Bijlage 2 Nota van zienswijzen omgevingsvisie.pdf
Tekst van het document
Daarbij onderzoeken we ook bedreigingen zoals verdroging, vermesting, verarming, verdichting en verzilting. Ook op gebouwniveau is milieuveiligheid van belang. Zo streven we naar het gebruik van duurzame materialen die rekening houden met het milieu en de gezondheid van bewoners en gebruikers. Daarnaast is een gezond binnenmilieu door goede ventilatie belangrijk, zowel in nieuwe als bestaande gebouwen. Paragraaf 4.3.5 Milieuveiligheid en –hinder toevoeging tekst amendement: Naar aanleiding van een amendement van de VLP op 17 juni 2021 wordt de volgende tekst toegevoegd: ‘Met betrekking tot achtergrondbelasting geur ten gevolge van intensieve veehouderij is het beleidsvoornemen om mitigerende maatregelen te verankeren in de Omgevingsvisie en daaruit voortvloeiende omgevingsplannen.’
6.Tekst gewijzigd naar aanleiding van derde deel OER In de omgevingsvisie zijn wijzigingen doorgevoerd die voortvloeien uit het derde deel van het OER. In het advies van 20 april 2022 adviseert de Commissie m.e.r. het OER op een aantal punten aan te vullen. Een aanvulling (derde deel) op het OER is opgesteld en geeft een reactie op het advies van de Commissie m.e.r. Tevens wordt aangegeven hoe met het advies van de Commissie m.e.r. wordt omgegaan en biedt het aanvullende informatie om tot een volwaardige afweging van het milieubelang te komen bij de besluitvorming rondom de omgevingsvisie van de gemeente Roosendaal. Hierbij zijn ook de zienswijzen op de ontwerp omgevingsvisie betrokken, voor zover ze een reactie op het OER betreffen. Het thema Vitaal platteland is bijvoorbeeld verder uitgewerkt en geeft betere inzichten in de verdere uitwerking van dit thema voor de landbouwsector. We nemen daarom een aantal teksten vanuit de aanvulling van het OER over in de omgevingsvisie. Tevens gaf de hoorzitting aanleiding om kritisch te kijken naar de teksten over de landbouw en daarom hebben wij een tekst toegevoegd om de conflicterende belangen en aandachtspunten te beschrijven en op het netvlies te hebben zodat wij deze verder kunnen uitwerken met alle betrokkenen.
Paragraaf 1.3: toevoeging wisselwerking OER en Omgevingsvisie Gelijktijdig met het opstellen van de omgevingsvisie is ook het opstellen van het OER gestart. In het eerste deel van het OER is de referentiesituatie beschreven. Daarin zijn de aandachtspunten voor ontwikkelingen in de deelgebieden beschreven. Hierbij is de Foto van Roosendaal getoetst en verder aangevuld. Deel 1 van het OER heeft als directe input aan de basis gestaan van delen van de omgevingsvisie. Voorbeelden hiervan zijn de milieu-informatie in het Verhaal van Roosendaal (Hoofdstuk 2 van deze Omgevingsvisie). De informatie komt uit de Foto van Roosendaal, teksten komen deels uit het OER deel 1. Een ander voorbeeld is de beschrijving en karakterisering van de deelgebieden in de Omgevingsvisie (teksten komen deels uit het OER deel 1). Beschrijvingen van waarden en aandachtspunten in de verschillende deelgebieden zijn vanuit het OER overgenomen in het eerste concept van de omgevingsvisie (zomer 2021). Vervolgens is in de omgevingsvisie een koers bepaald voor de toekomst. In het tweede deel van het OER wordt vooral een analyse gemaakt van deze koers. Voorbeelden van de doorwerking van het OER in de Omgevingsvisie zijn met name de conclusies voor de stadsrandzones en de aandachtspunten voor ontwikkeling van Rondje Roosendaal en Vitaal Platteland.
De volgende aspecten uit het OER zijn relevant geweest voor de keuzes in de omgevingsvisie: • De zuidelijke randzone is verkleind in verband met de natuurwaarde van Visdonk; • Bij ontwikkeling van de noordelijke randzone (Wig) is aandacht voor hoogteverschillen in het landschap; • De aandachtgebieden die onder de Omgevingswet inzichtelijk moeten worden gemaakt, zijn bij toekomstige ontwikkelingen grotendeels in beeld gebracht; • De aandachtspunten ten aanzien van het al dan niet verplaatsen van de huidige sportvelden zijn meegenomen; • De aandachtspunten voor de ontwikkeling van Rondje Roosendaal in het OER bevestigen de te verwachten uitdagingen en maken nieuwe uitdagingen in de omgevingsvisie kenbaar, waaronder het al dan niet verplaatsen van het spooremplacement. Deze analyse helpt de gemeenteraad om de koers verder uit te werken en op basis van deze analyse keuzes te maken of gebiedsvisies op te stellen. Het is de bedoeling om vanuit de huidige situatie de koers te bepalen en vervolgens de keuzes en de milieueffecten van deze keuzes weer verder uit te werken
Paragraaf 5.2.1 Sterke stad, Rondje Roosendaal is de volgende zin toegevoegd: ‘Bij mogelijke uitplaatsing van het emplacement ontstaat op termijn ruimte voor extra woningen, boven de hier benoemde opgave.’ Paragraaf 5.4 Vitaal platteland De volgende tekst is toegevoegd naar aanleiding van het aanvullende deel 3 van het OER en naar aanleiding van de hoorzitting waarin zienswijze indieners aandacht hebben gevraagd voor de conflicterende belangen en uitdagingen waarmee de agrarische sector te maken heeft. Resume Vitaal platteland Algemeen gesteld is het Vitaal Platteland een deelgebied met conflicterende belangen en daarmee de belangrijkste aandachtspunten voor het vervolg van de visie- en plan/besluitvorming. Er wordt daarbij wel degelijk rekening gehouden met het bestaande agrarische gebruik, de agrariërs, en hun bestaande rechten. Maar wat blijft zijn de aandachtspunten die in het buitengebied spelen.
Hieronder worden een aantal voorbeelden van aandachtspunten genoemd: · op het gebied van milieu: bodem- en waterkwaliteit, verdroging, stikstofproblematiek, geur, afname biodiversiteit · op het gebied van regelgeving : stikstof, geur, fijnstof, endotoxines · vanuit de sector zelf: noodzaak voor schaalvergroting, het ontbreken van opvolging · vanuit maatschappelijke opgaven: er is zowel in de stad als het buitengebied ruimte nodig voor energietransitie, natuur en woningbouw Dit maakt het opstellen van een visie voor het buitengebied een uitdaging, waarbij alle belangen meegenomen worden. Hierbij moet rekening worden gehouden met Europese verplichtingen ten aanzien van natuur-, water- en klimaatdoelstellingen en nationaal beleid zoals het Nationaal Programma Landelijk Gebied (NPLG), zoals verwoord in de op 10 juni 2022 gepresenteerde startnotitie. In het NPLG legt het rijk structurerende, richtinggevende keuzes en (regionale) doelen vast als basis voor integrale provinciale programma’s. Het Rijk wil dat deze uiterlijk 2023 juli is opgesteld. In het rapport “Kiezen en delen” (Ministerie van BZK, 2021), één van de voorstudies van het NPLG, is het zuidelijk en westelijk deel van het buitengebied Roosendaal aangeduid als droogtegevoelig gebied en daarmee wordt het gebied beoogd voor extensieve grondgebonden landbouw.
Het overig deel van het buitengebied van Roosendaal is niet aangeduid als droogtegevoelig en aangeduid als beoogd gebied voor intensieve grondgebonden landbouw. · Roosendaal zet in de omgevingsvisie voor het buitengebied in op een duurzame ontwikkeling van verwevenheid aan functies en opgaven, waarbij het behoud van duurzaam vruchtbare bodems, biodiversiteit en een goede balans tussen natuur en milieu, economie en mens voorop staat, en waarbij geen afwenteling van milieuproblemen naar de toekomst optreedt. Roosendaal wil op zoek naar een nieuw evenwicht tussen het beschermen van een veilige, gezonde, natuurrijke en rustige leefomgeving en het optimaal benutten en ontwikkelen van het buitengebied voor verschillende functies. Behoud van de vitale duurzame agrarische sector en ruimte bieden aan innovaties die leiden tot een duurzame en rendabele landbouw, bij voorkeur circulaire en/of natuurvriendelijke landbouw. Ruimte voor verbrede landbouw en nevenactiviteiten. Ruimte voor hergebruik van vrijkomende agrarische bebouwing. Rekening houdend met het herstel van ecosystemen, verbetering van de kwaliteit van de bodem en het watersysteem, klimaatadaptie, milieu, dierenwelzijn, gezondheid en behoud en versterking van natuur en landschap. Dit in balans met economisch perspectief. Voorbeelden hiervan zijn onder andere:
· Ruimte voor nieuwe functies zoals (kleinschalig) wonen · Behoud en versterking van de landschappelijke cultuurhistorische identiteit en verscheidenheid. · Versterking van de relaties met het stedelijk gebied, het buitengebied zou toegankelijker moeten zijn. · Behoud en versterken van ecologische- en waterstructuur en de biodiversiteit · Enerzijds wateroverlast tegengaan, anderzijds water vasthouden voor tijden van droogte. De lat ligt daarmee voor het buitengebied hoog. De ambities voor het buitengebied kunnen deels samen gaan: een ontwikkeling naar een meer circulaire en natuurvriendelijke landbouw geeft ruimte voor water, groen/natuur en leidt tot vermindering van hinder op de omgeving. Behoud en versterking van landschap gaat goed samen met meer ruimte voor water en groen/natuur en draagt bij aan de recreatieve kwaliteit van het buitengebied. Maar er zijn ook spanningsvelden tussen ambities. Vitale landbouw vraagt momenteel nog steeds om schaalvergroting, wat ten koste kan gaan van ambities op het gebied van landschap en leefbaarheid. Zo is er vanuit de tuinbouw- en kwekerijsector behoefte aan meer ruimte voor teeltondersteunende voorzieningen (groter en voor langere perioden). Dit kan ten koste gaan van landschappelijke waarden, natuur en water. De grootste uitdaging in het buitengebied is hoe de ambities gecombineerd kunnen worden met de aandachtspunten.
Dit vraagt afstemming met alle betrokkenen en om een goede uitwerking van een toekomstige visie voor het buitengebied.’
Paragraaf 6.1 wordt de volgende tekst aangepast en uitgebreid: Proces totstandkoming omgevingsvisie en OER Het proces en traject om tot een omgevingsvisie te komen is gestart eind 2019/begin 2020. In 2019/2020 is eerst gestart met een inventarisatie van waarden, knelpunten, opgaven en ambities. Dit is gedaan in de vorm van een Foto van Roosendaal (waarden, trends, knelpunten), het omgevingskader, de beleidsagenda (toets vigerend beleid) en samenspraak (participatie). De voorontwerp omgevingsvisie heeft van 5 juli tot en met 16 augustus 2021 ter inzage gelegen voor inspraak. Vervolgens is de concept ontwerp omgevingsvisie verder uitgewerkt met ambities/opgaven en is een koers voor de toekomst bepaald. Dit is in het najaar van 2021 getoetst en gespiegeld in deel 2 van het OER. In deel 2 van het OER is vooral een analyse gemaakt van deze koers. Voorbeelden van de spiegeling/toets zijn met name de conclusies voor de stadsrandzones en de aandachtspunten voor ontwikkeling van Rondje Roosendaal en Vitaal Platteland. De ontwerp-omgevingsvisie en het OER (deel 1 en 2) zijn in december 2021 afgerond en in 7 februari tot en met 21 maart 2022 gepubliceerd en ter inzage gelegd. Nadat de zienswijzen zijn verwerkt, zal de omgevingsvisie en het OER ter vaststelling aan de raad worden aangeboden.
Vervolgens wordt de volgende tekst verwijderd: ‘De gemeente heeft de ambitie om steeds minder sectoraal deelbeleid op te stellen en dit vaker te integreren in de omgevingsvisie, die we in een cyclisch proces steeds actualiseren De omgevingsvisie kan aanleiding zijn om beleid verder uit te werken. Bij de uitwerking van aparte beleidsnota's moet de integraliteit altijd geborgd worden en de hoofdlijnen van het beleid moeten in de omgevingsvisie opgenomen worden. De visie is adaptief en flexibel. We moeten kunnen reageren op veranderende omstandigheden en waar nodig de koers bij kunnen stellen.’ En gewijzigd in de volgende tekst:
Het toekomstige proces en ambitie De omgevingsvisie is dus een dynamisch document. Op basis van de omgevingsvisie worden (thema- of gebiedsgerichte) deelvisies opgesteld, regels in het omgevingsplan opgenomen, programma’s gemaakt en (uitgebreide) omgevingsvergunningen verleend. Dit kan leiden tot kleine koerswijzigingen in de visie of scherpere keuzes in de visie. Met de gemeenteraad wordt afgesproken dat deze kleine koerswijzigingen naar aanleiding van de uitwerking in (thema of gebied gerichte) deelvisies of beleid in de omgevingsvisie worden verwerkt. Bovendien wordt de omgevingsvisie elke paar jaar opnieuw tegen het licht houden. Dit proces wordt, samen met de gemeenteraad, verder uitgewerkt. De gemeente heeft de ambitie om steeds minder sectoraal deelbeleid op te stellen en dit vaker te integreren in de omgevingsvisie, die we in een cyclisch proces steeds actualiseren. De omgevingsvisie kan aanleiding zijn om beleid verder uit te werken. Bij de uitwerking van aparte beleidsnota's moet de integraliteit altijd geborgd worden en de hoofdlijnen van het beleid moeten in de omgevingsvisie opgenomen worden. De visie is adaptief en flexibel. We moeten kunnen reageren op veranderende omstandigheden om daar waar nodig de koers bij kunnen stellen.