CConstaterende datRoosendaal
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 akoestisch onderzoek.pdf

Commissie 20 februari 2025, gemeente RoosendaalBij agendapunt: 4c: Raadsvoorstel Herstelbesluit partiële herziening bestemmingsplan Bulkstraat53.695 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 4

Bepaling geluidbelasting vanwege de uitrukpost te Wouw op de omliggende gevoelige bestemmingen

Vliex Akoestiek en Lawaaibeheersing Gripvelden 113 4707 ZC Roosendaal

M: 06 53993634 T: 0165 395144 E-mail: info@vliexakoestiek.nl

Colofon

Titel:

Bepaling geluidbelasting vanwege de uitrukpost te Wouw op de omliggende gevoelige bestemmingen

Rapportnummer:

2024044

Revisie:

1_1

Plaats en datum:

Roosendaal, 6 november 2024

Opdrachtgever:

Gemeente Roosendaal Postbus 5000 4700 KA Roosendaal

Contactpersoon:

Mevrouw ing. M. Winkel

Uitgevoerd door:

Vliex Akoestiek en Lawaaibeheersing Gripvelden 113 4707 ZC Roosendaal 06 53993634

Auteur:

Rogér Vliex

Deze rapportage is gebaseerd op de wet- en regelgeving, die ten tijde van het opstellen van de rapportage van toepassing was. Indien u de rapportage niet direct gebruikt, dient u er rekening mee te houden dat wet- en regelgeving aan verandering onderhevig zijn en de rapportage naar verloop van tijd mogelijk (op onderdelen) niet meer correct is. Bij twijfel hierover kunt u met ons contact opnemen, zodat wij u kunnen adviseren over de bruikbaarheid van de rapportage. Voorliggende rapportage bevat NAW gegevens van personen en/of rechtspersonen. In het kader van de Algemene verordening gegevensbescherming (AVG) dienen deze NAW gegevens, indien voorliggende rapportage gepubliceerd dan wel op een andere wijze openbaar wordt gemaakt, geanonimiseerd te worden. De NAW gegevens van Besloten en Naamloze Vennootschappen en overheidsinstanties zijn hiervan uitgezonderd. Niets uit deze uitgave mag worden vermenigvuldigd en/of openbaar gemaakt worden door middel van druk, fotokopie of anderzijds zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de opdrachtgever of van Vliex Akoestiek en Lawaaibeheersing.

024.044.R1_1 6 november 2024

2

Inhoudsopgave 1.

2.

3.

4.

5. 6.

7.

8.

9.

pagina

Inleiding 1.1 Omgevingsvergunning 1.2 Schorsing bestemmingsplan 1.3 Gevolgen schorsing bestemmingsplan 1.4 Leeswijzer Bestemmingsplan en fysische aspecten 2.1 Bestemmingsplan "Partiële herziening bestemmingsplan Bulkstraat" en omgevingsvergunning 2.2 Situering en activiteiten uitrukpost 2.3 Gevoelige bestemmingen Toetsingscriteria 3.1 VNG-publicatie ‘Bedrijven en milieuzonering’ 3.2 Mogelijke grenswaarden oefenen brandweer 3.3 Grenswaarden uitrukken Uitgangspunten onderzoek 4.1 Beoogde activiteiten 4.2 Uitwerking activiteiten 4.2.1 Verkeersbewegingen 4.2.2 Oefeningen 4.2.3 Bronvermogens 4.2.4 Uitrukken Rekenmodel ten behoeve van de overdrachtsberekening Rekenresultaten 6.1 Langtijdgemiddelde beoordelingsniveaus en maximale geluidniveaus activiteiten 6.1.1 Analyse langtijdgemiddelde beoordelingsniveaus 6.1.2 Analyse maximale geluidniveaus 6.2 Langtijdgemiddelde beoordelingsniveaus uitrukken 6.2.1 Analyse langtijdgemiddelde beoordelingsniveaus uitrukken Maatregelen onderzoek 7.1 Maximale geluidniveaus vanwege parkeren personenauto’s 7.2 Langtijdgemiddelde beoordelingsniveaus en maximale geluidniveaus activiteiten na het oprichten van het scherm 7.3 Aanvullende maatregelen Toetsing geluidbelastingen 8.1 Activiteiten 8.2 Uitrukken Conclusies en overwegingen 9.1 Conclusies 9.2 Overwegingen

5 5 5 6 6 7 7 8 9 12 12 13 14 16 16 17 17 18 19 19 21 22 22 22 22 23 23 24 24 26 27 29 29 29 31 31 33

Figuren Figuur 1: Figuur 2:

grafisch overzicht ingevoerde objecten en bodemgebieden grafisch overzicht ingevoerde rekenpunten

024.044.R1_1 6 november 2024

3

Bijlagen Bijlage I: invoergegevens Bijlage II: rekenresultaten langtijdgemiddelde beoordelingsniveaus Bijlage III: rekenresultaten maximale geluidniveaus Bijlage IV: rekenresultaten langtijdgemiddelde beoordelingsniveaus uitrukken Bijlage V: rekenresultaten met scherm langs parkeerplaats Bijlage VI: rekenresultaten maximaal geluidniveau in woning met minimale geluidwering Bijlage VII: rekenresultaten vanwege activiteiten met scherm langs parkeerplaats Bijlage VIII: rekenresultaten vanwege activiteiten met geluidabsorberend scherm langs parkeerplaats Bijlage IX: rekenresultaten vanwege oefeningen onder overkapping Bijlage X: rekenresultaten oefening zaken maximaal 1 uur en 20 minuten

024.044.R1_1 6 november 2024

4

1.

Inleiding

1.1

Omgevingsvergunning

De gemeente Roosendaal heeft de intentie om een nieuwe uitrukpost voor de brandweer van Wouw te realiseren op de locatie De Hoogt 25 te Wouw. Ten behoeve van de realisatie van deze nieuwe uitrukpost is op 30 augustus 2023 (met kenmerk: 2023-002801) een omgevingsvergunning, als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder a en c, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, verleend. Door derden is bezwaar gemaakt tegen deze omgevingsvergunning. De bezwaargronden hebben, voor wat betreft het aspect geluid van de uitrukpost, betrekking op: •

het feit dat een uitrukpost op onderhavige locatie vanwege geluidsoverlast tot een onaanvaardbare aantasting van het woon- en leefklimaat zal leiden;

•

het feit dat de geluidsniveaus bij het uitrukken van de brandweer niet zou kunnen worden gerechtvaardigd door een beroep op het algemeen belang.

1.2

Schorsing bestemmingsplan

De omgevingsvergunning van 30 augustus 2023 is verleend op grond van het bestemmingsplan "Partiële herziening bestemmingsplan Bulkstraat", dat op 15 juni 2023 door de raad van de gemeente Roosendaal is vastgesteld. Door derden is een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening tegen dit bestemmingsplan ingediend bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Op 18 januari 2024 heeft de voorzieningenrechter van de Afdeling uitspraak gedaan op het verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening. Door deze uitspraak

is

het

bestemmingsplan

niet

in

werking

getreden.

In

de

uitspraak

heeft

de

voorzieningenrechter van de Afdeling geoordeeld, dat: •

het bestemmingsplan in strijd is met de goede ruimtelijke ordening. Uit het akoestisch onderzoek dat bij het plan gevoegd is, blijkt namelijk dat niet kan worden voldaan aan de geluidsnormen van de VNG-brochure "Bedrijven en milieuzonering" voor een milieucategorie 2-bedrijf als bepaalde maatregelen niet worden getroffen. Het getroffen worden van dergelijke maatregelen heeft noch in het plan, noch anderszins een regeling gevonden. Verder heeft de raad naar het voorlopige oordeel van de voorzieningenrechter de gevolgen van het geluid, dat wordt veroorzaakt door de sirene en door het optrekken van brandweerwagens, op het woon- en leefklimaat onvoldoende onderzocht;

•

artikel 1.3 van de planregels rechtsonzeker is. Onduidelijk is namelijk welke activiteiten mogen plaatsvinden op de gronden met de aanduiding ‘specifieke vorm van bedrijf brandweergarage’ . Artikel 1.3 van de planregels definieert een ‘brandweergarage’ als een gebouw

waar

brandweerauto’s,

brandbestrijdingsapparatuur

en

meestal

ook

het

brandweerpersoneel die dienst hebben zijn ondergebracht. In de plantoelichting wordt daarentegen gesproken over een ‘brandweerkazerne’ waarbij ook andere activiteiten worden genoemd die niet worden genoemd in artikel 1.3 van de planregels, zoals het testen van brandweermaterieel en het knippen van wrakken.

024.044.R1_1 6 november 2024

5

1.3

Gevolgen schorsing bestemmingsplan

Om de uitrukpost van de brandweer mogelijk te kunnen maken, zal de raad, dan wel het college, van Roosendaal moeten aantonen dat de uitrukpost niet in strijd is met een goede ruimtelijke ordening. Tevens zal duidelijk moeten zijn welke activiteiten binnen de uitrukpost mogelijk dan wel gewenst zijn en onder welke voorwaarden de milieuaspecten van deze activiteiten niet in strijd is met een goede ruimtelijke ordening. De gemeente Roosendaal heeft naar aanleiding van de uitspraak van de voorzieningenrechter Vliex Akoestiek en Lawaaibeheersing verzocht om: •

onderzoek uit te voeren naar de geluidbelastingen vanwege de gewenste activiteiten binnen de uitrukpost inzichtelijk te maken en te toetsen aan de richtwaarden voor een goede ruimtelijke ordening;

•

indien blijkt dat vanwege de gewenste activiteiten niet voldaan wordt aan de richtwaarden

•

onderzoek uit te voeren naar de geluidbelastingen vanwege het uitrukken van de brandweer

voor een goede ruimtelijke ordening, maatregelen door te rekenen en inzichtelijk te maken; tijdens een calamiteit (hierna: “prio 1”).

1.4

Leeswijzer

In hoofdstuk 2 wordt ingegaan op het bestemmingsplan, de situering van de uitrukpost en de gewenste activiteiten en gevoelige bestemmingen. Hoofdstuk 3 beschrijft het toetsingskader. In hoofdstuk 4 is een beschrijving van de uitgangspunten (situatie/bronnen/modellering) opgenomen. Hoofdstuk 5 geeft de rekenresultaten weer. De analyse van de rekenresultaten en eventueel onderzoek naar maatregelen zijn weergegeven in hoofdstuk 6. In hoofdstuk 7 volgen de conclusies uit het onderzoek en zijn de overwegingen verwoord.

024.044.R1_1 6 november 2024

6

2.

Bestemmingsplan en fysische aspecten

2.1

Bestemmingsplan "Partiële herziening bestemmingsplan Bulkstraat" en omgevingsvergunning

Op 15 juni 2023 heeft de raad van de gemeente Roosendaal het bestemmingsplan "Partiële herziening bestemmingsplan Bulkstraat" vastgesteld. In dit plan hebben de gronden waarop de uitrukpost beoogd is de Functieaanduiding “specifieke vorm van bedrijf – brandweergarage”. Op grond van dit bestemmingsplan is op 30 augustus 2023 (met kenmerk: 2023-002801) een omgevingsvergunning, als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder a en c, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, verleend. In figuur A is de

verbeelding

van het

bestemmingsplan "Partiële herziening bestemmingsplan Bulkstraat" weergegeven. De beoogde locatie van de uitrukpost is in deze figuur rood omcirkeld.

Figuur A

(bron: https://www.ruimtelijkeplannen.nl)

Op 18 januari 2024 heeft de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State het bestemmingsplan "Partiële herziening bestemmingsplan Bulkstraat" geschorst, waardoor het bestemmingsplan niet in werking is getreden. Tegen de omgevingsvergunning van 30 augustus 2023 is door derde belanghebbende bezwaar ingediend.

024.044.R1_1 6 november 2024

7

2.2

Situering en activiteiten uitrukpost

De uitrukpost van de brandweer Wouw is geprojecteerd aan de Hoogt te Wouw. In figuur B is de beoogde locatie rood omcirkeld weergegeven.

Figuur B

(bron: https://www.bing.com/maps/?cp=51.51503%7E4.393697&lvl=17.5&style=h)

Figuur C geeft een plattegrond van de beoogde uitrukpost weer. Uit figuur C kan herleid worden, dat de uitrukpost voorzien is van twee in-/uitgangen, twaalf parkeerplaatsen voor personenauto’s, een fietsenstalling, een garage voor twee brandweervoertuinen, een wasplaats met een vloeistofdichte vloer en een gebouw met meerdere lokalen. Dit gebouw bestaan uit twee bouwlagen. Op de begane grond zijn de technische ruimte, sanitaire voorzieningen en het magazijn bedacht. De tweede bouwlaag gaat voorzien in sanitaire voorzieningen, een magazijn, een kantoor en een instructieruimte. Gewenst is om op de locatie van de uitrukpost activiteiten te kunnen verrichten. Deze activiteiten zijn onder andere: 1.

het geven van instructies;

2.

hulpverleningsoefeningen zonder materieel;

3.

het oefenen van het af- en oprollen van blusslangen;

4.

het oefenen van het spreiden en knippen van voertuigen;

5.

het oefenen van het doorslijpen van voertuigen;

6.

het oefenen van het zagen van ‘boomstammen’;

7.

het wassen van de brandweervoertuigen;

8.

het verzamelen om op een ander locatie oefeningen te verrichten;

024.044.R1_1 6 november 2024

8

9.

het uitrukken van de brandweer.

De oefeningen genoemd onder 3 tot en met 6 en het wassen van de brandweervoertuigen kunnen alleen op de locatie van wasplaats plaatsvinden (omdat deze voorzien is van een vloeistof dichte vloer).

Figuur C:

2.3

plattegrond uitrukpost (bron: Algra-Marechall, bladno. B-01, werknr. 2020-1462 d.d. 3103-2021)

Gevoelige bestemmingen

Rondom de beoogde locatie van de uitrukpost zijn bestemde woningen gelegen én nog niet gerealiseerde woningen bestemd. In figuur D zijn de reeds aanwezige woningen blauw omkaderd weergegeven. In deze figuur is de beoogde locatie van de uitrukpost rood omcirkeld weergegeven. In figuur E is het bouwblok, waar op grond van het Omgevingsplan gemeente Roosendaal (bestemmingsplan “De Hoogt Fase II”) woningen zijn toegestaan, grafisch weergegeven. Ook in deze figuur is de beoogde locatie van de uitrukpost rood omcirkeld weergegeven. Op grond van het Omgevingsplan (bestemmingsplan “Bedrijvenstrook Bestemmingsplan Bulkstraat”) zijn ten oosten van de uitrukpost bedrijfswoningen bestemd, zie figuur F. De beoogde locatie voor de uitrukpost is ook in deze figuur rood omcirkeld.

024.044.R1_1 6 november 2024

9

Figuur D:

grafische aanduiding reeds bestaande woningen (blauw omkaderd)

Figuur E:

grafische aanduiding bestemde woningen “De Hoogt Fase II” (bron: https://www.ruimtelijkeplannen.nl)

024.044.R1_1 6 november 2024

10

Figuur F:

grafische aanduiding bedrijfswoningen “Bedrijvenstrook Bestemmingsplan Bulkstraat” (bron: https://www.ruimtelijkeplannen.nl)

Het geluid dat vanwege de beoogde uitrukpost op de rondom de beoogde locatie gelegen én bestemde gevoelige bestemmingen dient getoetst te worden aan de criteria voor een goede ruimtelijke ordening.

024.044.R1_1 6 november 2024

11

3.

Toetsingscriteria

3.1

VNG-publicatie ‘Bedrijven en milieuzonering’

De directe omgeving van de uitrukpost voor de brandweer is te kenmerken als een gemengd gebied, als bedoeld in de VNG-publicatie ‘Bedrijven en milieuzonering’. Dat sprake is van een gemengd gebied volgt uit de definitie van een gemengd gebied uit de VNG-publicatie en de vaste jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Een gemengd gebied is als volgt gedefinieerd: Een gemengd gebied is een gebied met een matige tot sterke functiemenging. Direct naast woningen komen andere functies voor zoals winkels, horeca en kleine bedrijven. Ook lintbebouwing in het buitengebied met overwegend agrarische en andere bedrijvigheid kan als gemengd gebied worden beschouwd. Gebieden die direct langs de hoofdinfrastructuur liggen, behoren eveneens tot het omgevingstype gemengd gebied. Hier kan de verhoogde milieubelasting voor geluid de toepassing van kleinere richtafstanden rechtvaardigen. Het

toetsingskader

voor

geluid,

zoals

omschreven

in

de

VNG-publicatie

‘Bedrijven

en

milieuzonering’ bestaat uit 4 stappen waarbij per stap de geluidbelasting groter wordt en daarmee ook het belang van de onderzoeks- en motiveringsplicht. De stappen zijn onderstaand omschreven. Stap 1 Toetsing aan de richtafstand voor het aspect geluid. Indien de richtafstand niet wordt overschreden kan een verdere beoordeling van het aspect geluid in beginsel achterwege blijven. De uitrukpost van de brandweer wordt in de VNG-publicatie aangemerkt als een milieucategorie 3.1 bedrijf, waarvoor in een gemengd gebied een richtafstand van 30 m tot de gevels van gevoelige bestemmingen geldt. Stap 2 Indien stap 1 niet toereikend is, is een onderzoek naar de geluidbelasting noodzakelijk. Er dient dan voldaan te worden aan de volgende richtwaarden: Etmaalperiode

Langtijdgemiddeld beoordelingsniveau

Maximaal geluidniveau

Dag

50 dB(A)

70 dB(A)

Avond

45 dB(A)

65 dB(A)

Nacht

40 dB(A)

60 dB(A)

Stap 3 Indien stap 2 niet toereikend is, is alleen op basis van een motivering een geluidbelasting mogelijk van: Etmaalperiode

a:

Langtijdgemiddeld beoordelingsniveau

Maximaal geluidniveaua

Dag

55 dB(A)

70 dB(A)

Avond

50 dB(A)

65 dB(A)

Nacht

45 dB(A)

60 dB(A)

de maximale geluidniveaus vanwege het aan- en afrijdend verkeer worden in de VNG-publicatie uitgesloten van deze grenswaarden. Indien de maximale geluidniveaus in een gemengd gebied door aan- en afrijdend verkeer hoger zijn dan 70 dB(A) in de dag-, 65 dB(A) in de avond- en 60 dB(A) in de nachtperiode, dient gemotiveerd te worden waarom een dergelijk maximaal geluidniveau acceptabel wordt geacht.

024.044.R1_1 6 november 2024

12

Bij het volgen van stap 3 dient het bevoegd gezag te motiveren waarom het deze geluidbelasting in de concrete situatie acceptabel acht. Hierbij dient tevens de cumulatie van eventueel reeds aanwezige geluidbelastingen betrokken te worden. Het bevoegd gezag kan daarbij gebruik maken van gemeentelijk geluidbeleid, indien de te verwachten geluidbelasting voldoet aan de in dat gemeentelijk geluidbeleid vastgestelde grenswaarden voor het betreffende gebied. Stap 4 Bij grotere geluidbelastingen dan aangegeven bij stap 3 is het doorgaans niet mogelijk om een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling positief te bestemmen. Indien het bevoegd gezag toch van mening is dat het positief bestemmen aanvaardbaar is, dient dit grondig onderzocht, onderbouwd en gemotiveerd te worden. Hierbij dient rekening gehouden te worden met cumulatie van reeds aanwezige geluidbronnen. Voor het verkeer van en naar de inrichting op de openbare weg wordt in het kader van een goede ruimtelijke ordening aangesloten bij de circulaire inzake geluidhinder veroorzaakt door het wegverkeer van en naar de inrichting; beoordeling in het kader van de Wet milieubeheer (1996). In deze circulaire (de zogenaamde Schrikkelcirculaire) is een voorkeursgrenswaarde van 50 dB(A) etmaalwaarde opgenomen. In de circulaire is een ten hoogste toelaatbare waarde van 65 dB(A) etmaalwaarde vermeld.

Omdat niet voldaan kan worden aan de richtafstand van 30 meter uit de VNG-brochure (stap 1). Is onderzoek nodig naar de geluidniveaus als gevolg van de activiteiten van de uitrijpost op de grens van de gronden waar geluidgevoelige functies zijn toegestaan (stap 2).

3.2

Mogelijke grenswaarden oefenen brandweer

Het oefenen op de uitrukpost, waarbij veel geluid geproduceerd wordt, vindt maximaal 12 avonden per kalenderjaar plaats. In haar Algemene Plaatselijke Verordening (APV) heeft de gemeente Roosendaal in de artikelen 4:2 en 4:3 voor respectievelijk collectieve festiviteiten en incidentele festiviteiten de volgende grenswaarden op de gevels van gevoelige gebouwen vastgelegd: 07.00-19.00 uur

19.00-23.00 uur

23.00-07.00 uur

LAr,LT op de gevel van gevoelige gebouwen

68 dB(A)

63 dB(A)

58 dB(A)

LAmax op de gevel van gevoelige gebouwen

78 dB(A)

73 dB(A)

68 dB(A)

De gemeente Roosendaal heeft deze grenswaarden in haar APV opgenomen omdat uit het ISO normblad R 1996-1971 blijkt dat indien de overschrijding van de reguliere grenswaarden met meer dan 18 dB overschreden wordt sprake is van onduldbare hinder. Door de grenswaarden in de APV vast te stellen op een waarde die ten hoogste 18 dB meer bedraagt dan de reguliere grenswaarde, wordt onduldbare hinder voorkomen. Opgemerkt wordt dat het aantal collectieve festiviteiten vermeerderd met de mogelijke incidentele festiviteiten betrekking heeft op minimaal 12 dagen per kalenderjaar. Gezien het vorenstaande kunnen, in analogie met het gestelde in de artikelen 4:2 en 4:3 van de APV, voor het oefenen van de brandweer de volgende grenswaarden toelaatbaar geacht worden: Langtijdgemiddeld beoordelingsniveau (LAr,LT): •

68 dB(A) in de dagperiode (tussen 07.00 en 19.00 uur;

024.044.R1_1 6 november 2024

13

•

63 dB(A) in de avondperiode (tussen 19.00 en 23.00 uur).

Maximaal geluidniveau (LAmax): •

78 dB(A) in de dagperiode (tussen 07.00 en 19.00 uur;

•

73 dB(A) in de avondperiode (tussen 19.00 en 23.00 uur).

Opgemerkt wordt dat het oefenen op de uitrukpost alleen in de avondperiode plaatsvindt.

3.3

Grenswaarden uitrukken

In het eerste lid van artikel 2.22 van het Activiteitenbesluit milieubeheer is bepaald dat bij het bepalen van het maximaal geluidsniveau LAmax, bedoeld in de artikelen 2.17, 2.17a, 2.19, 2.19a dan wel 2.20, het geluid als gevolg van het uitrukken van motorvoertuigen ten behoeve van ongevallenbestrijding,

spoedeisende

medische

hulpverlening,

brandbestrijding

en

gladheidbestrijding en het vrijmaken van de weg na een ongeval buiten beschouwing blijft. In het vierde lid van artikel 5.66 van het Besluit kwaliteit leefomgeving is bepaald, dat het geluid vanwege de inzet van motorvoertuigen of helikopters voor spoedeisende medische hulpverlening, ongevallenbestrijding, brandbestrijding, gladheidbestrijding en het vrijmaken van de weg na een ongeval niet getoetst wordt aan de grenswaarden voor het toelaatbaar geluid in geluidgevoelige ruimten binnen geluidgevoelige gebouwen. Bij de beoordeling of bij het vaststellen van hogere waarden aan de grenswaarden binnen geluidgevoelige gebouwen, anders dan in- en aanpandige geluidgevoelige gebouwen, wordt voldaan, blijft het geluid van de spoedeisende inzet van hulpvoertuigen en onversterkt menselijk stemgeluid buiten beschouwing. In het eerste lid, aanhef en onder a, van artikel 5.73 van het Besluit kwaliteit leefomgeving is bepaald, dat de waarden voor geluid vanwege activiteiten op geluidgevoelige gebouwen of in geluidgevoelige ruimten, die opgenomen zijn in een omgevingsplan, niet van toepassing zijn op het geluid

door

de

inzet

van

motorvoertuigen

of

helikopters

voor

spoedeisende

medische

hulpverlening, ongevallenbestrijding, brandbestrijding, gladheidbestrijding en het vrijmaken van de weg na een ongeval. In dit lid is bepaald dat in het omgevingsplan wordt vastgelegd dat de geluidwaarden die in het omgevingsplan zijn opgenomen geen betrekking hebben op het geluid van de spoedeisende inzet van hulpvoertuigen (onderdeel a). Dat geldt voor het gemiddelde geluidniveau en voor het maximale geluidniveau. Deze uitzondering geldt alleen voor de spoedeisende inzet en dus niet voor het geluid als gevolg van niet-spoedeisende inzet van hulpvoertuigen of bijvoorbeeld het onderhouden en testen van die voertuigen. In het kader van de Omgevingswet dient de gemeenteraad bij het toedelen van functies aan locaties al het geluid vanwege de toegelaten activiteiten te betrekken. Dit moet voorkomen dat die geluiden tot te veel hinder kunnen leiden. Het feit dat er in het omgevingsplan geen waarden mogen worden opgenomen voor het geluid van de spoedeisende inzet van hulpvoertuigen betekent dus niet dat de die geluidbronnen bij de toepassing van artikel 5.59, eerste lid, buiten beschouwing mogen blijven.

024.044.R1_1 6 november 2024

14

Het vorenstaande impliceert dat het bevoegd gezag de geluidbelastingen vanwege het uitrukken van de brandweer inzichtelijk dient te maken en dient te beoordelen of deze geluidbelastingen 1

toelaatbaar geacht kunnen worden .

1

Zie ook ECLI:NL:RVS:2022:1501 d.d. 25 mei 2022.

024.044.R1_1 6 november 2024

15

4.

Uitgangspunten onderzoek

4.1

Beoogde activiteiten

De intentie is om binnen de uitrukpost te kunnen oefenen, zie ook paragraaf 2.2. De (theoretische)instructies

worden

inpandig

gegeven.

Dit

kan

ook

het

geval

zijn

bij

hulpverleningsoefeningen zonder motorisch materieel. De oefeningen op het buitenterrein omvatten de volgende activiteiten: •

hulpverleningsoefeningen zonder motorisch materieel;

•

uitrollen en oprollen slangen;

•

knippen en spreiden van voertuigen;

•

zagen met een benzine kettingzaag;

•

slijpen met slijptol.

Omdat de wasplaats een vloeistofdichte vloer heeft, is het logisch dat de oefenactiviteiten, anders dan instructies en hulpverleningsoefeningen zonder motorisch materieel, op de wasplaats plaatsvinden. Deze wasplaats is aangeduid in figuur C. De oefeningen, genoemd onder 3 tot en met 5, binnen de uitrukpost vinden in de avondperiode plaats tussen 19.00 en ca. 21.30 uur. De effectieve oefentijd, dus waarbij eventueel materieel in werking is 2, bedraagt 1,5 uur. De oefeningen genoemd onder 3, 4 en 5 vinden gezamenlijk ten hoogste 12 maal per kalenderjaar plaats. De instructies en het oefenen genoemd onder 1 en 2 kunnen tussen 19.00 en 22.30 uur plaatsvinden. Deze oefeningen, alsmede het oefenen op andere locaties (oefenen elders), kunnen gezamenlijk ca. 40 maal per kalenderjaar plaatsvinden. Naast de oefeningen worden ook de bandweervoertuigen van de post op de daarvoor bestemde wasplaats schoon gespoten. Deze activiteit vindt in de regel een maal per week in de dagperiode plaats. Tijdens het oefenen op de uitrukpost kunnen 12 personenauto’s aan de oostzijde op het terrein van de inrichting geparkeerd worden. Verondersteld mag worden dat meerdere personen samen rijden en dat personen per fiets komen, zodat het aantal personenauto’s maximaal 12 zal bedragen.

Ook tijdens het uitrukken zullen maximaal 12 personenauto’s aan de oostzijde op het terrein van de inrichting geparkeerd worden. Tijdens het wassen van de brandweervoertuigen zullen maximaal 3 personenauto’s aan de oostzijde op het terrein van de inrichting geparkeerd worden. Tijdens een prio 1 oproep kunnen maximaal 6 brandweermensen met de spuitwagen mee. De andere brandweermensen blijven achter of gaan naar huis. De mogelijkheid bestaat dat tijdens een prio 1 oproep 12 brandweermensen met de auto naar de post komen. In paragraaf 4.2 zijn de verschillende activiteiten binnen de uitrukpost nader uitgewerkt.

2

Met uitzondering van de stationair draaiende brandweerwagen, deze draait 1,75 uur stationair.

024.044.R1_1 6 november 2024

16

4.2

Uitwerking activiteiten

4.2.1

Verkeersbewegingen

Verkeersbewegingen met personenauto’s Voor het bronvermogen van de personenauto’s die binnen de uitrukpost parkeren, is, bij een rijsnelheid van 10 km/h, 90 dB(A) aangehouden. Verondersteld is dat alle personenauto’s aan de noordzijde de uitrukpost inrijden en aan de westzijde de uitrukpost uitrijden. Verkeersbewegingen spuitwagen binnen de uitrukpost Ten behoeve van de oefeningen rijdt de spuitwagen naar de wasplaats met een rijsnelheid van 10 km/h. Het bijbehorend bronvermogen bedraagt 102 dB(A). Na de oefening rijdt de spuitwagen terug naar de remise (10 km/h) waarna het spuitvoertuig achteruit (5 km/h) wordt gestald. Tijdens het achteruitrijden is de achteruitrijdsignalering in werking (LWA = 108 dB(A), inclusief additie van 5 dB vanwege tonaal geluid). Verkeersbewegingen spuitwagen oefenen elders Ten behoeve van de oefeningen elders rijdt de spuitwagen naar de oefenlocatie elders met een rijsnelheid van 10 km/h op het terrein tussen de remise en de openbare weg. Het bijbehorend bronvermogen bedraagt 102 dB(A). Na de oefening rijdt de spuitwagen terug naar de remise waarna het spuitvoertuig vanaf de openbare weg achteruit (5 km/h) wordt gestald. Tijdens het achteruitrijden is de achteruitrijdsignalering in werking (LWA = 108 dB(A), inclusief additie van 5 dB vanwege tonaal geluid).

Verkeersbewegingen personenbus oefeningen elders en calamiteit Ten behoeve van de oefeningen elders en tijdens een calamiteit rijdt de personenbus naar de oefenlocatie elders/calamiteitenlocatie met een rijsnelheid van 10 km/h op het terrein tussen de remise en de openbare weg. Het bijbehorend bronvermogen bedraagt 90 dB(A) 3. Na de oefening/calamiteit rijdt de personenbus terug naar de remise waarna de personenbus vanaf de openbare

weg

achteruit

(5

km/h)

wordt

gestald.

Tijdens

het

achteruitrijden

is

geen

achteruitrijdsignalering in werking. Het geluid an de personenbus tijdens het uitrijden bij een calamiteit is ondergeschikt aan het geluid van de spuitwagen en derhalve niet relevant. Verkeersbewegingen spuitwagen uitrukken Ten behoeve van het uitrukken rijdt de spuitwagen naar de calamiteitenlocatie een rijsnelheid van gemiddeld 45 km/h op het terrein tussen de remise en de openbare weg. Het bijbehorend bronvermogen is afhankelijk van de etmaalperiode (zie paragraaf 4.2.4). Na het uitrukken rijdt de spuitwagen terug naar de remise met een gemiddelde rijsnelheid van 35 km/h (LWA = 104 dB(A)), waarna het spuitvoertuig vanaf de openbare weg achteruit (5 km/h) wordt gestald. Tijdens het achteruitrijden is de achteruitrijdsignalering in werking (LWA = 108 dB(A), inclusief additie van 5 dB vanwege tonaal geluid).

3

Het betreft een elektrisch aangedreven personenbus.

024.044.R1_1 6 november 2024

17

4.2.2

Oefeningen

Hulpverleners oefeningen Tijdens

hulpverleningsoefeningen,

zonder

motorisch

materieel,

zullen

lage

bronvermogens

optreden. Het stemgeluid is dan maatgevend, zodat het bronvermogen ca. 85 dB(A) (20 personen) bedraagt, gedurende 1,5 uur. Deze activiteit is voor het aspect geluid ondergeschikt aan de andere oefeningen en daarom niet in beeld gebracht. Oefeningen elders Indien oefeningen elders worden verricht, verzamelen de brandweermensen zich bij de uitrukpost. Op het moment dat alle persoinen aanwezig zijn, vertrekken de spuitwagen en de personenbus gezamenlijk naar de oefenlocatie elders. De personenbus heeft een bronvermogen van 90 dB(A) bij een rijsnelheid van 10 km/h. Wassen materieel Alhoewel het wassen van het materieel geen oefening is, wordt het wassen van het materieel toch besproken. Het wassen van het materieel vindt in de dagperiode plaats. Er is van uit gegaan dat 3 personenauto’s de inrichting in en uitrijden en de brandweerwagen 1 maal naar de wasplaats rijdt. Het wassen duurt totaal 1,5 uur met een equivalent bronvermogen van 100 dB(A). Oefening slangen uit- en oprollen Het equivalente geluidniveau tijdens het uit- en oprollen van slangen bedraagt 95 dB(A) 4 gedurende 1,5 uur, waarbij de spuitwagen 1,75 uur stationair draait (LW,Aeq = 95 dB(A)). Vanwege het uit- en oprollen van slangen kan een maximaal geluidniveau optreden met een bronvermogen van 104 dB(A)5 en vanwege het optrekken van de spuitwagen 108 dB(A).

Oefening spreiden en knippen Het equivalente geluidniveau tijdens het spreiden en knippen bedraagt 98 dB(A) 5 gedurende 1,5 uur, waarbij de spuitwagen 1,75 uur stationair draait (LW,Aeq = 95 dB(A)). Vanwege het knippen kan een maximaal geluidniveau optreden met een bronvermogen van 115 dB(A)4 en vanwege het optrekken van de spuitwagen 108 dB(A). Oefening zagen Het equivalente geluidniveau tijdens het zagen bedraagt 115 dB(A) 6 gedurende 1,5 uur, waarbij de spuitwagen 1,75 uur stationair draait (LW,Aeq = 95 dB(A)). Vanwege het zagen kan een maximaal geluidniveau optreden met een bronvermogen van 121 dB(A)3 en vanwege het optrekken van de spuitwagen 108 dB(A). Oefening slijpen Het equivalente geluidniveau tijdens het slijpen bedraagt 115 dB(A) 7 gedurende 1,5 uur, waarbij de spuitwagen 1,75 uur stationair draait (LW,Aeq = 95 dB(A)). Vanwege het slijpen kan een maximaal geluidniveau optreden met een bronvermogen van 121 dB(A)2 en vanwege het optrekken van de spuitwagen 108 dB(A). 4 5 6 7

Deze bronvermogens zijn gebaseerd op literatuurgegevens. Deze bronvermogens zijn ingemeten bij de brandweer Roosendaal. Deze bronvermogens zijn ingemeten bij de brandweer Oud Gastel. Deze bronvermogens zijn ingemeten bij de brandweer Oud Gastel.

024.044.R1_1 6 november 2024

18

4.2.3

Bronvermogens

In tabel 1 zijn de equivalente en maximale bronvermogens van de verschillende activiteiten op het buitenterrein van de uitrukpost vermeld. Tabel 1 Bron

LWA,eq

LWA,max

Personenauto rijden

90 dB(A)

100 dB(A) (starten/sluiten portieren)

Personenbus rijden

90 dB(A)

--

Brandweerwagen rijden

102 dB(A)

108 dB(A) (optrekken)

Brandweerwagen stationair

95 dB(A)

--

Slangen uit-/oprollen

85 dB(A)

104 dB(A)

Knippen en spreiden

98 dB(A)

115 dB(A)

Slijpen

115 dB(A)

121 dB(A)

Zagen

115 dB(A)

121 dB(A)

Wassen

100 dB(A)

--

4.2.4

Uitrukken

Tijdens een prio 1 worden de brandweermensen opgeroepen. Dit kan in elke etmaalperiode plaatsvinden. Vanwege de brandweer Wouw zijn op 30 november 2023 de prio 1 uitrukken voor de jaren 2019 tot en met november 2023 verstrekt. De aantallen zijn vermeld in tabel 2. Tabel 2: aantal prio 1 uitrukken per jaar Jaartal

Aantal prio 1 uitrukken

2019

25

2020

42

2021

45

2022

60

2023

40 (aantal tot en met november 2023)

Tijdens een prio 1 oproep kunnen maximaal 6 brandweermensen met de spuitwagen mee. De andere brandweermensen blijven achter of gaan naar huis. De mogelijkheid bestaat dat tijdens een prio 1 oproep 12 brandweermensen met de auto naar de post komen. Voor het bronvermogen van deze personenauto’s, bij een rijsnelheid van 10 km/h, is 90 dB(A) aangehouden. Voor het bronvermogen van de brandweerwagen is in de dag- en avondperiode een bronvermogen van 135 dB(A) 8 gehanteerd en in de nachtperiode 125 dB(A). De gemiddelde rijsnelheid bedraagt 45 km/h. Voor het terugrijden van de spuitwagen is een bronvermogen van 104 dB(A) gehanteerd bij een gemiddelde rijsnelheid van 35 km/h. Na terugkomst van een melding wordt de spuitwagen

8

Het geluidniveau van de akoestische signalering bedraagt bij een prio 1 minimaal 100 dB(A) in de nacht op 7 m afstand van de sirene (zie Regeling optische en geluidssignalen 2009). In de dagperiode dient het geluidniveau ten minste 110 dB(A) op 7 m afstand te bedragen. Dit komt overeen met een bronvermogen van 135 dB(A) in de dag- (en avond-) en 125 dB(A) in de nachtperiode, waarbij de bronhoogte ca. 1,5 m bedraagt.

024.044.R1_1 6 november 2024

19

achteruit de remise ingereden. Tijdens dit achteruitrijden is de achteruitrijdsignalering in werking (LWA = 108 dB(A), inclusies additie van 5 dB vanwege tonaal geluid).

024.044.R1_1 6 november 2024

20

5.

Rekenmodel ten behoeve van de overdrachtsberekening

Om de geluidbelasting vanwege de uitrukpost (i.c. het oefenen en het uitrukken tijdens een prio 1 melding) te kunnen bepalen, is een geluidmodel opgesteld. In een dergelijk geluidmodel alle relevante gegevens (zoals geluidbronnen, objecten, bodemgebieden, immissiepunten en dergelijke) opgenomen

met

als

doel

de

werkelijke

situatie

zo

goed

mogelijk

te

benaderen.

Het

overdrachtmodel is opgesteld in het programma Geomilieu V2024 van DGMR Software BV. Op 1 januari 2024 zijn de Omgevingswet en de Invoeringswet Omgevingswet in werking getreden. Op grond van de Invoeringswet Omgevingswet geldt overgangsrecht voor de gevallen waarin de procedure voor het verlenen of wijzigen van een omgevingsvergunning gestart is vóór de inwerkingtreding van de Omgevingswet. Voor voorliggende casus betekent dit, dat op deze casus het recht, waaronder de Wet ruimtelijke ordening, zoals dat gold vóór 1 januari 2024 van toepassing blijft. De geluidbelastingen zijn daarom berelkend conform de methode II.8 uit de Handleiding meten en rekenen Industrielawaai (1999). Voor het tot stand komen van het model is gebruik gemaakt van kadastrale kaarten uit het Georegister en van pdok, het Actueel Hoogtebestand van Nederland (AHN), informatie van de opdrachtgever en Google-Earth/Streetview. Alle gebouwen zijn als reflecterende objecten ingevoerd (reflectiefactor = 0,8). De gebouwen in de directe omgeving van de onderzoekslocatie zijn direct geïmporteerd uit de dataset van 3D Geluid van het kadaster. Dit datamodel is gebaseerd op informatie van BAG en AHN. De objecten hebben als maaiveldhoogte de NAP hoogte meegekregen uit de database. Ter plaatse van de gevels van woningen, dan wel daar waar woningen planologisch zijn toegestaan, zijn rekenpunten gelegd.

Deze rekenpunten hebben, afhankelijk van de toegelaten nokhoogten een hoogte van 1,5 m, 4,5 m en 7,5 m boven het plaatselijke maaiveld. Deze rekenhoogten komen overeen met de ontvangerhoogten op de eerste, tweede en derde bouwlaag van woningen. In bijlage I zijn de numerieke gegevens van de in het rekenmodel ingevoerde attributen van de bronnen, rekenpunten, objecten en bodemgebieden opgenomen. In deze bijlage zijn tevens figuren met

de

bronposities

opgenomen.

In

figuur

1

zijn

alle

in

het

rekenmodel

opgenomen

bodemgebieden en objecten grafisch weergegeven. In figuur 2 is een grafische presentatie weergegeven van alle in het rekenmodel ingevoerde rekenpunten. In

het

rekenmodel

zijn

diverse

bodemgebieden

opgenomen.

De

bodemfactor

van

deze

bodemgebieden zijn verkregen uit de dataset van 3D Geluid. Voor het overige is gerekend met een harde bodemfactor (Bf = 0).

024.044.R1_1 6 november 2024

21

6.

Rekenresultaten

6.1

Langtijdgemiddelde beoordelingsniveaus en maximale geluidniveaus activiteiten

In bijlage II zijn de rekenresultaten van de langtijdgemiddelde beoordelingsniveaus opgenomen voor de verschillende situaties binnen de inrichting. Bijlage III geeft de rekenresultaten van de maximale geluidniveaus vanwege de verschillende situaties binnen de inrichting weer. In tabel 3 zijn de hoogst berekende langtijdgemiddelde beoordelingsniveaus en maximale geluidniveaus ter plaatse van de bestaande en bestemde woningen en de bestemde bedrijfswoningen per bedrijfssituatie, met uitzondering van het uitrukken, vermeld. Tabel 3:

hoogst berekende langtijdgemiddelde geluidniveaus (LAmax) per bedrijfssituatie

beoordelingsniveaus

en

maximale

Bedrijfssituatie

Bestaande woningen LAr,LT

LAmax

LAr,LT

LAmax

LAr,LT

LAmax

Oefening elders1

34 dB(A)

56 dB(A)

34 dB(A)

62 dB(A)

41 dB(A)

84 dB(A)

44 dB(A)

61 dB(A)

38 dB(A)

62 dB(A)

55 dB(A)

84 dB(A)

Wassen materieel2

Bestemde woningen

(LAr,LT)

Bestemde bedrijfswoningen

Slangen uit- en oprollen

47 dB(A)

61 dB(A)

40 dB(A)

62 dB(A)

58 dB(A)

84 dB(A)

Spreiden en knippen4

49 dB(A)

67 dB(A)

42 dB(A)

62 dB(A)

60 dB(A)

84 dB(A)

Gebruik kettingzaag5

63 dB(A)

73 dB(A)

56 dB(A)

64 dB(A)

75 dB(A)

84 dB(A)

Slijpen6

63 dB(A)

72 dB(A)

54 dB(A)

64 dB(A)

74 dB(A)

84 dB(A)

3

1: 2: 3: 4: 5: 6:

6.1.1

oefenen elders vindt in de avondperiode plaats. het wassen van materieel vindt alleen in de dagperiode plaats. het uit- en oprollen van slangen vindt in de avondperiode plaats. het spreiden en kippen vindt in de avondperiode plaats. het gebruik van de kettingzaag vindt in de avondperiode plaats. het slijpen vindt in de avondperiode plaats.

Analyse langtijdgemiddelde beoordelingsniveaus

Uit tabel 3 blijkt, dat vanwege het wassen van het materieel en de oefeningen, met uitzondering van de oefeningen, die elders worden verricht, de richtwaarden voor het langtijdgemiddeld beoordelingsniveau uit stap 2 van de VNG-publicatie ‘Bedrijven en milieuzonering’ overschreden worden. De grootste overschrijdingen treden op ter plaatse van de bestemde bedrijfswoningen. Ook worden, vanwege de oefeningen zagen en slijpen, de grenswaarden uit de artikelen 4:2 en 4:3 van de APV overschreden ter plaatse van de bestemde bedrijfswoningen. Een onderzoek naar maatregelen ter reductie van de geluidbelasting, om de diverse activiteiten mogelijk te maken, dienen derhalve onderzocht te worden.

6.1.2

Analyse maximale geluidniveaus

Uit tabel 3 blijkt, dat ter plaatse van de bestemde bedrijfswoningen, de richtwaarden voor het maximale geluidniveau uit stap 2 van de VNG-publicatie overschreden worden. De grootte van het maximale geluidniveau tijdens het wassen van materieel, oefenen elders, slangen uit- en oprollen en spreiden en knippen bepaald wordt door het starten en sluiten van de aanschroefdelen van de personenauto’s op de parkeervakken. De grootste maximale geluidniveaus treden op een 024.044.R1_1 6 november 2024

22

rekenhoogte van 7,5 m (mogelijke derde bouwlaag van de bestemde bedrijfswoningen) op. Ter plaatse van de gronden waar reguliere woningen bestemd zijn (ten noorden van de uitrukpost), wordt tijdens het wassen van materieel, oefenen elders, slangen uit- en oprollen en spreiden en knippen de grootte van het maximale geluidniveau eveneens bepaald door het starten en sluiten van de aanschroefdelen van de personenauto’s. Tijdens het zagen en slijpen wordt de grootte van de maximale geluidniveaus ter plaatse van de gronden waar reguliere woningen bestemd zijn (ten noorden van de uitrukpost) en ter plaatse van de bestemde bedrijfswoningen bepaald door het zagen en slijpen. Een onderzoek naar maatregelen ter reductie van de geluidbelasting, om de diverse activiteiten mogelijk te maken, dienen derhalve onderzocht te worden.

6.2

Langtijdgemiddelde beoordelingsniveaus uitrukken

In bijlage IV zijn de rekenresultaten van de langtijdgemiddelde beoordelingsniveaus vanwege het uitrukken

tijdens

een

calamiteit

opgenomen.

In

tabel

4

zijn

de

hoogst

berekende

langtijdgemiddelde beoordelingsniveaus vanwege het uitrukken tijdens een calamiteit ter plaatse van de bestaande en bestemde woningen en de bestemde bedrijfswoningen vermeld. Tabel 4:

hoogst berekende uitrukken

langtijdgemiddelde

beoordelingsniveaus

(LAr,LT)

vanwege

het

Bedrijfssituatie

Bestaande woningen

Bestemde woningen

Bestemde bedrijfswoningen

Uitrukken dag

64 dB(A)

63 dB(A)

46 dB(A)

Uitrukken avond

69 dB(A)

68 dB(A)

51 dB(A)

Uitrukken nacht

56 dB(A)

55 dB(A)

40 dB(A)

6.2.1

Analyse langtijdgemiddelde beoordelingsniveaus uitrukken

Vanwege het uitrukken met akoestische signalering treden zeer forse geluidbelastingen op. Deze geluidbelastingen treden op indien de spuitwagen op de openbare weg langs woningen rijdt. In de Regeling optische en geluidssignalen 2009 zijn de wettelijke geluidniveaus vastgelegd, die de akoestische signalering van een spuitwagen dient te hebben, zodat bronmaatregelen niet te treffen zijn. Andere maatregelen, zoals het oprichten van geluidschermen langs de weg en het treffen van maatregelen aan de gevels van woningen, ontmoeten moverende bezwaren. Deze bezwaren zijn onder andere financiële, stedenbouwkundige en technische bezwaren. Het treffen van maatregelen aan de gevels van woningen zal daarnaast leiden tot precedent werking. In het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) is bepaald dat het geluid vanwege de inzet van motorvoertuigen of helikopters voor spoedeisende medische hulpverlening, ongevallenbestrijding, brandbestrijding, gladheidbestrijding en het vrijmaken van de weg na een ongeval niet van toepassing is op de in een Omgevingsplan opgenomen waarden voor geluid (artikelen 5.73 en 5.78h).

Tevens is in het Bkl bepaald dat het geluid vanwege de inzet van motorvoertuigen of helikopters voor spoedeisende medische hulpverlening, ongevallenbestrijding, brandbestrijding, gladheidbestrijding en het vrijmaken van de weg na een ongeval niet van toepassing is op de binnenwaarden uit tabel 5.66 Bkl.

024.044.R1_1 6 november 2024

23

7.

Maatregelen onderzoek

7.1

Maximale geluidniveaus vanwege parkeren personenauto’s

Uit paragraaf 6.1.2 blijkt, dat vanwege het parkeren van de personenauto’s (het starten en sluiten van de aanschroefdelen van de personenauto’s) maximale geluidniveaus kunnen optreden van ten hoogste 84 dB(A). Deze maximale geluidniveaus kunnen in elke etmaalperiode optreden. In de nachtperiode kunnen deze maximale geluidniveaus optreden indien er sprake is van een calamiteit. De grootste maximale geluidniveaus treden op een rekenhoogte van 7,5 m (mogelijke derde bouwlaag) van de bestemde bedrijfswoningen op. Om de maximale geluidniveaus vanwege het starten en sluiten van de aanschroefdelen van de personenauto’s op de parkeerplaatsen te reduceren, zijn er drie opties, te weten: 1.

het verleggen parkeerplaatsen;

2.

het realiseren van een scherm nabij de parkeerplaatsen.

Het verleggen van de parkeerplaatsen houdt feitelijk in dat de gehele locatie van de uitrukpost opnieuw ingedeeld moet worden. Deze situatie wordt derhalve niet verder uitgewerkt. Nabij de parkeerplaatsen is het rekenmodel voorzien van een 2 m hoog geluidscherm op de perceelsgrens, zie figuur G. Uit de rekenresultaten, die opgenomen zijn in bijlage V, blijkt dat het maximale geluidniveau vanwege het parkeren van de personenauto’s ter plaatse van de bestemde bedrijfswoningen dan afneemt van 84 dB(A) naar 77 dB(A). Indien een scherm opgericht wordt van 2,5 m, blijkt uit de in bijlage V opgenomen rekenresultaten, dat het maximale geluidniveau vanwege het parkeren van de personenauto’s afneemt tot 76 dB(A). Uit bijlage V blijkt tevens, dat indien het scherm een hoogte van 3 m heeft, het maximale geluidniveau tot 73 dB(A) zal afnemen. De bestemde bedrijfswoningen dienen, voor wat betreft de geluidwering, te voldoen aan het gestelde in het Besluit bouwwerken leefomgeving. Dit betekent dat de geluidwering ten minste 20 dB dient te bedragen. In tabel 5 zijn de geluidspectra van de maximale geluidniveaus vanwege de 5 maatgevende bronnen, die representatief zijn voor het maximale geluidniveau vanwege het parkeren, op het maatgevende rekenpunt b14_C gepresenteerd. Tabel 5:

geluidspectra maximale geluidniveaus op rekenpunt b14 (4,5 m hoogte)

Naam

Li Totaal

Li 31

Li 63

Li 125

Li 250

Li 500

Li 1000

Li 2000

Li 4000

Li 8000

slppw 1

73

-23

38

57

67

69

66

64

60

52

slppw 2

72

-20

40

58

67

67

64

62

58

50

slppw 3

70

-20

40

58

66

65

61

57

51

41

slppw 12

70

-27

36

56

65

65

62

60

55

47

b14_B

Uit tabel 5 blijkt dat de grootte van het maximale geluidniveau veroorzaakt wordt door de geluidenergie in de 250 Hz tot en met 2 kHz octaafband middenfrequentie. De geluidwering van een standaard woning is in deze octaafband middenfrequenties relatief hoog, zie tabel 6 voor de geluidwering van een halfsteense muur en HR++ glas.

024.044.R1_1 6 november 2024

24

Tabel 6:

geluidisolatie in dB per octaafband middenfrequentie (bron: tabellarium DGMR)

Materiaal

31

63

125

250

500

1000

2000

4000

8000

Halfsteens

24

30

36

40

44

49

53

53

53

10

16

22

21

29

37

37

37

37

HR++ glas Opmerking:

de geluidisolatie in de 31 Hz en 63 Hz octaafband middenfrequentie is op basis van de massawet bepaald. Voor de geluidisolatie in de 4000 Hz en 8000 Hz octaafband middenfrequentie zijn dezelfde waarden gehanteerd als opgenomen in de 2000 Hz octaafband middenfrequentie.

In bijlage VI is een berekening van het maximale geluidniveau in de eventuele bedrijfswoningen opgenomen, waarbij verondersteld is dat de maatgevende gevel voor 50% bestaat uit een halfsteens muur en 50% uit HR++ glas, waarbij de gegevens uit de tabellen 5 en 6 gebruikt zijn. Uit bijlage VI kan geconcludeerd worden dat de maximale geluidniveaus van het parkeren in de dag- en avondperiode niet zullen leiden tot een groter maximaal geluidniveau dan 50 dB(A) in de dag- en 50 dB(A) in de avondperiode. Bij deze gevel kan in de nachtperiode sprake zijn van een overschrijding van het binnenniveau van 2 dB. Het spreekt voor zich dat de daadwerkelijke gevel te allen tijde uit een geïsoleerde muur met minder glas zal bestaan, zodat gesteld kan worden dat het realiseren van een scherm met een hoogte van 3 m niet zal leiden tot een overschrijding van de binnenwaarden voor het maximale geluidniveau.

Figuur G:

grafische aanduiding geluidscherm

024.044.R1_1 6 november 2024

25

7.2

Langtijdgemiddelde beoordelingsniveaus en maximale geluidniveaus activiteiten na het oprichten van het scherm

Na het oprichten van het scherm met een hoogte van 3 m, als grafisch aangeduid in figuur G, zullen de geluidbelastingen vanwege de activiteiten wijzigen. Indien rekening gehouden wordt met scherm treden de geluidbelastingen op, die in tabel 7 weergegeven zijn. Alle rekenresultaten zijn opgenomen in bijlage VII. Tabel 7:

hoogst berekende langtijdgemiddelde beoordelingsniveaus geluidniveaus (LAmax) per bedrijfssituatie met scherm

Bedrijfssituatie

Bestaande woningen

Bestemde woningen

(LAr,LT)

en

maximale

Bestemde bedrijfswoningen

LAr,LT

LAmax

LAr,LT

LAmax

LAr,LT

LAmax

34 dB(A)

56 dB(A)

34 dB(A)

62 dB(A)

40 dB(A)

73 dB(A)

Wassen materieel2

44 dB(A)

61 dB(A)

46 dB(A)

62 dB(A)

55 dB(A)

73 dB(A)

Slangen uit- en oprollen3

47 dB(A)

61 dB(A)

48 dB(A)

62 dB(A)

58 dB(A)

73 dB(A)

4

Spreiden en knippen

49 dB(A)

67 dB(A)

50 dB(A)

69 dB(A)

59 dB(A)

78 dB(A)

Gebruik kettingzaag5

63 dB(A)

73 dB(A)

65 dB(A)

75 dB(A)

75 dB(A)

84 dB(A)

Slijpen

63 dB(A)

72 dB(A)

65 dB(A)

75 dB(A)

74 dB(A)

84 dB(A)

Oefening elders1

6

1: 2: 3: 4: 5: 6:

oefenen elders vindt in de avondperiode plaats. het wassen van materieel vindt alleen in de dagperiode plaats. het uit- en oprollen van slangen vindt in de avondperiode plaats. het spreiden en kippen vindt in de avondperiode plaats. het gebruik van de kettingzaag vindt in de avondperiode plaats. het slijpen vindt in de avondperiode plaats.

Indien de rekenresultaten uit tabel 3 met die uit tabel 7 vergeleken worden, blijkt dat ter plaatse van de ten noorden van de uitrukpost bestemde woningen de geluidbelastingen, in termen van langtijdgemiddelde beoordelingsniveaus en maximale geluidniveaus toenemen. De oorzaak hiervan is dat het scherm het geluid reflecteert. Om deze reflectie teniet te doen, dient het scherm aan de binnenzijde (aan de zijde van de brandweer) geluidabsorberend uitgevoerd te worden. Indien het scherm aan de binnenzijde geluidabsorberend uitgevoerd wordt, treden de in tabel 8 opgenomen geluidbelastingen op. Alle rekenresultaten zijn opgenomen in bijlage VIII. Tabel 8:

hoogst berekende langtijdgemiddelde beoordelingsniveaus (LAr,LT) geluidniveaus (LAmax) per bedrijfssituatie met absorberend scherm

maximale

Bedrijfssituatie

Bestaande woningen LAr,LT

LAmax

LAr,LT

LAmax

LAr,LT

LAmax

Oefening elders1

34 dB(A)

56 dB(A)

34 dB(A)

62 dB(A)

40 dB(A)

73 dB(A)

Wassen materieel2

44 dB(A)

61 dB(A)

40 dB(A)

62 dB(A)

55 dB(A)

73 dB(A)

Slangen uit- en oprollen3

47 dB(A)

61 dB(A)

43 dB(A)

62 dB(A)

58 dB(A)

73 dB(A)

4

Spreiden en knippen

49 dB(A)

67 dB(A)

45 dB(A)

63 dB(A)

59 dB(A)

78 dB(A)

Gebruik kettingzaag5

63 dB(A)

73 dB(A)

60 dB(A)

69 dB(A)

75 dB(A)

84 dB(A)

Slijpen6

63 dB(A)

72 dB(A)

59 dB(A)

69 dB(A)

74 dB(A)

84 dB(A)

1: 2: 3: 4: 5: 6:

Bestemde woningen

en

Bestemde bedrijfswoningen

oefenen elders vindt in de avondperiode plaats. het wassen van materieel vindt alleen in de dagperiode plaats. het uit- en oprollen van slangen vindt in de avondperiode plaats. het spreiden en kippen vindt in de avondperiode plaats. het gebruik van de kettingzaag vindt in de avondperiode plaats. het slijpen vindt in de avondperiode plaats.

Indien de waarden uit tabel 8 met die uit tabel 7 vergeleken worden, kan geconcludeerd worden dat het aanbrengen van een absorberend scherm ter plaatse van de bestemde woningen ten

024.044.R1_1 6 november 2024

26

noorden van de uitrukpost tot een significante verlaging van de geluidbelasting leidt ten opzichte van een niet absorberend scherm. Uit tabel 8 blijkt tevens, dat er plaatse van de andere woningen nog steeds sprake is van zeer hoge geluidniveaus, zodat het treffen van aanvullende maatregelen noodzakelijk is indien het gewenst is om op locatie te knippen en spreiden, te slijpen en te zagen 9.

7.3

Aanvullende maatregelen

Om de gewenste oefeningen, met uitzondering van het uit- en oprollen van slangen, binnen de uitrukpost mogelijk te maken, zijn aanvullende maatregelen noodzakelijk. Een mogelijke oplossing kan kan zijn dat deze oefeningen afgeschermd plaatsvinden, dat wil zeggen in een overdekte ruimte, die aan een zijde geopend is. Deze maatregel is onderzocht, waarbij op de locatie waar de fietsenstalling geprojecteerd is een gebouw wordt gerealiseerd als grafisch aangeduid in figuur H.

Figuur H:

9

grafische aanduiding te treffen voorziening

Het wassen van het materieel leidt in de dagperiode tot een overschrijding van de richtwaarde voor het langtijdgemiddeld beoordelingsniveau van 50 dB(A) uit stap 2 van de VNG-publicatie. Het wassen van het materieel gebeurt 1 maal per week in de dagperiode en zal niet leiden tot een overschrijding van de binnenniveaus. Voor deze activiteit zal een maatwerkvoorschrift gesteld moeten worden. Vanwege de oefening slangen uit- en oprollen wordt de richtwaarde voor het langtijdgemiddeld beoordelingsniveau van 45 dB(A) voor de avondperiode uit stap 2 van de VNG-publicatie overschreden. Indien deze activiteit in de remise plaatsvindt, zal de overschrijding opgeheven worden.

024.044.R1_1 6 november 2024

27

De voorziening heeft een hoogte van 2,7 m. De drie wanden bestaan uit enkel steens muren en zijn respectievelijk 5 m, 8,5 m en 5 m lang. De westzijde blijft open. Het dak bestaat van boven naar onder uit een bitumineuze dakbedekking, 18 mm underlayment en een balklaag. Parkeerplaats nummer 12 en de fietsenstalling dienen ergens anders op het terrein gerealiseerd te worden. Indien de oefeningen knippen en spreiden, slijpen en zagen op een afstand van ten minste 2,5 m van de opening plaatsvinden, treden ten gevolge van deze oefeningen de in tabel 9 opgenomen geluidbelastingen op. In bijlage IX zijn alle rekenresultaten opgenomen. Tabel 9:

hoogst berekende langtijdgemiddelde beoordelingsniveaus (LAr,LT) en maximale geluidniveaus (LAmax) per bedrijfssituatie indien het oefenen in de overkapte ruimte plaatsvindt

Bedrijfssituatie

Bestaande woningen

Bestemde woningen

Bestemde bedrijfswoningen

LAr,LT

LAmax

LAr,LT

LAmax

LAr,LT

LAmax

Spreiden en knippen

46 dB(A)

64 dB(A)

41 dB(A)

62 dB(A)

55 dB(A)

73 dB(A)

Gebruik kettingzaag

59 dB(A)

68 dB(A)

49 dB(A)

62 dB(A)

64 dB(A)

73 dB(A)

Slijpen

58 dB(A)

68 dB(A)

48 dB(A)

62 dB(A)

63 dB(A)

73 dB(A)

In tabel 10 zijn de hoogst berekende maximale geluidniveaus vanwege het oefenen vermeld. Tabel 10: hoogst berekende bedrijfssituatie Bedrijfssituatie

maximale

geluidniveaus

(LAmax)

vanwege

het

oefenen

per

Bestaande woningen

Bestemde woningen

Bestemde bedrijfswoningen

Spreiden en knippen

64 dB(A)

54 dB(A)

69 dB(A)

Gebruik kettingzaag

68 dB(A)

57 dB(A)

73 dB(A)

Slijpen

68 dB(A)

56 dB(A)

72 dB(A)

Uit de tabellen 9 en 10 blijkt dat ook indien geoefend wordt in de overkapte ruimte nog steeds relatief hoge geluidniveaus (in termen van langtijdgemiddelde beoordelingsniveaus en maximale geluidniveaus) op treden. Het oefenen van de brandweer op locatie, waarbij knippen en spreiden, slijpen of zagen plaatsvindt, zal ten hoogste 12 maal per kalenderjaar optreden, zodat er dan sprake van een incidentele bedrijfssituatie (IBS). Ter plaatse van de bestemde woningen ten noorden van de uitrukpost wordt de grootte van de maximale geluidniveaus bepaald door het parkeren van de personenauto’s in de beoogde parkeervakken. Bij de bestemde, maar mogelijk nog te realiseren bedrijfswoningen wordt de grootte

van

de

maximale

geluidniveaus

eveneens

bepaald

door

het

parkeren

van

de

personenauto’s. Ter plaatse van de bestaande woningen wordt de grootte van de maximale geluidniveaus veroorzaakt door het oefenen.

024.044.R1_1 6 november 2024

28

8.

Toetsing geluidbelastingen

8.1

Activiteiten

Uit de rekenresultaten die in de tabellen 8 tot en met 10 zijn opgenomen, dient geconcludeerd te worden

dat

niet

voldaan

kan

worden

aan

de

richtwaarden

voor

het

langtijdgemiddeld

beoordelingsniveau en maximale geluidniveau uit stap 2 van de VNG-publicatie ‘Bedrijven en milieuzonering’. In tabel 11 zijn de geluidbelastingen getoetst aan de richtwaarden voor het langtijdgemiddeld beoordelingsniveau en maximale geluidniveau uit stap 3 van de VNG-publicatie, waarbij verondersteld is, dat: langs de parkeervakken een geluidabsorberend scherm met een hoogte van 3 m wordt

•

opgericht; de oefeningen knippen en spreiden, zagen en slijpen in de overkapte ruimte plaatsvinden.

•

Tabel 11: toetsing aan de richtwaarden uit stap 3 van de VNG-publicatie √ Bedrijfssituatie

Bestaande woningen

Bestemde woningen

Bestemde bedrijfswoningen

LAr,LT

LAmax

LAr,LT

LAmax

LAr,LT

LAmax

Oefening elders

√

√

√

√

√

√

Wassen materieel

√

√

√

√

√

√

Slangen uit- en oprollen

√

√

√

√

X

√

Spreiden en knippen

√

X

√

X

X

X

Gebruik kettingzaag

X

X

X

X

X

X

Slijpen

X

X

X

X

X

X

√: X:

voldoet; voeldoet niet

Indien de oefening slangen uit- en oprollen in de remise plaatsvindt, zal deze oefening niet leiden tot een overschrijding van de richtwaarden uit stap 3 van de VNG-publicatie. Indien de geluidbelastingen vanwege de oefeningen knippen en spreiden, zagen en slijpen in de overkapte ruimte (zie de tabellen 9 en 10) getoetst worden aan de grenswaarden uit artikel 4:3 van de APV van de gemeente Roosendaal blijk, dat: •

de grenswaarde voor het langtijdgemiddeld beoordelingsniveau ter plaatse van de bestemde bedrijfswoningen met 1 dB overschreden wordt tijdens de oefening zagen;

•

de grenswaarde voor het maximale geluidniveau niet overschreden wordt.

Om de overschrijding van het langtijdgemiddeld beoordelingsniveau van 1 dB teniet te doen, mag de oefening zagen effectief niet langer dan 1 uur en 20 minuten plaatsvinden (zie bijlage X).

8.2 In

Uitrukken paragraaf

6.2

zijn

de

rekenresultaten

opgenomen

van

de

langtijdgemiddelde

beoordelingsniveaus vanwege het uitrukken van de brandweer. Uit paragraaf 6.2 blijkt, dat vanwege het uitrukken langtijdgemiddelde beoordelingsniveaus van ten hoogste: •

64 dB(A) in de dagperiode;

•

69 dB(A) in de avondperiode;

024.044.R1_1 6 november 2024

29

•

63 dB(A) in de nachtperiode

zullen optreden indien in elk van deze etmaalperioden éénmaal uitgerukt wordt. In het Bkl is bepaald dat het geluid vanwege de inzet van motorvoertuigen of helikopters voor spoedeisende medische hulpverlening, ongevallenbestrijding, brandbestrijding, gladheidbestrijding en het vrijmaken van de weg na een ongeval niet van toepassing is op de in een Omgevingsplan opgenomen waarden voor geluid (artikelen 5.73 en 5.78h). Tevens is in het Bkl bepaald dat het geluid vanwege de inzet van motorvoertuigen of helikopters voor spoedeisende medische hulpverlening, ongevallenbestrijding, brandbestrijding, gladheidbestrijding en het vrijmaken van de weg na een ongeval niet van toepassing is de binnenwaarden uit tabel 5.66 Bkl. Het treffen van maatregelen om de geluidbelasting vanwege het uitrukken te reduceren stuiten op moverende bezwaren. Bronmaatregelen zijn daarnaast wettelijk niet mogelijk.

024.044.R1_1 6 november 2024

30

9.

Conclusies en overwegingen

9.1

Conclusies

De uitrukpost en de daarbij gewenste activiteiten zullen, zonder het treffen van maatregelen tot zeer hoge geluidniveaus. Deze niveaus zijn zodanig hoog dat er geen sprake is van een een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. De redenen hiervan zijn: •

de uitrukpost is op zeer korte afstand van aanwezige en bestemde gevoelige bestemmingen bestemd;

•

geen rekening gehouden is met een optimale indeling van de uitrukpost voor wat betreft het parkeren van personenauto’s en de wasplaats.

Uit het onderzoek is gebleken dat de richtwaarden uit stap 2 van de VNG-publicatie overschreden worden. Aan de richtwaarden uit stap 3 kan, met uitzondering van de oefeningen, wel voldaan worden. Bij stap 3 worden namelijk de maximale geluidniveaus vanwege de verkeersbewegingen (dus ook het parkeren) niet getoetst aan de richtwaarden. Door het treffen van maatregelen kunnen de geluidbelastingen ter plaatse van de bestaande woningen en de bestemde woningen gereduceerd worden. De mogelijke maatregelen zijn: 1.

het oprichten van een geluidabsorberend geluidscherm met een hoogte van 3 m, als aangegeven

in

onderstaande

figuur

I.

De

westzijde

van

dit

geluidscherm

dien

geluidabsorberend uitgevoerd te worden. 2.

Het oprichten van een aan driezijden gesloten overkapping, als aangegeven in figuur J, waar de oefeningen plaats dienen te vinden. De drie wanden bestaan uit enkel steens muren en zijn respectievelijk 5 m, 8,5 m en 5 m lang. De westzijde blijft open. Het dak bestaat van boven naar onder uit een bitumineuze dakbedekking, 18 mm underlayment en een balklaag. Parkeerplaats nummer 12 en de fietsenstalling dienen ergens anders op het terrein gerealiseerd te worden. Het scherm, dat aangeduid is in figuur I, dient tegen de noordelijke muur van de overkapping aangesloten te worden.

3.

De oefening slangen uit- en oprollen dient in de remise plaats te vinden.

4.

De oefening zagen dient tot maximaal 1 uur en 20 minuten in de avondperiode beperkt te worden.

Indien de vorengenoemde maatregelen doorgevoerd worden, kunnen de oefeningen spreiden en knippen, zagen en slijpen voldoen aan de grenswaarden uit artikel 4:3 van de Algemene Plaatselijke Verordening van de gemeente Roosendaal.

024.044.R1_1 6 november 2024

31

Figuur I:

grafische weergave te realiseren absorberend geluidscherm

Figuur J:

grafisch overzicht te realiseren overkapping

024.044.R1_1 6 november 2024

32

9.2

Overwegingen

De gemeente Roosendaal wordt in overweging gegeven om de vraag te beantwoorden of zijn het wenselijk en maatschappelijk verantwoord vindt dat de oefeningen op de locatie van de uitrukpost plaats zullen vinden. Indien de gemeente van mening is dat het wenselijk noch maatschappelijk verantwoord is om de oefeningen bij de uitrukpost te talen plaatsvinden, hoeven verder geen overwegingen gemaakt te worden. Indien de gemeente van mening is dat het wenselijk en maatschappelijk verantwoord is om de oefeningen bij de uitrukpost te talen plaatsvinden, zullen in het Omgevingsplan regels vastgelegd moeten worden, die betrekking hebben op: •

de oefeningen spreiden en knippen, zagen en slijpen gezamenlijk maximaal 12 dagen per kalenderjaar toe te staan én voor deze oefeningen de grenswaarden uit artikel 4:3 van de APV van toepassing te verklaren;

•

de maatregelen, als genoemd in paragraaf 9.1 (geluidabsorberend scherm met een hoogte van 3 m langs de parkeerplaats en de overkapping);

•

de effectieve oefentijd, met uitzondering van de effectieve oefentijd van het zagen. De effectieve oefentijd mag niet meer dan 1,5 uur in de avondperiode bedragen;

•

de effectieve oefentijd van het zagen. Deze mag niet meer dan 1 uur en 20 minuten in de avondperiode bedragen;

•

de effectieve oefentijd van het spreiden en knippen en slijpen. Deze mag niet meer dan 1 uur en 30 minuten in de avondperiode bedragen;

•

het oefenen van het uit- en oprollen, dat in de remise dient plaats te vinden;

•

het wassen van het materieel, dat alleen in de dagperiode mag plaatsvinden.

024.044.R1_1 6 november 2024

33

Figuren

Figuur 1: grafisch overzicht ingevoerde objecten en bodemgebieden

Figuur 1: grafisch overzicht ingevoerde objecten en bodemgebieden

Vliex Akoestiek en Lawaaibeheersing Bodemgebieden Gebouwen

0m

80 m

392900 schaal = 1 : 2000

392850

392800

392750

392700

392650

392600

392550

392500

392450

392400

392350

392300

1140

501

955

868

1226 1027 1099 952 349 1225 1272 511 684 688 1100 686 353 1269 1275 1271 96 685 566 377 950 691 452 1025 1276 1245 1220 1270 690 1094 1030 91 1102 1023 1101 1236 1232 1277 517 1096 123 1278 681 1281 375 1273 1274 1280 457 682 438 360 359 1279 694 516 565 1128 350 1020 1088 1129 1007 972 482 1024 1119 1031 548 378 765 951 536 134 1120 504 768 1097 1014 1124 1121 1134 900 683 1098 1218 977 870 400 381 369 552 928 925 1126 1223 399 567 1229 891 884 541368 869 419 689 1051 1135 418 766 1002 160480 188 968 361 929 1021 1004 926 508 1262 11321228 203 523 551 1131 156 518 1261 1130 190 446 1122 222 1127 1214 202 879 964 1069 189 549 1006 930 415 960 122790 557 507 695 1057 1125 1040372 491 563 185493 943 74 1041 678 88 1149 362 962 1253 187 89 564 1123 416 432 1264526 975 1035 367 417 485 186 365 1001 85 1133 693 687 230 909 376 75 214212 430 407 354 880 998 207 343 1224 528 161 1231 889 379 1215 194 404 1257 1216 1213 1256 963 204 529 1263 431 509 1251 341 547 1039 1212 1141 525 182 1083 954 877 1084 679 692 680 556 342 1081 995 142 898 875 546 1156 101 455 1265 1085 410 454 810 779 351 806 778 179 172 890 920 1166 522 181 762 1188 521 1151 104 1235 503 81 133 992 1244 1258 199 527 777 876 721 1152 941 1022 798 136510 515 105 1186 923 813 997 1183 1049 487 935 834 451 171 743 761 901 965 832 1016 514 205 906 462 1203 967 1164 488 458 1177 411 751 922 833 177 814 1012 193 973 1248

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.roosendaal.nl/api/v1/meetings/1742/documents/46723