50% van de woonkernen 5 hectare zonnepanelen (0,3 TWh)
€ 2.000.000.000,00
Overschot
KERNWOORDEN: CLUSTERS WIND- EN ZONNEPARKEN, COLLECTIEVE WARMTENETTEN, REGIONALE KOPPELKANSEN, WATEROPGAVE, NATUURVERSTERKING, CIRCULAIRE LANDBOUWOPGAVE
DENKLIJN 2: REGIONALE ENERGIEPARKEN Een energiesysteem ontworpen vanuit een regionale, collectieve aanpak met energieparken. Energieparken zijn ruimtelijke concentraties van grootschalige energieactiviteiten in voornamelijk het buitengebied gekoppeld aan andere ruimtelijke regionale opgaven zoals de wateropgave, natuurversterking en versterking de productiebossen en transitie van de grootschalige industrie. Denk aan de inzet van zonneparken of windturbines op onrendabele landbouwgronden door verdroging of verzilting. Qua warmte zijn er collectieve warmteoplossingen waar het kan, en benutten we lokale bronnen waar het moet. De opslag is grootschalig georganiseerd, en dichtbij waar er wordt opgewekt. De overheid is regisseur, marktpartijen en georganiseerde energiecorporaties zijn de initiatiefnemers. Bewoners participeren door middel van collectieve fondsen. Landelijke en stedelijke gemeentes werken hierin nauw samen. De energietuinen vormen een verdienproduct voor de hele regio.
ENERGIESYSTEEM De inpassing van hernieuwbare energie is grootschalig daar waar het (stedelijk) landschap hier ruimte voor biedt. Het systeem is ingericht op import en export, oftewel transport van elektriciteit en warmte. Hierbij staan grootschalige bronnen centraal, zoals geclusterde opstellingen van windturbines, zonnevelden groter dan 10 ha, geothermie, restwarmtebronnen en bio-energie. De warmtevoorziening gaat zoveel mogelijk via warmtenetten, waar mogelijk op middentemperatuur en gevoed door een warmtebron die bij voorkeur op < 10 km afstand ligt. Kleinschalige oplossingen zijn aanvullend, alleen waar het makkelijk kan. RUIMTELIJKE INRICHTING De ruimtelijke organisatie is een afgeleide van de plekken waar er koppelkansen met andere regionale, ruimtelijke opgaven zijn. Naast deze plekken, wordt productie aan productie gekoppeld. Denk aan de koppeling van opwekking bij productiebossen en industrieterreinen. Hieronder lichten we toe welke koppelkansen we per zone aangrijpen: Noordelijk deel: Grootschalige biobased landbouw/akkerbouw in combinatie met windparken. Zonnevelden in combinatie met de waterbergingsopgave in de kleipolders.
Zuidelijk deel: De hoger gelegen delen tussen beekdalen benutten voor grootschalige zonneparken in combinatie met groengewassen die, middels compostering, weer een bijdrage kunnen leveren aan bodemvruchtbaarheid en/of toename organische stof in de grond. De beekdalen zelf kunnen benut worden voor regionale waterberging, die op zijn beurt weer kunnen worden gecombineerd met voedselbossen en landbouw gerelateerd aan hoge waterstanden. De productiebossen die het zuidelijk deel rijk is, kunnen worden gecombineerd met windturbines. Oostelijk rivierengebied: windpark gecombineerd met de nieuwe natuurontwikkeling, aan oostzijde van de Biesbosch. Zonneeilanden in de Biesbosch. Industriegebieden: rafelranden aan industrieterreinen benutten als industriële energieparken; op de industrieterreinen ruimte voor opwek voor bedrijven, daarnaast voor omliggende omgeving. BOUWSTENEN ELEKTRICITEIT De bouwstenen van deze denklijn bestaan uit de geclusterde inpassing van zonne- en windenergie, daar waar er potentieel ruimte beschikbaar is.
Soms omdat op die plek reeds in transitie is en/of productie voorop staat: • Wind- en zonneparken in de grote westelijk gelegen zeekleipolders in combinatie met waterbergings opgave • Windturbines gecombineerd met natuurontwikkeling, zoals Zonne- eilanden in de Biesbosch • Zonneparken op hoge zandgronden (de zandruggen) • Windbossen: productiebossen gecombineerd met opstelling windturbines • Industriele energietuinen: randen industrie terreinen combineren met wind- en zon.
BOUWSTENEN WARMTE Kenmerkend bij deze denklijn is dat de warmtebron op grotere afstand mag zitten van de warmtevraag concentratie, bij voorkeur niet meer dan 10 km. In bijzondere gevallen met zeer grootschalige warmtebronnen, denk aan Amercentrale of
Moerdijkgebied kan dit circa 20 km zijn. Betreft hoge en middentemperatuur (rond 70 grC) warmtebronnen: • Restwarmtebronnen industrie • Restwarmte van afvalverbrandingsinstallaties • Geothermie bij voorkeur concentraties warmtevraag en in bedrijfsomgeving, denk aan glastuinbouwgebied of bedrijventerrein aan rand van een stad • Grootschalige biowarmte-installaties op bedrijventerreinen en/ of nabij havens • Koudelevering via warmtenet, absorptiekoeling • Grootschalige biogas / biomassa vergassingsinstallaties t.b.v. groengasproductie en levering aan aardgasnet • Zonthermievelden in nabijheid van steden die warmte leveren aan warmtenet. • bio-energie bij voorkeur op bedrijventerreinen met transportmogelijkheden over water • biogas … tot 30.000 ton/jaar (MER grens) bij biomassa bron (=mest, bij boeren), daarboven op bedrijventerreinen BESPARINGSOPGAVE Door de winning van energie grootschalig aan te pakken en te transporteren, is er overal voldoende energie voorhanden om aan de vraag te voldoen. De mate van energiebesparing is hierdoor minder uitdagend dan bij bijvoorbeeld lokale grids, waar alle energie uit de nabijheid dient te komen en warmtevoorziening via lage temperatuuroplossingen veelal de enige oplossing is. Uitgangspunt is aanpassing aan de gebouwde omge-ving richting tenminste label C daar waar het kan.
IMPACT (MAATSCHAPPELIJKE) KOSTEN In algemene zin geldt dat energietuinen vanwege concentratie van de opwek meer kostenefficient zijn dan lokale grids. Op plekken waar nieuwe infrastuctuur nodig is, vraagt het wel om forse voorinvesteringen. Denk aan zonneparken op de zandgronden, waar nu geringe infrastuctuur voorhanden is. Door regionale aanpak is de energietransitie niet afhankelijk van lokale initaitieven. Door opbrengsten collectief te delen, kan energiearmoede worden voorkomen. Biedt bij warmte bescherming via de warmtewet, de kosten van warmte zijn gemaximaliseerd Biedt bij elektriciteit de bescherming van de markt, de kosten van elektriciteit blijven daardoor relatief laag. IMPACT INFRASTUCTUUR Het aanbod van energie ligt op sommige plekken ver af van de vraag; dit betekent dat de infrastructuur hoe dan ook dient te worden aangepast. De plek van de energietuinen voor elektriciteit hangt onder andere af van de geplande opgaven voor water en natuur. Bij voorkeur worden er slimme combinaties gemaakt met wind en zon, zodat de nieuw aan te leggen infrastructuur zo efficient mogelijk ingezet kan worden en maatschappelijke kosten zo laag mogelijk blijven. MATE VAN DUURZAAMHEID West-Brabant kan via inzet van energietuinen qua elektriciteit energieleverend zijn. Hernieuwbare bronnen kunnen optimaal uitgenut worden.
Er is wel sprake van energieverlies door transport, omdat aanbod voor een deel ver van de vraag wordt gerealiseerd.
10,0 8,0 6,0 4,0 2,0 0,0
WARMTE
Vraag
Tekort
ELEKTRICITEIT
-2,0 -4,0
PRODUCTIE
Productie
PRODUCTIE
-6,0
10,0 8,0 6,0 4,0 2,0 0,0 -2,0 -4,0 -6,0
restwarmte industrie (0,6 TWh) restwarmte AVI's (0,6 TWh) Geothermie (1,9 TWh) Biowarmte (1,0 TWh) Zonthermievelden (0,1 TWh) Groengas (0,3 TWh)
Vraag
KOSTEN
Productie
Tekort
10 8 6 4 2 0 -2 -4 -6
Vraag
Productie
Overschot
KOSTEN
€ 0,00
€ 500.000.000,00
€ 1.000.000.000,00
€ 1.500.000.000,00
Zonnepanelen op 25% van grote daken Zonnevelden op 20% van verzilte gronden (1,4 TWh) Windturbines op 20% van verzilte gronden (0,3 TWh) Windturbines in 5% van de productiebossen (0,2 TWh) Zonnepanelen op 15% van de waterbekkens (0,1 TWh)
€ 2.000.000.000,00
KERNWOORDEN: BESTAANDE INFRASTRUCTUUR, TRANSPORT, ENERGIEKNOOPPUNTEN, AMERCENTRALE, BUIZENTRACE, GROOTSCHALIGE BRONNEN.
DENKLIJN 3: INFRASTRUCTUUR CENTRAAL De inpassing van hernieuwbare energie organiseren we rondom energieknooppunten: een gecombineerde ontwikkeling van elektriciteit en/of warmtewinning en opslag. De bestaande ligging van de infrastructuur is leidend, zowel de infrastructuur van energie als van mobiliteit. We maken optimaal gebruik van het bestaande netwerken die we al hebben, en verzwaren en breiden uit waar nodig. Denk aan de zichtbare netwerken als het huidige elektriciteitsnet, wegen, waterwegen en bestaande distributieknooppunten zoals het Amerknooppunt. Maar ook de onzichtbare netwerken als het buizentracé voor aardgas, warmtenetten en transport van drinkwater, riool en afvalwater. Concreet betekent dit dat we de windturbines en zonneparken dichtbij het bestaande elektriciteitsnetwerk plaatsen. Voor de duurzame warmtevoorziening maken we gebruik van de huidige systemen, denk aan rioolwater als warmtebron en -voorziening.
ENERGIESYSTEEM Net als bij het huidige netwerk, is het systeem ingericht op import en export van energie. De huidige infrastructuur is leidend voor de verdere ontwikkeling in de regio. De inpassing start bij de huidige hoofdstations elektriciteit, buisleidingstracé, snelweginfrastructuur (als potentiële warmtebron). Daar waar het netwerk het toelaat, wordt het systeem gevoed door grootschalige bronnen: windenergie langs infrastructuur, zonnevelden groter dan 10 ha en onder- en bovengrondse waterinfrastructuur als bron voor lage temperatuurwarmte. Denk aan de Mark en Bovenmark als drager voor aquathermie. Waar nodig, wordt het huidig netwerk verzwaard of uitgebreid. Op plekken waar geen of nauwelijks netwerk aanwezig is, wijken we uit naar meer kleinschalige, lokale oplossingen. De warmtevoorziening vindt plaats via warmtenetten op lage temperatuur, waarbij de bron bij voorkeur op < 1 km afstand ligt. Warmteopslag is noodzakelijk op grote schaal. RUIMTELIJKE ORGANISATIE Elektriciteit: Het noordelijk deel van West-Brabant heeft een intensief elektriciteitsnet. Het zuidelijk deel is daarentegen beperkt ontsloten. Uitgaande van de ligging van het bestaande netwerk betekent dit dat zonneparken en windturbines vooral in het noorden worden geplaatst.
Het bestaande aanbod is dan ook niet voor niets met name in het noordwesten te vinden, daar waar het netwerk de grootschalige zeekleigebieden doorkruist. Hier bouwen we op voort. We grijpen de grootste opstellingen van wind aan om op door te bouwen en uitbreidingen met cominaties van wind en zon te maken. Hinderzones die dichtbij het netwerk liggen worden benut, zoals de ruimte rondom snelwegen. Vanwege het beperkte netwerk in het zuidelijk deel, blijft de benutting van hernieuwbare energie beperkt tot de zonne-panelen op daken. In de grensstreek in het zuidelijk deel kan overwogen worden om gebruik te maken van het Belgische netwerk. In het stedelijk deel is de elektriciteitsvraag hoog. Het netwerk wordt hier reeds intensief gebruikt, en uitbreiding is moeilijker in te passen dan in het landelijk gebied. De omvang van PV-velden is vanwege de beperkte capaciteit dus beperkt. Daarom zetten we hier in op kleinschalige opwek: naast het benutten van daken, zijn er kleinschalige zonnevelden mogelijk. Denk aan vervuilde gronden van stortplaatsen, het overdekken van parkeerplaatsen en aan rafelranden van de stad. Warmte: Warmtebron en warmtevraag zitten relatief dicht bij elkaar, veelal binnen 100 meter en zeker niet verder dan 1 km. De toepassing is daarom vooral in de gebouwde omgeving die dicht in de buurt van de infrastructuur ligt.
Hierbij maken we gebruik van kleine warmtenetten. Voor deze warmtebronnen is de inzet van een warmtepomp vereist, soms in combinatie met een aquifer. De energieknooppunten worden gepland bij de grootgebruikers en –leveranciers: rondom de Amerknooppunt, Moerdijk, AFC Prinsenland, Bio based cluster Bergen op Zoom en Sabic Roosendaal. Hier is zowel warmte- als elektriciteitswinning en opslag. Voorbeeld knooppunt: De Amer De locatie van de Amercentrale is van oudsher een grootschalige productielocatie voor elektriciteit met alle bijbehorende faciliteiten (haven, opslag, aansluiting elektriciteitsnet en warmtenet). Dit geldt ook voor de Dongecentrale. Duidelijk is dat het stoken van steenkool op termijn niet meer het geval is. De locatie leent zich bij uitstek voor de grootschalige inzet van biomassa als brandstof al dan niet in combinatie met bio based verwerkende industrie.
De energietransitie kan zo bijdragen aan een duurzaam en toekomstbestendig gebruik van deze locatie en Geertruidenberg wordt zo veilig gesteld als een van de weinige locaties waar op zeer grote schaal warmte, elektriciteit en/of gas kan worden geproduceerd. BOUWSTENEN ELEKTRICITEIT • Noordelijk deel, zeekleigebieden langs netwerk: huidige grootschalige opstelling verdubbelen waar mogelijk, combinaties van wind en zon om netcapaciteit optimaal te benutten. • Noordelijk deel, langs infrastructuur: Windturbines naast wegen, kanalen en waterwegen, subtiel accentueren van inundatievelden met zonnevelden. • Stedelijk gebied: Kleinschalige zonnevelden op stortplaatsen, zon-pv op overdekte parkeerplaatsen. • Energie knooppunten: combinaties van zon en wind op en nabij industrieterreinen. BOUWSTENEN WARMTE Betreft lage temperatuur warmtebronnen: • Riothermie en daarvan afgeleide vormen die gebruik maken van watertransport op grote schaal en over grote afstand, denk ook aan transport Shell afvalwater naar Bergen op Zoom. • Zonnewegen gericht op winning van warmte uit wegen, toepasbaar bij ingrijpende renovatie van wegen. • Winning van warmte/koude uit waterwegen en daarbij behorend oppervlakte water.
OVERZICHT
LEGENDA 10,0 8,0 6,0
BESPARINGSOPGAVE Vergaande energiebesparing is belangrijk om zo economisch aanvaarbare inpassing van lage temperatuur warmtebronnen mogelijk te maken. De gebouwde omgeving wordt aangepast richting label B en het warmteafgiftesysteem in woningen dient te wordt aangepast. IMPACT (MAATSCHAPPELIJKE) KOSTEN De kosten van netinpassing blijven relatief beperkt: de ligging van het netwerk is bepalend voor de ontwikkeling van het aanbod. En zoals hierboven beschreven, zal het netwerk op punten wel verzwaard of uitgebreid moeten worden. Net als bij de energieparken, geldt hier een regionale aanpak. Door de kosten en baten collectief te organiseren, kan iedereen meedoen naar eigen draagkracht. IMPACT INFRASTUCTUUR De ligging van bestaande infrastructuur is sturend in het aanbod. Zoals gezegd, is in het zuiden het netwerk te schaars om aanbod aan te koppelen. Dit betekent op zijn beurt dat in het noorden waar wel netwerk voorhanden is, alle benodigde energie voor de regio dient te worden opgewekt. Vanaf hier dient de energie naar de andere delen in de regio te worden getransporteerd. Uitgangspunt is dat de ruimtelijke organisatie van het netwerk nagenoeg gelijk blijft, maar op punten verzwaard of uitgebreid wordt. MATE VAN DUURZAAMHEID In het noorden kunnen hernieuwbare bronnen goed benut worden, mits ze inpasbaar zijn dichtbij het netwerk.
In het zuiden is de inpassing complex vanwege de geringe aansluiting op het (hoofd)netwerk. Bovendien zijn hier geen energieknooppunten. Naar dit gebied is dus transport nodig, dat op zijn beurt weer zorgt voor energieverlies door transport. De warmtevoorziening is gebaseerd op warmte met lage temperatuur. Voor huishoudelijk gebruik is bij deze warmtevoorziening nog altijd elektrische ondersteuning nodig van een tapbooster of warmtepomp. Hierdoor neemt de elektriciteitsvraag toe.
10 8
4,0
6
2,0 0,0
KOSTEN
Vraag
-6,0
Productie
Tekort
Productie
Tekort
0
Productie
-4
PRODUCTIE Riothermie (0,1 TWh) Zonnewegen (0,1 TWh) Waterwegen (0,1 TWh) Zonnestroken (0,1 TWh) Biogas amercentrale (0,8 TWh) Groengas (0,3 TWh)
Vraag
-2
ELEKTRICITEIT
-4,0
PRODUCTIE
Vraag
2
-2,0
WARMTE 10,0 8,0 6,0 4,0 2,0 0,0 -2,0 -4,0 -6,0
4
-6
10
Zonneveld op dijken (0,03 TWh)
8
Windturbines nabij bedrijventerrein (0,14 TWh)
6
Zonneveld op parkeerplaatsen (0,03 TWh)
4
Zonneveld op RWZI (0,1 TWh)
2
Zonnevelden op stortplaatsen (0,1 TWh)
0
Vraag
-2
Productie
Overschot
Windturbines naast infrastructuur (0,2 TWh) Verdubbelen van de 3 grootste bestaande parken (0,2 TWh)
-4 -6
KOSTEN
€ 0,00
€ 500.000.000,00
€ 1.000.000.000,00
€ 1.500.000.000,00
Zonnepanelen op 25% van grote daken Zonneveld op locatie huidige windparken (1,4 TWh) Verdubbelen van de 3 grootste bestaande parken (0,2 TWh) Windturbines naast infrastructuur (0,2 TWh) Zonnevelden op stortplaatsen (0,1 TWh) Zonneveld op RWZI (0,1 TWh) Zonneveld op parkeerplaatsen (0,03 TWh) Windturbines nabij bedrijventerrein (0,14 TWh) Zonneveld op dijken € 160.000,01
€ 2.000.000.000,00
KERNWOORDEN: NAAD VAN BRABANT, STEDELIJKE CORRIDOR, ENERGIERUGGERAAT, WARMTENETWERK, INDUSTRIETERREINEN, GROOTVERBRUIKERS, AANBOD DICHTBIJ VRAAG
DENKLIJN 4: STEDELIJKE ENERGIERUGGENGRAAT Doordat steeds meer mensen naar de stad verhuizen concentreert de energievraag van West-Brabant zich steeds meer op en rond de ‘Naad van Brabant’, de corridor van steden op de overgang van de hoge dekzandgronden naar de lagergelegen rivier- en zeekleigronden. De ruimtelijke transitie die steden de komende jaren door verstedelijking nog te wachten staat, grijpen we aan om het aanbod van energie zo dichtbij mogelijk bij de gebieden met de grootste vraag te positioneren. Uitgangspunt bij deze denklijn is om de ‘Naad van Brabant’ te transformeren tot de energetische ruggengraat van de regio. Denk aan zonnestroken rond de steden en een robuust warmtenetwerk van stad naar stad. Het landelijk gebied blijft hierdoor beschikbaar voor landbouw, natuur en recreatie. De woonkernen die verder van de ‘Naad van Brabant’ zijn gelegen worden zoveel als mogelijk zelfvoorzienend op het gebied van energie.
ENERGIESYSTEEM Elektriciteit: Het energiewinning voor elektriciteit bestaat uit een ruimtelijke concentratie van kleinschalige en grootschalige energieactiviteiten nabij de grootste energievragers. Naast de ‘Naad van Brabant’ zijn dat de grote industriekernen zoals Moerdijk, AFC Prinsenland en bedrijventerreinen. De energievoorziening in het landelijk gebied gebeurt doormiddel van lokale bronnen. Daar waar dat niet mogelijk is, wordt het gebied vanuit het dichtstbijzijnde stedelijke gebied gevoed. Windturbines worden ingezet rondom de industrieterreinen en de weginfrastructuur. In de stedelijke omgeving worden zonneparken ingezet. Denk aan initiatieven zoals de Zonnewijde in Breda, maar dan grootschaliger. Warmte: De stedelijke ruggengraat vormt tevens de basis voor een grootschalige warmtenetwerk, een groot regionaal net dat optimaal geschikt is voor het ontsluiten van restwarmte, bio-energie en geothermiebronnen op middentemperatuur (70 °C). Het Amerknooppunt speelt hierin een centrale rol. Op de grote indutriekernen wordt gebruik gemaakt van restwarmtebronnen. Hierbij kan ook gedacht worden aan cascadering van warmte waarbij warmte op verschillende temperaturen steeds optimaal wordt benut.
RUIMTELIJKE ORGANISATIE Zoals bij het energiesysteem al beschreven, zijn de energieactiviteiten geconcentreerd rondom de ‘Naad van Brabant’, de grote industriekernen zoals Moerdijk en AFC Prinsenland en bedrijventerreinen. De energievoorziening in het landelijk gebied gebeurt doormiddel van lokale bronnen, en daar waar dat niet mogelijk is, wordt het gebied vanuit het stedelijke gebied gevoed. Het huidige warmtenetwerk wordt uitgebreid van Breda naar Bergen op Zoom. De West-Brabantse steden zijn onderdeel van de Brabantse Stedenrij en deze groeien steeds meer naar elkaar toe. Het energie netwerk tussen deze steden wordt versterkt evenals het openbaarvervoerssysteem. De verbinding wordt niet alleen gezocht met steden in de provincie Noord-Brabant, maar ook met omliggende steden zoals Antwerpen en Dordrecht. BOUWSTENEN ELEKTRICITEIT Alle opwek vindt plaats nabij stedelijke/industriële landschappen: • Grootschalige zonneparken tussen de steden • Grootschalige zonneparken op zoekgebieden uitbreidingslocaties steden • Weginfrastructuur benutten: wind langs A-wegen BOUWSTENEN WARMTE • Benutten restwarmte van bedrijventerreinen • Warmtenetten in stedelijk ruggengraat, gevoed door biowarmte en geothermie bronnen (als beschikbaar) • in landelijk gebied lokale oplossingen op laag temperatuur, individuele warmtepompen
BESPARINGSOPGAVE Energiebesparing is bij de inpassing in zo’n stedelijke omgeving een belangrijk randvoorwaarde, aangezien de ruimte schaars en kostbaar is. Uitgangspunt in de stedelijke omgeving is aanpassing aan de gebouwde omgeving richting tenminste label B daar waar het kan. En nieuwbouw tenminste label A+. In het landelijk gebied geldt tevens een forse besparingsopgave, omdat hier met lokale bronnen wordt gewerkt en vaak alleen laagtemperatuuroplossingen voorhanden zijn. De energiebesparing is overigens niet alleen belangrijk voor de bebouwde omgeving; in deze denklijn is ook veel te besparen ten aanzien van energiegebruik voor mobiliteit. Denk aan verstevigen van OV-netwerk of fietsinfrastructuur. IMPACT INFRASTRUCTUUR De infrastructuur volgt de inpassing. De ligging van de elektriciteits-infrastructuur is reeds ingericht op daar waar de vraag is, De infra-structuur hoeft niet over grote afstanden te worden verlegd. Wel is het nodig dat de huidige elektriciteitsnetwerk dat nu de stedelijke corridor voedt, fors dient te worden opgeschaald en uitgebreid. Daarnaast hangt het van de beschikbaarheid van lokale bronnen in het landelijk gebied af, hoeveel elektriciteit er vanuit het stedelijk gebied dient te worden aangevuld. Om een voldoene robuust systeem te realiseren ligt forse aanpassing van het net voor de hand.
Voor de warmtevoorziening via warmtenetten is er een uitbreiding nodig over de hele stedelijke as van Bergen op Zoom tot aan Breda. IMPACT (MAATSCHAPPELIJKE) KOSTEN In algemene zin is het kostenefficiënt om het aanbod van hernieuwbare energie dichtbij de energievraag te positioneren. Echter de inpassing in en rondom de stedelijke omgeving is kostbaarder dan de inpassing in het landelijke gebied. De plekken waar nieuwe infrastructuur nodig is, vragen om forse voorinvesteringen. Denk aan de uitbreiding van het warmtenetwerk over de gehele corridor. Door de regionale aanpak is de energietransitie niet afhankelijk van lokale initiatieven. Door de kosten en baten collectief te organiseren, kan iedereen meedoen naar eigen draagkracht. (MATE VAN) DUURZAAMHEID In algemene zin geldt dat het energie-efficiënt is om het aanbod van energie dichtbij de vraag te positioneren. Door restricties ten aanzien van veiligheid en geluid nabij bebouwing, is de inzet op windenergie marginaal. En voor zon is relatief veel ruimte nodig, die schaars is. Voor warmte wordt er zoveel mogelijk gebruik gemaakt van warmte die nabij is. Een kans bij deze denklijn is dat de stedelijke ontwikkeling zich concentreert rondom de huidige steden in combinatie met de ontwikkeling van hoogwaardig netwerk van openbaar vervoer. Dit kan resulteren in de afname van vervoersbewegingen.
WARMTE
ELEKTRICITEIT
PRODUCTIE
PRODUCTIE
10,0 8,0 6,0 4,0 2,0 0,0 -2,0 -4,0 -6,0
10 8 6 4 2 0 -2 -4 -6
Vraag
KOSTEN
Productie
Tekort
Vraag
Productie
Tekort
KOSTEN
€ 0,00
€ 500.000.000,00
€ 1.000.000.000,00
€ 1.500.000.000,00
Zonnepanelen op 40% van grote daken Zonnevelden op 10% van de stedelijke uitbreidingslocaties (0,1 TWh) Zonnevelden op 5% van de landbouwgrond tussen steden (0,2 TWh) Dorpsmolen bij elke woonkern (0,1 TWh) Windturbines naast infrastructuur (0,1 TWh)
€ 2.000.000.000,00
Regionale Energie Strategie 1.0 West-Brabant Bijlage 4 - Inventarisatiekaarten
Onze nieuwe energie in 2030
Bijlage bij Achtergrondrapport behorende bij RES 1.0 Januari 2021
WEST-BRABANT IN BEELD
INHOUDSOPGAVE
Landschap in beeld Landschappen Landschappen - Regimes Landschappen – Cultuurhistorisch Gemiddelde bouwjaren per buurt Waterschaarste Demografische groei/ krimp Elektriciteit: vraag en aanbod in beeld Elektriciteitsvraag 2017 Beperkingen windenergie: veiligheid en geluid Beperkingen windenergie: provinciaal beleid Beperkingen zonne-energie: provinciaal beleid Netwerkkaart West-Brabant Warmte: vraag en aanbod in beeld Gasvraag 2017 Netwerk warmte Warmtebronnen West-Brabant Lage temperatuur aardwarmte Diepe geothermie Bodemenergie – open systemen Bodemenergie – gesloten systemen Aquathermie
2
LANDSCHAP IN BEELD
4
5
6
7
8
9
ELEKTRICITEIT: VRAAG EN AANBOD IN BEELD
11
12
13
14
15
WARMTE: VRAAG EN AANBOD IN BEELD
17
18
19
Gebaseerd op: Warmtebronnenregister Noord - Brabant; IF Technology, CE Delft
20
Gebaseerd op: Warmtebronnenregister Noord - Brabant; TNO Thermogis v2.0
21
Gebaseerd op: Warmtebronnenregister Noord - Brabant; WKO- tool RVO
22