CConstaterende datRoosendaal
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2 Nota van zienswijzen omgevingsvisie.pdf

Gemeenteraad 20 oktober 2022, gemeente RoosendaalBij agendapunt: 0.3: Raadsvoorstel Vaststelling omgevingsvisie 'Roosendaal, de verbonden stad'45.834 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 6

Dit Roosendaals grondgebied ontvangt water en wateroverlast van Belgisch water. We dragen in onze inspraak een oplossing aan: de bebouwde kom verleggen en u geeft aan dat dit niet kan. Maar daarmee gaat u niet in op onze gestelde vraag: Dit gebied te benoemen in de omgevingsvisie en daar hoofdlijnen en kaders, of op zijn minst een duiding aan mee te geven. De Belgische kant van de grensstraat bevat 53 huizen, een basisschool, een kleuterschool, een sportschool, en een appartementencomplex van 30 appartementen, echt stedelijk gebied, en dat passeert allemaal door de grensstraat. Daarachter ligt nog de gehele stad Essen waarbij de Essenseweg de hoofdontsluitingsweg aan de Noordkant voor Essen is. Dit Roosendaals grondgebied is geen buitengebied, ziet er niet uit als buitengebied, ziet er niet uit als een buurtschap, het is verstedelijking. We verzoeken u alsnog dit gebied te benoemen in de omgevingsvisie en daar hoofdlijnen en kaders, of op zijn minst een duiding aan mee te geven in de wijze waarop u het ziet en dat recht doet aan de huidige stand van zaken in dit Roosendaals grondgebied. Beantwoording: De zienswijze komt overeen met de zienswijze van 25. Zie voor de beantwoording zienswijze 25. Conclusie De zienswijze geeft aanleiding om de omgevingsvisie aan te passen. Het grensgebied wordt duidelijker omschreven in de omgevingsvisie.

Zienswijze 30 Naar aanleiding van de Omgevingsvisie “Roosendaal, verbonden stad” wil ik mijn visie geven op pagina 68, dorp “Nispen”. Hierin is aan de Zuidwest zijde van Nispen een zoekgebied aangeduid voor toekomstige woningbouw. Dit vind ik niet terecht en zou liever zien om eerst andere zoekgebieden te onderzoeken. Denk hierbij aan voor-en achterzijde Oostmoer, hier is de ontsluiting van het woonwerkverkeer vele malen gunstiger en wordt de kruising kerkplein ontzien. Verder denk ik aan de linkerzijde Essenseweg binnen de bebouwde kom, Plein Nisipa, Wit-Gele kruisgebouw, de noordzijde van De Lind en de Flamingostraat voor uitbreiding binnen de bebouwde kom. Hierdoor blijft de Essenseweg en Bergsebaan gevrijwaard van bebouwing aan de achterzijde. Beantwoording De gemeente heeft de stadsrandzones rond Roosendaal nadrukkelijk aangewezen als zoekgebied voor mogelijk toekomstige ontwikkelingen. Daarmee laat de raad de hardheid van de stedelijke contour van Roosendaal nadrukkelijk los. De raad heeft echter ook aangegeven dat zij wil

onderzoeken welke uitbreidingsmogelijkheden er zijn voor de dorpen. Vanwege de krapte op de woningmarkt zal de gemeente vooral eerst op zoek gaan naar inbreidingslocaties in Roosendaal zelf, maar zij kan daarnaast ook op zoek gaan naar uitbreidingslocaties bij Roosendaal en de dorpen. Conclusie De zienswijze geeft geen aanleiding om de omgevingsvisie aan te passen.

Zienswijze 31 In de ontwerp omgevingsvisie wordt volop aandacht besteed aan woningbouwontwikkeling in de stad met de realisatie van 2.500-3.000 woningen in de stad en diverse uitbreidingsgebieden/stadsrandzones. Stadsrandzones die ingezet worden voor de opvang van de overloop uit de randstad in hoogwaardige woonmilieu’s. Men doet een oproep om aandacht te schenken aan het wonen in de dorpen, waar we ons thuis voelen, onze wortels hebben de leefbaarheid op peil kunnen houden, in betaalbare woningen voor starters. In het voorontwerp was het zoekgebied voor de uitbreiding van Nispen nog op de visiekaart aangegeven. Nu is de aanduiding op de visiekaart vervallen maar toch ook weer niet, als ik de tekst goed lees. Wat ik begrijp is dat de provincie min of meer leidend is als het gaat om de richting waarop eventuele woningbouwuitbreiding in Nispen plaats mag vinden. Tegelijkertijd geeft u op pagina 68 ook aan dat u met de provincie in overleg wilt gaan over een eventuele verdere verdichting langs de Grensstraat. Het bezwaar richt zich tegen het feit dat alleen het gebied ten zuidwesten van de Essenseweg in beeld is voor woningbouw: -

-

De locatie sluit weliswaar in ruimtelijk opzicht goed aan op de Rozenakker maar is, gelet op de feitelijke situatie nog voor decennia onhaalbaar; Er zijn andere locaties aansluitend aan de bestaande bebouwing van Nispen (noordrand en oostelijk) die net zo goed uit oogpunt van een goede ruimtelijke ordening aanvaardbaar zijn en die wellicht realistischer zijn als het gaat om realisering binnen afzienbare tijd (ik wil u erop wijzen dat de situatie met betrekking tot de aanwezige agrarische bedrijven zoals genoemd op pagina 102 van het OER niet meer actueel is U geeft aan over de Grensstraat in overleg te willen gaan me de provincie: doe dat ook voor alle andere uitbreidingsrichtingen van Nispen; u bent als gemeente zelf toch beter op de hoogte van de lokale situatie en beter in staat om de goede ruimtelijke afweging te maken.

Men pleit voor meerdere locaties in Nispen voor woningbouwuitbreiding in het vizier te houden. Alleen dan kunnen er binnen een realistisch tijdspad betaalbare woningen worden gerealiseerd ( ik ben aangesloten bij B (eh)ouwt Nispense Jongeren. Beantwoording Stadsrandzones De gemeente heeft de stadsrandzones rond Roosendaal nadrukkelijk aangewezen als zoekgebied voor mogelijk toekomstige ontwikkelingen. Daarmee laat de raad de hardheid van de stedelijke contour van Roosendaal nadrukkelijk los. De raad heeft echter ook aangegeven dat zij wil onderzoeken welke uitbreidingsmogelijkheden er zijn voor de dorpen. Vanwege de krapte op de woningmarkt zal de gemeente vooral eerst op zoek gaan naar inbreidingslocaties in Roosendaal zelf, maar zij kan daarnaast ook op zoek gaan naar uitbreidingslocaties bij Roosendaal en de dorpen. Verstedelijking afweegbaar De door de provincie aangewezen gebieden ‘verstedelijking afweegbaar’ zijn opgenomen in een kaartje in de omgevingsvisie. Deze gebieden komen uit de provinciale verordening en zijn dus niet bepaald door de gemeente. De gemeente moet bij realisatie van woningbouw in het door de provincie aangegeven buitengebied altijd onderbouwen of verstedelijking ruimtelijk aanvaardbaar is. Dit geldt ook voor de zoekgebieden die de provincie aangeduid heeft.

Het kan zelfs zijn dat de zoekgebieden die de provincie heeft aangewezen niet ontwikkeld kunnen worden vanwege bijvoorbeeld

milieutechnische belemmeringen. Bovendien is de gemeente niet verplicht om deze locaties te ontwikkelen. Als er vanuit ruimtelijke ordening oogpunt betere ontwikkellocaties zijn, zal de gemeente hierop inzetten. Omdat de provincie de lokale situatie minder goed kent dan de gemeente zelf, heeft de provincie besloten bij de inwerkingtreding van de Omgevingswet de gebieden ‘verstedelijking afweegbaar’ uit haar provinciale verordening te schrappen en het bepalen van deze locaties aan de gemeente over te laten. Om deze reden is besloten de zoekgebieden ‘verstedelijking afweegbaar’ niet meer op te nemen in de omgevingsvisie. Tenslotte zullen deze komen te vervallen. De gemeente zal de zoeklocaties voor ‘verstedelijking afweegbaar’ dus opnieuw tegen het licht moeten houden. Of de zoekgebieden van de provincie, na het schrappen van deze gebieden, nog worden overgenomen, moet dus nog bepaald worden. Essenseweg De functies en het beeld van de Essenseweg in zuidelijke richting is divers. De Essenseweg kenmerkt zich door een aantal bedrijfsbestemmingen, agrarische bestemmingen, een horeca bestemming en woonbestemmingen. Ook de maat en schaal van de bebouwing varieert. Deze afwisseling maakt dat de Essenseweg veel kan verdragen, zonder dat het karakter van deze weg verandert. De Essenseweg valt deels in de kom van Nispen als ook in het buitengebied.

Ten zuiden van Essenseweg 60 begint het landelijk gebied. Richting de grens met België verdicht het lint zich weer met meer woningbouw. De Essenseweg stopt, net als de Kloosterweg en de Hollands Diepstraat, bij de Grensstraat. Het noordelijk deel van de Grensstraat is Nederlands grondgebied, het zuidelijk deel van de Grensstraat ligt in Essen (België). Het noordelijk deel wordt in de provinciale verordening aangeduid als landelijk gebied, terwijl het zuidelijke deel duidelijk onderdeel uitmaakt van het stedelijk gebied van Essen (België). Dit is een bijzondere situatie. De gemeente Roosendaal wil de Essenseweg niet verder verdichten en voorkomen dat Nispen en Essen aan elkaar groeien. Aan het einde van de Essenseweg en de Kloosterstraat is er weer sprake van lintbebouwing met woningen. Ook verdichting aan de noordkant van de Grensstraat wordt op dit moment niet voorzien, omdat de noordkant van deze straat duidelijk deel uitmaakt van het landelijk gebied in Nederland. Deze straat vormt niet alleen de grens tussen Nederland en België, maar ook tussen het Nederlandse landelijk gebied en het Belgische stedelijk gebied. Lijst actuele agrarische locaties De lijst die gebruikt is voor het opstellen van de aanwezige agrarische locaties komt voort uit de lijst welke is gebruikt voor het ontwerp bestemmingsplan Buitengebied Wouw 2020. Deze lijst is inderdaad niet meer actueel.

Conclusie De zienswijze geeft aanleiding om de omgevingsvisie aan te passen. Het grensgebied wordt duidelijker omschreven in de omgevingsvisie.

Zienswijze 32 Client heeft een eerdere reactie ingediend onder het voorontwerp. Helaas is niet inhoudelijk ingegaan op een deel van hetgeen door client is aangedragen. Mede daarom ziet client zicht genoodzaakt om een zienswijze in te dienen tegen het voorliggende ontwerp. Om de navolgende redenen kan client zich met het ontwerp niet verenigen. Zonder motivering wordt van de kernwaarden van de huidige Structuurvisie afgestapt Client stelt vast dat de ontwerp omgevingsvisie in aanzienlijke mate afwijkt van de fundamentele keuzes die uw raad eerder heeft gemaakt, dat wordt afgeweken van de provinciale omgevingsvisie en dat er (vooralsnog) onvoldoende blijk wordt gegeven van een daadwerkelijke zoektocht en zorgvuldige afweging aangaande zorgvuldig ruimtegebruik. Een inhoudelijke reactie waarin de echte beweegreden van de raad aanleiding is geweest om de eerder gekozen uitgangspunten te herzien blijft uit bij de beantwoording van de inspraakreactie. Enkel wordt aan gegeven dat de omgevingsvisie een

actualisatie en herijking is van het ruimtelijk beleid en dat daarin nieuwe beleidsuitgangspunten mogen worden neergelegd. De ontwikkeling van het gebied Bulkenaar is onvoldoende onderzocht De ontwikkeling van dit gebied ten behoeve van het Bravis ziekenhuis is hoogst onzeker en onvoldoende onderzocht. Hierover heeft client uitvoerig correspondentie met uw gemeente geboerd. Voor de inhoud wordt verwezen naar de reactie op het voorontwerp bestemmingsplan van 10 maart 2021 en naar de zienswijze op het ontwerp bestemmingsplan van 13 augustus 2021. Deze stukken dienen hier als herhaald en ingelast te worden beschouwd. Verwezen wordt naar alternatieve locaties. In ieder geval vraagt cliënt om de komst van het ziekenhuis naar het gebied Bulkenaar niet als een voldongen feit in de omgevingsvisie vast te leggen. Onduidelijk is hoe de gezondheid van omwonenden van het gebied Bulkenaar wordt gewaarborgd De nut en noodzaak van de ontsluiting van de wijk Tolberg richting de A58 is nog onvoldoende onderzocht Client merkt op dat het nut en de noodzaak omtrent de ontsluiting van de wijk via een zuidelijke ontsluitingsweg nog allerminst voldoende is onderzocht. In de planontwikkeling van het ziekenhuis wordt iedere keer betoogd dat de ontwikkeling van het ziekenhuis separaat van de ontsluitingsweg wordt gezien.

Het is bezwaarlijk dat in het ontwerp steeds wordt voorgesorteerd op een dergelijke ontwikkeling en dat deze al wordt gepresenteerd als ware het een gebeurtenis die zeker gaat gebeuren, zonder dat hier een gedegen onderzoek naar is verricht. In de omgevingseffectrapportage (OER) moeten ook de gevolgen van de zuidelijke ontsluitingsweg worden opgenomen Het is van belang om de effecten van de ontsluiting Tolberg mee te wegen in het OER. Client is het er niet mee eens om simpelweg in het OER en de omgevingsvisie de ontsluitingsweg van Tolberg te benoemen zonder de effecten ervan deugdelijk te onderzoeken. Voorts merkt client (nogmaals op dat het onjuist is dat in paragraaf 3.3.2 van de OER het volgende staat vermeld: Voor de Bulkenaar loopt een separaat plan- en besluitvormingstraject, in het kader waarvan een eigen MER wordt opgesteld. Onderdeel van dit MER is ook een studie naar een nieuwe ontsluiting van het gebied richting de A58. De effecten van het nieuwe ziekenhuis, het zorglandschap en de nieuwe ontsluiting maken daarom geen onderdeel uit van dit OER.’ Het ter inzage liggende bestemmingsplan ziet echter enkel op de ontwikkeling van het ziekenhuis, het landschapspark en de verbindingsweg. Client verzoekt u bij het opstellen van de OER de gevolgen van de beoogde ontwikkelingen te onderzoeken waaronder de mogelijke zuidelijke ontsluiting.

U dient daarbij integraal te beoordelen welke mogelijke negatieve gevolgen de in de beoogde omgevingsvisie geplande ontwikkelingen kunnen hebben. Volledigheidshalve wijs ik u er op dat client hier reeds in zijn reactie op de NRD op heeft gewezen. Client vraagt u om de omgevingsvisie niet vast te stellen Hij verzoekt met klem om rekening te houden met vorenstaande punten en de omgevingsvisie overeenkomstig deze zienswijze aan te passen. Beantwoording Structuurvisie Roosendaal 2025 Nogmaals herhalen wij de reactie in het inspraakrapport: de omgevingsvisie is een actualisatie en herijking van het ruimtelijk beleid voor de fysieke leefomgeving aangevuld met overige aspecten uit die leefomgeving. In een herijking kunnen en mogen nieuwe beleidsuitgangspunten gesteld worden door

bij voorbeeld veranderingen in wet- en regelgeving en beleid, voortschrijdende inzichten en veranderingen in maatschappelijke opgaven en ambities. Hierbij kunnen dus ook veranderingen worden meegenomen ten opzichte van de Structuurvisie Roosendaal 2025. Bulkenaar Voor het ontwerpbestemmingsplan Bulkenaar heeft de raad de Gebiedsvisie vastgesteld, het college heeft een ontwerpbestemmingsplan in procedure gebracht en een milieueffectrapportage (MER) opgesteld. Inmiddels is het bestemmingsplan Bulkenaar op 10 februari 2022 vastgesteld. Gezien dit aparte traject, wordt dit in de omgevingsvisie niet nogmaals onderzocht. In de omgevingsvisie wordt de ontwikkeling van een nieuw ziekenhuis in de Bulkenaar gezien als reeds in een ander traject/procedure onderzochte ontwikkeling. Wij gaan daarom niet nader in op de reacties ten aanzien van de ontwikkeling van het bestemmingsplan Bulkenaar. Voor deze ontwikkeling geldt een aparte juridische procedure. Ontsluiting Tolberg In de toekomst zal ook de verbinding met de A58 voor de wijk Tolberg aan de westflank van Roosendaal worden verbeterd. Want ondanks de geografische ligging van de wijk Tolberg in de nabijheid van de A58, is de wijk niet optimaal aangesloten op het rijkswegennet. Ook de ligging tussen de sporen (gelijkvloerse spoorwegovergangen) richting België en Zeeland maakt de ontsluiting van de wijk kwetsbaar.

Deze verbetering is al sinds 2009 een wens van de gemeente en is daarom meegenomen in de gebiedsvisie Bulkenaar. Deze visie is door de raad op 28 mei 2020 vastgesteld en vormt daarmee het beleidskader voor deze nieuwe verbinding. Een nieuwe ontsluiting van Tolberg is reeds in 2009 onderzocht, maar kon toen niet worden gerealiseerd. In 2019 is het onderzoek geactualiseerd voor het planjaar 2030. Hierbij zijn de nieuwe inzichten, zoals de realisatie van een regionaal ziekenhuis op de Bulkenaar ten westen van Tolberg en de verbetering van de ontsluiting van Tolberg meegenomen. Op basis van de bevindingen uit het onderzoek, impact op de omgeving en de ruimtelijke inpassing is gekozen voor de zuidelijke verbindingsweg Tolberg. Het zoekgebied waarbinnen deze zuidelijke verbindingsweg kan worden gerealiseerd is opgenomen in de gebiedsvisie De Bulkenaar (zie bijgevoegd kaartje uit de gebiedsvisie De Bulkenaar). Bewoners van Tolberg krijgen hiermee een alternatieve route richting de A58. Voor de verdere uitwerking van het tracé en de realisatie van de zuidelijke verbindingsweg wordt een aparte planprocedure doorlopen. Conclusie De zienswijze geeft aanleiding om de omgevingsvisie aan te passen. In paragraaf 5.2.2. wordt de tekst aangepast over de ontsluitingsweg Tolberg en kaarten worden toegevoegd met daarin het zoekgebied voor de realisatie zuidelijke verbindingsweg.

Zienswijze 33 Door middel van deze brief willen wij, namens de eigenaresse van perceel Wouw, sectie O nummer 738, onze zienswijze verwoorden. Aanleiding hiervoor is het volgende. Wij hebben op 31 januari 2022 van uw gemeente een brief ontvangen op basis van onze inspraakreactie van 22 juli 2021. Na overleg met een stedenbouwkundig bureau zijn wij tot de conclusie gekomen dat wij onze zienswijze op de omgevingsvisie voor nu slechts beperken tot de vraag of de gemeente bereid zou zijn om (nader in te vullen) lintbebouwing op te nemen tussen de Roosendaalsebaan 27 en 39. Bij deze willen wij u derhalve verzoeken om in uw omgevingsvisie een deel van het perceel Wouw O738 mee te nemen als nader in te vullen woningbouw aan de linten. Binnen afzienbare tijd zullen wij hiertoe een plan indienen. Uw reactie zien wij met belangstelling tegemoet. Beantwoording In de beantwoording op de inspraakreactie hebben wij eerder aangegeven dat de omgevingsvisie een document is op hoofdlijnen. Het verzoek om een deel van het perceel Wouw O738 mee te nemen als nader in te vullen woningbouw aan de linten is een te concreet verzoek voor de omgevingsvisie. Hier zal eerst planologisch moeten worden gekeken of de bestemming woningbouw ruimtelijk inpasbaar is op de betreffende locatie.

Dit moet via een bestemmingsplanprocedure dan wel onder de toekomstige omgevingswet onder een omgevingsplanwijziging nader worden onderzocht.

Tevens dient bij het planologisch onderzoeken van woningbouw de Interim Omgevingsverordening van de provincie te worden nageslagen. In deze Omgevingsverordening zijn zoekgebieden voor toekomstige ontwikkelingen opgenomen. In de omgevingsvisie worden deze zoekgebieden ook benoemd. We hebben de zoeklocaties en zoekrichtingen op enkele plekken geconcentreerd. Rond Wouw ligt het zoekgebied aan de zuidzijde van de kern. De door u genoemde Roosendaalsebaan maakt echter geen onderdeel uit van dit zoekgebied. In de tijd tussen de beantwoording van de inspraakreactie en de beantwoording van uw zienswijze is dit zoekgebied niet gewijzigd. Conclusie De zienswijze geeft geen aanleiding om de omgevingsvisie aan te passen.

Zienswijze 34 SKIN Als Roosendaalse kerken willen we onze zienswijze indienen op het ontwerp omgevingsvisie Roosendaal 'De Verbonden Stad'. Op 11 augustus 2021 hebben wij een overlegreactie ingediend op het voorontwerp omgevingsvisie. Dit betrof de noodzaak om meer ruimte voor religieuze organisaties te creëren in het bestemmingsplan en het voorontwerp omgevingsvisie. Op onze brief hebben we geen inhoudelijke reactie ontvangen, en ook in het nu voorliggende ontwerp omgevingsvisie Roosendaal 'De verbonden stad' wordt helaas nog steeds niets gezegd over religieuze organisaties en hun behoefte aan huisvesting. Uit het document blijkt duidelijk dat de gemeente Roosendaal een verbindende stad wil zijn en dat u heel goed inzet op het sociale vlak en gezondheid. Tegelijkertijd lezen we helaas niets over de plek die kerkgemeenschappen kunnen in nemen in deze verbinding. Dat geldt niet alleen voor christelijke gelovigen, maar over de gehele bandbreedte van religieuze gemeenschappen. Geloofsgemeenschappen maken onderdeel uit van de Roosendaalse gemeenschap en het culturele en sociale leven van Roosendaal. Ze zijn belangrijk in het wel zijn en de beleef wereld van inwoners van Roosendaal. Er is voldoende onderzoek dat dit aantoont.

Omdat er in Roosendaal steeds minder vierkante meter met bestemming religieus beschikbaar is voor kerken, kunnen nieuwe kerken nauwelijks meer terecht, en daar hebben met name hun maatschappelijk relevante activiteiten ernstig onder te lijden. Zoals we ook in onze vorige brief beschreven, organiseren kerken in Roosendaal velerlei activiteiten voor kinderen, jeugd, alleenstaanden, gezinnen en ouderen. Denk aan ontmoetings- en inspiratiemomenten, kinderactiviteiten, jongerenwerkendiaconie. Hiermee werken kerken mee aan het preventiebeleid (veiligheid) en leveren ze een positieve bijdrage aan de armoede problematiek en eenzaamheid en versterken ze hiermee het voorliggend veld in onze stad. Kerken zijn netwerken van betrokken mensen die midden in de samenleving en onze stad staan. Inclusiviteit en verbinding zijn kern begrippen in de omgevingsvisie. Inclusiviteit betekent dat er ruimte moet zijn voor iedereen, en dat betekent ook voldoende ruimte voor geloofsgemeenschappen om samen te komen en hun religieuze maar ook maatschappelijke functie te kunnen uitoefenen. In onze ogen is het een maatschappelijke taak van de gemeente om hier ook ruimte voor te laten en liever nog actief ruimte voor te bieden. Beantwoording De zienswijze komt grotendeels overeen met de inspraakreactie op de voorontwerp omgevingsvisie.

Wij herhalen daarom voor een deel onze eerdere beantwoording uit het inspraakrapport. Wij begrijpen het belang van huisvesting van de kerkelijke organisaties. Voor bijna iedere activiteit waaraan behoefte is, dient in principe onder voorwaarden ruimte te zijn. Welke gebieden, panden, percelen daarvoor in aanmerking kunnen komen, geschiedt op basis van een afweging van locatie specifieke aspecten en andere relevante belangen. Er is een kerkenvisie in voorbereiding, waarin ook aandacht besteed wordt aan de huisvestingsbehoeften van religieuze organisaties en genootschappen. De omgevingsvisie is echter een document op een abstracter niveau dan een bestemmingsplan dan wel het toekomstig omgevingsplan. Dit betekent dat de functies voor maatschappelijk en religie hierin niet worden vastgelegd. De maatschappelijke functies zijn in de vigerende bestemmingsplannen opgenomen. Wanneer een verzoek wordt ingediend om op een bepaalde locatie religieuze activiteiten te mogen ontplooien, dan wordt dit verzoek beoordeeld vanuit de vraag of de betreffende locatie daarvoor gelet op omgevingsfactoren geschikt is (dit is een ruimtelijke afweging).

Wij zullen uiteraard zo goed mogelijk waar nodig bij aanvragen voor wijziging van bestemmingsplannen (toekomstig omgevingsplan) faciliteren. Conclusie De zienswijze geeft geen aanleiding om de omgevingsvisie aan te passen.

Zienswijze 35 (Heemkundekring de Heerlijckheijd Nispen) Onze vereniging Heemkundekring, de Heerlijckheijd Nispen maakt zich al meer dan 30 jaar sterk voor het onderzoeken, beschermen en promoten van het Nispens cultuur-historisch erfgoed. Vanuit onze doelstelling hebben we een inspraakreactie gegeven op de voorontwerp omgevingsvisie. Een aantal van de opmerkingen zijn verwerkt in de ontwerp omgevingsvisie. Daarvoor zijn wij zeer erkentelijk. Toch zijn er nog enkele opmerkingen over de ontwerp omgevingsvisie: Pagina 15: De restanten van ‘kasteel’ Moerendaal worden niet expliciet benoemd bij de beschrijving van Nispen. Bij Wouw worden de restanten van het kasteel wel vermeld. Op kaart 4.8 staat het perceel, waarin restanten van Moerendaal zich bevinden, wel aangeduid als archeologisch monument. Pagina 37 Opgave: beschermen en zichtbaar maken cultuurhistorisch erfgoed De bijbehorende omschrijving verwijst naar het kasteel van Wouw. Op kaart 4.8 (Cultuurhistorie) staat ook de locatie Moerendaal aangeduid als archeologisch monument. Bij onze vereniging bestaan echter zorgen over de toestand van de relicten van het archeologisch monument Moerendaal. Deze zijn aangekaart bij Waterschap Brabantse Delta, de eigenaar van de grond, maar tot op heden is er door het Waterschap geen actie ondernomen.

Monumentale bomen Op kaart 4.7 (historische groenstructuren) staan onder andere monumentale bomen aangegeven. De Julianalinde (hoek Dorpsstraat-De Lind) is daarbij herkenbaar. In de dorpskern staan nog twee aanduidingen van monumentale bomen. Een daarvan zal waarschijnlijk de lindeboom op het schoolplein van basisschool De Linde in de Dorpsstraat zijn. Welke de andere is, is niet duidelijk (mogelijk de rodenbeuk bij de R.K. begraafplaats?). Op de kaart ontbreken de Beatrixlinde (hoek bergsebaan en Klokbergsestraat). Tevens staan de Amalialinde (Patrijsstraat) en de Koningslinde (Oostmoer) er niet op. Buiten de bebouwde kom staan ook nog twee bomen bij Eerenburg en een boom in het Everlandwegje als monumentaal aangeduid. Het is voor ons niet helder om welke bomen dit gaat. Wij hopen dat u bovenstaande reactie gaat verwerken in de omgevingsvisie. Beantwoording De restanten van kasteel Moerendaal worden naar aanleiding van de zienswijze aangegeven in de tekst van de omgevingsvisie. Bomen worden niet specifiek opgenomen in de omgevingsvisie. Voor monumentale bomen geldt dat deze in het bestemmingsplan dan wel in het toekomstige omgevingsplan worden opgenomen. Conclusie De zienswijze geeft aanleiding om de omgevingsvisie aan te passen. De restanten van kasteel Moerendaal worden in de tekst in de omgevingsvisie aangegeven.

Zienswijze 36 (TENNET) Binnen de gemeente Roosendaal bevinden zich diverse hoogspanningsverbindingen en hoogspanningsstations (110 KV en hoger) die onderdeel uitmaken van het landelijk hoogspanningsnet en die in beheer en eigendom zijn van TenneT. Men verzoekt de gemeente om op passende wijze rekening te (blijven) houden met de aanwezigheid van deze bestaande vitale infrastructuur binnen uw gemeente en eventuele doorwerking naar een bestemmingsplan/omgevingsplan.

Door de aanwezigheid van de verschillende hoogspanningsverbindingen en/of hoogspanningsstations vormt Tennet namelijk een van de ruimtevragers en belanghebbenden binnen de gemeente Roosendaal. Deze bestaande assets wensen wij op een juiste manier planologisch te borgen en te behouden ten behoeve van de leveringszekerheid. Deze ruimtelijke functie is niet door vertaald op de verbeelding van de Omgevingsvisie. Met name bij de relatief grootschalige hoogspanningsinfrastructuur kan het waardevol zijn het bestaande en eventuele toekomstige ruimtebeslag op te nemen. Tennet verzoekt om toevoeging van deze functie op de verbeelding te overwegen, zodat een zorgvuldige belangenafweging kan worden gemaakt. Men wil aandacht vragen voor de volgende ontwikkelingen die plaatsvinden ter plaatse of in de nabijheid van bestaande verbindingen of in de nabijheid van hoogspanningsstations. Bij de vormgeving van deze ontwikkelingen dient rekening te worden gehouden met de bestaande hoogspanningsinfrastructuur. 1. In hoofdstuk 4.2 is te lezen dat nieuwe ontwikkelingen op het gebeid van energie een groot effect hebben op de ruimte. Aan de westkant van Roosendaal, ten westen van de A58, vindt op dit moment een energie-ontwikkeling plaats door de realisatie van een 380 kv verbinding Zuidwest-Oost. Hiervoor ligt inmiddels een inpassingsplan ter inzage. Deze ontwikkeling missen we in de omgevingsvisie.

Wel wordt aangegeven dat er ruimte rondom het bestaande hoogspanningsstation wordt voor toekomstige uitbreidingen. We verzoeken om het tracé zoals opgenomen in het Inpassingsplan voor de toekomstige 380 KV ook mee te nemen in de omgevingsvisie. 2. Onder 4.3.3 wordt gesproken over de doelstellingen m.b.t. duurzaam opwekken van energie. Tot 2030 worden er geen extra windturbines gerealiseerd, maar de mogelijkheid van kleine windturbines wordt onderzocht op boerenerven. Voor het toestaan van deze windturbines moet rekening gehouden worden met de bovengrondse en ondergrondse infrastructuur. Verzocht om hiervoor regels op te nemen in het beleidsdocument of in de regels van een bestemmingsplan. 3. Op pagina 42 staan overwegingen te lezen die uit de Warmtetransitievisie komen. De hier genoemde buisleidingenstraat kan een belangrijke rol spelen. De buisleidingenstraat is niet zonder meer geschikt voor hoogspanningskabels in combinatie met de leidingen die hier worden aangegeven. Hierin speelt technisch veiligheidsaspect en interferentie een belangrijke rol en daarnaast de bereikbaarheid en een goede borging van de kabels. Om die reden kunnen wij niet in een buisleidingenstraat liggen. Men verzoekt om hierbij vroegtijdig afstemming te zoeken met TenneT over de mogelijkheden hiervan.

De buisleidingenstraat is wel opgenomen op de visiekaart, maar de daar eveneens aanwezige hoogspanningsverbindingen niet. Een bovengrondse verbinding heeft meer ruimte nodig dan een ondergrondse. Het lijkt ons van belang om in voldoende mate rekening hiermee te houden en door deze ruimte op te nemen op de visiekaart. 4. Op de visiekaart staat eveneens een uitbreiding natuur rondom NNN aan de westkant van de gemeentegrens. Hier bevindt zich de bestaande 380 kV hoogspanningsverbinding Geertruidenberg- Rilland. Zoals door ons beoordeeld zal de hoogspanningsverbinding binnen de uitbreiding vallen. Hierdoor wordt het onderhoud van de verbinding belemmerd. Zie voor meer uitleg de bijlage. 5. Onder 5.3.1 noordoost lezen we dat dit gebied als strategische locatie ook een (sub) regionale rol zal gaan vervullen door ontwikkeling van functies als bedrijventerrein, waterberging en elektriciteitsinfrastructuur zoveel mogelijk te combineren. We verzoeken bij de ontwikkeling van dit gebied zoveel mogelijk te combineren. Tevens verzoeken we zo vroeg mogelijk betrokken te worden, zodat we tijdig aan kunnen geven wat wel of niet mogelijk is vanuit leveringszekerheid en veiligheid en zodoende de knelpunten vroegtijdig aan te kunnen geven.

Toegevoegde bijlage In de toegevoegde bijlage staan situaties aangegeven die de leveringszekerheid en veiligheid (nadelig) van bestaande infra kunnen beïnvloeden en daardoor uitval kunnen veroorzaken. Bij deze het verzoek om ontwikkelingen die mogelijk de betrouwbaarheid en veiligheid van het functioneren kunnen schaden, vooraf af te stemmen met TenneT en pas toe te staan na een

positief verkregen advies van TenneT. Eveneens verzoeken we om de toe te passen werkwijze (bijvoorbeeld voor kleinschalige windturbines, BRZO bedrijven) op te nemen in uw handboek. Beantwoording De bestaande hoogspanningsleidingen zijn als ruimtelijke functie niet door vertaald op de figuren/kaarten van de Omgevingsvisie. Met name bij de relatief grootschalige hoogspanningsinfrastructuur kan het waardevol zijn het bestaande en eventuele toekomstige ruimtebeslag op te nemen. Tennet verzoekt om toevoeging van deze functie op de verbeelding te overwegen, zodat een zorgvuldige belangenafweging kan worden gemaakt. Wij kunnen instemmen met het opnemen van de bestaande hoogspanningsleidingen in figuur 4.11 van de omgevingsvisie. Ad1 De 380 KV hoogspanningsleiding wordt nog niet opgenomen in de omgevingsvisie. De 380 KV hoogspanningsleiding is opgenomen in een ontwerp provinciaal inpassingsplan: ‘Zuid-West 380 KV West’. Wanneer de 380 KV wordt opgenomen in een onherroepelijk provinciaal inpassingsplan dan kan de 380 KV hoogspanningsleiding bij de actualisatie van de omgevingsvisie worden door vertaald in de kaarten. Ad2 Bij verdere uitwerking van plannen/omgevingsvergunningen zal altijd voldaan moeten worden aan een goede ruimtelijke ordening dan wel aan een evenwichtige toedeling van functies onder de toekomstige Omgevingswet.

Voor de onderbouwing van de goede ruimtelijke ordening worden onderzoeken geleverd. Onder andere aan het aspect externe veiligheid moet worden voldaan voor een goede ruimtelijke ordening/evenwichtige toedeling van functies. Wij zoeken uiteraard afstemming met TenneT bij ruimtelijke procedures die van invloed kunnen zijn op de hoogspanningsleidingen. Ad3 Wij zoeken in een vroeg stadium afstemming met elkaar. Zoals blijkt uit de vorige beantwoording moet bij nieuwe ontwikkelingen voldaan worden aan een goede ruimtelijke ordening/evenwichtige toedeling van functies. Voorts hebben wij aangegeven de bestaande hoogspanningsleidingen op te nemen in de omgevingsvisie. Ad4 Mocht sprake zijn van uitbreiding van NNN binnen het gebied van de 380 KV hoogspanningsleidingen dan moet hiervoor afstemming gezocht worden met de provincie, de gemeente en andere belanghebbenden. Ad5 Uiteraard zullen we TenneT in een zo vroeg mogelijk stadium betrekken om zoveel mogelijk te kunnen combineren en vroegtijdig te weten wat de mogelijkheid is vanuit leveringszekerheid. Conclusie De zienswijze geeft aanleiding om de omgevingsvisie aan te passen. De bestaande hoogspanningsleidingen worden in figuur 4.11 van de omgevingsvisie aangegeven.

Zienswijze 37 Natuurlijk betrokken Tolberg is een stichting waarvan de deelnemers woonachtig zijn in de uiterste zuidwesthoek van Tolberg. De bewoners voelen zich nauw betrokken bij hun direct woonomgeving en het aan de wijk aansluitende buitengebied. De zienswijze richt zich op de voorgestane ontwikkeling/verandering in het deelgebied Zuidwest binnen Roosendaal (gebied omsloten door de snelweg A58 aan de noord- en westzijde en de spoorlijn naar Bergen op Zoom aan de zuid- en oostzijde. Men is van mening dat het nieuwe Bravis ziekenhuis gevestigd kan worden op de locatie van het huidige ziekenhuis. Voorts is men van mening dat de gebiedsvisie de Bulkenaar en bestemmingsplan De Bulkenaar niet enkel en alleen als een gegeven in de omgevingsvisie kunnen worden opgenomen. Een nadere motivatie/ visie in de omgevingsvisie is nodig over de ontwikkeling in dit gebied. Dat is zeker het geval aangezien het nieuwe ziekenhuis en de daarbij behorende zorg gerelateerde voorzieningen als katalysator zouden gaan werken.

Doordat de omgevingsvisie Roosendaal en bestemmingsplan Bulkenaar ongeveer gelijktijdig zou zijn opgesteld, zou dit incidentenplanologie zijn. De volgorde is onverstandig omdat er diverse manco’s ontstaan. Zo is bijvoorbeeld niet onderzocht of de bestaande ziekenhuislocatie en directe omgeving geschikt zijn te maken voor het nieuwe regionale ziekenhuis. Gebiedsvisie de Bulkenaar en bestemmingsplan de Bulkenaar De ruim 30 ha gebied met de bestemming Groen-landschapspark wordt niet gemotiveerd qua omvang. Waarom is dat dan toch zo gedaan? Dit dient gemotiveerd te worden en in de omgevingsvisie dient ingegaan te worden op de verwachting dat het nieuwe ziekenhuis een katalysator kan zijn voor de verdere ontwikkelingen in dit gebied. Voorts wordt in de zienswijze redenen aangedragen om het ziekenhuis op de bestaande situatie te ontwikkelen. Ook qua ontsluiting zou dit geen problemen moeten opleveren. Evenals het woongebied Weihoek als de voorgestane woningbouwlocatie binnen het gebied zuidwest zijn gebaat bij verbeterde ontsluiting op het snelwegennet. Dit hoort dan ook als zodanig in de omgevingsvisie Roosendaal ‘De verbonden stad’ te worden opgenomen. Beantwoording Bulkenaar Voor het ontwerpbestemmingsplan Bulkenaar heeft de raad de Gebiedsvisie vastgesteld, het college heeft een ontwerpbestemmingsplan in procedure gebracht en een milieueffectrapportage (MER) opgesteld.

Inmiddels is het bestemmingsplan Bulkenaar op 10 februari 2022 door de raad vastgesteld. Vanwege het feit dat voor deze ontwikkeling een aparte ruimtelijke procedure wordt doorlopen, wordt dit in de omgevingsvisie niet nogmaals onderzocht. In de omgevingsvisie wordt de ontwikkeling van een nieuw ziekenhuis in de Bulkenaar gezien als een ontwikkeling waarvoor reeds een aparte ruimtelijke procedure wordt doorlopen. Wij gaan daarom niet nader in op de reacties ten aanzien van de ontwikkeling van het bestemmingsplan Bulkenaar. Voor deze ontwikkeling geldt een aparte juridische procedure. Ontsluiting Tolberg In de toekomst zal ook de verbinding met de A58 voor de wijk Tolberg aan de westflank van Roosendaal worden verbeterd. Want ondanks de geografische ligging van de wijk Tolberg in de nabijheid van de A58, is de wijk niet optimaal aangesloten op het rijkswegennet. Ook de ligging tussen de sporen (gelijkvloerse spoorwegovergangen) richting België en Zeeland maakt de ontsluiting van de wijk kwetsbaar. Deze verbetering is al sinds 2009 een wens van de gemeente en is daarom meegenomen in de gebiedsvisie Bulkenaar. Deze visie is door de raad op 28 mei 2020 vastgesteld en vormt daarmee het beleidskader voor deze nieuwe verbinding. Een nieuwe ontsluiting van Tolberg is reeds in 2009 onderzocht, maar kon toen niet worden gerealiseerd.

In 2019 is het onderzoek geactualiseerd voor het planjaar 2030. Hierbij zijn de nieuwe inzichten, zoals de realisatie van een regionaal ziekenhuis op de Bulkenaar ten westen van Tolberg en de verbetering van de ontsluiting van Tolberg meegenomen. Op basis van de bevindingen uit het onderzoek, impact op de omgeving en de ruimtelijke inpassing is gekozen voor de zuidelijke verbindingsweg Tolberg. Het zoekgebied waarbinnen deze zuidelijke verbindingsweg kan worden gerealiseerd is opgenomen in de gebiedsvisie De Bulkenaar (zie bijgevoegd kaartje uit de gebiedsvisie De Bulkenaar). Bewoners van Tolberg krijgen hiermee een alternatieve route richting de A58. Voor de verdere uitwerking van het tracé en de realisatie van de zuidelijke verbindingsweg wordt een aparte planprocedure doorlopen. Conclusie De zienswijze geeft aanleiding om de omgevingsvisie aan te passen. In paragraaf 5.2.2 Gebiedsvisie Bulkenaar zal de tekst worden aangepast over specifiek de ontsluitingsweg Tolberg en een kaart zal worden opgenomen met daarin het zoekgebied waarbinnen de zuidelijke verbindingsweg kan worden gerealiseerd.

Zienswijze 38 Algemeen bezwaar De omgevingsvisie is heel negatief voor de hele land- en tuinbouw. Het is droevig zoals er met het grondgebied wordt omgegaan. Het is stuitend dat de gemeente denkt dat er buiten de stadsgrenzen alles maar moet kunnen, en dat daarbij de landbouw zich maar moet schikken. Conclusies waar men het niet mee eens is 1. p. 18 de sector kampt met milieuproblemen en onvoldoende toekomstperspectief, en alternatieven worden nog te weinig opgepakt.’ Waar komt deze conclusie vandaan? Dit is stigmatiserend en vooral bezijden de waarheid. Sinds de jaren 90 zijn de milieubelastingen fors afgenomen; Bv. Ammoniak-reductie 65% uitspoeling naar oppervlaktewater 2. citaat: én alternatieven worden te weinig opgepakt’ Wat wordt daarmee bedoeld/ er zijn- ook in Roosendaal-agrarische ondernemers die verbreden en bijv. hun producten rechtstreeks aan de consumenten verkopen (korte keten). Maar dat kun je niet afdwingen. Ook voor alternatieven moet een markt zijn, dat kun je van bovenaf niet regelen. Ook is er regelgeving waaraan voldaan moet worden en deze is soms ook ingewikkeld en in strijd met elkaar. 3. Citaat: ‘geen toekomstperspectief’ In de gemeente Roosendaal heeft het merendeel van de nu aanwezige agrarische bedrijven een opvolger, hetzij in familieverband, hetzij erbuiten, dus ook die conclusie is onjuist.

De agrarische functie van gebouwen kan eindigen, nergens in Roosendaal liggen er agrarische gronden ongebruikt. Bezwaar: Er wordt in de visie een opdeling gemaakt van gebieden waarvoor gekozen wordt, wat voor landbouw daar wenselijk zou zijn. Dit is achter een bureau verzonnen en gaat voorbij aan het feit waarom het nu zo is. Dat de gemeente gaat regisseren ‘wat’ waar komt is een totaal verkeerde weg. p. 21 geopolitiek, over de voedselproductie De landbouw wordt in het buitengebied een soort van ‘Gast’ en moeten wij ruimte bieden aan andere doelstellingen. Dit zijn conflicterende ontwikkelingen. Door de toevoeging van extra woningen aan het buitengebied worden agrarische bedrijven op termijn op slot gezet. Ook van de toevoeging van natuurgebieden gaat op termijn een beperkende werking uit. Gepleit wordt om de keuze wordt gemaakt voor een buitengebied waar landbouw op nummer 1 staat en de andere ontwikkelingen ondergeschikt aan zijn. Eigen situatie in relatie tot de omgevingsvisie Ik heb een varkenshouderij in Nispen en als ik lees in de visie dat daar geen ruimte voor is, krijg ik het wel benauwd. Enkele argumenten om te behouden: -het varken is het kringloopdier van de landbouw - door stal en voeraanpassingen, groen-labelsystemen en in de nabije toekomst stalaanpassingen voor een nog verdere ammoniakreductie zijn wij de schoonste sector in de veehouderij.

- de mest van mijn varkens gaat naar akkerbouwers in de gemeente Roosendaal. Het bestaande gebruik in het buitengebied mis ik totaal in deze visie. Bestaand gebruik houdt ook in dat mijn bedrijf mee kan laten ontwikkelen om te voldoen aan de eisen die aan mijn bedrijf en product gesteld worden, om er ook in de toekomst een inkomen uit te halen en om mijn bedrijf weer door te geven aan een volgende generatie. Schade

Ook mis ik in het plan ruimte voor compensatie. M.a.w. als mijn bedrijf door het veranderen van de ruimtelijke functie’ op slot komt te zitten of anderszins beperkt wordt, moet daar compensatie voor zijn. In de besluitvorming zal planschade meegenomen moeten worden. Beantwoording Algemene reactie: De gemeente is zich bewust dat de landbouwsector moet voldoen aan veel regelgeving vanuit de Europese Unie en wet- en regelgeving vanuit Nederland. Wij realiseren ons terdege dat de transitie al jarenlang plaats vindt in de landbouwsector en dat er veel goede initiatieven ontplooid worden om te voldoen aan de huidige regelgeving. De omgevingsvisie is niet belerend bedoeld naar de landbouwsector. Het is een gezamenlijke opgave. Recent is er een belangrijk aandachtspunt/uitgangspunt bij gekomen: Het door het kabinet naar aanleiding van de stikstofproblematiek aangekondigde Nationaal Programma Landelijk Gebied (hierna: NPLG), zoals verwoord in de 10 juni jl. gepresenteerde startnotitie. Hierin wordt een landelijke visie aangekondigd op de toekomst van het buitengebied. Dit leidt tot grote opgaven voor en veranderingen in het landelijk gebied: klimaatneutraal maken, kwaliteit van de natuur verbeteren, het watersysteem robuuster en gezonder maken.

Europese verplichtingen, het creëren van ruimte voor duurzame (agro-) economische en maatschappelijke ontwikkelingen en de ontwikkeling van een toekomstbestendige landbouw leiden ertoe dat het wateren bodemsysteem sturend wordt voor het landgebruik in het landelijk gebied. Dit vanwege Europese verplichtingen ten aanzien van natuur-, water- en klimaatdoelstellingen en het ruimte willen blijven creëren voor duurzame economische en maatschappelijke ontwikkelingen. Dit wel in samenhang met een toekomst-bestendige ontwikkeling van de landbouw. De ontwikkeling van landbouwbedrijven kan in de optiek van het NPLG gericht zijn op innovatie, extensivering, omschakelen naar nieuwe vormen van landbouw, verbreding van de bedrijfsvoering of combinaties hiervan en verplaatsing of beëindiging van bedrijven. In het NPLG legt het rijk structurerende, richtinggevende keuzes en (regionale) doelen vast als basis voor integrale provinciale programma’s. De gemeente wil graag samen met de belanghebbenden om tafel met de provincie om invulling te geven aan een gebiedsprogramma. Het Rijk wil dat dit uiterlijk juli 2023 wordt opgesteld.

Het gebiedsprogramma biedt dan een belangrijke richtinggevende basis voor de verdere uitwerking van een visie op het buitengebied van Roosendaal.” De gemeente wil hiermee aangeven dat er belangrijke aandachtspunten en opgaven liggen in verschillende gebieden in Roosendaal. Hiermee wordt de problematiek waarmee de landbouwsector onder andere kampt mee bloot gelegd. Als gemeente is het belangrijk om de verschillende opgaven die er liggen op het netvlies te hebben en daarmee de samenwerking te kunnen opzoeken met de landbouwsector. Algemeen gesteld is het Vitaal Platteland het deelgebied met conflicterende belangen en daarmee de belangrijkste aandachtspunten voor het vervolg van de visie- en plan/besluitvorming. Roosendaal zet in de omgevingsvisie voor het buitengebied in op een duurzame ontwikkeling van verwevenheid aan functies en opgaven, waarbij het behoud van duurzaam vruchtbare bodems, biodiversiteit en een goede balans tussen natuur en milieu, economie en mens voorop staat, en waarbij geen afwenteling van milieuproblemen naar de toekomst optreedt. Roosendaal wil op zoek naar een nieuw evenwicht tussen het beschermen van een veilige, gezonde, natuurrijke en rustige leefomgeving en het optimaal benutten en ontwikkelen van het buitengebied voor verschillende functies.

Behoud van de vitale duurzame agrarische sector en ruimte bieden aan innovaties die leiden tot een duurzame en rendabele landbouw, bij voorkeur circulaire en/of natuurvriendelijke landbouw. Ruimte voor verbrede landbouw en nevenactiviteiten. Ruimte voor hergebruik van vrijkomende agrarische bebouwing. Rekening houdend met het herstel van ecosystemen, verbetering van de kwaliteit van de bodem en het watersysteem, klimaatadaptie, milieu, dierenwelzijn, gezondheid en behoud en versterking van natuur en landschap. Dit in balans met economisch perspectief Ruimte voor nieuwe functies als (kleinschalig) wonen in de dorpen, linten en buitenhoven Behoud en versterking van de landschappelijke cultuurhistorische identiteit en verscheidenheid. Versterking van de relaties met het stedelijk gebied, het buitengebied zou toegankelijker moeten zijn.

Behoud en versterken van ecologische- en waterstructuur en de biodiversiteit Enerzijds wateroverlast tegengaan, anderzijds water vasthouden voor tijden van droogte. De lat ligt daarmee in het buitengebied hoog. De weg ernaartoe ligt nog niet vast en is daarmee aandachtspunt voor uitwerking van de visie. De ambities voor het buitengebied gaan deels samen: een ontwikkeling naar een meer circulaire en natuurvriendelijke landbouw geeft ruimte voor water, groen/natuur en leidt tot vermindering van hinder op de omgeving. Behoud en versterking van landschap gaat goed samen met meer ruimte voor water en groen/natuur en draagt bij aan de recreatieve kwaliteit van het buitengebied. Maar er zijn ook spanningsvelden tussen ambities. Vitale landbouw vraagt momenteel nog steeds om schaalvergroting, wat ten koste kan gaan van ambities op het gebied van landschap en leefbaarheid. Zo is er vanuit de tuinbouw- en kwekerijsector behoefte aan meer ruimte voor teeltondersteunende voorzieningen (groter en voor langere perioden). Dit kan ten koste gaan van landschappelijke waarden, natuur en water. De grootste uitdaging in het buitengebied is hoe de ambities gecombineerd kunnen worden met de aandachtspunten. Dit vraagt afstemming met alle betrokkenen en om een goede uitwerking van een toekomstige visie voor het buitengebied. 2.Bezwaren per pagina 1 en 2 p. 18 alternatieven worden te weinig opgepakt.

De term ‘alternatieven’ wordt geschrapt omdat we eerst met de landbouwsector om tafel willen om de visie op dit thema verder uit te werken en te bekijken wat de mogelijkheden zijn voor de ontwikkeling naar een meer circulaire en natuurvriendelijke landbouw Citaat geen toekomstperspectief. Zie de beantwoording onder de algemene reactie. p. 21 voedselbehoefte en trends en ontwikkelingen Deze tekst gaat om mogelijke ontwikkelingen en er worden voorbeelden gegeven. Ook hier geldt dat dit niet uitputtend is bedoeld en uiteindelijk verdere uitwerking en verdieping benodigd is om deze ontwikkelingen beter te kunnen duiden.

Potentiële conflictsituaties Er is een aparte ruimtelijke procedure nodig voor de wijziging van een bestemming voor natuur, buitenhoven, woon- zorg en recreatieve functies die nu volgens het geldende bestemmingsplan niet zijn toegestaan. Bij de beoordeling van deze plannen dient sprake te zijn een goede ruimtelijke ordening. De (wettelijke) conflictsituaties moeten dus eerst opgelost worden, voordat een ruimtelijke procedure gestart kan worden. Voordat de gemeente een ruimtelijke procedure start, wordt in overleg getreden met alle belanghebbenden. Daarbij is het uitgangspunt om oplossingen te zoeken om gewenste ontwikkelingen mogelijk te maken, waarmee alle belanghebbenden akkoord kunnen gaan. Toch zal de gemeente soms, na afweging van alle belangen, keuzes moeten maken waarmee niet iedereen het eens is. Conclusie De zienswijze geeft aanleiding om de omgevingsvisie aan te passen. De term ‘alternatieven’ wordt geschrapt omdat we eerst met de landbouwsector om tafel willen om de visie op dit thema verder uit te werken en te bekijken wat de mogelijkheden zijn voor de ontwikkeling naar een meer circulaire en natuurvriendelijke landbouw

Zienswijze 39 Er wordt onderscheid gemaakt tussen noordelijk en zuidelijk Roosendaal en dan met name het buitengebied. Laat de ondernemers zelf de keuze maken hoe ze het doen. En meer natuur terwijl de gebieden nu al niet onderhouden kunnen worden.

Beantwoording In de omgevingsvisie is aangegeven dat voor het buitengebied het een belangrijke opgave is om zowel agrarische, recreatieve als natuurlijke dynamiek te faciliteren. Zo zien we ruimte voor verdere ontwikkeling van intensieve agrarische bedrijven met name in het noordelijk deel van het buitengebied (grotendeels ten noorden van de A58, plus een deel zeekleigebied tussen Wouw en Wouwse Plantage ten zuiden van de snelweg) , en een combinatie van natuur, verdere verduurzaming en duurzame landbouw en recreatie in gebieden als Brabantse Wal en Visdonk. In het buitengebied wordt gestreefd naar zorgvuldig ruimtegebruik. Ontwikkelruimte moet planologisch passen en ook ‘verdiend’ worden. Per saldo zal er in alle gevallen sprake moeten zijn van een landschappelijke kwaliteitsverbetering van het buitengebied. Met deze passage uit de omgevingsvisie wordt niet uitgesloten dat landbouw en natuur naast elkaar kunnen worden ontwikkeld. Zoals bijvoorbeeld aangegeven de verdere verduurzaming en duurzame landbouw en recreatie in Visdonk. Er wordt daarbij wel degelijk rekening gehouden met het bestaande agrarische gebruik, de agrariërs, en hun bestaande rechten.

Maar wat blijft is dat de constatering dat er aandachtspunten in het buitengebied spelen: aandachtspunten vanuit milieu (bodem- en waterkwaliteit, verdroging, stikstofproblematiek, geur, afname biodiversiteit, maatschappelijke druk op aspecten als stikstof, geur, fijnstof, endotoxines, noodzaak maar moeilijkheden voor schaalvergroting, het ontbreken van opvolging bij een deel van de bedrijven etc.). Tegelijkertijd blijft ook de constatering dat er ruimte nodig is voor maatschappelijke opgaven als klimaatadaptatie, energietransitie, natuuropgave en woningbouw, in de stad zelf, maar ook in het buitengebied. De gemeente wil hiermee aangeven dat er belangrijke aandachtspunten en opgaven liggen in verschillende gebieden in Roosendaal. Hiermee wordt de problematiek waarmee de landbouwsector onder andere kampt mee bloot gelegd. Als gemeente is het belangrijk om de verschillende opgaven die er liggen op het netvlies te hebben en daarmee de samenwerking te kunnen opzoeken met de landbouwsector. De grootste uitdaging in het buitengebied is hoe de ambities gecombineerd kunnen worden met de aandachtspunten. Dit vraagt afstemming met alle betrokkenen en om een goede uitwerking van een toekomstige visie voor het buitengebied. Conclusie De zienswijze geeft geen aanleiding om de omgevingsvisie aan te passen.

Zienswijze 40 De transitie van de agrarische sector. Men heeft met de opstelling van de Landbouwvisie gemeend een goede bijdrage te kunnen leveren aan de totstandkoming van de omgevingsvisie. Men vindt het jammer, dat de landbouwvisie (gelet op de literatuurlijst) geen plaats heeft gekregen in de Omgevingsvisie, enkele uitzonderingen daar gelaten. Men wil nogmaals de aandacht vestigen op de landbouwvisie. Agrariërs hebben een sleutelrol bij het oplossen van grote maatschappelijke vraagstukken; of het nu gaat om voedselveiligheid en zekerheid, leefbaarheid van het platteland, gezondheid of verbetering van milieukwaliteit, klimaat of energie. Het valt of staat ook bij het behoud van een economisch perspectief. Met name de voorstellen voor een extra gebiedsgerichte uitwerking en het toelaten van extra woningen in het buitengebied zorgen ervoor dat er grote zorgen zijn over het perspectief voor de agrarische sector. De huidige Europese, landelijke en provinciale regelgeving legt al voldoende druk op de hiervoor genoemde opgaven en een verdere gemeentelijke verzwaring is niet wenselijk. De prioriteit ligt bij de beschikbaarheid van agrarische gronden voor verdere verduurzaming en extensivering van de bedrijven. Binnen de kaders die al gesteld worden vanuit hogere beldisorganen willen wij zelf voor de bedrijven de juiste en bedrijfseconomische goede keuzes maken voor onze bedrijven.

Bezwaar tegen opgave 2 zoals in de samenvatting weergegeven

In de samenvatting, opgave 2: ‘Inzetten op klimaatmaatregelen en positieve gezondheid’ staat de volgende zin: ‘In het buitengebied kiezen we voor duurzame landbouw en voor meer natuur. Dat werken we de komende jaren samen met belanghebbenden uit, waarbij we ook ruimte willen bieden voor nieuwe verdienmodellen door agrariërs, zodat de rekening van deze omslag niet bij hen wordt gelegd’. De volgende opmerkingen over deze zin: Duurzame landbouw: Dit wordt onderschreven en de ontwikkeling is in gang gezet door onder andere Europees landbouwbeleid, nationaal en provinciaal beleid ; Wat men niet kan onderschrijven is: Dat binnen het grondgebied van de gemeente Roosendaal gebieden worden aangewezen waar agrarische dynamiek niet meer leidend is (zuidelijk zandgebied) de gemeente lijkt hier de keuze voor de ondernemer te willen maken op welke locaties/deelgebieden bewaakte agrarische toekomstperspectieven meer of minder kansrijk zijn; in de visie en in onze ogen zijn er geen argumenten te vinden die deze beperking van de vrij keuze van ondernemers kan motiveren. Dat er zo terughouden wordt geacteerd met betrekking tot teelt ondersteunende voorzieningen; te gemakkelijk wordt deze effectieve manier om teelt te verduurzamen afgeserveerd, maak gebruik van de ruimte die provinciaal wordt geboden en sta toe onder voorwaarden.

Meer natuur: Dat wordt geboden de verduurzaming van de agrarische bedrijven, de gevolgen van landelijke wetgeving zoals 7 e actieprogramma Nitraat , agrarisch natuurbeheer ed. -Waar men niet achter staat is het aanmerken van substantiële hoeveelheid gronden bij Visdonk, Wouwse Plantage en Moerstraten voor uitbreiding Natuurnetwerk Nederland; - het veel verder gaat dan de geijkte opgave voor ecologische verbindingszones. wij hebben hiertegen de volgende bezwaren: -

-

De beschikbaarheid van agrarische gronden is voor ons cruciaal om de doelstellingen van verduurzaming te halen en onze bedrijven economisch overeind te houden; Alleen de aanwijzing al van gronden voor natuur zorgt voor planologische schaduwwerking; De aanwijzing en uitvoering kan directe negatieve gevolge hebben omdat: Het gronden betreft die behoren tot je bedrijf of; omdat de aanwezigheid op lange termijn negatief is voor de vergunning situatie en ontwikkelingsmogelijkheden voor je bedrijf of; Omdat gronden die niet tot je bedrijf behoren maar voor de ontwikkeling op lange termijn nodig zijn voor verduurzaming, niet meer beschikbaar zijn. Uit de reactie van het college op het voorstel Groot Visdonk bleek dat dit soort aanwijzingen vooral ingegeven worden door een financieel motief; vergeten wordt dat dergelijk aanwijzingen op andere manieren een grote (ook financiële) impact hebben op de resterende bedrijven en gronden; Men wijst op de provinciale afspraken over de realisering van NNN en ecologische verbindingszones. Opgeroepen wordt om de energie te richten op de afronding van het huidige vastgestelde en overeengekomen NNN, ook daar ligt nog een opgave;

Samen uitwerken: -

Met onze sector zit uw gemeente aan tafel bij de gebiedsgerichte aanpak voor de Brabantse Wal en de Molenbeek dus steek uw energie in deze 2 gebiedsprocessen; Houdt daarbij de ogen gefocust op de bal te weten de stikstofproblematiek en wateropgave: in onze ervaring

-

leiden een steeds toenemende uitdijende lijst van opgaven en wensen tot een infarct bij dit soort processen. Men ziet geen noodzaak om nog een nadere uitwerking op te gaan stellen voor het geheel zandgebied ten zuiden van de A58; Niet verder gaan dan geijkte opgave voor ecologische verbindingszone Plannen voor buitenhoven, woon- zorg en recreatieve functies is men huiverig vanwege potentiële conflictsituaties.; Verdienmodellen Wat wordt hier onder verstaan? Ga niet over tot aanwijzen van deelgebieden voor stimuleren van agrarische sectoren en afschrijven van het zuidelijk zandgebied; De zinssnede: zodat de rekening van deze omslag niet bij hen wordt gelegd’ lijkt sympathiek maar roept vragen op: wie betaalt er dan de rekening? Is de gemeente partij die ervoor zorgt dat geïnvesteerd wordt in een verdienmodel? De bestemmingsplannen voor buitengebied bieden al verschillende mogelijkheden voor neven- of vervolgactiviteiten, gaat de gemeente deze uitbreiden. Tot slot: het is opmerkelijk dat de raad de meest vergaande gebiedsveranderingen voorstelt voor het noordelijke en zuidelijke agrarische deel van het buitengebied maar dit niet laat terugkomen op de visiekaart. Bezwaren per pagina: p.18 Alternatieven worden nog te weinig opgepakt’.

Welke alternatieven bedoelt u? Waarom bent u van mening dat ze te weinig worden opgepakt? Wat is de reden dat ze niet worden opgepakt? Hebben deze alternatieven geen economisch perspectief? Dit soort uitspraken zonder verdere onderbouwing horen hier niet thuis. Misschien refereert u aan pagina 21 : wij verwijzen naar onze opmerkingen hierover: p. 18 U spreekt over de lage arbeidsparticipatie en het tekort aan medewerkers in een aantal sectoren. U vergeet daarbij de agrarische sector. p. 21 U spreekt over veranderde geopolitiek en een Europa dat belang hecht aan strategische bevoorraden. De voedselproductie dient als eerste levensbehoefte ook in dit overzicht opgenomen te worden. P. 21 Hier wordt een aantal trends en ontwikkelingsmogelijkheden voor de toekomst genoemd die wellicht bedoeld zijn op p. 18? Wij voorzien deze ontwikkelingen van een korte reactie maar willen er toch vooral op wijzen dat het aandeel agrarische bedrijven die zich primair zal richten op de voedselproductie onverminderd hoog zal blijven., dan wel genoemde activiteiten in aansluiting of in combinatie met de primaire (voedsel) productie zullen plaatsvinden.

p.27 Keuze voor de bouw van 2.500 extra woningen voor de opvang van overloop uit de randstad, liefst hoger opgeleid en meer verdienend die in de uitbreidingswijken in de stadsrandzones gaan wonen: wij roepen u op tot een zuinig ruimtegebruik en ruimte voor onze kinderen om te wonen.

P. 33 Wij verzoeken het rapport Kiezen en delen uit de omgevingsvisie te halen, dit is geen vastgesteld beleid maar een studie, een vingeroefening. P. 36 ’Het afstemmen van de teelt op de behoefte van de bio-based industry in de regio’; de biobased industrie gebruikt biomassa als grondstof in plaats van fossiele grondstoffen, voor

toepassingen als chemicaliën, materialen, transportbrandstoffen en energie. Waar baseert u de gedacht op dat dit voor ons bedrijf de beste strategie en toekomst is? We zien onze toekomst niet in het produceren van biomassa maar in de productie van voedsel. Of in een combinatie van beiden. p.36 Hier wordt gesteld dat er alleen een verruiming van mogelijkheden voor teelt ondersteunende voorzieningen kan worden geboden als er geen storende effecten zijn voor natuur en landschap. Wij willen dit graag wat breder trekken zoals ook in de Landbouwvisie aangegeven/ Voor de verduurzaming van onze bedrijven kan het noodzakelijk zijn teeltondersteunende voorzieningen toe te passen., waterbassins aan te leggen buiten de bouwvlakken of andere innovatieve bouwwerken op onze bouwvlakken te realiseren. Wij vragen u hiervoor open te staan en mogelijkheden te bieden. p.37 Wat is de betekenis van de categorie ‘agrarisch ‘in figuur 4.6 cultuurhistorische waarden; waar is dit op gebaseerd en wat voor consequenties verbindt uw raad hier aan? p. 41: hier staat: we werken verdelingsafspraken uit voor grondwater (in plaats van vrij aftapbaar) met boeren en particulieren, in relatie tot klimaatadaptatie en verdrogingsproblematiek’. We kunnen dit niet helemaal overzien: is de gemeente hier partij, wat betekent dit voor onze mogelijkheden voor beregening en de afspraken in de bedrijfswaterplannen? p.

42 Bedrijven leveren in principe geen elektriciteit terug aan het elektriciteitsnet om overbelasting te voorkomen; komen daarmee landelijke doelstellingen niet in gevaar? P. 43 Er wordt niet nader ingegaan op de verduurzaming van woningen die niet in buurt- of wijkverband kunnen doen namelijk de woningen in het buitengebied. Hoe moeten die dat gaan doen? p. 45 hier wordt aangegeven: we gaan veel verder dan de geijkte opgave voor de ecologische verbindingszone? Het uitgangspunt dat uw gemeenteraad veel verder wil gaan verontrust ZLTO. Hoe ver wilt u gaan? Realiseert u zich dat het vasthouden van water om verdroging tegen te gaan er toe leidt dat de sponswerking wordt verkleind en dus geen reservecapaciteit is in de bodem (de grootste wateropvang) bij overmatige regenval? p.47 Bij netwerk schaarste wordt voorgesteld om de woongebieden prioriteit te geven en uit te zoeken of dat wettelijk geregeld kan worden. Wij lezen hierin dat het netwerk in woongebieden verzwaard moet worden omdat de elektriciteitsbehoefte door de energietransitie toeneemt. In de praktijk is zichtbaar dat elektriciteitsopwekking voor levering aan derden juist buiten de woongebieden plaatsvindt zoals op de daken van stallen en loodsen. Aandacht voor netwerk schaarste bij de energieproducent lijkt ons net zo belangrijk als aandacht voor netwerk schaarste bij de energieconsument. p.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.roosendaal.nl/api/v1/meetings/1350/documents/35691