Bijlage 1 - Nota van zienswijzen.pdf
Tekst van het document
NOTA VAN INGEKOMEN ZIENSWIJZEN TEGEN DE ONTWERPBESLUITEN ZONNEPARKEN I EN II DE DONKEN, KENMERKEN: 2018WB3062 en 2018WB3066 Wij, het college van burgemeester en wethouders van Roosendaal (‘het college’), hebben op 25 april 2018 twee aanvragen ontvangen om omgevingsvergunningen voor de realisatie van de zonneparken op de percelen nabij de Donkenweg in Roosendaal, kadastraal bekend gemeente Wouw, sectie Q, nummer 504 (gedeeltelijk). Deze aanvragen zijn gepubliceerd in het gemeenteblad van Roosendaal. Met betrekking tot de aangevraagde activiteiten heeft de gemeenteraad van Roosendaal (‘de raad’) op 17 juni 2021 geweigerd om de verklaringen van geen bedenkingen af te geven. Gelet op artikel 2.20a Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (hierna: Wabo) moet het college de aanvragen voor de ontwerpbesluiten weigeren indien geen verklaringen van geen bedenkingen worden afgegeven door de raad. De geweigerde ontwerpbesluiten en geweigerde ontwerp verklaringen van geen bedenkingen hebben vanaf 9 augustus 2021 gedurende een periode van zes weken ter inzage gelegen. Hiervan is middels een gemeentelijke publicatie mededeling gedaan in het gemeenteblad (nr. 260864).
Op grond van artikel 3.12 vijfde lid van de Wabo, was het tijdens de periode van terinzagelegging voor een ieder mogelijk om een zienswijze naar voren te brengen tegen de geweigerde ontwerpbesluiten en ontwerpverklaring van geen bedenkingen. Gedurende de termijn van terinzagelegging is een schriftelijke zienswijze ingediend tegen de twee ontwerpbesluiten en ontwerp verklaringen van geen bedenkingen met kenmerken 2018WB3062 en 2018WB3066 door: 1. De heer mr. B. de Haan van Dirkzwager legal & tax namens KS NL 27 B.V. (hierna: Kronos) In het onderstaande worden de gronden van de zienswijze kort samengevat weergegeven met daarop steeds een reactie.
1. Aardkundige waarden A. Strijd met een goede ruimtelijke ordening Kronos geeft aan dat het projectgebied maar een klein deel bestrijkt van het gebied ‘beekdal van de Smalle Beek’ dat als aardkundig waardevol is aangemerkt. Verwezen wordt daarbij naar het beschikbare kaartmateriaal. Kronos merkt verder op dat door de gemeenteraad niet nader gespecificeerd is welke aardkundige (landschaps) waarden worden beschreven in hoofdstuk 3 van de toelichting, althans welke aardkundige waarden binnen het projectgebied aanwezig zijn. Ook motiveert de gemeenteraad niet op welke wijze hij de bescherming van de aardkundige waarden voorstaat. In de tweede plaats merkt Kronos op dat de aanwezigheid van aardkundige waarden niet betekent dat geen ruimtelijke ontwikkelingen kunnen plaatsvinden. In de toelichting staat dat bij ruimtelijke ontwikkelingen met die waarden rekening moet worden gehouden. Kronos heeft zich bij de ontwikkeling van het project rekenschap gegeven van de functieaanduiding ‘aardkundige waarden’, zodat de gemeenteraad had moeten overwegen waarom de planopzet van Kronos zich niet verdraagt met de aanwezige aardkundige waarden.
Ten derde wordt in de toelichting expliciet vermeld dat aan de ontwikkeling van de diverse functies in het buitengebied landschappelijke voorwaarden worden gesteld, gericht op het herkenbaar blijven van het cultuurlandschap en het behoud van de aardkundige waarden.
Ten onrechte en niet onderbouwd heeft de gemeenteraad het standpunt ingenomen dat het realiseren van een zonnepark in strijd is met wat de gemeenteraad verstaat onder een goede ruimtelijke ordening. De gemeenteraad heeft in het bestemmingsplan opgemerkt dat aan de ontwikkelingen voorwaarden worden gesteld. Dat is iets heel anders. Vervolgens wordt gewezen op wat in het ontwerpbestemmingsplan ‘Buitengebied Wouw 2020’ in artikel 33.14.2 is bepaald en de toelichting op pagina 25 aangehaald. De conclusie is dat een ontwikkeling niet in strijd is met een goede ruimtelijke ordening, vanwege het enkele feit dat die plaatsvindt in een gebied met de aanduiding ‘aardkundige waarden’. De gemeenteraad dient na te gaan welke waarden exact in het projectgebied aanwezig zijn en of deze waarden worden aangetast (in de zin dat sprake is van onomkeerbare effecten).
Ad1. Reactie op aardkundige waarden en strijd met een goede ruimtelijke ordening De aanvragen voor de omgevingsvergunningen voor de zonneparken op de betreffende locatie in het beekdal van Het Loopje zijn aangeduid als aardkundig waardevol gebied van de Smalle Beek. Het is in strijd met een goede ruimtelijke ordening om op deze aardkundig waardevolle locatie zonneparken te realiseren. Gewezen wordt op pagina 61 van de toelichting bij het ter plaatse geldende bestemmingsplan ‘Buitengebied Wouw’: ‘Het uitgangspunt voor dit bestemmingsplan is het veiligstellen van de aanwezige aardkundige waarden. Aan de ontwikkeling van de diverse functies in het buitengebied worden landschappelijke voorwaarden gesteld, gericht op het herkenbaar blijven van het landschap en het behoud van de aardkundige waarden.” In het plangebied zijn de beekdalglooiingen goed zichtbaar en het landschap vertoont een markant reliëf. De realisatie van deze zonneparken zorgt ervoor dat gedurende 25 jaar de zichtlijnen in het gebied onderbroken zullen worden. Daarnaast dienen volgens de herziene beleidsvisie de zonneparken landschappelijk te worden ingepast. De landschappelijke inpassing leidt tot volledige blokkade van de zichtbaarheid van het door glooiingen gevormde reliëf. De provincie geeft vervolgens in haar advies aan dat het vertrekpunt moet zijn een geschikte en daarmee wenselijke planologische locatie.
De zoektocht naar een wenselijke locatie zou moeten worden gebaseerd op de basisprincipes van de Interim Omgevingsverordening en specifiek wordt verwezen naar artikel 3.1.2 van de Interim Omgevingsverordening. Met het tijdelijk toestaan van een zonnepark in dit specifieke gebied kan niet worden uitgesloten dat dit van invloed is op de belevingswaarde en toekomstwaarde van dit gebied. Uit de stukken blijkt dat met onvoldoende zekerheid kan worden vastgesteld dat er geen onomkeerbare gevolgen ontstaan voor het aardkundig waardevolle landschap. Het plangebied ligt op het snijvlak van het beekdeel het Loopje met het unieke vlechtend riviersysteem binnen aardkundig waardevol gebied Den Donken. Het is onvoldoende bekend wat de keuze van het zonnepark op deze locatie voor gevolgen heeft voor de ontwikkeling van dit landschap en de toekomstwaarde ervan. Daarbij wordt overwogen dat de bescherming van aardkundige waarden belangrijk is omdat deze onvervangbaar zijn. Voorts is in de Toelichting behorende bij het ontwerpbestemmingsplan ‘Buitengebied Wouw 2020’ dezelfde redenering opgenomen zoals de provincie deze aangeeft vanuit de Interim Omgevingsverordening.
De Toelichting van het ontwerpbestemmingsplan ‘Buitengebied Wouw 2020’ op pagina 25: ‘Als een functie onomkeerbare effecten heeft op een te beschermen belang, bijvoorbeeld een ernstige verontreiniging van het grondwater of de aantasting van niet vervangbare aardkundige waarden kan dat een reden zijn om zo’n ontwikkeling niet op die plek toe te laten maar een andere plek. De intensiteit van de afweging hangt af van het gebied en de ontwikkeling. Naarmate een ontwikkeling minder inbreuk maakt op de leefomgeving of de omgevingskwaliteit, is ook de afweging minder indringend. Gemeenten hebben derhalve een bepaalde vrijheid hier invulling aan te geven.’ Gelet op bovenstaande uit de Toelichting is de aantasting van de niet vervangbare aardkundige waarden een reden om de ontwikkeling van de zonneparken op deze locatie niet toe te laten. Voorts is gelet op het voorgaande sprake van strijd met een goede ruimtelijke ordening om de zonneparken op deze locatie toe te staan.
i.
Impact (ondergronds)
Kronos heeft onderzoek laten doen naar de impact op de ondergrond. Zowel Laagland als Raap komen tot de conclusie dat de bodemingrepen, nodig om het zonnepark te realiseren, een minimale fysieke impact hebben op de aardkundige waarden. Omdat een zone van 100 m vanaf de Smalle Beek vrijgehouden wordt, wordt daar de bodemopbouw met zekerheid niet bedreigd door de aanleg van het zonnepark. In het licht van dit gegeven is niet duidelijk hoe de gemeenteraad tot de conclusie komt dat de aardkundige waarden niet (voor de lange termijn) behouden blijven. ii. Herkenbaarheid en beleving (bovengronds) Voor zover de aardkundige waarden ook beleefd moeten kunnen worden, dan stelt RAAP vast dat die beleving nu ook is aangetast en vrijwel niet kan worden ervaren, met uitzondering vanaf de Spellestraat. Een afweging omtrent de huidige en de toekomstige situatie is door de gemeenteraad niet gemaakt. Kronos stelt dat de realisatie van het zonnepark juist kansen biedt en benut om de aardkundige waarden beter te kunnen beleven. Kronos heeft voorts bij monde van RAAP aanbevelingen gedaan om de herkenbaarheid en beleving van de aardkundige waarden verder te vergroten.
Die aanbevelingen hebben geleid tot een planaanpassing die als gevolg daarvan (nota bene in overleg met de gemeente) is doorgevoerd zijn in het geheel niet getoetst en al helemaal niet in het licht van de niet bestreden observatie dat de aardkundige waarden op dit moment nauwelijks herkenbaar zijn of beleefd kunnen worden. De gemeenteraad verwijst slechts naar de vooroverlegreactie van de provincie waarin zonder enige motivering wordt aangegeven dat zij in het aanvullende rapport van RAAP geen aanleiding ziet om het uitgebrachte advies van 18 maart 2020 te veranderen. Volgens Kronos is geen enkele inhoudelijke motivering gegeven waarom het plan met de doorgevoerde aanpassingen niet in overeenstemming met een goede ruimtelijke ordening zouden zijn.
Ad2. Reactie op de i. impact en ii. Herkenbaarheid en beleving De impact door de realisatie van de zonneparken zal zowel ondergronds als bovengronds te ondervinden zijn. Duidelijker is de afleesbaarheid dat de herkenbaarheid bovengronds veranderd door de plaatsing van zonnepanelen. De beekdalinsnijdingen en beekdalglooiingen zullen niet meer herkenbaar zijn door de plaatsing van de zonnepanelen en het landschappelijke inpassingsplan.
Overigens wordt door RAAP in haar onderzoeksrapport niet onomwonden gesteld dat de herkenbaarheid bovengronds niet wordt aangetast door de zonneparken. De provincie benoemd daarnaast in haar advies dat niet kan worden uitgesloten dat de belevingswaarde en de toekomstwaarde van het gebied kunnen worden veilig gesteld. Voorts geven de planaanpassingen geen andere visie hierop omdat de zonnepanelen en de landschappelijke inpassing altijd zullen leiden tot volledige blokkade van de zichtbaarheid van het door glooiingen gevormde reliëf.
B. Oordeel provincie: onomkeerbare gevolgen Kronos merkt op dat het de gemeenteraad is die gaat over de vraag of sprake is van een goede ruimtelijke ordening en niet de provincie. Dat betekent dat de gemeenteraad deze afweging dient te maken en niet dient te leunen op de reactie van de provincie. Ten tweede zou uit de reactie van de provincie niet meer op te maken zijn dan dat de keuze om een zonnepark toe te staan, niet moet worden ingestoken vanuit de mogelijkheden van de landschappelijke inpasbaarheid, maar vanuit een geschikte en daarmee wenselijke planologische locatie. Ten derde merkt Kronos op dat uit de reactie van de provincie niet volgt dat de realisatie van dit zonnepark (per definitie) in strijd is met de provinciale ruimtelijke regels. Daarnaast heeft men voorstellen gedaan om de aardkundige waarden beter te benutten. Volgens de provincie zijn die voorstellen geen aanleiding om het eerste advies te veranderen, maar een argumentatie daarvoor wordt niet gegeven.
Ad3. Reactie op oordeel provincie: onomkeerbare gevolgen Gelet op het wettelijk toetsingskader dient de betreffende aanvraag voor een omgevingsvergunning te voldoen aan de Interim Omgevingsverordening van de provincie. De gemeenteraad heeft bij haar besluit van 17 juni 2021 onderbouwd waarom zij geen ontwerp verklaringen van geen bedenkingen afgeeft voor deze zonneparken. Hierin heeft zij een eigen afweging gemaakt waarin het advies van de provincie onderdeel van uitmaakt. Op 22 september 2020 (C2269157/4760269) heeft de provincie meegedeeld dat na kennisneming van deze aanvullende onderbouwing geen aanleiding bestaat om het uitgebrachte advies van 18 maart 2020 te veranderen. ‘In het plangebied zijn de beekdalglooiingen goed zichtbaar en het landschap vertoont een markant reliëf. De realisatie van deze zonneparken zorgt ervoor dat gedurende 25 jaar de zichtlijnen in het gebied onderbroken zullen worden. Daarnaast dienen volgens de herziene beleidsvisie de zonneparken landschappelijk te worden ingepast. De landschappelijke inpassing leidt tot volledige blokkade van de zichtbaarheid van het door glooiingen gevormde reliëf.’
C. zichtlijnen Volgens de gemeenteraad zorgen de zonneparken ervoor dat gedurende 25 jaar de zichtlijnen in het gebied verbroken zullen worden. Als reactie hierop wordt opgemerkt dat de gemeenteraad geen overweging heeft gewijd aan de huidige situatie, waarin de herkenbaarheid van de waarden als gevolg van het huidig landgebruik is aangetast. Van de historische verkaveling en inrichting is nagenoeg niets bewaard gebleven. De aardkundige waarde moet vooral ervaren worden vanaf de Spellestraat in het noordoosten, waar beplanting en bebouwing het zicht op het beekdal regelmatig belemmeren. De aardkundige waarden worden niet aangetast maar kunnen volgens RAAP wel beter benut worden. Daarvoor zijn voorstellen gedaan die hebben geleid tot planaanpassing. Kronos moet in de gelegenheid worden gesteld om verdere voorstellen te doen voor het aanpassen van het plan waardoor de beletselen voor vergunningverlening worden weggenomen.
Ad.4 reactie op zichtlijnen De huidige situatie is aangemerkt als aardkundig waardevol gebied in het bestemmingsplan en de Interim Omgevingsverordening. Onduidelijk is waarom de gemeente zou moeten aantonen dat niets bewaard is gebleven als dit is opgenomen in de Interim Omgevingsverordening en in het bestemmingsplan. Waarbij aangegeven wordt dat de beekdalglooiingen en de beekdalinsnijdingen duidelijk te zien zijn. De planaanpassingen hebben in een eerder stadium ook niet geleid tot een ander standpunt. Het standpunt blijft dat de realisatie van de zonneparken van invloed is op de belevingswaarde en de toekomstwaarde van het gebied. Een planaanpassing maakt dit niet anders omdat de herkenbaarheid van het gebied door de zonnepanelen en de landschappelijke inpassing leiden tot een volledige blokkade van de zichtbaarheid van het reliëf.
2. Draagvlak Door Kronos is de nodige inspanning geleverd om draagvlak te creëren voor de ontwikkeling van het zonnepark. Het gegeven dat er desondanks nog mensen tegen de ontwikkeling zijn, is dan onvoldoende reden om (2) het standpunt in te nemen dat het draagvlak ontbreekt en (2) planologische medewerking te weigeren.
Ad5. Draagvlak In de ‘Visie op zonne-energie’ (1e herziening, december 2018) van de gemeente Roosendaal is neergelegd dat met name voor zonneparken nabij de kleinere kernen het maatschappelijk draagvlak van groot belang is (pagina 11). Bovendien is in artikel 3.41, eerste lid, aanhef en onder d, en tweede lid, van de Interim Omgevingsverordening van de provincie Noord-Brabant bepaald dat maatschappelijke meerwaarde een vereiste is voor nieuw vestiging van zelfstandige opstellingen van zonnepanelen binnen landelijk gebied. Blijkens artikel 3.1 van de Interim Omgevingsverordening dient dit vereiste te worden gezien in het licht van de goede ruimtelijke ordening. Gebleken is echter dat er onvoldoende draagvlak bestaat voor deze zonneparken op deze locatie. Hierbij kan worden gewezen op het Overzicht co-creatie & communicatie met omwonenden, waaruit
blijkt dat al in de tweede co-creatie bijeenkomst door de diverse deelnemers aan deze bijeenkomst twijfels zijn geuit over de mogelijkheid van een goede ruimtelijke inpassing op de betreffende locatie. Daarnaast kan worden gewezen op de door de Dorpsraad Wouw aan de gemeenteraad toegezonden brief van 27 mei 2019 (LIS-191973) waaruit blijkt dat de dorpsraad deze zonneparken op deze locatie niet ziet zitten. Deze visie komt overeen met het document “Het DNA van Wouw” (juli 2018) waarin op basis van de inbreng van 170 inwoners van Wouw onder meer is neergelegd dat moet worden ingezet op het behoud en het versterken van de bestaande cultuurhistorische waarden, waaronder de zandgronden, de donken en het beekdal aan de noordkant van Wouw. Gelet op het voorgaande is er blijkens het overzicht co-creatie & communicatie en de brief van de Dorpsraad Wouw onvoldoende draagvlak voor de zonneparken op deze locatie. Conclusie Kronos verzoekt alsnog naar aanleiding van deze zienswijze de gemeenteraad alsnog voor te stellen een verklaring van geen bedenkingen te verlenen, om vervolgens na afgifte over te gaan tot vergunningverlening. Kronos wil daarbij in de gelegenheid worden gesteld om het plan verder te optimaliseren, teneinde een verklaring van geen bedenkingen te verkrijgen.
In ieder geval bestaat daartoe aanleiding omdat Kronos eerder al in de gelegenheid is gesteld om een nadere ruimtelijke onderbouwing aan te leveren, maar de suggesties die vervolgens in het RAAP rapport zijn gedaan niet op hun merites zijn beoordeeld.
Ad6. Reactie op de conclusie De zienswijze geeft geen aanleiding om het standpunt van de gemeenteraad te heroverwegen en de verklaringen van bedenkingen te verlenen. Daarnaast geeft de zienswijze geen aanleiding om het plan te laten aanpassen.