Bijlage 1 Omgevingsvisie 2022.pdf
Tekst van het document
OMGEVINGS VISIE ROOSENDAAL
DE VERBONDEN STAD
1
2
INLEIDING
HET VERHAAL VAN ROOSENDAAL
3
TOEKOMSTPERSPECTIEF VOOR ROOSENDAAL
4 OPGAVEN
5
6
RUIMTELIJKE UITWERKING
UITVOERING EN STURINGSFILOSOFIE
DE VERBONDEN STAD 2
3
SAMENVATTING DE VERBONDEN STAD Roosendaal heeft de ambitie om zich voor de komende 10 tot 15 jaar verder te ontwikkelen als een‘verbonden stad‘. Daaronder verstaan we een gemeente waarbinnen stad en dorpen met elkaar verbonden zijn. Een gemeente waar inwoners zich verbonden voelen met elkaar en met hun leefomgeving. Roosendaal ontleent ook haar kracht aan de verbondenheid met omliggende gemeenten in de regio, met de Brabantse stedenrij en met de metropolen Rotterdam, Antwerpen en Brainport Eindhoven. Deze verbondenheid is al eeuwen de stuwende motor achter de ontwikkeling van de gemeente Roosendaal en zorgt ervoor dat voor inwoners een scala aan kwalitatieve voorzieningen én werkgelegenheid binnen handbereik ligt. Voor bedrijven zijn internationale afzetmarkten goed bereikbaar. Bij het realiseren van deze ambitie hanteert de gemeente drie leidende principes:
1 Stad en dorpen van de menselijke maat In de toekomst is goed wonen een onderscheidende kwaliteit van de gemeente. Roosendaal is een aantrekkelijke en gezonde woongemeente voor haar inwoners, in al hun diversiteit, met veel ruimte voor ontmoeting en oog voor het individu. De woonwijken en dorpen zijn ruim van opzet, gezond, groen, rustig, veilig en hebben ieder een eigen sfeer en identiteit.
2 Balans tussen mens en natuur Roosendaal kent in 2030 meer groen in de stad, en meer stad in het groen. Wandelaars en fietsers krijgen meer ruimte, er komen meer groene verbindingen binnen de stad en de dorpen, en naar het buitengebied. Bodem, oppervlakte en lucht zijn schoon, en de leefomgeving kent een grote biodiversiteit. In de toekomst is Roosendaal klimaatadaptief. Er is een goede balans tussen het bebouwde gebied, landbouw, natuur en recreatie.
3 Ruimte voor talent en ondernemerschap
OMGEVINGS VISIE ROOSENDAAL
4
Roosendaal huisvest nu en in de toekomst bedrijven die sterk zijn in het opschalen van innovaties. De beroepsbevolking is opgeleid voor een plaats op de arbeidsmarkt in sectoren die perspectief bieden. Bedrijven, mbo+ en hbo werken samen aan goed hierbij passende opleidingen in de zorg, techniek, logistiek en vrijetijdseconomie. Roosendaal is hiermee een belangrijke schakel in een rij van sterke steden en in een regio die gericht is op vernieuwend ondernemerschap. Een analyse van de ontwikkeling en huidige situatie van de gemeente Roosendaal, de trends en ontwikkelingen, in combinatie met de geformuleerde ambitie voor de toekomst en leidende principes, leidt tot een drietal overkoepelende opgaven voor de gemeente.
5
OVERKOEPELENDE OPGAVEN
De ambitie, de leidende principes en de opgaven hebben we thematisch vertaald naar de deelopgaven: Ruimte, Natuur en milieu, Sociaal, en Verkeer en mobiliteit. Op die manier wordt duidelijk hoe de hoofdlijnen van beleid doorwerken in deze thema’s die een directe invloed hebben op de fysieke leefomgeving. De thema’s gelden in principe voor geheel Roosendaal, voor zowel de stad, de dorpen als het buitengebied. Om meer sturing te geven aan de concrete opgaven zijn deze
OPGAVE 1 Inspelen op extra groei
daarna vertaald in een koers per deelgebied. Als deelgebieden zijn daarbij te onderscheiden: de (sterke) stad, de stadrandzones en het vitale platteland (de
Roosendaal kiest ervoor om niet alleen de autonome groei te accommoderen,
dorpen en het buitengebied). Bij de thema’s en de deelgebieden wordt concreet
maar om ook ruimte te bieden aan nieuwe inwoners uit de Randstad die zich hier
wat we willen bereiken met deze omgevingsvisie.
willen vestigen. Een ander belangrijk element is dat we ruimte bieden voor het versterken van de West-Brabantse economie, inclusief een daar goed op aansluitend
De gemeente hecht sterk aan de inbreng van de inwoners, het bedrijfsleven en
onderwijs. Dat doen we als onderdeel van de Sterke Steden, wat inhoudt dat
de kennis van onderwijsinstellingen om scherpte te houden in de ambities die we
Roosendaal inzet op het versterken van de bestaande kwaliteiten, als complemen-
stellen. We hopen dat inwoners en partijen zich door de ambities laten inspireren
taire stad in de WestBrabantse stedenrij. De keuze brengt met zich mee dat we
en met ons meewerken aan het realiseren van deze ambities. In 2020 zijn we, in
de lijn van de complete en compacte stad loslaten, en behalve bouwen en her-
opmaat naar de voorontwerp omgevingsvisie, daarom op verschillende manieren
ontwikkelen in de bestaande stad op termijn ook kijken naar uitbreidingen in de
het gesprek aangegaan met inwoners en professionele organisaties. Deze lijn
stadrandzones. Daarnaast benutten we ruimte in het buitengebied om kleinschalig
willen we continueren.
woon-, zorg- en recreatiefuncties in te passen. De basis voor onze manier van samenwerken blijven de kernwaarden van de gemeente: ‘Samen’, ‘Resultaatgericht’ en ‘De Ander Centraal’. De netwerksamen-
OPGAVE 2 Inzetten op klimaatmaatregelen en positieve gezondheid
leving van nu vraagt om deze samenwerkingsstijl en bestuursstijl. Op deze pijlers wil de gemeente actief samenwerken met inwoners, ondernemers, verenigingen,
Meer groen in de stad, meer stad in het groen. Roosendaal kiest voor het creëren
lokale en (sub)regionale samenwerkingspartners waaronder gemeentelijke
van ruimte in de stad door het autogebruik terug te dringen: hoe dichter bij de
samenwerkingsverbanden zoals Regio West Brabant (RWB), Sterke Steden en
binnenstad, hoe minder ruimte voor de auto. Bij nieuwbouw in de stad kiezen
Netwerkstad. We kiezen daarbij voor een duidelijke, open bestuursstijl én voor
we vaker voor hoogbouw, om zo ruimte te scheppen voor ontmoetingsruimtes,
een respectvolle bestuurscultuur.
groen en blauw. In het buitengebied kiezen we voor duurzame landbouw en voor meer natuur. Dat werken we de komende jaren samen met alle belanghebbenden uit. We zoeken de samenwerking met agrariërs, landbouworganisaties en andere betrokkenen om de landbouw transitie verder uit te werken.
OPGAVE 3 Werken aan een inclusieve stad Terugdringen van de groeiende tweedeling tussen ‘goede’ en ‘aandachts’-wijken, tussen arm en rijk, het bieden van perspectief aan de jeugd, aanpakken ondermijning en zorgen voor een veilige leefomgeving. Veel van de opgaven hebben meer betrekking op sociaal, economisch of veiligheidsbeleid, en maar beperkt op fysieke onderwerpen die in deze omgevingsvisie worden uitgewerkt. Maar bij alle fysieke ingrepen die we doen, houden we rekening met het effect op een inclusieve samenleving.
6
7
Vogelvlucht van Roosendaal gezien vanuit het zuiden
8
9
INHOUD
4.5.1
4.5.2 Mobiliteitsmanagement en ov ............................................................................ 96
De verbonden stad ............................................................................................................................. 4
5. Ruimtelijke uitwerking ............................................................................................................ 100
Samenvatting ‘De verbonden stad’ ............................................................................................ 5 1. Inleiding ........................................................................................................................................... 12
4.5 Verkeer en mobiliteit .......................................................................................................... 92 Verkeersmanagement ........................................................................................... 92
5.1
Inleiding: overzicht deelgebieden .................................................................................. 101
5.2
Sterke stad .......................................................................................................................... 104
5.2.1
Rondje Roosendaal ............................................................................................. 104
1.1
Aanleiding .............................................................................................................................. 13
5.2.2 Gebiedsvisie Bulkenaar ....................................................................................... 109
1.2
Samenspraak ......................................................................................................................... 15
5.2.3 De Stok / Rosada .................................................................................................... 111
1.3
Omgevingseffectrapport (OER) ......................................................................................... 16
5.2.4
Leeswijzer ............................................................................................................................... 18
5.2.5 Bedrijventerreinen ............................................................................................... 113
1.4
5.3 2. Het verhaal van Roosendaal .................................................................................................... 20
Woonwijken .......................................................................................................... 113
Stadsrandzones .................................................................................................................... 115
5.3.1
Noordoost .............................................................................................................. 115
DNA van Roosendaal ......................................................................................................... 21
5.3.2 Oost ......................................................................................................................... 116
2.2 De ontwikkeling van Roosendaal .................................................................................... 22
5.3.3 Zuid ......................................................................................................................... 116
2.3 Roosendaal nu .................................................................................................................... 32
5.3.4
2.1
2.4
Actuele ruimtelijke ontwikkelingen en projecten .................................................... 37
5.4
Zuidwest ................................................................................................................. 117
Vitaal platteland ................................................................................................................ 118
2.5 Roosendaal in de bredere context ................................................................................. 38
5.4.1
Dorpen .................................................................................................................. 119
2.6 (Boven)lokale trends en ontwikkelingen ...................................................................... 40
5.4.2
Buitengebied ........................................................................................................ 123
3. Toekomstperspectief voor Roosendaal ................................................................................... 42 3.1
De ambitie: De verbonden stad ....................................................................................... 43
3.2
Leidende principes ........................................................................................................... 44
3.3
De overkoepelende opgaven voor Roosendaal ............................................................ 48
6. Uitvoering en sturingsfilosofie ........................................................................................... 136 6.1
Proces totstandkoming, de omgevingsvisie, ambitie beleid fysieke leefomgeving en het toekomstige proces van de omgevingsvisie ................................................. 137
6.2 Sturingsfilosofie ................................................................................................................ 138 6.3 Grondbeleid ........................................................................................................................139
4. Opgaven ........................................................................................................................................... 50 Opgaven in de fysieke leefomgeving .............................................................................. 51
Bijlage ............................................................................................................................................... 142
4.2 Ruimte .................................................................................................................................... 52
Ruimtelijk beleid gemeente Roosendaal ................................................................................ 142
4.1
Wonen ....................................................................................................................... 52
Vigerend beleid ............................................................................................................................ 142
4.2.2 Economie .................................................................................................................. 57
Colofon ......................................................................................................................................... 144
4.2.3 Landschap en openbare ruimte ........................................................................... 64
4.2.1
4.3 Natuur en milieu ................................................................................................................... 68
4.3.1
4.3.2 Water .......................................................................................................................... 71
4.3.3 Duurzaamheid .......................................................................................................... 77
4.3.4
4.3.5 Milieuveiligheid en -hinder .................................................................................... 79
4.4
10
Natuur ........................................................................................................................ 68
Klimaatadaptatie ...................................................................................................... 79
Sociaal .................................................................................................................................... 85
4.4.1
Gezondheid .............................................................................................................. 85
4.4.2
Zorg ............................................................................................................................ 87
4.4.3
Onderwijs .................................................................................................................. 88
4.4.4
Maatschappelijke en openbare voorzieningen ................................................. 90
4.4.5
Cultuur en evenementen ....................................................................................... 91
4.4.6
Sociale veiligheid ................................................................................................... 92
11
OMGEVINGSVISIE 1. INLEIDING 1.1
1
AANLEIDING
De Omgevingswet Op 1 januari 2023 treedt, naar verwachting, de Omgevingswet in werking. Een van de onderdelen daarvan is dat de gemeenteraad een omgevingsvisie dient vast te stellen. Daarbij moet zij rekening houden met het beleid en de regels van mede-overheden, zoals Europese regelgeving, regels van het Rijk, de provinciale omgevingsverordening en de waterschapsverordening. Ook met regionale afspraken, zoals de Regionale Energiestrategie (RES), wordt in de omgevingsvisie rekening gehouden. Deze regionale afspraken worden daar waar mogelijk verwerkt. De omgevingsvisie is ‘zelfbindend’ voor de bestuurslaag die deze heeft opgesteld. Zelfbindend betekent dat het opgestelde document (de omgevingsvisie) alleen verplichtingen schept voor degene die het document heeft vastgesteld en niet rechtstreeks doorwerkt voor de burgers en bedrijven in de gemeente. De omgevingsvisie schetst op hoofdlijnen het toekomstige beleid ten aanzien van de fysieke leefomgeving. De omgevingsvisie is geen blauwdruk voor de toekomst, maar bepaalt wel de koers. Hiermee stelt de gemeente kaders voor toekomstige ontwikkelingen. De beleidsdoelen worden later uitgewerkt in het omgevingsplan (bindende regels) en/of programma’s.
Volgens artikel 3.2 van de Omgevingswet bevat de omgevingsvisie: • De hoofdlijnen van de kwaliteit van de fysieke leefomgeving; • De hoofdlijnen van de voorgenomen ontwikkelingen, het gebruik, het beheer, de bescherming en het behoud van het grondgebied; • De hoofdzaken van het beleid op alle relevante terreinen van de fysieke leefomgeving.
OMGEVINGS VISIE
Een goede omgevingsvisie draagt bij aan integrale en afgewogen besluitvorming en een transparantere overheid. De visie vormt daarmee de basis voor programma’s en voor het omgevingsplan. Ook het Rijk (NOVI) en de provincie (POVI) stellen zelfstandig een omgevingsvisie vast. In artikel 2.2 van de Omgevingswet staat dat de gemeenten bij het opstellen van de omgevingsvisie ook rekening moeten houden met de taken en bevoegdheden van andere bestuursorganen.
ROOSENDAAL
12
13
De omgevingsvisie van de gemeente Roosendaal Bij het opstellen van de omgevingsvisie houdt de gemeente rekening met een aantal milieubeginselen:
1
Deze visie dient als toekomstgerichte ‘kapstok’ voor het eigen beleid en voor bestuurlijke samenwerking. Ze is richtinggevend voor de inwoners, de raad, het college, de ambtelijke organisatie. De visie is een instrument om verbinding en samenwerking te zoeken en
1. het voorzorgsbeginsel dat wil zeggen dat de overheid maatregelen kan nemen
dient om de communicatie met de inwoners en de bedrijven te versterken.
als er gegronde redenen zijn om te vrezen dat activiteiten negatieve gevolgen kunnen hebben;
De omgevingsvisie geeft de ambitie weer voor de komende 10 tot 15 jaar en wordt ook bijgesteld als dit nodig is. De fysieke leefomgeving heeft raakvlakken met andere belang-
2. het beginsel van preventief handelen;
rijke, niet-fysieke doelen, bijvoorbeeld op het gebied van gezondheid, duurzaamheid, veiligheid, economie en onderwijs. Deze overkoepelende ambities komen in dit document
3. het beginsel dat milieuaantastingen bij voorrang aan de bron bestreden moeten worden en;
samen in een aantal leidende principes, die we ook gebruiken voor het beheer, gebruik en de (her)ontwikkeling van onze leefomgeving. De omgevingsvisie vervangt de verouderde ‘Structuurvisie Roosendaal 2025’ uit 2012.
4. het beginsel dat de vervuiler betaalt.
De beginselen zijn overgenomen uit het milieubeleid van de Europese Unie. De beginselen
1.2 SAMENSPRAAK
zorgen voor inhoudelijke sturing op het beleid voor de fysieke leefomgeving. Omdat de Omgevingswet niet alleen over het milieu gaat, is de doorwerking van het voorzorgs-
De gemeente werkt vanuit de ambities zoals beschreven in dit document. De gemeente
beginsel en het preventiebeginsel breder dan in het Europese recht.
hecht sterk aan de inbreng van de inwoners, het bedrijfsleven en de kennis van onderwijsinstellingen om scherpte te houden in de ambities die we stellen. We hopen dat
De beleidscyclus krijgt onder de Omgevingswet een prominente plek. Het is daarbij
inwoners en partijen zich door de ambities laten inspireren en met ons meewerken aan
overigens een misvatting dat de cyclus moet beginnen bij visie/beleid. Het is namelijk
het realiseren van deze ambities. In 2020 zijn we daarom op verschillende manieren het
een continu proces dat afgestemd moet worden. Ook in de gemeente Roosendaal is
gesprek aangegaan met inwoners en professionele organisaties.
aandacht voor de beleidscyclus in de vorm van de ‘Ruimtelijke Kringloop’. Deze kringloop sluit naadloos aan bij de beleidscyclus onder de Omgevingswet, en ook visie/ beleid zijn
Bij de samenspraak met de bewoners is veel aandacht besteed aan het gesprek met en
in de kringloop opgenomen. Daarmee is de visie niet in beton gegoten. De visie moet
de wensen en ideeën van jongeren. Zij zijn tenslotte de toekomst van Roosendaal. Maar
‘continu’ actueel zijn en is dus een min of meer dynamisch document. De koers kan dus
niet alleen jongeren zijn benaderd. De uitdaging van de samenspraak was om een zo
bijgesteld worden naar aanleiding van een wijziging beleid door ontwikkelingen of trends.
representatief en divers mogelijk beeld te krijgen van de verschillende opvattingen.
Met de huidige software technieken kunnen de verschillende beleidswijzigingen en de
De traditionele inspraak leidt vaak tot een te eenzijdig beeld en is daarom te beperkt.
effecten ook sneller inzichtelijk worden gemaakt.
Bij de samenspraak voor de omgevingsvisie heeft de gemeente belanghebbenden, professionele partijen en ketenpartners actief benaderd om over de omgevingsvisie in gesprek te gaan. Ook zijn er verschillende methoden ingezet om de meningen van veel
DEN HAAG
Roosendalers te verzamelen. Ondanks de corona maatregelen is dit goed gelukt. ROTTERDAM
GEVIN OM
VISIE GS
HAN
We hebben onder meer: AVING DH
• Ongeveer 100 straatinterviews uitgevoerd. Mensen van de gemeente zijn in DEN BOSCH
OM
GUNNIN ER
SAMEN RESULTAATGERICHT ANDER CENTRAAL
N LA
BERGEN OP ZOOM
VINGSP GE
N GE
V
te spreken op hun opvattingen en hun visie op de toekomst van Roosendaal. Dit leverde een breed scala aan meningen op en zorgde voor een divers beeld van de toekomstige kansen én bedreigingen.
J
PR
TEN
M
MA
PRO
EC
BREDA
de wijken en dorpen de straat op gegaan om willekeurige voorbijgangers aan
OGR
A
• 1.135 mensen bereikt via het Digipanel. Naar onze vaste digipanelgroep is een vragenlijst rondgestuurd. Deze vragenlijst is ook gedeeld op de social mediakanalen van de gemeente.
ANTWERPEN
14
De ruimtelijke kringloop van Roosendaal.
15
De informatie in dit hoofdstuk komt uit de Foto van Roosendaal en, deels uit het OER • 513 mensen deel laten nemen aan de ‘swipocratie’. Bij de ‘swipocratie’ krijgen
(deel 1). Een ander voorbeeld is de beschrijving en karakterisering van de deelgebieden in
deelnemers (online) stellingen voorgelegd waarop ze via een ‘swipe’ een eens/
de omgevingsvisie (teksten komen deels uit het OER deel 1). Beschrijvingen van waarden
oneens antwoord kunnen geven. Van de deelnemers was 63% jonger dan 35
en aandachtspunten in de verschillende deelgebieden zijn vanuit het OER overgenomen
jaar. Met de ‘swipocratie’ is het dus gelukt ook jongeren te bereiken.
in het eerste concept van de omgevingsvisie (zomer 2021).
• 12 diepte-interviews gehouden. Dit zijn lange gesprekken met inwoners die
1
Vervolgens is in de omgevingsvisie een koers bepaald voor de toekomst. In het tweede
een sterke mening hebben over stad en dorpen. De gesprekken hebben goede
deel van het OER wordt vooral een analyse gemaakt van deze koers.
inzichten opgeleverd.
Voorbeelden van de doorwerking van het OER in de omgevingsvisie zijn met name de conclusies voor de stadsrandzones en de aandachtspunten voor ontwikkeling van Rondje
• Bijeenkomsten met professionele partijen georganiseerd. Zo is het bestaande
Roosendaal en Vitaal Platteland.
beleid en de daaruit voorvloeiende opgaven in beeld gebracht tijdens een “omgevingskader in één-week”-bijeenkomst, en is een dagdeel lang is (online) gebrainstormd over de toekomst van de stad met lokale belangenverenigingen
De volgende aspecten uit het OER zijn relevant geweest voor de keuzes in de
en professionele organisaties.
omgevingsvisie:
• Dorpsbijeenkomsten georganiseerd. Tijdens de dorpsbijeenkomsten hebben
• De zuidelijke randzone is verkleind in verband met de natuurwaarde van Visdonk;
vertegenwoordigers van de verschillende dorpen gebrainstormd over de toekomst van Roosendaal vanuit het perspectief van hun eigen dorp.
• Bij ontwikkeling van de noordelijke randzone (Wig) is aandacht voor hoogteverschillen in het landschap;
Belangrijke onderwerpen die uit de samenspraak naar voren kwamen zijn wonen, (vrije
• De aandachtsgebieden die onder de Omgevingswet inzichtelijk moeten worden
tijds-)voorzieningen, gezondheid, groen, duurzaamheid en bestrijding van eenzaamheid
gemaakt, zijn bij toekomstige ontwikkelingen grotendeels in beeld gebracht;
en armoede. Een uitgebreide toelichting op de samenspraak en de uitkomsten ervan is opgenomen in het samenspraakrapport omgevingsvisie Roosendaal. Het samenspraakrapport is op de site de gemeente Roosendaal geplaatst. De resultaten van deze uitgebreide samenspraak zijn zoveel mogelijk verwerkt in deze omgevingsvisie.
• De aandachtspunten ten aanzien van het al dan niet verplaatsen van de huidige sportvelden zijn meegenomen; • De aandachtspunten voor de ontwikkeling van Rondje Roosendaal in het OER bevestigen de te verwachten uitdagingen en maken nieuwe uitdagingen in de omgevingsvisie kenbaar, waaronder het al dan niet verplaatsen van het spooremplacement.
1.3 OMGEVINGSEFFECTRAPPORT (OER) Deze analyse helpt de gemeenteraad om de koers verder uit te werken en op basis van In het kader van de omgevingsvisie is het doorlopen van de procedure van de milieu-
deze hiervan keuzes te maken of (thema- of gebiedsgerichte) deelvisies, op te stellen.
effectrapportage (de m.e.r.-procedure) verplicht (zie paragraaf 1.2 van het OER). In het
Het is de bedoeling om vanuit de huidige situatie de koers te bepalen en vervolgens de
kader van de m.e.r. procedure wordt een omgevingseffectrapportage (OER) opgesteld,
keuzes en de milieueffecten van deze keuzes weer verder uit te werken.
een milieueffectrapport voor een omgevingsvisie. Het OER heeft als doel om het omgevingsbelang mee te wegen bij de besluitvorming rondom de omgevingsvisie. Gelijktijdig met het opstellen van de omgevingsvisie is het opstellen van het OER gestart. In het eerste deel van het OER is de referentiesituatie beschreven. Daarin zijn de aandachtspunten voor ontwikkelingen in de deelgebieden aangegeven . Hierbij is de Foto van Roosendaal getoetst en verder aangevuld. Deel 1 van het OER heeft als directe input aan de basis gestaan van delen van de omgevingsvisie. Voorbeelden hiervan zijn de milieuinformatie in het Verhaal van Roosendaal (Hoofdstuk 2 van deze Omgevingsvisie).
16
17
1.4 LEESWIJZER
1
De omgevingsvisie is opgedeeld in zes hoofdstukken. Na dit eerste hoofdstuk worden in het tweede hoofdstuk de inhoudelijke achtergronden van de omgevingsvisie uitgelegd met aandacht voor het DNA van Roosendaal, de historische achtergrond, het beeld van de huidige situatie en een inzicht in de trends en ontwikkelingen. Hoofdstuk 3 vormt het hart van de omgevingsvisie. In dit hoofdstuk worden de kernwaarden van waaruit de gemeente wil werken bij de uitwerking van de omgevingsvisie vastgelegd. In dit hoofdstuk staan de hoofdambitie, de leidende principes en de hoofdopgaven. In hoofdstuk 4 worden deze vertaald naar thematische opgaven voor geheel Roosendaal, die in hoofdstuk 5 nader toegespitst zijn in een koers per deelgebied. In het laatste hoofdstuk (6) wordt ten slotte uitgelegd welke sturingsfilosofie leidend zal zijn voor onder andere de wijze waarop de gemeente wil en kan samenwerken met u en met andere betrokken partijen.
18
19
2. HET VERHAAL VAN ROOSENDAAL
2
2.1 DNA VAN ROOSENDAAL Een visie begint bij wat een gemeente nu is. Want je kunt dat wat je morgen of overmorgen wilt worden, niet los zien van wat je nu bent. Iedere stad, elk dorp is niet voor niets geworden tot wat het nu is. Iedere stad, elk dorp heeft zijn eigen DNA, en dit DNA vormt een essentieel onderdeel van de toekomst. Inwoners maken de stad en de dorpen In maatschappelijk opzicht is Roosendaal veerkrachtig. Onderling sterk verbonden inwoners zorgen ervoor dat nagenoeg niemand er alleen voor staat. Het rijke verenigingsleven en veel maatschappelijk actieve inwoners en organisaties zitten in het DNA van Roosendaal en vormen de basis voor sociale cohesie, onderlinge betrokkenheid en veerkrachtige inwoners. Dit maakt Roosendaal sterk, gezond en veilig. Roosendaal als stad van de menselijke maat. Roosendaal is een gemeenschap van doeners en aanpakkers, met een beroepsbevolking die is opgeleid voor een plaatsje op de arbeidsmarkt in die sectoren die echt perspectief bieden: zorg, techniek, zakelijke dienstverlening, vrijetijdseconomie. Ondanks de sterke groei, heeft Roosendaal altijd haar gemoedelijke karakter behouden. Roosendalers zijn misschien bescheiden en zelfs niet erg trots als het om hun stad gaat. Maar ze zijn over het algemeen tevreden en gelukkig en zien Roosendaal als stad van de menselijke maat.
Evenementen en amusement worden hoog gewaardeerd en de inwoners dragen met name de lokale cultuur maar ook het groene buitengebied een warm hart toe. De ondernemende, inventieve en organisatorische geest van inwoners en ondernemers zorgt ervoor dat in Roosendaal altijd iets te beleven valt. En wat voor de stad geldt, geldt zeker ook voor de vijf dorpen. De trots op de eigen identiteit van met name Wouw en Nispen en sterke onderlinge verbondenheid van de inwoners van Heerle, Moerstraten en Wouwse Plantage zorgen ervoor dat het nog altijd goed wonen is in de dorpen. De bewoners nemen zelf het initiatief, ondanks demografi-
OMGEVINGS VISIE ROOSENDAAL
20
sche en andere ontwikkelingen, om te voorkomen dat de leefbaarheid afneemt. Dit alles zit in het DNA van Roosendaal en is al sinds jaar en dag de kracht van Roosendaal. En dat zal de komende decennia niet veranderen. Maar het behouden en versterken van die kracht, vraagt nu wel om het maken van de juiste keuzes. Juist nu, aan het begin van het derde decennium van de 21e eeuw. Op een moment dat de tijdgeest meewerkt. Een tijdsgewricht waarin de economische en financiële crisis van de jaren ’10 achter de rug is en klimaatdoelen, energietransitie en een nieuw bewustzijn als gevolg van de wereldwijde corona-epidemie dwingen tot een herbezinning. De kracht van Roosendaal is flexibel omgaan met veranderingen en de kansen benutten als die zich voor doen.
21
alleen tot een gewilde vestigingsplaats voor de naoorlogse bedrijvigheid, maar ook tot
2
een interessante woonstad. Goed wonen in groene wijken, goede voorzieningen en prima onderwijs zorgden ervoor dat de stad qua inwonersaantal tussen met name 1960 en 1990 sterk groeide. Ligging en voorzieningen maken Roosendaal ook nu tot de centrale plaats in de regio. De bedrijvigheid en werkgelegenheid zorgen ervoor dat de stad een centrumfunctie heeft voor heel westelijk West-Brabant. En al staat de regionale winkelfunctie van Roosendaal misschien onder druk, Roosendaal blijft belangrijk voor de omliggende regio door het mbo en hbo-onderwijs, werkgelegenheid, recreatiepark De Stok, Designer Outlet Roosendaal en de zorgfunctie van met name het Bravis-ziekenhuis. Verbindingen in en naar buiten de regio zijn goed, zoals de verbindingen naar Rotterdam, Breda, Antwerpen en Zeeland. Deze plaatsen hebben bovenregionale voorzieningen die ook voor inwoners van Roosendaal belangrijk zijn, zoals universiteiten en grootschalige evenementen. De Stok richt zich ook op (boven)regionale klanten.
Ontstaan op de grens van klei en zand Roosendaal ligt op de grens van het Brabantse dekzandgebied (in het zuiden) en het kleigebied (in het noorden). Tijdens de laatste ijstijd (circa 120.000 jaar geleden) is een deken van dekzand afgezet. Door de overheersende windrichting werden overwegend langgerekte zuidwest-noordoostgerichte dekzandruggen gevormd. Wouwse Plantage ligt op zo’n dekzandrug. Omstreeks 10.000 jaar geleden brak een warme periode aan. Ligging van Roosendaal en de dorpen
De hogere zandgronden raakten begroeid met bossen en werden doorsneden door beken. Ook vond door het smelten van ijs een zeespiegelrijzing plaats. Door de hiermee samenhangende grondwaterstijging ontstond een moerasachtig gebied in het noordelijk deel van het buitengebied, waardoor het gebied in de loop der tijd bedekt raakte met een dikke laag veen.
2.2 DE ONTWIKKELING VAN ROOSENDAAL Vanaf de Middeleeuwen is de invloed van de mens op het landschap goed zichtbaar.
Positie in de regio: ‘de verbonden stad’
Tijdens de Middeleeuwen was veen een waardevolle grondstof voor de turf- en zout-
Roosendaal ligt in West-Brabant. Dit is een veelzijdige regio met ruim 700.000 inwoners,
productie. Vanaf de 13e eeuw werd op grote schaal veen gewonnen, waardoor een groot
mooie natuur, veel evenementen en een groeiende economie. In een iets ruimere straal
deel van het veen verdween. Er ontstonden gehuchten die de basis zijn voor de huidige
van 45 trein- of autominuten leven meer dan 2 miljoen mensen en zijn alle denkbare
dorpen en steden. De meeste nederzettingen in Noord-Brabant ontstonden op de
stedelijke voorzieningen voorhanden. Roosendaal is in veel opzichten een verbonden
middelhoge zandgronden. Deze zandgronden waren het meest geschikt voor akkerbouw.
stad: verbonden met de dorpen in de regio, verbonden met de Brabantse stedenrij,
Ten behoeve van de akkerbouw en houtwinning werden bossen gekapt. Door boskap en
verbonden met de metropolen Rotterdam en Antwerpen, verbonden met Europa.
overbeweiding ontstonden heidevelden. Heidevelden die later in de Middeleeuwen en erna werden ontgonnen voor akkerbouw. Door het opbrengen van mest op de gronden
Deze verbondenheid is al eeuwen de kracht van Roosendaal en maakt Roosendaal tot
ontstonden de essen: de oude bouwlanden.
een stad waar het vooral goed wonen is, met voldoende basisvoorzieningen in de stad, en dankzij haar ligging en verbindingen een scala aan kwalitatieve voorzieningen én werk-
Na de Tweede Wereldoorlog veranderde de landbouw. Waar voorheen vooral traditionele
gelegenheid onder handbereik. Roosendaal is in eerste instantie een stad die geworden is
gemengde boerenbedrijfjes voorkwamen, nam de veehouderij nu een overheersende
wat het is, dankzij haar ligging tussen Rotterdam en Antwerpen en haar verbindingen.
positie in. Veel bouwlanden veranderden in grasland. Ook nam de oogst van maïs toe.
Dat staat buiten kijf. Ontstaan als centrum van de turfvaart, gegroeid als spoorstad.
Maïsverbouw komt tegenwoordig ook voor in de beekdalen en in de jonge heideontginningen. De lage gebieden worden tegenwoordig voornamelijk gebruikt als
22
Met name in de tweede helft van de 20e eeuw is Roosendaal snel gegroeid dankzij haar
grasland, terwijl de middelhoge gebieden voornamelijk gebruikt worden als bouwland.
ligging en de bereikbaarheid via het spoor en de snelwegen. Dit maakte de stad niet
De hogere gronden zijn vaak arm, en worden daarom vaak als weiland of bos gebruikt.
23
Bodemlandschap
2
Het buitengebied helt in noordelijke richting af, vanuit het relatief hooggelegen bosgebied
Bodemlandschap
van de Wouwse Plantage (tot 13 meter +NAP), naar het lagergelegen zand en kleigebied in het noorden (tot 0 meter -NAP). De vorming van het landschap en het gebruik door de mens heeft geleid tot het ontstaan van verschillende landschapstypen. In het Landschapsontwikkelingsplan (2005) zijn deze
Bodemlandschap
landschapstypen op grond van de geologische ondergrond, het huidige grondgebruik en het landschapsbeeld ingedeeld in gebieden die per type een samenhangend geheel vormen. In de huidige situatie is in de klei- en (voormalige) veengebieden de waterhuishouding het belangrijkste aandachtspunt. Op de zandgronden zijn met name verdroging en uitputting van voedingsstoffen aandachtspunt. Een groot deel van het buitengebied van Roosendaal is infiltratiegebied en gevoelig voor verdroging. Het noordelijk deel van het buitengebied en de beekdalen zijn kwelgebieden, gebieden waar grondwater naar boven komt en uittreedt.
bebouwd gebied beek- en droogdalhellingen
Op de natuurlijke ondergrond heeft zich natuur ontwikkeld. Veel van de natuur is door de
bebouwd gebied
beekdalbodems
beek- en droogdalhellingen
dekzandruggen
beekdalbodems
dekzandvlakten
dekzandruggen
droogdalbodems
dekzandvlakten
hellingen
bebouwd gebied
droogdalbodems
kreekruggen
beek- en droogdalhellingen
hellingen
kreken en prielen
beekdalbodems
kreekruggen
kwelders
dekzandruggen
kreken en prielen
Gemeentegrens
dekzandvlakten
kwelders
mens ontgonnen en verdwenen. Roosendaal kent een relatief klein oppervlak natuurgebied (6% van het grondgebied, waar het in Nederland gemiddeld 12% is) en relatief weinig grote natuurgebieden. De belangrijkste natuurwaarden zijn te vinden in de Wouwse Plantage (onderdeel van Natura 2000-gebied Brabantse Wal), op landgoed Visdonk-Rozenven en in de beekdalen. Door het intensieve gebruik van het buitengebied, met o.a. schaalvergroting, toenemende verharding, grondwaterbeheersing, gebruik van bemesting en gewasbeschermingsmiddelen, is de biodiversiteit de afgelopen decennia achteruitgegaan. Het buitengebied kent nog diverse relicten van vroegere bewoning en gebruik (archeo-
droogdalbodems 0 0,5
logische en cultuurhistorische waarden). Het voormalige veengebied ten westen van Moerstraten, de Wouwse Plantage en landgoed Visdonk-Rozenven hebben zodanig
1
Gemeentegrens 2 kilometer
hellingen
Bodemlandschap van Roosendaal
0 0,5 1
bijzondere cultuurhistorische landschappelijke waarden dat ze door de provincie zijn
2 kilometer kreekruggen kreken en prielen
aangewezen als cultuurhistorisch waardevol gebied en/ of complex.
kwelders
Historische ontwikkeling van Roosendaal
Gemeentegrens
Daarnaast kent het buitengebied diverse gebieden die door de gemeente als cultuurhisto-
De naam Roosendaal wordt in 1268 voor het eerst gebruikt. In de 12e eeuw was Nispen
risch waardevol zijn aangeduid en liggen er diverse Rijks- en gemeentelijke monumenten
0 0,5 1 ook Roosendaal 2 kilometer deel van uitmaakte. Roosendaal was toen nog een grote parochie waar
en historische geografische cultuurhistorische waarden als oude wegen, verkavelings-
niet meer dan een verzameling buurtschappen. De weg vanuit die buurtschappen naar de
structuren, groenstructuren en waterlopen. De zuidelijke zandgronden (met name de
toen al bestaande kerk van Nispen was moeizaam. Daarom verzochten de buurtschappen
oude essen) en de beekdalen hebben een hoge archeologische verwachtingswaarde.
Langdonk, Hulsdonk en Kalsdonk in 1266 aan de Abdij van Tongerlo om een eigen kapel
Landschappelijk gezien vinden we vooral ruimtelijke kwaliteiten aan de zuidzijde van de
te stichten. Zo werden deze buurtschappen aan elkaar verbonden. De kapel werd in
stad: de Molenbeek en het tot binnen de komgrenzen doorlopende Molenbeekpark, de
1268 gevestigd op de plek waar nu de Sint-Janskerk staat. In eerste instantie ontwikkelt
soms nog zeer herkenbare turfvaarten en als bos- en wandelgebied Landgoed Visdonk
Roosendaal zich vanuit de Markt en de drie historische linten (Hulsdonksestraat,
met een redelijk uniek coulisselandschap.
Kalsdonksestraat en Raadhuisstraat), met de Markt als centraal punt waar deze linten samenkwamen. Door het bevaarbaar maken van de Roosendaalse Vliet in 1451 kreeg Roosendaal een haven en kon het zich ontwikkelen tot het centrum van de turfhandel. Er werd een netwerk aan turfvaarten gegraven waarmee de turf vanuit de wijde omgeving naar Roosendaal werd vervoerd. Ook nu nog vinden we een aantal van die turfvaarten terug
24
aan de zuidkant van de stad.
25
2
Oude haven van Roosendaal (1950) - Foto West Brabants Archief
Kantoorgebouw Liga (1965) - Foto West Brabants Archief
De groei van Roosendaal stagneerde al snel, vooral als gevolg van de Tachtigjarige Oorlog.
Vanaf begin jaren 60 ontwikkelen zich ten zuiden van de dan nog in ontwikkeling zijnde
Pas ver in de 19e eeuw begon Roosendaal weer te groeien. De belangrijkste impuls was
A58 geheel nieuwe woonwijken. In de periode 1965 – 1990 komen achtereenvolgens
de spoorwegverbinding tussen Breda en Antwerpen en later ook van Rotterdam en Vlis-
Kroeven, Langdonk, Kortendijk en Tolberg in hun huidige vorm en omvang tot stand. Veel
singen met Antwerpen, waardoor Roosendaal in 1854 een eigen station kreeg. Hiermee
nieuwe inwoners, veelal afkomstig uit de drukke Randstad vestigen zich in deze periode
kon de stad een internationale transportfunctie ontwikkelen, die leidde tot de komst van
van suburbanisatie graag in deze groene woonwijken.
de nodige industrie. Ook leidde de spoorverbinding ertoe dat enkele kloostergemeenschappen zich vestigden in de stad. Vanaf het begin van de 20e eeuw neemt de bevolkingsgroei toe, vooral door de komst en groei van bedrijven als Red Band, Van Gilse Kandij, Borstelfabriek Vermunt en Indiana Rubber. Dan ook worden de eerste planmatige wijken ontwikkeld waarbij de wijk Burgerhout het meest aansprekend is. Door de toenemende groei besluit de gemeenteraad met het plan Schaap (1934) tot een meer gestructureerde begeleiding van de groei. Zo wordt de Ceintuurbaan aangelegd, een ringweg om de toenmalige bebouwde kom die later tot rijksweg A58 omgevormd zal worden. Na de Tweede Wereldoorlog groeit Roosendaal explosief. Roosendaal ontwikkelt zich in die periode snel als spoorstad en grote bedrijven als Liga en Philips vestigen zich in de stad en zorgen voor veel werkgelegenheid. In de periode tot 1965 leidt dit tot uitbreiding van de bestaande wijken Kalsdonk, Burgerhout en Westrand ten noorden van de huidige A58. De historische binnenstad veranderde door verplaatsing en uitbreiding van centrumfuncties. Er is toen een scheiding ontstaan tussen de functionele nieuwe binnenstad met de Nieuwe Markt en de Roselaar ten opzichte van de oude uitvalswegen en de Markt.
26
Langdonk in aanbouw (1972) - Foto West Brabants Archief
27
De huidige ruimtelijke kwaliteit van Roosendaal wordt in hoge mate bepaald door de
waarbij niet alleen wordt ingespeeld op de wens om te komen tot een gemêleerd woon-
naoorlogse uitbreidingen van de stad. Deze periode begint in de jaren ’50 met een
milieu, maar waarbij ook wordt teruggevallen op hiërarchie en duidelijkheid. Daarom
wederopbouwperiode gestoeld op traditionele opvattingen, waarbij de parochiegedachte
wordt aansluiting gezocht op de historische structuur. Er is bij de herstructurering van
nog volop aanwezig is. We zien dit nog steeds terug in delen van het huidige Kalsdonk en
Kalsdonk ook aandacht voor het creëren van kwaliteit in de openbare ruimte (Luitenpark)
Burgerhout.
en het transformeren van gebouwen naar andere functies (Brede School Vlindertuin en
2
H. Hartkerk). De wijkgedachte en de opvattingen over het moderne wonen vinden we vooral terug in de wijken die vanaf begin jaren ’60 zijn gebouwd: thematisch ingerichte wijken waarbinnen duidelijk de opvattingen over het moderne wonen tot uiting zijn gekomen: de Westrand met de eerste woonerfjes en Langdonk dat ruim is opgezet en is opgebouwd uit woonerven met veel openbaar groen. Deze periode kenmerkt zich door veel seriematige woningbouw. Iedere wijk kreeg zijn of haar eigen identiteit met een veelzijdige woningvoorraad tussen koop en huur. Met name Kortendijk en Langdonk zijn ‘wijken met voor elk wat wils’ met ‘knusheid’ als een belangrijke kwaliteit. Hoogbouw wordt verlaten en de wijken kennen weinig hiërarchie. Deze kleine schaal wordt tot in de jaren ’80 doorgezet in de eerste delen van Tolberg: de ABC-bergen. Eind jaren ’80 komen ook andere opvattingen over ruimtelijke kwaliteit naar voren: optimalisatie en hiërarchie komen terug en er komt meer aandacht voor collectieve groene hoofdstructuren en ecologische zones in de dan ontwikkelde delen van Tolberg, Weihoek en aan de rand van de bestaande wijk Kroeven. Deze laatste stedelijke uitbreidingen zijn vooral gericht op een concentratie van koopwoningen en meer dan voorheen participeren verschillende ontwikkelende partijen in het proces.
Het aandeel sociale huurwoningen neemt af en ook corporaties gaan bouwen voor de koopmarkt. Door middel van afspraken en grondprijsbeleid wordt gestimuleerd om ook voor lagere inkomens koopwoningen te realiseren. De wijken hebben een veelkleuriger beeld, zijn compacter en zijn vaak onder beeldregie gebouwd. In de jaren ‘90 van de vorige eeuw is de uitbreiding van de stad tot stilstand gekomen. Roosendaal wordt vanaf dat moment verder ontwikkeld vanuit de principes van de compacte stad. Dat wil zeggen een compact stedelijk gebied dat ruimtelijk strak wordt
Kalsdonk (1961) - Foto West Brabants Archief
begrensd en een open landschap waarin geïnvesteerd kan worden in de kwaliteit van ondergrond (bodem en beken). Nieuwe woonruimte en ruimte voor bedrijventerreinen
Kroeven, als eerste wijk die ten zuiden van de A58 begin jaren ’60 is gerealiseerd, vormt
worden primair in het bestaand stedelijk gebied gezocht. De gedachte is om met een
begin 21e eeuw een tweede grote uitdaging. Het eenzijdige woningbestand van relatief
compacte stad ruimte (buitengebied) te sparen en zoveel mogelijk gebruik te maken van
grote en goedkope sociale woningen wordt omgevormd. Aanpassingen aan gevels op
bestaande onder- en bovengrondse infrastructuur om minder beheerkosten voor de
diverse manieren, doorbreken de eenzijdige aanblik in de straten van Kroeven. Een deel
toekomst te maken en om bestaande voorzieningen te stimuleren.
van de woningvoorraad wordt vervangen door kleinere wooneenheden of maakt plaats voor openbare ruimte. Door op strategische plekken markante gebouwen te realiseren en
Binnen het bestaand stedelijk gebied breekt een periode van stadsvernieuwing aan, te
te investeren in de kwaliteit van de groenstructuur, wordt de ruimtelijke kwaliteit van de
beginnen met kleinschalige interventies in de oude woonstraten aan de rand van het
wijk verbeterd.
centrum: Damstraat, Dunantstraat en omgeving. Verdichting, inbreidingen het realiseren van kleinere appartementen zijn hier het uitgangspunt; met verdere verstening van de
Begin 21e eeuw start de meest recente stedelijke ontwikkeling met de omvorming van
openbare ruimte als negatief bijeffect.
het verouderde industriegebied aan de Roosendaalse Vliet en het spoor tot het nieuwe stadsdeel Stadsoevers, met een mengeling van wonen, werken en recreatie.
Op grote schaal vindt rond de eeuwwisseling ook de herstructurering van Kalsdonk plaats: sociale huurwoningen worden gerenoveerd. Niet alleen het oude RBC-stadion, maar ook 340 huurwoningen moeten plaatsmaken voor grotendeels koopwoningen
28
29
Cultuurhistorisch erfgoed en ruimtelijke kwaliteit in de stad
Wouwse Plantage heeft een minder ver teruggaand verleden, maar daarom geen minder
Roosendaal kent geen overdaad aan cultuurhistorisch erfgoed, maar het is er wel. Rijks-
interessante ontstaansgeschiedenis. Het dorp is ontwikkeld vanuit het Landgoed Wouwse
monumenten vinden we voornamelijk in het centrum: het Raadhuis, het herenhuis aan de
Plantage, mede in relatie tot de bosbouwactiviteiten. Het dorp bestaat hoofdzakelijk uit
Bloemenmarkt, waar nu het fractiehuis is gevestigd, de Sint Jan, het hofje Mariagaard en
één lint, waaraan later nog wel enkele woongebieden zijn aangebouwd.
2
het Tongerlohuys zijn bekende en in het oog springende voorbeelden. Maar ook de voormalige Nederlandse Hervormde Kerk, de Douaneloods, het Seinhuis en het Station, het Emile van Loonhuis, de Watertoren, de Molen aan de Wouwseweg en de Cleyne Cat zijn opgenomen in het Rijksmonumentenregister. Verder zijn ook de Ludwigstraat met zijn vele Hurkspanden, het voormalige Essent-gebouw aan de Kade en het voormalig klooster Mariadal noemenswaardig. Roosendaal kent in en om het centrum een aantal fraaie parken met een hoge ruimtelijke kwaliteit: het Emile van Loonpark, Park Vrouwenhof met twee monumentale villa’s en het Burgemeester Coenenpark aan de Parklaan. Een behoorlijk deel van de bebouwde omgeving van de stad wordt ingenomen door bedrijventerreinen, vooral aan de noordelijke en oostelijke zijde. Hoewel de laatste jaren veel is verbeterd aan de inrichting en uitstraling van deze terreinen, is de aard van de bebouwing toch vooral grootschalig en zakelijk. Daarmee is de entree van de stad via deze gebieden minder uitnodigend. Roosendaal beschikt echter ook over industrieel erfgoed dat wel vaak kwaliteit heeft. In Roosendaal vinden we nog mooie voorbeelden terug, zoals de Ligatoren en de Wennekerfabriek die beiden aan de spoorlijn liggen.
De ontwikkeling van de dorpen De dorpen van Roosendaal hebben van oorsprong een heel eigen ontwikkelingsgeschiedenis. Elk dorp heeft een eigen verhaal, een eigen karakteristiek en een eigen identiteit. De geschiedenis van de stad Roosendaal begint in Nispen, de oudste plaats binnen de huidige gemeente Roosendaal. De naam Nispen als plaatsaanduiding komt voor het eerst voor in 1157. Ook nu nog wordt Nispen gezien en genoemd als het moederdorp van Roosendaal. Het dorp is tot in de late Middeleeuwen een grote parochie geweest, waar ook Roosendaal en het Belgische Essen deel van uitmaakten. De lange geschiedenis heeft geleid, tot een intiem en vriendelijk dorp met kenmerkende linten en een aantrekkelijk buitengebied. In het centrum van Nispen bevinden zich de zichtbaar gemaakte fundamenten van het voormalig kerkgebouw; in cultuur-historisch opzicht verdient zeker ook de molen Van Aerden als rijksmonument een vermelding. Wouw is het grootste dorp, met het grootste voorzieningenaanbod en de meeste bedrijvigheid. Het dorp Wouw stamt uit 1232. Het dorp heeft met de Sint Lambertuskerk, het voormalig kasteel van Wouw en de Markt enkele indrukwekkende cultuurhistorische dragers. De opbouw van het dorp is duidelijk aanwezig met de markt en de kerk als dorpshart en de oude wegen naar Roosendaal en Bergen op Zoom. Daaromheen is een aantal rustige
Landgoed Wouwse Plantage
woonwijken gebouwd. Moerstraten is het kleinste dorp van Roosendaal. Het oude buurtschap is in een lint
30
Heerle is een oude gemeenschap (vanaf de 13e eeuw). Het is van oorsprong een dorp
gebouwd en ligt dichtbij laaggelegen moergebieden. Daarmee heeft Moerstraten een
dat zich langs de Herelsestraat heeft ontwikkeld. Ook in dit dorp zijn enkele woonwijken
heel ander karakter dan de meer zuidelijk gelegen zanddorpen zoals Nispen. Wonen en
aangebouwd waardoor het dorp iets forser van omvang is geworden. Heerle is een echt
landbouw domineren het aanzicht van het dorp.
woondorp met een sterke agrarische binding.
31
2.3
ROOSENDAAL NU
Verdroging vormt ook voor de gemeente Roosendaal een grote uitdaging. Zowel op
2
de hogere zandgronden als in het stedelijk gebied. Ook in het agrarische gebied komt
Wonen: ‘een inhaalslag is nodig’
droogte voor. Op de hogere zandgronden en in de binnenstad is het behouden van
Het is nu aangenaam wonen en recreëren in Roosendaal. In vergelijking met de Randstad
de biodiversiteit een van de uitdagingen. Die is in het geding vanwege toenemende
zijn de woningen nog betaalbaar. Roosendaal kent levendige wijkcentra, een aantrekkelijk
verdroging. Dit vormt een risico voor de natuur.
buitengebied en een uitstekend onderwijsaanbod tot op hbo-niveau. Roosendaal trekt veel bezoekers door de bovenregionale functie van het recreatiepark De Stok met o.a. de Designer Outlet en de Skydive. Ook kent Roosendaal goed bezochte evenementen als De Draai en de Kermis, en mooie parken, bossen en de Roosendaalse Vliet. Dit alles biedt volop kansen voor recreatie. Door gewijzigd winkelgedrag kent het kernwinkelgebied, net als in andere vergelijkbare gemeenten, een krimp van het winkelbestand. Roosendaal heeft daar tijdig op ingespeeld door te kiezen voor het mengen van functies, zoals winkelen, horeca en wonen in de binnenstad. Er is wel leegstand ontstaan, maar de ingezette koers begint vruchten af te werpen. Dit is te zien in de Dr. Brabersstraat en in het voormalige pand van de V&D. Hier zijn en worden winkels omgevormd naar woningen. Tegelijkertijd zien we ook dat de groei van Roosendaal achterblijft bij de regio en andere middelgrote steden in Nederland, terwijl er op basis van de gegevens van het CBS en de provincie ruimte is voor bevolkingsgroei. We zien wel een licht herstel van de groei, maar dit is nog niet voldoende. Op de huizenmarkt zien we weinig doorstroming en enorm toegenomen woningprijzen. Verhuizen is vaak financieel niet aantrekkelijk. Tegelijk zien we een toenemende behoefte aan woningen voor kleinere huishoudens en zorggeschikte woningen.
Verder verwachten we dat de druk op de woningmarkt verder wordt versterkt door de overloop van mensen vanuit de Randstad die in West-Brabant een plek zoeken. Daarnaast staat in enkele wijken van de stad de leefbaarheid onder druk; een vraagstuk dat ook vraagt om aanpassing van de bestaande woningvoorraad. Op het gebied van verduurzamen van woningen via een warmtenet heeft Roosendaal een voorsprong: DER (Duurzaam Energiebedrijf Roosendaal) won in 2019 de prijs voor “beste kleinschalig warmtenet van Nederland”, Bij de transformatie van De Douanier of het energieneutraal maken van jaren ’60-woningen in de Kroeven liep Roosendaal voorop. Echter: de verdere ontwikkeling hiervan is de laatste jaren vertraagd, terwijl andere
Luchtkwaliteit in Roosendaal
steden in Nederland meters zijn blijven maken. Hierdoor dreigt Roosendaal haar voorsprong langzaam te verliezen. Door de verstening heeft de stad Roosendaal ook last van de toenemende hitte in de
Gezondheid en milieu ‘kan beter’
32
bebouwde kom. De jarenlange stadsinbreidingen maken dat klimaatadaptatie een
De publieke gezondheid en het milieu staan op diverse manieren onder druk, bijvoorbeeld
belangrijk onderdeel is geworden van onze recente bouwopgave. Ook de stedelijke trans-
door stikstof en fijnstof in de lucht, geluidsoverlast en matige waterkwaliteit in droge
formatie (Rondje Roosendaal) en de mogelijke verdichting van de bebouwing vragen om
warme zomers (blauwalg, vissterfte). De zuidwestelijke rand van Roosendaal heeft een
adequate hittestressmaatregelen. Het kan in warme perioden in de stad enkele graden
relatief hoge geurbelasting. De luchtkwaliteit voldoet aan Europese normen, maar is door
warmer worden dan in niet-stedelijke gebieden. Hierdoor neemt de kans op hittestress
transport en verkeer en de nabijheid van het Antwerpse industriegebied relatief slecht ten
en de intensiteit hiervan aanzienlijk toe. De stad kent bovendien een relatief hoog aandeel
opzichte van andere gemeenten. De concentratie van PM2,5 (fijnstof) overschrijdt - net
oudere inwoners juist in die gebieden die een sterk verhittende werking kennen. Het hoge
als in het grootste deel van Nederland – wel de strengere adviesnorm van de Wereld-
aandeel ouderen in gebieden met een hoog stedelijk hitte-eiland-effect is zorgelijk.
gezondheidsorganisatie (WHO).
Verhitting is ook aan de orde op de bedrijventerreinen.
33
De grondwateroverlast en de overlast van langdurige neerslag vormen tezamen een aan-
Economie ‘in de kern sterk, maar op onderdelen kwetsbaar’
zienlijk risico voor zowel wonen, werken als voor de landbouw in de matig doorlatende
Roosendaal heeft nu een sterke economische positie door haar gunstige ligging en goede
delen van de gemeente Roosendaal. De structurele en bekende wateroverlastlocaties
bereikbaarheid. Anders dan breed wordt aangenomen, omvat de Roosendaalse economie
bevinden zich in Kalsdonk, Westrand, Burgerhout, Centrum, Kroeven, Kortendijk en in Wouw.
veel meer dan alleen logistieke dienstverlening. Roosendaal heeft een aantal historisch
2
sterke punten. Agrofood doen we in de regio al meer dan 100 jaar. De suikerindustrie, die voorheen in alle steden en dorpen van onze regio te vinden was, is daar een mooi voorbeeld van. Door diversificatie, optimalisatie en de diverse industriële revoluties zijn industrieën en sectoren ontstaan als logistiek en onderhoud. Qua logistiek staat Roosendaal al jaren in de top van de logistieke hotspots en vervult Roosendaal met haar grote Europese distributiecentra een belangrijke rol. Aan het onderhoud van de JSF-motoren bij Aviolanda in Woensdrecht levert het aanwezige techniekonderwijs in Roosendaal een bijdrage voor onze regio. Verder is ook de moderne maakindustrie sterk in Roosendaal vertegenwoordigd.
Stedelijk hitte-eilandeffect in Roosendaal
Op het gebied van gezondheid moeten we constateren dat de publieke gezondheid onder druk staat als gevolg van stikstof en fijnstof in de lucht, zie ook hierboven, én geluidshinder. Ook qua veiligheid zijn er de nodige zorgen vanwege het vervoer van gevaarlijke stoffen over weg en spoor. Daarnaast worden de spoorwegovergangen in de stad vaak als onveilig ervaren. Als het gaat om een openbare ruimte die uitnodigt tot ‘gezond gedrag’ kunnen we
Technisch onderwijs
constateren dat er de afgelopen jaren behoorlijk is geïnvesteerd in bijvoorbeeld fietsverbindingen binnen de gemeente en in sport- en spelvoorzieningen voor kinderen en
Op dit moment hebben we een veerkrachtige economie. We bevinden ons niet in een
jongeren, maar dat we er nog lang niet zijn. Met name in de oudere wijken van de stad
economisch dal, noch op een piek. Maar dat biedt geen garantie voor de toekomst.
zijn de fietsverbindingen nog voor verbetering vatbaar en over de gehele gemeente zijn er
De arbeidsparticipatie is laag. Een deel van het arbeidspotentieel blijft daarmee onbenut,
onvoldoende sport- en spelvoorzieningen voor volwassenen en ouderen.
terwijl er op termijn tekorten dreigen aan werknemers in de zorg, de techniek en de bouw. Op de arbeidsmarkt is het perspectief voor hoger opgeleiden en praktisch opgeleiden positief. Voor de groep mensen met een administratieve opleiding op MBO-niveau is het perspectief minder sterk; juist op dat niveau kent de Roosendaalse beroepsbevolking een oververtegenwoordiging. De kloof op de arbeidsmarkt groeit.
34
35
Het agrocluster (primaire landbouw, verwerkende industrie en toeleveringen, verwerking
Op het gebied van vrije tijd is Roosendaal meer dan ooit onderdeel van een groter geheel.
buitenlandse invoer) blijft belangrijk, maar de primaire landbouw kampt met problemen.
Antwerpen en Rotterdam zorgen voor een kwalitatief hoogstaand en bereikbaar aanbod;
Het aantal bedrijven neemt sterk af en de inkomensontwikkeling houdt geen gelijke tred
historische buursteden als Bergen op Zoom en Breda bieden een op zeer korte afstand
met het nationaal gemiddelde. Een deel van de sector kampt met milieuproblemen en
liggend complementair aanbod. Roosendaal kan met het leisure park De Stok, het Vliet-
onvoldoende toekomstperspectief.
park, de binnenstad en de Wielerexperience haar stadsgebonden vrijetijdsaanbod verder
2
uitbouwen om deze regio nog sterker en attractiever te maken. De detailhandel voor niet-dagelijkse goederen staat, zoals overal, onder druk. Het internet in combinatie met de bezorgdiensten is een steeds belangrijker verkoopkanaal. Het winkelcentrum zal compacter worden. Leisure in combinatie met functiemenging wordt belangrijk om de binnenstad interessant, levendig en aantrekkelijk te houden.
2.4 ACTUELE RUIMTELIJKE ONTWIKKELINGEN EN PROJECTEN IN ROOSENDAAL DE ONTWIKKELING VAN DE DORPEN
Kansen voor de toekomst Kansen liggen er volop. In ruimtelijk opzicht door te kiezen voor het versterken van de
Roosendaal (ver)bouwt
effecten van de strategische ligging door te blijven investeren in de multimodale verbin-
De afgelopen jaren zijn verschillende plannen in gang gezet of voorbereid. Voor de stad
dingen. In september 2020 is Roosendaal bijvoorbeeld definitief gestart met de regionale
betekent dit, dat de komende jaren veel plekken “op de schop” gaan: op de Bulkenaar
opgave Sterke Steden. Deze opgave komt voort uit de Samenwerkingsagenda van de
wordt een nieuw regionaal Bravis-ziekenhuis ontwikkeld in een groen landschap. Deze
Regio West-Brabant en de provincie Noord-Brabant. De bedoeling is om meer samen-
activiteiten bieden tegelijk kansen voor het verbeteren van de ontsluiting van Tolberg en
hang te brengen in de regionale ruimtelijk economische opgaven en binnen de regio een
de ontwikkeling van zuidwest-Roosendaal. De verbeterde ontsluiting en vrijkomende
sterke steden-as te ontwikkelen, waar de stedelijke transformaties voortvarend worden
locaties hebben daarbij ook effect op de ontwikkeling elders in de stad.
opgepakt, de steden onderling complementair zijn, de voorzieningen kwalitatief op orde zijn en bereikbaarheid is gegarandeerd.
De reconstructie van de Josephbuurt zorgt niet alleen tot het verbeteren van de (sociale) woningbouw daar, maar kan ook gelijk een aanjager zijn voor de verduurzaming en het
Roosendaal is samen met Bergen op Zoom aangewezen als stedelijke regio in de
aardgasvrij maken van de wijk. Verduurzamingskansen zijn er ook door de ontwikkeling
Verstedelijkingsstrategie Brabant. Dit betekent dat voor deze regio’s bekeken gaat worden
van bestaande en nieuwe bedrijventerreinen te koppelen aan het vergroten van “zon op
in hoeverre ze op een duurzame wijze een bijdrage kunnen leveren aan een ambitieuzere
dak” bij bedrijven (bijvoorbeeld op de nieuwe invulling van het Philipsterrein), maar ook op
woningbouwopgave en toekomstige verstedelijkingsmodellen. Een ambitieuzere woning-