Bijlage 2 Bijlagen bij toelichting Omgevingsplan gecombineerd.pdf
Tekst van het document
Landschappelijke inpassing Klokbergsestraat-Nispen
Opdrachtgever: P 9
Schoenmakers Advies Molenzicht 4881
Datum:
BW
17
Door:
2
Zundert
april
2023
PLANgroen
(geanonimiseerd) Nieuwmoerseweg 3a 4885
KJ Achtmaal
info@plangroen.nl
Landschappelijke inpassing
-
Roosendaalsebaan
24
-
Schijf
Pt {AEN
Paid
EE
45 È
4
PN
Inhoud Inleiding
4
Landschappelijke inpassing
5-7
Beheer landschappelijke inpassing
8
Berekening kwaliteit
9
van
het landschap
Referentiebeelden
Pagina 3
10
Landschappelijke inpassing –Roosendaalsebaan 24 -Schijf
Inleiding Het voornemen is om op de locatie Klokbergsestraatte Nispen vijf woningen te bouwen. Inhet voorliggend plan is de landschappelijke inpassing voor de ontwikkeling opgenomen en daarnaast hoe deze ontwikkeling zich verhoudt tot de regeling kwaliteitsverbetering van het landschap van de provincie Noord-Brabant. Het landschapsplan is als volgt opgebouwd: • • •
Landschappelijke inpassing Beheer landschappelijke inpassing Berekening kwaliteitsverbetringvanmhet landschap
Pagina 4
Landschappelijke inpassing –Roosendaalsebaan 24 -Schijf
Landschappelijke inpassing
Nieuwe dubbele knip-scheerheg79 Mtr 150/+
Nieuwe dubbele knip-scheerheg38 Mtr 80/100
N
Schaal 1:500
Pagina 5
Landschappelijke inpassing –Roosendaalsebaan 24 -Schijf
Landschappelijke inpassing Beeldkwaliteit: De landschappelijke inpassing moet een kwaliteitsverbetering voor het landschap zijn. Gemeente Roosendaal heeft in zijn structuurvisie aangegeven zich primair op het behouden en verbindenvande natuur en het landschap in te zetten.
Inpassing: Om de locatie Klokbergsestraatte Nispen te laten verbinden met de het landschap , wordt privacy.
een
knip-scheerhegaangeplant. De haag dient als afronding van de dorpskern en geeft de betreffende percelen
Beplanting: Om de beeldkwaliteit te verhogen wordt er gekozen voor inheemse boom en struiksoorten.
Pagina 6
Landschappelijke inpassing –Roosendaalsebaan 24 -Schijf
Dubbele Knip-Scheerhaag 117 meter ( 38 meter 80/100 , 79 meter 150/+): Het landschapselement ‘Knip-Scheerhaag’ valt onder het landschapspakket L7 (STILA). Het is een vrijliggendelijnvormig landschapselement , met aaneengesloten begroeiing van inheemse bomen-en
struiken , dat regelmatig wordt geknipt of geschoren. Algemene eisen ten aanzien van inrichting en beheer: Het element is tenminste 25 meter lang en is ten minste 1 meter en ten hoogste 3 meter breed; Het element wordt minimaal eenmaal per 2 jaar en maximaal eenmaal per jaar geknipt ofgeschorenen de haag heeft in geschoren toestand een hoogte van minimaal 1 meter; Bij verbranden van het takhout (indien dit mogelijk is in kader van APV) geen vuur maken in of binnen 5 meter vanaf het element; Het gebruik van chemische bestrijdingsmiddelen in het element is niet toegestaan m. u. v. `pleksgewijzebestrijding van akkerdistel , ridderzuring , Jacobskruiskruid en Japanse duizendknoop en van ongewenste houtsoorten (Amerikaanse vogelkers , Amerikaanse eik en Robinia) middels een stobbenbehandeling; Bij beweiding van de aanliggende gronden is een raster aanwezig waardoor schade door vraat stammen en hakhoutstobben en betreding van het element wordt voorkomen. Het raster mag niet bevestigt zijn aan stammen van het element zelf; Grondbewerking van de aanliggende gronden wordt zodanig uitgevoerd dat schade aan het element wordt voorkomen; Snoeiwerkzaamheden worden alleen verricht in de periode tussen 1 juni en 15 maart. Voor de knip-scheerhaag worden acht planten per meter gebruikt.
Soort
Maat
Aantal
Latijnse naam
Nederlandse
Fagussylvatica
Gewone beuk
80/100
304
Fagussylvatica
Gewone beuk
150/+
632
Pagina 7
naam
Landschappelijke inpassing –Roosendaalsebaan 24 -Schijf
Beheer Landschappelijke inpassing
Knip-scheerhaag: In de periode 1 juni tot en met 15 maart , wordt de knip-scheerhaag ieder jaar geschoren. Daarbij wordt gelet op de volgende punten: Strakke lijnen snoeien op gewenste hoogte en breedte van het element. Toppen om een dichte structuur van de haag te creëren. -
Pagina 8
Landschappelijke inpassing –Roosendaalsebaan 24 -Schijf
Berekening kwaliteitsverbetering
van
het landschap
Elk landschapspakket heeft zijn eigen normbedrag voor het aanleggen en beheers bijdrage voor onderhoud van het landschapspakketten. Op de Locatie Klokbergsestraatte Nispen wordt één landschapselement gerealiseerd. Daarbij staat wat het normbedrag per eenheid is , dat geeft de totale vergoeding van de aanleg. De beheers bijdrage per eenheid en het aantal , lengte of oppervlakte de totale vergoeding onderhoud. Deze twee bedragen plus de waardevermindering geeft de compensatie vergoeding totaal aan. Zie tabel hieronder:
Pagina 9
Landschappelijke inpassing –Roosendaalsebaan 24 -Schijf
Referentiebeelden
Beukenhaag
Pagina 10
Landschappelijke inpassing –Roosendaalsebaan 24 -Schijf
Transect-rapport 4318 Nispen
,
Klokbergsestraat
Gemeente Roosendaal (NB) Archeologisch bureauonderzoek (BO) en inventariserend Veldonderzoek (IVO) , verkennende fase
1
2
archeologie, erfgoed, ruimte
transect:
Overijsselhaven 127
T:
030-7620705
3433 PH
E:
informatie@transect.nl
Nieuwegein
Auteur
(geanonimiseerd)
Versie
Versie 1.1
Projectcode
22070087
Datum
10-10-2022
Opdrachtgever
Schoenmakers Advies
Uitvoerder
Transect b.v.
Overijsselhaven 3433
PH
127
Nieuwegein
Veldonderzoek
(geanonimiseerd) (Senior KNA Prospector) | (geanonimiseerd) mn
Onderzoeksmelding
5293597100
Bevoegde
overheid
Gemeente
Roosendaal
Adviseur
bevoegde
Gemeente
Bergen op Zoom,
overheid
(geanonimiseerd) mn Status
Nog
Beheer documentatie
Transect, Nieuwegein
Voorblad
Foto
(geanonimiseerd) | (geanonimise rd) |
te beoordelen
van
het
plangebied ten tijde van (17-10-2022)
het
veldonderzoek
Autorisatie Naam
Datum
(geanonimiseerd) (geanonimiseerd) | | Senior KNA
25-10-2022
Prospector
(geanonimise rd)
ISSN: 2211-7067
© Transect, Niets
Nieuwegein
uit deze
op welke
uitgave dan
wijze
mag
Transect aanvaardt geen adviezen of het
transect:
gebruik
vermenigvuldigd en/of openbaar gemaakt door middel voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgevers.
worden
ook zonder
aansprakelijkheid van
de resultaten
archeologie, erfgoed, ruimte
voor van
eventuele schade
dit onderzoek.
van
druk, fotokopie of
voortvloeiend uit de toepassing
van
de
Samenvatting In opdracht van Schoenmakers Advies heeft Transect in oktober 2022 een archeologisch vooronderzoek uitgevoerd in een plangebied aan de Klokbergsestraat tegenover nummer 2 in Nispen (gemeente Roosendaal). De aanleiding voor het onderzoek vormt de ruimtelijke procedure ten behoeve van de realisatie van vijf nieuwe woningen in het gebied (circa 320 m).2 Het archeologisch vooronderzoek bestaat hier uit een Archeologisch Bureauonderzoek (BO) en een Inventariserend veldonderzoek (IVO). De vraagstelling van deze onderzoeken richt zich op het vaststellen en toetsen van de archeologische verwachting en de bepaling in hoeverre de voorgenomen ingrepen in het kader van de planvorming effect hebben op eventuele archeologische resten in het gebied. Op basis van het bureauonderzoek is in het plangebied sprake van een hoge archeologische verwachting op archeologische waarden uit de periode Laat Paleolithicum – Nieuwe Tijd. Deze is gebaseerd op de vermoedelijke ligging van het plangebied op een dekzandrug met eronder terrasafzettingen. De diepteligging van de terrasafzettingen is onbekend. Het dekzand bevindt zich vlakbij het maaiveld mogelijk begraven onder een oud bouwlanddek. Dit dek is mogelijk in de Late Middeleeuwen aangelegd.
Aan de basis van het bouwlanddek en in de top van het dekzand zijn in de omgeving van het plangebied sporen van nederzettingsterreinen uit de IJzertijd Late Middeleeuwen en de Nieuwe tijd aangetroffen. Voor wat betreft resten uit de Nieuwe tijd van voor 1900 is de verwachting laag. De ligging van het plangebied in het historische buitengebied van Nispen en het ontbreken van bebouwing op historische kaarten vormen geen aanleiding om bewoningsresten uit deze tijd in het plangebied te verwachten. ,
,
Tijdens het veldonderzoek is een oud-bouwlanddek aangetroffen op het dekzand in het oosten en midden van het plangebied (boring 2-4). Het oud-bouwlanddek bevindt zich onder de bouwvoor of een opgebrachte laag zand. Het archeologisch niveau de top van het dekzand is hier intact (95 – 125 cm -Mv; 1205 – 125 m NAP). Ter plaatse van boring 5 (zuid) is een geroerde laag aangetroffen tot 135 cm -Mv. Aangezien er geen ontgrondingen in het gebied hebben plaatsgevonden en op de historische kaarten hier geen bebouwing heeft gestaan in de vorige eeuw is de precieze oorzaak van deze roering onduidelijk. Mogelijk betreft het bioturbatie of is er een archeologisch spoor aangeboord. Ter plaatse van boring 1 (noord) bevindt de bouwvoor zich gelijk op het dekzand. ,
,
,
,
Op grond hiervan is de archeologische verwachting uit het bureauonderzoek bij te stellen waarbij geconstateerd kan worden dat de verwachting op resten uit de periode Laat-PaleolithicumMesolithicum laag is in het gehele plangebied. Deze resten zijn niet meer in situ te verwachten. Grondsporen en archeologische resten vanaf het Neolithicum kunnen zich nog wel in de top van het dekzand bevinden. ,
Advies Het voornemen bestaat om in het plangebied vijf nieuwe particuliere woningen (320 m)2 te realiseren. In het plangebied is echter deels een hoge verwachting vastgesteld voor archeologische resten uit de periode Neolithicum – Nieuwe Tijd. In het kader van de ruimtelijke procedure adviseren wij om de huidige onderzoeksgrenzen te behouden in het nieuwe bestemmingsplan (50 m 2 en dieper dan 50 cm -Mv; circa 1270 m NAP in het westen en 1310 m NAP in het oosten). ,
,
De toekomstige bouwplannen overschrijden deze onderzoeksgrenzen. Zodoende adviseren wij tot een vervolgonderzoek. Dit vervolgonderzoek kan het beste plaatsvinden in de vorm van een 4
proefsleuvenonderzoek (IVO-P). Voor een dergelijk gravend onderzoek is een Programma van Eisen (PvE) benodigd dat beoordeeld en goedgekeurd is door de bevoegde overheid. Bovenstaande vormt een advies. Op grond van de resultaten van het rapport en het advies zal de bevoegde overheid (de gemeente Roosendaal) een besluit nemen over de daadwerkelijke omgang met eventueel aanwezige archeologische waarden binnen het plangebied.
5
Inhoud 1.
Aanleiding
1
2.
Aard en doel van het archeologisch vooronderzoek
2
3.
Afbakening van het plan- en onderzoeksgebied
3
4.
Planvorming en consequenties toekomstig gebruik
5
5.
Beleidskader
6
6.
Landschap geomorfologie en bodem
7
7.
Beschrijving bekende archeologische kenmerken
9
8.
Historische situatie huidig gebruik en bodemverstoringen
16
9.
Gespecificeerde archeologische verwachting
23
,
,
10. Resultaten veldonderzoek
26
11. Beantwoording onderzoeksvragen
28
12. Conclusie en Advies
29
13. Geraadpleegde bronnen
30
Bijlage 1: Plantekening
33
Bijlage 2: Archeologische beleidskaart van de gemeente Roosendaal
34
Bijlage 3: Geomorfologie
36
Bijlage 4: Hoogtekaart
37
Bijlage 5: Bodemkaart
39
Bijlage 6: Archeologische informatie
40
Bijlage 7: Boorpuntenkaart
41
Bijlage 8: Foto’s van boringen
42
Bijlage 9: Boorbeschrijvingen
44
1
1.
In
Aanleiding opdracht van
vooronderzoek
Schoenmakers
uitgevoerd
(gemeente Roosendaal). behoeve In het deze en
De
de realisatie
van
plangebied geldt aanduiding
dieper dan
is een
50
cm
in
Advies heeft
een
aanleiding voor
van
in het
de
in oktober 2022
het onderzoek
vormt
in het
gebied.
-Mv reiken.
onderzoek
de
een
—
verplicht bij bodemingrepen, van
bodemingrepen dieper
Archeologie
ten
1. Vanwege
die groter zijn dan 50 m?
de voorgenomen
dan 50
2 in Nispen
cm
van
de
-Mv) archeologisch
Kwaliteitsnorm
Nederlandse
aan de eisen zoals gesteld in de kwaliteitsnorm ‘BRL SIKB 4000’, versie 4.1, en is gecertificeerd door procescertificaat. Transect b.v. is certificaathouder van de volgende protocollen: ‘KNA Protocol 4001 Programma van Eisen’, ‘KNA Protocol 4002 Bureauonderzoek’, ‘Protocol 4003 Inventariserend Veldonderzoek, variant Overig’, ‘Protocol 4003 Inventariserend Veldonderzoek, variant Proefsleuven’ en ‘Protocol 4004 Opgraven’, en staat geregistreerd bij het RCE en
Transect
middel
van
b.v. voldoet
nummer
ruimtelijke procedure
uitgevoerd in overeenstemming met de eisen van de 2022). Archeologie (KNA), versie 4.1 en het Plan van Aanpak (geanonimiseerd) |
1
archeologisch
Waarde
Dit betekent dat gezien de omvang 2000 m? met
een
Klokbergsestraat tegenover
bestemmingsplan Nispen (2013)
archeologisch
is
aan
vijf nieuwe woningen
toekomstige ontwikkeling (circa vooronderzoek nodig is. Het onderzoek
plangebied
Transect!
een
de SIKB.
transect:
archeologie, erfgoed, ruimte
2. Aard en doel van het archeologisch vooronderzoek Het archeologisch vooronderzoek bestaat uit een gecombineerd onderzoek te weten een Archeologisch Bureauonderzoek (BO) en een Inventariserend Veldonderzoek (IVO) verkennende fase. ,
,
Het doel van het archeologisch bureauonderzoek is het specificeren van de archeologische verwachting dat wil zeggen het aan de hand van beschikbare en nieuwe informatie over de archeologie cultuurhistorie geomorfologie bodemkunde en grondgebruik bepalen van de kans dat binnen het plangebied archeologische resten kunnen voorkomen. Hiervoor is onder andere het centraal Archeologisch Informatiesysteem (Archis) van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE) geraadpleegd waarin de Archeologische MonumentenKaart (AMK) is opgenomen. Aanvullende (cultuur)historische informatie is verkregen uit historische kaarten. Om inzicht te krijgen in de opbouw en ontwikkeling van het landschap zijn onder andere de bodemkaart en beschikbare geologische en geomorfologische kaarten geraadpleegd. Ook is er navraag gedaan bij de Heemkundekring De Heerlijckheid Nispen voor aanvullende informatie (via algemene e-mailadres; d. d. 13-10-2022). Deze informatie is in deze rapportage verwerkt. ,
,
,
,
,
,
Het doel van het inventariserend veldonderzoek is het toetsen en waar mogelijk bijstellen van de gespecificeerde archeologische verwachting door het verzamelen van informatie over de feitelijke bodemopbouw bodemreliëf en bodemintactheid in het plangebied. Hiermee ontstaat inzicht in de landschapsvormende processen en landschappelijke eenheden uit het verleden. Op basis hiervan kan een oordeel worden gegeven over waar wanneer en in hoeverre het gebied in het verleden geschikt was voor de mens. Het inventariserend veldonderzoek is uitgevoerd in de vorm van een booronderzoek (IVO-O). De toegepaste methodiek in het veld wordt beschreven bij de beschrijving van de veldresultaten (Hoofdstuk 10). ,
,
,
Het onderzoek probeert hiermee aan de hand van feitelijke informatie antwoord te geven op de volgende vragen: • Hoe heeft het plangebied oorspronkelijk in het natuurlijk landschap gelegen? • Zijn er binnen de bodemopbouw archeologisch relevante bodemniveaus te onderscheiden en hoe diep liggen deze? • In hoeverre zijn de archeologisch relevante bodemniveaus nog intact (verstoring erosie afdekkend substraat)? • Wat is de archeologische verwachting van het plangebied en in hoeverre is deze te differentiëren in laag middelhoog en hoog? ,
,
,
Het resultaat van het archeologisch vooronderzoek is dit rapport met een conclusie omtrent het risico dat eventueel aanwezige archeologische waarden in het plangebied worden verstoord als gevolg van de voorgenomen plannen. Op basis van dit rapport neemt het bevoegde overheid een beslissing in het kader van de vergunningverlening of planprocedure. Het rapport bevat waar mogelijk gegevens over de – verwachte – aan- of afwezigheid aard omvang ouderdom gaafheid conservering en (relatieve) kwaliteit van archeologische waarden. Het bureauonderzoek is uitgevoerd conform protocol 4002 van de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie versie 4. 1 (KNA 4. 1). Het inventariserend veldonderzoek is uitgevoerd conform protocol 4003 van de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie versie 4. 1 (KNA 4. 1). ,
,
,
,
,
,
2
3. Afbakening van het plan- en onderzoeksgebied Gemeente
Roosendaal
Plaats
Nispen
Toponiem
Klokbergsestraat
Kaartblad
49F
Centrumcoördinaat
90. 386 / 388. 535
Binnen het archeologisch bureauonderzoek is onderscheid gemaakt in het plangebied en het onderzoeksgebied. Het plangebied is het gebied waarin de geplande bodemingrepen zullen plaatsvinden. Het onderzoeksgebied omvat het plangebied en een deel van het direct omringende gebied en wordt bij het onderzoek betrokken om tot een beter inzicht te komen in de archeologische (cultuur)historische en bodemkundige situatie in het plangebied. Het onderzoeksgebied beslaat in dit geval een straal van circa 500 meter rond het plangebied.
,
Het plangebied ligt aan de Klokbergsestraat (tegenover nummer 2) in Nispen (gemeente Roosendaal). De ligging van het plangebied is weergegeven in figuur 1. Kadastraal gezien omvat het plangebied het perceel RSD00 Sectie F nummer 2772. In het westen wordt het plangebied begrensd door de Klokbergsestraat. De overige grenzen worden gevormd door de grenzen van de aanliggende percelen. Het plangebied is 2000 m 2 groot.
3
Figuur 1: Ligging van het plangebied (met rode lijnen aangegeven , bron: www. pdok. nl).
4
4. Planvorming en consequenties toekomstig gebruik Kader
Bestemmingsplanwijziging
Oppervlakte plangebied
2000 m 2
Planvorming
Nieuwbouw
Omvang verstoringen
5 woningen (320 m)2
Bodemverstorende werkzaamheden
Graafwerkzaamheden
Diepte verstoring
> Onbekend (50 cm)
Het voornemen bestaat om in het plangebied vijf nieuwe particuliere woningen (320 m)2 te realiseren. Het gebied is nu in gebruik als paardenbak met groenstroken. Een inrichtingstekening van de toekomstige situatie is weergegeven in bijlage 1. Om de herontwikkeling mogelijk te maken is een bestemmingsplanwijziging nodig. De bodemingrepen zullen naar verwachting het bodemarchief en daarmee eventueel aanwezige archeologische waarden aantasten. Hoe diep de ingrepen zullen reiken is echter nog niet bekend aangezien de technische tekeningen voor de bebouwing nog worden opgesteld. ,
,
Er zijn geen effecten op het grondwaterpeil voorzien.
5
5. Beleidskader Onderzoekskader
Bestemmingsplanwijziging
Beleidskader
Bestemmingsplan Nispen (2013)
Onderzoeksgrens
50 m 2 en dieper dan 50 cm –Mv
In 1992 heeft Nederland het Europees Verdrag inzake de bescherming van het archeologisch erfgoed ondertekend; ook wel het Verdrag van Malta of Valletta genoemd naar het eiland en de plaats waar het is ondertekend. Het Verdrag is in 1998 geratificeerd en op 1 september 2007 via de Wet op de Archeologische Monumentenzorg (Wamz) geïmplementeerd. De Wamz is een wijzigingswet en omvat een wijziging van de Monumentenwet 1988 de Wet Milieubeheer de Ontgrondingenwet en de Woningwet op grond waarvan overheden onder andere bij bodemingrepen verplicht rekening moeten houden met het behoud van archeologische waarden. Sinds juli 2016 (Erfgoedwet) is het behoud en beheer van het Nederlandse erfgoed geregeld door één integrale Erfgoedwet. De omgang met archeologie in de fysieke leefomgeving zal in de nieuwe Omgevingswet worden geregeld die in 2023 in werking zal treden. ,
,
,
,
,
In het bestemmingsplan Nispen (2013) heeft het plangebied Waarde – Archeologie 1 (bron: www. ruimtelijkeplannen. nl). Deze waarde is gebaseerd op de gemeentelijke beleidskaart (Koopmanschap en Visser-Poldervaart 2011; bijlage 2). Hierop heeft het plangebied een hoge archeologische verwachting. ,
Bij bouwwerken en/of bodemingrepen die groter zijn dan 50 m 2 én dieper reiken dan 50 cm -Mv is daarom archeologisch (voor)onderzoek noodzakelijk. Gezien het grotere verstoringsoppervlakte en diepte betekent dat in dit geval er in het kader van de ruimtelijke procedure een archeologisch (voor)onderzoek noodzakelijk is (zie hoofdstuk 4). In het kader van de ruimtelijke procedure dient de aanvrager een rapport aan de gemeente te overleggen waarin de archeologische waarde van het plangebied naar het oordeel van Burgemeester en Wethouders in voldoende mate is vastgesteld. Afhankelijk van de uitkomsten van het archeologisch (voor-)onderzoek dat hiervoor nodig is kunnen aan de ontwikkeling regels worden verbonden ter behoud van belangrijke archeologische waarden. Deze kunnen bestaan uit technische aanpassingen of een veiligstellende opgraving. Het archeologisch vooronderzoek kan hiertoe worden uitgebreid met een al dan niet gecombineerd karterend en waarderend onderzoek zodat op basis van de KNAwaarderingssystematiek een waardestelling kan worden opgemaakt. ,
,
,
6
6. Landschap , geomorfologie en bodem Archeoregio
Zuid-Nederlands zandgebied
Geomorfologie
Bebouwd; mogelijk terrasafzettingsrestheuvel
,
al dan niet bedekt met dekzand Maaiveld
133 m NAP
Bodem
Hoge zwarte enkeerdgronden
Grondwater
GWT-VII
,
Landschap Nispen ligt in het westelijke deel van het Zuid-Nederlandse zandgebied (Berendsen 2005). Het dorp ligt in zijn geheel op een dekzandrug die geflankeerd wordt door twee beekdalen aan de west- en oostzijde. Het dekzand is afgezet tijdens de laatste IJstijd (Weichselien) en behoort tot de Formatie van Boxtel (120000 – 9700 v. Chr. ). Het zand is afgezet onder periglaciale omstandigheden in de vorm van paraboolduinen vlaktes en lang gerekte dekzandruggen. De dekzandrug van Nispen loopt in noordwest-zuidoostelijke richting. Ook de beekdalen zijn ontstaan tijdens de laatste IJstijd en zorgden voor afwatering van de dekzandruggen in noordelijke richting. Het dekzand is vastgelegd gedurende het Holoceen. Door de opwarming van het klimaat nam de begroeiing toe waardoor het dekzand niet meer verstoof. In de beekdalen wordt klei afgezet en vindt in sommige gevallen zoals ten zuiden en westen van Nispen veenvorming plaats. In het dekzand komen lokaal ook zeer lemige lagen voor ook wel bekend als Brabants Leem behorend tot de Laag van Liempde binnen de Formatie van Boxtel. Deze laag is onder andere bekend ten oosten van Nispen (Berendsen 2005). ,
,
,
,
,
,
,
Onder het dekzand en lokaal vlak aan het oppervlakte bevinden zich oudere terrasafzettingen van de Maas en Rijn die vanuit België in noordelijke en oostelijke richting afwaterden gedurende het Vroeg – en Midden Pleistoceen (Formatie van Waalre; Berendsen 2000; De Mulder et al 2003). Deze terrassen zijn gevormd door de zeespiegelstijgingen gedurende deze het Laat-Pleistoceen en VroegHoloceen overstoven door dekzand. ,
,
,
Geologie Volgens boring B49F0574 uit het Dinoloket van TNO liggen op 90 m ten westen van het plangebied afzettingen van de Formatie van Boxtel Laagpakket van Wierden (dekzand tot 20 m -Mv; 105 m NAP) op afzettingen van de Formatie van Boxtel (ongedifferentieerd; zand – matig grof bron: www.dinoloket.nl zie ook voorgaande paragraaf “landschapsgenese”). ,
,
,
,
,
Geomorfologie Op de geomorfologische kaart ligt het plangebied het plangebied binnen een bebouwde zone waardoor de geomorfologie niet bekend is. Rondom het plangebied (en de bebouwde zone) is echter sprake van een terrasafzettingsrestheuvel dat al dan niet bedekt wordt door dekzand (code 4B41yd bijlage 3 Maas e.a. 2019). Het is de verwachting dat deze zich ook in de ondergrond van het plangebied bevindt. ,
,
,
,
,
Actueel Hoogtebestand Nederland (AHN) Op basis van het AHN valt af te leiden dat het maaiveld in het plangebied tussen 132 – 134 m NAP ligt (bron: www. ahn. nl; versie 4; bijlage 4). Het maaiveld binnen het plangebied is relatief vlak en vertoont weinig verschillen. Ten noorden en westen van het plangebied is het maaiveld lager. Ter plaatse van het beekdal ongeveer 1 km ten westen is het circa 66 m NAP. Ten zuiden van het plangebied blijft ,
,
,
,
,
7
het maaiveld ongeveer gelijk. Er bevindt zich ten oosten van het plangebied hier bedraagt de maaiveldhoogte circa 75 m NAP.
eveneens een beekdal ,
,
Bodem en grondwatertrap Volgens de bodemkaart zijn in het plangebied hoge zwarte enkeerdgronden te verwachten (kaartcode zEZ21 bijlage 5 Alterra 2017). Hoge zwarte enkeerdgronden zijn vaak antropogene gronden die over het algemeen op de middelhoge zandgronden werden aangelegd op de plek waar de bouwlanden lagen (Stouthamer 2015). Door het bemesten van de bouwlanden met potstalmest vermengd met (heide)plaggen of plaggen uit de beekdalen konden enkeerdgronden ontstaan gronden die zich kenmerken door een meer dan 50 cm dikke donkere humeuze bovenlaag (Van Doesburg e.a. 2007). Archeologisch gezien zijn enkeerdgronden bijzonder omdat het aangebrachte humeuze dek de oude pleistocene zandgronden het begraven oppervlak van vóór de Late Middeleeuwen – en daarmee het archeologisch relevante niveau – heeft behoed voor tal van verstoringen (Van Doesburg e.a. 2007). ,
,
,
,
,
,
,
,
,
,
,
,
,
De grondwatertrap in het plangebied is VII (op de bodemkaart). Dit houdt in dat de gemiddeld hoogste grondwaterstand (GHG) beneden 80 cm -Mv voor komt. De gemiddeld laagste grondwaterstand (GLG) ligt beneden 120 cm -Mv. Vanuit archeologisch oogpunt betekenen dergelijke grondwaterstanden dat naar verwachting (onverbrande) organische archeologische resten in de bodem slecht tot niet geconserveerd zijn gebleven (zoals leer textiel en hout) vanwege de sterk wisselende grondwaterstanden. Anorganisch vondstmateriaal (onder andere aardewerk en natuursteen) is nog wel te verwachten. ,
8
7. Beschrijving bekende archeologische kenmerken Wettelijk beschermd monument
Nee
AMK terrein
Nee
Verwachting gemeentelijke kaart
Hoog
Archeologische waarden en/of informatie
Nee
Wettelijk beschermde status Het plangebied heeft volgens het centraal archeologisch informatiesysteem (Archis) van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE) geen archeologisch wettelijk beschermde status. Archeologische Monumentenkaart (AMK) Het plangebied is niet opgenomen op de Archeologische MonumentenKaart (AMK). Archeologische verwachting Op de gemeentelijke beleidskaart kent het plangebied een hoge archeologische verwachting. Deze verwachting is gebaseerd op de landschappelijke ligging van het plangebied (Koopmanschap en VisserPoldervaart 2011). ,
Bekende archeologische waarden In het plangebied zijn voor zover bekend in het verleden geen archeologische waarnemingen gedaan en heeft in het verleden niet eerder onderzoek plaatsgevonden. In de omgeving van het plangebied is wel informatie bekend (bijlage 7). In tabel 1 is een overzicht gegeven van de verschillende onderzoeken in de omgeving van het plangebied in tabel 2 zijn de verschillende vondstmeldingen weergegeven. ,
Informatie uit overige bronnen Er is geen aanvullende informatie van de Heemkundekring verkregen met betrekking tot archeologische resten ten tijde van oplevering van dit rapport. Archeologisch gezien valt uit de resultaten van de reeds uitgevoerde onderzoeken in de omgeving af te leiden dat in deze regio resten aanwezig kunnen zijn uit de periode van het Laat Paleolithicum tot en met de Nieuwe Tijd. Er zijn tot nu toe archeologische resten aangetroffen uit de IJzertijd de Romeinse Tijd de Middeleeuwen en de Nieuwe Tijd. Onderzoeken richten zich met name op de top van het dekzand. ,
,
Vindplaatsen uit de aangetroffen perioden kenmerken zich voornamelijk door grondsporen en vondstconcentraties. In de Reigerstraat is echter ook een cultuurlaag geïdentificeerd uit de periode Bronstijd – Romeinse Tijd en ter plaatse van de historische kern kunnen funderingsresten en bebouwingsresten aanwezig zijn uit de Late Middeleeuwen – Nieuwe Tijd. Over vindplaatsen uit andere perioden worden in de onderzoeken geen uitspraken gedaan.
9
Tabel 1: Overzicht van de archeologische onderzoeken rondom het plangebied (500 < m).
Zaak-ID
Toponiem
Afstand-windrichting
Type onderzoek
Bevindingen
Bron
5173805100
Dorpsstraat 26
400 m ten noordoosten
Booronderzoek
In deze regio kunnen archeologische resten aanwezig zijn uit de periode van het Laat Paleolithicum tot en met de Nieuwe Tijd. In deze regio zijn tot nu toe archeologische resten aangetroffen uit de IJzertijd de Romeinse Tijd de Middeleeuwen en de Nieuwe Tijd.
Archis Eerste bevindingen
,
,
,
De bodemopbouw in het plangebied bestaat uit een esdek op dekzand. Het esdek is circa 70 cm dik en waarschijnlijk ontstaan vanaf de 16 e eeuw. De top van het dekzand is intact en bevindt zich op 100 – 106 m NAP (40 – 90 cm Mv). Er geldt een specifiek verwachting voor archeologische resten die verband houden met een molenterrein. ,
2445977100
Vooronderzoek: 4706565100
Essenseweg 58-60
391 m ten zuidoosten
Proefsleuven
,
Dit onderzoek is uitgevoerd nadat tijdens een veldkartering in 2012 en 2013 is gebleken dat scherven aardewerk en de IJzertijd Romeinse tijd en de Late Middeleeuwen aanwezig zijn in het plangebied. Uit het proefsleuvenonderzoek is gebleken dat sprake is van een bouwvoor en bouwlanddek van circa 50-70 cm dikte dat op een laag restveen van 10-40 cm ligt. Dit veenrestant is aangetroffen vanaf een diepte van 115-121 m +NAP en ligt direct op het dekzand. Het verschil in diepteligging van het restveen wordt gezocht in een verschil in
Tolboom 2016 ,
,
,
,
,
10
intensiteit van turfsteken. Waarschijnlijk ligt het plangebied aan de rand van het veengebied. In de top van het dekzand zijn vanaf circa 119 m +NAP uit- en inspoelingshorizonten in aangetroffen direct onder het restveen. Er is sprake van een daling van het dekzand in oostelijke richting. Aan de westzijde van het plangebied vanaf circa 122 m +NAP is een aantal paalkuilen uit de IJzertijd aangetroffen. In de verzameling paalsporen is geen structuur herkend. Deze vindplaats is nog niet begrensd en de vindplaats is als behoudenswaardig beschouwd. Er heeft nog geen opgraving plaatsgevonden ten tijde van het opstellen van dit onderzoek ,
,
,
2459909100 zie ook vondstmelding 3133358100
Maria Hemelvaartkerk
350 m ten oosten
Begeleiding
,
,
Onder het grasveld naast de huidige kerk werden funderingen gevonden van drie verschillende opeenvolgende kerkgebouwen. De eerste is een bakstenen zaalkerk met rechtgesloten koor uit het begin of eerste helft van de 14 e eeuw; de tweede is een eenschepige kerk met toren en polygonaal koor uit het midden van de 14 e eeuw; de derde is een driebeukige kruiskerk uit het begin of eerste helft van de 15 e eeuw. Er werden ook twee paalkuilen/paalgaten gevonden van een oudere voorganger die op basis van de koolstofdatering uit de periode 1020-1155
Vermunt 2017 ,
11
moet dateren , hetgeen door vondstmateriaal
uit die periode ondersteund wordt. Tussen de muurresten zijn ook grafkuilen aangetroffen die helaas niet dateerbaar zijn gebleken. Onder lemen vloeren tussen de funderingen zijn scherven Badorf-aardewerk e e aangetroffen (8-10 eeuw) tussen de funderingsresten is vooral Pingsdorf Paffrath e e en Andenne-aardewerk aanwezig (10-12 eeuw). Opvallend is de vondst van één scherf gedraaid Romeins aardewerk (2 e eeuw na Chr.) waarvoor geen verklaring is. ,
,
,
4576374100
Reigerstraat (ong. )
353 m ten noorden
Booronderzoek
Uit het vooronderzoek blijkt dat vanaf een diepte van circa 50 cm -Mv rekening moet worden gehouden met een archeologisch niveau bestaande uit een oude cultuurlaag. Mogelijk vertegenwoordigt deze cultuurlaag een oud nederzettingsniveau. De vondst van een brokje handgevormd aardewerk op dit niveau en het feit dat ter hoogte van boorpunt 2 mogelijk in een grondspoor is geboord ondersteunt deze hypothese. Derhalve moet in het plangebied ook rekening worden gehouden met grondsporen van bijvoorbeeld erfstructuren uit de periode Bronstijd-IJzertijdRomeinse tijd. De bodemopbouw is verder intact. Alleen de gebruikelijke ploegzone in de eerste 50 cm vanaf maaiveld gezien is geroerd.
,
Kerkhoven e.a. 2017
,
,
,
,
12
4909146100
Essenseweg 15
325 m ten oosten
Booronderzoek
Tijdens het veldonderzoek is aangetoond dat het plangebied op een dekzandrug ligt waarbij sprake is van een daling van het dekzand in oostelijke richting. Direct op het dekzand ligt een humeus dek met een dikte van circa 45100 cm dat waarschijnlijk een oud bouwlanddek betreft.
Rap 2020 ,
,
,
In de top van het dekzand is in drie van de vijf boringen een intacte BC-horizont. Daarom is sprake van een intact archeologisch relevant niveau in de top van het dekzand dat is aan te treffen vanaf een diepte van 105-150 cm -Mv (111-118 m +NAP). De diepteligging van het dekzand valt binnen het bereik van de diepte van het dekzand waarop in de omgeving van het plangebied archeologische resten zijn aangetroffen (90-122 m +NAP). Gezien het ontbreken van intacte E-horizonten is wel sprake van een lage verwachting op de aanwezigheid van intacte vondstconcentraties uit het Laat-Paleolithicum en Mesolithicum. ,
,
,
,
2167052100
Dorpsstraat 75
322 m ten noordoosten
Booronderzoek
,
In het onderzoek is vastgesteld dat het plangebied in elk geval vanaf de 18 e eeuw bebouwd is geweest. Uit de boringen blijkt dat sprake is van een humeuze ophooglaag met een dikte van circa 50-100 dikte dat wordt geïnterpreteerd als een vergraven oud bouwlanddek. In de top van het dekzand zijn zowel resten van verploeging als van B-
Ras en Van Wilgen 2007 ,
,
13
horizonten waargenomen. Er is aanbevolen tot het uitvoeren van vervolgonderzoek 5278077100
Essenseweg 52-54
238 m ten zuidoosten
Bureauonderzoek
(nog) Geen rapportage beschikbaar in Archis of Dans Easy
Verheij en Elsma 2022
,
14
Tabel 2: Overzicht van de vondstmeldingen rondom het plangebied (500 < m).
Zaak-ID
Toponiem
Afstandwindrichting
Datering
Type onderzoek
Omschrijving vondstmelding
3133358100
Parochiekerk
338 m ten
Late Middeleeuwen
Indirect: Literatuur
Parochiekerk van Nispen (mogelijk nog sporen van oudere kerken). Parochie in 1157 overgenomen door Abdij Tongerlo. Er zijn een aantal grondsporen aangetroffen beschrijving niet aanwezig.
oosten
,
4706565100
Essenseweg 58-60
449 m ten zuidoosten
IJzertijd – Vroege Middeleeuwen
Veldkartering
15
8. Historische situatie , huidig gebruik en bodemverstoringen Landschapstype 2 Cultuurhistorische
West-brabantse venen (regio) elementen 3
Nee
Aard historisch landgebruik
Bouwland
Historische bebouwing aanwezig
Nee
Bebouwing van cultuurhistorische waarde
Nee
Het grondgebruik dat over de jaren heen in het plangebied heeft plaatsgevonden kan zijn sporen in de ondergrond hebben achtergelaten. Enerzijds herbergen oude kaarten informatie omtrent voormalig landgebruik die inzicht kan geven in de aanwezigheid van archeologische vindplaatsen (bijvoorbeeld historische boerenplaatsen en wegen) maar anderzijds ook in de negatieve effecten die landgebruik op de oorspronkelijke bodem heeft gehad (en daarmee op eventueel aanwezige archeologische resten). Met dit laatste wordt niet alleen gedoeld op omwerking van de bodem door omwoeling egalisatie ontgraving en sanering maar ook ophoging en ontwatering die kunnen hebben geleid tot verkleuring verdroging en verstikking van de bodem. ,
,
,
,
,
,
,
,
Historische achtergronden van het cultuurlandschap en -situatie Het plangebied ligt buiten de historische kern van Nispen ongeveer 250 m ten westen van de kerk. Het dorp wordt reeds in de vroege 12 e eeuw vermeld in documenten van de Abdij van Tongerlo. Gedurende de 12 e tot en met de 14 e eeuw is het een zelfstandige heerlijkheid geweest. De staat van zelfstandige heerlijkheid tussen enclaves van het Hertogdom Brabant de Baronie van Breda en Antwerpen zorgde door handel- en tolheffingen voor een betrekkelijke rijkdom en stabiliteit (bron: canon. heemkundenispen. nl). ,
,
Op de oudst geraadpleegde kaart een topografische kaart van de hand van Keetlaar (1747) bevindt het plangebied zich buiten de historische kern van Nispen (figuur 2; bron: www. archieven. nl). Op de kadastrale Minuutkaart uit 1811-1832 heeft Nispen zich uitgebreid en is er rondom het plangebied bebouwing aanwezig. Het plangebied zelf is in gebruik als bouwland (figuur 3; bron: beeldbank. cultureelerfgoed. nl). De Klokbergsestraat bestaat in deze periode al. Het gebied zelf wordt ‘Den Klokberg’ genoemd. De herkomst van deze naam is niet gevonden (bronnen: www. heemkundenispen. nl). Op een topografische kaart uit 1900 is er bebouwing in het westen van het plangebied aanwezig (figuur 5). Het oosten blijft onbebouwd. De zuidelijke bebouwing is gesloopt op een kaart uit 1955 (figuur 7); vanaf dan is alleen het noorden bebouwd. Op de topografische kaart uit 1995 is deze bebouwing eveneens gesloopt en is er in het westen van het plangebied weer een kleine schuur aanwezig (figuur 9). Het gebied is sinds 1999 tot op heden onbebouwd (figuur 10). ,
,
Militair Erfgoed Het plangebied heeft geen bijzondere betekenis of rol gespeeld in het militair verleden. Op de Indicatieve Kaart Militair Erfgoed (IKME) www.tracesofwar.nl www. bhic. nl en de Kaart van Verdedigingswerken (bron: https://www. landschapinnederland. nl/militaire-landschapskaart) staat geen aanduiding voor de aanwezigheid van militair erfgoed in het plangebied. Wel is bekend dat het dorp Nispen in 1593 vrijwel volledig verwoest is geraakt door plunderingen tijdens de Tachtigjarige oorlog (bron: canon. heemkundenispen. nl). Het plangebied ligt echter in het buitengebied van Nispen en resten hiervan worden niet specifiek in het plangebied verwacht. ,
2 Cultuurhistorische Waardenkaart 3 Cultuurhistorische Waardenkaart
,
Noord-Brabant (CHW , 2010; herziening 2016) Noord-Brabant (CHW , 2010; herziening 2016)
16
Huidig gebruik en bodemverstoringen Het plangebied is ten tijde van het onderzoek in gebruik als paardenbak (850 m)2 met daaromheen grasland en een aantal bomen. In het noorden staat een schuur (circa 70 m).2 Er heeft in of direct om het plangebied in het verleden geen milieukundig onderzoek plaatsgevonden (bron: noordbrabant. omgevingsrapportage. nl). Het plangebied staat verder niet op de provinciale ontgrondingenkaart aangeduid (Noord-Brabant 2005). ,
De bebouwing die in het plangebied heeft gestaan tussen 1900 – 1999 en de werkzaamheden die daarmee gepaard gaan zijn de enige aanwijzingen voor bodemverstoringen in het terrein. Van deze bebouwing zijn geen bouwtekeningen bekend in het West-Brabants Archief (communicatie d. d. 19-102022). Hierdoor is de verstoringsdiepte onbekend. Andere aanwijzingen zijn er niet.
17
Figuur 2: Het plangebied (rood omlijnd) op een topografische kaart uit 1747 , gemaakt door Keetlaar (bron: www. archieven. nl).
Figuur 3: Het plangebied (rood omlijnd) op het Kadastrale Minuutplan uit 1811-1832 (bron: beeldbank. cultureelerfgoed. nl).
18
Figuur 4: Uitsnede van een topografische kaart uit 1880 (bron: www. topotijdreis. nl). Het plangebied is met rode lijnen weergegeven.
Figuur 5: Uitsnede van een topografische kaart uit 1900 (bron: www. topotijdreis. nl). Het plangebied is met rode lijnen weergegeven.
19
Figuur 6: Uitsnede van een topografische kaart uit 1925 (bron: www. topotijdreis. nl). Het plangebied is met rode lijnen weergegeven.
Figuur 7: Uitsnede van een topografische kaart uit 1955 (bron: www. topotijdreis. nl). Het plangebied is met rode lijnen weergegeven.
20
Figuur 8: Uitsnede van een topografische kaart uit 1975 (bron: www. topotijdreis. nl). Het plangebied is met rode lijnen weergegeven.
Figuur 9: Uitsnede van een topografische kaart uit 1995 (bron: www. topotijdreis. nl). Het plangebied is met rode lijnen weergegeven.
21
Figuur 10: Uitsnede van een luchtfoto uit 2021. Het plangebied is met rode lijnen weergegeven (bron: www. pdok. nl).
22
9.
Gespecificeerde archeologische verwachting
Op basis van het bureauonderzoek is in het plangebied sprake van een hoge archeologische verwachting op archeologische waarden uit de periode Laat Paleolithicum – Nieuwe Tijd. Deze is gebaseerd op de vermoedelijke ligging van het plangebied op een dekzandrug met eronder terrasafzettingen. De diepteligging van de terrasafzettingen is onbekend. Het dekzand bevindt zich vlakbij het maaiveld mogelijk begraven onder een oud bouwlanddek. Dit dek is mogelijk in de Late Middeleeuwen aangelegd. Aan de basis van het bouwlanddek en in de top van het dekzand zijn in de omgeving van het plangebied sporen van nederzettingsterreinen uit de IJzertijd Late Middeleeuwen en de Nieuwe tijd aangetroffen. Voor wat betreft resten uit de Nieuwe tijd van voor 1900 is de verwachting laag. De ligging van het plangebied in het historische buitengebied van Nispen en het ontbreken van bebouwing op historische kaarten vormen geen aanleiding om bewoningsresten uit deze tijd in het plangebied te verwachten. ,
,
Stratigrafische positie Archeologische resten uit alle periodes worden verwacht in de top van het pleistocene dekzand waarbij zij bewaard kunnen zijn gebleven onder een bouwlanddek van 40-70 cm.
,
Complextypen Archeologische resten uit het Laat-Paleolithicum en het Mesolithicum zullen vooral bestaan uit restanten van tijdelijke kampementen. Deze resten zijn vooral te herkennen aan vondstconcentraties. De vondstconcentraties zullen vooral houtskool vuursteen bewerkt natuursteen (on)verbrand botmateriaal bevatten. Dergelijke resten zullen zich in de top van het dekzand bevinden. Wanneer het ontbreekt aan intacte E- of B-horizonten in de top van het dekzand is het archeologisch relevante niveau voor deze periodes waarschijnlijk verstoord. Dit hoeft echter niet maatgevend te zijn. Vondstcomplexen uit deze periode zullen naar verwachting enkele tientallen vierkante meters beslaan. Dergelijke complexen zijn in de omgeving van het plangebied nog niet aangetroffen. ,
,
,
,
Gedurende het Neolithicum tot en met de Vroege Middeleeuwen zullen de vondstconcentraties bestaan uit concentraties van aardewerk houtskool vuursteen (on)verbrand botmateriaal en bewerkt natuursteen. Mogelijk zijn ook sporen van huisplaatsen of sporen van landgebruik (akkerbouw) uit deze periode aan te treffen. Dergelijke sporen kenmerken zich door paalkuilen ploegkrassen afvalkuilen of andere diepliggende sporen. Vanaf de Bronstijd kan tevens (sterk gecorrodeerd) metaal worden aangetroffen in de bodem. Deze resten zullen zich in de top van het dekzand bevinden. Vindplaatsen uit deze periodes kunnen een oppervlakte van tientallen vierkante meters beslaan (neolithisch extractiekamp) tot duizenden vierkante meters (nederzetting met meerdere huizen) en is dus mogelijk niet te begrenzen in het plangebied. ,
,
,
,
,
Vondsten en sporen uit de Late Middeleeuwen tot de Nieuwe tijd zijn te relateren aan de historische kern van Nispen. In het plangebied betreft dit waarschijnlijk sporen van landgebruik. Dergelijke vondstcomplexen kunnen enkele duizenden vierkante meters beslaan. De gespecificeerde archeologische verwachting is nader weergegeven in onderstaande tabel 3. Prospectiekenmerken , zoekstrategie en advies In de omgeving van het plangebied zijn archeologische resten aangetroffen onder een bouwlanddek in de top van het dekzand dat wordt verwacht op een diepte van 50-70 cm -Mv. Gezien de locatie van de bebouwing in het plangebied en de activiteiten die met slopen en bouwen gepaard gaan is het de vraag in hoeverre in het plangebied de top van het dekzand in het plangebied nog intact is. Dit niveau kan namelijk aangetast zijn door de werkzaamheden. Dit is bepalend voor het vaststellen van de ,
,
.
23
archeologische verwachting. Om dit te kunnen toetsen dient de lithologische opbouw van de ondergrond en de mate van intactheid van de bodem te worden vastgelegd. Dit kan plaatsvinden door middel van een verkennend booronderzoek (voor methodologie zie hoofdstuk 10). Op grond van dit onderzoek kan dan een uitspraak worden gedaan of en in hoeverre archeologische resten te verwachten zijn. ,
,
24
Tabel 3: Gespecificeerde archeologische verwachtingstabel
1
Archeologische verwachting Datering
2 3 4 5
Complextype Omvang Diepteligging Gaafheid en conservering
6 7
Locatie Uiterlijke kenmerken (artefacten en type indicatoren) Mogelijke verstoringen
8
Reden Resten bevinden zich in de top van het dekzand. Vanwege de landschappelijke ligging geldt er een hoge verwachting. Hoog Late Middeleeuwen-Nieuwe tijd Bebouwingsresten van voor 1900 worden door de ligging van het plangebied buiten de historische kern niet verwacht in deze perioden. Sporen van landgebruik kunnen wel aanwezig zijn. Nederzettingen (jachtkamp) erven sporen van landgebruik grafvelden 2 huisplaats algemeen) 100-1000 m 2 (omvang jachtkamp); 500-2000 m(omvang Top van het dekzand; kan aanwezig zijn vanaf 40 cm -Mv -/+ Waarschijnlijk is het afgedekt door een oud-bouwlanddek. De graafwerkzaamheden voor eerdere bebouwing (1900-1999) zou voor verstoringen kunnen hebben gezorgd. Onbekend op dit moment het hele plangebied. Vindplaatsen kenmerken zich naar verwachting door grondsporen vondsten of cultuurlagen. Laat-Paleolithicum-Vroege Middeleeuwen
Hoog
,
,
,
,
,
,
De graafwerkzaamheden voor eerdere bebouwing (1900-1999) zou voor verstoringen kunnen hebben gezorgd.
25
10.
Resultaten veldonderzoek
Onderzoeksmethodiek Het doel het
van
het booronderzoek
plangebied,
behoeve
van
is het toetsen
van
gespecificeerde archeologische verwachting
zoals deze is opgesteld in Hoofdstuk 9. In het kader van
de realisatie
uitgevoerd (conform
het
van
nieuwe
opgestelde
intactheid
woningen Plan
van
Aanpak; | (geanonimiseerd) 2022).
De
boringen zijn daarbij gebruikt
plangebied vijf boringen gezet (boring 1-5).
De
boringen zijn handmatig gezet
30
cm
pleistocene
van
met
substraat
de bodem
behulp
als de
van
(dekzand).
bodemopbouw
Edelmanboor
een
boringen
De
De
bijlage
in
bestaande
met
een
2008).
SIKB
bepalen.
In totaal
diameter
van
volgens
Deze
booronderzoek
zijn in
7 cm, tot
de NEN5104
en
de
beschrijvingen zijn terug
10.
boringen zijn gelijkmatig
bijlage 7. De
zelf te
zijn beschreven
Archeologische Standaard Boorbeschrijvingsmethode (ASB; te vinden
ruimtelijke procedure ten
plangebied
het
van
de
verkennend
zowel de mate
is in het
in
een
om
in het
de
coördinaten
topografie
van
de
en
in het de
plangebied uitgezet.
ligging van
De
boorpunten zijn bepaald
hoogte
is aan de hand
van
met
een
het AHN
de
boringen
meetlint
aan
is opgenomen
de hand
van
in
de
bepaald (bron: www.ahn.nl).
Veldwaarnemingen Ten
tijde van
in
het veldonderzoek
lag het plangebied
Het hek is verwijderd, waardoor
gebruik. (circa 70 cm diep). Ter plaatse van omringende gebied. van
Er is verder geen
het veldonderzoek
Figuur
11: Foto's van
de
het
er
paardenbak sprake
braak.
tevens
van
een
De
paardenbak
aantal
is het maaiveld
opvallend
is overgroeid
kijkgaten
in het
lager, circa
reliëf. Foto's
van
zijn weergegeven in figuur 11.
plangebied
ten
tijde van
het veldonderzoek
(17-10-2022).
niet
meer
bodemprofiel zijn
10-20 het
en
cm
dan
het
plangebied ten tijde
Bodemopbouw en lithologie Onderin de boringen is zwak siltig zeer tot matig fijn zand aanwezig. Dit zand is lichtgeel van kleur en kalkloos. Het bevat tevens roestvlekken vanaf 50 – 150 cm -Mv en wordt dan ook siltiger en grijsgeel van kleur. Dit betreffen reductieverschijnselen. Het zand is geïnterpreteerd als dekzand; de top hiervan is aanwezig op 20 – 135 cm -Mv (1205 – 1300 m NAP). In het oosten en midden van het plangebied (boring 2-4) is een matig humeus zanddek aangetroffen. Het zand is donkerbruin(grijs) van kleur en bevat lichtgrijze kleine zandbrokken. Het dek is 40 – 55 cm dik en bevindt zich onder de bouwvoor (55 cm -Mv; 1285 – 1305 m NAP) of onder het ophoogzand (boring 3; 55 cm -Mv; 1275 m NAP). ,
,
,
,
,
,
,
In het noorden en zuiden van het plangebied is geen humeus dek aangetroffen. In boring 1 (noord) bevindt de dunne bouwvoor (20 cm dik) zich scherp op het dekzand. In boring 5 is er onder de bouwvoor (30 cm dik) tot 135 cm -Mv een gevlekte zandlaag aanwezig die lichtbruingeel van kleur is. Deze laag bevindt zich op het dekzand. ,
Archeologische indicatoren De opgeboorde grondmonsters zijn te velde doorzocht op de aanwezigheid van archeologische en ecologische indicatoren. Er zijn geen indicatoren waargenomen. Interpretatie Tijdens het veldonderzoek is een oud-bouwlanddek aangetroffen op het dekzand in het oosten en midden van het plangebied (boring 2-4). Het oud-bouwlanddek bevindt zich onder de bouwvoor of een opgebrachte laag zand. Het archeologisch niveau de top van het dekzand is hier intact (95 – 125 cm -Mv; 1205 – 125 m NAP). Ter plaatse van boring 5 (zuid) is een geroerde laag aangetroffen tot 135 cm -Mv. Aangezien er geen ontgrondingen in het gebied hebben plaatsgevonden en op de historische kaarten hier geen bebouwing heeft gestaan in de vorige eeuw is de precieze oorzaak van deze roering onduidelijk. Mogelijk betreft het bioturbatie of is er een archeologisch spoor aangeboord. Ter plaatse van boring 1 (noord) bevindt de bouwvoor zich gelijk op het dekzand (30 cm -Mv). ,
,
,
,
Op grond hiervan is de archeologische verwachting uit het bureauonderzoek bij te stellen waarbij geconstateerd kan worden dat de verwachting op resten uit de periode Laat-PaleolithicumMesolithicum laag is in het gehele plangebied. Deze resten zijn niet meer in situ te verwachten. Grondsporen en archeologische resten vanaf het Neolithicum kunnen zich nog wel in de top van het dekzand bevinden. ,
11. Beantwoording onderzoeksvragen 1.
Hoe heeft het plangebied oorspronkelijk in het natuurlijk landschap gelegen? Het plangebied ligt op een dekzandrug dat zich heeft gevormd op een eerder terras. Hierop is een bouwlanddek aanwezig. ,
2.
Zijn er binnen de bodemopbouw archeologisch relevante niveaus te onderscheiden en hoe diep liggen deze? De top van het dekzand is het archeologisch relevant niveau dat in het plangebied is aangetroffen vanaf een diepte van 20 – 135 cm -Mv (1205 – 1300 m NAP). Het dekzand wordt plaatselijk afgedekt door een bouwlanddek van 55 cm dikte. ,
,
3.
,
In hoeverre zijn de archeologisch relevante niveaus nog intact (verstoring , erosie , afdekkend substraat)? Tijdens het veldonderzoek is een oud-bouwlanddek aangetroffen op het dekzand in het oosten en midden van het plangebied (boring 2-4). Het oud-bouwlanddek bevindt zich onder de bouwvoor of een opgebrachte laag zand. Het archeologisch niveau de top van het dekzand is hier intact (95 – 125 cm -Mv; 1205 – 125 m NAP). Ter plaatse van boring 5 (zuid) is een geroerde laag aangetroffen tot 135 cm -Mv. Aangezien er geen ontgrondingen in het gebied hebben plaatsgevonden en op de historische kaarten hier geen bebouwing heeft gestaan in de vorige eeuw is de precieze oorzaak van deze roering onduidelijk. Mogelijk betreft het bioturbatie of is er een archeologisch spoor aangeboord. Ter plaatse van boring 1 (noord) bevindt de bouwvoor zich gelijk op het dekzand (20 cm -Mv). ,
,
4.
,
,
Wat is de archeologische verwachting van het plangebied en in hoeverre is deze te differentiëren in laag , middelhoog en hoog? Op basis van de veldresultaten (zie vraag 2 en 3) is de archeologische verwachting uit het bureauonderzoek bij te stellen waarbij geconstateerd kan worden dat de verwachting op resten uit de periode Laat-Paleolithicum-Mesolithicum laag is in het gehele plangebied. Deze resten zijn indien aanwezig niet meer in situ te verwachten. Grondsporen en archeologische resten vanaf het Neolithicum kunnen zich nog wel in de top van het dekzand bevinden. ,
,
,
12. Conclusie en Advies Conclusie Op basis van het bureauonderzoek is in het plangebied sprake van een hoge archeologische verwachting op archeologische waarden uit de periode Laat Paleolithicum – Nieuwe Tijd. Deze is gebaseerd op de vermoedelijke ligging van het plangebied op een dekzandrug met eronder terrasafzettingen. De diepteligging van de terrasafzettingen is onbekend. Het dekzand bevindt zich vlakbij het maaiveld mogelijk begraven onder een oud bouwlanddek. Dit dek is mogelijk in de Late Middeleeuwen aangelegd. Aan de basis van het bouwlanddek en in de top van het dekzand zijn in de omgeving van het plangebied sporen van nederzettingsterreinen uit de IJzertijd Late Middeleeuwen en de Nieuwe tijd aangetroffen. Voor wat betreft resten uit de Nieuwe tijd van voor 1900 is de verwachting laag. De ligging van het plangebied in het historische buitengebied van Nispen en het ontbreken van bebouwing op historische kaarten vormen geen aanleiding om bewoningsresten uit deze tijd in het plangebied te verwachten. ,
,
Tijdens het veldonderzoek is een oud-bouwlanddek aangetroffen op het dekzand in het oosten en midden van het plangebied (boring 2-4). Het oud-bouwlanddek bevindt zich onder de bouwvoor of een opgebrachte laag zand. Het archeologisch niveau de top van het dekzand is hier intact (95 – 125 cm -Mv; 1205 – 125 m NAP). Ter plaatse van boring 5 (zuid) is een geroerde laag aangetroffen tot 135 cm -Mv. Aangezien er geen ontgrondingen in het gebied hebben plaatsgevonden en op de historische kaarten hier geen bebouwing heeft gestaan in de vorige eeuw is de precieze oorzaak van deze roering onduidelijk. Mogelijk betreft het bioturbatie of is er een archeologisch spoor aangeboord. Ter plaatse van boring 1 (noord) bevindt de bouwvoor zich gelijk op het dekzand. ,
,
,
,
Op grond hiervan is de archeologische verwachting uit het bureauonderzoek bij te stellen waarbij geconstateerd kan worden dat de verwachting op resten uit de periode Laat-PaleolithicumMesolithicum laag is in het gehele plangebied. Deze resten zijn niet meer in situ te verwachten. Grondsporen en archeologische resten vanaf het Neolithicum kunnen zich nog wel in de top van het dekzand bevinden. ,
Advies Het voornemen bestaat om in het plangebied vijf nieuwe particuliere woningen (320 m)2 te realiseren. In het plangebied is echter deels een hoge verwachting vastgesteld voor archeologische resten uit de periode Neolithicum – Nieuwe Tijd. In het kader van de ruimtelijke procedure adviseren wij om de huidige onderzoeksgrenzen te behouden in het nieuwe bestemmingsplan (50 m 2 en dieper dan 50 cm -Mv; circa 1270 m NAP in het westen en 1310 m NAP in het oosten). ,
,
De toekomstige bouwplannen overschrijden deze onderzoeksgrenzen. Zodoende adviseren wij tot een vervolgonderzoek. Dit vervolgonderzoek kan het beste plaatsvinden in de vorm van een proefsleuvenonderzoek (IVO-P). Voor een dergelijk gravend onderzoek is een Programma van Eisen (PvE) benodigd dat beoordeeld en goedgekeurd is door de bevoegde overheid. Bovenstaande vormt een advies. Op grond van de resultaten van het rapport en het advies zal de bevoegde overheid (de gemeente Roosendaal) een besluit nemen over de daadwerkelijke omgang met eventueel aanwezige archeologische waarden binnen het plangebied.
13. Geraadpleegde bronnen Archeologische kaarten en databestanden: • Archeologische Monumenten Kaart (AMK) Rijksdienst voor Cultureel erfgoed (RCE) Amersfoort 2007. • Archeologisch Informatie Systeem III (Archis3) Rijksdienst voor Cultureel erfgoed (RCE) Amersfoort 2016. • Archeologische beleids- en verwachtingskaart van de gemeente Roosendaal • www. ruimtelijkeplannen. nl • archis. cultureelerfgoed. nl • www. kadastralekaart. com • www. archieven. nl • www. pdok. nl • www. ahn. nl • Bodemkaart van Nederland 1:50. 000 (Stiboka) • Geomorfologische kaart van Nederland • www. bodemloket. nl • bagviewer. kadaster. nl • www. kadaster. nl • www. dinoloket. nl • landschapinnederland. nl/bronnen-en-kaarten/archeologische-landschappenkaart • www. brabant. nl/onderwerpen/cultuur-en-erfgoed/erfgoed/cultuurhistorische-waarden-inbrabant • canon. heemkundenispen. nl • www. bhic. nl • beeldbank. cultureelerfgoed. nl • www. topotijdreis. nl • noordbrabant. omgevingsrapportage. nl • www. ikme. nl • www. tracesofwar. com • www. euroradar. nl/explosieven-opsporing/ruimingskaart/ ,
,
,
,
,
Lijst met afbeeldingen Figuur 1 Ligging van het plangebied (bron: www. pdok. nl) Figuur 2: Het plangebied (rood omlijnd) op een topografische kaart uit 1747 gemaakt door Keetlaar (bron: www. archieven. nl). Figuur 3: Uitsnede van de kadastrale Minuutplan uit 1811-1832. Het plangebied is met rode lijnen weergegeven (bron: beeldbank. cultureelerfgoed. nl). Figuur 4: Uitsnede van een topografische kaart uit 1880. Het plangebied is met rode lijnen ,
weergegeven.
Figuur 5: Uitsnede van een topografische kaart uit 1900. Het plangebied is met rode lijnen weergegeven
Figuur 6: Uitsnede van een topografische kaart uit 1925. Het plangebied is met rode lijnen weergegeven.
Figuur 7: Uitsnede van een topografische kaart uit 1955. Het plangebied is met rode lijnen weergegeven.
Figuur 8: Uitsnede van een topografische kaart uit 1975. Het plangebied is met rode lijnen weergegeven.
,
Figuur 9: Uitsnede
van
een
topografische
kaart
uit 1995.
Het
plangebied
is met
rode
lijnen
weergegeven.
Figuur
10: Uitsnede
van
een
luchtfoto
uit 2021. Het
plangebied
is met
rode
lijnen weergegeven (bron:
www.pdok.nl). Figuur 11: Foto's
het
van
plangebied ten tijde van
(17-10-2022).
het veldonderzoek
Literatuur
Bakker, H. de, 1966. De subgroepen en
van
het systeem
voor
bodemclassificatie
voor
Nederland.
In: Boor
Spade.
Bakker, H. de en J. Schelling, 1989. Systeem niveaus.
voor
Nederland.
De
hogere
H.J.A., 2005. Landschappelijk Nederland. Assen (Fysische Geografie
van
Nederland). Derde,
herziene druk.
Berendsen,
geheel
bodemclassificatie
Wageningen.
Berendsen,
geheel
van
H.J.A., 2004. De vorming
het land. Assen
van
(Fysische geografie van Nederland). Vierde,
herziene druk.
Cohen, K.M., E. Stouthamer, H.J. Pierik, A.H. Geurts, 2012. Digitaal Basisbestand Paleogeografie
van
de
(BO)
en
Rijn-Maas Delta. Dept. Fysische Geografie. Universiteit Utrecht. Digitale Dataset. Kerkhoven, A.A. bureauonderzoek
F.
en
Verhagen, J. Rap.,
inventariserend veldonderzoek,
en
Reigerstraat (ong.), gemeente
Koopmanschap,
H. en
Roosendaal
en
Roosendaal
(geanonimiseerd) DEB „2022.
Aanpak.
van
1516: Een
verkennende
en
archeologisch
karterende fase. Nispen,
Nispen (NB). Transect
M. Visser-Poldervaart., 2011.
Erfgoedkaart gemeente Plan
2017. Transect-rapport
Archeologische Rapporten Oranjewoud;
Oranjewoud
Inventariserend veldonderzoek,
Klokbergsestraat (ong.). Nieuwegein:
verkennende
fase. Nispen,
Transect.
Mulder, E.F.J de., M.C. Geluk, I. Ritsema, W.E. Westerhof & T.E. Wong 2003, De ondergrond Nederland, Groningen Rap, J., 2020. Nispen, Essenseweg 15, Gemeente inventariserend Veldonderzoek
(IVO),
Roosendaal.
verkennende
Ras, J. en L.R. van Wilgen, 2007. Bureauonderzoek Dorpsstraat 75, Nispen gemeente
Roosendaal
Archeologisch
bureauonderzoek
fase. Nieuwegein, Transect-rapport
en
IVO door mddel
van
van
3043.
grondboringen
Bouwlocatie
(NB).
Schokker, 5, 2003. Patterns and processes in a Pleistocene fluvio-aeolian environment (Roer Graben, south-eastern
Netherlands),
Utrecht
(Thesis,
Nederlandse
Geografische
Studies
314).
Tolboom, M.A., 2016. Nispen, Essenseweg 58-60. Inventariserend Veldonderzoek door middel
proefsleuven. Van
van
BAAC
Zijverden, W.K.
& J. de Moor,
2014. Het groot
profielenboek. Fysische geografie voorarcheologen.
Leiden.
Vermunt, M.J.A., 2017. Archeologisch onderzoek
naar
de Maria
Hemelvaartkerk in Nispen.
(| geanonimise rd) P.C., 2015. Origin of the Netherlands
during
Dutch coastal
the Holocene,
palaeogeographical
map
(| geanonimise rd) P., M. van der
Meulen, H. Weerts
Landschap
en
bewoning
series.
landscape. Longterm landscape
described and visualized in national,
PhD dissertation,
en
vanaf de laatste
Utrecht University,
J. Bazelmans,
ijstijd
tot
2018, Atlas
nu, Amsterdam
evolution of the
regional
and
local
Barkhuis Groningen.
van
Nederland
(Prometheus).
in het Holoceen.
Bijlage 1: Plantekening
Bijlage 2: Archeologische beleidskaart van de gemeente Roosendaal
Bijlage 3: Geomorfologie
Bijlage 4: Hoogtekaart
Bijlage 5: Bodemkaart
Bijlage 6: Archeologische informatie
Bijlage 7: Boorpuntenkaart
Bijlage 8: Foto’s van boringen Hieronder volgen enkele foto’s. De boorkernen op onderstaande foto’s zijn van links naar rechts uitgelegd , waarbij de onderkanten van de boringen naar boven wijzen (per 50 cm).
Foto van boring 1: 0-60 cm -Mv
Foto van boring 4: 0-150 cm -Mv
Foto van boring 5: 0-200 cm -Mv
Bijlage 9: Boorbeschrijvingen
boring: 227087-1
beschrijver: LJOL , datum: 17-10-2022 , X: 90.375 , Y: 388.561 , precisie locatie: 1 m , coördinaatsysteem: Rijksdriehoeksmeting , kaartblad: 49F , hoogte: 1320 , , precisie hoogte: 1 dm , referentievlak: Normaal Amsterdams Peil , methode hoogtebepaling: AHN bestand , boortype: Edelman-7 cm , doel boring: archeologie - verkenning , landgebruik: boomgaard , vondstzichtbaarheid: slecht , provincie: Noord-Brabant , opdrachtgever: Schoenmakers Advies , uitvoerder: Transect
0 cm -Mv / 1320 , m +NAP
Algemeen: aard bovengrens: abrupt (03 < , cm) , aard ondergrens: abrupt (03 < , cm) Lithologie: zand , zwak siltig , matig humeus , donkerbruingrijs , zeer fijn Bodemkundig: interpretatie: bouwvoor
20 cm -Mv / 1300 , m +NAP
Algemeen: aard bovengrens: abrupt (03 < , cm) , aard ondergrens: abrupt (03 < , cm) Lithologie: zand , zwak siltig , lichtgeel , zeer fijn , interpretatie: dekzand Bodemkundig: C-horizont , 50 cm -Mv / 1270 m +NAP
Algemeen: aard bovengrens: abrupt (03 < , cm) Lithologie: zand , matig siltig , lichtgeel , zeer fijn , interpretatie: dekzand Bodemkundig: C-horizont , enkele Fe-vlekken , Einde boring op 60 cm -Mv / 1260 m +NAP
boring: 227087-2
, , precisie hoogte: 1 beschrijver: LJOL , datum: 17-10-2022 , X: 90.394 , Y: 388.555 , precisie locatie: 1 m , coördinaatsysteem: Rijksdriehoeksmeting , kaartblad: 49F , hoogte: 1340 dm , referentievlak: Normaal Amsterdams Peil , methode hoogtebepaling: AHN bestand , boortype: Edelman-7 cm , doel boring: archeologie - verkenning , landgebruik: boomgaard , vondstzichtbaarheid: slecht , provincie: Noord-Brabant , opdrachtgever: Schoenmakers Advies , uitvoerder: Transect
, 0 cm -Mv / 1340 m +NAP
Algemeen: aard bovengrens: abrupt (03 < , cm) , aard ondergrens: geleidelijk (03-3 , cm) Lithologie: zand , zwak siltig , matig humeus , donkerbruin , zeer fijn Bodemkundig: interpretatie: bouwvoor , 55 cm -Mv / 1285 m +NAP