CConstaterende datRoosendaal
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 16 Akoestisch onderzoek wegverkeer

Gemeenteraad 24 september 2026, gemeente RoosendaalBij agendapunt: 5i: Raadsvoorstel Vaststelling wijziging omgevingsplan Wouwse Weide7.550 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

documentkenmerk: 2500998MCL-01 , versie 0 Akoestisch onderzoek wegverkeers- en spoorweglawaai Bulkstraat te Wouw (2500998MCL-01 , versie 0) Tritium documentkenmerk: 2500998MCL-01, versie O0 Akoestisch onderzoek wegverkeers- en spoorweglawaai in opdracht van Rho Adviseurs B.V. Postbus 150 3000 AD ROTTERDAM (geanonimiseerd)(geanonimiseerd) betreffende locatie Bulkstraat Wouw documentkenmerk 2500998MCL-01 versie 0 vestiging Nuenen datum 18 augustus 2025 opgesteld door: gecontroleerd door: ing. nn Projectleider Duurzaam, & Energie Projectleider Geluid & Energie (geanonimiseerd)(geanonimiseerd)(geanonimiseerd)(geanonimiseerd) Dit document is digitaal gegenereerd en derhalve niet voorzien van een handtekening. De inhoud is aantoonbaar gecontroleerd en vrijgegeven. Het document mag uitsluitend in zijn geheel worden gereproduceerd. Door derden aangebrachte wijzigingen en/of toevoegingen dan wel oneigenlijk gebruik van het document vallen niet onder de verantwoording van Tritium Advies. Op dit rapport is een disclaimer van toepassing; zie https://www.tritium.nl/algemene-disclaimer/ Tritium Advies B.V. Adviseurs in bouwen, milieu en veiligheid Tritium Advies is gevestigd in: T. 088 44 02 900 E. info@tritium.nl Breda » Nuenen »» Rijkevoort In www.tritium.nl KvK-nr. 17108024 (geanonimiseerd)(geanonimiseerd) documentkenmerk: 2500998MCL-01 , versie 0 pagina 1 Inleiding 1 2 Uitgangspunten 2.

1 Locatiegegevens 2. 2 Gegevens wegverkeer 2. 3 Gegevens spoorwegverkeer 2. 4 Modellering 2. 4. 1Wegverkeers- en spoorweglawaai 2 2 2 5 5 6 3 Wet- en regelgeving 3. 1 Berekeningsmethode 3. 2 Randvoorwaarden 3. 2. 1Inleiding 3. 2. 2Geluidbronsoorten 3. 2. 3Instructieregels geluid 3. 2. 4Geluidbeleid gemeente Roosendaal 7 7 7 7 7 8 9 4 Rekenresultaten en toetsing 4. 1 Geluidbelasting wegverkeerslawaai 4. 1. 1Bronmaatregelen 4. 1. 2Overdrachtsmaatregelen Geluidbelasting spoorweglawaai 4. 2 4. 2. 1Bronmaatregelen 4. 2. 2Overdrachtsmaatregelen Geluidluwe gevels Gecumuleerd geluid Gezamenlijk geluid Geluidwering gevels (G Ak ; ) 14 14 17 18 18 20 21 21 21 22 22 4. 3 4. 4 4. 5 4.

6 5 Samenvatting en conclusie 23 Bijlagen Bijlage 1: Bijlage 2: Bijlage 3: Bijlage 4: Bijlage 5: Bijlage 6: Bijlage 7: Bijlage 8: Bijlage 9: Verkaveling plangebied Verkeersgegevens wegverkeer Invoergegevens akoestisch model wegverkeers- en spoorweglawaai Grafische weergave akoestisch model wegverkeers- en spoorweglawaai Rekenresultaten geluidbelasting wegverkeer Rekenresultaten geluidbelasting spoorwegverkeer Aanvullend onderzoek: bronmaatregelen Aanvullend onderzoek: overdrachtsmaatregelen Gecumuleerd en gezamenlijk geluid documentkenmerk: 2500998MCL-01 , versie 0 1 In opdracht van Rho Adviseurs is een akoestisch onderzoek wegverkeers- en spoorweglawaai uitgevoerd ten behoeve van de beoogde nieuwbouw aan de Bulkstaat te Wouw. De benaming voor Het akoestisch onderzoek is uitgevoerd ten behoeve van de wijziging omgevingsplan. In onderhavige rapportage is de ontwikkeling getoetst aan de instructieregels van het Besluit kwaliteit leefomgeving (verder: Bkl) en is aangegeven wat hiervan de consequenties zijn. Hierbij wordt rekening gehouden met het geluid door wegen en spoorwegen op de nieuwe geluidgevoelige gebouwen en wordt erin voorzien dat het geluid op de nieuwe geluidgevoelige gebouwen in een geluidaandachtsgebied aanvaardbaar is.

Op basis van de resultaten wordt beoordeeld of er sprake is van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties en is vervolgens beoordeeld of voor de ontwikkeling extra geluidwerende maatregelen noodzakelijk zijn. De onderhavige locatie is niet gelegen binnen de geluidsaandachtsgebieden van luchthavens. Derhalve is dit aspect in onderhavig onderzoek niet nader beschouwd. De geluidbelasting ten gevolge van omgevingslawaai is beschouwd in het gelijktijdig door ons 2025 , met kenmerk 2500998MCL-02 , versie 0 (verder: onderzoek omgevingslawaai). Deze geluidbelasting is in onderliggend rapport meegenomen in de beschouwing van het gecumuleerd en gezamenlijk geluid. pagina 1 van 24 documentkenmerk: 2500998MCL-01 , versie 0 2 2. 1 Locatiegegevens Het plangebied is gelegen in het stedelijk gebied van Wouw en is kadastraal bekend als sectie O , nummer 1038 van de gemeente Wouw. In bijlage 1 is de verkaveling van het plangebied opgenomen. Voor wegverkeerslawaai is het plan gelegen binnen het geluidaandachtsgebied van de Rijksweg A58 en de gemeentewegen Bulkstraat , De Hoogt , Gierelaar , Molensingel , Neerakker , Plantagebaan en Tiendevrij. Voor spoorweglawaai is het plan gelegen binnen het geluidaandachtsgebied van de spoorweg Bergen op Zoom - Roosendaal. 2.

2 Gegevens wegverkeer De toekomstige verkeersgegevens voor de Rijksweg A58 zijn afkomstig uit de Centrale Voorziening GeluidGegevens (verder: CVGG) , zoals deze beschikbaar is gesteld door het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat. Hierbij is gebruik gemaakt van het Geluidregister Hoofdwegennet (versie d. d. 19 juli 2025). Ten behoeve van de modellering zijn deze gegevens direct overgenomen in het akoestisch rekenmodel. Voor de gegevens van de gemeentewegen Bulkstraat en Plantagebaan zijn telgegevens verstrekt door de gemeente Roosendaal. Van de wegen zijn tellingen van respectievelijk het jaar 2023 en 2019 voorhanden. De etmaalintensiteiten van beide gemeentewegen zijn worst-case met 15% , per jaar opgehoogd (autonome groei) tot het maatgevende jaar 2035. Vanwege het ontbreken van gegevens in het CVGG voor de gemeentewegen De Hoogt , Gierelaar , Molensingel , Tiendevrij en Neerakker zijn de verkeersgegevens door de provincie Noord-Brabant aangeleverd middels een in Geomilieu in te voeren shape-bestand van het BBMA2024. Van de wegen zijn prognosegegevens van het jaar 2030 en 2040 voorhanden. De etmaalintensiteiten voor het maatgevende jaar 2035 zijn bepaald door interpolatie op basis van autonome groei. Van de gemeentewegen Bulkstraat en De Hoogt zijn geen etmaalintensiteiten voorhanden , hiervoor zijn de gegevens van de Plantagebaan aangehouden.

Conform opgave van Rho Adviseurs bedraagt de verkeersgeneratie van het plan 1. 585 mvt/etmaal (zie ook bijlage 2). Voor het verkeer dat rondom het plan rijdt is respectievelijk linksom en rechtsom een etmaalintensiteit van 50% van de verkeersgeneratie (7925 , mvt/etmaal) aangehouden. Het verkeer wordt afgewikkeld via De Hoogte (100%) , vervolgens gaat 25% van de verkeersgeneratie via de Plantagebaan richting het noorden en 75% naar het zuiden. Derhalve is De Hoogte opgehoogd met een etmaalintensiteit van 1. 585 mvt/etmaal en is de etmaalintensiteit van de Plantagebaan richting het noorden en richting het zuiden met respectievelijk 396 en 1. 189 mvt/etmaal opgehoogd. pagina 2 van 24 documentkenmerk: 2500998MCL-01 , versie 0 Alle verstrekte verkeersgegevens zijn opgenomen in bijlage 2. De verkeersinvoergegevens inclusief de maximumsnelheid en wegdektype worden gepresenteerd in navolgende tabellen 2. 1 tot en met 2. 7. Tabel 2. 1: gegevens wegverkeer Rijksweg A58 Rijksweg A58* maximumsnelheid: 100 km/uur en 130 km/uur wegdek: 1-laags ZOAB en asfalt (referentiewegdek) jaar: 2035 | etmaalintensiteit oost: 32. 655 | mvt. etmaalintensiteit west: 35. 470 | mvt. dag | avond | nacht ri. oost | ri. west | ri. oost | ri. west | ri. oost | ri. west gemiddeld per uur (%) | 654 , | 650 , | 304 , | 315 , | 117 , | 118 , lichte mvt.

(%) | 8704 , | 8455 , | 9093 , | 9154 , | 8288 , | 7800 , middelzware mvt. (%) | 536 , | 659 , | 296 , | 296 , | 579 , | 751 , zware mvt. (%) | 760 , | 886 , | 612 , | 550 , | 1133 , | 1449 , * De verkeersgegevens verschillen per wegvak. De hier opgenomen verkeersgegevens gelden voor het dichtst bij het plangebied gelegen wegvak. Tabel 2. 2: gegevens wegverkeer Plantagebaan Plantagebaan* maximumsnelheid: 50 en 60 km/uur wegdek: asfalt (referentiewegdek) jaar: 2019 | etmaalintensiteit: 5. 400 | mvt. jaar: 2035 | etmaalintensiteit: 6. 853 mvt. jaar: 2035 (incl. verkeersgeneratie richting noord) | etmaalintensiteit noord: 7. 249 | mvt. jaar: 2035 (incl. verkeersgeneratie richting zuid) | etmaalintensiteit zuid: 8. 042 mvt. dag | avond | nacht gemiddeld per uur (%) | 682 , | 296 , | 078 , lichte mvt. (%) | 9503 , | 9751 , | 9504 , middelzware mvt. (%) | 298 , | 155 , | 302 , zware mvt. (%) | 199 , | 095 , | 193 , * De verkeersgegevens verschillen per wegvak. De hier opgenomen verkeersgegevens gelden voor het dichtst bij het plangebied gelegen wegvak. Tabel 2. 3: gegevens wegverkeer Gierelaar Gierelaar* maximumsnelheid: 30 km/uur wegdek: elementenverharding in keperverband jaar: 2030 | etmaalintensiteit: 837 mvt. jaar: 2040 | etmaalintensiteit: 869 mvt. jaar: 2035 | etmaalintensiteit: 853 mvt. dag | avond | nacht gemiddeld per uur (%) | 672 , | 346 , | 068 , lichte mvt.

(%) | 9922 , | 9956 , | 9930 , middelzware mvt. (%) | 051 , | 030 , | 055 , zware mvt. (%) | 027 , | 015 , | 015 , * De verkeersgegevens verschillen per wegvak. De hier opgenomen verkeersgegevens gelden voor het dichtst bij het plangebied gelegen wegvak. pagina 3 van 24 documentkenmerk: 2500998MCL-01 , versie 0 Tabel 2. 4: gegevens wegverkeer De Hoogt De Hoogt maximumsnelheid: 30 km/uur wegdek: elementenverharding in keperverband jaar: 2030 | etmaalintensiteit: 32 mvt. jaar: 2040 | etmaalintensiteit: 33 mvt. jaar: 2035 | etmaalintensiteit: 33 mvt. jaar: 2035 (incl. verkeersgeneratie) | etmaalintensiteit: 1. 618 mvt. dag | avond | nacht gemiddeld per uur (%) | 698 , | 274 , | 066 , lichte mvt. (%) | 4527 , | 5957 , | 4814 , middelzware mvt. (%) | , 3557 | , 2709 | , 4045 zware mvt. (%) | , 1916 | , 1334 | , 1141 * De verkeersgegevens verschillen per wegvak. De hier opgenomen verkeersgegevens gelden voor het dichtst bij het plangebied gelegen wegvak. Tabel 2. 5: gegevens wegverkeer Molensingel Molensingel* maximumsnelheid: 50 km/uur wegdek: asfalt (referentiewegdek) jaar: 2030 | etmaalintensiteit: 2. 821 mvt. jaar: 2040 | etmaalintensiteit: 2. 901 | mvt. jaar: 2035 | etmaalintensiteit: 2. 861 mvt. dag | avond | nacht gemiddeld per uur (%) | 669 , | 335 , | 078 , lichte mvt. (%) | 9315 , | 9630 , | 9369 , middelzware mvt. (%) | 472 , | 259 , | 448 , zware mvt.

(%) | 212 , | 111 , | 183 , * De verkeersgegevens verschillen per wegvak. De hier opgenomen verkeersgegevens gelden voor het dichtst bij het plangebied gelegen wegvak. Tabel 2. 6: gegevens wegverkeer Neerakker en Tiendevrij Neerakker en Tiendevrij maximumsnelheid: 30 km/uur wegdek: elementenverharding in keperverband jaar: 2030 | etmaalintensiteit: 34 mvt. jaar: 2040 | etmaalintensiteit: 34 mvt. jaar: 2035 | etmaalintensiteit: 34 mvt. dag | avond | nacht gemiddeld per uur (%) | 673 , | 344 , | 068 , lichte mvt. (%) | 9796 , | 9885 , | 9818 , middelzware mvt. (%) | 132 , | 077 , | 142 , zware mvt. (%) | 071 , | 038 , | 040 , pagina 4 van 24 documentkenmerk: 2500998MCL-01 , versie 0 Tabel 2. 7: gegevens wegverkeer Bulkstraat Bulkstraat maximumsnelheid: 60 km/uur wegdek: asfalt (referentiewegdek) jaar: 2019 | etmaalintensiteit: 221 mvt. jaar: 2035 | etmaalintensiteit: 264 mvt. dag | avond | nacht gemiddeld per uur (%) | 695 , | 242 , | 087 , lichte mvt. (%) | 4605 , | 5856 , | 4272 , middelzware mvt. (%) | , 3183 | , 2362 | , 3265 zware mvt. (%) | , 2212 | , 1782 | , 2463 2. 3 Gegevens spoorwegverkeer De toekomstige verkeersgegevens voor het spoorwegverkeer zijn afkomstig uit het CVGG zoals deze beschikbaar is gesteld door het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat. Hierbij is gebruik gemaakt van versie d. d. 19 juli 2025.

Ten behoeve van de modellering zijn deze gegevens direct overgenomen in het rekenmodel. 2. 4 Modellering Voor de locatie en afmetingen van de nieuwe woningen is uitgegaan van de in bijlage 1 opgenomen situatietekening. Voor de woningen is een bouwhoogte van 6 meter (een bouwlaag met kap) en 9 meter (twee bouwlagen met kap) aangehouden. Voor de appartementenblokken is een bouwhoogte van 14 meter aangehouden , bestaande uit 4 bouwlagen van 35 , | meter hoogte. Conform artikel 3.2 , | eerste lid , onder a van de Omgevingsregeling (verder: OR) dient als maatgevende toetshoogte twee derde van de hoogte van een bouwlaag te worden aangehouden. Voor de begane grond van de nieuwe woningen is derhalve 2 meter boven maaiveld aangehouden. Voor de eerste en tweede verdieping van de woningen is respectievelijk 5 en 8 meter gehanteerd. Voor de begane grond van de appartementen is derhalve 23 , | meter boven maaiveld aangehouden. Voor de eerste , | tweede en derde verdieping is respectievelijk 58 , | , 93 , | en 128 , | meter gehanteerd. Voor alle punten is gerekend met invallend geluid. Voor de omgeving van het plangebied is gebruik gemaakt van een akoestisch model in Geomilieu , versie V2025. 1. Alle bodemgebieden en gebouwen zijn verkregen uit de dataset 3D geluid zoals beschikbaar gesteld op PDOK.

De invoergegevens van deze objecten zijn steekproefsgewijs gecontroleerd en waar nodig gecorrigeerd of aangevuld. In de berekeningen is als rekenparameter bodemfactor 000 , | (akoestisch hard) aangehouden met uitzondering van de ingevoerde bodemgebieden. De ingevoerde bodemgebieden zijn als akoestisch zacht (bodemfactor 100) , | en akoestisch half hard/zacht (bodemfactor 050) , | gemodelleerd. De akoestisch zachte bodemgebieden betreffen groenvoorzieningen en de ondergrond van de spoorwegen. De akoestisch half harde/zachte bodemgebieden betreffen tuinen. Bij wegdektypen welke significant absorberende eigenschappen hebben , zoals het ZOAB op de Rijksweg A58 , dient conform Bijlage IVe van de OR een bodem absorptiefactor van 050 , | te worden aangehouden. pagina 5 van 24 documentkenmerk: 2500998MCL-01 , versie 0 Voor het lokale maaiveld is 6 meter +NAP aangehouden. Significante hoogteverschillen in het maaiveld zijn gemodelleerd middels hoogtelijnen conform de hoogtegegevens uit het Actueel Hoogtebestand Nederland. 2. 4. 1 Wegverkeers- en spoorweglawaai Er hoeft ter hoogte van het plangebied geen hellingcorrectie of optrekcorrectie te worden toegepast. Tevens zijn er geen akoestisch relevante kruispunten of rotondes in de directe omgeving van het bouwplan aanwezig.

Ten behoeve van de modellering van het spoorweglawaai en wegverkeerslawaai ten gevolge van de Rijksweg A58 zijn alle gegevens direct overgenomen vanuit het CVGG. Hierin zijn tevens alle (toekomstige) geluidschermen opgenomen. pagina 6 van 24 documentkenmerk: 2500998MCL-01 , versie 0 3 3. 1 Berekeningsmethode De geluidbelastingen zijn bepaald met behulp van de meet- en rekenmethoden zoals beschreven in de Omgevingsregeling. De invoergegevens van het akoestisch model wegverkeers- en spoorweglawaai zijn weergegeven in bijlage 3. Een grafische weergave van deze invoergegevens is weergegeven in bijlage 4. 3. 2 Randvoorwaarden 3. 2. 1 Inleiding De maat voor geluid van een weg wordt uitgedrukt in de L -waarde. L den den is het tijdgewogen jaargemiddelde geluidniveau in dB op een plaats en vanwege een bron over alle perioden van 07. 00 - 19. 00 uur , van 19. 00 - 23. 00 uur en van 23. 00 - 07. 00 uur van een dag. Bij het toelaten van een geluidgevoelig gebouw binnen een geluidaandachtsgebied in het omgevingsplan wordt geluid beoordeeld door het bevoegd gezag. Hiervoor gelden instructieregels zoals gesteld in paragraaf 5. 1. 4. 2a van het Bkl. 3. 2.

2 Geluidbronsoorten De instructieregels voor geluid zijn van toepassing op een geluidgevoelig gebouw dat is toegelaten op grond van een omgevingsplan of een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit en dat geheel of gedeeltelijk ligt in een geluidaandachtsgebied van: a. wegen met geluidproductieplafonds (geluidbronsoorten provinciale wegen en rijkswegen) ; b. verharde gemeentewegen en waterschapswegen zonder geluidproductieplafonds , niet zijnde een erf in de zin van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 , met een verkeersintensiteit van meer dan 1. 000 motorvoertuigen per etmaal als kalenderjaargemiddelde (geluidbronsoorten gemeentewegen en waterschapswegen). Binnen de voornoemde categorieën is het geluid: a. bij wegen met geluidproductieplafonds als omgevingswaarden: het geluid bij volledige benutting van de geluidproductieplafonds ; b. bij wegen zonder geluidproductieplafonds als omgevingswaarden: het geluid in een voor het verkeer op die weg maatgevend jaar. Bij het bepalen van geluid door wegen wordt het geluid door alle tot die geluidbronsoort behorende wegen betrokken. pagina 7 van 24 documentkenmerk: 2500998MCL-01 , versie 0 Het geluid van een geluidbronsoort is de belasting door de geluidbronsoort als geheel. Dat wil zeggen van alle te onderscheiden delen van de betreffende geluidbronsoort.

Hiermee wordt , | door bepaling van één geluidbelasting voor de totale geluidbronsoort , | cumulatie binnen één geluidbronsoort onder de regulering en normering gebracht. 3. 2. 3 | Instructieregels geluid De gemeente Roosendaal is op het moment van schrijven bezig met een nieuw geluidbeleid op te rk Z2023-00005151 d. d. 2 december 2024. Hoewel deze nog niet officieel is vastgesteld worden er geen wijzigingen meer verwacht. In het afwegingskader wordt aangesloten bij de instructieregels uit het Bkl. Tevens heeft de Omgevingsdienst Midden- en West Brabant (OMWB) in concept opgesteld het -004691 d. d. 5 januari 2024. Hierin wordt ingegaan op de nieuwe regelgeving conform het Bkl en het gemeentelijk omgevingsplan , en dat de nieuwe instructieregels niet per definitie aansluiten op eerdere wetgeving. Als uitgangspunt worden in eerste instantie de geluidseisen conform de instructieregels uit het Bkl aangehouden. Artikel 5. 78r | tot en met 5. 78ad van het Bkl geven nadere uitleg met betrekking tot de instructieregels op het toelaten van geluidgevoelige gebouwen in een geluidaandachtsgebied. Artikel 5. 78s | Bkl: In een omgevingsplan wordt rekening gehouden met het geluid door wegen en spoorwegen op geluidgevoelige gebouwen in een geluidaandachtsgebied.

Daarnaast wordt erin voorzien dat het geluid door een weg of spoorweg op geluidgevoelige gebouwen in een geluidaandachtsgebied aanvaardbaar is. Artikel 5. 78t | Bkl: Een omgevingsplan dat een nieuw geluidgevoelig gebouw toelaat , voorziet erin dat het geluid op dat gebouw niet hoger is dan de standaardwaarde , zoals bedoeld in tabel 3. 1. Tabel 3. 1: normwaarden geluidgevoelige gebouwen geluidbronsoort | standaardwaarde | grenswaarde (dB) | (dB) provinciale wegen | 50 L den | 60 L den rijkswegen gemeentewegen | 53 L den | 70 L den waterschapswegen lokale spoorwegen | 55 L den | 65 L den hoofdspoorwegen Artikel 5. 78u | Bkl: Een omgevingsplan dat een nieuw geluidgevoelig gebouw toelaat , kan erin voorzien dat het geluid op dat gebouw hoger is dan de standaardwaarde als: a. | geen geluidbeperkende maatregelen kunnen worden getroffen om aan de standaardwaarde te voldoen ; pagina 8 van 24 documentkenmerk: 2500998MCL-01 , versie 0 b. de overschrijding van de standaardwaarde door het treffen van geluidbeperkende maatregelen zoveel mogelijk wordt beperkt ; het geluid op geluidgevoelige gebouwen niet hoger is dan de grenswaarde , zoals bedoeld in tabel 3. 1. c.

Geluidbeperkende maatregelen worden in aanmerking genomen als die financieel doelmatig zijn en daartegen geen overwegende bezwaren van stedenbouwkundige , verkeerskundige , vervoerskundige , landschappelijke of technische aard bestaan. In de artikelen 5.78v , 5.78w , 5.78x , 5. 78y en 5. 78aa worden specifieke (steden)bouwkundige situaties omschreven waarin het bevoegd gezag een overschrijding van de grenswaarde op geluidgevoelige gebouwen onder voorwaarden kan toelaten. Artikel 5. 78ab Bkl: Bij een overschrijding van de standaardwaarde wordt het belang van het beschermen van de gezondheid door een geluidluwe gevel betrokken. Bij een overschrijding van de grenswaarde wordt rekening gehouden met het belang van het beschermen van de gezondheid door een geluidluwe gevel. Definitie geluidluwe gevel conform Bkl: en gevel die ten opzichte van de andere gevels van een geluidgevoelig gebouw relatief weinig wordt belast door geluid. Artikel 5. 78ac Bkl: Bij een overschrijding van de standaardwaarde en/of de grenswaarde wordt de aanvaardbaarheid van het gecumuleerde geluid op het geluidgevoelige gebouw beoordeeld. Artikel 5. 78ad Bkl: Bij een overschrijding van de standaardwaarde en/of de grenswaarde wordt het gezamenlijke geluid op de gevel van geluidgevoelige gebouwen bepaald en in het omgevingsplan vastgelegd. 3. 2.

4 Geluidbeleid gemeente Roosendaal Afwegingskader toelaten nieuwe geluidgevoelige gebouwen Dit hoofdstuk is van toepassing op de situatie waarbij een omgevingsplan of BOPA voorziet in het toelaten van nieuwe geluidgevoelige gebouwen binnen het aandachtsgebied van een (spoor)weg of industrieterrein met geluidproductieplafonds. 3. 1 Akoestisch onderzoek geluidbeperkende maatregelen Bij een overschrijding van de standaardwaarden dient onderzoek te worden verricht naar geluidbeperkende maatregelen (artikel 5. 78u Bkl). Hierbij wordt de volgende voorkeursvolgorde gehanteerd: maatregelen aan de bron ; a. b. overdrachtsmaatregelen ; maatregelen bij de ontvanger. c. pagina 9 van 24 documentkenmerk: 2500998MCL-01 , versie 0 Geluidbeperkende maatregelen worden in aanmerking genomen als deze financieel doelmatig zijn en daartegen geen overwegende bezwaren van stedenbouwkundige , verkeerskundige , vervoerskundige , landschappelijke of technische aard bestaan. Maatregelen aan de bron kunnen onder meer zijn: Maatregelen in het overgangsgebied kunnen onder meer zijn: -geluidgevoelige gebouwen zoals kantoren ; Maatregelen bij de ontvanger kunnen onder meer zijn: In het geval dat de geluidbelasting de standaardwaarde overschrijdt bij geluidgevoelige gebouwen dienen bronmaatregelen , overdrachtsmaatregelen en maatregelen aan het geluidgevoelig gebouw beschreven en/of berekend te worden.

De reductie van elke maatregel dient kwalitatief of kwantitatief in beeld te worden gebracht. Ook de kosten van de maatregelen aan de bron en in de overdracht dienen onderbouwd in beeld te worden gebracht. Bij een overschrijding van de grenswaarden dienen alle bron- en of overdrachtsmaatregelen beschreven en berekend te worden. In het geval van overschrijdingen van de grenswaarden dient te worden aangegeven welke maatregelen worden getroffen om de geluidbelasting te verlagen tot onder de grenswaarde. Deze maatregel(en) dienen in het omgevingsplan te worden opgenomen. Dit om te borgen dat deze ook daadwerkelijk worden getroffen en duurzaam in stand worden gehouden. De kosten van de maatregelen aan de gevel met en zonder bron- en overdrachtsmaatregelen dienen in beeld te worden gebracht. Op deze manier kan financieel worden onderbouwd welke (combinatie) van maatregelen financieel haalbaar zijn. De maatregel(en) die worden getroffen dienen in het omgevingsplan te worden opgenomen. Dit om te borgen dat deze ook daadwerkelijk worden getroffen en duurzaam in stand worden gehouden. Maatregelen uitsluiten van onderzoek Om de planvorming en het wegbeheer niet onnodig te belasten wil de gemeente Roosendaal niet- realistische of onhaalbare maatregelen uitsluiten van onderzoek.

pagina 10 van 24 documentkenmerk: 2500998MCL-01 , versie 0 Bronmaatregelen Het aanbrengen van geluidreducerend asfalt is niet realistisch vanuit civieltechnisch oogpunt (beheer , onderhoud en duurzaamheid): Er treedt dan groot en snel kwaliteitsverlies op van het wegdek door afremmend , optrekkend en wringend verkeer ; bij een lengte over minder dan 75 meter ; de aanleg is dan vanuit beheers- en onderhoudsoverwegingen niet wenselijk ; en/of ten behoeve van een plan van vijf of minder woningen. Een onderzoek naar bronmaatregelen voor nieuwe geluidgevoelige gebouwen binnen het aandachtsgebied van een industrieterrein met geluidproductieplafonds hoeft niet te worden uitgevoerd. Een industrieterrein is juist opgericht voor de vestiging van grote lawaaimakers. Het treffen van maatregelen bij de bedrijven doorkruist daarmee het doel van het industrieterrein. Overdrachtsmaatregelen Het aanbrengen van overdrachtsmaatregelen als een geluidwal of -scherm wordt binnen de bebouwde kom alleen onderzocht langs wegen met een maximumsnelheid van meer dan 50 km/uur. De gemeente Roosendaal vindt het aanbrengen van een geluidwal of geluidscherm niet realistisch indien deze niet kosteneffectief is , zoals het toepassen van een geluidwal of scherm over een grote lengte voor één enkele nieuwe woning.

De gemeente kiest er daarom voor om bij het toelaten van vijf of minder geluidgevoelige gebouwen in geluidaandachtsgebieden van wegen of spoorwegen de toepassing van geluidwallen of geluidschermen niet te laten onderzoeken. Bij het onderzoeken van de mogelijkheden van geluidschermen langs het spoor wordt aangesloten bij onze stedenbouwkundige visie op het toepassen van geluidschermen langs het spoor. Het vergroten van de afstand tussen het geluidgevoelig gebouw en de weg , spoorweg of industrieterrein is alleen zinvol indien er voldoende ruimte beschikbaar is. Het wordt in algemeenheid beter geacht om over een grotere geluidluwe achtertuin te beschikken dan over een grotere geluid belaste voortuin. Daar komt bij dat om het geluidniveau met 3 dB te reduceren een verdubbeling van de afstand noodzakelijk is. Veelal is het verder naar achterplaatsen op basis van stedenbouwkundige argumenten ongewenst. Onderzoek naar het vergroten van de afstand tussen het geluidgevoelig gebouw en de weg , spoorweg of industrieterrein als maatregel , is alleen nodig indien het nieuwe geluidgevoelige gebouw op kleinere afstand van de weg , spoorweg of industrieterrein wordt gesitueerd dan naastgelegen bestaande geluidgevoelige gebouwen. 3.

3 Beoordelen aanvaardbaarheid gecumuleerd geluid Indien op een geluidgevoelig gebouw een hogere waarde wordt berekend dan de standaardwaarde en diezelfde woning een geluidbelasting ondervindt door een andere geluidbronsoort dan wordt de gecumuleerde geluidbelasting bepaald. De aanvaardbaarheid van het gecumuleerde geluid zal moeten worden beoordeeld en op welke wijze met deze cumulatie rekening is gehouden bij de te treffen maatregelen. De gecumuleerde geluidbelasting wordt gekwalificeerd aan de hand van de methode Miedema. pagina 11 van 24 documentkenmerk: 2500998MCL-01 , versie 0 De gemeente kan slechts afwijken van de standaardwaarde als de gecumuleerde geluidbelastingen niet leiden tot een naar hun oordeel onaanvaardbare geluidbelasting. De aanvaarbaarheid wordt integraal beoordeeld , waarbij aspecten als hinder , gezondheid , woningbouw , economie en mobiliteit kunnen worden betrokken. van de kwalificatie gemotiveerd te worden. Naar het oordeel van de gemeente Roosendaal treedt een onaanvaardbare geluidbelasting op als de gecumuleerde waarde meer dan 3 dB hoger is dan de grenswaarde voor gemeentelijke wegen. Een verhoging van 3 dB komt overeen met een verhoging die als significant hoger wordt ervaren. In die gevallen kan of niet gebouwd worden of er worden oplossingen gezocht met dove gevels.

Naar verwachting is dit een situatie die zich in de praktijk zelden zal voordoen. Eisen geluidluwe gevel Het doel van het Afwegingskader is de bescherming van bewoners tegen geluid en dus bij de delen van de gevel waar bewoners buiten verblijven of bij de delen waar het geluid de woningen binnen kan komen. Dit betekent dat sprake is van een geluidluwe zijde in de situatie dat op te openen delen (ramen of deuren) van één van de gevels aan de standaardwaarde voor alle geluidbronsoorten wordt voldaan. Eventuele maatregelen zullen dus minimaal die geveldelen afdoende moeten afschermen , zodat deze aan de standaardwaarde voldoen. De gemeente Roosendaal verlangt van initiatiefnemers dat zij in de planfase rekening houden met de indeling van het woongebouw en het toepassen van een geluidluwe zijde. Het uitgangspunt van de gemeente Roosendaal is dat een woning moet beschikken over een geluidluwe zijde wanneer de standaardwaarde vanwege een geluidbronsoort met meer dan 5 dB wordt overschreden. Door middel van berekeningen moet aangetoond worden dat een geluidluwe zijde aanwezig is. Een geluidluwe zijde is alleen vereist bij woningen.

Wanneer per woning ten minste één geluidgevoelige ruimte beschikt over een te openen deur of raam waar de geluidbelasting voldoet aan de standaardwaarde en deze deur of dit raam over zodanige spuiventilatie beschikt dat voldaan wordt aan de desbetreffende eisen volgens artikel 4. 131 van het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl) , dan wordt in minimale zin aan de eis van een geluidluwe zijde voldaan. In een gebouw met meerdere niet grondgebonden woningen (bijvoorbeeld een appartementencomplex) moet iedere woning een geluidluwe zijde hebben. Wanneer de geluidbelasting op te openen delen hoger is dan de voorkeursgrenswaarde kunnen op en/of aan de gevel maatregelen worden getroffen waardoor alsnog een geluidluwe zijde gerealiseerd wordt. Ook hier geldt dat eventuele maatregelen minimaal de te openen delen afdoende afschermen , zodat daar aan de voorkeursgrenswaarde wordt voldaan. Een mogelijke maatregel die bedoeld is om een te openen deel af te schermen zodat daarachter voldaan wordt aan de standaardwaarde is het toepassen van plaatselijke afscherming. Voorbeelden bijvoorbeeld ook een spuiluik met geluidwerend rooster , suskast of comfortbox zijn. De woning heeft ook tenminste één te openen deel zonder geluidwering. pagina 12 van 24 documentkenmerk: 2500998MCL-01 , versie 0 Geluidluwe buitenruimte Buitenruimten (als bedoeld in artikel 4.

175 Bbl) dienen bij voorkeur aan de geluidluwe zijde gesitueerd te worden en mogen niet zijn gelegen aan de gevel met de hoogste geluidbelasting. Deze eis geldt voor maximaal één buitenruimte per woning. Het is bij appartementencomplexen bij uitzondering mogelijk hiervan af te wijken. Dit is te bewerkstelligen door aan de hoogst geluidbelaste gevel een buitenruimte te situeren door aan de gevel aanvullende bouwkundige maatregelen te treffen , bijvoorbeeld door een (deels) afsluitbare buitenruimte (loggia of afsluitbaar balkon). De geluidbelasting op de thermische schil dient hierbij wel te voldoen aan de standaardwaarde. Denk hierbij aan de vereisten van daglichttoetreding , luchtverversing en spuiventilatie. Deze voorzieningen mogen geen afbreuk doen aan de geluidwering van de constructie. pagina 13 van 24 documentkenmerk: 2500998MCL-01 , versie 0 4 4. 1 Geluidbelasting wegverkeerslawaai In de navolgende tabel 4. 1 tot en met 4. 2 zijn per geluidbronsoort de berekeningsresultaten van de toetspunten samengevat weergegeven. De volledige rekenresultaten zijn opgenomen in bijlage 5. Tabel 4.

1: geluid ten gevolge van alle rijkswegen toetspunt | geluidbelasting toetshoogte | standaardwaarde | grenswaarde (m) | (dB) | (dB) | (dB) t001 t/m t006 | alle | 50 2 en 5 | 50 t007 8 | 51 t008 t/m t010 | alle | 50 2 en 5 | 50 t011 8 | 51 t012 t/m t169 | alle | 50 23 , | t/m 93 , | 50 t170 t/m 173 128 , | 52 23 , | en 58 , | 50 t174 en t175 | 93 , | 51 128 , | 52 23 , | 50 t176 t/m t178 | 50 | 60 58 , | en 93 , 51 128 , | 52 2 t179 58 , | t/m 128 , | 51 t180 t/m t197 | alle 2 t198 | 51 5 en 8 t199 t/m t202 | alle 2 | 50 t203 5 en 8 | 52 2 | 50 t204 | 5 | 51 8 | 52 2 | 50 t205 5 en 8 | 51 pagina 14 van 24 documentkenmerk: 2500998MCL-01 , versie 0 Tabel 4. 1: geluid ten gevolge van alle rijkswegen (vervolg) toetspunt | geluidbelasting toetshoogte | standaardwaarde | grenswaarde (m) | (dB) | (dB) | (dB) t206 t/m t210 | alle t211 | 51 alle 2 t212 5 en 8 | 51 t213 | alle | 51 2 | 50 t214 en t215 5 en 8 | 51 t216 t/m t274 | alle 2 t275 5 en 8 | 51 t276 t/m t310 | alle 2 en 5 t311 t/m t313 8 | 51 t314 t/m t327 | alle 2 en 5 t328 | 52 8 t329 t/m t354 | alle 2 t355 en t356 | 50 | 60 5 | 51 t357 t/m t360 | alle 2 t361 5 | 51 2 t362 5 | 52 t363 t/m t384 | alle 23 , 58 , | 51 t385 93 , | 52 128 , | 53 23 , | en 58 , t386 t/m t391 | 52 93 , 128 , | 53 23 , 58 , | 51 t392 | 93 , | 52 128 , | 53 pagina 15 van 24 documentkenmerk: 2500998MCL-01 , versie 0 Tabel 4.

1: geluid ten gevolge van alle rijkswegen (vervolg) toetspunt | geluidbelasting toetshoogte | standaardwaarde | grenswaarde (m) | (dB) | (dB) | (dB) 23 , | 50 t393 | 58 , | 51 93 , | en 128 , | 53 t394 t/m t406 | alle 2 en 5 t407 8 | 51 2 en 5 t408 | 53 8 t409 en t410 | alle 2 en 5 t411 8 | 51 2 en 5 t412 8 | 53 2 en 5 t413 8 | 51 t414 | 50 | 60 alle 2 en 5 t415 8 | 51 2 en 5 t416 8 | 53 2 t/m 5 t417 8 | 51 t418 en t419 | alle 2 en 5 t420 en t421 | 52 8 t422 en t423 | alle 2 t424 | 51 5 8 | 53 2 en 5 t425 | 52 8 pagina 16 van 24 documentkenmerk: 2500998MCL-01 , versie 0 Tabel 4. 2: geluid ten gevolge van alle gemeentewegen toetshoogte (m) toetspunt geluidbelasting (dB) standaardwaarde (dB) grenswaarde (dB) t001 t/m t074 alle 2 54 t075 5 en 8 t076 alle 53 70 2 54 t077 5 en 8 t078 t/m t425 alle Voor de rijkswegen geldt dat het geluid op de gevels van de nieuwe woningen en appartementen de standaardwaarde van 50 dB met maximaal 3 dB overschrijdt. De grenswaarde van 60 dB wordt nergens overschreden. Voor de gemeentewegen geldt dat het geluid op de gevels van de nieuwe woningen en appartementen de standaardwaarde van 53 dB met maximaal 1 dB overschrijdt. De grenswaarde van 70 dB wordt nergens overschreden.

Om te voorzien dat het geluid op de nieuwe woningen en appartementen aanvaardbaar is , wordt in de navolgende paragrafen nader onderzoek gedaan naar de toepassing van geluidbeperkende maatregelen , de aanwezigheid van geluidluwe gevels , het gecumuleerde geluid en het gezamenlijk geluid. 4. 1. 1 Bronmaatregelen Bij maatregelen aan de geluidbron wordt bekeken of het geluidniveau van de veroorzaker van het geluid kan worden gereduceerd. Er zijn twee oorzaken van geluidproductie bij voertuigen , namelijk de mechanische geluiden van de motorvoertuigen en het geluid dat de banden op het wegdek maken. Mogelijke maatregelen zijn stillere voertuigen , verlaging van de maximumsnelheid of een geluidreducerend wegdek. stillere voertuigen: een vermindering van mechanische geluiden kan alleen plaatsvinden door de ontwikkeling van nieuwe technieken. De initiatiefnemer van een ontwikkeling kan hier geen invloed op uitoefenen ; verlaging van de maximumsnelheid: de verlaging van het snelheidsregime op een weg gaat doorgaans gepaard met diverse verkeerskundige afwegingen. Het is niet realistisch dat deze maatregel wordt afgewogen door de initiatiefnemer van een ontwikkeling ; geluidreducerend wegdek: een vermindering van het geluid dat de banden op het wegdek veroorzaken is te realiseren door het toepassen van een geluidreducerend wegdek.

Voor de Rijksweg A58 geldt dat deze reeds is voorzien van het stille wegdek ZOAB. Het verder akoestisch verbeteren van dit wegdek is niet mogelijk. De rekenresultaten na toepassing van een stiller wegdek (stille elementenverharding) op de weg van het plangebied (maatgevende bron) is in bijlage 7 opgenomen. Uit de rekenresultaten blijkt dat na toepassing van deze bronmaatregel het geluid ten gevolge van de gemeentewegen met maximaal 2 dB afneemt. Hiermee wordt de standaardwaarde niet meer overschreden. Derhalve is het toepassen van pagina 17 van 24 documentkenmerk: 2500998MCL-01 , versie 0 geluidreducerend wegdek akoestisch doeltreffend. Echter , | het toepassen van stiller wegdek ten behoeve van slechts twee woningen van het plan ontmoet bezwaren van civieltechnische en financiële aard. Vanwege de onzekerheid tot het definitief realiseren van het stiller wegdek , | worden de navolgende resultaten alsnog beschouwd zonder toepassing van bronmaatregelen. 4. 1. 2 | Overdrachtsmaatregelen Bij overdrachtsmaatregelen wordt bekeken of de geluidoverdracht tussen geluidbron en ontvanger kan worden belemmerd. Het aanleggen van een geluidscherm gericht op het terugbrengen van de geluidbelasting tot de standaardwaarde ontmoet in de onderhavige situatie overwegende bezwaren van stedenbouwkundige en landschappelijke aard.

Om doelmatig te zijn dient het scherm namelijk dicht bij de bron of dicht bij de ontvanger te worden geplaatst. Tevens dient het scherm relatief hoog te zijn om doelmatig te zijn voor de hoogste verdiepingen. Ook is het niet wenselijk om een scherm voor de voorgevel van de woningen te plaatsen. Een andere mogelijke overdrachtsmaatregel is normaal gesproken het vergroten van de afstand tussen geluidbron en ontvanger. In de onderhavige situatie is er sprake van een afstand van circa 75 meter tot de wegas van de Rijksweg A58 naar de dichtstbijzijnde woning en circa 5 meter van de weg van het plan (maatgevende bron). Aangezien de grootte van het perceel in combinatie met het aantal woningen niet de ruimte biedt om de afstand tot de rijksweg en gemeenteweg te vergroten wordt deze maatregel niet realistisch geacht. Aangezien een verdubbeling van deze afstand slechts 3 dB reductie oplevert , is het vergroten van deze afstand niet erg doeltreffend als maatregel. 4. 2 Geluidbelasting spoorweglawaai In navolgende tabel 4. 3 en bijlage 6 zijn de berekeningsresultaten van de toetspunten weergegeven. Tabel 4. 3: geluidbelasting t. g. v.

het spoorwegverkeer op de spoorweg Bergen op Zoom | - Roosendaal toetspunt | geluidbelasting toetshoogte | standaardwaarde | grenswaarde (m) | (dB) | (dB) | (dB) t001 t/m t354 | alle 2 | 56 t355 en t356 5 | 57 t357 t/m t360 | alle t361 | alle | 56 55 | 65 2 | 56 t362 5 | 57 t363 t/m t384 | alle 23 , | t/m 93 , 385 t/m t393 128 , | 58 pagina 18 van 24 documentkenmerk: 2500998MCL-01 , versie 0 Tabel 4. 3: geluidbelasting t. g. v. het spoorwegverkeer op de spoorweg Bergen op Zoom Roosendaal (vervolg) toetshoogte (m) alle 2 5 8 2 5 8 2 en 5 8 alle 2 en 5 8 2 en 5 8 2 5 8 alle 2 5 8 2 5 8 2 en 5 8 alle 2 en 5 8 2 5 8 toetspunt geluidbelasting (dB) standaardwaarde (dB) grenswaarde (dB) t394 t/m t406 t407 56 57 56 58 60 57 58 t408 t409 t410 t411 56 t412 60 56 57 58 t413 55 65 t414 t415 56 57 t416 56 59 t417 56 t418 t419 56 56 57 59 t420 pagina 19 van 24 documentkenmerk: 2500998MCL-01 , versie 0 Tabel 4. 3: geluidbelasting t. g. v. het spoorwegverkeer op de spoorweg Bergen op Zoom Roosendaal (vervolg) toetshoogte (m) toetspunt geluidbelasting (dB) standaardwaarde (dB) grenswaarde (dB) 2 t421 5 56 8 57 t422 alle 2 t423 5 56 55 65 8 57 2 56 t424 5 57 8 59 2 en 5 t425 8 57 Voor de spoorweg Bergen op Zoom - Roosendaal geldt dat de standaardwaarde voor spoorweglawaai van 55 dB met maximaal 5 dB overschrijdt. De grenswaarde wordt echter niet overschreden.

Om te voorzien dat het geluid op de nieuwe woningen aanvaardbaar is , wordt in de navolgende paragrafen nader onderzoek gedaan naar de toepassing van geluidbeperkende maatregelen , de aanwezigheid van geluidluwe gevels , het gecumuleerde geluid en het gezamenlijk geluid. 4. 2. 1 Bronmaatregelen Bij maatregelen aan de geluidbron wordt bekeken of het geluidniveau van de veroorzaker van het geluid gereduceerd kan worden. Dit kan o. a. door het toepassen van stillere bakken of verlaging van de snelheid. Op het toepassen van stillere bakken of een verlaging van de snelheid kan de initiatiefnemer van het bouwplan echter geen invloed uitoefenen. Een andere optie is het toepassen van raildempers. De rekenresultaten na toepassing van een raildempers op de spoorlijn Bergen op Zoom - Roosendaal zijn in bijlage 7 opgenomen. Uit de rekenresultaten blijkt dat na toepassing van deze bronmaatregel het geluid ten gevolge van de spoorlijn met maximaal 3 dB afneemt. Hiermee wordt de standaardwaarde nog op vijf woningen in het zuiden van het plan overschreden. Derhalve is deze maatregel akoestisch niet erg doeltreffend. Een dergelijke maatregel is bovendien enkel mogelijk in samenspraak met de spoorbeheerder. De financiële en onderhoudstechnische aspecten dienen hierin beschouwd te worden. pagina 20 van 24 documentkenmerk: 2500998MCL-01 , versie 0 4. 2.

2 Overdrachtsmaatregelen Bij overdrachtsmaatregelen wordt bekeken of tussen geluidbron en ontvanger de geluidoverdracht kan worden belemmerd. Dit is onderzocht middels een scherm met een lengte en hoogte van respectievelijk 180 en 15 , meter gelegen aan de spoorweg. De invoergegevens en resultaten hiervan zijn opgenomen in bijlage 8. Uit de rekenresultaten blijkt dat na toepassing van deze overdrachtsmaatregel het geluid ten gevolge van spoorwegen met maximaal 10 dB afneemt. Hiermee wordt de standaardwaarde niet meer overschreden. Het aanleggen van een geluidscherm gericht op het terugbrengen van de geluidbelasting tot de hoogst toelaatbare geluidbelasting kan in de onderhavige situatie overwegende bezwaren van stedenbouwkundige , landschappelijke en financiële aard ontmoeten. Om de doelmatigheid van het scherm te bepalen , zijn in bijlage 8 het aantal reductie- en maatregelpunten van de geluidbeperkende maatregel opgenomen. Hieruit blijkt dat de toepassing van deze maatregel financieel doelmatig wordt bevonden. Indien hiervoor geen overwegende bezwaren worden ondervonden , dient het scherm te worden toegepast. De praktische- en financiële gevolgen met betrekking tot de realisatie hiervan dienen te worden afgestemd met de gemeente en spoorbeheerder. Een andere mogelijke overdrachtsmaatregel is normaal gesproken het vergroten van de afstand tussen geluidbron en ontvanger.

In de onderhavige situatie is sprake van een afstand van circa 50 meter tot de wegas van de spoorweg. Aangezien een verdubbeling van deze afstand slechts 3 dB reductie oplevert , is het vergroten van deze afstand niet doeltreffend als maatregel. Vanwege de onzekerheid tot het definitief realiseren van een scherm , worden de navolgende resultaten alsnog beschouwd zonder toepassing van overdrachtsmaatregelen. 4. 3 Geluidluwe gevels Aangezien voor onderhavige woningen en appartementen de standaardwaarde wordt overschreden dient het belang van het beschermen van de gezondheid door een geluidluwe gevel te worden betrokken. Uit de rekenresultaten blijkt dat voor alle woningen en appartementen geldt dat deze de beschikking hebben over ten minste één gevel waarvoor de geluidbelasting de standaardwaarde niet overschrijdt. Geadviseerd wordt om de toepassing van de gewenste oplossing in een vroeg stadium af te stemmen met de controlerende instantie. Indien iedere woningen en appartement kan beschikken over ten minste één te openen geluidluw geveldeel , wordt voldaan aan de eisen conform het omgevingsplan en het gemeentelijke geluidbeleid. 4. 4 Gecumuleerd geluid Om te voorzien dat het geluid op de nieuwe woningen en appartementen aanvaardbaar is , dient het gecumuleerd geluid op de gevels van de nieuwe woningen en appartementen te worden beoordeeld.

Het gecumuleerde geluid is het geluid door geluidbronsoorten en andere activiteiten tegelijk , opgeteld met een correctie voor de verschillen in hinderlijkheid (conform artikel 3. 25 van de Omgevingsregeling). pagina 21 van 24 documentkenmerk: 2500998MCL-01 , versie 0 De nieuwe woningen en appartementen worden beoogd in het geluidaandachtsgebied van de spoorwegen , gemeentewegen , | rijkswegen en omliggende bedrijfsactiviteiten. Het gecumuleerd geluid op de gevels van de beoogde nieuwe woningen en appartementen is opgenomen in bijlage 9 en bedraagt ten minste 44 dB en ten hoogste 58 dB. Conform de methode Miedema (zie tabel 4. 4) | kan het gecumuleerd geluid worden gekwalificeerd als | zeer goed | matig. Het bevoegd gezag dient te beoordelen of het geluid op de nieuwe woningen en appartementen aanvaardbaar is. Tabel 4. 4: kwalificatie gecumuleerd geluid conform methode Miedema gecumuleerd geluid L cum | kwalificatie (dB) zeer goed 46 | 50 | goed 51 | 55 | redelijk 56 | 60 | matig 61 | 65 | tamelijk slecht 66 | 70 | slecht zeer slecht 4. 5 Gezamenlijk geluid Bij een overschrijding van de standaardwaarde dient het gezamenlijk geluid op de gevels van de nieuwe woningen en appartementen te worden bepaald.

Het gezamenlijk geluid is het geluid door geluidbronsoorten en andere activiteiten tegelijk , energetisch opgeteld , zonder correctie voor verschillen in hinderlijkheid (conform artikel 3. 26 | van de Omgevingsregeling). Het gezamenlijk geluid wordt gebruikt bij de beoordeling van het binnenniveau , dan wel het bepalen van de eisen aan de geluidswering van de gevel. Dit geluid dient te worden vastgelegd in het omgevingsplan. Het gezamenlijk geluid op de gevels van de beoogde nieuwe woningen en appartementen is opgenomen in bijlage 9 en bedraagt maximaal 61 dB. 4. 6 Geluidwering gevels (G | ; ) Ak Volgens het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl) dient de karakteristieke geluidwering van de gevel G Ak ; voor verblijfsgebieden in een woning minimaal het in het omgevingsplan bepaalde gezamenlijk geluid minus 33 dB te bedragen. Een gevel van een nieuwbouwwoning dient bovendien minimaal een G Ak ; van 20 dB te hebben. Voor onderhavige woningen en appartementen bedraagt het gezamenlijk geluid meer dan 53 dB. Middels een aanvullend onderzoek ter bepaling van de geluidwering van de gevels dient te worden aangetoond dat aan de voornoemde nieuwbouweis kan worden voldaan. Bij toepassing van de juiste geluidwerende materialen en maatregelen (conform een nader onderzoek) is vervolgens een aanvaardbaar geluidbinnenniveau gewaarborgd.

pagina 22 van 24 documentkenmerk: 2500998MCL-01 , versie 0 5 In opdracht van Rho Adviseurs is een akoestisch onderzoek wegverkeers- en spoorweglawaai uitgevoerd ten behoeve van de beoogde nieuwbouw aan de Bulkstaat te Wouw. De benaming voor Het akoestisch onderzoek is uitgevoerd ten behoeve van de wijziging omgevingsplan. Voor wegverkeerslawaai is het plan gelegen binnen het geluidaandachtsgebied van de Rijksweg A58 en de gemeentewegen Bulkstraat , De Hoogt , Gierelaar , Molensingel , Neerakker , Plantagebaan en Tiendevrij. Voor spoorweglawaai is het plan gelegen binnen het geluidaandachtsgebied van de spoorweg Bergen op Zoom - Roosendaal. Voor de rijkswegen geldt dat het geluid op de gevels van de nieuwe woningen en appartementen de standaardwaarde van 50 dB met maximaal 3 dB overschrijdt. De grenswaarde van 60 dB wordt nergens overschreden. Voor de gemeentewegen geldt dat het geluid op de gevels van de nieuwe woningen en appartementen de standaardwaarde van 53 dB met maximaal 1 dB overschrijdt. De grenswaarde van 70 dB wordt nergens overschreden. Het aanleggen van een geluidwal of geluidscherm (overdrachtsmaatregelen) gericht op het terugbrengen van de geluidbelasting ten gevolge van het wegverkeer tot de standaardwaarde ontmoet in de onderhavige situatie overwegende bezwaren van stedenbouwkundige , landschappelijke en financiële aard.

Het vergroten van de afstand tussen geluidbron en ontvanger is in onderhavige situatie niet doeltreffend. Uit de rekenresultaten na toepassing van een stiller wegdek (stille elementenverharding) op de weg van het plangebied (maatgevende bron) blijkt dat na toepassing van deze bronmaatregel het geluid ten gevolge van de gemeentewegen met maximaal 2 dB afneemt. Hiermee wordt de standaardwaarde niet meer overschreden. Derhalve is het toepassen van geluidreducerend wegdek akoestisch doeltreffend. Echter , het toepassen van stiller wegdek ten behoeve van slechts twee woningen van het plan ontmoet bezwaren van civieltechnische en financiële aard. Voor de spoorweg Bergen op Zoom - Roosendaal geldt dat de standaardwaarde voor spoorweglawaai van 55 dB met maximaal 5 dB overschrijdt. De grenswaarde wordt echter niet overschreden. Bij overdrachtsmaatregelen wordt bekeken of tussen geluidbron en ontvanger de geluidoverdracht kan worden belemmerd. Dit is onderzocht middels een scherm met een lengte en hoogte van respectievelijk 180 en 15 , meter gelegen aan de spoorweg. Uit de rekenresultaten blijkt dat na toepassing van deze overdrachtsmaatregel het geluid ten gevolge van spoorwegen met maximaal 10 dB afneemt. Hiermee wordt de standaardwaarde niet meer overschreden.

Het aanleggen van een geluidscherm gericht op het terugbrengen van de geluidbelasting tot de hoogst toelaatbare geluidbelasting kan in de onderhavige situatie overwegende bezwaren van stedenbouwkundige , landschappelijke en financiële aard ontmoeten. Uit het aantal reductie- en maatregelpunten van de geluidbeperkende maatregel blijkt dat de toepassing van deze maatregel financieel doelmatig wordt bevonden. Indien hiervoor geen overwegende bezwaren worden ondervonden , dient het pagina 23 van 24 documentkenmerk: 2500998MCL-01 , versie 0 scherm te worden toegepast. De praktische- en financiële gevolgen met betrekking tot de realisatie hiervan dienen te worden afgestemd met de gemeente en spoorbeheerder. Het vergroten van de afstand tussen geluidbron en ontvanger is in onderhavige situatie niet doeltreffend. Het toepassen van raildempers ontmoet overwegende bezwaren van financiële aard. Uit de rekenresultaten blijkt dat na toepassing van een raildempers op de spoorlijn Bergen op Zoom - Roosendaal het geluid ten gevolge van de spoorlijn met maximaal 3 dB afneemt. Hiermee wordt de standaardwaarde nog op vijf woningen in het zuiden overschreden. Derhalve is deze maatregel akoestisch niet erg doeltreffend. Een dergelijke maatregel is bovendien enkel mogelijk in samenspraak met de spoorbeheerder. De financiële en onderhoudstechnische aspecten dienen hierin beschouwd te worden.

Vanwege de onzekerheid tot het definitief realiseren van het stiller wegdek of een geluidsscherm , worden de navolgende resultaten alsnog beschouwd zonder toepassing van bron- en/of overdrachtsmaatregelen. Aangezien voor onderhavige woningen en appartementen de standaardwaarde wordt overschreden dient het belang van het beschermen van de gezondheid door een geluidluwe gevel te worden betrokken. Uit de rekenresultaten blijkt dat voor alle woningen en appartementen geldt dat deze de beschikking hebben over ten minste één gevel waarvoor de geluidbelasting de standaardwaarde niet overschrijdt. Geadviseerd wordt om de toepassing van de gewenste oplossing in een vroeg stadium af te stemmen met de controlerende instantie. Indien iedere woningen en appartement kan beschikken over ten minste één te openen geluidluw geveldeel , wordt voldaan aan de eisen conform het omgevingsplan en het gemeentelijke geluidbeleid. De nieuwe woningen en appartementen worden beoogd in het geluidaandachtsgebied van de spoorwegen , gemeentewegen , rijkswegen en omliggende bedrijfsactiviteiten. Het gecumuleerd geluid op de gevels van de beoogde nieuwe woningen en appartementen bedraagt ten minste 44 dB en ten hoogste 58 dB. Conform de methode Miedema kan het gecumuleerd geluid worden gekwalificeerd als zeer goed de nieuwe woningen en appartementen aanvaardbaar is.

Voor onderhavige woningen en appartementen bedraagt het gezamenlijk geluid maximaal 61 dB. Middels een aanvullend onderzoek ter bepaling van de geluidwering van de gevels dient te worden aangetoond dat aan de voornoemde nieuwbouweis kan worden voldaan. Bij toepassing van de juiste geluidwerende materialen en maatregelen (conform een nader onderzoek) is vervolgens een aanvaardbaar geluidbinnenniveau gewaarborgd. pagina 24 van 24 documentkenmerk: 2500998MCL-01 , versie 0 Bijlage 1: Verkaveling plangebied

documentkenmerk: 2500998MCL-01 , versie 0 Bijlage 2: Verkeersgegevens wegverkeer documentkenmerk: 2500998MCL-01 , versie 0 We hebben van de gemeente bovenstaande verkeersgegevens binnengekregen. Onze collega brengt de verkeersgeneratie in beeld , Beste , We hebben enkel telgegevens van de Plantagebaan en die is al van 2019. Voor de overige (model)gegevens verwijs ik je naar het verkeersmodel van de provincie Noord Brabant. BBMA @brabant.nl ;

weekdagetmaalwerkdagetmaal Mvt/ Mvt/

documentkenmerk: 2500998MCL-01 , versie 0 Bijlage 3: Invoergegevens akoestisch model wegverkeers- en spoorweglawaai

documentkenmerk: 2500998MCL-01 , versie 0 Grafische weergave akoestisch model wegverkeers- en Bijlage 4: spoorweglawaai

documentkenmerk: 2500998MCL-01 , versie 0 documentkenmerk: 2500998MCL-01 , versie 0 Bijlage 5: Rekenresultaten geluidbelasting wegverkeer

documentkenmerk: 2500998MCL-01 , versie 0 Bijlage 6: Rekenresultaten geluidbelasting spoorwegverkeer

documentkenmerk: 2500998MCL-01 , versie 0 Bijlage 7: Aanvullend onderzoek: bronmaatregelen

documentkenmerk: 2500998MCL-01 , versie 0 Bijlage 8: Aanvullend onderzoek: overdrachtsmaatregelen

documentkenmerk: 2500998MCL-01 , versie 0 Bijlage 9: Gecumuleerd en gezamenlijk geluid

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.roosendaal.nl/api/v1/meetings/1948/documents/54678