Bijlage 2 Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling.pdf
Tekst van het document
RAPPORT Vormvrije m.e.r.-beoordeling Designer Outlet Center Roosendaal Klant:
McArthurGlen
Referentie: BG9364-MI-RP-221010-1423 Status:
Definitief/00
Datum:
10 oktober 2022
Projectgerelateerd
HASKONINGDHV NEDERLAND B.V.
Amerikalaan 110 6199 AE Maastricht Airport Mobility & Infrastructure Trade register number: 56515154 +31 88 348 78 48 T reception.nij-jo@nl.rhdhv.com E royalhaskoningdhv.com W
Titel document: Vormvrije m.e.r.-beoordeling Ondertitel: Referentie: BG9364-MI-RP-221010-1423 Status: 00/Definitief Datum: 10 oktober 2022 Projectnaam: Uitbreiding Designer Outlet Center Roosendaal Projectnummer: BG9364 Auteur(s): S.J. B. & M.K.
Opgesteld door: S.J. B. & M.K. Gecontroleerd door: B.J. Datum: 10 oktober 2022 Goedgekeurd door: B.J. Datum: 10 oktober 2022
Classificatie Projectgerelateerd
Behoudens andersluidende afspraken met de Opdrachtgever, mag niets uit dit document worden verveelvoudigd of openbaar gemaakt of worden gebruikt voor een ander doel dan waarvoor het document is vervaardigd. HaskoningDHV Nederland B.V. aanvaardt geen enkele verantwoordelijkheid of aansprakelijkheid voor dit document, anders dan jegens de Opdrachtgever. Let op: dit document bevat mogelijk persoonsgegevens van medewerkers van HaskoningDHV Nederland B.V.. Voordat publicatie plaatsvindt (of anderszins openbaarmaking), dient dit document te worden geanonimiseerd of dient toestemming te worden verkregen om dit document met persoonsgegevens te publiceren. Dit hoeft niet als wet- of regelgeving anonimiseren niet toestaat. 10 oktober 2022
BG9364-MI-RP-221010-1423
i
Projectgerelateerd
10 oktober 2022
BG9364-MI-RP-221010-1423
ii
Projectgerelateerd
Inhoud 1
Inleiding
1
1.1
Inleiding
1
1.2
Waarom een vormvrije m.e.r.-beoordeling?
1
2
Planvoornemen
3
3
Criteria voor de effectenbeoordeling
8
4
Toetsing
9
4.1
Kenmerken van het project
9
4.2
Locatiekenmerken van het project
14
4.3
Kenmerken van de potentiële effecten
16
5
Conclusie
17
10 oktober 2022
BG9364-MI-RP-221010-1423
iii
Projectgerelateerd
1
Inleiding
1.1
Inleiding
McArthurGlen heeft als voornemen Designer Outlet Center ‘Rosada’ te gemeente Roosendaal uit te breiden middels een wijziging van het bestemmingsplan. Rosada is momenteel al in gebruik voor detailhandel. De uitbreidingswerkzaamheden omvatten het ophogen van de bestaande parkeergarage aan de zuidzijde met drie lagen. De bestaande parkeerplaats aan de noordzijde wordt verwijderd, daar komt nieuwe bebouwing met de functie detailhandel. De voorgenomen uitbreiding is in strijd met de regels uit het vigerende bestemmingsplan. Daarom wordt een herziening van het bestemmingsplan opgesteld. Voorafgaand aan het in behandeling nemen van het bestemmingsplan dient er een besluit te worden genomen over de noodzakelijkheid van het doorlopen van een m.e.r. procedure. De voorliggende aanmeldingsnotitie bevat de informatie op basis waarvan het bevoegd gezag besluit of er een m.e.r. procedure wenselijk of noodzakelijk is.
1.2
Waarom een vormvrije m.e.r.-beoordeling?
De milieueffectrapportage-procedure (m.e.r.) is bedoeld om het milieubelang volwaardig en vroegtijdig in de plan- en besluitvorming in te brengen. Een m.e.r. is altijd gekoppeld aan een plan of besluit, bijvoorbeeld een structuurvisie, bestemmingsplan of vergunning. De wettelijke eisen ten aanzien van de m.e.r. zijn vastgelegd in de Wet Milieubeheer en in het Besluit m.e.r. Afhankelijk van het soort en de omvang van de voorgenomen activiteit dient een m.e.r.-procedure of een m.e.r.- beoordelingsprocedure uitgevoerd te worden. Of sprake is van een verplichting voor een m.e.r. of m.e.r.-beoordeling is op te maken uit de bijlagen C en D bij het Besluit m.e.r. Als sprake is van een activiteit genoemd in die bijlagen kan vervolgens aan de hand van de drempelwaarde (omvang) bepaald worden of sprake is van een m.e.r.-plicht of (vormvrije) m.e.r.-beoordelingsplicht, zie figuur 1.
Figuur 1: Uitleg drempelwaarde besluit m.e.r.
De uitbreiding van Designer Outlet Center Rosada is te beschouwen als een activiteit zoals genoemd in categorie 11.2 uit de D-lijst van Besluit m.e.r. Het gaat respectievelijk om “de aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject’’. De omschrijving van de drempelwaarden behorend bij deze categorie zijn opgenomen in tabel 1.
10 oktober 2022
BG9364-MI-RP-221010-1423
1
Projectgerelateerd
Tabel 1: Omschrijving drempelwaarden categorie D11.2 Cat.
Activiteit
Gevallen
Plannen
Besluiten
D11.2
De aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject met inbegrip van de bouw van winkelcentra of parkeerterreinen.
In gevallen waarin de activiteit betrekking heeft op:
De structuurvisie, bedoeld in de artikelen 2.1, 2.2 en 2.3 van de Wet ruimtelijke ordening, en het plan, bedoeld in artikel 3.1, eerste lid, van die wet.
De vaststelling van het plan, bedoeld in artikel 3.6, eerste lid, onderdelen a en b, van de Wet ruimtelijke ordening dan wel bij het ontbreken daarvan van het plan, bedoeld in artikel 3.1, eerste lid, van die wet.
1°. een oppervlakte van 100 hectare of meer, 2°. een aaneengesloten gebied en 2000 of meer woningen omvat, of 3°. een bedrijfsvloeroppervlakte van 200.000 m2 of meer.
De voorgenomen activiteit blijft onder de drempelwaarden van de categorie. Hoewel de drempelwaarden niet worden overschreden moet op grond van artikel 2 lid 5 sub b van het Besluit milieueffectrapportage een m.e.r.-beoordeling uitgevoerd worden. Het betreft een vormvrije m.e.r.-beoordeling. De initiatiefnemer van een activiteit waarvoor een plicht tot een m.e.r.-beoordeling geldt, moet dat voornemen schriftelijk mededelen aan het bevoegd gezag. In dit project is deze mededeling vormgegeven door het opstellen van voorliggende aanmeldingsnotitie. De voorliggende aanmeldingsnotitie bevat de informatie op basis waarvan het bevoegd gezag besluit of er sprake is van "belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu", die het doorlopen van de m.e.r.-procedure wenselijk/noodzakelijk maken. Op basis van deze m.e.r.-beoordeling kunnen er twee uitkomsten zijn: • Belangrijke nadelige milieugevolgen kunnen niet uitgesloten worden: er dient een m.e.r.procedure doorlopen te worden. • Belangrijke nadelige milieugevolgen treden niet op: er wordt gemotiveerd aangegeven dat geen m.e.r.-procedure hoeft te worden doorlopen.
10 oktober 2022
BG9364-MI-RP-221010-1423
2
Projectgerelateerd
2
Planvoornemen
Locatie Het plangebied ligt ten westen van de stad Roosendaal nabij het knooppunt van de rijkswegen A17 en A58. Het gebied ligt op een afstand van circa 1,5 kilometer vanaf de binnenstad van Roosendaal. De locatie wordt via aansluiting 19 Roosendaal-West vanaf de rijksweg A17 ontsloten. Ten noorden van het outletcenter ligt het recreatiepark De Stok. De A17 ligt aan de oostzijde. Aan de westzijde ligt het buitengebied. Het plangebied is weergegeven in figuur 2.
Figuur 2: Ligging plangebied
10 oktober 2022
BG9364-MI-RP-221010-1423
3
Projectgerelateerd
Figuur 3: Omgeving plangebied (plangebied is rood omkaderd)
Planbeschrijving Outlet Rosada B.V. is voornemens om circa 6.000 m2 verkoopvloeroppervlakte (VVO) retail en 600 m2 VVO horeca toe te voegen in fase 3 van het designer outlet center. De uitbreiding van het winkelaanbod betreft in totaal 7.500 m2 bruto vloeroppervlak (BVO). Deze uitbreiding komt ter plaatse van de bestaande parkeergarage in het noorden van het plangebied. Het nieuwe VVO retail is aangegeven in oranje en het nieuwe VVO horeca is aangegeven in geel in onderstaande afbeelding. Voor de uitbreiding zal de bestaande parkeergarage compleet verwijderd worden. Om te blijven voldoen aan de parkeerbehoefte worden nieuwe parkeerplekken gerealiseerd bij de huidige parkeergarage in het zuiden van het plangebied. Deze parkeergarage wordt uitgebreid aan de noordzijde. Omdat deze uitbreiding van de parkeergarage plaats vindt buiten het bouwvlak, wordt het bouwvlak groter aan de noordzijde. Ook wordt de parkeergarage opgehoogd met drie bouwlagen. Er kan dan op zes lagen worden geparkeerd (zie onderstaand dwarsprofiel, figuur 7). De hoogte van de parkeergarage wordt circa 17 meter, waarbij de begane grond onder peil ligt. In figuur 5 is de eerste verdieping van het planvoornemen zichtbaar. Op de eerste verdieping wordt een terras en horecagelegenheid gerealiseerd (aangegeven in geel), met uitzicht over het buitengebied (zie ook onderstaand sfeerbeeld, figuur 8).
Daarnaast is op de eerste verdieping ruimte voor opslag ten behoeve van de retail (aangegeven in oranje 5).
In de aarden wal aan de westzijde van het plangebied wordt het talud afgewerkt met schanskorven. Direct daarnaast komt een pad te liggen, om de winkels te kunnen bereiken aan de achterzijde.
10 oktober 2022
BG9364-MI-RP-221010-1423
4
Projectgerelateerd
Figuur 4: Ontwerp uitbreiding detailhandel, begane grond
Figuur 5: Ontwerp uitbreiding detailhandel, eerste verdieping
10 oktober 2022
BG9364-MI-RP-221010-1423
5
Projectgerelateerd
Figuur 6: Bovenaanzicht ontwerp
Figuur 7: Zijaanzicht parkeervoorziening
10 oktober 2022
BG9364-MI-RP-221010-1423
6
Projectgerelateerd
Figuur 8: Sfeerbeeld terras op eerste verdieping van uitbreiding Designer Outlet Center
10 oktober 2022
BG9364-MI-RP-221010-1423
7
Projectgerelateerd
3
Criteria voor de effectenbeoordeling
De toets wordt gedaan op basis van dezelfde criteria die ook gelden bij een m.e.r.-beoordeling. Deze beoordeling is dus gekoppeld aan de richtlijnen in bijlage III van de Europese Richtlijn milieueffectbeoordeling. In deze bijlage staan drie criteria met uitgangspunten per criterium benoemd: kenmerken van de activiteit, plaats van de activiteit en kenmerken van het potentiële effect. Het gaat daarbij om de volgende punten: 1)
Plaats van het project; Bij de mate van kwetsbaarheid van het milieu in de gebieden waarop het project van invloed kan zijn, moet in het bijzonder in overweging worden genomen: a. het bestaande grondgebruik; b. de relatieve rijkdom aan en de kwaliteit en het regeneratievermogen van de natuurlijke hulpbronnen; c. het opnamevermogen van het natuurlijke milieu, met in het bijzonder aandacht voor: i. wetlands; ii. kustgebieden; iii. berg- en bosgebieden; iv. reservaten en natuurparken; v. gebieden die in de wetgeving van de lidstaten zijn aangeduid of door die wetgeving worden beschermd; speciale beschermingszones, door de lidstaten aangewezen krachtens Richtlijn 79/409/EEG en Richtlijn 92/43/EEG; vi. gebieden waarin de bij communautaire wetgeving vastgestelde milieunormen reeds worden overschreden; vii. gebieden met een hoge bevolkingsdichtheid; viii. landschappen van historisch, cultureel of archeologisch belang.
2)
Kenmerken van het project; Bij de kenmerken van het project moet in het bijzonder in overweging worden genomen: a. de omvang van het project; b. de cumulatie met andere projecten; c. het gebruik van natuurlijke hulpbronnen; d. de productie van afvalstoffen; e. verontreiniging en hinder; f. risico van ongevallen, met name gelet op de gebruikte stoffen of technologieën.
3)
Kenmerken van het potentiële effect; Bij de potentiële aanzienlijke effecten van het project moeten in samenhang met de criteria van de punten 1 en 2 (zoals hiervoor genoemd) in het bijzonder in overweging worden genomen: a. het bereik van het effect (geografische zone en grootte van de getroffen bevolking); b. het grensoverschrijdende karakter van het effect; c. de orde van grootte en de complexiteit van het effect; d. de waarschijnlijkheid van het effect; e. de duur, de frequentie en de omkeerbaarheid van het effect.
10 oktober 2022
BG9364-MI-RP-221010-1423
8
Projectgerelateerd
4
Toetsing
In dit hoofdstuk wordt getoetst of op basis van de criteria die zijn genoemd in bijlage III van de EEGrichtlijn milieueffectbeoordeling een m.e.r.-beoordeling uitgevoerd moet worden. Het gaat hierbij om de volgende criteria: 1) de kenmerken van het project; 2) de plaats van het project; 3) de kenmerken van het potentiële effect. De vormvrije m.e.r.-beoordeling is opgesteld op basis van de onderzoeken die zijn uitgevoerd in het kader van herziening van het bestemmingsplan. Al deze onderzoeken zijn opgenomen in de bijlagen van de toelichting van bestemmingsplan ‘Uitbreiding Designer outlet Roosendaal’. In de tabellen in de navolgende paragrafen vindt de beoordeling plaats aan de criteria die zijn genoemd in bijlage III van de EEG-richtlijn milieueffectbeoordeling.
4.1
Kenmerken van het project
Criteria
Beschrijving
Omvang van het project
De uitbreiding van designer outlet center betreft een toevoeging van circa 6.000 m² verkoopvloeroppervlakte (VVO) retail (7.500 m2 BVO) en 600 m² VVO-horeca in fase 3 van het designer outlet center.
Cumulatie met andere projecten
Voor de uitbreiding van het designer outlet center is de cumulatie van effecten met andere projecten onderzocht door Goudappel b.v. in opdracht van de gemeente (Uitgangspuntennotitie Verkeersonderzoek Leisurepark de Stok, d.d. 15 december 2021). Deze hebben betrekking op de toegenomen verkeersbehoefte naar aanleiding van ontwikkeling van het Leisure Park Roosendaal, verplaatsing Bravis ziekenhuis naar locatie Bulkenaar en een aanpassing aan het wegennet. De conclusie van het onderzoek is dat de verkeersbewegingen goed kunnen worden afgewikkeld op de belangrijkste kruispunten in de omgeving. Gemeente Roosendaal is daarnaast met de ontwikkeling van snelfietsroute F58 bezig. Het tracé loopt langs de zuidzijde van het designer outlet center. In 2023 is de verwachting het project gereed te hebben. Deze ontwikkeling sluit daarmee goed aan op het voornemen van de uitbreiding outlet center. Negatieve cumulatieve effecten worden niet verwacht, een positief milieueffect is wel te verwachten. Doordat het makkelijker is geworden om het outlet center te bereiken per fiets, kunnen emissies van motorvoertuigen bespaard worden. Verder zijn geen andere projecten bekend die naar verwachting kunnen leiden tot negatieve cumulatieve effecten.
Gebruik van natuurlijke hulpbronnen
Een nieuwe ontwikkeling kan gevolgen hebben voor natuurlijke hulpbronnen. Daarvan is bijvoorbeeld sprake wanneer grondwater wordt onttrokken of grondstoffen in de omgeving worden gedolven (water; bierbrouwerij, klei; baksteenindustrie) of ingeval van bos als leefomgeving voor dieren of recreatiegebied voor mensen. De ontwikkeling van de voorziene activiteit legt geen bijzonder beslag op natuurlijke hulpbronnen. Het plangebied maakt al onderdeel uit van het terrein van het designer outlet center dat momenteel grotendeels in gebruik is als parkeervoorziening. Het gebruik van natuurlijke grondstoffen is voornamelijk beperkt tot het gebruik van energie. De ontwikkeling zal aan de eis van minimaal energieneutraal voldoen. Dat betekent dat de gebouwen minder energie gebruiken dan, of voldoen aan wat de wettelijke BENGnorm voorschrijft. Bij het materiaalgebruik wordt bewust rekening gehouden met materialen die minder milieubelastend zijn. In het ontwerp en tijdens de realisatie is er aandacht voor detailleringen zodat een goede balans ontstaat in energiegebruik en functionaliteit. Productie van afvalstoffen in de realisatiefase zijn tijdelijk en vormen daarom niet een risico op (langdurige) negatieve milieueffecten.
10 oktober 2022
BG9364-MI-RP-221010-1423
9
Projectgerelateerd
Criteria
Beschrijving
Productie van afvalstoffen
Door de activiteit komen geen relevante afvalstoffen vrij. De droog weer afvoer (dwa) wordt aangesloten op het bestaande rioolnetwerk van de gemeente Roosendaal.
Verontreiniging en hinder
Geluid Het geluid dat vanwege Outletcenter naar de omgeving geëmitteerd wordt, wordt voornamelijk veroorzaakt door de verkeersbewegingen die binnen het Outletcenter plaatsvinden. De klanten parkeren in een zeslaagse parkeergarage P1, nabij de ingang, met in totaal (na uitbreiding) 1933 parkeerplaatsen. Daarnaast zijn er 200 parkeerplaatsen aanwezig ter plaatse van het Brompotje. Deze aantallen zijn berekend in het verrichte verkeersonderzoek: rapportage van Goudappel met kenmerk 011430.20220330.R1.04. Worst case is ervan uitgegaan dat alle klanten parkeren in parkeergarage P1, 1933 parkeerplaatsen. Daarnaast zijn er twee routes voor de leveranciers van de winkels op het terrein aanwezig. De winkels, die op het terrein van Outletcenter gelegen zijn, zijn geopend in de dag- en avondperiode (van 10 tot 20 uur). In de nachtperiode vinden onder normale omstandigheden geen activiteiten binnen Outletcenter plaats. De relevante geluidbronnen zijn de verkeersbewegingen met personenauto’s en vrachtwagens op het terrein van Outletcenter. De langtijdgemiddelde beoordelingsniveaus op de gevels van de maatgevende geluidgevoelige bestemmingen in de omgeving zijn berekenend middels een akoestisch onderzoek (Royal HaskoningDHV, d.d. 10 oktober 2022).
De rekenresultaten tonen aan dat de geluidimmissie ter plaatse van de geluidsgevoelige bestemmingen ten hoogste 48 en 45 dB(A) bedraagt in respectievelijk de dag- en avondperiode. Bij alle geluidgevoelige bestemmingen in de omgeving wordt voldaan aan de gestelde grenswaarden, zowel die uit het Activiteitenbesluit als aan het principe van een goede ruimtelijke ordening. Daarnaast worden maximale geluidsniveaus veroorzaakt door het dichtslaan van autoportieren / optrekken van vrachtwagens. De hoogste geluidsniveaus treden op ter plaatse van de woning Wouwbaan 133. Deze bedragen: •
48 dB(A) in de dagperiode;
•
49 dB(A) in de avondperiode.
Hiermee wordt voldaan aan de grenswaarden uit het Activiteitenbesluit en aan het principe van een goede ruimtelijke ordening. Geconcludeerd kan worden dat er geen negatieve effecten ontstaan vanwege geluid. Verkeer Uit de kruispuntanalyse (Goudappel, d.d. 15 juli 2022) blijkt dat toename van verkeersbewegingen als gevolg van de uitbreiding van DOR, zowel in de huidig situatie (2021) als in de toekomstige situatie (2030) goed kan worden afgewikkeld op de belangrijkste kruispunten in de omgeving. De toename van cyclustijden en I/C-waardes is zeer beperkt ten opzichte van de huidige situatie. De kwaliteit van de verkeersafwikkeling is op alle kruispunten zeer goed; er is sprake van restcapaciteit. Daarnaast blijkt uit de onderbouwing parkeren (Goudappel, d.d. 29 juli 2022) dat in de toekomstige situatie ruim voldoende parkeerplaatsen aanwezig zijn om te voldoen aan de parkeerbehoefte. Luchtkwaliteit Het planvoornemen is getoetst aan de wettelijke kaders voor luchtkwaliteit (Royal HaskoningDHV, d.d. 19 september 2022). Uit de NSL-Monitoringstool blijkt dat de jaargemiddelde concentraties rond het
10 oktober 2022
BG9364-MI-RP-221010-1423
10
Projectgerelateerd
Criteria
Beschrijving Outlet ruim onder de grenswaarden uit de Wm liggen en dat de concentraties, onder invloed van dalende achtergrondconcentraties en emissiefactoren, in de toekomst verder zullen dalen. De ontwikkeling in het plangebied heeft een beperkt effect op de lokale luchtkwaliteit. Er is bovendien een aanzienlijke ruimte tussen de huidige concentraties en de grenswaarden. Een (geringe) toename van de concentraties in de omgeving van het Outlet zal daarom niet leiden tot het bereiken of overschrijden van deze grenswaarden. De maximale jaargemiddelde NO2-bijdrage als gevolg van het extra verkeer bedraagt 1,3 μl/m3. Deze bijdrage leidt niet tot het bereiken van de grenswaarde. Voor PM10 wordt een toename van 0,3 μg/m3 berekend, ook hierbij is er nog een ruime marge tot de grenswaarde. PM2,5 is de kleinere fractie fijnstof binnen de PM10. De totale toename van 0,3 µg/m3 voor PM10 is gebruikt als een worst-case toename van PM2,5. De maximale concentratie PM2,5 blijft ook met deze toename onder de grenswaarde. Hiermee is aannemelijk gemaakt dat het plan op grond van art 5.16, lid 1 sub a voldoet aan de luchtkwaliteitseisen uit de Wet milieubeheer. Geconcludeerd kan worden dat er geen negatieve effecten ontstaan vanwege luchtkwaliteit. Externe veiligheid Er is geen sprake van realisatie van een risicovol bedrijf, wat kan leiden tot belangrijke nadelige milieugevolgen.
Natuur Voor het plangebied is een ecologische Quickscan uitgevoerd (Bureau Meervelt, d.d. 28 september 2022) om de samenhang met Natura 2000 gebied en Natuurnetwerk Brabant te onderzoeken en aanwezigheid van beschermde (dier)soorten te onderzoeken. Daaruit blijkt het volgende. Gebiedsbescherming: Natura 2000 Het plangebied maakt geen deel uit van een Natura 2000-gebied. Het meest nabijgelegen Natura 2000-gebied is Brabantse Wal en ligt op een afstand van circa 6,5 kilometer ten zuidwesten van het plangebied. Op grotere afstand (meer dan 10 kilometer) ligt Natura 2000 gebied Markiezaat. Uitstraling van de meeste storingsfactoren (zoals geluid, optische verstoring of trillingen) op Natura 2000gebieden is op voorhand uit te sluiten door de afstand tot het Natura 2000 Brabantse Wal met uitzondering van stikstof. Ten aanzien van stikstof(depositie) geldt een partiële vrijstelling van de natuurvergunningplicht voor activiteiten van de bouwsector (ofwel de bouwvrijstelling). Deze vrijstelling is geregeld in het nieuwe artikel 2.9a Wet natuurbescherming, dat is toegevoegd met de Wet stikstofreductie en natuurverbetering. De vrijstelling geldt voor bouw-, aanleg- en sloopactiviteiten. Dat is geregeld in artikel 2.5 van het Besluit natuurbescherming dat is toegevoegd met het Besluit stikstofreductie en natuurverbetering.
Hierbij dient opgemerkt te worden dat in het najaar van 2022 een uitspraak van de Raad van State verwacht wordt over de juridische houdbaarheid van deze vrijstelling. De situatie rondom dit aspect kan dus nog wijzigen. De beoordeling van stikstofdepositie voor de gebruiksfase vindt separaat plaats en is geen onderdeel van onderhavig onderzoek. Als uit onderzoek blijkt dat een toename van stikstofdepositie te verwachten is, kan een vergunning Wet natuurbescherming aan de orde zijn. Gebiedsbescherming: Natuurnetwerk Brabant Het plangebied wordt van het Natuur Netwerk Brabant (NNB) gescheiden door een aarden wal. Afhankelijk van het type verlichting dat gebruikt gaat worden in het plangebied en op het terras en afhankelijk van de afscherming van de (auto)verlichting in de parkeergarage, kan door de voorgenomen ontwikkeling de invloed van geluid en verlichting toenemen, met name op grotere hoogte dan nu
10 oktober 2022
BG9364-MI-RP-221010-1423
11
Projectgerelateerd
Criteria
Beschrijving het geval is. Of hierdoor een aantasting van de ecologische waarden en kenmerken in het Natuur Netwerk Brabant plaatsvindt is niet objectief vast te stellen. Het plangebied ligt aan de rand van een stedelijke omgeving waar in de huidige situatie veel verlichting en geluid aanwezig is, de smalle strook NNB staat daarnaast onder invloed van diverse andere storingsfactoren vanuit het aangrenzende buitengebied zoals stikstofdepositie en chemische bestrijdingsmiddelen. Om mogelijke effecten van verlichting op grotere hoogte te voorkomen kunnen maatregelen genomen worden zoals het zoveel mogelijk beperken en als het kan uitzetten van verlichting, het werken met afgeschermde armaturen en bijvoorbeeld afscherming van de bovenste etages van de parkeergarage aan de westzijde (voor zover de parkeerdekken boven de aarden wal uitkomen). Hiertoe dient een verlichtingsplan opgesteld te worden dat mogelijke effecten zoveel mogelijk mitigeert. Uitvoering van het verlichtingsplan dient geborgd te worden. Omdat het hier niet gaat om een objectiveerbaar negatief effect wordt mitigatie voldoende geacht. Ten aanzien van geluid mag aangenomen worden dat deze factor niet leidt tot extra effecten in vergelijking met de huidige situatie. De aarden wal schermt het achterliggende NNN-gebied af waardoor de factor geluid naar verwachting niet noemenswaardig zal toenemen.
Voor geluid wordt daarom geen mitigatie nodig geacht. Soortbescherming: Het plangebied is in de huidige situatie geheel verhard en deels als parkeervoorziening en deels als overdekte parkeervoorziening met een tweelaags parkeerdek in gebruik. Groene elementen in de vorm van bomen, struiken of stukjes grasland ontbreken op het gehele terrein. De ontwikkelingen in het plangebied, concreet de mogelijk toenemende uitstraling van verlichting richting de aangrenzende natuurzone, kunnen een (beperkt) negatief hebben op het vlieg- en foerageergebied van enkele vleermuissoorten en mogelijk op andere soorten. Het effect, indien aanwezig, is beperkt omdat de overlap tussen het in gebruik hebben van deze verlichting en de actieve periode van vleermuizen (schemer- en nachtperiode in de periode maart tot oktober) beperkt is. Een mogelijk effect is pas aan de orde als het vroeger dan 20.00 uur donker wordt. Ook dan geldt dat in het vlieg- en foerageergebied het grootste deel van de nacht een vergelijkbare situatie bestaat als de huidige situatie. Omdat uitstraling van verlichting richting leefgebieden van soorten echter niet gewenst is dienen maatregelen genomen te worden om de uitstraling van verlichting vanuit de parkeergarage en het terras tegen te gaan (zie ook onder NNB bij gebiedsbescherming.
Dit kan door het gebruik van afgeschermde armatuur, het afschermen van de westelijk wanden van de parkeergarage en het waar mogelijk beperken van verlichting of het uitzetten van verlichting als deze niet nodig is (bijvoorbeeld door gebruik van ‘light on demand’, verlichting die aangaat iemand gebruik maakt van de ruimte. Een overtreding van verbodsbepalingen uit de Wet natuurbescherming vindt niet plaats mits een met het oog op dit aspect goedgekeurd verlichtingsplan overlegd kan worden en de uitvoering daarvan geborgd wordt. Nader onderzoek of een ontheffingsaanvraag voor vleermuizen of andere soorten is dan niet nodig. Het voorkomen van broedvogels in het plangebied is vrijwel uit te sluiten door de aanwezige storingsfactoren. Als bomen gekapt moeten worden of hagen gerooid moeten worden kunnen deze, om elk risico uit te sluiten, in de winterperiode gekapt en gerooid worden. Er zijn dan met zekerheid geen broedgevallen aanwezig. De zorgplicht is bij alle werkzaamheden van kracht. De zorgplicht is als een open norm geformuleerd in het eerste lid van artikel 1.11 Wet natuurbescherming.
In het tweede lid wordt de zorgplicht nader geconcretiseerd door te bepalen dat deze plicht inhoudt dat eenieder die weet of redelijkerwijs kan vermoeden dat door zijn handelen of nalaten nadelige gevolgen kunnen worden veroorzaakt voor een Natura 2000-gebied, een bijzonder nationaal natuurgebied of voor in het wild levende dieren en planten: 1) dergelijke handelingen achterwege laat, dan wel, 2) indien dat achterwege laten redelijkerwijs niet kan worden gevergd, de noodzakelijke maatregelen treft om die gevolgen te voorkomen, of voor zover die
10 oktober 2022
BG9364-MI-RP-221010-1423
12
Projectgerelateerd
Criteria
Beschrijving gevolgen niet kunnen worden voorkomen, deze zoveel mogelijk beperkt of ongedaan maakt. In het licht van de zorgplicht zijn de volgende maatregelen nodig als buiten de verharding gewerkt wordt en er holen van algemene soorten als Konijn of verblijfplaatsen van Egel aanwezig kunnen zijn: - Indien er verstoring plaatsvindt, dient er een passende vluchtroute beschikbaar te zijn. Dit geldt in het bijzondervoor grondgebonden zoogdieren (zoals muizen en egels), maar ook voor vogels, om verkeersslachtoffers te voorkomen. Werk vanaf één zijde en bij voorkeur van een drukke naar een rustige locatie toe, zoals een open veld of ruigte. Werk ook op een aangepast tempo, zodat dieren kunnen vluchten. - Kunstmatige verlichting werkt verstorend op zoogdieren en andere fauna. Werk daarom niet tussen zonsondergang en zonsopkomst. - Voorkom of beperk daarnaast de toepassing van kunstlicht en de verstrooiing van licht buiten de projectlocatie. Voorkom ook het direct schijnen op wateroppervlakken of groenelementen, zoals bosschages en ruigtes (met name voor vleermuizen). - Gelet op de algemene zorgplicht dienen voorafgaand aan de werkzaamheden alle maatregelen te worden getroffen om nadelige gevolgen voor flora en fauna zoveel mogelijk te voorkomen, beperken of ongedaan te maken. Dit geldt altijd en voor alle planten- en diersoorten.
- Ook voor mogelijke aanwezigheid van egel en vestiging van de rugstreeppad dient de zorgplicht in acht te worden genomen. Voorkom opslag van materialen waaronder dieren kunnen gaan verblijven. Het ontstaan van poeltjes en plassen op het terrein dient gedurende het zomerhalfjaar (vanaf april) te worden voorkomen. Als deze soorten worden waargenomen, dienen zij zichzelf in veiligheid te kunnen brengen. - Indien een soort die niet in de quickscan wordt genoemd in het terrein wordt geconstateerd bij aanvang van de werkzaamheden, dient hier passend op te worden gereageerd. Het is hierbij nodig om contact op te nemen met een ter zake kundige en een maatregel toe te passen, zodat de wet niet wordt overtreden. Stikstofdepositie Conform de Wet natuurbescherming (Wnb) dienen activiteiten getoetst te worden om na te gaan of binnen nabijgelegen Natura 2000-gebieden significant negatieve effecten als gevolg van stikstofdepositie kunnen optreden. Om de stikstofdepositie te bepalen zijn twee berekeningen uitgevoerd met de AERIUS-Calculator (Stikstofdepositie onderzoek Royal HaskoningDHV, d.d. 24 augustus 2022). Op basis hiervan is geconcludeerd dat de plannen niet leiden tot een depositietoename ten opzichte van de referentiesituatie groter dan 0,00 mol/ha/j.
Negatieve effecten ten gevolge van de extra emissies op de omliggende Natura 2000-gebieden kunnen hiermee op voorhand worden uitgesloten. Water Voor de beoogde ontwikkeling is een watertoets uitgevoerd waarin de waterhuishoudkundige effecten van het plan worden toegelicht. Het huishoudelijke afvalwater van de toekomstige bebouwing dient middels aparte vuilwaterleidingen afgevoerd te worden op de aanwezige riolering. Als gevolg van de ontwikkeling neem het bebouwd- en terreinoppervlak toe. Het gaat om een toename van 1.080 m2. Conform de beleidsregel dient bij een toename >500m2 compensatie aangelegd te worden van in de vorm van retentie. Bij een toename van het verhard oppervlak van 1.080 m2 is er een bergingseis van 65 m3. Op basis van de bodemsamenstelling de grondwaterstanden zijn de mogelijkheden voor infiltratie naar de ondergrond beperkt. Ook de mogelijkheden voor het uitbreiden van de retentievoorziening zijn beperkt. Allereerst zal daarom ruimte gezocht worden voor berging in de leidingen van de hemelwaterriolering ter plaatse van de nieuwe ontwikkeling. Aanvullend zal ruimte gezocht worden voor berging in
10 oktober 2022
BG9364-MI-RP-221010-1423
13
Projectgerelateerd
Criteria
Beschrijving extra peilstijging op de bestaande retentievoorziening waarbij de overlaat constructie maximaal 1,5 cm dient te worden verhoogd. De verdere invulling vindt plaats binnen de uitwerking van de hemelwaterriolering in het waterhuishoudkundig-plan ten behoeve van de aanvraag omgevingsvergunning bouwen. Er zal dan ook hydraulisch getoetst worden of de peilstijging op de retentievoorziening geen negatieve gevolgen heeft op het functioneren van het VGS stelsel van het DOC Roosendaal. Water van de schone verharding (dakoppervlak) zal rechtstreeks lozen op de retentievoorziening. Het hemelwater dat valt op de wegen (terrein oppervlak) loost via het VGS-stelsel op de retentievoorziening. Door de nieuwe ontwikkeling bestaat de verharding met name uit dakoppervlak waardoor er nog maar een minimale hoeveelheid oppervlak is aangesloten op het VGS-stelsel. De hoeveelheid schoon water neemt door deze functie wijziging relevant toe door de wijziging van parkeren naar detailhandel. Bodem In het bestemmingsplan dient rekening gehouden te worden met de bodemkwaliteit ter plaatse van het plangebied. Het planvoornemen mag geen negatieve effecten hebben op de bodemkwaliteit. Uit de omgevingsrapportage van Midden- en West-Brabant (OMWB) blijkt dat ter plaatse van het plangebied geen verdachte activiteiten zijn geregistreerd die mogelijk een bodemverontreiniging hebben veroorzaakt.
Uit de geraadpleegde gegevens blijkt dat de bodem ter plaatse van het plangebied over het algemeen niet tot (zeer) licht is verontreinigd. Na uitvoering van de bekende bodemonderzoeken is het DOC Roosendaal met de bijbehorende infrastructuur aangelegd en is er aan de situatie van de bodemkwaliteit niets veranderd. Er hebben geen bodemingrepen of calamiteiten plaatsgevonden. De ontwikkeling en ingebruikneming van het outlet center is geen bodembedreigende activiteit. Er wordt geen gebruik gemaakt van bodembedreigende stoffen zoals chemicaliën, bemesting, asbest, etc. Geproduceerde afvalstoffen worden afgevoerd middels vuilwaterriolering of via afvalstoffeninzameling. Derhalve zijn geen nadelige effecten te verwachten met betrekking tot bodemkwaliteit. Realisatiefase Hinder in de realisatiefase is tijdelijk en vormen daarom niet een risico op (langdurige) negatieve milieueffecten.
Risico voor ongevallen
4.2
Er wordt geen toename van het risico op ongevallen verwacht, de bestemming en activiteiten veranderen niet van aard. In het gebied wordt niet gewerkt met gevaarlijke stoffen. De activiteit zelf levert in de aanlegfase en gebruiksfase geen extra risico op milieukundige ongevallen.
Locatiekenmerken van het project
Criteria
Beschrijving
Bestaand grondgebruik
De noordzijde van het plangebied is in gebruik als parkeervoorziening (parkeerdek met twee lagen). Ook de zuidzijde van het plangebied is in gebruik als parkeervoorziening. In het zuiden van het plangebied staat een parkeergarage van circa 7 meter hoog (van twee verdiepingen). Het plangebied is bijna compleet verhard.
Rijkdom aan en kwaliteit en regeneratievermogen van natuurlijke hulpbronnen van het gebied
Het plangebied is bijna compleet verhard en heeft de bestemming ‘Detailhandel – Factory Outlet Center’ en daaraan gelinkte voorzieningen als horeca en ontsluit- en parkeervoorzieningen. Het plangebied bevat geen rijkdom aan en kwaliteit en regeneratievermogen van natuurlijke hulpbronnen.
10 oktober 2022
BG9364-MI-RP-221010-1423
14
Projectgerelateerd
Criteria
Beschrijving
Opnamevermogen milieu met aandacht voor beschermde gebieden
Gevoelige gebieden (wetlands, kustgebieden, bergen, bosgebieden, reservaten en natuurparken, Habitat- en Vogelrichtlijngebieden) Het plangebied ligt niet in of in de directe nabijheid van een Natura 2000-gebied. Het meest nabijgelegen Natura 2000-gebied is Brabantse Wal en ligt op een afstand van circa 6,5 kilometer ten zuidwesten van het plangebied, zie figuur 9. Op grotere afstand (meer dan 10 kilometer) ligt Natura 2000 gebied Markiezaat. Uitstraling van de meeste storingsfactoren (zoals geluid, optische verstoring of trillingen) op Natura 2000-gebieden is op voorhand uit te sluiten door de afstand tot het Natura 2000 Brabantse Wal. Wetlands, kust-, berg- en bosgebieden zijn in de directe omgeving niet aanwezig. Het plangebied ligt ook niet in een waterwingebied of grondwaterbeschermingsgebied.
Figuur 9: Afstand tot dichtstbijzijnde Natura2000 gebied Brabantse Wal.
Het plangebied ligt buiten Natuur Netwerk Brabant maar grenst daar wel aan, zie figuur 10. Wezenlijke kenmerken en waarden worden niet aangetast. Compensatie of andere vervolgstappen in dit kader zijn niet nodig.
Figuur 10: Nabijheid van DOC Roosendaal tot Natuur Netwerk Brabant (groene vlakvulling).
10 oktober 2022
BG9364-MI-RP-221010-1423
15
Projectgerelateerd
Criteria
Beschrijving Gebieden waarin bij communautaire wetgeving vastgestelde normen inzake milieukwaliteit reeds worden overschreden Niet aan de orde. Gebieden met een hoge bevolkingsdichtheid Het plangebied ligt in stedelijk gebied. Landschappen van historisch, cultureel of archeologisch belang Door Vestigia is een archeologisch vooronderzoek uitgevoerd (d.d. 29 juli 2022). Op basis van het bureauonderzoek heeft het plangebied overwegend een lage tot middelhoge verwachting op het aantreffen van archeologische resten. Resten uit de vroege prehistorie zijn, voor zover deze aanwezig waren, reeds door het ondiepe karakter verstoord door het latere grondverzet binnen het plangebied. Het plangebied heeft een lage verwachting op het aantreffen van resten van bewoning tot en met de Late Middeleeuwen/Nieuwe tijd. Vanwege de ligging in een beekdal kunnen binnen het plangebied mogelijk resten voorkomen die samenhangen met een doorgang zoals een brug of een doorwaadbare plaats/voorde. Verder kan er sprake zijn van losse vondsten zoals visfuiken en visgerei. Voor het opsporen van dergelijke resten is een booronderzoek niet de gepaste prospectiemethode. Voor een vervolg in de vorm van een proefsleuvenonderzoek of archeologische begeleiding wordt te weinig aanleiding gezien, zeker in relatie tot de verwachte kosten versus de kenniswinst.
Het reeds uitgevoerde booronderzoek in 2004 heeft de verwachting bijgesteld naar laag. Daarnaast is er ter hoogte van het plangebied sprake van een hoge mate van verstoringen door de reeds aangelegde parkeergarages en verlegging van de waterloop. Hoewel de uitbreiding van de parkeergarage en de winkels nieuwe verstoringen zullen opleveren, wordt op basis van het eerder uitgevoerde booronderzoek gesteld dat de kans op het aantreffen van archeologisch vindplaatsen ter hoogte van deze nieuwe verstoringen zeer klein is. De aanleg van de keerwand vindt plaats in opgebrachte grond en zal daarmee geen extra verstoring opleveren. Op basis van deze bevindingen adviseert Vestigia om de geplande ingrepen vrij te geven, en geen aanvullend onderzoek uit te voeren.
Verder geeft de Cultuurhistorische Waardenkaart (van de provincie Noord-Brabant) aan dat ten aanzien van archeologie en cultuurhistorie voor het plangebied geen provinciale belangen in het geding zijn. Het plangebied maakt geen onderdeel uit van een cultuurhistorisch waardevol gebied. Ook zijn er geen rijksen/of gemeentelijke monumenten aanwezig in het plangebied.
4.3
Kenmerken van de potentiële effecten
Criteria
Beschrijving
Bereik van het effect (geografisch en grootte getroffen bevolking)
Het project betreft de uitbreiding van bestaande activiteiten in detailhandel en daaraan gekoppelde voorzieningen. De activiteit is lokaal en de omvang is beperkt. Het effect van de uitbreiding op de omgeving zal daarom beperkt blijven tot de directe omgeving.
Grensoverschrijdend karakter
Het planvoornemen heeft geen landsgrensoverschrijdende effecten.
Orde van grootte en complexiteit effect
Er is geen sprake van onevenredige hinder. Dit is in de voorgaande paragrafen onderbouwd.
Waarschijnlijkheid effect
In de gebruiksfase zijn geen belangrijke nadelige effecten te verwachten.
Duur, frequentie en omkeerbaarheid effect
Er treden geen onevenredige nadelige effecten op voor de gebruiksfase. Gedurende de bouwfase kunnen effecten ontstaan van korte duur, zoals geluidsoverlast en bouwverkeer.
10 oktober 2022
BG9364-MI-RP-221010-1423
16
Projectgerelateerd
5
Conclusie
Gezien voorgaande beoordeling zijn geen belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu te verwachten als gevolg van het planvoornemen en kan worden afgezien van het opstellen van een milieueffectrapport en het doorlopen van de formele milieueffectrapportageprocedure. Mitigerende maatregelen Wel is met betrekking tot natuur, zowel vanuit gebiedsbescherming als wel soortbescherming, een aantal mitigerende maatregelen vereist om negatieve milieueffecten uit te sluiten. De invloed van licht moet geminimaliseerd worden. Om mogelijke effecten van verlichting op grotere hoogte te voorkomen kunnen maatregelen genomen worden zoals het zoveel mogelijk beperken en als het kan uitzetten van verlichting, het werken met afgeschermde armaturen en bijvoorbeeld afscherming van de bovenste etages van de parkeergarage aan de westzijde (voor zover de parkeerdekken boven de aarden wal uitkomen) en het waar mogelijk beperken van verlichting of het uitzetten van verlichting als deze niet nodig is (bijvoorbeeld door gebruik van ‘light on demand’, verlichting die aangaat iemand gebruik maakt van de ruimte). Een overtreding van verbodsbepalingen uit de Wet natuurbescherming vindt niet plaats mits een met het oog op dit aspect goedgekeurd verlichtingsplan overlegd kan worden en de uitvoering daarvan geborgd wordt.
Nader onderzoek of een ontheffingsaanvraag voor vleermuizen of andere soorten is dan niet nodig. Omdat het hier niet gaat om een objectiveerbaar negatief effect wordt mitigatie voldoende geacht. Het voorkomen van broedvogels in het plangebied is vrijwel uit te sluiten door de aanwezige storingsfactoren. Als bomen gekapt moeten worden of hagen gerooid moeten worden kunnen deze, om elk risico uit te sluiten, in de winterperiode gekapt en gerooid worden. Er zijn dan met zekerheid geen broedgevallen aanwezig.
10 oktober 2022
BG9364-MI-RP-221010-1423
17