CConstaterende datRoosendaal
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2 Advies commissie (Geanonimiseerd).pdf

Gemeenteraad 5 maart 2026, gemeente RoosendaalBij agendapunt: 5c: Raadsvoorstel Beslissing op bezwaar vestigen voorkeursrecht Oude Centrum II2.873 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Advies Commissie Advies

aan

de

de bezwaarschriften

voor

gemeenteraad

van

de gemeente

commissie) inzake de te nemen (hierna: gemachtigde) namens beslissing bezwaarmaker) ingediende bezwaarschrift gericht tegen het (geanonimiseerd) besluit van 20 mei 2025, van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Roosendaal (hierna: het college) tot een voorlopige aanwijzing van percelen waarop hoofdstuk 9 van de Omgevingswet (hierna: Ow) van toepassing is. Op 19 juni 2025 is door de gemeenteraad van de gemeente Roosendaal (hierna: de raad) een besluit hierover genomen. Dit besluit is gepubliceerd in het Gemeenteblad op 24 juni 2025 (hierna: het bestreden besluit). Advies

de

van

bezwaarschriftencommissie

(hierna:

Roosendaal

de

op het door (geanonimiseerd) van AK Advocaten

(hierna:

Procesverloop Op grond van de stukken en de behandeling navolgende feiten en omstandigheden. Op 20 mei

2025

heeft

het

Brugstraat, Hoogstraat

en

tweede lid van de Ow

van

college

een

zitting gaat

besluit genomen

23 mei 2025

Bij

3

brief

is dit besluit

aan

bekendgemaakt

te

om

de

een

commissie

aantal

als

uit

van

de

percelen

aan

de

voorlopig wijzen gronden toepassing is. Het gaat om de percelen die zijn aangegeven op de bij de beschikking behorende en gewaarmerkte kadastrale grondtekening met kenmerk TK-02 en de als zodanig gewaarmerkte op perceelslijst met kenmerk PL-02. De percelen van kadastraal bekend als bezwaarmaker, zijnde nn (geanonimiseerd) op betreffende perceelslijst aangegeven. Het zijn (geanonimiseerd) besluit van het college is ingeschreven in het Kadaster op 26 mei 2025 en op die datum in werking getreden. Bij brief van

Molenstraat

ter

aan

waarop artikel 9.1,

bezwaarmaker.

juli 2025, door het college ontvangen op 8 juli 2025, heeft gemachtigde van hiertegen een pro formabezwaarschrift ingediend. Vervolgens zijn bij brief van 7 augustus 2025, door het college ontvangen op 13 augustus 2025, de aanvullende gronden ingediend door de gemachtigde van bezwaarmaker. van

bezwaarmaker

Bij besluit van 19 juni 2025, gepubliceerd op 24 juni 2025 in het Gemeenteblad, heeft de raad ingevolge artikel 9.1, eerste lid, onder c, van de Ow, besloten tot het definitief vestigen van een voorkeursrecht op voornoemde percelen. Dit besluit is op 24 juni 2025 door inschrijving in het Kadaster in werking getreden. Bij brief van

23

Bij brief van

1

juni 2025

is dit besluit

bekendgemaakt

augustus 2025, door de raad ontvangen

bezwaarmaker.

op 5 augustus

2025, heeft gemachtigde

hiertegen pro formabezwaarschrift ingediend, en op 1 augustus 2025, door de raad ontvangen op 14 augustus 2025, de aanvullende gronden. van

bezwaarmaker

aan

een

Als

een

bezwaar

aanhangig

is tegen een voorkeursrechtbeschikking van het college voor de onroerende zaak een voorkeursrechtbeschikking

en

die

van de beschikking vervalt omdat raad in werking is getreden, wordt het bezwaar te geacht zijn gericht tegen de voorkeursrechtbeschikking van de raad. Dit volgt uit het bepaalde in artikel 16.32c, eerste lid, Ow. Het pro formabezwaarschrift van 8 juli 2025 en de aanvullende gronden van 5 augustus 2025 zijn, gelet hierop, gericht tegen het besluit van de raad.

Het bezwaarschrift

is, voor advies

over

de te

nemen

beslissing op bezwaar, voorgelegd aan

de

commissie.

Ontvankelijkheid Ingevolge artikel

bedraagt de termijn voor het bezwaarschrift zes weken. Deze termijn begint op de dag die volgt op besluit op de voorgeschreven wijze bekend is gemaakt. Gedurende

gesteld

de

6:7

de

van

periode 26 mei

bezwaar te maken

Awb

indienen de

dag

van

een

waarop

het

zijn belanghebbenden in de gelegenheid tegen de collegebeschikking. Het bezwaarschrift is tijdig ingediend. tot en

6 juli 2025

met

belanghebbende-begrip betrekking tot het besluit in relatie tot het belang van bezwaarmaker, ziet de commissie zich allereerst voor de vraag gesteld of bezwaarmaker als belanghebbende in de zin van de Awb kan worden aangemerkt. Het

Met

Ingevolge

artikel

rechtstreeks

1:2,

bij een

lid,

eerste

van

de Awb

besluit is betrokken.

De

is

een

belanghebbende degene

vestiging van

een

wiens

voorkeursrecht heeft tot

belang gevolg

dat

eigenaren dan wel rechthebbenden van de aangewezen percelen worden beperkt in de mogelijkheid van vervreemding van hun percelen. Uit vaste jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State! blijkt dat het vestigen van een voorkeursrecht voor eigenaren en rechthebbenden van de aangewezen percelen tot direct gevolg heeft dat zij worden beperkt in de mogelijkheid tot vervreemding van hun percelen. Belanghebbende-begrip toegesneden op bezwaarmaker Bezwaarmaker is eigenaar van de percelen kadastraal bekend als zijnde (geanonimiseerd) het aannemelijk is dat hij een direct belang heeft dat rechtstreeks bij het (geanonimiseerd) zodat bestreden besluit betrokken is. Als gevolg van het bestreden besluit wordt hij inmers beperkt in de mogelijkheid tot vervreemding van zijn percelen. De commissie is daarom van oordeel dat bezwaarmaker als belanghebbende is aan te merken. Hiermee stelt de commissie niet direct en bij voorbaat vast dat bezwaarmaker hierdoor onevenredig wordt aangetast in zijn belangen, maar stelt wel vast dat hij hiervan gevolgen kan ondervinden en dat dat hem voldoende

onderscheidt

ontvankelijk te verklaren

van

anderen.

De

commissie

adviseert

de

raad

om

bezwaarmaker

in zijn bezwaren.

Hoorzitting

aanwezig (geanonimise rd) voorzitter (geanonimiseerd) plaatsvervangend (geanonimiseerd) B ers lid van de commissie, (geanonimiseerd) en (geanonimiseerd) hebben na de hoorzitting als derde, vierde en vijfde lid Op 6 oktober 2025 heeft een hoorzitting plaatsgevonden. Bij de hoorzitting waren

deelgenomen

aan

Í

de

Zie

bijvoorbeeld

de

beraadslagingen.

uitspraak

van

8 april 2015,

ECLI:NL:RVS:2015:1083.

Gemachtigde

en

bezwaarmaker

aanwezig bij de hoorzitting. is (geanonimiseerd) adviseur gebiedsontwikkeling/vastgoed NN waren

Namens

de raad

alsmede

(geanonimiseerd) (geanonimise rd) er (geanonimiseerd) NE

van

Overwater

verschenen Grondbeleid

Adviesbureau B.V. Van

de

hoorzitting is een audio-opname gemaakt.

Tijdens de hoorzitting heeft de gemachtigde bijlage bij het advies gevoegd. Gronden

van

pleitnotitie uitgereikt.

Dit

document

is als

bezwaar

uiteengezet in de bezwaarschriften van 13 en 14 augustus 2025. Samengevat zijn de volgende bezwaren naar voren gebracht: -_Het is niet of onvoldoende duidelijk welke functie precies aan de percelen is toegedacht omdat slechts wordt verwezen naar het ontwikkelplan R.O.O.S. (hierna: ontwikkelplan) en dan met name naar het deelgebied Historische buurten. Daarnaast wordt in het bestreden besluit vermeld dat in een later stadium nadere (planologische) besluitvorming plaatsvindt. -_Uit het ontwikkelplan kan de toegedachte functie niet duidelijk genoeg worden afgeleid waardoor het onduidelijk is welke functie er aan de percelen zijn toegedacht. Hierdoor is het bestreden besluit onvoldoende gemotiveerd. -__Gemachtigde is van mening dat ingevolge artikel 9.1, lid 2 van de Ow het gebruik moet afwijken van de toegedachte functie. Omdat het onduidelijk is welke functie er aan de percelen zijn toegedacht is het onduidelijk of en waarom het gebruik van de toegedachte functie zou afwijken. -_Op de betreffende percelen rust ingevolge het “Omgevingsplan gemeente Roosendaal” waarvan het bestemmingplan “Kalsdonk” deel uitmaakt, de bestemming “Gemengd-3”. Gelet op artikel 7.1 van dit bestemmingsplan zijn de gronden onder meer bestemd voor wonen en werken. Omdat de aangewezen panden op dit moment en lange tijd ervoor in voor het niet af van de toegedachte functie.

Dit betekent wonen, wijkt gebruik zijn gebruik volgens gemachtigde dat er geen voorkeursrecht kan worden gevestigd. Er ontbreekt er een deugdelijke belangenafweging. De

bezwaren

een

staan

-_

Tijdens de hoorzitting trekt gemachtigde het bezwaar in strijd zou zijn met artikel 9.1, lid 1 onder c Ow verweer

van

bevoegdheid van het college dat naar aanleiding van het schriftelijke

over

in

de

de raad.

Tot slot verzoekt

gemachtigde

om

een

proceskostenvergoeding.

Inhoudelijke overwegingen De commissie

gekomen.

is nagegaan of de raad terecht

Tevens

en

op

goede gronden

tot het bestreden

besluit is

gaat de commissie in op de bezwaren.

Grondslag De voorkeursrechtbeschikking is een besluit in de zin van artikel 1:3 lid 3 Awb. Daarop zijn de toepasselijke bepalingen van de Awb van toepassing. Daarnaast bevatten de Ow en het Omgevingsbesluit diverse eisen over de motivering, vormgeving en voorbereiding van een voorkeursrechtbeschikking.

belangrijkste vereisten staan in artikel 9.1 Ow. Een voorkeursrecht kan alleen gevestigd op een onroerende zaak, die deel uitmaakt van een locatie, waaraan 1. een niet-agrarische functie is toegedeeld of toegedacht; en 2. waarvan het (huidige) gebruik afwijkt van die functie. De

Het is de commissie

basis

artikel

van

toegedeeld

gebleken

9.1,

in het

dat de

c,‚ van

de Ow.

De

betreffende

is gekomen

functies

op

zijn nog toegedacht in de omgevingsvisie of een programma, van een voorkeursrechtbeschikking de functies aan het gebied

omgevingsplan

waardoor de raad door middel heeft

vestiging van het voorkeursrecht tot stand

lid, onder

eerste

worden

niet

of

toegedacht.

Afwijkend

gebruik onderhavig geval heeft de raad de functies wonen, verkeer, detailhandel, maatschappelijk, daghoreca, werken, natuur of groen, alle niet-agrarisch en alle nader uit te werken toegedacht aan het gebied. De raad heeft deze toekomstige beoogde situatie in algemene zin beschreven in de toelichting op zijn raadsvoorstel. Hiermee is voldaan aan artikel 9.1, eerste lid, sub c Ow. In

percelen van bezwaarmaker liggen in het Omgevingsplan gemeente Roosendaal, waarvan bestemmingsplan ‘Kalsdonk’ deel uitmaakt, en hebben ingevolge artikel 7.1 van de 3’. Deze gronden zijn onder meer bestemd omgevingsplanregels de bestemming ‘Gemengd voor dienstverlening, kantoren, wonen, detailhandel, horeca, verkeer, parkeren en groen. De

het

-

afwijkend gebruik kan ook sprake zijn indien het gaat om een met het bestaande gebruik vergelijkbaar maar beter of intensiever gebruik? Het bestaande feitelijke gebruik van de Van

(geanonimiseerd) met name wonen en werken. (betreft geanonimise rd) Volgens gemachtigde van bezwaarmaker wijkt het feitelijke gebruik niet af van de toegedachte bestemming. De panden zijn op dit moment en lange tijd ervoor in gebruik voor wonen. Dit gebruik wijkt niet af van de toegedachte functie. Hierdoor kan er geen voorkeursrecht worden gevestigd. Bovendien is er geen maximum gesteld aan het aantal woningen waardoor er geen sprake is van intensivering. Tijdens de hoorzitting stelt de raad dat er aan het vestigingsgebied een aantal functies zijn toegedacht waaraan in nadere planvorming nadere invulling zal worden gegeven. De raad is voorts van mening dat het afwijkend gebruik niet zo beperkt hoeft te worden opgevat dat er sprake moet zijn van een wezenlijk ander gebruik. Ook als de toegedachte functie voorziet in een vergelijkbaar maar intensiever gebruik dan kan er van afwijkend gebruik worden gesproken. De raad stelt vervolgens dat, wanneer de functies zijn opgenomen in de omgevingsvisie of omgevingsplan, concreet duidelijk zal zijn welke functies aan het gebied zullen worden toebedeeld. Ook zal dan blijken of het gebruik intensiever wordt. De vestiging van het voorkeursrecht loopt vooruit op de planvorming van de gemeente. De motivering van de voorkeursrechtbeschikking is daarom beperkt als het gaat om de functies en waar ze komen.

Volgens de raad is het niet vereist om op het moment van het vestigen van voorkeursrecht de toegedachte functie reeds te concretiseren. De

raad stelt voorts dat de

invulling 2

ABRvS 21

van

de

gronden

augustus 2002,

toekomstige

dan

het enkele

functie voorziet

in

huidige gebruik

ten

ECLI:NL:RVS:2002:AE6739.

een

bredere

behoeve

en

meer

van

wonen

intensieve en

is

van

mening dat de raad bevoegd was tot vestigen van het voorkeursrecht omdat de toegedachte bestemmingen niet-agrarisch zijn en de toegedachte bestemmingen als geheel afwijken van het huidige gebruik. Zowel het afwijkende gebruik als de intensivering zullen blijken uit toekomstige planvorming. De commissie volgt deze redenering niet en is van oordeel dat de beoogde planologische functie van de gronden niet wezenlijk anders is dan de huidige functie. De commissie is het met de raad eens dat de toekomstige functies niet exact hoeven te worden geconcretiseerd. In

het kader van de rechtszekerheid is echter een algemene notie van de toekomstige situatie wel noodzakelijk om te kunnen beoordelen of voldaan is aan artikel 9.1 , eerste lid , sub c Ow. De toegedachte functies zijn nagenoeg dezelfde als de huidige functies. Het is de commissie ook niet gebleken dat er sprake zal zijn van intensiever gebruik. Er is geen sprake van bijvoorbeeld een aanzienlijke uitbreiding van het aantal woningen of een algehele herinrichting van het openbaar gebied. Aldus is het voorkeursrecht naar het oordeel van de commissie niet gevestigd in overeenstemming met artikel 9.1 , eerste lid , onder c , van de Ow. Evenredige belangenafweging Gemachtigde van bezwaarmaker stelt dat er een deugdelijke belangenafweging ontbreekt. Sinds de inwerkingtreding van de Ow moet het bestuursorgaan een evenredige belangenafweging maken. Dit in verhouding tot de huidige functie van de percelen waar het voorkeursrecht op is gevestigd. De raad is van mening dat het algemeen belang dat gediend wordt met de vestiging van het gemeentelijk voorkeursrecht zwaarder weegt dan het individuele belang van bezwaarmaker. Deze belangenafweging heeft de raad in haar beschikking gezet. Er zijn geen individuele of specifieke belangen afgewogen van een eigenaar. De gemeente wil regie houden bij de herontwikkeling en bij toekomstige planvorming.

Tevens versnippering van eigendom en prijsopdrijving tegengaan. De commissie

is het eens met gemachtigde van bezwaarmaker en geeft aan dat het bestuursorgaan een evenredige belangenafweging moet maken. De belangenafweging moet blijken uit het bestreden besluit , waarbij de nadruk ligt op de individuele en persoonlijke omstandigheden van de eigenaar versus het algemene belang dat het voorkeursrecht rechtvaardigt (artt. 3:2 en 3:46 Awb).3 De commissie stelt dat hiervan niet is gebleken en dat derhalve een deugdelijke belangenafweging ontbreekt. Motivering Gemachtigde van bezwaarmaker geeft tijdens de hoorzitting aan dat de motivering in het bestreden besluit uitermate beperkt is te noemen omdat het niet duidelijk is welke functie precies aan de percelen van bezwaarmaker is toegedacht. Primair is leidend de insteek van de Ow zoals de wetgever die heeft geschetst in de Memorie van Toelichting. Voorkeursrecht is een zwaar instrument en kan beperkend zijn waardoor het bestuursorgaan goed moet motiveren waarom er voorkeursrecht wordt gevestigd. Regie houden is niet toereikend als motivering. Tijdens de hoorzitting geeft de raad aan dat de plannen voor het gebied nog worden uitgewerkt wat kan betekenen dat de omvang en invulling van de beoogde ontwikkeling nog 3 Memorie van

Toelichting ontwerp Aanvullingswet grondeigendom Omgevingswet Kamerstukken II 2018/2019 ,

35133 , p. 75

5

,

kunnen

wijzigen. Dit is volgens de raad inherent aan de vestiging van het voorkeursrecht. De aanleiding en noodzaak zijn volgens de raad voldoende onderbouwd in het bestreden besluit. De commissie was,

is van oordeel dat dit onder de Wet voorkeursrecht gemeenten van 9 van de Ow en op grond van de Awb op grond van hoofdstuk

maar

toepassing dient

een

voorkeursrechtbeschikking zorgvuldig te worden voorbereid en deugdelijk te worden gemotiveerd. Een deugdelijke motivering houdt onder meer in dat de aanleiding en de noodzaak van de voorkeursrechtbeschikking worden beschreven en de juridische gronden waarop de beschikking rust. De

commissie

stelt

dat

hiervan

motivering onzorgvuldig tot stand De

is

niet

gebleken. is gekomen.

commissie is

van

oordeel

dat het

lid, onder

c Ow

voldoet

en

eerste

besloten

het voorkeursrecht te

De commissie

bestreden

is dan ook

van

bestreden

dat het

college

De

commissie

besluit niet en

aan

oordeelt

voorts

de vereisten

van

later de raad op

onjuiste gronden

dat

de

artikel

9,

hebben

vestigen.

mening

dat de bezwaren dienen te leiden tot

herroeping van

het

besluit.

Conclusie De commissie

is, gelet

mening dat de raad onterecht heeft besloten om voorkeursrecht te vestigen op de gronden van Ow, ingevolge bezwaarmaker. Bij de vestiging van het voorkeursrecht is geen rekening gehouden met de individuele belangen en persoonlijke omstandigheden van bezwaarmaker op grond van artikel 3:4, lid 1, van de Awb. Daarnaast is de motivering onvoldoende en onzorgvuldig tot stand gekomen omdat de aanleiding, noodzaak en juridische gronden ontbreken. Bovendien is het afwijkend gebruik dan wel intensivering onvoldoende gebleken uit het bestreden besluit. De commissie adviseert derhalve de raad het bezwaarschrift gegrond te verklaren en het bestreden besluit te herroepen. op

bovenstaande,

artikel 9, eerste lid, onder

c

van

een

Het advies De

commissie adviseert de raad:

1.

Het

ingediende

bezwaar

2.

Het

bestreden

besluit

3.

4,

gegrond te verklaren. 19 juni 2025 te herroepen. Een nieuw, heroverwogen besluit te nemen omdat het bestreden besluit niet voldoet aan de vereisten van artikel 9.1, eerste lid, onder c Ow, waarbij rekening wordt gehouden met de overwegingen van de commissie. Het verzoek om proceskostenvergoeding toe te kennen.

Roosendaal, De

3 november

secretaris,

(geanonimiseerd) (geanonimiseerd)

van

2025 De

plaatsvervangend voorzitter,

(geanonimiseerd) (geanonimiseerd)

Bijlage Met de inwerkingtreding van de Omgevingswet , op 1 januari 2024 , is de Wet voorkeursrecht komen te vervallen. De regels uit deze wet zijn grotendeels ongewijzigd overgegaan in de Aanvullingswet grondeigendom Omgevingswet. Met het vestigen van een voorkeursrecht op grond van de Omgevingswet krijgt de overheid het eerste recht van koop op een onroerende zaak. De wet geeft de gemeente een middel waarmee kan worden voorkomen dat bij

geplande ontwikkelingen de grondprijzen worden opgedreven. Ook overigens wordt voorkomen dat particulieren of organisaties grondposities innemen die de ontwikkeling van gebieden belemmeren. Op grond van artikel 9.1 , eerste lid , onder b , van de Omgevingswet kan het voorkeursrecht

worden gevestigd op gronden die in een omgevingsvisie zijn opgenomen en waarbij het huidige gebruik afwijkt van de daarin toegedachte bestemming. Op grond van artikel 9.1 , eerste lid , sub c , van de Omgevingswet kan het voorkeursrecht ook worden gevestigd als gronden nog niet in een omgevingsvisie zijn opgenomen , maar uit het besluit tot vestiging van het voorkeursrecht zelf blijkt dat het huidige gebruik afwijkt van de toegedachte bestemming. Op grond van 3. 1 en 3. 2 van de Omgevingswet stelt de gemeenteraad ten behoeve van een goede ruimtelijke ordening voor het gehele grondgebied een of meer omgevingsvisies vast waarin de hoofdzaken van het door de gemeente te voeren ruimtelijk beleid worden

vastgelegd.

7

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.roosendaal.nl/api/v1/meetings/1903/documents/52584