CConstaterende datRoosendaal
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 Programmabegroting 2026.pdf

Gemeenteraad 12 november 2025, gemeente RoosendaalBij agendapunt: 4a: Raadsvoorstel Programmabegroting 202629.272 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

1 alinea's met “vreemd”: 1104

❖ We ondersteunen jongeren bij het ontwikkelen van een positief zelfbeeld, hun eigen identiteit en (sociale) weerbaarheid. ❖ Stimuleren van betrokkenheid en burgerschap bij jongeren. ❖ Voorbereiding op een zelfstandige toekomst (werk, wonen, financiën). 2. We bouwen de niet-vrije toegankelijke zorg af In lijn met de landelijke doelen uit de Hervormingsagenda en regionale regiovisie zetten we in op afbouw van laagcomplexe niet-vrij toegankelijke zorg en wachttijdenreductie. Activiteiten: ❖ Door het normaliseren van gedrag en vraagstukken krijgen we grip op de toegang tot jeugdzorg en ondersteuning ❖ Inzetten van collectieve trajecten als alternatief voor individuele arrangementen waar mogelijk. ❖ Flexibele, iteratieve ontwikkeling van regiovisie met ruimte voor actuele knelpunten. ❖ Aanpak wachttijden met landelijke Taskforce: inzet op 'passende zorg op het juiste moment' binnen regionale netwerken. ❖ Intensieve samenwerking met aanbieders om zelfredzaamheid van gezinnen te versterken en alternatieven voor jeugdhulp te benutten. 3. Ouders en verzorgers worden aangesproken op hun eigen kracht van het opvoeden (minder dwang en uithuisplaatsingen – jeugdbescherming vernieuwen) Landelijk en regionaal is afgesproken om het aantal jeugdbeschermingsmaatregelen en uithuisplaatsingen structureel te verlagen.

De focus ligt op vrijwillige hulp, inzet van het netwerk en het versterken van veiligheid thuis. Activiteiten: ❖ Terugdringen van (vrijwillige) uithuisplaatsingen door eerder en uitgebreider in te zetten op hulp en ondersteuning in de thuissituatie in plaats van uithuisplaatsing als onderdeel van het aanbod.

62

❖ Doorontwikkeling van proeftuinen met focus op vrijwillige ondersteuning en minder formele

maatregelen. ❖ Gezamenlijke inkoop jeugdbescherming en jeugdreclassering in Brabant op basis van onafhankelijk advies en regionale ervaringen. ❖ Evaluatie en eventuele herziening van tarieven jeugdbescherming

Wat mag dit kosten? Jeugd en jeugdzorg X € 1.000 Lasten Baten Saldo

2024 rekening 51.949 15.826 36.123

2025 begroting 53.743 15.413

2026 begroting 43.943 8.431

2027 begroting 43.012 8.431

2028 begroting 43.631 8.431

2029 begroting 44.166 8.431

38.330

35.513

34.581

35.200

35.735

Gemeenschappelijke regelingen Als gemeenten samen een organisatie oprichten om voor diezelfde gemeenten taken uit te voeren, noemen we dat een Gemeenschappelijke Regeling (GR). De deelnemende gemeenten bepalen het beleid en de GR voert dit beleid uit. Ook Roosendaal besteedt een aantal taken uit. In het kader van dit programma hebben we taken belegd bij de onderstaande GR’en. Voor een nadere toelichting op de GR’en verwijzen we naar Paragraaf 5 Verbonden partijen.

63

64

Financieel overzicht Zorgen & Stimuleren 2024 rekening

2025 begroting

2026 begroting

2027 begroting

2028 begroting

2029 Begroting

2.755 8.194 32.247 51.949 95.145

14.415 9.673 33.425 53.743 111.256

5.968 9.297 35.332 43.943 94.540

1.662 8.911 35.750 43.012 89.335

1.742 9.141 36.538 43.631 91.052

1.884 9.138 37.285 44.166 92.473

Totaal

1.650 371 2.592 15.826 20.439

9.620 385 1.453 15.413 26.871

796 345 1.457 8.431 11.029

26 96 2.023 8.431 10.576

26 97 2.031 8.431 10.585

26 98 2.031 8.431 10.586

Saldo

74.705

84.385

83.511

78.759

80.468

81.887

X1.000

2024 rekening

2025 begroting

2026 begroting

2027 begroting

2028 begroting

2029 Begroting

1.019

5.732

5.313

587

245

217

X1.000 Lasten

Beleidsveld Leefbare buurten en dorpen Welzijn Zorg en ondersteuning Jeugd en jeugdzorg

Totaal Baten

Leefbare buurten en dorpen Welzijn Zorg en ondersteuning Jeugd en jeugdzorg

Stortingen in reserves Onttrekkingen aan reserves

Bovengenoemde stortingen in en onttrekkingen aan de reserves hebben betrekking op programma 5, de daadwerkelijke wijzigingen en budgettering worden uitgevoerd in programma 6.

65

PROGRAMMA 6. BETALEN & FINANCIEREN Overzicht beleidsvelden en portefeuillehouders Financiën - wethouder Evelien van der Star-Deijkers

Algemene uitkering gemeentefonds Het gemeentefonds is de belangrijkste inkomstenbron van de gemeente Roosendaal. De ontwikkeling van het gemeentefonds bepaalt dan ook in belangrijke mate de financiële ruimte. De laatste ontwikkelingen met betrekking tot de algemene uitkering voor de jaren 2026 en verder zijn gepubliceerd in de septembercirculaire 2025.

Lokale heffingen Een toelichting op de lokale heffingen kunt u vinden in de paragraaf Lokale Heffingen.

Vennootschapsbelasting Bij de fiscale positie bepaling ten behoeve van de vennootschapsbelasting (vpb) is gebleken dat de gemeente Roosendaal sinds 2021 alleen vpb plichtig is voor de terug levering van energie van de zonnepanelen bij de Gewenten. De belastingdienst is van mening dat gemeenten ook vpb plichtig zijn voor de opbrengsten uit reclame (abri’s, sandwichborden etc.). Landelijk wordt hiertegen geprocedeerd. Hier is op dit moment nog geen duidelijkheid over.

Verbonden partijen en gemeenschappelijke regelingen Binnen programma 6 is sprake van een aantal verbonden partijen. Deze verbonden partijen richten zich vooral op financiële dienstverlening. Het gaat om de gemeenschappelijke regeling Belastingsamenwerking West-Brabant (BWB) en de verbonden partijen NV Bank Nederlandse Gemeenten (BNG), NV Brabant Water en deelnemingen uit het voormalige Essent. In de paragraaf Verbonden Partijen wordt uitgebreid ingegaan op deelname in alle verbonden partijen.

66

Financieel overzicht Betalen & Financieren 2024 rekening

2025 begroting

2026 begroting

2027 begroting

2028 begroting

2029 begroting

1.030

-1.464

554

1.000

934

996

2.056

3.135

3.076

3.232

3.138

1.588

2.114 1.655

1.709

1.786

1.857

1.931

28.603

28.201

12.362

16.689

12.636

1.242

33.277

30.507

17.760

22.551

18.660

7.307

618

467

500

488

488

488

192.349

204.614

208.645

212.313

212.766

220.417

1.469

1.376

1.380

1.384

1.388

16.378

1.795 18.756

19.794

20.185

20.584

20.993

31.997

48.392

24.805

16.527

14.633

2.540

Totaal

242.811

274.025

255.119

250.892

249.856

245.826

Saldo

-209.535

-243.518

-237.359

-228.341

-231.196

-238.519

X1.000

2024 rekening

2025 begroting

2026 begroting

2027 begroting

2028 begroting

2029 begroting

Stortingen in reserves

6.233

16.870

297

100

100

100

Onttrekkingen aan reserves

8.088

13.953

711

69

68

69

X1.000 Lasten Treasury Uitkeringen gemeentefonds Algemene lasten en baten Belastingen Resultaten Totaal Baten Treasury Uitkeringen gemeentefonds Algemene lasten en baten Belastingen Resultaten

Bovengenoemde stortingen in en onttrekkingen aan de reserves hebben betrekking op programma 1 t/m5, de daadwerkelijke wijzigingen en budgettering worden uitgevoerd in programma 6.

67

Paragrafen PARAGRAAF 1. Lokale heffingen Uitgangspunten tarieven opgenomen in begroting 2026 Met betrekking tot de OZB, de legesinkomsten, de opbrengsten voor marktgelden, de toeristenbelasting en de precariobelasting is in de begroting 2026 rekening gehouden met een aanpassing van de tarieven met een inflatiecorrectie van 2,1%. Voor de overige belastingsoorten is een andere methode voor het bepalen van het tarief gehanteerd: - De reclamebelasting op de bedrijventerreinen blijft gelijk, conform de gemaakte afspraken met de betreffende ondernemers; - De parkeertarieven blijven gelijk aan die van 2025. - Voor reiniging en riolering geldt de methodiek van een gesloten financiering. De gesloten financieringen hebben een eigen regime voor de jaarlijkse aanpassingen, namelijk: • Riolering: In juni 2024 is het nieuwe Water- en Rioleringsplan 2024-2027 vastgesteld. Met dit WRP legt de gemeente Roosendaal vast hoe invulling wordt gegeven aan de ambitie, doelen, beoogde maatregelen en het financiële kader dat benodigd is om het stedelijk waterbeheer in de veranderende wereld op orde te hebben en te houden. Het WRP behandelt dus naast de taken die voortkomen uit de zorgplichten van afvalwater, hemelwater en grondwater de onderbouwing voor het innen van de rioolheffing voor het uitvoeren van deze taken.

Uit het WRP 2024-2027 volgt dat de rioolheffing de komende jaren niet geïndexeerd wordt en vastgesteld wordt op hetzelfde niveau als in 2024, namelijk € 350,77. • Reiniging is 100% kostendekkend. Bij de belastingvoorstellen die in december door de raad worden behandeld worden de definitieve tarieven en verordeningen voor 2026 vastgesteld. Onroerende zaakbelastingen Bij de tariefbepaling voor 2026 is uitgegaan van een totaalopbrengst gebaseerd op de verwachte OZB-opbrengsten over 2025 vermeerderd met de gevolgen van areaaluitbreidingen. Daarnaast wordt de waardeontwikkeling (stijging of daling) van de onroerende zaken als gevolg van de jaarlijkse herwaardering gecompenseerd in de tarieven voor 2026. Bij de belastingvoorstellen 2026 zal nader op de te verwachten waardeontwikkeling worden ingegaan. Afvalstoffenheffing De afvalstoffenheffing is een heffing ter bestrijding van kosten van beheer van huishoudelijke afvalstoffen. De heffing komt ten laste van gebruikers van percelen waarvoor de gemeente een inzamelverplichting voor huishoudelijk afval heeft. Voor de afvalstoffenheffing geldt, naast het beginsel van 100% kostendekkendheid, het principe van ‘de vervuiler betaalt’. Toelichting De gemeente heeft een wettelijke inzamelplicht voor het afval van huishoudens. In totaal verwacht de gemeente het komende jaar ca. € 13,7 miljoen aan kosten te maken.

Om deze kosten transparant te maken is hierna een specificatie van de kosten (direct en indirect) en opbrengsten opgenomen. Naast de directe lasten op het beleidsveld Reiniging wordt een aantal indirecte lasten, die worden verantwoord op andere beleidsvelden, (gedeeltelijk) in de afvalstoffenheffing betrokken. Het betreft hier een aandeel in de kosten van overhead, kwijtscheldingen en compensabele BTW. Kwijtscheldingen Op het beleidsveld Voorzieningen minima worden de kosten van kwijtscheldingen geraamd. Kwijtschelding wordt o.a. verleend voor de afvalstoffenheffing. Gezien de realisatie van de 68

kwijtscheldingen in 2024 en de verwachte ontwikkeling van de kwijtscheldingen in 2025, wordt het bedrag van de kwijtscheldingen in de begroting 2026 verlaagd ten opzichte van de raming in de begroting 2025. Voor kwijtscheldingen wordt in 2026 een bedrag geraamd van € 600.000 (raming 2025: € 881.000). Mocht het daadwerkelijke gebruik van de kwijtscheldingsregeling in 2026 hoger zijn dan we nu ramen, dan krijgt iedereen die in aanmerking komt voor kwijtschelding deze uiteraard gewoon verleend. Compensabele BTW Sinds de invoering van het BTW-compensatiefonds (BCF) mag de BTW op de kosten van de reiniging worden betrokken in het tarief van de afvalstoffenheffing. Op basis van de kostenramingen in de conceptbegroting 2026 wordt een bedrag van € 2.123.000 ingeschat. Overhead Naast de directe kosten wordt een bedrag aan indirecte kosten toegerekend aan de kosten van de reiniging. Onder de indirecte kosten vallen de kosten van overhead. Deze kosten worden verantwoord op een apart beleidsveld Ondersteuning organisatie in programma 1. In de berekening van het tarief van de afvalstoffenheffing wordt een bedrag aan overhead van € 181.000 meegenomen.

Reiniging (Bedragen * € 1.000) Huisvuilinzameling en –verwijdering Opruimen klandestiene stortplaatsen Heffing en invordering Kwijtscheldingen BTW Overhead Opbrengst afvalstoffenheffing Opbrengst monostromen Dividenduitkering Saver Onttrekking egalisatie voorziening Totaal Kostendekkendheid reiniging

Lasten begroting 2026 10.259 299 190 600 2.123 181

13.652

Lasten Baten Baten begroting begroting 2026 begroting 2025 2025 9.759 319 183 881 2.047 181 12.002 11.080 1.039 1.108 100 100 511 1.082 13.370 13.652 13.370 100% 100%

In bovenstaand overzicht zijn de kosten opgenomen zoals deze in de conceptbegroting 2026 zijn verwerkt. Bij de belastingvoorstellen 2026 wordt in de kostenonderbouwing nader ingegaan op de samenstelling van de kosten. Voor een toelichting op de verschillen ten opzichte van 2025 wordt verwezen naar de analyse op het product reiniging in het bijlagenboek behorende bij de begroting 2026. Onttrekking egalisatievoorziening In 2026 onttrekken we een bedrag van € 510.000 uit de voorziening Exploitatie Reinigingssector. • Bij de Najaarsbrief 2022 is besloten om een deel van het positieve saldo, € 1,5 miljoen, in de voorziening Exploitatie Reinigingssector te storten. Hiermee kan dan het tarief van de afvalstoffenheffing in de jaren 2024 t/m 2026 gedempt worden. In 2026 onttrekken we daarom een bedrag van € 175.000 uit deze voorziening. Hiermee wordt de tariefsverhoging met ca. € 10 gedempt. • Bij de Najaarsbrief 2023 is besloten om in 2024, 2025 en 2026 het tarief met € 8 per jaar extra te dempen. Voor 2026 is dit een bedrag van € 285.000 69

• Voor werkzaamheden rond de nieuwe semi-ondergrondse GFTE containers bij hoogbouw wordt er in 2026 eenmalig € 50.000 onttrokken. Afvalstoffenheffing De opbrengsten van de afvalstoffenheffing bestaan uit: • Aanbiedingen restafvalcontainers en aanbiedingen ondergrondse restafvalcontainers (variabel tarief): € 2.368.000 • Vast tarief: 35.681 aansluitingen x € 270 = € € 9.634.000 Volgens de berekening van de gesloten financiering komt het vaste tarief in 2026 uit op € 270. Voor 2025 is het tarief door de raad vastgesteld op € 251. Dit betekent dat het tarief ten opzichte van 2025 stijgt met € 19. Met betrekking tot de variabele tarieven (kosten per lediging) is het voorstel om deze in 2026 gelijk te houden aan 2025.

De voorgestelde variabele tarieven zijn dan als volgt: • Per lediging van een 240-liter restafvalcontainer: € 9,00 • Per lediging van een 140-liter restafvalcontainer: € 5,25 • Per inworp in een ondergrondse restafvalcontainer van 60 liter: - Van 1 t/m 100 aanbiedingen, per aanbieding: € 1,50 - Van 101 t/m 200 aanbiedingen, per aanbieding: € 2,50 - Van 201 t/m 500 aanbiedingen, per aanbieding: € 3,50 - 501 en meer aanbiedingen, per aanbieding: € 4,50 • Per inworp in een ondergrondse restafvalcontainer van 30 liter: - Van 1 t/m 100 aanbiedingen, per aanbieding: € 0,75 - Van 101 t/m 200 aanbiedingen, per aanbieding: € 1,25 - Van 201 t/m 500 aanbiedingen, per aanbieding: € 1,75 - 501 en meer aanbiedingen, per aanbieding: € 2,25 Rioolheffing Rioolheffing wordt geheven aan gebruikers van percelen van waaruit water direct of indirect wordt afgevoerd op de gemeentelijke riolering. In 2024 is het nieuwe Water- en rioleringsplan 2024-2027 vastgesteld. Het vastgestelde WRP 2024-2027 vormt de basis voor de onderbouwde rioolheffing, welke in balans is met de gestelde doelen, eisen en uitgangspunten. Het WRP geeft ruimte voor de invulling van de transities zoals klimaatadaptatie en circulaire energie. Deze financiële onderbouwing is maatgevend voor het tarief van de rioolheffing, zoals vast te stellen in de gemeentelijke begrotingen voor de periode 2024-2027.

Uit het WRP 2024-2027 volgt dat de rioolheffing de komende jaren niet geïndexeerd wordt en vastgesteld wordt op hetzelfde niveau als in 2025, namelijk € 350,77. Kwijtscheldingen Op het beleidsveld Voorzieningen minima worden de kosten van kwijtscheldingen geraamd. Kwijtschelding wordt o.a. verleend voor de rioolheffing. In de conceptbegroting 2026 is een bedrag van € 890.000 geraamd. Compensabele BTW Sinds de invoering van het BTW compensatiefonds (BCF) mag de BTW op de kosten van de riolering worden betrokken in het tarief van de rioolheffing. In 2026 wordt een bedrag van € 2.565.000 ingeschat. Dit bedrag is in 2026 hoger dan voorgaand jaar, omdat er meer wordt geïnvesteerd en daardoor meer BTW kan worden doorberekend. Overhead

70

Naast de directe kosten wordt een bedrag aan indirecte kosten toegerekend aan de kosten van de riolering. Onder de indirecte kosten vallen de kosten van overhead. Deze kosten worden verantwoord op een apart beleidsveld Ondersteuning organisatie in programma 1. In de berekening van het tarief van de rioolheffing wordt een bedrag aan overhead van € 363.000 meegenomen. Riolering (Bedragen x € 1.000) Riolering algemeen Basisrioleringsplan Rioleringsbeheer Pompgemalen en persleidingen Heffing en invordering Kolken en lijngoten Grondwaterbeheerplan Kosten straatreiniging Kosten waterkering en afwatering BTW Kwijtscheldingen Overhead Onttrekking egalisatievoorziening Opbrengst rioolheffingen Totaal Kostendekkendheid riolering

Lasten Begroting 2026 6.304 263 2.276 908 201 833 152 451 244 2.565 890 363 -1.084

14.366

Lasten Begroting 2025 7.193 258 2.222 904 195 815 149 446 143 1.825 834 363 -1.076

14.271

Baten Begroting 2026

Baten Begroting 2025

14.366

14.271

14.366 100%

14.271 100%

De kosten zijn zoals hierboven gepresenteerd verwerkt in deze begroting. Bij de belastingvoorstellen 2026 wordt in de kostenonderbouwing nader ingegaan op de samenstelling van de kosten. Voor een toelichting op de verschillen ten opzichte van 2026 wordt verwezen naar de analyse op het product riolering in het bijlagenboek behorende bij de begroting 2026. Voor de rioolheffing geldt het beginsel van 100% kostendekkendheid. In 2026 zijn bij riolering toegerekende kosten hoger dan de inkomsten vanuit de heffing. Vandaar wordt er in 2026 een beroep gedaan op de egalisatievoorziening riolering. Deze is aanwezig om grotere verschillen in de heffing tussen de begrotingsjaren te kunnen dempen. Eind 2026 is er begrotingstechnisch nog een bedrag van afgerond € 16,6 miljoen beschikbaar in de egalisatievoorziening. Precariobelasting Deze belasting wordt geheven voor het hebben van voorwerpen onder, op of boven gemeentegrond. In de begroting 2026 is rekening gehouden met een tariefsverhoging van 2,1%. Reclamebelasting – bedrijventerreinen De reclamebelasting voor de bedrijventerreinen Borchwerf I en Majoppeveld wordt geheven met ingang van het belastingjaar 2016. De reclamebelasting wordt geheven naar een vast bedrag van € 275 per vestiging, vermeerderd met € 3 per € 1.000 WOZ-waarde boven een WOZ-waarde van € 115.000, met een maximum per vestiging van € 1.500.

Na aftrek van de kosten van heffing en invordering is de opbrengst bestemd voor de Stichting Ondernemersfonds Roosendaal voor de uitvoering van het activiteitenplan. Toeristenbelasting Toeristenbelasting wordt geheven van natuurlijke personen die binnen de gemeente of openbaar lichaam verblijf houden, maar niet als ingezetene in de gemeentelijke basisadministratie van persoonsgegevens zijn ingeschreven. Het tarief per overnachting bedraagt in 2026 € 1,53 (2025 € 1,50). In de begroting 2026 is rekening gehouden met een tariefsverhoging van 2,1%.

71

Parkeerbelastingen De tarieven voor het straatparkeren blijven in 2026 gelijk aan die van 2025. De indexatie vindt één keer per 2 jaar plaats en de verhoging heeft in 2025 plaatsgevonden. Dit betekent dat de tarieven voor 2026 € 2,65 per uur in gebied A en € 2,05 in gebied B bedragen. Het tarief voor de naheffingsaanslag parkeerbelastingen is voor 2026 door het Ministerie van BZK vastgesteld op ten hoogste € 82. Marktgelden In de begroting 2026 is rekening gehouden met een tariefsverhoging van 2,1%. Markten (Bedragen x € 1.000) Kosten markten -/- terugontvangen energiekosten BTW Overhead Afschrijving voorzieningen t.b.v. markten Totale kosten Opbrengst marktgelden Kostendekkingspercentage

Lasten Lasten Baten Baten Begroting 2026 Begroting 2025 Begroting 2026 Begroting 2025 80 94 8 8 19 28 6 6 113 136 85 83 75,2%

61,0%

72

Leges Leges zijn rechten die de gemeente kan heffen in verband met verstrekte (administratieve) diensten. In een aantal gevallen gaat het om tarieven met wettelijke beperkingen (bijvoorbeeld paspoorten), maar als rode draad loopt de voorwaarde van maximaal kostendekkende tarieven door de tarieventabel. In de begroting 2026 is rekening gehouden met een tariefsverhoging van 2,1%. Leges (Bedragen x € 1.000) Titel 1 – Algemene dienstverlening Kosten basisregistratie personen Overhead Kosten externe dienstverlening Overhead Burgerlijke stand Paspoorten Identiteitskaarten Rijbewijzen Eigen verklaringen Naturalisaties Uittreksels persoonsregister Gehandicaptenparkeerkaarten Overige leges burgerzaken Leegstandswet Overige BTW Totaal Kostendekkendheid Titel 2 – Dienstverlening fysieke leefomgeving Omgevingsvergunningen BTW Overhead Totaal Kostendekkendheid Titel 3 – Dienstverlening vallend onder Europese dienstenrichtlijn Horeca Evenementen Standplaatsen e.d. Overige BTW Overhead Totaal Kostendekkendheid Totaal leges (titel 1 t/m 3) Kostendekkendheid leges totaal

Lasten Begroting 2026

Verhaalbare lasten

Baten Begroting 2026

392 167 1.199 624 33 330 294 66

196 84 1.199 624 33 330 294 66

69

69

74

74

26

26

3.274

2.995

2.199 73,4%

1.626 27 860 2.513

1.626 27 860 2.513

2.489

270 368 105 38 3 415 1.199

270 368 105 38 3 415 1.199

78 616 556 266 47 106 108 14 78 4 326

2.489 99,1%

49 0 14 13

76 6,4%

71,0%

73

Overzicht geraamde opbrengsten in begroting 2025 Belastingsoort (Bedragen * € 1.000)

Concept Rekening 2024

Leges publiekszaken (incl. rijksleges) Marktgelden Rioolheffing Parkeerbelasting Parkeervergunningen burgers Parkeervergunningen werkers Naheffingsaanslagen parkeren Afvalstoffenheffing Leges omgevingsvergunningen Leges openbare orde veiligheid OZB woningen OZB niet woningen eigendom OZB niet woningen gebruik Toeristenbelasting Reclamebelasting - binnenstad Reclamebelasting - bedrijventerreinen Precariobelasting Totaal belastingdomein

Begroting 2025

2.051 62 13.848 1.867 174 88 527 10.660 2.082 66 8.679 3.796 2.357 479 121 459 217 47.533

1.882 83 14.271 2.370 195 110 405 11.080 1.738 75 9.690 4.417 3.120 255 168 450 126 50.435

Begroting 2026 1.872 85 14.366 2.390 225 80 405 12.002 2.489 76 10.578 4.514 3.189 411 168 450 229 52.891

Kwijtscheldingsbeleid De gemeente Roosendaal heeft een kwijtscheldingsnorm vastgesteld van 100%. Kwijtschelding wordt verleend voor de afvalstoffenheffing en de rioolheffing. Kwijtscheldingsaanvragen worden door de Belastingsamenwerking West-Brabant in behandeling genomen en verder afgewerkt. De kwijtscheldingslasten worden verantwoord onder het product minimabeleid, waarvan zij onderdeel uitmaken (zie Programma 3 Werken & Ondernemen). In de berekening van de tarieven van de afvalstoffenheffing en rioolheffing is met de kwijtscheldingen rekening gehouden. In de begroting 2026 zijn de volgende kwijtscheldingslasten opgenomen:

Belastingsoort Rioolheffing Afvalstoffenheffing Totale kwijtscheldingslasten

Werkelijk 2023 906.061 776.471 1.682.531

Kwijtscheldingslasten Werkelijk Begroting 2024 886.899 609.531 1.496.430

2025 834.000 881.000 1.715.000

Begroting 2026 890.000 600.000 1.490.000

Toelichting: In de werkelijke kwijtscheldingsbedragen (jaarrekeningen) zijn kwijtscheldingen over voorgaande jaren opgenomen. In 2024 is € 55.000 over eerdere jaren kwijtgescholden. Ontwikkeling woonlasten Voor de bepaling van de rioolheffing en de afvalstoffenheffing hanteren we een systeem van gesloten financiering. In onderstaande tabellen is de ontwikkeling van de woonlasten in de afgelopen jaren weergegeven. De woonlasten kunnen worden bekeken vanuit het perspectief van de gebruiker van een woning (meestal de huurder), maar ook vanuit het perspectief van de eigenaar van dat pand.

74

Tabel: Belastingen die tot woonlasten voor gebruikers leiden Jaar

Rioolheffing*

2016 2017 2018 2019 2020 2021 2022 2023 2024 2025 2026

€ 304,55 € 308,80 € 312,50 € 316,90 € 322,90 € 330,97 € 339,24 € 350,77 € 350,77 € 350,77 € 350,77

Afvalstoffenheffing** € 278,10 € 238,40 € 238,70 € 262,00 € 315,80 € 330,80 € 330,80 € 356,30 € 362,00 € 368,00 € 387,00

Totaal

Wijziging t.o.v. voorgaand jaar

€ 582,65 € 547,20 € 551,20 € 578,90 € 638,70 € 661,77 € 670,04 € 707,07 € 712,77 € 718,77 € 737,77

- 6,10% + 0,73% + 5,02% + 10,15% + 3,61% + 1,25% + 5,53% + 0,81% + 0,84% + 2,64%

* tarief t/m 500 m3 waterverbruik ** vastrecht + gemiddeld 13 ledigingen 240 l. container restafval Als er sprake is van een woning waarvan de eigenaar ook gebruik maakt, betaalt deze ook onroerendezaakbelasting (OZB). Tabel: Belastingen die tot woonlasten voor eigenaren/gebruikers leiden Jaar

OZB*

Rioolheffing**

2016 2017 2018 2019 2020 2021 2022 2023 2024 2025 2026

€ 227 € 228 € 229 € 231 € 234 € 238 € 241 € 272 € 244 € 273 € 289

€ 304,55 € 308,80 € 312,50 € 316,90 € 322,90 € 330,97 € 339,24 € 350,77 € 350,77 € 350,77 € 350,77

Afvalstoffenheffing*** € 278,10 € 238,40 € 238,70 € 262,00 € 315,80 € 330,80 € 330,80 € 356,30 € 362,00 € 368,00 € 387,00

Totaal € 809,65 € 775,20 € 780,20 € 809,90 € 872,70 € 899,77 € 911,04 € 979,07 € 956,77 € 991,77 € 1.026,77

Wijziging t.o.v. voorgaand jaar - 4,26% + 0,65% + 3,80% + 7,75% + 3,01% + 1,25% + 7,47% - 2,28% + 3,66% + 3,53%

* op basis van de gemiddelde woningwaarde ** tarief t/m 500 m3 waterverbruik *** vastrecht + gemiddeld 13 ledigingen 240 l. container restafval Vergelijking woonlasten ten opzichte van landelijk gemiddelde (bron: “Atlas van de lokale lasten 2025” van Coelo, ook deels te vinden op de website waarstaatjegemeente.nl) Eigenaar/bewoner Huurder

Roosendaal € 1.014 € 674

Noord-Brabant € 965 € 464

Landelijk € 1.050 € 480

Het betreft hier de woonlasten van een meerpersoonshuishouden. Voorgestelde tarieven 2026 In onderstaande tabel is een overzicht opgenomen van de belangrijkste en meest voorkomende tarieven:

75

Belastingsoort Onroerende zaakbelastingen - tarief eigenaren woningen - tarief eigenaren niet-woningen - tarief gebruikers niet-woningen Afvalstoffenheffing - Vast bedrag per perceel Variabel tarief Per lediging van - 240-liter restafvalcontainer - 140-liter restafvalcontainer - per inworp ondergrondse container van 60 l. • 1 t/m 100 aanbiedingen, per inworp • 101 t/m 200 aanbiedingen, per inworp • 201 t/m 500 aanbiedingen, per inworp • 501 en meer aanbiedingen, per inworp - per inworp ondergrondse container van 30 l. • 1 t/m 100 aanbiedingen, per inworp • 101 t/m 200 aanbiedingen, per inworp • 201 t/m 500 aanbiedingen, per inworp • 501 en meer aanbiedingen, per inworp Rioolheffing - basistarief per jaar

Parkeerbelasting - parkeren in gebied A, per uur - parkeren in gebied B, per uur

2024

2025

2026

verschil

0,0814% 0,1815% 0,1282%

0,0875% 0,2087% 0,1474%

0,0893% 0,2131% 0,1505%

+ 2,1% + 2,1% + 2,1%

€ 245

€ 251

€ 270

+ 7%

€ 6,60 € 3,85

€ 9,00 € 5,25

€ 9,00 € 5,25

+ 0,0% + 0,0%

€ 1,50 € 2,50 € 3,50 € 4,50

€ 1,50 € 2,50 € 3,50 € 4,50

€ 1,50 € 2,50 € 3,50 € 4,50

+ 0,0% + 0,0% + 0,0% + 0,0%

€ 0,75 € 1,25 € 1,75 € 2,25

€ 0,75 € 1,25 € 1,75 € 2,25

€ 0,75 € 1,25 € 1,75 € 2,25

+0,0% +0,0% +0,0% +0,0%

€ 350,77

€ 350,77

€ 350,77

+ 0,0%

€ 2,25 € 1,65

€ 2,65 € 2,05

€ 2,65 € 2,05

n.v.t. n.v.t.

76

PARAGRAAF 2. Weerstandsvermogen en risicobeheersing Algemeen In deze paragraaf worden de gemeentelijke risico’s financieel vertaald en afgezet tegen de beschikbare weerstandscapaciteit om risico’s af te kunnen dekken. De weerstandscapaciteit wordt afgestemd op het risicoprofiel van de gemeente, waarbij de ratio voor het weerstandsvermogen minimaal 1,0 moet zijn. Dit beleid is vastgelegd in de nota ‘risicomanagement en weerstandsvermogen’. Deze nota is in 2023 geactualiseerd. Top 10 risico’s Elk jaar wordt een geactualiseerd risicoprofiel met de Top 10 van risico’s opgenomen in deze paragraaf. 1. Jeugdzorg (structureel risico) De Jeugdwet is een open-einde regeling waardoor overschrijding tot de risico’s behoort Maatregelen/ontwikkelingen - Per 2025 is het begrootte budget bijgesteld en meer geënt op de realisatie van de afgelopen jaren, het risico is hierdoor wat lager geworden - De contracten voor Niet Vrij Toegankelijke Zorg (NVTZ) zijn op basis van resultaatfinanciering belegd bij gecontracteerde zorgaanbieders, welke grotendeels voldoende is om te voorzien in een dekkend zorglandschap. Het vinden en behouden van voldoende gekwalificeerd personeel is voor veel aanbieders een uitdaging. Hierdoor zijn wachtlijsten niet te vermijden.

Door vroegtijdige signalering van problematiek kan met relatief lichte hulpverlening de juiste ondersteuning worden geboden, gemiddeld gezien wordt de hulp goedkoper, omdat er een effectievere inzet is van het voorliggend veld en de jeugdprofessional. Daarnaast wordt nog steeds strak gestuurd op het gebruik van hoogcomplexe (dure) zorg. De Hervormingsagenda is in 2023 door alle partijen ondertekend, de onduidelijkheid over de uitwerking hiervan zorgt nog steeds voor een hoog risico. De stijging van het aantal jongeren en kinderen dat een beroep doet op ondersteuning vanuit de gemeente lijkt wat af te vlakken, maar de problematiek lijkt complexer waardoor het beroep op hoogcomplexe zorg toeneemt. 2. WMO (structureel risico) De WMO is een open-einde-regeling waardoor overschrijding tot de risico’s behoort. Maatregelen/ontwikkelingen - De verdergaande vergrijzing vergroot het aantal zelfstandig wonende inwoners met een ondersteuningsvraagstuk. Daarnaast zien we ook dat er een gebrek is aan geschikte woningen om langer zelfstandig thuis te kunnen blijven wonen. - Vanaf 2023 is er een nieuwe overeenkomst voor de maatwerkvoorziening WMO begeleiding. Hierin zullen risicobeperkende maatregelen worden meegenomen. Vanwege autonome ontwikkelingen (o.a. CAO-ontwikkelingen en vervoerskosten) lijkt een kostenstijging onontkoombaar.

- De eigen bijdrage is door landelijke wetgeving opnieuw ingevoerd. Dit heeft reeds geleid tot een toename aan WMO-voorzieningen. - Een groei in complexiteit bij de jongeren met ondersteuning vanuit de Jeugdwet kan leiden tot hogere kosten in de WMO bij 18 jarigen - We blijven inzetten op de beweging naar het voorliggend veld

77

3. Kosten bouw- en woonrijp maken Bravis valt duurder uit (incidenteel risico) Met het bestemmingsplan De Bulkenaar is in februari 2022 het exploitatieplan vastgesteld. Het tekort op het exploitatieplan is door kredieten afgedekt. De opbrengsten (uitgifteprijs voor de gronden Maatschappelijk) zijn vastgelegd en gemaximeerd in de anterieure overeenkomst met Bravis. De kostenkant is onderhevig aan macro economische ontwikkelingen, welke kunnen leidden tot forse prijsstijgingen (tot meer dan 10%). 4. Onderwijshuisvesting (structureel risico) Uit landelijke benchmarks blijkt dat de kosten voor de bouw van nieuwe scholen stijgen. Door het grote aantal te vernieuwen scholen in de vastgestelde HPO’s kan dit extra kosten met zich meebrengen. Het risico bestaat dat de huidige middelen voor onderwijshuisvesting niet voldoende zijn. Dit geldt met name voor het primair onderwijs (PO). Maatregelen/ontwikkelingen - Landelijk worden de ontwikkelingen gevolgd. Mogelijk zal er ook op landelijk niveau worden nagedacht over de financiering van scholen, wat invloed kan hebben op het gemeentefonds. - Externe ontwikkelingen met betrekking tot de stikstofcrisis en sterk opgelopen kosten voor materiaal en arbeid hebben effect op de bouwbranche. - Voor VO zijn er contractafspraken gemaakt over doordecentralisatie.

VO schoolbesturen hebben gemeld voor uitdagingen te staan om op lange termijn een positieve exploitatie te houden. Ook dit brengt een risico met zich mee waarvan de impact nog moeilijk is in te schatten. 5. Stijging aantal bijstandsklanten (structureel risico) Als het aantal bijstandsklanten meer stijgt (of minder daalt) dan begroot, nemen zowel de uitkeringslasten als de uitvoeringskosten bij het Werkplein toe. Door bijvoorbeeld faillissementen, instroom statushouders enzovoorts kan het aantal bijstandsklanten onverwachts snel toenemen. Maatregelen/ontwikkelingen In de vastgestelde begroting 2025 van het Werkplein is uitgegaan van een stabiel klantenbestand. Indien het bestand meer stijgt dan geraamd, zal dat tot een nadeel leiden. Door allerlei mondiale, landelijke en regionale ontwikkelingen bestaat altijd een risico dat de BUIG-middelen niet in lijn meer zijn met de daadwerkelijke ontwikkelingen in de bijstand. - We werken met een egalisatiereserve participatie om de nadelen en voordelen van de bijstand te vereffenen. De verwachting is dat deze buffer de komende jaren niet voldoende saldo bevat om alle tegenvallers op te vangen. -

6. Algemene Uitkering gemeentefonds valt lager uit dan begroot (structureel risico) De Algemene Uitkering gemeentefonds wordt altijd pas achteraf definitief vastgesteld, zodat er wijzigingen altijd nog mogelijk zijn. Er zijn nog forse onzekerheden over de meerjarige financiering van gemeenten via het Gemeentefonds. Maatregelen/ontwikkelingen - Via de septembercirculaire 2025 zijn gemeenten geïnformeerd over de hoogte van de algemene uitkering voor de komende jaren. Er zijn op dit moment nog forse onzekerheden over de meerjarige financiering van gemeenten via het Gemeentefonds, vooral met betrekking tot WMO en jeugd. Voor deze onderdelen is er nog steeds geen meerjarige zekerheid, terwijl dit om forse bedragen gaat. Dit kan dan ook een grote impact hebben op de gemeentefinanciën.

78

7. Data wordt gegijzeld door cybercriminelen (incidenteel risico) Als cybercriminelen toegang krijgen tot ons netwerk en data versleutelen, dan kunnen ze om losgeld vragen om de data weer vrij te geven. Maatregelen/ontwikkelingen - Er is continu aandacht voor bewustwording onder medewerkers voor informatiebeveiliging. - Technisch wordt met autorisaties enz. het risico verder verkleind. - Extra technische beveiligingsmaatregelen op de mailserver om de kans dat mailtjes met “foute links en bijlagen” doorkomen te minimaliseren. - Netwerksegmentering: bij infectie of versleuteling, wordt slechts een deel van het netwerk geraakt. - Opslag van data verspreiden: door onder meer toepassing van SaaS wordt de opslag van data verspreid over meerdere locaties en meerdere leveranciers. Als één leverancier gehackt wordt, wordt alleen die data versleuteld. 8. Beheer openbaar groen (structureel risico) Het bestrijden van exoten (eikenprocessierupsen, dennenprocessierupsen, Japanse duizendknoop) wordt steeds meer regulier werk. Het risico bestaat dat de overlast groter wordt en dat dit extra kosten met zich mee gaat brengen om de overlast te beperken. Daarnaast kan klimaatverandering leiden tot langdurige droge periodes. Om het huidige groenassortiment te behouden, zullen extra maatregelen nodig zijn.

Maatregelen/ontwikkelingen Meer eiken worden preventief gespoten en er komen steeds meer natuurlijke vijanden. Eerst ontstaat er een soort plaag, vervolgens zie je dat de natuur zich langzaam maar zeker herstelt. Een andere exoot is de dennenprocessierups; deze is in aantocht vanuit het zuiden. Dennen hebben we alleen in bosstroken staan, maar deze rups heeft meer brandharen. Impact nog niet bekend. Japanse duizendknoop is een echt probleem; om de locaties structureel Japanse duizendknoop vrij te maken ( op sommige locaties minimaal 150 cm diep grond uitwisselen) hebben we minimaal € 50.000- € 100.000 nodig uitgaande van de huidige locaties. Mogelijke oplossingen voor de droogte zijn dat Waterschappen het water langer vast moeten houden, maar ook moet nagedacht worden over ander groen en minder diversiteit in soorten (vooral soorten uit het Middellands zeeklimaat, maar die hebben het ook weer moeilijk in de winters). Personeelstekorten op de arbeidsmarkt zullen komende jaren mogelijk leiden tot hogere personeelskosten. 9. Grondverwerving Bulkenaar duurder (incidenteel risico) Grondverwerving De Bulkenaar is gestart ten behoeve van de aanleg van het Bravis ziekenhuis. Het risico bestaat dat de gemeente een hogere grondprijs moet betalen door een uitspraak van een rechter bij de onteigeningsprocedures dat er sprake is van Maatschappelijke gronden. 10.

Hoge inflatie (structureel risico) De begroting hebben we geïndexeerd met het IMOC (Index Materiële Overheids Consumptie). Dit komt neer op een percentage van 2,2%. Het risico bestaat altijd dat de werkelijke inflatie hoger is dan het indexcijfer. 79

Toelichting op het weerstandsvermogen Risicoprofiel Het risicoprofiel voor de begroting 2026 is tot stand gekomen door voor alle organisatieonderdelen de risico’s in het desbetreffende werkveld te bepalen. Aan elke risicovolle gebeurtenis is een kans en een financiële waarde toegekend. Omdat niet alle risico’s zich maximaal en/of gelijktijdig zullen voordoen, is een zogeheten statistische Monte Carlo risico-simulatie uitgevoerd. Daarmee is berekend hoe groot de weerstandscapaciteit is die minimaal benodigd is om met een waarschijnlijkheid van 90% de gevolgen van zich eventueel voordoende risico’s af te kunnen dekken. In totaal zijn er voor de organisatie 65 risico’s in beeld gebracht, waarvan 54 met een geldgevolg. In onderstaande tabel is per vakje het aantal risico’s geclassificeerd naar risicobedrag en de kans dat een risico zich zal voordoen. Het risicoprofiel is een momentopname. geld

Netto

x > € 1.000.000

7

3

2

€ 500.000 < x < € 1.000.000

6

1

€ 200.000 < x < € 500.000

3

4

€ 50.000 < x < € 200.000

1

5

x < € 50.000

10

5

Geen geldgevolgen

7

1

2

Kans

10%

30%

50%

2 1

1

1

2 1 70%

90%

De benodigde weerstandscapaciteit Indien alle geïdentificeerde gemeentelijke risico’s zich gelijktijdig en in maximale omvang voor zouden doen is een bedrag van € 48,0 miljoen benodigd. Dit zal in de praktijk echter niet het geval zijn, zodat het reserveren van dit maximale bedrag niet noodzakelijk is. De risicosimulatie toont aan dat met een waarschijnlijkheid van 90% een bedrag van € 9,9 miljoen voldoende is om de geïdentificeerde risico’s in financiële zin te kunnen afdekken (= benodigde weerstandscapaciteit). De beschikbare weerstandscapaciteit De beschikbare weerstandscapaciteit bestaat uit middelen waarover de gemeente beschikt om niet begrote kosten, die onverwacht en substantieel zijn, te dekken zonder dat dit ten koste gaat van de uitvoering van bestaande taken. De beschikbare weerstandscapaciteit bestaat uit de volgende componenten: •

•

De vrij aanwendbare algemene reserves (incidenteel karakter) Deze bestaan uit: Algemene reserve Totaal

Stand € €

31-12-2026 19.847.000 19.847.000

De vrij aanwendbare bestemmingsreserves (incidenteel karakter) Bestemmingsreserves zijn vrij aanwendbaar voor zover deze niet zijn belast met verplichtingen aan derden, respectievelijk wanneer zij niet de functie hebben van een egalisatiereserve. Indien een risicogebeurtenis zich voordoet heeft de gemeenteraad de mogelijkheid om de bestemming van de reserve te wijzigen ter dekking van het risico. De volgende (delen van) bestemmingsreserves worden als vrij aanwendbaar aangeduid: 80

Bestemmingsreserve Roosendaal spreekt, Roosendaal Doet Bestemmingsreserve grondexploitatie Bestemmingsreserve Participatie Bestemmingsreserve Investeringsfonds Bestemmingsreserve Aanpak snelweg A58 Duurzaamheid Totaal

Stand 31-12-2026 € 12.000 € 5.050.000 € 1.910.000 € 993.000 € 1.000.000 € 208.000 € 9.173.000

•

De onbenutte belastingcapaciteit (structureel karakter) De onbenutte belastingcapaciteit is het verschil tussen de werkelijk opgelegde en de maximaal te heffen Onroerend Zaak Belasting (OZB). De raad heeft de mogelijkheid om in geval van een calamiteit de financiële gevolgen te dekken met een verhoging van de OZB. Conform de beleidsnota ‘risicomanagement en weerstandsvermogen’ is dit 2% van de in 2026 op te leggen aanslagen = 2% x € 18.839.158 = € 376.783.

•

De post onvoorzien in de programmabegroting (structureel karakter) De post onvoorzien staat structureel in de begroting, is na het vaststellen van de begroting 2025 verlaagd naar € 100.000 en wordt ook als weerstandscapaciteit aangemerkt. Het is een structureel opgenomen begrotingspost, waartegenover geen directe uitgaven geraamd staan en die ingezet wordt voor onvoorziene, incidentele tegenvallers.

Kapitalisatiefactor Gezien de structurele beschikbaarheid en de mogelijkheid om de onbenutte belastingcapaciteit en de post onvoorzien structureel in te zetten ter dekking van risico’s wordt conform de beleidsnota ‘risicomanagement en weerstandvermogen’ een kapitalisatiefactor toegepast van 2,5. De beschikbare weerstandscapaciteit ziet er voor de gemeente Roosendaal per 31-12-2026 als volgt uit: Begroting 2025 (per 31-12-2025)

Begroting 2026 (per 31-12-2026)

305.000 150.000 ----------------------455.000 2,5 ----------------------1.137.000

377.000 100.000 ----------------------477.000 2,5 ----------------------1.192.000

Incidenteel karakter Vrij aanwendbare algemene reserves: Vrij aanwendbare bestemmingsreserves:

22.980.000 25.041.000

19.487.000 9.174.000

subtotaal weerstandscapaciteit vermogen

48.021.000

29.020.000

Totale weerstandscapaciteit

49.158.000

30.212.000

Structureel karakter - Onbenutte belastingcapaciteit (OZB) - Post Onvoorzien

Kapitalisatiefactor structurele beschikbaarheid subtotaal weerstandscapaciteit exploitatie

De beoordeling van het weerstandsvermogen Het weerstandsvermogen wordt uitgedrukt in de volgende ratio en bedraagt per 31 december 2026:

81

Ratio weerstandsvermogen =

Beschikbare weerstandscapaciteit Benodigde weerstandscapaciteit

=

€ 30,2 mln € 9,9 mln

=

3,1

In de nota ’beleid risicomanagement en weerstandsvermogen’ is het streefgetal voor het weerstandsvermogen vastgesteld op een minimale waarde van 1,0. De ratio van het weerstandsvermogen per 31 december 2026 voldoet met de waarde 3,1 ruimschoots aan deze norm. Ten opzichte van de begroting 2025 is de weerstands-ratio met 1,0 gedaald. Zowel de beschikbare weerstandscapaciteit is flink gedaald, dit komt vooral door de verwachte uitname uit het Investeringsfonds in 2025 en 2026, ook de Algemene Reserve is iets lager. Daarnaast is ook de benodigde weerstandscapaciteit lager, dit wordt met name veroorzaakt door de verlaging van een aantal risico’s, de belangrijkste betreffen de onderstaande wijzigingen in de Top 10. De belangrijkste wijziging in de Top 10 risico’s ten opzichte van de begroting 2025 is: - Het risico op een aanhoudend hoge inflatie komt in de Top 10, mede omdat het risico over Terugloop Parkeeropbrengsten lager is geworden, dit vanwege de verwachte hogere bezetting van parkeergarages. - Het risico bij Jeugdzorg is wat lager ingeschat, omdat de begroting in 2025 naar boven is bijgesteld. Jeugdzorg blijft evenwel het grootste risico binnen de gemeente Roosendaal Let op: Voorzichtigheid blijft geboden Voor de duidelijkheid: de hoogte van de weerstandsratio zegt niets over eventuele vrije ruimte binnen de begroting. Onder elke bestemmingsreserve liggen immers plannen.

Aanwending van deze reserves voor het afdekken van risico’s die zich voordoen, heeft consequenties voor de huidige onderliggende plannen.

Kengetallen Het besluit tot wijziging van het BBV is in mei 2015 aangepast vastgesteld. Er dienen kengetallen opgenomen te worden in de paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing (Artikel 11 BBV). Het betreft: netto schuldquote & netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen; solvabiliteitsratio; grondexploitatie; structurele exploitatieruimte; belastingcapaciteit. Het Gemeenschappelijk financieel Toezichtkader (GTK) is een provinciaal toezichtskader waarin signaleringswaarden staan hoe de in deze paragraaf genoemde kengetallen te interpreteren. Het betreft geen normering, de invoering van de set van vijf kengetallen is voornamelijk bedoeld om de financiële positie voor raadsleden inzichtelijker te maken. Signaleringswaarden financiële kengetallen (GTK 2020) Waarderingscijfer Netto schuldquote Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen Solvabiliteitsratio Grondexploitatie Structurele exploitatieruimte (begroting) Belastingcapaciteit

Minst risicovol <90 % <90 %

Neutraal 90-130 % 90-130 %

Meest risicovol >130 % >130 %

>50 % <20 % >0 %

20-50 % 20-35 % 0%

<20 % >35 % <0 %

<95 %

95-105 %

>105 %

82

Het gebruik en het vaststellen van de berekeningswijze van de kengetallen heeft geen functie als normeringinstrument in het kader van het financieel toezicht door de provincies. De invoering van de set van vijf kengetallen is voornamelijk bedoeld om de financiële positie voor raadsleden inzichtelijker te maken. De kengetallen vormen een verbinding tussen de verschillende aspecten die de raad in de beoordeling van de financiële positie kan betrekken. De kengetallen zullen altijd in samenhang moeten worden bezien, omdat ze alleen gezamenlijk en in hun onderlinge verhouding een goed beeld kunnen geven van de financiële positie van de gemeente. Hoe de kengetallen berekend moeten worden, is vastgelegd in een ministeriële regeling (26 oktober 2015, nr. 2015-0000611752).

Begroting 2026 Kengetallen:

Verloop van de kengetallen Jaarverslag Begroting Begroting Begroting Begroting Begroting 2024 2025 2026 2027 2028 2029

Netto schuldquote Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen

43%

64%

67%

76%

71%

70%

43%

64%

66%

76%

70%

69%

Solvabiliteitsratio

26%

20%

15%

14%

15%

14%

Structurele exploitatieruimte

5%

0%

0%

1%

-1%

0%

Grondexploitatie

12%

5%

6%

5%

2%

0%

Belastingcapaciteit

99%

104%

98%

98%

98%

98%

Beoordeling kengetallen Netto schuldquote De netto schuldquote geeft de hoogte van de schulden aan in relatie tot de jaarlijkse inkomsten en geeft hierdoor een indicatie van de flexibiliteit van de begroting. Signaal: het provinciaal toezichtkader geeft aan dat indien dit kengetal lager is dan 90% dat het als ‘minst risicovol’ wordt gezien. Dit is in Roosendaal het geval. Solvabiliteitsratio De solvabiliteit geeft de verhouding tussen het eigen en vreemd vermogen aan. Het geeft daarmee een indicatie of een gemeente haar bezit zeer zwaar belast met schuld. Signaal: Het provinciaal toezichtskader geeft aan dat een kengetal van 20% als ‘neutraal’ kan worden gezien. Voor de begroting 2026 is het percentage 16%. Dit percentage is de afgelopen jaren licht gedaald door de investeringen vanuit het collegeprogramma. Bij de Jaarrekening ligt de daadwerkelijke ratio vaak wat hoger, omdat niet alle geplande investeringen doorgang hebben kunnen vinden. De ontwikkeling van dit percentage wordt in de gaten gehouden. Structurele exploitatieruimte: Dit kengetal geeft aan in hoeverre structurele lasten ook gedekt worden met structurele baten. Signaal: Het provinciaal toezichtskader geeft aan dat een kengetal boven de 0% als ‘minst risicovol’ kan worden gezien. In Roosendaal is dit voor 2026 het geval. Op dit moment is er geen aanleiding tot actie.

Grondexploitatie: dit kengetal geeft aan hoe groot de grondpositie (waarde van de grond) is ten opzichte van de totale geraamde baten. Het is lastig om een norm te bepalen voor dit kengetal. Wel geeft het aan of een gemeente veel geld heeft gestopt in haar grondexploitatie, dit geld dient 83

namelijk nog wel terugverdiend te worden. De laatste jaren ligt met name de focus op het ontwikkelen van beschikbare gronden, daarnaast zijn de gronden afgewaardeerd naar actuele boekwaarden. Signaal: het provinciaals toezichtskader geeft aan dat als dit kengetal onder de 20% zit, dat het dan kan worden gezien als ‘minst risicovol’. In Roosendaal is dit het geval. Belastingcapaciteit: woonlasten meerpersoonshuishouden De woonlasten zijn voor de gemeente de belangrijkste eigen belastinginkomst. De hoogte van deze woonlasten geeft aan in hoeverre de gemeente relatief hoog zit met de woonlasten ten opzichte van de WOZ-waarden, in vergelijking met andere gemeenten. Signaal: het provinciaals toezichtskader geeft aan dat een percentage tussen de 95% en de 105% als ‘neutraal’ kan worden gezien. Dit is in Roosendaal het geval. In paragraaf 2 Lokale heffingen worden de onderliggende tarieven toegelicht. Conclusie: De kengetallen tonen in totaliteit een goede financiële positie. Er is geen noodzaak om op basis van deze kengetallen extra beheersmaatregelen te treffen.

84

PARAGRAAF 3. Financiering In deze paragraaf wordt inzicht gegeven in de wijze waarop de gemeente Roosendaal haar activiteiten voor het komende jaar gaat financieren. We staan voor een transparante en duurzame wijze van financiering van onze activiteiten. Als doelen zijn geformuleerd: • Het verzekeren van duurzame toegang tot financiële markten tegen acceptabele condities. • Het beschermen van het gemeentelijk vermogen en resultaat tegen financiële risico’s, zoals rente-, koers-, krediet- en liquiditeitsrisico’s. • Het minimaliseren van de interne en externe kosten bij het beheren van geldstromen en financiële posities. • Het optimaliseren van de banksaldi en renteresultaten. Deze doelen worden binnen de kaders van de Wet Financiering Decentrale Overheden (Fido), Wet Houdbare Overheidsfinanciën (HOF) en verder Wet verplicht Schatkistbankieren (vSB) respectievelijk de limieten en richtlijnen van het Treasury statuut uitgevoerd. Kasgeldlimiet Renterisico vlottende schuld Het financieren van de gemeentelijke activa en exploitatie door middel van kortlopende geldleningen heeft twee voordelen: er kan snel worden ingespeeld op mutaties in de financieringsbehoefte en bij een normale rentestructuur - waarin het aantrekken van lange geldleningen duurder is dan korte geldleningen - is het een relatief goedkope financieringsvorm.

Tegenover deze voordelen staat echter het nadeel van de korte rentevastheid, waardoor de gemeentelijke huishouding gevoelig wordt voor schommelingen in de rentestand. Om deze rentegevoeligheid te beperken heeft de wetgever de kasgeldlimiet ingesteld. Deze limiet stelt een maximum aan de omvang van de netto vlottende schuld die de gemeente mag hebben. Er is sprake van een overschrijding van de kasgeldlimiet wanneer het kwartaalgemiddelde van de netto vlottende schuld gedurende twee opeenvolgende kwartalen hoger is dan de berekende limiet. Het percentage voor de limiet is bepaald op 8,5% van de begrotingsomvang met een minimum van € 300.000. In onderstaande tabel is de kasgeldlimiet berekend. Kasgeldlimiet (Bedragen x € 1.000 ) Omvang lasten programmabegroting (excl. Reserves) Toegestane kasgeldlimiet (8,5%)

2025 Primair

2025 Gewijzigde begroting

2026 Primair

348.952

391.474

368.909

29.661

33.275

31.357

Renteontwikkeling De rente op de geldmarkt vertoont momenteel een opwaartse beweging. De Europese Centrale Bank (ECB) voert een geleidelijk versoepelend beleid, waarbij de rente wordt aangepast op basis van de economische ontwikkelingen binnen de eurozone. Hoewel de ECB in 2025 enkele renteverlagingen heeft doorgevoerd, blijven de lange rentes stijgen door hogere inflatieverwachtingen en geopolitieke onzekerheden. Voor gemeenten betekent dit dat de financieringskosten toenemen. Nieuwe leningen en herfinancieringen worden afgesloten tegen hogere rentepercentages, wat leidt tot een stijgende

85

rentelast op de begroting. Dit vraagt om een zorgvuldige afweging bij investeringsbeslissingen en een actieve monitoring van de geldmarkt. Renteschema Op basis van het Besluit Begroting en Verantwoording is onderstaand renteschema opgenomen. Renteschema 2026 (Bedragen x € 1.000)

a.

De externe rentelasten over de korte en lange financiering

b.

De externe rentebaten (idem)

4.621 -

62

Saldo rentelasten en rentebaten

4.559

c1

De rente die aan de facilitaire grondexploitaties (kostenverhaal) moet worden doorberekend

-

397

c2

De rente van projectfinanciering die aan het betreffende taakveld moet worden toegerekend

0 -

397

Aan taakvelden toe te rekenen externe rente

e

De aan taakvelden toegerekende rente (renteomslag)

f

Renteresultaat op het taakveld treasury

4.162

-

3.676 -

486

86

Financieringssaldo In de financiering van de gemeentelijke investeringen wordt deels door interne en deels door externe middelen voorzien. Boekwaarde (Bedragen x € 1.000)

Rekening Rekening balansstand balansstand 31-12-2023 31-12-2024 (Na resultaat verdeling)

Begroting prognose balansstand 31-12-2025

Begroting prognose balansstand 31-12-2026

A. Investeringen: Grondexploitatie

39.871

41.408

39.720

20.300

Overige investeringen

236.278

263.360

283.107

336.747

Totaal investeringen (A)

276.149

304.768

322.827

357.047

139.982

138.011

107.593

87.931

86.875

104.950

133.025

125.100

226.857 - 49.292

242.961 - 61.807

240.618 - 82.209

213.031 - 144.016

B. Financiering: Interne financieringsmiddelen (reserves en voorzieningen) Externe financieringsmiddelen (langlopende geldleningen en waarborgsommen) Totaal financieringsmiddelen (B) Financieringssaldo (B-A)

De in de tabel opgenomen berekeningen zijn gemaakt vanuit de stand van de huidige informatie en vragen om nadere toelichting. Per 31 december 2026 wordt een geraamd cumulatief resterend financieringstekort van € 144 miljoen verwacht. Het bovengenoemde overzicht betreft de mutatie tussen de verschillende begrotingsjaren die als herfinanciering wordt ingeschat. Voor het begrotingsjaar 2026 betreft dit een verwachte herfinanciering ter hoogte van € 61,8 miljoen (144 miljoen minus 82 miljoen). We realiseren niet alle investeringen die voor een jaar geraamd zijn. Dit komt door de ambities die wij als gemeente hebben maar ook door de financiële onzekerheid waardoor investeringen worden uitgesteld. Structurele tekorten en stijgende rente drukken op de begrotingsruimte. Daarnaast zorgen capaciteitsproblemen en krapte op de arbeidsmarkt voor vertraging in de uitvoering. Externe factoren zoals stijgende bouwkosten en complexe regelgeving spelen ook een rol. We kiezen soms bewust voor uitstel om strategische redenen. Het gevolg is een lagere realisatiegraad en vertraging van maatschappelijke opgaven. Vaste schuld Mutaties vaste schuld Vaste schuld ontstaat wanneer geldleningen worden aangegaan met een rente typische looptijd van één jaar of langer. Daartoe wordt overgegaan wanneer de liquiditeitsplanning aangeeft dat er sprake is van een structurele financieringsbehoefte.

Renterisico vaste schuld In de Wet Fido is onder andere de renterisico norm met betrekking tot de vaste schuld opgenomen. Deze norm dient decentrale overheden aan te zetten tot het spreiden van hun lange termijn renterisico door bij het samenstellen van de leningenportefeuille door middel van de verschillende rente typische looptijden rekening te houden met deze normstelling. De renterisico norm is bij ministeriële regeling vastgesteld op 20% van het begrotingstotaal van het betreffende jaar. Onderstaande tabel geeft de ontwikkeling van het renterisico voor de komende jaren aan. De gevolgen van toekomstige geldopnamen zijn daarin nog niet verwerkt. Uit deze tabel blijkt dat we de komende jaren ruimschoots onder de renterisico norm blijven. 87

(Bedragen x € 1.000)

Begroting 2026

Begroting 2027

Begroting 2028

Begroting 2029

368.812

347.642

354.213

357.978

73.762

69.528

70.843

71.596

0

0

0

0

Aflossingen

7.925

6.925

6.925

5.925

Renterisico

7.925

6.925

6.925

5.925

Ruimte onder de rente risiconorm

65.837

62.603

63.918

65.671

Berekening renterisiconorm Begrotingstotaal lasten excl. reserves Renterisiconorm (20 %) Berekening renterisico Renteherzieningen

Vaste uitzettingen Mutaties vaste uitzettingen Vaste uitzettingen zijn door de gemeente verstrekte geldleningen met een rente typische looptijd van één jaar of langer. Dergelijke leningen worden enerzijds verstrekt in het kader van de publieke taakuitoefening, anderzijds in perioden waarin er sprake is van een liquiditeitenoverschot. Dit laatste komt echter zeker de laatste jaren niet of nauwelijks voor. In onderstaand overzicht staan de partijen vermeld aan wie door de gemeente Roosendaal in het verleden geldleningen zijn verstrekt, en ook de restantschuld en de ontstaansgrond van de leningen. Geldnemer

Leningen, krediethypotheken en leenbijstand Stimulerings- en startersleningen Monumentenfonds NV Totaal

Bedragen x € 1.000

Ontstaansgrond

Rekening 31-122024 822

Begroting 01-01-2026

19.290

23.020

Volkshuisvesting

200

200

Deelneming in NV

20.312

24.042

822

Uitvoering Participatie Wet

Debiteurenrisico op verstrekte leningen Aan het voor langere tijd verstrekken van middelen aan derden kleeft het gevaar dat deze derden op een onvoorzien moment niet meer aan hun aflossingsverplichting kunnen voldoen. Ten aanzien van geldleningen die verstrekt zijn in het kader van de publieke taak speelt het debiteurenrisico een ondergeschikte rol. Bij de besluitvorming is aan het maatschappelijk belang van het verstrekken van dergelijke leningen een hogere prioriteit toegekend dan aan het daarmee samenhangende financiële risico. Dit geldt overigens ook ten aanzien van gegarandeerde geldleningen. Wet Houdbare Overheidsfinanciën (Wet HOF) De in de wet HOF vastgestelde macronorm wordt door vertaald naar individuele gemeenten in de vorm van een individuele referentiewaarde, die een indicatie geeft van het maximale aandeel in het EMU-saldo.

88

Berekening EMU-saldo 2025

2026

2027

Volgens gewijzigde begroting 2025

Volgens begroting 2026

Volgens meerjarenraming in begroting 2026

1. Exploitatiesaldo vóór toevoeging aan c.q. onttrekking uit reserves (zie BBV, artikel 17c)

-22.563

-12.346

2.912

2. Mutatie (im)materiële vaste activa

13.115

48.809

25.779

3. Mutatie voorzieningen

-11.795

-7.219

-5.526

4. Mutatie voorraden (incl. bouwgronden in exploitatie)

-1.688

-19.420

-1.708

0

0

0

-45.785

-48.954

-26.685

x € 1.000 Omschrijving

5. Verwachte boekwinst bij verkoop effecten en verwachte boekwinst bij verkoop (im)materiële vaste activa Berekend EMU-saldo

Wet verplicht Schatkistbankieren (Wet vSB) De wet vSB (zonder leenfaciliteit) houdt in dat decentrale overheden en door hen opgerichte gemeenschappelijke regelingen, al hun overtollige liquide middelen en beleggingen moeten aanhouden bij het ministerie van Financiën. Er is een vrijstellingsgrens voor het afstorten van overtollige liquide middelen (het bedrag dat buiten het schatkistbankieren door de gemeente mag worden gehouden). Als het gemiddelde kwartaal bedrag van de positieve tegoeden minder is dan 2,00% van het begrotingstotaal, mag dit op de eigen bankrekeningen blijven staan. De (voorlopige) vrijstellingsgrens voor 2026 is, afgerond, € 7,6 miljoen. (2,00 % van € 381 miljoen).

89

PARAGRAAF 4. Onderhoud kapitaalgoederen Inleiding Een groot deel van het gemeentelijke vermogen investeren we in het beheer en onderhoud van onze kapitaalgoederen: groen, grijs (verhardingen, openbare verlichting, verkeersvoorzieningen, straatreiniging en onkruidbestrijding), blauw (water en riolering), civieltechnische kunstwerken en speelvoorzieningen. Onderhoud en tijdige vervanging van deze kapitaalgoederen is een belangrijke taak van de gemeente. Zorgvuldig beheer is nodig om kapitaalvernietiging te voorkomen en om de veiligheid van onze infrastructuur te waarborgen. Ook onderhouden we kunst in de openbare ruimte en ontsluiten we deze digitaal om de identiteit van Roosendaal blijvend te versterken. Het totale bestand aan kapitaalgoederen waarvoor de gemeente verantwoordelijk is, duiden we aan met de term areaal. Het beheer en onderhoud van het areaal voeren we uit aan de hand van de door de gemeenteraad vastgestelde kaders ten aanzien van onderhouds- en kwaliteitsniveaus. De feitelijke planning van het beheer en onderhoud is opgenomen in de Beheerkalender. Een algemene tendens die we sinds 2023 zien is dat de kosten voor het onderhoud en reconstructies zijn gestegen. Dit wordt veroorzaakt door hogere materiaalkosten, tekort aan personeel, verduurzaming materieel. Voor zover te voorzien nemen we deze stijgingen in de ramingen van alle calculaties mee.

Alle projecten worden volgens inkoopbeleid aanbesteed. We zijn afhankelijk van de markt. In maart 2025 zijn de uitkomsten van een themaonderzoek opgeleverd, uitgevoerd door diverse provincies, naar de kwaliteit van de paragraaf kapitaalgoederen in de Begrotingen 2024 van gemeenten. De provincie Noord-Brabant heeft daaraan ook meegedaan. Uit het onderzoek blijkt dat bij veel gemeenten de informatiewaarde in deze paragraaf kan verbeteren. In het rapport zijn diverse aanbevelingen gedaan. Afgelopen maand zijn we hiermee aan de slag gegaan en is in deze begroting een eerste aanzet gedaan om hierop in te spelen. Vandaar dat deze paragraaf vanaf dit begrotingsjaar een andere en uitgebreide opzet heeft. Een verbeterpunt voor komende jaren is om nog meer inzet te geven in het jaarlijks onderhoud. De meeste beheerplannen voor de kapitaalgoederen zijn inmiddels verouderd. Conform de financiële BBV voorschriften mogen beheerplannen niet ouder zijn dan 4 of 5 jaar. Vandaar wordt eind 2025 met een integrale aanpak tussen alle disciplines de beheerplannen voor de periode 2027-2030 weer geactualiseerd. Met deze actualisatie weten we per kapitaalgoed welke financiële middelen benodigd zijn en is er een goede (financiële) onderbouwing voor de aanwezige groot onderhoud voorzieningen.

De financiële gevolgen ervan worden dan op zijn vroegst meegenomen in de Kadernota 2027 en uiterlijk bij de Begroting 2027. Er wordt verschil gemaakt tussen: • Klein onderhoud : preventieve maatregelen en dagelijkse reparaties die noodzakelijk zijn om het kapitaalgoed in goede werkende en veilige staat te houden. • Groot Onderhoud : uitvoering van herstelmaatregelen als gevolg van slijtage na een langere periode van gebruik om een kapitaalgoed in goede staat te houden of te brengen. Lasten van groot onderhoud kunnen per begrotingsjaar behoorlijk in omvang verschillen. Daarmee wordt meestal voor de lasten van groot onderhoud een voorziening gevormd om de lasten daarvan over meerdere begrotingsjaren te egaliseren. Voor de onderbouwing van een voorziening is een recent beheerplan een vereiste. In deze paragraaf zijn niet de investeringsbedragen opgenomen. Er is sprake van een investering indien de gemaakte kosten leiden tot een levensduurverlenging en/of leiden tot een significante kwaliteitsverbetering en/of er sprake is van aanpassingen om te voldoen aan wet- en regelgeving. Wanneer kosten worden gemaakt om het actief op een vooraf bepaald kwaliteitsniveau te behouden, is er geen sprake van een investering. Bij 90

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.roosendaal.nl/api/v1/meetings/1882/documents/51256