CConstaterende datRoosendaal
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2 Nota van zienswijzen omgevingsvisie.pdf

Commissie 17 november 2022, gemeente RoosendaalBij agendapunt: 4: Raadsvoorstel Vaststelling omgevingsvisie Roosendaal De Verbonden Stad45.834 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 6

Hiermee wordt niet uitgesloten dat landbouw en natuur naast elkaar kunnen worden ontwikkeld. Voorbeelden van ontwikkelingen zijn verdere verduurzaming en duurzame landbouw en recreatie in Visdonk. Conclusie De zienswijze geeft geen aanleiding om de omgevingsvisie aan te passen.

Zienswijze 21 De transitie van de agrarische sector. Men heeft met de opstelling van de Landbouwvisie gemeend een goede bijdrage te kunnen leveren aan de totstandkoming van de omgevingsvisie. Men vindt het jammer, dat de landbouwvisie (gelet op de literatuurlijst) geen plaats heeft gekregen in de Omgevingsvisie, enkele uitzonderingen daar gelaten. Men wil nogmaals de aandacht vestigen op de landbouwvisie. Agrariërs hebben een sleutelrol bij het oplossen van grote maatschappelijke vraagstukken; of het nu gaat om voedselveiligheid en zekerheid, leefbaarheid van het platteland, gezondheid of verbetering van milieukwaliteit, klimaat of energie. Het valt of staat ook bij het behoud van een economisch perspectief. Met name de voorstellen voor een extra gebiedsgerichte uitwerking en het toelaten van extra woningen in het buitengebied zorgen ervoor dat er grote zorgen zijn over het perspectief voor de agrarische sector. De huidige Europese, landelijke en provinciale regelgeving legt al voldoende druk op de hiervoor genoemde opgaven en een verdere gemeentelijke verzwaring is niet wenselijk. De prioriteit ligt bij de beschikbaarheid van agrarische gronden voor verdere verduurzaming en extensivering van de bedrijven. Binnen de kaders die al gesteld worden vanuit hogere beldisorganen willen wij zelf voor de bedrijven de juiste en bedrijfseconomische goede keuzes maken voor onze bedrijven.

Bezwaar tegen opgave 2 zoals in de samenvatting weergegeven In de samenvatting, opgave 2: ‘Inzetten op klimaatmaatregelen en positieve gezondheid’ staat de volgende zin: ‘In het buitengebied kiezen we voor duurzame landbouw en voor meer natuur. Dat werken we de komende jaren samen met belanghebbenden uit, waarbij we ook ruimte willen bieden voor nieuwe verdienmodellen door agrariërs, zodat de rekening van deze omslag niet bij hen wordt gelegd’. De volgende opmerkingen over deze zin: Duurzame landbouw: Dit wordt onderschreven en de ontwikkeling is in gang gezet door onder andere Europees landbouwbeleid, nationaal en provinciaal beleid; Wat men niet kan onderschrijven is: Dat binnen het grondgebied van de gemeente Roosendaal gebieden worden aangewezen waar agrarische dynamiek niet meer leidend is (zuidelijk zandgebied) de gemeente lijkt hier de keuze voor de ondernemer te willen maken op welke locaties/deelgebieden bepaalde agrarische toekomstperspectieven meer of minder kansrijk zijn; in de visie en in onze ogen zijn er geen argumenten te vinden die deze beperking van de vrij keuze van ondernemers kan motiveren. Dat er zo terughoudend wordt geacteerd met betrekking tot teelt ondersteunende voorzieningen; te gemakkelijk wordt deze effectieve manier om teelt te verduurzamen afgeserveerd, maak gebruik van de ruimte die provinciaal wordt geboden en sta toe onder voorwaarden.

Meer natuur: Dat wordt geboden de verduurzaming van de agrarische bedrijven, de gevolgen van landelijke wetgeving zoals 7e actieprogramma Nitraat, agrarisch natuurbeheer ed.

-Waar men niet achter staat is het aanmerken van substantiële hoeveelheid gronden bij Visdonk, Wouwse Plantage en Moerstraten voor uitbreiding Natuurnetwerk Nederland; - het veel verder gaat dan de geijkte opgave voor ecologische verbindingszones. Wij hebben heiertegen de volgende bezwaren: -

-

De beschikbaarheid van agrarische gronden is voor ons cruciaal om de doelstellingen van verduurzaming te halen en onze bedrijven economisch overeind te houden; Alleen de aanwijzing al van gronden voor natuur zorgt voor planologische schaduwwerking; De aanwijzing en uitvoering kan directe negatieve gevolge hebben omdat: Het gronden betreft die behoren tot je bedrijf of; omdat de aanwezigheid op lange termijn negatief is voor de vergunning situatie en ontwikkelingsmogelijkheden voor je bedrijf of; Omdat gronden die niet tot je bedrijf behoren maar voor de ontwikkeling op lange termijn nodig zijn voor verduurzaming, niet meer beschikbaar zijn. Uit de reactie van het college op het voorstel Groot Visdonk bleek dat dit soort aanwijzingen vooral ingegeven worden door een financieel motief; vergeten wordt dat dergelijke aanwijzingen op andere manieren een grote (ook financiële) impact hebben op de resterende bedrijven en gronden; Men wijst op de provinciale afspraken over de realisering van NNN en ecologische verbindingszones. Opgeroepen wordt om de energie te richten op de afronding van het huidige vastgestelde en overeengekomen NNN, ook daar ligt nog een opgave;

Samen uitwerken: -

-

Met onze sector zit uw gemeente aan tafel bij de gebiedsgerichte aanpak voor de Brabantse Wal en de Molenbeek dus steek uw energie in deze 2 gebiedsprocessen; Houdt daarbij de ogen gefocust op de bal te weten de stikstofproblematiek en wateropgave: in onze ervaring leiden een steeds toenemende uitdijende lijst van opgaven en wensen tot een infarct bij dit soort processen. Men ziet geen noodzaak om nog een nadere uitwerking op te gaan stellen voor het geheel zandgebied ten zuiden van de A58; Niet verder gaan dan geijkte opgave voor ecologische verbindingszone Plannen voor buitenhoven, woon- zorg en recreatieve functies is men huiverig vanwege potentiële conflictsituaties.; Verdienmodellen Wat wordt hier onder verstaan? Ga niet over tot aanwijzen van deelgebieden voor stimuleren van agrarische sectoren en afschrijven van het zuidelijk zandgebied; De zinssnede: zodat de rekening van deze omslag niet bij hen wordt gelegd’ lijkt sympathiek maar roept vragen op: wie betaalt er dan de rekening? Is de gemeente partij die ervoor zorgt dat geïnvesteerd wordt in een verdienmodel? De bestemmingsplannen voor buitengebied bieden al verschillende mogelijkheden voor neven- of vervolgactiviteiten, gaat de gemeente deze uitbreiden.

Tot slot: het is opmerkelijk dat de raad de meest vergaande gebiedsveranderingen voorstelt voor het noordelijke en zuidelijke agrarische deel van het buitengebied maar dit niet laat terugkomen op de visiekaart. Bezwaren per pagina: p.18 Alternatieven worden nog te weinig opgepakt’. Welke alternatieven bedoelt u? Waarom bent u van mening dat ze te weinig worden opgepakt? Wat is de reden dat ze niet worden opgepakt? Hebben deze alternatieven geen economisch perspectief? Dit soort uitspraken zonder verdere onderbouwing horen hier niet thuis. Misschien refereert u aan pagina 21 : wij verwijzen naar onze opmerkingen hierover: p. 18

U spreekt over de lage arbeidsparticipatie en het tekort aan medewerkers in een aantal sectoren. U vergeet daarbij de agrarische sector. p. 21 U spreekt over veranderde geopolitiek en een Europa dat belang hecht aan strategische bevoorraden. De voedselproductie dient als eerste levensbehoefte ook in dit overzicht opgenomen te worden. P. 21 Hier wordt een aantal trends en ontwikkelingsmogelijkheden voor de toekomst genoemd die wellicht bedoeld zijn op p. 18? Wij voorzien deze ontwikkelingen van een korte reactie maar willen er toch vooral op wijzen dat het aandeel agrarische bedrijven die zich primair zal richten op de voedselproductie onverminderd hoog zal blijven., dan wel genoemde activiteiten in aansluiting of in combinatie met de primaire (voedsel) productie zullen plaatsvinden. p.27 Keuze voor de bouw van 2.500 extra woningen voor de opvang van overloop uit de randstad, liefst hoger opgeleid en meer verdienend die in de uitbreidingswijken in de stadsrandzones gaan wonen: wij roepen u op tot een zuinig ruimtegebruik en ruimte voor onze kinderen om te wonen. P. 33 Wij verzoeken het rapport Kiezen en delen uit de omgevingsvisie te halen, dit is geen vastgesteld beleid maar een studie, een vingeroefening. P.

36 ’Het afstemmen van de teelt op de behoefte van de bio-based industry in de regio’; de biobased industrie gebruikt biomassa als grondstof in plaats van fossiele grondstoffen, voor toepassingen als chemicaliën, materialen, transportbrandstoffen en energie. Waar baseert u de gedacht op dat dit voor ons bedrijf de beste strategie en toekomst is? We zien onze toekomst niet in het produceren van biomassa maar in de productie van voedsel. Of in een combinatie van beiden. p.36 Hier wordt gesteld dat er alleen een verruiming van mogelijkheden voor teelt ondersteunende voorzieningen kan worden geboden als er geen storende effecten zijn voor natuur en landschap. Wij willen dit graag wat breder trekken zoals ook in de Landbouwvisie aangegeven/ Voor de verduurzaming van onze bedrijven kan het noodzakelijk zijn teeltondersteunende voorzieningen toe te passen., waterbassins aan te leggen buiten de bouwvlakken of andere innovatieve bouwwerken op onze bouwvlakken te realiseren. Wij vragen u hiervoor open te staan en mogelijkheden te bieden. p.37 Wat is de betekenis van de categorie ‘agrarisch ’in figuur 4.6 cultuurhistorische waarden; waar is dit op gebaseerd en wat voor consequenties verbindt uw raad hieraan? p.

41: Hier staat: we werken verdelingsafspraken uit voor grondwater (in plaats van vrij aftapbaar) met boeren en particulieren, in relatie tot klimaatadaptatie en verdrogingsproblematiek’. We kunnen dit niet helemaal overzien: is de gemeente hier partij, wat betekent dit voor onze mogelijkheden voor beregening en de afspraken in de bedrijfswaterplannen? p. 42 Bedrijven leveren in principe geen elektriciteit terug aan het elektriciteitsnet om overbelasting te voorkomen; komen daarmee landelijke doelstellingen niet in gevaar? P. 43

Er wordt niet nader ingegaan op de verduurzaming van woningen die niet in buurt- of wijkverband kunnen doen namelijk de woningen in het buitengebied. Hoe moeten die dat gaan doen? p. 45 hier wordt aangegeven: we gaan veel verder dan de geijkte opgave voor de ecologische verbindingszone? Het uitgangspunt dat uw gemeenteraad veel verder wil gaan verontrust ZLTO. Hoe ver wilt u gaan? Realiseert u zich dat het vasthouden van water om verdroging tegen te gaan er toe leidt dat de sponswerking wordt verkleind en dus geen reservecapaciteit is in de bodem (de grootste wateropvang) bij overmatige regenval?

p.47 Bij netwerk schaarste wordt voorgesteld om de woongebieden prioriteit te geven en uit te zoeken of dat wettelijk geregeld kan worden. Wij lezen hierin dat het netwerk in woongebieden verzwaard moet worden omdat de elektriciteitsbehoefte door de energietransitie toeneemt. In de praktijk is zichtbaar dat elektriciteitsopwekking voor levering aan derden juist buiten de woongebieden plaatsvindt zoals op de daken van stallen en loodsen. Aandacht voor netwerk schaarste bij de energieproducent lijkt ons net zo belangrijk als aandacht voor netwerk schaarste bij de energieconsument.

p. 51 Voorgesteld wordt om op voormalige agrarische bedrijfslocaties nieuwe functies toe te staan of een bouw- en sloopregeling (ten behoeve van landschappelijke kwaliteitsverbetering) nader uit te werken. Wij vragen ons af wat u met de uitwerking van de bouw- en sloopregeling beoogd? Streeft u naar versoepeling, een betere financiële tegemoetkoming of juist een aanscherping van de bouw- en sloopregeling? p. 53 onveilige wegverkeerssituaties in het buitengebied waar zowel het (zwaardere) landbouwverkeer als het recreatieverkeer gebruik maken van smalle wegen zijn voor ons een punt van zorg. Het thema ‘wegen buitengebied afstemmen op functie en gebruik met balans voor landbouw- is nog wat eufemistisch: balans wat betekent dat/kan het iets betekenen? p.57 Provinciale gebieden ‘verstedelijking afweegbaar stonden in het voorontwerp nog op de visiekaart, in de visie wordt omschreven dat deze nu niet meer worden opgenomen op de kaart maar dat uitwerking ervan nog actueel is? Hiermee wordt in onze beleving de verwarring nog groter, mede omdat de stadsrandzones wel gewoon op de visiekaart zijn opgenomen. p. 58 Op de visiekaart worden verschillende gebieden rond Visdonk, Wouwse Plantage en Moerstraten aangewezen voor uitbreiding natuur rond NNN. Met de plannen voor de Bulkenaar heeft uw gemeenteraad al een groot areaal landbouwgronden aan de sector onttrokken.

In de zienswijze voor de Bulkenaar hebben wij al aangegeven dat uitbreiding volgens afspraken zou moeten leiden tot vermindering van natuurambities elders. De toevoeging van deze 3 grote gebieden vinden wij niet acceptabel. p. 59 en 72 Hier worden de buitenhoven geïntroduceerd. Wij hebben grote bezwaren tegen zogenoemde buitenhoven: de toename van woningen in het buitengebied zorgt ervoor dat de potentiële conflicten tussen agrarische bedrijven en hun omgeving alleen maar groter worden. p.65 Wij verzoeken u om ook in de stadsrandzones uit te gaan van zuinig ruimtegebruik en compact te bouwen.

p.67 Zo zoekt de landbouwsector naar mogelijkheden om de intensieve hoogwaardige landbouw verder te verduurzamen en de economische positie van het agrofoodcomplex te behouden en uit te breiden en naar oplossingen voor natuur-, milieu en klimaatopgaven Met name op de zandgronden spelen aspecten als verdroging en waterberging daarbij een belangrijke rol’. Wij kunnen ons vinden in deze zinsnede. We kunnen ons niet vinden in de toevoeging dat ’de gemeente de vraag moet beantwoorden welke functies ze (waar) in het buitengebied wil toevoegen (ruimte voor duurzame energieopwekking, klimaatadaptatie, recreatie en kleinschalige woningbouwlocaties of (zorg) landgoederen). Belangrijke vraag daarbij is ook hoe deze kunnen worden gecombineerd met de landbouwtransitie, en opgaven op het gebied van natuur en landschap, de waterhuishouding en bodemgesteldheid.’ De gemeente lijkt zich onbewust dat niet altijd sprake is van een combinatie maar van een tegenstelling namelijk dat verduurzaming juist gefrustreerd kan worden door meer aangewezen natuurgebieden of uitbreiding van woonfunctie in het buitengebied. P. 69-75 Hier staan de meest ingrijpende teksten over het buitengebied en de meest ingrijpende veranderingen in het ruimtegebruik.

Op mindere (zand-) bodems of in deelsectoren die onder druk staan geven we ruimte voor een meer natuurinclusieve bedrijfsvoering, circulaire landbouw, meer natuur en bosbouw en ook nog ruimte voor nieuwe stedelijke functies zetten ons op scherp. Waarom zouden de mindere zand) bodems de locaties zijn voor meer natuurinclusieve bedrijfsvoering? p. 69 We streven in het buitengebied naar zorgvuldig ruimtegebruik en grotendeels naar het beperken van verdere verstening. Ontwikkelruimte moet planologisch passen en ook ‘verdiend’ worden. Per saldo zal er in alle gevallen sprake moeten zijn van een landschappelijke kwaliteitsverbetering van het buitengebied’. Deze zinssnede leidt bij ons tot de volgende reactie. Waarom spreken van zorgvuldig ruimtegebruik en tegengaan van verstening: indien verdere verduurzaming van bedrijven hier om vraagt zouden er mogelijkheden geboden moeten kunnen worden. Waarom spreken van ontwikkelruimte die verdiend moet worden als de met verduurzaming gepaard gaande ontwikkelruimte in zich al een vorm van verdienen is. p. 78-79 Onder grondbeleid staat iets over kostenverhaal: als je een initiatief wil ontplooien kan de gemeente kosten in rekening brengen om elders iets aan natuur, landschap, klimaatadaptatie te doen. Hier zou ik een juridische check willen.

Beantwoording Voor de beantwoording van de zienswijze verwijzen we naar de eerdere beantwoording in de zienswijze 15 (ZLTO). Grotendeels komt deze zienswijze overeen. Voorts is onderstaande opmerking nieuw ten opzichte van zienswijze 15 (ZLTO) Pagina 78-79 grondbeleid In hoofdstuk 13 van de Omgevingswet staat aangegeven dat de gemeente kosten in rekening kan brengen om elders iets te doen aan natuur, landschap en klimaatadaptatie. Conclusie De zienswijze geeft aanleiding om de omgevingsvisie aan te passen.

Zienswijze 22 De landbouw ziet men duidelijk terug en men leest niet wat de gemeente Roosendaal nu concreet wil met deze sector.

Men heeft een boomkwekerij/paardenhouderij/varkenshouderij in Nispen. Doorgaans gaan bedrijven over van ouders op kinderen en is het overnemen van een agrarisch bedrijf (makkelijker). Onze situatie is wat complexer. Wij zijn in maatschap getreden met de eigenaresse waar wij de grond en gebouwen pachtte. Zij heeft geen opvolgers maar wilt wel zo lang mogelijk genieten van het leven buitenaf. Een win-win situatie, wij kunnen geleidelijk de gronden en gebouwen overnemen. En zij kan genieten van het leven buitenaf op de boerderij. Een minpunt is dat wij zelf hierdoor niet bij het bedrijf kunnen wonen wat voor de dierlijke kant van onze onderneming soms wel cruciaal kan zijn. Wij fokken pony’s en bij een geboorte moet je vaak snel aanwezig zijn om complicaties te voorkomen. Wij hopen in de nabije toekomst dat hier een oplossing voor zou kunnen komen. Om ons bedrijf gezond en stabiel te maken en te houden dient er het e.e.a. gebouwd/verbouwd te worden. Ook moeten we ons richten op de toekomst. Een toekomst waarin wij als bedrijf zelfvoorzienend moeten gaan worden. Laten we beginnen met de wateropvang. Hoe meer hemelwater en water wat van de bedrijfsgebouwen komt opvangen en weer hergebruiken. Hoe minder water we uit de grond moeten halen. Echter dienen de wateropslag voorzieningen binnen het bouwvlak te vallen.

Ik denk dat meer agrariërs erbij gebaat zijn als hier maatwerk voor komt. Dat ook buiten bouwvlakken dit soort voorzieningen mogelijk gemaakt zouden moeten worden. Datzelfde geld voor containerteelten en teelt ondersteunende voorzieningen. Nu worden er naar regels verwezen per bedrijf. Is het niet wenselijker dit over de gemeente te trekken. De ene agrariër heeft namelijk gezien zijn bedrijf meer behoefte aan teelt ondersteunende voorzieningen dan het andere bedrijf. Waar vele agrariërs nu vaak mee kampen is een ‘te klein’ bouwblok. Alles moet binnen het bouwblok passen waardoor het of te dicht bebouwd wordt of niet kan worden gebouwd omdat er simpelweg geen plaats voor is. De nood voor dergelijke voorzieningen is er wel om een gezond en stabiel bedrijf te behouden. In de omgevingsvisie heeft u het over buitenhoven. Een erg mooi concept en ik snap uw achterliggende gedachten. Steeds meer boerderijen komen leeg te staan en steeds meer burgers willen buitenaf gaan wonen. Wat is dan mooier en praktischer dan een boerderij ombouwen tot woonbestemming voor burgers. Ik kan u vertellen dat dit zeer zwaar weegt bij ons als agrarische sector. De burgers welke graag buitenaf willen wonen hebben namelijk een ideaal beeld in gedachten. Heerlijk buiten in de natuur de rust in de omgeving en de frisse lucht van de bomen en de weilanden. De koeien en paarden die in de wei lopen.

Allemaal heel idealistisch want vervolgens wonen ze er en is dit beeld toch een stuk anders dan gedacht. De rust lijkt verstoord door agrariërs die werken met machines en tractoren, de frisse lucht wordt gedeeltelijk vervangen door geuren van dieren en mest. En de koeien en paarden in de wei schijnen ook nog geluid te maken. Tja en dan begint het er komen conflicten tussen burger en boer. Uiteindelijk zijn wij als agrarische sector hier de dupe van. Wij worden gekort in onze werkzaamheden. Kunnen wellicht niet meer uitbreiden of hebben andere problemen door klagende burgers. Al bij al een mooi plan maar de uitvoering hiervan zal onze sector in een conflictsituatie zetten! Aan de rand van een dorp waarin je de grens binnen en buiten de bebouwde kom heb zou je wellicht wel wat kunnen toepassen door bij voorbeeld lintbebouwing. Ook wordt er gesproken over een verdeling van een noordelijk en zuidelijk gedeelte. Wij als ondernemers zouden graag zelf op de locatie waar we zitten kunnen groeien en innoveren. Er zit een reden achter waarom onze bedrijven gevestigd zijn daar waar ze nu zijn. Wat ik u wil vragen is probeer als gemeente hierbij mee te denken met de ondernemer. Ieder bedrijf is uniek en heeft zijn eigen wensen en visie. Blijf meedenken met de plannen die er zijn en probeer niet te veel in hokjes te stoppen en/of een maximale aan te geven.

De ene agrariër is gebaat bij meer ruimte voor woning arbeidsmigranten. De ander voor teelt ondersteunende voorzieningen. Weer een ander is gebaat bij wateropvang buiten en bouwblok of heeft een vergroting nodig. Kijk als gemeente naar de situatie aan zich en denk mee met onze sector. In uw omgevingsvisie had ik graag wat meer teruggezien over de ruimte die de gemeente Roosendaal biedt aan onze landbouwsector en het meedenken met bestaande en eventueel nieuw te komen bedrijven. De ruimte die de gemeente biedt om ons te kunnen laten ontwikkelen, innoveren en gewoon ons werk te doen op de gronden waar we nu geworteld zijn. Datgeen wat ons gelukkig maakt, de reden waarom wij voor dit vak hebben gekozen. Ons bedrijf, onze sector maar we doen het samen en hebben ook jullie gemeente Roosendaal hierbij nodig.

Beantwoording Wij begrijpen dat u toekomst perspectief wilt voor uw bedrijf en dat daarvoor onder andere de nodige voorzieningen en gebouwen noodzakelijk zijn. Algemeen gesteld is het Vitaal Platteland het deelgebied met de grootste mogelijke conflicterende belangen in ambities en daarmee de belangrijkste aandachtspunten voor het vervolg van de visie- en plan/besluitvorming. Roosendaal zet in de omgevingsvisie voor het buitengebied in op een duurzame ontwikkeling van verwevenheid aan functies en opgaven, waarbij er geen afwenteling van milieuproblemen naar de toekomst mag optreden en er een goede balans tussen natuur en milieu, economie en de mens moet zijn. Roosendaal wil op zoek naar een nieuw evenwicht tussen het beschermen van een veilige, gezonde, natuurrijke en rustige leefomgeving en het optimaal benutten en ontwikkelen van het buitengebied voor verschillende functies. Behoud van de vitale duurzame agrarische sector en ruimte bieden aan innovaties die leiden tot een duurzame en rendabele landbouw, bij voorkeur circulaire en/of natuurvriendelijke landbouw. Ruimte voor verbrede landbouw en nevenactiviteiten. Ruimte voor hergebruik van vrijkomende agrarische bebouwing.

Rekening houdend met het herstel van ecosystemen, verbetering van de kwaliteit van de bodem en het watersysteem, klimaatadaptie, milieu, dierenwelzijn, gezondheid en behoud en versterking van natuur en landschap. Dit in balans met economisch perspectief. Ruimte voor nieuwe functies als (kleinschalig) wonen in de dorpen, linten en buitenhoven Behoud en versterking van de landschappelijke cultuurhistorische identiteit en verscheidenheid. Versterking van de relaties met het stedelijk gebied, het buitengebied zou toegankelijker moeten zijn. Behoud en versterken van ecologische- en waterstructuur en de biodiversiteit Enerzijds wateroverlast tegengaan, anderzijds water vasthouden voor tijden van droogte. De lat ligt daarmee in het buitengebied hoog. De weg ernaartoe ligt nog niet vast en is daarmee aandachtspunt voor uitwerking van de visie. De ambities voor het buitengebied gaan deels samen: een ontwikkeling naar een meer circulaire en natuurvriendelijke landbouw geeft ruimte voor water, groen/natuur en leidt tot vermindering van hinder op de omgeving. Behoud en versterking van landschap gaat goed samen met meer ruimte voor water en groen/natuur en draagt bij aan de recreatieve kwaliteit van het buitengebied. Maar er zijn ook spanningsvelden tussen ambities.

Vitale landbouw vraagt momenteel nog steeds om schaalvergroting, wat ten koste kan gaan van ambities op het gebied van landschap en leefbaarheid. Zo is er vanuit de tuinbouw- en kwekerijsector behoefte aan meer ruimte voor teeltondersteunende voorzieningen (groter en voor langere perioden). Dit kan ten koste gaan van landschappelijke waarden, natuur en water. De grootste uitdaging in het buitengebied is hoe de ambities gecombineerd kunnen worden met de aandachtspunten. Dit vraagt afstemming met alle betrokkenen en om een goede uitwerking van een toekomstige visie voor het buitengebied. Voor wat betreft de regels met betrekking voor teeltondersteunende voorzieningen, bouwblokken en woningen voor arbeidsmigranten verwijzen we in algemeenheid naar de regels die gelden uit de bestemmingsplannen en de Interim Omgevingsverordening van de provincie. Echter geldt natuurlijk mede afhankelijk van de specifieke situatie maatwerk. Hiermee wordt bedoeld dat per situatie een ruimtelijke afweging gemaakt wordt of een ruimtelijke ontwikkeling passend is. Potentiële conflictsituaties Er is een aparte ruimtelijke procedure nodig voor de wijziging van een bestemming voor natuur, buitenhoven, woon- zorg en recreatieve functies die nu volgens het geldende bestemmingsplan niet zijn toegestaan. Bij de beoordeling van deze plannen dient sprake te zijn een goede ruimtelijke ordening.

De (wettelijke) conflictsituaties moeten dus eerst opgelost worden, voordat een ruimtelijke procedure gestart kan worden. Voordat de gemeente een ruimtelijke procedure start, wordt in overleg getreden met alle belanghebbenden. Daarbij is het uitgangspunt om oplossingen te zoeken om gewenste ontwikkelingen mogelijk te maken, waarmee alle belanghebbenden akkoord kunnen gaan. Toch zal de

gemeente soms, na afweging van alle belangen, keuzes moeten maken waarmee niet iedereen het eens is. Conclusie De zienswijze geeft geen aanleiding om de omgevingsvisie aan te passen.

Zienswijze 23 De omgevingsvisie die door uw overheid is opgesteld is zeer veelomvattend en kan grote impact hebben op ons als agrarische ondernemers binnen gemeente Roosendaal. Indiener is een man van 28 jaar en runt samen met zijn ouders een melkveebedrijf in Moerstraten. In 2015 is hij toegetreden tot de maatschap en is fulltime werkzaam op het bedrijf. Hij schrijft: Vanaf 2015 is er bovendien ook zeer veel veranderd in de sector en dit heeft grote gevolgen gehad voor de melkveehouders. Het Europese melkquotum is afgeschaft en vervolgens kwam er het fosfaatrechtenstelsel. Dit nieuwelandelijke fosfaatrechtensysteem had tot gevold dat we 8,3% van onze rechten moesten inleveren aan de overheid. Met als gevolg dat we voor hetzelfde aantal koeien nieuwe rechten moeten staan kopen . Waardoor we nu als sector met en veel hogere kostprijs moeten werken als de omringende landen binnen de Europese Unie. Nu hebben we als sector te maken met de Green Deal en in Nederland met de stikstof problematiek, dit zijn zeer grote thema’s met enorme gevolgen voor ons als melkveehouders. Wat die gevolgen concreet betekenen weet echter niemand omdat er nog zeer weinig concreet is en er vooral door de landelijke overheid geen langetermijn perspectief wordt geboden. Dit geeft voor ons als jonge agrariërs veel onzekerheid over onze toekomst.

Nu laat de oorlog in Oekraïne zien hoe kwetsbaar vrijheid is en wat de enorme gevolgen kunnen zijn voor de voedselzekerheid op ons continent en mogelijk ook wereldwijd. Want de laatste jaren ka er geconcludeerd worden dat het aantal bedrijfsopvolgers zeer snel achteruit gaat. Niet alleen in Nederland maar ook in alle andere landen van de wereld. Hierdoor wordt naar mijn mening de balans tussen duurzaamheid en voedselzekerheid iets om zeer goed in oog te houden, voor men aan beleidswijzigingen begint. In de omgevingsvisie viel me vooral op dat er veel termen worden gebruikt die nietszeggend zijn en ook niet concreet omschrijven wat dit voor gevolgen heeft. De punten die me opvielen zal ik hieronder omschrijven. 1 In de omgevingsvisie wordt gesproken over groene verbindingen. Wat houdt dit concreet in en wat zijn de gevolgen voor de landbouw? 2 Ook wordt er gesproken over hoge arme gebieden waar maïs verbouw mogelijk is. De hoge arme gebieden die agrariërs beboeren worden op zeer efficiënte wijze gewassen verbouwd. Dit kan ook op de arme gebieden. En dat zal ook wel moeten aangezien het areaal landbouwgrond binnen onze gemeente eerder zal afnemen dan toenemen. Met als gevolg dat de grond druk alleen maar hoger wordt, wanneer de functie van armere landbouwgrond zou veranderen.

3 Op pagina 24, wordt gesproken over de balans tussen bebouwd gebied de landbouw de natuur en de recreatie. Ik vraag me af wat er met deze balans bedoeld wordt en wat er veranderd in deze balans de komende jaren? 4 Op pagina 36, wordt er gesproken over zones met bepaalde functies. Wat zijn hiervan de gevolgen voor bestaande landbouwgronden wanneer functies worden veranderd. Deze beleidspunten kunnen ook weer de gronddruk doen toenemen. Evenals de zonneweiden waar op pagina 41 over wordt gesproken. Zonnepanelen op landbouwgrond is naar mijn mening not done, dit kun je in 2022 niet meer uitleggen aan agrariërs waar toch al makkelijk de agrarische bestemming van landbouwgrond afgehaald wordt. 5 Op pag 73, wordt gesproken over zorglandgoederen. Wat heeft dit voor gevolgen als er in het buitengebied een dergelijk complex geopend wordt. Het lijkt mij dat wanneer er een landbouwbedrijf naast gelegen is eerder een bedreiging dan een kans. Afsluitend wil ik aangeven dat de jonge agrariërs in onze gemeente Roosendaal van belang zijn voor de toekomst van de landbouw in onze gemeente. Dus ik zou het fijn vinden als er op dat gebied vaker gesprekken over betreffend beleid zou plaatsvinden. Beantwoording

De gemeente is zich bewust dat de landbouwsector moet voldoen aan veel regelgeving vanuit de Europese Unie en wet- en regelgeving vanuit Nederland. Wij realiseren ons terdege dat de transitie al jarenlang plaats vindt in de landbouwsector en dat er veel goede initiatieven ontplooid worden om te voldoen aan de huidige regelgeving. De omgevingsvisie is niet belerend bedoeld naar de landbouwsector. Het is veel meer een opgave die er voor ons samen ligt. De landbouwvisie is niet benoemd in de bijlage met daarin de opgesomde vigerende beleidstukken maar wel degelijk er op na geslagen. De lijst met beleidstukken is het interne beleid vanuit de gemeente Roosendaal. Deze lijst is dan ook niet uitputtend bedoeld. Daarnaast moet een nieuw aandachtspunt benoemd worden: Recent is er een belangrijk aandachtspunt/uitgangspunt bij gekomen: Het door het kabinet naar aanleiding van de stikstofproblematiek aangekondigde Nationaal Programma Landelijk Gebied (hierna: NPLG), zoals verwoord in de 10 juni jl. gepresenteerde startnotitie. Hierin wordt een landelijke visie aangekondigd op de toekomst van het buitengebied. Dit leidt tot grote opgaven voor en veranderingen in het landelijk gebied: klimaatneutraal maken, kwaliteit van de natuur verbeteren, het watersysteem robuuster en gezonder maken.

Europese verplichtingen, het creëren van ruimte voor duurzame (agro-) economische en maatschappelijke ontwikkelingen en de ontwikkeling van een toekomstbestendige landbouw leiden ertoe dat het wateren bodemsysteem sturend wordt voor het landgebruik in het landelijk gebied. Dit vanwege Europese verplichtingen ten aanzien van natuur-, water- en klimaatdoelstellingen en het ruimte willen blijven creëren voor duurzame economische en maatschappelijke ontwikkelingen. Dit wel in samenhang met een toekomst-bestendige ontwikkeling van de landbouw. De ontwikkeling van landbouwbedrijven kan in de optiek van het NPLG gericht zijn op innovatie, extensivering, omschakelen naar nieuwe vormen van landbouw, verbreding van de bedrijfsvoering of combinaties hiervan en verplaatsing of beëindiging van bedrijven. In het NPLG legt het rijk structurerende, richtinggevende keuzes en (regionale) doelen vast als basis voor integrale provinciale programma’s. De gemeente wil graag samen met de belanghebbenden om tafel met de provincie om invulling te geven aan een gebiedsprogramma. Het Rijk wil dat dit uiterlijk juli 2023 wordt opgesteld. Het gebiedsprogramma biedt dan een belangrijke richtinggevende basis voor de verdere uitwerking van een visie op het buitengebied van Roosendaal.” 1

2

3

In de samenvatting van de omgevingsvisie wordt inderdaad gesproken over meer groene verbindingen. Hiermee wordt bedoeld dat de locaties met groen ook met elkaar verbonden worden als groene verbindingen. Het feit dat groene locaties met elkaar verbonden worden, heeft geen direct gevolg voor de landbouw. In het rapport “Kiezen en delen” (Ministerie van BZK, 2021), één van de voorstudies van het NPLG is het zuidelijk en westelijk deel van het buitengebied Roosendaal aangeduid als droogtegevoelig gebied en daarmee/daardoor als beoogd gebied voor extensieve grondgebonden landbouw. Het overig deel van het buitengebied van Roosendaal is niet aangeduid als droogtegevoelig en aangeduid als beoogd gebied voor intensieve grondgebonden landbouw. De gemeente wil hiermee aangeven dat er belangrijke aandachtspunten en opgaven liggen in verschillende gebieden in Roosendaal. Hiermee wordt de problematiek waarmee de landbouwsector onder andere kampt mee bloot gelegd. Als gemeente is het belangrijk om de verschillende opgaven die er liggen op het netvlies te hebben en daarmee de samenwerking te kunnen opzoeken met de landbouwsector. Algemeen gesteld is het Vitaal Platteland het deelgebied met conflicterende belangen en daarmee de belangrijkste aandachtspunten voor het vervolg van de visie- en plan/besluitvorming.

Roosendaal zet in de omgevingsvisie voor het buitengebied in op een duurzame ontwikkeling van verwevenheid aan functies en opgaven, waarbij het behoud van duurzaam vruchtbare bodems, biodiversiteit en een goede balans tussen natuur en milieu, economie en mens voorop staat, en waarbij geen afwenteling van milieuproblemen naar de toekomst optreedt. Roosendaal wil op zoek naar een nieuw evenwicht tussen het beschermen van een veilige, gezonde, natuurrijke en rustige leefomgeving en het optimaal benutten en ontwikkelen van het buitengebied voor verschillende functies. • Behoud van de vitale duurzame agrarische sector en ruimte bieden aan innovaties die leiden tot een duurzame en rendabele landbouw, bij voorkeur circulaire en/of natuurvriendelijke landbouw. Ruimte voor verbrede landbouw en nevenactiviteiten. Ruimte voor hergebruik van vrijkomende agrarische bebouwing. Rekening houdend met

4

5

het herstel van ecosystemen, verbetering van de kwaliteit van de bodem en het watersysteem, klimaatadaptie, milieu, dierenwelzijn, gezondheid en behoud en versterking van natuur en landschap. Dit in balans met economisch perspectief • Ruimte voor nieuwe functies als (kleinschalig) wonen in de dorpen, linten en buitenhoven • Behoud en versterking van de landschappelijke cultuurhistorische identiteit en verscheidenheid. • Versterking van de relaties met het stedelijk gebied, het buitengebied zou toegankelijker moeten zijn. • Behoud en versterken van ecologische- en waterstructuur en de biodiversiteit • Enerzijds wateroverlast tegengaan, anderzijds water vasthouden voor tijden van droogte. De lat ligt daarmee in het buitengebied hoog. De weg ernaartoe ligt nog niet vast en is daarmee aandachtspunt voor uitwerking van de visie. De ambities voor het buitengebied gaan deels samen: een ontwikkeling naar een meer circulaire en natuurvriendelijke landbouw geeft ruimte voor water, groen/natuur en leidt tot vermindering van hinder op de omgeving. Behoud en versterking van landschap gaat goed samen met meer ruimte voor water en groen/natuur en draagt bij aan de recreatieve kwaliteit van het buitengebied. Maar er zijn ook spanningsvelden tussen ambities.

Vitale landbouw vraagt momenteel nog steeds om schaalvergroting, wat ten koste kan gaan van ambities op het gebied van landschap en leefbaarheid. Zo is er vanuit de tuinbouw- en kwekerijsector behoefte aan meer ruimte voor teeltondersteunende voorzieningen (groter en voor langere perioden). Dit kan ten koste gaan van landschappelijke waarden, natuur en water. De grootste uitdaging in het buitengebied is hoe de ambities gecombineerd kunnen worden met de aandachtspunten. Dit vraagt afstemming met alle betrokkenen en om een goede uitwerking van een toekomstige visie voor het buitengebied. Als de zones in de omgevingsvisie worden aangewezen heeft dat geen juridische gevolgen voor inwoners. Als deze zones in een bestemmingsplan (of straks een omgevingsplan) worden aangewezen zijn hier aparte procedures voor nodig. In de omgevingsvisie wordt slechts aangegeven dat dit een mogelijkheid is. Als bestemmingen of functies gewijzigd worden, zijn hier aparte ruimtelijke procedures voor nodig. Bij de beoordeling van de plannen dient sprake te zijn van een goede ruimtelijke ordening of een evenwichtige toedeling van functies. De (wettelijke) conflictsituaties moeten dus eerst opgelost worden, voordat een ruimtelijke procedure gestart kan worden. Voordat de gemeente een ruimtelijke procedure start, wordt in overleg getreden met alle belanghebbenden.

Daarbij is het uitgangspunt om oplossingen te zoeken om gewenste ontwikkelingen mogelijk te maken, waarmee alle belanghebbenden akkoord kunnen gaan. Toch zal de gemeente soms, na afweging van alle belangen, keuzes moeten maken waarmee niet iedereen het eens is. Het antwoord op deze vraag is gelijkluidend aan het antwoord op vraag 4. Zie hiervoor het antwoord bij 4.

Conclusie De zienswijze geeft geen aanleiding om de omgevingsvisie aan te passen Zienswijze 24 Middels deze brief reageer ik graag op het voorontwerp Omgevingsvisie Roosendaal. Het heeft op vele dingen invloed, zo ook op de toekomst van ons agrarisch familiebedrijf. Momenteel melken we nog zo’n 50 melkkoeien, deze zullen van de zomer het bedrijf verlaten. Waarna de akkerbouw op ons bedrijf de hoofdactiviteit zal worden, aangevuld met vleeskoeien. Hierin komen vele uitdagingen op ons pad. De belangrijkste, forse reductie van de gewasbeschermingsmiddelen en kunstmest. Een andere manier van telen is geen keuze meer. Het moet, anders red je het gewoon niet. Ik ben absoluut niet tegen verandering, want dat zou stilstand betekenen. Alle uitdagingen geven me als jonge boer juist veel energie om er vol gas voor te gaan. Zo stel ik me nu de vraag: ‘Hoe kan ik agroforestry implementeren in een gangbaar akkerbouwbedrijf?’ Hiertoe heb ik afgelopen december 16 walnotenbomen geplant in een klein weitje naast de boerderij. Hier kunnen de vleeskoeien straks lekker grazen en uit de zon onder de bomen gaan liggen. Met deze inleiding, wil ik aangeven dat er al veel gebeurt. En dat is niet alleen bij mij zo. De Gemeente Roosendaal kan zich gelukkig prijzen met zoveel jonge agrariërs vol energie.

Door zowel Europees, landelijk en provinciaal beleid, word de koers die gevaren moet worden niet veel duidelijker (Denk hierbij aan: Gemeenschappelijk landbouwbeleid, 7e Actieprogramma Nitraat, Gebiedsgerichte aanpak). Je ziet door de bomen het bos niet meer. Met hier nog een gemeentelijk sausje over, word dit nog erger. Daarom pleit ik ervoor om als gemeente aan te haken bij de Gebiedsgerichte aanpak. Met keukentafel gesprekken, creëren we maatwerk voor iedereen. En niet domweg een tweedeling, noordelijk en zuidelijk van de A58 of zomaar plekken aanwijzen voor uitbreiding natuur rond Natuurnetwerk Nederland. Schriftelijk kan ik het niet altijd goed verwoorden. Daarom sta ik altijd open voor een gesprek. Beantwoording Als gemeente zijn we blij met agrariërs die met volle energie de uitdagingen in de landbouwsector aanpakken. De gemeente is zich daarbij bewust dat de landbouwsector moet voldoen aan veel regelgeving vanuit de Europese Unie en wet- en regelgeving vanuit Nederland. Wij realiseren ons terdege dat de transitie al jarenlang plaats vindt in de landbouwsector en dat er veel goede initiatieven ontplooid worden om te voldoen aan de huidige regelgeving. De omgevingsvisie is niet belerend bedoeld naar de agrarische sector. Het is veel meer een opgave die er voor ons samen ligt.

In de omgevingsvisie is aangegeven dat voor het buitengebied het een belangrijke opgave is om zowel agrarische, recreatieve als natuurlijke dynamiek te faciliteren. Zo zien we ruimte voor verdere ontwikkeling van intensieve agrarische bedrijven met name in het noordelijk deel van het buitengebied (grotendeels ten noorden van de A58, plus een deel zeekleigebied tussen Wouw en Wouwse Plantage ten zuiden van de snelweg) , en een combinatie van natuur, verdere verduurzaming en duurzame landbouw en recreatie in gebieden als Brabantse Wal en Visdonk. In het buitengebied wordt gestreefd naar zorgvuldig ruimtegebruik. Ontwikkelruimte moet planologisch passen en ook ‘verdiend’ worden. Per saldo zal er in alle gevallen sprake moeten zijn van een landschappelijke kwaliteitsverbetering van het buitengebied. Hiermee wordt niet uitgesloten dat landbouw en natuur naast elkaar kunnen worden ontwikkeld in bijvoorbeeld zoals aangegeven verdere verduurzaming en duurzame landbouw en recreatie in Visdonk. Er wordt daarbij wel degelijk rekening gehouden met het bestaande agrarische gebruik, de agrariërs, en hun bestaande rechten.

Maar wat blijft is dat de constatering dat er aandachtspunten in het buitengebied spelen: aandachtspunten vanuit milieu (bodem- en waterkwaliteit, verdroging, stikstofproblematiek, geur, afname biodiversiteit), noodzaak maar moeilijkheden voor schaalvergroting, het ontbreken van opvolging bij een deel van de bedrijven etc. Tegelijkertijd blijft ook de constatering dat er ruimte nodig is voor maatschappelijke opgaven als klimaatadaptatie, energietransitie, natuuropgave en woningbouw, in de stad zelf, maar ook in het buitengebied. Dat maakt de visie voor het buitengebied lastig en noodzaakt tot afstemming met alle betrokkenen. In de vast te stellen omgevingsvisie is dan ook beschreven dat de visie op het buitengebied nog nader uitgewerkt zal worden, betrokken belangen en belanghebbenden hierbij meenemend. Conclusie De zienswijze geeft geen aanleiding om de omgevingsvisie aan te passen. Zienswijze 25 Ik ontving de beoordeling op mijn inspraakreactie op de voorontwerp omgevingsvisie. Het betreft inspraakreactie nummer 13 op de pagina’s 40 en 41 van het rapport. Hoewel hier de nadruk wordt gelegd op mijn perceel nr 61 en eventuele ( mantel) bouwkundige uitbreiding mis ik enige uitleg dan wel onderbouwing van uw reactie. Tevens wil ik nog wijzen op het speciale karakter van dit gebied. Zie bijvoorbeeld het feit dat hier de grens al eerder is afgesloten.

Dat hier mensen wonen die regelmatig aangiftes hebben gedaan over verhandeling van drugs e.d. Vergezeld van vele camerabeelden. Uw Burgemeester heeft hier op ons terrein nog een middag vertoefd samen met

politie en hierdoor heterdaadjes betrapt. Dat leidde tot camerabewaking wat ook weer gunstige gevolgen had. Dit kleine gebied tussen het dorp Nispen en de grens is nog geen 900 meter breed. Er is matige lintbebouwing. Er is een CPO project van 14 starterswoningen tot stand gekomen. Er zijn pal tegen de grens, tegenover nr 61 een zevental villa’s gebouwd. Buitengebied!!Een voormalig restaurant is nu bewoond door een aantal families Het pal ernaast- gelegen restaurant dat ( al jaren gesloten) krijgt geen kans om te slopen en een woonbestemming te krijgen zodat alles onderkomt en de eigenaar machteloos staat. Deze 900 meter is de enige verbinding tussen Essen en het dorp Nispen. Is anno 2022 een veel te zeer drukke verkeersweg waar voor voetgangers geen veilig verkeer mogelijk is. Voor fietsers geldt hetzelfde. Om deze relatief korte verbinding verkeersluwer en veiliger te maken is aan uw afdeling verkeer een voorstel ingediend om het geheel autoluw te maken en dat hoeft niet eens zoveel te kosten. Hopelijk volgt er binnenkort (re) actie. Er is veel verkeer tussen Dorp Nispen en Essen. Vice Versa. Geen veilige afbakening zoals bij overige invalswegen. Last but not least: Veel Nispense inwoners en met name de bewoners van Essenseweg en Grensstraat voelen ons in een verloren, vergeten gebied wonen.

De paar stukken “buitengebied” zouden DEELS gebruikt kunnen worden om het geheel wat uitnodigender en toegankelijker te maken. De provincie is graag bereid voor een gesprek met ons, bewoners, mits er iemand van de Gemeente bij is. Beantwoording In de beantwoording van uw inspraakreactie op de ontwerp omgevingsvisie zijn we ingegaan op de inhoudelijke kenmerken van een omgevingsvisie en concrete plannen. De omgevingsvisie leent zich niet om een inhoudelijke onderbouwing te leveren over mantelzorgwoningen. De omgevingsvisie schetst het beleid op hoofdlijnen. Dit betekent dan ook over de specifieke verkeerssituatie dat de omgevingsvisie hier geen uitsluitsel over kan geven. Speciale karakter grensgebied De functies en het beeld van de Essenseweg in zuidelijke richting is divers. De Essenseweg kenmerkt zich door een aantal bedrijfsbestemmingen, agrarische bestemmingen, een horeca bestemming en woonbestemmingen. Ook de maat en schaal van de bebouwing varieert. Deze afwisseling maakt dat de Essenseweg veel kan verdragen, zonder dat het karakter van deze weg verandert. De Essenseweg valt deels in de kom van Nispen als ook in het buitengebied. Ten zuiden van Essenseweg 60 begint het landelijk gebied. Richting de grens met België verdicht het lint zich weer met meer woningbouw. De Essenseweg stopt, net als de Kloosterweg en de Hollands Diepstraat, bij de Grensstraat.

Het noordelijk deel van de Grensstraat is Nederlands grondgebied, het zuidelijk deel van de Grensstraat ligt in Essen (België). Het noordelijk deel wordt in de provinciale verordening aangeduid als landelijk gebied, terwijl het zuidelijke deel duidelijk onderdeel uitmaakt van het stedelijk gebied van Essen (België). Dit is een bijzondere situatie. De gemeente Roosendaal wil de Essenseweg niet verder verdichten en voorkomen dat Nispen en Essen aan elkaar groeien. Aan het einde van de Essenseweg en de Kloosterstraat is er weer sprake van lintbebouwing met woningen. Ook verdichting aan de noordkant van de Grensstraat wordt op dit moment niet voorzien, omdat de noordkant van deze straat duidelijk deel uitmaakt van het landelijk gebied in Nederland. Deze straat vormt niet alleen de grens tussen Nederland en België, maar ook tussen het Nederlandse landelijk gebied en het Belgische stedelijk gebied.

Bron: ruimtelijke plannen Buitengebied Roosendaal-Nispen (bestemmingsplan, onherroepelijk)

Bron: interim omgevingsverordening Noord-Brabant (geconsolideerd 15-04-2022): landelijke kern Nispen (roze), verstedelijking afweegbaar (gestreept gebied) en landelijk gebied (geel)

Conclusie De zienswijze geeft aanleiding om de omgevingsvisie aan te passen. Het grensgebied wordt duidelijker omschreven in de omgevingsvisie.

Zienswijze 26 In Nispen is aan de zuidwestzijde van het dorp een provinciaal zoekgebied voor stedelijke ontwikkeling aangeduid. In het plan staat op pagina 68 dat hier mogelijk ruimte is voor woningbouw ontwikkeling in de toekomst. Met deze mogelijke woningbouw zijn wij het niet eens. Wij runnen een melkveebedrijf aan de Nigtestraat 2 en hebben de laatste jaren ons bedrijf aangepast, zodat wij klaar zijn voor de toekomst. Woningbouw op deze locatie ligt veel te kort bij ons bedrijf. Dit komt de ontwikkeling van het bedrijf niet ten goede. Een gedeelte van de grond in het zoekgebied wordt door ons gepacht. Hierdoor verliezen wij grond die voor ons belangrijk is binnen de bedrijfsvoering om te kunnen voldoen aan wet- en regelgeving. Wij zijn van mening dat woningbouw hier niet op zijn plaats is, omdat dit voor ons een grote belemmering wordt in onze bedrijfsvoering. Wij werken met levend vee en dat kan overlast geven, waar bewoners niet op zitten te wachten. Naar onze mening kan de

gemeente beter een locatie kiezen die niet in de buurt van een agrarisch bedrijf ligt. Verder zijn wij van mening dat er toekomst moet zijn. Voor de agrarische sector in het buitengebied. Dat er mogelijkheden zijn om onze bedrijven door te ontwikkelen zonder belemmeringen. Dan kunnen wij innovaties toepassen en werken met nieuwe technieken. De agrarische sector zorgt voor een goed onderhouden buitengebied en is de voedselproducent van morgen. Beantwoording Wij begrijpen dat u als agrarisch bedrijf perspectief wilt voor de toekomst. De lat ligt in het buitengebied hoog. De weg ernaartoe ligt nog niet vast en is daarmee aandachtspunt voor uitwerking van de visie. De ambities voor het buitengebied gaan deels samen: een ontwikkeling naar een meer circulaire en natuurvriendelijke landbouw geeft ruimte voor water, groen/natuur en leidt tot vermindering van hinder op de omgeving. Behoud en versterking van landschap gaat goed samen met meer ruimte voor water en groen/natuur en draagt bij aan de recreatieve kwaliteit van het buitengebied. Maar er zijn ook spanningsvelden tussen ambities. Vitale landbouw vraagt momenteel nog steeds om schaalvergroting, wat ten koste kan gaan van ambities op het gebied van landschap en leefbaarheid. De grootste uitdaging in het buitengebied is hoe de ambities gecombineerd kunnen worden met de agrarische sector. Dit vraagt afstemming met alle betrokkenen.

Potentiële conflictsituaties Er is een aparte ruimtelijke procedure nodig voor de wijziging van een bestemming voor natuur, buitenhoven, woon- zorg en recreatieve functies die nu volgens het geldende bestemmingsplan niet zijn toegestaan. Bij de beoordeling van deze plannen dient sprake te zijn een goede ruimtelijke ordening. De (wettelijke) conflictsituaties moeten dus eerst opgelost worden, voordat een ruimtelijke procedure gestart kan worden. Voordat de gemeente een ruimtelijke procedure start, wordt in overleg getreden met alle belanghebbenden. Daarbij is het uitgangspunt om oplossingen te zoeken om gewenste ontwikkelingen mogelijk te maken, waarmee alle belanghebbenden akkoord kunnen gaan. Toch zal de gemeente soms, na afweging van alle belangen, keuzes moeten maken waarmee niet iedereen het eens is. Conclusie De zienswijze geeft geen aanleiding om de omgevingsvisie aan te passen.

Zienswijze 27 Met veel interesse hebben wij de omgevingsvisie gelezen. Graag willen wij van de gelegenheid gebruik maken om bezwaar te maken op enkele punten. In Nispen is aan de zuidwestzijde van het dorp een provinciaal zoekgebied voor stedelijke ontwikkeling aangeduid. In het plan staat op pagina 68 dat hier mogelijk ruimte is voor woningbouw ontwikkeling in de toekomst. Met deze mogelijke woningbouw zijn wij het niet eens. Wij runnen een melkveebedrijf aan de Nigtestraat 2 en hebben de laatste jaren ons bedrijf aangepast, zodat wij klaar zijn voor de toekomst. Woningbouw op deze locatie ligt veel te kort bij ons bedrijf. Dit komt de ontwikkeling van het bedrijf niet ten goede. Een gedeelte van de grond in het zoekgebied wordt door ons gepacht. Hierdoor verliezen wij grond die voor ons belangrijk is binnen de bedrijfsvoering om te kunnen voldoen aan wet en regelgeving. Wij zijn van mening dat woningbouw hier niet op zijn plaats is, omdat dit voor ons een grote belemmering wordt in onze bedrijfsvoering. Wij werken met levend vee en dat kan overlast geven, waar bewoners niet op zitten te wachten. Naar onze mening kan de gemeente beter een locatie kiezen die niet in de buurt van een agrarisch bedrijf ligt. Verder zijn wij van mening dat er toekomst moet zijn voor de agrarische sector in het buitengebied.

Dat er mogelijkheden zijn om onze bedrijven door te ontwikkelen zonder belemmeringen. Dan kunnen wij innovaties toepassen en werken met nieuwe technieken. De

agrarische sector zorgt voor een goed onderhoud en buitengebied en is de voedselproducent van morgen. Wij hopen dat u onze argumenten serieus meeneemt in u visie. Het gaat om onze toekomst. Beantwoording Wij begrijpen dat u als agrarisch bedrijf perspectief wilt voor de toekomst. De ambities voor het buitengebied gaan deels samen: een ontwikkeling naar een meer circulaire en natuurvriendelijke landbouw geeft ruimte voor water, groen/natuur en leidt tot vermindering van hinder op de omgeving. Behoud en versterking van landschap gaat goed samen met meer ruimte voor water en groen/natuur en draagt bij aan de recreatieve kwaliteit van het buitengebied. Maar er zijn ook spanningsvelden tussen ambities. Vitale landbouw vraagt momenteel nog steeds om schaalvergroting, wat ten koste kan gaan van ambities op het gebied van landschap en leefbaarheid. De grootste uitdaging in het buitengebied is hoe de ambities gecombineerd kunnen worden met de aandachtspunten. Dit vraagt afstemming met alle betrokkenen en om een goede uitwerking van een toekomstige visie voor het buitengebied.

Potentiële conflictsituaties Er is een aparte ruimtelijke procedure nodig voor de wijziging van een bestemming voor natuur, buitenhoven, woon- zorg en recreatieve functies die nu volgens het geldende bestemmingsplan niet zijn toegestaan. Bij de beoordeling van deze plannen dient sprake te zijn een goede ruimtelijke ordening. De (wettelijke) conflictsituaties moeten dus eerst opgelost worden, voordat een ruimtelijke procedure gestart kan worden. Voordat de gemeente een ruimtelijke procedure start, wordt in overleg getreden met alle belanghebbenden. Daarbij is het uitgangspunt om oplossingen te zoeken om gewenste ontwikkelingen mogelijk te maken, waarmee alle belanghebbenden akkoord kunnen gaan. Toch zal de gemeente soms, na afweging van alle belangen, keuzes moeten maken waarmee niet iedereen het eens is. Conclusie De zienswijze geeft geen aanleiding om de omgevingsvisie aan te passen.

Zienswijze 28 In 1999 heb ik als varkenshouder Dordrecht moeten verlaten en ben komen te wonen en ondernemen in Nispen. In Dordrecht werd zogenaamde Randstadpolitiek bedreven, dat houdt in dat agrarische ondernemers van bovenaf geregeerd werden. Men bepaalde hoe en wat de agrarische sector moest doen en vooral wat men niet moest doen. Conclusie is geworden dat er geen agrarische sector meer over gebleven is in Dordrecht. De randstad is verworden tot een stenen landschap van huizen en industrie. Ik heb mijn hart verpand aan Roosendaal en haar dorpen en zeker ook de mensen. Brabanders zijn namelijk gastvrije mensen die saamhorig zijn en die in goede harmonie samen leven en dat is zeker in de dorpen. Uniek is ons buitengebied, waar vind je op een 5 vierkante kilometer een rijschool, een tuinder een varkenshouder een outletcenter een drukkerij een koeboer en een sterrenrestaurant en honderden wandelaars en fietsers. Wat goed is moet je niet veranderen maar als ik de zienswijze moet alles anders omdat het zogenaamd anders moet. Met ongeloof moet ik constateren dat de gemeente Roosendaal het niet zo goed op heeft met haar boeren en tuinders. Het buitengebied en zijn agrarische ondernemers moeten zich maar aanpassen aan de wil van het bestuur. Misselijk makend vind ik de stelling dat de sector kampt met milieuproblemen, geen toekomst heeft en dat alternatieven niet worden opgepakt.

(citaat pagina 18) Zelf heb ik voor 300 duizend euro geïnvesteerd in maatregelen ten goede van het milieu ,85% amoniakreductie heb ik gerealiseerd (65 % de sector) Bijna alle bedrijven die ik ken hebben een opvolger. En het verbreden waar men het zo graag over heeft moet wel mogelijk binnen de geldige regelgeving zijn en er moet een markt voor zijn .

Ik snap totaal niet de opdeling van gebieden waar en wat voor landbouw er mogelijk is. Het is naar alle waarschijnlijk gewoon achter een bureau gemaakt door mensen met totaal geen verstand van de materie. Wat er is moet weg en waar het niet is moet het komen. Zandgronden zijn geschikt voor gras tuinbouw en boomkwekerijen. Klei (zware grond) is geschikt voor akkerbouw Daarom is het gebruik van die gronden bewust gedaan voor de tak waar het voor geschikt is. De gemeente moet niet de boel gaan regisseren dat moet aan de ondernemer worden overgelaten . En die ondernemer moet zich gewoon houden aan de wet en richtlijnen die worden opgesteld door de overheid. De visie komt bij mij over dat ik maar moet slikken wat Roosendaal wil, ik moet mij maar opofferen aan andere doelen. Hoe anders is dat geregeld bij industriebestemmingen en bij woonbestemming. Waarom niet gewoon buitengebied voor landbouw en verder doen zoals we het altijd hebben gedaan in Roosendaal. Groen is mooi maar zonder boerenbedrijven zal het groene verdwijnen . En zal het een uitbreiding worden naar Randstadmodel. Als laatste wil ik iets toevoegen voor het uitbreiden van woningen in de dorpen. Ik zie namelijk in geen 1 dorp starters woningen gebouwd worden , als je wilt dat er doorstroming komt zullen er toch echt betaalbare woningen gebouwd moeten voor de jeugd anders vergrijzen de dorpen in een rap tempo.

Beantwoording De gemeente is zich bewust dat de landbouwsector moet voldoen aan veel regelgeving vanuit de Europese Unie en wet- en regelgeving vanuit Nederland. Wij realiseren ons terdege dat de transitie al jarenlang plaats vindt in de landbouwsector en dat er veel goede initiatieven ontplooid worden om te voldoen aan de huidige regelgeving. De omgevingsvisie is niet belerend bedoeld naar de landbouwsector. Het is veel meer een opgave die er voor ons samen ligt. Recent is er een belangrijk aandachtspunt/uitgangspunt bij gekomen: Het door het kabinet naar aanleiding van de stikstofproblematiek aangekondigde Nationaal Programma Landelijk Gebied (hierna: NPLG), zoals verwoord in de 10 juni jl. gepresenteerde startnotitie. Hierin wordt een landelijke visie aangekondigd op de toekomst van het buitengebied. In het NPLG legt het rijk structurerende, richtinggevende keuzes en (regionale) doelen vast als basis voor integrale provinciale programma’s. De gemeente wil graag samen met de belanghebbenden om tafel met de provincie om invulling te geven aan een gebiedsprogramma. Het Rijk wil dat dit uiterlijk juli 2023 wordt opgesteld.

Het gebiedsprogramma biedt dan een belangrijke richtinggevende basis voor de verdere uitwerking van een visie op het buitengebied van Roosendaal.” In het rapport “Kiezen en delen” (Ministerie van BZK, 2021), één van de voorstudies van het NPLG is het zuidelijk en westelijk deel van het buitengebied Roosendaal aangeduid als droogtegevoelig gebied en daarmee/daardoor als beoogd gebied voor extensieve grondgebonden landbouw. Het overig deel van het buitengebied van Roosendaal is niet aangeduid als droogtegevoelig en aangeduid als beoogd gebied voor intensieve grondgebonden landbouw. De gemeente wil hiermee aangeven dat er belangrijke aandachtspunten en opgaven liggen in verschillende gebieden in Roosendaal. Hiermee wordt de problematiek waarmee de landbouwsector onder andere kampt mee bloot gelegd. Als gemeente is het belangrijk om de verschillende opgaven die er liggen op het netvlies te hebben en daarmee de samenwerking te kunnen opzoeken met de landbouwsector. De grootste uitdaging in het buitengebied is hoe de ambities gecombineerd kunnen worden met de aandachtspunten. Dit vraagt afstemming met alle betrokkenen en om een goede uitwerking van een toekomstige visie voor het buitengebied. Starterswoningen De omgevingsvisie is een integrale langetermijnvisie van de gemeente voor de hele fysieke leefomgeving en haar grondgebied.

Er worden bepaalde kaders geschetst echter er worden nog geen concrete uitvoeringsplannen opgenomen. In de omgevingsvisie wordt aangegeven dat één van de leidende principes is het beschikken over een gevarieerd woningaanbod voor grotere en kleinere huishoudens, voor ouderen, gezinnen en jongeren, voor alle inkomens. De uitwerking hiervan vindt

plaats in thema- of gebiedsgerichte deelvisies, programma’s dan wel bestemmingsplannen of omgevingsplanwijzigingen (onder de Omgevingswet) en omgevingsvergunningen. In uw specifieke geval wordt in de woonagenda van 2021-2025 aangegeven dat in de woningbouwprogrammering ook nadrukkelijk gekeken wordt naar de woonbehoefte en aanbod voor starters. Conclusie De zienswijze geeft geen aanleiding om de omgevingsvisie aan te passen. Zienswijze 29 In de inspraak zou geen antwoord gegeven zijn op de hoofdvraag: ‘om hoofdlijnen en kaders over het bijzondere gebied Grensstraat en eerste stuk Essenseweg toe te voegen aan de omgevingsvisie van de gemeente Roosendaal zodat die later in het omgevingsplan en programma’s kunnen worden uitgewerkt.’ Hierop werd geantwoord dat de omgevingsvisie enkel betrekking heeft op het grondgebied van de gemeente Roosendaal en niet buiten de grenzen van de gemeente. De vraag ging echter juist over Roosendaals grondgebied grenzend aan de stad Essen. Dit Roosendaals grondgebied heeft een uitzonderlijke dynamiek, bevat 37 huizen aan de Nederlandse kant, geclusterd in de Grensstraat en Essenseweg. Dit zijn bepaald geen verspreide huizen in het buitengebied, maar een duidelijke verstedelijking. Dit Roosendaals grondgebied wordt afgescheiden van Roosendaal in gevallen van corona of MKZ als de grenzen sluiten.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.roosendaal.nl/api/v1/meetings/1358/documents/35855