CConstaterende datRoosendaal
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1.1 Programmabegroting 2023.pdf

Gemeenteraad 10 november 2022, gemeente RoosendaalBij agendapunt: 3a: Raadsvoorstel Programmabegroting 2023 i.c.m. Raadsmededeling 70-2022 collegeprogramma Zij aan Zij44.162 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 5

170

168

168

is een verhoging van de gemeentelijke belastingen opgenomen van 2,8%.

Reclamebelasting - bedrijventerreinen

507

450

450

In onderstaande tabellen is de ontwikkeling van de woonlasten in de afgelopen

Precariobelasting

62

64

117

jaren weergegeven. De woonlasten kunnen worden bekeken vanuit het

42.564

42.306

44.305

Totaal belastingdomein

perspectief van de gebruiker van een woning (meestal de huurder), maar ook vanuit het perspectief van de eigenaar van dat pand.

120

121

Voorgestelde tarieven 2023

Tabel: Belastingen die tot woonlasten voor gebruikers leiden

Jaar

Afvalstoffenheffing**

Rioolheffing*

2014

In onderstaande tabel is een overzicht opgenomen van de belangrijkste en meest

Wijziging t.o.v. voorgaand jaar

Totaal

€ 283,20

€ 280,50

€ 563,70

2015

€ 295,10

€ 281,80

€ 576,90

+ 2,35%

2016

€ 304,55

€ 278,10

€ 582,65

+ 1,00%

2017

€ 308,80

€ 238,40

€ 547,20

- 6,10%

2018

€ 312,50

€ 238,70

€ 551,20

+ 0,73%

2019

€ 316,90

€ 262,00

€ 578,90

+ 5,02%

2020

€ 322,90

€ 315,80

€ 638,70

+ 10,15%

2021

€ 330,97

€ 330,80

€ 661,77

+ 3,61%

2022

€ 339,24

€ 330,80

€ 670,04

+ 1,25%

2023

€ 350,77

€ 356,30

€ 707,07

+ 5,53%

*

-

tarief t/m 500 m3 waterverbruik

deze ook onroerendezaakbelasting (OZB). Tabel: Belastingen die tot woonlasten voor eigenaren/gebruikers leiden

Rioolheffing**

Afvalstoffenheffing***

2021

2022

2023

verschil

Onroerende zaakbelastingen - tarief eigenaren woningen

0,0989%

0,0931%

n.n.b.*

- tarief eigenaren niet-woningen

0,1786%

0,1805%

n.n.b.*

- tarief gebruikers niet-woningen

0,1262%

0,1275%

n.n.b.*

€ 245

€ 245

€ 270,50

+ 10,4%

- 240-liter restafvalcontainer

€ 6,60

€ 6,60

€ 6,60

n.v.t.

- 140-liter restafvalcontainer

€ 3,85

€ 3,85

€ 3,85

n.v.t.

- per inworp ondergrondse container van 60 l.

€ 1,10

€ 1,10

€ 1,10

n.v.t.

- per inworp ondergrondse container van 30 l.

€ 0,55

€ 0,55

€ 0,55

n.v.t.

€ 330,97

€ 339,24

€ 350,77

+ 3,4%

Afvalstoffenheffing - Vast bedrag per perceel

Per lediging van

Als er sprake is van een woning waarvan de eigenaar ook gebruik maakt, betaalt

OZB*

Belastingsoort

Variabel tarief

** vastrecht + gemiddeld 13 ledigingen 240 l. container restafval

Jaar

voorkomende tarieven:

Totaal

Wijziging t.o.v. voorgaand jaar

Rioolheffing - basistarief per jaar

2014

€ 226

€ 283,20

€ 280,50

€ 789,70

-

2015

€ 228

€ 295,10

€ 281,80

€ 804,90

+ 1,93%

2016

€ 227

€ 304,55

€ 278,10

€ 809,65

+ 0,59%

Parkeerbelasting

2017

€ 228

€ 308,80

€ 238,40

€ 775,20

- 4,26%

- parkeren in gebied A, per uur

€ 2,10

€ 2,10

€ 2,10

n.v.t.

- parkeren in gebied B, per uur

€ 1,50

€ 1,50

€ 1,50

n.v.t.

2018

€ 229

€ 312,50

€ 238,70

€ 780,20

+ 0,65%

2019

€ 231

€ 316,90

€ 262,00

€ 809,90

+ 3,80%

2020

€ 234

€ 322,90

€ 315,80

€ 872,70

+ 7,75%

2021

€ 238

€ 330,97

€ 330,80

€ 899,77

+ 3,01%

2022

€ 243

€ 339,24

€ 330,80

€ 913,04

+ 1,48%

2023

€ 250

€ 350,77

€ 356,30

€ 957,07

+ 4,82%

*

* Tariefsverhoging is nog niet bekend, omdat de WOZ waarden per 1 januari 2022 nog niet bekend zijn.

op basis van de gemiddelde woningwaarde

** tarief t/m 500 m3 waterverbruik *** vastrecht + gemiddeld 13 ledigingen 240 l. container restafval

Vergelijking woonlasten ten opzichte van landelijk gemiddelde. (bron: “Atlas van de lokale lasten 2022” van Coelo) Roosendaal

Noord-Brabant

Landelijk

Eigenaar/bewoner

€ 938

€ 841

€ 888

Huurder

€ 648

€ 413

€ 424

Het betreft hier de woonlasten van een meerpersoonshuishouden.

122

123

Paragraaf 2. Weerstandsvermogen en risicobeheersing

Maatregelen/ontwikkelingen  >D  e Jeugdwet is een open-einde-regeling waardoor overschrijding tot de

Algemeen

risico’s behoort.  >D  e contracten voor Niet Vrij Toegankelijke Zorg (NVTZ) zijn met het oog

In deze paragraaf worden de gemeentelijke risico’s financieel vertaald en afgezet

op de bovenstaande risico’s afgesloten voor de periode van vier jaar. De

tegen de beschikbare weerstandscapaciteit om risico’s af te kunnen dekken. De

huidige periode liep in 2022 af, maar is met een jaar verlengd. De contracten

weerstandscapaciteit wordt afgestemd op het risicoprofiel van de gemeente,

zijn op basis van resultaatfinanciering, waardoor de risico’s deels bij de

waarbij de ratio voor het weerstandsvermogen minimaal 1,0 moet zijn. Dit beleid is vastgelegd in de nota ‘Risicomanagement en weerstandsvermogen’. Deze nota wordt in 2023 geactualiseerd.

zorgaanbieders zijn belegd.  > Door vroegtijdige signalering van problematiek kan met relatief lichte hulpverlening de juiste ondersteuning worden geboden. Gemiddeld gezien wordt de hulp goedkoper omdat er een effectievere inzet is van het

Top 10 risico’s

voorliggend veld en de jeugdprofessional. Daarnaast wordt nog steeds strak gestuurd op het gebruik van hoogcomplexe (dure) zorg.

Elk jaar wordt een geactualiseerd risicoprofiel met de Top 10 van risico’s opgenomen in deze paragraaf.

 > Binnen het jeugddomein lopen verschillende pilots om dure zorg te voorkomen en de zelfredzaamheid en onafhankelijkheid van ouders en kinderen te vergroten. De pilots in het kader van de preventieve inzet in

1. Wmo (structureel risico)

onderwijs, de huisartsenroute en het veiligheidsdomein zijn succesvol en

In 2014 heeft het Kabinet de verantwoordelijkheid voor de taken op het gebied

worden voortgezet. Daarnaast zijn businesscases opgesteld gericht op

van AWBZ begeleiding en Hulp bij de Huishouding (HBH) per 1 januari 2015 bij

reductie van inzet en kosten bij scheidingen, voorkomen van zorg bij lichte

de gemeente neergelegd. Dit ging gepaard met een strikte efficiencykorting voor de gemeente. De Wmo is een open-einde-regeling waardoor overschrijding tot de risico’s behoort.

kindeigen problematiek en adequate inzet van jeugdwet en WLZ.  >C  orona heeft geleid tot bezorgdheid met betrekking tot eenzaamheid en depressieve klachten. De toename in hulpvraag is nog onduidelijk. Daarnaast is het contact met ouders en jongeren door corona minder, zodat het soms

Maatregelen/ontwikkelingen  > Er ontstaat een toenemende druk op budgetten Wmo als gevolg van de bezuinigingen op beschermd wonen. De verdergaande vergrijzing

lastig is om te bepalen wanneer trajecten zijn afgesloten. Dit heeft tot meer aanpassingen in arrangementen geleid.  >D  e middelen die gemeenten gekregen hebben voor jeugdhulp in de

vergroot daarbij het aantal zelfstandig wonende inwoners met een

afgelopen jaren bleken ontoereikend. Incidenteel is landelijk besloten tot

ondersteuningsvraagstuk. Daarnaast zien we ook dat er een gebrek is aan

extra middelen voor jeugdzorg (€ 1,3 mld). Nog niet helder is in hoeverre dit

geschikte woningen om langer zelfstandig thuis te kunnen blijven wonen.

structureel wordt. De tarieven voor zorgaanbieders staan onder druk.

 > De volgende maatregelen zijn getroffen om HBH en begeleiding terug te dringen: ‘betere scholing medewerkers Wmo’, ‘project herindicaties

3. Onderwijshuisvesting (structureel risico)

dagbesteding/begeleiding’, ‘versterken poortwachtersfunctie’ en

Uit landelijke benchmarks blijkt dat de kosten voor de bouw van nieuwe

‘terugdringen instroom pgb’. De effecten hiervan zijn steeds meer zichtbaar.  > Met ingang van 2023 is er een nieuwe overeenkomst voor de

scholen stijgen. Vanwege het grote aantal te vernieuwen scholen in de vastgestelde HPO’s kan dit extra kosten met zich meebrengen. Het risico

maatwerkvoorziening Wmo begeleiding gesloten. Hierin worden

bestaat dat de huidige middelen voor onderwijshuisvesting niet voldoende zijn.

risicobeperkende maatregelen meegenomen. Vanwege autonome

Dit geldt met name voor het primair onderwijs.

ontwikkelingen (onder andere CAO-ontwikkelingen en vervoerskosten) lijkt een kostenstijging onontkoombaar.  > De eigen bijdrage (max. € 19 per persoon per maand in plaats van

Maatregelen/ontwikkelingen De ontwikkelingen op landelijk niveau worden gevolgd. Mogelijk zal er ook op

inkomensafhankelijk) is door landelijke wetgeving opnieuw ingevoerd. Dit

landelijk niveau worden nagedacht over de financiering van scholen, hetgeen

heeft reeds geleid tot een toename aan Wmo voorzieningen.

invloed kan hebben op het gemeentefonds.

 > Er is een wetswijziging in voorbereiding om in 2025 mogelijk te maken dat een vorm van inkomensafhankelijke eigen bijdrage gevraagd kan worden. De wetswijziging lijkt vooralsnog alleen betrekking te hebben op huishoudelijke hulp.

4. Algemene Uitkering gemeentefonds valt lager uit dan begroot (structureel risico)

 > Een groei in de aantallen jeugdigen die ondersteuning krijgen vanuit de

Via de meicirculaire 2022 hebben gemeenten voor de komende jaren fors

Jeugdwet leidt ook tot groei in de instroom in de Wmo bij 18 jarigen.

meer middelen ontvangen. Omdat de afspraak is gemaakt tussen het Rijk en de VNG om de algemene uitkering los te koppelen van de rijksuitgaven,

2. Jeugdzorg (structureel risico)

verwachten we dat de hoogte van de algemene uitkering de komende periode

Sinds 2015 zijn de taken op het gebied van jeugdzorg een gemeentelijke

redelijk stabiel blijft. De algemene uitkering wordt nog wel aangepast voor

verantwoordelijkheid. Dit ging gepaard met een strikte efficiencykorting voor

wijzigingen in het loon- en prijspeil. Er blijft echter wel sprake van een aantal

de gemeente. De kortingen leiden ertoe dat de gemeente in 2021 nog steeds

onzekerheden.

te weinig middelen beschikbaar had voor de uitvoering van de jeugdzorgtaken. Het transformatieproces begint inmiddels tot resultaten te leiden. 124

125

Maatregelen/ontwikkelingen  >H  et Rijk heeft de compensatie voor jeugd nog niet structureel toegekend aan gemeenten, alleen incidenteel voor 2023.  >H  et Rijk heeft de middelen die via de meicirculaire 2022 zijn verstrekt aan gemeenten niet structureel doorgetrokken na 2025. In 2026 zien we de uitkering dalen; die daling maakt het voor gemeenten lastig om

 >T  echnisch wordt met onder andere autorisaties het risico verder verkleind.  >E  xtra technische beveiligingsmaatregelen op de mailserver om de kans dat mailtjes met “foute links en bijlagen” doorkomen te minimaliseren.  >N  etwerksegmentering: bij infectie of versleuteling wordt slechts een deel van het netwerk geraakt.  >D  oor onder meer toepassing van SaaS wordt de opslag van data verspreid

investeringen te doen, die ook na 2025 nog een behoorlijke financiële impact

over meerdere locaties en meerdere leveranciers. Als één leverancier gehackt

zullen hebben.

wordt, worden alleen die data versleuteld.

5. Stijging aantal bijstandsklanten (structureel risico)

8. Overschrijding budget Beschermd Wonen (structureel risico)

Als het aantal bijstandsklanten meer stijgt (of minder daalt) dan begroot, nemen

Eén van de taken in de Wmo is dat de gemeenten verantwoordelijk zijn

zowel de uitkeringslasten als de uitvoeringskosten bij het Werkplein toe. Door

voor het beschermd wonen van mensen met psychische of psychosociale

bijvoorbeeld faillissementen, instroom statushouders enzovoorts kan het aantal

problemen. We richten ons op het bevorderen van zelfredzaamheid en

bijstandsklanten onverwachts snel toenemen.

participatie. Het betreft een open-eind-regeling.

Maatregelen/ontwikkelingen  > In de vastgestelde begroting 2023 van het Werkplein is uitgegaan van

Maatregelen/ontwikkelingen  > In 2021 zijn de kosten voor Beschermd Wonen aanzienlijk omlaag gegaan

een daling van het klantenbestand van 1,3% in 2022 en een gelijkblijvend

als gevolg van de beëindiging van indicaties van cliënten die zijn overgegaan

bestand in 2023 (0,0%). Of deze daling in 2022 ook gehaald zal worden, is

naar de Wet Langdurige Zorg (Wlz)

vanwege verschillende factoren en risico’s nog onzeker. Zo spelen er allerlei ontwikkelingen van wereldformaat (zoals de oorlog in Oekraïne en de hogere prijzen voor energie), waar onze inwoners rechtstreeks door geraakt worden.

 > De Domus-voorziening, voor cliënten met hoogcomplexe multiproblematiek, wordt naar verwachting eind 2022 gerealiseerd.  > Vanaf maart 2022 is ingezet op scheiden wonen en zorg en vraaggericht

Als gevolg daarvan worden vaste medewerkers van het Werkplein ingezet om

indiceren waarbij er een aantal Beschermd woonindicaties is omgezet naar

de tijdelijke regelingen uit te voeren. Hierdoor hebben zij minder tijd om te

een indicatie waarbij nog wel de begeleiding, maar niet de wooncomponent

besteden aan de begeleiding van onze inwoners naar (betaald) werk.

wordt vergoed. Dit heeft geleid tot kostenverlaging.

 >T  egenover de uitkeringslasten staan de BUIG-middelen. De prognoses van het CPB voor 2023 zijn nog niet bekend, maar in 2022 is het BUIGbudget fors neerwaarts bijgesteld. Er is een reëel risico dat er een verschil ontstaat tussen de lasten en de baten van de bijstand. Om dit risico af te

 > Voor 2023 wordt het Beschermd Wonen opnieuw gecontracteerd. Met de nieuwe contracten (met hogere tarieven) zullen de kosten voor Zorg in natura Beschermd Wonen stijgen.  > De financiële herverdeling waarbij we gaan van een historisch- naar een

dekken (beheersmaatregel) werken we vanaf 2022 met een egalisatiereserve

objectief verdeelmodel gaat vanaf 2024 in. Deze herverdeling pakt voor onze

participatie.

regio voordelig uit.  > Voor 2023 wordt ook de Maatschappelijke Opvang opnieuw ingekocht. De

6. Gemeente wordt aangesproken op lokale garantstellingen (incidenteel risico) De gemeente staat garant voor lokale verenigingen, instellingen en onderwijsbesturen. Bij een eventueel faillissement van één van de partijen

verwachting is dat de kosten van het nieuwe contract hoger uit zullen vallen vanwege onder andere koststijging door indexering.  > Centrumgemeente Bergen op Zoom krijgt vanaf 2023 wel structureel extra

bestaat het risico dat de instelling de afgesloten hypothecaire geldleningen niet

middelen voor de Brede aanpak dak- en thuisloosheid, maar de hoogte van

kan terugbetalen en dat de gemeente als garantsteller het restantbedrag moet

deze extra middelen is nog niet bekend.

betalen. 9. Terugloop parkeeropbrengsten ( structureel risico) Maatregelen/ontwikkelingen Organisatorisch is het proces van garantstellingen, inclusief de inschatting van de risico’s, centraal verankerd. De gebruikelijke risicobeperkende maatregelen

De afname van de parkeervraag de afgelopen jaren is versterkt door de coronacrisis. Onduidelijk is de termijn van deze lagere parkeervraag; het risico bestaat dat dit een structureel effect heeft.

zoals het eerste recht van hypotheek en borgstellingen worden toegepast. Maatregelen/ontwikkelingen 7. Data wordt gegijzeld door cybercriminelen (incidenteel risico) Als cybercriminelen toegang krijgen tot ons netwerk en data versleutelen dan kunnen ze om losgeld vragen om de data weer vrij te geven.

 > Er wordt steeds meer online gewinkeld, de vraag naar fysieke winkels neemt af.  > Als gevolg van corona werden fysieke winkels minder bezocht. Het is nog niet bekend of dit effect structureel is.

Maatregelen/ontwikkelingen  >D  e recente hack van de gemeente Hof van Twente in december 2020 heeft tot een schade van vele miljoenen geleid.  >E  r is continu aandacht voor bewustwording onder medewerkers voor informatiebeveiliging. 126

127

10. Marktrisico’s Ruimtelijke Ontwikkeling (met name Majoppeveld) (incidenteel

De benodigde weerstandscapaciteit

risico) Het marktrisico betreft het negatieve effect op het grondexploitatieresultaat als

Indien alle geïdentificeerde gemeentelijke risico’s zich gelijktijdig en in maximale

gevolg van de volatiliteit van de grondmarkt. Hogere kostprijzen bij grond- weg

omvang voor zouden doen is een bedrag van € 67,6 miljoen benodigd. Dit zal in

en waterbouw kunnen leiden tot een oplopend kostenniveau.

de praktijk echter niet het geval zijn, zodat het reserveren van dit maximale bedrag niet noodzakelijk is. De risicosimulatie toont aan dat met een waarschijnlijkheid van 90% een bedrag van € 11,4 miljoen voldoende is om de geïdentificeerde risico’s in

Maatregelen/ontwikkelingen  > De verwachting in de regio West-Brabant is dat de komende jaren nog

financiële zin te kunnen afdekken (= benodigde weerstandscapaciteit).

voldoende vraag bestaat naar bedrijventerreinen en woningen. De verkopen

De beschikbare weerstandscapaciteit

nemen ook toe, waardoor minder beschikbare grond overblijft.  > We zijn flexibel in grootte van kavels en in planvorming (omgevings- en

De beschikbare weerstandscapaciteit bestaat uit middelen waarover de gemeente

bestemmingsplannen). Echt grote kavels zijn er niet meer.  > We hanteren een scherpe prijsstelling en zijn alert op mogelijkheden welke

beschikt om niet begrote kosten, die onverwacht en substantieel zijn, te dekken zonder dat dit ten koste gaat van de uitvoering van bestaande taken.

vanuit de markt worden aangeboden (timing).  > In het kader van het Didam arrest moet een aantal opties opnieuw worden

Het weerstandsvermogen bepalen we op de zogenaamde beheersbegroting,

bekeken.  > Verder speelt het dilemma van het kunnen verkrijgen van een

zoals opgenomen in het bijlagenboek. Hieronder staat daarom de ‘oude’ structuur van reserves. In de aanbiedingsnota, de eerste begrotingswijziging op

elektriciteitsaansluiting.  > De sterk gestegen bouwkosten zetten de grondverkoop ook verder onder

deze begroting, worden veel reserves opgeheven en wordt het saldo gestort in het investeringsfonds. Dit wijzigt de berekening echter niet.

druk.

De beschikbare weerstandscapaciteit bestaat uit de volgende componenten:

Toelichting op het weerstandsvermogen A. De vrij aanwendbare algemene reserves (incidenteel karakter)

Risicoprofiel

Deze bestaan uit: 

Stand

31-12-2023

Het risicoprofiel voor de begroting 2023 is tot stand gekomen door voor alle

Algemene reserve

€

15.787.217

organisatieonderdelen de risico’s in het desbetreffende werkveld te bepalen.

Algemene saldireserve

€

28.500

Aan elke risicovolle gebeurtenis is een kans en een financiële waarde toegekend.

Totaal

€

15.815.717

Omdat niet alle risico’s zich maximaal en/of gelijktijdig zullen voordoen, is een zogeheten statistische Monte Carlo risico-simulatie uitgevoerd. Daarmee is

B. De vrij aanwendbare bestemmingsreserves (incidenteel karakter)

berekend hoe groot de weerstandscapaciteit is die minimaal benodigd is om

Bestemmingsreserves zijn vrij aanwendbaar voor zover deze niet zijn

met een waarschijnlijkheid van 90% de gevolgen van zich eventueel voordoende

belast met verplichtingen aan derden, respectievelijk wanneer zij niet de

risico’s af te kunnen dekken.

functie hebben van een egalisatiereserve. Indien een risicogebeurtenis zich voordoet heeft de gemeenteraad de mogelijkheid om de bestemming van

In totaal zijn voor de organisatie 85 risico’s in beeld gebracht, waarvan 74 met een geldgevolg. In onderstaande tabel is per vakje het aantal risico’s geclassificeerd naar risicobedrag en de kans dat een risico zich zal voordoen. Het risicoprofiel is een momentopname. Geld x > € 1.000.000

13

7

€ 500.000 < x < € 1.000.000

8

1

€ 200.000 < x < € 500.000

4

6

€ 50.000 < x < € 200.000

2

5

x < € 50.000

14

5

Geen geldgevolgen

5 10%

Kans

128

Netto

1

2 1

1

1

1

3

1

1

30%

50%

70%

90%

3

de reserve te wijzigen ter dekking van het risico. De volgende (delen van) bestemmingsreserves worden als vrij aanwendbaar aangeduid:  Stand 31-12-2023 Bestemmingsreserve rijks- & gemeente monumenten* € 644.565 Bestemmingsreserve Roosendaal spreekt, Roosendaal Doet € 271.667 Bestemmingsreserve mobiliteit € 373.310 Bestemmingsreserve vastgoed € 4.336.121 Bestemmingsreserve grondexploitatie € 5.834.842 Bestemmingsreserve groenfonds € 207.622 Bestemmingsreserve duurzaamheidsfonds sportaccommodaties € 33.411 Bestemmingsreserve ontsluiting Tolberg € 961.604 Bestemmingsreserve risicopremies garantiestellingen € 1.229.144 Bestemmingsreserve participatie € 2.937.870 Bestemmingsreserve Innovatiefonds € 1.707.365 Bestemmingsreserve Kostenegalisatie € 1.773.993 Bestemmingsreserve Aanpak snelweg A58 € 500.000 Duurzaamheid € 178.159 Totaal € 20.989.673 *Reserve wordt voor 50% als niet vrij aanwendbaar meegenomen

129

Vorming Investeringsfonds

De beoordeling van het weerstandsvermogen

Zoals aangegeven wordt bij de aanbiedingsnota van deze begroting het voorstel gedaan tot het instellen van een investeringsfonds, wat deels gevormd zal

Het weerstandsvermogen wordt uitgedrukt in de volgende ratio en bedraagt per

worden uit bovenstaande (bestemmings)reserves. Er is geen directe invloed op de

31 december 2023:

weerstandsratio. Totdat de middelen daadwerkelijk tot besteding leiden, zullen ze meetellen als beschikbare weerstandscapaciteit.

Ratio weestandsvermogen =

Beschikbare weerstandscapaciteit Benodigde weerstandscapaciteit

=

€ 37,9 mln € 11,4 mln

= 3,3

C. De onbenutte belastingcapaciteit (structureel karakter) De onbenutte belastingcapaciteit is het verschil tussen de werkelijk opgelegde

In de nota ’Risicomanagement en weerstandsvermogen’ is het streefgetal

en de maximaal te heffen Onroerend Zaak Belasting (OZB). De gemeenteraad

voor het weerstandsvermogen vastgesteld op een minimale waarde van 1,0.

heeft de mogelijkheid om in geval van een calamiteit de financiële gevolgen

De ratio van het weerstandsvermogen per 31 december 2023 voldoet met de

te dekken met een verhoging van de OZB. Conform de beleidsnota

waarde 3,3 ruimschoots aan deze norm. Ten opzichte van de begroting 2022 is

‘Risicomanagement en weerstandsvermogen’ is dit 2% van de in 2023 op te

de weerstandsratio 1,1 hoger. Dit wordt met name verklaard door een hogere

leggen aanslagen = 2% x € 14.466.000 = € 289.320.

beschikbare weerstandscapaciteit met name doordat er meer geld zit in de bestemmingsreserves Vastgoed, Innovatiefonds en Kostenegalisatie. Ook de

D. De post Onvoorzien in de Programmabegroting (structureel karakter)

Algemene Reserve is aanmerkelijk hoger (€ 5 mln).

De post Onvoorzien staat structureel in de begroting (€ 150.000) en wordt ook als weerstandscapaciteit aangemerkt. Het is een structureel opgenomen

De belangrijkste wijzigingen in de Top 10 risico’s ten opzichte van de begroting

begrotingspost, waartegenover geen directe uitgaven geraamd staan en die

2022 zijn:

ingezet wordt voor onvoorziene, incidentele tegenvallers.

> De toegenomen verkopen en bestaande opties bij Majoppeveld welke het risico aanzienlijk verlaagd hebben.

Kapitalisatiefactor

> De aanbestedingen voor 2023 en verder voor Beschermd Wonen en

Gezien de structurele beschikbaarheid en de mogelijkheid om de onbenutte

Maatschappelijke Opvang zullen naar verwachting hogere kosten met zich

belastingcapaciteit en de post Onvoorzien structureel in te zetten ter

meebrengen waardoor dit risico verhoogd is.

dekking van risico’s wordt conform de beleidsnota ‘Risicomanagement en Let op: voorzichtigheid blijft geboden

weerstandvermogen’ een kapitalisatiefactor toegepast van 2,5.

Voor de duidelijkheid, de hoogte van de weerstandsratio zegt niets over eventuele De beschikbare weerstandscapaciteit ziet er voor de gemeente Roosendaal per

vrije ruimte binnen de begroting. Onder elke bestemmingsreserve liggen immers

31-12-2023 als volgt uit:

plannen. Aanwending van deze reserves voor het afdekken van risico’s die zich voordoen, heeft consequenties voor de huidige onderliggende plannen. Begroting 2022 (per 31-12-2022)

Begroting 2023 (per 31-12-2023)

Structureel karakter Onbenutte belastingcapaciteit (OZB)

279.470

289.320

Post Onvoorzien

150.000

150.000

429.470

439.320

2,5

2,5

1.073.700

1.098.300

Kapitalisatiefactor structurele beschikbaarheid subtotaal weerstandscapaciteit exploitatie

Kengetallen Het besluit tot wijziging van het Besluit begroting en verantwoording (BBV) is in mei 2015 aangepast vastgesteld. Er dienen kengetallen opgenomen te worden in de paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing (Artikel 11 BBV). Het betreft: > Netto schuldquote & netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen

Incidenteel karakter Vrij aanwendbare algemene reserves:

10.704.600

15.815.700

> Solvabiliteitsratio

Vrij aanwendbare bestemmingsreserves:

13.270.200

20.989.700

> Grondexploitatie

subtotaal weerstandscapaciteit vermogen

23.974.800

36.805.400

> Belastingcapaciteit

Totale weerstandscapaciteit

25.048.500

37.903.700

Het Gemeenschappelijk financieel Toezichtkader (GTK) is een provinciaal

> Structurele exploitatieruimte

toezichtskader waarin signaleringswaarden staan hoe de in deze paragraaf genoemde kengetallen te interpreteren. Het betreft geen normering, de invoering van de set van vijf kengetallen is voornamelijk bedoeld om de financiële positie voor de gemeenteraad inzichtelijker te maken.

130

131

Signaleringswaarden financiële kengetallen (GTK 2020)

Beoordeling kengetallen Netto schuldquote

Waarderingscijfer

Minst risicovol

Neutraal

Meest risicovol

Netto schuldquote

<90 %

90-130 %

>130 %

Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen

<90 %

90-130 %

>130 %

Solvabiliteitsratio

>50 %

20-50 %

<20 %

Grondexploitatie

<20 %

20-35 %

>35 %

Structurele exploitatieruimte (begroting)

>0 %

0%

<0 %

Belastingcapaciteit

<95 %

95-105 %

>105 %

De netto schuldquote geeft de hoogte van de schulden aan in relatie tot de jaarlijkse inkomsten en geeft hierdoor een indicatie van de flexibiliteit van de begroting. Signaal: het provinciaal toezichtskader geeft aan dat indien dit kengetal lager is dan 90% dat het als ‘minst risicovol’ wordt gezien. Dit is in Roosendaal het geval. Solvabiliteitsratio De solvabiliteit geeft de verhouding tussen het eigen en het totaal vermogen aan. Het geeft daarmee een indicatie of een gemeente haar bezit zeer zwaar belast met schuld. Signaal: het provinciaal toezichtskader geeft aan dat een kengetal tussen de 20%

De kengetallen vormen een verbinding tussen de verschillende aspecten die

en 50% als ‘neutraal’ kan worden gezien. Op dit moment geeft het kengetal geen

de gemeenteraad in de beoordeling van de financiële positie kan betrekken.

directe aanleiding tot actie.

De kengetallen moeten altijd in samenhang worden bezien, omdat ze alleen gezamenlijk en in hun onderlinge verhouding een goed beeld kunnen geven van

Structurele exploitatieruimte

de financiële positie van de gemeente. Hoe de kengetallen berekend moeten

Dit kengetal geeft aan in hoeverre structurele lasten ook gedekt worden met

worden, is vastgelegd in een ministeriële regeling (26 oktober 2015, nr. 2015-

structurele baten.

0000611752).

Signaal: het provinciaal toezichtskader geeft aan dat een kengetal boven de 0% als ‘minst risicovol’ kan worden gezien. In Roosendaal is dit voor 2026 niet het geval. Dit komt doordat de uitkering uit het gemeentefonds de komende jaren

Begroting 2021

sterk stijgt, maar vanaf 2026 vooralsnog sterk terugvalt. Op dit moment is er geen

Verloop van de kengetallen

aanleiding tot actie.

Jaarverslag 2021

Begroting 2022

Begroting 2023

Begroting 2024

Begroting 2025

Begroting 2026

netto schuldquote

39%

67%

67%

64%

51%

47%

Grondexploitatie

netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen

38%

67%

67%

64%

51%

47%

Dit kengetal geeft aan hoe groot de grondpositie (waarde van de grond) is ten

solvabiliteitsratio

35%

25%

27%

32%

39%

43%

structurele exploitatieruimte

1%

-1%

7%

7%

9%

- 1%

grondexploitatie

16%

14%

11%

9%

6%

6%

gronden, daarnaast zijn de gronden afgewaardeerd naar actuele boekwaarden.

belastingcapaciteit

111%

113%

108%

111%

114%

118%

Signaal: het provinciaal toezichtskader geeft aan dat als dit kengetal onder de

Kengetallen:

opzichte van de totale geraamde baten. Het is lastig om een norm te bepalen voor dit kengetal. Wel geeft het aan of een gemeente veel geld heeft gestopt in haar grondexploitatie, dit geld dient namelijk nog wel terugverdiend te worden. De laatste jaren ligt met name de focus op het ontwikkelen van beschikbare

20% zit, dat het dan kan worden gezien als ‘minst risicovol’. In Roosendaal is dit het geval. Belastingcapaciteit: woonlasten meerpersoonshuishouden De woonlasten zijn voor de gemeente de belangrijkste eigen belastinginkomstenbron. De hoogte van de woonlasten geeft aan in hoeverre de gemeente relatief hoog zit met de woonlasten ten opzichte van de WOZwaarden in vergelijking met andere gemeenten. Signaal: het provinciaals toezichtskader geeft aan dat een percentage boven de 105% als ‘meest risicovol’ kan worden gezien. Het klopt dat in Roosendaal het tarief voor de woonlasten hoger is dan landelijk. In paragraaf 1 Lokale heffingen wordt het tarief nader toegelicht. Conclusie: De kengetallen tonen in totaliteit een goede financiële positie met weinig risico. Er is geen noodzaak om op basis van deze kengetallen beheersmaatregelen te treffen.

132

133

Paragraaf 3. Financiering

Renteontwikkeling

In deze paragraaf wordt inzicht gegeven in de wijze waarop de gemeente

De rente op de geldmarkt vertoont een grillige en opgaande lijn. De Europese

Roosendaal haar activiteiten voor het komende jaar gaat financieren.

Centrale Bank (ECB) voert op dit moment een beleid waarmee de rente geleidelijk met 0,5%, afhankelijk van de Europese ontwikkelingen op de geldmarkt, wordt

We staan voor een transparante en duurzame wijze van financiering van onze

verhoogd. Hierdoor is er geen sprake meer van negatieve rente op de gelden die

activiteiten. Als doelen zijn geformuleerd:

door de banken bij de ECB afgestort moeten worden en kasgeldleningen die door

> Het verzekeren van duurzame toegang tot financiële markten tegen

de gemeente afgesloten worden. Het effect voor de gemeente is een stijgende

acceptabele condities.

rentelast.

> Het beschermen van het gemeentelijk vermogen en resultaat tegen financiële

Renteschema

risico’s, zoals rente-, koers-, krediet- en liquiditeitsrisico’s. > Het minimaliseren van de interne en externe kosten bij het beheren van

Op basis van het BBV is onderstaand renteschema opgenomen.

geldstromen en financiële posities. > Het optimaliseren van de banksaldi en renteresultaten.

Renteschema 2023 (Bedragen x € 1.000)

Deze doelen worden binnen de kaders van de Wet Financiering Decentrale

a.

Overheden (Fido), Wet Houdbare Overheidsfinanciën (HOF) en verder de Wet verplicht Schatkistbankieren (vSB) respectievelijk de limieten en richtlijnen van het

b.

De externe rentelasten over korte en lange financiering

1.416

Rentelasten verwacht financieringstekort

1.611

De externe rentebaten

-/-

Saldo rentelasten en rentebaten

Treasury statuut uitgevoerd.

Kasgeldlimiet Renterisico vlottende schuld

237 2.790

c1.

De rente die aan de grondexploitatie moet worden doorberekend

c2.

De rente van projectfinanciering die aan het betreffende taakveld moet worden toegerekend

-/-

148 14

Het financieren van de gemeentelijke activa en exploitatie door middel van

-/-

kortlopende geldleningen heeft twee voordelen: er kan snel worden ingespeeld

Aan taakvelden toe te rekenen rente

134 2.656

op mutaties in de financieringsbehoefte en bij een normale rentestructuur waarin het aantrekken van lange geldleningen duurder is dan korte geldleningen

d1.

Rente over eigen vermogen

0

- is het een relatief goedkope financieringsvorm. Tegenover deze voordelen

d2.

Rente over voorzieningen (gewaardeerd op contante waarde)

0

staat echter het nadeel van de korte rentevastheid, waardoor de gemeentelijke

Totaal aan taakvelden toe te rekenen rente

2.656

financiële huishouding gevoelig wordt voor schommelingen in de rentestand. Om deze rentegevoeligheid te beperken heeft de wetgever de kasgeldlimiet

e.

De aan taakvelden toegerekende rente (renteomslag)

-/-

2.794

ingesteld. Deze limiet stelt een maximum aan de omvang van de netto vlottende

f.

Renteresultaat op het taakveld treasury (-/- = voordeel)

-/-

138

schuld die de gemeente mag hebben. Er is sprake van een overschrijding van de kasgeldlimiet wanneer het kwartaalgemiddelde van de netto vlottende schuld gedurende twee opeenvolgende kwartalen hoger is dan de berekende limiet. Het

Financieringssaldo

percentage voor de limiet is bepaald op 8,5% van de begrotingsomvang met een In de financiering van de gemeentelijke investeringen wordt deels door interne en

minimum van € 300.000.

deels door externe middelen voorzien. In onderstaande tabel is de kasgeldlimiet berekend. Lasten in de kolom 2023 zijn volgens de gegevens zoals die bekend waren op 19-08-2022. In dit bedrag zijn de lasten mutaties van de aanbiedingsnota en de Boekwaarde (Bedragen x € 1.000)

amendementen, uiteraard, nog niet verwerkt. Kasgeldlimiet (Bedragen x € 1.000 )

2022 Primair

2022 Primair + 1e wijziging

Omvang lasten programmabegroting*

272.350

274.849

282.979

Toegestane kasgeldlimiet (8,5%)

23.150

23.362

24.053

* Stand in de begroting voor het jaar 2023 op 19-8-2022

2023 Primair*

A. Investeringen: Grondexploitatie Overige investeringen Totaal investeringen (A) B. Financiering: Interne financieringsmiddelen (reserves en voorzieningen) Externe financieringsmiddelen (langlopende geldleningen en waarborgsommen) Totaal financieringsmiddelen (B) Financieringssaldo (B-A)

Rekening Begroting Begroting Rekening balansstand prognose prognose balansstand 31-12-2021 balansstand balansstand 31-12-2020 (Na resultaat 31-12-2022 31-12-2023 verdeling) 45.181 176.144 221.325

43.190 200.849 244.039

36.291 264.278 300.569

33.093 291.898 324.991

109.932

125.723

115.154

118.574

128.500 238.432

104.050 229.773

98.000 213.154

86.875 205.449

17.107

-/- 14.266

-/- 87.415

-/- 119.542

De in de tabel opgenomen berekeningen zijn gemaakt vanuit de stand van de huidige informatie en vragen om nadere toelichting. 134

135

Vaste uitzettingen

Per 31 december 2022 is er een begroot restant financieringstekort van € 87 miljoen. Door het naar verwachting achterblijven van investeringen in 2022 ten opzichte

Mutaties vaste uitzettingen

van de begroting 2022 (staat van activa) is de verwachting dat het werkelijke

Vaste uitzettingen zijn door de gemeente verstrekte geldleningen met een rente

financieringstekort over het jaar 2022 minder zal zijn dan begroot.

typische looptijd van één jaar of langer. Dergelijke leningen worden enerzijds verstrekt in het kader van de publieke taakuitoefening, anderzijds in perioden

Tot 31 december 2023 wordt een financieringstekort verwacht van € 120 miljoen.

waarin er sprake is van een liquiditeitenoverschot. Dit laatste komt echter -

De feitelijke omvang van het financieringstekort is onder andere afhankelijk

zeker de laatste jaren - niet of nauwelijks voor. In onderstaand overzicht staan

van het daadwerkelijke verloop van de geplande investeringen en de dagelijkse

de partijen vermeld aan wie door de gemeente Roosendaal in het verleden

ontvangsten en betalingen gedurende het jaar 2023.

geldleningen zijn verstrekt, alsook de restantschuld en de ontstaansgrond van de leningen.

In de loop van het begrotingsjaar zal blijken wat de werkelijke financieringsbehoefte is om eventueel tot het aantrekken van vaste geldleningen over te gaan. Voor het afdekken van het financieringstekort tot einde 2023 is er in

Bedragen x € 1.000 Geldnemer

Ontstaansgrond

Rekening 31-12-2021

Begroting 01-01-2023

Leningen Participatie Wet

305

272

Uitvoering Participatie Wet

Krediethypotheken Participatie Wet

61

92

Uitvoering Participatie Wet

Leningen BBZ

644

689

Uitvoering Participatie Wet

we met kort geld in de vorm van kasgeldleningen. Dit is flexibeler en in de regel

Stimuleringsleningen Woon- Werk locaties

92

87

Volkshuisvesting

ook goedkoper dan langgeld.

Startersleningen Roosendaal

12.220

11.220

Volkshuisvesting

de begroting 2023 een lastenpost opgenomen van € 1,6 miljoen als rentelasten voor herfinanciering van het financieringstekort. Dit is gebaseerd op de aanname dat tot eind 2023, voor (her)financiering, maximaal € 100 miljoen aan nieuwe geldleningen moet worden aangetrokken. Resterende € 20 miljoen financieren

Startersleningen nieuwbouw dorpen

28

27

Volkshuisvesting

Vaste schuld Mutaties vaste schuld

Startersleningen huurwoningen Alwel

120

117

Volkshuisvesting

Duurzaamheidsleningen Roosendaal

720

569

Volkshuisvesting

Vaste schuld ontstaat wanneer geldleningen worden aangegaan met een

Stimuleringsregelingen

1.222

1.972

Volkshuisvesting

rente typische looptijd van één jaar of langer. Daartoe wordt overgegaan

Monumentenfonds NV

600

600

Deelneming in NV

16.012

15.645

Totaal

wanneer de liquiditeitsplanning aangeeft dat sprake is van een structurele financieringsbehoefte.

Debiteurenrisico op verstrekte leningen Renterisico vaste schuld

Aan het voor langere tijd verstrekken van middelen aan derden kleeft het

In de Wet Fido is onder andere de renterisico norm met betrekking tot de vaste

gevaar dat deze derden op een onvoorzien moment niet meer aan hun

schuld opgenomen. Deze norm dient decentrale overheden aan te zetten tot

aflossingsverplichting kunnen voldoen.

het spreiden van hun lange termijn renterisico door bij het samenstellen van de

Ten aanzien van geldleningen die verstrekt zijn in het kader van de publieke taak

leningenportefeuille door middel van de verschillende rente typische looptijden

speelt het debiteurenrisico een ondergeschikte rol. Bij de besluitvorming is aan

rekening te houden met deze normstelling. De renterisico norm is bij ministeriële

het maatschappelijk belang van het verstrekken van dergelijke leningen een

regeling vastgesteld op 20% van het begrotingstotaal van het betreffende jaar.

hogere prioriteit toegekend dan aan het daarmee samenhangende financiële

Onderstaande tabel geeft de ontwikkeling van het renterisico voor de komende

risico. Dit geldt overigens ook ten aanzien van gegarandeerde geldleningen.

jaren aan. De gevolgen van toekomstige geldopnamen zijn daarin nog niet verwerkt. Uit deze tabel blijkt dat we de komende jaren ruimschoots onder de

Wet Houdbare Overheidsfinanciën (Wet HOF)

renterisico norm blijven. De in de wet HOF vastgestelde macronorm wordt door vertaald naar individuele Begroting 2023

Begroting 2024

Begroting 2025

Begroting 2026

282.979 56.596

283.156 56.631

289.981 57.996

287.493 57.499

Berekening renterisico Renteherzieningen Aflossingen Renterisico

0 11.125 11.125

0 6.925 6.925

0 6.925 6.925

0 5.925 5.925

Ruimte onder de rente risiconorm

45.471

49.706

51.071

51.574

(Bedragen x € 1.000) Berekening renterisiconorm Begrotingstotaal lasten* Renterisiconorm (20%)

gemeenten in de vorm van een individuele referentiewaarde, die een indicatie geeft van het maximale aandeel in het EMU-saldo. In onderstaande tabel is de berekening opgenomen voor de gemeente Roosendaal. Dit volgens de gegevens zoals die bekend waren op 19 augustus 2022. In deze berekeningen zijn de mutaties van de aanbiedingsnota en de amendementen, uiteraard, nog niet verwerkt.

* Stand lasten in de begroting voor het jaar 2023 op 19-8-2022.

136

137

Paragraaf 4. Onderhoud kapitaalgoederen Berekening EMU-saldo* (Bedragen x € 1.000)

Begroting 2023

2024

2025

2026

19.161

22.202

28.329

13.954

afschrijvingen ten laste van de exploitatie

9.574

10.612

11.602

12.187

bruto dotaties aan voorzieningen t.l.v. exploitatie

8.939

9.414

9.872

10.157

Exploitatiesaldo vóór verrekening met reserves Bij:

lasten voorzieningen (transacties met derden) Berekend EMU-saldo

Een groot deel van het gemeentelijke vermogen wordt geïnvesteerd in het beheer en onderhoud van onze kapitaalgoederen: groen, grijs (verhardingen, openbare verlichting, verkeersvoorzieningen, straatreiniging en onkruidbestrijding), blauw (water en riolering), civieltechnische kunstwerken en speelvoorzieningen.

Af: geactiveerde investeringen in (im)materiële activa

Inleiding

37.178

36.774

21.076

12.063

Onderhoud en tijdige vervanging van deze kapitaalgoederen is een belangrijke

7.543

8.680

9.085

8.635

taak van de gemeente. Zorgvuldig beheer is nodig om kapitaalvernietiging te

-/- 7.047

-/- 3.226

19.642

15.600

voorkomen en om de veiligheid van onze infrastructuur te waarborgen. Ook onderhouden we kunst in de openbare ruimte en deze kunst gaan we digitaal

* Stand lasten in de begroting voor het jaar 2023 op 19 augustus 2022

ontsluiten om de identiteit van Roosendaal blijvend te versterken. Het totale bestand aan kapitaalgoederen waarvoor de gemeente verantwoordelijk is duiden we aan met de term areaal. Het beheer en onderhoud van het areaal

Wet verplicht Schatkistbankieren (Wet vSB)

voeren we uit aan de hand van de door de gemeenteraad vastgestelde kaders ten aanzien van onderhouds- en kwaliteitsniveaus. De feitelijke planning van het

De wet vSB (zonder leenfaciliteit) houdt in dat decentrale overheden en door hen

beheer en onderhoud is opgenomen in de Beheerkalender.

opgerichte gemeenschappelijke regelingen al hun overtollige liquide middelen en beleggingen moeten aanhouden bij het ministerie van Financiën. Er is een

Groen

vrijstellingsgrens voor het afstorten van overtollige liquide middelen (het bedrag dat buiten het schatkistbankieren door de gemeente mag worden gehouden). Als

Groen betreft het beheer en onderhoud van openbaar groen, bossen en

het gemiddelde kwartaal bedrag van de positieve tegoeden minder is dan 2,00%

natuurterreinen.

van het begrotingstotaal, mag dit op de eigen bankrekeningen blijven staan. De (voorlopige) vrijstellingsgrens voor 2023 is, afgerond, € 5,7 miljoen. (2,00 %

Actuele stand van zaken/ontwikkelingen

van € 283 miljoen).

In 2023 treffen we voorbereidingen om een integraal onderhoudsbestek op de markt te zetten. Leerwerkbedrijf WVS krijgt een plek in deze plannen en zelf stellen we ook meer plaatsen beschikbaar binnen Openbare Werken voor arbeidskrachten met een afstand tot de arbeidsmarkt, met een beperking of voor arbeidskrachten vanuit een leer-werktraject. De klimaatveranderingen dwingen ons om de openbare ruimte klimaatbestendig in te richten en te onderhouden; we gaan veel groen en waterpartijen toevoegen. Bij het toevoegen van groen en bij het vervangen van versleten groen hebben we oog voor het gebruik van andersoortig groen, zoals kruidenmengsels of gazons met daarin extra bomen. Met name kruidenmengsels dragen bij aan het verbeteren van de biodiversiteit.

Grijs Verhardingen Verhardingen betreft het beheer en onderhoud van verhardingen bestaande uit elementen, asfalt, half-verhard en onverhard.

Actuele stand van onderhoud/ontwikkelingen In de Beheerkalender zijn de noodzakelijke projecten opgenomen die in het jaar 2023 worden uitgevoerd. Om de kwaliteit van de verhardingen te bepalen, wordt wederom een jaarlijkse weginspectie uitgevoerd.

Openbare verlichting Openbare verlichting betreft lichtmasten/armaturen en voorzieningen voor bijvoorbeeld het aanlichten van bijzondere gebouwen. 138

139

Actuele stand van onderhoud/ontwikkelingen In de Beheerkalender zijn de in 2023 noodzakelijk te vervangen lichtmasten en armaturen opgenomen.

> De ontvangstplicht voor drijfvuil, baggerspecie en maaisel van de watergangen die in beheer en onderhoud zijn bij het Waterschap (categorie A watergangen); > Het onderhoud van de overige watergangen (categorie B en C watergangen); > Het onderhoud van vijvers en andere waterpartijen (inclusief oeverzones,

Verkeersvoorzieningen

beschoeiingen en retentievoorzieningen);

Verkeersvoorzieningen betreft onder meer bebording, bewegwijzering, geleide

> Vaarwegbeheer voor de haven (vaardiepte op orde);

systemen en verkeersregelinstallaties (VRI’s).

> Beheer van (berm-)sloten.

Actuele stand van onderhoud/ontwikkelingen

Actuele stand van zaken/ontwikkelingen

Technisch gezien zijn de VRI’s in Roosendaal redelijk gedateerd en hiertoe is

Het Waterschap is verantwoordelijk voor het beheer van het oppervlaktewater,

een vervangingsprogramma vastgesteld dat vanaf 2022 wordt uitgevoerd. De

zowel voor de waterkwaliteit als voor de waterkwantiteit. Voor het onderhoud is

VRI’s worden vervangen door zogenaamde intelligente VRI’s (iVRI’s). Een iVRI

onderscheid gemaakt in afvoerende functie binnen het regionale watersysteem.

is een regelinstallatie die kan communiceren met voertuigen en fietsers. Het vervangingsprogramma is zo goed als mogelijk afgestemd op de ruimtelijke

Riolering

ontwikkelingen in Roosendaal.

Riolering betreft het beheer en onderhoud van de voorzieningen voor het

Bij nieuwe iVRI’s worden LED-armaturen toegepast. De lampen hiervan gaan

afvalwater, hemelwater en grondwater.

langer mee en hoeven niet elk jaar vervangen te worden. In het kader van duurzaamheid en kostenbesparing worden armaturen van de bestaande VRI’s ook

Actuele stand van zaken/ontwikkelingen

vervangen door LED-armaturen.

De focus van het rioleringsbeheer is in de planperiode van het VGRP vooral gericht op:

Straatreiniging

> Het in stand houden van het huidige areaal;

Straatreiniging betreft het vegen van straten.

> Het voorkomen van wateroverlast en bevorderen van klimaatadaptatie; > Het beperken van de stijging van de rioolheffing;

Actuele stand van onderhoud/ontwikkelingen

> De samenwerking in de Water- en Klimaatkring West-Brabant.

Voor de reiniging van straten is met Saver een dienstverleningsovereenkomst gesloten. Saver veegt de straten op basis van een vaste frequentie; iedere straat

Het rioleringsstelsel in Roosendaal is in voldoende tot goede staat. De geplande

in Roosendaal wordt circa zes keer per jaar geveegd. Digitaal wordt bijgehouden

maatregelen worden genomen naar aanleiding van inspecties. Waar nodig

wanneer welke straat is geveegd.

wordt de riolering vervangen of gerepareerd. Gelet op de impact van deze

Voor ontvangen meldingen rijdt iedere dag een zogenaamde ‘hotspotwagen’.

werkzaamheden op de openbare ruimte is de discipline riolering leidend bij

Deze wagen veegt eerst het centrum van Roosendaal en rijdt daarna langs de

de afstemming met de overige beheerdisciplines (met name wegonderhoud/-

ontvangen meldingen in de buurten en dorpen; iedere buurt en/of dorp komt om

reconstructies).

de week aan de beurt.

In de Beheerkalender zijn de noodzakelijke projecten opgenomen.

Bij de veegwagen rijdt een gehele ronde een onkruidbestrijdingsmachine mee

In 2023 wordt het ingezette proces van data gedreven (risico gestuurd) beheer

als proef met als doel een betere kwaliteit te leveren en de meldingenstroom te

voor de vrijverval riolering doorgezet. De opgedane ervaringen worden gebruikt

verminderen.

om de andere beheerprocessen binnen het domein van stedelijk water te verbeteren.

Onkruidbestrijding Onkruidbestrijding betreft de bestrijding van onkruid op verhardingen binnen de

Civieltechnische kunstwerken

bebouwde kom. Betreft het beheer van bruggen, tunnels, viaducten, keerwanden, damwanden,

Actuele stand van onderhoud/ontwikkelingen

kademuren, geluidschermen, steigers, vlonders, schanskorven en keermuurtjes.

Het onkruid op verhardingen wordt bestreden door inzet van hete lucht, borstels, een waterunit en bosmaaiers. Verhardingen waar weinig gebruik van wordt

Actuele stand van onderhoud/ontwikkelingen

gemaakt en die moeilijk te onderhouden zijn, worden mogelijk vervangen door

In de afgelopen jaren is geïnvesteerd in het op orde brengen van bruggen,

groen of door printbeton.

tunnels, geluidschermen, steigers, keerwanden en keermuren. Daarbij is door middel van de afgesloten contracten de onderhoudssituatie verzekerd. Ook is en

Blauw

wordt geïnvesteerd in de vervanging van damwanden. De inschatting is dat de overige kunstwerken (viaducten en muurtjes) op het vastgestelde kwaliteitsniveau

Water

gehouden kunnen worden binnen de beschikbaar gestelde kredieten voor

Water betreft de volgende onderdelen die onder de gemeentelijke

civieltechnische kunstwerken.

verantwoordelijkheid vallen:

140

141

Speelvoorzieningen

Areaalgegevens (bron: GBI)

Betreft het beheer van uiteenlopende speelvoorzieningen, variërend

eenheid

hoeveelheid

van afgebakende plekken met speeltoestellen tot trapvelden en

Groen

jongerenontmoetingsplaatsen.

- bomen

stuks

- plantenbakken

stuks

203

Actuele stand van onderhoud/ontwikkelingen

- hagen

m2

54.754

Doelstelling is om alle locaties veilig in stand te houden. Het onderhoud van

- natuurlijke beplanting

m2

1.717.443

de speeltoestellen is gegund aan de WVS. De jaarlijkse verplichte keuring wordt

- gras

m2

4.277.794

- cultuurlijke beplanting

m2

557.640

uitgevoerd door een marktpartij. Waar mogelijk worden in overleg en met inzet van inwoners nieuwe speellocaties aangelegd. Het beschikbare budget voor speelvoorzieningen is hiervoor toereikend.

Gemeentelijke gebouwen

50.934

Wegen wegvakonderdelen: - waarvan elementen

m2

2.751.511

- waarvan asfaltverharding

m2

2.053.458

- waarvan halfverhard/onverhard

m2

168.988

m2

66.536

m2

941.955

stuks

16.914

stuks

38

- waterloop

m1

863.139

- watervlakte

m2

910.410

- waarvan cementbeton bermen in buitengebied

Voor de instandhouding van het gemeentelijk vastgoed wordt het vastgoed onderhouden conform de afspraken die worden vastgelegd in huur- en gebruiksovereenkomsten. In de praktijk heeft het vastgoed daarmee

Openbare verlichting

conditiescore 2 (goede conditie) of 3 (redelijke conditie) en minimaal 4

masten/armaturen

(matige conditie; voor af te stoten gebouwen). Een vastgesteld meerjaren

Verkeersregelinstallatie

onderhoudsplan ligt hieraan ten grondslag.

VRI Water

Buitensportaccommodaties Roosendaal heeft acht sportparken met in totaal 39 buitensportvelden (waarvan acht kunstgrasvelden) en een atletiekbaan in eigendom. De verenigingen die deze velden gebruiken, onderhouden deze velden en de overige sportvoorzieningen in de meeste gevallen zelf. Hiervoor zijn gebruiksovereenkomsten met de verenigingen aangegaan. Verenigingen betalen geen gebruiksvergoeding en ontvangen daarnaast een onderhoudsbijdrage. Daarmee moet het onderhoudsniveau van de velden op het basisniveau gehouden worden. ‘Basis’ betekent dat de accommodaties op een veilige manier gebruikt kunnen

Riolering - vrijvervalleiding

m1

518.444

- drainage

m1

125.106

- goot

m1

3.230

- persleidingen/drukriolering

m1

145.971

stuks

63

Gemalen - DWA gemalen - tunnelgemalen

stuks

9

- randvoorziening

stuks

12

worden voor sportbeoefening. Noodzakelijke vervangingsinvesteringen, zoals

- Rwa gemalen

stuks

9

natuurgrasrenovaties en het vervangen van kunstgrasvelden, worden door de

- drainagegemalen

stuks

10 565

gemeente uitgevoerd. Het vastgestelde Beheerplan Buitensportaccommodaties

- drukriolering buitengebied

stuks

ligt daaraan ten grondslag.

- schuiven met actuator

stuks

1

- vijvergemalen en kunstwerken

stuks

5

- neerslagmeter

stuks

14

Stuks

258

Civieltechnische kunstwerken civieltechnische kunstwerken Hekweken en poorten IJzeren sierhekwerk, natuursteen, metselwerk

m1

252

Eenvoudig hekwerk, paal en gaas, hout, harmonicagaas en hekwerk draadstaalmat

m1

10.975

Hekwerk draadstaal

m1

821

Poorten

m1

41

- speeltoestellen

stuks

1.087

- speellocaties

stuks

239

m2

32.249

Speelvoorzieningen

- speelondergrond

142

143

Paragraaf 5. Verbonden partijen

Financiële gegevens (volgens meerjarenbegroting 2023-2026 en Investeringsplan 2023-2026

In deze paragraaf wordt inzicht gegeven in de bestuurlijke, beleidsmatige en KAPITAALGOED

P.

2023

2024

2025

2026

financiële belangen en risico’s van de gemeente als gevolg van banden met

Groen

4

6.312.171

6.303.763

6.761.537

6.875.449

externe rechtspersonen, waarin de gemeente zowel financieel deelneemt

11.052.934

11.851.793

12.734.350

13.460.442

als zeggenschap heeft. De gemeente Roosendaal neemt zowel deel in

Wegen Oppervlaktewater/

rechtspersonen, tot stand gekomen op grond van de publiekrechtelijke

havens

4

833.613

835.727

710.864

725.281

Riolering/drainage

4

10.285.574

10.708.423

11.096.168

11.500.107

Civieltechnische kunstwerken

4

1.158.057

1.154.684

1.132.061

1.129.152

Speelvoorzieningen

4

406.980

410.318

413.714

417.124

Div. tractiemiddelen OW (IP 2018-2021)

IP

150.000

77.500

95.000

170.000

Storting in reserves (speelgelegenheden, Beheerkalender onderhoud en Beheerkalender kapitaallasten)

6

6.220.690

5.999.787

5.955.874

5.299.785

Totaal

Wet Gemeenschappelijke Regelingen als in rechtspersonen, gestoeld op privaatrechtelijke samenwerkingsvormen.

Visie en doelstellingen Onze ambitie is ervoor te zorgen dat verbonden partijen op effectieve en efficiënte wijze bijdragen aan het realiseren van onze gemeentelijke beleidsdoelstellingen. Uitgangspunten hierbij zijn een heldere verdeling van

36.420.019

37.341.995

38.899.568

39.577.340

taken, verantwoordelijkheden en bevoegdheden tussen de gemeente en de verbonden partij door zoveel mogelijk een scheiding van klantrol (vakwethouder) en eigenaarsrol (andere wethouder). Dit wordt onder andere bereikt door het opstellen van dienstverleningsovereenkomsten met prestatieafspraken.

Nota Verbonden Partijen Op 3 december 2015 heeft de Roosendaalse gemeenteraad ingestemd met de nota ‘Verbonden Partijen; zes kaderstellende spelregels’. Deze nota is in regionaal verband opgesteld en is door de gemeenteraden van de 16 Regio West-Brabantgemeenten vastgesteld. In deze nota worden zes spelregels benoemd voor verbonden partijen: 1. Bij het aangaan van een verbonden partij leggen de deelnemers nadrukkelijk vast hoe de informatievoorziening (frequentie, vorm en inhoud) dient te verlopen en welke evaluatiemomenten er zijn. 2. Er dient een tijdige, juiste en volledige (actieve) informatiestroom op gang te worden gebracht, die het mogelijk maakt verantwoording af te leggen en die de gemeenteraad in positie brengt om (gevraagde) nieuwe kaders te stellen. Zowel het college, de verbonden partij als de gemeenteraad zelf dienen hierin hun verantwoordelijkheid te nemen. 3. Gemeenten bundelen de krachten en dragen samen zorg voor integrale aansturing. Zowel ambtelijke als bestuurlijke voorbereiding gebeurt (deels) gezamenlijk met ruimte voor lokale aanvullingen, waarbij één bepaalde gemeente per verbonden partij de leiding neemt. 4.Jaarlijks in november sturen deelnemers van de verbonden partij richtlijnen aan de verbonden partij waarop de beleidsmatige en financiële kaders gebaseerd dienen te worden.

In de kaderbrief geeft de gemeenschappelijke regeling op hoofdlijnen de uitgangspunten voor de begroting aan. Voor NV’s en BV’s gelden uiteraard de bepalingen uit het Burgerlijk Wetboek (BW). 5. D  e ontwerpbegroting wordt uiterlijk 15 april door de gemeenschappelijke regeling naar de deelnemers gestuurd. De zienswijzen van de deelnemers dienen uiterlijk 1 juli door de gemeenschappelijke regeling te zijn ontvangen. 6. Vierjaarlijks is de gemeenschappelijke regeling verplicht om een meerjarenbeleidsplan op te stellen. Het meerjarenbeleidsplan, dat bij aanvang van een nieuwe raadsperiode wordt opgesteld, is samen met de jaarrekening de basis om de resultaten van de gemeenschappelijke regelingen over een periode van vier jaar te evalueren. 144

145

Gemeenschappelijke regelingen

Vennootschappen en coöperaties

1. Veiligheidsregio Midden en West-Brabant

1. NV Monumentenfonds Brabant

2. Regio West-Brabant

2. NV Rewin West-Brabant

3. ICT West-Brabant West

3. Roosendaal Borchwerf II BV

afgerond. De tweede stap van het actualiseren van de nota Verbonden Partijen is

4. Regionaal Bureau Leren West-Brabant

4. Borchwerf II BV

gestart na de inwerkingtreding van de gewijzigde Wet op de gemeenschappelijke

5. West-Brabants Archief

5. Borchwerf II CV

regelingen (Wgr). Aangezien onder de nieuwe Wgr alle gemeenschappelijke

6. WVS-Groep

6. Duurzaam Energiebedrijf Roosendaal BV

7. Werkplein Hart van West-Brabant

7. Parkeer Beheer Roosendaal BV

8. Omgevingsdienst Midden- en West-Brabant

8. NV Saver

9. O  penbare Gezondheidszorg West-Brabant (GR

9. NV Brabant Water

Bij vaststelling van de nota Verbonden Partijen werd afgesproken deze na vier jaar te evalueren. De eerste stap van het opstellen van een evaluatieverslag is in 2021

regelingen binnen twee jaar aangepast moeten worden, is de nota een belangrijk instrument om de democratische sturing op de verbonden partijen te borgen en waar mogelijk te versterken. De belangrijkste wijzigingen van de wet zijn: > Actieve informatieplicht voor bestuur gemeenschappelijke regeling aan gemeenteraad; > Mogelijkheid tot het instellen van een regionale onderzoekscommissie (om het

OGZ) / GGD West-Brabant 10. Regionale Ambulancevoorziening Brabant Midden-West-Noord

10. NV Bank Nederlandse Gemeenten 11. Publiek Belang Elektriciteitsproductie BV 12. CSV Amsterdam BV

11. Belastingsamenwerking West-Brabant

13. Enexis Holding NV

12. BENEGO

14. Binnenstad Roosendaal BV (voorheen Smart City Roosendaal BV)

functioneren van de gemeenschappelijke regeling te onderzoeken); > Mogelijkheid tot het instellen van een regionale adviescommissie bestaande uit

Stichtingen en verenigingen

Overige verbonden partijen

raadsleden (als klankbord zodat eerder in het besluitvormingsproces de stem

1. Stichting Beheer Borchwerf II

N.v.t.

van de deelnemers wordt gehoord); > In de aan te passen regelingen moeten afspraken worden vastgelegd over participatie, evaluatie en uittreding.

Toekomstige ontwikkelingen Meer informatie hierover is te vinden op de website van de VNG en de Nederlandse Vereniging voor Raadsleden.

In 2023 wordt verdere invulling gegeven aan de governance structuur voor de Jeugdzorg. Wetgeving hiervoor is in de maak en de eerste verkenningen voor

Richtlijnen begrotingen 2024 gemeenschappelijke regelingen

een gepaste (publiekrechtelijke) vorm worden in goed overleg met een achttal

Volgens spelregel 4 uit de hierboven genoemde nota geven de deelnemers

gemeenten opgepakt.

van een verbonden partij richtlijnen mee aan een verbonden partij. Hierdoor kunnen de deelnemers sturen op de beleidsmatige en financiële kaders van een verbonden partij. Het opstellen van de richtlijnen gebeurt in overleg met de andere deelnemers van een verbonden partij, zodat het draagvlak voor de richtlijnen groot is. Bij voldoende draagvlak moet een verbonden partij de richtlijnen verwerken in de Kaderbrief, die als opmaat dient voor de begroting. De richtlijnen die we als gemeente meegeven aan onze verbonden partijen worden door de gemeenteraad vastgesteld. Separaat aan onze gemeentebegroting worden deze richtlijnen aan de gemeenteraad aangeboden, zodat de gemeenteraad deze in november kan behandelen. Lijst verbonden partijen van de gemeente Roosendaal De verbonden partijen van onze gemeente zijn, conform het BBV, gesplitst in: 1. Gemeenschappelijke regelingen 2. Vennootschappen en coöperaties 3. Stichtingen en verenigingen 4. Overige verbonden partijen Op de volgende pagina’s is een uitgebreide lijst opgenomen van alle verbonden partijen die onze gemeente heeft. Hieronder zijn de verbonden partijen alvast gegroepeerd volgens bovenstaande indeling.

146

147

Uitgebreide lijst van verbonden partijen van de gemeente Roosendaal 1. Gemeenschappelijke regelingen van de gemeente Roosendaal 1.

Veiligheidsregio Midden en West-Brabant (Tilburg)

Programma: 1. Besturen & Samenwerken

Portefeuillehouder:: Burgemeester Van Midden (AB-lid)

Doelstelling: Zorg voor veiligheid: crisisbeheersing, rampenbestrijding, brandweerzorg, geneeskundige hulpverlening bij rampen en handhaving van openbare orde en veiligheid.

Deelnemers: 24 gemeenten

Verwachte omvang Vreemd Vermogen: > Per 01-01-2023: € 59.576.000 > Per 31-12-2023: € 55.287.000

Verwachte financieel resultaat 2023: €0

Bijdrage gemeente Roosendaal: 2023: € 5.119.161 2024: € 5.235.766 2025: € 5.365.547 2026: € 5.553.482

Portefeuillehouder: Burgemeester Van Midden (AB-lid)

Doelstelling: Versterking van de regio op de gebieden economie en arbeidsmarkt, mobiliteit, duurzaamheid, zorg, welzijn, onderwijs en ruimtelijke ontwikkeling en wonen. Daarnaast is de RWB een strategische gesprekspartner voor o.a. de provincie, de nationale overheid en Europa.

Deelnemers: 16 gemeenten

Verwachte omvang Vreemd Vermogen: > Per 01-01-2023: € 7.669.000 > Per 31-12-2023: € 7.669.000

Verwachte financieel resultaat 2023: €0

Bijdrage gemeente Roosendaal: 2023: € 2.130.395 2024: € 2.380.371 2025: € 2.424.102 2026: € 2.468.476

Portefeuillehouder: Wethouder Van der Star (Lid Bestuur)

Doelstelling: Het realiseren van een bedrijfszekere en veilige ICT-infrastructuur, zodat gemeenten zich kunnen blijven ontwikkelen richting een efficiëntere en digitale overheid.

Deelnemers: 4 gemeenten (Roosendaal, Etten-Leur, Moerdijk, Tholen) en het Werkplein

Verwachte omvang Vreemd Vermogen: > Per 01-01-2023: € 7.611.000 > Per 31-12-2023: € 6.111.000

Verwachte financieel resultaat 2023: €0

Bijdrage gemeente Roosendaal: 2023: € 2.325.744 2024: € 2.399.259 2025: € 2.495.596 2026: € 2.484.040

Aantal fte’s: 576 Aantal vrijwilligers: 1.330

Opgericht per: 1 januari 2010 Verwachte omvang Eigen Vermogen: > Per 01-01-2023: € 5.659.000 > Per 31-12-2023: € 5.276.000

Grootste risico’s in 2023: Het belangrijkste risico betreft de mogelijke aansprakelijkheidsstelling door omliggende bedrijven van Chemie Pack in Moerdijk in verband met de schade als gevolg van de brand op 5 januari 2011. Door de advocaat is in een brief aan de Gemeente Moerdijk en de Veiligheidsregio een bedrag genoemd van € 26 miljoen (exclusief rente en kosten). De Veiligheidsregio heeft geen algemene reserve die kan dienen om de risico’s op te vangen. Daarnaast is er het strategisch risico van het boeien en binden van vrijwilligers en daarnaast de juridische risico’s van het tweede loopbaanbeleid en de status van de vrijwilligers (m.n. de Europese deeltijdrichtlijn). Deze drie risico’s zijn elk op € 1.750.000 ingeschat.

2.

Regio West-Brabant (Etten-Leur)

Programma: 1. Besturen & Samenwerken

Aantal fte’s: 6 (Bedrijfsvoering RWB) 14,7 (Strategische agenda) 31 (Uitvoeringsgerichte

Opgericht per: 1 januari 2011 Verwachte omvang Eigen Vermogen: > Per 01-01-2023: € 754.000 > Per 31-12-2023: € 722.000

Grootste risico’s in 2023: In de begroting 2023 noemt de RWB een aantal risico’s. De twee grootste risico’s betreffen uitval van personele capaciteit (langdurig) en het verminderen van subsidiemogelijkheden. De RWB heeft geen reserves opgebouwd die kunnen dienen voor het opvangen van risico’s.

3.

ICT West-Brabant West (Moerdijk)

Programma: 1. Besturen & Samenwerken

Aantal fte’s: 31,74

Opgericht per: 1 augustus 2015 Verwachte omvang Eigen Vermogen: > Per 01-01-2023: € 1.074.200 > Per 31-12-2023: € 429.600

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.roosendaal.nl/api/v1/meetings/1356/documents/35755