CConstaterende datRoosendaal
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 14 Quickscan flora en fauna

Commissie 17 september 2026, gemeente RoosendaalBij agendapunt: 6: Raadsvoorstel Vaststelling wijziging omgevingsplan Wouwse Weide6.703 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Documentkenmerk: 2501438-01 , versie 0 Quickscan flora en fauna Bulkstraat te Wouw (2501438-01 , versie A) == Documentkenmerk: | 2501438-01, | versie 0 | Tritiony) Quickscan | flora | en | fauna in opdracht | van Rho (geanonimiseerd)(geanonimiseerd)(geanonimiseerd)(geanonimiseerd) Segeersingel | 6 4337 | LG | MIDDELBURG betreffende | locatie Bulkstraat Wouw documentkenmerk 2501438-01 versie A vestiging Breda datum 12 | augustus | 2025 opgesteld | door: | gecontroleerd | door: (geanonimiseerd)(geanonimiseerd) | (geanonimiseerd)(geanonimiseerd) NS Projectleider | ecologie | Projectleider | ecologie Op dit rapport | is een disclaimer | van toepassing; | zie https://www.tritium.nl/disclaimer/29-04-2021 Tritium | Advies | B.V. Adviseurs | in bouwen, | milieu en veiligheid | Tritium Advies | is gevestigd | in: T. | 088 44 02 900 Et | info@tritium.nl | Breda | » Nuenen | »» Rijkevoort In | www.tritium.nl KvK-nr. | 17108024 Documentkenmerk: 2501438-01 , versie 0 Inhoudsopgave 1 1. 1 1. 2 Inleiding Quickscan flora en fauna Natuurbescherming 1 1 1 2 Projectinformatie 2 3 3. 1 3. 2 Gebiedsbescherming Natura 2000 Natuurnetwerk Nederland 7 7 8 4 Houtopstanden 10 5 5. 1 5. 2 5. 3 5. 4 5. 5 5.

6 Soortbescherming Flora Vogels Grondgebonden zoogdieren Vleermuizen Amfibieën , reptielen en vissen Ongewervelden 11 11 12 16 20 24 25 6 Zorgplicht 26 7 Conclusies 28 8 Literatuurlijst 1 Bijlagen Bijlage 1: Overzicht algemene vrijstellingen soorten Documentkenmerk: 2501438-01 , versie 0 1 1. 1 Quickscan flora en fauna Een Quickscan flora en fauna is een verkennend onderzoek waarin de ecologische waarden van een plangebied worden nagegaan. Het doel ervan is te bepalen of de voorgenomen wijzigingen binnen het plangebied mogelijk leiden tot overtreding van de Omgevingswet. Het is noodzakelijk om voorafgaand aan ruimtelijke inrichting en aan ruimtelijke ingrepen te toetsen of de geplande activiteiten geen negatief effect hebben op beschermde leefgebieden , op beschermde planten en of op beschermde diersoorten. Dit onderzoek voorziet in deze toetsing. Op basis van een Quickscan flora en fauna zal blijken of er een overtreding van de geldende natuurwetgeving te verwachten is. Hiermee kan worden voorkomen dat er in strijd met de Omgevingswet wordt gehandeld. Het uitvoeren van een verkennend onderzoek kan voldoende zijn om aan te tonen of een planvoornemen uitgevoerd kan worden met of zonder enkele eenvoudige maatregelen of aanpassingen om een overtreding van de Omgevingswet te voorkomen. Soms zijn er echter meer soortgegevens nodig en is aanvullend ecologisch onderzoek noodzakelijk.

Een Quickscan flora en fauna stelt dit vast. 1. 2 Natuurbescherming In Nederland geldt sinds 1 januari 2024 de Omgevingswet. Deze wet geeft invulling aan de bescherming van natuurgebieden , van dieren en van planten en vloeit voort uit de Europees vastgelegde natuurwetgeving. De Nederlandse provincies bepalen het natuurbeleid voor hun gebied. Het onderzoek dat in dit document gerapporteerd wordt , behandelt de bescherming van gebieden , soorten en houtopstanden en komt dusdanig in aanraking met Natura 2000-gebied , het Natuurnetwerk Nederland en de lijst van in Nederland beschermde soorten. pagina 1 van 30 Documentkenmerk: | 2501438-01 | , versie | 0 2 De | ontwikkeling | betreft | de | percelen | kadastraal | bekend | gemeente | Wouw | , sectie | O , nummers | 140 | , 144 | , 145 | , 1003 | , en | 1038 | , plaatselijk | bekend | als | Bulkstraat | te Wouw. | De | percelen | hebben | een totale | oppervlakte | van | circa | 10. | 000 | m. 2 Het | plangebied | is een | mix | van | voornamelijk | agrarisch | gebied | met | een | achtertuin | en | een | deel | van een | bedrijventerrein | waar | containers | staan | voor | opslag | van | materialen. | Er | staan | bomen | op | de randen | van | de | percelen | en | in de | tuin | van | kadastraal | perceel | 140. | Tussen | de | percelen | bevinden | zich op | een | aantal | plaatsen | sloten.

| Dit | buitengebied | ligt | aan | tegen | het | zuidoosten | van | de | bebouwde kern | van | Wouw | aan | , gemeente | Roosendaal | , Noord-Brabant | , en | is verder | omgeven | door | agrarisch gebied | aan | alle | kanten. Het | planvoornemen | is om | nieuwbouw | te | realiseren | op | dit | gebied | , waarbij | het | grootste | gedeelte | van de | aanwezige | groenstructuren | zullen | worden | verwijderd. | Hiervoor | in de | plaats | zullen | woonhuizen worden | gerealiseerd | , in | combinatie | met | groenstructuren | en | enkele | vijvers. | Een | klein | gedeelte wordt | ingericht | met | bedrijfskavels. Figuur | 2. 1: | Projectlocatie | in | rood | omlijnd pagina | 2 van | 30 Documentkenmerk: 2501438-01 , versie 0 Figuur 2. 2: omgeving projectlocatie , gemaakt op 23 april 2025 , geven een beeld van de huidige situatie van het plangebied.

Foto A: Noordzijde plangebied , Bulkstraat Foto B: Noordzijde plangebied , Bulkstraat pagina 3 van 30 Documentkenmerk: 2501438-01 , versie 0 Foto C: Noorzijde , plangebied grenzend aan woonhuis Foto D: Noordzijde , greppel tussen woonhuis en plangebied Foto E: Tuin achter het woonhuis Foto F: Tuin achter het woonhuis Foto G: Tuin achter het woonhuis Foto H: Tuin westzijde woonhuis pagina 4 van 30 Documentkenmerk: 2501438-01 , versie 0 Foto I: Tuin westzijde van woonhuis , binnen plangebied Foto J: Overgang tuin naar zuidelijk deel plangebied Foto K: Houtsingel , zuidwestkant plangebied , vanaf straat Foto L: Houtsingel aan weiland , zuidwestkant plangebied Foto M: Weiland , zuidkant plangebied Foto N: Weiland , zuidkant plangebied pagina 5 van 30 Documentkenmerk: 2501438-01 , versie 0 Foto O: Talud , midden van plangebied , zijaanzicht Figuur 2. 3: Foto P: Talud , midden van plangebied , vooraanzicht pagina 6 van 30 Documentkenmerk: 2501438-01 , versie 0 3 3. 1 Natura 2000 Op basis van de Omgevingswet is het niet toegestaan plannen en/of projecten te realiseren die significante negatieve gevolgen kunnen hebben voor een Natura 2000-gebied. In dit hoofdstuk wordt getoetst of significante gevolgen van diverse storingsfactoren op voorhand uitgesloten kunnen worden. Het plangebied is gelegen buiten de grenzen van een Natura 2000-gebied , navolgende tabel 3. 1 en figuur 3.

1 geven de locatie van het plangebied ten opzichte van de dichtstbijzijnde Natura 2000-gebieden weer. Tabel 3. 1: Afstand tot dichtstbijzijnde Natura 2000-gebieden Dichtstbijzijnde natura 2000-gebieden Afstand tot plangebied Brabantse Wal 37 , km Figuur 3. 1: Plangebied ten opzichte van de dichtstbijzijnde Natura 2000-gebieden. pagina 7 van 30 Documentkenmerk: | 2501438-01 | , versie | 0 Conclusie | Natura | 2000 Het | plangebied | is niet | gelegen | binnen | de | grenzen | van | een | Natura | 2000-gebied | , het | meest | nabije Natura | 2000-gebied | ligt op | 37 , kilometer | afstand. | Externe | effecten | als | gevolg | van | onder | andere licht , trillingen | en | geluid | door | de | voorgenomen | werkzaamheden | zijn , gezien | de | afstand | tot | de meest | nabijgelegen | Natura | 2000-gebieden | niet | te verwachten. | Negatieve | effecten | ten | gevolge van | stikstofdepositie | zijn | door | de | afstand | van | Natura | 2000-gebieden | niet | op | voorhand | uit te sluiten. | Om | met | zekerheid | uit | te kunnen | sluiten | dat | er | geen | negatieve | gevolgen | kunnen plaatsvinden | op | Natura | 2000-gebieden | ten | gevolge | van | stikstofdepositie | is een stikstofberekening | noodzakelijk. 3.

| 2 | Natuurnetwerk | Nederland Het | plangebied | is niet | gelegen | binnen | de | grenzen | van | een | natuurbeheertype | dat | deel | uitmaakt | van het | Natuurnetwerk | Nederland | (NNN) | , indirecte | aantasting | van | NNN-beheertypen | door werkzaamheden | in de | buurt | van | die | gebieden | moet | in rekening | gebracht | worden | , met | uitzondering van | de | verspreiding | van | stoffen | via | de | lucht | of | het | water. | Navolgende | tabel | 3. 2 en | figuur | 3. 2 geven de | locatie | van | het | plangebied | ten | opzichte | van | de | dichtstbijzijnde | beheertypen | binnen Natuurnetwerk | Nederland | weer. Tabel | 3. 2: | Afstand | tot | dichtstbijzijnde | NNN-beheertypen Dichtstbijzijnde | NNN-beheertypen | Afstand | tot | plangebied N03. | 01 | Beek | en Bron | 730 | m N04. | 02 | Zoete | Plas | 990 | m N05. | 04 | Dynamisch | Moeras | 830 | m N12. | 02 | Kruiden- | en | Faunarijk | Grasland | 890 | m N14. | 01 | Rivier- | en | Beekgeleidend | Bos | 990 | m N14. | 03 | Haagbeuken- | en | Essenbos | 13 , km N16. | 03 | Droog | Bos | met | Productie | 17 , km N16. | 04 | Vochtig | Bos | met | Productie | 18 , km pagina | 8 van 30 Documentkenmerk: 2501438-01 , versie 0 Figuur 3.

2: Plangebied ten opzichte van de dichtstbijzijnde NNN-beheertypen Conclusie Natuurnetwerk Nederland Het plangebied ligt buiten de begrenzing van het Natuurnetwerk Nederland. De provincie Noord- Brabant hanteert externe werking als het gaat om het Natuurnetwerk Nederland. Mogelijke aantasting van natuurgebieden door werkzaamheden in de buurt van het Natuurnetwerk Nederland moet in kaart gebracht worden , met uitzondering van de verspreiding van stoffen via de lucht of het water. In dit geval is het plangebied op een dergelijke afstand van het dichtstbijzijnde NNN-beheertype gelegen dat een negatief effect op dat natuurgebied niet verwacht wordt. Bovendien ligt er tussen het plangebied en het natuurgebied een stedelijke en/of agrarische omgeving met o. a. verkeersaders en een spoorlijn. pagina 9 van 30 Documentkenmerk: | 2501438-01 | , versie | 0 4 Een | houtopstand | is een | zelfstandige | eenheid | van | bomen | , boomvormers | , struiken | , hakhout | of griend. | Een | houtopstand | valt | onder | de | werking | van | de | Omgevingswet | als deze | aan | een | minimale oppervlakte | voldoet. | Houtopstanden | van | minimaal | 10 | are | (1000 | m) 2 | en | rij- of laanbeplantingen van | 21 | of meer | bomen | , vallen | onder | de | werking | van | de | Omgevingswet.

| Bij het | kappen | van | deze houtopstanden | , of delen | daarvan | , is een | melding | en | herbeplanting | verplicht. | Dus | ook | voor | het kappen | van | een | oppervlakte | van | minder | dan | 10 | are | is een | melding | verplicht. De | Omgevingswet | beschermt | houtopstanden | buiten | de | bebouwde | kom. | De | gemeente | dient hiervoor | een | bebouwingscontour | houtkap | vast | te | stellen. | Met | de | bebouwingscontour | houtkap | geeft de | gemeente | aan | waar | de | grens | ligt | tussen | stedelijk | gebied | en | buitengebied. | Naast | de | ligging binnen | de | bebouwingscontour | houtkap | zijn | er nog | enkele | andere | uitzonderingen | op | de | meldings- en | herplantingsplicht: - | Binnen | de | bebouwde | kom | (bebouwingscontour | houtkap) | ; - | Op | erven | en | in tuinen | ; - | Fruitbomen | en | windschermen | langs | boomgaarden | ; - | kweekgoed | ; - | Uit | populieren | of wilgen | bestaande | beplantingen | langs | (water)wegen | ; - | Uit | populieren | of wilgen | bestaande | beplantingen | in 1 rij langs | landbouwgronden | ; - | Naaldbomen | , bedoeld | als kerstbomen | , als | deze | niet | ouder | zijn | dan | 20 | jaar | ; - | Het | dunnen | van | een | houtopstand | ; Binnen | het | plangebied | komen | houtopstanden | voor.

Conclusie | houtopstanden Door | de | aanwezigheid | van | (deels) | te | vellen | houtopstanden | binnen | het | planvoornemen | is het | van belang | te weten | of de | houtopstanden | binnen | of buiten | de | bebouwingscontour | houtkap | vallen | en of rijksregels | of de | gemeentelijk | regels | gelden. Daarnaast | zijn er | vanuit | gemeentelijk | beleid | mogelijk | verplichtingen | zoals | een | meldingsplicht | , een | vergunningsplicht | en/of | herplantplicht. | Dergelijke | informatie | is op | te | vragen | bij het omgevingsloket | van | gemeente. pagina | 10 van 30 Documentkenmerk: | 2501438-01 | , versie 0 5 Aan | de | hand | van | literatuuronderzoek | is bepaald | welke | soorten | potentieel | voorkomen | in de | directe omgeving | van | het | plangebied. | Daarnaast | zijn | waarnemingen | uit de | Nederlandse | Nationale Databank | Flora | en | Fauna | (NDFF) | gebruikt | , alle waargenomen | soorten | in de | afgelopen | 5 | jaar | binnen een | straal | van | 5 | km | zijn | beschouwd. | Van | elk | van | deze | soorten | is de | status | van | bescherming volgens | de | Omgevingswet | nagegaan. | In | de | onderstaande | paragrafen | , die | telkens | één | soortgroep behandelen | , wordt | de | soortverspreiding | voor | de | betreffende | soortgroep | verder | toegelicht.

Tijdens | een | bezoek | aan | het | plangebied | is zoveel | mogelijk | informatie | verzameld | over | de | aan- | of afwezigheid | van | beschermde | soorten. | Hierbij | zijn | waarnemingen | , zowel | visueel | als auditief | , en sporenonderzoek | cruciaal. | Er | is gekeken | naar | de | aanwezigheid | van | vraat- | , loop- | en | veegsporen | , nesten | , holen | , uitwerpselen | , prooiresten | en | haren. | Daarnaast | is op | basis | van | terreinkenmerken beoordeeld | of | het | plangebied | geschikt | is voor | de | in de | regio | voorkomende | beschermde | soorten. Een | Quickscan | flora | en | fauna | is een | momentopname | en | geen | veldinventarisatie | omdat veldinventarisaties | meerdere | seizoensgebonden | opnamerondes | inhouden | die | volgens standaardmethoden | worden | uitgevoerd. | Het | kan | dus | voorkomen | dat | soorten | niet | worden waargenomen | tijdens | het | veldbezoek. | Hierdoor | kan | slechts | in beperkte | mate | uitsluitsel | worden gegeven | over | de | aan- | of afwezigheid | van | soorten. | Aan | de | hand | van | expert | judgement | (beoordeling door | experten) | en | bekende | ecologische | principes | is daarom | een | inschatting | gemaakt | over | het kunnen | voorkomen | van | beschermde | plant- | en | diersoorten | in het | plangebied. Tabel | 5.

1: Gegevens | veldbezoek Datum | 23 | april 2025 Dagdeel | Ochtend Temperatuur | 11 Weersomstandigheden | Bewolkt Windkracht | 2 Bft 5. | 1 | Flora In Nederland | groeien | ca. 80 | plantensoorten | die | een | beschermde | status | hebben | op | Europese | en/of nationale | schaal. | Deze | soorten | komen | veelal | voor | in gebieden | die | beschermd | zijn | via de | Europese habitatrichtlijn | maar | enkele | soorten | , zoals | bijvoorbeeld | de | schubvaren | , komen | ook | voor | in het stedelijk | gebied. | Tijdens | het | veldbezoek | is nagegaan | of het | plangebied | geschikt | is voor | beschermde planten. | Ook | is de | eventuele | aanwezigheid | van | invasieve | exoten | uitheemse | planten | die | een bedreiging | vormen | voor | de | inheemse | soorten | vastgesteld. Tijdens | het | veldbezoek | zijn | er binnen | het | plangebied | geen | beschermde | plantensoorten aangetroffen. | Ze | zijn | er ook | niet | te | verwachten | door | de | voedselrijke | omstandigheden. | Beschermde pagina | 11 van | 30 Documentkenmerk: 2501438-01 , versie 0 soorten komen vooral voor op voedselarme , kalkhoudende grond en in ecologisch omstandigheden die plantendiversiteit stimuleren. Conclusie Flora Er zijn geen negatieve effecten te verwachten met betrekking tot de flora. 5.

2 Vogels Alle niet-exotische , in het wild levende vogels die in Nederland broeden , te gast zijn of zijn beschermd via de Vogelrichtlijn (Brochure MEZ). In de onderstaande tabel zijn de vogelsoorten opgenoemd waarvan de nestplaatsen jaarrond beschermd zijn in de provincie van het plangebied. Het betreft vogels die gebonden zijn aan vaste broedlocaties en daardoor niet kunnen uitwijken naar andere mogelijk geschikte locaties in de omgeving van het plangebied. Omdat het vernietigen of verstoren van hun broedplaatsen in strijd is met de Omgevingswet , is tijdens het veldbezoek nagegaan of deze soorten in het plangebied voorkomen en broeden. Tabel 5.

2: Vogelsoorten met jaarrond beschermde nesten in de provincie Noord-Brabant Categorie 1 Vogelsoorten met jaarrond beschermde nesten steenuil Jaarrond gebruikte nesten honkvast of Koloniebroeders gebouwafhankelijk Niet koloniebroeders gebouwafhankelijk 2 gierzwaluw , huismus , roek honkvast of 3 grote gele kwikstaart , kerkuil , oehoe , ooievaar , slechtvalk boomvalk , buizerd , havik , ransuil , sperwer , wespendief , zwarte wouw Vogelsoorten met jaarrond beschermde nesten bij ecologisch zwaarwegende redenen blauwe reiger , boerenzwaluw , bonte vliegenvanger , boomklever , boomkruiper , bosuil , brilduiker , draaihals , eidereend , ekster , gekraagde roodstaart , glanskop , grauwe vliegenvanger , groene specht , grote bonte specht , hop , huiszwaluw , ijsvogel , kleine bonte specht , kleine vliegenvanger , koolmees , kortsnavelboomkruiper , oeverzwaluw , pimpelmees , raaf , ruigpootuil , spreeuw , tapuit , torenvalk , zeearend , zwarte kraai , zwarte mees , zwarte roodstaart , zwarte specht 4 Jaarlijkse terugkeer naar nest 5 Honkvast maar flexibel Het NDFF is geraadpleegd naar het voorkomen van vogelsoorten in en rondom het plangebied. Het plangebied is te typeren als agrarisch landschap met als belangrijkste biotopen akkerland , grasland en houtwallen. NDFF laat geen waarnemingen zien van vogelsoorten binnen het plangebied.

Buiten het plangebied is vooral sprake van agrarisch landschap in combinatie met bebouwde kom. Belangrijkste biotopen zijn akker , berm en gebouwen. Hier laat NDFF waarnemingen zien van 74 vogelsoorten (ow-vogelrichtlijn) zoals: gebouwbewonende soorten (waaronder huismus en zwarte roodstaart) , roofvogels (zoals buizerd en steenuil) , water- pagina 12 van 30 Documentkenmerk: 2501438-01 , versie 0 /oevervogels (bijvoorbeeld wilde eend) , bos- en struweelvogels (bijvoorbeeld winterkoning) en vogels van het agrarische landschap (zoals fazant , patrijs en veldleeuwerik). Gebouwbewonende soorten en water-/oevervogels kunnen worden uitgesloten door de afwezigheid van geschikte bebouwing en oppervlaktewater. Het plangebied is wel geschikt als leefgebied voor roofvogels , struweelvogels en vogels van het agrarisch landschap. Er zijn geen nesten van roofvogels waargenomen uitgezonderd die van de buizerd. Van de andere via NDFF in de omgeving aangetroffen vogels zijn er geen soorten waar verplichte onderzoeken voor gelden. Tijdens het veldbezoek zijn de onderstaande soorten waargenomen binnen of in de directe omgeving van het plangebied. Het plangebied is dus voor deze soorten geschikt als onderdeel van het leefgebied. Tabel 5.

3: Lijst van de tijdens het veldbezoek waargenomen vogelsoorten Vogelsoort buizerd boomkruiper ekster grote bonte specht houtduif kauw koolmees merel pimpelmees zwartkop Aantal 1 1 1 1 1 3 1 1 1 1 Type waarneming sporen auditief visueel visueel visueel visueel auditief visueel auditief auditief Nest ja nee nee nee nee nee nee nee nee nee Foerageer- en leefgebied Uit de bovenstaande waarnemingen en de observaties ter plekke blijkt dat het plangebied geschikt is als foerageer-en leefgebied voor bovenstaande vogelsoorten maar mogelijk ook voor soorten die buiten het plangebied zijn waargenomen (NDFF). In het tuingedeelte van het plangebied hangt ook een nestkastje. Figuur 5. 1: nestkastjes in tuingedeelte Het plangebied is mogelijk essentieel foerageergebied voor de buizerd bij afwezigheid van alternatieve mogelijkheden in de buurt. Omdat de functionele leefomgeving van deze soort is pagina 13 van 30 Documentkenmerk: 2501438-01 , versie 0 beschermd , is aanvullend ecologisch onderzoek naar de exacte functie van het plangebied noodzakelijk. Voor andere vogelsoorten is het plangebied geen essentieel foerageergebied en is er bovendien voldoende alternatief foerageergebied in de buurt van het plangebied zoals de tuinen aan de randen van het dorp en de bermen van de spoorrail. De aanwezige houtwallen blijven bij planvoornemen zoveel mogelijk intact.

Beschermde nesten Het plangebied is geschikt bevonden als vaste verblijfplaats voor de buizerd (Buteo buteo). De buizerd is een soort met een jaarrond beschermd nest. Binnen het plangebied is een nest waargenomen dat mogelijk door de buizerd gebruikt wordt als nest- of rustplaats. De buizerd maakt gebruik van bestaande nesten , bijvoorbeeld kraaiennesten , waardoor alle grote nesten in aanmerking komen als potentiële buizerdnesten. Er dient daarom aanvullend onderzoek te worden gedaan naar de functie van het plangebied voor deze soort. Foto A: Mogelijk foerageergebied buizerd leefgebied buizerd Foto B: Nest buizerd Figuur 5. 2: pagina 14 van 30 Documentkenmerk: 2501438-01 , versie 0 Figuur 5. 3: Veldkaart locatie nest en potentieel leefgebied buizerd Nestgelegenheid nabij plangebied. In de directe omgeving van het plangebied kunnen vogels wel nestelen. In een boom aan de Bulkstraat is een eksternest aangetroffen. Broedende vogels zijn erg gevoelig voor verstoring door werkzaamheden. Door de algemene beschermingsstatus van vogels in Nederland kunnen sloop- , bouw- of inrichtingswerkzaamheden alleen plaatsvinden als er geen broedende vogels aanwezig zijn op of in de directe omgeving van het plangebied.

Wanneer de werkzaamheden in het geheel plaatsvinden in de minst kwetsbare periode , tussen begin oktober en half februari , worden geen nadelige effecten verwacht voor broedende vogels. Figuur 5. 4: Eksternest , Bulkstraat pagina 15 van 30 Documentkenmerk: 2501438-01 , versie 0 Categorie 5 soorten Het plangebied is geschikt om als nestlocatie te fungeren voor de boomkruiper , grote bonte specht , de koolmees en de pimpelmees. Nesten van deze soorten vallen onder een categorie 5 bescherming. Dit betekent dat zij vaak terugkeren naar een eerdere broedlocatie , maar wel over voldoende flexibiliteit beschikken om , als de broedlocatie verloren is gegaan , zich elders te vestigen. Categorie 5 beschermde nesten zijn alleen jaarrond beschermd als zwaarwegende feiten of ecologische omstandigheden dat rechtvaardigen. In dit geval zijn er niet voldoende alternatieve locaties in de omgeving waarnaar deze soorten kunnen uitwijken. Er zijn in de directe omgeving echter alternatieven beschikbaar zoals bijvoorbeeld de oudere bomen en bomen met holtes aan de Bulkstraat. Zodoende is aanvullend onderzoek naar deze soorten niet noodzakelijk. Conclusie vogels Aanvullend onderzoek: naar alle waarschijnlijkheid benut een aantal vogelsoorten met jaarrond beschermd nest het plangebied als broedgebied.

Daarom is verder onderzoek naar het voorkomen en broeden van deze soorten binnen het plangebied noodzakelijk. Het betreft de buizerd. Bovendien benut een aantal algemeen voorkomende vogelsoorten het plangebied foerageer- en broedgebied. Dit vormt echter geen belemmering voor het planvoornemen. Het plangebied zal geen essentieel foerageergebied zijn voor deze soorten. Na uitvoeren planvoornemen blijft het gebied geschikt voor bos-en struweelvogels. Echter kunnen er geen verstorende werkzaamheden zoals sloop- en bouwwerkzaamheden of verwijdering van beplanting plaatsvinden wanneer er broedende vogels aanwezig zijn in of in de nabije omgeving. Wanneer de werkzaamheden in het geheel plaatsvinden tussen begin oktober en half februari worden er eveneens geen nadelige effecten verwacht voor deze vogels. Indien er op deze manier wordt gehandeld , treden er geen nadelige effecten op ten aanzien van de algemeen voorkomende vogels en de vogelsoorten zonder jaarrond beschermde nesten. 5. 3 Grondgebonden zoogdieren Alle Nederlandse zoogdieren zijn beschermd , voor enkele algemeen voorkomende soorten geldt echter een provinciale vrijstelling bij ruimtelijke ontwikkelingen. Soorten die zijn vrijgesteld van bescherming in de provincie zijn in dit hoofdstuk buiten beschouwing gelaten. Voor deze soorten geldt wel de algemene zorgplicht welke verder is toegelicht in hoofdstuk 6.

Beschermde zoogdiersoorten die niet zijn vrijgesteld , en die in de omgeving van het plangebied zijn waargenomen zijn ; boommarter , bunzing , damhert , eekhoorn , wezel (NDFF). Van boommarter en damhert kunnen vaste rust- en/of verblijfplaatsen op voorhand worden uitgesloten binnen de invloedssfeer van het plangebied vanwege het ontbreken van geschikt leefgebied in en rondom het plangebied zoals de beperkte grootte van het gebied en het ontbreken van bos in de nabijheid. Kleine marterachtigen pagina 16 van 30 Documentkenmerk: 2501438-01 , versie 0 De kleine marterachtigen , bunzing , hermelijn en wezel , zijn in de provincie Noord- Brabant beschermd. Deze zoogdieren verplaatsen zich vooral via lijnvormige landschapselementen zoals hagen die tot aan de grond komen of greppels en vinden er hun voedsel. Landschapselementen in een geschikt habitat voor deze soorten zijn o. a. struwelen , hoge graslandvegetatie , houtstapels , holle bomen , houtwallen , takkenrillen of stapels stenen of puin. Het plangebied voldoet aan deze kenmerken en hiermee is de aanwezigheid van bunzing , hermelijn en wezel niet uit te sluiten. De afbakening van het potentieel leefgebied kleine marters conform veldkaart (zie figuur 5. 6) is gebaseerd op de mate van onderhoud van het plangebied.

De gronden direct ten zuiden en westen van de tuin van de woning zijn goed onderhouden met strak gemaaid gazon en geschoren beukenhagen en nauwelijks verstopmogelijkheden. Foto A: impressie leefgebied hermelijn , wezel en bunzing Figuur 5. 5: Foto B: impressie leefgebied , hermelijn , wezel en bunzing hermelijn en wezel pagina 17 van 30 Documentkenmerk: 2501438-01 , versie 0 Figuur 5. 6: Veldkaart potentieel leefgebied kleine marters Tijdens het veldbezoek zijn sporen van vos en haas waargenomen. Het plangebied is een potentiële vaste verblijfplaats en leefgebied voor deze soorten. Voor de haas is dit eveneens voortplantingsgebied. Deze soorten zijn weliswaar niet beschermd maar vallen wel onder de zorgplicht. Hun voortplantingsplaatsen zijn wel beschermd en mogen niet verstoord worden. Haas De haas heeft een voorkeur voor kleinschalige , open gebieden zoals akkers en weilanden. Ze zijn vooral nachtactief. Zij maken legers als rustplaats. Hazen zijn in principe solitair of leven in paren tijdens het voortplantingsseizoen van februari tot oktober. Bij voedselgebrek zijn soms meerdere hazen te vinden op voedselrijke plekken. In het zuidelijke deel van plangebied zijn meerdere hazen aanwezig en twee legerplaatsen aangetroffen. Het is een voedselrijk gebied met voldoende dekking i. t. t de rest van het plangebied. Het is te beschouwen als voortplantingsplaats. Zie ook figuur 5. 7.

pagina 18 van 30 Documentkenmerk: 2501438-01 , versie 0 Foto A: Legerplaats haas leefgebied haas Foto B: Haas in plangebied Figuur 5. 7: Figuur 5. 8: Veldkaart leefgebied haas inclusief legerplaatsen De afbakening van het potentieel leefgebied van de haas conform veldkaart (zie figuur 5. 8) is gebaseerd op de mate van onderhoud van het plangebied ; de gronden direct ten zuiden en westen van de tuin van de woning zijn goed onderhouden met strak gemaaid gazon en geschoren beukenhagen en nauwelijks verstopmogelijkheden. pagina 19 van 30 Documentkenmerk: 2501438-01 , versie 0 Vos De vos is eveneens een schemer- nachtdier en leeft in familieverband. Kleine knaagdieren , haas en konijn vormen het hoofdmenu. Ze graven een hol voor het voortbrengen van hun jongen die in april geboren worden. Vanaf eind september gaan de jonge vossen op zoek naar een eigen territorium. De sporen van de vos zijn in hetzelfde gebied gevonden zoals boven aangegeven bij haas (zie figuur 5. 8). Mogelijk is het alleen jachtgebied van de vos , maar wellicht is het ook een voortplantingsplaats. Er is echter geen burcht gevonden van de vos. Maar onder andere door bramengroei was het niet mogelijk alle plekken te onderzoeken. Figuur 5.

9: Uitwerpselen vos Conclusie Grondgebonden zoogdieren Binnen het plangebied zijn (potentiële) vaste verblijf- of voortplantingsplaatsen vastgesteld van soorten die zijn beschermd via de Habitatrichtlijn of van soorten die niet zijn vrijgesteld door de provincie. Daarom is verder onderzoek naar deze soorten noodzakelijk. Het betreft kleine marterachtigen ; hermelijn , wezel en bunzing. Algemeen voorkomende soorten zoals de aangetroffen haas en vos zijn door de provincie vrijgesteld van de verbodsbepalingen als het een ruimtelijke ingreep of inrichting betreft. Wel geldt de zorgplicht voor dergelijke soorten. Hun voortplantingsplaatsen zijn wel beschermd. Zolang de zorgplicht wordt nageleefd en maatregelen worden genomen om de voortplantingsplaatsen te beschermen , zijn geen negatieve effecten te verwachten voor deze grondgebonden zoogdieren. 5. 4 Vleermuizen Alle in Nederland voorkomende vleermuizen hebben een beschermde status. Het is verboden hun verblijfplaatsen aan te tasten , hun essentieel foerageergebied te vernietigen of hun vliegroutes te verstoren. Vleermuizen huizen in grotten , in boomholten of in spouwen of zolders van huizen. Ze maken gebruik van vliegroutes om zich te verplaatsen van verblijfplaatsen naar foerageergebieden.

Hiervoor worden lange , aaneengesloten bomenrijen en andere lijnvormige landschapsstructuren pagina 20 van 30 Documentkenmerk: 2501438-01 , versie 0 zoals heggen en houtwallen gebruikt. Tijdens het veldbezoek is nagegaan (i) of er op het plangebied locaties zijn die kunnen dienen als winter- , kraam- , paar- , zomer- en/of verblijfplaats voor vleermuizen , (ii) of het plangebied geschikt is als foerageergebied en (iii) of er vliegroutes door het plangebied lopen. Onderstaande tabel geeft een overzicht van de vleermuissoorten die zijn waargenomen in de omgeving van het plangebied (NDFF). Tabel 5. 5: Soorten vleermuizen in de omgeving van het plangebied Nederlandse soortnaam Verblijfplaatsen Gewone dwergvleermuis gebouwen zomer: gebouwen , bomen winter: ondergrondse ruimten Gewone grootoorvleermuis Grijze grootoorvleermuis gebouwen zomer: gebouwen en bomen winter: gebouwen en bomen Kleine dwergvleermuis Laatvlieger gebouwen zomer: gebouwen winter: bunkers , groeven Meervleermuis Rosse vleermuis bomen zomer: gebouwen , bomen winter: gebouwen , bomen zomer: bomen , zolders , bunkers winter: ondergrondse ruimten Informatie via Vleermuis. net (Vleermuiswerkgroep Nederland (VLEN)).

Ruige dwergvleermuis Watervleermuis Verblijfplaatsen Gebouwbewonende vleermuissoorten Er is bebouwing aanwezig binnen het plangebied dat gedeeltelijk geschikt is als vaste verblijfplaats voor gebouwbewonende vleermuizen. Er zijn toegangen aanwezig die geschikt zijn als paar- , kraam- , en zomerverblijfplaatsen voor vleermuizen. Daarom dient er aanvullend onderzoek te worden gedaan naar deze soortgroep. Massawinterverbijfplaatsen zijn niet te verwachten omdat de betreffende locatie hiervoor te weinig ruimte biedt. Boombewonende vleermuissoorten In de bomen binnen het plangebied zijn holtes en/of scheuren aangetroffen die dienst zouden kunnen doen als vaste verblijfplaats voor boombewonende vleermuizen. Daarom dient er aanvullend onderzoek te worden gedaan naar deze soortgroep. Het gebied ten zuiden van de woning (zie figuur 5. 11) bevat bomen waarin holtes zijn aangetroffen. Het hele gebied eromheen wordt beschouwd als potentieel leefgebied. In tabel 5. 6 en figuur 5. 10 zijn de details van de mogelijke vleermuislocaties weergegeven. pagina 21 van 30 Documentkenmerk: 2501438-01 , versie 0 Tabel 5.

6: aangetroffen potentiële vaste verblijfplaatsen van vleermuizen Locatie binnen het plangebied Stenen gebouw met stootvoegen Bomen met holtes Beschrijving van de locatie Zuidkant plangebied Achterkant tuin , houtsingels en bomenrij Bulkstraat Dieren waargenomen Nee Nee Foto A: impressie gebouw Foto B: voorbeeld van aanwezige stootvoegen Foto C: bomenrij Bulkstraat Foto D: wilgen achterkant tuin aangetroffen potentiële verblijfplaatsen van vleermuizen Figuur 5. 10: pagina 22 van 30 Documentkenmerk: 2501438-01 , versie 0 Figuur 5. 11: Veldkaart potentieel leefgebied vleermuizen Foerageergebied Mogelijk zal het plangebied gebruikt worden als foerageergebied. Aanvullend onderzoek moet uitsluiten of het plangebied essentieel foerageergebied is. Vliegroutes Er zijn meerdere lijnvormige groenstructuren in het plangebied die dienst kunnen doen als vliegroute voor vleermuizen. Het betreft mogelijk een essentiële vliegroute. Aanvullend onderzoek is noodzakelijk om dit na te gaan. Conclusie vleermuizen Aanvullend onderzoek is nodig naar verblijfplaatsen , foerageergebied en vliegroutes. Er zijn binnen het plangebied locaties aangetroffen die mogelijk geschikt zijn als vaste verblijfplaats voor gebouw- en boombewonende vleermuizen. Aanvullend onderzoek naar deze soortgroepen is daarom noodzakelijk. Mogelijk wordt er gefoerageerd binnen en nabij het plangebied.

Foerageergebied is alleen beschermd wanneer dit gebied noodzakelijk is om de functionaliteit van een vaste verblijfplaats te behouden. Hiertoe dient aanvullend onderzoek plaats te vinden. Ontwikkeling van het plangebied heeft mogelijk een negatief effect op vaste vliegroutes. Hiertoe is verder aanvullend onderzoek nodig. pagina 23 van 30 Documentkenmerk: 2501438-01 , versie 0 5. 5 Amfibieën , reptielen en vissen Amfibieën en reptielen Alle Nederlandse amfibieën en reptielen zijn beschermd , voor enkele algemeen voorkomende soorten geldt echter een provinciale vrijstelling bij ruimtelijke ontwikkelingen. Soorten die zijn vrijgesteld van bescherming in de provincie zijn in dit hoofdstuk buiten beschouwing gelaten. Voor deze soorten geldt wel de algemene zorgplicht welke verder is toegelicht in hoofdstuk 6. Een beschermd amfibie die niet is vrijgesteld en die in de omgeving van het plangebied is waargenomen is de alpenwatersalamander (NDFF). Alpenwatersalamander Binnen het plangebied is oppervlaktewater aanwezig: verschillende greppels en een grotendeels drooggevallen vijver. Net buiten het plangebied , in de tuin achter het woonhuis , bevindt zich nóg een vijver. Volgens bewoner zit vis in deze vijver (voorn). Hiermee is deze vijver uit te sluiten als voortplantingsbiotoop voor de alpenwatersalamander.

Foto A: deels drooggevallen vijver Foto B: deels droog gevallen vijver en begroeiing rondom Figuur 5. 12: drooggevallen vijver Op korte afstand , ten westen van het plangebied , ligt een potentieel voortplantingswater voor amfibieën waaronder mogelijk de alpenwatersalamander. Deze soort verblijft buiten het voortplantingsseizoen op land en kan plangebied bijvoorbeeld als overwinteringsgebied gebruiken. Hierdoor is aanvullend onderzoek naar de aanwezigheid van alpenwatersalamander in dit water nodig. Rugstreeppad Op korte afstand , ten westen van het plangebied , ligt een potentieel voortplantingswater voor amfibieën waaronder mogelijk de rugstreeppad. In het plangebied zijn op dit moment geen voortplantingswatertjes voor de rugstreeppad aanwezig. Deze pad is echter een goede kolonisator , die relatief gemakkelijk lange afstanden kan afleggen. Daardoor is deze niet direct uit te sluiten , ook als er in de omgeving van het plangebied volgens NDFF geen waarnemingen zijn geweest. De rugstreeppad is een soort die van terreinen houdt met een natuurlijke of door mens ingebrachte dynamiek , zoals braakliggende bouwterreinen , groeven en zand- en kleiafgravingen en (rivier)duinen.

De rugstreeppad heeft een voorkeur voor in de nabijheid van losgrondige zanderige pagina 24 van 30 Documentkenmerk: 2501438-01 , versie 0 bodems gelegen snel opwarmende bodemplaatsen en ondiep (tijdelijk) water , die bij voorkeur zonder concurrentie van andere amfibieën of van waterinsecten. Regenplassen en sporen van zware voertuigen waar regenwater in is blijven staan , vormen ideaal voortplantingswater. In brede en grotere watergangen komt de rugstreeppad niet voor , met mogelijke uitzondering de ondiepe oeverzones. Vissen Binnen het plangebied is oppervlaktewater aanwezig: verschillende greppels en een grotendeels drooggevallen vijver. Het water is ondiep , stilstaand , troebel en valt deels droog. Beschermde vissoorten leven voornamelijk in zuurstofrijk , koel , stromend , water. De aanwezigheid van beschermde vissen kan daarom worden uitgesloten. Conclusie amfibieën , reptielen en vissen Er is aanvullend onderzoek nodig naar de alpenwatersalamander. Algemeen voorkomende soorten , zoals bijvoorbeeld de gewone pad en de bruine kikker , zijn door de provincie vrijgesteld van de verbodsbepalingen als het een ruimtelijke ingreep of inrichting betreft. Wel geldt de zorgplicht voor deze soorten. 5. 6 Ongewervelden Meer dan vijftig soorten insecten , onder andere vlinders , libellen en kevers , zijn wettelijk beschermd in Nederland.

Daarnaast genieten sommige weekdieren , zoals mossels , ook bescherming. Veelal stellen deze soorten bijzondere eisen aan hun habitat en komen ze dus voor op specifieke plaatsen , zoals bijvoorbeeld poelen met helder water of graslanden met bloemrijke vegetatie. Tijdens het veldbezoek is nagegaan of het plangebied geschikt is voor beschermde ongewervelden. Beschermde soorten ongewervelden zijn niet waargenomen en ook niet te verwachten binnen het plangebied. Aan de specifieke eisen die deze soorten stellen aan hun leefgebied is binnen het plangebied niet voldaan. Door de afwezigheid van oppervlaktewater en de aanwezige beplanting is het plangebied voor veel soorten niet geschikt. Conclusie ongewervelden Er zijn geen negatieve effecten te verwachten van dit planvoornemen met betrekking tot ongewervelde fauna. pagina 25 van 30 Documentkenmerk: | 2501438-01 | , versie 0 6 Voor | alle | in het | wild | levende | plant- | en | diersoorten | en | voor | hun | directe | leefomgeving | geldt | een zorgplicht | (Omgevingswet | artikel | 11.27 | , Bal). | Met | deze | zorgplicht | worden | naast | de | nationaal | en Europees | aangewezen | beschermde | soorten | en | gebieden | ook | algemenere | overige | inheemse | soorten beschermd.

| De | zorgplicht | houdt | in dat | men | handelingen | waarvan | redelijkerwijs | kan | worden vermoed | dat | deze | nadelige | gevolgen | kunnen | hebben | voor | in het | wild | levende | dieren | en | planten | ; - | achterwege | laat ; - | indien | achterwege | laten | niet | passend | is , maatregelen | neemt | om | nadelige | gevolgen | te voorkomen | ; - | indien | die | gevolgen | niet | kunnen | worden | voorkomen | , deze | zoveel | mogelijk | beperkt | of ongedaan | maakt. Het | is wettelijk | verplicht | invulling | te geven | aan | deze | zorgplicht. | Bij de | uitvoering | van | sloop- | en bouwprojecten | kunnen | werkzaamheden | veelal | niet | achterwege | gelaten | worden. | Het | is daarbij verplicht | om | maatregelen | te nemen | en | daarmee | de | nadelige | gevolgen | op | inheemse | plant- | en diersoorten | te beperken | of te voorkomen. Nadelige | gevolgen | kunnen | veelal | voorkomen | worden | door | te werken | in de | minst-kwetsbare periode | , zoals | buiten | de | winterslaap | , voortplantingstijd | en | periode | van | afhankelijkheid | van | jongen. De | kwetsbare | perioden | zijn | niet | voor | alle soortgroepen | gelijk. | In het | algemeen | geldt | de | periode veilige | periode | voor | alle diergroepen.

| Dit is de | periode waarin | de | voortplantingstijd | achter | de | rug | is en | dieren | als de | egel | en | amfibieën | nog | niet | in winterslaap | zijn | en | de | mogelijkheid | hebben | om | zich | te | verplaatsen. | Bovendien | zijn | de | jongen | uit het | laatste | legsel | van | late | broeders | zoals | de | houtduif | dan | ook | uitgevlogen | (Vogelbescherming Nederland). Daarnaast | kunnen | negatieve | gevolgen | op | algemeen | voorkomende | soorten | beperkt | worden | door tijdens | de | werkzaamheden | zodanig | te werken | dat | dieren | het | plangebied | kunnen | verlaten | zodat verwonding | of doding | van | individuen | wordt | voorkomen. | Voorbeelden | zijn: | de | werkzaamheden | in de richting | van | een | vluchtgebied | uitvoeren | , de | werkzaamheden | langzaam | opstarten | en/of | langzaam werken | zodat | dieren | de | tijd hebben | om | het | plangebied | te ontvluchten | , voorafgaand | aan | de | start van | werkzaamheden | verstoring | creëren | zodat | dieren | uit het | plangebied | vluchten. | Een | voorbeeld om | negatieve | gevolgen | op | de | aanwezige | vegetatie | te | voorkomen | is het | beschermen | van | bomen | om zo beschadiging | van | de | stammen | te voorkomen. | Verder | worden | negatieve | gevolgen | op | inheemse fauna | beperkt | door | werkzaamheden | zo veel | mogelijk | overdag | uit | te voeren.

| Bij gebruik | van verlichting | dient | deze | zo | geplaatst | te | worden | dat | enkel | de | werkzaamheden | gericht | verlicht | worden. Lichtverstrooiing | kan | vermeden | worden | door | het | gebruik | van | kappen. Zorgplicht | algemene | broedvogels Indien | vooraf | bekend | is dat | werkzaamheden | moeten | worden | uitgevoerd | binnen | het | broedseizoen van | algemeen | voorkomende | broedvogels | (globaal | van | 15 | maart | tot 15 | juli) dan | is het | noodzakelijk ervoor | te zorgen | dat | het | gebied | vóórafgaand | aan | het | broedseizoen | , en | zonder | de verstoring | van andere | soorten | , ongeschikt | is gemaakt | als broedlocatie. | Door | het | plangebied | ongeschikt | te | maken kan | worden | voorkomen | dat | vogels | zich | binnen | het | plangebied | vestigen. | Broedgevallen | die | tijdens of vlak | voor | de werkzaamheden | ontstaan | in en | direct | grenzend | aan | het | plangebied | , zijn | immers ook | onderhevig | aan | de | zorgplicht. | Het | ongeschikt | maken | van | het | plangebied | voor | algemene broedvogels | dient | te gebeuren | door | de | aanwezige | struiken | en/of | bomen | en/of | grasland | kort | te pagina 26 | van 30 Documentkenmerk: 2501438-01 , versie 0 snoeien/te maaien vóór aanvang van het broedseizoen en deze ook kort te houden gedurende het broedseizoen.

Indien werken binnen het broedseizoen noodzakelijk is , dient men voorafgaand aan de start van de werkzaamheden een broedvogelcheck te laten uitvoeren door een bevoegd ecoloog. Bij aanwezigheid van broedgevallen binnen de verstoringszone van de geplande werkzaamheden dienen aanvullende maatregelen genomen te worden of kunnen werkzaamheden geen doorgang vinden. Zorgplicht algemene amfibieën Indien vooraf bekend is dat werkzaamheden moeten worden uitgevoerd binnen het voortplantingsseizoen van algemeen voorkomende amfibieën (grofweg van 15 maart tot 15 augustus) , kan het aanwezige voortplantingswater worden afgezet met een amfibieënscherm zodat deze zich niet kunnen vestigen binnen het plangebied. Wanneer gewerkt gaat worden in de overwinteringsperiode (grofweg van oktober maart) van algemene amfibieën kan het plangebied vóór deze periode afgezet worden met een amfibieënscherm om te voorkomen dat amfibieën zich binnen het plangebied vestigen. Vestiging pionierssoorten De rugstreeppad is een beschermde amfibiesoort die zich voortplant in ondiepe (vaak tijdelijk) oppervlaktewater dat snel opwarmt (RAVON).

Om vestiging van rugstreeppadden binnen het plangebied te voorkomen , dient het ontstaan van poeltjes of plassen binnen het plangebied in het voortplantingsseizoen (april-september) van de rugstreeppad te worden voorkomen Een andere optie is afzetten van het plangebied met een amfibieënscherm. Zorgplicht grondgebonden zoogdieren Negatieve gevolgen op algemeen voorkomende soorten beperkt worden door tijdens de werkzaamheden zodanig te werken dat dieren het plangebied kunnen verlaten zodat verwonding of doding van individuen wordt voorkomen. Voorbeelden zijn: de werkzaamheden in de richting van een vluchtgebied uitvoeren , de werkzaamheden langzaam opstarten en/of langzaam werken zodat dieren de tijd hebben om het plangebied te ontvluchten of werken buiten de kwetsbare periode (voortplantingsplaatsen van grondgebonden zoogdieren zijn beschermd). Acties bij aantreffen beschermde soorten Indien er tijdens de werkzaamheden , ondanks voorgenomen maatregelen , toch beschermde soorten of broedgevallen binnen het plangebied zijn gevestigd dienen de werkzaamheden te worden stilgelegd en dient een ecologisch deskundige te worden ingeschakeld. Hiermee kan schade en verstoring van deze individuen zo veel mogelijk worden voorkomen en wordt er geen overtreding op de Omgevingswet gemaakt.

pagina 27 van 30 Documentkenmerk: | 2501438-01 | , versie 0 7 Uit de | quickscan | flora | en | fauna | is het | volgende | gebleken: Om | eventuele | stikstofdepositie | op | Natura | 2000-gebieden | aan | te tonen | of uit te sluiten | dient | een stikstofberekening | te worden | gemaakt. Nader | onderzoek | naar | hermelijn | , bunzing | en | wezel | is noodzakelijk. Nader | onderzoek | naar | gebouwbewonende | vleermuizen | is noodzakelijk. Nader | onderzoek | naar | boombewonende | vleermuizen | is noodzakelijk. Nader | onderzoek | naar | vleermuizen | betreft | verblijfplaatsen | , foerageergebied | en | vliegroute. Nader | onderzoek | naar | de | buizerd | is noodzakelijk. Nader | onderzoek | naar | alpenwatersalamander | is noodzakelijk Uit de | aanvullende | onderzoeken | moet | blijken | of eventuele | ontheffing | en | mitigerende maatregelen | noodzakelijk | zijn. De | omschreven | werkwijzen | met | betrekking | tot zowel | de | zorgplicht | als ten | aanzien | van | vogels | , amfibieën | en grondgebonden | zoogdieren | dienen | in acht | te worden | genomen | zodat | een overtreding | van | de | natuurwetgeving | wordt | voorkomen. Werken | buiten | de | kwetsbare | periode | (half | oktober | tot en | met | november) | voorkomt | verstoring van | de | voortplantingsplaatsen | van | haas | en | vos.

| Hiermee | wordt | overtreding | van | de natuurwetgeving | voorkomen. Het | plangebied | dient | voorafgaand | aan | het | broedseizoen | (globaal | vanaf | 15 | maart) | ongeschikt | te worden | gemaakt | als broedlocatie | voor | algemene | broedvogels. Om | vestiging | van | rugstreeppadden | binnen | het | plangebied | te voorkomen | , dient | het | ontstaan | van poeltjes | of plassen | binnen | het | plangebied | in het | voortplantingsseizoen | (april-september) | van | de rugstreeppad | te worden | voorkomen. Vaststelling | nodig | of aanwezige | houtopstanden | zich | binnen | of buiten | de | gemeentelijke bebouwingscontouren | bevinden. Onderstaande | tabel | geeft | de | te verwachten | overtredingen | en de | benodigde | vervolgstappen | weer. Tabel | 7. 1: | Te | verwachten | overtredingen | en | de | benodigde | maatregelen/onderzoeken Overtreding | Te treffen | Noodzakelijke | onderzoeken omgevingswet | maatregelen Natura | 2000 | mogelijk | Zorgplicht | Stikstofberekening Natuurnetwerk | - | Zorgplicht | - Nederland Vaststellen | binnen | of Houtopstanden | - | buiten | gemeentelijke | - bebouwingscontour Planten | - | Zorgplicht | - Artikel | 11.

37 bal: het opzettelijk | doden | van nature | in | Zorgplicht | , buiten Nederland | levende | wilde | broedseizoen | werken Vogels | vogels | ; het opzettelijk | inclusief | verwijderen | Aanvullend | onderzoek | buizerd vernielen | of beschadigen | van van | aanwezig | groen nesten | rustplaatsen | en eieren | van | vogels Grondgebonden | Artikel | 11.54 | , eerste | lid , | Zorgplicht | , buiten | Aanvullend | onderzoek | wezel | , zoogdieren | Bal: | opzettelijk | doden | of | kwetsbare | periode | hermelijn | , bunzing vangen | , | werken pagina 28 van 30 Documentkenmerk: | 2501438-01 | , versie | 0 voortplantingsplaatsen | , eieren | of rustplaatsen beschadigen | of vernielen Artikel | 11.54 | , eerste | lid , Bal: | opzettelijk | doden | of Vleermuizen | vangen | , | Zorgplicht | Aanvullend | onderzoek | gebouw- voortplantingsplaatsen | , | en | boombewonende | soorten eieren | of rustplaatsen beschadigen | of vernielen Artikel | 11.54 | , eerste | lid , Bal: | opzettelijk | doden | of Amfibieën | vangen | , | Zorgplicht | Aanvullend | onderzoek voortplantingsplaatsen | , | alpenwatersalamander eieren | of rustplaatsen beschadigen | of vernielen Reptielen | - | Zorgplicht | - Vissen | - | Zorgplicht | - Ongewervelden | - | Zorgplicht | - * Enkel | van | toepassing | wanneer | er houtopstanden | worden | verwijderd.

Onderstaande | tabel | geeft | per | soort | een | overzicht | van | de | periode | waarin | de | aanvullende onderzoeken | gespreid | gepland | moeten. | De | procedures | voor | deze | onderzoeken | liggen | vast | in soortinventarisatieprotocollen | (Netwerk | Groene | Bureaus) | en | kennisdocumenten | (BIJ12). Soort | Periode* J | F | M | A | M | J | J | A | S | O | N | D buizerd kleine | marters vleermuizen alpenwatersalamander * Donker | geel | geeft | de | optimale | onderzoeksperiodes | weer | , lichtgeel | geeft | de periodes | aan | waarin | slechts | een deel | van | het | onderzoek | kan | gebeuren. pagina | 29 | van 30 Documentkenmerk: | 2501438-01 | , versie 0 8 BIJ12. | Natuur | en | Landschap | (BIJ12 | , Utrecht | , Nederland). | [Online] | bij12. | nl. Brochure | MEZ. | Ministerie | van | Economische | Zaken | - Soortbescherming | bij ruimtelijke | ingrepen | - versie | 1. 3 (Ministerie | van | Landbouw | , Natuur | en Voedselkwaliteit | , Den | Haag | , Nederland). | [Online] Hunink | , S. 2024. | Lijst beschermde | soorten | omgevingswet. | sl : Natuurinclusief | , 2024. Natura | 2000. | Natura | 2000 | in Nederland | (Ministerie | van | Landbouw | , Natuur | en | Voedselkwaliteit | , Den | Haag | , Nederland). | [Online] | natura2000. | nl. NDFF. | Nationale | Databank | Floa | en Fauna | (NDFF) | - Verspreidingsatlas | (Nijmegen | , Nederland).

[Online] | verspreidingsatlas. | nl. Netwerk | Groene | Bureaus. | Brancheorganisatie | voor | kwaliteitsbevoerdering | en belangenbehartiging | (NGB | , Odijk , Nederland). | [Online] | netwerkgroenebureaus. | nl/. NVWA. | Nederlandse | Voedsel | - en | Warenautoriteit. | Unielijst | invasieve | soorten. | Nederlandse Voedsel- | en | Warenautoriteit. | [Online] | nvwa. | nl. RAVON. | Soorten | (Nijmegen | en | Amsterdam | , Nederland). | [Online] | ravon. | nl. SOVON. | Vogelinfo. | Informatie | per soort. | (Nijmegen | , Nederland). | [Online] | sovon. | nl. Vleermuiswerkgroep | Nederland | (VLEN). | Vleermuis. | net. [Online] | vleermuis. | net. Vogelbescherming | Nederland. | Vogelgids | (Zeist , Nederland). | [Online] | vogelbescherming. | nl. Waarneming. | nl. 2021 | (Observation | International | , Aarlanderveen | , Nederland). | [Online] waarneming. | nl. Zoogdiervereniging. | Zoogdiersoorten | (Zoogdiervereniging | Nederland | , Nijmegen | , Nederland). [Online] | zoogdiervereniging. | nl. Documentkenmerk: 2501438-01 , versie 0 Bijlage 1: Overzicht algemene vrijstellingen soorten Overzicht algemene vrijstellingen soorten per bevoegd gezag. Op basis van de door PS vastgestelde provinciale verordeningen en Or d. d.

1 september 2024* Documentkenmerk: | 2501438-01 | , versie | 0 * | Gebaseerd | op | de | lijst samengesteld | door | (Hunink | , 2024) ** | voor | deze | soorten | daarnaast | uitzondering | in/op | gebouwen | en | bijbehorende | erven | art. | 11.54 | , lid 2 , onder | a | Bal X | Soort | is vrijgesteld 1 | de | vrijstelling | geldt | in de | periode | maart- | april | en | juli | tot | en | met | november 2 | de | vrijstelling | geldt | in de | periode | 15 | augustus | tot | en | met | februari 3 | de | vrijstelling | geldt | in de | periode | juli , augustus | en | september 4 | de | vrijstelling | geldt | in de | periode | 15 | augustus | tot | en | met | 15 | oktober 5 | de | vrijstelling | middelen. is verleend | onder | de specifieke betreffende voorwaarden. verordening Doden of regeling is niet altijd voor informatie. iedere soort Opmerking toegestaan. bij Vangen Friesland: mag vaak gelden alleen allerlei met toegestane | Ga | naar | voor | meer | Er aanvullende | voorschriften | aan | de | vrijstelling | m. | b. t. | doden | , vangen | , vrijlaten | en | beschadigen | of vernielen | van | verblijfplaatsen

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.roosendaal.nl/api/v1/meetings/1964/documents/54676