Bijlage 10 Quickscan Wet natuurbescherming.pdf
Tekst van het document
Update quickscan Wet natuurbescherming Designeroutlet Roosendaal 2022
Bureau Meervelt, Ecologisch onderzoek en advies
Update quickscan Wet natuurbescherming Designeroutlet Roosendaal 2022 Status: Update na aanpassing plangebied , definitief 28 september 2022. Eerdere definitieve versie 21 januari 2022. , In opdracht van:
Contactpersoon: B.W.
Bureau Meervelt, Ecologisch onderzoek en advies
C.L. & Ing. R.P. Projectnummer: 21-104
INHOUDSOPGAVE
1.
INLEIDING................................................................................................................................................ 1 1.1 Aanleiding ........................................................................................................................................... 1 1.2 Beschrijving plangebied ....................................................................................................................... 2 1.3 Voorgenomen ontwikkeling .................................................................................................................. 3 1.4 Leeswijzer ........................................................................................................................................... 5
2.
ANALYSE GEBIEDSBESCHERMING ....................................................................................................... 6 2.1 Inleiding .............................................................................................................................................. 6 2.2 Afwegingskader Natuurbeschermingswet - Natura 2000 ....................................................................... 6 2.3 Afwegingskader Natuurnetwerk Brabant ............................................................................................... 7
3.
ANALYSE SOORTBESCHERMING .......................................................................................................... 9 3.1 Inleiding .............................................................................................................................................. 9 3.2 Bureauonderzoek ................................................................................................................................ 9 3.3 Veldbezoek ......................................................................................................................................... 9 3.4 Synthese bureauonderzoek en veldbezoek .......................................................................................... 9 3.4.1 Flora ............................................................................................................................................... 9 3.4.2 Zoogdieren .................................................................................................................................... 10 3.4.3 Vogels........................................................................................................................................... 11 3.4.4 Reptielen.......................................................................................................................................
12 3.4.5 Amfibieën ...................................................................................................................................... 12 3.4.6 Vissen ........................................................................................................................................... 12 3.4.7 Overige beschermde soorten ......................................................................................................... 13
4.
CONCLUSIES ........................................................................................................................................ 14 4.1 Conclusies gebiedsbescherming ........................................................................................................ 14 4.2 Conclusies soortbescherming ............................................................................................................ 14
5.
LITERATUURLIJST EN WEBSITES ........................................................................................................ 17
Bijlage 1 Achtergronden Wet natuurbescherming Bijlage 2 Onderzoeksgebied NDFF Bijlage 3 Fotoimpressie van het plangebied
Bureau Meervelt
1.
Update quickscan uitbreiding DOC Roosendaal, 2022
INLEIDING
1.1 Aanleiding Outlet Rosada B.V. is voornemens om het designer outlet center uit te gaan breiden in Roosendaal. Het vigerende bestemmingsplan 'De Stok fase 2 en 2A' staat detailhandel toe tot een totale verkoopvloeroppervlakte van 17.500 m2. Deze capaciteit is bijna bereikt. Om meer detailhandel en horecagelegenheden te kunnen realiseren is een uitbreiding van het designer outlet center beoogd ter plaatse van de bestaande parkeergarage in het noorden van het plangebied. Op basis van het vigerende bestemmingsplan ligt hier de enkelbestemming 'Detailhandel - Factory Outlet center' en een bouwvlak met de functieaanduiding 'parkeergarage'. Ter plaatse van deze aanduiding mogen uitsluitend bouwwerken ten behoeve van parkeervoorzieningen worden gebouwd. Een uitbreiding van de detailhandel en het realiseren van horecagelegenheden is hier dus niet toegestaan. De parkeergarage in het noorden van het plangebied wordt verwijderd. Doordat deze parkeergarage wordt verwijderd, is nieuwe parkeercapaciteit benodigd. Nieuwe parkeerplekken worden gerealiseerd bij de bestaande parkeergarage in het zuiden van het plangebied. Deze parkeergarage wordt opgehoogd met drie bouwlagen en uitgebreid aan de noordzijde. Op basis van het vigerende bestemmingsplan mogen gebouwen uitsluitend binnen het bouwvlak worden gebouwd.
Om de uitbreiding van de parkeergarage mogelijk te kunnen maken dient het bouwvlak uitgebreid te worden met de functieaanduiding 'parkeergarage'. (Bron: Bestemmingsplan Uitbreiding Designer Outlet Roosendaal – Toelichting, Royal HaskoningDHV, 28 juli 2022). Om deze ontwikkeling mogelijk te maken is een bestemmingsplanwijziging nodig. Onderdeel van de bestemmingsplanwijziging is een onderzoek naar beschermde natuurwaarden. In deze quickscan Wet natuurbescherming wordt inzichtelijk gemaakt of beschermde natuurwaarden in het plangebied en de omgeving daarvan aanwezig kunnen zijn en welke betekenis een eventuele aanwezigheid heeft voor de verdere uitvoering. Ook wordt inzichtelijk gemaakt of door de geplande ontwikkeling negatieve effecten te verwachten zijn op beschermde gebieden en welke vervolgstappen genomen dienen te worden. Houtopstanden in de zin van de Wet natuurbescherming ontbreken in het plangebied; dit aspect van de Wet natuurbescherming wordt in deze quickscan daarom buiten beschouwing gelaten.
Figuur 1: Ligging van het plangebied ten westen van Roosendaal (Opentopo.nl, 2022).
1
Bureau Meervelt
Update quickscan uitbreiding DOC Roosendaal, 2022
1.2 Beschrijving plangebied Het plangebied ligt aan de westzijde van Roosendaal tussen de Heirweg in het noorden, de Wouwbaan in het oosten en zuiden en Rosada in het westen. Het gebied ligt op een afstand van 1,5 kilometer van de binnenstad van Roosendaal. De locatie wordt via aansluiting 19 Roosendaal-West vanaf de Rijksweg A17 ontsloten. Ten noorden van het Outletcenter ligt het recreatiepark De Stok. De A17 ligt aan de oostzijde. Aan de westzijde ligt een natuurzone en het buitengebied. Huidige situatie Zowel de noord- als zuidzijde van het plangebied zijn in gebruik als parkeervoorziening. In het zuiden van het plangebied staat een parkeergarage van circa 7 meter hoog (van twee verdiepingen). Het plangebied is bijna compleet verhard. In het plangebied zijn enkele jonge bomen (waaronder een groepje kleine platanen) aanwezig naast de parkeervoorzieningen en een smalle, lage beukenhaag. Groene elementen in de vorm van bomen, struiken of stukjes grasland ontbreken verder op het gehele terrein waar de uitbreiding plaats gaat vinden. Aan de westzijde van het plangebied ligt een smalle groenstrook, dit betreft een deel van het talud van een aarden wal. Aan de zuidzijde, ter hoogte van de ingang van Rosada, is deze wal gedeeltelijk met schanskorven versterkt. Ten westen van deze aarden wal stroomt de Rissebeek en is een natuurzone aangelegd.
In navolgende figuur 1 is de begrenzing van het plangebied weergegeven.
Figuur 2: Huidige situatie, plangebied omkaderd met zwarte bolletjeslijn. Bron: RoyalHaskoningDHV, 2022.
2
Bureau Meervelt
Update quickscan uitbreiding DOC Roosendaal, 2022
Figuur 3: Luchtfoto van het plangebied ten westen van Roosendaal (Kaartbank - Provincie Noord-Brabant https://noord-brabant.maps.arcgis.com). Rood: Uitbreidingsgebied retail en horeca. Geel: Verhogen van de bestaande parkeervoorziening. In bijlage 3 zijn foto’s opgenomen van het plangebied.
1.3 Voorgenomen ontwikkeling Men is voornemens om circa 6000 m2 verkoopvloeroppervlakte retail en 600 m2 horeca toe te voegen aan het designer outlet center. Deze uitbreiding komt ter plaatse van de bestaande parkeergarage in het noorden van het plangebied. Voor de uitbreiding zal deze bestaande parkeergarage compleet worden verwijderd. Op de eerste verdieping van de nieuwbouw wordt vervolgens een terras en horecagelegenheid gerealiseerd, met uitzicht over het buitengebied. Daarmee sluit het plan ook aan op de ambities uit de gebiedsvisie waarin onder meer is beschreven dat de ondernemers zich meer zullen moeten gaan richten naar de Beek om het gebied beleefbaarder te maken. Om te blijven voldoen aan de parkeerbehoefte worden nieuwe parkeerplekken gerealiseerd bij de huidige parkeergarage in het zuiden van het plangebied. Deze parkeergarage wordt uitgebreid aan de noordzijde. Ook wordt de parkeergarage opgehoogd met drie bouwlagen. Er kan dan op zes lagen worden geparkeerd; de hoogte van de parkeergarage wordt circa 15,9 meter. Mogelijk worden voor deze ontwikkelingen enkele jonge bomen gekapt. Ten slotte wordt in de aarden wal aan de westzijde van het plangebied het talud afgewerkt met schanskorven. Direct daarnaast komt een pad te liggen, om de winkels te kunnen bereiken aan de achterzijde.
In navolgende figuur 4 is zowel een impressie van de beoogde situatie in het noordelijk deel als een sfeerbeeld van het terras op de eerste verdieping van de uitbreiding opgenomen.
3
Bureau Meervelt
Update quickscan uitbreiding DOC Roosendaal, 2022
Figuur 4: Situatieschets beoogde situatie. Bron: RoyalHaskoningDHV, 2022). Het nieuwe verkoopvloeroppervlak retail is aangegeven in oranje en het nieuwe verkoopvloeroppervlak horeca is aangegeven in geel in onderstaande afbeelding. Voor de uitbreiding zal de bestaande parkeergarage compleet verwijderd worden.
Figuur 5: Ontwerp uitbreiding detailhandel, begane grond. Oranje is retail, geel is horeca. (Kern Architecten, 18 januari 2022).
4
Bureau Meervelt
Update quickscan uitbreiding DOC Roosendaal, 2022
In figuur 6 is een schematische weergave opgenomen van de uitgebreide parkeergarage.
Figuur 6: Voorgenomen uitbreiding parkeergarage: op het bestaande dek worden drie nieuwe verdiepingen geplaatst (+3 tot en met +5). Bron: RoyalHaskoningDHV, 2022.
1.4 Leeswijzer De ontwikkeling wordt getoetst aan de Wet natuurbescherming onderdelen gebiedsbescherming en soortbescherming. Het onderdeel houtsopstanden is voor deze quickscan niet relevant omdat de aanwezige bomen geen deel uitmaken van houtopstanden in de zin van de Wet natuurbescherming. In hoofdstuk 2 en 3 worden respectievelijk gebieds- en soortbescherming uitgewerkt. In hoofdstuk 4 worden de conclusies op een rij gezet en de eventueel noodzakelijke vervolgstappen beschreven. In bijlage 1 wordt relevante achtergrondinformatie op het gebied van natuurwetgeving en beleid weergegeven. In bijlage 2 is het onderzoeksgebied dat gebruikt is voor de Nationale Databank Flora en Fauna opgenomen.
5
Bureau Meervelt
2.
Update quickscan uitbreiding DOC Roosendaal, 2022
ANALYSE GEBIEDSBESCHERMING
2.1 Inleiding In dit hoofdstuk wordt per afwegingskader aangegeven of het plangebied deel uitmaakt van een beschermd gebied en wordt inzichtelijk gemaakt of door de geplande ingreep een mogelijk negatieve invloed te verwachten is op aanwezige beschermde gebieden in de omgeving. Ten aanzien van gebiedsbescherming zijn twee afwegingskaders relevant: • Afwegingskader Wet natuurbescherming (Natura 2000), • Afwegingskader Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (Nationaal Natuur Netwerk/Natuur Netwerk Brabant), Voor meer informatie over deze afwegingskaders wordt verwezen naar bijlage 1. Bij onbekendheid met deze afwegingskaders wordt geadviseerd deze bijlage eerst door te nemen.
2.2 Afwegingskader Natuurbeschermingswet - Natura 2000 Het plangebied maakt geen deel uit van een Natura 2000-gebied. Het meest nabijgelegen Natura 2000-gebied is Brabantse Wal en ligt op een afstand van circa 6,5 kilometer ten zuidwesten van het plangebied (zie figuur 7). Op grotere afstand (meer dan 10 kilometer) ligt Natura 2000 gebied Markiezaat.
Figuur 7: Ligging van het plangebied ten opzichte van Natura 2000 gebieden (noord-brabant.maps.arcgis, 2022) Ten aanzien van Natura 2000-gebieden dient zekerheid geboden te worden omtrent het niet optreden van significante gevolgen door het project afzonderlijk of in samenhang met andere plannen of projecten. Ook ontwikkelingen buiten de Natura 2000-gebieden kunnen gevolgen hebben voor de Natura 2000-gebieden (externe werking) en moeten daarom getoetst worden aan de Wet natuurbescherming. Mogelijk optredende storingsfactoren Uitstraling van de meeste storingsfactoren (zoals geluid, optische verstoring of trillingen) op Natura 2000-gebieden is op voorhand uit te sluiten met uitzondering van stikstof door de afstand tot het Natura 2000-gebied Brabantse Wal en overige Natura 2000-gebieden.
6
Bureau Meervelt
Update quickscan uitbreiding DOC Roosendaal, 2022
Ten aanzien van stikstof(depositie) geldt in de sloop- en aanlegfase een partiële vrijstelling van de natuurvergunningplicht voor activiteiten van de bouwsector (ofwel de bouwvrijstelling). Deze vrijstelling is geregeld in het nieuwe artikel 2.9a Wet natuurbescherming, dat is toegevoegd met de Wet stikstofreductie en natuurverbetering: https://wetten.overheid.nl/BWBR0037552/2021-07-01. De vrijstelling geldt voor bouw-, aanlegen sloopactiviteiten. Dat is geregeld in artikel 2.5 van het Besluit natuurbescherming dat is toegevoegd met het Besluit stikstofreductie en natuurverbetering. Artikel 2.5: Als activiteiten van de bouwsector als bedoeld in artikel 2.9a van de wet worden aangewezen: a. het verrichten van een bouwactiviteit of een sloopactiviteit die het feitelijk verrichten van bouw- of sloopwerkzaamheden aan een bouwwerk betreft, met inbegrip van de daarmee samenhangende vervoersbewegingen; b. het aanleggen, veranderen of verwijderen van een werk, met inbegrip van de daarmee samenhangende vervoersbewegingen. De beoordeling van stikstofdepositie voor de gebruiksfase vindt separaat plaats en is geen onderdeel van onderhavig onderzoek. De voorgenomen ontwikkelingen betreffen sloop- en bouwactiviteiten en deze zijn als zodanig vrijgesteld van natuurvergunningplicht voor het aspect stikstof.
Significante gevolgen op Natura 2000 door voorgenomen sloopen bouwactiviteiten zijn uit te sluiten. De beoordeling van stikstofdepositie voor de gebruiksfase vindt separaat plaats en is geen onderdeel van onderhavig onderzoek. Indien uit onderzoek blijkt dat een toename van stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden te verwachten is, kan een vergunning Wet natuurbescherming aan de orde zijn.
2.3 Afwegingskader Natuurnetwerk Brabant In het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) is door het Rijk vastgelegd dat de provincie verantwoordelijk is voor de begrenzing van het Natuurnetwerk Nederland (NNN). De begrenzing en bescherming van het NNN is in Brabant als Natuurnetwerk Brabant vastgelegd. In de Omgevingsverordening (4 november 2019) is in artikel 3.16 de externe werking Natuur Netwerk Brabant (NNB) aangegeven: Lid 1: In aanvulling op de Wet natuurbescherming bepaalt een bestemmingsplan dat een ontwikkeling toelaat in Stedelijk Gebied of in Landelijk Gebied, die een aantasting geeft van de ecologische waarden en kenmerken in het Natuur Netwerk Brabant, dat de negatieve effecten waar mogelijk worden beperkt en de overblijvende, negatieve effecten worden gecompenseerd, overeenkomstig artikel 3.22 Compensatie. In figuur 8 is de ligging van het plangebied ten opzichte van het NNB in beeld gebracht.
7
Bureau Meervelt
Update quickscan uitbreiding DOC Roosendaal, 2022
Groen: Kruiden- en faunarijk grasland Blauw: Beek en bron
Figuur 8: Ligging plangebied ten opzichte van het Brabants natuurnetwerk (noord-brabant.maps.arcgis, 2022). De aarden wal (aangegeven met de rode stippellijn), vormt de grens van het plangebied en ligt buiten het natuurnetwerk.
Het plangebied ligt op zeer korte afstand van het NNB en wordt daarvan gescheiden door de aarden wal. Voorkomende natuurbeheertypen zijn N03.01 Beek en bron (blauw in figuur 8) en N12.02 Kruiden- en faunarijk grasland (geel in figuur 8). Door de ruimtelijke afscheiding (dijklichaam tussen het outletcentrum en het natuurnetwerk) wordt de invloed van geluid, verlichting en optische verstoring gebufferd. Hierbij moet opgemerkt worden dat storingsfactoren als geluid en verlichting desondanks nog reiken tot in het Natuur Netwerk Brabant. In de nieuwe situatie zal dat niet anders zijn. Afhankelijk van het type verlichting dat gebruikt gaat worden in het plangebied en op het terras en afhankelijk van de afscherming van de (auto)verlichting in de parkeergarage kan door de voorgenomen ontwikkeling de invloed van geluid en verlichting toenemen, met name op grotere hoogte dan nu het geval is. Of hierdoor een aantasting van de ecologische waarden en kenmerken in het Natuur Netwerk Brabant plaatsvindt is niet objectief vast te stellen. Het plangebied ligt aan de rand van in een stedelijke omgeving waar in de huidige situatie veel verlichting en geluid aanwezig is, de smalle strook NNB staat daarnaast onder invloed van diverse andere storingsfactoren vanuit het aangrenzende buitengebied zoals stikstofdepositie en chemische bestrijdingsmiddelen.
Overigens heeft de natuurstrook zich onder deze omgevingsfactoren ontwikkeld tot een aantrekkelijk gebied voor mens en natuur. Om mogelijke effecten van verlichting op grotere hoogte te voorkomen kunnen maatregelen genomen worden zoals het zoveel mogelijk beperken en als het kan uitzetten van verlichting, het werken met afgeschermde armaturen en bijvoorbeeld afscherming van de bovenste etages van de parkeergarage aan de westzijde (voor zover de parkeerdekken boven de aarden wal uitkomen. Hiertoe dient een verlichtingsplan opgesteld te worden dat mogelijke effecten zoveel mogelijk mitigeert. Uitvoering van het verlichtingsplan dient geborgd te worden (zie ook paragraaf 3.4.2, mogelijk effect verlichting op vleermuizen). Omdat het hier niet gaat om een objectiveerbaar negatief effect wordt mitigatie voldoende geacht. Ten aanzien van geluid mag aangenomen worden dat deze factor niet leidt tot extra effecten in vergelijking met de huidige situatie. De aarden wal schermt het achterliggende NNN-gebied redelijk af waardoor de factor geluid naar verwachting niet noemenswaardig zal toenemen. Voor geluid wordt daarom geen mitigatie nodig geacht.
8
Bureau Meervelt
3.
Update quickscan uitbreiding DOC Roosendaal, 2022
ANALYSE SOORTBESCHERMING
3.1 Inleiding Ten aanzien van soortbescherming is de Wet natuurbescherming relevant. Voor meer informatie over dit afwegingskader wordt verwezen naar bijlage 1. In de Wet natuurbescherming zijn drie beschermingsregimes vastgesteld: 1. Beschermingsregime soorten Vogelrichtlijn; 2. Beschermingsregime soorten Habitatrichtlijn; 3. Beschermingsregime andere soorten (ook wel de Nationale lijst genoemd). Daarnaast kan voor soorten een vrijstelling gelden bij ruimtelijke ontwikkelingen, bestendig beheer en onderhoud. Deze vrijstellingslijst kan per provincie verschillend zijn. De lijsten per beschermingsregime en de vrijstellingslijst zijn opgenomen in bijlage 1. Bij onbekendheid met de wettelijke kaders van de Wet natuurbescherming wordt geadviseerd deze bijlage eerst door te nemen. Ten behoeve van deze quickscan is een bureauonderzoek uitgevoerd en een oriënterend veldbezoek gebracht in januari 2022.
3.2 Bureauonderzoek Voor het bureauonderzoek zijn de gegevens uit de laatste vijf jaar uit de NDFF geraadpleegd. Vanwege enige vertraging in het weergegeven van gegevens kan ervan uitgegaan worden dat dit de periode augustus 2017 tot augustus 2022 beslaat. Het onderzoeksgebied is opgenomen in bijlage 2 en zo gekozen dat de natuurlijk ingerichte zone ten westen van het plangebied deel uitmaakt van het onderzoeksgebied. Het onderzoeksgebied is dus aanmerkelijk groter dan het plangebied. De NDFF staat niet toe dat gegevens herleidbaar opgenomen worden in openbare bronnen. Daarom wordt volstaat met het weergeven van het onderzoeksgebied.
3.3 Veldbezoek Het plangebied is bezocht door een ervaren ecoloog op 11 januari van 9.30 uur tot 11.30 uur. Tijdens het veldbezoek was het bewolkt en koud (< 5 graden C). Tijdens het veldbezoek is gebruik gemaakt van een verrekijker. Het hele plangebied is doorkruist. Daarbij is ook aandacht besteed aan de aarden wal en de achterliggende natuurlijk ingerichte zone.
3.4 Synthese bureauonderzoek en veldbezoek
3.4.1 Flora In de NDFF ontbreken waarnemingen van beschermde soorten planten in het onderzoeksgebied. Het plangebied biedt geen geschikte of potentieel geschikte standplaatsen voor beschermde soorten planten. Het plangebied is bijna geheel verhard. De niet verharde delen bestaan uit het talud van de aarden wal (ingezaaid gras dat kort gehouden wordt) en enkele kleine delen plantsoen. Op grond van de inrichting en het beheer van deze onverharde delen en het ontbreken van waarnemingen van beschermde soorten in de omgeving kan worden uitgesloten dat beschermde planten aanwezig zijn. Nader onderzoek naar of een ontheffing voor beschermde planten wordt niet nodig geacht.
9
Bureau Meervelt
Update quickscan uitbreiding DOC Roosendaal, 2022
3.4.2 Zoogdieren Uit het onderzoeksgebied zijn waarnemingen van beschermde soorten zoogdieren bekend. In onderstaande tabel 1 zijn de soorten weergegeven uit de laatste vijf jaar. Tabel 1: Overzicht waargenomen beschermde soorten zoogdieren uit het onderzoeksgebied in de periode augustus 2017-augustus 2022 (bron: NDFF 28 september 2022). Voor de grijs aangegeven soorten geldt een vrijstelling bij ruimtelijke ingrepen (zie bijlage 1). Beschermingsregime Beschermde soort
Habitatrichtlijnsoort
Andere soorten
Boommarter
X
Egel
X
Haas
X
Rosse woelmuis
X
Gewone dwergvleermuis
X
Laatvlieger
X
Meervleermuis
X
Myoot (soort onbekend)
X
Rosse/Bos-/ Tweekleurige
X
vleermuis/Laatvlieger Rosse vleermuis
X
Ruige dwergvleermuis
X
Watervleermuis
X
Wolf
X
Beschermingskader Andere soorten Naar verwachting maakt het plangebied marginaal deel uit van het leefgebied van enkele zeer algemeen voorkomende soorten zoogdieren zoals enkele soorten knaagdieren en Egel. Het plangebied biedt echter zeer weinig mogelijkheden tot foerageren (de eerdergenoemde groene elementen zijn klein en marginaal geschikt door inrichting en beheer). Voorkomen van overige algemeen voorkomende zoogdieren is daardoor uit te sluiten. Vaste voortplantings- en rustplaatsen voor zoogdieren, uitgezonderd muizensoorten, ontbreken. Voor genoemde algemene soorten geldt een vrijstelling voor het vangen, en het vernietigen van verblijfplaatsen. Wel geldt de zorgplicht. Hoe op grond van de zorgplicht gehandeld dient te worden is opgenomen in hoofdstuk 4. In 2022 werd een dode Boommarter aangetroffen op een weg ten noordoosten van het Outletcenter. Het plangebied zelf is volledig ongeschikt voor deze soort. Op termijn wordt het gebied langs de Rissebeek wel geschikter door het ouder worden van de bomen. Hierdoor kunnen verblijfplaatsen ontstaan voor deze soort. De nu te toetsen voorgenomen ontwikkelingen hebben, behoudens mogelijk de uitstraling van verlichting, geen (extra) effect op dit leefgebied. Zie voor de beoordeling van extra verlichting het hiernavolgende kopje. Nader onderzoek of een ontheffing voor Boommarter is niet nodig.
Ook voor overige grondgebonden zoogdieren is het plangebied niet van betekenis. Geschikte verblijfplaatsen en geschikt foerageergebied ontbreekt in het plangebied. Nader onderzoek naar overige grondgebonden zoogdieren is niet nodig.
10
Bureau Meervelt
Update quickscan uitbreiding DOC Roosendaal, 2022
Beschermingskader Habitatrichtlijn In het onderzoeksgebied zijn acht soorten vleermuizen waargenomen in de afgelopen vijf jaar. Ook ter hoogte van het plangebied zijn waarnemingen bekend langs de Rissebeek (aan de andere zijde van de aarden wal). Waarnemingen uit het plangebied zelf ontbreken. Het plangebied is door het vrijwel ontbreken van begroeiing insectenarm en heeft daardoor als foerageergebied een verwaarloosbare functie. De wal op de grens van het plangebied en de daarop aanwezige bomenrij heeft naar verwachting wel een functie als oriëntatie voor een vliegroute voor een of enkele soorten en een functie als (deel van) foerageergebied. In de huidige situatie is sprake van uitstraling van verlichting vanuit het plangebied richting aarden wal en het gebied daarachter. Door de voorgenomen ontwikkeling blijft uitstraling van verlichting aanwezig. Door de bouw van het terras op de eerste etage en de bouw van een hogere parkeergarage kan uitstraling van verlichting toenemen. Verlichting heeft een effect op het gedrag van vleermuizen, door sommige soorten worden verlichte gebieden gemeden, met name op vlieg- en migratieroutes in verband met vergroot risico op het ten prooi vallen aan bijvoorbeeld uilen. Door andere soorten kan verlichting juist opgezocht worden tijdens het foerageren vanwege de aantrekkende werking van verlichting op insecten (prooi voor vleermuizen).
Het Outletcenter is regulier geopend tot van 10.00 uur tot 20.00 uur met een aantal keren per jaar ‘Late night shopping’ tot 21.00 uur. In de zomerperiode is er daarom geen overlap tussen gebruik van het Outletterrein en de actieve periode van vleermuizen (schemer- en nachtperiode). Overlap is wel aanwezig in het najaar als de dagen korten worden, de winter en het vroege voorjaar. Een groot deel van deze periode verblijven veel vleermuissoorten echter in of in de buurt van hun winterverblijven elders (Meervleermuis, Watervleermuis, Bosvleermuis en Tweekleurige vleermuis) (bron zoogdiervereniging.nl). Dit geldt niet of minder voor Gewone dwergvleermuizen en Ruige dwergvleermuis. Voor beide soorten is bekend dat deze ook in de winterperiode nog actief zijn en van verblijfplaats kunnen wisselen maar ook voor deze soorten is de overlap beperkt. Daarbij beslaat het buitengebied dat potentieel hinder kan ondervinden van de toegenomen verlichting slechts een zeer klein deel van het foerageergebied én zijn beide soorten goed thuis in stedelijk gebied waar veel verlichting aanwezig is. Hierdoor kan een (beperkend) effect op de foerageermogelijkheden tijdens deze overlapperiode al op voorhand vrijwel uitgesloten worden. Desalniettemin is uitstraling van verlichting op leefgebieden van beschermde soorten en op beschermde gebieden in het bijzonder niet gewenst.
Daarom dienen maatregelen genomen te worden om de uitstraling van verlichting vanuit de parkeergarage en het terras tegen te gaan. Dit kan door het gebruik van afgeschermde armatuur, het afschermen van de westelijk wanden van de parkeergarage en het waar mogelijk beperken van verlichting of het uitzetten van verlichting als deze niet nodig is (bijvoorbeeld door gebruik van ‘light on demand’, verlichting die aangaat iemand gebruik maakt van de ruimte. Een overtreding van verbodsbepalingen uit de Wet natuurbescherming vindt niet plaats mits een met het oog op dit aspect goedgekeurd verlichtingsplan overlegd kan worden en de uitvoering daarvan geborgd wordt. Nader onderzoek of een ontheffingsaanvraag voor vleermuizen is dan niet nodig. Van Wolf is één waarneming bekend ten westen van Roosendaal. Aangenomen mag worden dat het een zwervend individu betreft omdat veilig leefgebied in de vorm van grotere aaneengesloten natuurgebieden met voldoende dekking ontbreekt. Het plangebied heeft geen enkele betekenis voor deze soort. Nader onderzoek of een ontheffingsaanvraag voor Wolf is niet nodig.
3.4.3 Vogels In de NDFF zijn bijna 700 waarnemingen bekend van in totaal 47 soorten vogels in het onderzoeksgebied (zie voor begrenzing van het onderzoeksgebied bijlage 2. Een deel daarvan kan als broedvogel in het onderzoeksgebied aanwezig zijn. Met name de aangrenzende natuurlijk ingerichte zone is geschikt als broedgebied voor riet- en watervogels. Behalve algemeen voorkomende soorten zijn ook bijvoorbeeld Blauwborst, Cetti’s Zanger, Paapje, IJsvogel en Groene specht waargenomen. Deze soorten geven een indicatie van de betekenis voor vogels van de natuurlijk ingerichte zone ten westen van het plangebied. Buizerd (twee waarnemingen) en Huismus (één waarneming) werden onder meer als soorten met jaarrond beschermd nest waargenomen in het onderzoeksgebied. Onbekend is of ze gebroed hebben in het onderzoeksgebied.. Waarnemingen uit het plangebied zelf ontbreken. Tijdens het veldbezoek werd vastgesteld dat jaarrond beschermde nesten van roofvogels of andere soorten met een jaarrond beschermd nest afwezig zijn in het
11
Bureau Meervelt
Update quickscan uitbreiding DOC Roosendaal, 2022
plangebied. Waarnemingen, (sporen van) nesten en/of geschikte broedgelegenheid en/of foerageergebied ontbreken geheel in het plangebied. Het plangebied biedt ook voor algemeen voorkomende soorten vrijwel geen geschikt broedhabitat. De begroeiing, waaronder enkele jonge bomen, is zodanig dat deze overdag doorlopend aan verstoring van langsrijdend verkeer onderhevig is. Het voorkomen van broedvogels is vrijwel uit te sluiten. Als bomen gekapt moeten worden of hagen gerooid moeten worden kunnen deze, om elk risico uit te sluiten, in de winterperiode gekapt en gerooid worden. Er zijn dan met zekerheid geen broedgevallen aanwezig. Ook voor gebouwbewonende soorten ontbreekt broedgelegenheid. De parkeergarages zijn open en bieden geen plekken en/of geschikte omstandigheden om nesten te bouwen en om tot broeden te komen. Soorten die tot broeden komen in het aangrenzende gebied hebben in de huidige situatie al een grote tolerantie voor menselijke activiteit en storingsfactoren (waaronder veel bouwwerkzaamheden in de afgelopen jaren). Voor deze soorten mag aangenomen worden dat de activiteiten in het kader van de aanleg- en de gebruiksfase in het plangebied geen verstorende werking zullen hebben. Nader onderzoek naar of een ontheffing voor broedvogels wordt niet nodig geacht.
3.4.4 Reptielen In de NDFF ontbreken waarnemingen van reptielen in het onderzoeksgebied in de afgelopen vijf jaar. Het plangebied is volledig ongeschikt als leefgebied voor de in Nederland voorkomende reptielen. Schuilgelegenheid en foerageergebied ontbreekt. Nader onderzoek naar of een ontheffing voor reptielen is niet nodig.
3.4.5 Amfibieën In onderstaande tabel 2 zijn waarnemingen van beschermde soorten amfibieën opgenomen die voorkomen in het onderzoeksgebied in de afgelopen vijf jaar. Tabel 2: Overzicht waargenomen beschermde soorten amfibieën in het onderzoeksgebied in de periode augustus 2017 – augustus 2022 (bron: NDFF, 28 september 2022). Voor de grijs aangegeven soorten geldt een vrijstelling bij ruimtelijke ontwikkelingen (zie bijlage 1). Beschermingsregime Beschermde soort
Habitatrichtlijnsoort
Andere soorten
Bastaardkikker
X
Bruine kikker
X
Gewone pad
X
Groene kikker (onb.)
X
Kleine watersalamander
X
Uit het plangebied ontbreken waarnemingen. Het plangebied is vanwege de aanwezige verharding en de sobere groene inrichting volledig ongeschikt voor amfibieën. Voortplantingshabitat en overwinteringshabitat ontbreekt op de locaties waar de voorgenomen ontwikkelingen plaatsvinden. Nader onderzoek naar of een ontheffing voor deze soortgroep wordt niet nodig geacht.
3.4.6 Vissen Waarnemingen van vissen ontbreken in het onderzoeksgebied. Mogelijk vormt de Rissebeek die aan de westzijde van het plangebied loopt leefgebied van enkele algemeen voorkomende soorten. In het plangebied ontbreekt open water. Hierdoor is het plangebied volledig ongeschikt als leefgebied voor vissen. Nader onderzoek naar of een ontheffing voor vissen is niet aan de orde.
12
Bureau Meervelt
Update quickscan uitbreiding DOC Roosendaal, 2022
3.4.7 Overige beschermde soortgroepen of soorten Waarnemingen van overige beschermde soortgroepen en soorten ontbreken uit het onderzoeksgebied. Voorkomen van leefgebied of verblijfplaatsen van overige beschermde soorten in het plangebied is op basis van de inrichting, het beheer en het gebruik van het plangebied uit te sluiten. Nader onderzoek naar of een ontheffing voor overige beschermde soorten wordt niet nodig geacht.
13
Bureau Meervelt
4.
Update quickscan uitbreiding DOC Roosendaal, 2022
CONCLUSIES
4.1 Conclusies gebiedsbescherming Natura 2000 • Het plangebied maakt geen deel uit van een Natura 2000-gebied. Het meest nabijgelegen Natura 2000-gebied is Brabantse Wal en ligt op een afstand van circa 6,5 kilometer ten zuidwesten van het plangebied. Op grotere afstand (meer dan 10 kilometer) ligt Natura 2000 gebied Markiezaat. Uitstraling van de meeste storingsfactoren (zoals geluid, optische verstoring of trillingen) op Natura 2000-gebieden is op voorhand uit te sluiten door de afstand tot het Natura 2000 Brabantse Wal met uitzondering van stikstof. Ten aanzien van stikstof(depositie) geldt een partiële vrijstelling van de natuurvergunningplicht voor activiteiten van de bouwsector (ofwel de bouwvrijstelling). Deze vrijstelling is geregeld in het nieuwe artikel 2.9a Wet natuurbescherming, dat is toegevoegd met de Wet stikstofreductie en natuurverbetering. De vrijstelling geldt voor bouw-, aanleg- en sloopactiviteiten. Dat is geregeld in artikel 2.5 van het Besluit natuurbescherming dat is toegevoegd met het Besluit stikstofreductie en natuurverbetering. Hierbij dient opgemerkt te worden dat in het najaar van 2022 een uitspraak van de Raad van State verwacht wordt over de juridische houdbaarheid van deze vrijstelling. De situatie rondom dit aspect kan dus nog wijzigen.
De beoordeling van stikstofdepositie voor de gebruiksfase vindt separaat plaats en is geen onderdeel van onderhavig onderzoek. Als uit onderzoek blijkt dat een toename van stikstofdepositie te verwachten is, kan een vergunning Wet natuurbescherming aan de orde zijn. Natuurnetwerk Brabant Het plangebied wordt van het Natuur Netwerk Brabant (NNB) gescheiden door een aarden wal. Afhankelijk van het type verlichting dat gebruikt gaat worden in het plangebied en op het terras en afhankelijk van de afscherming van de (auto)verlichting in de parkeergarage, kan door de voorgenomen ontwikkeling de invloed van geluid en verlichting toenemen, met name op grotere hoogte dan nu het geval is. Of hierdoor een aantasting van de ecologische waarden en kenmerken in het Natuur Netwerk Brabant plaatsvindt is niet objectief vast te stellen. Het plangebied ligt aan de rand van in een stedelijke omgeving waar in de huidige situatie veel verlichting en geluid aanwezig is, de smalle strook NNB staat daarnaast onder invloed van diverse andere storingsfactoren vanuit het aangrenzende buitengebied zoals stikstofdepositie en chemische bestrijdingsmiddelen.
Om mogelijke effecten van verlichting op grotere hoogte te voorkomen kunnen maatregelen genomen worden zoals het zoveel mogelijk beperken en als het kan uitzetten van verlichting, het werken met afgeschermde armaturen en bijvoorbeeld afscherming van de bovenste etages van de parkeergarage aan de westzijde (voor zover de parkeerdekken boven de aarden wal uitkomen). Hiertoe dient een verlichtingsplan opgesteld te worden dat mogelijke effecten zoveel mogelijk mitigeert. Uitvoering van het verlichtingsplan dient geborgd te worden (zie ook paragraaf 3.4.2, mogelijk effect verlichting op vleermuizen). Omdat het hier niet gaat om een objectiveerbaar negatief effect wordt mitigatie voldoende geacht. Ten aanzien van geluid mag aangenomen worden dat deze factor niet leidt tot extra effecten in vergelijking met de huidige situatie. De aarden wal schermt het achterliggende NNN-gebied af waardoor de factor geluid naar verwachting niet noemenswaardig zal toenemen. Voor geluid wordt daarom geen mitigatie nodig geacht.
4.2 Conclusies soortbescherming •
Het plangebied is in de huidige situatie bijna geheel verhard en voornamelijk als parkeervoorziening in gebruik. Groene elementen in de vorm van bomen, struiken of stukjes grasland ontbreken vrijwel geheel op het gehele terrein (enkele jonge platanen en een haag zijn nog aanwezig en de wal is begroeid met voornamelijk grassen). De ontwikkelingen in het plangebied, concreet de mogelijk toenemende uitstraling van verlichting richting de aangrenzende natuurzone, kunnen een (beperkt) negatief hebben op het vlieg- en foerageergebied van enkele
14
Bureau Meervelt
Update quickscan uitbreiding DOC Roosendaal, 2022
vleermuissoorten en mogelijk op andere soorten1. Het effect, indien aanwezig, is beperkt omdat de overlap tussen het in gebruik hebben van deze verlichting en de actieve periode van vleermuizen (schemer- en nachtperiode in de periode maart tot oktober) beperkt is. Een mogelijk effect is pas aan de orde als het vroeger dan 20.00 uur donker wordt. Ook dan geldt dat in het vlieg- en foerageergebied het grootste deel van de nacht een vergelijkbare situatie bestaat als de huidige situatie. Omdat uitstraling van verlichting richting leefgebieden van soorten echter niet gewenst is dienen maatregelen genomen te worden om de uitstraling van verlichting vanuit de parkeergarage en het terras tegen te gaan (zie ook onder NNB bij gebiedsbescherming. Dit kan door het gebruik van afgeschermde armatuur, het afschermen van de westelijk wanden van de parkeergarage en het waar mogelijk beperken van verlichting of het uitzetten van verlichting als deze niet nodig is (bijvoorbeeld door gebruik van ‘light on demand’, verlichting die aangaat iemand gebruik maakt van de ruimte. Een overtreding van verbodsbepalingen uit de Wet natuurbescherming vindt niet plaats mits een met het oog op dit aspect goedgekeurd verlichtingsplan overlegd kan worden en de uitvoering daarvan geborgd wordt. Nader onderzoek of een ontheffingsaanvraag voor vleermuizen of andere soorten is dan niet nodig. •
Het voorkomen van broedvogels in het plangebied is vrijwel uit te sluiten door de aanwezige storingsfactoren. Als bomen gekapt moeten worden of hagen gerooid moeten worden kunnen deze, om elk risico uit te sluiten, in de winterperiode gekapt en gerooid worden. Er zijn dan met zekerheid geen broedgevallen aanwezig.
•
De zorgplicht is bij alle werkzaamheden van kracht. De zorgplicht is als een open norm geformuleerd in het eerste lid van artikel 1.11 Wet natuurbescherming. In het tweede lid wordt de zorgplicht nader geconcretiseerd door te bepalen dat deze plicht inhoudt dat eenieder die weet of redelijkerwijs kan vermoeden dat door zijn handelen of nalaten nadelige gevolgen kunnen worden veroorzaakt voor een Natura 2000-gebied, een bijzonder nationaal natuurgebied of voor in het wild levende dieren en planten: 1. dergelijke handelingen achterwege laat, dan wel, 2. indien dat achterwege laten redelijkerwijs niet kan worden gevergd, de noodzakelijke maatregelen treft om die gevolgen te voorkomen, of voor zover die gevolgen niet kunnen worden voorkomen, deze zoveel mogelijk beperkt of ongedaan maakt. In het licht van de zorgplicht zijn de volgende maatregelen nodig als buiten de verharding gewerkt wordt en er holen van algemene soorten als Konijn of verblijfplaatsen van Egel aanwezig kunnen zijn: o Indien er verstoring plaatsvindt, dient er een passende vluchtroute beschikbaar te zijn. Dit geldt in het bijzondervoor grondgebonden zoogdieren (zoals muizen en egels), maar ook voor vogels, om verkeersslachtoffers te voorkomen. Werk vanaf één zijde en bij voorkeur van een drukke naar een rustige locatie toe, zoals een open veld of ruigte.
Werk ook op een aangepast tempo, zodat dieren kunnen vluchten. o Kunstmatige verlichting werkt verstorend op zoogdieren en andere fauna. Werk daarom niet tussen zonsondergang en zonsopkomst. o Voorkom of beperk daarnaast de toepassing van kunstlicht en de verstrooiing van licht buiten de projectlocatie. Voorkom ook het direct schijnen op wateroppervlakken of groenelementen, zoals bosschages en ruigtes (met name voor vleermuizen). o Gelet op de algemene zorgplicht dienen voorafgaand aan de werkzaamheden alle maatregelen te worden getroffen om nadelige gevolgen voor flora en fauna zoveel mogelijk te voorkomen, beperken of ongedaan te maken. Dit geldt altijd en voor alle planten- en diersoorten. o Ook voor mogelijke aanwezigheid van egel en vestiging van de rugstreeppad dient de zorgplicht in acht te worden genomen. Voorkom opslag van materialen waaronder dieren kunnen gaan verblijven. Het ontstaan van poeltjes en plassen op het terrein dient gedurende het zomerhalfjaar (vanaf april) te worden voorkomen. Als deze soorten worden waargenomen, dienen zij zichzelf in veiligheid te kunnen brengen.
1
Over de negatieve effecten van nachtelijke verlichting op flora en fauna is overigens nog veel onduidelijk. Nader onderzoek
wordt
uitgevoerd
om
gevolgen
van
nachtelijke
verlichting
https://www.rivm.nl/sites/default/files/2018-11/ThemaLicht.pdf
15
op
mens
en
natuur
in
beeld
te
brengen.
Bureau Meervelt
o
Update quickscan uitbreiding DOC Roosendaal, 2022
Indien een soort die niet in de quickscan wordt genoemd in het terrein wordt geconstateerd bij aanvang van de werkzaamheden, dient hier passend op te worden gereageerd. Het is hierbij nodig om contact op te nemen met een ter zake kundige en een maatregel toe te passen, zodat de wet niet wordt overtreden.
16
Bureau Meervelt
5.
Update quickscan uitbreiding DOC Roosendaal, 2022
LITERATUURLIJST EN WEBSITES
RoyalHaskoningDHV, 2022. Bestemmingsplan Uitbreiding Designer Outlet Roosendaal – Toelichting, Royal HaskoningDHV, 28 juli 2022. www.zoogdiervereniging.nl Kaartbank - Provincie Noord-Brabant: https://noord-brabant.maps.arcgis.com
17
Bijlage 1 Achtergronden Wet natuurbescherming In deze bijlage wordt kort ingegaan op een relevant geachte selectie uit de Wet natuurbescherming. Aan deze bijlage kunnen geen rechten worden ontleend. Voor de volledige tekst wordt verwezen naar de Wet natuurbescherming.
Wet Natuurbescherming Sinds 1 januari 2017 is de Wet natuurbescherming van kracht. Deze vervangt drie wetten; de Natuurbeschermingswet 1998, de Boswet en de Flora- en Faunawet. De wet bestaat uit 12 hoofdstukken waarvan voor deze quickscan de eerste vier hoofdstukken relevant zijn: - Hoofdstuk 1: Algemene bepalingen - Hoofdstuk 2: Natura 2000 - Hoofdstuk 3: Soorten - Hoofdstuk 4: Houtopstanden, hout en houtproducten De overige hoofdstukken behandelen vrijstellingen, beschikkingen en verplichtingen, financiële bepalingen, handhaving, overige aspecten, overgangsrecht en de wijziging en samenloop van en met andere wetten en/of wetsvoorstellen. De quickscan beperkt zich tot toetsing aan de eerste vier hoofdstukken. Eventueel relevante bepalingen over vrijstellingen (bijvoorbeeld bij ruimtelijke ontwikkelingen, bestendig beheer en onderhoud) worden in de quickscan ook meegenomen,
De Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) verleent ontheffingen en vergunningen voor ruimtelijke ingrepen die gevolgen voor de natuur kunnen hebben zoals: •
Projecten van gebieden die niet op provinciaal niveau zijn ingedeeld.
•
Hoofdwegen, hoofdvaarwegen en landelijke spoorwegen.
•
Kustbescherming: primaire waterkeringen zoals kustverdediging en rivierveiligheidsmaatregelen, zoals Ruimte voor de Rivier
projecten. •
Activiteiten op militaire terreinen en oefengebieden.
•
Landelijk energietransportnetwerk (hoogspanningsverbindingen vanaf 220kV).
•
Gastransportnetwerk
•
Activiteiten van of door een lid van het Koninklijk Huis
•
Valkeniersaktes
Voor alle andere ontheffingen en vergunningen is de provincie verantwoordelijk.
In deze bijlage worden kort de kaders van de wet geschetst voor de gebiedsbescherming (Natura 2000), de soortbescherming en de houtopstanden.
•
Natura 2000
De biodiversiteit (soortenrijkdom) in Europa gaat al jaren achteruit. Duurzame bescherming van flora en fauna is hard nodig. Planten en dieren trekken zich weinig aan van landsgrenzen en het is daarom belangrijk om natuurbescherming in Europees verband aan te pakken. Zo wordt voorkomen dat de natuur in Europa en in Nederland steeds eenvormiger wordt. Daartoe is in 1979 de Vogelrichtlijn opgesteld en in 1992 de Habitatrichtlijn. Deze richtlijnen hebben twee componenten: soortenbescherming en gebiedsbescherming. Natura 2000 vormt de component gebiedsbescherming. Alle EU-lidstaten wijzen beschermde gebieden aan voor specifieke (leefgebieden van) (vogel-)soorten. De onder beide richtlijnen aangewezen beschermde gebieden vormen het Natura 2000-netwerk. De Nederlandse bijdrage aan dit Europese netwerk van beschermde natuurgebieden bestaat uit ruim 160 gebieden (www.synbiosys.alterra.nl).
Het is verboden zonder vergunning van Gedeputeerde Staten een project te realiseren dat niet direct verband houdt met of nodig is voor het beheer van een Natura 2000-gebied maar dat afzonderlijk of in combinatie met andere plannen of projecten significante gevolgen kan hebben voor een Natura 2000-gebied.
Voor de habitattypen en (vogel)soorten waarvoor de Natura 2000-gebieden worden aangewezen, zijn door de overheid instandhoudingsdoelen opgesteld. Toetsing vindt altijd plaats in het licht van deze instandhoudingsdoelen. Ontwikkelingen alleen plaats kunnen vinden als zekerheid verkregen is omtrent het niet optreden van een verslechtering van de kwaliteit van de natuurlijke habitats en de habitats van soorten, dan wel de verstoring van soorten. Er is sprake van significante gevolgen als de instandhoudingsdoelstellingen door menselijk handelen (mogelijk) niet gehaald worden. Een vergunning kan alleen verleend worden als zeker is dat het plan of project niet leidt tot aantasting van de natuurlijke kenmerken. Met andere woorden: er mogen best activiteiten ontplooid worden in of bij een Natura 2000-gebied, zolang een activiteit maar niet leidt tot significante gevolgen.
Voor alle Natura 2000-gebieden worden beheerplannen opgesteld. Daarin staan de instandhoudingsdoelen, hoe deze doelen bereikt kunnen worden en voorbeelden van welke activiteiten zijn toegestaan en welke vergunningplichtig zijn. Natura 2000 heeft een externe werking. Dit betekent dat ook activiteiten buiten het Natura 2000-gebied, die negatieve gevolgen kunnen hebben voor het Natura 2000-gebied, getoetst moeten worden aan de Wet natuurbescherming (denk bijvoorbeeld aan verdroging van een natuurgebied als gevolg van grootschalige wateronttrekking enkele kilometers verder).
In de quickscan wordt, als dat nodig is, een paragraaf opgenomen waarin de kans op significante negatieve effecten als gevolg van de voorgenomen ontwikkeling wordt beoordeeld. Deze paragraaf kan gezien worden als een voortoets op grond waarvan overleg gevoerd kan worden met bevoegd gezag over de noodzaak van een vergunning op grond van de Wet natuurbescherming. Als significant negatieve effecten niet op voorhand kunnen worden uitgesloten is in veel gevallen een passende beoordeling en een vergunning nodig.
•
Soortbescherming
Onafhankelijk van gebieden worden ook soorten beschermd in de Wet natuurbescherming. Ten aanzien van soorten gelden drie beschermingsregimes. Deze beschermingsregimes komen gedeeltelijk overeen met elkaar, in detail verschillen ze echter. De groepen waarvoor de verschillende beschermingsregimes in het leven zijn geroepen worden hieronder weergegeven met de belangrijkste verbodsbepalingen. In de daaropvolgende lijsten worden de afzonderlijke beschermde soorten weergegeven.
1. Soorten van de Vogelrichtlijn. Dit zijn alle van nature in Nederland in het wild levende vogels (zoals bedoelt in artikel 1 van de Vogelrichtlijn). Het is verboden opzettelijk nesten, rustplaatsen en eieren van deze vogels te vernielen of te beschadigen, of nesten van vogels weg te nemen, eieren te rapen of onder zich te hebben en vogels zodanig te storen dat deze storing van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding.
2. Soorten van de Habitatrichtlijn. Dit zijn soorten die genoemd zijn in Bijlage IV van de Habitatrichtlijn, Bijlage I en II van het Verdrag van Bern en Bijlage II van het Verdrag van Bonn. In de Bijlagen van de Verdragen van Bern en Bonn worden ook vogels genoemd. Het is verboden deze dieren opzettelijk te doden of te vangen, te verstoren, eieren opzettelijk te vernielen of te rapen, voortplantingsplaatsen of rustplaatsen te beschadigen of te vernielen en het is verboden planten opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen.
3. Nationaal aangewezen (overige soorten). Dit zijn soorten genoemd in de bijlage van de Wet natuurbescherming. Het gaat om de bescherming van in nationaal opzicht te beschermen soorten, die zijn genoemd op de Vogel- of Habitatrichtlijn (art. 3.10 3.11 Wet natuurbescherming). Reden voor de bescherming is de maatschappelijke overtuiging dat deze dieren bescherming behoeven. Andere in de bijlage opgenomen soorten worden om ecologische redenen beschermd. Het is verboden vaste voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren opzettelijk te beschadigen of te vernielen of vaatplanten opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen.
De wet voorziet in mogelijkheden voor het verlenen van vrijstellingen. Deze vrijstellingen dienen steeds bij verordening door provinciale staten te worden verleend. Bij het verlenen van de vrijstelling moet aan dezelfde voorwaarden worden voldaan als bij het verlenen van een ontheffing. Aan Gedeputeerde staten van de provincies is in de Wet natuurbescherming beleidsvrijheid toegekend.
In onderstaande tabel zijn de soorten van de habitatrichtlijn en de andere soorten opgenomen. Tabellen met vogelsoorten met jaarrond beschermde nesten zijn opgenomen in de quickscan. Na deze tabel volgt een tabel met soorten waarvoor een vrijstelling is opgenomen bij ruimtelijke ontwikkelingen, bestendig beheer en onderhoud.
HABITATRICHTLIJN Zoogdieren Baardvleermuis
Myotis mystacinus
Kleine hoefijzerneus
Rhinolophus hipposideros
Bechstein’s vleermuis
Myotis bechsteinnii
Laatvlieger
Eptesicus serotinus
Bever
Castor fiber
Lynx
Lynx lynx
Bosvleermuis
Nyctalus leisleri
Meervleermuis
Myotis dasycneme
Brandt’s vleermuis
Myotis brandtii
Mopsvleermuis
Barbastella barbastellus
Bruinvis
Phocoena phocoena
Nathusius’ vleermuis
Pipistrellus nathusii
Euraziatische lynx
Lynx lynx
Noordse woelmuis
Microtus oeconomus
Franjestaart
Myotis nattereri
Otter
Lutra lutra
Gewone dolfijn
Delphinus delphis
Rosse vleermuis
Nyctalus noctula
Gewone dwergvleermuis
Pipistrellus pipistrellus
Tuimelaar
Tursiops truncatus
Gewone grootoorvleermuis
Plecotus auritus
Tweekleurige vleermuis
Vespertilio murinus
Hazelmuis
Muscardinus avellanarius
Vale vleermuis
Myotis myotis
Ingekorven vleermuis
Myotis emarginatus
Wilde kat
Felis silvestris
Kleine dwergvleermuis
Pipistrellus pygmaeus
Wolf
Canus lupus
Boomkikker
Hyla arborea
Muurhagedis
Podarcis muralis
Geelbuikvuurpad
Bombina variegata
Poelkikker
Rana lessonae
Gladde slang
Coronella austriacus
Rugstreeppad
Bufo calamita
Heikikker
Rana arvalis
Vroedmeesterpad
Alytes obstreticans
Kamsalamander
Triturus cristatus
Zandhagedis
Lacerta agilis
Knoflookpad
Pelobates fuscus
Reptielen en amfibieën
Dagvlinders Donker pimpernelblauwtje
Maculinea nausithous
Tijmblauwtje
Maculinea arion
Grote vuurvlinder
Lycaena dispar
Zilverstreephooibeestje
Coenonympha hero
Pimpernelblauwtje
Maculinea teleius
Nachtvlinders Teunisbloempijlstaart
Proserpinus proserpina
Libellen Bronslibel
Oxygastra curtisii
Noordse winterjuffer
Sympecma paedisca
Gaffellibel
Ophiogomphus cecilia
Oostelijke witsnuitlibel
Leucorrhinia
Gevlekte witsnuitlibel
Leucorrhinia pectoralis
Rivierrombout
Stylurus flavipes
Groene glazenmaker
Aeshna viridis
Sierlijke witsnuitlibel
Leucorrhinia caudalis
Conegonus oxyrrhynchus
Steur
Acipenser sturio
Drijvende waterweegbree
Luronium natans
Kruipend moerasscherm
Apium repens
Groenknolorchis
Liparis loeselii
Zomerschroeforchis
Spiranthes aestivalis
Brede geelrandwaterroofkever
Dytiscus latissimus
Heldenbok
Cerambyx cerdo
Gestreepte waterroofkever
Graphoderus bilineatus
Juchtleerkever
Osmoderma eremita
Vermiljoenkever
Cucujus cinnaberinus
Unio crassus
Platte schijfhoren
Anisus vorticulus
Blaasvaren
Cystopteris fragilis
Kleine wolfsmelk
Euphorbia exigua
Groensteel
Asplenium viride
Kluwenklokje
Campanula glomerata
Schubvaren
Ceterach officinarum
Knollathyrus
Lathyrus linifolius
Akkerboterbloem
Ranunculus arvensis
Knolspirea
Filipendula vulgaris
Akkerdoornzaad
Torilis arvensis
Korensla
Arnoseris minima
Akkerogentroost
Odontites vernus
Kranskarwij
Carum verticillatum
Beklierde ogentroost
Euphrasia rostkoviana
Kruiptijm
Thymus praecox
Berggamander
Teucrium montanum
Lange zonnedauw
Drosera longifolia
Bergnachtorchis
Platanthera montana
Liggende ereprijs
Veronica prostrata
Blauw guichelheil
Anagallis arvensis
Moerasgamander
Teucrium scordium
Bokkenorchis
Himantoglossum hircinum
Muurbloem
Erysimum cheiri
Bosboterbloem
Ranunculus polyanthemos
Naakte lathyrus
Lathyrus aphaca
Bosdravik
Bromopsis ramosa
Naaldenkervel
Scandix pecten-veneris
Pijlscheefkelk
Arabis hirsuta
Vissen Houting Vaatplanten
Kevers
Weekdieren Bataafse stroommossel
NATIONAAL Planten
Brave hendrik
Chenopodium
bonus-
henricus
Brede wolfsmelk
Euphorbia platyphyllos
Roggelelie
Lilium bulbiferum
Breed wollegras
Eriophorum latifolium
Rood peperboompje
Daphne mezereum
Bruinrode wespenorchis
Epipactis atrorubens
Rozenkransje
Antennaria dioica
Dennenorchis
Goodyera repens
Ruw parelzaad
Lithospermum arvense
Dreps
Bromus secalinus
Scherpkruid
Asperugo procumbens
Echte gamander
Teucrium chamaedrys
Schubzegge
Carex lepidocarpa
Franjegentiaan
Gentianella ciliata
Smalle raai
Galeopsis angustifolia
Geelgroene wespenorchis
Epipactis muelleri
Spits havikskruid
Hieracium lactucella
Geplooide vrouwenmantel
Alchemilla subcrenata
Steenbraam
Rubus saxatilis
Getande veldsla
Valerianella dentata
Stijve wolfsmelk
Euphorbia stricta
Gevlekt zonneroosje
Tuberaria guttata
Stofzaad
Monotropa hypopitys
Glad biggenkruid
Hypochaeris glabra
Tengere distel
Carduus tenuiflorus
Gladde zegge
Carex laevigata
Tengere veldmuur
Minuartia hybrida
Groene nachtorchis
Coeloglossum viride
Trosgamander
Teucrium botrys
Groot spiegelklokje
Legousia speculum-veneris
Veenbloembies
Scheuchzeria palustris
Grote bosaardbei
Fragaria moschata
Vliegenorchis
Ophrys insectifera
Grote leeuwenklauw
Aphanes arvensis
Vroege ereprijs
Veronica praecox
Honingorchis
Herminium monorchis
Wilde ridderspoor
Consolida regalis
Kalkboterbloem
Ranunculus polyanthemos
Wilde averuit
Artemisia campestris
Kalketrip
Centaurea calcitrapa
Wilde weit
Melampyrum arvense
Karthuizeranjer
Dianthus carthusianorum
Wolfskers
Atropa bella-donna
Karwijsalie
Selinum carvifolia
Zandwolfsmelk
Euphorbia seguieriana
Kleine ereprijs
Veronica verna
Zinkviooltje
Viola lutea subsp. calaminaria
Kleine schorseneer
Scorzonera humilis
Zweedse kornoelje
Cornus suecica
Gewone bronlibel
Cordulegaster boltonii
Kevers Viegend hert
Lucanus cervus
Libellen Beekrombout
Gomphus vulgatissimus
Bosbeekjuffer
Calopteryx virgo
Hoogveenglanslibel
Somatochlora arctica
Donkere waterjuffer
Coenagrion armatum
Kempense heidelibel
Sympetrum depressiusculum
Gevlekte glanslibel
Somatochlora flavomaculata
Speerwaterjuffer
Coenagrion hastulatum
Aardbeivlinder
Pyrgus malvae
Kleine heivlinder
Hipparchia statilinus
Bosparelmoervlinder
Melitaea athalia
Kleine ijsvogelvlinder
Limenitis camilla
Bruin dikkopje
Erynnis tages
Kommavlinder
Hesperia comma
Bruine eikenpage
Satyrium ilicis
Sleedoornpage
Thecla betulae
Duinparelmoervlinder
Argynnis niobe
Spiegeldikkopje
Heteropterus morpheus
Gentiaanblauwtje
Maculinea alcon
Veenbesblauwtje
Plebejus optilete
Grote parelmoervlinder
Argynnis aglaja
Veenbesparelmoervlinder
Boloria aquilonaris
Grote vos
Nymphalis polychloros
Veenhooibeestje
Coenonympha tullia
Grote weerschijnvlinder
Apatura iris)
Veldparelmoervlinder
Melitaea cinxia
Iepenpage
Satyrium w-album
Zilveren maan
Boloria selene
Dagvlinders
Kreeftachtigen Europese rivierkreeft
Astacus astacus
Vissen Beekdonderpad
Cottus rhenanus
Gestippelde alver
Alburnoides bipunctatus
Beekprik
Lampetra planeri
Grote modderkruiper
Misgurnus fossilis
Elrits
Phoxinus phoxinus
Kwabaal
Lota lota
Alpenwatersalamander
Mesotriton alpestris
Meerkikker
Rana ridibunda
Bruine kikker
Rana temporaria
Middelste groene kikker
Pelophylax kl. esculentus
Gewone pad
Bufo bufo
Vinpootsalamander
Lissotriton helveticus
Kleine watersalamander
Lissotriton vulgaris
Vuursalamander
Salamandra salamandra
Amfibieën
Reptielen Adder
Vipera berus ssp. berus
Levendbarende hagedis
Zootoca vivipara
Hazelworm
Anguis fragilis
Ringslang
Natrix natrix
Aardmuis
Microtus agrestis
Konijn
Oryctolagus cuniculus
Boommarter
Martes martes
Molmuis
Arvicola scherman
Zoogdieren
Bosmuis
Apodemus sylvaticus
Ondergrondse woelmuis
Pitymys subterraneus
Bunzing
Mustela putorius
Ree
Capreolus capreolus
Damhert
Dama dama
Rosse woelmuis
Clethrionomys glareolus
Das
Meles meles
Steenmarter
Martes foina
Dwergmuis
Micromys minutus
Tweekleurige bosspitsmuis
Sorex coronatus
Dwergspitsmuis
Sorex minutus
Veldmuis
Microtus arvalis
Edelhert
Cervus elaphus
Veldspitsmuis
Crocidura leucodon
Eekhoorn
Sciurus vulgaris
Vos
Vulpes vulpes
Egel
Erinaceus europeus
Waterspitsmuis
Neomys fodiens
Eikelmuis
Eliomys quercinus
Wezel
Mustela nivalis
Gewone bosspitsmuis
Sorex araneus
Wild zwijn
Sus scrofa
Grote bosmuis
Apodemus flavicollis
Woelrat
Arvicola terrestris
Haas
Lepus europeus
Gewone zeehond
Phoca vitulina
Hermelijn
Mustela erminea
Grijze zeehond
Halichoerus grypus
Huisspitsmuis
Crocidura russula
In de Verordening van Provinciale Staten van de provincie Noord-Brabant houdende regels ter bescherming van de natuur (Verordening natuurbescherming Noord-Brabant) is in artikel 2.2 de vrijstelling andere soorten opgenomen:
Artikel 2.2 Vrijstelling andere soorten 1. In verband met handelingen als bedoeld in artikel 3.10, tweede lid, onder a, e, f en g, van de wet2, is het, in afwijking van de verboden, bedoeld in artikel 3.10, eerste lid, van de wet, toegestaan om: a.
de soorten genoemd in bijlage 3, behorende bij deze verordening, te vangen;
b.
de vaste voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van de soorten, bedoeld onder a, opzettelijk te beschadigen of te vernielen;
2.
2
Door Gedeputeerde Staten kan bijlage 3, behorende bij deze verordening, worden gewijzigd.
In de Wet natuurbescherming is onder artikel 3.10, tweede lid opgenomen dat de noodzaak voor ontheffing en vrijstelling ook
verband kan houden met ruimtelijke inrichting of ontwikkeling van gebieden (a), bestendig beheer en onderhoud (e), in het kader van bestendig beheer of onderhoud aan vaarwegen, watergangen, waterkeringen, waterstaatswerken, oevers, vliegvelden, wegen, spoorwegen of bermen, of in het kader van natuurbeheer (f), in het kader van bestendig beheer en onderhoud van de landschappelijke kwaliteiten van een bepaald gebied (g).
Wet Natuurbescherming ontheffing/vrijstelling Of een ontheffing of vrijstelling verleend kan worden of van toepassing is, ligt aan de voorwaarden die gesteld zijn in de wet. Deze voorwaarden zijn zwaarder bij soorten van de vogel- en habitatrichtlijn en minder zwaar bij overige soorten. Een voorbeeld: voor een overige soort kan bij een ontheffingsaanvraag als belang het uitvoeren van een ruimtelijke ontwikkeling genoemd worden, voor een vogelrichtlijnsoort geldt dit belang niet en moet aangetoond worden dat er geen andere bevredigende oplossing is en dat de voorgenomen ontwikkeling een groot belang dient (bijvoorbeeld volksgezondheid of openbare veiligheid). De belangen staan genoemd in de wet.
•
Houtopstanden, hout en houtproducten
Een houtopstand is een zelfstandige eenheid van bomen, boomvormers, struiken, hakhout of griend die: a. een oppervlakte grond beslaat van tien are of meer, of b. bestaat uit een rijbeplanting die meer dan twintig bomen omvat, gerekend over het totaal aantal rijen.
Het is op grond van de Wet natuurbescherming verboden een houtopstand geheel of gedeeltelijk te vellen of te doen vellen, met uitzondering van het periodiek vellen van griend- of hakhout, zonder voorafgaande melding daarvan bij gedeputeerde staten.
Provinciale staten kunnen bij verordening regels stellen over een dergelijke melding. Deze regels kunnen in elk geval betrekking hebben op: a. de gegevens die bij de melding worden verstrekt, b. de termijn waarbinnen de melding wordt gedaan, en c. de wijze waarop de melding wordt gedaan. Gedeputeerde staten kunnen het vellen van houtopstanden telkens voor ten hoogste vijf jaar verbieden ter bescherming van bijzondere natuur- of landschapswaarden.